53. 2023 019712 Metropoolregio Rotterdam Den Haag Vaststelling Begroting MRDH 2024 en Nota van Beantwoording op 8 september.pdf
Tekst van het document
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000
Eigen vermogen
Per 31-12-2022: € 150.556.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2022: € 385.128.000
Financieel resultaat
Over 2022: € 1.058.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
52
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Naam
Zuid-Holland Bereikbaar
Vestigingsplaats
statutair Rotterdam, feitelijk Delft
Visie
De samenwerking tussen Partijen heeft tot doel het (doen) realiseren van het gezamenlijke Programma Zuid-Holland Bereikbaar (hierna: 'Programma ZHB'). Dit gezamenlijke Programma ZHB heeft als doel het borgen van de bereikbaarheid (acceptabele hinder) en het bijdragen aan de mobiliteitstransitie (duurzame gedragsverandering) in de provincie Zuid-Holland, door dat wat gezamenlijk beter kan, samen te organiseren en uit te voeren, door toepassing van innovatieve oplossingen ten dienste van de
Openbaar behartigd belang
opgave, die de partners alleen niet kunnen ontwikkelen en/of uitvoeren. Bereikbaarheid van de provincie Zuid-Holland bij (grootschalige) werkzaamheden.
Deelnemende partijen
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail B.V., Havenbedrijf Rotterdam N.V. en de Stichting Zuid-Holland Bereikbaar. Naamloze Vennootschap
Rechtsvorm
Stichting
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder Investeren in bereikbaarheid van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is
Financieel belang
permanente vertegenwoordiger in de Stuurgroep. De bekostiging van de in het Jaarplan opgenomen werkzaamheden. Dat bestaat uit de bekostiging van een exploitatiebudget en een werkbudget. Conform afspraken BO MIRT 25/26 november 2020 bedraagt het exploitatiebudget totaal € 4.900.000 per jaar voor de periode 2022 t/m 2026, waarvan 1/6 deel (€ 816.667 per jaar) voor de MRDH. De bijdrage aan het werkbudget is voor de MRDH € 383.333 per jaar voor ten minste de periode 2022 t/m 2025. De bijdrage aan het exploitatiebudget is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Beleid en programmering Verkeer. De bijdrage aan het werkbudget is onderdeel van de programmabegroting Infrastructuur verkeer en
Eigen vermogen
openbaar vervoer, Verkeersmanagement en wegenstructuur. Per 31-12-2021: € 0
Vreemd vermogen
Per 31-12-2021: € 0
Financieel resultaat
Over 2021: € 0
Risico’s
Er bestaat het risico op overbesteding (meer geld uitgeven dan er beschikbaar is). Bij zicht op overbesteding dient overeenkomstig de SOK aan de deelnemende partijen hiervoor toestemming te
Beleidsvoornemens
worden gevraagd. Hierdoor wordt dit risico beperkt. De beleidsvoornemens staan opgenomen in een Werkplan en worden jaarlijks vertaald in een Jaarplan. Conform de SOK is het eerste Werkplan vastgesteld voor de periode 2022-2024. Op basis van de in 2024
Monitoring prestaties
te houden evaluatie wordt eind 2024 de looptijd van het Werkplan voor de periode daarna bepaald. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een Jaarplan opgesteld. Jaarlijks levert de stichting uiterlijk in mei van elk jaar een jaarrekening op over het afgelopen boekjaar met een goedkeurende controleverklaring van een externe accountant, waarna de Raad van Toezicht deze jaarrekening vaststelt. De aldus vastgestelde jaarrekening en accountantsverklaring worden vervolgens
Programma
uiterlijk op 1 juli van het desbetreffende jaar ter kennis gebracht van de deelnemende partijen. Programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer.
53
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan.
Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: ● risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); ● risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen.
Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDU-middelen aangesproken.
Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen.
54
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen.
Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer met financiële middelen enigszins te ontzien. Deze afspraken hebben geleid tot een beschikbaarheidsvergoeding in de jaren 2020, 2021 en 2022 en een Transitievergoeding in 2023. Met het (langzaam) naar de achtergrond verdwijnen van de pandemie zal in de eerste helft van 2023 duidelijker worden welke structurele effecten COVID-19 heeft op de OV-sector. De voorbereidingen zijn getroffen om gezamenlijk met de vervoerders en andere betrokkenen begin 2023 een inzicht te hebben in de snelheid van het herstel van de reizigersgroei en waar nodig voorstellen te doen aan het bestuur hoe met eventuele effecten om te gaan. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2023, rekening houdend met indexatie.
Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen.
De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2023 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in de periode 2024-2027 gemiddeld € 33 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 30 miljoen.
55
De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDUbijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)
1.138.464.198
1.274.434.981
1.442.878.196
1.504.360.864
1.520.512.386
1.508.203.444
boekwaarde MVA HTM, RET en EBS
1.273.325.958
1.359.119.825
1.471.204.808
1.485.384.557
1.508.596.422
1.476.679.262
Economische waarde MVA (65% boekwaarde)
827.661.873
883.427.887
956.283.126
965.499.962
980.587.674
959.841.520
Dekkingstekort economische waarde versus financiering
310.802.325
391.007.094
486.595.070
538.860.902
539.924.711
548.361.924
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico
24.864.186
31.280.568
38.927.606
43.108.872
43.193.977
43.868.954
Netto/gewogen risico (ondergrens € 30 miljoen)1)
28.000.000
31.280.568
38.927.606
43.108.872
43.193.977
43.868.954
Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief
27.000.000
28.000.000
31.280.568
38.927.606
43.108.872
43.193.977
In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar
7.200.431
6.826.234
8.152.654
8.823.576
9.024.492
9.040.410
Toevoeging opslag aan risicoreserve
1.000.000
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar
0
0
0
0
0
0
6.200.431
3.545.666
505.616
4.642.309
8.939.387
8.365.433
Weging risico
Beschikbaar voor exploitatie 1)
Ondergrens tot en met boekjaar 2022, cf. begroting 2022: 28 miljoen
De benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten wordt in 2024 bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 ook toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2024 Weerstandsvermogen ratio = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven
€ 38,9 miljoen
Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven
€ 38,9 miljoen
Weerstandsvermogen ratio
(voldoende) 1
56
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. De Rijksbelastingdienst heeft in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedroeg de risico-opslag tot en met 2022 ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH diende er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen.
De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio. Kengetallen
in %
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote
175,0
167,0
209,6
212,2
209,2
213,7
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-5,7
-5,1
-6,9
-7,3
-7,2
-7,5
Solvabiliteitsratio
2,1
2,2
2,5
2,7
2,7
2,8
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
0,4
1,0
2,5
1,3
0,0
0,2
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm.
57
Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen. Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017
58
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. bedragen in euro’s
Kapitaallast
2023
2024
2025
2026
2027
Bedrijfsgebouw
127.101
127.101
127.101
127.101
69.960
Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (onder meer het document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.
De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. In 2023 zijn er investeringen gedaan in het kader van nieuwe koffiemachines. bedragen in euro’s
Investering
Investerings-
2023
2024
2025
2026
2027
30.000
-
-
-
-
Kapitaallast
2023
2024
2025
2026
2027
Koffiemachines
3.000
6.000
6.000
6.000
6.000
Kapitaallast
2023
2024
2025
2026
2027
Overige materiële vaste
70.161
70.161
70.161
70.161
52.134
bedrag Koffiemachines
30.000
activa
59
Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0.
Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel
Adres
Eigenaar
Gerechtigde
Omschrijving
Rijswijk A 3914 Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk D 8010 Burgemeester Elsenlaan/Van
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
Vredenburchweg 77B Rijswijk D 8011 Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
(nutsvoorziening) wegen
Rijswijk D 8015 Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk D 8038 Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
Rijswijk G 2984 Limpqergstraat/Limpergstraat 11
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
Rijswijk G 2985 Burgemeester Elsenlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
(nutsvoorziening) wegen
Rijswijk G 2989 Veraartlaan/Visseringlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 2994 Visseringlaan/Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 2999 Volmerlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 3001 Sir Winston Churchilllaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk G 3002 Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
Rijswijk G 3009 Generaal Eisenhowerplein
Gemeente Rijswijk/
MRDH (opstal)
(nutsvoorziening) wegen
Rijswijk G 3050 Sir Winston Churchilllaan
Railinfratrust MRDH
geen
wegen
Rijswijk G 3054 Sir Winston Churchilllaan
MRDH
geen
wegen
Rijswijk I 2128
Prinses Beatrixlaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2131
Weidedreef
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2134
Florence Nightingalestraat
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
wegen
Rijswijk I 2137
Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
bedrijvigheid
Rijswijk I 2139
Eikelenburglaan
Gemeente Rijswijk
MRDH (opstal)
(nutsvoorziening) wegen
Veur B 9432
Burgemeester Banninglaan
St. Medisch Centrum
MRDH (erfpacht)
openbaar vervoer
Haaglanden
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
60
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit: Bureau Interne Dienstverlening Afdeling Economisch Vestigingsklimaat
Bureau Financiën & Control Secretarisalgemeen directeur Bureau Strategie & Bestuur
Afdeling Openbaar Vervoer Afdeling Verkeer
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2024 is met 3 fte gestegen ten opzichte van de primitieve begroting 2023. Dit komt door een structurele toevoeging van de functies adjunct manager openbaar vervoer, adjunct manager verkeer en tactisch concessiemanager openbaar vervoer met ingang van begrotingsjaar 2022. Bij de 2e Bestuursrapportage 2022 heeft hierover besluitvorming plaatsgevonden.
61
Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2023. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID) De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2024 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2023. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,97 (prijspeil 2024) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2024) maximaal € 1,21 (prijspeil 2024) ingezet voor apparaatslasten.
De daadwerkelijk begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2024 € 2.672.223 (zie tabel kostenverdeling hierna), oftewel € 1,09 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. De huidige cao betreft de periode tot en met 1 januari 2024. Voor het jaar 2024 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 2,8%. Dit percentage is een inschatting op basis van de macro economische verkenning 2023 (MEV 2023) van september 2022 van het Centraal Planbureau. De MEV 2023 bevat geen schattingen voor het jaar 2024, voor het jaar 2024 is daarom de inschatting voor 2023 doorgetrokken. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren: Salariskosten
bedragen in euro’s
Onderdeel
fte’s 2023
fte’s 2024
fte’s 2024
Begroting 2024
na wijziging Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
1,0
213.157
Bureaus BFC, BSB en BID
29,6
29,6
29,6
3.037.600
Afdeling Verkeer
25,0
26,0
26,0
2.791.675
Afdeling Openbaar Vervoer
24,0
26,0
26,0
2.782.666
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
10,0
1.264.517
Totalen
89,6
92,6
92,6
10.089.615
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
62
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten: Kostenverdeling apparaatslasten Onderdeel
fte’s
bedragen in euro’s
Kosten
BDU verkeer en vervoer Programma
Inwonerbijdrage EV
Programma Overhead BDU
Programma
Overhead Verdeelsleutels
exploitatie infra-structuur
economisch
inwoner-
verkeer en
verkeer en
vestigings-
bijdrage EV
openbaar
openbaar
klimaat
vervoer
vervoer
Personele apparaatslasten Secretaris-algemeen directeur
1,0
216.008
BFC, BSB en BID
29,6
3.147.393
Vervoersautoriteit
52,0
5.765.556
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
1.299.743
Totaal personele apparaatslasten
92,6
10.428.700
Materiële apparaatslasten
3.499.000
Totalen
13.927.700
3.515.195
1.496.525
172.807
43.202
80/20
2.517.914
629.479
80/20
753.836
100 1.070.550
229.193
100
699.800
80/20
1.070.550
1.601.673
2.799.200 3.515.195
1.496.525
6.243.757
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
Informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer In het MT van december 2021 is het informatiebeleidsplan goedgekeurd. Op basis van dit plan hebben we nu een beleid vastgesteld voor de komende 5 jaren voor onze informatievoorzieningen. Als onderdeel van dit beleidsplan is er een Fit-Gap-analyse voor de MRDH gedaan. Dit is gedaan voor de organisatie en nog niet voor de applicaties. De actiepunten uit deze analyse worden jaarlijks geprioriteerd in een Roadmap. Op basis van de openstaande actiepunten staan voor 2024 onderstaande acties gepland.
Informatiebeveiliging ● Het laten uitvoeren van een IT-audit door een externe partij. ● Het vaststellen van een risico-classificatie voor alle gebruikte applicaties. ● Bij offerteaanvragen waar informatie(voorziening) een rol speelt, worden eisen over informatie beveiliging (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid) benoemd. Deze eisen zijn gebaseerd op een expliciete risicoafweging. ● Het opnieuw uitvoeren van een Fit-Gap analyse. ● Het opstellen van een bedrijfscontinuïteitsplan. ● Het uitvoeren van autorisatie beheer. ● Het uitvoeren van een penetratie test.
63
Privacy ● Voor alle gebruikte applicaties binnen de MRDH wordt een Privacy Risico analyse uitgevoerd. Informatiebeheer ● Het opzetten van een kwaliteitsmonitoringssysteem voor informatiebeheer.
4.6 Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening zijn verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt onder meer de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): ● lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of ● lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2024 worden de volgende subsidies begroot:
64
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Begrote subsidies 2024 Soort subsidie Begrotingspost subsidie
bedragen in euro’s
Begrotingsprogramma
Begunstigde
Expoitatie verkeer en
CROW
openbaar vervoer
Bedrag 2024 Toelichting 900.000 Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpVV-programma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeer- en vervoerbeleid door kennisproducten en het organiseren van
Begrotingspost subsidie
Economisch
InnovationQuarter
Vestigingsklimaat
netwerken. 986.081 InnovationQuarter (IQ) is als regionaal ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH voor versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionaal ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. Met ingang van begrotingsjaar 2018 verstrekt de MRDH jaarlijks een begrotingspostsubsidie aan
Begrotingspost subsidie meerjarig
Economisch Vestigingsklimaat
YES!Delft
InnovationQuarter voor het uitvoeren van deze afspraken. 500.000 Het algemeen bestuur heeft op 8 juli 2022 een meerjarige begrotingspostsubsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2022 tot juni 2025 van € 1.500.000 voor het programma Region of the Future. Het programma is een vervolg op het programma City of the Future, een innovatieplatform voor alle 21 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken vande onderdelen van dit programma. Bij Region of de Future ligt de focus op de opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland.
Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.
65
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2024
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
504.539.625
512.483.855
476.868.746
474.421.321
474.439.778
478.751.600
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
55.756.063
156.354.286
126.044.616
153.026.876
175.890.443
152.788.672
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.015.763
6.605.043
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
Overhead
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
Lasten per programma
Onvoorzien
0
0
0
0
0
0
572.011.228
682.790.383
616.475.902
640.970.738
663.852.761
645.062.813
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
505.539.625
515.764.423
484.515.784
478.602.587
474.524.883
479.426.577
2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer
55.756.063
156.354.286
126.044.616
153.026.876
175.890.443
152.788.672
3. Economisch Vestigingsklimaat
5.351.832
5.355.592
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
573.347.297
684.821.500
624.122.940
645.152.004
663.937.866
645.737.790
1.336.068
2.031.117
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Totaal Baten per programma
Totaal Saldo van baten en lasten Onttrekking aan reserves
118.750
1.249.451
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-1.000.000
-3.280.568
-7.647.038
-4.181.266
-85.105
-674.977
Resultaat
454.818
0
0
0
0
0
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasury functie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027.
66
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2024 per taakveld
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2.1. Verkeer en vervoer
39.159.695
94.215.487
73.544.091
93.079.148
85.225.415
95.450.952
2.5. Openbaar vervoer
521.135.993
574.622.654
529.369.271
534.369.049
565.104.806
536.089.320
3.1. Economische ontwikkeling
5.015.763
6.605.043
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
0.4. Overhead
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
572.011.228
682.790.383
616.475.902
640.970.738
663.852.761
645.062.813
2.1. Verkeer en vervoer
39.159.695
94.215.487
73.544.091
93.079.148
85.225.415
95.450.952
2.5. Openbaar vervoer
522.135.993
577.903.222
537.016.309
538.550.315
565.189.911
536.764.297
5.351.832
5.355.592
5.717.110
5.677.110
5.677.110
5.677.110
Lasten per taakveld
Totaal Baten per taakveld
3.1. Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
6.699.777
7.347.199
7.845.430
7.845.430
7.845.430
7.845.430
573.347.297
684.821.500
624.122.940
645.152.004
663.937.866
645.737.790
Saldo van baten en lasten
1.336.069
2.031.117
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Onttrekking aan reserves
118.750
1.249.451
0
0
0
0
Toevoeging aan reserves
-1.000.000
-3.280.568
-7.647.038
-4.181.266
-85.105
-674.977
Resultaat
454.819
0
0
0
0
0
Totaal
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder meer de volgende posten verstaan: ● stortingen in en onttrekkingen aan reserves; ● bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie Zuid-Holland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt.
67
In de hierna volgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
85.755.823
6.108.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
7.014.369
10.983.700
6.642.166
6.642.166
3.883.710
3.883.710
3. Economisch Vestigingsklimaat
118.750
1.249.451
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
92.888.942
18.341.719
14.289.204
10.823.432
3.968.815
4.558.687
1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer
84.755.823
2.828.000
0
0
0
0
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
7.014.369
10.983.700
6.642.166
6.642.166
3.883.710
3.883.710
3. Economisch Vestigingsklimaat
118.750
1.249.451
0
0
0
0
Overhead
34.389
0
0
0
0
0
91.923.331
15.061.151
6.642.166
6.642.166
3.883.710
3.883.710
965.611
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Lasten per taakveld
Overhead Totaal Incidentele baten per programma
Totaal Saldo van incidentele baten en lasten
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar 2022 aanvullend € 81.727.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2022 (tevens incidentele baat 2022). Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van het Rijk via de BDU (tevens incidentele baat). Specificatie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Beschikbaarheidsvergoeding OV
81.727.000
Toevoeging aan risicoreserve financieringen
1.000.000
3.280.568
Zuid-Holland Bereikbaar exploitatiebudget
2.450.000
2.450.000
Inzet tour de Force
138.501
Incidentele toevoegingen aan de BDU:
Studie Voorne-Putten
21.000
Studie en innovatie CID Binckhorst
378.000
Fietsnetwerkplannen Zuidwest
41.322
Totaal
85.755.823
68
MRDH
●
378.000 6.108.568
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten en baten: voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk via de BDU. Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Specificatie Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen
182.856
1.999.946
1.642.166
1.642.166
883.710
883.710
Oeververbindingen Regio Rotterdam
3.077.794 5.000.000
5.000.000
3.000.000
3.000.000
6.642.166
6.642.166
3.883.710
3.883.710
Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied No regret Den Haag
1.050.413 3.753.719
3.753.719
Maatregel KTA MoVe Algeracorridor
2.341.598
Maatregel KTA MoVe Westland
657.996
Optimalisatie aansluiting A15 Aveling
796.694
Zuid-Holland Bereikbaar werkbudget
383.334
Totaal
7.014.369
10.983.700
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezicht houdende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekking aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie 2020-2022 (City of the Future) aan YES!Delft (lasten en baten) voor € 118.750. De raming voor 2023 betreft de onttrekking van het vrije deel binnen de reserve zodat dit in 2023 kan worden ingezet voor projecten en opdrachten op het gebied van de Strategische Agenda (Toekomstbestendige economie stimuleren en Vernieuwen van werklocaties).
69
De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Saldo baten en lasten
1.336.068
2.031.117
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-881.250
-2.031.117
-7.647.038
-4.181.266
-85.105
-674.977
Begrotingssaldo na bestemming
454.818
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
965.611
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
1.420.429
3.280.568
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
Structureel begrotingssaldo
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2024 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
70
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten. Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2024 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
71
Geprognosticeerde balanscijfers
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Materiële vaste activa (art. 35)
976.683
806.422
603.160
399.899
196.637
77.838
Investeringen met economisch nut
976.683
806.422
603.160
399.899
196.637
77.838
Activa Vaste activa (art. 33)
Financiële vaste activa (art. 36)
1.038.465.199 1.178.435.982 1.350.879.197 1.416.361.865 1.436.513.387 1.428.204.445
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen
1.001
1.001
1.001
1.001
1.001
1.001
Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.038.464.198
1.178.434.981
1.350.878.196
1.416.360.864
1.436.512.386
1.428.203.444
Totaal vaste activa
1.039.441.881 1.179.242.404 1.351.482.357 1.416.761.764 1.436.710.024 1.428.282.284
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één
447.995.539
368.596.917
354.592.624
336.591.495
299.855.616
282.573.681
jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen
40.481.802
47.500.000
47.500.000
47.500.000
47.500.000
47.500.000
Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen
20.000.000
0
0
0
0
0
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd
386.533.568
319.096.917
305.092.624
287.091.495
250.355.616
233.073.681
korter dan één jaar Overige vorderingen
980.170
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
Liquide middelen (art. 40)
50.013
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Banksaldi
50.013
50.000
50.000
50.000
50.000
50.000
Overlopende activa (art. 40a)
96.411.623
61.035.246
35.344.922
26.000.000
26.000.000
26.000.000
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te
74.023.146
41.035.246
15.344.922
6.000.000
6.000.000
6.000.000
Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde
22.388.477
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
20.000.000
bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa
544.457.175
429.682.163
389.987.546
362.641.495
325.905.616
308.623.681
Totaal activa
1.583.899.056 1.608.924.567 1.741.469.904 1.779.403.259 1.762.615.639 1.736.905.965
ontvangen voorschotbedragen
72
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Geprognosticeerde balanscijfers Passiva
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
33.843.976
35.875.093
43.522.131
47.703.397
47.788.502
48.463.479
0
0
0
0
0
Vaste passiva (art. 33) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves
33.389.157
35.875.093
43.522.131
47.703.397
47.788.502
48.463.479
Gerealiseerde resultaat
454.819
0
0
0
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar
1.039.232.364 1.178.434.981 1.350.878.196 1.416.360.864 1.436.512.386 1.428.203.444
of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Totaal vaste passiva
1.038.451.114
1.178.434.981
1.350.878.196
1.416.360.864
1.436.512.386
1.428.203.444
781.250 1.073.076.340 1.214.310.073 1.394.400.327 1.464.064.261 1.484.300.888 1.476.666.923
Vlottende passiva (art. 47) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd
37.198.413
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden
37.198.413
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
37.000.000
Overlopende passiva (art. 49)
473.624.302
357.614.493
310.069.576
278.338.998
241.314.752
223.239.042
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd
156.595.237
108.063.140
74.522.515
60.793.066
60.504.699
59.710.924
314.988.005
247.551.354
233.547.061
215.545.932
178.810.053
161.528.118
2.041.060
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
2.000.000
510.822.716
394.614.493
347.069.576
315.338.998
278.314.752
260.239.042
en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen Totaal vlottende passiva Totaal passiva
1.583.899.056 1.608.924.567 1.741.469.904 1.779.403.259 1.762.615.639 1.736.905.965
73
EMU-saldo
bedragen in euro’s
Jaarrekening
Raming
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
1.336.068
2.031.117
7.647.038
4.181.266
85.105
674.977
reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
187.261
200.262
203.262
203.262
203.262
141.098
Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans
-157.309
-30.000
0
0
0
0
worden geactiveerd Berekend EMU-saldo
1.366.020
2.201.378
7.850.300
4.384.528
288.366
816.075
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit
Voor de begrotingsperiode worden geen negatieve EMU-saldi begroot. Dat betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, lager is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting, maar dat is nu ook niet het geval.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. Met ingang van 2022 is vanuit de Cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Gezien het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2024 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2024. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies.
Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2022 t/m 2027 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
74
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2022-2027 Staat van reserves en fondsen 2022-2027
Omschrijving
bedragen in euro’s
Saldo*
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Jaarrekening
toevoeging
2022
2023
Raming
onttrekking
saldo
toevoeging
onttrekking
saldo
2023
31-12-2023
2024
2024
31-12-2024
Reserves Egalisatiereserve EV
5.843.976
0
1.249.451
4.594.525
0
0
4.594.525
Risicoreserve
28.000.000
3.280.568
0
31.280.568
7.647.038
0
38.927.606
financieringen Subtotaal reserves
33.843.976
3.280.568
1.249.451
35.875.093
7.647.038
0
43.522.131
BDU
314.988.005
583.547.419
650.984.070
247.551.354
564.919.389
578.923.682
233.547.061
Subtotaal fondsen
314.988.005 583.547.419 650.984.070 247.551.354 564.919.389 578.923.682 233.547.061
Totaal Generaal
348.831.981 586.827.987 652.233.521 283.426.446 572.566.427 578.923.682 277.069.192
Fondsen
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Staat van reserves en fondsen 2022-2027
Omschrijving
Raming
Raming
toevoeging 2025
bedragen in euro’s
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
Raming
onttrekking
saldo
toevoeging
2025
31-12-2025
2026
Raming
onttrekking
saldo
toevoeging
onttrekking
saldo
2026
31-12-2026
2027
2027
31-12-2027
Reserves Egalisatiereserve EV
0
0
4.594.525
0
0
4.594.525
0
0
4.594.525
Risicoreserve
4.181.266
0
43.108.872
85.105
0
43.193.977
674.977
0
43.868.954
financieringen Subtotaal reserves
4.181.266
0
47.703.397
85.105
0
47.788.502
674.977
0
48.463.479
BDU
576.138.211
594.139.340
215.545.932
574.138.211
610.874.090
178.810.053
574.138.211
591.420.146
161.528.118
Subtotaal fondsen
576.138.211 594.139.340 215.545.932 574.138.211 610.874.090 178.810.053 574.138.211 591.420.146 161.528.118
Totaal Generaal
580.319.477 594.139.340 263.249.329 574.223.315 610.874.090 226.598.555 574.813.188 591.420.146 209.991.596
Fondsen
75
Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de per 31 december 2022 nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH (€ 4.594.525). Daarnaast resteert per jaareinde nog € 1.249.451 van de resultaatbestemming 2021 en 2022. Uiterlijk medio 2024 dient de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat hiervoor een concrete bestemming voor te stellen. De verwachting is dat deze middelen in 2023 worden besteed. Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer).
Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
76
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2024 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen: bedragen in euro’s
Gemeente
Aantal inwoners
Bijdrage
Totaal inwonerbijdrage
1 januari 2023
1)
per inwoner
2024
Albrandswaard
26.361
2,97
78.292
Barendrecht
48.805
2,97
144.951
Capelle aan den IJssel
67.531
2,97
200.567
Delft
106.083
2,97
315.067
Den Haag
562.416
2,97
1.670.376
Krimpen aan den IJssel
29.506
2,97
87.633
Lansingerland
64.741
2,97
192.281
Leidschendam-Voorburg
77.759
2,97
230.944
Maassluis
35.301
2,97
104.844
Midden-Delfland
19.468
2,97
57.820
Nissewaard
86.848
2,97
257.939
Pijnacker-Nootdorp
57.683
2,97
171.319
Ridderkerk
47.485
2,97
141.030
Rijswijk (ZH.)
58.004
2,97
172.272
Rotterdam
664.071
2,97
1.972.291
Schiedam
80.631
2,97
239.474
Vlaardingen
75.053
2,97
222.907
73.949
2,97
219.629
Wassenaar
27.106
2,97
80.505
Westland
114.915
2,97
341.298
Zoetermeer
127.052
2,97
377.344
Voorne aan Zee
2)
Totaal
2.450.768
1)
bron: CBS StatLine info van 21-3-2023.
2)
per 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd. Per die datum is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee ontstaan.
7.278.783
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2023 met € 0,15 (Kadernota MRDH begroting 2024) naar € 2,97 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2024 € 7,3 miljoen en wordt voor € 5,7 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,6 miljoen ingezet.
77
78
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Hoofdstuk 8 Besluit 1. De begroting 2024 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2025-2027; 2. De bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer; 3. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat. Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 september 2023.
de secretaris, de voorzitter, Christel Mourik Jan van Zanen
79
80
MRDH
●
Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027
Bijlage 1
Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente. nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. Taakveld