CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

47. Raadsinformatiebrief 2025-016734 inzake handhavings- en vergunningenbeleidsplan Omgevingswet.pdf

Gemeenteraad AW 22 april 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken28.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Het college hanteert voor de uitvoering van integrale controles twee modellen: 

Controleren met elkaar: vooral in situaties die complexer zijn of een hogere bestuurlijke prioriteit hebben, zal vanuit bouw, milieu, (brand)veiligheid en andere

beleidsvelden gezamenlijk een integrale controle worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is het toezicht op constructieve veiligheid en brandveiligheid; Signaleren voor elkaar: de toezichthouder neemt tijdens de inspectie punten van andere beleidsvelden mee. Een toezichthouder milieu kan bijvoorbeeld in een buitengebied ook letten op situaties op het gebied van ruimtelijke ordening, bouwen etc.

Periodiek vindt er integraal handhavingsoverleg plaats. Bij dit overleg zijn vertegenwoordigers van onze gemeente, de DCMR, de VRR en, indien gewenst, andere partners (politie, Waterschap) aanwezig. Tijdens dit overleg worden gezamenlijke handhavingszaken besproken en een gezamenlijke aanpak afgestemd. Afstemming met partners is ingebouwd in het handhavingsproces in Rx-mission, zodat altijd de afweging wordt gemaakt of de partner(s) betrokken moet worden bij de handhaving. Onafhankelijkheid van eigen organisatie Goed handhaven vraagt om een functionele scheiding tussen vergunningverlening en handhaving. Op die manier kan niet dezelfde persoon een vergunning verlenen en deze controleren op regelnaleving. In onze gemeente is deze functionele scheiding volledig gerealiseerd. De inspecteur heeft, binnen de door het bestuur en leidinggevende gegeven werkinstructies, een onafhankelijke rol in het aanpakken van overtredingen van de eigen organisatie (bijvoorbeeld gemeentelijke bouw- en sloopprojecten). Hierin wordt niet anders opgetreden dan als de overtreding door een externe partij wordt begaan. Borging processen De handhavingsprocessen moeten worden geborgd. De processen voor een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang zijn opgenomen en beschreven in dit handhavingsbeleidsplan. Daarnaast zijn de verschillende werkprocessen voor handhaving beschreven.

Het toezichtprotocol is gebruikt om het proces voor toezicht te borgen in Rxmission. Afstemming met de handhavingspartners is opgenomen in de processen. Hierdoor wordt integraal toezicht geborgd. C) Efficiënt en effectief toezicht Door de toezichtsmiddelen in te zetten om de gestelde doelen te bereiken, probeert de gemeente te zorgen voor minder overlast van toezicht bij de burgers en bedrijven. Voor het houden van toezicht zal de controlefrequentie afgestemd worden op het risico van de activiteit, de aard van de inrichting of van het bouwwerk. Ook zal het tijdstip van de controles afgewogen worden om het doel te bereiken. Toezichtsprotocol Het “integraal Toezicht Protocol (iTP)” wordt toegepast. Het integraal Toezicht Protocol is een gezamenlijk product van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, Platform milieuhandhaving grote gemeenten en Brandweer Nederland (voorheen de Nederlandse vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding). Het integraal Toezichtprotocol wordt door de Rijksoverheid ondersteund en geaccepteerd als landelijk standaard hulpmiddel bij de uitvoering van het omgevingstoezicht.

De inspecteurs moeten inhoudelijk goed op de hoogte zijn van die diepgang en daarnaar handelen. Ook het minimaal aantal vereiste bezoeken en in welk stadium van het bouwproces deze kunnen plaatsvinden, liggen per categorie bouwwerk vast. Het toezichtsprotocol bevat:    

Een categorie-indeling waarbij de bouwprojecten worden onderverdeeld in verschillende categorieën op basis van soort en omvang; Een toezichtmatrix waarin tijdstip en diepgang van de controle per bouwfase worden aangegeven; Een werkinstructie met een checklist waarin de te controleren onderdelen worden aangegeven; Een richtlijn waarin gedetailleerd de technische eisen worden vermeld waaraan een onderdeel moet voldoen.

Inmiddels heeft Roxit de iTP systematiek in hun applicaties (Squit en Rx) verwerkt. Hierdoor maken we via hun applicaties gebruik van het iTP. In het geautomatiseerde systeem zijn zowel de toezicht- en handhavingsprocedures, als de vergunningsprocedures te vinden. Ook de standaardbrieven en -documenten die worden gebruikt zijn aan deze procedures worden gekoppeld. Hierdoor wordt gewaarborgd dat ook daadwerkelijk volgens deze procedures wordt gewerkt. In het systeem kunnen gegevens die door toezicht en bij handhaving worden verkregen, worden geregistreerd en kan de voortgang van de handhavingszaken worden bewaakt. Hierdoor kan managementinformatie worden verkregen en kunnen de resultaten en de voortgang van het uitvoeringsprogramma worden bewaakt. D) Adequate rapportage De rapportage geeft inzicht in de bevindingen van de toezichthouders. Ook staat in het rapport wat wordt gedaan nadat een overtreding is geconstateerd. De toezichthouders zullen rapportages opstellen over de voorgenomen activiteit, de uitvoering en de naleving daarvan. Dit draagt bij aan dossiervorming voor de bestuursrechtelijke vervolgprocedure. Voor het maken van de rapportage kan gebruik worden gemaakt van een standaarddocument. Dit document is opgenomen in het geautomatiseerde systeem waarmee bij toezicht en handhaving wordt gewerkt.

Hoe uitgebreid er gerapporteerd wordt, is afhankelijk van de aard van het inspectiebezoek en de geconstateerde overtreding(en). De rapportage kan variëren van een aantekening in het systeem tot een uitgebreide schriftelijke rapportage met fotomateriaal. De rapportage omvat informatie zoals in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wordt bedoeld. Een rapportage moet in elk geval de volgende onderdelen bevatten:  Algemene gegevens van het toezichtbezoek  De (contact)persoon waarmee gesproken is  De bevindingen, advies over handhaving  De gemaakte afspraken  Of er een vervolgbezoek nodig is. Alleen als er overtredingen geconstateerd zijn, zal dit per brief aan de betrokkene bekend worden gemaakt. Worden er geen overtredingen geconstateerd, dan wordt dit mondeling meegedeeld aan de contactpersoon of -personen. Het kan zijn dat niet altijd direct kan worden

opgetreden tegen overtredingen. Als dat het geval is, kan de toezichthouder een zogenaamde wrakingsbrief sturen. In deze brief wordt aan de overtreder meegedeeld dat er een overtreding is geconstateerd en aangegeven dat een handhavingstraject zal worden opgestart. 2.4.3. Sanctiestrategie De wet stelt dat van de overheid verwacht mag worden dat zij handhavend optreedt tegen geconstateerde overtredingen. Het is echter niet wenselijk om tegen alle overtredingen handhavend op te treden. Handhavend optreden kan bijvoorbeeld onevenredig zijn. Hiervoor is deze strategie opgesteld. Daarom geldt dat de inzet van een sanctie wordt bepaald aan de hand van sanctiestrategie stappenplan (bijlage 1). In dit stappenplan wordt bepaald of een overtreding van dusdanige aard is dat het moet leiden tot een sanctie. Aansluitend wordt met het doorlopen van de sanctiematrix (bijlage 2) bepaald welke maatregel of straf wordt opgelegd. En wordt gekeken of bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk gehandhaafd moet worden. In de meeste gevallen is het een van beide maar beide vormen kunnen ook naast elkaar worden ingezet. De afweging wordt gedaan op basis van de ernst en het effect van de overtreding en het motief van de overtreder.

Toetsing In geval van het opleggen van een sanctie wordt altijd het volgende getoetst:  De bevoegdheid van het bestuursorgaan om handhavend op te treden;  Of er, na een belangenafweging, afgezien kan/mag worden van handhaving;  Of handhavend optreden in verhouding staat tot het belang om de regels na te leven (onevenredigheid);  Of er redenen zijn om de overtreding voor een bepaalde termijn toe te staan (te gedogen). De sanctiestrategie gaat uit van het beginsel dat het gedrag van de overtreder en de ernst van de overtreding de inzet van de maatregel of straf bepalen. De ernst van de overtreding wordt bepaald door de gevolgen voor:  het milieu,  de veiligheid,  de gezondheid,  de fysieke omgeving en  de natuur- en cultuurhistorische waarden. Het gedrag van de overtreder dat bepalend is kan zijn:  proactief (onbedoeld/onbewust),  onverschillig (moet kunnen),  calculerend (afwegen van voor- en nadelen) en  bewust en structureel gedrag (zie figuur 4 de nalevingspiramide). Het “stappenschema sanctiestrategie” en de “sanctiematrix” geeft aan hoe de gemeente bepaalt welk sanctiemiddel ingezet kan worden bij een te handhaven overtreding Het stappenschema vindt u in bijlage 1 en uitleg daarvan in bijlage 1A en de sanctiematrix in bijlage 2. Transparantie

Vooraf is moeilijk vast te stellen welke termijnen en sancties worden aangehouden bij overtredingen. Voor de hoogte van een geldelijke sanctie wordt gekeken naar de (mogelijke) gevolgen van de overtreding voor het milieu, de veiligheid, gezondheid, precedentwerking etc. Ook wordt gekeken naar wat de kosten van het herstellen van de overtreding zouden zijn. De hoogte van een dwangsom ligt over het algemeen hoger dan de herstelkosten om de overtreder te bewegen zelf de overtreding op te heffen. Om het voor de overtreder zo transparant mogelijk te maken is het noodzakelijk om zowel in de vooraankondiging als in het besluit een duidelijke belangafweging te maken. Ook is het noodzakelijk om duidelijk te motiveren waarom bepaalde termijnen worden aangehouden en waarom bepaalde sancties worden opgelegd. De vervolg stap Wanneer alle stappen zijn doorlopen, wordt bepaald of de sanctie ook echt wordt opgelegd. Hierbij wordt ook weer gekeken naar het gedrag van de overtreder en de ernst van de overtreding. Afhankelijk van de aard van de overtreding heeft het opleggen van het sanctiemiddel het doel om verdere of een nieuwe overtreding te voorkomen, of om de overtreding ongedaan te maken. Als het ingezette sanctiemiddel niet tot een van deze resultaten leidt, moet een ander/zwaarder sanctiemiddel ingezet worden om voldoende prikkel te geven.

Bovendien kunnen er tijdens het handhavingstraject nieuwe feiten en omstandigheden naar voren komen (bijvoorbeeld zienswijzen) die een reden kunnen geven om bepaalde stappen uit de sanctiestrategie opnieuw te doorlopen.

3. Handhavingsinstrumenten In bijlage 3 wordt de werkprocesbeschrijving van de meest voorkomende sanctiemiddelen, de last onder dwangsom en last onder bestuursdwang beschreven. Handhaving kan worden omschreven als “het zorgen voor het naleven van wetten en regels”. Als het college besluit te handhaven kan dat vanuit verschillende invalshoeken en met toepassing van verschillende instrumenten. In dit hoofdstuk worden deze invalshoeken en instrumenten kort beschreven. Voordat een handhavingsinstrument wordt gekozen moet eerst worden bepaald welk doel men wil bereiken. Dit kunnen de volgende doelen zijn:      

Het voorkomen van overtredingen; Het beëindigen van overtredingen; Het ongedaan maken van de gevolgen van overtredingen; Het wegnemen van behaald (financieel) voordeel; Het bestraffen van de overtreder; Een combinatie van een of meer doelen.

Afhankelijk van het doel dat men wil bereiken kan gekozen worden om gebruik te maken bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en/ of privaatrechtelijke handhavingsinstrumenten (zie ook hoofdstuk 2 stappenstrategie en sanctiematrix).

3.1. Bestuursrechtelijke instrumenten De Algemene wet bestuursrecht geeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om de volgende instrumenten toe te passen: 1. 2. 3. 4. 5.

Het uitoefenen van toezicht; Het opleggen van een last onder bestuursdwang; Het opleggen van een last onder dwangsom; Het intrekken van een vergunning; Het opleggen van een bestuurlijke boete.

In het algemeen kan een bestuurlijke sanctie slechts worden opgelegd nadat een overtreding heeft plaatsgevonden (5:2 Awb). Voor de twee belangrijkste herstelsancties, de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom, bestaat ex artikel 5:7 Awb de bevoegdheid dat zij onder bijzondere omstandigheden ook preventief kunnen worden opgelegd. Indien zich een gevaar voordoet van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden, bestaat de mogelijkheid om preventief een herstelsanctie op te leggen. Bij dreigende ernstige milieuschade kan preventief spoedeisende bestuursdwang worden ingezet. De omstandigheden en betrokken belangen worden meegenomen in de afweging om hiertoe over te gaan. In algemene zin geldt dat hoe ernstiger de gevolgen van de overtreding zijn en hoe waarschijnlijker het is dat de overtreding plaats zal vinden, hoe groter de kans dat een preventieve herstelsanctie ingezet zal worden.

3.1.1. Uitoefenen van toezicht In hoofdstuk 18 van de Omgevingswet wordt het toezicht op de naleving en de handhaving van de regels uit de Omgevingswet beschreven. Op grond van artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan toezichthoudende ambtenaren benoemen. In Albrandswaard hebben we ook toezichthouders benoemd. Toezicht is een snelle manier om te controleren of de wetten en regels worden nageleefd. Het houden van toezicht heeft tot resultaat dat de voorschriften zonder verdere sanctiemiddelen worden nageleefd. Wordt een overtreding geconstateerd, dan gaat de toezichthoudende taak over in de handhavingstaak. Het is goed om het verschil aan te geven tussen de toezichthoudende taak en de handhavingstaak: “Bij de toezichthoudende taak wordt vanuit de controletaak gezocht naar illegale situaties. Als dit het geval is wordt geprobeerd in minnelijk overleg te komen tot een oplossing. Wil de betrokkene de strijdigheid niet opheffen, dan gaat een formeel handhavingstraject lopen. Hierbij gaat de toezichthoudende taak over in de handhavingstaak.” Toezichthoudende ambtenaren (toezichthouders) hebben volgens de Algemene wet bestuursrecht een aantal bevoegdheden:  Ze zijn bevoegd om plaatsen te betreden zonder toestemming van de eigenaar, met uitzondering van woningen.

Toezichthouders mogen in beginsel geen woningen betreden zonder toestemming van de eigenaar, tenzij een machtiging is verstrekt door de burgemeester;  Ze zijn bevoegd inlichtingen te eisen;

 Ze zijn bevoegd om inzage te eisen in zakelijke gegevens en stukken en daar kopieën van maken;  Ze zijn bevoegd om (analyse)monsters te nemen. Iedereen is verplicht om mee te werken met de toezichthouders bij de uitoefening van hun bevoegdheden. Toezichthouders moeten zich legitimeren. Voor de bewijsvoering maken de toezichthouders een rapportage op van hun toezichtshandelingen. 3.1.2. Last onder bestuursdwang Artikel 125 van de Gemeentewet geeft het bestuursorgaan de bevoegdheid een last onder bestuursdwang op te leggen. De manier waarop een last onder bestuursdwang moet worden opgelegd staat beschreven in de artikelen 5:21 tot en met 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht. De last onder bestuursdwang is een herstelsanctie en houdt het volgende in: Het opleggen van een last om de overtreding geheel of gedeeltelijk op te lossen en de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de opgelegde last zelf uit te voeren op kosten van de overtreder, als deze de overtreding niet of niet op tijd uitvoert. Een nadeel van het opleggen van een last onder bestuursdwang is dat het een arbeidsintensief traject is. Er zijn vaak praktische uitvoeringsproblemen. Het uitoefenen van bestuursdwang kan duur zijn en die kosten kunnen niet altijd op de overtreder worden verhaald. Ook kan het niet goed toepassen van bestuursdwang leiden tot aansprakelijkheid van de gemeente, door bijvoorbeeld schade.

Door deze nadelen wordt het opleggen van een last onder bestuursdwang alleen gekozen als er sprake is van een overtreding met ontoelaatbare gevolgen en risico’s. Snel ingrijpen moet hierbij noodzakelijk zijn. Ook moeten andere maatregelen niet geschikt zijn om het gestelde doel te bereiken. 3.1.2.1. Stilleggen bouw- en sloopwerkzaamheden Een bijzondere vorm van het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang is het stilleggen van bouw- of sloopwerkzaamheden door het college. Dit kan gebeuren als er in strijd met de bouwregelgeving wordt gebouwd of gesloopt. Het doel van dit acute middel is om een strijdige situatie niet te laten verergeren voordat is onderzocht of de overtreding gelegaliseerd kan worden. Dit gebeurt in ieder geval bij: 

   

Onomkeerbare situaties, zoals sloopwerkzaamheden of kap van een boom: hierbij gaat het om situaties waarbij illegaal gesloopt of gekapt wordt en dit ontdekt wordt voordat de werkzaamheden zijn begonnen of wanneer ze al begonnen zijn, maar nog niet zijn afgerond; Bij gevaarlijke situaties; Als voortgang van overtreding leidt tot verergering van de (gevolgen van de) overtreding; Bij illegale bouw-, of aanlegwerkzaamheden; Er sprake is van bouwwerkzaamheden vallend onder het stelsel van kwaliteitsborging zonder dat hiervoor een (volledige) bouwmelding is gedaan.

In alle gevallen geldt: stilleggen, tenzij het middel tot gevolg heeft dat belangen van betrokken partijen in onevenredige ernstige mate worden geschaad. Er wordt bij het al dan niet stilleggen van de werkzaamheden onderscheid gemaakt tussen het stilleggen bij activiteiten zonder omgevingsvergunning en activiteiten in afwijking van een

omgevingsvergunning. Gedeeltelijke stillegging kan plaatsvinden op onderdelen van de verleende omgevingsvergunningen (bouw) en sloopmeldingen. 3.1.3. Last onder dwangsom De artikelen 5:32 tot en met 5:36 van de Algemene wet bestuursrecht geven het college de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Het opleggen van een last onder dwangsom is een middel om de overtreder te dwingen de overtreding zelf te beëindigen. De dwangsom moet een voldoende prikkel geven aan de overtreder om de overtreding op te heffen. De dwangsom moet wel in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding. Daarnaast moet een redelijke termijn worden gegeven, de begunstigingstermijn. Binnen deze termijn moet de overtreding opgeheven kunnen worden, voordat de dwangsom wordt verbeurd. Dit betekent dat een bedrag verschuldigd is per overtreding of tijdseenheid. Bij niet spoedeisende situaties kan het opleggen van een last onder dwangsom de voorkeur hebben boven het opleggen van een last onder bestuursdwang. In de praktijk blijkt de last onder dwangsom een effectief instrument bij handhaving. Het is mogelijk om achtereenvolgens meerdere herstelsancties op te leggen. Het ‘ne bis in idem’ beginsel geldt voor herstelsancties niet.

Dit kan bijvoorbeeld ten gevolge hebben dat wanneer na het opleggen van een last onder dwangsom de overtreding niet wordt opgeheven, een tweede last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang wordt opgelegd. Cumulatie van herstelsancties, het tegelijkertijd opleggen van meerdere herstelsancties voor één overtreding, is niet mogelijk (artikel 5:6 Awb). 3.1.3.1. Preventieve bestuursdwang of dwangsom In het algemeen kan een bestuurlijke sanctie slechts worden opgelegd nadat een overtreding heeft plaatsgevonden (5:2 Awb). Voor de twee belangrijkste herstelsancties, de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom, bestaat ex artikel 5:7 Awb de bevoegdheid dat zij onder bijzondere omstandigheden ook preventief kunnen worden opgelegd. Indien zich een gevaar voordoet van een overtreding van een concreet bij of krachtens de wet gesteld voorschrift die met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plaatsvinden 1 , bestaat de mogelijkheid om preventief een herstelsanctie op te leggen.2 Bij dreigende ernstige milieuschade kan preventief spoedeisende bestuursdwang worden ingezet. De omstandigheden en betrokken belangen worden meegenomen in de afweging om hiertoe over te gaan.

In algemene zin geldt dat hoe ernstiger de gevolgen van de overtreding zijn en hoe waarschijnlijker het is dat de overtreding plaats zal vinden, hoe groter de kans dat een preventieve herstelsanctie ingezet zal worden. 3.1.4. Intrekken van de vergunning Artikel 18.10 van de Omgevingswet geeft het bestuursorgaan de bevoegdheid om begunstigende beschikking in te trekken als in strijd met die beschikking of met de voor de activiteit waarvoor de beschikking is gegeven, geldende regels is of wordt gehandeld. Het intrekken van een vergunning valt onder een bestraffende sanctie. Alvorens tot de definitieve intrekking wordt overgegaan krijgt de overtreder, evenals bij de herstelsancties, de gelegenheid binnen een bepaalde termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met die beschikking of die regels.

3.1.5. Bestuurlijke boete In titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht staat de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen. De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie. Dit betekent dat er een onvoorwaardelijke verplichting ontstaat een geldbedrag te betalen als de boete wordt opgelegd na een overtreding. Door deze bevoegdheid krijgt het bestuursorgaan de mogelijkheid om een boete op te leggen zonder dat de rechter hierover moet beslissen. In het omgevingsrecht is het opleggen van een bestuurlijke boete niet heel gebruikelijk geweest. Een belangrijke verandering in de Omgevingswet ten opzichte van het geldende omgevingsrecht is, dat de bestuurlijke boete (veel) vaker kan worden toegepast. In de praktijk zal dat vooral gebeuren op het gebied van bouwen, monumentenzorg, natuurbescherming (vooral administratieve ‘CITES-feiten’) en milieu (emissiehandel en Brzo). Voor gemeenten zal dat meer mogelijkheden geven. De bestuurlijke boete valt onder het bestuursrecht. De ontvanger kan bezwaar maken bij het bestuursorgaan. Met nadruk geldt voor de bestuurlijke boete geldt een ander wettelijk kader: Namelijk titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In het bijzonder wordt gewezen op de artikelen 5:41 en 5:43 Awb en artikel 5:10A.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete moet het bevoegd gezag aangeven dat de overtreder niet tot antwoorden verplicht is (de cautie). De cautie is geregeld in artikel 5:10a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 3.1.5.1. Inzetten bestuurlijke boete De bestuurlijke boete wordt ingezet als de overtredingen niet zo zeer betrekking hebben op de fysieke staat van een pand of terrein (op elk moment te controleren), maar op afspraken en regels over gedrag en gebruik. Bestuurlijke boetes worden pas opgelegd als er binnen een periode van 2 jaar een schriftelijke waarschuwing is gegeven of een andere last is opgelegd. Er is dus per definitie sprake van herhaling door/namens een rechtspersoon. Dit hoeft niet op 1 locatie plaats te vinden. Concreet gaat het straks om overtredingen van de volgende wet en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Mogelijke toepassingen bestuurlijke boete:  

a. Regels over bouwen, slopen, gebruik en in stand houden van bouwwerken (artikel 18.12 Ow) Het bevoegd gezag kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van: o

o

a. op grond van artikel 4.1, eerste lid, in een omgevingsplan gestelde regels over het gebruik of de staat van open erven of terreinen of het gebruik van gebouwen, of over het tegengaan van hinder, b. op grond van artikel 4.3, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid, gestelde verboden voor en regels of voorschriften over bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en in stand houden van bouwwerken.

Voorbeelden:  ‘Kleine ergernissen’ o Overtreden van bouwtijdenregelgeving (zonder toestemming werken in de avonden, nachten en weekenden). o Overtreden van regels rondom opslaan van roerende goederen in de openbare ruimte.  Veiligheid

Niet fysieke maatregelen omschreven in een veiligheidsplan (zoals niet volgen van bouwroute’s, hijscontouren etc.) Uitvoeren van werkzaamheden zonder melding o (informatieplicht start bouw, sloopmeldingen, kappen) Malafide gebruik o Overnachten in een bedrijfspand, bewoning van een woning door meer dan 1 huishouden, Erfgoedregels (artikel 18.13 Omgevingswet) De boetebevoegdheid geldt voor de algemene regels op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau voor cultureel erfgoed. o Onherstelbaar aantasten van een monument. o

 

3.2. Zakelijke werking Artikel 18.4a Omgevingswet geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om aan bestuurlijke maatregelen zakelijke werking toe te kennen. Zakelijke werking betekent dat deze sanctiebesluiten ook voor eventuele rechtsopvolgers gelden en dus ook tegenover hen kunnen worden uitgevoerd.

3.3. Publieksrechtelijke beperking Publiekrechtelijke beperkingen zijn beperkingen die door de overheid zijn opgelegd. Deze bepalen wat u wel of niet mag doen met een woning, een ander gebouw of een stuk grond. De beperkingen worden door het Kadaster geregistreerd. We voorzien een toename van het gebruik van de publieksrechtelijke beperking rondom opleveringen van woningen waarbij een private kwaliteitsborger is betrokken. Op het moment dat een woning privaatrechtelijk wordt overgedragen van een ontwikkelaar naar de uiteindelijke eigenaar of eigenaren en er geen sprake is van een volledige gereed melding nemen wij dit in het register op. Als er bij het verlenen van de omgevingsvergunning nog geen eindgebruiker bekend is passen wij dit altijd toe.

3.4. Strafrechtelijke instrumenten Bij strafrechtelijke handhaving worden overtredingen via een proces-verbaal bekend gemaakt bij de officier van justitie. Dit proces-verbaal kan worden opgesteld door een politieambtenaar of een buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa). De officier van justitie besluit of strafrechtelijk wordt vervolgd. Wanneer behoefte is aan een “lik op stuk” beleid of wanneer de overtreding heeft geleid tot een onomkeerbare situatie, is strafrechtelijke vervolging het juiste middel. Strafrechtelijke vervolging is in veel gevallen te combineren met bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. Het doen van aangifte gebeurt alleen als de situatie dat noodzakelijk maakt. Dit wordt beoordeeld door het college.

3.5. Privaatrechtelijke instrumenten Het bestuursorgaan heeft ook privaatrechtelijke middelen om naleving van regels na te streven. Een gemeente is naast bestuursorgaan namelijk ook een rechtspersoon. Als rechtspersoon heeft de gemeente privaatrechtelijke mogelijkheden om te handhaven. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van het niet nakomen van contractafspraken. Contractuele boetes en het opstarten van een juridische procedure op grond van een onrechtmatige daad,

zijn pressiemiddelen. Maar ook als eigenaar van het grondgebied kan de gemeente privaatrechtelijk optreden. Bijvoorbeeld als een burger of bedrijf bezittingen vernielt of eigendommen van de gemeente in gebruik neemt zonder toestemming van de gemeente. Voordat de gemeente besluit om privaatrechtelijk handhavend op te treden zal zij moeten onderzoeken of er bestuursrechtelijke middelen zijn die ingezet kunnen worden. Uit de jurisprudentie blijkt dat bestuursrechtelijke handhaving de voorkeur heeft, onder andere omdat dit de beste/meeste rechtsbescherming biedt. Ook bij privaatrechtelijk handhaven zal de gemeente zich moeten houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

3.6. Gedogen Gedogen betekent dat het bevoegd gezag het overtreden van de regels toestaat en niet handhavend optreedt. Er is sprake van passief en actief gedogen. In 1996 heeft het toenmalige kabinet de nota “Grenzen aan gedogen” aan de Tweede Kamer aangeboden. In deze nota wordt aangegeven dat passief gedogen niet ma en dat aan actief gedogen grenzen moeten worden gesteld. 3.6.1. Beginselplicht tot handhaving Het is vaste jurisprudentie dat het bevoegd gezag een beginselplicht tot handhaving heeft. Dit betekent dat als wetten en regels worden overtreden het college van burgemeester en wethouders in beginsel moet handhaven. Dit moet omdat met handhaving algemene belangen worden gediend en ongewenste precedentwerking wordt voorkomen. Alleen in bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afzien van handhavend optreden. Van een bijzonder geval kan sprake zijn als er een concreet en reëel zicht is op legalisatie. Ook kan handhavend optreden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. In dat geval wordt van handhavend optreden afgezien. 3.6.2. Passief gedogen Van passief gedogen is sprake als het college wel op de hoogte is van de overtreding, maar er niets tegen onderneemt en niet heeft aangegeven ooit hiertegen op te willen treden. De nota “Grenzen aan gedogen” stelt zonder meer dat actief gedogen niet mag.

Als een overtreding meerdere jaren bestaat zonder dat daartegen is opgetreden, betekent dat niet dat er sprake is van passief gedogen. Alleen als bewezen kan worden dat het college op de hoogte was van de overtreding, kan dit argument een rol spelen. Het college van burgemeester en wethouders houdt het recht om ook bij langdurig aanwezige overtredingen handhavend op te treden. 3.6.3. Actief gedogen Er is sprake van actief gedogen als door een gedoogbesluit wordt meegedeeld dat niet handhavend opgetreden zal worden. In de nota “Grenzen aan gedogen” (1996) wordt aangegeven welke grenzen aan actief gedogen moeten worden gesteld. Voordat wordt besloten tot al dan niet gedogen kan worden onderzocht of derde belanghebbenden bezwaar hebben tegen de overtreding. Actief gedogen mag in de volgende drie gevallen:  Als handhaving onredelijk zou zijn; zoals bij overmacht situaties, of in een situatie waarin gewijzigde regelgeving te verwachten is waarmee de overtreding gelegaliseerd kan worden;

 

Als het in het belang van de norm is om te gedogen; Als er een zwaarder wegend belang is dan het belang van handhaving van de norm.

Redenen om niet te gedogen Aan de gedoogbeslissing kunnen voorwaarden worden verbonden die het door de overtreden wettelijke norm te beschermen belang, zoveel mogelijk beschermt. Hierbij valt te denken aan het verbinden van een termijn aan het gedogen of het afgeven van een gedoogbeschikking aan een specifiek persoon of bedrijf. Het gedogen moet altijd expliciet en schriftelijk gebeuren. Redenen om niet te gedogen zijn:     

Gevaar voor veiligheid en gezondheid; Aantasting van bestuurlijke of planologische uitgangspunten; Terechte klachten van derde belanghebbenden; Ongewenste precedentwerking. Precedentwerking wil zeggen dat er een situatie wordt gecreëerd waarop anderen zich in eenzelfde situatie kunnen beroepen; Aantasting van bestaand beleid, zoals de Welstandsnota.

3.6.4. Gedogen n.a.v. werkzaamheden private borger Wkb) Bij een bouwwerk gebouwd zonder melding bouwactiviteit (ook een onvolledige melding bouwactiviteit is geen melding) moet de illegale bouw gelegaliseerd worden. Dat is in de huidige wetgeving ook zo. Nu doet een aanvrager dat door alsnog een vergunning aan te (laten) vragen. Dat kan onder het Besluit kwaliteitsborging niet meer. De illegale bouwer zal alsnog een kwaliteitsborger in de arm moeten nemen. Die moet op basis van beschikbare informatie nagaan of hij een verklaring kan afgeven. Pas als blijkt dat dat niet kan, is het bevoegd gezag aan zet. Dat zal dan op basis van de informatie van de kwaliteitsborger bepalen in hoeverre handhaven wel of niet aan de orde is. In eerste instantie is dus de illegale bouwer aan zet. Hij moet er met de kwaliteitsborger uit zien te komen. Dat zal geen eenvoudige klus worden en het zal de nodige kosten met zich meebrengen. Legalisatie van een overtreding is altijd het eerste uitgangspunt (zie beginselplicht tot handhaving). De gemeente kan indien nodig een last onder dwangsom opleggen om het alsnog doen van een gereedmelding af te dwingen. De gemeente kan er echter in verschillende gevallen voor kiezen om te gedogen als er geen sprake is van (zicht op) een volledige verklaring van een kwaliteitsborger.

Als er bijvoorbeeld sprake is van onvermijdbare omstandigheden die de voortgang van de bouwwerkzaamheden in gevaar brengen en waarbij spoed geboden is, kan een gemeente gedogen. In dit geval kan de gemeente toestemming geven om de werkzaamheden voort te zetten onder voorwaarde dat de tekortkoming op een later moment alsnog wordt opgelost. Daarnaast kan de gemeente een onvolledige verklaring van een kwaliteitsborger gedogen als het aantonen of oplossen van ontbrekende punten een onevenredige (financiële) belasting is ten opzichte van de zwaarte van de overtreding. Het gedogen moet altijd goed gemotiveerd en zorgvuldig worden afgewogen tegen de belangen van de omgeving en de veiligheid van het bouwwerk.

3.7. Beleidsuitgangspunten handhavingsinstrumenten Op basis van de in dit hoofdstuk weergegeven onderwerpen worden de volgende beleidsuitgangspunten geformuleerd: 1. Voor toezicht en handhaving worden naast de beschrijving in dit hoofdstuk de volgende bijlagen aangehouden; Bijlage 1: Stappenschema Sanctiestrategie Bijlage 1A: Stappen beschrijving sanctiestrategie Bijlage 2: de sanctiematrix en Interventiematrix Bijlage 3: Stroomdiagram: last onder dwangsom/ last onder bestuursdwang Bijlage 3A: Procesbeschrijving last onder dwangsom/last onder bestuursdwang 2. Een eenmaal ingezet handhavingstraject wordt tot het einde uitgevoerd, tenzij nieuwe feiten en omstandigheden hier aanleiding voor geven. De bestuurlijke maatregel wordt daadwerkelijk uitgevoerd; 3. Het indienen van een bezwaar- en/ of beroepschrift schorst de werking van de bestuurlijke maatregel niet. Het bevoegde bestuursorgaan heeft het recht om te beslissen of de bestuurlijke maatregel (voorlopig) wordt opgeschort. Hierbij wordt gekeken naar de feiten en omstandigheden van de situatie. Wanneer veiligheidsaspecten een rol spelen wordt in beginsel de handhavingsmaatregel doorgezet. Voorbeelden van veiligheidsaspecten zijn de constructieve veiligheid of de brandveiligheid. De overtreder kan een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank.

Een voorlopige voorziening kan de werking van de bestuurlijke maatregel wel opschorten. De overtreder kan alleen een verzoek om voorlopige voorziening indienen als er een bezwaarschrift is ingediend tegen het besluit; 4. De kosten die zijn verbonden aan het toepassen van bestuursdwang worden altijd verhaald op de overtreder; 5. Bij illegale situaties waar de veiligheid in het geding is wordt nooit een gedoogbeschikking afgegeven. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om situaties waarin in strijd met de veiligheidsregels uit het BBL (constructieve veiligheid/brandveiligheid) is gehandeld; 6. Alleen als bijzondere omstandigheden een rol spelen zal een gedoogbeschikking worden afgegeven. Aan de gedoogbeschikking kunnen voorwaarden worden verbonden; 7. Het bevoegd gezag heeft het recht om op te treden tegen illegale situaties die al lange tijd aanwezig blijken te zijn. Een overtreding “verjaart” niet, tenzij een wettelijk voorschrift dit aangeeft. Dit kan het geval zijn bij het overgangsrecht in het omgevingsplan; 8. Het uitgangspunt is om niet passief te gedogen; 9. Als het opleggen van een last onder dwangsom niet leidt tot het beëindigen van de illegale situatie, zal een nieuwe last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd; 10. Bestuursrechtelijk optreden wordt verkozen boven strafrechtelijk optreden.

In gevallen waarin strafrechtelijke vervolging het enige middel is of in gevallen waarin dit het meest juiste middel is, zal een proces-verbaal worden opgemaakt. Nadat het proces-verbaal is opgemaakt, zal dit worden gestuurd naar het Openbaar Ministerie. Dit kan het geval zijn bij illegale situaties die niet meer hersteld kunnen worden. Het Openbaar Ministerie bepaalt of de overtreder vervolgd wordt;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3738/documents/33659