58. 441210 Raadsvoorstel zienswijzen kadernota 2023 en wijziging kostenverdeelsleutel Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Zienswijzen Kadernota 2023 en wijziging kostenverdeelsleutel VRR
College van burgemeester en wethouders 25 januari 2022
Portefeuillehouder Jolanda de Witte
Zaaknummer 441210
Openbaar
E-mailadres opsteller: h.tascilar@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De zienswijze op de Kadernota 2023 en op de wijziging van de kostenverdeelsleutel van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) vast te stellen overeenkomstig bijgaande brief en te versturen aan de VRR met als strekking: • De Kadernota 2023 en de wijziging van de kostenverdeelsleutel geven geen reden tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
1/6
Raadsvoorstel Inleiding Het Dagelijks Bestuur (DB) heeft op 21 december jl. de Kadernota 2023 en de wijziging van de kostenverdeelsleutel behandeld en besloten de stukken aan u voor te leggen voor de zienswijzeprocedure. De Kadernota 2023 zal in tegenstelling tot voorgaande jaren de zienswijzeprocedure doorlopen. Mede doordat de financiële consequenties van de ontwikkelagenda en de gefaseerde opbouw van de nieuwe kostenverdeelsleutel zijn verwerkt in deze kadernota. Dit beleidsplan zal dan ook grotendeels in het teken staan van de uitkomsten van de VRR ontwikkelagenda. De gemeenteraad kan zijn zienswijze over de stukken tot en met 4 maart 2022 kenbaar maken aan het DB. Ontwikkelagenda De VRR heeft een hoog risicoprofiel, waar nieuwe ontwikkelingen veel invloed op hebben. Uit het onderzoek van bureau Berenschot is gebleken dat het waar mogelijk anticiperen op nieuwe ontwikkelingen ten koste is gegaan van de capaciteit en de vakbekwaamheid in de basiszorg. Het Algemeen Bestuur (AB ) wil dat de kwaliteit weer op het benodigde niveau komt. Dit heeft aanleiding gegeven tot de bestuurlijke discussie omtrent de ontwikkelagenda van de VRR. In het vervolg op de discussie over de ontwikkelagenda zijn per bestuurlijke portefeuille vier scenario’s uitgewerkt. Op 23 november 2021 is de raad inhoudelijk geïnformeerd over de vier scenario’s middels een informatiebrief (nr. 418508).
Ten aanzien van de scenario’s heeft het AB op 8 december jl. een voorkeur uitgesproken voor scenario 2 (‘Basis op orde’). De VRR kan zich in scenario 2 wel organiseren op de benoemde wettelijke taken (bijlage 1), waardoor de basisdienstverlening van de VRR weer op orde kan worden gebracht. Daarnaast kan de organisatie zich aanpassen op de nu al ervaren gevolgen van de externe ontwikkelingen zoals, de klimaat- en energietransitie, digitalisering, informatisering en robotisering, extreem weer en Covid-19. Eerder in het Regionaal Risicoprofiel 20222025 is gebleken dat deze externe ontwikkelingen ook gevolgen kunnen hebben voor onze gemeente. Nieuwe kostenverdeelsleutel De huidige kostenverdeelsystematiek is gebaseerd op de inkomsten uit het gemeentefonds van het jaar 2007. Het gemeentefonds heeft zich door de jaren heen echter aanzienlijk ontwikkeld. Hiermee heeft de huidige kostenverdeelsystematiek geleid tot een scheefgroei tussen regiogemeenten. Deze verdeelsleutel sluit dan ook niet meer aan op de bestuurlijke keuzes uit 2008, zowel qua verdeelprincipe als qua uitzonderingspositie van de gemeente Rotterdam. Hierdoor is door de Bestuurlijke Begeleidingscommissie voorgesteld de kostenverdeelsleutel te baseren op een duidelijk verdeelprincipe. Het karakter van de organisatie heeft bij de keuze voor een nieuw verdeelprincipe ook een sterke rol gespeeld.
Bij samenwerkingsverbanden voor dienstverlening met een sterk regionaal karakter wordt het principe ‘inkomsten’ als leidend principe geadviseerd. Het principe ‘inkomsten’ betreft een verdeelsleutel waarbij de gemeentelijke bijdragen worden verdeeld in dezelfde verhouding als de inkomsten uit het gemeentefonds. Gemeenten die volgens dit principe meer kosten zullen maken krijgen een hogere algemene uitkering en betalen een groter aandeel in de kosten van de veiligheidsregio. Resumerend: de sterkste drager, betaalt het meest. Op grond van deze overwegingen heeft het AB op 8 december jl. ten aanzien van het kostenverdeelsleutel haar voorkeur uitgesproken voor een kostenverdeelsleutel die gebaseerd is op een verdeling naar evenredigheid van de inkomsten uit het gemeentefonds. Voor de wijziging van de kostenverdeelsleutel wordt een zienswijze aan de gemeenteraad gevraagd. Kadernota 2023 In de Kadernota 2023 zijn de financiële en beleidsmatige kaders voor de programmabegroting van 2023 opgenomen. De financiële consequenties van de hiervoor benoemde ontwikkelagenda (scenario 2) en de nieuwe kostenverdeelsleutel zijn in deze kadernota verwerkt (bijlage 1). Als gevolg van dit
2/6
traject zal de kadernota in tegenstelling tot voorgaande jaren de zienswijzeprocedure doorlopen. De Kadernota 2023 bevat ook andere ontwikkelingen, waaronder het indexeringspercentage. Voor de indexering van de gemeentelijke bijdragen wordt uitgegaan van het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen. Op basis van de looncomponent (80%) en de nationale consumentenprijsindex (20%) komt het gewogen indexpercentage voor 2023 uit op 4,8%. Gewijzigde Financiële verordening Tot slot zijn er wijzigingen doorgevoerd in de Financiële verordening van de VRR, deze zijn opgenomen in bijlage 2. De nieuwe verdeelsystematiek en de wijze van ingroei wordt beschreven in deze verordening. De wijzigingen die zijn doorgevoerd sluiten aan op de bestuurlijke keuzes om de huidige kostenverdeelsleutel te wijzigingen. Aanvankelijk lijkt met de wijzigingen de aansprakelijkheid van de deelnemende gemeenten te komen vervallen (hoofdstuk 5, artikel 15), maar dit onderdeel blijft gewaarborgd in de nieuwe GR. Voor de gewijzigde Financiële verordening wordt geen zienswijzeprocedure doorlopen. Beoogd effect Het geven van een zienswijze waarmee de gemeente Albrandswaard sturing kan geven op de Kadernota 2023 en de wijziging van de kostenverdeelsleutel van de VRR.
Hiermee kan de VRR de afgesproken diensten uitvoeren en kan de basisdienstverlening van de VRR op orde worden gebracht. Argumenten 1.1 Het DB biedt de raden van de deelnemende gemeenten, conform het gestelde in artikel 34b van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, de kadernota aan met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het volgende begrotingsjaar. De VRR is een hoogwaardige crisisorganisatie en het is noodzakelijk om hierin te investeren, zodat de organisatie op dit niveau kan blijven acteren. Er zijn veel aanwezige risico’s binnen onze gemeente waarbij veiligheid om aandacht vraagt, ook als het gaat om de relevante risico's uit aangrenzende gemeenten. Hiervoor dient de VRR toonaangevend te blijven en de basis voor gedegen brandweerzorg en crisisbeheersing dient - ook in financieel opzicht - op orde te zijn. Hierbij vormen de kaders uit de kadernota het startpunt van begroting en verantwoording van dit proces. 1.2 In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de VRR is in artikel 38 lid 1d vastgelegd dat wijzigingen in de financieringssystematiek voor een zienswijze aan de raden worden aangeboden. De huidige verdeelsleutel sluit niet meer aan op de bestuurlijke keuzes uit 2008. De VRR stelt voor de kostenverdeelsleutel te baseren op het principe ‘inkomsten’.
Hierbij worden de kosten verdeeld naar evenredigheid van de gerelateerde inkomsten uit het gemeentefonds en ontstaat er een verdeelsystematiek die rechtvaardig en uitlegbaar is. Door op deze wijze aansluiting te zoeken bij de bestaande praktijk wordt de meest redelijke en duurzame basis gevormd voor de verdeling van de kosten van de VRR over de regiogemeenten. De verhouding van inkomsten wordt immers gekoppeld aan de verhouding van uitgaven. De voorgestelde verdeelsystematiek beweegt gemakkelijk mee met toekomstige veranderingen binnen onze gemeenten zelf, of binnen het gemeentefonds. Tot slot zorgt de nieuwe financieringssystematiek ervoor dat de VRR toekomstbestendig wordt en blijft. Overleg gevoerd met De portefeuillehouder en de financieel adviseur. Kanttekeningen Er liggen een aantal aannames ten grondslag aan deze kadernota. Dat leidt er toe dat de geprognosticeerde totale bijdrage per gemeente in het vervolg kan afwijken. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verwachting dat de kosten per gemeente verder kunnen stijgen.
De stijging in de toekomstige gemeentelijke bijdrage kunnen onder meer veroorzaakt worden door: • De aanname die wordt gemaakt over de indexeringspercentages vanaf 2023: voor de jaren na 2023 is in deze kadernota geen indexering opgenomen, deze zijn nog niet vastgesteld door de Werkgroep verbetering financiële sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Dit betekent dat het indexpercentage en dus de meerjarenraming in het vervolg kunnen afwijken.
3/6
•
•
•
Een tweede aanname is de verdeling van de totale kosten. De nieuwe verdeelsleutel wordt bij elke begrotingscyclus bij het opstellen van de kadernota geactualiseerd op basis van de meest recente septembercirculaire. Doordat gemeenten naar rato blijven betalen verandert er niets in de totale kosten, maar de toekomstige bijdrage per gemeente kan hierdoor afwijken. In de raming 2023 is uitgegaan van een loonkostenstijging van 1,9% conform de conceptbrief van de gemeentesecretarissen. Tevens zijn de gevolgen van het principeakkoord voor de nieuwe CAO ingaande per 1-12-2021 meegenomen in deze raming. Deze CAO is eind 2022 niet meer van kracht en zal opnieuw moeten worden vastgesteld. Dat kan uiteraard tot hogere kosten leiden. Tot slot vormt de professionalisering van de bevolkingszorg een onderdeel van scenario 2. De kosten hiervan zijn niet bekend en maken dan ook nog geen onderdeel uit van de gemeentelijke bijdragen. Er moet eerst besloten worden in welke mate de VRR de coördinatie op zich zal nemen.
Voorts betreffen de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en de vrijwillige brandweer twee onderwerpen die van invloed kunnen zijn op de programmabegroting 2023. De keuze over de inwerkingtreding van de Wnra zal halverwege 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd. Voor de vrijwillige brandweer geldt dat het contrast tussen vrijwilligers en beroeps bij de brandweer moet worden verscherpt. Hierbij rijst de vraag welke (indirecte) financiële gevolgen dat heeft voor onze gemeente. Uitvoering/vervolgstappen Zienswijzen kunnen uiterlijk t/m 4 maart 2022 kenbaar gemaakt worden aan het DB. Daarna zal het DB de ingekomen zienswijzen behandelen waarna de Kadernota 2023 van de VRR ter vaststelling wordt voorgelegd aan het AB. Nadat de Kadernota 2023 de zienswijze heeft doorlopen wordt de programmabegroting 2023 opgesteld. Voordat het bestuur de programmabegroting 2023 definitief vaststelt, wordt deze aan u aangeboden zodat de gemeenteraad zijn zienswijze kenbaar kan maken. Financiën In de informatiebrief d.d. 2 december 2021 is separaat weergegeven wat de financiële consequenties zijn van de gefaseerde opbouw van de ontwikkelagenda en van de nieuwe kostenverdeelsleutel (exclusief indexering). Voor de volledigheid zijn de financiële consequenties hieronder opnieuw opgenomen (inclusief indexering).
Doordat het indexpercentage voor de jaren na 2023 op dit moment nog niet zijn vastgesteld, wordt in dit voorstel uitsluitend de ontwikkeling van de bijdrage 2022 conform primaire begroting tot aan de bijdrage 2023 toegelicht. Het meerjarig verloop (2024 t/m 2026) van de gemeentelijke bijdragen zijn nader gespecificeerd in de opgenomen tabel bij dit voorstel. Ontwikkelagenda Scenario 2 vergt een totale investering van € 9,45 mln. van de deelnemende gemeenten. Daarbij is ingestemd met een gefaseerde opbouw van de kosten in de jaren 2023 tot en met 2026, waarbij de meerkosten voor 2022 ten laste gaan van de algemene reserve van de VRR. De meerkosten zijn cumulatief verdeeld over de jaren 2023 tot en met 2026. In het kader van de ontwikkelagenda geldt voor het begrotingsjaar 2023 een bedrag van € 52.000 aan meerkosten voor de gemeente Albrandswaard. Nieuwe kostenverdeelsleutel Vanaf 2023 geldt een evenredig aandeel van elke gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding (onderdeel van het cluster OOV). Dat resulteert in herverdeeleffecten ten opzichte van de huidige verdeling. Om gemeenten voldoende tijd te geven om zich daar op aan te passen ondersteunt het bestuur de lijn om in de jaren 2023 tot en met 2026 in 4 gelijke stappen van 25% in te groeien van het oude naar het nieuwe model.
Voor het begrotingsjaar 2023, 1e stap van de herverdeling, leidt dit tot een gemeentelijke bijdrage van € 8.943. Hierbij is de eerste jaartranche van 25% van de kostenverdeelsleutel toegepast. Accres Voor de toepassing van het accres per gemeente wordt de verdeelsleutel o.b.v. evenredigheid aan de
4/6
inkomsten uit het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding uit het Gemeentefonds aangehouden. Voor 2023 is een indexering van 4,8% toegepast. Dit resulteert in een gemeentelijke bijdrage van € 64.426. Totaloverzicht begrotingsjaar 2023 De huidige totale bijdrage aan de VRR - met uitzondering van de gevolgen van de ontwikkelagenda, de herverdeling en de indexering- betreft € 1.267.935. Het effect van deze ontwikkelingen leiden tot een totale meerkosten van € 125.369 voor het begrotingsjaar 2023. Met als gevolg dat in 2023 een totale gemeentelijke bijdrage van € 1.393.304 wordt geleverd aan de VRR. Als gevolg van de nieuwe kostenverdeelsleutel is de FLO-bijdrage (functioneel leeftijdsontslag) vanaf 2023 een onderdeel van de primaire bijdrage en is de bluswatervoorziening als aparte bijdrage opgenomen. Deze methodiek leidt tot een andere opbouw van de primaire bijdrage per gemeente. De hiervoor benoemde totale gemeentelijke bijdrage van de gemeente Albrandswaard (€ 1.393.304) bestaat hierdoor uit een basisbijdrage van € 1.356.876 voor het begrotingsjaar 2023 en een bijdrage van € 36.428 voor de bluswatervoorzieningen. De bijdrage voor de bluswatervoorzieningen wordt geleverd omdat wij deze taak niet in eigen beheer hebben. Een totaaloverzicht van het meerjarig verloop van de ontwikkelingen is hieronder opgenomen: 2023
2024
2025
Meerkosten ontwikkelagenda
€ 87.000
€ 113.000
€ 128.000
Ingroei gemeentelijke bijdrage
€ 1.276.878
€ 1.285.821
€ 1.294.764
€ 1.303.708
Accres
€ 64.426
€ 65.616
€ 66.500
€ 67.009
€ 1.474.264
€ 1.498.717
Totale bijdrage € 1.393.304 € 1.438.437 Tabel 1: Totaaloverzicht meerjarig verloop ontwikkelingen
2026
Communicatie/participatie na besluitvorming Niet van toepassing.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Aanbiedingsbrief Kadernota 2023 en Gemeenschappelijke Regeling Bijlage 1 Kadernota 2023 VRR Bijlage 2 Gewijzigde Financiële Verordening VRR 441210_AW_Conceptzienswijze_Kadernota_wijziging_Kostenverdeelsleutel_VRR
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Zienswijzen Kadernota 2023 en wijziging kostenverdeelsleutel VRR
Zaaknummer: 441210
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 25 januari 2022,
BESLUIT: 1. De zienswijze op de Kadernota 2023 en op de wijziging van de kostenverdeelsleutel van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) vast te stellen overeenkomstig bijgaande brief en te versturen aan de VRR met als strekking: • De Kadernota 2023 en de wijziging van de kostenverdeelsleutel geven geen reden tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
6/6
Postadres Postbus 9154 3007 AD Rotterdam
Bezoekadres
Wilhelminakade 947 Rotterdam
Telefoon E-Mail Ons kenmerk Betreft Datum Behandeld door
Aan de colleges van B&W in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
088 - 8779 914 directie-secretariaat@vr-rr.nl 21UIT30475 Zienswijzeprocedure Kadernota 2023 en Gemeenschappelijke regeling 23 december 2021 Mr. drs. A. Littooij
Geacht college, Op 8 december jl. heeft het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) het voorgenomen besluit genomen tot uitvoering van scenario 2 van de Ontwikkelagenda (basis op orde) en de verwerking van de financiële consequenties van scenario 2 in de Kadernota 2023 en de Begroting 2023. Het Dagelijks Bestuur heeft op 21 december jl. de Kadernota 2023 van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond behandeld en besloten deze voor de zienswijzeprocedure voor te leggen aan uw gemeente. Op 8 december jl. heeft het Algemeen Bestuur van de VRR ook het voorgenomen besluit genomen tot invoering van een nieuwe kostenverdeelsleutel voor de deelnemende gemeenten die gebaseerd is op een verdeling naar evenredigheid van de inkomsten uit het gemeentefonds. In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de VRR is in artikel 38 lid 1d vastgelegd dat “wijzigingen in de financieringssystematiek voor een zienswijze aan de raden worden aangeboden.” De implementatie van de nieuwe kostenverdeelsleutel vergt een wijziging van de GR van de VRR. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om ook een aantal andere wijzigingen in de GR door te voeren. Conform artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gaan “colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters niet over tot het wijzigen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden.
De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.” Bij deze brief treft u de Kadernota 2023 en de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling VRR aan. Ik verzoek u deze door te zenden aan uw gemeenteraad voor een zienswijze. Kadernota 2023 Ten aanzien van de scenario’s uit de Ontwikkelagenda heeft het Algemeen Bestuur erkend dat de basisdienstverlening van de VRR op orde gebracht moet worden om te voldoen aan de huidige eisen en is een voorgenomen besluit genomen tot uitvoering van scenario 2 (Basis op orde). Scenario 2 vergt een investering van de deelnemende gemeenten van € 9,45 mln. Daarbij is gevraagd om een gefaseerde opbouw van de kosten in de jaren 2023 tot en met 2026. Vergelijkbaar met de werkwijze bij grote herverdeeleffecten in het gemeentefonds, wordt de ingroei gemaximeerd en wel op € 4,25 per inwoner per jaar. Dat betekent dat de gemeente Goeree-Overflakkee 2 jaar langer de tijd krijgt om in te groeien. De financiële consequenties van de Ontwikkelagenda en de gefaseerde opbouw zijn verwerkt in de Kadernota 2023.
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
In de informatiebrief d.d. 22 november 2021 is separaat weergegeven wat de financiële gevolgen zijn van de gefaseerde opbouw van de ontwikkelagenda en van de nieuwe kostenverdeelsleutel. Voor de volledigheid zijn beide tabellen hieronder opnieuw opgenomen:
-2-
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
De kadernota 2023 bevat ook andere ontwikkelingen, waaronder het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen. Het eindresultaat van deze ontwikkelingen is in onderstaande tabel opgenomen en nader gespecificeerd in de kadernota.
Gevraagd: Een zienswijze op de Kadernota 2023.
Gemeenschappelijke Regeling VRR In de bestaande Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt in artikel 38 bij de ‘verdeling der kosten’ gesproken over een gemeentelijke classificatie. De voorgestelde nieuwe kostenverdeelsleutel kent geen indeling in groepen gemeenten meer. Elke gemeente vormt feitelijk een eigen groep. Om die reden is het gewenst de GR aan te passen. Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om ook een aantal andere wijzigingen door te voeren. Deze wijzigingen hebben te maken met: -
het beleggen van het beheer van de meldkamer bij Politie Nederland, de aanwijzing van de VRR als RAV, de herindeling van Nissewaard, de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, eerdere wijzigingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (niet de aanpassingen die momenteel bij de 1e Kamer voorliggen), eisen aan VRR vanuit de Aanbestedingswet en een verschuiving van teksten tussen GR en de financiële verordening (in bijlage 3 is de gewijzigde financiële verordening opgenomen).
Daarnaast zijn diverse teksten vereenvoudigd, verduidelijkt en/of geactualiseerd.
-3-
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Gevraagd: 1. Voor de wijziging van de GR-tekst is toestemming van de gemeenteraden nodig (artikel 1 Wet gemeenschappelijke regelingen). De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2. Voor de wijziging van de kostenverdeelsleutel wordt een zienswijze aan de gemeenteraden gevraagd (artikel 38 lid 1d Gemeenschappelijke Regeling VRR).
Graag verwijs ik u naar het concept raadsbesluit dat bij deze brief is gevoegd (bijlage 4). Besluitvormingsroute De zienswijzeprocedure neemt, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, 8 weken in beslag. Deze periode gaat in na het kerstreces op 10 januari 2022. Zienswijzen kunnen uiterlijk t/m 4 maart 2022 kenbaar gemaakt worden aan het Dagelijks Bestuur. Daarna zal het Dagelijks Bestuur de ingekomen zienswijzen behandelen waarna de Kadernota 2023 en de Gemeenschappelijke Regeling VRR ter vaststelling worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Met vriendelijke groet,
Ing. A. Aboutaleb Voorzitter Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Bijlagen: 1. Kadernota 2023 2. Gewijzigde gemeenschappelijke regeling 3. Gewijzigde Financiële verordening 4. Concept Raadsbesluit i.v.m. wijziging GR
-4-
Algemene en Financiële beleidskaders 2023
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
1
Inhoud Uitgangspunten opstellen begroting 2023 ............................................................................................. 3 1. Inleiding............................................................................................................................................... 3 2. Opzet van de programmabegroting................................................................................................ 4 3. Baten ................................................................................................................................................... 5 3.1 Gemeentelijke bijdragen ............................................................................................................ 5 3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ......................................................... 10 3.3 Overige opbrengsten ................................................................................................................ 10 4. Lasten ............................................................................................................................................... 11 4.1 Personeel ...................................................................................................................................
11 4.2 Indexering van de lasten .......................................................................................................... 13 4.3 Investeringen en kapitaallasten .............................................................................................. 13 4.4 Ontwikkeling Begroting ............................................................................................................ 13 5. Eigen vermogen .............................................................................................................................. 14 5.1 Weerstandsvermogen .............................................................................................................. 14 5.2 Liquiditeitspositie ....................................................................................................................... 14 5.3 Reserves en voorzieningen ..................................................................................................... 14 6. Beleidsontwikkelingen .................................................................................................................... 15 6.1 Algemeen ...................................................................................................................................
15 6.2 Overige ontwikkelingen ............................................................................................................ 19 Bijlage 1: Overzicht van plustaken 2023 .......................................................................................... 21 Bijlage 2: Overzicht van ontwikkelagenda scenario 1 en 2 ........................................................... 22
2
Uitgangspunten opstellen begroting 2023 Voor u ligt de kadernota 2023. Hierin zijn de financiële en beleidsmatige kaders voor de programmabegroting van 2023 opgenomen. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording.
Kadernota
Programmabegroting
Begrotingswijzigingen
Jaarrekening
De kaders uit de kadernota zijn het uitgangspunt bij het opstellen van de programmabegroting 2023. Voordat het bestuur de programmabegroting 2023 definitief vaststelt, wordt deze aan de gemeenten aangeboden, zodat zij hun zienswijze kenbaar kunnen maken.
1. Inleiding Op 1 januari 2023 zal het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2023 van start gaan. Dit beleidsplan zal grotendeels in het teken staan van de uitkomsten van de VRR Ontwikkelagenda. De aanleiding voor de VRR Ontwikkelagenda ligt in het feit dat het takenpakket van de VRR in het afgelopen decennium aanzienlijk is verbreed. De uitbreiding van taken is o.a. het gevolg van diverse nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de dienstverlening van de VRR. Denk hierbij aan verstedelijking (inclusief hoogbouw), de klimaat- en energietransitie, de komst van de omgevingswet, digitalisering, informatisering en robotisering, extreem weer, Covid-19 etc. De uitkomsten van de ontwikkelagenda zijn inmiddels ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd en akkoord bevonden in de vergadering van het algemeen bestuur van 8 december 2021. De consequenties zijn in deze kadernota verwerkt. Als gevolg van dit traject zal de kadernota in tegenstelling tot voorgaande jaren de zienswijze procedure doorlopen. Nadat de kadernota de zienswijze heeft doorlopen wordt de programmabegroting opgesteld.
3
2. Opzet van de programmabegroting De opzet van de begroting 2023 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en, voor zover van toepassing, de Wet- en regelgeving Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met de verbijzonderingen daarop zoals neergelegd in de Financiële Verordening van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Autorisatie van de begroting vindt volgens het BBV formeel plaats op programmaniveau. Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2021 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2022 worden in de begroting 2023 verwerkt, waarbij tevens de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen zijn verwerkt. De begroting 2023 bestaat uit vier programma’s: • programma Ambulancezorg • programma Brandweerzorg • programma Risico & Crisisbeheersing (R&C). In dit programma is ook de GHOR opgenomen. • programma Overhead
4
3. Baten
3.1 Gemeentelijke bijdragen Indexering bijdragen Voor de indexering van de gemeentelijke bijdragen wordt uitgegaan van het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen en is vastgesteld door de colleges van B&W van alle deelnemende gemeenten. Vooralsnog wordt in deze kadernota uitgegaan van de nog niet vastgestelde conceptbrief voor 2023. De werkgroep gaat bij de bepaling van het indexeringspercentage voor gemeenschappelijke regelingen vanaf 2022 uit van een gewogen indexpercentage. De looncomponent maakt daarvan 80% uit, op basis van het indexcijfer ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. De overige 20% wordt bepaald door de ‘nationale consumentenprijsindex’. Beide indexcijfers zijn te vinden in de verzamelde bijlagen van de Macro Economische Verkenning 2022. Voor 2023 komen beide uit op 1,9%.
Jaren
2020
2021
2022
2023
Prijsindex CPB
2,30
2,30
2,90
1,90
Voorgaande jaren
1,70
1,50
1,40
Verrekening
0,60
0,80
1,50
1,90
Correctie 2022
1,50
Correctie 2021
0,80
Correctie 2020
0,60
Accres 2023
4,80
Getoonde cijfers in bovenstaande tabel zijn percentages. Inwonerbijdragen 2023 Nieuwe kostenverdeelsleutel Voor het begrotingsjaar 2023 zal voor de gemeentelijke bijdrage een nieuwe kostenverdeelsystematiek gebruikt gaan worden voor het bepalen van de gemeentelijke bijdrage (op basis van het voorstel van het AB van 8 december 2021 met betrekking tot kostenverdeelsleutel en gemeenschappelijke regeling). Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van elke gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding (onderdeel van het cluster OOV), zoals opgenomen in de September circulaire (uitgavejaar 2022)1. Tevens zijn de kosten voor bluswatervoorzieningen uit de primaire bijdrage gehaald en worden deze vanaf 2023 separaat doorbelast, net als de Plustaken (voorheen DVO+). Voor Schiedam en Rotterdam worden de wijkbrandweermannen als Plustaak gezien vanaf 2023. Daarentegen wordt de Chemisch adviestaak en FLO met ingang van 2023 onderdeel van de primaire bijdrage. 2 Deze methodiek leidt tot een andere opbouw van de primaire bijdrage per gemeente.
Om sommige gemeenten niet direct met een grote kostenverhoging te confronteren is ervoor gekozen om naar deze nieuwe verdeelsleutel in te groeien met 25% per jaar over een periode van 4 jaar (t/m 2026) met een maximum van € 4,25 per inwoner per jaar. Op basis van dit maximum bedraagt de ingroeiperiode voor de gemeente Goeree-Overflakkee 6 jaar. Ontwikkelagenda Als gevolg van de uitvoering van de ontwikkelagenda (op basis van het besluit van het AB van 8 december 2021) stijgt de bijdrage in 4 jaar met een totaal van € 9.450k. Conform het AB-besluit zal de totale bijdrage in het kader van de ontwikkelagenda tot en met 2026 stapsgewijs toenemen. In 2023 is de 1
De nieuwe verdeelsleutel wordt bij elke begrotingscyclus bij het opstellen van de kadernota geactualiseerd op basis van de meest recente septembercirculaire. 2 Deze wijzigingen zijn nader onderbouwd in hoofdstuk 4 van het Eindrapport kostenverdeelsleutel VRR, versie 1.0, d.d. 25 november 2021.
5
tranche opgenomen van € 3.858k. Deze is onderdeel van de basisbijdrage. De voortgang van het ontwikkelingstraject wordt gemonitord en eventueel bijgesteld na besluitvorming in het bestuur. Na besluitvorming wordt dit opgenomen in de eerstvolgende kadernota. De toename van de bijdrage in het kader van de ontwikkelagenda ziet er (exclusief indexering) als volgt uit:
Toename per jaar (bedragen x € 1.000,-) 2023
2024
3.858
2025
2.575
2026
1.887
1.129
In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de bijdrage 2022 conform primaire begroting tot aan de bijdrage 2023 gepresenteerd:
Bijdragen
Bijdrage 2022 conform begroting
2023 na 1e stap herverdeling
Ontwikkelagenda
Accres
Totale bijdrage 2023
Albrandswaard
1.267.936
1.276.878
52.000
64.426
1.393.304
Barendrecht
2.414.494
2.434.412
103.000
123.222
2.660.634
Brielle
1.219.048
1.188.517
45.000
54.220
1.287.737
Capelle aan den IJssel
4.319.796
4.274.583
165.000
204.467
4.644.050
Goeree-Overflakkee
2.835.109
3.046.558
165.000
162.314
3.373.872
Hellevoetsluis
2.010.876
2.070.930
92.000
111.847
2.274.777
Krimpen aan den IJssel
1.461.625
1.495.622
65.000
78.963
1.639.585
Lansingerland
3.827.581
3.654.851
130.000
154.980
3.939.831
Maassluis
1.706.600
1.740.055
76.000
90.924
1.906.979
Nissewaard
5.369.744
5.324.085
211.000
256.346
5.791.431
Ridderkerk
2.350.903
2.441.958
110.000
134.190
2.686.148
Rotterdam (excl. GB)
54.505.894
54.513.326
2.171.000
2.622.584
59.306.910
Schiedam
6.005.631
5.920.227
231.000
279.727
6.430.954
Vlaardingen
5.602.084
5.436.819
204.000
244.105
5.884.924
Westvoorne Totaal
1.039.570 95.936.891
1.012.344 95.831.167
38.000 3.858.000
45.995 4.628.310
1.096.339 104.317.475
4.269.494
4.271.791
175.000
212.062
4.658.853
Voorne aan Zee
In de kolom “2023 na 1e stap herverdeling” is de eerste jaartranche van 25% van de kostenverdeelsleutel per gemeente toegepast (zie “nieuwe kostenverdeelsleutel” op blz. 5). Daarnaast is op deze kolom de consequentie van de ingroeiperiode van 6 jaar van Goeree Overflakkee verwerkt (-105.724 euro), waardoor de totale bijdrage van de eerste naar de tweede kolom zakt met dit zelfde bedrag. Genoemde bedragen in de kolom “2023 na 1e stap herverdeling” en kolom “Ontwikkelagenda” zijn conform de besluiten van het AB van 8 december 2021 met betrekking tot respectievelijk de besluiten “Kostenverdeelsleutel” en de “Ontwikkelagenda”. In de kolom accres zijn de volgende zaken opgenomen: -
Indexering (accres) op de basisbijdrage van 4,8% o.b.v. het indexeringspercentage dat jaarlijks wordt bepaald door de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen (zie blz. 5) Indexering op de bijdrage plustaken en bluswater van 4,8%. Indexering op de bijdrage ontwikkelagenda van 3,4% (correctie 2022 van 1,5% plus indexering 2023 van 1,9%) Verlaging van de bijdrage voor de Plus-taak Strandwacht Rotterdam toegepast conform individuele afspraak.
6
Voor de toepassing van accres en ontwikkelagenda per gemeente wordt de verdeelsleutel o.b.v. evenredigheid aan de inkomsten uit het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding uit het Gemeentefonds aangehouden.
7
Meerjarenraming inclusief plustaken en bluswaterbijdrage Naast de basisbijdrage voor de basiszorg zijn met enkele gemeenten separate afspraken gemaakt. Dit worden de zgn. Plustaken genoemd. Onder deze taken vallen in de huidige systematiek onder andere de individuele bijdragen ten aanzien van de lasten voortvloeiend uit het FLO-overgangsrecht. Als gevolg van de nieuwe kostenverdeelsleutel is de FLO bijdrage vanaf 2023 een onderdeel van de primaire bijdrage en is de bluswatervoorziening als aparte bijdrage opgenomen. Onderstaande tabel geeft de verwachte meerjarenontwikkeling over de jaren 2023-2026:
Totale bijdrage 2023 is opgebouwd uit: Gemeente
Totale bijdrage 2023
Basisbijdrage 2023
Albrandswaard
1.393.304
1.356.876
Barendrecht
2.660.634
2.660.634
Brielle
1.287.737
1.270.450
Capelle aan den IJssel
4.644.050
4.485.505
Goeree-Overflakkee
3.373.872
3.307.983
Hellevoetsluis
2.274.777
2.248.760
Krimpen aan den IJssel
1.639.585
1.608.967
Lansingerland
3.939.831
Maassluis
Plustaken
Totale bijdrage 2024
Bluswater
36.428
Totale bijdrage 2025
Totale bijdrage 2026
1.438.437
1.474.264
1.498.717
2.751.899
2.823.517
2.875.489
17.288
1.287.192
1.279.409
1.262.319
85.185
4.712.577
4.750.084
4.755.537
65.889
3.700.095
3.995.299
4.256.380
0
2.397.905
2.505.523
2.592.461
30.617
1.718.044
1.785.129
1.838.772
3.939.831
3.856.025
3.749.471
3.616.033
1.906.979
1.906.979
1.993.168
2.064.882
2.121.085
Nissewaard
5.791.431
5.704.716
86.715
5.891.564
5.952.406
5.970.854
Ridderkerk
2.686.148
2.629.556
56.592
2.852.686
2.999.578
3.123.721
Rotterdam (excl. GB)
59.306.910
57.264.273
1.231.734
810.902
60.812.609
61.918.150
62.582.172
Schiedam
6.430.954
6.357.594
73.360
6.505.820
6.537.259
6.521.133
Vlaardingen
5.884.924
5.884.924
Westvoorne Totaal
1.096.339 104.317.475
1.082.412 101.709.460
4.658.853
4.601.621
Voorne aan Zee
73.360 26.018
5.861.317
5.798.418
5.695.193
1.404.472
13.927 1.203.543
1.094.963 106.874.301
1.087.383 108.720.770
1.071.532 109.781.398
26.018
31.215
4.780.060
4.872.315
4.926.312
8
De gemeenten die bijdragen voor bluswatervoorzieningen zijn de gemeenten voor wie de bluswatervoorzieningen van oudsher bij de VRR zijn georganiseerd. De gemeenten die geen bijdrage aan de VRR leveren voor bluswatervoorzieningen hebben deze taak in eigen beheer. Een specificatie van de Plustaken is opgenomen in bijlage 1 “Overzicht van Plustaken”. De bijdragen voor plustaken en bluswater in de periode 2024-2026 zijn gelijk aan het jaar 2023: voor de jaren na 2023 is in deze kadernota geen indexering opgenomen, behalve op de stapsgewijze ontwikkeling van de bijdrage aan de ontwikkelagenda. Op deze stappen is een indexering van 3,4% (1,5% correctie 2022 en 1,9% accres 2023) toegepast. De mutatie van 2023 naar 2024 ziet er dan als volgt uit:
Mutatie 2023-2024
Bijdrage
Basisbijdrage 2023
101.709.460
Ontwikkelagenda
2.575.000
Indexering ontwikkelagenda Correctie 6-jaars transitie Goeree Basisbijdrage 2024 Plustaken en Bluswater Totale bijdrage 2024
87.550 -105.724 104.266.286 2.608.015 106.874.301
9
3.2 Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) De Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding, waarmee gerekend wordt voor de begroting 2023 en de meerjarenraming, is overgenomen uit de brief van 7 juni 2021 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. In de brief is de prognose gegeven voor de jaren 2022-2025. Voor het jaar 2026 nemen wij de cijfers voor 2025 als uitgangspunt.
Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR) (x € 1.000,-) 2021
2022
2023
2024
2025
2026
12.478
12.490
12.492
12.492
12.492
12.492
( Incl. bijzondere bijdrage CBRN risico's)
3.3 Overige opbrengsten Zorgverzekeraars Op 1 januari 2021 zijn de activiteiten van de Coöperatie AZRR volledig overgaan naar de VRR. De VRR maakt jaarlijks afspraken met de zorgverzekeraars over het aantal te leveren diensten en het daarbij behorende budget. De onderhandelingen over het budget 2023 zullen naar verwachting in oktober 2022 plaats vinden. Bij het opstellen van de begroting 2023 zijn de financiële uitgangspunten 2021 opgenomen worden. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(swijziging) worden aangepast.
10
4. Lasten 4.1 Personeel Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren Met de komst Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) zijn de arbeidsvoorwaarden van de gemeentelijke sector geregeld in de cao-gemeenten/cao samenwerkende gemeentelijke organisaties van de VRR. Voor de veiligheidsregio’s is tijdelijk een uitzondering gemaakt en is de huidige publiekrechtelijke regeling van arbeidsvoorwaarden (CAR-UWO) nog steeds van kracht. In de aanpassingswet Wnra is een bepaling opgenomen dat het personeel van de veiligheidsregio’s met uitzondering van het personeel van de ambulancezorg op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip zal plaatsvinden. Voor de veiligheidsregio’s is nu een werkgeversvereniging opgericht (Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s) die zich gaat richten op de collectieve arbeidsvoorwaardenvorming. Zij zullen zich eerst bezig houden met het moment van inwerkingtreding van de Wnra. Hierbij is de discussie over het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps bij de brandweer belangrijk. Met het verschijnen van het rapport “de juridische kaders voor maximaal behoud van brandweervrijwilligheid in Nederland” lijkt deze duidelijkheid (voorlopig) gegeven. Dat betekent dat de vraag naar voren komt over de inwerkingtreding van de Wnra.
De werkgeversvereniging gaat hierbij 3 scenario’s uitwerken: 1) Vrijwilligers blijven buiten de Wnra en voor al het overige personeel treedt de Wnra in werking; 2) Het volledige personeel van de veiligheidsregio blijft buiten de Wnra; 3) Voor het volledige personeel van de veiligheidsregio’s (dus ook de brandweervrijwilligers) treedt de Wnra in werking. De keuze zal halverwege 2022 ter besluitvorming worden voorgelegd. De uiteindelijke keuze wordt door de minister/kabinet gemaakt. Taakdifferentiatie De positie van de brandweervrijwilligers op grond van de deeltijdrichtlijn is juridisch niet meer houdbaar. Het onderscheid tussen vrijwilligers en beroeps moet aangescherpt worden. Landelijk is onderzocht of een fundamenteel onderscheid in taken tussen een vrijwilliger en een beroepsmedewerker (taakdifferentiatie) hiervoor een oplossing biedt. De minister heeft hierop een finale juridische toets laten doen waaruit blijkt dat voor het behoud van vrijwilligheid bij de brandweer taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder voorwaarden dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid. Dit betekent dat het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps verscherpt moet worden en dat niet meer gewerkt kan worden met geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligheid.
Landelijk wordt in kaart gebracht wat de consequenties hiervan zijn, waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s Het 2e loopbaanbeleid is tot stand gekomen doordat de pensioengerechtigde leeftijd verschoven is naar een hogere leeftijd. Dit betekent dat medewerkers die op of na 1 januari 2006 in dienst zijn getreden in een repressieve Brandweerfunctie deze (bezwarende) functie in principe maximaal 20 jaar mogen uitoefenen. De gedachte achter het 2e loopbaanbeleid is dat medewerker gedurende zijn loopbaan zich voorbereidt op uitstroom. Het uiteindelijk doel is een functie binnen dan wel buiten de eigen organisatie te vinden. Om dit te kunnen realiseren wordt de medewerker gefaciliteerd in opleiding, stage en andere vormen van scholing gericht op het vergroten van zijn/haar arbeidsmarktwaarde. Daarnaast is facilitering en ondersteuning mogelijk door een interne loopbaanadviseur/coach die de medewerker kan begeleiden op de arbeidsmarkt. De kosten die hiermee gemoeid zijn zitten niet zozeer in de directe kosten (school-, collegegeld en begeleiding), maar veeleer in verleturen van medewerkers en vervanging van deze medewerkers tijdens de opleidingen. In de praktijk blijk dat veel brandweermensen willen en kunnen langer doorwerken dan 20 jaar.
Landelijk wordt gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid. De universiteit van Maastricht doet onderzoek om inzicht te krijgen in de elementen van het zware werk in de huidige situatie, de samenhang tussen (combinaties van) deze elementen en parameters van duurzame inzetbaarheid.
11
Daarnaast is in april 2017 het plan brandweerzorg vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Dit plan schetst in grote lijnen de koers tot het jaar 2025. Het gaat hierbij om de zoektocht naar een optimale mix van preventieve maatregelen en flexibele en dynamische brandweerzorg waarmee de Brandweer de continuïteit van de veiligheid kan blijven waarborgen. De personele consequenties van deze ontwikkeling worden de komende jaren duidelijk en kunnen ook invloed hebben op het tweede loopbaanbeleid. Ter dekking van de kosten van de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid voor een periode van 10 jaar, is in 2013 een bestemmingsreserve ingericht. Conform BBV-regelgeving (omtrent structurele en incidentele aard) wordt deze reserve vanaf 2022 omgezet naar een voorziening. Op basis van de huidige prognose bevat deze voorziening voldoende middelen om de kosten tot en met 2027 op te vangen. Vanaf 2028 is er sprake van een daling van de FLO lasten. Door de daling van de FLO lasten kan de stijging van de lasten 2e loopbaan worden opgevangen. De lasten in het kader van het 2e loopbaanbeleid worden in de begroting en de meerjarenraming meegenomen en zijn als volgt begroot:
Lasten 2e loopbaanbeleid (x € 1.000,-) Omschrijving Opleidingen en begeleiding Verleturen personeel in opleiding Garantietoelage Totale lasten Dotatie aan de voorziening Toevoeging / Onttrekking aan de voorziening Beginstand voorziening Eindstand voorziening
2022 30 53 83 2.754 2.671 2.671
2023 74 273 347 225 -122 2.671 2.549
2024 110 406 516 225 -291 2.549 2.258
2025 143 608 752 225 -527 2.258 1.731
2026 149 617 53 819 225 -594 1.731 1.137
De onderstaande grafiek laat het meerjarig verloop van de kosten 2 e loopbaan zien ten opzichte van de daling van de FLO kosten.
12
4.2 Indexering van de lasten Eventuele reeds overeengekomen CAO-wijzigingen en wijzigingen in de sociale lasten en pensioenpremies worden in de personele lasten verwerkt. Eind 2021 zijn bonden en werkgevers een principeakkoord voor een nieuwe CAO voor gemeentemedewerkers overeengekomen met een looptijd tot 31 december 2022. Begin 2022 zal deze naar verwachting goedgekeurd worden. In deze CAO zijn o.a. afspraken gemaakt over structurele loonstijgingen (1,5% per 1 december 2021 en 2,4% per 1 april 2022), vergoeding thuiswerken en verlof. Deze afspraken werken ook door naar 2023. Daarnaast worden de overige lasten verhoogd met het laatst bekende inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS).
4.3 Investeringen en kapitaallasten Bij het opstellen van de begroting 2023 en de meerjarenplanning wordt uitgegaan van de investerings-planning 2023-2026.
Investeringen & Kapitaallasten (* € 1.000) Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Investeringen Kapitaallasten
21.071 9.993
17.016 10.772
4.325 11.114
8.574 11.005
4.315 10.909
De kapitaallasten worden in de begroting en meerjarenraming verwerkt op basis van de laatst bekende informatie. Voor de berekening van de rente op kapitaallasten is gerekend met de reële rente op de leningen. Als gevolg van het grote investeringsvolume in 2022 en 2023 wijzigen de kapitaalslasten ten opzichte van 2022.
4.4 Ontwikkeling Begroting In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de raming op hoofdlijnen 2023-2026 ten opzichte van de ontwikkelingen uit deze kadernota. Ontwikkeling Begroting 2023 en raming 2024-2026 (x € 1.000)
PROGRAMMA'S
B2023 obv meerjaren 2e BW 2021
Mutaties
B2023
B2024
B2025
B2026
Ambulancezorg
55.145
-555
54.590
54.590
54.590
54.590
Brandweerzorg
82.378
5.870
88.248
90.700
93.022
93.265
Risico- en Crisisbeheersing
7.656
1.882
9.538
9.680
9.822
9.965
Overhead
26.801
990
27.791
27.747
27.747
27.747
Totaal lasten
171.980
8.186
180.166
182.717
185.182
185.567
Totaal baten
171.881
8.380
180.261
182.819
184.664
185.726
94
102
-517
159
Saldo (vóór bestemming)
-99
193
Toevoeging bestemmingsreserves
225
-225
Onttrekking bestemmingsreserves
595
-348
247
25
212
Saldo (ná bestemming)
271
70
341
127
-305
159
In de raming 2023 is vooralsnog uitgegaan van een loonkostenstijging van 1,9% conform de conceptbrief van de gemeentesecretarissen. Tevens zijn de gevolgen van het principeakkoord voor de nieuwe CAO ingaande per 1-12-2021 meegenomen in deze raming. Voor overige kosten is een indexering van 1,9% toegepast ten opzichte van 2022. Voor de jaren na 2023 is alleen op de aanvullende bijdragen van de ontwikkelagenda 3,4% accres toegepast en zijn de daaraan gerelateerde lasten ook geïndexeerd. Voor het programma Ambulancezorg is uitgegaan van het meeste actuele begrotingsvoorstel aan de zorgverzekeraars.
13
In de programmabegroting wordt rekening gehouden met de financiële consequenties van de invoering van de plannen uit de Ontwikkelagenda zoals die zijn goedgekeurd in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 8 december. Dit betreft een bedrag van € 3.858k voor 2023. De belangrijkste ontwikkeling van de lasten in de jaren 2024 t/m 2026 is de invoering van de ontwikkelagenda.
5. Eigen vermogen
5.1 Weerstandsvermogen Jaarlijks worden de geraamde risico’s (met een financiële consequentie) geactualiseerd. In de begroting 2023 worden deze risico’s wederom herijkt. Dit betekent dat, bij de berekening van het weerstandsvermogen, ook in de begroting 2023 met een zo actueel mogelijke raming van de financiële implicatie kan worden gewerkt. Bij het opstellen van de Begroting 2023 zal goed gekeken worden welke risico’s opgenomen worden in de risicoparagraaf en wat de mogelijke beheersmaatregelen voor deze risico’s zijn. Voor het vaststellen van de weerstandscapaciteit is met het bestuur de norm voor de weerstandsratio vastgesteld op minimaal 1 (voldoende). Dat betekent dat de VRR in staat is om tenminste de geraamde risico’s op te vangen. Door positieve resultaten zal het weerstandsvermogen vanaf 2023 weer worden opgebouwd. Daarnaast zullen de risico’s verder gekwantificeerd gaan worden (dit is onder meer in de reactie op de zienswijze op de tweede begrotingswijziging opgenomen); ook deze kwantificering kan effect hebben op de weerstandsratio.
5.2 Liquiditeitspositie Met de liquiditeitsplanning is de organisatie in staat om voor de komende jaren de vermogensbehoefte op de kapitaalmarkt in te schatten. De investeringen hebben daarbij een grote impact. Op basis van de actuele investeringsprognose zal worden bekeken in hoeverre voor het jaar 2023 extra vreemd vermogen nodig is.
5.3 Reserves en voorzieningen Evenals bij de begroting 2022 vormt de ‘Nota reserves en voorzieningen’ de leidraad bij de waardering van de voorzieningen en (bestemmings-)reserves voor de begroting 2023. De Nota is geactualiseerd en moet nog door de besluitvormingsroute. In de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen is een minimale weerstandscapaciteit opgenomen3. Op basis van de BBV-regelgeving zijn enkele reserves vanaf 2022 omgezet naar een voorziening. Het betreft de reserves voor Groot Onderhoud Gebouwen en 2de LBB. Beiden hebben betrekking op taken van structurele aard. Een bestemmingsreserve is bedoeld ter dekking van taken van incidentele aard.
3
Artikel 3.2.2 lid 3 van de nota luidt : De algemene reserve zal op het niveau worden gehouden waardoor een minimale weerstands- capaciteitswaardering wordt bereikt tussen de 1,0-1,4 (=voldoende).
14
6. Beleidsontwikkelingen 6.1 Algemeen Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten aan welke ontwikkelpunten van de VRR ontwikkelagenda de komende jaren uitvoering gegeven gaat worden. Deze ontwikkelpunten zijn verwerkt in deze kadernota en worden opgenomen in het VRR meerjarenbeleidsplan 2023 – 2027. In afwijking van de normale procedure heeft het Algemeen Bestuur besloten de gemeenteraden om een zienswijze te vragen op de kadernota, zodat zij hun zienswijze kunnen geven over de uitgangspunten genoemd in de kadernota. VRR Ontwikkelagenda De aanleiding voor de VRR Ontwikkelagenda ligt in het feit dat het takenpakket van de VRR in het afgelopen decennium aanzienlijk is verbreed. De uitbreiding van taken is o.a. het gevolg van diverse nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de dienstverlening van de VRR. Denk hierbij aan verstedelijking (inclusief hoogbouw), de klimaat- en energietransitie, de komst van de omgevingswet, digitalisering, informatisering en robotisering, extreem weer, Covid-19 etc. Tijdens het traject van de ontwikkelagenda heeft het Algemeen Bestuur de volgende standpunten onderschreven: -
De VRR is een hoogwaardige crisisorganisatie en het is noodzakelijk om hierin te investeren, zodat de organisatie op dit niveau kan blijven acteren De VRR moet een lerende organisatie zijn en moet nieuwe kennis op kunnen bouwen. Deze kennisopbouw gebeurt zo veel mogelijk in afstemming en door uitwisseling met andere veiligheidsregio’s. Er zijn veel ontwikkelingen in de samenleving waarbij veiligheid om aandacht vraagt. Denk daarbij aan verder verdichting van woningbouw en industrie, kennis van nieuwe crisis en incidenten en nieuwe ontwikkelingen op het gebied van infrastructuur zoals vervoer door de lucht. De basis voor gedegen brandweerzorg en crisisbeheersing dient – ook in financieel opzicht – op orde te zijn.
Om aan deze standpunten te voldoen zal de basisdienstverlening van de VRR op orde gebracht moeten worden. In de vergadering 8 december jl. heeft het Algemeen Bestuur besloten om uitvoering te geven aan scenario 2 van de ontwikkelagenda. Hierin worden de volgende thema’s benoemd: Vakbekwaam worden en blijven De VRR heeft één van de meest complexe risicoprofielen van Nederland. Als gevolg van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen – zoals een verminderde beschikbaarheid van vrijwilligers tijdens dag-uren, kortere dienstverbanden, vergrijzing personeelsbestand, tweede loopbaanbeleid -, is de doorstroom van personeel fors gestegen. Om de bezetting van bluseenheden te kunnen continueren moet vaker aanvullend beroepspersoneel worden ingezet en moeten extra vrijwilligers worden aangetrokken, die opgeleid moeten worden. Daarnaast wordt ook het vakbekwaam blijven een steeds groter probleem. Het minimale basisniveau van vakbekwaamheid wordt in veel gevallen niet meer gehaald. Daarnaast is er te weinig aandacht voor nieuwe maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en schiet de capaciteit om effectief te kunnen leren van incidenten tekort. Bovendien moet er meer aandacht zijn voor de verplichte rijvaardigheidstrainingen.
Om de kwaliteit van vakbekwaamheid van het personeel te verhogen zal de komende jaren meer opleidingsruimte voor nieuwe medewerkers georganiseerd worden en verplichte rijvaardigheidstrainingen ingesteld worden. Daarvoor zal de instructiecapaciteit zowel kwantitatief als kwalitatief vergroot worden waarbij er meer aandacht komt voor moderner materiaal, betere ondersteuning en meer aandacht voor het leren van incidenten. In 2022 wordt hiermee gestart en in 2023 zal hier verder aan gewerkt worden.
1.1 Vakbekwaam worden en blijven 2022
2023
2024
2025
2026
Oorspronkelijke begroting
675.500
1.874.000
2.921.000
3.947.000
4.450.000
Indexering
10.133
63.716
99.314
134.198
151.300
Geactualiseerde begroting
685.633
1.937.716
3.020.314
4.081.198
4.601.300
Versterken piketorganisatie Uit de praktijk blijkt, dat er steeds meer complexe incidenten plaatsvinden, waardoor er meer inzet van piketfunctionarissen vereist is (er is sprake van verdubbeling van de incidenten waar piketinzet voor vereist is) en meer deskundigheid. Doordat deze functie naast de niet-repressieve taak wordt gedaan, gaat dit ook
15
ten koste van de capaciteit van de niet-repressieve taak. In 2022 wordt gestart met het traject om de piketorganisatie te versterken door de beschikbaarheid voor cruciale functies te vergroten en te investeren in de kwaliteit, continuïteit en toekomstbestendigheid van de piketorganisatie.
1.2 Versterken piketorganisatie Oorspronkelijke begroting Indexering Geactualiseerde begroting
2022
2023
2024
2025
2026
143.500
431.000
718.000
1.006.000
1.150.000
2.153
14.654
24.412
34.204
39.100
145.653
445.654
742.412
1.040.204
1.189.100
Aanpassen op de Omgevingswet De stelselherziening Omgevingsrecht – bestaande uit de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – vraagt van lokale (maar ook andere) overheden om een nieuwe manier van werken, waarbij participatie en inspraak een belangrijk en groot onderdeel zal zijn. De veiligheidsregio wordt door de wetgever gezien als een interne ‘dienst’ (want verlengd lokaal bestuur) en is daarom niet apart genoemd, maar moet wel mee in die nieuwe methode van werken. Door de stelselherziening Omgevingsrecht krijgen gemeenten ook een grotere rol bij de inrichting van de omgeving, zo kan er bijvoorbeeld lokaal beleid worden opgesteld voor het gebruik van de ruimte binnen zogenaamde aandachtsgebieden. Om dit op een veilige manier plaats te laten vinden wordt de VRR nu al ingezet door gemeenten om aan de voorkant mee te denken vanuit veiligheidsoptiek, omdat deze specifieke, integrale expertise alleen bij de VRR beschikbaar is. Hierbij gaat het niet alleen om aansluiten bij omgevingstafels e.d., maar om het volledige spectrum van advisering en toezicht voor gemeenten en bevoegd gezag bij complexe dossiers. Aangesloten blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen vraagt om nieuwe en een gedeeltelijke verschuiving van werkzaamheden binnen de veiligheidsregio.
Nieuwe initiatieven in het kader van effectiever ruimtegebruik, energietransitie en klimaatadaptie betekent ook een grotere werklast. Doordat de omgevingswet leidt tot een verkorting van de vergunningstermijnen, wordt in alle veiligheidsregio’s een verschuiving verwacht van advisering op veiligheid als afsluitende toets naar het vooroverleg. Vooral bij complexe aanvragen zal het vooroverleg een meer formele rol krijgen waarbij het vraagstuk: ‘Hoe borgen we veiligheid en gezondheid?’ bij de ontwerpfase al op tafel komt. Ook voor de GHOR komt er een nieuwe wettelijke adviestaak bij. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving staat opgenomen dat in een omgevingsplan en bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten rekening gehouden moet worden met geneeskundige hulpverlening aan personen. Ook hiervoor is ontwikkeling van deskundigheid nodig. Om invulling te kunnen geven aan deze taak zal de VRR meer risicogericht gaan werken in plaats van regelgericht en meer aan de voorkant mee gaan denken over veiligheid met lokale overheden. Hiervoor zal geïnvesteerd gaan worden in extra deskundigheid en competenties van functionarissen en capaciteit.
2.1 Omgevingswet 2022 Oorspronkelijke begroting Indexering Geactualiseerde begroting
-
2023
2024
2025
2026
267.200
676.800
838.400
1.000.000
9.085
23.011
28.506
34.000
276.285
699.811
866.906
1.034.000
Hoogbouwbrandbestrijding Binnen de regio Rotterdam-Rijnmond worden veel nieuwe (zeer) hoge gebouwen neergezet, maar is de brandweer Rotterdam-Rijnmond geen expert op het gebied van hoogbouw-brandbestrijding, terwijl dit één van de punten uit de missie van de VRR is en dit op basis van het risicoprofiel wel verwacht mag worden. Om expert te worden op het gebeid van hoogbouw zal er geïnvesteerd gaan worden in kennis, kunde, materieel en materiaal. In 2022 wordt met dit traject gestart en de komende jaren zal één en ander verder geïmplementeerd worden, zodat bij incidenten in hoge gebouwen effectief en veilig opgetreden kan worden en er geen onveilige situaties voor eigen personeel ontstaan.
16
2.2 Hoogbouw 2022
2023
2024
2025
2026
Oorspronkelijke begroting
66.800
169.200
209.600
250.000
Indexering
2.271
5.753
7.126
8.500
69.071
174.953
216.726
258.500
Geactualiseerde begroting
-
Multi Intelligence Center Incidenten op straat worden complexer. De informatie aan het begin van een incident is steeds crucialer. De noodzaak om meer ‘informatie-ondersteund’ te beslissen bij incidenten wordt binnen de veiligheidsregio’s steeds groter; ook bij de crisispartners is dat het geval. De ontwikkeling en inrichting van een Multi Intelligence Center (MIC) zorgt voor een enorme stap voorwaarts in deze noodzakelijke informatievoorziening. Door betere en snellere beschikbaarheid van de juiste informatie kan met betrokken partners effectiever opgetreden worden bij incidenten en bij crises. Het MIC wil informatie die wel érgens beschikbaar is, maar niet of niet tijdig bij de hulpdiensten bekend is ontsluiten, zodat hulpverleners en ketenpartners sneller een actueel en integraal veiligheidsbeeld hebben tijdens een incident/crises. Dit versterkt zowel de positie van de calamiteitencoördinatie, als die van de beslissers in het veld en crisisstaven. Ook op momenten dat elke seconde telt. Het MIC is een flexibel samenwerkingsverband/-netwerk tussen ketenpartners bij incident- en crisisbestrijding, die nu in beginsel wordt geïnitieerd door de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR), de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) en de Gezamenlijke Brandweer (GB).
Het MIC biedt een vooraf afgestemde informatievoorziening en een informatiecentrum dat binnenkomende informatie kan duiden en de juiste functionarissen kan betrekken. MIC borgt dit integrale informatiemanagement voor de aangesloten hulpverleners en ketenpartners van de meldkamer Rotterdam. Op dit moment is gestart met het oriënteren en inrichten van het MIC en dat zal de komende jaren verder uitgebreid worden.
2.4 Multi Intelligence Center 2022
2023
2024
2025
2026
Oorspronkelijke begroting
355.000
661.900
869.400
1.000.000
Indexering
12.070
22.505
29.560
34.000
367.070
684.405
898.960
1.034.000
Geactualiseerde begroting
-
Doorontwikkelen netwerkfunctie Veiligheidsregio Naast de klassieke flitsrampen krijgen we door het complexer worden van de maatschappij steeds meer te maken met ongekende en nieuwe crisistypes (digitaal, klimaat, ziektes). Waar de klassieke risico’s vooral een lokale impact hebben met een duidelijk bron en effectgebied, houden nieuwe crisistypes zoals cyberdreigingen en ziektes zich niet aan regio-grenzen of werkgebieden van organisaties. Om dergelijke crises het hoofd te kunnen bieden, hebben veiligheidsregio’s een netwerk aan crisispartners nodig en zullen hier in moeten investeren en ontwikkelen. Veiligheidsregio’s zullen telkens wisselende crisispartners en verschillende expertises nodig hebben en zullen zich hierop moeten voorbereiden. Om deze functie goed op te kunnen bouwen, zal de VRR haar capaciteit op dit gebied verder uitbreiden.
2.5 Doorontwikkeling netwerkfunctie veiligheidsregio
2022
Oorspronkelijke begroting
88.800
Indexering Geactualiseerde begroting
2023
-
2024
2025
2026
165.500
217.300
250.000
3.019
5.627
7.388
8.500
91.819
171.127
224.688
258.500
Voorbereiden op gevolgen klimaatverandering Het klimaat verandert met als gevolg dat er sprake is van meer extreme weersomstandigheden. Dit heeft zowel gevolgen voor de voorbereiding op crises als op de incidentbestrijding door de brandweer. Een voorbeeld hiervan is, dat bluswater niet meer overal toegankelijk is als gevolg van extreme droogte.
17
Daarnaast nemen veel gemeenten initiatieven om gebouwen klimaat adaptief te maken. Hierbij wordt o.a. door achterhaalde bouwregelgeving en/of geen regelgeving niet altijd rekening gehouden met de brandveiligheid. Er wordt de komende jaren meer capaciteit ingezet om hiervoor oplossingen te vinden.