CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

53. 2023 019712 Metropoolregio Rotterdam Den Haag Vaststelling Begroting MRDH 2024 en Nota van Beantwoording op 8 september.pdf

Gemeenteraad AW 2 oktober 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken33.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Indicator

Periode

Waarde B2024

Waarde B2023

1. Bestuur en ondersteuning

Formatie

2023

0,038 fte

0,037 fte

2. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

per 1000 inwoners 1 januari 2023

per 1000 inwoners 0,036 fte

per 1000 inwoners 0,035 fte

3. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten

per 1000 inwoners 2024

per 1000 inwoners € 5,68 per inwoner

per 1000 inwoners € 5,31 per inwoner

4. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

2022

9,77% van de totale

6,34% van de totale

5. Bestuur en ondersteuning

Overhead

2022

loonsom 1,27% van de totale

loonsom 1,25% van de totale

lastenbegroting

lastenbegroting

Ad 1. In de begroting 2024 bedraagt de formatie 92,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 2. De bezetting per 1 januari 2023 bedraagt 87,0 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 3. De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2024 € 13.927.700 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 1 januari 2023 2.450.768 (zie hoofdstuk 7). Ad 4. De totale loonsom bedroeg in 2022 € 8.787.784. De externe inhuur bedroeg in 2022 € 858.744. Voor 27% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5. In de begroting 2024 bedraagt de overhead € 7.845.430 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 616.475.902 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

81

Bijlage 2

Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU

Detail projecten meerjarenbeeld BDU

bedragen in 1.000.000 euro's

Projectnaam

MRDH bijdrage Fase Realisatie

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032

Systeemsprong Sneltramtraject

16 Realisatie

3

Hoekse Lijn Rotterdam

411 Realisatie

3

A16

65 Realisatie

9

9

Lijn 19

54 Realisatie

5

4

KTA 2020-2023

30 Realisatie

8

6

AVLM

15 Realisatie

2

MFR - Westland Rotterdam

21 Realisatie

R-Net: Upgrade 6 buslijnen

6 Realisatie

2

130 Realisatie

Aanpassing Schiedam ivm 4 spoorigheid

9 4

3

1

1

6

6

6

2

1

22

24

32

7 Realisatie

3

3

1

Busstation Nissewaard

10 Realisatie

5

5

Metrostation Nissewaard

7 Realisatie

3

3

1

MoVe CID-Binckhorst no regret - Rijksbijdrage OV

5 Realisatie

1

MoVe CID-Binckhorst no regret - Eigen bijdrage OV

3 Realisatie

3

MoVe CID-Binckhorst no regret - Rijksbijdrage Verkeer

5 Uitwerking

1

1

2

1

MoVe CID-Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Verkeer

14 Uitwerking

8

3

2

R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk)

7 Uitwerking

2

3

1

1

Ketenmobiliteit (Transitieprogramma)

9 Uitwerking

2

1

1

1

1

1

1

1

Nieuw Reijerwaard

5 Uitwerking

5

MOVV Metronet

100 Uitwerking

1

1

10

20

20

10

10

10

MoVV RandstadRail (Leyenburgcorridor, middendeel

90 Uitwerking

11

11

11

11

ZuidWestlandcorridor) MFR Rotterdam- Zoetermeer

16 Uitwerking

3

3

3

7

MFR Delft - Rotterdam Alexander

20 Uitwerking

4

3

3

10

MFR Den Haag - Pijnacker

18 Planstudie*

7

6

5

MFR Rotterdam - Ridderkerk

26 Planstudie*

1

4

10

11

Programma kleine projecten

570 Uitwerking

20

30

30

30

30

30

30

4

4

1

1

4

6

6

5

INTHR

10

2

32

Beatrixlaan fase 1

9 Planstudie*

Kruising Erasmusweg-Lozerlaan

22 Planstudie*

Fietsroute N14 Sijtwende

7 Planstudie*

Doorstroming OV

8 Planstudie*

MoVe Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten

7 Planstudie*

3

4

en haven Rotterdam Overig

23 Verkenning*

6

3

7

3

4

6

6

5

1

1

1

17 12

30

1

MoVe Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland: MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag

14 Planstudie*

3

4

4

3

MFR Westland - Monster - Den Haag

19 Planstudie*

4

5

5

5

MFR Westland - Midden Delfland - Delft

12 Planstudie*

3

3

3

3

Greenport 3.0

5 Verkenning*

1

1

1

2

1

1

1

1

MoVe Studiekosten MIRT projecten

10 Verkenning*

82

MRDH

●

1

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

2

30

Detail projecten meerjarenbeeld BDU - vervolg

bedragen in 1.000.000 euro's

Projectnaam vervolg

na Fase Realisatie

Systeemsprong Sneltramtraject

Realisatie

Hoekse Lijn Rotterdam

Realisatie

A16

Realisatie

Lijn 19

Realisatie

KTA 2020-2023

Realisatie

AVLM

Realisatie

MFR - Westland Rotterdam

Realisatie

R-Net: Upgrade 6 buslijnen

Realisatie

INTHR

Realisatie

Aanpassing Schiedam ivm 4 spoorigheid

Realisatie

Busstation Nissewaard

Realisatie

Metrostation Nissewaard

Realisatie

MoVe CID-Binckhorst no regret - Rijksbijdrage OV

Realisatie

MoVe CID-Binckhorst no regret - Eigen bijdrage OV

Realisatie

MoVe CID-Binckhorst no regret - Rijksbijdrage Verkeer

Uitwerking

MoVe CID-Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Verkeer

Uitwerking

R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk)

Uitwerking

Ketenmobiliteit (Transitieprogramma)

Uitwerking

Nieuw Reijerwaard

Uitwerking

MOVV Metronet

Uitwerking

MOVV RandstadRail (Leyenburgcorridor, middendeel

Uitwerking

ZuidWestlandcorridor) MFR Rotterdam- Zoetermeer

Uitwerking

MFR Delft - Rotterdam Alexander

Uitwerking

MFR Den Haag - Pijnacker

Planstudie*

MFR Rotterdam - Ridderkerk

Planstudie*

Programma kleine projecten

Uitwerking

Beatrixlaan fase 1

Planstudie*

Kruising Erasmusweg-Lozerlaan

Planstudie*

Fietsroute N14 Sijtwende

Planstudie*

Doorstroming OV

Planstudie*

2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042

2042

2

11

12

11

30

30

30

30

30

30

30

30

30

30

MoVe Gebiedsuitwerking Aanpak Bereikbaarheid Voorne-Putten Planstudie* en haven Rotterdam Overig

Verkenning*

MoVe Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland: MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag

Planstudie*

MFR Westland - Monster - Den Haag

Planstudie*

MFR Westland - Midden Delfland - Delft

Planstudie*

Greenport 3.0

Verkenning*

MoVe Studiekosten MIRT projecten

Verkenning*

83

30

Detail projecten meerjarenbeeld BDU Projectnaam

bedragen in 1.000.000 euro's

MRDH bijdrage Fase Realisatie

MoVe Binckhorst

2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032

109 Verkenning*

2

28

3

3

28

28

23

MoVe Oeververbinding Oeververbinding

190 Verkenning*

HOV Maastunnel

8 Verkenning*

MoVe Algera

13 Verkenning*

MoVe Oude Lijn en Knooppunten

44 Verkenning*

Beatrixlaan fase 2

Verkenning

Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid

Verkenning

P+R Kralingse Zoom en Meijersplein

Pre-verkenning

HOV Ridderkerk fase 2

Pre-verkenning

MOVV ZoRo

Pre-verkenning

Metropolitane fietsroutes - fase 3

Pre-verkenning

Mobiliteitstransitie (oa. P+R)

Pre-verkenning

MOVV innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel

Pre-verkenning

HOV-verkenning

Pre-verkenning

Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Plan toekomstvast tramnet Rotterdam

Pre-verkenning

MoVe gebiedsuitwerking boven de 80

Pre-verkenning

metrostation Nissewaard fase 2

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor west (excl Binckhorst)

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor oost (CS - Madurodam)

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor Oost (Telderstracé)

Pre-verkenning

Knooppunt Beurs

Pre-verkenning

14 2 5

5

5

3

5

5

5

3

3

50

50

3

3

* In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht van de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Daardoor kan het voorkomen dat projecten die feitelijk nog in de verkenning- of planstudiefase zitten, toch onderdeel worden van de begroting.

84

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Detail projecten meerjarenbeeld BDU - vervolg

bedragen in 1.000.000 euro's

Projectnaam vervolg

na Fase

MoVe Binckhorst

2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042

2042

Verkenning*

MoVe Oeververbinding Oeververbinding

Verkenning*

HOV Maastunnel

Verkenning*

MoVe Algera

Verkenning*

MoVe Oude Lijn en Knooppunten

Verkenning*

Beatrixlaan fase 2

Verkenning

Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid

Verkenning

P+R Kralingse Zoom en Meijersplein

Pre-verkenning

HOV Ridderkerk fase 2

Pre-verkenning

MOVV ZoRo

Pre-verkenning

Metropolitane fietsroutes - fase 3

Pre-verkenning

Mobiliteitstransitie (oa. P+R)

Pre-verkenning

MOVV innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel

Pre-verkenning

HOV-verkenning

Pre-verkenning

Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Plan toekomstvast tramnet Rotterdam

Pre-verkenning

MoVe gebiedsuitwerking boven de 80

Pre-verkenning

metrostation Nissewaard fase 2

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor west (excl Binckhorst)

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor oost (CS - Madurodam)

Pre-verkenning

MOVV Koningscorridor Oost (Telderstracé)

Pre-verkenning

Knooppunt Beurs

Pre-verkenning

50

26

3

3

2

2

2

85

86

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2024 Inhoudsopgave

1.1 1.2 1.3 1.4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

5.1 5.2 5.3 5.4

Bijlage A Bijlage B1 Bijlage B2 Bijlage B3 Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H

Hoofdstuk 1 Inleiding, achtergronden en kaders

88

Inleiding Werkgebied van de Vervoersautoriteit De Strategische Agenda 2023 - 2026 Uitgangspunten en randvoorwaarden

88 89 90 90

Hoofdstuk 2 Financiële samenvatting

92

Hoofdstuk 3 Integrale programma’s 

93

Hoofdstuk 4 Programma’s en projecten Openbaar Vervoer

103

Programma’s Openbaar Vervoer Verkenningen en studies Openbaar Vervoer Planstudies Openbaar Vervoer Uitwerkingen Openbaar Vervoer Realisatie Openbaar Vervoer

104 114 119 120 125

Hoofdstuk 5 Programma’s en projecten Verkeer

130

Programma’s Verkeer Verkenningen en planstudies Verkeer Uitwerkingen Verkeer Realisatie Verkeer

132 135 137 137

Hoofdstuk 6 In 2022 en 2023 in gebruik genomen projecten

139

Grote projecten Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: Aanmeldingen 2023 In 2022 en 2023 afgesloten projecten R-Net Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstroommaatregelen OV Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) InnOvatieroute Afkortingenlijst

143 146 156 161 164 165 166 167 168 169

87

Hoofdstuk 1 Inleiding, achtergronden en kaders 1.1 Inleiding De bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de begrotings-programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is het overzicht van grote en kleine projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn, gericht op het begrotingsprogramma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 21 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd.

In november 2022 zijn in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) door het Rijk en de regio afspraken gemaakt over ontsluiting van de NOVEX woningbouwlocaties en voor regionale OV-maatregelen en mobiliteitspakketten. Voor de Zuidelijke Randstad, waar de metropoolregio Rotterdam Den Haag in ligt, heeft het Rijk circa € 2,6 miljard gereserveerd, plus maximaal € 171 miljoen voor de mobiliteitspakketten. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Een aantal van de maatregelen is onder voorwaarde van cofinanciering door de regio. De regio zal dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. Hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s en de besluitvorming over het vaststellen van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets en verkeersveiligheid. Hoofdstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2022 en 2023 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

88

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

1.2 Werkgebied van de Vervoersautoriteit De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. Op 1 januari 2023 is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee gevormd uit de voormalige gemeenten Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle. Het werkgebied van de MRDH omvat nu 21 gemeenten.

89

1.3 De Strategische Agenda 2023 - 2026 Op 26 mei 2023 heeft het algemeen bestuur de nieuwe Strategische Agenda 2023 - 2026 (SA) vastgesteld. In deze SA zijn vier opgaven benoemd: groei, vernieuwen, kwaliteit en herstel van de regio. De laatste opgave heeft betrekking op herstel van het openbaar vervoer; niet de gehele regio. Uit deze vier opgaven zijn zes opdrachten voortgekomen: 1. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van het OV-systeem Opdrachten 2 en 4 zijn voornamelijk het werkgebied van Economisch Vestigingsklimaat. Voor opdracht 6, het herstel van het OV-systeem, is het programma versnellingsmaatregelen opgenomen in dit IPVa. De lopende verkenningen, planstudies, uitwerkingen, projecten en programma’s zijn herschikt naar de nieuw benoemde opdrachten.

1.4 Uitgangspunten en randvoorwaarden Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, assets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2023 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan:

Fasering Verkenningen:

er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke

Planstudies:

oplossingen wordt onderzocht; na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie; voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het

Uitwerkingsfase:

IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) Realisatiefase:

geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden; het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en

Vaststelling:

uitvoeringstermijn zijn bekend; het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH verzorgt de financiële vaststelling. OV-projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud.

90

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist. Preverkenning Geen opname MJB Verkenning Opname MJB Planstudie Opname MJB Uitwerking Opname Begroting Realisatie Opname Begroting

In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.

91

Hoofdstuk 2 Financiële samenvatting De projecten en de organisatie van de Vervoerautoriteit MRDH worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2024 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld.

Voor het IPVa 2024 gelden de volgende randvoorwaarden: ● binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer; ● als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.

92

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Hoofdstuk 3 Integrale programma’s Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken van het BO MIRT over de oeververbindingen regio Rotterdam, bereikbaarheid CID-Binckhorst en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie. Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen.

Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregelinstallaties) en aanpassingen infra na wijziging OV-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s en projecten beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer.

93

BO MIRT algemeen Het kabinet stelt de komende 10 jaar in totaal € 7,5 miljard beschikbaar voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouwlocaties door kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Een van de gebieden is de Zuidelijke Randstad, waarvoor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te realiseren langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken. De maatregelen voor de € 6 miljard voor de NOVEX woningbouwlocaties zijn bedoeld voor hoofdinfrastructuur en komen uit het Mobiliteitsfonds. De financiële situatie van het Mobiliteitsfonds maakt dat de investeringsruimte van het Rijk, na het oormerken van de financiële middelen, beperkt is. Er wordt € 1,5 miljard vanuit het Rijk beschikbaar gesteld voor regionale OV-maatregelen en zogenaamde mobiliteitspakketten. Deze laatste pakketten omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeersveiligheidsmaatregelen en worden door het Rijk én regio bekostigd. De rijksbijdrage betreft dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen.

Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee: ● 50% cofinanciering door de regio; ● voor de versnellingsafspraken en de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling; ● afdracht van het btw-deel van de rijksbijdrage aan het btw-compensatiefonds; ● de bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering; ● de risico’s blijven voor de regio. De reguliere verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheden is de basis voor de afspraken voor het ontsluiten en goed bereikbaar maken van nieuwe woningen. Het Rijk is risicodragend voor Rijksinfrastructuurprojecten, tenzij anders is afgesproken. Voor de regionale schaalsprongen en de grote regionale infrastructuur- en bereikbaarheidsmaatregelen waaraan het Rijk een financiële bijdrage levert, zijn de bijdragen van Rijk en regio taakstellend.

94

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

BO MIRT Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam Opdracht SA

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren

Fase:

Tracéwetprocedure, planstudie

Planning

Planuitwerking 2023-2024, aanbesteding 2025, Realisatie 2026-2030

Investering

€ 1,288 miljoen inclusief btw, inclusief Algeracorridor

Subsidie MRDH

Oeververbinding, Algeracorridor, HOV Maastunnel: € 198,3 miljoen

Rol MRDH

Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Rotterdam

In de Oostflank van de Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen extra. De regio start daarbij met de volgende fase in de Oostflank, te verankeren in een herziening van de Rotterdamse en Provinciale omgevingsvisie. Nadere afspraken hierover tussen partijen worden vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord en het Woon-werkakkoord. Rijk en regio benadrukken aanvullend de netwerkeffecten van het voorkeursalternatief, die bijdragen aan het realiseren van woningen op locaties elders in de Rotterdamse regio. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 de inhoud van het voorkeursalternatief vastgesteld: een multimodale brugverbinding (verder te noemen: brug) met een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit van Kralingse Zoom naar Zuidplein, station Stadionpark, en een HOV-busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel. De kosten worden geraamd op € 1,288 miljoen inclusief btw, prijspeil 2022. Ter dekking van deze kosten reserveert het Rijk € 625 miljoen plus € 9 miljoen voor een Mobiliteitspakket. De regio reserveert € 654 miljoen. Deze reserveringen zijn inclusief eerder gereserveerde bedragen. De bekostiging van de hoogwaardige busverbinding via de Maastunnel werken de regionale partijen de komende periode verder uit.

Na positieve besluitvorming op lokaal en regionaal niveau in het voorjaar van 2023, formaliseren Rijk en regio bovenstaande afspraken door het vaststellen van het definitieve voorkeursbesluit en het ondertekenen van een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de Oeververbinding, station Stadionpark en busverbinding Maastunnel, evenals afspraken over organisatie, financiële risico’s en hoe om te gaan met kostenoverschrijdingen.

De scope van de MIRT-planuitwerking Oeververbindingen regio Rotterdam. BO-MIRT Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam

95

Brug met een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit van Kralingse Zoom naar Zuidplein De brug moet ruimte bieden aan een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit, fietsers en voetgangers en een autoluwe wegverbinding, die ook geschikt is voor (deel)mobiliteitsconcepten en nood- en hulpdiensten. Uit het in de MIRT-Verkenning uitgevoerde onderzoek blijkt dat de onderzochte brugvarianten niet vlot en veilig te passeren zijn door de scheepvaart. Tegelijkertijd blijkt uit aanvullend onderzoek dat er optimalisaties mogelijk zijn die kunnen leiden tot een veilig passeerbare brug. Partijen stellen de bestuurlijke voorkeur vast voor een nieuwe brug op de locatie ‘Bocht A’ Nesserdijk – Olympiaweg. De regio doet de planuitwerking in samenwerking met partijen zoals RWS, de Havenmeester, het Havenbedrijf en de omgeving om een vlot en veilig te passeren brug te ontwerpen. De rollen en verantwoordelijkheden van partijen worden nog nader uitgewerkt. De uit te werken uitgangspunten zijn onder meer: de oeveraanpassingen, maatregelen op de vaarweg, de dimensionering van het vaste deel en het beweegbare deel, de kosten en de effecten op de corridor. De brug wordt verankerd in de Rotterdamse Omgevingsvisie. Aan het einde van de planuitwerking vindt de planologische en juridische inpassing plaats in het bestemmings-/omgevingsplan.

A16 Van Brienenoordcorridor Partijen stellen alternatief A als bestuurlijke voorkeur vast: het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van het tracé en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord. De minister van IenW zal de Startbeslissing nemen zoals bedoeld in de Tracéwet zodra de personele capaciteit beschikbaar is voor het doorlopen van de reguliere/korte Tracéwetprocedure. De Tracéwetprocedure wordt onafhankelijk van de werksporen Algeracorridor en Oeververbinding doorlopen. De minister van IenW zal de detaillering van het wegontwerp in afstemming met de regio uitwerken. Eén van de doelen van de A16 Rotterdam is het ontlasten van de A13 bij Overschie en de A20 tussen Knooppunt Kleinpolderplein (A13/A20) en Knooppunt Terbregseplein (A16/A20). In het vervolg wordt daarom onderzocht welke mogelijkheden er zijn om extra verkeersdruk op deze wegtrajecten als gevolg van de extra wegcapaciteit op de A16 Van Brienenoordcorridor te voorkomen, zonder dat elders op het netwerk problemen ontstaan dan wel worden vergroot.

De minister van IenW zal de verbreding van de toerit en het weefvak A15 Barendrecht opnemen in de Startbeslissing voor de aanpak van de A16 Van Brienenoordcorridor, mits sprake is van een afspraak met de minister over de bekostiging hiervan door de regio en naar oordeel van de minister de doorstroming op de A15 kan worden geborgd, uitgaande van realisatie van alternatief A. Het Rijk reserveert voor de realisatie van de ingrepen op de A16 Van Brienenoordcorridor € 255 miljoen waarvan € 200 miljoen al was gereserveerd in het Mobiliteitsfonds en € 55 miljoen wordt gereserveerd uit de middelen voor ontsluiting woningbouw.

Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel Er komt een HOV-busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel met een frequentieverhoging naar 12x per richting per uur. Er komt een nieuwe halte bij de ’s- Gravendijkwal, inclusief een voetgangerstunnel naar het Erasmus Medisch Centrum/metrostation Dijkzigt. De kosten ad € 30 miljoen betalen de regionale overheden. Rijk en regio zullen, in nauwe samenwerking met de RET, tijdens de planuitwerking onderzoek uitvoeren naar aanvullende maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit van de busverbinding op HOV-niveau te

96

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

brengen en daarbij de effecten op het stedelijk wegennet en het hoofdwegennet betrekken. Op basis van de resultaten van deze planuitwerking nemen partijen een besluit over de te nemen maatregelen aanvullend op het pakket van € 30 miljoen zoals hierboven beschreven.

Station Stadionpark Rijk en regio stemmen in met de ontwikkeling van het huidige evenementenstation Stadionpark tot een regulier bediend treinstation, met als uitgangspunt zes sprinters per richting per uur, met een doorgroei naar acht sprinters. In de nog te starten MIRT-verkenning Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) wordt onderzocht wat er nodig is om station Stadionpark door te ontwikkelen tot een bediening met tenminste twaalf sprinters per uur. Station Stadionpark is onderdeel van de financiële reservering van Rijk en regio ten behoeve van de MIRT-verkenning Oude Lijn. Mobiliteitspakket Oeververbindingen Het Rijk reserveert € 9 miljoen inclusief btw voor een aanvullend mobiliteitspakket. De bijdrage heeft prijspeil 2022 en wordt jaarlijks geïndexeerd met de IBOI tot het moment van uitkeren. Er vindt afdracht plaats aan het btw-compensatiefonds. In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van de mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in: ● concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw; ● effect van deze maatregelen op nationale netwerken; ● mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om mobiliteitstransitie te ondersteunen); ● de bijdrage van de regio. Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering.

Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera.

Algeracorridor Rijk en regio stellen het voorgenomen voorkeursalternatief vast, bestaande uit een maximale benutting van de bestaande wegcapaciteit van de Algerabrug met een extra autorijstrook op de Algeraweg in noordelijke richting en een ongelijkvloerse oplossing bij Capelseplein. Dit gaat onafhankelijk van de werksporen A16 en Oeververbinding. Parallel voert de regio nader onderzoek uit op verkenningenniveau naar een verbinding voor langzaam verkeer over de Hollandse IJssel en optimalisaties aan de bestaande fietsroute over de Algerabrug. De regio blijft daarbij het Rijk betrekken. Binnen enkele jaren vindt besluitvorming plaats of een verbinding voor langzaam verkeer onderdeel wordt van het voorkeursalternatief. Het voorgenomen voorkeursalternatief inclusief een verbinding voor langzaam verkeer is geraamd op € 63 miljoen exclusief btw, prijspeil 2022. De regio behoudt de huidige gezamenlijke reservering van € 68 miljoen exclusief btw. Na positieve besluitvorming in het voorjaar van 2023 op lokaal en regionaal niveau formaliseren Rijk en regio bovenstaande afspraken in een bestuursovereenkomst.

Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossingsrichtingen.

97

Central Innovation District (CID)-Binckhorst, No Regret maatregelen Opdracht SA

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren

Planning

Realisatie 2020-2025

Investering

€ 77,8 miljoen

Subsidie MRDH

€ 17,4 miljoen, plus Rijk via BDU € 13,7 miljoen

Rol MRDH

Subsidieverlener

In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie ZuidHolland en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. Een belangrijk onderdeel is de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe trambaan. Omdat dit onderdeel niet los kan worden gezien van de totale realisatie trambaan, wordt het budget ad € 59,9 exclusief btw uit het No Regret-pakket gehaald en toegevoegd aan de planstudie van het gehele tracé conform afspraak BO MIRT. De resterende lijst met 14 projecten wordt uitgevoerd tussen 2020 en 2027. De financieel omvangrijkste projecten zijn de HOV-baan tussen de Mercuriusweg en Zonweg, de snelfietsroute Verlengde Velostrada, de fietsroute Trekvliettracé, een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI, Mobility hubs en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT van november 2019. Bij de evaluatie is de fietsvoorziening westzijde van Den Haag Centraal vervallen, omdat deze voorlopig niet tijdig gerealiseerd zal worden.

In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. Na overheveling van het budget Sporendriehoek naar de planstudie, zijn de maximale bijdragen: ● IenW € 13,7 miljoen ● MRDH € 17,4 miljoen ● Den Haag € 34,9 miljoen (inclusief € 7,1 miljoen reserve van alle partijen) ● provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen ● Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen

98

MRDH

●

Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Bereikbaarheid CID-Binckhorst Opdracht SA

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren

Fase:

Planstudie

Planning

Uitvoering 2029 - 2033

Investering

€ 575 miljoen inclusief btw, inclusief € 72 miljoen overheveling No Regret en inclusief € 45,88 miljoen

Subsidie MRDH

inclusief btw voor Basispakket Mobiliteit € 102,5 miljoen inclusief btw plus € 23,8 miljoen overheveling No Regret (respectievelijk € 84,7 miljoen

Rol MRDH

en € 23,8 miljoen exclusief btw.) Mede-opdrachtgever planstudie, subsidieverlener realisatie

In het BO-MRT van november 2022 zijn de volgende punten vastgelegd. In CID-Binckhorst moeten tot 2030 ruim 20.000 woningen gebouwd worden, daarna komen er mogelijk nog 15.000 woningen extra. Afspraken hierover worden vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord, de regionale woondeals en het Woon-werkakkoord. De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling dient gelijk op te lopen met de uitwerking en realisatie van de tramontsluiting. Het voorkeursalternatief bestaat uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoorviaducten in de sporendriehoek en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. De kosten zijn geraamd op € 575 miljoen inclusief btw, prijspeil 2022. De MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst gaat dus uit van een tramlijn door de Binckhorst. Via welke specifieke tramlijn de Binckhorst ontsloten wordt, is onderdeel van een separate studie. Het onderzoeksgebied van deze separate studie omvat in elk geval de OV-lijnen in (de nabijheid van) de Binckhorst en het invloedsgebied van geheel tramlijn 1 in Den Haag, Rijswijk en Delft. Ook over de onderzoeksgrens heen wordt - voor zover relevant - rekening gehouden met beïnvloeding vanuit en naar het gebied van de betrokken gemeenten.

Deze studie wordt uitgevoerd onder leiding van de MRDH met betrokkenheid van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Den Haag, Pijnacker-Nootdorp, Delft en de HTM. Ter dekking van deze kosten heeft het Rijk € 268 miljoen, de gemeenten € 132,5 miljoen en de MRDH € 102,5 miljoen gereserveerd, plus € 72 miljoen overheveling vanuit het No Regret-pakket. Al deze bedragen zijn inclusief btw. In de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2023 hebben Rijk en regio de afspraken vastgelegd in een definitief voorkeursbesluit en een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID-Binckhorst, plus afspraken over organisatie, financiële risico’s en kostenbeheersing. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, beheersing, programmasturing en monitoring”. Op basis van bovenstaande starten de partijen de planstudiefase. In de uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de mobiliteitstransitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en lopen, en de inzet van flankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent parkeerbeleid. HTM en de MRDH voeren samen met de betrokken gemeenten een studie uit naar de mogelijke OV-lijnvoering in en rond de Binckhorst.

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3514/documents/30257