CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Raadsinformatiebrief 2024 766829 reactie bestuur op zienswijze raad Albrandswaard op de vastgestelde Begroting 2025 DBP en toezending 2e tussenrapportage 2024 DBP .pdf

Gemeenteraad AW 11 november 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken15.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De financieringsbehoefte van DBP is over het algemeen laag. Als op korte termijn liquiditeitsbehoefte ontstaat, wordt dit opgevangen door een tijdelijke ophoging van de wekelijkse bijdragen van de gemeenten. Dit wordt gecorrigeerd met lagere bijdragen later in het jaar, waardoor de bijdragen over het hele jaar verspreid aansluiten bij de begroting. Wanneer het toch nodig is kortlopende leningen af te sluiten, wordt de kasgeldlimiet gehanteerd als grens.

18

 Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Uit onderstaand overzicht blijkt dat DBP ruimschoots onder de renterisiconorm blijft. Dat komt omdat DBP op dit moment geen langlopende leningen heeft.

19

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat financiering met externe middelen zoveel mogelijk wordt beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de bijdragen van de deelnemende gemeenten heeft DBP in principe geen geldleningen nodig anders dan voor de aanschaf of vervanging van bedrijfsmiddelen met een meerjarig nut (investeringen). In het geval dat een liquiditeitstekort niet intern kan worden opgevangen, wordt beoordeeld of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende leningen waarbij de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden betrokken. Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

memorie memorie memorie memorie memorie memorie

Alle bedragen staan op memorie. Er zijn op dit moment geen langlopende leningen afgesloten. Of er in 2025 kortlopende geldleningen moeten worden afgesloten is op dit moment niet bekend.

2.3

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

De eigen activa van DBP betreffen de bedrijfsvoering en bestaan uit investeringen voor Informatisering & Automatisering en Facilitair.

20

In deze begroting zijn de benodigde investeringen inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie de Bijlage Investeringen). In de begroting 2025 is € 1.565.500 aan kapitaallasten opgenomen. Meerjarige dekking van de investeringen vindt in principe plaats binnen de vrijval van bestaande kapitaallasten. I&A investeringen Bij de software investeringen 2025 kan het volgende worden vermeld:  Wet & Regelgeving De “Digital decade” wordt een begrip. De Europese ambitie (“strategisch plan Horizon Europe”) kent 5 missies die worden ondersteund door onder meer de digital decade. Het gaat om een set van in eerste instantie 13 wetten die in 2026 geïmplementeerd moeten zijn. Een impactanalyse middels expertgroepen georganiseerd door de VNG zullen in 2024 de impact bepalen. Zowel financieel als voor wat betreft uitvoering. De financiële impact voor 2025 is dus nog onbekend maar gezien de grote hoeveelheid wetten zal die naar verwachting significant zijn.  eDepot Aansluiten bij een eDepot volgt uit de nieuwe archiefwet en zal eenmalige en structurele kosten met zich meebrengen.  Digitalisering in brede zin Digitale dienstverlening is een groeiende vorm van dienstverlening. Doorontwikkeling van concepten als ‘track & trace’ voor inwoners en vernieuwing van interne applicaties zullen ook in 2025 een investering vereisen.

 Ontvlechting De ontvlechting van de BAR-organisatie en de nieuwe situatie vanaf 2024 zullen leiden tot afstemming met de drie gemeenten over hun wensen en eisen voor 2025. Maatschappelijke thema’s als ondermijning en de energietransitie zullen naar verwachting in 2025 tot projecten en aanschaf van software leiden.  Centric Per 1 januari 2022 is ons contract met Centric aangepast met als doel lagere jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Dit zal ook in 2025 het geval zijn.  Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten af uit de cloud of als SaaS (Software as a Service). Door de ontvlechting van de BAR-organisatie heeft de verSaaSing vertraging opgelopen waardoor dit in 2025 nog zal doorlopen.  Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG en die begint steeds meer te leiden tot praktische toepassingen op het gebied van dienstverlening. In 2024 is DBP, met subsidie van de VNG, betrokken bij ‘samen organiseren’ ontwikkeltrajecten die, naar verwachting, in 2025 tot volwassenheid zullen komen.

 Vervanging en aanbestedingen Van verschillende softwareproducten en -diensten loopt in 2024 of 2025 het contract af en/of zijn pakketten aan vervanging toe. Dit leidt mogelijk tot aanbestedingen en aanschaf van nieuwe software of SaaS-diensten.

21

2.4

Paragraaf Bedrijfsvoering

Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (op grond van het BBV) waarin ten minste inzicht moet worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Maar omdat DBP alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in het programmaplan van deze begroting en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig.

2.5

Openbaarheidsparagraaf

De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf geeft hier invulling aan voor de begroting 2025. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2025 is budget beschikbaar gesteld. Woo-contactfunctionaris Naar verwachting zal in 2024 óf in 2025 een nieuwe Woo-contactfunctionaris worden aangesteld. Passieve openbaarmaking Dit betreft lopende zaken waar in 2025 geen structurele veranderingen of investeringen voorzien zijn. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden.

Over de ingangsdatum - deze wordt bij Koninklijke Besluiten per informatiecategorie genomen - is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf. Mede gezien de ontvlechting van de BAR-organisatie per 1 januari 2024 zullen de informatiestromen (van ‘brondocument tot publicatie’) complexer worden. DBP blijft zorgdragen voor de verdere implementatie van de Woo. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar - gerekend vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. Dit is een meerjarig traject waarin met jaarplannen voor de uitvoering wordt gewerkt. Hierbij worden de punten van de VNG (“Woo - wat moeten we nu”) als leidraad gehanteerd voor de prioritering in de komende jaren. 1. Iedere gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-depotvoorziening. In 2025 verwachten we volledig aangesloten te zijn. 2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Dit is een meerjarige inspanning die ook in 2025 doorloopt. 3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering.

22

4. 5.

6.

7.

Naar verwachting zal in 2024 een proef rondom “Capstone” (een methodiek voor het archiveren van e-mails van zogenaamde sleutelfiguren) plaatsvinden zodat in 2025 deze methodiek geïmplementeerd kan worden. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten. De verwachting is dat dit beheer in 2025 is geïmplementeerd. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Een informatiebeheerplan is een levend document. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. We hebben een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer en zullen dit blijven uitbreiden. Dit is een doorlopende inspanning. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld. Wij hebben het metagegevensschema vastgelegd en zullen dit blijven doorontwikkelen om te voldoen aan dan geldende standaarden en ontwikkelingen. Dit is een doorlopende inspanning.

23

Financiële begroting

24

3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1

Cijfers begroting

De begroting 2025 is opgebouwd vanuit de meerjarenraming van de begroting 2024 en daaraan zijn enkele noodzakelijke / onontkoombare budgetverhogingen 2025 toegevoegd.

Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten)

Begroting 2025 Bestaand beleid

Noodzakelijke budgetwijzigingen

21.602.800

2.036.600

- Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025)

745.600

355.200 1.253.200 3.488.600

- Businesssoftware

0 0 400.400 178.700

3.500 5.140.400

0 264.100

- Inflatie 2025

203.600

- Uitbreiding contract externe partij voor data veiligheid

60.500

TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)

355.200 1.253.200 3.889.000

221.700

- Automatisering

Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

23.639.400

1.291.000

- Cao 2025 (vanaf 1 april 2025)

Opleidingen Overige personeelslasten ICT

Begroting 2025

31.843.700

2.701.100

3.500 5.404.500

34.544.800

Aanloop naar de begroting 2025 Voorafgaand aan het opstellen van deze begroting zijn de op dat moment bekende ontwikkelingen in de begrotingsjaren 2024 en 2025 in beeld gebracht. Vervolgens is kritisch gekeken naar de door de organisatie aangeleverde mutaties: - een aantal kleine(re) mutaties wordt niet opgenomen in de conceptbegroting 2025 en wordt door DBP zelf opgelost, - van een aantal mutaties is geconcludeerd dat meer inzicht nodig is om een budgetverhoging te rechtvaardigen en zijn derhalve niet opgenomen in de conceptbegroting 2025, - onderzocht is welke financiële effecten DBP - in elk geval incidenteel - zelf kan dekken, - sommige kosten blijken onvermijdelijk en zijn in beeld gebracht. Daarnaast zijn op dit moment DBP en de gemeenten aan het ondervinden wat het werken in de nieuwe situatie per 1 januari 2024 (na de ontvlechting) inhoudt en wat dat betekent voor de kosten, formatie en dienstverlening van DBP. Door de ontvlechting is deels een beweging te zien van centralisatie naar decentralisatie. Hierdoor komt een deel van de in de voorgaande jaren behaalde efficiency onder druk te staan. Dit is merkbaar op het gebied van I&A, maar ook bij bijvoorbeeld HRM en Inkoop. Dit brengt in sommige gevallen extra structurele kosten met zich mee. Deze gesignaleerde ontwikkeling is echter nog niet voldoende in beeld gebracht en geanalyseerd.

Daarom wordt op dit moment zeer terughoudend omgegaan met budgetverhogingen. Die kunnen nog niet voldoende worden onderbouwd. En dit vraagt ook nadere

25

afstemming met de gemeentelijke opdrachtgevers over de gewenste dienstverlening. Dat gesprek voeren we in 2024 en 2025. Hoe om te gaan met de financiële gevolgen van de in beeld gebrachte ontwikkelingen is ook een dilemma. Enerzijds is de financiële druk vanuit de gemeenten voelbaar en is er oog en begrip voor de financiële positie van de gemeenten. Anderzijds staat DBP voor de opbouw van een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. Waar ruimte blijft voor innovatie en ontwikkeling om te kunnen blijven bijdragen aan de gemeentelijke vraagstukken en opgaven. Het bovenstaande is zorgvuldig overwogen en heeft tot het volgende geleid. Begrotingsjaar 2024 lost DBP zelf op DBP wil incidenteel voor 2024 proberen alle budgetstijgingen zelf op te vangen binnen de lopende begroting. De inschatting op dit moment is dat dit met de nodige inspanningen en budgetdiscipline mogelijk is. Op deze wijze hoeven de gemeenten in 2024 niet om extra middelen te worden gevraagd met het risico dat dit overblijft in de jaarrekening. Hiermee wordt een gecalculeerd risico genomen. Als in de loop van het jaar de financiële positie daar aanleiding toe geeft kan er zo nodig worden bijgesteld in de 2e tussenrapportage 2024. Begroting 2025 alleen noodzakelijke budgetverhogingen Voor de begroting 2025 is een aantal structurele effecten zichtbaar.

Voor een deel treden die ook al op in 2024 (incidenteel te dekken door DPB) en voor een deel zijn ze nieuw. Net als in de vorige begroting 2024 zijn alleen de noodzakelijke, onontkoombare budgetverhogingen opgenomen. Die zijn te onderscheiden in autonome ontwikkelingen en volumegroei en gestegen kosten door de ontvlechting. Er is geen sprake van nieuw beleid of nieuwe ambitie. De opgenomen budgetverhogingen zijn nodig om de basisdienstverlening op peil te houden. Onvermijdelijke budgetverhogingen 2025  Autonome ontwikkelingen en volumegroei 1. Inflatie 2025 - € 203.600, structureel Voor de inflatie voor 2025 is uitgegaan van 2,5%. Het inflatiecijfer is zoals altijd gebaseerd op het (jaarlijks verschijnende) Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) van 22 februari 2024. 2. Cao 2024 (1 januari 2024 - 31 maart 2025) - € 1.291.000, structureel In deze cao zijn twee loonsverhogingen afgesproken: 1 januari 2024: 4,75% 1 oktober 2024: 1,25% De gevolgen voor het begrotingsjaar 2024 van deze cao worden incidenteel opgenomen in de 1e Tussenrapportage 2024. 3. Cao 2025 (vanaf 1 april 2025) - € 745.600 in 2025 In deze begroting zijn éénmalig de financiële gevolgen van 2 cao’s opgenomen. Die van de huidige cao, zie punt 2 hiervoor. En op advies van de Provincie wordt deze keer voor

26

het eerst een schatting opgenomen voor de gevolgen van de cao 2025 die gaat gelden vanaf 1 april 2025. De schatting is gebaseerd op het cijfer “Loonvoet sector overheid”. Voor 2025 is dat 4,4%. 

Onvermijdelijke kostenstijgingen ICT 4. Businesssoftware - € 221.700, structureel Een groot aantal businessapplicaties zijn of worden gesplitst naar de drie gemeentelijke omgevingen. Dit heeft tot gevolg dat de contracten aangepast worden. Vaak wordt het beheer per omgeving in rekening gebracht. Dit heeft een kosten opdrijvend effect. Dit is een autonome prijsontwikkeling die de softwareleveranciers bij ons in rekening brengen omdat ze in plaats van één omgeving drie omgevingen moeten beheren. De oorspronkelijke prijsstijging lag nog hoger. Maar door stevig onderhandelen is dit bedrag zo veel als mogelijk naar beneden bijgesteld. Dit is een onontkoombare aanpassing omdat het lopende contracten zijn. Het aanpassen of opzeggen van de contracten is geen optie. Het gaat om applicaties die randvoorwaardelijk zijn om binnen de gemeenten de taken uit te voeren. 5. Automatisering - € 178.700, structureel Om de ICT-omgeving voor de vier organisaties stabiel te houden is de noodzakelijke extra servercapaciteit ingekocht. Dit brengt extra onderhoud en licentiekosten met zich mee. Ook zijn de digitale werkplekken duurder geworden als gevolg van extra licentiekosten. Het contract met Microsoft is ge-updated en biedt nu meer functionaliteit waarmee het voldoet aan het programma van eisen van de VNG. 6.

Uitbreiding contract externe partij voor data veiligheid - € 60.500, structureel Om het netwerk en de werkomgevingen veilig te houden is in 2021 een externe partij ingeschakeld. Hiermee is in 2023 een contract afgesloten. Men zorgt ervoor dat onze digitale werkomgeving 24/7 wordt bewaakt. Ze signaleren verstoringen, helpen met de analyse ervan en adviseren over te nemen maatregelen. Ook zijn ze voortdurend op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van dreigingen en malware, waardoor we ook op termijn onze omgeving veilig kunnen houden. Hiermee wordt voldaan aan de bijgestelde standaarden van de IBD.

Voor de budgetverhogingen 1-3 (inflatie en cao) is de principe-afspraak gemaakt dat de DBP compensatie krijgt van de gemeenten. Deze tellen op tot € 2.240.200. Voor de overige mutaties is slechts het hoogst onvermijdelijke opgenomen. Deze tellen op tot € 460.900. De 6 onvermijdelijke budgetverhogingen tellen in totaal op tot € 2.701.100. Opgemerkt wordt dat niet alle geïnventariseerde noodzakelijke budgetverhogingen zijn opgenomen in bovenstaande lijst met budgetverhogingen. DBP wil in 2025 proberen ook die binnen de eigen begroting op te vangen en nog scherpere keuzes maken in de noodzakelijkheid. Dit met de bedoeling

27

de gemeentelijke begrotingen zo min mogelijk te belasten. Door dit scherpe ramen is een overschrijding niet uit te sluiten. Begrotingsjaar 2026 Het is van belang een realistische begroting op te stellen. En zoals hierboven al is gesteld heeft DBP begrip en gevoel voor de financiële situatie bij de gemeenten. Zoals het er nu uitziet is het onvermijdelijk dat DBP in 2026 een bijdrage gaat leveren aan de gemeentelijke financiële opgaven. DPB wil hier graag samen met de gemeenten in optrekken en vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid komen tot verantwoorde keuzes. Daarbij is het goed om op te merken dat het (gemeentelijke) financiële perspectief met een aantal onzekerheden is omgeven die betrokken moeten worden bij het maken van verantwoorde keuzes. Onder andere de landelijke trend dat de kosten op het gebied van Informatie en Automatisering de komende jaren blijven stijgen als gevolg van de toenemende digitalisering. Wij hebben de organisatie de opdracht gegeven om in aanloop naar de begroting 2026 scenario’s in beeld te brengen voor mogelijke ombuigingen ter hoogte van 5% van de begroting. Deze voorstellen worden afgewogen en daarna betrokken bij de besluitvorming over de begroting 2026. Dit geeft de organisatie de mogelijkheid een grondige analyse van de taken en begroting te maken.

Zodat in het geval dat er keuzes moeten worden gemaakt, dat keuzes zijn die passen bij een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering. En passen bij de opgaven van de gemeenten.

28

Overzicht van baten en lasten Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. DBP heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten. Overzicht van baten en lasten 2025 Lasten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Totaal lasten

Jaarrekening begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2023 84.078.100 22.884.700 24.041.100 24.322.400 24.322.400 24.322.400 754.300 355.200 355.200 355.200 355.200 355.200 1.933.400 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 601.400 3.700.400 3.560.700 3.962.500 3.962.300 3.962.300 3.962.300 499.900 -800 3.500 3.500 3.500 3.500 3.500 7.719.300 5.432.800 5.484.400 5.445.400 5.628.800 5.628.800 99.286.000 33.490.100 35.099.900 35.342.000 35.525.400 35.525.400

Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

-2.013.400 -108.000 -1.130.100

-401.700

Bijdragen deelnemende gemeenten: - Barendrecht - Albrandswaard - Ridderkerk Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten GEREALISEERD RESULTAAT

-37.915.900 -19.038.000 -39.080.600 -99.286.000 -

Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen

-79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-13.399.900 -6.884.400 -12.650.700 -33.490.100 -

-13.744.400 -7.424.300 -13.376.100 -35.099.900 -

-13.840.300 -7.476.400 -13.470.200 -35.342.000 -

-13.913.300 -7.515.800 -13.541.200 -35.525.400 -

-13.913.300 -7.515.800 -13.541.200 -35.525.400 -

-73.500

Jaarrekening begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2023 82.064.700 22.483.000 23.639.400 23.920.700 23.920.700 23.920.700 754.300 355.200 355.200 355.200 355.200 355.200 1.933.400 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 601.400 3.592.400

3.487.200

3.889.000

3.888.800

3.888.800

499.900

-

-

-

-

-

-800

3.500

3.500

3.500

3.500

3.500

3.888.800

6.589.200

5.352.900

5.404.500

5.365.500

5.548.900

5.548.900

96.034.500

32.935.000

34.544.800

34.786.900

34.970.300

34.970.300

- Barendrecht

-37.915.900

-13.399.900

-13.744.400

-13.840.300

-13.913.300

-13.913.300

- Albrandswaard

-19.038.000

-6.884.400

-7.424.300

-7.476.400

-7.515.800

-7.515.800

- Ridderkerk TOTAAL BIJDRAGEN Totaal saldo van baten en lasten Reservemutaties - Stortingen - Onttrekkingen - Saldo GEREALISEERD RESULTAAT

-39.080.600 -96.034.500

-12.650.700 -32.935.000

-13.376.100 -34.544.800

-13.470.200 -34.786.900

-13.541.200 -34.970.300

-13.541.200 -34.970.300

-

-

-

-

-

-

-

500.000 -500.000 -

gemeenten)

Bijdragen deelnemende gemeenten:

memorie memorie

memorie memorie -

memorie memorie -

memorie memorie -

-

29

3.2

Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd

Net als vorige jaren hebben de volgende kaders gegolden als uitgangspunt voor het opstellen van de begroting: Ontwikkeling personele kosten De afgesloten cao’s worden gevolgd. DBP mag de financiële gevolgen van nieuwe cao’s, gestegen werkgeverspremies, gestegen kosten dienstreizen en gestegen opleidingskosten bij de gemeenten in rekening brengen. - Opleidingskosten Het jaarlijkse opleidingsbudget is gefixeerd op 1,5% van de begrote loonkosten. - Inflatie Voor het te hanteren inflatiepercentage wordt gebruik gemaakt van prognoses van het Centraal Planbureau. DBP mag de kosten van de gestegen inflatie bij de gemeenten in rekening brengen. - Voor de meerjarenraming (2026-2028) worden constante prijzen gehanteerd. - Risico's De risico’s van DBP worden, na aftrek van het saldo van de reserve van DBP, opgenomen in de individuele risicoprofielen van de gemeenten. Wettelijke nieuwe taken Het uitgangspunt is dat DBP de financiële consequenties van (nieuwe) taken die volgen uit nieuwe en gewijzigde wetgeving bij de gemeenten in rekening mag brengen. Investeringen * In de begroting wordt jaarlijks een meerjarig investeringsschema opgenomen. * De meerjarige dekking van de nieuwe kapitaallasten vindt in principe plaats binnen de vrijval van de bestaande kapitaallasten.

10% opslag voor overhead bij formatie-uitbreiding Bij een uitbreiding van de formatie wordt een gemiddeld percentage van 10% voor overhead in rekening gebracht bij de gemeenten. (dit percentage wordt in de volgende begroting opnieuw bezien) Bekostiging / verrekening * collectieve dienstverlening het collectieve dienstverleningspakket wordt volgens de afgesproken procentuele verdeelsleutel naar rato van inwoneraantallen in rekening gebracht. * individuele dienstverlening naast het collectieve dienstverleningspakket kunnen de gemeenten in geval van individuele wensen op het gebied van de dienstverlening hiervoor een apart / individueel budget beschikbaar stellen. - Aanvullende diensten Bij aanvullende diensten: DBP bespreekt dit vooraf met het desbetreffende college. Reservevorming binnen DBP DBP mag een reserve aanhouden ter grootte van 2% van de begroting. (zie ook hierna bij het onderdeel Nadere uitwerking bekostiging en verrekening) Autorisatieniveau Het autorisatieniveau van de begroting van DBP ligt op het niveau van de totaalbedragen van de baten en lasten. Financieel toezicht door Provincie Uitgangspunt is repressief toezicht.

30

Nadere uitwerking Bekostiging en Verrekening Gehanteerde algemene uitgangspunten bij introductie bekostigingsmodel DBP In de vorige begroting 2024 is een nieuw bekostigingsmodel voor DBP geïntroduceerd waarbij de volgende algemene uitgangspunten hebben gegolden: - Vertrouwen en samenwerking er wordt gewerkt vanuit vertrouwen en vanuit de intentie tot goede samenwerking. - Financiële voorspelbaarheid er wordt toegewerkt naar een situatie van financiële voorspelbaarheid voor de drie gemeenten. Zodat steeds goed inzichtelijk is wat de kosten zijn van DBP. Ook in meerjarig perspectief. - Beperking van bestuurlijke drukte uitgangspunt is een bekostigingssystematiek die bestuurlijke drukte rond besluitvorming over de financiën zo veel mogelijk beperkt. - Rechtvaardig de deelnemers ontvangen diensten en producten die recht doen aan hun bijdrage. - Hanteerbaar de methode brengt niet te veel administratieve lasten en kosten met zich mee. - Overzichtelijk de kosten die verrekend worden zijn eenvoudig te herleiden en transparant opgesteld. Collectieve dienstverlening en Individuele dienstverlening Bij de bekostiging (verrekening) wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele dienstverlening.  De collectieve dienstverlening wordt voor alle gemeenten gelijk uitgevoerd waardoor de uitvoering efficiënt kan worden ingericht en gemeenten dus besparen op hun uitvoeringskosten.

De gemeentelijke bijdragen aan DBP voor de collectieve dienstverlening worden berekend op basis van inwoneraantallen.  -

-

Daarnaast is er de mogelijkheid voor individuele dienstverlening. Deze individuele dienstverlening bestaat uit twee vormen. Ten eerste kan binnen de standaard begroting naast de collectieve dienstverlening ook onderscheid worden gemaakt per gemeente. Met name op het niveau van de adviesdiensten. De inzet per gemeente past bij de standaard bekostiging. Maar de exacte invulling en vraag kan per gemeente soms verschillen. Dit past allemaal nog binnen de standaard begroting. Daarnaast kan er sprake zijn van individuele dienstverlening waarin structureel niet is voorzien in de begroting. Hierbij wordt de dienst naar wens van de betreffende gemeente ingericht en kan een gemeente invulling geven aan haar specifieke behoefte (‘couleur locale’). Omdat dit ten koste gaat van een efficiënte uitvoering wordt deze individuele dienstverlening apart bij de betreffende gemeente in rekening gebracht zodat andere gemeenten niet meebetalen aan de extra kosten van lokaal maatwerk.

Procentuele verdeelsleutel collectieve dienstverlening op basis van inwoneraantallen De percentages van de verdeelsleutel voor de collectieve dienstverlening worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de actuele inwoneraantallen per 1 januari van de drie gemeenten. De laatste keer is dit gebeurd op 1 januari 2024. Toen is de volgende verdeelsleutel berekend: - Albrandswaard: 21,51%

31

- Barendrecht: - Ridderkerk:

39,64% 38,85%

Aanvullende uitgangspunten bekostiging In de hierboven genoemde uitgangspunten voor de begroting van de DBP waren al enkele uitgangspunten opgenomen voor de bekostiging van DBP. Daarnaast gelden nog de volgende aanvullende uitgangspunten voor de bekostiging: - Gegarandeerde afname taken gedurende 5 jaar De gemeenten garanderen dat zij gedurende 5 jaar (minimaal tot eind 2028) de taken zoals die bij de ontvlechting zijn overeengekomen zullen afnemen van DBP. Dit is ook vastgelegd in de tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. -

Uitbreiding formatie en langdurige inhuur in gemeente: opslag 10% Uitbreiding in een gemeente van de formatie of van de langdurige inhuur voor projecten leidt tot een verhoging van de bijdrage aan DBP. Deze bijdrage ziet op de kosten voor de faciliteiten van de extra medewerker(s) en op de indirecte kosten. Als de gemeenten een uitbreiding van de formatie ramen wordt tevens een opslag voor die kosten toegepast. Hierbij wordt uitgegaan van een percentage van 10%. Bij de volgende begroting wordt dit percentage herijkt.

-

Uitbreiding (wettelijke) taken van de gemeente(n) Bij een uitbreiding van de (wettelijke) taken van de gemeente(n) hoort een uitbreiding van de formatie van de bedrijfsvoering. In voorkomende gevallen worden hierover nadere afspraken gemaakt.

-

Verantwoording jaaroverschrijdende individuele dienstverleningsopdrachten in administratie DBP De verwachting is dat de individuele dienstverlening zal toenemen. Individuele dienstverleningsopdrachten kunnen jaaroverschrijdend zijn. Door de jaarlijkse afrekening op basis van de boekhoudkundige jaargrens (kalenderjaar) - in plaats van op het moment van het einde van het project - kan een grote administratieve druk ontstaan. Dit is ongewenst. Zowel bij de gemeenten als bij DBP. De verantwoording van deze jaaroverschrijdende posten vindt daarom volledig plaats in de administratie van DBP. Dit dus gaat niet meer - zoals voorheen bij de voormalige GR BAR - via de resultaatbestemming in de gemeentelijke jaarrekeningen.

-

Prestatie-indicator Financiën: budgetafwijking niet meer dan 1% In de komende periode zullen nieuwe prestatieafspraken worden opgesteld en ontwikkeld. Voor de financiën zal de indicator “een meerjarig sluitende exploitatie” die gold voor de voormalige GR BAR opnieuw worden opgenomen. Dit betekent dat de budgetafwijking in de rekening van DBP ten opzichte van de begroting niet meer dan 1% mag zijn.

-

Reservevorming binnen DBP Het bekostigingsmodel voor DBP streeft ernaar de bestuurlijke drukte te minimaliseren, onnodige administratieve lasten te vermijden en niet voor elke kleine aanvraag terug te hoeven naar de colleges en raden. Dit is eenvoudig te realiseren door DBP toe te staan een reserve aan te houden. Dit is tevens een intrinsieke motivatie om efficiënt en zuinig te werken om zodoende financiële ruimte te houden en makkelijker in te kunnen spelen op incidentele risico’s en vragen vanuit de gemeenten.

32

Deze reserve is maximaal 2% van de begroting van DBP. DBP kan deze reserve zelf vullen uit eventuele voordelige jaarrekeningresultaten. De reserve wordt alleen ingezet voor incidentele uitgaven. Een inzet van de reserve wordt verantwoord in de jaarrekening. De voormalige GR BAR mocht geen reserve aanhouden. Maar de situatie is inmiddels anders. De omvang van de begroting van DBP is fiks kleiner en de inhoudelijke formatie zit vanaf 1 januari 2024 bij de gemeenten. Hierdoor is het moeilijker om risico’s op te vangen of snel in te kunnen spelen op acute gemeentelijke wensen. Een beperkte reservepositie biedt hierbij uitkomst. Dan hoeft DBP niet voor elke kleine vraag terug naar de gemeenten en kunnen de drie gemeenten snel en flexibel worden bediend. -

Jaarlijks budgetaanvraag bij begroting De gemeenten zijn voortdurend in ontwikkeling en daarnaast zijn er zijn veel externe ontwikkelingen. Het is noodzakelijk dat de bedrijfsvoering mee kan ontwikkelen en innoveren. Daar zijn middelen voor nodig. Ook zijn middelen nodig om op basis van businesscases maatregelen in de bedrijfsvoering door te voeren. Zodat op termijn besparingen kunnen worden gerealiseerd of voldaan kan (blijven) worden aan de eisen van modern werkgeverschap. We willen werken met een strategische agenda waarbij ontwikkelingen in de bedrijfsvoering kunnen komen vanuit DBP en/of de gemeenten. Hiertoe wordt jaarlijks een budgetaanvraag ingediend bij de begroting waar afstemming over plaats vindt met de individuele gemeenten. Dit kunnen individuele dienstverleningsafspraken zijn passend bij de behoefte van de individuele gemeente.

-

Met elkaar in gesprek bij onvoldoende capaciteit DBP Als blijkt dat de capaciteit onvoldoende is, dan wel de werkdruk te hoog, zal met de gemeenten het gesprek worden aangegaan. Daarbij kan: o de dienstverleningsovereenkomst (DVO) worden aangepast aan de beschikbare werkcapaciteit of o de formatie met het bijbehorende budget worden uitgebreid.

-

Per 1 januari 2024 niet geplaatste medewerkers en langdurig zieke medewerkers Medewerkers die op het moment van de ontvlechting per 1 januari 2024 niet geplaatst konden worden zijn in dienst gekomen / gebleven van DBP. Deze medewerkers zijn ondergebracht in een tijdelijke “4e kolom” in de organisatie. Begeleiding naar (ander) werk wordt voor hen geregeld. De kosten die hiermee verband houden kunnen vooraf niet worden begroot, maar zullen als ze gemaakt zijn in rekening worden gebracht bij de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. De gemeente Albrandswaard neemt wel deel in de verrekening van de kosten voor de langdurig zieke medewerkers die eveneens in DBP worden geplaatst.

3.3

Overzicht incidentele baten en lasten

Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten wil er in de begroting sprake zijn van een structureel evenwicht. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is

33

voorgeschreven dat in de begroting een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie voor wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post. - Structurele baten en lasten zijn periodiek opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en er is (nog) geen einddatum bekend. - Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben. In de Toelichting op het BBV is incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt. Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat boven dit hulpmiddel. In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.

3.4

Beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

DBP mag een reserve aanhouden. Hiermee wordt efficiënt en zuinig werken gestimuleerd om zo financiële ruimte te houden. In de begroting 2024 heeft een eerste storting van € 500.000 plaats gevonden. De reserve mag maximaal 2% van de begroting van DBP zijn. In 2025 zijn er geen toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve begroot.

3.5

Geprognosticeerde meerjarenbalans

Deze geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De indeling is hetzelfde als de balans in de rekening, maar niet zo gedetailleerd. Activa Omschrijving

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

Vaste activa * Materiële activa - economisch nut * Materiële activa - maatschappelijk nut

4.741.000 4.741.000 0

4.477.800 4.477.800 0

4.155.700 4.155.700 0

3.790.300 3.790.300 0

3.608.600 3.608.600 0

Totaal activa

4.741.000

4.477.800

4.155.700

3.790.300

3.608.600

34

Passiva Omschrijving

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

Vaste passiva * Reserves (eigen vermogen) * Voorzieningen * Langlopende schulden

698.300 memorie 698.300 memorie

698.300 memorie 698.300 memorie

698.300 memorie 698.300 memorie

698.300 memorie 698.300 memorie

698.300 memorie 698.300 memorie

Vlottende passiva * Kortlopende schulden

4.042.700 4.042.700

3.779.500 3.779.500

3.457.400 3.457.400

3.092.000 3.092.000

2.910.300 2.910.300

Totaal Passiva

4.741.000

4.477.800

4.155.700

3.790.300

3.608.600

3.6

EMU-saldo

Het EMU-saldo is ingevoerd door de Europese Unie om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. Het is het vorderingensaldo op transactiebasis. Is het saldo positief dan is er sprake van een vorderingenoverschot. Is het saldo negatief, dan is er een vorderingentekort. Dit tekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Deze 3% geldt voor de Nederlandse overheid in haar geheel (Rijk en decentrale overheden). Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks individuele EMUreferentiewaarden. Dit betreft geen norm maar geeft een indicatie van het aandeel van een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenschappelijke regelingen hebben geen individuele referentiewaarde. Het EMU-saldo van een gemeenschappelijke regeling maakt onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende gemeenten. In het geval van DBP dus van Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk. DBP heeft net als gemeenten het boekhoudstelsel van baten lasten. Om tot het EMU-saldo te komen is de onderstaande berekening nodig: Omschrijving Exploitatiesaldo voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Bij: afschrijvingen ten laste van de exploitatie Af: investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd EMU-saldo

2024

2025

2026

2027

2028

0

0

0

0

0

1.446.800

1.423.200

1.407.000

1.340.400

1.196.700

-1.025.000 -1.160.000 -1.085.000 421.800

263.200

322.000

-975.000 -1.015.000 365.400

181.700

35

36

Bijlagen

37

Bijlage Investeringen Investeringsplan 2025-2028

2025

2026

2027

2028

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

Audio visuele middelen

25.000

25.000

25.000

25.000

Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2025

235.000

Diverse hardware Totaal Automatisering Diverse software Totaal Informatie management

Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2026

160.000

Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2027

50.000

Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2028

90.000

Totaal Mens & Faciliteiten

260.000

185.000

75.000

115.000

Totaal generaal

1.160.000

1.085.000

975.000

1.015.000

38

Bijlage Taakvelden Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar deze Bijlage Taakvelden gaan en in kosten van overhead die naar het hierna volgende Overzicht Overhead gaan. Taakvelden zijn 53 - in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten - voorgeschreven zorggebieden die betrekking hebben op taken en daaraan gerelateerde activiteiten. De directe kosten zijn naar de taakvelden verdeeld op basis van verdeelsleutels gebaseerd op de staat van personeelslasten en een opgave van de managers en teamleiders over de werkzaamheden die de medewerkers verrichten. De cijfers zijn indicatief. De verdeling is bewust eenvoudig gehouden. Totalen per taakveld begroting 2025

DBP Gemeenten Baten Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk 0.1 Bestuur 50.300 20.000 10.800 19.500 0.2 Burgerzaken 181.800 72.300 39.100 70.400 0.4 Overhead 30.981.700 -543.100 12.110.200 6.541.900 11.786.500 0.5 Treasury 33.900 13.500 7.300 13.100 0.61 OZB woningen 72.800 29.000 15.600 28.200 0.62 OZB niet-woningen 18.100 7.200 3.900 7.000 0.9 Vennootschapsbelasting 28.600 11.400 6.100 11.100 2.1 Verkeer, wegen en water 114.400 -1.000 45.100 24.400 43.900 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 141.800 -1.300 55.900 30.200 54.400 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 60.600 24.100 13.000 23.500 6.3 Inkomensregelingen 993.400 395.200 213.500 384.700 6.4 WSW en beschut werk 80.000 31.800 17.200 31.000 6.5 Arbeidsparticipatie instrumenten gericht op toeleiding naar werk 80.000 31.800 17.200 31.000 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 660.600 262.800 142.000 255.800 6.72a Jeugdhulp begeleiding 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72b Jeugdhulp behandeling 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72c Jeugdhulp dagbesteding 46.000 18.300 9.900 17.800 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 46.000 18.300 9.900 17.800 6.73a Pleegzorg 30.800 12.300 6.600 11.900 6.73b Gezinsgericht 30.800 12.300 6.600 11.900 6.73c Jeugdhulp met verblijf overig 30.800 12.300 6.600 11.900 6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 28.200 11.200 6.100 10.900 6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 30.800 12.300 6.600

11.900 6.74c Gesloten plaatsing 30.800 12.300 6.600 11.900 6.82a Jeugdbescherming 36.900 14.700 7.900 14.300 6.82b Jeugdreclassering 25.600 10.200 5.500 9.900 7.2 Riolering 92.400 -800 36.400 19.700 35.500 7.4 Milieubeheer 52.100 -500 20.500 11.100 20.000 8.1 Ruimtelijke ordening 545.200 -5.100 214.900 116.100 209.100 8.2 Grondexploitatie 109.800 -1.000 43.300 23.400 42.100 8.3 Wonen en bouwen 373.700 -2.300 147.800 79.800 143.800 Totaal 35.099.900 -555.100 13.744.000 7.424.400 13.376.400 Lasten

39

Bijlage Overzicht Overhead Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar de Bijlage Taakvelden gaan (zie de bijlage hiervoor) en in kosten van overhead die naar dit Overzicht Overhead gaan. Overhead is gedefinieerd als: De kosten die verband houden met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betreft de hiërarchisch leidinggevenden, financiën, control, HRM, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken en bestuursondersteuning, ICT, facilitaire zaken, huisvesting, DIV en managementondersteuning. De cijfers zijn indicatief. Er is bewust voor gekozen de verdeling eenvoudig te houden.

Overhead Salariskosten, opleidingen en overige personeelslasten Personele benodigdheden ICT benodigdheden Implementatie omgevingswet Kantoorbenodigdheden Stelposten Totaal overhead

Lasten Baten 21.064.900 -469.600 1.292.600 5.141.300 -73.500 112.200 2.290.800 1.079.900 30.981.700 -543.100

40

P

DE BEDRIJFSVOERINGS PARTNER

Het bestuur van De BedrijfsvoeringsPartner

Besluit: 1. De 2' tussenrapportage2024 van De BedrijfsvoeringsPartnervast te stellen. 2. De vastgestelde 2' tussenrapportage 2024 van De BedrijfsvoeringsPartner met begeleidende brief via de colleges ter kennisgeving toe te sturen aan de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk.

Albrandswaard, 11 september 2024, Secre

@=fDBP,

Voorzitter Bestuur DBP

fz H .T. valyéochove

M. Bianchi

P

DE BEDRIJFSVOERINGS PARTNER

Het bestuur van De BedrijfsvoeringsPartner Gezien: Het voorstel van het dagelijks bestuur van 12 juni 2024 en de ingediende zienswijzen van de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk,

Besluit: 1.

2. 3.

4.

Kennis te nemen van de door de gemeenten ingediende zienswijzen, De antwoordbrieven aan de gemeenten vast te stellen en te verzenden,

De begroting 2025 van De BedrijfsvoeringsPartnervast te stellen, De vastgestelde begroting 2025 ter kennisgeving - via de colleges van B&W - te versturen

naar de gemeenteraden van Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk.

Albrandswaard, 11 september 2024 Secretaris Bes1

r)

Voorzitter Bestuur DB

M. Bianc

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3667/documents/32921