5. 258189 Raadsinformatiebrief Albrandswaard wensen en bedenkingen RES Rotterdam-Den Haag.pdf
Tekst van het document
Daarbij komen nog de problematiek en risico's van CO2 opslag. Ook hier speelt het risico te lang te blijven hangen in een tijdelijke oplossing. Volledige inzet op duurzame elektriciteit lijkt onze fractie een veel betere investering dan inzet op deze twee tijdelijke brandstoffen.
U gaat in uw wensen en bedenkingen in op de risico's op lock-in voor een aantal energiedragers. In deze reactie gaan we eerst in op restwarmte, en vervolgens op uw opmerkingen over de inzet van groengas en waterstof. Voor wat betreft restwarmte heeft u een punt dat de beschikbaarheid van restwarmte. zeker op de langere termijn, nog onvoldoende inzichtelijk is. Het uitgangspunt van de inzet van restwarmte is dat deze in 2050 geen fossiele oorsprong heeft. In de transitie ernaar toe kan tijdelijk wel restwarmte met fossiele oorsprong worden gebruikt. In het traject naar de RES 1.0 is nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van regionale warmtenetten, waarbij ook in meer detail is gekeken naar de daadwerkelijk beschikbare warmte in het Havengebied en de potentie van geothermie. In de RES 1.0 zal hier dus meer informatie over zijn opgenomen, maar de verwachting is dat er nog niet volledigde zekerheid kan worden gegeven over de toekomstige beschikbaarheid. Het risico op lock-in blijft een aandachtspunt, welke ook na de totstandkoming van de RES 1.0 verder zal worden onderzocht. Acties hiervoor zullen in de RES 1.0 worden opgenomen. Voor wat betreft groengas en waterstof stelt u terecht dat deze beter (en hoogwaardiger) inzetbaar zijn als chemische bouwsteen dan als brandstof.
Dit is ook de inzet van de regio, welke is opgenomen in de ladder van inzet van groengas en waterstof (zie conceptRES Deel A). Echter, niet overal in het energiesysteem zal elektriciteit als energiedrager een mogelijke oplossing zijn.
131
Pijnacker-Nootdorp
Overige bedenkingen
Communicatie
Dank voor de opmerking, nemen we mee.
132
Pijnacker-Nootdorp
Overige bedenkingen
De term 'pijplijn projecten' voor alle projecten die al gepland staan, is wat onhandig, want kan verward worden met letterlijke aanleg van pijpen. • Is er voldoende rekening gehouden met het niet gebruik kunnen maken van de SDE+ regeling in de business case? Deze subsidieregeling kent vaak een loting.
Algemeen
Dank voor uw inzicht. In de RES 1.0 en met name voor wat betreft het thema Warmte wordt er niet gefocust op het gebruik van huidige regelingen en de verdeling van kosten. Dit volgt in een nadere concretisering. Wel worden de analyses uitgevoerd met en zonder subsidie, zodoende wordt daar de gevoeligheid in aangetoond. Voor elektriciteit geldt dat de beschikbaarheid van subsidies een belangrijke voorwaarde is om tot positieve business cases, en daarmee realisatie, te komen. Dit is in de RES 1.0 meegenomen als randvoorwaarde.
133
Pijnacker-Nootdorp
Overige bedenkingen
193
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Thema
Hoewel in de RES onderkend wordt dat participatie belangrijk is, hebben ons toch al van verschillende Communicatie kanten klachten bereikt dat organisaties zich gepasseerd/nietgehoord voelen. Graag meer aandacht en een concreter plan hiervoor.
Procesparticipatie door inwoners en bedrijven: Geef richting de RES1.0 en daarna (meer) inhoud aan procesparticipatie door inwoners en bedrijven. Daarbij geven wij de volgende uitgangspunten mee: - Betrek verschillende doelgroepen uit de samenleving, waaronder specifiek jongeren. Gebruik nieuwe concepten zoals bijvoorbeeld een burgerraad. - Zorg dat participatiemogelijkheden voor inwoners en belanghebbenden niet wordt ingeperkt door de coronacrisis, zorg dat er mogelijkheden zijn om mee te denken, doen en werken op een veilige manier (analoog en digitaal). - Begin zo vroeg mogelijk met de participatie (want ook het scheppen van kaders en bepalen van uitgangspunten en criteria gebeurt het beste samen met de samenleving). - Behaal tijdens het participatieproces minimaal het niveau (de trede) van meewerken/meedoen/dialoog op de participatieladder. - Zorg dat de verwachtingen voor deelnemers aan de voorkant gemanaged worden. - Zorg voor dat deelnemers aan het participatieproces op een gelijk kennisniveau worden gebracht, zodat de dialoog op een gelijkwaardig niveau gevoerd kan worden. - Zoek meekoppelkansen met andere lopende participatietrajecten in de gemeente, bijvoorbeeld rond de transitievisies warmte en omgevingsvisies/omgevingsplannen.
39
Communicatie
Concept beantwoording
Dank voor de mededeling, we nemen het mee voor zover het communicatie regionale proces betreft. Volgens afspraak is inwonersparticipatie een gemeentelijke aangelegenheid, waardoor deze opmerking lastig te plaatsen is. In communicatie-overleg met gemeenten komen verschillende doelgroepen aan de orde en staat aandacht voor de eigen inwonersparticipatie zowel rechtstreeks, als via maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordigers op de agenda. Dank voor de inbreng. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Korte formulering
Thema
Concept beantwoording
194
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Procesparticipatie door inwoners en bedrijven: Neem in de RES1.0 op hoe het traject rondom de participatie is verlopen, hoe de deelname eruit zag, wat de belangrijke uitkomsten waren en deze zijn meegenomen in het proces.
Toelichting
Communicatie
Dank voor de inbreng. Voor de RES 1.0 zal de Handreiking van Nationaal Programma RES het uitgangspunt zijn waarin opgenomen stappen, visie, aanpak communicatie/participatie in de regio. De uitvoering van de inwonersparticipatie is volgesn afspraak een aangelegenheid van de gemeenten, waarbij de regio ondersteunend is met algemeen toepasbare kennis/communicatie.
195
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Procesparticipatie door gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen
Betrek de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemene besturen van de waterschappen goed bij het proces richting de RES1.0 en de keuzes die daarin gemaakt worden.
Algemeen
Gemeenteraden, PS en algemene besturen van waterschappen worden betrokken in het proces naar de RES 1.0. We delen het inzicht dat dit essentieel is voor goede procesparticipatie en een breed gedragen RES 1.0.
196
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Lokaal eigendom/ financiële participatie
Bedenking: In de meeste RES’en is 50% lokaal eigendom opgenomen als streven, maar nog te weinig uitgewerkt hoe dit gerealiseerd gaat worden.
Algemeen
U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven. Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen.
197
PZH
Procesparticipatie en lokaal eigendom
Lokaal eigendom/ financiële participatie
Wens: Geef in de RES1.0 aan hoe (50%) lokaal eigendom en financiële participatie wordt gerealiseerd Algemeen en bereikbaar wordt voor iedereen. Leg ook de relatie met eventuele benodigde aanpassingen in het omgevingsbeleid.
U maakt een terecht punt. In de RES 1.0 krijgt dit meer aandacht: de (ambtelijke) voorkeur is uitgesproken dat aan dit streven lokale invulling (in lijn met overige participatie) wordt gegeven. Het NPRES ontwikkelt hiervoor handreikingen.
198
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Integraliteit en omgevingsvisie
Wens: De keuzes die uiteindelijk landen in de RES1.0 hebben consequenties voor de omgeving. Algemeen Daarom is het belangrijk dat bij de keuzes integrale afwegingen worden gemaakt waar ook de andere aspecten van de leefomgeving worden meegenomen. Maak inzichtelijk wat de keuzes betekenen voor de doorwerking in ander (ruimtelijk) beleid en welke ambities en regels er straks in de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en omgevingsplannen (-verordening) moeten landen.
Bedankt voor uw aanwijzingen: deze onderwerpen hebben in de RES 1.0 een nadere uitwerking gekregen. Tegelijkertijd zal dit ook naar de RES 2.0 en verder aandacht blijven vragen. De mate van concreetheid die we in de RES 1.0 met elkaar bereiken geeft ons in elk geval de mogelijkheid om ruimtelijke vertalingen te maken. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de gemeenten, die aan zet zijn om de integrale afweging en ontwikkeling van een locatie te maken/doen.
199
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Besparen
Bedenking: Besparen is in de meest RES’en nog weinig uitgewerkt / geconcretiseerd.
Algemeen
In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.
200
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Besparen
Wens: Neem in de RES1.0 op hoe de regio komt tot een strategie/uitvoeringsprogramma voor besparing.
Algemeen
In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. Tegelijkertijd merken wij een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.
40
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
201
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Zon op dak:
Wens: Geef in de RES1.0 concreet aan wat de potentie is van zon op dak en met welke strategie de regio zon op dak wil realiseren.
Elektriciteit
Dit heeft in de RES 1.0 veel aandacht. Met behulp van Kadasterdata zijn de potentiële daken, huidige benutting en dus de resterende potentie inzichtelijk gemaakt. De daadwerkelijke verzilvering van deze potentie is een lokale aangelegenheid: elke gemeenten is gevraagd zelf een plan te ontwikkelen hoe dit te realiseren. Samenwerking binnen de regio wordt daarbij gefaciliteerd en toegejuichd.
202
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Warmte
Bedenking: De afstemming tussen aanbod van warmte in de regio Rotterdam-Den Haag en de vraag naar warmte buiten de regio lijkt nog onvoldoende plaats te hebben gevonden.
Warmte
Focus ligt op deze regio, maar uitwisseling krijgt wel de aandacht. Zo is de regio betrokken bij een provinciebrede studie naar de mogelijkehden om warmte uit te wisselen buiten de RES regio.
203
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Warmte
Wens: Het is wenselijk om de vraag en het aanbod van warmte binnen en tussen de regio’s goed af te Warmte stemmen. Daar kan de provincie een rol in spelen.
Dank voor uw zienswijze. Er vindt afstemming met andere regio's plaats, goed om te weten dat de provincie hier eventueel een rol in kan spelen. Dit nemen we mee.
204
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Warmte
Wens: Maak richting de RES1.0 de vraag naar en het aanbod van warmte binnen de regio verder inzichtelijk. Ontwikkel een bronnenstrategie en ga op zoek naar alternatieven voor het geval er geen restwarmte van buiten de regio beschikbaar is of komt.
Warmte
We onderschrijven uw wens, dit is dan ook het beoogde resultaat van de RSW in de RES 1.0. Hierin wordt inderdaad een bronnenstrategie opgenomen.
205
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Energie infrastructuur
Bedenking: De noodzaak tot opslag (van elektriciteit en warmte) is nog onderbelicht en biedt ook kansen in de RES’en.
Systeemanalyse
U maakt een terecht punt. In de uitvoeringslijn Systeem zal zal de noodzaak van opslag worden opgenomen als aandachtspunt.
206
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Energie infrastructuur
Wens: Blijf hierover in gesprek met de partners en zorg dat ambities en maatregelen in de RES1.0 aansluiten bij wat mogelijk is
Algemeen
Dank voor uw inzicht, we delen de noodzaak om in gesprek te blijven met partners. Zo zijn de netbeheerders continu in het gesprek betrokken. Daarnaast maakt de uitvoeringslijn Systeemsamenhang gebruik van de algemene inzichten die uit systeemstudie ZH volgen. Het vormt een punt van aandacht.
207
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Bedenking: Innovatie is onderbelicht in de RES’en, ook omdat focus ligt op de periode tot 2030 en bestaande technieken.
Algemeen
Het klopt dat de focus op de periode tot 2030 ligt. Innovaties worden echter vanzelfsprekend meegenomen in de RES zodra deze beproefd bijdragen aan de opwekking van duurzame energie.
208
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Wens: Neem in de RES1.0 een doorkijk naar het beoogde energiesysteem in 2050 en de RES2.0 op en Algemeen benoem hoe innovatieve technieken een rol (kunnen) spelen op deze termijn.
De RES focust zich vooralsnog op de horizon tot 2030 en gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van bewezen oplossingen. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie. Om de RES actueel te houden wordt deze elke twee jaar herzien. Om o.a. te bepalen welke rol (huidige) innovaties kunnen spelen wordt er actief gemonitord.
209
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Doorkijk naar 2050 en innovatie
Wens: Neem daarin ook de verwachte toename van de vraag naar koelte mee. De toenemende vraag Algemeen naar koelte kan besparingsmaatregelen mogelijk teniet doen en heeft een relatie met bijvoorbeeld het zoeken naar mogelijkheden voor koelte-opslag en de Transitievisies Warmte.
Dank voor uw inzicht, u maakt een terecht punt. Het onderwerp koeling staat op onze radar en zal naar verwachting een steviger onderdeel van de RES 2.0 uitmaken.
210
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Haalbaar en betaalbaar
Wens: Maak richting de RES1.0 de haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen inzichtelijk. Geef daarbij aan wat daarbij de invloed is van keuzes die zijn gemaakt voor duurzame opwek van elektriciteit (in relatie tot bijvoorbeeld de benodigde aanpassing van de infrastructuur) en de inzet van warmtebronnen.
Algemeen
We erkennen dat haalbaarheid en betaalbaarheid belangrijke aandachtspunten zijn en nadrukkelijk onderdeel vormen van de totstandkoming van de plannen. Daar waar mogelijk worden deze inzichtelijk gemaakt, waarop regiopartijen hun keuze kunnen baseren.
211
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Haalbaar en betaalbaar
Wens: Houd bij de RES rekening met de doorlooptijden, niet alleen voor de ruimtelijke planvorming, maar ook met het feit dat benodigde investeringsbeslissingen, bijvoorbeeld voor infrastructuur, genomen moeten worden lang voordat deze infrastructuur er ook is en gebruikt kan gaan worden
Algemeen
Dank voor uw signaal. Het is ons bekend dat doorlooptijden van belang zijn voor de ruimtelijke planvorming en benodigde investeringsbeslissingen. Deze zijn in de regio besproken. Zo is het vollooprisico een expliciet punt van aandacht bij uitvoeringslijn Warmte en kan na de aanleg van een leiding deze niet gelijk volledig benut worden.
212
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Neem de provinciale omgevingsvisie als uitgangspunt mee bij de uitwerking van scenario’s.
Algemeen
De provinciale omgevingsvisie is inderdaad meegenomen in de uitwerking van de zoekgebieden. Deze worden bekeken in samenhang met de POVI (en andere bovenregionale kaders).
213
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: In de verdere uitwerking van de ruimtelijke scenario’s richting de RES1.0 is het belangrijk dat Algemeen een zorgvuldige afweging wordt gemaakt waarbij er nadrukkelijk aandacht is voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit, de netimpact en de juiste energiemix, de betaalbaarheid en participatie.
We onderschrijven uw inzicht. Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie handreikingen in gedaan. Tegelijkertijd vraagt dit continue aandacht van gemeenten en andere betrokken partijen bijvoorbeeld gedurende de ontwikkeling van alle zoekgebieden.
214
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Zoek tijdig afstemming met Provinciale Staten over concrete scenario’s en locatiekeuzes, zodat Algemeen ook wij een zorgvuldige afweging kunnen maken in het provinciale omgevingsbeleid.
Dank voor uw aanwijzing. De samenhang met de POVI wordt meegenomen, waarbij tevens gesprekken met de provincie worden gevoerd.
41
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
215
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Zie nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom energie ook als kans om een gebied integraal op Algemeen te waarderen en te versterken. Zoek naar meekoppelkansen bij de ontwikkeling van locaties voor energieopwekking: bijvoorbeeld voor biodiversiteit, groen, recreatie, tegengaan bodemdaling, versterken landschappelijke kwaliteit.
Thema
Dank voor uw aanwijzing, ruimtelijke ontwikkelingen hebben onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in ontwikkeling). Er is aandacht besteed aan het versterken en koppelen van opgaven en of er evt. aanpassing nodig is om de potentie wél te verzilveren. Dit wordt in de RES 1.0 opgenomen.
216
PZH
Inhoudelijke thema’s waarvoor een uitwerking wordt gevraagd
Locatiekeuze en uitwerking scenario’s
Wens: Heb aandacht voor de samenhang in ruimtelijke kwaliteit tussen de Zuid-Hollandse regio’s onderling en buurregio’s in de andere provincies.
Dank voor uw aanwijzing. Dit is de focus (geweest) van het proces naar de RES 1.0. In de uitvoeringslijn Elektriciteit hebben gemeenten voor het invullen van de gebiedspaspoorten de mogelijkheid om integrale afwegingen te maken. Regionaal zijn hier op de onderwerpen ruimtelijke inpassing, netimpact/systeemefficiëntie en acceptatie handreikingen in gedaan. Er is goed contact met de buurregio's en daar waar nodig wordt er afgestemd over de samenhang in ruimtelijke kwaliteit. Bovendien is er in een onderzoeksvraag gekeken in welke specifieke zoekgebieden extra afstemming nodig is met buurt-RESsen omdat de zoekgebieden dichtbij elkaar liggen en daardoor invloed kunnen hebben op elkaar.
293
Ridderkerk
Draagvlak inwoners
Wens om de strategie uit te werken hoe In de RES is veel aandacht voor de productie van duurzame energie, maar weinig aandacht hoe de Communicatie draagvlak en bewustwording kan worden verbruiker kan worden overtuigd om vrijwillig van het gas af te gaan. De teksten zijn erg algemeen en gecreëerd onder inwoners om vrijwillig van het komen neer op dat er goed zal worden gecommuniceerd. Graag wat meer uitwerking hoe dit effectief gas af te gaan. kan plaatsvinden. Het wordt nu afgeschoven naar de individuele gemeenten.
Het zodanig beinvloeden of overtuigen van verbruikers om van het gas af te gaan vraagt om een gedragsverandering. Gedrag is een component met invloed op de energievraag. De RES regio is hierbij echter niet het juiste schaalniveau om deze gedragsbeinvloeding te realiseren. Wij zien dit meer als een taak van de nationale overheid of van lokale campagnes. Aangezien het effect van gedragsaanpakken nog ongewis is, is hier in de RES geen expliciete rekening mee gehouden. Wel kunnen subsidies en andere regelingen dit gedrag een duwtje in de juiste richting geven. In de RES 1.0 worden randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer).
294
Ridderkerk
Windenergie
Voorkeur voor zon langs de A15 bij de gemeente Ridderkerk en bedenking tegen windturbines.
In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken, o.m. door te zoeken naar combinaties met andere opgaven.
295
Ridderkerk
Betaalbaarheid
Wens om de strategie uit te werken hoe de Momenteel wordt de betaalbaarheid als uitgangspunt benoemd, maar ontbreekt een strategie hoe kosten beheersbaar blijven voor onze dit tot stand te brengen. De RES is vooral op productie van energie gericht en is erg mager met inwoners in vergelijking met de huidige situatie strategie voor de afnemers van energie. op fossiele energiedragers.
Algemeen
Volgens de groene lijn op de overzichtskaart op blz. 16 wordt de A15 kansrijk geacht voor zon en Elektriciteit wind. Ridderkerk heeft overlast van het verkeer op de snelwegen en er zijn al 3 windmolens gepland in het naastgelegen Nieuw-Reijerwaard. Extra geluidoverlast is niet acceptabel en ook ruimtelijk is het ‘vol’. Graag de groene lijn wijzigen van dit gedeelte op de overzichtskaart in een gele lijn met voorkeur voor zon.
42
Algemeen
Concept beantwoording
Dank voor uw aandachtspunt. Betaalbaarheid heeft onze nadrukkelijke aandacht en waar mogelijk wordt daar concreet invulling aan gegeven. Zo combineert de uitvoeringslijn Warmte planvorming met publieke belangen als betaalbaarheid. Dit gaat hand in hand. Ook de uitvoeringslijn elektriciteit kijkt m.b.v. de netimpactanalyses op welke wijze de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door het combineren van zon en wind bij een aansluiting op het net, of door het opwekken van energie dichtbij de vraag ernaar te realiseren. Dit zal verder vorm krijgen in de nadere concretisering van locaties voor opwekking van hernieuwbare energie, een proces wat na de vaststelling van de RES 1.0 verder zal lopen.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
296
Ridderkerk
Concept RES
De acties met betrekking tot circulariteit van zonnepanelen en windturbines worden aangeduid als “Mogelijk”. “Mogelijk” vervangen door “vereist” of ten minste “zeer wenselijk”
De classificatie ‘mogelijk’ maakt de invulling om te voldoen aan circulariteitsambities onterecht vrijblijvend.
Elektriciteit
Circulariteit van zonnepanelen en windturbines wordt in de concept RES door de regio inderdaad als voorwaardelijk bestempeld. De vertaling hiervan naar daadwerkelijke ontwikkelingen is een lokale aangelegenheid: op lokaal niveau kunnen dergelijke ambities worden vastgelegd in omgevingsbeleid, zodat ontwikkelingen van windturbines en zonnepanelen geschieden met circulaire materialen. De genoemde acties en activiteiten zijn om deze reden als 'mogelijk' bestempeld: regionaal kunnen hier geen verplichtingen over worden uitgesproken, slechts adviseren om dit in hetomgevingsbeleid op te nemen.
297
Ridderkerk
Concept RES
Bij een dergelijke installatie komt biogene Co2 Er is nogal wat te doen over biomassa installaties en duidelijkheid kan verontrusting wegnemen. vrij. Vermeld hoe en waar deze uitstoot wordt opgeslagen en geef aan wat er uiteindelijk gebeurt met de uitstoot.
Brandstoffen
De ambitie van de initiatiefnemers van de Groen Gas Installatie Nieuw Reijerswaard is om vrijkomende CO2 op te vangen en nuttig in te zetten in de glastuinbouw of de (frisdrank)indurstrie. Een zinsnede hierover zal worden opgenomen in de RES 1.0.
298
Ridderkerk
RES
Doelstelling als betaalbaarheid is een belangrijk element voor onze inwoners.
Met een productieoverschot aan restwarmte in deze regio, lijkt restwarmte de meest reële optie voor Warmte deze omgeving. Echter als toekomstige gebruikers moet er ook voldoende prijstransparantie zijn. De referentie tussen energieprijzen en trends in relatie tot de factuurprijs van restwarmte moet een betrouwbaar en meetbaar beeld geven voor inwoners schone en relatief goedkope energie kunnen worden verkregen.
Betaalbaarheid en rechtvaardigheid zijn twee belangrijke belangen die geborgd moeten worden voor een duurzaam energiesysteem. Richting de RES 1.0 worden modelstudies uitgevoerd die hierin verder inzicht geven in de wijze hoe deze belangen geborgd worden. En welke randvoorwaarden of (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd.
299
Ridderkerk
RES
Niet alle inwoners zullen gebruik kunnen maken van de voorziening van de restwarmte. Als alternatief zal deze groep afhankelijk zijn van relatief dure elektriciteit voorziening voor verwarming.
Voor inwoners, die niet aangesloten kunnen worden op restwarmte, blijven slechts duurdere Warmte energievormen ter beschikking. Om deze groep enigszins tegemoet te komen, vinden wij het initiatief van een lokale energie coöperatie van belang. Door kleinschalig energie op te wekken, (wind of zon) zou door samenwerking als producent en consument schone en relatief goedkope energie kunnen worden verkregen.
Binnen de RSW kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de regio. De gemeenten bepalen echter zelf welke keuzes ze hierin maken.
300
Ridderkerk
RES
Er moet een krachtige participatie komen van de overheid naar de burger toe.
Gedurende het gehele traject moet ruim voldoende worden geparticipeerd met de inwoners. De mate van kennisoverdracht naar de burger zal leidend zijn voor het succes van zo’n enorm project
Communicatie
Dank voor de input. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd maar is een aangelegenheid van de gemeenten. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht en breed bruikbare producten. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0.
301
Ridderkerk
RES
Onze wens is, dat voor energieopwekking van zon. De optimalisatie van daken wordt toegepast. Daarmee heeft de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur
Onze wens is, dat voor energieopwekking van zon. De optimalisatie van daken wordt toegepast. Daarmee heeft de inzet van z.g. zonneweiden niet onze voorkeur
Elektriciteit
Zon op daken is een belangrijke peiler in de regionale ambitie. Ook in de voorkeursvolgorde zoals deze in het Energieperspectief 2050 is verwoord is uw wens terug te vinden. Via de verhaallijnen is nader inzicht gegeven in welke type landschappen zich op welke manier lenen voor energieopwekking. Daarbij opgemerkt dat de meeste productie van deken zal moeten komen en er terughoudender met zon in veldopstelling wordt omgegaan. Deze volgorde is nadrukkelijk niet in tijd. Processen zonnevelden en zon op daken lopen parallel, de mate van zorgvuldigheid, sturen op meekoppelen van andere opgaven en publieke waarden is daarbij wel heel anders bij zon op velden dan op daken. Enkel de realisatie van zon op daken zal overigens niet voldoende zijn om de nationale ambitie van 35 TWh te behalen, er zal ook op andere vormen moeten worden ingezet.
302
Ridderkerk
Inpasbaarheid
De opgave en urgentie spreekt uit deze concept RES. Bestuurlijke afspraken moeten straks echter niet alleen gaan over te behalen resultaat, in de uitwerking moet ook altijd oog blijven voor inpasbaarheid.
We dragen met deze concept RES voor 8 tot 9% bij aan nationale opgave klimaatakkoord. In verstedelijkt gebied. Inpassing vraagt veel aandacht. In samenvatting wordt echter aangegeven dat geen cijfermatige doelstellingen worden geformuleerd. Toch maakt onze fractie zicht nog wel zorgen over inpasbaarheid in onze regio. Voorkomen moet worden dat straks de harde cijfers van te realiseren TWh de maat gaat bepalen.
Algemeen
Dank voor uw aandachtspunt. In de vorm van aandacht voor de draagkracht van het landschap, gebiedsprocessen én aandacht voor samenhang met ander (bovenregionaal) beleid kijken we gezamenlijk hoe we onze ambitie invulling kunnen geven. Inpasbaarheid vormt een belangrijk onderdeel van de verdere uitwerking.
303
Ridderkerk
Warmtenet
In onze regio wordt voor groot deel ingezet op Hoe toekomstvast is een warmtenet? Blijft er in onze regio altijd een overschot aan warmte? En hoe restwarmte/warmtenet. Hoe toekomstvast is voorkomen we dat we afhankelijk worden van 1 of een enkele commerciële partij die alleen door dat? Is het rendabel te krijgen? En hoe aandeelhouders gestuurd wordt? voorkom je monopoliepositie en daarmee hoge tarieven?
Warmte
In de RSW 1.0 gaan we de de bovengemeentelijke warmte-uitwerking verder invulling geven. Hier is ook aandacht voor de tekomstvastheid van deze oplossingen, de financiele haalbaarheid en welke randvoorwaarden of (juridische) instrumenten er nodig zijn om te zorgen dat de belangen worden geborgd.
43
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Korte formulering
304
Ridderkerk
Zonneweides en natuur
De aanleg van zonneweides mag niet ten koste Voorkomen moet worden dat zonneweides en warmtenetten het aanwezige groen in onze stedelijke Elektriciteit gaan van bestaande natuur (inclusief omgeving verder reduceren. We plaatsen zonnepanelen dan ook liever tegen steen en beton (bijv. klaverbladen langs de rijkswegen). Natuur geluidsschermen) dan in of op het groen (ook het groen en water bij bijv. Ridderster heeft moet ook beleefbaar blijven. Ook maken we natuurkwaliteit). Kies liever voor steen/beton of evt. akkers. ons zorgen over kappen van (oude) bomen t.b.v. aanleg warmtenet
Toelichting
Thema
17
Rijnland
Rijnland vraagt extra aandacht voor de uitwerking van de participatie
Het is noodzakelijk voor een breed draagvlak om een participatieplan op te stellen voor de resterende Communicatie fase tot RES 1.0 en verder voor zowel bestuurders als inwoners, ingelanden, bedrijven en organisaties. Voor de meeste regio’s is de participatie en communicatie al voorzien in de periode na concept-RES, desalniettemin vraagt Rijnland extra aandacht hiervoor.
Het aangedragen punt krijgt aandacht en wordt meegenomen. Draagvlak en acceptatie van belanghebbenden zijn belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten ingezet worden. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht (inclusief breed bruikbare producten); zoals weergegeven in plan van aanpak (dec 2019) en updates. Tevens inspelend op actualiteit. In de RES 1.0 wordt aandacht besteed aan de invulling van proces- en projectparticipatie zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak, ook voor de periode na de RES 1.0.
18
Rijnland
Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen
De concept-RESsen sluiten aan bij de ambities van Rijnland. Rijnland streeft ernaar om in 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. We streven ernaar om dit zoveel mogelijk lokaal en additioneel te doen. Dit betekent dat Rijnland in 2025 ruim 600 TJ duurzame energie opwekt in de regio’s. Zo gaat Rijnland de komende jaren 3 miljoen kubieke meter (ca. 70 TJ) extra biogas produceren uit zuiveringsslib. Dit biogas is een hoogwaardige energiedrager die kan worden ingezet voor de omgeving. Ook zien wij aquathermie als een belangrijke potentiele warmtebron voor de gebouwde omgeving. Rijnland werkt dan ook aan een verdere uitwerking van de condities en randvoorwaarden, en de mogelijke rol die Rijnland hierin kan innemen. Om ervaring en expertise op te doen participeren we nu, en ook de komende jaren, met partners in onderzoeken en pilotprojecten.
Warmte
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten. Om vanuit de RSW gemeenten hierin te ondersteunen is de factsheet Aquathermie bijgevoegd. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
19
Rijnland
Rijnland ziet kansen voor een integrale benadering van de maatschappelijke opgaven en bevordering van multifunctioneel landgebruik
De energietransitie heeft invloed op de gehele fysieke leefomgeving, zowel boven- als ondergronds. Dit vraagt om een integrale belangenafweging met andere ruimtelijke opgaven, zoals de woningbouwopgave, klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel en de circulaire economie. Wanneer zonneweides en windmolens gecombineerd kunnen worden met een extensiever landbouwkundig gebruik biedt dat kansen voor peilverhogingen en daarmee beperking van bodemdaling en/of verzilting. Ook kunnen combinaties gevonden worden met waterberging, biodiversiteit, en/of CO2-vastlegging in de bodem.
Algemeen
In het proces naar de RES 1.0 is veel aandacht geweest voor de integrale afweging. Dit gebeurt op verschillende manieren, zo wordt in de uitvoeringslijn Elektriciteit ontwerpend onderzoek uitgevoerd met inbegrip van andere opgaven. Ook in het verdere proces heeft deze link met andere (ruimtelijke) opgaven een centrale rol en wordt ingezet op bijvoorbeeld dubbel ruimtegebruik.
20
Rijnland
Zonnepanelen op water zijn onder strikte voorwaarden mogelijk en bieden soms zelf kansen voor verbetering van waterkwaliteit..
Op dit moment vallen dergelijke constructies onder de Rijnlandse beleidsregels van plaatsgebonden Elektriciteit drijvende objecten en/of bruggen en andere volledige overkluizingen, of het valt onder de algemene zorgplicht. Dit is mede afhankelijk van de gekozen constructie. Grootste zorgpunt hierbij is de kans op verslechtering van de waterkwaliteit door kans op: • Vermindering van de doorstroming • Vergroten van de hoeveelheid schaduw en daarmee beperking van plantengroei • Uitlogen van gebiedsvreemde stoffen door onjuist gebruik van materialen bij de constructie. Mogelijk biedt het plaatsen van zonnepanelen ook kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Zo kunnen door de juiste constructie juist schuilplaatsen ontstaan voor vissen en overige waterfauna en kan daarmee de waterkwaliteit juist verbeterd worden. Rijnland denkt na over specifiek beleid ten aanzien van dergelijke constructies. Tot die tijd hanteert Rijnland het uitgangspunt dat zon op water alleen mogelijk is wanneer: • De waterkwaliteit niet verslechtert, of juist verbetert • Het onderhoud van het watersysteem niet in geding komt • De doorstroming gegarandeerd blijft.
44
Concept beantwoording In de RES 1.0 is gekozen voor een aanpak vanuit de draagkracht van het landschap, en verdere uitwerking in lokale gebiedsprocessen. Op deze manier kijken we naar mogelijkheden om bij te dragen aan de nationale doelstelling van 35 TWh op een manier die past bij onze regio. In de verhaallijnen zijn ook ontwerp-/kwaliteitscriteria verwoord die inghaan op de elementen uit deze wens. Daarmee is hieraan gehoor gegeven. met dien verstande dat dit altijd aandacht vraagt in lokale gebiedsprocessen t.b.v. realisatie.
Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats ná vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig ruimtegebruik, milieu-aspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
21
Rijnland
Zonnepanelen en windmolens op dijken zijn mogelijk een probleem voor de veiligheid.
Korte formulering
Rijnland vraagt graag extra uw aandacht voor de mogelijke effecten van energieopwekking op de waterveiligheid. Zonnepanelen op dijken geven schaduw en daarmee kans op verslechtering van de erosiebestendigheid van de dijk. Daarnaast kunnen constructies beperkend zijn voor het uitvoeren van onderhoud. Windmolens vormen mogelijk een probleem bij de stabiliteit en de veiligheid. Vandaar dat Rijnland op basis van staand beleid zal toetsen of de waterveiligheid niet in het geding komt. Uitgangspunt hierbij is ‘Nee, tenzij’.
Elektriciteit
Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats na vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig ruimtegebruik, milieu-aspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden.
22
Rijnland
Onderzoek naar en realisatie van geothermie vraagt om zorgvuldige beoordeling door Rijnland
In alle RES regio’s zal geothermie één van de mogelijke oplossingen zijn voor de warmtevraag. Warmte Daarvoor zullen er in de toekomst steeds meer geothermieprojecten worden gerealiseerd. In de transitie naar een duurzame collectieve warmtevoorziening is dit een zeer interessante bron. Aangezien onderzoek en realisatie mogelijk effect hebben op de waterschapstaken, wil Rijnland op voorhand een aantal aandachtspunten meegeven: • Aandacht voor het risico op kortsluitstromingen als gevolg van doorboren scheidende lagen; • Risico op versnelling van bodemdaling (met mogelijk risico voor (pers)leidingen en keringen); • Verstoring van het verticale evenwicht, waardoor opbarstrisico’s toenemen; • Lozing van vrijkomend spoelwater bij het boren en de aanleg van het aardwarmtesysteem en ten gevolge van het ontwikkelen en onderhouden van aardwarmtesysteem; • Daarnaast zal aan de Algemene regels van Rijnland moeten worden voldaan, bijvoorbeeld ten aanzien van het boren in kern- en beschermingszones van keringen
Vanuit de Uitvoeringslijn warmte onderschrijven we het in kaart brengen van de effecten van geothermie. Dit valt binnen de RES uiteindelijk onder de door de regio benoemde uitgangspunt 'betrouwbaarheid'. In de RES 1.0 is op hoofdlijnen opgenomen welke aspecten rondom aardwarmte een rol spelen. Voor de precieze beschrijving van effecten zal mogelijk onderdeel zijn van de RES 2.0 (of daarna). Daarnaast is de concrete uitwerking en uitvoering van projecten een lokale aangelegenheid. De uiteindelijke verantwoordelijkheid hievoor ligt dan ook op lokaal niveau.
23
Rijnland
Rijnland ziet graag zo min mogelijk energieopwekking in Natura 2000 gebieden
Rijnland erkent dat Natura 2000 gebieden waardevolle gebieden zijn die belangrijk zijn voor de instandhouding van landschap en biodiversiteit. Rijnland staat daarom terughoudend tegenover energieopwekking in Natura 2000 gebieden.
Na vaststellen van de RES worden zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie o.b.v. de draagkracht van het landschap nader geconcretiseerd. Gemeenten hebben daarin het voortouw. In het geval dat Natura2000-gebieden 'geraakt' worden, wordt een nauwkeurige afweging gemaakt i.s.m. belanghebbenden.
24
Rijnland
Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie
Rijnland heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat het de energie die in het water is opgeborgen Warmte graag wil (laten) ontsluiten. Het past de waterschappen om voorop te lopen bij innovaties die aan de waterschapstaken zijn gebonden. Rijnland ziet kansen door een innovatieve en ondernemende rol te spelen in aquathermie. Daarom werken we ook onder andere samen in de proeftuin Katwijk Hoornes Aardgasvrij, het burgerinitiatief Oegstgeest Poelgeest en de pilot voor TEA in Nieuwveen.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten. Om vanuit de RSW gemeenten hierin te ondersteunen hebben we een factsheet Aquathermie bijgevoegd. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
25
Rijnland
Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit.
Rijnland ziet kansen in aquathermie als duurzame warmtevoorziening van de regio en werkt graag Warmte samen met de regio bij de verdere verkenning. Bij de inzet van TEO wordt warmte aan het oppervlakte water onttrokken en vindt een koudelozing plaats. Met name in kleine wateren kan grootschalige inzet van TEO leiden tot afkoeling van het oppervlaktewater. In sommige gevallen heeft dat een positief effect en voorkomt het te veel opwarming in de zomer. Maar het is mogelijk dat te veel afkoeling een negatief effect heeft op de ecologische waterkwaliteit. Nader onderzoek is nodig om hier meer over te kunnen zeggen, dit pakt Rijnland graag in gezamenlijkheid met de partners in de RES regio’s op.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten die in de RES nader wordt uitgewerkt. De regio ondersteunt graag het nadere onderzoek en slaat graag de brug naar de juiste gemeentelijke samenwerkingspartners.
26
Rijnland
Het benutten van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) vanuit
Naast thermische energie uit oppervlaktewater is ook Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) een Warmte mogelijke warmtebron voor de energietransitie. De onttrekking van warmte uit de influentleidingen is echter alleen mogelijk als het zuiveringsproces niet teveel negatief wordt beïnvloedt. De warmtewinning moet niet zorgen dat de temperatuur bij de zuivering te laag wordt en het moet niet zorgen voor een onnodige toename in risico op calamiteiten.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten. Om vanuit de RSW gemeenten hierin te ondersteunen hebben we een factsheet Aquathermie bijgevoegd. Wij roepen de waterschappen op om deze boodschap ook in de lokale transitievisies warmte naar voren te brengen met daarbi jdie aspecten die belangrijk zijn om tot realisatie te komen e welke risico's er meespelen..
45
Algemeen
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp/steekwoorden
27
Rijnland
Rijnland vraagt aandacht voor het gezamenlijk uitwerken van de warmteinfrastructuur voor warmte in de regio’s, ook in relatie tot laagthermische
Korte formulering
In samenwerking met de regio willen we ook een verdere uitwerking doen van de infrastructuur zodat Warmte vraag en aanbod op elkaar aansluiten. Denk hierbij aan de onttrekking van warmte uit water en de afzet via warmtenet.
Toelichting
Thema
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. Met dit soort warmte wil je niet over grote afstanden transporteren, en is daarmee een bron voor lokale warmtenetten. De focus van de RES is de regionale uitwisseling van warmte en dit vraagt om grote en hogere temperatuur bronnen (restwarmte en aardwarmte). Graag wordt vanuit de regio gewerkt aan het benutten van de potentie aquathermie, via de lokale warmtetransitievisies. en daartoe kan richting de RES 2.0 nadere worden afgestemd over de kansen en infrastructurele aspecten.
28
Rijnland
Er zijn geen concrete aandachtpunten of opmerkingen op basis van de kaarten/plannen die nu voorliggen.
De RES Rotterdam-Den Haag valt maar voor een klein deel binnen het werkgebied van Rijnland. In dit Algemeen deel liggen geen grote assets van Rijnland waar specifieke kansen of bedreigingen liggen voor grootschalige energie opwek.
Dank voor dit inzicht; het betreft een heldere reactie en draagt bij aan het inzicht t.a.v. opweklocaties in de regio.
223
Rijnland
Inleiding op aquathermie wensen en bedenkingen, zie 24 t/m 27
Aquathermie Warmte Rijnland verkent op welke wijze vanuit onze water gerelateerde taken actief bij zullen dragen aan de energietransitie in de regio. De rol die Rijnland hierin kiest is maatwerk. Dit wordt per project bepaald door het dagelijks bestuur op basis van de door het algemeen bestuur meegegeven kaders. Het besluit om een ondernemende rol te spelen in een project wordt altijd aan het algemeen bestuur voorgelegd. Rijnland werkt momenteel aan een verdere uitwerking van de kaders en randvoorwaarden voor de benutting van aquathermie. Denk daarbij aan juridische, bestuurlijke en financiële consequenties. Ook worden in de uitwerking de consequenties voor de ecologie, biodiversiteit, waterkwaliteit en andere met de kerntaken van Rijnland verband houdende aspecten verder uitgewerkt. Vooruitlopend op besluitvorming hierover wil Rijnland graag een aantal aandachtspunten meegeven.
Waardevol om hiervan op de hoogte te zijn en blijven.
224
Rijnland
Inleiding op alle wensen en bedenkingen van Rijnland (filter op Rijnland om deze te zien)
Met belangstelling heeft het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland kennis Algemeen genomen van de concept-RESsen. Rijnland heeft de afgelopen maanden intensief samengewerkt met belanghebbenden in vier RES regio’s: Holland Rijnland, Noord-Holland Zuid, Midden-Holland en Rotterdam-den Haag. Rijnland is verheugd te zien dat de partners in de vier regio’s veel werk verzet hebben om te komen tot deze concept RESsen, waarin ambitieuze doelstellingen geformuleerd zijn voor de energietransitie. Ondanks de complexiteit van de materie en de verschillende belangen hebben alle partijen een concept-RES weten op te leveren. Doordat provincies, gemeenten en waterschappen de totstandkoming van de RESsen gezamenlijk naar zich toe hebben getrokken, geldt het RES-proces als een praktijkproef voor gelijkwaardige interbestuurlijke samenwerking. Dat betekent ook dat we elkaar wat kunnen geven en gunnen. Deze dynamiek hopen wij vast te kunnen houden in de verdere uitwerking naar de RES 1.0. Naast deze aanmoediging voor het vervolg, wil het algemeen bestuur van Rijnland middels deze zienswijze (wensen en bedenkingen) een eerste reactie geven op de conceptRESsen. Het merendeel van de onderstaande aandachtspunten zijn in de diverse werkgroepen en stuurgroepen al onder de aandacht gebracht.
Naast het nogmaals onder de aandacht brengen daarvan, gaat het om een verdieping, aanvulling of aanscherping op het specifieke onderwerp. Het eerste deel is van toepassing voo
Dank voor uw reactie en bemoedigende woorden. We onderkennen de nauwe, interbestuurlijke samenwerking in de regio en hopen deze ook vast te kunnen houden in het vervolgtraject. Goed dat u ons nogmaals op uw aandachtspunten wijst, we nemen hier kennis van.
225
Rijnland
Rijnland energieneutraal in 2025. Daarnaast verkennen we op welke wijzen Rijnland vanuit onze water gerelateerde taken actief bij zal dragen aan de energietransitie in de regio
Toelichting: De concept-RESsen sluiten aan bij de ambities van Rijnland. Rijnland streeft ernaar om in Brandstoffen 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. We streven ernaar om dit zoveel mogelijk lokaal en additioneel te doen. Dit betekent dat Rijnland in 2025 ruim 600 TJ duurzame energie opwekt in de regio’s. Zo gaat Rijnland de komende jaren 20.06078120.060781 2 3 miljoen kubieke meter (ca. 70 TJ) extra biogas produceren uit zuiveringsslib. Dit biogas is een hoogwaardige energiedrager die kan worden ingezet voor de omgeving. Ook zien wij aquathermie als een belangrijke potentiele warmtebron voor de gebouwde omgeving. Rijnland werkt dan ook aan een verdere uitwerking van de condities en randvoorwaarden, en de mogelijke rol die Rijnland hierin kan innemen. Om ervaring en expertise op te doen participeren we nu, en ook de komende jaren, met partners in onderzoeken en pilotprojecten.
Dank voor deze informatie. Biogas (en eventueel opwerking naar groengas) is voor deze regio een zeer belangrijk product.
46
Concept beantwoording
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
336
Rijswijk
Onderwerp/steekwoorden
GEEN BLANCO CHEQUE
Constaterende dat: - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - betaalbaarheid als eerste uitgangspunt is genoemd in de concept RES; - in de concept RES geen uitspraken worden gedaan over de kosten van de plannen; - het Planbureau voor de Leefomgeving aangeeft dat het verduurzamen van huizen financieel onaantrekkelijk is; - de gemeente nu al te maken heeft met een miljoenentekort; Overwegende dat: - de energietransitie alleen kan slagen als het betaalbaar is voor alle Rijswijkers; - de plannen grote gevolgen hebben voor wat de gemeente allemaal moet regelen aan subsidies, aanpassingen in de publieke ruimte en ‘investeringen’. - we nooit een blanco cheque kunnen en willen afgeven voor deze plannen; Verzoekt het college: in de RES 1.0 inzicht te hebben gegeven in: 1. wat de uitvoering van de plannen die volgen uit de RES 1.0 de gemeente Rijswijk direct en indirect gaan kosten; 2. wat de plannen en ambities die volgen uit de RES gemiddeld voor kosten met zich meebrengen voor de Rijswijkers; 3. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES.
Algemeen
Bedankt voor uw overweging. In de RES 1.0 worden niet de kosten en de baten doorgerekend. Voor wat betreft uitvoeringslijn Warmte worden wel de totale kosten over de keten berekend van verschillende scenario's en een vergelijking gemaakt met andere alternatieven voor de warmtetransitie. Dit geeft echter vooral inzicht in de verschillen tussen de alternatieven. Er worden geen berekeningen op lokaal/gemeentelijk niveau gedaan.
337
Rijswijk
VEILIGHEID VOOROP
Constaterende dat: - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - er in de concept-RES wordt gesproken over 2,8 tot 3,2 TWh grootschalige en 0,8TWh kleinschalige opwekking via zonne- en windenergie binnen onze regio; - van alle geschikte daken tenminste 40% vóór 2030 met zonnepanelen bedekt moet zijn; - er recentelijk zonnepanelen in brand vlogen aan de Menagerie en de Wildbaan in Rijswijk; - bij brandende zonnepanelen kleine glasdeeltjes vrijkomen, die in de wijde omgeving schade kunnen toebrengen aan natuur, mens en dier; Overwegende dat: - veiligheid voor de Rijswijkers altijd voorop hoort te staan; - een toename aan woningbranden door zonnepanelen onwenselijk is; - we natuur, mens en dier tegen de glasdeeltjes van brandende zonnepanelen moeten beschermen; Verzoekt het college: 1. onderzoek te laten doen naar de brandveiligheid van zonnepanelen en de schade die glasdeeltjes uit brandende zonnepanelen kunnen aanbrengen; 2. De resultaten hiervan te delen voorafgaand aan de behandeling van de RES 1.0; 3. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
Elektriciteit
In de RES speelt veiligheid een cruciale rol. Dat geldt uiteraard ook voor het aangedragen punt. Er wordt uitgekeken naar de resultaten van betreffende onderzoek. Deze zullen in de aanloop naar de RES 2.0 een rol kunnen spelen als ook in het verhogen van het kennisniveau van de regio als geheel op dit thema. De RES onderhoudt tevens contacten met de beide veligheidsregio's (Haaglanden en RotterdamRijnmond) t.a.v. veligheid en verzoekt ook die organisaties een rol te geven in de totstandkoming en verspreiding van het onderzoek.
338
Rijswijk
HELDERE TAAL
Constaterende dat: - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - de concept RES voorschrijft dat communicatie “begrijpelijk” en “laagdrempelig” moet zijn; - in de concept RES zinnen te zin vinden zijn als: o “Deze verhaallijnen zijn een combinatie van landschapskenmerken en de ruimtelijk-energetische ontwerpprincipes uit het Energieperspectief 2050” o “In het kader van de RES richten de samenwerkende overheden zich vervolgens op het iteratieve proces van afstemming op de lokale vraag en daarin mede voorzien via bovenlokale bronnen en de (boven-) regionale ontwikkeling van bronnen en warmtetransport.”; Overwegende dat: - iedereen moet kunnen begrijpen wat er in de RES staat; - de concept RES niet voldoet aan de eisen die het zelf aan de communicatie heeft gesteld; Verzoekt het college: 1. erop toe te zien dat de RES 1.0 in begrijpelijke taal wordt geschreven. 2. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
Communicatie
We hebben de leesbaarheid en aantrekkelijkheid meegenomen bij het schrijven en het opmaken van het product RES 1.0. Als gevolg van de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting.
47
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
339
Rijswijk
Onderwerp/steekwoorden
KLIMAATOPWARMING?
Constaterende dat: - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - de concept RES een gevolg is van afspraken uit het Parijs-akkoord en het Nederlandse Klimaatakkoord; - in het Parijs-akkoord is afgesproken om maximaal 2 graden klimaatopwarming toe te staan; - in het Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 49% minder CO2 uit te stoten dan in 1990; - in de concept RES geen uitspraken worden gedaan over het effect van de maatregelen op het tegengaan van klimaatopwarming of de vermindering van CO2uitstoot; Overwegende dat: - het onwenselijk is om in te stemmen met plannen die veel geld gaan kosten zonder dat we weten wat het effect van de maatregelen is; Verzoekt het college: in de RES 1.0 inzicht te hebben gegeven in: 1. voor hoeveel procent de plannen bijdragen aan het terugdringen van de CO2-uitstoot in Nederland; 2. in hoeverre de plannen bijdragen aan het tegengaan van de mondiale klimaatopwarming; 3. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
Systeemanalyse
Dank voor uw inbreng. In de Concept-RES is benoemd dat we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben om de energietransitie uit te voeren en kuezes te stimuleren die bijdragen aan de (mondiale) CO2doelstellingen. In de RES 1.0 geven we echter geen inzicht in de CO2reductie en de vertaling naar de effecten op klimaatverwarmin, deze kunnen niet als onderdeel van de RES worden uitgevoerd.
340
Rijswijk
PLAN B WARMTE-PROJECTEN
Constaterende dat: - het college aan de gemeenteraad heeft gevraagd via moties wensen en bedenkingen mee te geven op de concept Regionale Energiestrategie Rotterdam-Den Haag (RES); - in de concept RES wordt gesproken van een energiemix om duurzame energie op te wekken. Dit om te voorkomen dat de vraag naar elektriciteit te sterk toeneemt. - er wordt uitgegaan van “veel potentie in deze regio aan warmte en de ambitie deze te benutten” via onder andere warmtenetten en geothermie; - in de concept-RES staat dat voor deze oplossingen “heldere taakverdeling, wet & regelgeving en financiële instrumenten nog ontoereikend zijn”; Overwegende dat: - plannen realistisch moeten zijn om te weten wat we kunnen verwachten. - het erop lijkt dat we zonder de warmte-projecten niet kunnen voldoen aan de ambities uit het Klimaatakkoord; - er in de concept RES niet wordt gesproken over wat er gebeurt als heldere taakverdeling, wet & regelgeving en financiële instrumenten voor de warmteprojecten ontoereikend blijven; Verzoekt het college: 1. in de RES 1.0 een plan B te hebben voor als de warmte-projecten niet kunnen worden uitgevoerd; 2. bovengenoemde punten zo snel mogelijk na de raadsvergadering in te dienen bij de projectorganisatie van de RES;
Warmte
Dank voor uw motie. Voor de RES 1.0 is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke meerwaarde die een bovengemeentelijke warmte-uitwisseling heeft, en waar niet. In de transitievisie warmte geven gemeenten aan waar zij welke warmtetehnieken in hun gemeenten voorzien. De RES-regio initeert geen projecten, maar mocht blijken dat dat warmte-plannen deels onuitvoerbaar zijn in de praktijk, dan is het aan de gemeente zelf om een alternatief op te stellen in een volgende versie van de transitievisie warmte. Deze informatie wordt vervolgens meegenomen in volgende versies van de RES.
48
Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
Thema
Concept beantwoording
345
Rijswijk
Onderwerp/steekwoorden
investeringsfonds lokale energie transitie
Constaterende dat: - In het coalitieakkoord ten aanzien van de energievisie is opgenomen dat de gemeente zich zal inzetten voor oplossingen voor groepen die zelf moeilijk kunnen investeren; Overwegende dat: - Het oprichten van een investeringsfonds kan bijdragen aan de transitie naar een energieneutraal Rijswijk; - Een gemeentelijk investeringsfonds daarnaast kan bijdragen aan het streven naar 50% eigendom van de lokale omgeving, en dit tegemoet komt aan de wens van de overheid om de investeringen ten goede te laten komen aan de burgers van Rijswijk; - Door invulling te geven aan de regiefunctie er een impuls wordt gegeven aan de uitrol van lopende projecten en nieuwe innovaties; Spreekt als haar mening uit dat - De dekking van dit fonds meegenomen wordt in de afwegingen over de besteding van de Enecogelden; - Opbrengsten van de uit het fonds gefinancierde investeringen, zoals minder energieverbruik, jaarlijks terug zouden moeten vloeien in het fonds; Verzoekt het college: - Om met dit op de agenda te zetten op 27 oktober van het gezamenlijk Forum over de besteding van de Enecogelden. -Een startnotitie te schrijven voor de oprichting van een revolverend Investeringsfonds Energietransitie; - In dit voorstel mede te betrekken hoe belanghebbenden investeringsverzoeken kunnen indienen.