4. Raadsinformatiebrief 2023 715057 werkplan DCMR 2023 en Uitvoeringsbeleidsplan Meerjarenprogramma 2023-2026.pdf
Tekst van het document
wij in het jaarverslag de effecten van de inspanningen in beeld, mede in relatie tot de in het MJP geformuleerde doelstellingen voor de verschillende milieuthema’s. Hiertoe ontwikkelen wij KPI’s en datakwaliteit verder door. Op basis van de monitoring is het mogelijk om de aanpak en het effect van VTH-processen bij te sturen en te optimaliseren.
EXTERNE COMMUNICATIE De externe communicatie van DCMR richt zich op onder meer bedrijven, bewoners en maatschappelijke partijen op verschillende manieren: • Proactief door bijvoorbeeld de geplande evenementen in ons gebied aan te geven • Interactief, door middel van bijvoorbeeld bewonersavonden • Reactief, door snel te reageren bij incidenten en de betrokkenen in te lichten • Maatschappelijk betrokken door bijvoorbeeld de Kinderraad.
Voor de monitoring maakt DCMR gebruik van ervaringen die wij hebben opgedaan tijdens de uitvoering. Die ervaringen hebben wij vastgelegd in diverse rapportages zoals de tussenrapportages, eindrapportages aan participanten en het jaarverslag DCMR. De verschillende bronnen bevatten niet alleen cijfermateriaal, maar vertellen ook het verhaal achter die cijfers.
7.3
MONITORING VAN DE VOORTGANG
Met de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving streeft DCMR ernaar om een bijdrage te leveren aan het wegnemen en voorkomen van milieuknelpunten en het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Concreet laat zich dit onder meer vertalen naar het voorschrijven van maatregelen om overschrijding van de normen voor een acceptabel hinderniveau op de milieuthema’s tegen te gaan. Het eisen van een goede naleving is onderdeel van onze inzet om de milieuprestaties bij bedrijven te verbeteren en daarmee een duurzame en schone, stille en veilige leefomgeving te bevorderen.
De combinatie van cijfers en verhalen geeft een breed beeld van wat is bereikt, welke ontwikkelingen binnen de branches spelen en waar mogelijk extra inzet of bijstelling van prioriteiten gewenst of nodig is. In ambtelijke en bestuurlijke overleggen met de participanten komen deze effecten en eventuele bijstellingen in prioritering of uitvoering aan de orde. Daarmee wordt de Big8 gesloten, door resultaten uit de uitvoering (zie hoofdstuk 1) terug te brengen in de beleidscyclus.
De bijdrage van de projecten en overige VTH-activiteiten aan de verbetering van de leefomgevingskwaliteit komen terug in de jaarlijkse monitoring. Daarbij vindt in elk geval rapportage plaats op activiteitniveau. Waar mogelijk brengen
37 van 75
BIJLAGEN
38 van 75
INHOUD
8
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
4
EFFECTIEF TOEZICHT
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
6
BUDGETTEREN
7
KWALITEITSBORGING
8
BIJLAGEN
BIJLAGEN
BIJLAGE 1
TOTSTANDKOMING EN UITWERKING FOCUSPUNTEN MJP
OMGEVINGSANALYSE MJP
In het voorjaar van 2020 heeft een omgevingsanalyse plaatsgevonden door experts van DCMR. De functie van een omgevingsanalyse is om onderwerpen of ontwikkelingen op te halen die de komende jaren extra aandacht behoeven. Bijvoorbeeld nieuwe wet- en regelgeving, de collegeprogramma’s van onze participanten of signalen vanuit de uitvoering. In de omgevingsanalyse hebben wij per thema de belangrijke onderwerpen geselecteerd. Dat zijn die onderwerpen waar nu of in de nabije toekomst risico’s kunnen optreden. Een risico is een “ongewenste situatie waarbij mogelijke maatschappelijke schade, gerelateerd aan de doelen van de participanten en wetgever, optreedt”. Het kan dan gaan om ongewenst, schadelijk of risicovol gedrag dan wel het niet optimaal regelen van de vergunde situatie of ruimtelijke inpassing. Het resultaat van de omgevingsanalyse is een document met daarin: • Een opsomming van de resultaten uit de analyses, herkenbaar gerangschikt en logisch gestructureerd. • Een eerste vertaling van deze resultaten in potentiële focuspunten en ontwikkelpunten. Op basis van de omgevingsanalyse formuleerden wij een aantal beleidsopgaves. Het Meerjarenprogramma levert een bijdrage aan die beleidsopgaves.
VEILIGHEID De regio Rijnmond heeft een combinatie van een hoge bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. Hierdoor staat er hoge druk op de kwaliteit van de leefomgeving. Het is belangrijk om de risico’s van externe veiligheid zo ver mogelijk in te perken en de toenemende bebouwing op veilige afstand te houden. Voor de externe veiligheid is veel wet- en regelgeving beschikbaar, maar deze is ook regelmatig aan wijzigingen onderhevig. Dit betekent voor vergunningplichtige bedrijven dat zij hun vergunningen moeten aanpassen. Ook moet worden gestimuleerd en gecontroleerd of de bedrijven de regelgeving ook daadwerkelijk naleven. ONDERMIJNENDE CRIMINALITEIT De boven- en onderwereld lijkt zich in Nederland steeds meer te vermengen. Criminelen maken gebruik van onder meer het midden- en kleinbedrijf (mkb) om geld wit te wassen en criminele handelingen uit te voeren rond drugs en andere zaken. Vanuit het werkveld milieu hebben wij vooral te maken met het illegaal dumpen van afval en bijvoorbeeld met het op een verkeerde manier behandelen van verontreinigde grond of afvalstromen. LEEFBAARHEID Veel participanten hebben de komende jaren een enorme woningbouwopgave. Er is veel behoefte aan woningen voor diverse doelgroepen. De ruimte voor het bouwen van al
die woningen is echter beperkt. Vaak kiezen gemeenten voor verdichting of voor het opschuiven van de woningbouw naar de directe nabijheid van drukke (spoor-)wegen, haven of industrieterreinen. Daarnaast neemt ook het aantal horecagelegenheden, terrassen en evenementen toe. Duurzaamheidsinitiatieven in het kader van energietransitie kunnen ook gevolgen hebben voor de leefbaarheid, bijvoorbeeld door geluidsoverlast van warmtepompen. Die ontwikkelingen hebben als risico dat overlast door geurgeluid- en lichthinder toeneemt waardoor de leefbaarheid van de woonomgeving onder druk komt te staan. GEZONDHEID In 2020 ondertekenden diverse overheden (gemeenten en de provincie) het Schone Lucht Akkoord (SLA) waarbij het de bedoeling is om in alle relevante sectoren een dalende trend in te zetten van emissies naar de lucht. Het doel van het akkoord is om in 2030 50 procent gezondheidswinst te behalen ten opzichte van 2016. Voor asbest geldt dat de Rijksoverheid als ambitie heeft: vanaf 2040 geen nieuwe asbestslachtoffers. De activiteiten richten zich op verbeteren van luchtkwaliteit, terugbrengen van emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar lucht, afvalwater, bodem en afval, asbestverwijdering en geluidhinder, scharen wij in dit MJP onder gezondheidsrelevant.
39 van 75
INHOUD
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
DUURZAAMHEID Duurzaamheid is een belangrijke maatschappelijke opgave die alle participanten onderschrijven. In 2050 moeten we CO2 neutraal zijn. Sommige participanten willen dit al eerder bereiken. Onderwerpen die binnen dit beleidsdoel vallen, zijn energietransitie, energiebesparing en circulaire economie. Op gebied van circulaire economie kent het Rijk daarnaast een beleidsdoel dat we in 2050 volledig draaien op herbruikbare grondstoffen. Deze ontwikkelingen bieden kansen voor duurzaamheid maar leveren in sommige gevallen ook extra veiligheidsrisico’s of kans op overlast op.
In 2022 is beoordeeld of de eerder vastgestelde focuspunten nog voldoende aansluiten bij de actuele beleidsopgaven. In de beoordeling hebben wij de maatschappelijke ontwikkelingen, monitoring van resultaten van de uitvoering, de nieuwe college-akkoorden van gemeenten en de beleidsnota van de provincie meegenomen. Op basis hiervan zijn bijstellingen opgenomen in de (aanpak) van de focuspunten. RISICOANALYSE De risicoanalyse is uitgevoerd door een groot aantal inhoudelijk experts, vanuit de verschillende hoofdprocessen. De resultaten van de risicobeoordeling hebben wij meegenomen in de uiteindelijk afweging tot het komen van focuspunten. Het resultaat is richtinggevend en niet leidend voor het eindresultaat.
De risico-analyse moet inzicht geven in de gevolgen voor de fysieke leefomgeving bij overtreding van voorschriften en in de kansen dat deze overtredingen zullen plaatsvinden. De analyse leidt tot een gekwantificeerd risico op basis waarvan verantwoorde keuzes gemaakt kunnen worden in de prioritering.
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
4
EFFECTIEF TOEZICHT
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
Het wegen van risico’s vindt primair plaats aan de hand van twee criteria: de kans en het effect. Het toetsingskader voor het beoordelen van risico’s bevat daarom twee vragen die voor elk te prioriteren onderwerp moeten zijn beantwoord: 1 Wat is het ingeschatte potentiële effect van een eventueel “schadegeval” op het moment dat het zich voor doet? 2 Hoeveel situaties vinden er plaats waarin het risico op schade ontstaat (de kans)? Bij het inschatten van de effecten is gekeken naar het effect op veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. De inschattingen op die vier aspecten zijn voor drie verschillende gebiedssoorten, gemaakt te weten; de landelijke omgeving, de woonomgeving en de industriële omgeving. Hiermee doen wij recht aan de verschillende karakteristieken van de gebieden van de verschillende participanten. INSCHATTEN BESTUURLIJKE PRIORITEIT Naast de risicobeoordeling willen we ook de bestuurlijke prioriteit en de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de verschillende onderwerpen meewegen bij de keuze van de focuspunten. De bestuurlijke prioriteit is ingeschat op basis van het inzicht van de DCMR-experts en vervolgens bijgesteld na een uitvraag bij de ambtelijke vertegenwoordiging van de participanten.
PRIORITERING EN SELECTIE FOCUSPUNTEN Op basis van de combinatie van risicoscores en de score op bestuurlijke relevantie hebben wij een keuze gemaakt voor de focuspunten en beleidsopgaves vanaf 2020.
6
BUDGETTEREN
7
KWALITEITSBORGING
8
BIJLAGEN
FOCUSPUNTEN MJP
FOCUSPUNTEN EN BELEIDSOPGAVES De volgende criteria zijn aangehouden voor selectie van de focuspunten die zijn opgenomen in dit plan: • De aanpak van de geselecteerde focuspunten draagt in belangrijke mate bij aan één of meer van de genoemde beleidsopgaves: veiligheid, gezondheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ondermijning. De focuspunten sluiten daarmee aan op de beleidsprioriteiten van de participanten. • Aandacht is nodig vanwege: o De grootte van de risico’s o Bestuurlijke relevantie o Ontwikkelingen in wet- en regelgeving of andere maatschappelijke ontwikkelingen.
In deze bijlage staan de twaalf geselecteerde focuspunten, met een korte omschrijving waar wij ons de komende vier jaar extra op gaan richten, welke aanpak we hierbij volgen en wat we uiteindelijk willen bereiken. Bij de uitvoering bezien wij de focuspunten waar nodig in samenhang. Gekeken wordt naar een brede inzet van instrumenten vanuit de verschillende hoofdprocessen. Hierbij betrekken wij ketenpartners. Onderwerpen die niet specifiek een focuspunt zijn, blijven uiteraard ook onze aandacht houden. Voor deze onderwerpen geldt dat de reguliere taakuitvoering voldoende is om de risico’s te beheersen. Jaarlijks bekijken we, naar aanleiding van actuele ontwikkelingen, of herijking nodig is. De frequentie en aard van inspecties en het actualiseren en beoordelen van vergunningen, vinden plaats binnen bestaande wettelijke kaders, landelijke afspraken, afspraken met de participanten en de Nota VTH.
40 van 75
INHOUD
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
In onderstaande tabel is aangegeven hoe de geselecteerde focuspunten bijdragen aan de genoemde beleidsopgaves. FOCUSPUNTEN EN HOOFDPROCESSEN DCMR Op basis van de gekozen aanpak leiden de focuspunten tot activiteiten in één of meerdere van onze hoofdprocessen. Deze hoofdprocessen zijn toezicht en handhaving, vergunningverlening, advisering of ruimtelijke advisering. Hierbij gaan we uit van een integrale aanpak. De diverse disciplines delen informatie, werken met elkaar samen en stemmen werkzaamheden op elkaar af.
Dit geldt voor de individuele focuspunten, maar zeker ook daar waar er raakvlakken zijn tussen verschillende focuspunten of tussen focuspunten en reguliere taken. Daar waar focuspunten raakvlakken hebben qua scope, doel of effect wordt dit benoemd in de paragrafen: ‘Verbinding
FOCUSPUNTEN
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
tussen focuspunten’. Uiteraard zijn er ook verbindingen tussen focuspunten en reguliere taken. Daar waar een dergelijke verbinding het logisch maakt om in de uitvoering focuspunten en reguliere taken te koppelen (werk-met-werk maken), wordt dit opgenomen in de werkplannen, dan wel brancheplannen. Onderstaande inhoudelijke veranderingen die voortvloeien uit de Omgevingswet is voor een aantal van de focuspunten relevant: • Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regelt sommige activiteiten niet meer op rijksniveau. De regels voor deze activiteiten komen in het omgevingsplan te staan. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de horecasector. De onderbouwing daarbij is dat de problematiek bij deze sectoren vooral lokaal is. Daarom is besloten om de gemeenten verantwoordelijk te maken voor deze regels.
BELEIDSOPGAVES Veiligheid
4
EFFECTIEF TOEZICHT
FOCUSPUNTEN Ondermijning
Gezondheid
Leefbaarheid
Duurzaamheid
6
BUDGETTEREN
Procesveiligheid
Incidenten
Incidenten
Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen
Ondermijning
Ondermijning
Geurhinder
Geurhinder
Geluidhinder
Geluidhinder
Zeer zorgwekkende stoffen
Zeer zorgwekkende stoffen
Fijnstof en stikstof
Fijnstof en stikstof
Bodemverontreiniging
Bodemverontreiniging
Energiebesparing
Energiebesparing
Energietransitie
Energietransitie
Circulaire economie
Circulaire economie
8
BIJLAGEN
• Voor heel veel bedrijven zijn de geluidsregels straks niet meer opgenomen in rijksregels maar komen in het omgevingsplan te staan. • Bij onderwerpen die nog wel op rijksniveau worden geregeld is het detailniveau minder en wordt er soms vanuit gegaan dat deze onderwerpen met algemene en specifieke zorgplichtbepalingen kunnen worden gereguleerd. Dit heeft consequenties voor de manier waarop het houden van toezicht wordt uitgevoerd. • De verantwoordelijkheid voor de taken op het gebied van bodemsanering gaan van de provincie naar de gemeenten.
HOOFDPROCESSEN Vergunningverlening
Procesveiligheid
7
KWALITEITSBORGING
Toezicht en handhaving Advisering/ beleid
Ruimtelijke Advisering
41 van 75
INHOUD
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
4
EFFECTIEF TOEZICHT
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
6
BUDGETTEREN
7
KWALITEITSBORGING
8
BIJLAGEN
BIJLAGE 1.1 PROCESVEILIGHEID IN DE INDUSTRIE INLEIDING
Voor de procesveiligheid is het van belang dat we naast ”ontwerp en techniek” ook kijken naar de operationele veiligheid. Het gaat hierbij om het juist bedienen en opereren van installaties. Naast instrumentele veiligheid heeft ook de veiligheidscultuur een belangrijke rol. Wij kijken de komende jaren ook naar de procesveiligheid bij nieuwe energiedragers en het testen van scenario’s in de praktijk. Procesveiligheid is niet volledig in voorschriften en normen te beschrijven. Wel kunnen we een continue inspanning van het bedrijf verlangen, waardoor het uitgedaagd wordt continu te verbeteren. Aandacht voor operationele veiligheid draagt bij aan het voorkomen van incidenten en de gevolgen hiervan.
BELEIDSOPGAVE Veiligheid GEBIEDSSOORT Bedrijven waarvoor operationele veiligheid een relevant issue is, bevinden zich voornamelijk in het industriële gebied. Gezien de potentieel grote effecten, reikt het veiligheidsrisico tot in de woonomgeving (veelal stedelijk, mogelijk ook landelijk). SCOPE Dit focuspunt draait om het veilig opereren van (risicovolle) installaties en de veilige toepassing van nieuwe energiedragers. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn: veiligheidscultuur, alarmmanagement, cybersecurity, procesbesturing, kritische instrumentatie en andere operationele aspecten. De hoofdprocessen die relevant zijn
voor de aanpak van dit focuspunt zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving en ruimtelijk adviseren/beleid. Relevante branches zijn onder meer chemie, tank op- en overslag en raffinaderijen. DOELSTELLING Wij willen dat bedrijven komen tot verbetering van hun veiligheidsprestaties om het aantal incidenten met een operationele oorzaak te verminderen.
AANPAK, ACTIVITEITEN EN PRIORITEITEN
VERGUNNINGVERLENING: Wij onderzoeken of we door voorschriften op te stellen de invulling van cybersecurity bij bedrijven verder kunnen concretiseren. TOEZICHT EN HANDHAVING Wij informeren, controleren en handhaven met extra aandacht voor procesveiligheid. Dit zorgt voor verbetering van de procesveiligheid zoals alarmmanagement, procesbesturing, kritische instrumentatie en andere operationele aspecten, mede voor de procesveiligheid van nieuwe energiedragers. Wij houden toezicht op het testen van scenario’s in de praktijk.
We adviseren over de veilige ruimtelijke inpassing van nieuwe energiedragers. INDICATOREN • Aantal overtredingen op het thema veiligheid. • Resultaten van cultuurmetingen. • Benchmark op cybersecurity. • Ervaringen van ondernemingen over de veiligheidscultuur. • Aantal veiligheidsadviezen in ruimtelijke plannen over nieuwe energiedragers. VERBINDING ANDERE FOCUSPUNTEN Dit focuspunt heeft een binding met het focuspunt ‘Beperken van de gevolgen van incidenten’. Die verbinding zit in het feit dat een vergroting van de Procesveiligheid in de industrie een bijdrage levert aan het voorkomen van het ontstaan van incidenten. Daarnaast kan er raakvlak ontstaan met het focuspunt Energietransitie, waar nieuwe brandstoffen gestimuleerd worden. Deze moeten uiteindelijk ook opgeslagen worden.
Terug naar tekst
ADVISEREN/BELEID Met communicatie, kennisdeling en informatie stimuleren we bedrijven om continu bezig zijn met het verbeteren van hun veiligheidscultuur. Dat beïnvloedt de houding en het gedrag van medewerkers op een positieve manier. Uitvoeren van een vijfjaarlijkse veiligheidscultuurbeoordeling per bedrijf en een cultuurmeting ter vergelijking tussen bedrijven.
42 van 75
INHOUD
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
4
EFFECTIEF TOEZICHT
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
6
BUDGETTEREN
7
KWALITEITSBORGING
8
BIJLAGEN
BIJLAGE 1.2 BEPERKEN VAN DE GEVOLGEN VAN INCIDENTEN INLEIDING
De overheid beoordeelt met risicostudies (QRA en HAZOP) of een bedrijf zich op een locatie kan vestigen. Het gaat dan over bedrijven die onder de Sevesorichtlijn vallen (eerder Bevi). In de risicostudies staan kritische veiligheidsvoorzieningen die bepalend zijn voor beperking van de omvang van een incident of de kans dat een incident kan voorkomen. Verder vindt er onderzoek plaats naar de omgeving: of er gevoelige objecten liggen binnen het risico-, invloeds-, of aandachtsgebied van het bedrijf. In de vergunning dienen de kritische veiligheidsvoorzieningen te staan. Deze moeten voldoen aan de beste beschikbare techniek. Wanneer bedrijven niet aan die eisen voldoen, ontstaan er vermijdbare veiligheids- en milieurisico’s. Tijdens inspecties is onderzoek nodig of een bedrijf nog steeds aan de uitgangspunten van de risicostudies voldoet. Daarnaast is het van belang dat bedrijven leren van incidenten en ze steeds opnieuw de juiste voorzorgsmaatregelen nemen om incidenten te voorkomen en gevolgen te beperken. De komende jaren kijken wij ook naar de gevolgen van incidenten bij nieuwe energiedragers (zoals waterstof, ammoniak en Lithiumbatterijen).
BELEIDSOPGAVE Veiligheid GEBIEDSSOORT De combinatie van de aanwezigheid van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of risicovolle installaties in een relatief dicht bewoond gebied, komt voornamelijk voor in de gebieden industrie (bron) en stedelijk (effect).
SCOPE Dit focuspunt omvat het voorkomen van incidenten en het beperken van de gevolgen van een incident bij Seveso/ Bevi-bedrijven. Relevante hoofdprocessen in de aanpak zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving en ruimtelijke advisering. DOELSTELLINGEN Wij willen zware ongevallen zoveel mogelijk voorkomen en de gevolgen daarvan voor de menselijke gezondheid en het milieu zoveel mogelijk beperken. Incidentinformatie voor Seveso/Bevi-bedrijven is op een toegankelijke en goed ontsluitbare wijze vastgelegd en die informatie wordt benut om te leren van incidenten.
AANPAK, ACTIVITEITEN EN PRIORITEITEN
VERGUNNINGVERLENING: Het actueel maken en houden van de vergunningen van risicovolle bedrijven (Seveso/Bevi) aan de hand van actuele risicostudies. Hiertoe behoort ook de optie om financiële zekerheid als vereiste toe te voegen.
Bij de actualisatietoets besteden we expliciet aandacht aan de huidige vergunning: is deze passend en zijn er mogelijk veiliger alternatieven op basis van actuele risicostudies. TOEZICHT EN HANDHAVING Tijdens controles onderzoeken we of een bedrijf nog steeds aan de uitgangspunten van de risicostudies voldoet. Wij onderzoeken en analyseren incidenten bij bedrijven binnen en mogelijk buiten de regio. De hierbij gevonden trends, de resultaten en analyse gebruiken wij als input voor het risicogericht toezicht op bedrijven.
We brengen het databeheer van incidenteninformatie op orde voor Seveso/Bevi-bedrijven (compleet, overzichtelijk). Door communicatie en kennisdeling stimuleren we bedrijven om te leren van incidenten en om nieuwe incidenten te voorkomen. RUIMTELIJKE ADVISERING Bij vestiging, uitbreiding of gebiedsontwikkeling toetsen we de QRA en risicokaart. INDICATOREN • Aantal incidenten (ongevallen) bij Bevi-bedrijven. • Percentages inspecties waarbij de QRA niet op orde was. • Aantal gewijzigde vergunningen op kritische veiligheidsvoorzieningen. • Aantal Bevi-bedrijven waar kennisdeling- of overdracht heeft plaatsgevonden. • Aanwezigheid van goed ontsloten, complete en overzichtelijke incidenteninformatie. VERBINDING ANDERE FOCUSPUNTEN Dit focuspunt heeft een binding met het focuspunt: ‘Procesveiligheid in de industrie’. Die verbinding zit in het feit dat het beperken van de gevolgen van een incident uit twee dimensies bestaat: het voorkomen van het ontstaan van een incident en het beperken van de gevolgen van een incident als het heeft plaatsgevonden. Dit focuspunt gaat meer in op de tweede dimensie. Het focuspunt Procesveiligheid in de industrie gaat vooral in op de eerste dimensie.
Terug naar tekst
43 van 75
INHOUD
VOORWOORD EN SAMENVATTING
1
INLEIDING
2
MEERJARENPROGRAMMA
3
DOORTASTEND VERGUNNEN
4
EFFECTIEF TOEZICHT
5
CONSEQUENTE, VOORTVARENDE EN INNOVATIEVE HANDHAVING
6
BUDGETTEREN
7
KWALITEITSBORGING
8
BIJLAGEN
BIJLAGE 1.3 VEILIG OPSLAAN EN OMGAAN MET GEVAARLIJKE STOFFEN INLEIDING
Opslag van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Om die risico’s zoveel mogelijk te beperken, moeten bedrijven maatregelen nemen. Deze maatregelen staan in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (verder PGS). PGSrichtlijnen bevatten doelen die de risico’s beheersen en de negatieve effecten voor mens en milieu beperken. Op dit moment worden veel PGS-reeksen geactualiseerd. Het is belangrijk dat wij zorgen dat bedrijven de meest actuele PGS’en toepassen bij de opslag van gevaarlijke stoffen. Dit verkleint het restrisico voor de omgeving. Met name relevant binnen dit focuspunt zijn de PGS 15, 29 en 31. Ook de opslag van lithiumhoudende energiedragers (PGS 37 is in ontwikkeling) behoort daartoe.
BELEIDSOPGAVE Veiligheid en gezondheid GEBIEDSSOORT Het gaat om bedrijven in industrieel gebied. De risico’s kunnen effect hebben op een veilige en gezonde leefomgeving. Het veiligheidsrisico kan reiken tot in de woonomgeving (veelal stedelijk, mogelijk ook landelijk). SCOPE Alle bedrijven waar opslag en activiteiten plaatsvinden met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen en die vallen binnen het werkingsgebied van de PGS 15, 29, 31 en 37. Relevante hoofdprocessen binnen de aanpak zijn vergunningverlening en toezicht en handhaving.
DOELSTELLINGEN • Het aantal overtredingen met gevaarlijke stoffen per jaar vertoont een dalende trend. • Het aantal incidenten met gevaarlijke stoffen per jaar heeft een dalende trend. • Minimaal 75 procent van de vergunningen is geactualiseerd op basis van de PGS 15, 29,31 en 37. • Minimaal 75 procent van de uitgevoerde controles bij PGS-bedrijven hebben PGS als aandachtspunt.
AANPAK, ACTIVITEITEN EN PRIORITEITEN
Voor PGS 31 sluiten we aan bij de landelijke afspraken. VERGUNNINGVERLENING Wij passen vergunningen van bedrijven aan zodat de meest actuele PGS 15, 29, 31 en 37 van toepassing is op hun opslagactiviteiten met gevaarlijke stoffen. TOEZICHT EN HANDHAVING Wij houden expliciet toezicht op de naleving van de PGS’en en treden handhavend op als de bedrijven zich niet houden aan de gestelde eisen. INDICATOREN • Aantal en aard incidenten met gevaarlijke stoffen. • Aantal bedrijven met een geactualiseerde vergunning (ten opzichte van het aantal PGS-bedrijven met verouderde voorschriften). • Aantal controles bij bedrijven met PGS’en als aandachtspunt. • Aantal overtredingen omtrent PGS’en.
Terug naar tekst
44 van 75