CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

39. 766829 Raadsvoorstel zienswijze op de concept begroting 2024 BAR-organisatie nieuwe stijl.pdf

Gemeenteraad AW 2 oktober 2023, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken16.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

18

verspreid aansluiten bij de begroting. Wanneer het toch nodig is kortlopende leningen af te sluiten, wordt de kasgeldlimiet gehanteerd als grens. KASGELDLIMIET Kasgeldlimiet Omvang lasten begroting 2024 (x € 1.000) Kasgeldlimiet in procenten van de grondslag Kasgeldlimiet in bedrag

€ €

1e kwartaal A

33.594 (o.b.v. primitieve begroting) 8,20% 2.755 bedragen x 1.000 euro 2e kwartaal 3e kwartaal

4e kwartaal

Vlottende schuld maand 1 maand 2 maand 3 Gemiddelde per kwartaal

1.500 1.500 1.500 1.500

1.500 1.500 1.500 1.500

1.500 1.500 1.500 1.500

1.500 1.500 1.500 1.500

Vlottende middelen maand 1 maand 2 maand 3 Gemiddelde per kwartaal

2.000 2.000 2.000 2.000

2.000 2.000 2.000 2.000

2.000 2.000 2.000 2.000

2.000 2.000 2.000 2.000

Saldo schuld (+) of overschot (-) maand 1 maand 2 maand 3

-500 -500 -500

-500 -500 -500

-500 -500 -500

-500 -500 -500

C

Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)

-500

-500

-500

-500

D

Kasgeldlimiet

2.755

2.755

2.755

2.755

C-/-D

Ruimte onder kasgeldlimiet

3.255

3.255

3.255

3.255

B

A-/-B

 Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast.

19

Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR ruimschoots onder de renterisiconorm blijft. Dat komt omdat de leningen die de gemeenten In 2014 hadden verstrekt voor de financiering van de materiële vaste activa in 2023 zijn afgelost. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD

Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

2024 0 0 0 0 0

Renterisiconorm 4a. Totaal lasten begroting 2024 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

33.594 20,0% 6.719

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

6.719 n.v.t.

bedragen x € 1.000 2025 2026 2027

0 0

0 0

0 0

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Omdat de reguliere exploitatiekosten gefinancierd worden door de bijdragen van de deelnemende gemeenten heeft onze GR BAR in principe geen geldleningen nodig anders dan voor de aanschaf of vervanging van bedrijfsmiddelen met een meerjarig nut (investeringen). In het geval dat een liquiditeitstekort niet intern kan worden opgevangen, wordt beoordeeld of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende leningen waarbij de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden betrokken. Langlopende leningen In 2014 is er per gemeente een lening verstrekt aan de GR BAR voor de financiering van de materiële vaste activa welke bij de oprichting zijn overgedragen van de gemeenten aan de GR BAR. Eind 22023 zijn deze leningen afgelost.

20

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplicht voorgeschreven) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

memorie memorie memorie memorie memorie memorie

Alle bedragen staan op memorie. De langlopende geldleningen zijn in 2023 afgelost. Of er in 2024 kortlopende geldelingen moeten worden afgesloten is op dit moment niet bekend.

2.3

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

De eigen activa van de BAR-organisatie betreffen de bedrijfsvoering en bestaan uit investeringen voor Informatisering & Automatisering en Facilitair. In deze begroting zijn de benodigde vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie de Bijlage Investeringen). Normaal gesproken worden ook de investeringen voortvloeiende uit nieuw beleid opgenomen. Maar omdat deze begroting 2024 vanwege de ontvlechting van onze BAR-organisatie beleidsarm is, is dat deze keer niet gebeurd. Alleen de onvermijdelijke vervangingsinvesteringen zijn meegenomen. In de begroting 2024 is € 1.500.000 aan kapitaallasten opgenomen. Meerjarige dekking van de investeringen vindt in principe plaats binnen de vrijval van bestaande kapitaallasten. I&A investeringen Bij de software investeringen 2024 kan het volgende worden vermeld:  Wet & Regelgeving In toenemende mate komt er wet- en regelgeving op het gebied van digitalisering, zowel nationaal als Europees. Ook de Wet Open Overheid vereist investeringen in het kader van informatiehuishouding op orde. Het implementeren vereist nieuwe software en/of aanpassingen in bestaande applicaties.  eDepot In 2024 zullen stappen worden gezet richting een eDepot. Dit volgt uit de Archiefwet. In de 1e Tussenrapportage 2024 zal om het bijbehorende budget worden gevraagd.

 Digitalisering in brede zin Hoewel gezien de huidige reorganisatie het ambitieniveau beperkt zal moeten zijn, is verdergaande digitalisering niet tegen te houden. Naar verwachting zullen hieruit investeringen volgen.  Ontvlechting De ontvlechting van de BAR-organisatie zal in 2023 niet zijn afgerond. Ook in 2024 zullen nog applicaties gescheiden en ontvlecht moeten worden, mogelijk leidend tot investeringen in nieuwe licenties.

21

 Centric Per 1 januari 2022 is ons contract met Centric aangepast met als doel lagere jaarlijkse kosten. Dit heeft wel tot gevolg dat nieuwe versies van Centric-producten vanuit het investeringsbudget betaald moeten worden. Dit zal naar verwachting significant impact hebben op dit budget, in 2024 en ook de jaren daarna.  Cloud & SaaS In toenemende mate kopen we geen software meer die we zelf installeren op onze systemen, maar nemen we softwarediensten uit de cloud of als SaaS (Software as a Service) af. Dit wordt ook afgedwongen door leveranciers die uitsluitend nog SaaS oplossingen aanbieden. Naar verwachting zullen in 2024 de nodige applicaties worden verplaatst van in-huis naar SaaS-diensten.  Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG. Het doel is een open, transparante en digitaal veilige overheid die haar dienstverlening flexibeler kan inrichten en verbeteren. Ook onze organisatie zal hierin mee moeten.  Vervanging en aanbestedingen Van verschillende softwareproducten en -diensten loopt in 2024 het contract af. Onder andere voor de software voor informatie-architectuur en procesbeschrijvingen. Dit zal leiden tot vervanging en/of aanbestedingstrajecten.

2.4

Paragraaf Bedrijfsvoering

Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (op grond van het BBV) waarin ten minste inzicht moet worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Maar omdat de BAR-organisatie nieuwe stijl alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in het programmaplan van deze begroting en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig.

2.5

Openbaarheidsparagraaf

De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf geeft hier invulling aan voor de begroting 2024. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. de verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Het kabinet heeft in de meicirculaire gemeentefonds 2021 zowel incidenteel als structureel budget opgenomen voor de implementatie van de Woo. Ook voor 2024 is budget beschikbaar gesteld. Woo-contactfunctionaris en Passieve openbaarmaking Dit betreft lopende zaken waar in 2024 geen structurele veranderingen of investeringen te verwachten zijn. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om 11 benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze verplichting zal niet voor alle 11 categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum - deze wordt bij

22

Koninklijke Besluiten per informatiecategorie genomen - is nog geen zekerheid tijdens het schrijven van deze openbaarheidsparagraaf. De verwachting is dat een enkele van de informatiecategorieën in 2024 gepubliceerd zullen moeten worden. Dit zal investeringen vereisen in software en aanpassingen in werkwijzen en daarmee opleiding en training. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar - vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. In de Archiefregeling wordt uiteengezet wat een overheidsorgaan moet doen om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te houden. De Woo gaat nog een stapje verder. In de Woo staat dat er een meerjarenplan moet worden opgesteld om de digitale informatiehuishouding op orde te brengen. De VNG heeft een meerjarenplan voor gemeenten opgeleverd. Dit meerjarenplan gaat in op de Woo, verplichtingen die vanuit wet- en regelgeving gelden voor gemeenten, de activiteiten van de VNG op het gebied van informatievoorziening op orde en informatie over financiering, planning en governance. Dit plan bevat onder andere een opsomming van eisen die van belang zijn om aan de wet te voldoen, maar geen actieplan. Een dergelijk actieplan hebben wij zelf opgesteld. De uitvoering van de acties in dit plan zal de komende jaren plaatsvinden volgens onderstaande fasering.

De VNG heeft in december 2022 een document uitgebracht “Woo wat moeten we NU”. Daarin worden 7 aandachtspunten benoemd. Wij hanteren deze punten als leidraad voor de prioritering in de komende jaren. 1. Iedere gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-depotvoorziening: in 2024 is dit één van onze speerpunten. 2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd: dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Op dit gebied zijn we ook nu al actief, in 2024 loopt dit door. 3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering. In 2024 gaan we ons verdiepen in de Capstone methodiek, een methode voor het archiveren van e-mails van ‘sleutelfiguren’. 4. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten. In 2024 zullen we werken aan implementatie van beleid dat in 2023 wordt opgesteld. 5. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Een informatiebeheerplan is een levend document. Wij hebben een informatiebeheerplan en zullen dit ook in 2024 blijven uitvoeren en bijwerken. 6. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling.

We hebben een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer en zullen dit ook in 2024 blijven uitbreiden. 7. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld. Wij hebben het metagegevensschema vastgelegd en zullen dit in 2024 door blijven ontwikkelen om te voldoen aan dan geldende standaarden en ontwikkelingen.

23

Financiële begroting

24

3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1

Cijfers begroting

Normaal gesproken is de basis voor een nieuwe begroting de meerjarenraming van de begroting van het voorgaande jaar. Maar dat was deze keer niet mogelijk door het besluit om met ingang van 1 januari 2024 beleid en uitvoering terug te laten gaan naar de gemeenten en de BAR-organisatie verder te laten gaan in een nieuwe, afgeslankte vorm met daarin de bedrijfsvoeringstaken, met uitzondering van gemeentelijke communicatie.

Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten)

Begroting 2024 Noodzakelijke Begroting 2024 Bestaand beleid budgetwijzigingen 21.941.500

541.500

-Administratie sociaal domein (incidenteel)

100.000

-3 fte applicatiebeheer

241.500

-Voorziening verlofsparen en RVU

Opleidingen

200.000

355.200

- verhoging % van 1,5% naar 2%

Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark/ gereedschap/ machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

104.000

459.200

104.000

1.253.200 0 3.487.200 0 3.500 4.567.400

0 0 0 0 0 785.500

-Inflatie

261.300

-extra ondersteuning opbouw gem. org.

500.000

-10% opslag overhead op vaste formatie

24.200

TOTAAL SALDO (excl. bijdragen gemeenten)

22.483.000

31.608.000

1.431.000

1.253.200 0 3.487.200 0 3.500 5.352.900

33.039.000

Bij het opstellen van deze begroting 2024 voor de BAR-organisatie nieuwe stijl is als volgt te werk gegaan.  Begrotingswijziging opheffen / ontvlechten huidige GR BAR Als eerste is een begrotingswijziging opgesteld waarin per 1 januari 2024 alle budgetten 2024 van de huidige GR BAR worden afgeraamd naar 0 en de gemeenten hun gemeentelijke bijdragen volledig terugkrijgen. 

Ramen BAR-organisatie 2024 Vervolgens is deze begroting 2024 BAR-organisatie nieuwe stijl opgesteld. Net als bij de huidige GR BAR worden de gemeenten om een bijdrage gevraagd voor de BARorganisatie. De gemeentelijke bijdragen voor de BAR-organisatie worden berekend op basis van inwoneraantallen.

Begroting bestaand beleid De begroting 2024 van de BAR-organisatie bestaat in eerste instantie uit de bedrijfsvoeringbudgetten zoals die waren opgenomen in de begroting van de huidige GR

25

BAR. Concreet betreft dit de budgetten voor de afdelingen Control, Facilitair, Financiën met uitzondering van de Planning & Controltaken, HRM, Informatie & Automatisering, Inkoop, Juridische Zaken en de administratie van het Sociaal Domein. Dat is het startpunt voor de BAR-organisatie nieuwe stijl. Vervolgens zijn de ramingen voor de loonkosten aangepast aan de door de colleges en het bestuur van de GR BAR vastgestelde “Organisatie & Formatieplan BAR nieuwe stijl”. Voor de bedragen is uitgegaan van: formatie x werkgeverslasten, maximum schaal x 98,5%. Tot en met 2023 werden de salarislasten begroot op werkelijke lasten. Omdat de plaatsing van de medewerkers nog niet afgerond is ten tijde van het opstellen van de begroting is dit nu niet mogelijk. Daarom is voor deze begroting aansluiting gezocht bij ervaringscijfers en zijn we uitgekomen op 98,5% van het maximum van de schaal. Hiermee zitten we gemiddeld tussen trede 10 en trede 11. Mocht na de plaatsing van de medewerkers blijken dat er een grote afwijking is ten opzichte van de werkelijke lasten dan kunnen we een wijziging doorvoeren in de 1e Tussenrapportage 2024. 

Noodzakelijke budgetwijzigingen 2024 Daarna zijn de volgende budgettaire aanpassingen gedaan: 1. Inflatie 2024 - € 261.300, structureel Voor de inflatie voor 2024 is uitgegaan van 3,2%. Het inflatiecijfer is zoals altijd gebaseerd op het (jaarlijks verschijnende) Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Plan Bureau (CPB) van 9 maart 2023. 2. Opleidingen - € 104.000, structureel De opleidingskosten zijn begroot op 2% van de loonsom. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke norm en het percentage dat de drie gemeenten hanteren. Tot nu toe was dat 1,5%. Dit is dus verhoogd met 0,5%. 3. Noodzakelijke extra formatie * Administratie Sociaal Domein - € 100.000, incidenteel Het team Administratie Zorg van het sociaal domein kampt met een aantal langdurig zieken. Om de continuïteit van de dienstverlening zoveel mogelijk op peil te houden worden mensen (1,5 fte) ingehuurd ter vervanging. Deze inhuur gebeurt nu boven formatief. Omdat de kans op herstel uitermate klein zo niet nihil is, dient deze vervanging tenminste voor de eerste helft van 2024 door te lopen ter voorkoming dat de dienstverlening onder druk komt te staan. In de begroting ramen we hiervoor € 100.000 (6 maanden 1,5 fte) omdat deze ruimte er in de begroting van de GR BAR niet is. Na deze termijn verloopt de 2-jaar-ziekte-periode en kunnen we dit vanuit reguliere middelen oplossen.

Zonder deze extra inhuur is in 2024 de dienstverlening vanuit de administraties sociaal domein niet te garanderen. * Applicatiebeheer (3 fte) als gevolg van de ontvlechting - € 265.700, structureel (inclusief 10% opslag overhead) Adequaat applicatiebeheer is onontbeerlijk om als vier organisaties te kunnen blijven werken. Als gevolg van de ontvlechting komt het basisbeheer in de knel. De huidige formatie is niet toereikend om het beheer op een afdoende wijze te kunnen continueren.

26

Het is noodzakelijk om 3 fte toe te voegen vanwege de extra werkzaamheden die ontstaan na de ontvlechting. Een deel van het technisch beheer moet per gemeentelijk platform worden uitgevoerd. Dat is een feitelijke taakverzwaring als gevolg van de ontvlechting. Deze investering in personeel is essentieel om de nieuwe situatie succesvol te kunnen beheren. En is ook noodzakelijk in het kader van informatieveiligheid. 4. Voorziening verlofsparen en voorziening Regeling Vervroegd Uittreden. - € 200.000, structureel Er is structureel € 200.000 opgenomen voor de voorziening verlofsparen en de voorziening Regeling Vervroegd Uittreden. De voorziening verlofsparen is gevormd voor de in de cao-gemeenten 2021-2022 geboden mogelijkheid aan de medewerkers om vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren te sparen. De voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) is gevormd voor de per 1 januari 2021 in werking getreden wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen”. Gedurende de jaren 2021 tot en met 2025 kan de werkgever aan werknemers, die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en die niet in staat zijn gezond werkend de AOW-leeftijd te bereiken, de mogelijkheid bieden eerder te stoppen met werken. In het jaar 2022 is aan deze voorzieningen een bedrag van € 889.500 toegevoegd voor de gehele BAR-organisatie.

De omvang van de BAR-organisatie nieuwe stijl is ongeveer 25% van het totaal. 5. Budget extra ondersteuning bij opbouw gemeentelijke organisaties - € 500.000, incidenteel De organisatie is nieuw en het ondersteunen van drie afzonderlijke gemeentelijke organisaties is nieuw. Waarbij de verwachting is dat zeker in 2024 en in 2025 de drie gemeentelijke organisaties extra zullen leunen op de BAR-organisatie nieuwe stijl om hen te ondersteunen bij de opbouw van de eigen gemeentelijke organisaties. Het kunnen bieden van deze extra ondersteuning in de eerste twee jaar vraagt om flexibiliteit en daadkracht. Wij achten het daarom noodzakelijk om incidenteel een bedrag van € 500.000 beschikbaar te hebben waarmee we de komende 2 jaar snel kunnen schakelen op de extra ondersteuningsbehoefte van de drie gemeenten. Dit voorstel vermindert ook de bestuurlijke en administratieve drukte. Waarbij we ons zowel naar het DB als naar de gemeenten periodiek verantwoorden over de eventuele inzet van dit tijdelijke budget. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld door Barendrecht en Ridderkerk (beide 50%) en wordt gestort in een reserve. Indien dit budget niet volledig wordt benut dan zal dit worden teruggegeven aan de 2 gemeenten. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de volgende extra behoeften vanuit de gemeenten waarin in de basisformatie van de BAR-organisatie nieuwe stijl niet is voorzien. o

Veelheid aan vacatures De verwachting is dat de drie gemeentelijke organisaties te maken krijgen met tientallen vacatures. Voor de continuïteit van de bedrijfsvoering is het belangrijk snel en voortvarend de werving op te pakken. Dit vraagt veel extra inzet van de BAR-organisatie. Inzet op werving en selectie, inzet op het begeleiden van de procedures en inzet bij de onboarding van al die nieuwe medewerkers.

27

o

ICT vraagstukken Alles is erop gericht om de vier nieuwe organisaties in staat te stellen om op 1 januari 2024 te kunnen laten werken. Dat vraagt om forse aanpassingen in de ICT-infrastructuur en het applicatielandschap. Maar op 1 januari zijn we er nog niet. Ook in 2024 en 2025 is extra inzet nodig om knelpunten op te lossen en technische vraagstukken op te pakken. Het is daarbij belangrijk om snel te kunnen schakelen om de continuïteit van de dienstverlening van de gemeenten te kunnen blijven garanderen.

o

Datagedreven werken De - realistische - verwachting is dat er meer lokaalgebonden vragen komen om dashboards en rapportages. Waar nu veelal sprake is van één integraal dashboard voor bepaalde thema’s, zullen dit er straks twee of drie worden.

o

Overige thema’s Naast de bovengenoemde heel duidelijk te identificeren thema’s is de verwachting, dat er nog meer extra inzet nodig is op het gebied van inkopen en aanbesteden, op het gebied van contractbeheer, mogelijke facilitaire vraagstukken in de gemeentehuizen en behoefte aan tijdelijke extra ondersteuning op het gebied van financiën en control.

Om deze extra last op te vangen stellen we voor een tijdelijk budget op te nemen van € 500.000. Met dit budget kan de BAR-organisatie in de opbouwfase van de vier nieuwe organisaties, als het nodig is, snel schakelen om te voorzien in tijdelijke extra behoefte aan ondersteuning vanuit de drie gemeenten. Dat komt de uitvoering van de taken in de primaire processen en de dienstverlening van de gemeenten sterk ten goede. Deze 5 noodzakelijke budgetverhogingen tellen op tot € 1.431.000.

28

Overzicht van baten en lasten Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. Onze GR BAR heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten. Lasten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Totaal lasten

Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 2022 78.597.200 22.884.700 22.261.300 22.261.300 22.261.300 745.800 459.200 459.200 459.200 459.200 1.785.800 1.253.200 1.253.200 1.253.200 1.253.200 15.700 3.658.100 3.560.700 3.548.100 3.547.900 3.547.900 1.261.800 900 3.500 3.500 3.500 3.500 7.655.600 5.432.800 4.977.500 4.938.500 5.121.900 93.720.900 33.594.100 32.502.800 32.463.600 32.647.000

Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering

-1.450.300 -108.000 -2.436.100

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

-401.700 -73.500 -79.900

Bijdragen deelnemende gemeenten: - Barendrecht - Albrandswaard - Ridderkerk Totaal baten Totaal saldo van baten en lasten GEREALISEERD RESULTAAT

-34.466.200 -18.425.300 -36.835.000 -93.720.900 -

-13.441.300 -6.906.700 -12.691.000 -33.594.100 -

-12.715.100 -6.865.600 -12.367.000 -32.502.800 -

-12.699.500 -6.857.200 -12.351.800 -32.463.600 -

-12.772.500 -6.896.600 -12.422.800 -32.647.000 -

Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten

Jaarrekening Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 2022 77.146.900 22.483.000 21.859.600 21.859.600 21.859.600 745.800 459.200 459.200 459.200 459.200 1.785.800

1.253.200

1.253.200

1.253.200

15.700

-

-

-

-

ICT

3.550.100

3.487.200

3.474.600

3.474.400

3.474.400

Wagenpark inkl.gereedschap/machines

1.261.800

-

-

-

-

900

3.500

3.500

3.500

3.500

5.219.500

5.352.900

4.897.600

4.858.600

5.042.000

89.726.500

33.039.000

31.947.700

31.908.500

32.091.900

- Barendrecht

-34.466.200

-13.441.300

-12.715.100

-12.699.500

-12.772.500

- Albrandswaard

-18.425.300

-6.906.700

-6.865.600

-6.857.200

-6.896.600

- Ridderkerk

-36.835.000

-12.691.000

-12.367.000

-12.351.800

-12.422.800

TOTAAL BIJDRAGEN Totaal saldo van baten en lasten Reservemutaties - Stortingen - Onttrekkingen - Saldo GEREALISEERD RESULTAAT

-89.726.500

-33.039.000

-31.947.700

-31.908.500

-32.091.900

-

-

-

-

-

-

500.000 500.000 0 -

Huisvestingskosten

Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten)

1.253.200

Bijdragen deelnemende gemeenten:

memorie memorie

memorie memorie -

memorie memorie -

-

29

Gemeentelijke bijdragen De gemeenten Barendrecht en Ridderkerk storten beide een bedrag van € 250.000 in de reserve, dit is bestemd voor het op bladzijde 27 genoemde budget voor “extra ondersteuning bij opbouw gemeentelijke organisaties”. De overige lasten van de begroting van de BAR-organisatie nieuwe stijl worden over de gemeenten verdeeld naar rato van inwoneraantallen.

3.2

Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd

Net als vorige jaren hebben de volgende kaders gegolden als uitgangspunt voor het opstellen van de begroting: Ontwikkeling personele kosten De afgesloten cao’s worden gevolgd. De BAR-organisatie nieuwe stijl wordt door de gemeenten gecompenseerd voor de cao, gestegen werkgeverspremies, gestegen kosten dienstreizen en gestegen opleidingskosten. Ontwikkeling overige kosten bedrijfsvoering * Voor het te hanteren inflatiepercentage voor 2024 wordt gebruik gemaakt van prognoses van het Centraal Planbureau. De GR BAR wordt door de gemeenten gecompenseerd voor de inflatie. * Voor de meerjarenraming (2025-2027) worden constante prijzen gehanteerd. Risico's De risico’s van de BAR-organisatie nieuwe stijl worden, na aftrek van het saldo van de reserve van de GR BAR, opgenomen in de individuele risicoprofielen van de gemeenten. Verrekenen * Bij de jaarrekening:  het standaardpakket wordt volgens de afgesproken procentuele verdeelsleutel naar rato van inwoneraantallen in rekening gebracht.  de door de individuele gemeente ingebrachte budgetten worden separaat met de betreffende gemeente afgerekend.

-

-

-

-

-

* Bij aanvullende diensten: De GR BAR bespreekt dit vooraf met het desbetreffende college. Wettelijke nieuwe taken Het uitgangspunt is dat de GR BAR financieel wordt gecompenseerd door de gemeenten voor nieuwe taken die volgen uit nieuwe en gewijzigde wetgeving. Investeringen bedrijfsvoering * In de begroting wordt jaarlijks een meerjarig investeringsschema opgenomen. * De meerjarige dekking van de nieuwe kapitaallasten vindt in principe plaats binnen de vrijval van de bestaande kapitaallasten. 10% opslag voor overhead bij formatie-uitbreiding Bij een uitbreiding van de formatie wordt een gemiddeld percentage van 10% voor overhead in rekening gebracht bij de gemeenten. (dit percentage wordt in de volgende begroting opnieuw bezien) Opleidingskosten Het jaarlijkse opleidingsbudget is gefixeerd op 2% van de begrote loonkosten. Autorisatieniveau Het autorisatieniveau van de begroting van de BAR-organisatie nieuwe stijl ligt op het niveau van de totaalbedragen van de baten en lasten. Financieel toezicht door Provincie Uitgangspunt is repressief toezicht.

30

Verrekensystematiek In de Notitie Bekostiging BAR-organisatie Nieuwe Stijl 2023 zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop de gemeenten de totale kosten van de GR BAR met elkaar verrekenen. In de verrekensystematiek wordt onderscheid gemaakt tussen standaard en maatwerk diensten. De standaard diensten worden voor alle gemeenten gelijk uitgevoerd waardoor de uitvoering efficiënt kan worden ingericht en gemeenten dus besparen op hun uitvoeringskosten. Daarnaast is er de mogelijkheid voor maatwerk. Hierbij wordt de dienst volledig naar wens van de betreffende gemeente ingericht en kan een gemeente maximaal invulling geven aan haar specifieke behoefte (‘couleur locale’). Omdat dit ten koste gaat van een efficiënte uitvoering wordt deze maatwerkdienstverlening apart met de betreffende gemeente ‘afgerekend’ zodat andere gemeenten niet mee betalen aan de extra kosten van lokaal maatwerk. Het standaardpakket wordt volgens de verdeelsleutel naar rato van inwoneraantal verrekend. Voor de manier van werken van het toerekenen van maatwerk zullen nog nadere afspraken worden gemaakt. De percentages van de verdeelsleutel voor het standaard pakket worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de actuele inwoneraantallen per gemeente zoals gerapporteerd door het CBS. - Barendrecht: - Albrandswaard: - Ridderkerk:

39,80% 21,49% 38,71%

Overeengekomen is onderstaande uitgangspunten te hanteren voor de bekostiging van de BARorganisatie nieuwe stijl. 1. De gemeenten garanderen dat zij gedurende 5 jaar (minimaal tot eind 2028) de taken zoals die bij de ontvlechting zijn overeengekomen zullen afnemen van de BAR-organisatie nieuwe stijl. Deze afspraak wordt uiteindelijk opgenomen in de nog te wijzigen tekst van de gemeenschappelijke regeling. 2. Gevolgen van cao-wijzigingen worden bij de gemeenten in rekening gebracht. 3. Indexatie van de budgetten vindt plaats op basis van het Centraal Economisch Plan van het Centraal Planbureau. 4. Voor opleidingen wordt 2% van de loonsom begroot. Hiermee wordt vastgehouden aan de landelijke norm. 5. Uitbreiding van de formatie van de gemeente of langdurige inhuur op projecten leidt tot een verhoging van de bijdrage aan de GR BAR. Deze bijdrage ziet niet alleen op de kosten voor de faciliteiten van de extra medewerker(s) maar ook op de indirecte kosten. Er wordt uitgegaan van een percentage van 10%. Bij de volgende begroting wordt dit percentage herijkt. 6. Bij uitbreiding van de (wettelijke)taken van de gemeente(n) hoort een uitbreiding van de formatie van de bedrijfsvoering. In voorkomende gevallen worden hierover nadere afspraken gemaakt.

31

7. Als gevolg van de verwachte toename van maatwerk kan een grote administratieve druk ontstaan door jaarlijks af te rekenen op basis van de boekhoudkundige jaargrens (kalenderjaar) in plaats van op het moment van het einde van het project. Deze administratieve druk is ongewenst; zowel aan de zijde van de gemeente als aan de kant van de GR BAR. Maatwerkopdrachten kunnen daarom jaaroverschrijdend zijn. De verantwoording van deze jaaroverschrijdende posten vindt volledig plaats bij de GR BAR. 8. In de komende periode zullen prestatieafspraken worden opgesteld. Voor de financiën zal de reeds bestaande indicator “een meerjarig sluitende exploitatie” opnieuw worden opgenomen. Dit betekent dat de budgetafwijking in de rekening van de GR BAR ten opzichte van de begroting niet meer dan 1% mag zijn. 9. Ons bekostigingsmodel streeft ernaar bestuurlijke drukte te minimaliseren. Ook willen we onnodige administratieve lasten vermijden. Dus niet voor elke kleine vraag terug naar colleges en raden. Dit is eenvoudig op te lossen door de afspraak dat de GR BAR een reserve mag aanhouden. Daarmee wordt de GR BAR tevens intrinsiek gemotiveerd om efficiënt en zuinig te werken om zo financiële ruimte te houden en makkelijker in te kunnen spelen op incidentele risico’s en vragen vanuit de gemeenten. Het voorstel is om deze reserve 2% van de BAR-begroting te laten zijn.

Bij de begroting 2024 vindt een eerste storting plaats van € 500.000 wat is bestemd voor het op bladzijde 26 genoemde budget voor “extra ondersteuning bij opbouw gemeentelijke organisaties”. De BAR-organisatie nieuwe stijl kan zelf deze reserve aanvullen uit eventuele jaarresultaten. Een inzet van de reserve wordt verantwoord in de jaarrekening. Wij zijn ons er van bewust dat er bestuurlijke uitspraken liggen dat de huidige BARorganisatie geen reserve mag hebben. Wij constateren echter dat in de nieuwe werkelijkheid de situatie anders is. De omvang van de begroting is fiks kleiner. Alle inhoudelijke formatie zit bij de gemeenten. Met een kleinere omvang van de begroting is het complexer om risico’s op te vangen of snel in te kunnen spelen op acute gemeentelijke wensen. Die mogelijkheid ontstaat wel met een beperkte reservepositie. Waarbij we niet voor elke kleine vraag terug hoeven naar de gemeenten. En we snel en flexibel de drie gemeenten kunnen bedienen. 10. De gemeenten zijn continu in ontwikkeling en er zijn veel externe ontwikkelingen. Het is noodzakelijk dat de bedrijfsvoering mee kan ontwikkelen en innoveren. Daar zijn middelen voor nodig. Ook zijn middelen nodig om op basis van businesscases maatregelen in de bedrijfsvoering door te voeren. Zodat op termijn besparingen kunnen worden gerealiseerd of voldaan kan (blijven) worden aan de eisen van modern werkgeverschap.

We willen werken met een strategische agenda waarbij ontwikkelingen in de bedrijfsvoering kunnen komen vanuit de GR BAR en/of de gemeenten. Hiertoe wordt jaarlijks een budgetaanvraag ingediend bij de begroting. Na afstemming daarover met de individuele gemeenten. Dit kunnen maatwerkafspraken zijn passend bij de behoefte van de individuele gemeente. 11. Als blijkt dat de capaciteit onvoldoende is, dan wel de werkdruk te hoog, zullen we het gesprek met de gemeenten voeren om de dienstverleningsovereenkomst (DVO) aan te passen naar beschikbare werkcapaciteit of uitbreiding van de formatie (met bijbehorend extra budget). 12. “Kolom-4”. Medewerkers die (ten tijde van de ontvlechting per 1 januari 2024) niet geplaatst worden, blijven/komen in dienst van de BAR-organisatie nieuwe stijl. Deze medewerkers

32

worden ondergebracht in een tijdelijke 4e kolom in de organisatie. Begeleiding naar (ander) werk wordt voor hen geregeld. De kosten die hiermee verband houden kunnen niet worden begroot, maar zullen wel in rekening worden gebracht bij de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk. De gemeente Albrandswaard neemt wel deel in de rekening voor de langdurig zieke medewerkers die eveneens in de BAR-organisatie worden geplaatst.

3.3

Overzicht incidentele baten en lasten

Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten wil er sprake zijn van een structureel evenwicht. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Daarom is voorgeschreven dat in de begroting een overzicht van de incidentele baten en lasten wordt opgenomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) geeft geen scherpe definitie voor wat incidenteel en structureel is. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV staat dat bij het beoordelen of baten en lasten incidenteel of structureel zijn gekeken moet worden naar de aard van de begrotingspost, ofwel naar de soort of de eigenschap van de post. - Structurele baten en lasten zijn periodiek opgenomen in de jaarlijkse begroting, voor onbepaalde tijd en er is (nog) geen einddatum bekend. - Bij incidentele baten en lasten gaat het om eenmalige zaken, (meerjarige) projecten en subsidies die een tijdelijk karakter, c.q. een eindig doel hebben. In de Toelichting op het BBV is incidenteel omschreven als: baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar of minder voordoen. Dit kan als hulpmiddel worden gebruikt. Maar het hierboven geschetste criterium van soort of eigenschap van een begrotingspost gaat boven dit hulpmiddel.

In deze begroting zijn de volgende incidentele lasten opgenomen: 1. € 100.000: extra formatie administratie Sociaal Domein 2. € 500.000: extra ondersteuning bij opbouw gemeentelijke organisaties 3. € 400.000: ontvlechting BAR-organisatie De budgetten 1 en 2 zijn toegelicht op respectievelijk de bladzijden 26 en 27. Budget 3 betreft een budget van in totaal € 3.500.000 dat in de 1e Tussenrapportage 2023 beschikbaar is gesteld door de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk voor de verwachte kosten van de ontvlechting van de BAR-organisatie. Hiervan werd € 3.100.000 geraamd in 2023 en € 400.000 in 2024. Tegenover deze incidentele lasten staan incidentele baten in de vorm van hogere gemeentelijke bijdragen.

3.4

Beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

De BAR-organisatie nieuwe stijl mag een reserve aanhouden. Hiermee wordt efficiënt en zuinig werken gepromoot om zo financiële ruimte te houden. In de begroting vind een eerste storting van € 500.000 plaats. De reserve mag maximaal 2% van de BAR-begroting zijn.

33

3.5

Geprognosticeerde meerjarenbalans

Deze geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De indeling is hetzelfde als de balans in de rekening, maar niet zo gedetailleerd. Activa Omschrijving

1-1-2024

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

Vaste activa * Materiële activa - economisch nut * Materiële activa - maatschappelijk nut

4.951.700 4.951.700 0

4.717.900 4.717.900 0

4.457.400 4.457.400 0

4.583.100 4.583.100 0

4.025.300 4.025.300 0

Totaal activa

4.951.700

4.717.900

4.457.400

4.583.100

4.025.300

Passiva Omschrijving

1-1-2024

1-1-2025

1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

Vaste passiva * Reserves (eigen vermogen) * Voorzieningen * Langlopende schulden

351.800 0 334.400 17.400

345.300 memorie 334.400 10.900

338.700 memorie 334.400 4.300

334.400 memorie 334.400 0

334.400 memorie 334.400 0

Vlottende passiva * Kortlopende schulden

4.599.900 4.599.900

4.372.600 4.372.600

4.118.700 4.118.700

4.248.700 4.248.700

3.690.900 3.690.900

Totaal Passiva

4.951.700

4.717.900

4.457.400

4.583.100

4.025.300

3.6

EMU-saldo

Het EMU-saldo is ingevoerd door de Europese Unie om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. Het is het vorderingensaldo op transactiebasis. Is het saldo positief dan is er sprake van een vorderingenoverschot. Is het saldo negatief, dan spreekt men van een vorderingentekort. Het tekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Deze 3% geldt voor de Nederlandse overheid in haar geheel (Rijk en decentrale overheden). Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks individuele EMUreferentiewaarden. Dit betreft geen norm maar geeft een indicatie van het aandeel van een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenschappelijke regelingen hebben geen individuele referentiewaarde. Het EMU-saldo van een gemeenschappelijke regeling maakt onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende gemeenten. In het geval van onze GR BAR dus van Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk.

34

De GR BAR heeft net als gemeenten het boekhoudstelsel van baten lasten. Om tot het EMU-saldo te komen is de volgende berekening nodig: Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

0

1.728.300

1.457.800

1.457.800

1.457.800

1.457.800

-1.345.000

-1.025.000

-1.160.000

-1.060.000

-950.000

383.300

432.800

297.800

397.800

507.800

Exploitatiesaldo voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Bij: afschrijvingen ten laste van de exploitatie Af: investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd EMU-saldo

35

Bijlagen

36

Bijlage Investeringen Vanwege de ontwikkelingen rondom onze BAR-organisatie is deze keer een beleidsarme begroting opgesteld. In dat kader zijn bij dit onderdeel Investeringen alleen de onontkoombare vervangingsinvesteringen opgenomen. Investeringsplan 2024-2027

2024

2025

2026

2027

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

Audio visuele middelen

55.000

25.000

Vervanging kantoormeubilar / werkplekken

70.000

235.000

160.000

50.000

Totaal facilitair

125.000

260.000

160.000

50.000

Totaal generaal

1.025.000

1.160.000

1.060.000

950.000

Diverse hardware Totaal Automatisering Diverse software Totaal Informatie management

37

Bijlage Taakvelden Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar deze Bijlage Taakvelden gaan en in kosten van overhead die naar het hierna volgende Overzicht Overhead gaan. Taakvelden zijn 53 - in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten - voorgeschreven zorggebieden die betrekking hebben op taken en daaraan gerelateerde activiteiten. De directe kosten zijn naar de taakvelden verdeeld op basis van verdeelsleutels gebaseerd op de staat van personeelslasten en een opgave van de managers en teamleiders over de werkzaamheden die de medewerkers verrichten. De cijfers zijn indicatief. De verdeling is bewust eenvoudig gehouden. Totalen per taakveld begroting 2024

BAR Gemeenten Baten Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk 50.400 20.100 10.800 19.500 167.100 66.500 35.900 64.700 29.803.200 -543.100 11.937.200 6.094.900 11.228.000 31.900 12.700 6.900 12.300 66.900 26.600 14.400 25.900 16.800 6.700 3.600 6.500 28.500 11.300 6.200 11.000 105.300 -1.000 41.500 22.400 40.400 130.700 -1.300 51.500 27.800 50.100 55.800 22.200 12.000 21.600 911.400 362.700 195.900 352.800 73.600 29.300 15.800 28.500 73.600 29.300 15.800 28.500 605.800 241.100 130.200 234.500 42.300 16.800 9.100 16.400 42.300 16.800 9.100 16.400 42.200 16.800 9.100 16.300 42.200 16.800 9.100 16.300 28.300 11.300 6.000 11.000 28.300 11.300 6.000 11.000 28.300 11.300 6.000 11.000 28.300 11.300 6.000 11.000 28.300 11.300 6.000 11.000 28.300 11.300 6.000 11.000 33.900 13.500 7.300 13.100 23.500 9.400 5.000 9.100 81.800 -800 32.200 17.400 31.400 48.100 -600 18.900 10.200 18.400 502.000 -5.000 197.800 106.800 192.400 101.100 -1.000 39.800 21.600 38.700 343.900 -2.300 136.000 73.400 132.200 33.594.100 -555.100 13.441.300 6.906.700 12.691.000

Lasten 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.9 Vennootschapsbelasting 2.1 Verkeer, wegen en water 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.3 Inkomensregelingen 6.4 WSW en beschut werk 6.5 Arbeidsparticipatie instrumenten gericht op toeleiding naar werk 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 6.72a Jeugdhulp begeleiding 6.72b Jeugdhulp behandeling 6.72c Jeugdhulp dagbesteding 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 6.73a Pleegzorg 6.73b Gezinsgericht 6.73c Jeugdhulp met verblijf overig 6.74a Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 6.74b Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.74c Gesloten plaatsing 6.82a Jeugdbescherming 6.82b Jeugdreclassering 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie 8.3 Wonen en bouwen Totaal

38

Bijlage Overzicht Overhead Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar de Bijlage Taakvelden gaan (zie de bijlage hiervoor) en in kosten van overhead die naar dit Overzicht Overhead gaan. Overhead is gedefinieerd als: De kosten die verband houden met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit betreft de hiërarchisch leidinggevenden, financiën, control, HRM, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken en bestuursondersteuning, ICT, facilitaire zaken, huisvesting, DIV en managementondersteuning. De cijfers zijn indicatief. Er is bewust voor gekozen de verdeling eenvoudig te houden.

Overhead Salariskosten, opleidingen en overige personeelslasten Personele benodigdheden ICT benodigdheden Implementatie omgevingswet Kantoorbenodigdheden Stelposten Totaal overhead

Lasten Baten 19.943.300 -469.600 1.371.700 4.739.500 -73.500 112.200 2.290.800 1.345.700 29.803.200 -543.100

39

Het dagelijks bestuur van de GR BAR-organisatie.

Uw brief van:

30 juni 2023

Ons kenmerk:

766829

Uw kenmerk:

Contact:

R.P. van der Stoel

Bijlage(n): -

Doorkiesnummer:

0653962874

E-mailadres:

r.v.d.stoel@albrandswaard.nl

Datum:

22 augustus 2023

Betreft: Zienswijze concept Begroting 2024 BAR-organisatie nieuwe stijl. Geacht bestuur, Op 30 juni 2023 heeft u uw concept Begroting 2024 nieuwe stijl toegestuurd om ons de gelegenheid te geven onze zienswijze daarop te geven. U heeft onze zienswijze hierop uiterlijk 4 oktober 2023 gevraagd. Wij willen graag ten aanzien van uw concept Begroting 2024 GR BAR-organisatie “nieuwe stijl” de volgende opmerkingen maken: In navolging van de eerdere besluitvorming in het Dagelijks Bestuur, kunnen wij niet instemmen met deze concept Begroting 2024 voordat de volgende aanpassingen en aanvullingen zijn doorgevoerd: 1. Nieuwe Verrekensystematiek. De voorgestelde nieuwe bekostiging op basis van inwoneraantal is feitelijk niet in overeenstemming met het uitgangspunt “rechtvaardig” en heeft niet onze instemming. Ons argument hiervoor is dat de BAR-organisatie “nieuwe stijl” een bedrijfsvoeringorganisatie wordt waarbij een veel reëlere en eerlijke verdeling op basis van FTE in relatie tot de deelnemende gemeenten gehanteerd kan worden. Immers, de werkzaamheden zullen vooral gerelateerd zijn aan aantallen laptops/telefoons/ mailaccounts/salarisstroken/licenties etc. waarbij dan mede op basis van aantal fte een veel reëlere kostenverdeling op zijn plaats is.

Direct klantcontact wat de basering op basis van inwoneraantal zou rechtvaardigen komt immers zoveel mogelijk bij de “eigen” gemeente te liggen. Door dit, in onze ogen onrechtvaardige beginsel van kostenverdeling, wordt de bijdrage van Albrandswaard onevenredig verhoogd (1,2% van ca; € 33.000.000,- = € 400.000,- per jaar). De meest zuivere, eerlijke en goed werkbare variant (conform advies van de afdeling financiën van de BAR-organisatie) is die van de gewogen combinatie van Inwoneraantal/FTE/begrotingsomvang. Deze Verrekensystematiek heeft onze sterke voorkeur en zien wij graag zo spoedig mogelijk verwerkt worden in de voorliggende concept Begroting 2024 GR BAR-organisatie “nieuwe stijl".

Stationsstraat 4 – 3161 KP Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

2. Producten/diensten catalogus en pakketten. U geeft aan dat dit een “basisbegroting 2024” betreft die de komende maanden nog verder uitgewerkt gaat worden in dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende gemeenten. Wij gaan ervan uit dat het standaardwerk en maatwerk hierin mogelijk blijft en dat hiervoor een bekostigings- en verantwoordingsmodel uitgewerkt gaat worden dat recht doet aan een eerlijke inzet- en kostenverdeling, waarbij individuele gemeentelijke wensen niet ten koste gaan van de benodigde basis inzet van personeel voor de andere gemeente(n) maar ook niet ten laste komen van de andere gemeente(n). 3. Eigen vermogen 2%. De vorming van een eigen reserve heeft al een lange geschiedenis binnen de GR BAR-organisatie welke telkens door de gezamenlijke raden om moverende redenen is tegengehouden. Het nu wel opvoeren met als argument de mogelijke vermindering van bestuurlijke drukte en flexibiliteit voor de organisatie heeft nog steeds niet onze voorkeur. Het zou ons inziens het integrale rechtmatige handelen (Inzet reserve bij tegenvallers zonder melding aan de deelnemers) en de inzichtelijkheid van de jaarlijkse na-verrekening bemoeilijken. 4. Geen nieuwe ambities BAR nieuwe stijl, wel budgettaire aanpassingen.

Ondanks dat u aangeeft dat er geen nieuwe ambities zijn verwerkt in deze concept Begroting 2024, voert u wel enkele noodzakelijk geachte personeelsuitbreidingen op. Omdat u daarnaast vermeldt dat deze “basisbegroting 2024” nog bijgesteld gaat worden lijkt ons deze verhoogde raming nu (nog) niet gewenst. Wij gaan dan ook nu niet akkoord met deze aanpassing, maar staan in principe niet onwelwillend tegenover noodzakelijke uitbreidingen om de huidige dienstverlening op peil te houden Wij zien na de tot stand gekomen DVO’s met de gemeenten een onderbouwde claim op de bijdragen met belangstelling tegemoet. 5. Financiële situatie Albrandswaard door de BAR-ontvlechting. Door de BAR-ontvlechting worden wij geconfronteerd met sterk verhoogde kosten. Alleen al voor personele kosten hebben wij € 1.700.000,- aan extra budget moeten toekennen om aan onze verplichtingen van het overnemen van personeel te kunnen voldoen en een volwaardige organisatie mogelijk te maken. Wij willen u daarom een taakstelling van 10% in uw begroting meegeven om onze eigen financiële huishouding op orde te krijgen/houden en de continuïteit van de BAR nieuwe stijl te kunnen waarborgen vanuit Albrandswaard. Gezien uw huidige gepresenteerde en berekende bijdragen zou dit dus gaan om een besparing van afgerond € 690.000,- voor Albrandswaard. Wij zien dit graag verwerkt in de voorliggende concept Begroting 2024.

Wij achten een ingroeipad van 3% in 2024, 6% in 2025 en 10% in 2026 realistisch.

Vertrouwende u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en in afwachting van uw zeer gewaardeerde reactie, Hoogachtend, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier,

de voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3514/documents/30174