43. 2026-024778 GR Jeugdhulp Rijnmond Aanbieding Planing & Control stukken GRJR.pdf
Tekst van het document
In dit verband zijn inmiddels meer landelijke standaarden en tarieven beschikbaar en de toepassing daarvan is een van de middelen hierbij. Ook werkt de Jeugdregio vanaf 2025 met een subsidiebeleidskader waarmee proactief gestuurd wordt op de gewenste ontwikkeling. Een van de kaders is gericht op het tegengaan van verdere groei van het aantal ondertoezichtstellingen, jeugdbeschermingsmaatregelen en uithuisplaatsingen. Een ander kader betreft de wijze van bekostiging. Conform landelijke afspraken gelden landelijke productdefinities en tarieven. De benodigde subsidieomvang hangt dan ook samen met de te verwachten productieomvang. Gezien het gemeentelijk beleid om verdere groei tegen te gaan is in de begroting 2027 als uitgangspunt een nullijn genomen. In de risicoparagraaf wordt het hieraan verbonden begrotingsrisico toegelicht. Diagnostiek, zorgbemiddeling en Regionaal Expertiseteam Rijnmond Enkele sleutelrollen bij complexe jeugdhulpvragen zijn als niet-wettelijke taak belegd bij JBRR. Voor zware en dure jeugdhulp zijn de GI’s een van de belangrijkste verwijzers. Daarom hebben de GI’s een grote rol in de passendheid en betaalbaar van de zorginzet. Vooral JBRR is een cruciale schakel in de keten. Een van de middelen van de Jeugdregio om te sturen op de keten is om professionele diagnostiek en zorgbemiddeling door JBRR te laten plaatsvinden.
Ook de landelijk afgesproken functies van regionale expertiseteam (zie paragraaf 2.3.1) en het crisisinterventieteam (zie paragraaf
11
2.3.2) zijn om deze reden onderdeel van de gesubsidieerde taken. In het subsidiebeleidskader wordt voor de niet-wettelijke taken een vaste omvang van de inzet gehanteerd. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Landelijk en regionaal werken we aan vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming schetst het perspectief van een slimmere en effectievere jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan. Op weg naar dit toekomstscenario loopt een pilot in Rijnmond waarin jeugdbescherming, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en wijkteams van meerdere gemeenten het nieuwe samenwerken beproeven. De Hervormingsagenda ambitie Stevige Lokale Teams hangt hier nauw mee samen. Met regionale proeftuinen zijn werkwijzen ontwikkeld die nu worden verbreed in de hele regio. Daarnaast is er landelijk nog veel discussie over de positie van en relaties tussen de betrokken partijen. Landelijk moet er nog worden besloten over de vorming van zogenaamde Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Op dit moment is nog niet aan te geven of en hoe het toekomstscenario tot organisatorische en/of financiële herschikkingen zal leiden. Landelijke besluitvorming wordt in 2026 verwacht.
Wat mag het kosten? Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team en de overige niet-wettelijke taken van JBRR. Budget Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G)
Voor de proeftuinen Toekomstscenario is daarnaast rijkssubsidie beschikbaar die door de GRJR wordt ontvangen en doorbetaald aan de betrokken partijen (waaronder de gemeenten met een proeftuin). De subsidie is meerjarig via de balans beschikbaar. Besteding is budgetneutraal. 2.3.4 Veilig Thuis Wat willen we bereiken Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) waar iedereen melding kan doen van mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. De organisatie onderzoekt alle meldingen (ongeacht leeftijd van betrokkenen in de gemelde situatie) en zorgt waar nodig voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen? Subsidiëring en accountmanagement De Jeugdregio subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft. De beleidsmatige kaders hiervoor van gemeenten volgen uit de Jeugdwet en de Wmo. Daarom werkt de Jeugdregio nauw samen met de gemeenten en in het bijzonder met drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten Rotterdam, Vlaardingen
12
en Nissewaard in onze regio. Ook gelden landelijke kaders zoals de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, die bijdraagt aan vroegtijdige signalering van mogelijk onveilige situaties, en uiteraard ook op de hoeveelheid werk voor de Veilig Thuis organisaties. De subsidie bestaat grotendeels uit een ingeschatte productieomvang en afgesproken tarieven per product, onder voorwaarden zoals tijdige beoordeling van binnengekomen meldingen en tijdige afronding van vervolgonderzoek. De Veilig Thuis organisaties hebben zich gebonden aan het landelijke handelingsprotocol en staan ook onder toezicht van de Inspectie Gezondheid en Jeugd. De Jeugdregio stuurt op nakoming van de afgesproken prestaties, zodat aan landelijke normen wordt voldaan. Naast deze wettelijke taken ontvangt Veilig Thuis ook beperkt subsidie voor enkele nietwettelijke taken die de gemeenten bij Veilig Thuis wensten onder te brengen (zoals het toezien op tijdelijke huisverboden). Verbeterplan Met Veilig Thuis zijn doorlopend gesprekken gestart om tot verbeteringen te komen, met name vanwege het niet behalen van tijdigheidsnormen. De IGJ heeft Veilig Thuis, gemeenten en Jeugdregio hiertoe aangezet. Niet tijdig optreden brengt grote risico’s met zich mee. In 2025 is een verbeterplan afgesproken.
De kostprijs is opnieuw bekeken, er is meer inzicht gevormd in de hoeveelheid werk en er is onderzoek gestart naar de oorzaken van toenemende aantallen meldingen. Vanaf 2026 is het subsidiebudget structureel aanzienlijk verhoogd om beter in staat te zijn om de verwachte instroom tijdig te verwerken zodat geen achterstanden meer ontstaan. In 2025 is ook incidenteel extra subsidie verleend waarmee de achterstallige zaken in een project van enkele jaren volledig moet zijn opgelost. Een onzeker element is de omvang, oorzaken en effecten van eventueel verder groeiende aantallen meldingen. Hiernaar wordt in 2026 onderzoek gedaan waarmee het beleid kan worden versterkt om verder groei wordt voorkomen. Vooralsnog wordt in de begroting 2027 dan ook volstaan met de structurele verhoging van 2026. Het hieraan verbonden risico wordt in de risicoparagraaf toegelicht. Wat mag het kosten? Begroting op budget Veilig Thuis (H)
2.4 Uitvoering Wat willen we bereiken? De Jeugdregio levert een effectieve en efficiënte bijdrage aan een betaalbaar zorglandschap waarin jeugdigen passend en tijdig de zorg ontvangen die zij nodig hebben. De inzet is onderdeel van de regionale opgave van de gemeenten in Rijnmond, zodat de ambities van de Regiovisie slagen. De aansturing en inrichting van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de Jeugdregio zijn hiertoe geëquipeerd.
13
Wat gaan we daarvoor doen? De Jeugdregio beschikt over een eigen Uitvoeringsorganisatie (UO) waarin verschillende disciplines samenwerken aan de hoofdopgaven waar de regio zich voor gesteld ziet. Vanuit het hiervoor beschreven programma zijn vijf hoofdopgaven onderscheiden: 1. Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming; 2. Sturing op contracten en subsidies; 3. Bestuurlijk proces; 4. Ketenadministratie en informatie; 5. Voorbereiding nieuwe inkoop 2029. Het werken met hoofdopgaven versterkt de samenhang en focus, en helpt ook om de inzet goed te prioriteren en met de gemeenten af te stemmen. Ad 1 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Sinds enkele jaren worden landelijk onder de noemer Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming toegewerkt naar verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Een van de elementen is de ambitie om ketenpartijen (jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming) beter te laten samenwerken. In die samenwerking zijn ook Sterke Lokale Teams nodig. Met behulp van diverse proeftuinen worden samenwerkingsvormen en methodieken beproefd. De UO faciliteert deze proeftuinen en werkt met de gemeenten aan verbreding van de beproefde werkwijzen. De Jeugdregio is actief in het landelijke netwerk waarin aan deze ontwikkeling gewerkt wordt.
Landelijk is nog discussie over hoe de vorming van Regionale Veiligheidsteams eruit ziet, waarin de samenwerking van ketenpartijen organisatorisch vorm zou moeten krijgen. Voorlopig is nog niet duidelijk wanneer hiervoor de kaders duidelijk worden. Ondertussen gaan we in de regio door met gewenste verbetering van de samenwerking. Ad 2 Sturing op contracten en subsidies - Contract- en accountmanagement Een kerntaak van de UO is het regionale contract- en accountmanagement. De sturing is gericht op het jeugdhulpaanbod als geheel (het zorglandschap), het presteren van individuele aanbieders en het samenwerken in de gehele keten. De UO heeft contracten met systeemaanbieders, prestatieaanbieders (forensische hulp), flexaanbieders, maatwerkaanbieders en gesloten jeugdhulpaanbieders (JH+). De UO legt de focus op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor het contractmanagement is het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten.
Er worden (bestuurlijke) contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en over ontwikkelopdrachten gevoerd tussen contractmanagement en aanbieders en gesubsidieerde partijen, maar ook worden risicoanalyses gemaakt, materiële controles ingezet en samengewerkt met de toezichthouders in de gemeentelijke organisaties. Materiële controles en toezicht Rond materiële controles draait in 2026 een pilotproject, waarna structurele inbedding in de UO wordt beoogd. Rond de samenwerking met gemeentelijke toezichthouders is in 2026 een proces gestart gericht op een betere regionale aanpak. De gevolgen van deze ontwikkelingen voor de inzet van UO kunnen reden zijn tot aanpassing van het budget organisatiekosten in de begroting. Bovenregionale taken en verantwoordelijkheden
14
De afbouw van de gesloten hulp en de opbouw van alternatieve zorgvormen blijft inzet vragen. Dit vraagt (boven)regionaal veel afstemming. Eveneens bovenregionaal vervult de GRJR de rol van accounthouder voor ten minste vier grote landelijke aanbieders waarbij de GRJR de continuïteit GRJR van cruciale jeugdhulp voor alle gemeenten moet borgen. Hiervoor zijn nauw contact met de Jeugdautoriteit en de beschikbaarheid van het Early Warning System van de Jeugdautoriteit noodzakelijk. Belangenbehartiging Belangbehartiging voor gemeenten doet de UO door met het regionale programmateam op te trekken bij het afstemmen met de VNG en lobbywerk bij de rijksoverheid. De financiële afhankelijkheid van de rijksoverheid en grote operaties die uit de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming voortkomen maken belangenbehartiging cruciaal. Ad 3 Bestuurlijk proces De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de Jeugdregio berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Het AB vergadert vijf keer per jaar en houdt daarnaast thematische bijeenkomsten. Vanuit iedere subregio heeft één wethouder zitting in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Het DB vergadert ca.
tien keer per jaar. De wethouders zijn ook actief in stuurgroepen, bestuurlijke gesprekken met jeugdhulpaanbieders en gesubsidieerde organisaties en landelijke overleggen. In het verlengde van het Rekenkameronderzoek en de Evaluatie GRJR wordt in 2026 bezien hoe de governance en bestuurlijke samenwerking in de regio beter kan worden georganiseerd. Vanuit de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten is veel samenwerking nodig. Deels is dit vormgegeven door taken te delegeren aan de Jeugdregio, maar daarnaast is ook veel bestuurlijke afstemming wenselijk over de wijze waarop gemeenten hun niet-gedelegeerde taken uitvoeren. Zoals zaken als een Regiovisie, jeugdwetverordeningen en beleid op aanpalende terreinen. Het beter in te richten bestuurlijke proces om dergelijke zaken goed in afstemming te doen wordt mogelijk ondersteund door de UO. Ad 4 Ketenadministratie en informatie - Planning & Control en Informatievoorziening De GRJR investeert in de planning &control en informatievoorziening. Grootschalige dataverzameling en -verwerking, uitgebreide dashboards met sturingsinformatie voor het eigen contractmanagement maar vooral ook voor de individuele deelnemende gemeenten en begrotingsadviezen en verantwoordingsinformatie voor gemeenten zijn hiervan de resultaten.
Datakwaliteit Vanwege het belang van tijdige en volledige informatie voor de sturing en verantwoording investeert de GRJR in verbetering van de administratieve keten c.q. de backofficetaken zoals die in onze regio worden uitgevoerd. Vanaf 2026 heeft de UO inzage in het berichtenverkeer tussen gemeenten en aanbieders en daarmee kan meer regionale uniformiteit en volledigheid van data worden bevorderd. Regionale informatiestrategie Daarnaast actualiseert de UO in 2026 het strategisch informatieplan. In de eerste plaats om de huidige informatievoorziening verder te verbeteren en voor te bereiden op de sturingsinformatiebehoeften bij de nieuwe inkoop 2029 (zie hierna). Hiervoor wordt het budget “Specifieke ICT-kosten” in de begroting beschikbaar gehouden. Maar daarnaast ook vanuit de geactualiseerde Regiovisie, waarin is vastgelegd dat data-inzicht in en sturing op de relatie tussen jeugdhulp en aanpalende terreinen
15
nodig is. Mogelijk is voor deze verbreding een regionale datastructuur nodig. En afhankelijk van de keus betekent dit een taakverbreding/verzwaring voor de UO waarvoor de begroting dan moet worden aangepast. Regionale administratieve taken en gemeentelijke rechtmatigheidsverantwoording De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht om bij verplicht regionaal af te sluiten contracten ook de bijbehorende administratieve taken regionaal te beleggen. Het is nog niet duidelijk wat deze verplichting inhoudt. Mogelijk heeft dit gevolgen voor de taakverdeling die tot aanpassing van de begroting 2027 kunnen leiden. Op dit moment is het betalingsverkeer met de aanbieders een taak die door de UO wordt uitgevoerd. Deze taak is verbonden aan het contractmanagement en meer concreet aan de afrekening van zorgproductie met de aanbieders. De interne beheersing op de geldstroom, het betaalproces, wordt geoptimaliseerd door deze ook vanuit het nu met de UO gedeelde berichtenverkeer in te richten. Omdat de zorgkosten door gemeenten zelf moeten worden verantwoord in de eigen jaarrekening, zal er altijd samenwerking nodig zijn tussen de UO en gemeenten. Op dit moment hebben gemeenten hier verschillende opvattingen over. Een meer eenduidige regio brede afspraak is er nog niet maar kan in 2027 mogelijk tot wijzigingen leiden.
Daarbij is ook van belang dat de landelijke kaders voor controle op jeugdhulplevering en -declaraties gaan veranderen. Waar nu voor de informatievoorziening en verantwoording wordt geleund op productieverantwoordingen achteraf, is de bedoeling om door betere tussentijdse informatieafstemming en bijsturing (ook contractmanagement) afdoende tot een rechtmatigheidsverantwoording te komen. Ad 5 Voorbereiding nieuwe inkoop - Onderzoeken en aanbestedingen De huidige jeugdhulpcontracten lopen tot en met 2028. De UO is in 2025 samen met gemeenten het proces gestart om de volgende aanbesteding grondig voor te bereiden. De beleidsmatige ambities (actualisatie Regiovisie), de landelijke regelgeving (verplicht regionaal in te kopen zorgvormen; standaardisatie), de lessen uit de twee huidige inkoopmodellen (MVS- en de 10 andere gemeenten), de kostenbeheersingsambities, de sturingsfilosofie, bekostigingsvormen, verantwoordingsmethoden, en de bij dit alles benodigde informatievoorziening, zijn allemaal zaken die daarbij aan de orde komen. De budgetten “Werk en Onderzoek” en “Projectbudget Inkoop en Implementatie” worden in de begroting beschikbaar gehouden voor deze inzet. Wat mag het kosten? De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR.
Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.
Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal
Lasten 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889 6.681.801
16
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
17
3.Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De GRJR-begroting omvat conform BBV alleen subsidie- en uitvoeringskosten. De risico’s in deze begroting betreffen met name de aannames en uitgangspunten voor de subsidies aan de GI’s en Veilig Thuis. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. Risico Ontwikkelen in de jeugdbescherming en jeugdreclassering leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).
Omvang PM
2
Ontwikkelingen bij Veilig Thuis leiden tot groei van de taken (hoeveelheidsrisico) en/of bijbehorende kosten (prijsrisico).
PM
3
Ontwikkelingen in takenpakket Uitvoeringsorganisatie Diverse ontwikkelingen kunnen leiden tot uitbreiding of verzwaring van het takenpakket, zoals besluiten in opvolging van het rekenkameronderzoek en de evaluatie GRJR, de ontwikkeling van materiële controles en een regionale toezichtsaanpak, verdieping en verbreding van de sturingsinformatiebehoefte vanuit de geactualiseerde Regiovisie, de verplicht regionaal te beleggen administratieve taken conform de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg.
PM
1
Beheersingsmaatregel Voor de gecertificeerde instellingen gelden landelijke richtlijnen voor bekostiging, waarmee prijsrisico’s worden beperkt. De hoeveelheid zaken die de GI’s moeten uitvoeren binnen landelijke normen is echter niet volledig voorspelbaar. De ontwikkeling hiervan wordt daarom nauwlettend gemonitord. Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond vervult ook diverse niet-wettelijke taken; afspraken hierover worden vanuit beleidsmatige uitgangspunten zo doelmatig mogelijk gemaakt. Ook Veilig Thuis moet aan landelijke normen voldoen. De subsidieomvang wordt vanuit een beleidskader bepaald waarin het prestatieniveau en de subsidieomvang op elkaar worden afgestemd. Het budget 2027 is gebaseerd op het verwacht productieniveau 2026. Er wordt in 2026 onderzocht wat de oorzaken zijn van het stijgend aantal meldingen, en hoe dat naar de toekomst kan worden beheerst. Als de hoeveelheid werk buiten de ingeschatte marges komt, wordt afgewogen in hoeverre aan de normen nog steeds voldaan moet worden dan wel of er extra middelen voor worden ingezet. Deze ontwikkelingen krijgen in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten vorm en besluiten over uitbreiding of verzwaring van het takenpakket worden door de gemeenten genomen. De financiële doorwerking hiervan wordt tijdig in een begrotingswijziging opgenomen.
Uiteraard zijn er voor de zorgkosten van gemeenten ook grote onzekerheden en risico’s waar de GRJR vanuit de inkoop-, contractmanagement- en informatie- en adviesfuncties een rol bij vervult. Deze risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van
18
verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De wijkteams van gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit.
De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassing. Het EMU-saldo Het EMU-saldo is een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking.
EMU-saldo (berekening) (O-x) – (U-y) = EMU-saldo
bedrag € 0
3.2 Bedrijfsvoering Overhead De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.
19
Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountants- en bankkosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal
Lasten 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889 6.681.801
Dit zijn de uitvoeringskosten zonder het bedrag onvoorzien.
3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. In de jaarrekening van de Jeugdregio staan dan ook een rechtmatigheidsverklaring. Onderdeel van de interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De controle van de jaarrekening door de accountant van de Jeugdregio vindt plaats met inachtneming van de door het bestuur vastgesteld controleverordening en financiële verordening en het jaarlijks vastgesteld normenkader rechtmatigheid. Sinds 2025 is de rechtmatigheidsverantwoording van gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke contracten onderdeel van de gemeentelijke jaarrekeningen, waarbij de Jeugdregio verantwoordingsinformatie verstrekt. De interne beheersing is een samenspel tussen gemeenten (toewijzing, declaratiegoedkeuring) en Jeugdregio (contractmanagement, betaling, afrekening). De wijze waarop gemeenten en de Jeugdregio hierin samenwerken hangt af van wat de gemeenten daarin zelf organiseren. De gemeenten gaan hier verschillend mee om. De accountant van de GRJR controleert in ieder geval de activiteiten van de Jeugdregio en waar gewenst ook die van individuele gemeenten.
Deze controles vinden plaats met inachtneming van instructies van gemeenteaccountants. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd. Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 12 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd. Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf.
20
Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. De focus ligt vooral op het betalingenverkeer, waarbij de inzet is om handmatige mutaties zoveel mogelijk uit te sluiten.
3.4 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.
21
Hoofdstuk 4 FINANCIELE BEGROTING
22
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten
Baten Bijdrage gemeenten Incidentele baten Totale baten Lasten F G H I.4 I.5 J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 K
Crisis GI's Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Incidentele Lasten
Totale lasten Resultaat
Ontwerp Begrotingswijz. 2026 (april '26) 107.893.858 0 107.893.858
Mutatie 5.423.766 0 5.423.766
Ontwerp Begroting 2027 (april '26) 113.317.624 0 113.317.624
7.668.495 57.163.812 34.157.385 830.000 1.611.701 1.000 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000
393.394 2.932.504 1.752.274 42.579 82.680 0 181.992 7.511 5.829 15.115 9.889
8.061.889 60.096.316 35.909.659 872.579 1.694.381 1.000 5.519.005 227.765 176.761 458.381 299.889
107.893.858
5.423.766
113.317.624
0
0
0
In de Kadernota 2027 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2027. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2027 afgezet tegen 2026. De stijging is in totaal 5,0% ofwel €5,4 mln. De stijging bestaat geheel uit het aanpassen van de kosten aan de indexatie. 4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten.
23
Mutatieoverzicht bij begroting 2027 Baten 1.
Lasten 2.
Gewijzigde begroting 2026 (april 2027) Wijzigingen Bijdragen gemeenten Begroting 2027 (baten)
Gewijzigde begroting 2026 (april 2027) Wijzigingen Indexatie 2027 Begroting 2027 (lasten)
Resultaat
Begroting 107.893.858 5.423.766 113.317.624
107.893.858 5.423.766 113.317.624 0
Toelichting De begroting is opgesteld volgens de uitgangspunten van de Kadernota 2027 zoals door het AB vastgesteld in december 2025. 1. De stijging van de bijdragen gemeenten is gelijk aan de indexatie 2027 2. Het indiceren van de kosten leidt tot hogere lasten van € 5,4 mln. Hiervoor worden de gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd. Voor de indexatie hanteert de GRJR landelijke handreikingen (voor wettelijke taken GI’s), VNG-richtlijnen voor jeugdhulp (voor niet-wettelijke taken GI’s en Veilig Thuis) en de richtlijnen van de deelnemende gemeenten (voor de uitvoeringskostenbudgetten). 4.1.2 Toelichting op de baten Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten, waarbij de volgende systematiek gebruikt wordt: - Raming van uitgaven; - Beheersing van uitgaven (twee bestuursrapportages); - Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking). Deze kaders voor het financieel beleid en beheer zijn door het AB in april 2022 vastgesteld.
Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. Om liquiditeitsproblemen te voorkomen is het betaalritme 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%.
24
Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente:
Bijdrage aan GRJR 2027 Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Ontwerp Q1 Q2 Q3 Q4 Begroting 2027 (april 2026) 1.100.436 440.174 330.131 220.087 110.044 2.336.409 934.564 700.923 467.282 233.641 5.366.885 2.146.754 1.610.065 1.073.377 536.688 2.393.944 957.577 718.183 478.789 239.394 1.838.643 735.457 551.593 367.729 183.864 2.253.158 901.263 675.947 450.632 225.316 1.867.694 747.078 560.308 373.539 186.769 8.077.570 3.231.028 2.423.271 1.615.514 807.757 3.186.414 1.274.566 955.924 637.283 318.641 5.119.385 2.047.754 1.535.816 1.023.877 511.939 5.579.018 2.231.607 1.673.706 1.115.804 557.902 4.619.093 1.847.637 1.385.728 923.819 461.909 69.578.975 27.831.590 20.873.692 13.915.795 6.957.897 113.317.624 45.327.050 33.995.287 22.663.525 11.331.762
25
4.2 Financieel perspectief
Baten Bijdrage gemeenten Incidentele baten Totale baten Lasten F G H I.4 I.5 J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 K
Crisis GI's Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Incidentele Lasten
Totale lasten Resultaat
Ontwerp Begrotingswijz. 2026 (april '26) 107.893.858 0 107.893.858
Mutatie 5.423.766 0 5.423.766
Ontwerp Ontwerp Ontwerp Ontwerp Begroting Raming Raming Raming 2027 2028 2029 2030 (april '26) (april '26) (april '26) (april '26) 113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624 0 0 0 0 113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624
7.668.495 57.163.812 34.157.385 830.000 1.611.701 1.000 5.337.013 220.255 170.932 443.266 290.000
393.394 2.932.504 1.752.274 42.579 82.680 0 181.992 7.511 5.829 15.115 9.889
8.061.889 8.061.889 8.061.889 8.061.889 60.096.316 60.096.316 60.096.316 60.096.316 35.909.659 35.909.659 35.909.659 35.909.659 872.579 872.579 872.579 872.579 1.694.381 1.694.381 1.694.381 1.694.381 1.000 1.000 1.000 1.000 5.519.005 5.519.005 5.519.005 5.519.005 227.765 227.765 227.765 227.765 176.761 176.761 176.761 176.761 458.381 458.381 458.381 458.381 299.889 299.889 299.889 299.889
107.893.858
5.423.766
113.317.624 113.317.624 113.317.624 113.317.624
0
0
0
0
0
0
Meerjarenraming baten en lasten Bovenstaande meerjarenraming houdt geen rekening met de indexatie na 2027. Het meerjarenperspectief toont de op dit moment meest realistische verwachting voor de komende jaren, zoals ook in de Kadernota 2027 uiteengezet. Dit perspectief maakt duidelijk dat kostenbesparende maatregelen nodig zijn. In 2024 is hiervoor de Regionale Bestuurs Opdracht Kostenbeheersing (RBOK) vastgesteld. Meerjarenraming balans
26
Meerjarenraming balans Uitgangspunt voor het opstellen van de balans per ultimo 2026 (t/m 2030) is de balans zoals opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2025. Hierop zijn gewenste en verwachte wijzigingen aangepast. De geprognosticeerde balans voor de jaren 2027 t/m 2030 is in deze begroting ook toegevoegd. Deze is gelijk gehouden aan de balans voor 2026. Onder deze tabel wordt per regel een toelichting gegeven bij de omvang van de balanspost 2026 en of een toelichting bij de ontwikkeling van deze balanspost van 2023 tot en met 2025. Toelichting bij de meerjarenraming balans Activa Vorderingen op openbare lichamen De in de voorlopige jaarrekening 2025 opgenomen negatieve balanspositie is veroorzaakt door een positief resultaat in 2025, waardoor gemeenten geld terugkrijgen. Voor de begroting wordt uitgegaan dat het resultaat neutraal is waardoor er een beperkt bedrag te vorderen is. -
Rekening courant met rijk Dit betreft het schatkistbankieren, het bedrag dat boven het drempelbedrag uitkomt staat op de rekeningcourant met het rijk.
-
Te vorderen bedragen van zorginstellingen Door zorgaanbieders actief te benaderen om de te vorderen bedragen te betalen én door het afrekenproces te versnellen, verwachten we dat deze balanspost de komende jaren stabiel is.
-
Overige vorderingen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans in 2025.
-
Liquiditeitsborgen en overig De zorgaanbieder heeft de liquiditeitsborg in 2025 terugbetaald. Vanuit de rijksoverheid hebben gemeenten echter wel de verantwoordelijkheid gekregen om de continuïteit van cruciale jeugdhulp te waarborgen en waar nodig liquiditeitssteun te verlenen. In de meerjarenraming wordt hier geen rekening mee gehouden.
-
Vooruitbetaalde bedragen Voor deze balanspost verwachten we conform realisatie een nulsaldo.
-
Banksaldo Samen met de rekening courant met het rijk is dit de sluitpost van de activakant van de balans.
27
Passiva Algemene reserve/ gerealiseerd resultaat De GRJR heeft geen eigen vermogen. Een positief of negatief resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. -
Overige schulden Dit betreft de openstaande schulden binnen de organisatiekosten en bestaat uit facturen die na het sluiten van de boekhouding ontvangen zijn of facturen waarover nog overleg is met de leverancier.
-
Te betalen bedragen aan zorginstellingen Dit bestaat uit de gerealiseerde zorgkosten van het afgelopen jaar waarvan er nog geen factuur ontvangen is. Als gevolg van een efficiënter declaratie en betalingsproces verwachten we dat deze post in omvang teruggebracht zal worden. Hiervoor zijn we ook afhankelijk van de declaratiesnelheid van de zorgaanbieders en het goedkeuringstraject bij de gemeenten. Subsidie Proeftuin kind- en gezinsbescherming & Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) De subsidie Proeftuin kind- en gezinsbescherming en Inzet Regionaal Expertiseteam worden naar verwachting in 2026 afgerond.
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW-heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten.
De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTW-heffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR-uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De
28
in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds. 4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn volgend de taakvelden uit het BBV de baten en lasten uitgesplitst.
Begroting 2027 6.762 – Jeugdhulp met verblijf regionaal 8.061.889 6.821 - Jeugdbescherming 67.834.771 6.822 - Jeugdreclassering 10.216.374 6.812 - Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) 17.954.829 6.752 – Jeugdhulp ambulant regionaal 2.566.960 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd 6.682.801 Totaal 113.317.624 Vertaaltabel van opdrachten naar taakvelden Opdracht Aandeel Taakveld F Crisis 100% 6.762 – Jeugdhulp met verblijf regionaal G Gecertificeerde instellingen 83% 6.821 - Jeugdbescherming G Gecertificeerde instellingen 17% 6.822 - Jeugdreclassering H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 50% 6.821 - Jeugdbescherming H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 50% 6.812 - Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) I.4 4. Acute dienst GGZ 100% 6.752 – Jeugdhulp ambulant regionaal I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie 100% 6.752 – Jeugdhulp ambulant regionaal J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd J.2 2) Organisatiekosten GR 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd J.3 3 )Specifieke ICT-kosten 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd J.4 4) Accountants- en bankkosten 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd J.5 5) Werk en Onderzoek 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie 100% 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd
29
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
30