CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

34. 208660 Raadsvoorstel Zienswijze op de concept jaarstukken 2020 en concept begroting 2022 GR BAR-Organisatie.pdf

Gemeenteraad AW 26 april 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken32.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Concern Control heeft geconstateerd dat het borgen van interne controle en rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen de processen niet is afgerond. Het inrichten van interne processen in de lijn is een blijvend aandachtspunt wat is geborgd door regie en coördinatie binnen Concern Control te beleggen. Bij de uitgevoerde VIC is een aantal fouten geconstateerd. De omvang van deze financiële fouten treft de financiële rechtmatigheid. De financiële onrechtmatigheden zijn geconstateerd binnen het proces inkoop en aanbesteding op het gebied van de toepassing van de regelgeving in het kader van de EU-aanbestedingen. Deze financiële onrechtmatigheden vloeien voort uit contracten uit het verleden en berusten niet op nieuwe fouten in procedures. Daarnaast zijn er procesbevindingen binnen de processen waarmee wordt aangegeven dat de uitvoering van diverse processen nog niet volledig in control is. Daar tegenover staat dat er binnen belangrijke processen zichtbaar stappen zijn gemaakt. Covid-19 (corona) virus Korte termijn De uitbraak van het Covid-19 (corona) virus eind februari 2020 heeft een enorme impact. De wereldwijde pandemie heeft geleid tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van Covid-19 heeft onze GR BAR op diverse beleidsterreinen gekeken wat, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, gedaan kan worden.

Onze GR BAR heeft zo adequaat als mogelijk uitvoering gegeven aan de landelijke en lokale maatregelen. Tegelijkertijd is het door de inzet van onze medewerkers gelukt om de continuïteit van de reguliere werkzaamheden op peil te houden. En is voor een groot deel ook uitvoering geven aan de ambities en speerpunten uit de collegeakkoorden van onze 3 opdrachtgevers. Dit onder voor sommige medewerkers soms moeilijke omstandigheden. Lange termijn Na de uitbraak van de coronacrisis is er binnen de BAR-organisatie voor meerdere clusters in kaart gebracht wat de gevolgen van de coronacrisis voor onze gemeenten op de lange termijn (kunnen) zijn. Het inschatten van de gevolgen (kansen en risico’s) wordt bemoeilijkt door het feit dat de coronapandemie een nieuwe crisis is met ongekende gevolgen. De onzekerheid over wat er op de gemeenten af gaat komen is groot. Om deze onzekerheid het hoofd te bieden en voor de gemeenten en de BAR-organisatie in kaart te brengen wat de langetermijngevolgen van de coronacrisis (kunnen) zijn, is kort na de uitbraak van de pandemie begonnen met de eerste korte en middellange termijngevolgen van corona op de samenleving aan de hand van verkenningen in kaart te brengen. Verder zijn er op basis van een uitgebreide trendanalyse vier toekomstscenario’s ontwikkeld.

Deze brengen vier mogelijke uitkomsten van de coronacrisis in kaart en vormden de basis voor meerdere werksessies, waarbij de aannames waarop huidig beleid gebaseerd is getoetst werden. De verkenningen en toekomstscenario’s zijn met een belangrijk deel van de organisatie en de besturen gedeeld. De belangrijkste thema’s zijn geduid en er zijn kaders geschetst om te kunnen anticiperen op de maatschappelijke impact van de crisis. 22

Ook is gewerkt aan het in beeld brengen van de directe kosten en de onzekerheid is vertaald in risicoanalyses. Deze zijn met raadsinformatiebrieven gedeeld met de verschillende besturen. De uitvoering hiervan vindt zoveel als mogelijk plaats binnen de bestaande P&C-cycli en de werkzaamheden die hiervan onderdeel uitmaken. Thuiswerken en reiskosten - incidentele kosten vanwege de corona-crisis * eenmalige thuiswerkvergoeding Door de corona-crisis was thuiswerken vanaf medio maart 2020 de norm. De meeste medewerkers hadden daardoor minder kosten woon-werkverkeer en meer kosten door het thuiswerken. Er was echter sprake van ongelijkheid tussen de medewerkers in de compensatie van de onkosten. Om deze ongelijkheid recht te trekken ontving circa de helft van de medewerkers een eenmalige tegemoetkoming in de kosten van thuiswerken in 2020. De incidentele kosten van deze tegemoetkoming bedroegen € 68.100 en zijn gedekt binnen de bestaande personeelsbudgetten. * kosten voor het - volgens de Belastingdienst onterecht - uitruilen van reiskosten woon-werkverkeer De Belastingdienst heeft in 2020 wisselende besluiten genomen over de mogelijkheid voor medewerkers om de fiscale ruimte binnen de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer uit te ruilen binnen het Individueel Keuzebudget (IKB) voor de periode dat niet werd gereisd naar het werk.

Dit wisselende beleid heeft geresulteerd in een incidentele verhoging van de loonheffing met € 43.300. Deze kosten zijn verwerkt in de jaarrekening.

23

2. Paragrafen 2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De GR BAR is de ambtelijke uitvoeringsorganisatie van de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Namens deze gemeenten voert onze GR BAR actief beleid op de beheersing van de risico’s die we gezamenlijk lopen. Door inzicht in de actuele risico’s en de mogelijke maatregelen worden organisatie en bestuur in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Alle risico’s worden tenminste twee keer per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. De aan de bedrijfsvoering gerelateerde onzekerheden of risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen vormen het risicoprofiel van onze GR BAR. Dit risicoprofiel komt tot stand met behulp van het risicomanagementsoftware-programma NARIS. Bij het opstellen van het actuele profiel wordt zowel naar de bekende en berekende risico’s gekeken als naar trends en ontwikkelingen van waaruit reële toekomstscenario’s met verschillende uitkomsten worden verkend. Weerstandvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de risico’s, oftewel: weerstandscapaciteit - risico’s = weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, het bedrag voor onvoorzien en stille reserves.

Geen van deze componenten is aanwezig binnen onze GR BAR wat maakt dat de GR BAR geen weerstandscapaciteit heeft. De in deze paragraaf geïnventariseerde risico’s van onze GR BAR zijn ondergebracht bij de gemeenten waar ze in de gemeentelijke risicoprofielen in de begrotingen zijn opgenomen. Top 10 belangrijkste risico’s GR BAR De GR BAR gaat over gezamenlijk werkgeverschap en inkoop. Dat maakt dat het risicoprofiel van onze GR BAR gericht is op de bedrijfsvoering en de top tien aan bedrijfsvoeringsrisico’s met de grootste (financiële) impact toont. Het totaal aan risico’s van onze GR BAR bedraagt per 12 januari 2021 ongeveer € 3.200.000 en wordt afgedekt door de deelnemende gemeenten. Deze top tien vertegenwoordigt 85,19 % van het totaal aan bedrijfsvoeringsrisico’s. Pos Nu/oud

Risicogebeurtenis

Gevolgen

Maatregelen/ info

Gemiddeld risico*

Invloed (%)

1/1

Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatie techniek en informatiebeveiliging.

Financieel, imago,

Kwaliteitsontwikkeling, organisatieontwikkeling, Jaarlijkse IT audit

€ 468.000

2/2

Aansprakelijkheid door fouten/onwetendheid/niet handelen van personeel

Financieel, imago,

HRM, begeleiding en ontwikkeling

€ 390.000

11,92%

3/3

Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance)

Financieel, imago

Procesmanagement, organisatieontwikkeling, ontwikkelen Governance, Risk en Compliance competenties

€ 268.000

10,11%

4/5

Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld/ aanwezig zijn kost meer dan geraamd. Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt.

Financieel, kwaliteit dienstverlen ing, imago

Business Continuity management, HRM, begeleiding en ontwikkeling, doorontwikkeling BAR2020

€ 195.000

5/ 4

Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen/-structuur

Financieel

Consolidatie- en rationalisatieprogramma, procesmanagement,

€ 208.000

24.18%

8,56%

8,22%

24

tijd- uitstel doelstelling, imago

organisatieontwikkeling, good governance

Financieel

Business Continuity management, accommodatiebeheersproces, procesmanagement, organisatieontwikkeling

€ 260.000

7/6

Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten

Financieel, schade voor de gemeente

Contractbeheer-/management, procesmanagement, organisatieontwikkeling

€ 260.000

6,93%

8/9

Uitvallen materiaal/voertuigen buitendienst

Imago, financieel

Onderhoud, vakkundig gebruik, Business Continuity management

€ 260.000

2,98%

9/8

Cluster risico’s Fraude en Integriteit

Financieel extra kosten en boetes, imagoschade

10 / 10

Onvoorziene kosten doorontwikkeling BAR 2020

Financieel

6/7

Risico’s met betrekking tot beheer/functie van binnen- en buitenaccommodaties

Procesmanagement, organisatieontwikkeling, verbeteren compliance functie,

BAR2020, monitoring, organisatieontwikkeling, procesmanagement

6,96%

2,82% € 436.000

2,51%

€ 130.000

85,19 %

*In de top 10 wordt de gemiddelde financiële schade getoond na simulatie en de invloed op de benodigde weerstandscapaciteit (uitkomst de Monte Carlo simulatie/ Naris). Bedragen zijn afgerond op 1.000.

Samenvatting ontwikkeling risicoprofiel GR BAR 2020 In dit risicoprofiel wordt teruggekeken op het jaar dat onlosmakelijk is verbonden met de coronacrisis. Het is een momentopname waarin we niet alleen terugkijken naar de impact ervan op de bedrijfsvoering maar waarin ook aandacht wordt geschonken aan wat er gebeurt en wat redelijkerwijs verwacht kan worden. In dit profiel worden zichtbare trends en ontwikkelingen kort toegelicht die hun wortels hebben in de voorgaande periode. De 10 belangrijkste bedrijfsvoeringsrisico’s zijn dus medebepalend voor de inschattingen en benodigde reserves op dit moment en in de toekomst. Onder bedrijfsvoering valt alles wat de BAR-organisatie inzet om burgers, bedrijven en instellingen van de deelnemende gemeenten goed te bedienen. De bedrijfsvoering omvat tevens alle activiteiten die binnen de organisatie worden uitgevoerd, met uitzondering van het verlenen van diensten en het produceren van producten, oftewel het primaire proces. Bedrijfsvoering betreft ook de inrichting, de organisatie en de ervaring en deskundigheid van het personeel.

De kwaliteit van het bedrijfsvoeringsvermogen van onze GR BAR wordt bepaald door: 1. de beschikbare personele capaciteit en de expertise en algemene kwaliteit van het personeel, 2. de invulling van randvoorwaarden zoals huisvesting, beschikbare materialen en ICTmiddelen. Centrale trends en ontwikkelingen met impact op de bedrijfsvoeringsrisico’s: - een afname van het mentaal / psychisch welbevinden: mensen ervaren meer angst, stress en onzekerheid door de uitbraak van de pandemie en alle beperkende maatregelen die dat met zich meebrengt. Met betrekking tot het werk zijn dat extra stress en afleiding door het thuiswerken, vermenging van privé en werk en meer werkdruk. 25

-

-

-

de toename van de digitalisering en het online werken hebben verschillende gevolgen: a) eisen aan de vaardigheden van het personeel, b) meer gelegenheid voor internetcriminaliteit, c) centraal belang van stabiele en gedegen ICT-infrastructuur. minder frequent en veranderd gebruik van de kantoorruimte. minder frequent en veranderd gebruik van de buitenruimte. een veranderd gebruik van de gemeentelijke dienstverlening, zoals meer afvalstorten en meer vergunningaanvragen voor bijvoorbeeld verbouwingen. door de coronawetgeving / nieuwe crisistaken ontbreekt de tijd om nieuwe wetgeving en taken voor te bereiden. een economische recessie: met name een toenemende werkloosheid die waarschijnlijk gepaard zal gaan met een afnemende krapte op de arbeidsmarkt. de bezuiniging / taakstelling op de BAR-organisatie dwingt een afgeslankte organisatie om meer risico te nemen.

De top 10 risico’s uitgelicht met een korte toelichting en een opsomming van de belangrijke trends en ontwikkelingen. 1. Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatietechniek en informatiebeveiliging De digitalisering kan niet worden afgeremd. Stilstaan is achteruitgang maar aanhaken vraagt veel van organisaties qua ontwikkeling en inzet van middelen. De coronacrisis heeft het digitaal doorpakken in de dienstverlening onder een vergrootglas gelegd. Het is lovenswaardig hoe weerbaar de ICTdienstverlening binnen onze GR BAR is gebleken. Tegelijk wordt onmiskenbaar zichtbaar welke toenemende eisen er worden gesteld aan een goed werkende en veilige digitale werkomgeving. De grote verantwoordelijkheid om op de best mogelijke wijze met de gevoelige gegevensverzamelingen om te gaan dwingt gemeenten tot een aanhoudend investeren in de randvoorwaarden die continu om een upgrade vragen.

Trends en ontwikkelingen:  een afname van het mentaal welbevinden: medewerkers die door stress, drukte of vermoeidheid minder scherp zijn bij het in achtnemen van de beveiligingsrichtlijnen,  door het grotendeels thuiswerken is er meer kans op problemen / inbraak bij de ICTsystemen en staat de veiligheid van het online samenwerken onder druk (bij de verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten),  er is meer vraag naar een digitale transformatie van de dienstverlening van de overheid,  medewerkers die niet optimaal kunnen functioneren en taken niet kunnen uitvoeren door onvoldoende digitale vaardigheden,  niet of maar beperkt kunnen invullen van de bedrijfsfuncties conform de gemeentelijke modelarchitectuur.  cyberaanvallen waardoor de bedrijfsvoering (deels) stil komt te liggen. 2. Aansprakelijkheid door fouten / onwetendheid / niet handelen van personeel De praktijk toont aan dat het personeel van onze GR BAR veerkracht toont en onder moeilijke omstandigheden in staat is te schakelen en met beperkte mogelijkheden te blijven presteren. De kans dat er iets mis gaat is onder de huidige omstandigheden wel hoger. De aanhoudende toename van het aantal taken en de vereiste kennis voor diverse nieuwe of aangepaste wetten en regels komt hier extra bij.

26

    

Trends en ontwikkelingen: een afname van het mentaal welbevinden: medewerkers die door stress, drukte of vermoeidheid minder scherp zijn, een toename van onzekerheid in het algemeen door de coronacrisis, een hogere werkbelasting van het personeel door een toename van de belasting van de lokale overheid en de invoering van nieuwe regelingen (zoals de steunmaatregelen), nieuwe- en gewijzigde wetten en regels vragen om bijkomende competenties, een onvolledige of uitblijvende invulling van die competenties vormen inmiddels een aanzienlijk risico, uitval personeel door (een hoger) ziekteverzuim.

3. Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance) De verantwoordelijkheid voor het compliant zijn is verdeeld over verschillende rollen en staat onder druk door de invoering en wijzigingen van wetgeving en daarmee de uitbreiding van de gemeentelijke taken en plichten. Compliance-management is in onze GR BAR nog in ontwikkeling. Trends en ontwikkelingen:  de invoering van de coronawet, waarbij snel nieuwe wetgeving is ingevoerd,  er is nieuwe en complexe regelgeving ontstaan als gevolg van coronacrisis,  de uitvoering van wetten en taken in het sociaal domein (Wmo, Participatie, Jeugdzorg) komt door een stijgende vraag in het gedrang,  de uitvoering van de energietransitie komt in gedrang: komen de gemeenten de wettelijke taken nog na?  onze GR BAR moet nog doorontwikkelen in resilience-management en resilience-strategie (veerkracht, herstellingsvermogen). 4. Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld / aanwezig zijn kost meer dan geraamd. Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt. Onze GR BAR geeft invulling aan de taken van de deelnemende gemeenten. Om invulling te geven aan de vereiste gemeentelijke architectuur moet continu een breed scala aan bedrijfsfuncties worden ingevuld. Dit is en blijft een grote uitdaging omdat het hier gaat over mensen en het invullen van competenties.

Trends en ontwikkelingen:  door een toename van de werkloosheid komt er mogelijkerwijze ook een afname van de schaarste op de arbeidsmarkt (dit is nog niet bevestigd door onafhankelijke studies),  het inwerken / binden van nieuwe medewerkers is digitaal lastig,  een toename bij het eisen van kennis, ervaring en specifieke vaardigheden (competenties). 5. Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen / -structuur Onze GR BAR investeert continu in het actualiseren en optimaliseren van de processen. De huidige omstandigheden waaronder moet worden gewerkt zijn uiteraard van invloed op het tempo. Trends en ontwikkelingen:  een hogere werkdruk en stress door corona en het stellen van andere prioriteiten (afname welbevinden),  de burgerparticipatie komt in het gedrang,  de procesoptimalisatie wordt vertraagd door de beperkingen van de coronarichtlijnen / de lock-down / het nieuwe normaal,  uitval van personeel door ziekteverzuim. 27

6. Risico’s met betrekking tot beheer / functie van binnen- en buitenaccommodaties Met name de accommodaties die worden ingezet / verhuurd voor sport en ontspanning staan veelal leeg door de coronacrisis. Wanneer deze wel, al dan niet deels, in gebruik zijn levert dat aanpassingen op door het coronaproof maken en houden van de accommodaties en de wijze van het begeleiden van de groepen die van de accommodaties gebruik maken. Trends en ontwikkelingen:  uitval van personeel door ziekteverzuim,  geen gebruik van de accommodaties en derhalve geen huurinkomsten. 7. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij het contractmanagement binnen onze GR BAR hebben dit risico doen afnemen. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor veel uitdagingen. Trends en ontwikkelingen:  een verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten,  discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een ketennetwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt,  toenemende volatiliteit, complexiteit en ambiguïteit. 8. Uitvallen materiaal / voertuigen buitendienst De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben veel invloed op het beeld over 2020. Lange rijen bij de afvalstations, volle containers, glas- en GFT-bakken.

Het leverde uiteindelijk zelfs bijkomende veiligheidsrisico’s en noodzakelijke aanpassingen en richtlijnen op. Maar ook het door alle beperkingen veranderde gebruik van de buitenruimte levert een andere werkelijkheid op die bepalend is voor de inzetbaarheid van de voertuigen en materiaal. Trends en ontwikkelingen:  een toename en veranderd gebruik van de buitenruimte,  een toename van het gebruik van de afvaldiensten,  een lage onderhoudsfrequentie op het materiaal uit kostenoverwegingen vormt een geaccepteerd risico. 9. Clusterrisico’s Fraude en Integriteit Door voldoende capaciteit toe te kennen aan een uitgebreide frauderisicoanalyse wordt de toezichthouder in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid. In 2020 is door de crisissituatie geen prioriteit gegeven aan de actualisatie. Inmiddels wordt dit met prioriteit in het integrale risicomanagementbeleid meegenomen. Trends en ontwikkelingen:  risicoanalyse fraude en integriteit kan als onderdeel van een concernbreed risicoprofiel de aandacht verliezen,  een verdere digitalisering van de samenleving en een aantal diensten,  eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 10. Onvoorziene kosten doorontwikkeling BAR 2020 Veel van de bovengenoemde risico’s zijn van invloed op de doorontwikkeling van de BAR-organisatie.

De ervaringen en inzichten opgedaan in 2020 leren om realistisch om te gaan met de vele 28

onzekerheden in het zeer veranderlijke wereldbeeld. Trends en ontwikkelingen:  gemeentelijke bedrijfsfuncties kunnen niet altijd (volledig) worden ingevuld,  veranderde omstandigheden vragen om nieuwe vaardigheden, middelen en aanpassingstijd,  het streven om de doorontwikkeling door te zetten en stabiel te blijven acteren als organisatie in crisistijd. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. De volgende zijn (in beginsel) relevant voor onze GR BAR. 1. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. In het algemeen geldt dat een laag percentage beter is dan een hoog. Berekening: Het totaal van de langlopende geldleningen, de korte schulden en de overlopende passiva gedeeld door 1% van de baten in de jaarrekening: 14.127.300 = 18,23% 1% van 77.508.600 2.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 5.620.200 = 7,25% 1% van 77.508.600 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.

29

2.2 Paragraaf Financiering Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). De beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. In het treasurystatuut van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen we het treasurybeleid van onze GR vormgeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de treasuryfunctie. In 2020 zijn de kaders zoals vastgelegd in het treasurystatuut gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van onze GR BAR door de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. Eind juli 2020 is een kasgeldlening van € 2.000.000 afgesloten met een looptijd van twaalf dagen en een rentepercentage van -0,2%. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist.

Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het daarvoor geldende drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Met onze huisbankier, de Rabobank, is afgesproken dat dagelijks automatisch wordt afgeroomd naar de schatkist wanneer het saldo hoger is dan € 350.000. In de Toelichting op de balans in deze jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het totaal aan middelen dat per kwartaal buiten de schatkist is gehouden. Uit het daar opgenomen overzicht blijkt dat het drempelbedrag in 2020 in geen enkel kwartaal is overschreden. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De rentevergoeding voor deze deposito’s bedroeg in 2020 0%. Mede daarom is van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee worden de renterisico’s beperkt en het renteresultaat geoptimaliseerd. Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn materiële vaste activa, betrekking hebbend op de bedrijfsvoering, door de deelnemende gemeenten overgedragen aan de GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname.

In 2020 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken.

30

Overzicht langlopende geldleningen:

Renterisicobeheer Risicobeheersing is één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld:  de kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar;  de renterisiconorm, die betrekking heeft op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken.  Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximumbedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote gevolgen hebben voor de rentelasten tijdens het boekjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen dienen deze rapportages te worden toegezonden aan de provincie, met daarbij een plan om weer te gaan voldoen aan de kasgeldlimiet Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2020 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet is gebleven.

31

 Renterisiconorm Volgens de renterisiconorm komt jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Het doel is de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Herfinanciering is het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of voor aflossingen op de bestaande leningen. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2020 onder de renterisiconorm is gebleven.

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening heeft het BBV onderstaand schema voorgeschreven: Renteschema 2020 - werkelijke cijfers Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

10.900 0 100 10.800 11.300 -500

32

2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het gemeentehuis van Albrandswaard wordt gehuurd van een derde partij totdat het nieuwe Huis van Albrandswaard in 2021 is opgeleverd en in gebruik wordt genomen. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een lange aanbestedingsprocedure werd voor de lease van het wagenpark van de buitendienst begin 2019 een contract afgesloten. Met het sluiten van de leaseovereenkomst kon tegelijkertijd het wagenpark verduurzaamd worden. In afwachting van de gemeentelijke besluitvorming over het benodigde budget werd half mei 2019 overgegaan tot een beperkte bestelling van 13 voertuigen met bijbehorend strooimaterieel. Door lange levertijden werden in 2019 maar 5 voertuigen geleverd. Het resterend gedeelte werd begin 2020 geleverd. In maart 2020 zijn de vervolgbestellingen opgepakt.

Inmiddels zijn er in 2020 13 voertuigen en 1 aangedreven veegmachine aangeschaft. De leveringen hebben onder druk gestaan van de coronacrisis. Mede daardoor staan er eind 2020 nog 7 voertuigen in bestelling waarvan het de verwachting is dat deze begin 2021 worden geleverd. Het “oude wagenpark” neemt af en inmiddels vallen er 26 voertuigen, 1 aangedreven veegmachine en 14 strooiers onder de leaseconstructie. Met het oog op de aan de leaseconstructie gerelateerde verduurzaming van het wagenpark kan gemeld worden dat hiervan 6 voertuigen elektrisch worden aangedreven, er 2 hybride voertuigen rijden en er 18 voertuigen op duurzame brandstof (HVO) rijden. Van de voertuigen die in bestelling staan zijn er 2 hybride en worden er 5 elektrisch aangedreven. Door de nasleep van 2019 en de coronaperikelen in 2020 is het beschikbare budget voor het leasen van de voertuigen in 2020 maar voor een deel aangewend. I&A investeringen (Informatie en Automatisering) Ook voor I&A heeft 2020 voor een belangrijk deel in het teken gestaan van corona. Met spoedoplossingen voor digitaal vergaderen in de brede zin (MS-Teams), digitaal vergaderen en besluiten voor de gemeenteraden en ondersteuning van de Tozo (de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is veel capaciteit, tijd en investeringsbudget gerelateerd geweest aan corona.

Informatieveiligheid en privacy blijven cruciale aandachtsgebieden. De recente gebeurtenissen bij de gemeente Hof van Twente hebben eens te meer aangegeven hoe belangrijk dit onderwerp is. Dit jaar is binnen de bestaande middelen fors ingezet op datagedreven werken. Met een verschuiving van capaciteit richting datagedreven werken, een professionalisering van het voorbrengingsproces van dashboards en rapportages, een volwassenheidsmeting en helder opdrachtgeverschap vanuit de directieraad heeft het datagedreven werken een goede doorstart gemaakt.

33

Het verdere uitstel van de Omgevingswet heeft niet betekend dat de werkzaamheden vanuit I&A vertraging oplopen. Er is hard gewerkt aan de keus voor een softwarepakket ter ondersteuning van deze wet en aan het vaststellen van nieuwe werkwijzen en processen. Naast de Omgevingswet is er aandacht geweest voor andere wetgeving die onze informatievoorziening raakt zoals de Wet elektronische publicaties, de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, de Wet open overheid en de wet met betrekking tot de digitale toegankelijkheid. Er wordt in toenemende mate geografisch-georiënteerd gewerkt. Zo is het afgelopen jaar gewerkt aan de vervanging van de softwareoplossing voor het MOR-proces (Meldingen Openbare Ruimte). Dit proces - voor dienstverlening belangrijk vanuit volume en zichtbaarheid - is nu gerealiseerd op basis van een gebruiksvriendelijke, kaart-georiënteerde oplossing die naar verwachting in het eerste kwartaal van 2021 ‘live’ zal gaan. Ook de verdergaande digitalisering en het aanbieden van ‘eDiensten’ aan onze burgers en bedrijven is in 2020 gecontinueerd met onder meer de eDiensten voor burgerzaken. Er zijn meerdere investeringen gedaan om de organisatie te ondersteunen bij het volledig op afstand werken.

Dit is met name gebeurd voor het digitaal vergaderen en voor het faciliteren van onze medewerkers bij het thuiswerken, bijvoorbeeld met laptops en mobiele toestellen. Er zijn ook capaciteitsvergrotingen (netwerk/licentie) gedaan om zorg te dragen voor een stabiele werking. Verder zijn er twee investeringen gedaan in het vervangen van de hardware in de computerruimte. Dit betrof de CPU/memory capaciteit en een vernieuwing/uitbreiding van de opslagcapaciteit. Deze investering past tevens in het beleid voor verschuiving van diensten. De al eerder benoemde verschuiving van ‘aanschaf’ naar ‘diensten’ (cloud, Software as a Service) zet door en in 2020 is inderdaad de voorspelde verschuiving van investeringslasten naar exploitatielasten zichtbaar.

2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Naast de hierboven opgenomen paragrafen zijn in het BVV nog drie paragrafen verplicht voorgeschreven: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid. Aangezien die niet van toepassing zijn op onze GR BAR zijn ze niet opgenomen.

34

B.

Jaarrekening 2020 gemeenschappelijke regeling BAR

35

3.1 Balans ACTIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2020

1.

Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut

5.888.700

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Bank- en girosaldi

6.623.200 6.619.800

5.888.700 -

Totaal vaste activa 2.

31-12-2019

3.400 5.888.700

6.623.200

6.866.900

7.238.300

300.300 6.440.000

214.200 6.979.500

126.600

44.600 144.800

144.800

Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen - overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

358.300 358.300

1.495.400

1.058.000

498.100

498.100

997.300

559.900

Totaal vlottende activa

8.507.100

8.654.600

Totaal-generaal

14.395.800

15.277.800

36

PASSIVA Nr.

Omschrijving

31-12-2020

3.

Vaste passiva Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: Openbare lichamen Totaal vaste passiva

4.

Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichten van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

31-12-2019

268.500 268.500

582.400 582.400

156.300 156.300

280.600 280.600

424.800

863.000

9.214.500

11.047.100

9.214.500

11.047.100 4.756.500

3.367.700

4.756.500

3.350.900

0

16.800

Totaal vlottende passiva

13.971.000

14.414.800

Totaal-generaal

14.395.800

15.277.800

37

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (oftewel het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut net als investeringen met een economisch nut geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies.  Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.  De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

38

Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2015 die op 15 december 2015 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het actief in gebruik is genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa

Afschrijvingstermijn

Investeringen met een economisch nut Gebouwen Telefooncentrales

5

Vervoermiddelen Traktoren

15

Vrachtwagens

8

Reinigingsophaalwagens

8

Veegwagens

8

Aanhangwagens

8

Personenwagens

8

Overige gemeentelijke bedrijfswagens

8

Onderhoudsmaterieel

5

Machines, apparaten en installaties Borstelmachines, sneeuwblazers, schuivers

10

Automatiseringsapparatuur

4

Gereedschap

10

Software

5

Software basisadministratie, bijv Key2,GBA

5

Netwerk en bekabeling

4

Audio-visuele middelen

4

Overige tele-communicatieapparatuur

5

Overige materiële vaste activa Inventaris / Meubilair / Stoffering

10

Immateriële vaste avtiva Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

39

3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa

stand Omschrijving

31-12-2019

vermeerdering

vermindering

afschrijvingen

stand

bijdragen van afwaardering derden

31-122020

Materiele vaste activa met economisch nut Bedrijfsgebouwen

878.400

Machines, apparaten, installaties

75.700

802.700

1.140.200

2.720.100

116.800

302.300

590.300

2.063.600

3.139.100

721.100

383.500

35.600

Overige materiële activa

2.218.800

435.100

subtotaal

6.619.800

1.191.800

1.923.000

1.191.800

1.926.400

Vervoermiddelen

5.888.700

Materiele vaste activa met maatschappelijk nut Machines, apparaten, installaties

3.400

TOTAAL

2.

6.623.200

3.400 5.888.700

Vlottende activa

Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2019

mutaties

saldo 31-12-2020

Vorderingen op openbare lichamen: -

Verrekening met gemeenten

110.700

159.200

269.900

-

Overige semi overheid

103.500

-73.100

30.400

214.200

86.100

300.300

6.979.500

-539.500

6.440.000

44.600

82.000

126.600

7.238.300

-371.400

6.866.900

Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2020 bedraagt deze post € 300.300. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2020 is een bedrag van € 6.440.000 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2020 bedraagt dit € 126.600.

40

Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Zie voor een nadere toelichting de paragraaf Financiering. Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2020

68.907.200

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage

0,75%

Drempelbedrag

516.800 Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal

-253.145

2e kwartaal

-207.370

3e kwartaal

-193.720

4e kwartaal

-216.455

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal

saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

350.000

-206.000

144.000

8.300

-7.500

800

358.300

-213.500

144.800

Overlopende activa Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel. B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

498.100

-

498.100

- Nog te ontvangen bedragen

53.300

401.900

455.200

- Vooruitbetaalde bedragen

451.700

53.400

505.100

- Kruisposten

5.600

-5.600

-

- VPB betaalrekening

48.900

-33.900

15.000

- Voorschotten salarissen

400

-400

-

- Tussenrekening salarissen

-

22.000

22.000

1.058.000

437.400

1.495.400

Totaal

41

saldo 31-12-2019

toevoegingen

ontvangen bedragen

saldo 31-12-2020

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie

498.100

-

-

498.100

Totaal

498.100

-

-

498.100

ad. A.

PASSIVA 3.

Vaste passiva

Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2020 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen

saldo toevoegingen 31-12-2019

t.g.v. rekening

aanwending

saldo 31-12-2020

Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's

582.400

30.400

-212.900

-131.500

268.500

Totaal

582.400

30.400

-212.900

-131.500

268.500

Met een aantal medewerkers zijn afspraken gemaakt over vervroegde pensionering en begeleide uitdiensttreding. De financiële gevolgen moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) in één keer ten laste van het dienstjaar komen waarin de afspraken zijn gemaakt. Dit gebeurt in 2020 door het toevoegen van een bedrag van € 30.400 aan deze voorziening ter dekking van de financiële gevolgen van nieuwe afspraken die de komende jaren volgen. Die uitgaven zullen nog een aantal jaren doorlopen. Er is voor € 131.500 over de voorziening beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2020 zijn gekomen. Doordat een aantal medewerkers inmiddels een nieuwe baan heeft zijn de WWverplichtingen komen te vervallen. Hierdoor kan een bedrag van € 212.900 vrijvallen. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering. Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Onderhandse leningen van: Openbare lichamen

saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

Rente

- Gemeente Barendrecht

73.100

-30.200

42.900

3.200

- Gemeente Albrandswaard

130.900

-60.200

70.700

2.200

- Gemeente Ridderkerk

76.600

-33.900

42.700

5.500

Totaal

280.600

-124.300

156.300

10.900

42

4.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

Verrekening met gemeenten

2.663.100

-2.625.800

37.300

Overige semi overheid

6.381.500

879.800

7.261.300

Overige crediteuren

1.979.500

-63.600

1.915.900

Overige schulden:

Tussenrekeningen Totaal

23.000

-23.000

-

11.047.100

-1.832.600

9.214.500

De verrekening met de gemeenten is ruim € 2,6 miljoen lager dan vorig jaar. Dit heeft te maken met het toepassen van de Koepelvrijstelling voor 2014 - 2017 die de belastingdienst begin 2019 had gehonoreerd en de daarmee samenhangende belastingrente. Eind 2019 moest die belastingrente nog verrekend worden met de gemeenten. Inmiddels is dat afgewikkeld. Tussenrekeningen De specificatie van het saldo tussenrekeningen staat in onderstaand overzicht. saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

Tussenrekening salarissen

16.300

-16.300

-

Tussenrekening Internetkassa Publiekzaken

6.700

-6.700

-

Totaal

23.000

-23.000

-

Tussenrekeningen

Overlopende passiva Overlopende passiva

saldo 31-12-2019

mutatie

saldo 31-12-2020

Nog te betalen bedragen

2.635.800

1.098.800

3.734.600

Af te dragen premies

715.100

107.900

823.000

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

16.800

-16.800

-

Voorschotten salarissen

-

600

600

Vooruitontvangen Subreg.Samenwerking (Expl.509050)

-

198.300

198.300

3.367.700

1.388.800

4.756.500

Totaal

43

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 68.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. Voor de drankenautomaten heeft in 2017 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Pelican Rouge (inmiddels Selecta) afgesloten. Het contract is gestart op 1 augustus 2017 en eindigt van rechtswege op 31 juli 2022, met een optie tot verlengen van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste, integrale consumptieprijs per tik is afgesproken. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar. Vennootschapsbelasting Sinds 2016 heeft onze GR BAR te maken met vennootschapsbelasting (Vpb) en wordt er Vpb betaald over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald.

Tot en met 2019 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Op dit moment is alleen de definitieve aanslag over 2016 ontvangen. Deze is conform de ingediende aangifte 2016 vastgesteld en is daarmee ook conform de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2020 wordt in de loop van het jaar 2021 de aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2020 aan ten grondslag. De Vpb-last 2020 wordt ingeschat op € 14.300 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. De verwachting is verder dat de Belastingdienst de aanslagen Vpb 2017, 2018 en 2019 ook conform de aangifte zal vaststellen. Voor het jaar2020 moeten de berekeningen nog definitief worden gemaakt en moet de definitieve aangifte nog worden ingediend. Hier kunnen nog financiële correcties uit voortvloeien, maar die zullen naar de mening van onze GR BAR niet materieel zijn. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen.

44

3.3 Overzicht van baten en lasten 2020 Op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BVV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. Onze GR BAR heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostensoorten. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Rekening 2019

Begroting 2020

Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting

-61.645.100 -762.900 -1.427.100 -3.500 -2.763.000 -536.000 -5.300

-57.476.200 -761.900 -1.262.300 -4.800 -2.575.900 -570.800 -21.000

-8.879.600 -542.800 181.500 -71.600 67.000 -672.800 -

begroting na wijziging -66.355.800 -1.304.700 -1.080.800 -76.400 -2.508.900 -1.243.600 -21.000

Overige bedrijfsvoering

-8.344.500 -75.487.400

-6.234.400

-108.600

-68.907.300

891.100 13.400 91.100 4.500 1.708.400 72.538.700 240.200 75.487.400

1.449.200 73.500 581.600 66.802.900 68.907.300

Lasten

TOTAAL LASTEN

wijziging

werkelijk

verschil

-66.357.000 -725.000 -1.184.700 -87.500 -2.867.000 -773.500 -13.900

-1.200 579.700 -103.900 -11.100 -358.100 470.100 7.100

-6.343.000

-5.500.000

843.000

-10.026.900

-78.934.200

-77.508.600

1.425.600

-758.800 5.000 -73.100 9.832.100 1.021.800 10.026.900

690.400 5.000 73.500 508.500 76.635.000 1.021.800 78.934.200

1.093.200 7.100 73.500 584.300 74.425.700 1.324.800 77.508.600

402.800 2.100 75.800 -2.209.300 303.000 -1.425.600

Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdrage deelnemende gemeenten Corona bijdrage Correctie beginbalans 2019 TOTAAL BATEN Totaal saldo van baten en lasten Saldo Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Bijdragen gemeenten: Coronakosten Correctie beginbalans 2019 Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Reserve mutaties Gerealiseerd resultaat

-

-

-

-

Rekening 2019

Begroting 2020

wijziging

-60.754.000 -762.900 -1.413.700 -3.500 -2.671.900 -531.500 -5.300 -6.636.100 240.200

-56.027.000 -761.900 -1.262.300 -4.800 -2.502.400 -570.800 -21.000 -5.652.800 -

-9.638.400 -542.800 186.500 -71.600 67.000 -672.800 -181.700 1.021.800 -

begroting na wijziging -65.665.400 -1.304.700 -1.075.800 -76.400 -2.435.400 -1.243.600 -21.000 -5.834.500 1.021.800 -

-72.538.700

-66.803.000

-9.832.000

72.538.700 -

66.803.000 -

9.832.000 -

werkelijk

verschil

-65.263.800 -725.000 -1.177.600 -87.500 -2.793.500 -773.500 -13.900 -4.915.700 1.324.800 -

401.600 579.700 -101.800 -11.100 -358.100 470.100 7.100 918.800 303.000 -

-76.635.000

-74.425.700

2.209.300

76.635.000 -

74.425.700 -

-2.209.300 -

45

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten Rekeningsaldo 2020 Het resultaat van de GR BAR over 2020 is € 2.209.300 positief. In dat saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2020 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 50. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 76.635.000. De werkelijke lasten 2020 voor de GR BAR zijn per saldo € 74.425.700. Het rekeningoverschot 2020 ad € 2.209.300 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben geld teruggekregen. Dit gebeurt in het dienstjaar 2020. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2020 sluit op € 0. Vier jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de overschotten bij vier jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren.

Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan deze overschotten ook naar de gemeenten. Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2021 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze vier overschotten door te schuiven naar 2021 en in 2021 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2021 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overschot € 345.600. Medio 2020 werd bekend dat de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2021 wordt uitgesteld naar 1 januari 2022. Dit uitstel houdt verband met een tegenvallende ontwikkeling van het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet. Ook corona was van invloed op het uitstel. Het programma Omgevingswet is op deze ontwikkelingen aangepast. In 2020 zijn hierdoor alleen kosten gemaakt voor personeel en het organiseren van bijeenkomsten. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke invoeringseisen is het noodzakelijk dat het resterende programmabudget van 2020 doorschuift naar 2021.

Het grootste deel van de geplande uitgaven voor met name ICT (software voor VTH (Vergunningverlening, toezicht en handhaving), Toepasbare regels en Omgevingsplannen) zal worden gemaakt vanaf 2021. 2. Uitvoeringsplan Fiscale Control: overschot € 37.500. In de 2e tussenrapportage 2020 is een budget van € 50.000 beschikbaar gesteld voor een fiscaal uitvoeringsplan in verband met de ontwikkeling bij de Belastingdienst naar een nieuw en zwaarder toezichtskader vanaf 2022. In vervolg hierop is eind 2020 het uitvoeringsplan ‘Optimalisatie fiscale beheersing 20212022 BAR in verband met doorontwikkeling Horizontaal Toezicht Belastingdienst’ opgesteld en op 17 februari 2021 besproken in het Dagelijks Bestuur. In dit uitvoeringsplan zijn twaalf acties uitgewerkt, waaronder: o het uitvoeren en structureel borgen van de 18 maatregelen / bevindingen vanuit de 46

btw-onderzoeken 2019, elk kwartaal per bedrijf een fiscale steekproef trekken conform de controleaanpak van de Belastingdienst, o het invoeren en onderhouden van een fiscale risicocatalogus, o ‘open vizier’ overleggen met de Belastingdienst om te bezien of we voor alle vier de bedrijven in aanmerking kunnen komen voor een convenant Horizontaal Toezicht, waarbij we kunnen aantonen dat we toewerken naar de door de Belastingdienst gewenste doorontwikkeling en dat die gereed is per eind 2022, o het geven van een aantal gerichte in company fiscale cursussen. Van het beschikbaar gestelde budget van € 50.000 is in 2020 € 12.500 uitgegeven voor het uitvoeren van btw-onderzoeken 2019. Dit om te weten te komen waar we fiscaal gezien ‘staan’ en om suppletieaangiften 2019 voor de drie gemeenten te kunnen doen. De andere acties dienen in vooral 2021 en 2022 uitgevoerd te worden waarbij het dit jaar overgebleven budget van € 37.500 nodig zal zijn. o

3. Project GIDS: overschot € 369.400. Voor de afronding van GIDS was in 2020 een budget van € 479.300 beschikbaar. Dit bedrag was bedoeld voor de afronding en implementatie van meerdere projecten die onder GIDS vallen. Bij al deze projecten speelt ICT een belangrijke rol. Covid-19 heeft de uitvoering van een aantal projecten vertraagd. Zo had de invoering van de robot voor de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) op dat moment een hogere prioriteit dan bijvoorbeeld de digitalisering van post- en archiefzaken. Dit neemt niet weg dat de projecten waarvoor budgetoverheveling wordt gevraagd noodzakelijk zijn voor een goede dienstverlening en/of borging van de rechtmatigheid. Het naar 2021 door te schuiven overschot is bestemd voor de hieronder genoemde vier projecten. Daarnaast is inmiddels bekend geworden dat er kosten zullen komen voor het niet verlengen van enkele jaarcontracten van medewerkers wat WW-verplichtingen met zich meebrengt. 1 2 3 4

Digitalisering post- en archiefzaken Implementatie e-diensten inkomen Opzetten en implementatie kwaliteitsmanagement Informatievoorziening contractmanagement Niet verlengen enkele jaarcontracten Totaal

133.200 51.000 30.000 25.000 130.200 369.400

4. Strategische Personeelsplanning (SPP): overschot € 218.000 Voor het SPP was in 2020 een budget beschikbaar gesteld van € 560.000. Dit budget is niet volledig benut omdat veel interventies vanwege de beperkende coronamaatregelen in 2020 niet gerealiseerd konden worden. Dit gold voor talentontwikkeling, duurzame inzetbaarheid, (team)coaching en mobiliteit. Het voorstel is daarom het restant van het budget over te hevelen naar 2021 zodat de geplande interventies alsnog uitgevoerd kunnen worden. Verrekenen (teruggeven) overschotten jaaroverschrijdende projecten met gemeenten De overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten maken onderdeel uit van het rekeningsaldo. Het rekeningsaldo wordt conform afspraak volgens de procentuele verdeelsleutel voor het standaardwerk verrekend met de gemeenten: Barendrecht 38,99%, Albrandswaard 20,29% en Ridderkerk 40,72%.

47

Rekeningsaldo exclusief jaaroverschrijdende projecten De overschotten bij de jaaroverschrijdende projecten tellen dit jaar op tot € 970.500. Omdat de GR BAR de gemeenten gaat vragen deze overschotten in hun jaarrekeningen door te schuiven naar 2021 om het in 2021 te mogen besteden (waarbij de gemeenten het geld dus weer ter beschikking stellen aan onze GR BAR) is het voor een volledig inzicht goed te vermelden dat zonder die jaaroverschrijdende projecten het rekeningsaldo (€ 2.209.300 - € 970.500 =) € 1.238.800 bedraagt. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel

Bedrag V/N

Salariskosten (inclusief inhuur) € 401.600 V De salariskosten betreffen de loonkosten, vacatureruimte, beloningsdifferentiatie, ambtsjubilea, kosten woon-werkverkeer / dienstreizen en inhuur derden. Het betreft het saldo van flink wat begrotingsposten, namelijk die van alle clusters en teams en dit jaar levert dat een voordeel op. Aan de lastenkant van de salariskosten is er een klein nadeel van € 1.200. Het voordeel van € 401.600 dat hier per saldo is ontstaan zit aan de batenkant en wordt veroorzaakt door niet begrote vergoedingen voor uitgeleend en gedetacheerd personeel en een vrijval uit de voorziening afvloeiing personeelsbestand omdat van een aantal medewerkers de WWuitkeringen zijn beëindigd nadat zij een andere baan hadden gevonden. De afwijking is 0,6% ten opzichte van het begrote bedrag voor de salarissen (€ 66.355.800). Opleidingen € 579.700 De belangrijkste oorzaak van dit voordeel is het niet volledig benutten van het budget voor de Strategische Personeelsplanning (SPP). Zie ook de toelichting bij het overzicht van de jaaroverschrijdende projecten op bladzijde 47.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3341/documents/24603