38. 2025-060017 Raadsvoorstel Beleid bestaanszekerheid en schuldhulpverlening.pdf
Tekst van het document
de burgemeester,
mr. drs. F.P. van der Linden
drs. C. Pille
Toelichting bij Artikel 6.2.2 Vrijstelling voor gedupeerden toeslagenaffaire Dit artikel geldt alleen voor de gedupeerden van de toeslagenaffaire die een tegemoetkoming van maximaal 30.000 euro hebben ontvangen van de Belastingdienst. Deze hardheidstegemoetkoming valt niet onder het begrip “inkomen” en “vermogen” bij de uitvoering van de bijzondere bijstand. Zolang dit bedrag, of het restant daarvan, op een rekening courant of spaarrekening staat, telt het niet mee als “vermogen”. Het deel van deze tegemoetkoming dat niet is uitgegeven, wordt ook in de jaren tot en met 2025 niet tot het vermogen gerekend. Eventuele inkomsten die uit deze tegemoetkoming worden ontvangen, vallen wel onder het begrip “inkomen” en “vermogen” bij de uitvoering van de bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslag en Studietoeslag. De hardheidstegemoetkoming van circa 30.000 euro wordt door de Belastingdienst uitgekeerd op grond van artikelen 49 lid 1; 49a; 49b en 49c Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Door de vrijstelling past de gemeente artikel 7 lid 1 sub p uit de regeling Participatiewet, IOAW, IOAZ op dezelfde manier toe bij de uitvoering van de bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslag en Studietoeslag. Eventuele andere tegemoetkomingen of correctiebetalingen een gedupeerde heeft ontvangen van de Belastingdienst worden wel aangemerkt als inkomens- en vermogensbestanddelen.
Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard; gelet op de artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030, besluit: vast te stellen, de navolgende Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026. Artikel 1 Begripsbepalingen 1. De begripsbepalingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze regeling worden gebruikt. 2.
In deze regeling wordt verstaan onder: a) Awb: Algemene wet bestuursrecht; b) De Wet: Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs); c) Wsnp: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; d) Besluit: besluit in het kader van schuldhulpverlening op basis van een beschikking, als bedoeld in artikel 4a van de Wet; e) College: het college van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard; f) Inwoner: persoon die in de Basisregistratie Personen (BRP) in de gemeente Albrandswaard is ingeschreven; g) Verzoeker: inwoner die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening; h) Cliënt: inwoner aan wie op grond van de Wet schuldhulpverlening wordt gegeven; i) Zelfstandig ondernemer: inwoner die eigenaar is van een eenmanszaak of vennootschap onder firma; zijnde natuurlijke personen die voor eventuele (zakelijke) schulden privé aansprakelijk zijn.
j) NVVK: Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, de branchevereniging voor schuldhulpverlening; k) Schuldhulpverlening: als bedoeld in artikel 1 van de Wet; l) Vroegsignalering: het in beeld krijgen van inwoners met betalingsachterstanden, op basis van ontvangen signalen van schuldeisers, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b van de Wet, en hen vervolgens een aanbod doen tot een eerste gesprek, als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet; m) Aanvraag: verzoek om – of het accepteren van – een aanbod voor schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet; n) Plan van aanpak: plan van aanpak voor de schuldhulpverlening dat zich specifiek richt op cliënt, als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van de Wet; o) Nieuwe schuld: een betalingsverplichting of betalingsachterstand die is ontstaan na de toelatingsbeschikking en die betrekking heeft op de periode na toelating tot schuldhulpverlening; p) Problematische schuldensituatie: situatie waarin te voorzien is dat cliënt de schulden niet zelfstandig en ook niet binnen een termijn van 36 maanden, volledig kan afbetalen, conform de geldende gedragscode van NVVK; q) Uitvoerder: de gecontracteerde organisatie, die in opdracht van de gemeente Albrandswaard, conform de beleidsvrijheid die artikel 3a van de Wet toestaat, een deel van de activiteiten van schuldhulpverlening uitvoert.
1
Artikel 2 Doelgroep Alle inwoners die zich bij de gemeente melden voor schuldhulpverlening of die in het kader van vroegsignalering, door de gemeente of in opdracht van de gemeente, zijn benaderd met een hulpaanbod. Zelfstandige ondernemers, zijnde natuurlijke personen die voor eventuele (zakelijke) schulden privé aansprakelijk zijn, behoren ook tot de doelgroep. Artikel 3 Aanbod vroegsignalering 1. Een aanbod tot schuldhulpverlening kan zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen. Het college beoordeelt, op basis van bestaand beleid, de wijze waarop het ontvangen vroegsignaal wordt opgevolgd en welke ondersteuningsaanbod aan de doelgroep wordt geboden. Artikel 4 Aanbod schuldhulpverlening 1. De aanvraag voor schuldhulpverlening is vormvrij. De aanvraag door verzoeker kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan. Het college besluit vervolgens over de aanvraag van verzoeker. 2. In geval van toelating tot schuldhulpverlening, doet het college de cliënt een aanbod voor schuldhulpverlening, voor zover dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is. 3.
Tot het aanbod schuldhulpverlening behoren onder andere de volgende producten en diensten: Adviesgesprekken, betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling of schuldregeling zonder afloscapaciteit en nazorg, eventueel aangevuld met één of meer begeleidingsproducten, zoals financiele begeleiding of budgetbeheer. 4. Het ondersteuningsaanbod dat het college aan cliënt aanbiedt, is maatwerk en is van meerdere factoren afhankelijk. Bij de afweging welke ondersteuningsaanbod het meest geschikt is voor de cliënt, weegt het college onder andere de volgende factoren mee: a) of er sprake is van een crisissituatie; b) of er sprake is van (problematische) schuldensituatie dan wel risico op het ontstaan van schulden die met schuldhulpverlening voorkomen kunnen worden; c) of cliënt tot een specifieke doelgroep behoort, zoals jongeren of zelfstandige ondernemers; d) of er sprake is van problematiek op andere leefgebieden; e) wat de psychosociale situatie van de cliënt is; f) wat de houding en het gedrag van de cliënt (motivatie) zijn; g) het perspectief op het bereiken van financiële zelfredzaamheid bij de cliënt. 5. Het aanbod wordt vastgelegd in een (voorlopig) plan van aanpak dat onderdeel uitmaakt van de toekenningsbeschikking die het college naar de cliënt verstuurt. 6.
De schuldhulpverlening wordt uitgevoerd door de gemeente en/of uitvoerder, conform de geldende gedragscode van de NVVK en in aansluiting op de landelijk vastgestelde elementen van de basisdienstverlening. Artikel 5 Wacht- en doorlooptijden 1. Indien een inwoner die behoort tot de doelgroep van deze beleidsregel zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening, vindt als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Wet, binnen 4 weken het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. 2. Indien sprake is van een bedreigende situatie, vindt als bedoeld in artikel 4 lid 2 van de Wet, binnen 3 werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. 3. Conform de Verordening Beslistermijn Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2021 verstuurt het college binnen 8 weken, na de dag van het eerste gesprek, een beschikking naar de verzoeker.
2
Artikel 6 Verplichtingen voor cliënt 1. De inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 6 van de Wet en de medewerkingsplicht, als bedoeld in artikel 7 van de Wet zijn van toepassing vanaf de aanvraag tot de beëindiging van de schuldhulpverlening. 2. De inlichtingenplicht houdt in ieder geval in het aanleveren van noodzakelijke bewijsstukken voor de schuldhulpverlening en/of het melden van wijzigingen in de financiële situatie, woonsituatie of gezinssituatie. 3. De medewerkingsplicht houdt in dat cliënt medewerking verleent die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van schuldhulpverlening. Hieronder wordt onder andere verstaan: a) het nakomen van gemaakte afspraken in het kader van schuldhulpverlening, waaronder de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst en het Plan van aanpak; b) het aanvaarden van en actief deelnemen aan de ingezette producten of diensten, die voortvloeien uit het Plan van aanpak of die gedurende het schuldhulpverleningstraject naar het oordeel van het college benodigd zijn om schulden te voorkomen, op te lossen en/of financiële zelfredzaamheid te vergroten; c) geen nieuwe schulden aangaan na toelating tot schuldhulpverlening die het nakomen van aflossingsverplichtingen aan bestaande schuldeisers in de weg staan; d) zoveel mogelijk afloscapaciteit creëren door het verruimen van inkomen, inzetten van beschikbaar vermogen en minimaliseren van
uitgaven, en deze afloscapaciteit gebruiken ter afbetaling van de schulden; e) Het verwerven van inkomsten naar de volledige arbeidscapaciteit, het aanvaarden van passende arbeid of het proberen te verkrijgen van passende arbeid in de mate die redelijkerwijs van cliënt gevraagd kan worden; f) De cliënt betaalt alle lopende rekeningen (huur, energievoorschot, zorgverzekering, etc.) op tijd; g) De cliënt meldt alle schulden en eventueel vergeten schulden zo spoedig mogelijk bij het college; 1. De cliënt blijft ook gedurende het schuldhulpverleningstraject zelf verantwoordelijk voor zijn financiële situatie.
3
Artikel 7 Weigering 1. Het college kan, op basis van artikel 3, lid 2 en 3 van de Wet en op basis van overige bepalingen in deze beleidsregels, besluiten tot het weigeren van schuldhulpverlening indien: a. Verzoeker niet tot de doelgroep behoort, zoals genoemd in artikel 2 van deze beleidsregels; b. Verzoeker, vanwege in de persoon gelegen factoren, niet in staat is een schuldhulpverleningstraject te volgen; c. Uit houding en gedragingen van verzoeker ondubbelzinnig blijkt dat cliënt zijn beschikbare middelen niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden, dan wel anderszins niet wil meewerken aan zijn schuldhulpverleningstraject; d. Verzoeker fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft én de verzoeker in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate van opzet, de ontstaansdatum van de schuld, boete of maatregel en de mate van verwijtbaarheid en persoonlijke omstandigheden van cliënt. e. Indien minder dan 3 jaar, voorafgaand aan de dag waarop een verzoek tot schuldhulpverlening is ingediend, door de inwoner een minnelijk (Msnp) of wettelijk (Wsnp) schuldhulpverleningstraject succesvol is doorlopen. f.
Indien minder dan 3 jaar, voorafgaand aan de dag waarop het verzoek door tot schuldhulpverlening is ingediend, een traject schuldregeling (minnelijk en/of wettelijk) vroegtijdig door toedoen van de inwoner is beëindigd. 2. Het college kan, na weigering, in bepaalde situatie alsnog toegang tot schuldhulpverlening verlenen, bijvoorbeeld in situatie waarbij cliënt belemmeringen zoals genoemd in 1b en 1c heeft kunnen wegnemen. Dit is altijd ter beoordeling aan het college. 3. Weigering van toegang tot schuldhulpverlening gaat altijd gepaard met een beschikking, als bedoeld in artikel 4a van de Wet. Artikel 8 Beëindiging 1. Een schuldhulpverleningstraject eindigt van rechtswege in geval van overlijden van cliënt. 2. Het college besluit tot beëindiging van een schuldhulpverleningstraject: a. bij het succesvol afronden van een schuldhulpverleningstraject; b. indien cliënt zelf verzoekt om beëindiging van een schuldhulpverleningstraject. 3. Het college kan besluiten tot beëindiging van een schuldhulpverleningstraject: a. Indien cliënt de voor de voortzetting van zijn schuldhulpverleningstraject van belang zijnde gegevens of gevraagde bewijsstukken niet (tijdig) of onvolledig heeft verstrekt en dit de cliënt te verwijten valt; b. Indien cliënt niet voldoet aan het schuldhulpverleningstraject verbonden voorwaarden of verplichtingen, zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels; c.
Indien cliënt na aanvang van het schuldhulpverleningstraject nieuwe schulden heeft gemaakt, zonder vooraf toestemming te hebben gevraagd en verkregen; d. Indien cliënt anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het schuldhulpverleningstraject; e. Indien tijdens het schuldhulpverleningstraject blijkt dat cliënt niet langer tot de doelgroep behoort dan wel aan het licht komt dat één van de weigeringsgronden zoals artikel 7 alsnog van toepassing zijn op cliënt. f. verzoeker verhuist naar een andere gemeente, tenzij er sprake is van een lopende schuldregelingstraject; g. de geboden schuldhulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoeker, niet (langer) passend of noodzakelijk is. 4. Het college stelt cliënt, alvorens tot beëindiging als bedoeld in het vorige lid te besluiten, in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn te reageren om het verzuim te herstellen dan wel te reageren op hetgeen is geconstateerd. 4
Artikel 9 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden 1. Het college kan op basis van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op alle omstandigheden, gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels ten gunste van de cliënt, indien onverkorte toepassing daarvan leidt tot onredelijke of disproportionele gevolgen of als zeer dringende redenen daartoe noodzaken. 2. In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college via bestuurlijke besluitvorming. Artikel 10 Klachtenprocedure 1. Op klachten is de klachtenprocedure van de gemeente van toepassing. 2. Klachten worden afgehandeld door de gemeente in samenspraak met de uitvoerder. 3. In afwijking van het vorige lid kan een klacht geen betrekking hebben op: a) een besluit van het college waartegen aanvrager of belanghebbende een bestuursrechtelijk bezwaarschrift kan of had kunnen indienen bij het college; of b) een aansluitend besluit van het college op een bezwaarschrift; of c) een aansluitend besluit van de bestuursrechter in beroep of hoger beroep. Artikel 11 Inwerkingtreding en intrekking 1. Deze beleidsregels treden in werking de dag na publicatie. 2. De ‘Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2023 worden ingetrokken. Artikel 12 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Schuldhulpverlening gemeente Albrandswaard 2026’.
Aldus besloten door het college van Burgemeester en wethouders d.d. 2 september 2025, de secretaris,
de burgemeester,
mr. drs. F.P. van der Linden
drs. C. Pille
5
TOELICHTING Artikel 1 Begripsbepalingen Dit artikel is grotendeels gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Begrippen die in onderhavige regeling worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de wet. Daarom worden bepaalde begrippen niet opnieuw gedefinieerd. Waar bepaalde begrippen wel nadere definiëring behoeven zijn deze opgenomen in dit artikel. Lid 2 onder o: nieuwe schulden. Niet alle schulden die tijdens een traject voor het eerst binnenkomen zijn aan te merken als nieuwe schulden. Een schuldhulpverleningstraject mag daarom niet zonder meer worden beëindigd. Er dient altijd een belangafweging te worden gemaakt. Hierbij moet in de belangenafweging naast een beoordeling van de gevolgen voor de schuldeisers en de mate van verwijtbaarheid van belanghebbende eveneens worden nagegaan of de beëindiging tot disproportionele onredelijkheid of onbillijkheid zal leiden. Schulden bij de Belastingdienst worden niet als nieuwe schuld aangemerkt als ze zijn ontstaan door terugvordering van toeslagen die voor de aanvang van het traject schuldregeling zijn verstrekt, en de reden van de terugvordering niet is gelegen in het handelen of nalaten van de belanghebbende na de start van het traject.
Ook een eindafrekening van de energiemaatschappij of waterbedrijf wordt normaliter niet aangemerkt als een nieuwe schuld omdat hiervoor geldt dat het voor een afnemer van energie of water op voorhand niet altijd duidelijk is of hij moet bijbetalen of geld terugkrijgt. Artikel 2 Doelgroep Een voorwaarde is dat de inwoner bij een gemeente staat ingeschreven in de Basisregistratie persoonsgegevens. Dit volgt uit artikel 1 Wgs. Ook moet sprake zijn van een rechtmatig verblijf in Nederland. Dit volgt uit artikel 3 lid 4 Wgs. Schuldhulpverlening is toegankelijk voor natuurlijke personen waaronder zelfstandige ondernemers. Schuldhulpverlening aan zelfstandige ondernemers vereist een bepaalde expertise omdat de afwikkeling van dergelijke schuldendossiers complex van aard zijn vanwege de verwevenheid in de privé situatie en de zakelijke kant. De specialistische schuldhulpverlening dient daarnaast te beoordelen of de onderneming levensvatbaar is en afhankelijk daarvan wordt passende ondersteuning geboden. Grofweg zijn er twee oplossingsrichtingen: • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) in geval van levensvatbaarheid van de onderneming; • Schuldhulpverlening of beëindigen van de onderneming indien deze niet meer levensvatbaar is. De hulp aan zelfstandige ondernemers wordt, indien nodig, in opdracht van de gemeenten door een externe uitvoerder geboden.
Ondernemers met zakelijke schulden voortvloeiend uit Bv’s, Holdings of andere rechtsvormen waar geen privé aansprakelijkheid voor geldt komen niet in aanmerking voor schuldhulpverlening. Artikel 3 vroegsignalering Het college ontvangt van de vier vaste laten partners (verhuurder, zorgverzekeraar, water- en energieleveranciers) signalen van betalingsachterstanden van onze inwoners. Dit kunnen enkelvoudige of meervoudige (gecombineerde) signalen zijn. Een enkelvoudige melding betreft één signaal van één signaalpartner. Een meervoudig signaal kan twee maanden achterstand betreffen bij één signaalpartner, of één maand betalingsachterstand bij meerdere signaalpartners. We prioriteren de meldingen conform bestaand beleid en afhankelijk van de prioritering nemen we contact op met de inwoner via brief, e-mail, telefoon of huisbezoek. Het staat de inwoner vrij om in te gaan op ons aanbod. Een aanbod tot schuldhulpverlening kan mondeling of schriftelijk tot stand komen.
6
Artikel 4 Aanbod schuldhulpverlening Het aanbod voor de schuldhulpverlening is erop gericht de cliënt een duurzame oplossing te bieden en de cliënt financieel fit te maken. Onderdeel daarvan is dat een oplossing wordt geboden voor de schulden. In lid 3 worden voorbeelden genoemd van producten en diensten die ingezet kunnen worden naar gelang de situatie van de client en ter beoordeling van het college. Het gaat om een betalingsregeling, herfinanciering, saneringskrediet, schuldbemiddeling, schuldregeling zonder afloscapaciteit of nazorg. Schuldhulpverlening gaat echter verder dan alleen het bieden van een oplossing voor de schulden. Het gaat er ook om dat de inwoner financieel fit wordt en blijft en er sprake is van structureel financieel gezond gedrag zodat kans op herhaling wordt voorkomen. Daarom is in lid 3 ook opgenomen dat de schuldhulpverlening uit één of meer begeleidingsproducten kan bestaan. Het gaat dan bijvoorbeeld om financiële begeleiding, zoals het op orde brengen van het inkomen, waaronder ook het aanvragen van inkomens verhogende voorzieningen wordt verstaan. Het verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden (budgetbegeleiding), het verbeteren van het financieel gedrag en het beheren van de financiën, zoals het doorbetalen van de vaste lasten en het bieden van een vorm van budgetbeheer. Daarnaast kan het college ook doorgeleiden naar flankerende hulp.
Uit het gesprek met cliënt kan naar voren komen dat er aandacht moet zijn voor andere leefgebieden en dat cliënt ondersteuning nodig heeft met andere vormen van hulp- en dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn maatschappelijk werk, verslavingszorg of ambulante begeleiding. Bij flankerende hulp vindt afstemming en samenwerking plaats tussen de schuldhulpverlener de betrokken professionals voor de andere leefgebieden. In lid 4 is wel geregeld welke factoren een rol spelen bij het bepalen van het precieze aanbod voor de schuldhulpverlening. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de specifieke situatie of kenmerken van de cliënt, waaronder de specifieke doelgroep waartoe de inwoner behoort. In lid 6 is opgenomen dat de geboden schuldhulpverlening voldoet aan de gedragscode van de NVVK en aan de landelijk vastgestelde elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening. De elementen van de basisdienstverlening betreft bestuurlijke afspraken zoals overeengekomen door VNG, NVVL, ministerie van SZW en Divosa. De basisdienstverlening heeft ten doel in elk gemeente en kwalitatief goede schuldhulpverlening te bieden die toegankelijk is en die uit minimaal dezelfde elementen bestaat. Artikel 5 Wacht- en doorlooptijden Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 6 Verplichtingen voor cliënt Dit artikel behoefte geen toelichting.
Artikel 7 Weigering Lid 1 onderdeel b: hiermee wordt bedoeld factoren die in de persoon zijn gelegen die belemmerend werken tijdens een schuldhulpverleningstraject. Dit kan bijvoorbeeld een (nog niet onder behandeling zijnde) verslaving zijn, of verkwisting. Lid 1 onderdeel c: het gaat om gedragingen waaruit blijkt dat cliënt niet wil meewerken aan het schuldhulpverleningstraject. Dit kunnen mondelinge dan wel schriftelijke uitingen zijn van weigering of uitingen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat cliënt onvoldoende gemotiveerd is. Ook kunnen er situaties bestaan waarin hij zijn beschikbare middelen niet wil gebruiken ter delging van de schulden. Dit betreft de situatie waarin cliënt niet noodzakelijke uitgaven doet of weigert zijn 7
uitgavenpatroon aan te passen, dan wel naar vermogen inspanningen te verrichten om het inkomen te verhogen. Een weigeringsbesluit betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb). Artikel 8 Beëindiging Leden 1 en 2: de beëindigingsgronden onder voorgenoemde leden behoeven geen nadere toelichting. Lid 3: onderdelen a tot en met g beschrijven situaties die tot een voortijdige beëindiging van schuldhulpverlening kunnen leiden. Een beëindigingsbesluit betreft een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (artikel 1:3 lid 1 Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar open staat (zie voor de vereisten van bezwaar artikel 6:5 Awb). Artikel 9 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden Dit artikel geeft ruimte aan het college om in bijzondere (lid 1) c.q. onvoorziene (lid 2) gevallen ten gunste van de cliënt af te wijken van de regels zoals neergelegd in deze regeling. Het gebruiken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als regel. In het besluit moet duidelijk worden aangegeven waarom in een bepaalde situatie wordt afgeweken van de geldende beleidsregel. Artikel 10 Klachtenprocedure Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 11 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 12 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting.
8
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen.
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard voorzitter@maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl Datum : 17 juni 2025 Aan - a.ajjaji@albrandswaard.nl
Geacht college, Wij ontvingen op 19 mei 2025 het verzoek Advies te geven op het Beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 Huishoudboekje in balans en ruimte om mee te doen. Hieraan geven wij gaarne gevolg. Wij hopen dat deze adviezen worden meegenomen in de finale besluitvorming van bovengenoemde regelingen. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet,
Piet van Verseveld voorzitter
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Beleidskader bestaanszekerheid Beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 Korte inleiding: Het beleidskader bestaanszekerheid 2026-2030 Het beleidskader is bedoeld om inwoners van de gemeente Albrandswaard die moeilijk rond kunnen komen een helpende hand te bieden. Met het beleidskader uit 2020-2024 is een stevige basis gelegd. Met het nieuwe kader moet worden voortgebouwd en wordt het beleid ge herijkt met als uitgangspunt een effectieve inzet van de beschikbare middelen met maximale impact voor de inwoners. Voor de herijking is rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen, nieuwe inzichten uit recente onderzoeken en de geleerde lessen vanuit de uitvoeringspraktijk. In het in 2024 ontwikkelde methodiek om armoede te meten in Nederland is de definitie van armoede: Een huishouden beschikt na het betalen van de daadwerkelijke lasten aan wonen, energie en basiszorg over te weinig geld voor de minimale noodzakelijke uitgaven aan overige levensbehoeften. Op basis van deze meetmethodiek zou in onze gemeente 1,9% inwoners in armoede leven. Dat is weliswaar relatief gezien minder dan de landelijke 3,1% maar geeft nog steeds aanleiding om hier maatregelen voor te treffen.
Ter voorzetting van het beleid van voorgaande jaren, houdt de gemeente Albrandswaard rekening met inwoners die op papier niet tot de allerarmsten behoren, maar door gestegen kosten wel moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn onder andere werkende met een laag inkomen. Voor de doelgroep minima wordt vastgehouden aan de inkomensgrens van 120% van het sociaal minimum. Op basis hiervan behoort 5,1% van de inwoners van de gemeente tot deze doelgroep, wat neerkomt op circa 700 huishoudens, met in totaal 1.300 volwassenen en 300 kinderen. Ambitie 3 Meedoen Kindpakket (tabel 1) - Er is geen Kindpakket voor kinderen van 0 tot 4-jarige - Extra aandacht voor alleenstaande ouders - Wat houdt vermogenstoets in en wordt bv de overwaarde van een eigen huis meegenomen Advies : Gelet op de huidige situatie in Nederland, waarin op dit moment zelfs sprake is van een laagconjunctuur en er zeker huishoudens zijn, welke niet rond kunnen in hun financiële situatie. Graag uw aandacht voor de punten 1 en 2 en daarnaast uitleg over wat
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
verstaan wordt met vermogenstoets, heeft deze betrekking op bankrekeningen en bijv. de overwaarde van een eigen huis. Hierover vragen wij u om meer duidelijkheid en aandacht voor bovengenoemden. Collectieve zorgpolis minima (tabel 2) Op basis van deze meetmethodiek zou in onze gemeente 1,9% inwoners in armoede leven. Dat is weliswaar relatief gezien minder dan de landelijke 3,1% maar geeft nog steeds aanleiding om hier maatregelen voor te treffen. Ter voorzetting van het beleid van voorgaande jaren, houdt de gemeente Albrandswaard rekening met inwoners die op papier niet tot de allerarmsten behoren, maar door gestegen kosten wel moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen. Dat zijn onder andere werkende met een laag inkomen. Voor de doelgroep minima wordt vastgehouden aan de inkomensgrens van 120% va het sociaal. Op basis hiervan behoort 5,1% van de inwoners van de gemeente tot deze doelgroep, wat neerkomt op circa 700 huishoudens, met in totaal 1.300 volwassenen en 300 kinderen. Opmerkingen Ambitie 3 Meedoen Kindpakket (tabel 1) - Er is geen Kindpakket voor kinderen van 0 tot 4-jarige dit ondanks het feit dat Gemeenten als Barendrecht en Ridderkerk dit pakket wel uitvoeren en daarnaast anders dan Albrandswaard, kinderen vanaf twaalf jaar een hogere vergoeding krijgen.
Verder hebben zij hiernaast nog een kindpakket, wat ondersteuning bied door middel van vergoeding in natura. Wij adviseren hierin, dat er gekeken moet worden wat de mogelijkheden zijn van de Gemeente Albrandswaard om deze ook in pakketten te gaan verwerken. - Extra aandacht voor alleenstaande ouders, dit gelet op de steeds hogere lasten welke zij dragen. - Wat houdt vermogenstoets in buiten de gelden welke op een bankrekening staan en wordt bv de overwaarde van een eigen huis meegenomen? Graag hierin ook meer duidelijkheid. Collectieve zorgpolis minima (tabel 2) - Er zijn momenteel geen deelnemers bekend met een inkomensgrens tussen de 120% en 130%, maar aangegeven wordt dat niet alle minima bekend zijn bij de gemeente. Dit geldt ook voor de gratis zwemlessen. De MAA heeft als advies op de steeds hogere kosten v.w.b. levensonderhoud, dat de norm gewoon 130% moet blijven. Gratis zwemlessen (tabel 2)
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
-
Gratis zwemlessen zijn wel een wens van de MAA maar die heeft zich niet uitgelaten over de inkomensgrens. Ook hier heeft de MAA advies, dat het verstandig is om de inkomensgrens op 130% te hanteren.
Meedoen schoolkosten (tabel 2) - Er wordt te gemakkelijk verwezen naar het Kindpakket terwijl dit ook voor andere zaken bedoeld is. Daarbij is de besparing van €3.000 per jaar een relatief klein bedrag. Ook hier het advies om de regeling zoals deze nu gehanteerd wordt te continueren. Ambitie 5 - In het blauwe kader wordt vermeldt dat er doelgericht en efficiënt gebruikt gaat worden van de beperkte armoedemiddelen. Wat heeft de Gemeente hiermee voor ogen en wat is feitelijk het budgette waar hierin en over wordt gesproken. Kan de Gemeente de MAA hierover informeren?
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard
Advies Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 Samen de schulden te lijf in Albrandswaard
Aan : College van Burgemeester en Wethouders van Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Van : Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard voorzitter@maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Datum : 17 juni 2025 Aan - a.ajjaji@albrandswaard.nl
Geacht college, Wij ontvingen op 19 mei 2025 het verzoek Advies te geven op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030, Samen de schulden te lijf in Albrandswaard. Hieraan geven wij gaarne gevolg. Wij hopen dat deze adviezen worden meegenomen in de finale besluitvorming van bovengenoemde regelingen. De leden van de Maatschappelijke Adviesraad zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
2 Namens de Adviesraad, Met vriendelijke groet,
Piet van Verseveld voorzitter
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
Inleiding. Op 2 april 2025 zijn de bouwstenen voor het herijkte beleid voor schuldhulpverlening en minima aan de Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard gepresenteerd. Waarna vragen zijn beantwoord en een gesprek heeft plaatsgevonden. Inmiddels heeft de gemeente Albrandswaard, mede op basis van de gepresenteerde bouwstenen, bijgaand (concept) beleidsplan opgesteld. U vraagt ons advies te geven, zodat de beleidsplannen ter besluitvorming aan uw college en daarna aan de raad kan worden voorgelegd. Hoofdstuk 2 2.1 De huidige situatie Uitvoering vroeg signalering Wat doet de gemeente om inwoners te informeren naar de mogelijkheden van schuldhulpverlening en dan met name de mensen die niet in het bezit zijn van digitale voorzieningen of laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet machtig zijn? Advies: Graag uw reactie en indien van toepassing het plan op dit punt leesbaar aan passen voor de betreffende doelgroep.
De grootte van de schuldenproblematiek & het bereik Hoeveel huishoudens krijgen op dit moment schuldhulp van de gemeente? Zijn dit alleen die 106 inwoners of moeten de mensen die de gemeente proactief via vroegsignalering hebben benaderd (aantal wordt niet genoemd) daar bij worden opgeteld! Deze getallen zijn van belang omdat als er veel inwoners met schulden worden “opgespoord” dit grote gevolgen voor de begroting heeft, en mogelijk voor het beleid wat hierop reageert. Beleidskeuze 1: Continueren van huidige constructie Evaluatie (laatste alinea, laatste regel) De evaluatie van het beleidsplan zal plaatsvinden na vier jaar. Een eerdere (tussentijdse) toetsing, bijvoorbeeld na twee jaar kan zorgen voor meer inzicht zodat er eerder kan worden ingegrepen en/of bijgestuurd als dit nodig mocht zijn. Advies: (tussentijdse) toetsing na 2 jaar toevoegen.
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
3
Beleidskeuze 3: Fraude Hoe wordt gecontroleerd of een inwoner tijdens het traject van schuldhulpverlening wel of geen fraude pleegt? Speerpunt 4: Schuldhulpverlening jongeren en ondernemers Medio 2026 worden de mogelijkheden verkend voor de start van een tweejarige pilot in 2027. Dit is vaag en bevat te veel onzekerheden. Uit deze verkenning kan bijvoorbeeld geconcludeerd worden dat een pilot niet mogelijk is wegens het ontbreken van personele capaciteit. Wat met het oog op de aangekondigde bezuinigingen in 2026 zeer goed mogelijk is. Hoe wordt gewaarborgd dat voor deze verkenning en pilot capaciteit beschikbaar wordt gesteld? Zoals het nu beschreven wordt kan het theoretisch zo zijn dat de pilot pas in december 2027 wordt gestart waarmee je al weer op de helft van de doorlooptijd van dit beleidsplan bent. Hoe wordt voorkomen dat er te weinig tijd om deze pilot uit te voeren binnen de termijn van vier jaar? Advies: Substantieel budget opnemen en aansluiting zoeken bij kennis van Jongerenwerk. Speerpunt 5: Laagdrempelige en toegankelijke schuldhulpverlening De gemeentelijke website behoeft nu al meer aandacht met betrekking tot het makkelijker vinden van zoekvragen van inwoners en overzichtelijke pagina’s.
Daarbij vragen wij nogmaals aandacht voor inwoners die niet in het bezit zijn van digitale voorzieningen of laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet machtig zijn? Advies: Graag uw reactie en indien van toepassing het plan op dit punt leesbaar aan passen voor de betreffende doelgroep. Speerpunt 6: Proactieve benadering In 2026 worden voorbereidingen getroffen zodat in 2027 kan worden gestart. Zoals het nu beschreven wordt kan het lang duren voordat daadwerkelijk gestart wordt. Theoretisch kan dit december 2027 zijn waarmee je al weer op de helft van de doorlooptijd van dit beleidsplan bent. Advies: Duidelijker benoemen welke voorbereidingen moeten worden getroffen waardoor meer zekerheid kan worden gegeven dat vroegtijdig in 2027 wordt gestart.
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
4
Speerpunt 7: Samenwerking Bij stap 1 wordt gesproken over het inventariseren welke beleidsterreinen impact (kunnen) hebben op de (schuld)hulpverlening aan jongeren en vice versa. Moet dit niet voor alle inwoners met multiproblematiek van toepassing zijn? Advies: Jongeren vervangen door alle inwoners met multiproblematiek. Speerpunt 8: Implementatie De komende jaren zorgen we voor een zorgvuldige geleidelijke implementatie van de alle elementen van de dienstverlening, op basis van beschikbare middelen en capaciteit. Kan verzekerd worden dat de benodigde middelen en capaciteit beschikbaar is en blijft gedurende de looptijd van het beleidsplan, mede gelet op de aangekondigde bezuinigen vanaf 2026. Advies: Omschrijven hoe de middelen en capaciteit gewaarborgd worden. Hoofdstuk 3 financiën Voor vier speerpunten (1,2 4 en 9) is extra personele capaciteit vereist. Hoe verhoudt dit zich met de bezuinigingen die gepland staan voor 2026? Advies: Omschrijven hoe de middelen en capaciteit gewaarborgd worden.
www.maatschappelijkeadviesraadalbrandswaard.nl
5
Maatschappelijke Adviesraad Albrandswaard Stationsstraat 4 3161 KP Rhoon Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):
Geen
Ons kenmerk: Contact: Doorkiesnummer: E-mailadres: Datum:
Marit de Jonge m.dejonge@albrandswaard.nl 05 september 2025
Betreft: Antwoordbrief op de ontvangen adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en op het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030
Geachte heer Van Verseveld, Op 17 juni 2025 ontvingen wij van uw Adviesraad adviezen op het (concept) Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en het (concept) Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2023. Wij danken uw Adviesraad voor deze adviezen. In deze brief treft u onze reactie. De reactie aangaande de adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening In het kader van vroegsignalering vraagt uw Adviesraad bij het bereiken en informeren van onze inwoners aandacht voor inwoners die niet het bezit zijn van digitale voorzieningen of die laaggeletterd zijn of de Nederlandse taal niet machtig zijn. Wij omarmen het signaal en hebben het beleidsplan daarop aangepast. Bij speerpunt 3 en speerpunt 5 benoemen we expliciet de doelgroep laaggeletterden en anderstaligen waar we in onze acties ook rekening mee houden. Voor wat betreft uw vraag over het aantal 106 inwoners dat momenteel schuldhulpverlening ontvangt en hoe dit aantal zich verhoudt tot vroegsignalering kunnen wij het volgende meedelen. De 106 inwoners betreft alleen diegenen die zichzelf hebben aangemeld bij schuldhulpverlening. Dit aantal is uitgezonderd inwoners die we via vroegsignalering hebben benaderd. Via vroegsignalering hebben we in 2024, op basis van de opgepakte signalen, nog eens 61 inwoners bereikt en een hulpaanbod gedaan.
Het proactief opsporen en benaderen van inwoners met schulden past in onze ambities, rekening houdend met de beschikbare personele capaciteit. Daar zijn we ons bewust van. De inzet is intensief waar het moet, en licht waar het kan. Uw advies om het beleidsplan tussentijds na 2 jaar te evalueren nemen wij over. Dit hebben we aangevuld in het beleidsplan. Voor wat betreft de vraag hoe er wordt gecontroleerd of een inwoner tijdens het traject van schuldhulpverlening wel of geen fraude pleegt is ons antwoord dat bij gemeenten meestal bekend is of iemand fraude heeft gepleegd. Het gaat om inwoners, die zoals de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voorschrijft, onherroepelijk strafrechtelijk zijn veroordeeld of waarvoor aan die inwoners een onherroepelijke bestuurlijke sanctie is opgelegd. Hierbij kijken we altijd naar de individuele situatie. Inwoners die volgens de letter van de Wet fraude hebben
Stationsstraat 4 – 3161 KP - Rhoon - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl
Betreft: Antwoordbrief op de ontvangen adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en op het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030
Datum 5 september 2025 Pagina 2 van 5
gepleegd, maar dit onbewust/onbedoeld hebben gedaan, kunnen we alsnog toelaten tot de schuldhulpverlening. Daarnaast heeft uw Adviesraad enkele vragen en opmerkingen geplaatst over de start van de pilot schuldhulpverlening aan jongeren. Uw adviesraad is van mening dat de startdatum vaag is en teveel onzekerheden bevat. Het beleidsplan hebben we hierop aangepast door concreter te vermelden wanneer de activiteit van start gaat en welke voorbereidingen hieraan voorafgaan alvorens de pilot daadwerkelijk van start gaat. Ook voor wat betreft speerpunt 6 dat betrekking heeft op de proactieve dienstverlening hebben we concreter vermeld wat de voorbereidingen inhouden, inclusief een tijdsplanning. Wij willen benadrukken dat niet alle nieuwe activiteiten per 1 januari 2026 gaan starten. We hebben bewust gekozen voor een latere start van enkele activiteiten, daarbij rekening houdend met de uitvoerbaarheid en de beschikbare personele capaciteit. Ten slotte hebben wij enkele tekstuele suggesties van uw Adviesraad overgenomen en daarop het beleidsplan aangepast. De reactie aangaande de adviezen op het beleidskader bestaanszekerheid Vooropgesteld willen wij u meedelen dat we voor het nieuwe beleidskader, ondanks de financiële uitdagingen waar onze gemeente voor staat, toch een ruimhartig pakket aan maatregelen kunnen presenteren.
Dat betekent onder andere dat: Het gratis OV voor 60+ behouden blijft. De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de voorjaarsnota 2026 op 7 juli 2025, middels een aangenomen amendement, besloten om niet te bezuinigen op gratis OV voor 60+. Het bieden van gratis zwemlessen voor kinderen vanaf 5 jaar is een geheel nieuw maatregel, waarmee we kinderen uit minimagezinnen de mogelijkheid bieden om een zwemdiploma te behalen. Kinderen moeten zwemvaardig zijn om zich te kunnen redden in wateren. Met deze nieuwe regeling komen we tegemoet aan de eerder uitgesproken wens van uw Adviesraad. We hanteren hiervoor een uniforme inkomensnorm van 120%. We hebben niet de financiële ruimte, om zoals door u geadviseerd, een inkomensnorm van 130% te hanteren. Hier staat tegenover dat we enkele minimaregelingen moeten versoberen. Het betreft lichte versoberingen die een beperkt impact hebben op onze minima. U adviseert om deze versoberingen niet door te voeren en refereert hierbij ook aan de buurgemeenten. Wij begrijpen uw standpunt, maar moeten deze versoberingen doorvoeren om ons beleid toekomstbestendig te houden binnen de financiële kaders.
Betreft: Antwoordbrief op de ontvangen adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en op het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030
Datum 5 september 2025 Pagina 3 van 5
We hebben in het voorgestelde beleid afgewogen keuzes gemaakt, rekening houdend met de lokale context van onze gemeente, die op verschillende terreinen kan verschillen met onze buurgemeenten. Natuurlijk kijken we naar verbeterpunten en laten we ons inspireren door goede voorbeelden elders, maar we maken onze eigen afwegingen, daarbij rekening houdend met de beschikbare middelen en hoe we daarmee maximaal impact kunnen maken. Zo biedt ons Meedoen Kindpakket ruime mogelijkheden voor een vergoeding van een breed palet aan activiteiten en benodigde spullen voor kinderen. Dit naar gelang vraag/behoefte van de kinderen die hiervoor hun eigen keuzes maken. Anders dan bij de buurgemeenten vragen wij geen eigen bijdrage van de ouders. In onze afwegingen hebben we voor kinderen in de leeftijd 0-4 jaar geen apart Kindpakket gepresenteerd. Ouders met kinderen in leeftijd 0-4 jaar kunnen namelijk de Meedoenregeling gebruiken om samen met hun jonge kinderen deel te nemen aan kindvriendelijke activiteiten zoals babyzwemmen. Daarnaast heeft Stichting Uniek voor inwoners uit Barendrecht en Albrandswaard, (kinder) kleding, baby- en kraamspullen beschikbaar voor inwoners met een laag inkomen. Gegeven het aanbod dat er is en de beperkte financiële middelen hebben wij de afweging moeten maken om geen apart Kindpakket voor de leeftijd 0-4 jaar beschikbaar te stellen.
De inkomensnorm voor de collectieve zorgpolis hebben we bijgesteld van 130% naar 120%. De bijstelling van deze inkomensnorm heeft geen effect op de huidige deelnemers. Uit een steekproef bleek geen enkele deelnemer een inkomen te hebben tussen 120% en 130%. Het landelijke bureau BSENF dat zicht heeft op de deelnemers aan collectieve gemeentepolissen bij gemeenten bevestigt dit beeld. De invoering van de vermogenstoets heeft daarentegen wel impact voor naar verwachting circa 10% van de huidige deelnemers die niet meer in aanmerking zouden komen. Doordat we onze minimaregelingen proactief onder de aandacht gaan brengen, verwachten wij meer inwoners met een inkomen tot 120% te bereiken die deze zorgpolis gaan afnemen. Dit zijn veelal werkenden met een laag inkomen die deze zorgpolis het hardst nodig hebben, waaronder alleenstaande ouders. Met de 120% zorgen we voor een uniforme inkomensnorm bij alle minimaregelingen, wat ook de uitvoerbaarheid ten goede komt. Voor wat betreft uw vraag over de definitie van vermogen kunnen wij u meedelen dat hieronder wordt verstaan: Het spaargeld en andere waardevolle bezittingen, conform artikel 34 van de Participatiewet. In 2025 geldt voor alleenstaanden een maximaal vermogen van € 7.770 en voor gehuwden/samenwonenden € 15.540. Met betrekking tot de overwaarde op een woning geldt een uitzondering, deze mag maximaal € 65.500 bedragen.
Betreft: Antwoordbrief op de ontvangen adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en op het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030
Datum 5 september 2025 Pagina 4 van 5
Algemene reactie op zowel het beleidsplan als op het beleidskader Uw Adviesraad heeft ook gevraagd wat de gemeente voor ogen heeft met de ambitie om een meer doelgerichte en efficiënte inzet van onze beperkte middelen, zodat we met minimale middelen maximale impact kunnen bereiken. U vraagt ook wat de feitelijke budgetten zijn waarover gesproken wordt. Wij kunnen hierover meedelen dat we bestaande uitgaven tegen het licht (blijven) houden onder andere door bestaande producten en diensten kritisch te beoordelen op de toegevoegde waarde. Dit geldt zowel voor (aflopende) contractuele afspraken als voor nieuwe (subsidie)verzoeken en nieuwe activiteiten. Daarin wegen we af of dit gekwalificeerd wordt als een wettelijke/gemeentelijke taak en welke impact dit heeft voor onze minima. Op basis van deze afweging stoppen we per 2027 met de jaarlijkse oplevering van de armoedemonitor en de effectenrapportage door een extern bureau. We hebben hiervoor alternatieven voor ogen en een dergelijk rapport is niet elk jaar nodig. En het per 1 september 2025 aflopend contract met de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) wordt niet verlengd. Beëindiging van beide producten levert een besparing op van circa €18.500. Dit bedrag valt niet vrij, maar dient ter financiering van het voorgestelde maatregelenpakket in dit beleidsplan.
Tenslotte hebben we, op uw verzoek, in zowel het beleidsplan als in het beleidskader, onder hoofdstuk 3 financiën inzichtelijk gemaakt wat de beschikbare budgetten zijn, inclusief toelichting. Wellicht ten overvloede, maar tevens belangrijk om te vermelden dat de gemeenteraad het budgetrecht heeft en de besluiten neemt over de financiële kaders. Het is dan ook aan de raad om een besluit te nemen over het voorliggende beleidsplan en beleidskader, inclusief bijbehorende budgetten. Aanvullende toelichting bij vragen Aanvullend op deze brief, zijn wij indien gewenst, graag bereid om onze reactie uitgebreider toe te lichten en zo nodig in te zoomen op uw specifieke adviezen per thema. Hiervoor kunt u contact opnemen met Marit de Jonge, via m.dejonge@albrandswaard.nl.
Met vriendelijke groet,
Betreft: Antwoordbrief op de ontvangen adviezen op het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 en op het Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030
Datum 5 september 2025 Pagina 5 van 5
Presentatie Beraad & Advies Welzijn Een beknopte weergave van de kernpunten uit het beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030 & Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030
29 September 2025
De opbouw van de presentatie Landelijke ontwikkelingen op bestaanszekerheid (minimabeleid) & schuldhulpverlening De beleidsvoorstellen voor nieuw beleid bestaanszekerheid De beleidsvoorstellen voor nieuw beleid schuldhulpverlening
Landelijke ontwikkelingen: bestaanszekerheid Flinke lobby vanuit landelijke organisaties, zoals VNG en Divosa met oproep aan het kabinet om bestaanszekerheid te garanderen, want: Bestaanszekerheid is in het geding, landelijke organisaties vragen aan het kabinet bestaanszekerheid te garanderen (Bron: Commissie Sociaal minimum, Nationale Ombudsman) Gemeenten willen niet langer pleisters plakken Zorg voor een zeker en voorspelbaar inkomen Herstel vertrouwen en werkzekerheid Basisvoorzieningen moeten toegankelijk en betaalbaar zijn Stand van zaken: kleine verbeteringen op komst, maar nog geen fundamentele wijzigingen in vooruitzicht. Minimabeleid door gemeenten is nog steeds hard nodig.
Landelijke ontwikkelingen: schuldhulpverlening Schuldendomein flink in beweging: Landelijk 700.000 huishoudens met problematische schulden (Albrandswaard: 780 huishoudens) Interdepartementaal beleidsonderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van SZW (Het IBO rapport bevat 14 praktische maatregelen en 52 beleidsopties) De maatregelen en beleidsopties moeten nog uitgewerkt worden In 2024 landelijke afspraken gemaakt over de elementen van de Basisdienstverlening Schuldhulpverlening, zodat gemeenten voldoen aan de basisdienstverlening VNG & NVVK ondersteunen gemeenten bij de implementatie van de elementen Vroegsignalering van schulden, structurele taak voor gemeenten maar financiering is nog incidenteel. Lobby vanuit VNG voor een structurele financiering aan gemeenten.
De beleidsvoorstellen voor het nieuwe minimabeleid, focus op minimaregelingen Wat blijft hetzelfde: Kwijtschelding gem. belastingen, Individuele bijzondere bijstand, Individuele Inkomenstoeslag, Tegemoetkoming eigen risico, Meedoen volwassenen, Meedoen kindpakket en gratis OV 60+ Wat stellen we voor om te wijzigen of wat is nieuw: De collectieve zorgpolis minima, Meedoen schoolkosten, gratis zwemlessen kinderen en aanvraagprocedures vereenvoudigen, automatische toekenning regeling waar mogelijk en toetsen op rechtmatigheid.
Collectieve zorgpolis minima • Toetsen op vermogen en bijstellen grens van 130% naar 120% Argumentatie: Gerichtere inzet middelen voor werkenden met een laag inkomen Hanteren uniforme grens van 120% voor alle minimaregelingen, biedt duidelijkheid en komt uitvoerbaarheid ten goede. Bijstellen naar 120% heeft nauwelijks impact voor zittend bestand, het hebben van vermogen heeft wel effect voor circa 10% van de deelnemers
Meedoen schoolkosten • Regeling wordt geschrapt Argumentatie: Overlap met Kindpakket, voorkomen stapeling regelingen, regeling deels achterhaald, gebruik zeer gering
Nieuw: Gratis zwemlessen voor behalen diploma a, b en c Argumentatie: Kinderen moeten zwemvaardig zijn, zeker in een land als Nederland. Daarnaast heeft de Adviesraad deze wens uitgesproken.
Stoppen met producten/diensten met een (beperkte) toegevoegde waarde • Waaronder: jaarlijks rapport armoedemonitor & minima effectenrapportage is niet (elk jaar) nodig Argumentatie: effectieve inzet van de beperkte budgetten, met maximaal impact voor minima
Toetsen op rechtmatig minimaregeling Argumentatie: Bieden duidelijkheid, voorkomen risico op terugbetaling/terugvordering, gerichte toekenning aan beoogde doelgroep
Vereenvoudigen aanvraagprocedure minimaregelingen & zoveel mogelijk automatisch toekennen binnen de juridische kaders • Argumentatie: Inwoners niet overvragen met aanleveren van informatie die wij al hebben, aanvragen van meerdere regelingen tegelijk. (Eenvoudig maar rechtmatig) en handelen op basis van vertrouwen
Beleidsvoorstellen voor beleid schuldhulpverlening • Op basis van vastgestelde afspraken landelijke elementen van de basisdienstverlening & voortschrijdend inzicht/geleerde lessen lokaal. We behouden wat goed gaat en ontwikkelen door waar het beter kan en moet, op basis van de elementen van de basisdienstverlening Waar willen we met de activiteiten op inzetten: Bereiken meer inwoners met financiële zorgen/schulden Meer bekend maken en toegankelijker maken van schuldhulpverlening Uitbreiden hulpaanbod met ontbrekende producten/diensten die nodig zijn
Activiteiten op Preventie & Vroegsignalering • Aan de slag met Life events zoals: ik word 18 jaar, ik ga met pensioen, ik kom in de bijstand, ik ga verhuizen. • Doorlopende minicampagne • Beleid voor ontvangen signalen van betalingsachterstanden, interventie bepalen op basis van zwaarte signaal • Filtering signalen op doelgroep jongeren • Opvragen CAK lijsten (6 maanden achterstand zorgpremie) op basis van specifieke kenmerken.
Activiteiten curatieve schuldhulpverlening • Toegankelijkheid verbeteren en aanmelden zonder drempels, inwoners kunnen zich eenvoudig aanmelden via meerdere kanalen • Inzetten van saneringskredieten, tenzij…. • Aandacht voor doelgroep jongeren en ondernemers door passende schuldhulpverlening in te richten voor beide doelgroepen • Traject schuldhulpverlening inrichten op basis van elementen basisdienstverlening en VNG routekaart financiële zorgen
Integrale (schuld)hulpverlening & samenwerking intern & extern • Integraal samenwerken vanuit verschillende beleidsterreinen volgens een stappenplan, om zo de inwoner ook integraal hulp te kunnen bieden (schulden gaan vaak gepaard met ander problematiek) • Proactief inwoners benaderen die in beeld zijn, bijvoorbeeld vanwege beslag of vanwege niet kunnen betalen gemeentelijke belastingen • Lopende overeenkomsten met externe partijen tegen het licht houden en toetsen op meerwaarde en impact voor de inwoners
De financiën • De beleidsmaatregelen en bijbehorende activiteiten worden gedekt vanuit bestaande budgetten voor schuldhulpverlening en minimabeleid • Vanwege de samenhang tussen schuldhulpverlening en het minimabeleid betrekken we het totale budget dat is gereserveerd voor beide beleidsterreinen • Doelgerichte en efficiënte inzet van de budgetten met maximale impact voor de inwoner
Bestaanszekerheid en schuldendomein in beweging • Ontwikkelingen nauwlettend volgen en tussentijds evalueren na 2 jaar
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-2030 Samen de schulden te lijf in Albrandswaard
Gemeente Albrandswaard Juni, 2025
Inhoudsopgave Voorwoord 1. De aanleiding voor dit beleidsplan 1.1 Inleiding 1.2 Het wettelijk kader en landelijk beleid 1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein 2. Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren 2.1 De huidige situatie: De schuldhulpverlening in Albrandswaard 2.2 Het nieuwe beleid: de visie, doelen, beleidskeuzes en speerpunten 2.3 Bijstellen op basis van nieuwe ontwikkeling en voortschrijdend inzicht 2.4 Cijfers en monitoring 3. De financiën
Hoofdstuk 1: De aanleiding voor dit beleidsplan 1.1 Inleiding Anno 2025 hebben nog steeds veel huishoudens financiële zorgen of problematische schulden waar ze niet zelfstandig uitkomen. Ook in onze gemeente Albrandswaard staan we voor de uitdaging om meer inwoners die hier tegenaan lopen te bereiken en passende schuldhulpverlening te bieden. Met de huidige schuldhulpverlening hebben we al een goede basis gelegd en daar bouwen we met dit herijkte Beleidsplan Schuldhulpverlening 2026-20230 op voort. Voor de herijking hebben we rekening met nieuwe ontwikkelingen, nieuwe inzichten uit recente onderzoeken en de geleerde lessen vanuit onze uitvoeringspraktijk. Met gerichte activiteiten zorgen we de komende jaren voor een meer effectieve schuldhulpverlening. In dit hoofdstuk lichten we de landelijke ontwikkelingen kort toe om vervolgens in hoofdstuk 2 in te zoomen op de huidige situatie in de gemeente Albrandswaard, inclusief de visie, de beleidskeuzes en speerpunten voor het nieuwe beleid. Het afsluitende hoofdstuk 3 bevat een overzicht van de financiën waarmee het nieuwe beleid wordt bekostigd. 1.2 Het wettelijk kader en landelijk beleid De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) als wettelijk kader De Wgs bestaat al sinds 2012. De Wgs verplicht gemeenten om schuldhulpverlening aan te bieden.
De wijze waarop gemeenten dit doen mogen ze zelf bepalen, inclusief de keuze om schuldhulpverlening zelf uit te voeren of (deels) uit te besteden. Wel moeten gemeenten eens in de vier jaar een beleidsplan vaststellen, waarin onder andere aandacht is voor de kwaliteit van het aanbod en de monitoring. De Wgs is per 1 januari 2021 flink gewijzigd met als doel (het risico op) schulden effectiever aan te pakken en de schuldhulpverlening toegankelijker te maken. De wetswijzigingen brengen met zich mee dat: • •
Gemeenten de wettelijke taak hebben gekregen om invulling te geven aan vroegsignalering. Dit doen ze op basis van verkregen signalen van betalingsachterstanden bij inwoners. Er een juridische grondslag is voor uitwisseling van persoonsgegevens. De uitwisseling van persoonsgegevens is noodzakelijk voor de uitvoering van vroegsignalering, maar ook voor het besluit over de toegang tot schuldhulpverlening en voor het opstellen van het plan van aanpak wanneer een inwoner eenmaal is toegelaten tot de schuldhulpverlening.
Dit beleidsplan is voornamelijk gebaseerd op de Wgs omdat dit de kaderwet is voor de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het landelijke beleid Het huidige kabinet Schoof I heeft de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden van het vorige kabinet Rutte IV voortgezet. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Het programma is grotendeels gebaseerd op de uitkomsten van het rapport Interdepartementale Beleidsonderzoek ‘Naar een beter werkende schuldenketen’. Het kabinet wil bij de verdere uitwerking van dit programma het aantal inwoners met (problematische) schulden terugdringen en heeft hiervoor de volgende doelen geformuleerd: •
Het voorkomen dat mensen problematische schulden krijgen;
• •
Het verder verbeteren van de (gemeentelijke) schuldhulpverlening; zorgen dat mensen met schulden hier zo snel mogelijk uit komen.
Het terugdringen van de schuldenproblematiek vereist een landelijke aanpak waar de rijksoverheid ook een verantwoordelijkheid in draagt. We herkennen en onderstrepen bovenstaande drie doelen. Vanuit dit beleidsplan sluiten we daarop aan. De elementen van de basisdienstverlening in de schuldhulpverlening Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (in vervolg: VNG), branchevereniging NVVK en Divosa hebben in juli 2024 een gezamenlijk plan ondertekend om de schuldhulp in Nederland te verbeteren. Dit plan introduceert een ‘basisdienstverlening’ die zorgt voor een uniforme, toegankelijk schuldhulp in alle gemeenten. Deze basisdienstverlening bestaat uit meerdere elementen die gemeenten en in geval van uitbesteding gecontracteerde schuldhulpaanbieders moeten doorvoeren. Enkele elementen van de basisdienstverlening zijn het standaard inzetten van een saneringskrediet wanneer inwoners een minnelijk schuldregelingstraject ingaan en het bieden van persoonlijke begeleiding en nazorg. Binnen onze schuldhulpverlening zijn een aantal elementen al geïntegreerd. De overige elementen maken deel uit van dit meerjarige beleidsplan, waarbij we kiezen voor een geleidelijk zorgvuldige implementatie.
De VNG routekaart financiële zorgen als houvast voor gemeenten De VNG heeft in 2024, om gemeenten optimaal te ondersteunen in het schuldhulpverleningsproces, De Routekaart Financiële Zorgen geïntroduceerd. De routekaart biedt gemeenten een basis voor de integrale uitvoering voor schuldhulpverlening. Vanaf bewustwording, vroegsignalering, het regelen van schulden, de begeleiding en de nazorg. De routekaart biedt concrete handvatten om capaciteit en middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten, kennis en ervaring te delen en op gelijke basis te werken. De routekaart geeft houvast, gebaseerd op wat vanuit inwonersperspectief als ideaal gezien wordt. De elementen van de basisdienstverlening zijn ook meegenomen in de routekaart, alsook een specifiek Spoor voor de doelgroepen jongeren en ondernemers. Voor de uitvoering van dit voorliggend beleidsplan, maken we zoveel mogelijk gebruik van deze routekaart. 1.3 De programmabegroting: programma sociaal domein
`
Het beleidsveld schuldhulpverlening valt in de programmabegroting onder het deelprogramma Sociaal Domein. Dit beleidsplan draagt in meer of mindere mate bij aan de doelen van dit programma: -
Elke inwoner krijgt de kans om zich te ontwikkelen; Iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; Inwoners kunnen voor zichzelf zorgen en kijken naar elkaar om; Inwoners van jong tot oud, zijn (langer) vitaal, gelukkig en gezond; Inwoners zijn in staat om (langer) (veilig) thuis te (blijven) wonen.
Hoofdstuk 2: Het geactualiseerde beleid voor de komende jaren 2.1 De huidige situatie: de schuldhulpverlening in Albrandswaard Wij bieden al decennia lang schuldhulpverlening aan onze inwoners, voorheen deden we dat vanuit de BAR organisatie en sinds de ontvlechting vanuit onze gemeente. Voor de doorontwikkeling van ons bestaand beleid ligt er een solide basis om op voort te bouwen. De Wgs biedt gemeenten de mogelijkheid om schuldhulpverlening in zijn geheel of gedeeltelijk uit te besteden. Als gemeente Albrandswaard voeren wij de onderdelen preventie, vroegsignalering en de eerste fase van schuldhulpverlening zelf uit. Onder de eerste fase valt onder andere het voeren van de intakegesprekken en het bieden van lichte ondersteuning aan inwoners met (beginnende) schulden die nog te overzien zijn. In deze fase schakelen we desgewenst via De Vraagwijzer een Schuldhulpmaatje in die inwoners aanvullende ondersteuning kunnen bieden. Inwoners met problematische schulden die een intensievere traject behoeven, de zogenaamde tweede fase, dragen we warm over aan Kredietbank Nederland. Kredietbank Nederland is de gecontracteerde partij die namens de gemeente Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht de tweede fase van schuldhulpverlening uitvoert. Het belangrijkste product dat in deze fase wordt aangeboden is het minnelijke schuldhulpverleningstraject, het zogenaamde Msnp-traject.