501789 Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2023 en ontwerpwijziging 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.pdf
Tekst van het document
262.238.378
244.353.681
262.238.378
244.353.681
241.099.247 241.099.247
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Overige kosten Resultaat vorige boekjaren Totaal lasten Nog toe te wijzen taakstelling Extra taakstelling Vlaardingen Totaal lasten na Taakstelling
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 54.966.783 9.655.598 45.801.711
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 39.966.783 9.655.598 45.801.711
26.009.879 48.886.623 26.157.715 10.886.264 28.753.967 8.502.244 46.508.931
1.712.350 10.103.58415.378.126 3.529.11326.212.8161.153.354707.220
26.702.284 50.188.027 26.854.056 11.176.065 29.519.422 8.502.244 46.508.931
27.413.122 51.524.075 27.568.933 11.473.582 30.305.254 8.502.244 46.508.931
28.142.883 52.895.689 28.302.842 11.779.018 31.112.006 8.502.244 46.508.931
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 -
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 9.883.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 -
44.305.905 711.307 1.491.719 19.034.944 19.654.239 2.167.119 16.982.341 504.779 6.494.842 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 80.093 320.374 244.635.053
44.305.905 711.307 1.491.719 19.034.944 19.654.239 2.167.119 16.982.341 504.779 6.384.842 1.000 1.848.710 3.975.474 159.191 80.093 320.374 -
247.038.378 -2.684.697 244.353.681
739.902 85.43552.752 2.334.839 3.106.525 396.711 1.975.5494.592.958 92.405 3.379.3223.560.386151.290497.121 7.291 3.668 14.674 9.600 200.00021.139.1310 21.139.131-
44.305.905 711.307 1.491.719 19.034.944 19.654.239 2.167.119 16.982.341 504.779 6.384.842 1.000 1.848.710 3.975.474 159.191 80.093 320.374 -
262.238.378 0 0 262.238.378
44.305.905 711.307 1.491.719 19.034.944 19.654.239 2.167.119 16.982.341 504.779 6.704.442 1.000 1.848.710 4.085.474 159.191 80.093 320.374 209.600 241.099.247 241.099.247
248.370.165
252.317.638
244.635.053
248.370.165
252.317.638
0
0
0
0
0
0
0
LASTEN A B C D E F G
H I
J i tl io ic ia iw
U z
z
SALDO
Deze meerjarenraming houdt nog geen rekening met inflatie na 2023. De trendmatige ontwikkeling voor de opdrachten A tot en met E is meerjarig verwerkt tot en met 2026.
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 37
55/117
4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. In de eerste plaats is er geen sprake van een onderneming in fiscale zin, daaronder begrepen een uiterlijk met een onderneming overeenkomende werkzaamheid. Er worden geen diensten op de markt verkocht. En er is geen te verwachten winst. Voor zover er bij de GRJR overschotten of tekorten ontstaan, worden die naar rato verrekend met de aangesloten gemeenten. Als er geen onderneming is, is er geen belastingplicht en ook geen aangifteplicht. In de tweede plaats kan een beroep worden gedaan op de samenwerkingsvrijstelling. Het gaat bij de jeugdhulp om de uitvoering van een overheidstaak waarmee niet in concurrentie wordt gedreven. Ook wordt voldaan aan de voorwaarde dat de gemeenten naar evenredigheid van de afgenomen activiteiten bijdragen aan de kosten van het samenwerkingsverband. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de bij de deelnemende gemeenten.
Deze bijdragen zijn van BTW heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten. De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTWheffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds. 4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht conform BBV zijn de baten en lasten per taakveld uitgesplitst. Taakveld
Baten
6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.82 - Geëscaleerde zorg 186.83 - Geëscaleerde zorg 18+ Totaal
175.427.431 55.882.115 9.789.702 241.099.247
Lasten
Saldo
175.427.431 55.882.115 9.789.702 241.099.247
-
De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: Budget A
Taakvelden
Pleeghulp
Maatwerkdienstverlening 1838
56/117
B
Opname
Maatwerkdienstverlening 18-
C
Langdurig verblijf
Maatwerkdienstverlening 18-
D
Daghulp
Maatwerkdienstverlening 18-
E
Ambulante hulpverlening
Maatwerkdienstverlening 18-
F
Crisis
Maatwerkdienstverlening 18-
G
Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
Geëscaleerde zorg 18-
2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
Maatwerkdienstverlening 18-
3. KSCD
Maatwerkdienstverlening 18-
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
Geëscaleerde zorg 18- en 18+
I
Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl. pleegzorg)
Maatwerkdienstverlening 18-
2. Adolescente Strafrecht (ASR)
Maatwerkdienstverlening 18+
3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ
Maatwerkdienstverlening 18Geëscaleerde zorg 18Naar rato van totale lasten A t/m H per taakveld
Uitvoeringskosten
39
57/117
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
40
58/117
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 1 juli 2022,
….. Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
41
59/117
Bijlage Gemeentelijke bijdragen (bijlage bij paragraaf 4.1.2) Begroting 2023 per perceel per gemeente A
F Perceel A
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal B Perceel B
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal C Perceel C
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal D Perceel D
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal E
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
MVS
Subtotaal
Memo's
286.576 684.628 257.642 1.491.625 914.880 837.186 880.380 1.070.242 1.490.402 1.020.029 165.144 11.671.433
70.135 167.553 63.054 365.054 223.904 204.889 215.461 261.927 364.755 249.638 40.417 2.856.418
271.168 647.820 243.790 1.411.429 865.693 792.176 833.048 1.012.702 634.492 1.410.273 965.189 1.320.690 1.382.537 156.265 11.043.933
286.576 684.628 257.642 1.491.625 914.880 837.186 880.380 1.070.242 670.542 1.490.402 1.020.029 1.395.730 1.461.091 165.144 11.671.433
670.5421.395.7301.461.091-
22.991.204
24.297.530
3.527.363-
20.770.167
5.083.205
MVS
Subtotaal
Memo's
380.242 1.288.048 757.945 3.040.579 1.118.208 2.361.813 1.750.357 1.250.586 5.748.637 2.046.433 197.121 30.619.982
14.32648.52728.555114.55342.12888.98165.94447.116216.57977.0997.4261.153.603-
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
406.221 1.376.052 809.730 3.248.320 1.194.607 2.523.178 1.869.946 1.336.029 1.346.272 6.141.401 2.186.251 4.032.825 3.627.139 210.588 32.712.027
380.242 1.288.048 757.945 3.040.579 1.118.208 2.361.813 1.750.357 1.250.586 1.260.173 5.748.637 2.046.433 3.774.913 3.395.172 197.121 30.619.982
1.260.1733.774.9133.395.172-
63.020.586
58.990.207
8.430.258-
50.559.949
1.904.837-
MVS
Subtotaal
Memo's
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
6.408 303.798 55.646 945.176 439.444 510.992 31.920 44.783 82.712 1.387.841 229.157 881.578 1.177.211 126.732 6.457.213
5.447 258.254 47.304 803.479 373.565 434.387 27.135 38.069 70.312 1.179.782 194.803 749.416 1.000.729 107.733 5.489.176
70.312749.4161.000.729-
12.680.611
10.779.589
-1.820.457
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
MVS
5.447 258.254 47.304 803.479 373.565 434.387 27.135 38.069 1.179.782 194.803 107.733 5.489.176
9.468 448.864 82.217 1.396.505 649.283 754.996 47.162 66.167 2.050.547 338.581 187.248 9.540.590
8.959.132
15.571.628
Subtotaal
127.211 334.970 37.363 651.576 219.162 164.275 528.276 628.787 841.040 389.274 26.714 8.185.044
Memo's
155.083 408.363 45.549 794.338 267.181 200.268 644.023 766.556 256.361 1.025.314 474.566 1.330.603 1.194.645 32.567 9.978.409
127.211 334.970 37.363 651.576 219.162 164.275 528.276 628.787 210.287 841.040 389.274 1.091.461 979.938 26.714 8.185.044
210.2871.091.461979.938-
68.981 181.638 20.260 353.319 118.841 89.078 286.459 340.961 456.056 211.085 14.486 4.438.361
17.573.825
14.415.377
2.281.685-
12.133.692
6.579.525
MVS
Subtotaal
Memo's
Gemeentelijke aanpasing
67.385 32.692 86.000236.080386.024442.500140.92839.5741.387.536
Begroting 2023
424.096 884.873 320.696 1.770.679 902.704 656.051 653.341 1.332.169 1.855.157 1.128.739 165.987 15.915.388
156.508
26.009.879
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
25.467222.00062.9949.908314.285866.165
365.916 1.214.054 729.390 2.704.025 1.013.086 2.262.924 1.370.127 1.203.470 5.532.058 1.969.334 189.694 30.332.544
231.511
48.886.623
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
1.592 -5.622 163.442 -26.338 7.678 -1.948 -33.459 1.521.610
16.507 701.496 292.963 2.173.646 1.030.526 1.187.434 74.296 104.236 3.230.328 499.925 294.981 16.551.375
1.626.955
26.157.715
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
62.905165.64018.475412.000108.373100.000306.228472.138192.4935.988.701-
133.287 350.969 39.147 592.895 229.629 153.353 508.508 969.748 824.958 407.867 41.199 6.634.704
7.826.953-
10.886.264
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
Perceel E
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
Totaal GR
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal Taakstelling Totaal
Perceel F
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal G Perceel G
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal H Perceel H
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal I Perceel I
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
JEV Raming 2023 Indicatie Q4
MVS
Subtotaal
Memo's
Gemeentelijke aanpasing
108.763 265.669 63.302 491.542 268.724 255.034 239.345 344.688 734.892 276.901 77.817 5.072.647
4.018 9.815 2.339 18.160 9.928 9.422 8.843 12.734 27.150 10.230 2.875 187.407
-
Begroting 2023
106.649 260.505 62.071 481.989 263.502 250.077 234.694 337.989 214.213 720.609 271.519 624.214 589.546 76.305 4.974.062
108.763 265.669 63.302 491.542 268.724 255.034 239.345 344.688 218.459 734.892 276.901 636.586 601.231 77.817 5.072.647
218.459636.586601.231-
9.467.944
9.655.598
1.456.276-
8.199.323
302.921
-
8.502.244
MVS
Subtotaal
Memo's
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
515.642 918.319 351.077 2.308.630 992.971 1.300.501 970.643 1.119.099 150.933917.890 3.354.173 1.278.029 374.304- 2.276.304 412.264- 2.507.155 292.127 - 25.761.649
18.903 33.666 12.870 84.634 36.402 47.676 35.584 41.026 33.650 122.964 46.853 83.449 91.912 10.709 944.422
-
JEV Raming 2023 Indicatie Q4
550.807 980.946 375.020 2.466.072 1.060.689 1.389.191 1.036.838 1.195.419 1.141.714 3.582.917 1.365.187 2.831.373 3.118.516 312.049 27.518.520
515.642 918.319 351.077 2.308.630 992.971 1.300.501 970.643 1.119.099 1.068.824 3.354.173 1.278.029 2.650.609 2.919.420 292.127 25.761.649
48.925.256
45.801.711
JEV Raming 2023 Indicatie Q4
144.066 291.846 105.654 705.797 266.348 305.144 199.837 499.061 299.918 1.169.421 287.687 819.928 1.275.421 98.153 9.906.717
146.927 297.640 107.751 719.810 271.636 311.202 203.805 508.969 305.873 1.192.639 293.399 836.207 1.300.743 100.102 10.103.402
16.375.000
16.700.104
JEV Raming 2023 Indicatie Q4
238.997 583.785 139.100 1.080.122 590.499 560.415 525.941 757.422 480.045 1.614.862 608.466 1.398.843 1.321.154 170.997 11.146.714
186.397 455.302 108.486 842.402 460.538 437.076 410.188 590.724 374.394 1.259.453 474.551 1.090.977 1.030.386 133.363 8.693.477
21.217.361
16.547.715
112.781 275.484 65.640 509.702 278.652 264.456 248.188 357.422 762.042 287.131 80.692 5.260.055
534.546 951.985 363.948 2.393.264 1.029.373 1.348.177 1.006.226 1.160.125 951.540 3.477.136 1.324.881 2.359.754 2.599.067 302.836 26.706.071
937.502- 44.864.209
1.644.722
-
46.508.931
MVS
Subtotaal
Memo's
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
146.927 297.640 107.751 719.810 271.636 311.202 203.805 508.969 305.873 - 1.192.639 293.399 836.207 - 1.300.743 100.102 - 10.103.402
20.542 41.613 15.065 100.637 37.977 43.509 28.494 71.159 42.764 166.743 41.020 116.910 181.857 13.995 1.412.555
-
-
167.468 339.253 122.816 820.447 309.614 354.711 232.299 580.128 348.637 1.359.381 334.419 953.117 1.482.600 114.097 11.515.958
16.700.104
2.334.839
-
19.034.944
MVS
Subtotaal
Memo's
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
45.450132.440125.085-
186.397 455.302 108.486 842.402 460.538 437.076 410.188 590.724 328.944 1.259.453 474.551 958.537 905.302 133.363 8.693.477
39.142 95.611 22.781 176.899 96.710 91.783 86.137 124.048 69.076 264.477 99.653 201.287 190.108 28.005 1.825.576
1.491159.067158.764
302.975- 16.244.740
3.411.295
MVS
Subtotaal
Memo's
225.539 550.912 131.268 1.019.301 555.757 369.791 496.325 714.772 398.020 1.523.931 574.204 1.159.824 1.095.409 161.369 10.677.817
1.795-
19.654.239
Herverdeling zie memo 18
Begroting 2023
Uitvoeringskosten
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
794.465 1.712.863 353.693 2.337.815 1.398.049 1.198.689 992.396 2.554.964 951.737 4.008.210 1.605.873 2.516.975 2.601.720 200.883 21.609.385
708.159 1.526.787 315.270 2.083.847 1.246.172 1.068.469 884.587 2.277.406 848.345 3.572.779 1.431.420 2.243.544 2.319.083 179.061 19.261.854
848.3452.243.5442.319.083-
708.159 1.526.787 315.270 2.083.847 1.246.172 1.068.469 884.587 2.277.406 3.572.779 1.431.420 179.061 19.261.854
136.123 293.481 60.602 400.560 239.541 205.383 170.037 437.767 686.765 275.150 34.419 3.702.543
217.228468.342111.709839.000407.541727.972353.847160.0001.095.951439.08854.8157.568.722-
627.054 1.351.926 264.162 1.645.407 1.078.173 545.880 700.777 2.555.173 3.163.593 1.267.481 158.665 15.395.675
44.837.719
39.966.783
5.410.972-
34.555.811
6.642.371
12.444.215-
28.753.967
Gemeentelijke aanpasing
Begroting 2023
JEV Indicatie Raming 2023 Q4
MVS
Subtotaal
Memo's
2.735.797 6.717.253 2.226.297 13.750.948 6.499.026 7.875.350 6.504.928 8.701.193 5.531.858 21.479.305 8.151.565 16.119.509 16.630.239 1.428.851 138.235.410
2.576.696 6.301.564 2.110.937 12.936.646 6.140.931 7.431.002 6.139.717 8.181.402 5.250.830 20.126.054 7.688.282 15.121.070 15.623.230 1.358.837 130.051.181
(3.572.932) (10.685.215) (10.565.484) -
2.576.696 6.301.564 2.110.937 12.936.646 6.140.931 7.431.002 6.139.717 8.181.402 1.677.899 20.126.054 7.688.282 4.435.855 5.057.746 1.358.837 130.051.181
322.545 1.149.354 232.915 2.643.633 1.295.243 1.286.372 745.239 1.212.196 111.258 3.717.183 1.117.606 301.894 369.665 302.947 22.334.441
(204.054) (616.560) 54.227 (1.559.821) (809.387) (1.358.530) (1.430.614) (152.681) (45.712) (1.496.220) (771.715) (157.825) (141.967) (106.969) (9.460.160)
2.695.186 6.834.357 2.398.078 14.020.458 6.626.787 7.358.844 5.454.342 9.240.916 1.743.445 22.347.017 8.034.173 4.579.924 5.285.444 1.554.815 142.925.461
262.587.529
247.038.378
24.823.630-
222.214.748
37.142.489
18.257.990-
241.099.247
24.823.630-
222.214.748
37.142.489
18.257.990-
241.099.247
Perceel J
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
JEV Raming 2023 Indicatie Q4
61.931 151.275 36.045 279.890 153.015 145.220 136.286 196.270 124.393 418.457 157.671 362.480 342.349 44.310 2.888.431
111.333 271.947 64.798 503.157 275.074 261.060 245.001 352.833 223.621 752.257 283.444 651.629 615.438 79.656 5.192.516
98.429286.822270.892-
111.333 271.947 64.798 503.157 275.074 261.060 245.001 352.833 125.192 752.257 283.444 364.807 344.546 79.656 5.192.516
30.44374.36017.718137.58275.21671.38466.99296.47834.232205.69677.50499.75294.21221.7811.419.830-
7.101 15.818 20.970 25.517 58626.390 13.7547.319 45.71271.869 34.253 157.825141.96712.581163.189
5.498.023
9.883.764
656.143-
9.227.621
2.523.179-
0
87.992 213.404 68.049 391.092 199.272 216.066 164.254 263.673 45.248 618.431 240.193 107.230 108.368 45.294 3.935.875 6.704.442
2.684.697244.353.681
42
60/117
1e ONTWERP BEGROTINGSWIJZIGING 2022 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 14 april 2022
61/117
Inleiding Voor u ligt de (eerste) begrotingswijziging 2022 van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond beter bekend als Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De begroting 2022 is al in juli 2021 vastgesteld op basis van uitgangspunten in de Kadernota 2022 die al oktober 2020 is vastgesteld. Het zo vroegtijdig moeten opmaken van de begroting heeft onvermijdelijk als consequentie dat moet worden gewerkt met soms globale aannames. Ontwikkelingen die zich na vaststelling voordoen leiden tot de noodzaak om de begroting bij te stellen. Een van deze ontwikkelingen is de noodzaak om realistischer te begroten. De voorlopige jaarrekening 2021 geeft inderdaad aanleiding tot bijstelling van de uitgavenverwachting. Hiermee wordt het risico op grote tegenvallers in de jaarrekening verkleind en kunnen de deelnemende gemeenten eerder maatregelen treffen om kostenstijgingen op te vangen. Daarnaast zijn er nog enkele inhoudelijke besluiten genomen die moeten worden verwerkt tot een begrotingswijziging. Deze begrotingswijziging is als volgt opgebouwd: 1. Wijziging begrote baten en lasten 2022 2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2022 3. Besluit
2
62/117
1. Wijziging baten en lasten 2022 In de periode tot maart 2022 heeft de GRJR te maken met diverse ontwikkelingen die het realiteitsgehalte en evenwicht in de vastgestelde begroting 2022 beïnvloeden. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen. Mutaties + Mutaties Begroting 2022 (begrotingsboek) A. Realistisch begroten o.b.v. voorlopige JR21 B. Ophoging budget VTRR C. Percelen A t/m I Indexeren met 2,999% ipv 1,982% D. Woonplaatsbeginsel (WPB) E. ASR ophoging F. Perceel E Experimenteerruimte Capelle & Krimpen G. Baten op E gelijk stellen aan lasten Totaal mutaties Begroting 2022 (na 1e begrotingswijziging)
Lasten 262.238.378
16.811.899 1.299.896 2.748.609 1.656.768 476.117 -620.000 22.373.289 284.611.667
Baten 254.738.378 16.811.899 1.299.896 2.748.609 1.656.768 476.117 -620.000 7.500.000 29.873.289 284.611.667
Hieronder worden de verschillende mutaties uit de tabel toegelicht. A. Realistisch begroten o.b.v. de voorlopige jaarrekening 2021 De vastgestelde begroting 2022 was gebaseerd op de aanname dat de hoeveelheid in 2020 geleverde zorg constant blijft. Om na te gaan of de hierop gebaseerde begroting voldoende reëel is, is gekeken naar de getalsmatige ontwikkeling van de jeugdhulpverlening in de voorlopige jaarrekening 2021. Overigens is deze cijferexercitie met de nodige slagen om de arm gedaan; de informatievoorziening is immers een onderdeel van het verbeterplan van de GRJR. Opdrachten B (Opname), C (Langdurig verblijf), D (Daghulp) en E (ambulante hulp) Voor de opdrachten B, C en D is de geleverde zorg in 2021 hoger dan het bedrag dat hiervoor is opgenomen in de begroting 2022. Deze ontwikkeling is al enkele jaren zichtbaar en wordt mede veroorzaakt doordat een deel van de zorg (voor de opdrachten B en C) geleverd wordt door middel van de discretionaire route. Dit is geleverde zorg door aanbieders die hoger is dan het oorspronkelijk toegekende budget(plafond). Door middel van het (achteraf) goedkeuren van deze overschrijding kon deze noodzakelijke zorg toch geleverd worden. Voor opdracht E geldt dat in de primaire begroting het budget was verlaagd door de taakstelling in mindering te brengen op het budget voor de reguliere productie (naast de extra inzet aanpak wachttijden).
Dit is niet realistisch. Met deze verhoging van de budgetten wordt het benodigde budget vooraf beschikbaar gesteld. Hiermee is bij de oorspronkelijke begroting gewacht tot de gemeenten expliciete en concrete helderheid zouden hebben over extra middelen van de rijksoverheid voor 2022.
3
63/117
Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de geraamde baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
Landelijk Transitie Arrangementen (LTA) De afgelopen jaren was de realisatie van de LTA kosten structureel hoger dan begroot. Met deze wijziging wordt het budget aangepast aan het niveau van 2021. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de geraamde baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
B. Ophogen budget Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond ontvangt meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling en zorgt vervolgens indien nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Ook geeft Veilig Thuis advies aan professionals over hoe om te gaan met voorkomende signalen. Alle meldingen worden dagelijks gescreend om te kijken of er sprake is van acute onveiligheid. Als daarvan sprake is gaat het crisisteam er direct op af. De organisatie heeft nog altijd te maken met een groei van de instroom. De stijging is al zichtbaar vanaf de invoering van de verscherpte meldcode in 2019. Na een melding zijn mogelijke werkzaamheden het tot stand brengen van afspraken over die situatie (de dienst Voorwaarden en Vervolg (V&V)) of het uitwerken van noodzakelijke vervolghulp (de dienst Onderzoek). Sinds 2020 zien we in beide een toename die in verhouding staat tot het toegenomen aantal meldingen. Mede door de toenemende complexiteit van casussen ziet VTRR bovendien een verschuiving van de dienst V&V naar de (meer tijdrovende) dienst Onderzoek. Deze ontwikkelingen waren voor het Algemeen Bestuur reden om eind 2021 een hogere subsidie 2022 te verlenen en deze te laten verwerken in de eerstvolgende begrotingswijziging. C.
Indiceren van de budgetten voor extra lonen in de zorg Het in de begroting gehanteerde OVA percentage wordt aangepast naar aanleiding van het AB besluit van december 2021 om de extra lonen in de zorg te faciliteren. Dit percentage wordt voor 90% toegepast op alle zorg- en subsidiebudgetten. Als gevolg hiervan stijgen deze budgetten met ca. 1%. De gemeenten krijgen compensatie hiervoor in de decembercirculaire van de Algemene Uitkering. D. Woonplaatsbeginsel Het effect van het woonplaatsbeginsel is berekend op basis van de door de gemeenten aangeleverde informatie over wijzigingen van klanten. Deze wijzigingen bestaan uit de volgende onderdelen: 1. Verschuivingen binnen de regio (neutraal effect voor de GR, wel effect gemeenten) 2. Verschuiving van kosten naar buiten de regio (lagere kosten voor de GR) 3. Verschuiving van kosten van buiten de regio naar de GR (hogere kosten voor de GR) Op basis van de ontvangen informatie van de gemeenten is het financiële effect van het woonplaatsbeginsel berekend op € 1,8 miljoen. Hierbij hebben de gemeenten aangegeven wat het
4
64/117
door hen verwachte effect is van het WPB. Op basis van de meicirculaire is op nationaal niveau berekend dat het effect ca € 14 miljoen is. Voor dit bedrag hebben gemeenten compensatie gekregen van het Rijk. Derhalve zit er voor ca € 12 miljoen een risico in deze begroting. Gedurende 2022 wordt op basis van de gerealiseerde zorgkosten duidelijk in hoeverre dit risico tot uiting komt. E. Ophogen budget adolescentenstrafrecht Bij deze vorm van jeugdhulp is de instroom van casuïstiek niet beïnvloedbaar door de gemeenten en de GRJR. In de begroting 2021 het budget verhoogd met een extra subsidietoekenning. Dit is ook voor 2022 nodig gebleken. Ook in de jaarrekening 2021 is een overschrijding van ca. € 0,3 miljoen zichtbaar. Op dit moment is al zeker dat voor 2022 minimaal eenzelfde overschrijding onvermijdelijk is. Het budget is voor 2022 slechts geïndexeerd, voorgesteld wordt om de begroting ’22 met de onvermijdelijke extra uitgaven op te hogen (met geïndexeerde bedragen). Dit komt neer op ca. € 0,5 miljoen extra. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
F. Perceel E Experimenteerruimte Capelle a/d IJssel en Krimpen a/d/ IJssel In mutatie A is voor opdracht E de realisatie 2021 als uitgangspunt genomen. Hierdoor was de experimenteerruimte voor de gemeenten Capelle a/d IJssel en Krimpen a/d IJssel die voor 2022 in de begroting was opgenomen teniet gedaan. Met deze wijziging is de verlaging van de kosten op opdracht E weer in de begroting opgenomen. G. Dekking wachttijdenaanpak In de begroting 2022 is incidenteel €15 miljoen extra ingezet om het project Aanpak wachttijden uit te voeren. Op het moment van begrotingsvaststelling was de verwachting dat de gemeenten voor 2022 extra geld in de Algemene Uitkering zouden gaan ontvangen voor de aanpak van de wachttijden. In afwachting daarvan werd in de begroting slechts voor €7,5 mln. extra bijdragen gevraagd waardoor de begroting is eerste instantie niet sluitend is. Met deze begrotingswijziging 2022 wordt het ongedekte deel van de lasten van deze de wachttijden aanpak van € 7,5 miljoen als extra bijdrage van de gemeenten verwerkt. Dekking: Om deze structurele lastenstijging te dekken wordt voorgesteld om de baten uit inleg van de deelnemende gemeenten in gelijke mate te verhogen.
De beschreven mutaties leiden tot de volgende gewijzigde begroting:
5
65/117
Begroting 2022
Definitieve Begroting 2022 (AB juli 2021)
Ontwerp 1e begrotingswijziging
Begroting na wijziging
254.738.378
29.873.289
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
254.738.378
29.873.289
284.611.667 0 0 0 284.611.667
24.297.530 58.990.207 10.779.589 14.415.377 54.966.783 9.655.598 45.801.711
202.421 2.670.153 6.587.930 3.251.073 3.451.132 98.197 465.803
24.499.951 61.660.360 17.367.519 17.666.450 58.417.915 9.753.796 46.267.515
43.566.003 796.743 1.438.966 16.700.104 16.547.715 1.770.408 1.975.549 12.389.383 412.374 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 262.238.378
443.066 8.103 14.634 1.482.956 4.163.624 18.005 496.208 3.645.217 4.194 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 22.373.289
44.009.069 804.845 1.453.600 18.183.060 20.711.339 1.788.413 2.471.758 16.034.600 416.568 10.083.764 3.561.386 2.000.000 3.588.353 151.900 76.425 305.700 200.000 200.000 0 0 284.611.667
-7.500.000
7.500.000
0
0 0 0
LASTEN A B C D E F G
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team
H I
J
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) 3. KSCD Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ Uitvoeringskosten Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Transformatiefonds/Innovatie Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Programmateam Regio-agenda Overige kosten Resultaat vorige boekjaren Totaal lasten
SALDO
6
66/117
2. Wijziging gemeentelijke bijdragen 2022 Op basis van de in de begroting 2022 opgenomen systematiek leidt de bijstelling van de begroting tot hieronder genoemde aangepaste bijdragen per gemeente. Onderstaande verhoging van de inleg is gebaseerd op de begroting 2022 (de vlaktaks). De gevolgen van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn per gemeenten verschillend; voor sommige gemeenten worden de kosten lager, voor andere hoger. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd in de Algemene Uitkering. Daarom is er voor gekozen deze gevolgen voor de extra inleg niet onder de vlaktaks mee te rekenen maar de opgegeven bedragen per gemeente direct door te rekenen in de extra inleg. Deelnemers GR
Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Westvoorne Rotterdam Totaal
Oorspronkelijke begroting inleg 2022 2.134.934 6.318.596 1.845.234 11.691.982 8.071.672 7.151.280 5.045.172 9.391.550 6.336.393 20.045.023 8.567.385 13.314.092 14.926.060 448.539 138.830.467 254.118.378
Extra inleg 195.196 699.611 340.674 680.153 662.427 365.967 -521.982 726.013 777.237 2.196.149 285.077 1.843.708 1.950.190 201.926 20.090.943 30.493.289
Inleg 2022 Nieuw 2.330.130 7.018.207 2.185.908 12.372.135 8.734.099 7.517.247 4.523.190 10.117.563 7.113.630 22.241.172 8.852.462 15.157.800 16.876.249 650.464 158.921.410 284.611.667
* Aanpassing inleg in verband met experimenteerruimte opdrachten D en E Om de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel gelegenheid te geven hun experimenteerruimte te financieren worden, conform de geamendeerd door het algemeen bestuur vastgestelde Kadernota, de kosten ad €350.000 resp. €270.000 in mindering gebracht op hun inleg op de programmabegroting 2022. Dit wordt achteraf verrekend. In de primaire begroting 2022 stond de inleg nog exclusief deze verlaging. In bovenstaande tabel is in de kolom “Oorspronkelijke begroting inleg 2022”deze aanpassing verwerkt.
7
67/117
4. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 1 juli 2022,
…. Voorzitter
Mr. S. Hammer Secretaris
8
68/117
VOORLOPIGE JAARSTUKKEN 2021 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 14 april 2022
69/117
INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER..................................................................................3 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ...............................................................................9 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR ..........................................................9 2.2 Resultaten 2021............................................................................................................ 10 2.3 Transformatie................................................................................................................ 22 3. PARAGRAFEN.................................................................................................................... 24 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................... 25 3.2 Financiering ................................................................................................................... 27 3.3 Bedrijfsvoering.............................................................................................................. 27 3.4 Rechtmatigheid............................................................................................................. 29 3.5 Coronaparagraaf........................................................................................................... 30 4.
JAARREKENING ................................................................................................................ 33 4.1 Overzicht van baten en lasten................................................................................. 33 4.2 Toelichting op baten en lasten................................................................................ 34 4.3 Balans ............................................................................................................................... 38 4.4 Toelichting op de balans ........................................................................................... 39 4.5 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ..................................... 44 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................................ 45 5. VASTSTELLINGSBESLUIT.............................................................................................. 48
2
70/117
1. Samenvatting en leeswijzer In de Jaarstukken 2021 van de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) verantwoorden wij het gevoerde beleid en het financieel beheer over het jaar 2021. Het Bestuur wordt met deze stukken in staat gesteld om zijn controlerende taak te vervullen. In het zorglandschap zijn diverse ontwikkelingen te zien die een mogelijke verklaring vormen voor verschillen tussen de voorlopige jaarrekening en de begroting 2021. Het totale financiële tekort in de rekening bedraagt voorlopig €12,7 mln.
De stijgende lijn in de uitgaven voor specialistische jeugdhulp is te verklaren uit verschillende factoren die per opdracht in onderlinge samenhang de trend bepalen:
Inflatie/indexatie leidt in euro’s tot hogere uitgaven voor dezelfde omvang en intensiteit van jeugdhulp Meer toegewezen arrangementen als gevolg van meer verwijzingen naar specialistische jeugdhulp (aantal toewijzingen) Langere en/of verlengde toegewezen arrangementen bijvoorbeeld als gevolg van beperkt aanbod van voorliggende voorzieningen of wachttijden bij (andere) specialistische aanbieders (toewijzingsduur) Meer geleverde zorg binnen de ruimte die toegewezen arrangementen bieden (verzilveringsgraad) Duurdere arrangementen in verband met zwaardere hulpvragen waarop verwijzing naar specialistische jeugdhulp plaatsvindt (gemiddeld weektarief) Duurdere arrangementen dan voor de hulpvraag nodig zou zijn, vanwege schaarste van goedkoper aanbod. Het alternatief zou zijn om kinderen op een wachtlijst te houden (gemiddeld weektarief) Mogelijk is er ook sprake van duurdere en/of langere arrangementen dan nodig door beperkte monitoring op verwijzing en toewijzing en beperkte casusregie.
Per opdracht zijn de kostenbepalende effecten in onderlinge samenhang verschillend en ook is er samenhang tussen wat er in verschillende opdrachten gebeurt. Daardoor is (vooralsnog) niet een simpel antwoord te geven op de aard van de kostenstijgingen. Dat neemt niet weg dat de stijgingen feitelijk optreden als resultaat van behoefte, verwijzing, toewijzing en levering van jeugdhulp. Bij opdracht C en D leidt dit tot een hogere kosten dan begroot. Bij andere opdrachten wordt het begrootte bedrag niet volledig gerealiseerd. De mogelijke verklaringen hiervoor worden hieronder per opdracht kort toegelicht. Deze verklaringen zijn gebaseerd op de gegevens die aanbieders en gemeenten in februari hebben aangeleverd. Wanneer zich hierin nog grote wijzigingen voordoen (bijvoorbeeld veel toewijzingen die met terugwerkende kracht worden afgegeven), dan kan hieruit een ander beeld over het zorglandschap ontstaan. Ondanks de ambities om het aantal pleegzorgplaatsingen te laten groeien (in de plaats van verblijf van jeugdigen in een residentiële setting), blijft het aantal geplaatste jeugdigen in 3
71/117
een pleeggezin over de afgelopen jaren redelijk stabiel. Daarmee is er ook geen kostenstijging te zien in opdracht A. De oorzaak van het stabiele aantal plaatsingen hangt samen met het aantal pleeggezinnen: dat neemt vooralsnog niet toe in de regio Rijnmond. Voor opname (opdracht B) is het streven om de opvangcapaciteit voor jeugdigen met meervoudige casuïstiek te vergroten en om een verbeterde doorstroom naar opdracht C te realiseren. De (voorlopige) gerealiseerde kosten van opdracht B komen iets lager uit dan begroot. Mogelijke oorzaak hiervan is een lichte daling in de gemiddelde toewijzingsduur. Daarnaast is het aantal jeugdigen in opdracht B iets afgenomen. Omdat er in opdracht C een stijging in de kosten te zien is, kan dit erop duiden dat een eerste aanzet is gemaakt in de ambitie om de doorstroom van opdracht B naar C te vergroten. Het aantal jeugdigen in opdracht C lijkt echter niet te stijgen. De toename in kosten in opdracht C komt daarom niet door een toename van het aantal jeugdigen of toewijzingen, maar een stijging in het weektarief. Ook in opdracht B stijgt weektarief ten opzichte van voorgaande jaren. Een stijging in het weektarief wordt vaak gezien als een verzwaring van de problematiek.
Dit kan betekenen dat het aanbod voor meervoudige casuïstiek is toegenomen, zoals geambieerd in opdracht B en dat ook de complexiteit in opdracht C toeneemt (mogelijk vanwege instroom uit opdracht B). Schaarste kan echter ook een rol spelen: wanneer voor goedkopere plaatsingen een lange wachttijd is, kan uitgeweken worden naar een (tijdelijke) duurdere plek. Dit is een vorm van overbruggingszorg. Voor daghulp (opdracht D) zijn de (voorlopige) gerealiseerde kosten hoger dan de begroting. Bij deze opdracht stijgt zowel het aantal jeugdigen en toewijzingen als het gemiddeld weektarief ten opzichte van voorgaande jaren. Er worden dus meer jeugdigen in deze opdracht geholpen, tegen een gemiddeld hoger tarief. De toename in het aantal jeugdigen komt onder andere door een betere verbinding tussen wijkteams en aanbieders, waardoor er meer instroom is gerealiseerd. Het gestegen weektarief hangt samen met een toename in het aantal jeugdigen met zwaardere (forensische) problematiek. Ook schaarste kan hier een rol spelen, waardoor duurdere hulp wordt ingezet. Voor ambulante hulp (opdracht E) is de begroting in 2021 opgehoogd. Doel hiervan was om instroom weer mogelijk te maken nadat aanbieders de deuren sloten vanwege het bereiken van hun budgetplafond. De realisatie 2021 komt echter flink onder dit aangepaste budget uit.
Het aantal toewijzingen en het aantal unieke jeugdigen dat zorg heeft ontvangen is namelijk vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van 2020. Aanbieders hebben de uitbreiding van personele capaciteit niet tijdig op orde kunnen krijgen (moeizame werving in een krappe arbeidsmarkt) en niet volledig kunnen inzetten vanwege uitval als gevolg van Corona (ziek en quarantaine). De weektarieven voor ambulante hulp zijn wel gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. Ondanks dat dit slechts een klein bedrag per toewijzing betreft, maakt dit op jaarbasis veel uit vanwege de grote aantallen jeugdigen die in opdracht E geholpen worden. De realisatie ligt dan ook hoger dan de primaire begroting (juli 2020) voor 2021.
4
72/117
Het financiële beeld is als volgt. Primitieve Begroting na begroting 2021 wijziging 2021
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Verschil begroting vs realisatie 2021
Totale Baten
€ 246.686.000 € 269.084.000
€ 264.969.000
-€ 4.115.000
Zorgkosten
€ 241.748.000
€ 256.228.000
€ 255.239.000
€ 988.000
Risico's Jeugdhulp
€ 3.627.000
€ 3.627.000
€ 3.311.000
€ 316.000
Organisatie en overige kosten
€ 3.996.000
€ 3.996.000
€ 3.932.000
€ 65.000
Transformatiefonds Gezamenlijke verantw. Kinderen en ouders
€0
€ 7.788.000
€ 7.788.000
€0
€0
€ 83.000
€ 15.000
€ 68.000
Meer samen doen in crisis
€0
€ 47.000
€0
€ 47.000
-€ 2.685.000
-€ 2.685.000
€0
-€ 2.685.000
€ 246.686.000 € 269.084.000
Taakstelling Totale Lasten
€ 270.285.000
-€ 1.201.000
Saldo Baten en Lasten Nagekomen kosten voorgaande jaren
€0
€0
-€ 5.316.000
-€ 5.316.000
€0
€0
€7. 364.000
-€ 7.364.000
Totaal voorlopig resultaat
€0
€0
-€ 12.680.000
-€ 12.680.000
Het totale tekort in de rekening bedraagt voorlopig €12,7 mln. Voor €5,3 mln. in de exploitatie 2021 en voor €7,4 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. Dit voorlopige resultaat is bepaald op basis van de door de zorgaanbieders voorlopig opgegeven uitgevoerde zorg 2021 die is getoetst aan de toewijzingen van gemeenten (dus niet meer op basis van de verzilveringsgraadmethode). De volledigheid van de toewijzingen en de juistheid van de productie-opgave is echter nog niet zeker. De definitieve productieopgave, inclusief accountantsverklaring moet per 1 april worden aangeleverd door aanbieders. Daarna toetst de UO deze weer aan een eveneens aangevuld bestand met toewijzingen van gemeenten. Dit kan nog tot aanzienlijke wijzigingen in het definitieve jaarrekeningresultaat GRJR leiden. In het jaar 2021 is halverwege besloten tot een begrotingsophoging voor de zorgkosten. In de jaarrekening blijken deze kosten op €1,0 mln. verschil binnen de gewijzigde begroting te passen.1 Er zijn wel grote verschuivingen tussen de zorgbudgetten. Dit heeft te maken met de moeite om aanbod en vraag van jeugdhulp goed op elkaar aan te sluiten. De al vooraf ingeboekte besparing (taakstelling van €2,7 mln.) blijkt niet realistisch te zijn geweest. In
1 Bij de risico’s jeugdhulp zit in het voorlopige jaarrekening saldo nog een bedrag van € 1,4 mln opgenomen voor uitgevoerde
zorg volgens zorgaanbieders die (nog) niet aan opdrachten zijn gekoppeld. Dit zal bij de definitieve jaarrekening wegvallen bij de risico’s jeugdhulp en mogelijk wel worden toegekend aan opdrachten en dus aan zorgkosten.
5
73/117
de begroting was op basis van destijds beschikbare informatie gerekend met €4 mln. eenmalige specifieke uitkering acute GGZ die uiteindelijk toch niet via de GRJR is afgerekend met de aanbieders. Daartegenover zijn de uitgaven voor opdracht E Ambulante hulp (waar de acute GGZ onder valt) ook achtergebleven bij de verwachting. De uitgaven voor opdrachten C (Langdurig verblijf) en D (Daghulp) zijn juist hoger dan begroot. Dit veroorzaakt per saldo een tekort in de exploitatie 2021 van €5,3 mln. Naast deze verschillen in de exploitatie 2021 komt dit tekort voor € 7,4 mln. door nakomende kosten uit eerdere jaren: Eindafrekening 2020 regionale aanbieders € 4,7 mln. en afwikkeling van een geschil over de eindafrekeningen 2018 en 2019: € 0,7 mln. De afwijkingen hebben als oorzaak dat eerdere jaarrekeningen onvoldoende op basis van volledige informatie konden worden opgesteld waardoor met schattingsmethoden moest worden gewerkt. Op een advies van de Jeugdautoriteit is in verband met de financiële situatie van aanbieders van gesloten jeugdhulp (JH+) alsnog omzetderving corona 2020 aan hen vergoed: € 1,2 mln. Afwikkeling landelijke aanbieders en overige kleinere punten: €0,8 mln. De derde bestuursrapportage voorspelde nog een tekort van ruim €20 mln.
Dat het voorlopig rekeningresultaat nu aanzienlijk is, komt door dubbelingen in de van gemeenten ontvangen data en door schattingsfouten op basis van de toen beschikbare data. Zo was voor ambulante hulp in de burap nog de aanname dat het hele budget zou worden besteed, alhoewel dat nog niet uit de data bleek. Inmiddels zijn de detailgegevens over toewijzingen en zorgproductie in concept over heel 2021 wel beschikbaar en blijkt deze aanname onjuist. De bijdragen van de gemeenten zouden moeten worden opgehoogd naar rato van de begrotingsinleg. Na deze eindafrekening van het voorlopig resultaat van €12,7 mln. sluit de jaarrekening 2021 van GRJR op € 0. Leeswijzer Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag (weer onder te verdelen in programmaverantwoording en paragrafen) en de jaarrekening. In voorliggende jaarstukken is dat als volgt vormgegeven. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag. Hoofdstuk 2 bevat de resultaten per onderdeel van inhoud van de jeugdhulp. Hoofdstuk 3 bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen voor zover van toepassing. Voor de GRJR zijn dit paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering en Bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er twee niet-verplichte paragrafen opgenomen: Rechtmatigheid en Corona.
De paragrafen geven inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. 6
74/117
Hoofdstuk 4 is de jaarrekening die financieel inzicht geeft in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting) en de financiële positie (balans met toelichting). Verder zijn er nog enkele verplichte overzichten opgenomen voor zover relevant. De voorlopige jaarrekening wordt op 23 maart in het DB behandeld. De voorlopige jaarrekening wordt door het AB vastgesteld op 14 april en conform Wet Gemeenschappelijke Regeling ter kennisname aan de Raden verzonden. Uiterlijk 1 april komen alle eindverantwoordingen met accountantsverklaring vanuit de zorgaanbieders binnen bij GRJR. Dit wordt verwerkt in een definitieve versie van de jaarstukken en gecontroleerd door de accountant van GRJR. De jaarrekening 2021 met een accountantsverklaring wordt in het DB van 8 juni en het AB van 1 juli vastgesteld.
7
75/117
Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording
8
76/117
2. Programmaverantwoording 2.1 Achtergrond, kaders en speerpunten GRJR 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de vijftien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken, met inachtneming van de bepalingen in de Jeugdwet (artikel 3 van de regeling). De bovenlokale taken zijn kort gezegd het zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een zelfstandig openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en de werkelijke uitgaven worden echter bepaald door het beleid dat deelnemende gemeenten voeren en de wijze waarop afzonderlijke gemeenten invulling geven aan hun taken op het terrein van de jeugdhulp (zoals het toekennen van individuele specialistische hulp aan inwoners).
De verantwoordelijkheid van de GRJR om te zorgen voor een kwalitatief goede en efficiënte uitvoering van bovenlokale taken moet worden gezien als gezamenlijke uitvoering van lokale ambities. In de kern gaat het om het beschikbaar van voldoende passend aanbod van specialistische jeugdhulp. De gemeenschappelijke inkoop, contractering en subsidiëring dienen zodanig vorm te krijgen dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Hiermee ligt er voor het eerst een duidelijk gezamenlijke visie als kader voor de GRJR. De Regiovisie bevat een reeks bouwstenen waarmee realisatie moet gaan plaatsvinden. Een vijftal bouwstenen zijn bedoeld om de regionale jeugdhulpinfrastructuur te laten aansluiten op sterke lokale infrastructuren. Ter uitwerking van visie bepaalde het bestuur van de GRJR in april 2021 een strategie voor de inkoop van specialistische jeugdhulp voor 2023 en verder. In april 2021 heeft het AB de inkoopstrategie en de strategie per opdracht behorende bij deze aanbesteding vastgesteld. De aanbesteding wordt in 2021 afgerond. Naast de opdracht om verschillende soorten jeugdhulp te realiseren worden ook afspraken gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopgaven.
2.1.2 Actuele begroting 2021 Op 1 oktober 2021 heeft het bestuur van de GRJR de volgende begrotingswijzing vastgesteld: 9
77/117
Mutaties lasten voor totaal €14,48 mln.: Verhoging budget Pleeghulp (A) met €2,2 mln. Verhoging budget Ambulante hulp met €11,5 mln. Verhoging budget ASR met €0,78 mln. Mutaties baten voor totaal €14,48 mln.: Verhoging bijdragen gemeenten met €10,48 mln. Bijdrage uit specifieke uitkering (SPUK Acute GGZ) €4,0 mln.
2.2 Resultaten 2021 Hieronder volgt een toelichting van de ontwikkelingen in de wachttijden in 2021 daarna een toelichting van de ontwikkelingen per opdracht.
10
78/117
Wachttijden 2021 Vanaf de eerste maand van 2021 was de druk op de aanbieders van ambulante jeugdhulp dermate groot, dat beschikbaarheid van spoedhulp niet gegarandeerd kon worden. Daarnaast liepen de wachttijden onaanvaardbaar op. Het Algemeen Bestuur van de GRJR heeft hierom, samen met de bestuurders van de aanbieders, een brief gestuurd aan VWS en indringende gesprekken gevoerd met VWS. Onder andere dankzij deze inspanningen zijn er landelijk extra middelen beschikbaar gekomen voor de jeugdhulp. Daarnaast is het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (VNG) in onze regio gestart met ondersteuning op het gebied van de aanpak van wachttijden. Voor het daadwerkelijk reduceren van de wachttijden in Rijnmond hebben aanbieders van specialistische ambulante jeugdhulp, GI’s, gemeenten en de GRJR met ondersteuning vanuit het OZJ een plan ontwikkeld dat dit mogelijk moet maken. Behalve extra tijdelijke middelen zijn er structurele oplossingen gevonden, juist ook op het gebied van samenwerking en preventie. Het door het DB in juli 2021 geaccordeerde Plan van Aanpak is vanaf Q3 ten uitvoer gebracht. Doel van het project is dat eind 2022 elk kind dat specialistische jeugdhulp nodig heeft, dit binnen 3 maanden ontvangt (of sneller wanneer nodig).
De meeste aanbieders van ambulante jeugdhulp (opdracht E) hebben in 2021 hun deuren noodgedwongen moeten sluiten voor nieuwe aanmeldingen, aangezien het budget niet toereikend was voor de vraag. Nadat in juli 2021 de budgetten verhoogd werden, hebben aanbieders zich ingespannen extra personeel te werven. Dit heeft geresulteerd in het weer openen van de deuren in de periode van september (1 aanbieder) tot begin november (overige aanbieders). In grafiek 1 is deze beweging duidelijk te zien; zowel in de aantallen met hulp gestarte jeugdigen als de retrospectieve wachttijden: het percentage jeugdigen dat binnen de Treeknorm (<14 weken) is geholpen, is gestegen. Opvallend hierbij is dat een derde van de jeugdigen in Q4 binnen 0-2 weken na aanmelding is gestart met hulp. Dit betekent dat dit allemaal jeugdigen zijn die met spoed hulp nodig hadden. Ook in de huidige wachttijd voor jeugdigen is een forse daling te zien: zie grafiek 1. Eind 2021 bleek dat de wachttijden voor opname (opdracht B) opliepen. Ook de doorstroom naar en uit opdracht C stokte. Hierom is eind 2021 met de aanbieders van B en C afgesproken tijdelijk meer capaciteit te realiseren. Meer informatie is te vinden bij de opdrachtbeschrijving B en C.
Voor de overige opdrachten zijn door contractmanagement, de gemeenten en de aanbieders diverse acties ingezet om de wachttijd te verkorten, zoals de doorlopende wervingscampagne voor nieuwe pleegouders (opdracht A) en het inzetten op extra ondersteuning van bestaande pleegouders.
11
79/117
Tabel 1: Aantal nieuw aangemelde jeugdigen geholpen binnen Treeknorm (<14 weken) – 2021 Q1 Q2 Q3 Opdracht A B C D E en onbekend*
aantal 52 78 20 99 935
percentage 90% 86% 90% 69% 72%
aantal 71 58 15 118 771
percentage 97% 86% 93% 60% 62%
aantal 40 33 7 102 585
percentage 93% 73% 86% 58% 54%
aantal 40 39 7 119 997
Q4 percentage 98% 64% 86% 54% 76%
Bron: dashboard Retrospectieve wachttijden * Vanwege ontbreken van toewijzing is opdracht onbekend; Aanbieders melden dat dit veelal om opdracht E gaat. Daarom zijn deze gegevens bij E opgeteld.
Grafiek 1: Trend huidige wachttijd 2021
Bron: dashboard Huidige wachttijden
2.2.1 Gewoon opgroeien buiten gezin (A Pleeghulp) Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Begroting 2021
Voorlopige verwachte realisatie 2021
€ 21.348.000
€ 23.299.000
€ 24.045.000
€ 22.880.000
Verschil begroting vs realisatie 2021 € 1.165.000
Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
2019
2425
2070
245
Toewijzingsduur in weken 132
2020
2687
2129
247
142
2021*
2677
2129
259
138
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO.
12
80/117
Binnen opdracht A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Dit maakt groei mogelijk. Plaatsing van een jeugdige in pleegzorg heeft de voorkeur boven plaatsing in een instelling. Toch groeit opdracht A niet, zoals verwacht. Dit komt o.a. door een tekort aan pleeggezinnen. Om meer pleeggezinnen te werven heeft de werkgroep werving pleegouders dit jaar een pleegzorgcampagne gevoerd om de werving van pleegouders een impuls te geven. Resultaat is dat er een toename is in het aantal informatiepakketten dat bij de pleegzorgaanbieders worden aangevraagd. Het proces van aanvragen van een informatiepakket tot aan het daadwerkelijk plaatsen in een pleeggezin duurt gemiddeld langer dan een jaar. Er is daarom nog geen grote stijging van het aantal pleeggezinnen. Daarmee is er ook geen stijging in het aantal plaatsingen te zien. Daarnaast wordt er ook actief ingezet op het behoud van pleegouders omdat dit ook van invloed is op het aantal plaatsingen. In 2021 is er een onderzoek geweest naar de tevredenheid en verbetermogelijkheden voor pleegouders. In 2022 worden de resultaten verder opgepakt. Om pleeggezinnen te behouden is er binnen pleegzorg ook behoefte aan het versterken van pleegouders om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien.
Om in deze behoefte te voorzien is in 2021 de transformatiesubsidie pleegzorg maatwerk uitgevoerd en geëvalueerd. De subsidie draagt bij aan de balans tussen draaglast en draagkracht bij pleeggezinnen.
2.2.2 Weer naar huis (B Opname) Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Begroting 2021
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Verschil begroting vs realisatie 2021
€ 64.310.000
€ 62.647.000
€ 62.248.000
€ 59.145.000
€ 3.103.000
Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
2019
1467
1019
2321
Toewijzingsduur in weken 43
2020
1378
931
2485
46
2021*
1408
907
2672
44
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Voor opdracht B is een lichte afname zichtbaar in het aantal jeugdigen. Afname van het aantal plaatsingen in opdracht B past bij de Regiovisie. In 2019 is gekozen om de inzet van behandelopname te beperken en extra budget toe te voegen voor opgroeien met blijvende ondersteuning (opdracht C). Daarnaast zien we een kleine afname van 2 weken op de
13
81/117
gemiddelde duur van de arrangementen in beide opdrachten: voor opdracht B van 46 naar 44 weken. Dit kan tot een lagere realisatie leiden dan begroot. In het algemeen zien we op opdracht B een stijging van het weektarief. Deze stijging bevat indexatie, maar stijgt ook wanneer de indexatie hiervan wordt afgetrokken. Dit kan een indicatie zijn dat de problematiek complexer en zwaarder wordt, waarmee het zorgaanbod ook complexer wordt. Dit resulteert in een hoger weektarief. 2.2.3 Opgroeien met blijvende ondersteuning (C Langdurige zorg) Realisatie Realisatie Begroting Voorlopige JR 2019 JR 2020 2021 verwachte realisatie 2021
€ 8.688.000
€ 10.519.000
€ 9.343.000
€ 13.455.000
Verschil begroting vs realisatie 2021
- € 4.112.000
Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
2019
399
328
1122
Toewijzingsduur in weken 54
2020
409
318
1237
61
2021*
436
325
1334
59
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Voor opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)” zien wij een gelijkblijvend beeld op het aantal cliënten met lopende toewijzing. In 2019 is gekozen om de druk op opdracht B “Weer naar huis (Opname)” te laten afnemen door voor opdracht C extra budget beschikbaar te stellen. Zo zijn aanbieders gevraagd uitbreiding van de capaciteit op opdracht C2 “Opgroeien met blijvende ondersteuning: training zelfstandig wonen” (voor een bedrag van 2,3 mln.) te realiseren. Het bedrag van 2,3 mln voor de uitbreiding op capaciteit op C2 is niet in de begroting opgenomen, maar zit wel voor 2021 in de realisatie. Daarnaast is een subsidie C4 “Kleinschalig wonen” (€ 1.767.345) verleend om kinderen die blijvend behandeling en begeleiding nodig hebben in een langdurige setting op te nemen. In opdracht C “Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf)” zien we een stijging van het weektarief. Deze stijging bevat indexatie, maar ook met aftrek van indexatie stijgt het weektarief. Dit wijst er mogelijk op dat de problematiek complexer en zwaarder wordt, waarmee het zorgaanbod ook complexer wordt en daarmee duurder. De realiteit blijft wel dat uitstroom vanuit opdracht C lastig te realiseren is door onvoldoende (passende) Wmo-capaciteit en door het ontbreken van passende en betaalbare huisvesting. 14
82/117
2.2.4 Steun, hulp of behandeling overdag (D Daghulp) Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Begroting 2021
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Verschil begroting vs realisatie 2021
€ 13.793.000
€ 14.511.000
€ 14.513.000
€ 18.894.000
- € 4.381.000
Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
Toewijzingsduur in weken
2019
1223
1017
662
41
2020
1230
995
697
43
2021*
1478
1163
752
43
*aantallen kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR
Voor opdracht D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) is geen budgetplafond ingesteld. Zorgaanbieders zijn dus niet gebonden aan een contractvolume. In 2021 is opdracht D financieel gegroeid. De groei komt door de combinatie van een toename in toewijzingen en de toename in de zorgzwaarte. Bij de zorgaanbieders komen er steeds meer jeugdigen met zware problematiek, dit zorg voor hogere weektarieven. De toename in het aantal jeugdigen komt onder andere door een betere verbinding tussen wijkteams en aanbieders, waardoor er meer instroom is gerealiseerd. De toename in de zorgzwaarte komt onder andere door een stijging in het aantal jeugdigen met forensische problematiek.
In 2021 zetten zorgaanbieders steeds meer inzetten op de verbinding met het onderwijs. Er zal een centraal plan gemaakt worden met ook de punten uit de werkgroep onderwijsjeugdhulp. De eerste sessie zal begin 2022 plaatsvinden, met als doel om de samenwerking tussen onderwijspartners en jeugdhulpaanbieders in opdracht D te versterken.
2.2.5 Pakket Thuis (E Ambulante hulp) Realisatie JR 2019
Realisatie JR 2020
Begroting 2021
Voorlopige verwachte realisatie 2021
Verschil begroting vs realisatie 2021
€ 43.864.000
€ 42.168.000
€ 55.381.000
€ 46.963.000
€ 8.418.000
Jaar
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief
Toewijzingsduur in weken
2019
12887
10212
210
47
2020
11108
8432
228
51
2021*
11020