CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

40. 2026-012595 Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan Sport De Omloop Bijlagen 2 van 4.pdf

Gemeenteraad AW 12 oktober 2026, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken30.894 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De aanleg van het sportpark biedt kansen om de oostrand van Rhoon op een kwalitatieve wijze vorm te geven, pass end binnen de bestaande landschappelijke structuur . Conform de laag ‘stedelijke occupatie’ uit de omgevingsvisie, draagt het plan bij aan het realiseren van een duidelijke en ruimtelijk verantwoorde rand. Bestaande landschappelijke kwaliteiten worden benut en versterkt, zodat een herkenbare overgang tussen het dorp en het open gebied behouden blijft , waarin ook aandacht is voor biodiversiteit, klimaatadaptatie en gebruikskwaliteit. 4.2.2 Zuid-Hollandse Omgevingsverordening De Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vormt het juridische fundament van de Omgevingsvisie. De inhoud van de Omgevingsvisie is daarbij voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. Onderstaand wordt op de van belang zijnde artikelen nader ingegaan. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren mogelijk maakt, houdt rekening met de op de behoefteramingen van gedeputeerde staten gebaseerde afgestemde regionale behoefte aan deze ontwikkeling.

De afgestemde regionale behoefte kan blijken uit regionale bestuurlijke afspraken, waaronder een regionale programmering, waarmee gedeputeerde staten geheel of gedeeltelijk hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 21 Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) 1. Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt gaat in de motivering in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 2. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling regionale bestuurlijke afspraken zijn gemaakt, waarmee gedeputeerde staten hebben ingestemd of die door gedeputeerde staten zijn vastgesteld, dan kan de motivering van de behoefte, bedoeld in artikel 5.129g, tweede lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, bestaan uit een verwijzing naar die afspraken. Toetsing van het initiatief aan artikel 7.44 en 7.45 Omgevingsplannen worden door de provincie beoordeeld op de wijze van artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Belangrijk om op deze plaats te benadrukken is dat de verplaatsing van het sport De Omloop feitelijk het gevolg is van de aanwijzing van de provincie om (s ociale) woningbouw te realiseren op de locatie van de bestaande sportlocatie. Daarmee is deze ‘omklapping’ naar de overzijde van de Omloopseweg feitelijk onderdeel van de totale herontwikkeling van het gebied, teneinde zowel een nieuw sportpark alsook een nieuwe woonwijk mogelijk te maken. Met de verplaatsing van het sportpark wordt voor de sportvoorzieningen een geheel nieuwe locatie mogelijk gemaakt, rechtdoende aan alle hedendaagse eisen en wensen en biedt dit tevens ruimte voor optimalisatie. Daarbij is het door deze verplaatsing van het voetbalveld het mogelijk om allerlei typen woningen te bouwen binnen het bestaand stedelijk gebied van Rhoon en wordt voor deze woningen geen extra beslag gelegd op het landelijk gebied. In tegenstelling tot een woongebi ed wordt bij de sportvoorzieningen slecht weinig bebouwing opgericht (in voorliggend geval is er ook slechts een beperkt qua omvang bouwvlak opgenomen op de plankaart/verbeelding) . De nieuwe locatie van de voetbalvereniging is daarmee goed aanvaardbaar en wordt goed landschappelijk ingepast. Er is daarmee sprake is van een ontwikkeling, die in het kader van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ aanvaardbaar is.

Tenslotte is in de periode 2021 -2023 door de gemeente Albrandswaard middels een locatiestudie onderzocht waarnaar het bestaande sportpark zou moeten verplaatst. Op basis van de daarvoor vastgestelde uitgangspunten zijn locaties in beeld gebracht die minimaal 8 hectare groot zijn. Deze locaties zijn tegen elkaar afgewogen op basis van verschillende criteria. Uit deze afweging is de huidige locatie van het plangebied, aan de overzijde van de Omloopseweg (locatie 3 uit het onderzoek) als voorkeurslocatie naar voren gekomen. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl. Gezien deze motivering wordt gesteld dat het TAM-Omgevingsplan in overeenstemming is met het gestelde uit de Omgevingsverordening. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke Kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten, genoemd in bijlage IX, onder A. 2.

Voor de gebiedstypen, bedoeld in artikel 7.42, vierde, vijfde en zesde lid, zijn de artikelen 7.43h, 7.43i, 7.43j, 7.43k, 7.43l, 7.43m en 7.43n van toepassing tenzij een zwaarwegend algemeen belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 7.43l, in de weg staat. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 22 Artikel 7.43c (randvoorwaarden soorten ruimtelijke ontwikkeling) 1. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort inpassen als deze rekening houdt met de relevante richtp unten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Een omgevingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijf t door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. 3. Een omgevingsplan kan alleen voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van de soort transformeren als de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp.

Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en ti jd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. Artikel 7.43d (motivering locatiekeuze bij aanpassen en transformeren) 1. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat deze een zorgvuldige afweging over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van de locatie en de effecten van de ontwikkeling daarop. 2. Het eerste lid is alleen van toepassing als: a. er sprake is van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen of transformeren; of b. één of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in bijlage IX, onder A, in het geding zijn. Artikel 7.43e (randvoorwaarden bij aanpassen en transformeren) Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij een ruimtelijke ontwikkeling van het soort aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d.

andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij: 1°. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen de locatie van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten de locatie worden betrokken in de motivering; 2°. als aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast. Artikel 7.43f (uitzonderingen transformaties en aanpassingen) 1. Bij de ontwikkeling van bovenlokal e infrastructuur of van natuur - en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46, is in gebieden met beschermingscategorie 1 als bedoeld in artikel 7.42, eerste lid, aanpassing en transformatie mogelijk. 2. Bij de on twikkeling van bovenlokale infrastructuur, natuur - en recreatiegebieden of grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46, is in gebieden met beschermingscategorie 2 als bedoeld in artikel 7.42, tweede lid, transformatie mogelijk. Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1.

Een omgevingsplan voor een locatie in het buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de gebiedskenmerken en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads - en dorpsgebied. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 23 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de kenmerkende maat, schaal en het groene karakter van het landschap; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op grote buitenstedelijke bouwlocaties als bedoeld in artikel 7.46. Artikel 7.43i (gebiedstype: beschermingscategorie 2 recreatiegebied) 1. Een omgevingsplan voor een recreatiegebied als bedoeld in arti kel 7.42, vijfde lid, kan voorzien in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen , waarbij zo nodig aanvullende maatregelen worden getroffen als bedoeld in artikel 7.43e, voor zover: a.

de oppervlakte openbaar toegankelijk recreatiegebied en de potentiële recreatieve waarden per saldo ten minste gelijk blijven, indien nodig door aanvullende maatregelen te treffen; b. de ontwikkeling bijdraagt aan de recreatieve behoefte van diverse doelgroepen, de kwaliteit van het recreatiegebied en de recreatieve waarde van het gebied; c. de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied; d. de ontwikkeling aansluit bij en zo mogelijk bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren; e. de ontwikkeling zo mogelijk gek oppeld wordt aan recreatieve routes en cultuurhistorisch erfgoed. 2. De aanvullende maatregelen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de maatregelen worden bij voorkeur gerealiseerd aansluitend of nabij het recreatiegebied; b. als het redelijkerwijs niet mogelijk is om de oppervlakte openbaar toegankelijk recreatiegebied per saldo gelijk te houden, vergroten de aanvullende maatregelen de opvangcapaciteit in het gebied en de recreatieve waarden, bedoeld in het eers te lid, onder b tot en met e. Artikel 7.43k (gebiedstype: beschermingscategorie 2 groene buffers) 1.

Een omgevingsplan voor locaties binnen groene buffers als bedoeld in artikel 7.42, vijfde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit ge en grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdicht ing en stedelijke dynamiek; b. de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; c. de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; d. de recreatieve gebruiks - en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied; e. de natuurwaarde van het gebied; f. het agrarische karakter van het gebied in de nabijheid van de stedelijke omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 7.43 (en subleden) Buitengebied De locatie van het nieuwe sportpark ligt b uiten bestaand stedelijk gebied. Het betreft agrarische (cultuur)gronden en is door de provincie opgenomen op de zogenoemde 3 hectare -kaart, wat betekent dat de provincie bereid is medewerking te verlenen aan een wijziging van de huidige bestemming. Immers is het normaliter niet zonder meer mogelijk om in het buitengebied op agrarische cultuurgronden nieuwe stedelijke ontwikkelingen c.q. functies toe te staan.

Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat het sportpark landschappelijk zorgvuldig wordt ingepast. Verder is het onmogelijk om binnen het best aand dorpsgebied van Rhoon een locatie van deze benodigde en gewenste omvang (minimaal 8 hectare) te vinden, die geschikt is voor de nieuwe TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 24 sportlocatie. Een omgevingsplan kan echter voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als deze rekening houdt m et de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Er is bij de planvorming voor het nieuwe sportpark sprake van een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, hetgeen is gewaarborgd door een integraal stedenbouwkundige ontwerp en hetgeen geborgd is in het landschappelijk inpassingsplan (onderdeel van de regels). Daarbij is behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving. Feitelijk wordt daarbij het bestaande sportpark De Omloop slechts verplaatst naar de overzijde van de Omloopseweg.

Tenslotte wordt als gevolg van deze verplaatsing het mogelijk om passende (sociale) woningen aan de woningvoorraad in Rhoon toe te voegen, hetgeen bijdraagt aan de beleidsdoelen van de provincie om te voorzien in voldoende passende woningen. Hiermee draagt deze ontwikkeling bij aan de provinciale kernwaarden en de te ontwikkelen waarden uit de Omgevingsvisie. Per saldo is er dus geen strijd met het genoemde provinciale beleid in artikelen 7.43. Recreatiegebied en Groene buffer In artikel 7.43f van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (hierna afgekort tot ZHOV) staat aangegeven dat er getransformeerd mag worden in een cat. 2 gebied, als de ontwikkeling een grote buitenstedelijke bouwlocatie is. Daarbij geldt dat de ontwikkeling moet worden uitgewerkt in een integraal ontwerp, waarbij zo goe d mogelijk rekening wordt gehouden met de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Voor het nieuwe sportpark is hier invulling aan gegeven. Bij de planvorming is de ontwikkeling zorgvuldig landschappelijk ingepast en is de ruimtelijke kwaliteit als uitgangs punt genomen. Dit heeft uiteindelijk zijn uitwerking gekregen in de landschappelijke onderbouwing.

Voor de beschermingscategorieën ‘Groene Buffer’ en ‘Recreatiegebied’ (welke beide van toepassing zijn op de locatie van het plangebied) staat in artikel 7.43 f ZHOV niet expliciet aangegeven dat de betreffende artikelen buiten toepassing blijven (zoals dat wel bij cat. 3 Buitengebied expliciet staat weergegeven in artikel 7.43h, lid 3 ZHOV). Daarnaast staat in art. 7.43k Zuid -Hollandse Omgevingsverordening aangegeven dat uitsluitend ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan, voor zover dit geen ‘grootschalige ontwikkelingen’ betreffen en de bufferfunctie niet onevenredig mag worden gestoord. Gelet op de omvang van het plangebied (circa 8,5 hectare) ligt het voo r de hand de ontwikkeling van het sportpark als grootschalig aan te merken. Ten aanzien van de beschermingscategorie ‘Recreatiegebied’ is geen sprake van strijdigheid met de doelstellingen van deze beschermingscategorie. Dit artikel biedt juist de mogelijkheid om in een recreatiegebied nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan, mits voldaan aan de voorwaarden zoals benoemd in dit artikel. De ontwikkeling van het sportpark betreft een recreatieve voorziening die aansluit bij het recreatieve karakter van het gebied en hieraan een kwalitatieve bijdrage levert.

Bovendien geldt dat, voor zover de ontwikkeling niet volledig aan alle voorwaarden van dit artikel zou voldoen, op grond van de motivering dat sprake is van een zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in artikel 7.43a, derde lid ZHOV, de bepalingen zoals opgenomen in artikel 7.43i ZHOV niet onverkort in acht hoeven te worden genomen. Vanwege het overgangsrecht in de herziening van het Zuid -Hollandse Omgevingsbeleid 2025, kan bij vaststelling van het T AM-omgevingsplan gebruik gemaakt worden van het beleid dat vigerend was tijdens de terinzagelegging van het ontwerp TAM-omgevingsplan. Zwaarwegend algemeen belang in de toelichting van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Artikel 7.43a, lid 3 van de ZHOV biedt de mogelijkheid om een ontwikkeling van zwaarwegend algemeen belang toe te staan, ook indien deze is gelegen binnen een beschermingscategorie als ‘Recreatiegebied’ en ‘Groene Buffer’. De ontwikkeling van het nieuwe sportpark kan in dit kader worden beschouwd als een ontwikkeling van zwaarwegend belang. Daarbij is van belang dat de provincie de locatie heeft aangewezen als een grote buitenstedelijke bouwlocatie.

In de toelichting van paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke Kwaliteit wordt expliciet benoemd dat gr ote buitenstedelijke bouwlocaties kunnen worden aangemerkt als voorbeelden van zwaarwegend algemeen belang: “Ten slotte wordt aangegeven dat er uitzonderingen zijn voor ontwikkelingen vanwege zwaarwegend algemeen belang zoals ontwikkeling van bovenlokale i nfrastructuur en grote buitenstedelijke bouwlocaties en er moet soms worden gecompenseerd.” TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 25 Daarnaast hebben de Gedeputeerde Staten voor de achterblijflocatie van het huidige sportpark een proactieve aanwijzing gegeven voor de realisatie van ten minste 100 sociale huurwoningen. De verplaatsing van het sportpark naar de nieuwe locatie is een noodzakelijke voorwaarde voor de uitvoering van deze woningbouwopgave. Daarmee dient de ontwikkeling als een zwaarwegend algemeen belang. In dit geval volgt het zwaarwegend algemeen belang uit de samenhang tussen de aanwijzing van de locatie als grote buitenstedelijke bouwlocatie en de noodzakelijke verplaatsing van het sportpark om de realisatie van ten minste 100 sociale huurwoningen mogelijk te maken.

Motivatie zwaarwegend algemeen belang De ontwikkeling van het nieuwe sportpark kan worden aangemerkt als een ontwikkeling van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in artikel 7.43a, derde lid, van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ZHOV). Aan deze kwalificatie liggen meerdere overwegingen ten grondslag. Allereerst hebben Provinciale Staten de locatie van het nieuwe sportpark aangewezen als een grote buitenstedelijke bouwlocatie. Daarmee heeft de provincie reeds een beleidsmatige afweging gemaakt dat op deze locatie een ontwikkeling mogelijk is die vanwege haar aard, omvang en maatschappelijke betekenis onderscheidend is ten opzichte van reguliere ontwikkelingen in het buitengebied. Daarbij heeft de provincie tevens de ligging van de locatie binnen het Recreatiegebied en de Groene Buffer betrokken. Ondanks deze beschermingscategorieën is de locatie aangewezen als grote buitenstedelijke bouwlocatie, waarmee de provincie heeft erkend dat op deze specifieke locatie een ontwikkeling mogelijk is, mits zorgvuldig wordt omgegaan met de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing. In de toelichting bij paragraaf 7.3.7 van de ZHOV wordt bovendien expliciet aangegeven dat ontwikkelingen op grote buitenstedelijke bouwlocaties kunnen worden beschouwd als ontwikkelingen van zwaarwegend algemeen belang.

Daarnaast bestaat een directe samenhang tussen de verplaatsing van het sportpark en de realisatie van een provinciaal woningbouwbelang. Gedeputeerde Staten hebben voor de achterblijflocatie van het bestaande sportpark een proactieve aanwijzing gegeven voor de realisatie van ten minste 100 sociale huurwoningen. Met deze aanwijzing heeft de provincie expliciet kenbaar gemaakt dat aan deze woningbouwontwikkeling een zwaarwegend provinciaal belang wordt toegekend, te weten de realisatie van 100 sociale huurwoningen op deze locatie. De verplaatsing van het bestaande sportpark vormt een noodzakelijke voorwaarde voor de uitvoering van deze aanwijzing. Zonder de ontwikkeling van het nieuwe sportpark kan de woningbouwontwikkeling op de hu idige locatie van Sportpark De Omloop niet plaatsvinden en kan geen uitvoering worden gegeven aan de provinciale doelstelling om op deze locatie sociale huurwoningen te realiseren. Verder blijkt uit de uitgevoerde locatieafweging dat geen reële alternatieve locatie beschikbaar is die in dezelfde mate geschikt is voor de verplaatsing van het sportpark. Bij de afweging zijn zowel ruimtelijke, functionele als maatschappelijke aspecten betrokken. De gekozen locatie is de enige locatie die voldoet aan de gesteld e randvoorwaarden voor een toekomstbestendig sportpark en tegelijkertijd de woningbouwontwikkeling op de huidige locatie mogelijk maakt.

Naast het provinciale woningbouwbelang dient de ontwikkeling ook een belangrijk maatschappelijk belang. Het sportpark voorziet in de instandhouding en verdere ontwikkeling van sportvoorzieningen voor inwoners van Rhoon en de gemeente Albrandswaard. De voorziening draagt bij aan gezondheid, ontmoeting, sociale cohesie, participatie en een aantrekkelijk woon - en leefklimaat. Daarmee is sprake van een ontwikkeling die verder reikt dan een uitsluitend lokaal of particulier belang. Gelet op de aanwijzing van de locatie als grote buitenstedelijke bouwlocatie, de provinciale betrokkenheid bij de woningbouwontwikkeling door middel van de proactieve aanwijzing, het ontbreken van reële alternatieven en het brede maatschappelijke belang van de sportvoorzieningen, wordt geconcludeerd dat sprake is van een ontwikkeling van zwaarwegend algemeen belang als bedoeld in artikel 7.43a, derde lid, van de ZHOV. Op grond van artikel 7.43a, derde lid, kunnen ontwikkelingen van zwaarwegend algemeen belang worden toegestaan, ook als deze zijn gelegen binnen gebieden waarvoor de beschermingsregimes voor Buitengebied, Recreatiegebied of Groene Buffer gelden. De ontwikkeling van Sportpark De Omloop voldoet aan deze voorwaarden.

Daarbij is de ontwikkeling uitgewerkt in een integraal ontwerp waarbij rekening is gehouden met de richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing van het sportpark. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de voorwaarden die de ZHOV stelt aan ontwikkelingen binnen categorie 2-gebied. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 26 4.2.3 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitga ngspunten uit het provinciaal beleid. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 27 4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de structuurvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 4.3.1 Toekomstvisie 2025 Op 15 april 2013 werd de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 goedgekeurd door de gemeenteraad van Albrandswaard.

Deze visie stelt de richting vast waarin de gemeente zich wil ontwikkelen op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur, rekening houdend met de wensen van zowel huidige als toekomstige generaties. De visie is gebaseerd op vijf kernpunten, namelijk ondernemen, ontspannen, ontmoeten, ontplooien en ontketenen. Het bijbehorende Ingrediëntenboek bevat initiatieven en ideeën die laten zien hoe deze ontwikkelingsrichting kan worden bereikt. De uiteindelijke keuzes zullen door de burgers van Albrandswaard worden gemaakt. Het is de taak van de gemeente om initiatieven va n burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting te bewaken. Initiatieven en ideeën die passen binnen de maatschappelijke en economische omstandigheden tot 2025 zullen door de gemeente worden ondersteund. De prioriteiten van de gemeente bij de uitvoering van de Toekomstvisie zijn als volgt: - Nabijheid van de gemeente tot haar burgers en partners. - Maatwerk in plaats van standaard woningbouw, met nadruk op dorps en levensloopbestendig. - Vernieuwing en verbetering va n bedrijvigheid, met nadruk op kleinschalige dienstverlening en ambachtelijke bedrijvigheid. - Transformatie van puur agrarische productie naar duurzaam en verbreed "natuurlijk" boeren.

- Samenwerking tussen gemeente, bewoners, ondernemers, zorginstellingen en vrijwilligersorganisaties om een uitstekende openbare ruimte te creëren. Gelijktijdig met de Toekomstvisie werd ook de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, die de uitwerking is van de Toekomstvisie. 4.3.2 Structuurvisie Albrandswaard 2025 Op 15 april 2013 heeft de gemeenteraad van Albrandswaard de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 vastgesteld. In de toekomstvisie wordt aangegeven hoe de gemeente zich op het gebied van werken, wonen, onderwijs, recreatie en bestuur wil ontwikkelen, om aan te sluit en bij de wensen en de opvattingen van huidige en toekomstige generaties. De gewenste ontwikkelingsrichting is gevat in vijf O’s: Ondernemen (werken), Ontspannen (recreëren), Ontmoeten (wonen), Ontplooien (leren) en Ontketenen (besturen). In de Toekomstvisie en het bijbehorend Ingrediëntenboek zijn initiatieven en ideeën bijeengebracht om te laten zien op welke manieren de gewenste ontwikkelingsrichting bereikt kan worden. Concrete keuzes moeten de komende jaren door de burgers van Albrandswaard zelf gemaa kt worden. De gemeente heeft de taak om initiatieven van burgers, organisaties en bedrijven te ondersteunen en de gewenste ontwikkelingsrichting van de visie te bewaken.

Aan initiatieven en ideeën die passen in de maatschappelijke en economische omstandigheden op weg naar 2025 worden door de gemeente medewerking verleend. Tegelijk met de toekomstvisie is door de gemeente Albrandswaard de Structuurvisie Albrandswaard vastgesteld, als uitwerking van de toekomstvisie. De structuurvisie kent een kernkoers die is gericht op vijf pijlers, te weten: 1. Van meer naar beter: In plaats van uitbreiden wordt de aandacht verplaatst naar het verbeteren van de gebieden die er al zijn. 2. Identiteit dorpen versterken: Ieder dorp vanuit zijn eigen uitstraling en identiteit versterken. De omliggende polders worden hierbij betrokken. 3. Clusteren: Elke dorpskern gaat een aantrekkelijke bestemming vormen met een eigen maatschappelijk en commercie el voorzieningenpakket. Slimme clusters zorgen ervoor dat verschillende functies van elkaars aanwezigheid kunnen profiteren. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 28 4. Recreatie verbeteren: Verzilver de potentie van de strategisch gelegen plekken. In wordt gezet op de recreatieve economie. 5. Uitstraling en beleving verbeteren: etaleer Albrandswaard en ondersteun ondernemerschap.

4.3.3 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Op basis van de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 én de Structuurvisie Albrandswaard 2025 kan worden geconcludeerd dat het initiatief om het sportpark in Rhoon te verplaatsen naar de overzijde van de Omloopseweg, goed past binnen de gemeentelijke beleidskaders . Hieronder volgt een onderbouwde beleidsmatige toetsing aan de hand van beide documenten: Toekomstvisie Albrandswaard 2025 De verplaatsing van het sportpark past binnen de vijf kernwaarden van de toekomstvisie: ondernemen, ontspannen, ontmoeten, ontplooien en ontketenen. • Ontspannen (recreëren) Het sportpark biedt inwoners ruimte voor ontspanning en (sportieve) recreatie. Dit sluit direct aan bij de ambitie om recreatie voor huidige en toekomstige generaties toegankelijk te houden en verder te verbeteren. • Ontmoeten (wonen & samenleving) Sportparken vervullen een belangrijke sociale functie binnen de gemeenschap. Door een kwalitatief en goed bereikbaar sportpark te realiseren, wordt ontmoeting en sociale cohesie tussen inwoners versterkt. • Ontplooien (onderwijs & ontwikkeling) Het sportpark draagt bij aan de fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen. Daarnaast ontstaan er mogelijkheden voor samenwerking met scholen, (sport)verenigingen en (zorg)instellingen.

• Ondernemen & Ontketenen De ontwikkeling biedt kansen voor maatschappelijke participatie en samenwerking tussen gemeente, bewoners, (sport)verenigingen en ondernemers. Het initiatief sluit aan bij het streven van de gemeente om initiatieven van onderop te faciliteren en maatwerk te leveren. Conclusie: Het nieuwe, geoptimaliseerde sportpark is een maatschappelijk initiatief dat bijdraag t aan de leefbaarheid, vitaliteit en gezondheid van Rhoon. Het versterkt de sociale infrastructuur en sluit aan bij de kernwaarden van de toekomstvisie. Daarbij bundelen de voetbalverenigingen r.k.s.v. WCR en V.V. Rhoon de krachten samen met de gemeente Albrandswaard door middel van het ondertekenen van een intentieovereenkomst. Het voornemen is om de huidige voetbalverenigingen WCR en Rhoon samen te laten fuseren en daarmee samen te brengen onder één dak. Om dit mogelijk te maken, hebben de verenigingen ee n gezamenlijke stichting opgericht die het nieuwe sportgebouw gaan ontwikkelen, beheren en onderhouden. Structuurvisie Albrandswaard 2025 De structuurvisie werkt de toekomstvisie verder uit in vijf kernstrategieën. Het sportpark past ook binnen deze richtlijnen: • 1. Van meer naar beter De verplaatsing van het bestaande sportpark betreft géén uitbreiding, maar een ‘omklapping c.q verplaatsing’ en daarmee ook van een kwaliteitsverbetering.

De huidige accommodatie voldoet namelijk ook niet meer aan de wensen en eisen van deze tijd. De nieuwe locatie wordt efficiënter ontsloten, biedt meer parkeervoorzieningen en een hogere gebruikskwaliteit, op een goed bereikbare locatie vanaf de kern bezien. • 2. Identiteit dorpen versterken Door een sportvoorziening aan de dorpsrand van Rhoon te realiseren, wordt de identiteit en saamhorigheid van Rhoon als leefbare en actieve gemeenschap versterkt, door een TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 29 locatie te realiseren waar elkaar kan ontmoeten. Het ontwerp houdt rekening met landschappelijke inpassing en de overgang naar het buitengebied. • 3. Clusteren van voorzieningen De beoogde locatie van het sportpark maakt onderdeel uit van een ruimtelijke clustering van dergelijke maatschappelijke functies op één locatie. Deze bundeling van voorzieningen draagt bij aan de efficiency en bereikbaarheid. • 4. Recreatie verbeteren Het sportpark is een recreatieve voorziening die ook buiten de wedstrijdsport waarde heeft: voor verenigingen, activiteiten, breedtesport en informele recreatie. Daarmee wordt de potentie van de locatie optimaal benut. • 5. Uitstraling en beleving verbeteren Het sportpark wordt landschappelijk ingepast met aandacht voor vergroening, natuurlijke overgangen en ruimtelijke kwaliteit.

Daarmee draagt het bij aan de ruimtelijke uitstraling van Rhoon en de beleving van de openbare ruimte. Conclusie De verplaatsing van het sportpark ondersteunt de kernambities van de structuurvisie, door te investeren in kwaliteit, clustering van maatschappelijke functies, versterking van identiteit en verbetering van recreatie en ruimtelijke beleving. Het initiatief voor het verplaatsen en opnieuw inrichten van het sportpark in Rhoon past aantoonbaar binnen de uitgangspunten van zowel de Toekomstvisie Albrandswaard 2025 als de Structuurvisie Albrandswaard 2025 . Het project levert een bi jdrage aan de vitaliteit van de gemeenschap, stimuleert ontmoeting en recreatie, en verbetert de ruimtelijke kwaliteit van de dorpsrand. Daarmee is sprake van een ruimtelijk, maatschappelijk en beleidsmatig verantwoord initiatief. Algehele conclusie Het initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijk beleid. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 30 Hoofdstuk 5 Omgevingsveiligheid 5.1 Wettelijk kader Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt.

Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activi teit in het Besluit activiteiten leefomgeving; • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden w aar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieu wbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 5.2 Situatie in en bij het plangebied Aan de hand van de kaart ‘Externe Veiligheid’ van de Atlas van de Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronne n in en rond het plangebied. Op de signaleringskaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 5.1 is een uitsnede weergegeven.

Het plangebied is de rode contour indicatief aangeduid. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 31 Afbeelding 5.1 Plangebied op de externe veiligheidskaart (bron: Atlasleefomgeving.nl) Uit raadpleging van deze externe veiligheidskaart blijkt dat er geen risicovolle en kwetsbare objecten in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn die van negatieve invloed kunnen zijn op het planvoornemen. Andersom vormt het planvoornemen geen belemmering voor de risicovolle en kwetsbare inrichtingen en objecten. Het plangebied ligt daarbij ook niet binnen het aandachtsgebied en/of risicocontour van allerhande risicobronnen. Afbeelding 5.2 Plangebied i.r.t. de harde contouren (bron: Gemeentelijke EV-Visie)

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 32 Externe veiligheid en groepsrisico Desondanks is in het kader van dit plan gekeken naar de mogelijke consequenties voor de externe veiligheid. De verplaatsing van het sportpark betreft feitelijk bezien uitsluitend een functieverplaatsing van binnen het bestaande dorpsgebied naar de overzijde van de Omloopseweg in Rhoon. Er is geen sprake van uitbreiding van het aantal sportvelden of bezoekers, en daarmee ook geen relevante toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van externe risicobronnen. Het plangebied ligt nabij zowel een rijksweg & provinciale wegen, alsook nabij de Eemhaven en Waalhaven alsook va n de Oude Maas, een waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op basis van de gemeentelijke Externe Veiligheidsvisie en het bijbehorende scenario onderzoek blijkt dat het groepsrisico ter plaatse van het plangebied onder de oriëntatiewaarde ligt én er geen harde contouren over het plangebied gaan. De verplaatsing van het sportpark leidt ook niet tot een toename van het groepsrisico. Omdat geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden toegevoegd en de aa rd van het gebruik vergelijkbaar blijft, is ook geen sprake van een toename van het risicoprofiel.

Er is dan ook geen aanleiding voor aanvullend kwantitatief onderzoek of een nadere verantwoording van het groepsrisico . Desalniettemin wordt bij de verdere uitwerking van het ontwerp rekening gehouden met de basale aspecten van zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Dit betreft onder meer: - voldoende bereikbare en beschikbare vluchtmogelijkheden , - aandacht voor bereikbaarheid voor hulpdiensten, - en de aanwezigheid van bluswatervoorzieningen. In lijn met de reguliere planprocedures worden de Veiligheidsregio en hulpdiensten betrokken bij de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig en inrichtingsplan. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van gebruikers adequaat i s geborgd en het plan past binnen het gemeentelijk veiligheidsbeleid. 5.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het TAM- Omgevingsplan. Het groepsrisico blijft onder de oriëntatiewaarde en is gelet op de aard en omvang van het initiatief niet toegenomen ten opzichte van de huidige situatie. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 33 Hoofdstuk 6 Beschermen van de waterbelangen Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties r ekening met het beschermen van de waterbelangen.

In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding. 6.1 Vigerend beleid 6.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 200 0 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estu aria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2 Rijksbeleid Het Nationaal Water Programma 2022 –2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomei n en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; • We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; • Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drink watervoorziening verdient aandacht. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Zuid-Holland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4 Waterschap Hollandse Delta Als toetsingscriterium geldt de actuele Waterschapsverordening Hollandse Delta.

Er is een compensatie van 14% over de toename van het verhard oppervlak van toepassing. Daarbij zijn er mogelijkheden om tot minder compensatie dan die 14% te komen door toepassing van bij voorbeeld groene daken, waterpasserende verharding en waterbuffering in het g ebied. Watergangen die gedempt worden, dienen 100% gecompenseerd te worden. Er zijn typen verharding die niet als 100% verhard worden aangemerkt. Dit is onder andere afhankelijk van de opbouw van het onderliggende pakket en dient door middel van een bereke ning aangetoond te worden. Hierbij valt te denken aan grasbetontegels, kunstgras en grind. Kunstgrasvelden worden voor 50% als verhard oppervlak gerekend. Grasbetontegels (parkeervakken) worden als 70% verhard gerekend. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 34 Een en ander is afhankelijk van de mate van doorlatendheid en de wijze van afvoer. Dit dient altijd overlegd te worden met WSHD en conform beleidsregel 11 (BL11) te zijn. BL11 is opgenomen in de Nota toetsingskader en beleidsregels voor het watersysteem 2014 (d.d. 4 juni 2024). 6.1.5 Gemeente Albrandswaard De provincie Zuid -Holland heeft met meerdere partijen een convenant Klimaatadaptief bouwen opgesteld met een programma van eisen (PvE).

De gemeente Albrandswaard heeft de wens zoveel mogelijk naar dit PvE te handelen, maar heeft het conven ant niet ondertekend. In dit convenant is voor het thema wateroverlast het streven opgenomen om op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied een groot deel van de neerslag van een extreme bui op te vangen (range 40 -70 mm ). Daarnaast is in het convenant opgenomen dat bij extreem hevige neerslag (70 mm in 1 uur) geen schade optreedt aan bebouwing en infrastructuur. In overleg met de gemeente is afgesproken dat naast de bergingseisen van het waterschap geen aanvullende berging noodzakelijk is, mits voldaan wordt aan het criterium geen schade bij extreme neerslag. Gemeente Albrandswaard heeft verder een LIOR waarin de eisen aan systemen en materialen uitgebreid staan verwoord. 6.2 Watertoetsproces en waterhuishouding plangebied 6.2.1 Watertoets In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets.

Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2 Waterhuishoudkundige aspecten Het waterschap Hollandse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van ‘het wateradvies’ (https://hetwateradvies.nl/). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van toepassing is. Hiermee is bepaald dat het plan invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Nader overleg met het waterschap is noodzakelijk. Daarom is er door Roelofs, in samenspraak met de gemeente Albrandswaard, een waterhuishoudkundig plan voor deze locatie opgesteld, waarin uitgebreid op de wateraspecten wordt ingegaan. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij deze motivering. Hierna wordt beknopt op de uitkomsten en uitgangspunten ingegaan. Toekomstige situatie Bij het sportpark wordt in principe alleen een vuilwaterriool aangelegd van kantines en kleedkamers. Het DWA-riool kan niet onder vrijverval worden aangesloten op het DWA -riool in de Mesdagstraat.

Er dient bij het sportpark een rioolgemaal te komen met een persleiding richting van de wijk Essendael (Mesdagstraat). Onder de nieuwe sportvelden wordt naar verwachting drainage aangelegd. A an de noordoostkant wordt het oppervlaktewater uitgebreid. Hierin wordt het grootste deel van de benodigde watercompensatie gerealiseerd. De hemelwaterafvoer van de gebouwen voert via HWA -riolen af naar het oppervlaktewater. Hetzelfde geldt voor de drainag e. In tijden van droogte kan water afkomstig uit het oppervlaktewater worden gebruikt om de velden te besproeien. De verhardingen (paden) tussen de velden worden niet gerioleerd en voeren bij voorkeur via maaiveld af richting het groen en het oppervlaktewater. De parkeerplaatsen kunnen worden voorzien van grasbetonstenen, zodat het hemelwater bij maatgevende regenbuien infiltreert in de bodem. Bij extreme neerslag (als TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 35 het harder regent dan het water kan infiltreren) kan het hemelwater afstromen naar het naastgelegen groen en oppervlaktewater. Grondwater De gemeente heeft aangegeven dat ijzerhoudend grondwater een aandachtspunt is voor drainage. De drainage onder de sportvelden dient elk jaar doorgespoten te worden. Dit dient opgenomen te worden in het onder houdscontract.

De drainage dient geheel onder het oppervlaktewaterpeil te worden aangelegd zodat de drains geheel gevuld zijn en er geen zuurstof bij het ijzer kan komen en geen vlokvorming optreedt. Onder de sportvelden dient de drainage afgestemd te wor den met de partij die de velden aanlegt. De velddrainage maakt onderdeel uit van de opbouw van de grasvelden en de kunstgrasvelden. Oppervlaktewater Voor het oppervlaktewater geldt dat het onderhoud bij voorkeur varend plaatsvindt. De minimale doorvaarhoogte van duikers is 1,10 m. Onder de Omloopseweg wordt geen doorvaarbare duiker toegepast. Indien varend onderhoud niet mogelijk is, dient er rekening gehouden te worden met een obstakelvrije onderhoudsstrook van 3,50 tot 5,00 m breed. De oevers van de water gangen dienen natuurvriendelijk te zijn en er dienen geen beschoeiingen toegepast te worden (eis WSHD). Voorgesteld wordt om voor de watergangen rond het plangebied geen peilwijziging te laten plaatsvinden. Indien de watergang verbonden dient te worden met het vaste peil ten westen van de Omloopseweg (NAP – 1,80 m), dienen er stuwtjes toegepast te worden. Dit in nauw overleg met WSHD. Afvalwater De kantine en de kleedkamers kunnen niet onder vrijverval worden aangesloten op het bestaande DWA-riool in de Mesdagstraat. Daar ligt een DWA-riool ø 250 mm met een b.o.b. op NAP – 1,86 m.

Uitgaande van een afstand van ongeveer 260 m, een minimale dekking op de buizen van 1,50 m (LIOR), een maaiveld bij het sportpark van NAP – 0,50 m en een buisverhang van 1:250 k an dit niet. Voorgesteld wordt om bij het sportpark een rioolgemaal te plaatsen en de persleiding te laten injecteren in de bestaande persleiding in de Omloopseweg of eventueel in het DWA -riool in de Mesdagstraat. De bestaande drukriolering van het huidige sportveld vervalt. De injectie van de drukriolering dient in het nieuwe DWA-riool van de woonwijk plaats te vinden. Advies te hanteren peilen Uit de toetsing van de ontwaterings - en droogleggingseisen blijkt dat de ontwateringseisen in dit geval leidend zijn. Geadviseerd wordt om de straatpeilen aan de zuidzijde van het plan op NAP – 0,35 m aan te leggen (waarmee voldaan wordt aan de ontwatering seis) en aan de noordzijde op NAP – 0,50 m (waarmee voldaan wordt aan de droogleggingseis). Straatpeilen rond het clubgebouw liggen op NAP – 0,45 m en het vloerpeil van het clubgebouw ligt 0,30 m hoger op NAP – 0,15 m. De velden worden bol aangelegd en liggen daarmee iets hoger dan benoemde straatpeilen. Omdat er op deze manier voldaan wordt aan de ontwaterings - en droogleggingseisen is drainage strikt genomen niet noodzakelijk. Met uitzondering van de grasvelden en kunstgrasvelden, waarbij in de standaardopbouw altijd drainage is opgenomen.

6.4 Conclusie Met de voorgenomen activiteit worden de waterbelangen in voldoende mate beschermd. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 36 Hoofdstuk 7 Bescherming gezondheid en het milieu Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties houdt het bevoegd gezag op basis van afdeling 5.1.4 van het Bkl rekening met het beschermen van de gezondheid en het milieu, waaronder in ieder geval begrepen: • geluid; • bodemkwaliteit; • de kwaliteit van de buitenlucht; • geur en; • trillingen. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Tevens worden de aspecten ‘gezondheid’ en ‘duurzaamheid’ behandeld. 7.1 Geluid door activiteiten 7.1.1 Wettelijk kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. De geluidsgevoelige gebouwen zijn aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreffen gebouwen of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft.

De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de in paragraaf 5.1.4.2 Bkl opgenomen instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden gelden op basis van artikel 7.11 Bkl specifieke regels. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties zelf de mate van bescherming tegen geluid. 7.1.2 Situatie plangebied Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Dit is een gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Wegen, spoorwegen en industrieterreinen hebben een geluidsaan dachtsgebied. Verder kan geluidhinder worden ondervonden als gevolg van omliggende bedrijvigheid. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling.

7.1.2.1 Geluid door wegen en spoorwegen De geluid saandachtsgebieden van Rijks -, provincial e, gemeente -, waterschaps - en spoorwegen worden opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Indien door de wegbeheerder nog geen geluidaandachtsgebieden zijn berekend gelden de volgende afstanden: • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; • voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en • voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. De beoogde plannen op het sportpark omvatten echter geen geluidsgevoelige objecten en het plan heeft andersom, wat betreft geluid door wegen en spoorwegen geen negatieve effecten op geluidsgevoelige objecten in de nabije omgeving. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect ‘geluid door wegen en spoorwegen’. TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 37 7.1.2.2 Geluid door industrieterreinen In de omgeving van het plangebied is geen gezo neerd bedrijventerrein aanwezig.

Wat betreft de invloed van de in de omgeving aanwezige individuele bedrijvigheid/voorzieningen voor de voorgenomen ontwikkeling wordt verwezen naar het kopje ‘Geluid door overige geluidbelastende activiteiten’. 7.1.2.3 Geluid door overige geluidbelastende activiteiten Algemeen Om eventuele hinder van overige geluidbelastende activiteiten te beoordelen, wordt gebruik gemaakt van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan ‘het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige gebouwen anderzijds. ’ Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VNG -uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In 2024 is er een nieuwe handreiking ‘Activiteiten en milieuzonerin g’ uitgebracht. De nieuwe handreiking is bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en andere werkterreinen en het inwaarts zoneren daarvan. De handreiking biedt handvatten om op grond van het Bkl een aanvullende regeling in het omgevingspl an op te nemen waarmee geluid - en geurwaarden die normaal op de gevel van een geluids- of geurgevoelig gebouw gelden, op een andere locatie te laten gelden. Gedurende de overgangsfase onder de Omgevingswet is er in veel gevallen echter nog sprake van het o mgevingsplan van rechtswege, waar de bestemmingsplannen onderdeel van uitmaken.

Hiermee is de zoneringssystematiek uit 2009 nog aan de orde, waardoor de nieuwe handreiking niet aansluit op het omgevingsplan. Daarom kan nog gebruik worden gemaakt van de systematiek uit 2009. Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is een tweetal gebiedstypen onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype 'rustige woonwijk' vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype 'g emengd gebied' wordt in de VNG -uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' omschreven als een gebied met een matige tot sterke functiemenging waarbij bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies voor kunnen komen zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van een 'gemengd gebied'.

Daarbij wordt in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon - en leefklimaat noodzakelijk is. In voorliggend geval ligt het nieuwe sportpark aan de rand van Rhoon, de dorpsrand betreft een gebied tussen het buitengebied en de kern waar voornamelijk woonfuncties voorkomen, alsmede doorgaande infrastructuur. In de toekomstige situatie is er echter sprake van zowel een sportpark, een (nieuwe) woonwijk, verkeerstructuren, buitengebied et cetera, waardoor gemotiveerd kan worden uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is immers een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. De richtafstanden worden in onderstaande tabel weergeven.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld Milieucategorie | Richtafstanden tot omgevingstype | Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk | gemengd gebied 1 | 10 m | 0 m 2 | 30 m | 10 m 3.1 | 50 m | 30 m 3.2 | 100 m | 50 m 4.1 | 200 m | 100 m 4.2 | 300 m | 200 m 5.1 | 500 m | 300 m 5.2 | 700 m | 500 m 5.3 | 1.000 m | 700 m 6 | 1.500 m | 1.000 m Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. | past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. | laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Een sportterrein wordt geschaard onder milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter (in een gemengd gebied) voor geur, stof, geluid en gevaar. Het gros van de | gevoelige bestemmingen in de directe omgeving liggen op (meer dan) | 30 meter afstand van het nieuwe sportterrein.

Verder is er ook slechts sprake van de ‘omklapping’ van een bestaande sportlocatie, waarmee de activiteiten feitelijk bezien slechts verplaatst worden. Desondanks is er door Alcedo een akoestisch onderzoek uitgevoerd, om de effecten van het nieuwe sportpark, alsmede het aspect ‘lichthinder’ in kaart te brengen. Deze onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 3 (akoestisch onderzoek sportpark) en bijlage 5 (lichthinderonderzoek). Akoestisch onderzoek sportpark Representatieve bedrijfssituatie trainingsdag Voor de beoordeling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau tijdens trainingsdagen is alleen sprake van stemgeluid van spelers op de voetbalvelden zelf, onderhoud van de velden en rijdende voertuigen. Het onderhoud van de velden en de rijdende voertuigen dient getoetst te worden aan de grenswaarden uit het Bkl, het stemgeluid van de spelers wordt alleen in het kader van ETFAL getoetst. Uit | de | rekenresultaten | over | het | langtijdgemiddelde | beoordelingsniveau blijkt | dat | aan | de grenswaarden uit het Bkl kan worden voldaan. In deze situatie zal daarom sprake zijn van een goed BJZ.nu | 38 Ruimtelijke plannen en advies TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon Status: Vastgesteld BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 39 woon- en leefklimaat en ETFAL.

De maximale geluidsniveaus voldoen eveneens aan de standaardwaarden uit het Bkl en de richtwaarde in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Representatieve bedrijfssituatie wedstrijddag Voor de beoordeling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau tijdens wedstrijdd ag is alleen sprake van stemgeluid van spelers op de voetbalvelden zelf, stemgeluid van de toeschouwers, scheidsrechtersfluit en de rijdende voertuigen. Het geluid van de rijdende voertuigen dient getoetst te worden aan de standaardwaarde uit het Bkl, het stemgeluid van de spelers en toeschouwers wordt in het kader van ETFAL aan de richtwaarden uit de VNG handreiking getoetst. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat tijdens de representatieve bedrijfssituatie op wedstrijddag aan de standaardwaarden uit het Bkl. Ook wordt in het kader van ETFAL aan de richtwaarden voldaan. Ten aanzien van de maximale geluidsniveaus, veroorzaakt door stem - en sportgeluiden, optrekkende voertuigen en dichtslaande portieren, is er eveneens geen overschrijding van de richtwaarden in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de dag - en avondperiode. Op een wedstrijddag kan zich een afwijkende bedrijfssituatie voordoen, namelijk een wedstrijdavond. Hiervoor zijn ook het langtijdgemiddelde beoordelingsniv eau en het maximale geluidsniveau onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3858/documents/36265