CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

5. 258189 Raadsinformatiebrief Albrandswaard wensen en bedenkingen RES Rotterdam-Den Haag.pdf

Gemeenteraad AW 1 maart 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken67.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 8

50

Leidschendam-Voorburg regionale warmte inzetten waar dit een betaalbare en efficiente oplossing is.

aandacht in de Regionale Structuur warmte voor de afspraak om enkel waar warmte de beste optie is elektricificatie te voorkomen

Regionaal is afgesproken dat enkel waar warmte een betaalbare en efficiënte oplossing is, elektrificatie van de warmtevraag wordt voorkomen. In de Regionale Structuur Warmte gaat gewerkt worden aan hoe we warmte optimaal kunnen benutten en uitwisselen in de regio. Wij begrijpen de inzet op regionale warmte maar zien dat specifiek voor onze gemeente niet als de meest kansrijke oplossing. Leidschendam-Voorburg wil met name inzetten op lokale warmte, innovatie en all-electric oplossingen.

Warmte

Het is goed te horen dat u de regionale inzet op collectieve warmte begrijpt. U geeft aan deze warmte voor uw gemeente niet als de meest kansrijke oplossing te zien. U bepaald als gemeente zelf welke warmtetechnieken u in uw gemeente wilt inzetten. Dit gebeurd in de Transitievisie Warmte. In de RES kijken we naar bovengemeentelijke kansen om warmte zo optimaal mogelijk in te zetten in de regio. Dit geeft gemeenten inzicht in de mogelijkheden die zij zelf, of tesamen met buurgemeenten kunnen benutten. Het is aan de gemeenten zelf om in hun TVW de afweging te maken op welke wijze ze regionale en lokale warmte uiteindelijk willen inzetten, daarbij kan de Regionale Strategie Warmte (RSW) uit de RES ondersteunend werken.

51

Leidschendam-Voorburg meer aandacht voor innovatie inzetten op innovaties i.s.m. kennisinstellingen Voor een regio die bekend staat om zijn sterke innovatieve kracht komt innovatie niet voldoende aanbod. Daarom wil de gemeente meer aandacht vragen in de RES voor het toepassen van innovatieve manieren van duurzame elektriciteitsopwekking. Innovatie is vooral van belang voor de lange termijn en wordt wel aangestipt in relatie tot waterstof, groen gas etc. het zou wenselijk zijn een aparte paragraaf innovatie op te nemen met mogelijk een rol voor kennisinstellingen (TU Delft, TNO etc.) en het bedrijfsleven.

Algemeen

Innovatie speelt een belangrijke rol in de regio en m.n. in de energietransitie. Dat wordt ook onderkend in de RES. Daarom lopen er twee sporen. Enerzijds wordt ingezet op wat (qua technieken) nu al kan om dichter bij de doelstelling te komen en anderzijds wordt steeds inzicht verkregen in welke technieken zich lenen voor opschaling. Betaalbaar, betrouwbaar, velig en schoon zijn daarbij belangrijke criteria. Die kennis ontwikkelen we in de RES niet zelf maar benutten we vanuit de aangesloten partijen. M.n. rond waterstof wordt de aansluiting met de partijen in de Economic Board Zuid-Holland, taskforce Energie (o.a. TU Delft, Innovation Quarter, Havenbedrijf en Stedin) onderhouden om laatste inzichten mee te kunnen nemen. Per uitvoeringslijn wordt aandacht gegeven aan innovatie.

35

Maassluis

Betaalbaar warmtenet

Wij willen met klem vragen om in de RES 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een warmtenet in een model gevat moet worden, waarbij voor de consument de kosten van het verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten opzichte van het verwarmen middels aardgas.

Van belang is dat men zoekt naar een goede balans tussen een passend tempo om natuur en Warmte groen te sparen en tevens de investeringen niet uit de pas te laten lopen. Verder vinden wij dat Maassluis niet voorop hoeft te lopen in de transitie omdat we 1. Niet een oneindig budget hebben en 2. nog niet alle technische mogelijkheden zijn uitgekristalliseerd. Verder baart het ons zorgen dat er nog veel onduidelijk is omtrent de praktische invoering van een warmtenet. Financieel en juridisch zijn de zaken nog niet geregeld en er is binnen de raad geen beeld van de zienswijze die onze gemeente zal indienen op de warmtenet 2.0. Als laatste willen wij met klem vragen om in de RES 1.0 duidelijk aan te geven dat de oplossing omtrent een warmtenet in een model gevat moet worden, waarbij voor de consument de kosten van het verwarmen van een woning niet hoger zal zijn, liefst lager ten opzichte van het verwarmen middels aardgas.

In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Structuur Warmte (RSW), als onderdeel van de RES 1.0.. Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met de keuze voor een regionale warmtestructuur met in totaal de relarief laagste totale kosten.

37

Maassluis

Zoekgebieden

Er zijn 7 zoekgebieden waarvan de ruimte In ons dichtbevolkte gebied is het in onze optiek hard nodig dat de open ruimte beschikbaar blijft tussen Maassluis en Vlaardingen langs de A20 voor mens en dier. ook in beeld is. Deze open ruimte moet in onze optiek open blijven en niet worden "vervuild" door de skyline van dit gebied onherstelbaar te veranderen.

30

Elektriciteit

In de zoektocht naar zoekgebieden zal altijd vanuit de draagkracht van het landschap worden bezien of locaties ruimtelijk acceptabel zijn. Dit betekent dat het behouden/versterken van open landschap wordt meegenomen bij de nadere concretisering van zoekgebieden voor opwekking van duurzame energie. Deze zoektocht vindt plaats onder regie van de gemeente en m.n. na vaststelling van de RES 1.0

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

39

Maassluis

Meer stabiliteit in het energiesysteem

Meer aandacht voor lokaal gebruik van energie Naast de inpassing voor grootschalige elektriciteitsvragers in het net dient er ook aandacht te zijn op het juiste moment. voor de stimulering van technische mogelijkheden om per gebruiker, per toepassing of als geografisch gebied de capaciteitsvraag af te vlakken. Dat kan enerzijds door techniek en andere toepassingen, maar ook met een per uur wisselende prijs die afhankelijk is van vraag en aanbod.

Toelichting

Thema

Concept beantwoording

Elektriciteit

In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie van deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc. vragen om een aanpassing van de energie-infrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken; deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces aandacht vraagt. Beprijzing, netcapaciteit, 'afvlakken' vraagt regelgeving op landelijk niveau. Daarin speelt de RES geen rol.

41

Maassluis

Financiële kant warmtebronnen en transport

Punt van zorg dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een restwarmtenet

43

Maassluis

Waterstof en groen gas

Te voorzichtige inzet op het gebruik van waterstof Deen vooruitgang groen gas.op het gebied van waterstof en groen gas gaat sneller dan te lezen valt in de concept-RES. Wij geven als bedenking mee dat er te voorzichtig wordt ingezet op het gebruik van waterstof en groengas voor 2030.

Brandstoffen

Om de energietransitie te doen slagen is het inderdaad nodig om innovaties op een goede wijze mee te nemen. In de uitvoeringslijn brandstoffen van de Concept-RES wordt terdege rekening gehouden met de mogelijkheid dat de ontwikkelingen sneller kunnen gaan dan nu verwacht. Dit is weergegeven door gebruik te maken van potentiele reikwijdtes. Toekomstige ontwikkelingen zullen meer duidelijkheid geven of de ontwikkelingen aan de onder of bovenzijde van de reikwijdtes zal uitkomen. De RES wordt iedere twee jaar geactualiseerd om innovaties mee te kunnen nemen.

45

Maassluis

Warmtenet

Er is een groot risico dat de kosten voor het Het realiseren van een warmtenet levert nu al de nodige (politieke) onrust op. Ik denk hier realiseren van een warmtenet te hoog worden. bijvoorbeeld aan het getouwtrek rond de leiding Rotterdam-Leiden. De kosten voor gemeenten en consumenten lopen torenhoog op. Het is de vraag of dit realistische oplossingen zijn.

Warmte

In de RES 1.0 is nadrukkelijk aandacht voor het kostenaspect van warmteopties. Dit komt terug in de Regionale Strategie Warmte (RSW). Daarbij is het belangrijk om de kosten van verschillende alternatieven per wijk te bezien en daarop keuzen te maken. Bij een groot aantal wijken blijkt dat collectieve warmte dan het minst dure alternatief is, voor andere wijken zal dat niet het geval zijn. In de vergelijking met de bestaande lage gasprijzen zal collectieve warmte, en ook de alternatieven veelal duurder uitvallen, het publieke belang 'betaalbaarheid' is om die reden ook in het RES als randvoorwaarde geformuleerd en is bij de opbouw van de RSW mede rekening gehouden met nivelering van kosten.

46

Maassluis

Windmolens en zonnepanelen

Zet het land niet vol met windmolens en zonnepanelen.

Elektriciteit

Met het ondertekenen van het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt hoe we de klimaatdoelstellingen van Parijs vertalen naar Nederlands beleid en uitvoeringsafspraken. Onderdeel daarvan is de de doelstelling om in 30 RES regio's te onderzoeken op welke wijze minimaal 35 TWh duurzame energie op land kan worden opgewekt. Als RES-regio Rotterdam Den Haag dragen wij hier aan bij, om vanuit de draagkracht van het landschap geschikte zoekgebieden nader te concretiseren waar inpassing van die opwekking plaats kan vinden. In de RES 1.0 worden weloverwogen richtingen bepaald t.a.v. de realisatie van de regionale ambitie. Daarop volgend zal onder regie van gemeenten gewerkt worden om de beoogde productie te realiseren in samenwerking met de omgeving en de regio. Daarbij spelen ruimtelijke afwegingen de meest belangrijke rol. De RES is een proces, wanneer er in de loop van tijd betere technieken of technieken die minder ruimte innemen technisch haalbaar zijn worden deze ook meegenomen in het traject.

In de concept-RES valt te lezen dat we 'warmtekansen moeten benutten'. In de regio is veel Warmte restwarmte aanwezig en wij zien ook dat we daar goed gebruik van kunnen maken voor het verwarmen van huizen. Een punt van zorg daarbij is echter dat de kosten voor de infrastructuur en de aansluitingen van een dergelijk restwarmtenet hoog of anders onduidelijk zijn, waardoor de aanleg ervan niet wordt doorgezet.

Windmolens en zonnepanelen zorgen voor overlast en horizonvervuiling. Een ongebreidelde uitbreiding hiervan, zowel in de stedelijke gebieden als op het platteland, gaat uiteindelijke ten koste van de leefbaarheid (rust en ruimte).

31

De onduidelijkheid is over de kosten van warmtenetten is een van de redenen geweest om ter voorbereiding van de RES 1.0. nader onderzoek te doen. In een aantal scenario's voor een regionale warmtestructuur zijn de mogelijkheden van aansluiting van (delen van) gemeenten onderzocht. Voor deze scenario's zijn tevens de kosten van de warmtenetten en andere kosten in kaart gebracht, op basis van de ervaring van (private en publieke) partijen. Daarbij is inzicht gebracht in welke instrumenten er nodig zijn om het betaalbaar te maken. Daarbij is ook vertrouwen een belangrijk (benoemd) belang. Dit vraagt (o.a.) transparantie in bijvoorbeeld de kosten voor een bewoner, maar ook hoe de kosten tot stand zijn gekomen. Deze afwegingen zijn onderdeel van de Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES 1.0. .

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

Toelichting

Thema

Concept beantwoording

47

Maassluis

Gebruik van biomassa

Het gebruik van biomassa moet niet worden gestimuleerd

Het gebruik van biomassa is in de ogen van Forum voor Maassluis niet duurzaam en het gebruik daarvan moet daarom niet worden gestimuleerd.

Brandstoffen

In het klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. Uw zorgen over de duurzaamheid van deze biobrandstoffen zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.

Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/d uurzaamheidskader-biogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de RES 1.0. De RES regio stimuleert momenteel de ontwikkeling van deze biogrondstoffen niet actief. De belangrijkste instrumenten hiervoor zijn de landelijke rijksregelgevingen zoals de SDE+. Het duurzaamheidskader zal ook van toepassing zijn om in aanmerking te komen voor deze financieringsinstrumenten.

384

Maassluis

Biobrandstoffen

Afzien van gebruik van biobrandstoffen.

D66 Maassluis vindt dat er moet worden afgezien van het gebruik van biobrandstoffen, gezien de milieuconsequenties hiervan en een aankomend mogelijk verbod.

Brandstoffen

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het Klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en dragers). Zowel het Nederlandse Klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De zorgen over de duurzaamheid zijn terecht. De Rijksoverheid werkt hierom met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa.

Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/d uurzaamheidskader-biogrondstoffen). Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Een verbod op de inzet van biogrondstoffen is momenteel nog niet aan de orde

32

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

217

Midden Delfland

De bijzondere positie van Midden-Delfland

Korte formulering

Midden-Delfland is het eerste Bijzonder Provinciaal Landschap van Nederland. Deze status geeft het Elektriciteit belang aan van het open en groen houden van het waardevolle agrarisch veenweidelandschap tussen de steden in onze metropoolregio. De kernopgave van onze gemeente is bij oprichting van de gemeente vastgelegd. Het is onze opdracht het groene landschap te beschermen en te verbinden met de stedelijke omgeving. Deze opdracht werd verwoord in de gebiedsvisie Midden-Delfland" 2025 en het Landschapontwikkelingsperspectief Midden-Delfland” 2025 (LOP). Het LOP werd opgesteld in samenspraak met alle omliggende gemeenten, gebiedsorganisaties en de provincie Zuid-Holland en is integraal vastgesteld in de afzonderlijke Raden. In het LOP wordt de openheid van het gebied met een agrarische identiteit als één van de kernkwaliteiten benoemd. Het buitengebied van Midden-Delfland is van groot belang voor het vestigingsklimaat van inwoners en bedrijven in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Immers, onderdeel van een goed vestigingsklimaat is een prettige omgeving om te wonen, werken en recreeren. Als groene hart van de regio speelt het buitengebied van MiddenDelfland hierin een belangrijke rol. De metropoolregio bevestigt dit in haar strategische agenda. Het gebied biedt onze regio nog meer kansen, bijvoorbeeld rondom klimaatadaptatie en —mitigatie, gezondheid en voedselvraagstukken.

Ons landschap is dus het beschermen waard. Niet alleen voor onze eigen inwoners, maar juist ook voor de 2 miljoen inwoners van de hele regio. Bij het werken aan een duurzame samenleving zijn naast de energietransitie daarom ook andere thema’s van belang. Ontwikkelopgaven moeten in samenhang bekeken en zorgvuldig gewogen worden.

Toelichting

Thema

In de RES 1.0 worden deze uitgangspunten onderschreven via de beschreven verhaallijnen en de gekozen aanpak. Ruimtelijke kwaliteit en een zorgvuldig gekozen ontwikkelproces, waarbij integraliteit en het koppelen van opgaven staat centraal is de norm. De openheid van middendelfland wordt ook benoemd in de verhaallijn open landschap.

218

Midden Delfland

Wij onderschrijven het bod

In de concept-RES wordt uitgegaan van de opwek van 2.8 tot 3.2 TWh aan duurzame elektriciteit in Algemeen onze regio. Hieraan ligt een uitgebreide inventarisatie van mogelijkheden en onmogelijkheden ten grondslag. De concept-RES gaat daarnaast uit van volop kansen voor het ontwikkelen van duurzame warmtenetten, het gebruik van restwarmte uit de haven en het toepassen van geothermie. Met het grote warmtepotentieel in onze regio versterken we het bod ten aanzien van de opwek van duurzame elektriciteit. Het totale bod beschouwen wij als realistisch met een gezonde dosis ambitie. Wij onderschrijven dit bod.

Dank voor uw onderschrijving, we zijn het eens dat het totale bod realistisch is en een gezonde dosis ambitie toont.

219

Midden Delfland

Meer nadruk op Bijzonder Provinciaal Landschap

Onze regio gaat in de concept-RES in de basis uit van de draagkracht van het landschap. Dat Elektriciteit uitgangspunt onderschrijven wij van harte. In de concept-RES komt echter te weinig expliciet naar voren welke bijzondere status het Bijzonder Provinciaal Landschap heeft. Daarom vragen wij u in de RES 1.0 expliciet te benoemen dat het Midden-Delflandgebied (onze gemeente en het landelijk gebied en recreatiegebieden van 7 omliggende gemeenten) de status heeft van Bijzonder Provinciaal Landschap. Daarnaast vragen wij u explicieter te omschrijven hoe belangrijk dit gebied is voor het vestigingsklimaat in onze metropoolregio. Zo onderbouwen we beter waarom de draagkracht van het landschap voor onze regio zo’n belangrijk uitgangspunt is.

Dit aspect wordt onderscherven in de RES 1.0. daarin is specifiek aandacht gegeven aan het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden- Deolfland als ook het Groene Hart en Voorne-Putten.

220

Midden Delfland

Betere duiding van de zoekgebieden

De teksten in de concept-RES zijn een goede weergave van de gesprekken die de afgelopen maanden Elektriciteit werden gevoerd. Afwegingen, uitsluitingen en prioriteiten worden voldoende helder. Echter, nuanceringen en uitsluitingen ten aanzien van de verschillende zoekgebieden zijn niet duidelijk genoeg vertaald in de overzichtskaarten waarop de zoekgebieden visueel worden aangeduid. Kaarten gaan gemakkelijk een eigen leven leiden en tekstuele nuances kunnen daarbij worden vergeten. Mogelijk worden politiek gevoelige discussies met deze kaarten onnodig opnieuw aangewakkerd. Daarom vragen wij u de kaarten met zoekgebieden aan te passen. Wij vragen u de contouren van het Bijzonder Provinciaal Landschap apart aan te geven en in de legenda duidelijk te maken dat het open agrarisch veenweidegebied géén onderdeel uitmaakt van de zoekgebieden voor grootschalige opwek van windenergie en zonne-energie op land.

De RES 1.0 biedt een nadere uitwerking van de Concept RES, waarin tevens aandacht is voor de weergave in kaarten. Daartoe is een nieuwe set kaarten opgenomen, waarin deze wens is meegenomen. In de bijlage is te zien waar de zoekgebieden overlappen met (bovenregionaal) ruimtelijk beleid.. Dit betekent niet altijd dat hier geen ontwikkeling kan plaatsvinden, maar wel dat er extra nauwkeurig naar inpassing en dergelijke moet worden gekeken.

33

Concept beantwoording

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

221

Midden Delfland

Onze bijdrage aan de RES

Korte formulering

Voor een goede, kwalitatief hoogwaardige inpassing van elementen van een nieuw energielandschap Elektriciteit in het open gebied zien wij voldoende mogelijkheden voor zon op dak en het plaatsen van kleine windmolens op (voormalig) agrarische erven. Zo kan ons buitengebied op termijn energieneutraal worden, zonder afbreuk te doen aan de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap en de betekenis ervan voor onze regio. Om wind- en zonne-energie toe te passen zonder afbreuk te doen aan het open landschap en historische panden, zien wij mogelijkheden voor grote windmolens in het havengebied en middelgrote windmolens uit het zicht, bijvoorbeeld op industrieterreinen of langs snelwegen. Energieopwekking door zonnepanelen op daken past goed binnen de kaders van onze gemeente en deze kans willen wij optimaal benutten. Op daken van bedrijven op Bedrijventerrein Harnaschpolder komen zonnepanelen. Totaal gaat dit om 10 tot 15 hectare aan zonnepanelen. Dat levert meer groene stroom op dan alle woningen in Den Hoorn verbruiken. Dichtbij infrastructuur en in en rondom de dorpskernen zien wij mogelijkheden voor het aanpassen van wet- en regelgeving om meer of innovatieve vormen van energieopwekking mogelijk te maken.

Aan de randen van het buitengebied en nabij kassen zien wij kansen voor nieuwe geothermiebronnen, die middels warmtenetten energie kunnen leveren aan de bebouwde omgeving. Wij werken actief mee aan de realisatie van WarmtelinQ en het WarmteSyteem Westland (WSW). Op deze manier levert ons gebied een eigen, significantie bijdrage aan de energietransitie in onze regio. Deze manier van werken aan een nieuw energielandschap sluit aan bij de concept-RES zoals deze nu voorligt.

Toelichting

Thema

Fijn te lezen dat Midden-Delfland een actieve bijdragen levert aan de RES. Het is goed om te weten dat gemeenten en ondernemers samenwerken om zonnepanelen op daken, kleinere windmolens en zonnepanelen op waterbassins bij kassen te realiseren. Wat ons betreft maken we op deze manier gebruik van oplossingen die passen binnen onze ruimtelijke kwaliteit. Wij houden andere innovaties in de gaten en zullen deze tijdens kennissessies delen.

222

Midden Delfland

Hanteer de juiste balans tussen regionaal en lokaal

Onze gemeente kenmerkt zich door lokale kracht en duurzame burgerinitiatieven, waaronder een Algemeen eigen energiecoöperatie en een initiatiefgroep voor warmtetransitie. Veel bedrijven en verenigingen treffen al vergaande duurzaamheidsmaatregelen. In de glastuinbouw werken ondernemers aan de realisatie van nieuwe geothermiebronnen en warmtenetten. Samen met de agrarische sector werken we aan de realisatie van een energieneutraal buitengebied. Juist bij dit soort lokale initiatieven willen wij aansluiten om het aanwezige potentieel optimaal te benutten. Waar nodig en mogelijk stimuleren wij ook nieuwe lokale initiatieven. Om maatschappelijk draagvlak en bewustwording te bevorderen is het van belang om de relatie tussen het opwekken van duurzame energie en gebruik ervan zichtbaar te maken. Het geeft inwoners voldoening om zeggenschap te hebben over de ruimtelijke inrichting in hun buurt en om eigen investeringen terug te zien. Wij vragen u daarom om zorg te blijven dragen voor een juiste balans tussen regionaal vorm te geven plannen en lokaal uit te voeren initiatieven. Kies voor een top-down aanpak bij kansrijke grootschalige initiatieven waarbij regionale samenwerking cruciaal is.

Laat voldoende ruimte voor het bottom-up stimuleren van lokale initiatieven die bijdragen aan het maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie en die passen binnen de uitgangspunten van de RES en bij de kernopdracht van onze gemeente. Zorg, met andere woorden, voor de juiste balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie en communiceer dit helder aan alle betrokkenen en stakeholders. Dat helpt ons bij het realiseren van de doelstellingen en ambities zoals verwoord in de concept-RES.

We erkennen de kracht van lokale initiatieven en het draagvlak dat hiervoor bestaat. Deze buttom-up stimulering sluit aan bij de regionale afspraak om "lokaal, lokaal" te houden en daar waar nodig regionaal te ondersteunen en faciliteren. De balans tussen regionale samenwerking en lokale autonomie heeft onze nadrukkelijke aandacht, waar we met elkaar aandacht aan (moeten blijven) geven. Het is goed te lezen dat u daar actief aan deelneemt; het RES-proces is een nauwe samenwerking.

168

Nissewaard

Landschappelijke inpassing

Het realiseren van duurzame wind- en zonenergie gaat samen met versterking van het landschap, de natuur en de recreatie

Energieprojecten gaan de inwoners raken in de beleving van hun omgeving. Windturbines en zonakkers worden ingepast in het landschap, waarbij natuur en recreatie versterkt worden. Zo worden de turbines en panelen geen kale elementen in het landschap, maar onderdeel van het landschap met meerwaarde voor inwoners, natuur en recreatie.

Elektriciteit

In de RES 1.0 speelt ruimtelijke kwaliteit een prominente rol. Dat gaat over draagkracht van het landschap; op welke manier kan energieopwekking een rol hebben in bepaalde (type) landschappen. Een verscheidenheid aan mogelijkheden is opgenomen aan de hand van verhaallijnen, waarbij de mogelijkheid van combinatie tussen energieopwekking en reacreatie tevens expliciet is opgenomen. In tweede instantie gaat het over realiseerbaarheid van projecten voor 2030 en de aanpak via gebiedsgerichte processen door de gemeenten. Daarbij staat integraliteit centraal. De geformuleerde wens wordt daarmee weerspiegeld in de aanpak die de RES voorstaat maar vooral ook lokaal realiteit zal moeten worden. Deze realisatie gebeurd aan de hand van lokale gebiedsprocessen, waarbij integrale, bij het gebied passende keuzes kunnen worden gemaakt.

169

Nissewaard

Participatie

Iedere inwoner wordt uitgedaagd om mee te doen

Bij deze transitie is betrokkenheid van inwoners essentieel. Gevraagd wordt om de inwoners en andere belanghebbenden mee te nemen en daarbij de volgende aanbevelingen te gebruiken: - Gebruik diverse participatie instrumenten - Benader (groepen) inwoners op een bij hun passende wijze - Zoek mogelijkheden om inwoners die zich niet laten horen te betrekken - Begin tijdig / zo vroeg mogelijk - Maak de participatie concreet en duidelijk - Streef naar een hoog niveau op de participatieladder

Communicatie

Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) het benaderen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf en wordt niet door de regio gedaan, 2) de regio ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie en adviseert verschillende participatieinstrumenten (Participatie via volksvertegenwoordigers zoals in de wensen en bedenkingen procedure is ook een voorbeeld in deze regio) , 3). de regio overlegt met gemeenten. 4) Uitvoering van inwonersparticipatie is volgens afpraak buiten scope van RES R DH.

34

Concept beantwoording

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

Toelichting

170

Nissewaard

Klare taal

Voer de discussie over de energietransitie op een voor iedereen toegankelijke wijze

De concept RES is moeilijk leesbaar. De opgave is abstract. De kaarten zijn onduidelijk. - Maak de RES Communicatie 1.0 voor iedereen toegankelijk - Gebruik begrijpelijke taal en maak (meer) gebruik van andere communicatiemiddelen dan geschreven tekst - Maak dat iedereen de kaarten begrijpt - Maak de opgaven voor Nissewaard concreet

Thema

Het antwoord is tweeledig: 1) We nemen leesbaarheid en aantrekkelijkheid mee bij het schrijven en het opmaken van het product RES 1.0. Ook beeldmateriaal incl kaarten zullen gebruikt en gecontroleerd worden. Als gevolg van de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting. 2) de opgaven voor Nissewaard concreet maken is geen communicatief vraagstuk/buiten scope.

171

Nissewaard

Open landschap

Het open polderlandschap wordt niet aangewezen als locatie voor windmolens

Het open polderlandschap in het buitengebied van de gemeente is van belang voor bewoners, voor natuur, recreatie en voor de agrarische activiteiten. Het plaatsen van windmolens past daar niet bij.

Elektriciteit

In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet wenselijk of niet haalbaar is maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de regionale ambitie vraagt voor het vervolg een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave door te schuiven of aan anderen te laten.

172

Nissewaard

Biomassacentrale

Er komt geen biomassa centrale

Biomassa is een vorm van energie productie waarvoor natuurlijke producten moeten worden gebruikt. Er is voortdurende stroom aan materiaal nodig. Dat gaat lijken op een vicieuze cirkel.

Warmte

De RES regio initieert geen warmteprojecten. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van projecten ligt bij de gemeentelijke overheden. In de RES schetst de regio de mogelijkheden voor een regionaal warmtesysteem. Het verstoken van houtige biomassa is geen onderdeel van het onderzoek dat hiervoor in uitvoering is. Op nationaal niveau is ook aandacht voor de inzet van houtige biomassa voor warmteprojecten. Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/d uurzaamheidskader-biogrondstoffen).

173

Nissewaard

Participatie

Energieverenigingen en cooperaties worden betrokken bij de uitwerking van de RES

Energieverenigingen en cooperaties bieden bewoners kansen om actief deel te nemen in projecten. Het kleinschalige karakter daarvan verlaagt de drempel om mee te doen.

Algemeen

Participatie wordt lokaal ingevuld door gemeenten. Het betrekken van inwoners bij ontwikkeling van plannen is inderdaad van belang voor een succesvolle energietransitie. Het streven van 50% lokaal eigendom in energieprojecten wordt herkend en onderkend in de RES 1.0. Daarbij is tevens de opstelling dat de wijze waarop daar invulling aan gegeven wordt aan gemeenten is en in lokaal beleid en instrumentarium verankerd dient te worden. De RES maar ook het Nationaal Programma RES en Energie Samen bieden handreikingen en faciliteren daar waar nodig.

174

Nissewaard

Organiseer maatschappelijke Zorg dat alle inwoners en relevante De energietransitie heeft de komende jaren grote invloed op de inwoners van Voorne-Putten. De betrokkenheid stakeholders de mogelijkheid krijgen om zowel keuzes die in de RES gemaakt worden, brengen in een latere fase zichtbare ingrepen in hun directe in de voorbereidende beleidsfase van het RES- leefomgeving met zich mee, bijvoorbeeld door de komst van windmolens of zonnevelden. Het in een proces. In de projectfase kunnen direct zo vroeg mogelijk stadium betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties, lokale omwonenden in de eerste plaats meedenken ondernemers en marktpartijen bij de ontwikkeling van de RES komt het maatschappelijke draagvlak en bij de energieprojecten kunnen voor de ingrepen ten goede en maakt de (ruimtelijke inpassing van de) energieprojecten beter. meeprofiteren, daarna kunnen ook de andere Bovendien beschikken zij over kennis van de regio die de kwaliteit van de RES kan vergroten. inwoners meeprofiteren.

Communicatie

Dank voor de inbreng. Draagvlak is een belangrijke voorwaarden voor het slagen van de energietransitie. (Vroegtijdige) proces- en projectparticipatie zijn daartoe middelen die door de gemeenten zelf ingezet worden. Inwonersparticipatie wordt volgens afspraak niet door de regio uitgevoerd. De regio faciliteert/stimuleert voornamelijk met kennisoverdracht/breed bruikbare producten. Richting RES 1.0 en in de RES 1.0 wordt hieraan aandacht besteed zowel in de uitvoeringslijnen als in de communicatieaanpak.

175

Nissewaard

Mogelijke rol alternatieve technieken en innovaties

Monitor doorlopend de mogelijke rol en De Concept RES richt zich op het gebied van de grootschalige opwek van elektriciteit hoofdzakelijk op Algemeen opschaalbaarheid van andere dan de bewezen wind- en zonne-energie. Andere duurzame alternatieve bronnen en opslagmethoden worden niet technieken voor de opwek en opslag van uitgesloten, maar vallen wel buiten de focus. De monitoring van de mogelijke rol van andere elektriciteit, zoals de toepassing van duurzame alternatieven en innovaties moet een duidelijkere plaats krijgen in het proces van de RES. waterkracht, waterstof of kernenergie, ten Zoals de technieken die op dit moment nog een langere ontwikkeltijd hebben dan voor de behoeve van de herijking van de RES. tijdshorizon van 2030. Deze technieken kunnen hiermee bij de aanscherping/aanpassing van de RES’en iedere twee jaar mogelijk een significantere bijdrage leveren aan de energievraag dan op dit moment kant worden voorzien.

35

Concept beantwoording

Op dit moment geven we invulling aan de RES met beproefde technieken. Daarbij kijken/zoeken we inderdaad naar mogelijkheden om innovaties toe te passen, waarmee we invulling kunnen geven aan de ambitie wellicht met minder ruimtegebruik, lagere kosten, etc. De ontwikkeling van technologieën gaan snel en verdienen daarmee blijvende aandacht. Dit is de reden dat de RES om de twee jaar wordt bijgesteld. Innovaties worden vanzelfsprekend in de RES meegenomen zodra deze beproefd bijdragen aan opwekking van duurzame energie. Huidige inzichten laten op dit moment lage potentie zien als het gaat andere vormen van opwek, we houden dit echter wel in de gaten.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

Toelichting

Thema

Concept beantwoording

176

Nissewaard

Zon in open landschap

Onderzoek bij de uitwerking van het zoekgebied ‘overige’ op welke wijze en onder welke voorwaarden zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast.

De jonge zeekleipolders lenen zich vanwege de grootschalige en rationale verkaveling (in beperkte mate) voor de inpassing van zonnevelden, mits randvoorwaarden worden opgesteld met betrekking tot de omvang, verspreiding, hoeveelheid en ruimtelijke kwaliteit, passend bij de openheid van de polders. Onderzoek daarom samen met de agrariërs, regio, landschapsdeskundigen en andere stakeholders op welke wijze zonnevelden in de jonge zeekleipolders kunnen worden ingepast. Met aandacht voor behoud van de kwaliteit van het landschap, koppelingen met opgaven op het gebied van biodiversiteit, verduurzaming en circulariteit van de landbouw.

Elektriciteit

De verhaallijnen zoals in de Concept RES aangegeven zijn in de RES 1.0 nader onderzocht en uitgediept. Ze zijn voorzien van verdere duiding en mogelijke inpassing (zoals de verhaallijn open landschap), maar niet op een zodanig gedetailleerd niveau dat alle typen open landschap zijn voorzien van duiding. In het vervolg op de RES 1.0 kunnen lokale gebiedsprocessen worden opgezet met stakeholders om dit specifiek voor de jonge zeekleipolders te doen, en al dan niet tot realisatie te komen en/of concrete zoeklocaties binnen de genoemde verhaallijn aan te wijzen.

177

Nissewaard

Recreatieve energielandschappen

Zet bij de uitwerking van het zoekgebied voor duurzame energiebronnen langs de A15 en de verhaallijn recreatief energielandschap in op investeringen in het landschap en het behoud van een gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving in en rond de kernen.

Het verder uitbreiden van de groenstructuur in noordrand van Voorne-Putten tot een robuuste, Elektriciteit landschappelijke buffer biedt mogelijkheden om zonnevelden en windmolens in te passen, de recreatieve potentie beter te benutten en het zicht op het Haven Industrieel Complex en windmolens te beperken. Door te investeren in het landschap kan de draagkracht van het landschap voor de inpassing van duurzame energiebronnen worden vergroot. De inpassing van duurzame energiebronnen is alleen wenselijk wanneer een gezond woon- en leefomgeving in en rond de kernen wordt gewaarborgd met aandacht voor de draagkracht van het landschap.

Deze wens en bespiegeling wordt volledig ondersteund in de RES 1.0. De verhaallijnen beschrijven in de RES 1.0 meer gedetailleerd op welke manier een koppeling gemaakt kan worden met andere opgaven, of ruimtelijke inpassing.

178

Nissewaard

Instrumentarium voor het Maak instrumentarium beschikbaar om stimuleren van zon op dak in kleinschalige opwekking van zonne-energie op bebouwd gebied daken te stimuleren, geef als gemeente het goede voorbeeld en stel daarbij ambitieuze maar realistische doelstellingen.

Er zijn nog vele, mogelijk geschikte daken die onbenut blijven voor zonne-energie. Het aanbrengen Elektriciteit van zonnepanelen op eigen dak wordt door belastingvoordeel en gemeentelijke duurzaamheidsleningen gestimuleerd, maar vergt alsnog een eigen investering. De gemeente kan (en wil) het aanbrengen van zonnepanelen op particuliere woningen niet verplichten. Ondersteuning bij de uitwerking van dit vraagstuk en het faciliteren van inwoners en ondernemers is gewenst.

In de RES 1.0 speelt zonneenergie op daken een belangrijke rol. Daarmee wordt deze wens weerspuegeld op regionaal niveau. Ook het vraagstuk van de (financiële)_ randvoorwaarden wordt herkend en vormt onderdeel van de aanpak. Daarbij dient de scheiding tussen lokale en regionale rol in acht te worden genomen. De regio faciliteert gemeenten daar waar gepast met advies en analyse en kan indien er een kennelijke randvoorwaarde ontbreekt dat onder de aandacht brengen bij relevante actoren. De regio voorsziet niet in uitvoeringscapaciteit voor lokale aanpakken.

179

Nissewaard

Flankerend beleid/visie

De opgave van de RES kan alleen uitgevoerd worden als flankerend beleid van Rijk en provincie Zuid- Algemeen Holland hiervoor voldoende ondersteuning biedt. Het huidige beleid beperkt de ontwikkeling van projecten, samenwerking met de provincie heeft als doel om te zoeken naar de beste oplossing op de beste plek. Als voorbeeld willen we werken aan betere afstemming met betrekking tot de locaties in de RES voor windmolens (zoals het Haringvliet) en zonneweides in de polders in het middengebied van Voorne-Putten. Tevens is er behoefte aan duidelijkheid ten aanzien van het wel of niet toestaan biomassa-centrales en het verbinden van voorwaarden hieraan.

We erkennen dat voor de uitvoering aansluiting van flankerend beleid nodig is, ruimtelijke ontwikkelingen hebben daarom onze aandacht. In de uitvoeringslijn Elektriciteit is er bijvoorbeeld een toets gedaan op zoeklocatie-niveau; op de samenhang met bovenregionale visies en ruimtelijke kaders, zoals van de provincie of het rijk (NOVI). Hetzelfde geldt voor de samenhang met aangrenzende RES-regio’s en opgaven zoals het Groene Hart. Er is gekeken of op de in ontwikkeling zijnde plannen zoals straks in de RES 1.0 opgenomen, in lijn zijn met bovenregionale uitgangspunten (in ontwikkeling). Daar waar nodig zoeken we gezamenlijk naar mogelijkheden om punten te agenderen bij provincie of het Rijk. Voor de realisatie van hernieuwbare brandstoffen heeft de provincie een visie en strategie waterstof opgesteld.

180

Nissewaard

Voorne-Putten De maximale inzet voor Voorne Putten is een energieneutraal als maximale energieneutraal Voorne-Putten. Ten behoeve ambitie van ons groene en open landschap.

Voorne Putten heeft de ambitie om in de toekomst, uiterlijk in 2050 energieneutraal te worden. De RES is een van de instrumenten om invulling te geven aan deze ambitie. Uit een landschappelijke verkenning naar de inpassing van de energietransitie op Voorne-Putten blijkt dat het vanuit landschappelijk oogpunt een hele opgave is. Energieneutraal is voor Voorne-Putten dan ook het uitgangspunt voor haar maximale bijdrage in de RES.

Algemeen

Goed om te horen dat Voorne-Putten als ambitie heeft om in 2050 CO-2 neutraal te worden en dat de RES daarvoor als invulling dient. We nemen notie van uw streven.

181

Nissewaard

Betaalbaarheid en Neem in de RES 1.0 op dat de regio medehaalbaarheid energietransitie afhankelijk is van beleid op Rijksniveau voor voor iedereen bewustwording en faciliteren van financiële voordelen energiebesparing en aanleg zon op daken. In een gezamenlijke lobby naar de RES 1.0 van Voorne-Putten richting de regio. Het belang van financiële en wettelijke randvoorwaarden moeten benadrukt worden en naar voren komen in gezamenlijke lobby van Voorne Putten richting de regio.

Een van de grootste zorgen in deze energietransitie voor Voorne Putten is de betaalbaarheid en Algemeen haalbaarheid voor iedereen. Financiële en wettelijke randvoorwaarden zijn essentieel voor de uitvoering van het Klimaatakkoord, maar daarmee ook voor hetgeen is opgeschreven in de RES. Dit kan niet genoeg benadrukt worden in de gezamenlijke lobby van Voorne Putten, maar ook in de teksten van de RES 1.0. Betaalbaarheid is ook een belangrijke randvoorwaarde om te zorgen voor draagvlak onder onze inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Tegelijkertijd vraagt optimale benutting van het dakpotentieel voor de opwek van zonne-energie grote investeringen. Bewustwording over de voordelen en mogelijkheden van energiebesparing kan worden versterkt door informatie en communicatiecampagnes op landelijk en gemeentelijk niveau.

Dank voor uw inbreng. Vanuit verschillende gemeenten hebben wij het signaal ontvangen dat de uitvoering en daarmee de haalbaarheid een belangrijke randvoorwaarde is van de energietransitie, waar financiering van het Rijk als noodzakelijk wordt gezien. In de RES 1.0 zal de betaalbaarheid als randvoowaarde worden opgenomen.

De raad van Nissewaard verzoekt de MRDH RES-regio om met de provincie in overleg te gaan om nieuw beleid, danwel een visie (door de provincie) te laten ontwikkelen en vast te stellen. Ten behoeve van de uitvoering van projecten die nodig zijn om de RES-opgave te realiseren.

36

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

182

Nissewaard

Afstemming met andere RES- Vraag de MRDH-RES-regio de afstemming met Voorne-Putten en de eilanden Goeree-Overflakkee en de Hoeksche Waard vormen samen de ZuidAlgemeen regio’s de RESregio’s Goeree-Overflakkee en de Hollandse Delta. De RES’en van de regio’s Rotterdam-Den Haag, GoereeOverflakkee en de Hoeksche Hoeksche Waard te faciliteren. Waard kunnen een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de ZuidHollandse Delta als geheel. Afstemming over de ruimtelijke uitwerking van de strategieën van de verschillende RES-regio’s is daarom wenselijk.

Korte formulering

Toelichting

Thema

De afstemming met (buur)regio's en de ruimtelijke samenhang met o.a. (bovenregionale) ruimtelijke kaders heeft inderdaad de aandacht. Met (buur)regio's vindt algemene afstemming plaats. Vooral binnen de provincie is dit frequent. In de RES 1.0 wordt tevens inzicht gegeven in de raakvlakken met ruimtelijke processen die op een grotere schaal spelen dan de regio. Het betreft o.a. Groene Hart, provinciale- en Nationale omgevingsvisie en de raakvlakken met energieopwekking (bestaand) net buiten de regiogrens. Er wordt vooralsnog niet ingezoomd op specifieke gebieden binnen de regio's, anders dan de zoekgebieden. In het vervolg op de RES 1.0 kan dit wel meer aandacht krijgen, o.a. via gebiedsprocessen waarmee invulling wordt gegeven aan energieopwekking i.c.m. andere opgaven.

183

Nissewaard

Haalbaarheid proces

Vraag de MRDH-RES-regio om landelijk het De uitwerking van de concept-RES naar RES 1.0 dient op basis van het Nationaal Programma RES Algemeen signaal af te geven dat de hoge ambitie, om de begin 2021 gereed te zijn. Voor het ontwikkelen van een realistische en kwantitatief aanbod is nodig RES 1.0 begin 2021 gereed te hebben, grote een integrale gebiedsgerichte uitwerking van de opgave, afstemming met omliggende RES-regio’s, impact heeft op het proces. draagvlak onder grondeigenaren en inwoners, toets van de financiële en technische haalbaarheid en wijziging van het provinciaal en gemeentelijk omgevingsbeleid. Dit vraagt om grote maatschappelijke, bestuurlijke en ambtelijke inzet. De planning om te komen tot een RES 1.0 is daarmee krap waardoor de zorgvuldigheid van het proces onder druk staat.

De ambtelijke en bestuurlijke (werk)druk voor gemeenten is hoog, dat is een aandachtspunt en erkennen we ook als regio. Ook de VNG vraagt hier aandacht voor. De zorgvuldigheid binnen het proces is daarmee een terechte zorg, al wordt ook gezien dat iedereen hard samenwerkt om de doesltellingen van het landelijke programma te halen.

184

Nissewaard

elektriciteitsnet, elektriciteit

Onderzoek of het elektriciteitsnet het scenario Auto’s en woningen op elektrisch zal tot een hogere elektriciteitsvraag leiden en het is nog maar de Elektriciteit ‘Alles op elektrisch’ aan kan vraag of de leveranciers in deze elektriciteitsbehoefte kunnen voorzien en of het elektriciteitsnet deze hogere vraag aan kan.

De nieuwe vormen van energieopwek en verwachte toename van de energievraag vragen om aanpassingen van het energiesysteem. Dit is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken. Het is een continu doorlopend onderzoek. In de RES richten we ons niet op het realiseren van opwekking van duurzame energie waarmee we in onze eigen energiebehoefte kunnen voorzien: we zoeken naar mogelijkheden waarmee we bij kunnen dragen aan de nationale doelstelling van 35 TWh. Ontwikkelingen op het gebied van toenemende energie zijn desalniettemin een belangrijk onderzoekspunt. Daarom is door de netbeheerders een impactanalyse uitgevoerd t.a.v. de inzichten in de RES 1.0.

185

Nissewaard

Aardwarmte, geothermie, elektriciteit

Onderzoek mogelijk gebruik van aardwarmte

Nissewaard schijnt gebruik te kunnen maken van aardwarmte. Wellicht interessant om te onderzoeken of aardwarmte kan bijdragen in de warmtebehoefte en warm water voor woningen en panden. Als het mogelijk is, is er minder elektriciteit nodig en het is ook nog eens duurzaam en schoon.

Warmte

Alle gemeenten in de regio worden meegenomen in het lopende onderzoek om in de RES 1.0 meer te kunnen zeggen over de mogelijkheden van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. Het gebruik van lokale bronnen ligt bij de gemeenten zelf.

186

Nissewaard

Restwarmte, windmolens

Onderzoek mogelijk gebruik van restwarmte

Nissewaard ligt nabij de Rotterdamse industrie. De industrie, maar ook de Afvalverwerking Rijnmond Warmte (AVR) zouden energie aan een warmtenet kunnen leveren. Wellicht interessant om te onderzoeken of hier mogelijkheden zijn voor een warmtenet ten behoeve van woningen en panden, dit eventueel in combinatie met mogelijke aardwarmte uit Nissewaard. Als het mogelijk is, is er minder elektriciteit nodig en het is ook nog eens duurzaam.

Alle gemeenten in de regio worden meegenomen in het lopende onderzoek om in de RES 1.0 meer te kunnen zeggen over de mogelijkheden van bovengemeentelijke warmte-uitwisseling. Het gebruik van lokale bronnen ligt bij de gemeenten zelf.

187

Nissewaard

Clustering zoekgebieden windmolens

De wens is om de zoekgebieden voor het plaatsen van nieuwe windmolens zoveel mogelijk te laten aansluiten bij gebieden waar reeds horizonvervuiling aanwezig is, zoals langs A wegen, Wij willen terughoudend zijn met het plaatsen van grote windmolens in gebieden waar nog geen sprake is van horizonvervuiling. Daarbij heeft de fractie CUSGP de wens dat de mogelijkheid van het plaatsen van kleine windmolens bij boerenerven in participatie met boeren wordt onderzocht.

Clustering van zoekgebieden heeft voor windmolens het voordeel dat zodoende geen nieuwe Elektriciteit gebieden ten prooi vallen aan horizonvervuiling en deze clustering een minder verrommeld landschap tot gevolg heeft, waardoor het draagvlak voor windmolens onder de inwoners van Nissewaarde mede kan worden vergroot.

Deze wens is in lijn met de verhaallijnen zoals in de RES beschreven. Deze zijn t.o.v. de Concept RES nader uitgewerkt en bieden een basis voor gebiedsprocessen op lokaal niveau. Hierbij staan gemeenten aan de lat om techniek- en ontwerpkeuzes te maken. De regio ondersteunt hier in met verschillende onderzoeken, zoals het ontwerpende onderzoek, waar bij verschillende verhaallijnen benoemd wordt of het ruimtelijk wenselijker is om een ontwikkeling in een lijnopstelling te zetten.

188

Nissewaard

Zonnecollectoren in de gebouwde omgeving

De wens is in te zetten op een hogere ambitie Het gebruik van minimaal 40% van de geschikte daken voor zonnecollectoren wordt een reële ambitie Elektriciteit dan de, in het raadsvoorstel genoemde 40% geacht en ziet ook mogelijkheden voor het plaatsen van zonnecollectoren op niet voor tuinbouw van de hiervoor geschikte grote daken en grote gebruikte kassen en op de woningen die de komende jaren gebouwd zullen worden, ervan uitgaande (publieke) parkeerterreinen in de regio voor dat deze niet zijn meegenomen in de berekening van het totaal aantal geschikte daken. het realiseren van zonnecollectoren in de gebouwde omgeving.

Wij achten o.b.v. onderzoek zon op 40% van de geschikte daken als een realistische ambitie, daarmee sturen we aan op een lineaire opbouw van het aantal panelen tot 2050 waarbij 100% van de geschikte daken de ambitie is. maar gemeenten zijn vrij te streven naar een hoger percentage. Het plaatsen van zonnepanelen op niet gebruikte kassen is vanuit andere belangen (verdringing) niet altijd wenselijk. Op de bedrijfsdaken is dat uiteraard wel een mogelijkheid. Er is binnen de glastuinbouw meer draagvlak voor zonnepanelen op waterbassins en overhoeken en dat kan bijdragen aan het realiseren van het in de RES opgenomen percentages.

37

Concept beantwoording

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Onderwerp/steekwoorden

Korte formulering

189

Nissewaard

Alle inwoners moeten tegen betaalbare voorwaarden toegang blijven houden tot leverantie van energie

Zorg dat alle inwoners toegang blijven houden Energie behoort tot de elementaire levensbehoeften van mensen. De privatisering van Algemeen tot een betaalbare leverantie van energie. energieleveranciers, zoals bij de recente verkoop van de aandelen ENECO, maakt inwoners afhankelijk Neem dit uitgangspunt op bij de verdere van private aanbieders van energie. Ondanks de ambitieuze doelstellingen opgenomen in de RES lijkt ontwikkeling van de RES in de komende het ons van eminent belang om af te spreken en vast te leggen dat alle inwoners van onze gemeente periode en voorkom hiermee dat de specifieke toegang blijven houden tot betaalbare energie en zou de doorontwikkeling in het kader van de RES aandacht voor de RES de basisvraag omtrent een bijdrage moeten leveren aan een schoner en duurzamer Nederland. beschikbaarheid van energie gaat verdringen.

Toelichting

Thema

190

Nissewaard

Zoek een goede balans tussen Stabiliteit van het elektriciteitsnet waarborgen Piekbelastingen van het energienet brengen veel kosten met zich mee en daarom is het noodzakelijk energiebronnen afkomstig door een slimme combinatie van om een goede balans aan te brengen tussen de verschillende energiebronnen afkomstig van wind, van wind, zon en fossiele weersafhankelijke en nietweersafhankelijke zon en fossiele brandstoffen. Wij verzoeken alvorens keuzes te maken goede berekeningen uit te brandstoffen elektriciteitsproductie in combinatie met laten voeren waarin o.a. de maximale belasting en vraag naar energie zijn meegenomen. elektriciteitsopslag

Algemeen

Dank voor uw inbreng. In het proces naar de RES 1.0 wordt in syteemanalyses kwalitatief gekeken naar de systeemsamenhang en mogelijke oplossingen om piekbelastingen op te kunnen vangen en een evenwichtig energiesysteem te kunnen garanderen.

191

Nissewaard

Samenwerking met het bedrijfsleven in de regio

Energieleveranties vanuit wind en zon laten Er dient een optimale afstemming te zijn bij de levering van energie tussen particulieren en zich niet goed afstemmen op de bedrijfsleven. Hierover moeten vooraf goede afspraken worden gemaakt om te voorkomen dat er energieleveranties die niet afhankelijk zijn van overcapaciteit nodig is om pieken in de leveranties op te moeten vangen. de natuur. Vraagbehoefte vanuit het bedrijfsleven en de industrie kan mogelijk beter afgestemd worden op het gebruik van particulieren. Probeer een wisselwerking te laten ontstaan door uitwisseling van energie bijvoorbeeld door warmte die wordt opgewekt door de industrie terug te leveren aan huishoudens in de eigen regio.

Systeemanalyse

Het afstemmen van aanbod en vraag tussen particulieren en bedrijven is geen onderdeel van de RES. Wel wordt in de systeemanalyse in algemene zin gekeken naar wat er nodig is om te komen tot een betrouwbaar, toekomstbestendig en efficient energiesyteem. Het balanceren van vraag en aanbod van de energiestromen en de noodzaak van omvorming en opslag wordt benoemd. Deze omschrijving zal kwalitatief van aard zijn. Het op lokaal afstemmen van dit type vraag en aanbod zal onderdeel moeten zijn van lokale projecten.

192

Nissewaard

Combineren RES en Warmte

Opwekken en besparen van energie staat in Het onderdeel Regionale Structuur Warmte (RSW) in de RES wordt gevoed met uitkomsten uit de Systeemanalyse nauw verband met de manier waarop de gemeentelijke Transitievisies Warmte (TVW). De keuzes die hier in door de lokale gemeenten worden gebouwde omgeving nu en in de toekomst gemaakt bepalen deels de regionale vraag naar elektriciteit en daarmee samenhangend een deel van worden verwarmt. Maak dit verband in de RES de regionale opwekopgave. Het wel of niet verwarmen van panden met elektriciteit kan hierdoor inzichtelijker en stimuleer de toepassing van invloed hebben op de hoeveelheid op te wekken energie in TWh. Nu zijn de effecten van de gemaakte de ordening in de ontwerpprincipes voor keuzes in de verschillende TVW’s niet inzichtelijk en valt hier ook niet vanuit de RES in te sturen of van warmte in de Transitievisies Warmte. te leren. Met diverse nadelige gevolgen en balansverstoringen als mogelijk gevolg.

Het klopt dat keuzen in de gemeentelijke transitievisie warmte (TVW) van invloed kunnnen zijn op het energiesysteem als geheel. In de Rergionale Strategie Warmte (RSW) is met name gekeken naar de rol die bovengemeentelijke uitwisseling van warmte kan spelen om de lokale warmtetransitie te versterken. Een grotere elektriciteitsvraag leidt overigens niet automatisch tot een grotere regionale opgave voor opwek: het is niet de ambitie van de regio om in haar eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Wel kan dit gevolgen hebben voor het elektriciteitsnet. Deze gevolgen zijn door de provincie Zuid-Holland onderzocht in een systeemstudie. De uitkomsten zijn kwalitatief en algemeen van aard meegenomen in de RES 1.0.

129

Pijnacker-Nootdorp

Meer aandacht voor besparing

We merken een gedeelde behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Dat is begrijpelijk, we erkennen dat het een belangrijk onderwerp is. In het traject van de 2.0 zal ingegaan worden op de rol die de regio hierbinnen kan vervullen en bekijken we welke invulling besparing binnen de RES krijgt. In het Energieperspectief en de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie van gebouwen (minimaal label C). In de berekeningen rondom warmte is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. De isolatie-aanpak is primair een lokale aangelegenheid. Regionale samenwerking vindt plaats o.a. via Provincie Z-H en bijv. de regionale energieloketten. In de informatieplicht is opgenomen dat locaties die meer dan 50.000 kWh en/of 25.000 m3 gas per jaar gebruiken alle erkende maatregelen moeten nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de handhaving. Naar verwachting moeten alle labelplichtige gebouwen in 2030 beschikken over een A-label. Dat leidt tot een aanzienlijke energiebesparing. Daarbij is afstemming/inspanning nodig om tot een adequate borging van b.v. informatieplicht en controle van energielabels te komen.

In deze concept RES wordt energiebesparing nauwelijks als deeloplossing genoemd. Een enkele keer Algemeen wordt het aangehaald, maar nergens wordt er dieper op ingegaan. Waar bijvoorbeeld bij brandstoffen al concrete keuzes gemaakt lijken te zijn en de zoekgebieden voor windmolens en PVvelden al gedefinieerd worden in deze RES, staat er over de uitvoering van energiebesparing niets. Geen ambitie, geen plan van aanpak. Sterker nog, op de plekken waar er wel dieper op ingegaan wordt, lijkt het zelfs ontmoedigd te worden, in het bijzonder: p.18 deel A: "Aandacht is nodig voor de effecten van verbeteren van woningisolatie in relatie tot ventilatie. In potentie een negatief effect op de gezondheid van de bewoners." p.32 deel B: "Er zitten grenzen aan het verbeteren van de energie-efficiëntie: een woning maximaal isoleren is weliswaar energie-efficiënt, maar dit leidt niet altijd tot een evenredige verlaging van de energiekosten. Soms is het verstandiger om tot een zeker niveau te isoleren, en niet verder. Want het uiteindelijke doel is niet alleen een duurzaam, maar ook een betrouwbaar en betaalbaar energievoorziening." Onze fractie wenst meer (positieve) aandacht voor energiebesparing in de RES en een concreet plan van aanpak om deze besparing te realiseren in alle velden (woningen, industrie, glastuinbouw, transport, etc.).

38

Concept beantwoording We onderschrijven uw inzicht dat energie tot de elementaire levensbehoeften van mensen behoort. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten en wordt expliciet benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners (en daarmee de toegankelijkheid), voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen.

Concept beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 8-1-2021

Nr

Organisatie

Korte formulering

Toelichting

130

Pijnacker-Nootdorp

Onderwerp/steekwoorden

Lange termijnvisie

Waar enerzijds (terecht) gewaarschuwd wordt om niet te investeringen in technologie die op lange Warmte termijn niet wenselijk is, waar het waterstofgas betreft, lijkt men dit argument vergeten als het gaat over regionale energierotondes. Bij de dimensionering en business case gaat men uit van restwarmtestromen die gebaseerd zijn op een veelal op fossielebrandstoffen gebaseerde industrie en het verbranden van afval. Twee bedrijfstakken die binnen enkele decennia totaal omgevormd zullen zijn, waarbij de hoeveelheid restwarmte naar verwachting ook sterk zal zijn gereduceerd. De lange termijnvisie voor deze investering ontbreekt, terwijl de hele warmtestrategie eraan opgehangen wordt. Een 'lock-in' situatie waarbij we onnodig lang afhankelijk blijven van fossiele industrie en afvalverbranding dreigt hier. Het is wat onze fractie betreft noodzakelijk om deze keuze in de RES opnieuw tegen het licht te houden en op zijn haalbaarheid op de lange termijn te toetsen. In het bijzonder vragen wij hierbij aandacht voor (het tegengaan van) voorgenoemde lock-in situatie. Ook de nadrukkelijke keuze voor biogas en 'blauwe' waterstof is onverstandig met het oog op de lange termijn. Biogas is schaars en beter (hoogwaardiger) inzetbaar als chemische bouwsteen dan als brandstof. Blauwe waterstof is gebaseerd op fossiele brandstof en daarmee per definitie niet houdbaar op de lange termijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3317/documents/24183