40. 2026-012595 Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Sport De Omloop Bijlagen 2 van 4.pdf
Tekst van het document
13.2 Opzet van de regels 13.2.1 Algemeen Zoals in paragraaf 1.3.2 is aangegeven, betreft het hier een TAM -omgevingsplan. Het juridisch bindende gedeelte van het TAM -omgevingsplan bestaat uit de planregels en de bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • Inleidende regels; • Functieregels en gebiedsaanwijzingen; • Algemene regels aan activiteiten; • Overgangsrechtbepalingen. 13.2.2 Preambule Om duidelijk te maken hoe dit TAM-omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het omgevingsplan, is een preambule opgenomen. De preambule geeft aan hoe het TAM -omgevingsplan in samenhang met de rest van het omgevingsplan gelezen moeten worden: Dit plan beoogt het verplaatsen van het sportpark in Rhoon, naar de overzijde van de weg aan de oostelijke zijde. Dit hoofdstuk is digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De hoofdstukken van dit plan dienen gelezen te worden als paragrafen van hoofdstuk 22 a van het omgevingsplan van de gemeente Albrandswaard. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergege ven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22a bij het omgevingsplan van de gemeente Albrandswaard. Als het TAM-IMRO omgevingsplan wordt geraadpleegd, is de preambule direct zichtbaar boven de regels. 13.2.3 Toepassingsbereik Het voor een bepaalde locatie vaststellen van nieuwe regels in een TAM-omgevingsplan zorgt er niet voor dat de oude regels op die locatie automatisch vervallen. Het TAM -omgevingsplan maakt namelijk geen gebruik van de technische vereisten van de nieuwe Omgevingswet, maar gebruikt zoals hiervoor beschreven nog de ‘oude’ standaarden. Om te voorkomen dat voor het gewijzigde deel van het omgevingsplan zowel nieuwe als oude regels gelden, is in dit TAM-omgevingsplan een toepassingsbereik opgenomen in artikel 3 van de inle idende regels. Het toepassingsbereik luidt als volgt. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 60 Artikel 3 (Toepassingsbereik) 1.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op deze locatie waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0613.TAMOPSportDeOmloop-ONT1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl & https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de- kaart. 13.2.4 Begripsbepalingen Het TAM -omgevingsplan is een regeling opgesteld op grond van de Omgevingswet en maakt onderdeel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. De beg ripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op regelingen op grond van de Omgevingswet (art. 1.1 Omgevingswet) en dus ook op het TAM -omgevingsplan. Begripsbepalingen in dit TAM - omgevingsplan kunnen niet afwijken van begripsbepalingen uit de Omgevingswet. Het TAM - omgevingsplan bevat daarom uitsluitend aanvullende begripsbepalingen.
Tevens zijn de begripsbepalingen uit de AMvB’s en Omgevingsregeling van toepassing verklaard. Begripsbepalingen uit de AMvB’s en de Omgev ingsregeling zijn namelijk niet rechtstreeks van toepassing op het omgevingsplan. 13.3 Verantwoording van de regels Het vertrekpunt voor voorliggend TAM -omgevingsplan zijn de relevante bestemmingen en bepalingen uit enkele vigerende recente bestemmingsplannen in de gemeente Albrandswaard. Sport (Artikel 4) Bovenstaande functie is overgenomen uit het gemeentelijke planologisch regime voor vergelijkbare sportfuncties, zoals het bestaande sportpark, en blijft grotendeels ongewijzigd qua bouw - en gebruiksregels. Wel is binnen deze functie een bouwvlak opgenomen met zodanige bouwregels, dat het clubgebouw hierbinnen kan worden gerealiseerd . Daarnaast zijn in de regels aanvullende verplichtingen opgenomen, zoals het voldoen aan het beel dkwaliteitsplan en het landschappelijk inrichtingsplan, alsmede zijn er nadere regels voor een zendmast opgenomen, zijn er enkele specifieke gebruiksregels opgenomen, en zijn er enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen.
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 61 Bijlagen bij de ruimtelijke motivering Bijlage 1 Landschaps- en inrichtingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 62 Bijlage 2 Waterhuishoudkundige plan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 63 Bijlage 3 Akoestisch onderzoek geluid door activiteiten TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 64 Bijlage 4 Bodemonderzoek TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 65 Bijlage 5 Lichthinderonderzoek TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 66 Bijlage 6 Stikstofonderzoek TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 67 Bijlage 7 Quickscan natuurwaarden TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 68 Bijlage 8 Nader onderzoek steenuil en kerkuil TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 69 Bijlage 9 Nader onderzoek huismus
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 70 Bijlage 10 Nader onderzoek broedvogels TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 71 Bijlage 11 Verkeersonderzoek Goudappel TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 72 Bijlage 12 Participatieverslag TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 73 Bijlage 13 Nader onderzoek vleermuizen TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 74 Bijlage 14 Nader onderzoek rugstreeppad 6 | 4 6 8 | Oyenshof 2 Koekkoekhof | 8 LEGENDA Plangebied Omloopseweg 5 | 3 | 1 5 | 1 | Plangrens 3 2a Bestemmingen 1 1 3 3 | 2b 5 5 | Sport 7 7 | S 9 | 2c 9 Functieaanduidingen 11 11 | 4a 13 13 15 15 | (p) | parkeerterrein 17 | 4b 17 19 19 4c | Bouwvlak bouwvlak 4d 2 2 4 | 6 | Verklaring 8 | 6 12 | 10 14 | 12 10 | Ondergrond 68 (p) 6c 6g S 8 6e Gemeente Albrandswaard N A A M | P L A N TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 28 28 30 26 24 | N A A M G M L - B E S T A N D | D A T U M | B L A D | V A N | B L A D E N | F O R M A A T NL.IMRO.0613.TAMOPSportDeOmloop-VST1 | 19-8-2026 | 1 VAN 1 | A3 T E K E N A A R | S C H A A
L MvL | 1 :2500 Best M ingenieursbureau Twentepoort Oost 16A 7609 RG Almelo Molenweg 107 1436 BS AALSMEERDERBRUG | 0546 454466 | www.bjz.nu 06 13300041 info@bestm.nl
plangebied
RAPPORT WATERHUISHOUDINGSPLAN SPORTPARK DE OMLOOP IN RHOON OPDRACHTGEVER: Gemeente Albrandswaard PROJECTNUMMER: 71022263 DATUM: 19 augustus 2026
R01-D01-71022263-lwf I PROJECTGEGEVENS: Naam: Waterhuishoudingsplan sportpark De Omloop in Rhoon Nummer: 71022263 Documentnr: R01-D01-71022263-lwf Status: Definitief/01 Datum: 19 augustus 2026 Auteur: ing. L.C. van der Werf en ing. R.H.M. Eeftink OPDRACHTGEVER: Gemeente Albrandswaard Postbus 1000 3161 KP Rhoon AUTORISATIE Naam: ing. G. Kok Handtekening: Datum: 18-8-2026 Bezoekadres Kroezenhoek 8 7683 PM Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 E info@roelofsgroep.nl Tevens vestigingen in Alblasserdam Arnhem Sneek Stadskanaal Steenwijk Veenendaal Weesp
R01-D01-71022263-lwf II INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................................. 1 1.2 Leeswijzer .............................................................................................................................................................. 1 2. Gebiedsbeschrijving 2 2.1 Plangebied ............................................................................................................................................................ 2 2.2 Programma........................................................................................................................................................... 2 2.3 Hoogteligging ..................................................................................................................................................... 3 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................................. 4 2.5 Oppervlaktewater ..............................................................................................................................................
8 2.6 Riolering ................................................................................................................................................................ 8 2.7 Wateroverlast ...................................................................................................................................................... 9 3. Eisen, wensen en uitgangspunten 11 3.1 Eisen en wensen .............................................................................................................................................. 11 3.2 Vuilwater ............................................................................................................................................................ 12 3.3 Hemelwater ....................................................................................................................................................... 12 3.4 Straat- en vloerpeilen .................................................................................................................................... 12 4. Toekomstige situatie Sportpark 13 4.1 Principe ...............................................................................................................................................................
13 4.2 Hemelwater ....................................................................................................................................................... 13 4.3 Grondwater ....................................................................................................................................................... 16 4.4 Oppervlaktewater ........................................................................................................................................... 16 4.5 Afvalwater .......................................................................................................................................................... 16 4.6 Straat- en vloerpeilen .................................................................................................................................... 17 R01-D01-71022263-lwf 1 1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING De gemeente Albrandswaard zet in op het realiseren van een nieuw sportpark De Omloop. De huidige accommodatie voldoet niet meer aan de wensen en eisen van deze tijd. Daarbij wil de gemeente bewegen en sporten blijven stimuleren en laagdrempelig houden. Daa rom is het belangrijk dat bewoners in de buurt kunnen blijven sporten. Door de gemeenteraad is besloten dat de huidige locatie van het sportpark wordt herontwikkeld tot woningbouw om invulling te kunnen geven aan de provinciale aanwijzing.
Daarbij wordt het sportpark naar de oostzijde van de Omloopseweg verplaatst. Gemeente Albrandswaard is voornemens om op de locaties van het bestaande sportpark De Omloop een woonwijk met circa 400 woningen te realiseren. Het sportpark wordt daarvoor verplaatst in noordoostelijke richting. Het nieuwe sportpark krijgt een grootte van circa 12 hectare met vijf voetbalvelden (wellicht drie kunstgras en twee gewoon gras) , een clubgebouw met kantine/kleedkamers en een tribune voor het hoofdveld. Daarnaast voldoende parkeergelegenheid en fietsenstalling. Voorliggende rapportage gaat in op de waterhuishouding rondom de verplaatsing van het sportpark. 1.2 LEESWIJZER Hoofdstuk 2 geeft een gebiedsbeschrijving waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie, het woonprogramma, de hoogteligging en de ligging van bestaande riolering en watergangen. In hoofdstuk 3 worden de eisen en wensen van gemeente Albrandswaard en Waterschap Hollandse Delta besproken en worden de gehanteerde uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt de toekomstige situatie beschreven en worden adviezen gegeven voor de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater voor het sportpark. R01-D01-71022263-lwf 2 2. GEBIEDSBESCHRIJVING 2.1 PLANGEBIED Het nieuw te realiseren sportpark de Omloop ligt aan de oostzijde van de Omloopseweg. De toekomstige woonwijk ligt op de plek van de bestaande sportvelden.
De Omloopseweg is verbonden met de Essendijk aan de zuidzijde en de Rijsdijk aan de noordzijde. Aan de oost - en zuidzijde ligt het buitengebied van Albrandswaard. De zuidelijke polders zijn onderdeel van het Buijtenland van Rhoon. Afbeelding 2.1: Ligging plangebied 2.2 PROGRAMMA Het toekomstige sportpark heeft een bruto oppervlak van 8,45 ha. Er komt een gezamenlijk clubgebouw voor de voetbalverenigingen v.v. Rhoon en r.k.s.v . WCR waarbij de kantine wordt gedeeld. Conform de normen van de KNVB wordt uitgegaan van 14 kleedkamers. In het plan zijn opgenomen vijf voetbalvelden (waarvan drie met k unstgras en twee regulier), een trapveldje, een clubgebouw met kantine en kleedkamers en een tribune voor het hoofdveld. Daarnaast wordt er een parkeergelegenheid en een fietsenstalling gerealiseerd.
R01-D01-71022263-lwf 3 Afbeelding 2.2: Stedenbouwkundig plan sportpark (Peter Verkade 14-04-2026) 2.3 HOOGTELIGGING In afbeelding 2.3 is de huidige hoogteligging op basis van het AHN 5 weergegeven voor de beoogde locatie van het sportpark. Te zien is dat de noordoostkant van het gebied (blauw) lager ligt dan de zuidkant. Aan de noordoostkant liggen de laagste delen op ongeveer NAP – 1,10 m. Aan de zuidkant liggen de hoogste delen op ongeveer NAP – 0,10 m. Gemiddeld ligt het maaiveld op ongeveer NAP – 0,50 tot NAP – 0,60 m. De Omloopseweg aan de westkant ligt heeft een laagste punt op NAP – 0,40 m en het hoogste punt op NAP + 0,10 m.
R01-D01-71022263-lwf 4 Afbeelding 2.3: Hoogteligging plangebied (AHN5) met grenzen plangebied sportpark en woonwijk 2.4 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Algemeen Bodemopbouw Op basis van het REGIS II (v2.2.3) model afkomstig uit DINOloket kan de diepere bodemopbouw worden afgeleid. Een overzicht van de bodemopbouw is weergegeven in tabel 2.1 en een dwarsdoorsnede is weergegeven in afbeelding 2. 4. Hieruit blijkt dat de bodem bestaat uit een afwisseling van kleiige en zandige eenheden. Afbeelding 2.4: Verticale doorsnede REGIS II v.2.2.3 (bron: DINOloket)
Geologische eenheid | Lithologie | Traject (m-mv) | kh-waarde (m/d) | kv-waarde (m/d) Holocene afzettingen | Complexe eenheid, bestaande uit een | 0,0 -16,0 | - | - afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Formatie van Kreftenheye, | Kleiige eenheid, hoofdzakelijk | 16,0-16,6 | - | 0,01-0,05 Laag van Wijchen, eerste | bestaande uit zandige klei en klei, kleiige eenheid | met weinig veen, fijn en midden zand en een spoor grof zand Formatie van Kreftenheye, | Zandige eenheid, hoofdzakelijk | 16,6-16,9 | 50,00-100,00 | - tweede zandige eenheid | bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Formatie van Kreftenheye, derde | Zandige eenheid, hoofdzakelijk | 16,9-23,6 | 50,00-100,00 | - zandige eenheid | bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen Formatie van Waalre, eerste | Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande | 23,6-32,1 | - | 0,005-0,01 kleiige eenheid | uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen, fijn en grof zand en een spoor grind Formatie van Peize en Formatie | Formatie van Peize en Formatie van | 32,1-48,4 | 10,0-25,0 | - van Waalre, tweede zandige | Waalre, tweede zandige eenheid eenheid Tabel 2.1: Bodemopbouw en verticale en horizontale doorlatendheid op basis van BRO-loket (REGIS II
v2.2.1) Geohydrologie Aan de Isaac Israëlslaan 16, ca. 550 m ten westen van het te verplaatsen sportpark en ca. 250 m van de nieuwe woonwijk bevindt zich een peilbuis met een grondwatermeetreeks van juli 2022 t/m maart 2025. Uit deze grondwatermeetgegevens is een representatieve hoogste grondwaterstand (RHG) van NAP – 0,77 m afgeleid en een representatieve laagste grondwaterstand (RLG) van NAP – 1,24 m. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ligt over het algemeen iets hoger dan de RHG en de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) iets lager dan de RLG. Op basis van de grondwatermeetgegevens in de omgeving wordt een correctie van 0,05 m geadviseerd. De GHG ligt dan op NAP – 0,72 m en de GLG op NAP -1,29 m. Afbeelding 2.5: Grondwatermonitoringspunt GLD000000026279 (bron: DINOloket) 5 | R01-D01-71022263-lwf R01-D01-71022263-lwf 6 Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) blijkt dat grondwaterstroming plaatsvindt in noordoostelijke richting. In de periode 2011 -2018 is in het LHM een gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) afgeleid van 0, 65 tot 0,85 m-mv. Op basis van een gemiddelde maaiveldhoogte van de woonwijk van NAP - 0,40 m en van het verplaatste sportpark van NAP - 0,50 m zou de GHG ter hoogte van de woonwijk dus op NAP – 1,05 m tot NAP -1,25 m moeten liggen en ter hoogte van het verplaatste sportpark op NAP - 1,15 tot NAP - 1,35 m.
Ter hoogte van de peilbuis aan de Isaac Israëlslaan wordt de GHG echter op ca. NAP - 0,72 m ingeschat. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het LHM of de gemeten grondwaterstanden in peilbuis niet representatief is. Het geeft daarentegen wel aan dat de grondwaterstanden afnemen in noordoostelijke richting. In het riolerings- en waterhuishoudingsplan van de wijk Essendael (ten noordwesten van het plangebied) welke in januari 2008 is opgeleverd door Fugro wordt geen uitspraak gedaan over de grondwaterstanden in het plangebied. Sportpark Bodemopbouw In DINOloket zijn op meerdere locaties in het plangebied boringen aanwezig. Veelal gaat het hier om boringen tot 1,50 m-mv. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een grondboring tot 10 m-mv. Hieruit blijkt dat de bodem bestaat uit een afwisseling van voornamelijk klei, zand en veen. Tot 0,50 m- mv bestaat de bodem uit sterk siltig klei, vervolgens tot 1,70 m -mv uiterst fijn zand en vervolgens tot 4,00 m-mv uit zwak siltig klei. Op 1,80 tot 2,00 m-mv is een laagje veen aangetroffen. Afbeelding 2.6: Boring B37G1486 (bron: DINOloket) Uit het Verkennend Bodemonderzoek door Dumea d.d. 16-05-2025 blijkt dat de bovengrond bestaat uit klei, zwak humeus en plaatselijk licht zandig. De ondergrond bestaat voornamelijk uit sterk zandig klei, plaatselijk sterk siltig.
In een aantal boringen is een veenlaag aangetroffen tussen 1,00 m -mv tot 2,50 m- mv (maximale boordiepte). Plaatselijk is boven de veenlaag een laag met uiterst fijn zand aangetroffen.
R01-D01-71022263-lwf 7 Afbeelding 2.7: Boringen afkomstig uit Verkennend Bodemonderzoek Dumea Onderzoek & Advies Geohydrologie Uit het Verkennend Bodemonderzoek door Dumea blijkt dat de grondwaterstand en ten tijde van de veldwerkzaamheden aangetroffen zijn op 0,67 tot 0,74 m-mv. De bemonstering van de peilbuizen vond plaats op 6 mei 2025. Afbeelding 2.8: Grondwaterstanden ten tijde van veldwerkzaamheden op 06-05-2025 in m t.o.v. NAP Afhankelijk van de locatie van de peilbuis varieert de grond waterstand ten tijde van de veldwerkzaamheden van NAP – 1,03 m tot NAP – 1,60 m. Hierbij dient vermeldt te worden dat de laagste grondwaterstanden zijn gemeten ter plaatse van een gedempte sloot aan de noordoostzijde. In afbeelding 2.8 zijn de gemeten grondwaterstanden in NAP weergegeven.
R01-D01-71022263-lwf 8 Ten tijde van de bemonstering van de peilbuizen op 6 mei 2025 lag de grondwaterstand in de peilbuis aan de Isaac Israëlslaan op NAP – 0,83 m. Dat is 0,11 m lager dan de afgeleide GHG van NAP – 0,72 m. Geadviseerd wordt om de gemeten grondwaterstanden in de peilbuizen in het plangebied met ca. 0,11 m te corrigeren om tot een GHG te komen. Dat betekent dat de GHG aan de zuidzijde op ca. NAP – 0,95 m ligt en aan de noordzijde op ca. NAP – 1,20 m. Ter plaatse van de (gedempte) watergangen zal het grondwaterpeil onderhevig zijn aan het zomerpeil van NAP – 1,70 m of het winterpeil van NAP - 1,90 m. Ten tijde van de veldwerkzaamheden ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek was het zomerpeil waarschijnlijk ingesteld. Er is in dit geval dus sprake van opbolling van 0,40 tot 0,65 m tussen de watergangen. 2.5 OPPERVLAKTEWATER Het plangebied maakt deel uit van het peilgebied Buijtenland van Rhoon . Dit peilgebied heeft een zomerpeil van NAP – 1,70 m en een winterpeil van NAP – 1,90 m. De hoofdwatergang ligt ten noorden van het plangebied langs de Rijsdijk en voert af in westelijke richting. De meeste watergang en worden onderhouden door de aangelanden (rood in afbeelding 2.9). Afbeelding 2.9: Uitsnede Legger WSHD 2.6 RIOLERING Op het bestaande sportpark ligt drukriolering. Hierop wordt ook ingeprikt door enkele percelen ten zuiden van het sportpark.
De drukriolering loopt via de Omloopseweg. Voorgesteld wordt om bij het nieuwe complex weer een drukrioolgemaal te plaatsen en deze weer aan te sluiten op de aanwezige persleiding in de Omloopseweg. De injecties van de drukriolering ten zuiden van het bestaande sportpark dienen in het rioolstelsel van de woonwijk te injecteren, wanneer de drukriolering van het bestaande sportpark wordt verwijderd.
R01-D01-71022263-lwf 9 Afbeelding 2.10: Ligging bestaande drukriolering (groen) 2.7 WATEROVERLAST In onderstaande afbeelding is het resultaat van 70 mm in twee uur (herhalingstijd T=100 jaar) weergegeven. Deze afbeelding is gebaseerd op berekeningen met een maaiveldmodel. In laaggelegen delen blijft het water staan. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van noemenswaardige wateroverlast in het plangebied. Ter hoogte van de Omloopseweg 8 wordt aan de achterzijde wel wat water -op-straat berekend. In de huidige situatie is dit een parkeerplaats als onderdeel van het sportpark. Bij het herinrichten van het plangebied dient aandacht te zijn voor de aansluiting van het plan op de bestaande bebouwing en kavels. Op de locatie van het nieuwe sportpark dient het maaiveld op een aantal plaatsen te worden opgehoogd.
R01-D01-71022263-lwf 10 Afbeelding 2.11: Waterdiepte bij 70 mm in twee uur (T=100, bron: Klimaateffectatlas)
R01-D01-71022263-lwf 11 3. EISEN, WENSEN EN UITGANGSPUNTEN Gemeente Albrandswaard heeft een LIOR waarin de eisen aan systemen en materialen staan verwoord. Onderstaand staan de voor dit waterstructuurplan belangrijkste zaken (voor details wordt verwezen naar de LIOR). 3.1 EISEN EN WENSEN Als toetsingscriterium geldt de actuele Waterschapsverordening Hollandse Delta. Er is een compensatie van 14% over de toename van het verhard oppervlak van toepassing. Daarbij zijn er mogelijkheden om tot minder compensatie dan die 14% te komen door toepassing van bij voorbeeld water -passerende verharding en waterbuffering in het gebied. Watergangen die ge dempt worden, dienen 100% gecompenseerd te worden. Er zijn typen verharding die niet als 100% verhard worden aangemerkt. Dit is onder andere afhankelijk van de opbouw van het onderliggende pakket en dient door middel van een berekening aangetoond te worden. Hierbij valt te denken aan grasbetontegels, kunstgras en grind. Grasbetontegels (parkeervakken) worden als 70% verhard gerekend. Een en ander is afhankelijk van de mate van doorlatendheid en de wijze van afvoer. Dit dient altijd overlegd te worden met WSHD en conform beleidsregel 11 (BL11) te zijn. BL11 is opgenomen in de Nota toetsingskader en beleidsregels voor het watersysteem 2014 (d.d. 4 juni 2024).
Voor grasvelden en kunstgrasvelden dient te worden uitgegaan van de onderstaande getallen: Afbeelding 3.1: Mee te rekenen percentage verhard oppervlak van gras- en kunstgrasvelden Omdat in de bestaande situatie sprake is van onverhard gedraineerde grasvelden mag voor de toename van verhard oppervlak voor kunstgras worden uitgegaan van 38% en van grasvelden van 20% verhard oppervlak. De gemeente Albrandswaard gaat uit van de trits: vasthouden, bergen, afvoeren.
3.2 | VUILWATER • | Beginstrengen 1:250; • | Minimale diameter ø 250 mm; • | Minimale dekking op de buis 1,50 m (t.o.v. kruin weg); • | Maximale strenglengte 100 m; • | PVC in kleur roodbruin (RAL 823); • | Het DWA-stelsel kan 24 uur afvalwater bergen. 3.3 | HEMELWATER • | Verhang RWA-riolen tussen 1:750 en 1:1.000; • | Verdronken RWA-riolen (onder oppervlaktewaterpeil) mogen vlak aangelegd worden; • | Minimum diameter ø 250 mm; • | Diameters groter dan ø 400 mm uitvoeren in beton of GVK; • | Minimale dekking op RWA-riolen 1,20 m (t.o.v. kruin weg); • | Maximale strenglengte 100 m; • | PVC in kleur grijs; • | RWA-riolen toetsen met bui09 (T=5) | uit de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. Tevens water-op-straat in beeld brengen bij bui10 (T=10); • | Per | kolk | maximaal | 100 | m² | asfaltverharding | of | 120 | m² | elementenverharding | aansluiten. Kolkafstand maximaal 15 m. Kolkafstand in molgoten maximaal 12 m. 3.4 | STRAAT- EN VLOERPEILEN Onderstaande ontwateringseisen gelden voor de realisatie van nieuwe woonwijken. Het nieuwe sportpark is geen woonwijk, dus deze ontwateringseisen zijn niet maatgevend. Maar geven wel richting aan waaraan gedacht moet worden ten aanzien van wegen, gebouwen en groen. Door de aanleg van drainage onder de velden geldt daar onderstaande niet.
Ontwateringsdiepte • | Primaire wegen: minimaal 1,00 m-mv; • | Secundaire wegen minimaal 0,70 m-mv; • | Plantsoenen/groen minimaal 0,50 m-mv. Afbeelding 3.2: Drooglegging en ontwatering 12 | R01-D01-71022263-lwf R01-D01-71022263-lwf 13 4. TOEKOMSTIGE SITUATIE SPORTPARK 4.1 PRINCIPE Bij het sportpark wordt een vuilwaterriool aangelegd voor het afvalwater van de kantines en kleedkamers. Het DWA-riool kan niet onder vrijverval worden aangesloten op het DWA -riool in de Mesdagstraat . Er dient bij het sportpark een (druk)rioolgemaal te komen met een persleiding die wordt aangesloten op de persleiding van het huidige sportpark. Onder de nieuwe sportvelden wordt naar verwachting drainage aangelegd. Rondom het sportpark wordt het oppervlaktewater uitgebreid. Hierin wordt de b enodigde watercompensatie gerealiseerd. De hemelwaterafvoer van de kantine en de parkeerplaats wordt door middel van riolen afgevoerd n aar het oppervlaktewater. Drainage voert rechtstreeks af richting oppervlakte water of wordt aangesloten op de aanwezige HWA -riolen. In tijden van droogte kan water afkomstig uit het oppervlaktewater worden gebruikt om de velden te besproeien. De verhardingen (paden) tussen de velden worden niet gerioleerd en voeren bij voorkeur via maaiveld af richting het groen en het oppervlaktewater .
De parkeerplaatsen kunnen worden voorzien van grasbetonstenen , zodat het hemelwater bij maatgevende regenbuien infiltreert in de bodem. Bij extreme neerslag (als het harder regent dan het water kan infiltreren) kan het hemelwater afstromen naar het naastgelegen groen en oppervlaktewater. 4.2 HEMELWATER Verhard oppervlak en compensatie In afbeelding 4.1 is het verhard oppervlak van de toek omstige situatie weergegeven. In tabel 4.1 zijn de oppervlakken van de verschillende typen oppervlak uiteengezet. Indien de halfverharding als 70% afvoerend wordt beschouwd , de grasvelden 20% en de kunstgrasvelden voor 38% dan bedraagt het afvoerend verhard oppervlak 24.397 m². Er is in de bestaande situatie een klein stukje verharding aanwezig (141 m² , inrit overzijde Omloopseweg 8 ). Daarnaast wordt er 1.090 m² aan bestaande watergangen gedempt (afbeelding 4.2). In tabel 4.1 is op basis van de toename van verhard oppervlak, de genoemde percentages, het bestaande, nieuwe en te dempen verhard oppervlak berekend of de nieuwe situatie voldoet. Uit de berekening volgt dat er nu theoretisch 47 m² water tekort komt in he t plan. Door het waterschap is aangegeven dat dit kleine verschil binnen de foutmarge van de berekeningen valt en niet verder gecompenseerd hoeft te worden.
R01-D01-71022263-lwf 14 Afbeelding 4.1: Verharde oppervlakken, sportvelden en oppervlaktewater Afbeelding 4.2: Nieuwe, te behouden en te dempen watergangen
R01-D01-71022263-lwf 15 Tabel 4.1: Verharde oppervlakken en benodigde compensatie Afvoer hemelwater Hemelwater van de parkeerplaats, de fietsenstalling en de kantine wordt afgevoerd door middel van hemelwaterriolen. Deze hemelwaterriolen voeren het hemelwater af richting oppervlaktewater. Om te voldoen aan de ontwerpuitgangspunten dient het hemelwaterriool een diameter te hebben die varieert van PVC Ø 250 mm tot PVC Ø 315 mm. Afbeelding 4.3: Afvoer hemelwater Oppervlakken Gesloten verharding 189 m2 Open verharding 9242 m2 Halfverharding 1967 m2 Plat dak 1078 m2 Kunstgrasveld (gedraineerd) 24739 m2 Grasveld (gedraineerd) 15552 m2 Percentage afvoer halfverharding 70% Percentage afvoer kunstgrasveld 38% Percentage afvoer grasveld 20% Afvoerend verhard oppervlak 24397 m2 Compensatie Bestaand verhard oppervlak 141 m2 14% 3396 m2 Te dempen watergangen 1090 m2 Te realiseren oppervlaktewater op waterpeil 4486 m2 Gerealiseerd oppervlaktewater op waterpeil 4438 m2 Restopgave 47 m2 voldoet niet Compensatie
4.3 | GRONDWATER Drainage De gemeente heeft aangegeven dat ijzerhoudend grondwater een aandachtspunt is voor drainage. | De drainage onder de sportvelden dient elk jaar doorgespoten te worden. Dit dient | opgenomen te worden in het onderhoudscontract. | De | drainage dient geheel onder het oppervlaktewaterpeil te worden aangelegd | zodat de drains geheel gevuld zijn en er geen zuurstof bij | het ijzer kan komen en geen vlokvorming optreedt. Bij de civieltechnische uitwerking kan gekozen worden om ook onder de parkeerplaatsen drainage aan te leggen, zeker wanneer gekozen wordt voor een grasbetonsteen waar het regenwater door kan infiltreren. 4.4 | OPPERVLAKTEWATER De oevers van de watergangen dienen waar mogelijk natuurvriendelijk te zijn en er dienen zo min mogelijk beschoeiingen toegepast te worden. Voorgesteld wordt om voor de watergangen rond het plangebied geen peilwijziging te laten plaatsvinden | . Het sportpark grenst aan agrarische percelen die gebaad zijn bij een zomer- en winterpeil. Door het waterschap is aangegeven dat bij voorkeur de grote vijver bij de parkeerplaats deels als diepe watergang en deels als overstromingsgebied wordt aangelegd. In tijden van droogte van een deel van de vijver dan droogvallen | en er hoeft geen water te worden aangevoerd om dit op peil te houden.
Het waterschap heeft aangeven dat deze overstromingsvlakte 0,10 m boven | zomerpeil (NAP | – 1,70 m) aangelegd dient te worden. Daarmee kan dit oppervlak nog als compensatie meegerekend worden (in m²). Het onderhoud | van | de | watergangen | rondom | het | sportpark | is | de | verantwoordelijkheid | van de aangelanden. Dat wil zeggen: van de gemeente als eigenaar van het sportpark en van de aangrenzende agrariërs. De gemeente dient met deze perceeleigenaren afspraken te maken over het jaarlijks onderhoud. Dat mag door de gemeente worden uitbesteed aan de agrariërs, jaarlijks om-en-om of beiden de helft van de watergang. Voor het toepassen van duikers dient te worden uitgegaan van 1/3 deel van de hoogte lucht of maximaal 25 cm lucht bij winterpeil. De minimale diameter bedraagt ø | 500 mm. 4.5 | AFVALWATER De kantine en de kleedkamers kunnen | niet onder vrijverval worden aangesloten op het bestaande DWA | - riool in de Mesdagstraat. Daar ligt een DWA | -riool ø 250 mm met een b.o.b. op | NAP – 1,86 m. Voorgesteld wordt om bij het sportpark een | (druk)rioolgemaal te plaatsen en de persleiding te laten injecteren in | de bestaande persleiding in de Omloopseweg | . De bestaande drukriolering van het huidige sportveld vervalt.
De injectie van de drukriolering | van de andere percelen die nu via het bestaande sportpark afvoeren | dient in het nieuwe DWA-riool van de woonwijk plaats te vinden. Voor het beheer en onderhoud van het nieuwe drukrioolgemaal is het handig deze vlak bij de ingang en de parkeerplaatsen te plaatsen, zodat deze vanaf de openbare weg eenvoudig toegankelijk is. Vanaf het gebouw dient dan een | vrijvervalleiding gelegd te worden vanaf | kantine/kleedkamers naar het DWA | - 16 | R01-D01-71022263-lwf R01-D01-71022263-lwf 17 gemaal. Bij de afvoer van de kantine wordt voorgesteld om een vetafscheider te plaatsen zoals bij horeca verplicht is. Dit om storingen van het rioolgemaal te voorkomen of te minimaliseren. Afbeelding 4.4: Structuur DWA-rioolstelsel Sportpark 4.6 STRAAT- EN VLOERPEILEN Ontwateringsdiepte Zoals aangegeven zijn er voor sportvelden geen strikte drooglegging - en ontwateringseisen. Door de aanleg van drainage dienen de velden droog gehouden te worden. Voor de parkeerplaatsen en de bebouwing kunnen de normen voor nieuwe woonwijken als richtinggevend worden beschouwd ( wegen 0,70 m en bebouwing 1,00 m ontwatering). Zoals eerder aangegeven ligt het grondwater (GHG) aan de zuidzijde van het plan op NAP – 0,95 m en aan de noordzijde op NAP – 1,20 m.
Voorbeeld te hanteren peilen Wanneer de ontwaterings- en droogleggingseisen voor woonwijken worden gehanteerd volgen de straat- en vloerpeilen zoals weergegeven in onderstaande afbeelding. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de hoogtes van de (kunst)grasvelden de laagste hoogte van het veld betreft, oftewel de rand. Uiteraard kunnen de veldhoogtes aan de noordkant nog wat lager en aan de zuidkant wat hoger. In de afbeelding zijn gemiddelde aangegeven, gebaseerd op een gemiddelde maaiveldhoogte van circa NAP – 0,50 m in de bestaande situatie. Bestaand drukriool verwijderen en percelen zuidkant aansluiten op vrijverval nieuwbouwwijk R01-D01-71022263-lwf 18 Afbeelding 4.5: Voorgestelde peilen velden en parkeerplaats De in afbeelding 4.5. aangegeven hoogtes zouden voldoen aan de ontwaterings - en droogleggingseisen voor een woonwijk. Er dient dan aan de noordkant flink te worden opgehoogd en aan de zuidkant flink te worden afgegraven. Bij de verdere uitwerking dienen de nieuwe hoogten nader te worden vastgesteld.
R01-D01-71022263-lwf