31. 275340 Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) inzake Aanbieding 1e wijziging Begroting 2021 en Kadernota 2022.pdf
Tekst van het document
De Waarderingskamer heeft inmiddels een handreiking voor gemeenten geschreven hoe in bezwaar- en beroepsprocedures met derde-belanghebbenden om te gaan bij het ontbreken van een wettelijke regeling SVHW volgt de ontwikkeling nauwlettend, aangezien er gevolgen zijn voor de uitvoeringspraktijk. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari 2022. Hierdoor zal het aantal vergunningsvrije bouwactiviteiten toenemen en zullen gegevens ter beschikking moeten worden gesteld aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit vraagt om andere processen om de vastgoedgegevens in te winnen. SVHW zal dit in 2021 met de deelnemers afstemmen. Daarnaast zal SVHW, maar ook de deelnemers die zelf de BAG uitvoeren, rekening moeten houden met een mogelijke impact op de processen ten gevolge van de invoering van het omgevingsloket. Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 13 van 28
Kadernota 2022 Wet digitale overheid De Wet digitale overheid (Wdo) regelt verdere digitalisering van de Nederlandse overheid. Dit eerste deel van de wet gaat over hoe burgers en bedrijven veilig en betrouwbaar kunnen inloggen bij de (semi-) overheid. Daarnaast bevat de wet regels over informatieveiligheid en privacy en het toepassen van open standaarden. De wet verankert taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden m.b.t. de voorzieningen voor de generieke digitale infrastructuur (GDI), verplichtingen voor bestuursorganen en aanspraken van burgers en bedrijven. Gewerkt wordt in tranches: de eerste tranche regelt onder meer de toegang tot digitale dienstverlening van de overheid door middel van elektronische identificatie en authenticatie, informatieveiligheid en standaarden. Naar verwachting wordt de Wdo in 2022 stapsgewijs ingevoerd. Na inwerkingtreding:
moet SVHW zijn digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau;
heeft SVHW een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen;
moet SVHW zijn informatiebeveiliging op orde hebben;
moet SVHW meebetalen voor het gebruik van inlogmiddelen door burgers.
Wet open overheid Begin januari 2019 is bekend geworden dat het wetsvoorstel voor de Wet open overheid (Woo) in verband met uitvoeringsproblemen en hoge kosten gewijzigd gaat worden. Overheden hoeven hierdoor niet langer registers op te gaan tuigen met alle ingekomen en uitgaande stukken. In plaats van een register met alle ingekomen en uitgaande stukken, wordt er in het gewijzigde wetsvoorstel een ‘overheidsbreed meerjarenplan’ opgenomen, dat gericht is op een verbeterde informatiehuishouding en -voorziening door overheden. Bestuursorganen moeten binnen de nieuwe invulling een contactpersoon aanwijzen die de burgers de weg kan wijzen naar de gewenste informatie. Ook wordt voorgesteld dat overheden gefaseerd werk kunnen maken van actieve openbaarmaking van stukken, in plaats van de harde verplichting dat alle overheidsinformatie na vijf jaar openbaar moet zijn. De Woo moet op termijn de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2021 afgerond waardoor de Woo in 2022 in werking treedt. SVHW voorziet in 2022 vooralsnog geen grote inspanningen. Wet hergebruik Overheidsinformatie Naar verwachting zal in 2022 de Wet hergebruik Overheidsinformatie (Who) van kracht zijn.
Nu zijn overheden verplicht om op verzoek van burgers, bedrijven en onderzoeksinstellingen openbare overheidsinformatie (vrijwel gratis) voor hergebruik beschikbaar te stellen. De nieuwe wet introduceert een verplichting om dynamische, real-time data door middel van Application Programming Interfaces (API’s) te ontsluiten. In de praktijk gaat het hier veelal om sensordata. Overheden zullen ook onderzoeksdata beschikbaar moeten kunnen stellen als open data. De gevolgen voor SVHW zijn naar de letter van de wet genomen beperkt. De geest van de wet houdt echter een uitnodiging in om voortvarend met open datadeling aan de slag te gaan. Vanuit de VNG wordt er ingezet om datadeals te realiseren (een datadeal is een bestuurlijke afspraak met partners over datadeling). Als eerste gaat men aan de slag met thema’s als de energietransitie, de ondermijning en het vroegtijdig signaleren van schulden. Dit zou kunnen betekenen, dat SVHW, uiteraard met in achtneming van wet- en regelgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, op enig moment via API’s datasets beschikbaar zou moeten stellen.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 14 van 28
Kadernota 2022 Rijksprogramma Regie op Gegevens Het programma ‘Burgers en bedrijven in regie op hun gegevens’ is geïnitieerd door de Regieraad Dienstverlening in opdracht van het Ministerie van BZK en het Ministerie van Economische Zaken. De impact op SVHW is vooralsnog beperkt maar wanneer een afsprakenstelsel is ontwikkeld waarin persoonlijk datamanagement wordt ingevoerd, dan zal dit van invloed worden op de dienstverlening. Deze zou bijvoorbeeld vormgegeven kunnen worden in een meer interactieve ‘MijnOverheid’. Wanneer inwoners en bedrijven laagdrempelig wijzigingen kunnen doorgeven en actief (vooraf) kunnen instemmen met getoonde gegevens, zou dit helpen om de overheidsinformatie op dit vlak eenvoudiger en goedkoper op orde te houden. Tevens ontstaat er op deze wijze betrokkenheid door (mede)regie op de eigen gegevens. Voor SVHW betekent dit, dat in de toekomst (nog) meer ingespeeld moeten worden op deze ontwikkeling en er steeds meer belang gehecht wordt aan de wijze waarop met (persoonlijke)gegevens wordt omgegaan. Zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, WOZ-voormeldingen ter controle van objectkenmerken en datacontrole/analyse door SVHW nemen hierdoor in belang toe. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden (WMEBV).
De WMEBV regelt dat burgers en ondernemers hun zaken met overheid digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. SVHW moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. SVHW zal hiervoor de nodige zaken moeten inrichten, waarbij onder andere het gebruik van eformulieren met authenticatie wordt overwogen.
Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht Zowel de resultaten van de Internetconsultatie door het ministerie van Justitie en Veiligheid van de wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) om de vergoeding per procespunt te verhogen (met ruim 40%), om zodoende de kosten voor de gesubsidieerde rechtsbijstand te kunnen dekken, als de resultaten van het onderzoek door het WODC in opdracht de minister van Rechtsbescherming om de mogelijkheden voor de vergoeding aan No-Cure-No-Pay (NCNP)-bureaus te verminderen zijn nog niet bekend. Gelet op de verkiezingen en de daaropvolgende kabinetsformatie is het zeer onwaarschijnlijk, dat de Bpb in 2022 gewijzigd wordt. Dit betekent dat de problematiek van de NCNP WOZ-bezwaren met de daaraan gerelateerde proceskostenvergoedingen en benodigde capaciteit in 2022 aanwezig blijft. In 2020 was SVHW voor de afhandeling van de NCNP WOZ-bezwaren circa 750.000 euro kwijt aan proceskostenvergoeding, een kostenoverschrijding van 475.000 euro, en circa 350.000 euro aan aanvullende inhuur. In totaal bedroegen de NCNP-bureau gerelateerde kosten in 2020 circa 1,1 miljoen euro (circa 11% van de deelnemersbijdrage). Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 15 van 28
Kadernota 2022 Om deze situatie te keren is SVHW in september 2020 gestart met een interne werkgroep, de zogenaamde “NCNP-busters” om het aantal NCNP WOZ-bezwaren terug te dringen. Door enerzijds het aantal WOZ-bezwaren te verminderen en anderzijds er voor te zorgen dat als men bezwaar maakt dit zo eenvoudig en makkelijk mogelijk direct bij SVHW kan. Hierbij gelden de aanbevelingen vanuit de VNG handreiking “Communicatie inzetten om WOZ-bezwaren te verminderen” als uitgangspunt. Bij de implementatie van de (communicatie)maatregelen zal voor ondersteuning ook een beroep worden gedaan op de deelnemers. De ontwikkeling van het aantal NCNP WOZ-bezwaren in 2021 en 2022 en de gerelateerde kosten is onzeker. SVHW verwacht echter door de mitigerende maatregelen de overschrijding van de proceskostenvergoeding, die in 2020 475.000 euro bedroeg, in 2022 te beperken tot 200.000 euro en neemt daarnaast 200.000 euro aanvullend op in de risicoparagraaf. De kosten voor de aanvullende inhuur van 350.000 euro worden naar verwachting teruggebracht tot nihil, aangezien het WOZbezwaarproces verder geoptimaliseerd en gedigitaliseerd wordt.
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding (artikel 25 Invorderingswet) Momenteel geldt dat bij elk verzoek om kwijtschelding of verzoek om uitstel van betaling, de mogelijkheid bestaat voor een belanghebbende om, in het geval van afwijzing, een administratief beroep in te dienen. Bij het ongegrond verklaren van een administratief beroep is er verder geen mogelijkheid meer voor een verdere rechtsgang. Vanaf 1 januari 2022 kan er in plaats van een administratief beroep, een bezwaarschrift worden ingediend. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, mogelijk extra kosten voor SVHW met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan :
dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn;
kosten voor beroepsprocedures;
griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen;
behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door ‘No Cure No Pay’-bureaus die zich op deze markt zullen richten (momenteel zijn deze bureaus nog met name gericht op de WOZ-waarde bepaling).
Zodra er meer inzicht is in de mogelijke hoogte van de extra kosten en de personele inzet, dan zal SVHW dit kenbaar maken. Vooralsnog worden gevolgen van deze wijziging opgenomen in de risicoparagraaf. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet De wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) is per 1 januari 2021 ingegaan. SVHW moet onder deze wet extra inspanningen verrichten om de juiste beslagvrije voet (bvv) vast te stellen door onder andere: het contact opnemen met belastingschuldige, het raadplegen van openbare bronnen, het onderling uitwisselen van informatie tussen beslagleggers en het raadplegen van UWV gegevens. Als de beslaglegger dit niet doet, dan moet hij het normbedrag van de bvv hoger vaststellen, waardoor er vrijwel geen afdracht van de werkgever/uitkeringsinstantie te verwachten valt. SVHW verwacht in de volgende effecten ten gevolge van de Wvbvv:
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 16 van 28
Kadernota 2022
minder effectieve loonbeslagen;
een toenemende doorlooptijd van loonbeslagen in verband met een hogere bbv;
meer bezwaren tegen de vastgestelde bbv;
SVHW kan zelf geen bbv meer vaststellen en dient deze op te vragen;
een toename van hernieuwde dwangbevelen;
een veranderende rol van de deurwaarder (socialer, beperking in beslagrecht);
mogelijkerwijs meer betalingsregelingen en minnelijke schuldbemiddelingen en – saneringen.
In 2021 doet SVHW zijn eerste ervaringen op, waarmee het duidelijk moet worden in hoeverre er sprake is van meer uitvoeringswerkzaamheden dan wel hogere kosten vanwege het opvragen van de bbv gegevens bij externe instanties. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Met de Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt de toegang tot het beslagregister verbreed. De verbeterde gegevensuitwisseling draagt er – in aanvulling op de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet – aan bij, dat het bestaansminimum van mensen die kampen met schulden beter kan worden geborgd in gevallen van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. In het beslagregister maken gerechtsdeurwaarders en overheidsinstanties die op grond van wetgeving de bevoegdheid hebben tot gerechtelijke incasso op een vordering tot periodieke betaling, hun incasso-acties bekend. Op die manier kan de potentieel beslaglegger op basis van deze gegevens inzicht verkrijgen in de afloscapaciteit en een afweging maken of het beslag niet enkel een kosten ophogend effect heeft.
Verbreding van de toegang tot het beslagregister maakt het mogelijk om meer afstemming en inzicht te verkrijgen in de mate waarin de afloscapaciteit van de schuldenaar onder druk staat en op basis daarvan een afweging te maken als het gaat om de wenselijkheid van incassohandelingen en de hiermee gemoeide kosten Het verbrede beslagregister krijgt de vorm van een routeervoorziening. Een routeervoorziening is te beschouwen als een virtueel register, vergelijkbaar met het Suwinet. De betrokken partijen maken gebruik van een digitale routeervoorziening om relevante informatie inzake beslagleggen bij elkaar op te vragen c.q. aan elkaar te leveren. Het is de bedoeling dat in het beslagregister naast informatie over de berekende beslagvrije voet ook gegevens worden opgenomen over de coördinerend deurwaarder, zodat een beslagleggende partij weet met wie er contact moet worden opgenomen voor meer informatie of overleg. Gedurende 2021-2022 vindt de invoering plaats via gefaseerde aansluiting van de partijen. De praktijk moet uitwijzen in hoeverre de administratieve druk voor SVHW toeneemt. BTW-koepelvrijstellling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof.
Het Kabinet spant zich in voor reparatie via Europese regelgeving. Inmiddels is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. In 2020 zijn er mede vanwege de Corona-uitbraak en de Brexit geen ontwikkelingen geweest. De verdere afhandeling en termijnen zijn onduidelijk
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 17 van 28
Kadernota 2022 Indien de koepelvrijstelling verdwijnt dan wordt SVHW BTW-plichtig en zal het BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW-compensatiefonds, de extra BTW verreken. Het waterschap Hollandse Delta heeft deze mogelijkheid echter niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat door arbeid, aangezien de huidige deelnemersbijdrage van SVHW al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de door SVHW ingekochte diensten en producten. Daarnaast zullen extra uitvoeringskosten gaan ontstaan, omdat SVHW aanvullende administratieve werkzaamheden zal moeten gaan verrichten.
3.1.4
Deelnemers
Op het moment van het schrijven van deze kadernota loopt het onderzoek van een gemeente naar de gevolgen van een eventuele toetreding tot SVHW. Voor dit onderzoek is een projectteam geformeerd waarin ook SVHW participeert. De concept uitkomsten van het onderzoek geven aan, dat de gemeente een substantieel structureel kostenvoordeel kan boeken door toe te treden tot SVHW. Het is uiteraard de overweging van het College en de Gemeenteraad om bij het Algemeen Bestuur van SVHW een verzoek in te dienen om toe te mogen treden. Een eventuele toetreding is voorzien per 1 januari 2022. De effecten van deze eventuele toetreding zijn niet verwerkt in de Kadernota 2022.
3.2
Interne ontwikkelingen
3.2.1
Dienstverlening particulieren en ondernemers
Het borgen van een adequate telefonische dienstverlening via het Klantcontactcentrum, het door ontwikkelen van het digitale kanaal met zelfservice mogelijkheden via “Mijn SVHW”, het laagdrempelig maken van het WOZ proces, de stroomlijning van het invorderingsproces en de vereenvoudiging van de correspondentie zijn de afgelopen jaren onderdeel geweest van de ontwikkeling van de dienstverlening van SVHW. Daarnaast heeft SVHW in 2021 een nieuwe website en digitaal loket (“Mijn SVHW”) in gebruik genomen, die naast het bieden van meer gebruiksgemak en zelfservicemogelijkheden ook voldoen aan de wettelijke toegankelijkheidseisen. In 2022 worden de website en loket doorontwikkeld. In 2022 ontwikkelt SVHW zijn (digitale) dienstverlening door in lijn met de ontwikkelingen van de digitale overheid en de toenemende regie op eigen gegevens door inwoners en bedrijven. Daarnaast implementeert SVHW resterende aanbevelingen vanuit het klanttevredenheidsonderzoek, dat in 2021 gehouden wordt. Dit onderzoek wordt gehouden als opvolging op het eerste onderzoek, dat in 2019 is gehouden en waarin de SVHW dienstverlening boven het landelijke gemiddelde werd gewaardeerd en een aantal verbeterpunten werd gesignaleerd. Op invorderingsgebied blijft SVHW de gemeentelijke initiatieven op het gebied van vroegsignalering ondersteunen.
Ofschoon de gemeentelijke heffingen wettelijk gezien geen onderdeel mogen zijn van de vroegsignalering stelt SVHW op verzoek gegevens ter beschikking van de sociale wijkteams en schuldhulpverlening. De focus van de invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie-gestuurd worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. De belastingdeurwaarders van SVHW kunnen bij hun bezoek aan wanbetalers beoordelen welke invorderingsmaatregelen het beste kunnen worden ondernomen. Is een kwijtscheldingsverzoek niet (meer) mogelijk, of reeds eerder afgewezen, dan kan er een betalingsregeling worden getroffen. Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 18 van 28
Kadernota 2022 In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling is dat de burger zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens en zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Met name de digitale toegankelijkheid van systemen voor burgers zal hierbij een belangrijke rol spelen, maar ook de mogelijkheden die burgers in betreffende systemen tot hun beschikking dienen te krijgen. Dit zou kunnen inhouden dat er in 2022 al (automatiserings) aanpassingen in het invorderingsproces dienen plaats te vinden.
3.2.2
Dienstverlening deelnemers
In 2021 houdt SVHW in 2021 weer een klanttevredenheidsonderzoek onder de deelnemers als opvolging op het onderzoek vanuit 2019. Uit dit onderzoek bleek dat bij de deelnemers de tevredenheid en het vertrouwen in SVHW overheersten. Men herkende duidelijk de diverse verbeteringen over de afgelopen jaren. Tevens bood het onderzoek enkele handvatten waarmee SVHW de dienstverlening in 2019 /2020 kon verbeteren. Het onderzoek in 2021 zal de voortgang daarvan in kaart brengen. In 2022 zullen de resterende aanbevelingen vanuit het klanttevredenheidsonderzoek 2021 geïmplementeerd worden.
3.2.3
Samenwerking met collega belastingkantoren
De in 2015 ingezette lijn, om samen met collega belastingkantoren ontwikkelingen in dienstverlening en ondersteunende ICT systemen te realiseren, wordt in 2022 gecontinueerd. Op deze manier gaat SVHW kostenefficiënt om met publieke middelen. Bovendien kunnen de kantoren hierdoor in de richting van strategische leveranciers en overheidsorganisaties hun belangen bij ontwikkelingen beter vertegenwoordigen.
3.2.4
Primaire systemen
De verdere ontwikkeling van het stelsel van basisregistratie en common ground heeft ook consequenties voor de inrichting en de onderlinge samenhang/koppeling van de primaire systemen van SVHW (belastingapplicatie, Waarderen/WOZ en BAG applicatie). Gegevens, ook die vanuit de basisregistraties, worden meer en meer uitgewisseld via Application Programming Interfaces (API’s) en betrokken vanuit de Cloud. SVHW heeft hierbij een grote afhankelijkheid van de leveranciers. Belastingen In steeds toenemende mate bieden de IT bedrijven hun software aan in de Cloud in de vorm van Software as a Service (SaaS). Kostenbesparing, beheersbaarheid en betrouwbaarheid zijn redenen voor de opmars van het gebruik van de Cloud. Ook Centric zal in de loop van 2022 de belastingapplicatie aanbieden in de vorm van een SaaS oplosing. Vanuit de Cloud wordt dan door Centric een standaardpakket aangeboden gebaseerd op vergaande processtandaardisatie. SVHW heeft in deze situatie geen mogelijkheden om zelf maatwerk in de software door te voeren en wordt daardoor minder flexibel. Daarnaast bestaat er een gedegen risico, dat slimme maatwerkoplossingen en specifieke functionaliteiten, die SVHW heeft ontwikkeld en die bijdragen aan de huidige efficiency en flexibiliteit van SVHW, niet in de uiteindelijke standaard worden aangeboden.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de kortingen, de verschillende BIZ-grondslagen, de slimme bijsluiter, de controle op het Automatisch Heffen en Verminderen (AOV), het geautomatiseerde Invorderingsproces en bulk verwerkingsprocessen. Daarnaast kunnen interne koppelingen naar andere SVHW systemen worden geraakt.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 19 van 28
Kadernota 2022 Als mitigerende maatregel neemt SVHW samen met andere belastingkantoren deel aan zogenaamde co-creatiesessies met Centric, om zoveel mogelijk bestaand gemeenschappelijk “slim” maatwerk in de standaard te laten opnemen. Daarnaast kan SVHW API’s laten ontwikkelen en robotisering inzetten als mogelijk alternatief voor maatwerk. Onvermijdelijk zal er ook kritisch gekeken moeten worden naar benodigde standaardisering in de dienstverlening, want de situatie waarbij een standaardsysteem wordt ontsloten via veel API’s en gevoed wordt door veel “robots” is vanuit beheersbaarheid niet wenselijk. Daarnaast spelen de kosten van de ontwikkeling van API’s en “robots” een rol. Waarderen/BAG SVHW neemt in 2021 een nieuwe waarderingsapplicatie en BAG/objectenapplicatie en een integratie/samenwerkingsplatform, dat ook de informatie uitwisseling met de BGT ondersteunt, in gebruik. Ofschoon deze applicaties en platform al in hoge mate voorbereid zijn op de ontwikkelingen zoals Common Ground en de ontwikkeling van de SOR, zal er in 2022 ook voor deze applicaties een doorontwikkeling nodig zijn. Daarnaast is er binnen het WOZ-domein een ontwikkeling gaande waarbij er taxatiemodellen ontstaan op basis van Artificial Intelligence en Machine Learning. Deze nieuwe generatie taxatiemodellen kunnen flexibeler gebruik maken van verschillende vormen van informatie en (open) data.
Naast het kunnen bepalen van een zo juist mogelijke taxatiewaarde zal er ook veel aandacht voor transparantie en uitlegbaarheid moeten zijn bij introductie van deze nieuwe vorm van taxatiemodellen: we moeten immers aan onze inwoners en de rechterlijke macht (beroepen) uit kunnen leggen hoe de WOZ-waarde op basis van moderne taxatiemodellen tot stand gekomen is. Printen, digitaliseren en verspreiden van documenten Zowel het contract voor het opmaken, printen/digitaliseren en het digitaal verspreiden van documenten als het contract voor de fysieke postverspreiding expireert per 31 december 2022. In 2022 zal daarom een Europees aanbestedingstraject moeten plaatsvinden.
3.2.5
Beheer interne processen/ISAE-3402
WOZ-Bezwaar proces De herziening en verdere digitalisering van het WOZ-bezwaarproces is eveneens een element dat door de interne werkgroep de “NCNP-busters” wordt opgepakt (zie ook paragraaf 3.1.3). De beoogde afname van het aantal NCNP WOZ-bezwaren en de procesverbeteringen moeten er toe leiden dat additionele inhuur voor het afdoen van WOZ-bezwaren zoveel mogelijk wordt beperkt ISAE-3402 In 2021 wil SVHW fase twee van ISAE-3402 certificering gerealiseerd hebben. ISAE-3402 is een internationale standaard, die zekerheid geeft over de kwaliteit en betrouwbaarheid van de interne beheersing van de primaire processen van de financiële rapportages. Een certificaat geeft aan dat SVHW als serviceorganisatie voor haar deelnemers in control is. In samenhang met de ISAE-3402 implementatie heeft SVHW zijn interne controle functie ontwikkeld en is daarmee voorbereid op de wetswijziging over de rechtmatigheid in de jaarrekeningen van de gemeenten, Door deze wijziging dient het Dagelijks Bestuur van SVHW zelf een rechtmatigheidsverantwoording af te geven. De externe accountants geven dan een controleverklaring af met alleen een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 20 van 28
Kadernota 2022 In 2022 treedt de beheerfase in, waarbij eventuele verbeteringen en aanpassingen in het ISAE-3402 framework, de interne controle functie en de processen worden doorgevoerd.
3.2.6
Organisatie
Ontwikkeling Naar verwachting rondt SVHW in 2021, ondanks de vertraging vanwege de Coronasituatie, de overgang naar een procesgerichte organisatie met zelforganiserende teams af. Een organisatie, die zoveel mogelijk geautomatiseerd/gedigitaliseerd is. De doelstelling is om de basis nog verder te versterken en een organisatie in te richten, die goed kan inspelen op de snel veranderende externe omstandigheden. Op deze manier wordt het belastingkantoor van de toekomst gerealiseerd. 2022 staat in het teken van de consolidatie van de doorgevoerde wijzigingen en verdere optimalisaties. Samenhangende Objectenregistratie (SOR) Om te kunnen anticiperen op de komst van de SOR is SVHW sinds 2019 in dialoog met zijn deelnemers. In het kader daarvan heeft SVHW eind 2020 een informatie bijeenkomst voor zijn deelnemers gehouden, waarbij externe deskundigen ingingen op de meest recente ontwikkelingen. De rode draad van deze bijeenkomst was, dat de optimalisering van de samenwerking in de keten van gegevensinwinning en beheer van objectgegevens het belangrijkste is. Hierbij is een discussie vanuit de “oude” basisregistratieve domeinen niet functioneel, temeer er naast de traditionele rol van bronhouder er ook nieuwe rollen zoals gegevensleverancier en attribuutbeheerder gaan ontstaan. In 2021 onderneemt SVHW gerichte acties om de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW verder te ontwikkelen.
SVHW neemt namelijk het onder 3.2.4. genoemde integratie/samenwerkings-platform in gebruik en stelt het tevens ter beschikking aan de deelnemers. Hiermee wordt naast de WOZ/BAG integratie ook de informatie uitwisseling met de BGT ondersteund. Het platform ondersteunt ook het verbeteren en behouden van de uniformiteit van WOZ- en BAGgegevens. Deze gegevens zijn na afronding van het conversieproject van inhoud naar oppervlakte geharmoniseerd. De eventuele efficiencywinst is in hoge mate afhankelijk in hoeverre deze uniformiteit kan worden behouden. In die gevallen waarin de gemeenten zelf hun BAG beheren is het niet ondenkbaar dat werkwijzen en efficiencywinst gaan verschillen, omdat er qua kwaliteit verschillen tussen de diverse gemeenten zijn Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2021 met de deelnemers in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR project inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. Het is hierbij denkbaar dat er meerdere varianten ontstaan. In 2022 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de ingebruikname van de SOR eind 2025. De effecten van deze stappen zijn niet opgenomen in de Kadernota 2022.
Data gestuurd werken Door ontwikkelingen zoals de digitale overheid, het rijksprogramma Regie op Gegevens, de toename van open data en de ontwikkeling van Artificial Intelligence en Machine Learning, wordt het data gestuurd werken meer en meer een onderdeel van de operatie
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 21 van 28
Kadernota 2022 Data gestuurd werken betekent dat (overheids-)organisaties data en data-analyse structureel inzetten om beleid en uitvoering te verbeteren. De gestructureerde registerdata, waaronder de basisregistraties, groeit sterk. Bovendien is er de sterke groei van de ongestructureerde data van internet. Door gebruik te maken van Machine Learning en Data Analytics wordt de data ontsloten en als informatie gebruikt voor beleid en uitvoering. Voor SVHW is deze ontwikkeling het meest merkbaar bij het waarderen in het WOZ-domein en bij de (dwang)invordering in het Heffingen domein.
3.2.7
Personeel
De diverse ontwikkelingen en de aangescherpte vakbekwaamheidseisen doen een beroep op het kennisniveau en andere competenties van de medewerkers. Digitalisering en slimme software gaat steeds meer het uitvoerend werk overnemen. Er ontstaat een toenemende behoefte aan data-analyse en procesontwerp. De inhoud van de functies zal dus veranderen en nieuwe functies zullen ontstaan. In lijn met de ontwikkeling van de organisatie moeten de SVHW medewerkers flexibel en proactief zijn en goed in het snel oppakken van nieuwe zaken. Ze komen samen met de deelnemers tot oplossingen en kijken hierbij over de grenzen van eigen afdeling en SVHW heen. De competenties zijn onder andere: communicatief vermogen, adviesvaardigheid, procesgericht werken en analytisch vermogen. Een zogenaamde ‘Belasting Ambtenaar van de toekomst’. Met grote regelmaat geeft SVHW zowel mondeling (personeelsbijeenkomsten, afdelingsoverleg, individueel overleg) als via Intranet al aandacht aan het thema duurzame inzetbaarheid. Dit om het bewustzijn te creëren bij de medewerkers, dat zij in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en hun toekomstige inzetbaarheid bij SVHW. Om te kunnen voldoen aan het competentieprofiel ‘Belasting Ambtenaar van toekomst’ zullen medewerkers zich moeten blijven ontwikkelen.
Opleidingen zijn hierbij essentieel en het volgen daarvan wordt steeds minder vrijblijvend. SVHW biedt als generieke voorziening online trainingen aan de medewerkers aan. Het management van SVHW speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling en moet erop toegerust zijn om de nieuwe competenties tot zijn recht te laten komen en te stimuleren. Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft hiermee de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. De overblijvende taken vragen een ander en vaak hoger werk- en denkniveau. SVHW verwacht dat hierdoor aanvullend zal moeten worden ingezet voor scholing, uitstroom en -gelet op de krapte op de arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel- de vaak lastig te realiseren instroom.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 22 van 28
Kadernota 2022
(Financiële) kaders 4.1
Uitgangspunten
Hieronder staan de uitgangspunten voor de (meerjaren)begroting opgesomd:
4.1.1
Vertrekpunt
Het vertrekpunt is de Begroting 2021 en de verwachte realisatie 2020.
4.1.2
Indexering
Materiele kosten In lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 februari 2017 gebruikt SVHW voor het indexeren bedrijfskosten de meest recent gepubliceerde Consumentenrijsindex (CPI). Personele kosten In lijn met het besluit van het Algemeen Bestuur van 1 februari 2017 volgt SVHW voor het indexeren van de personeelskosten de afspraken die zijn vastgelegd in de cao Werken voor waterschappen. In het geval van het ontbreken van een cao gaat SVHW uit van een loonstijging van 1 procent. Voor zover mogelijk wordt de indexering door besparingen opgevangen binnen de exploitatie.
4.1.3
Ontwikkelingen/nieuw beleid
SVHW streeft er naar om de kosten voor het volgen van (wettelijke) ontwikkelingen en nieuw beleid zoveel mogelijk met besparingen op te vangen binnen de exploitatie, waardoor er geen aanvullende budgetten vanuit de deelnemers nodig zijn. SVHW realiseert dit onder andere door de samenwerking met andere belastingkantoren, proces- en systeemoptimalisaties en een actief inkoopbeleid. In de periode 2016-2021 heeft SVHW in de begrotingen 1.093.000 euro bespaard door het opvangen van de indexering en de kosten voor ontwikkelingen/nieuw beleid, waardoor de toename van de bedrijfskosten beperkt is gebleven tot 912.000 euro. Daarnaast was er sprake van resultaat uitkering aan de deelnemers van 1.142.000 euro. De onderstaande tabel geeft het overzicht.
Jaar
2016 2017 2018 2019 2020 2021 Totaal
Toename bedrijfskosten t.g.v. indexering Nieuw Totaal (P+M) Beleid
Opgevangen Netto toename Resultaat Dotatie aan Restitutie kosten bedrijfskosten Jaarrekening reserves deelnemers binnen exploitatie 239.000 239.000 -139.000 100.000 227.000 227.000 110.000 185.000 295.000 -160.000 135.000 583.000 228.000 355.000 90.000 45.000 135.000 -321.000 -186.000 589.000 43.000 546.000 150.000 105.000 255.000 -105.000 150.000 479.000 238.000 241.000 310.000 (1) 310.000 -15.000 295.000 -507.000 (2) -507.000 (2) 0 (2) 456.000 315.000 (1) 771.000 -353.000 418.000 pm pm pm 1.355.000 650.000 2.005.000 -1.093.000 912.000 1.371.000 229.000 1.142.000
(1) De incidentele kosten voor de organisatie ontwikkeling 2020+2021 ad 195.000 euro worden ten laste gebracht van de reserve organisatie ontwikkeling en zijn niet opgenomen in dit overzicht. (2) Geprognosticeerde jaarcijfers. De ontrekking betreft: 404.000 euro uit de bestemmingsreserves en 103.000 euro uit de algemene reserve, begroot was 100.000 euro resp. 35.000 euro. E.e.a. onder voorbehoud van vaststelling door het Algemeen Bestuur.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 23 van 28
Kadernota 2022 Mede door deze handelswijze liggen de uitvoeringskosten van SVHW al jarenlang substantieel onder het landelijke gemiddelde. Uit het in april 2020 uitgevoerde benchmarkonderzoek van de Waarderingskamer blijkt namelijk, dat de WOZ- uitvoeringskosten per object van SVHW ver beneden het landelijk gemiddelde liggen: 37,5 procent. De WOZ uitvoeringskosten van SVHW bedragen 10,58 euro per object en het landelijk gemiddelde is 16,94 euro per object. Dit beeld wordt bevestigd door een onderzoek, dat in mei 2020 is uitgevoerd voor een waterschap dat zijn belastingtaak bij een ander belastingkantoor heeft ondergebracht. Het onderbrengen van de belastingtaak bij SVHW zou voor dit waterschap leiden tot een besparing op de kosten voor de belastingtaak van 17,4 procent, indien er geen rekening wordt gehouden met toenemende schaalvoordelen aan de zijde van SVHW en met de opbrengst invorderingskosten. Indien hier wel rekening mee wordt gehouden, dan kan de besparing oplopen tot 34,6%. Dit naast het voordeel dat ook de huidige deelnemers van SVHW ondervinden. Uit een ander onderzoek (najaar 2020) voor een gemeente, die momenteel zelf nog zijn belastingtaak uitvoert, blijkt dat het onderbrengen van de belastingtaak bij SVHW leidt tot een besparing van 39,8% in de eerste twee jaar en vervolgens tot een structurele besparing van 22,6% per jaar.
Het kostenniveau van SVHW ligt dus aantoonbaar laag. Hierdoor is het niet mogelijk om in 2022 de kosten voor de indexering en nieuw beleid (gedeeltelijk) verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en uitvoering van de dienstverlening en het kunnen voldoen aan wettelijke eisen.
4.1.4
Deelnemers
In 2022 zou er sprake kunnen zijn van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de Kadernota 2022 geen rekening gehouden. Een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer wordt verwerkt in een begrotingswijziging.
4.1.5
Formatie
De formatie van SVHW bedraagt in 2022 79,2 FTE.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 24 van 28
Kadernota 2022
4.2
Financiële Impact Begroting
4.2.1
Kosten
Indexering Materiële kosten De door het CBS gepubliceerde CPI bedraagt over 2020 1,3 procent. Hierdoor bedraagt de indexering van de materiële kosten 90.142 euro. De onderstaande tabel geeft de berekening van dit bedrag.
Berekening materiële kosten Totaal lasten begroting 2021 (incl. begrotingswijziging) Af: Incidentele kosten begroting 2021 Salarissen, sociale lasten en toelagen Kapitaallasten Onvoorzien Vergoeding woon-werkverkeer en gebruik eigen auto
€
€ € € € €
12.900.000
-11.000 -5.480.000,00 -280.000,00 -50.000,00 -145.000,00 € -5.966.000,00
Te indexeren bedrijfskosten begroting 2021
€
Consumentenprijsindexcijfer november 2020
6.934.000 1,30%
Indexering bedrijfskosten begroting 2022
€
90.142
Personele kosten Voor 2022 is er nog geen cao afgesloten, waardoor er 1 procent gehanteerd wordt voor de indexering van de personele kosten.
Berekening personele kosten Salarissen, sociale lasten en toelagen 2021
€ 5.480.000
Af: incidentele personele kosten 2021
€
Te indexeren personele kosten 2022
€ 5.429.000
Indexering 2022
1%
Indexering personele kosten 2022
€
Versie 1.0 3 februari 2021
-51.000
Pagina 25 van 28
54.290
Kadernota 2022 Ontwikkelingen De onderstaande tabel geeft de impact weer van de diverse ontwikkelingen op de begroting. Er wordt hierbij aangegeven of er sprake is van een mutatie in de exploitatie of dat de kosten voor de ontwikkelingen vooralsnog moeten worden opgenomen in de risicoparagraaf. Daarnaast wordt aangegeven welke ontwikkelingen worden opgevangen binnen de reguliere exploitatie, aangezien hier SVHW hiervoor geen kostenverhogende verwacht. Dit betreft in de Kadernota nog voornamelijk PM posten. Par.
Omschrijving
Mutatie exploitatie
Realisatie Opnemen Opmerkingen binnen in risico exploitatie paragraaf
Ontwikkelingen extern 3.1.1 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) 3.1.1
Common Ground
3.1.1 3.1.1 3.1.2
Landelijk stelsel van basisregistraties Samenhangende Objecten Registratie (SOR) Banenafspraak
3.1.2 3.1.3
Invloed Corona maatregelen op leegstand Verduurzaming belastingstelsel
3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3 3.1.3
Wijziging toeristenbelasting WOZ (overige ontwikkelingen) WOZ (opleidingen) Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte Omgevingswet Wet digitale overheid Wet open overheid Wet hergebruik Overheidsinformatie
3.1.3 3.1.3 3.1.3
Rijksprogramma Regie op Gegevens Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht
3.1.3
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding
3.1.3 Wet vereenvoudiging beslagvrije voet 3.1.3 Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Ontwikkelingen intern 3.2.1/ Ontwikkeling dienstverlening particulieren en 2 ondernemers 3.2.3 Samenwerking met collega belastingkantoren 3.2.4 Primaire systemen Belastingen 3.2.4 Primaire systemen Waarderen/BAG 3.2.4 Aanbesteding print ontracten 3.2.6 Organisatie: SOR 3.2.6 3.2.7
PM
Betreft een risico voor de deelnemers indien het huidige financieringsmodel via het gemeentefonds verandert. € 150.000 Deze ontwikkelingen staan in relatie tot elkaar; gezamenlijk een riscico voor 2022 van 150K
€ -40.000
PM
ja € 100.000
in samenhang met ontwikkeling systemen ja PM
risico op extra bezwaren
PM
impact op 2022 naar verwachting beperkt. E.e.a. afhankelijk van landelijke ambities
ja ja ja
ja € 50.000 € 200.000
kosten portaal/broker € 200.000 Toename proceskostenvergoeding. In 2020 bedroeg de overschrijding 475.000 euro, door mitigerende maatregelen wordt dit teruggebracht tot 200.000 euro in de exploitatie met daarnaast 200.000 euro in de risicoparagraaf PM gevolgen nog onduidelijk evt. meer proceskostenvergoeding PM PM
eerste ervaringen worden in 2021 opgedaan toename administratieve lasten.
ja ja € 150.000 € 50.000 € 15.000
€ 100.000 Ontwikkeling API's, ontsluiten data, robotisering doorontwikkeling SOR PM
Organisatie: Datagedreven werken Personeel
Totaal Mutatie exploitatie 2021
Garantiebanen kunnen niet binnen SVHW gerealiseerd worden. Betreft correctie op exploitatie. Resterende post van 20.000 eur is bedoeld voor een bijdrage in het realiseren bij een andere organisatie dan wel boete. extra werkzaamheden ivm herbestemmingen naar verwachting nog niet actueel in 2022; evt. tussentijdse extra uitvoeringskosten worden doorberekend aanbetreffende deelnemer(s)
zie ook WOZ overige ontwikkelingen en primaire systemen Waarderen/BAG
ja ja € 525.000
€ 450.000 exclusief PM posten
Nieuw beleid Het nieuw beleid, dat SVHW naast alle activiteiten ten gevolge van externe ontwikkelingen uitvoert, bestaat voornamelijk uit de verdere ontwikkeling van de dienstverlening in de richting van particulieren, ondernemers en deelnemers. Dit wordt binnen de exploitatie gerealiseerd.
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 26 van 28
Kadernota 2022 Resumé Bij het opstellen van de Begroting 2021 houdt SVHW rekening met de volgende gegevens: Item
Kosten (€) Incidenteel/ structureel
Indexering: Indexering materiële kosten Indexering personele kosten Ontwikkelingen: Kosten WOZ (overige ontwikkelingen) Wet modernisering bestuurlijk verkeer Primaire systemen belastingen Primaire systemen Waarderen/BAG aanbesteding printcontract toename proceskostenvergoeding Totaal
90.142 54.290
structureel structureel
100.000 50.000 150.000 50.000 15.000 200.000 709.432
structureel structureel structureel structureel incidenteel structureel
Doordat SVHW het totaalbedrag van 709.432 euro met 40.000 euro corrigeert ten gevolge van een andere aanpak van de banenafspraak en met 137.000 euro voor de incidentele kosten 2021 is de totale kostentoename 532.432 euro. Bij het opstellen van de Begroting 2021 zal SVHW de PM posten zoveel mogelijk trachten te kwantificeren. Mochten de PM posten niet kwantificeerbaar zijn, dan zal SVHW op een later moment indien deze kosten zich voordoen en meer dan 500.000 euro bedragen een begrotingswijziging indienen.
4.2.2
Opbrengsten
Er zijn ten opzicht van 2021 geen mutaties voorzien in de opbrengst invorderingskosten en overige opbrengsten. De deelnemersbijdrage ontwikkelt zich daardoor als volgt: Deelnemersbijdrage gewijzigde Begroting 2021
10.295.000
Bij: indexering materiële kosten indexering personele kosten kosten WOZ (overige ontwikkelingen) Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer primaire systemen belastingen primaire systemen waarderen/BAG aanbesteding printcontract toename proceskostenvergoeding
90.142 54.290 100.000 50.000 150.000 50.000 15.000 200.000 709.432
Af: incidentele kosten 2021 kosten banenafspraak
-137.000 -40.000
Netto stijging
532.432
Deelnemersbijdrage 2022
10.827.432
(excl us i ef PM-pos ten)
Stijging
5,17%
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 27 van 28
Kadernota 2022
4.2.3
Risicoparagraaf
In de risicoparagraaf behorend bij de Begroting 2022 moet rekening worden gehouden met de volgende punten
De ontwikkelingen voor zover niet gekwantificeerd of niet opgenomen binnen de exploitatie of in de toename van de begroting:
o
Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
o
Common Ground
o
Landelijk stelsel van basisregistraties
o
Samenhangende Objecten Registratie (SOR)
o
Invloed Corona maatregelen op leegstand
o
Waarderen op basis van gebruiksoppervlakte
o
Wet hergebruik overheidsinformatie
o
Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding
o
Wet vereenvoudiging beslagvrije voet
o
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag
o
Primaire systemen Belastingen
o
Organisatie: SOR
o
Toename proceskostenvergoeding
Bij het indexeren van de personeelskosten is uitgegaan van een gemiddelde loonstijging van 1 procent. Er dient voor 2022 nog een cao te worden afgesloten.
4.2.4
Meerjaren effect
Het meerjaren effect van de Kadernota 2022 wordt in de Meerjarenbegroting 2023-2026 weergegeven, aangezien bij het opstellen van dit document een duidelijker beeld bestaat van de ontwikkelingen, die invloed zijn op de meerjarenraming. De indexering van de personele kosten en de materiele kosten in de meerjarenbegroting bedraagt 1% (per jaar).
Versie 1.0 3 februari 2021
Pagina 28 van 28