CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

30. 2025-033989 Raadsvoorstel Zienswijze 1e begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 SVHW.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken19.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

bijdrage voor 2025 en 2026 ten opzichte van 2024. De opbrengst invorderingskosten worden vanaf

2025 met de belastingopbrengsten aan de deelnemers uitgekeerd. Hierbij wordt de verdeling van het

programma Dienstverlening aangehouden. In onderstaande tabel laten wij u effect zien van deze

wijziging en is tevens te zien hoe de opbrengst invorderingskosten is toegerekend aan de deelnemers:

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 13 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 (bedragen x 1.000 euro) 1e beg r o tin g s

wijzig in g 2025

O pbr en g s t

in v o r der in g s ko s ten

Beg r o tin g 2026

O pbr en g s t

in v o r der in g s

TO TA L E KO STEN 1e wijzig in g

TO TA L E KO STEN 2026

2025

O u de

O u de

e

e

ber eken in g s wijz ber eken in g s wijz

ko s ten

Alblasserdam

-38

-33

273

272

Albrandswaard

-49

-49

317

328

Altena

-128

-127

802

832

Barendrecht

-72

-72

574

593

Drimmelen

-81

-81

412

430

Geertruidenberg

-40

-60

308

357

Goeree-Overflakkee

-126

-125

874

906

Hardinxveld-Giessendam

-28

-28

226

233

Hoeksche Waard

-231

-230

1.297

1.349

Krimpenerwaard

-118

-118

809

839

Lansingerland

-132

-132

829

860

Nieuwkoop

-59

-59

419

435

Ridderkerk

-91

-91

667

690

Voorne aan Zee

-133

-132

991

1.025

Hollandse Delta

-1.463

-1.456

5.376

5.143

Totaal

-2 . 7 9 2

-2 . 7 9 2

14.174

14.292

In onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de deelnemersbijdrage meerjarig weergeven. Na 2026 wordt de deelnemersbijdrage alsook de terugbetaling van de opbrengst invorderingskosten geïndexeerd met 1%. (bedragen x 1.000 euro) De e lne me r:

2025

2026

2027

2028

2029

ge wij zigd

Alblasserdam Albrandswaard Altena Barendrecht Drimmelen Geertruidenberg Goeree-Overflakkee Hardinxveld-Giessendam Hoeksche Waard Krimpenerwaard Lansingerland Nieuwkoop Ridderkerk Voorne aan Zee

311 366 930 646 493 348 1.000 254 1.529 927 961 479 759 1.124

305 377 960 665 510 417 1.031 261 1.579 956 992 494 781 1.157

Hollandse Delta

6.840

Totaal bijdrage deelnemers

16.967

Versie 1.0

9 april 2025

6.598

308 381 969 672 515 421 1.041 264 1.595 966 1.002 499 789 1.169 6.664

311 385 979 679 520 425 1.052 266 1.611 976 1.012 503 797 1.180 6.731

314 389 989 685 526 430 1.062 269 1.627 985 1.022 509 805 1.192 6.798

17.084

17.255

17.427

17.602

Pagina 14 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 Toelichting overige Opbrengsten

Zoals eerder beschreven worden de opbrengst invorderingskosten niet meer verantwoord in de

begroting van het SVHW, maar worden deze gelijktijdig met de belastingopbrengsten teruggestort naar de deelnemers. Naast deze opbrengsten is conform de kadernota 2026 een opbrengst voor rentekosten van € 450.000 en overige opbrengsten van € 10.000 opgenomen.

2.3.2

Toelichting op de ontwikkeling van de kosten

Formatie

De formatie van SVHW bedraagt in 2026 92,63 FTE. Totale lasten Omschrij ving

2024

2025

R e a lisa tie

wij zig

2026

2027

2028

2029

2030

LASTEN Personeelskosten Huisvestingskosten Kantoorkosten Automatiseringskosten Overige diensten Kapitaallasten Kosten verwerven data WOZ kosten derden Kosten Klantcontact Kosten heffen Kosten invordering Proceskosten Onvoorzien

7.035 241 229 2.210 2.752 260 595 639 202 794 511 704 -

8.263 321 265 2.619 1.838 268 654 639 179 943 588 800 50

8.975 330 272 2.719 1.658 368 660 180 948 585 800 50

9.065 333 274 2.746 1.675 372 667 182 957 591 808 51

9.155 336 277 2.774 1.692 376 673 184 967 597 816 51

9.247 340 280 2.801 1.708 379 680 185 976 603 824 52

9.339 343 283 2.829 1.726 383 687 187 986 609 832 52

Totaal lasten

16.172

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

18.256

•

Ten opzichte van 2024 stijgen de personele lasten in de eerste begrotingswijziging 2025 met € 1.228.000. Dit wordt veroorzaakt door indexering en periodieken (€ 373.000), in 2024 niet

ingevulde vacatures (ca. € 600.000), extra formatie voor Drimmelen (ca. € 200.000) en het saldo van enkele kleinere posten waaronder de opleidingskosten. De stijging van de kosten in de

begroting 2026 bedraagt € 612.000 en wordt veroorzaakt door indexering en periodieken en extra formatie voor Geertruidenberg (ca. € 200.000). •

De huisvestingskosten stijgen in de eerste begrotingswijziging 2025 met € 80.000 ten opzichte van 2024, omdat in afwachting van het strategisch huisvestingsplan veel uitgaven in 2024 zijn aangehouden. De huisvestingskosten zijn geïndexeerd voor 2026.

•

De automatiseringskosten zijn ten opzichte van 2024 gestegen in de eerste begrotingswijziging

2025 voor de meerkosten van de nieuwe toetreders, indexering en door minder uitgevoerde projecten in 2024 dan gepland. In 2026 heeft indexering plaatsgevonden. •

Op de overige diensten vindt een daling plaats ten opzichte van 2024 met € 914.000 in de eerste

begrotingswijziging 2025. Dit heeft te maken met de inhuurkosten voor het afdoen van bezwaren en is in lijn met de voorgenomen bezuinigingen uit de bezuinigingsmemo van juli 2024. Voor

2025 is uitgegaan van het niveau aan WOZ-bezwaren uit 2024. De kosten in 2024 waren mede hoog vanwege overlopende werkzaamheden uit het piekjaar 2023. In 2025 worden nog

inhuurkosten gemaakt voor de toetreding van Geertruidenberg. Die verschuiven in 2026 naar de personeelskosten (ca. 200.000). Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 15 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

•

De kapitaallasten zijn in 2025 eenmalig met € 100.000 verlaagd met name vanwege de uitgestelde aanbesteding voor de ICT-hardware. Deze aanbesteding vindt nu in 2025 plaats en daarom zijn de kapitaallasten in 2026 weer opgevoerd.

•

In 2026 vervallen de WOZ kosten derden. Met het waterschap gaat SVHW in 2025 het gesprek aan met het ministerie van BZK om deze kosten voortaan rechtsreeks aan WSHD door te rekenen.

•

De kosten van heffen stijgen ten opzichte van 2024 in eerste begrotingswijziging 2025 tot het

oorspronkelijke begrotingsniveau met name door toenemende porti kosten en enkele incidentele lagere uitgaven in 2024.

•

De proceskosten zijn in de eerste begrotingswijziging 2025 conform de bezuinigingsmemo van juli 2024 met € 331.500 teruggebracht tot € 800.00. Aangezien het percentage gegronde bezwaren onder gemiddeld lag in 2024, zijn de proceskosten op basis van de realisatie 2024 uit voorzichtigheid niet verder teruggebracht voor 2025 en 2026.

•

De post onvoorzien is weer opgevoerd in de eerste begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026.

Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.427.000) in de eerste begrotingswijziging 2025 € 1.290.000 lager dan in de begroting 2025 (€ 18.717.000). Dat zijn € 256.000 lagere kosten dan was opgenomen in de kadernota 2026 (€ 17.683.000).

Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.544.000) in de begroting 2026 € 707.000 lager dan in de meerjarenbegroting 2025 (de totale lasten in de meerjarenbegroting 2025 waren voor 2025

€ 18.251.000; hierbij is het vervallen van de nota voor WOZ-kosten van het waterschap (€ 688.000) in

mindering gebracht op het bedrag uit de meerjarenbegroting 2025). Ten opzichte van de bedragen in de kadernota zijn de totale lasten in de begroting 2026 € 177.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de kadernota waren € 17.721.000 ; hierbij is het vervallen van de nota voor WOZ-kosten van het waterschap (€ 688.000) in mindering gebracht op het bedrag in de kadernota 2026).

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 16 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Beleidsbegroting

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 17 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Programma Ondersteuning 3.1

Doel

Een aantal kosten heeft betrekking op alle programma’s. Dit betreffen o.a. huisvestingskosten en

kantoorkosten. Deze worden in eerste instantie verantwoord op de kostenplaats voor het programma

ondersteuning en aan het einde van het jaar toegerekend aan de overige programma’s. De toerekening

aan de programma’s vindt plaats op basis van de formatie per programma.

3.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

Vernieuwing Dienstverleningsovereenkomst (DVO)

In 2024 is de Dienstverleningsovereenkomst tussen SVHW en haar deelnemers herzien. Er zijn KPI’s

opgenomen waarmee de kwaliteit van de dienstverlening wordt gevolgd. In 2025 en 2026 worden de meetmethodes voor de KPI’s verder ontwikkeld en operationeel gemaakt. Activiteit

1)

Aanslagen

2)

Bezwaarschriften

Kwaliteitskenmerk

Doelstelling

De aanslag dient juist en volledig te zijn

belastingsoort kan er worden doorgeklikt in het

Bezwaar- en beroepschriften dienen

Bezwaarschriften afhandelen voor 90% in het jaar

afgewerkt.

het managementportaal).

conform kohierplanning)

3)

Invorderingsmaatregelen

Aanslagen juist, correct en tijdig opleggen (per

en tijdig te worden uitgebracht. (98%

binnen de gestelde termijnen te worden

managementportaal). 98% binnen kohierplanning. van opleggen (overzicht bezwaren zijn zichtbaar in

Het streven is te komen tot een zo volledig a. 1 jaar na het opleggen van de mogelijke betaling.

aanslag 3% open;

b. na 2 jaar 1%;

c. na 5 jaar 0,1%.

4)

Ramingen

De oorspronkelijke raming (aangeleverd voor de

begroting) mag maximaal 5% afwijken ten opzichte van de realisatie (bij de jaarrekening)

3.3

Financiële toelichting

Lasten

De lasten bestaan in belangrijke mate uit de personele kosten. Daarnaast vormen de gebouw gebonden kosten (kapitaallasten, onderhoud, faciliteiten) en kosten voor inhuur/diensten derden een belangrijk onderdeel. Baten

De totale kosten zijn aan de programma’s toegerekend op basis van de formatie. FTE 25

FTE 26

BAG

1,78

1,78

Gegevensbeheer Algemeen

17,09

18,09

WOZ

19,23

19,23

Dienstverlening Ondersteuning Totaal

Versie 1.0

9 april 2025

30,1

23,43 91,63

31,1

22,43 92,63

Pagina 18 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 (bedragen x 1.000 euro)

Omschrij ving

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e b e groting 2 0 2 5

J a a rre ke ning 2 0 2 4

LASTEN Personeelskosten Overige kosten voor personeel Kantoorkosten Communicatiekosten Accountantskosten Organisatie ontwikkeling Inhuur personeel Kapitaallasten

2.524 600 408 72 100 50 726 368

2.252 588 397 70 120 51 712 267

2.050 407 308 56 95 24 517 260

50

50

4.897

4.506

100 3.817

-

-

Onvoorzien Dotatie verlofsparen Totaal lasten

BATEN Vergoeding kosten deelnemers Forfaitaire vergoeding KOTA Overige opbrengsten

10

10

172 130 306

10

10

608

Sub-totaal

4.887

4.496

3.209

Toerekening naar programma's: Gegevensbeheer algemeen Gegevensbeheer BAG Productie WOZ Dienstverlening

1.259 124 1.339 2.165

1.127 117 1.268 1.984

823 86 867 1.433

Totaal allocatie

4.887

4.496

3.209

Totaal baten Totaal lasten Resultaat

4.897 4.897 -

4.506 4.506 -

3.817 3.817 -0

Totaal baten

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 19 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Programma 1: Gegevensbeheer algemeen 4.1

Doel

Dit programma heeft betrekking op het verzamelen, registreren en bewerken van de basisgegevens van alle deelnemers van SVHW. Hiervoor verwerkt SVHW kadastrale informatie, bevolkingsmutaties, bouwvergunningen en informatie van de deelnemers.

4.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

4.3

Financiële toelichting

Er zijn geen ontwikkelingen in de begroting 2026 voor dit programma.

Lasten

De kosten voor het verwerven van data (gegevens, fotomateriaal) en de ICT kosten drukken op dit

programma. De kosten van ondersteuning en automatisering worden op basis van aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een bedrag van 5,196 euro per belastbaar object, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. kwantitatieve gegevens aantal belastbare objecten

2026 800.977

(bedragen x 1.000 euro) Omschrij ving

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e

b e groting 2 0 2 5

J a a rre ke ning 2 0 2 4

LASTEN Personeelskosten Automatiseringskosten Beeldmateriaal Kosten kadaster Subtotaal programmakosten

1.542 701 475 185 2.902

1.411 656 475 179 2.722

1.138 567 427 168 2.300

Toerekening kosten Ondersteuning

1.259

1.127

823

Totaal lasten

4.162

3.848

3.123

Bijdragen deelnemers

4.162

3.848

3.508

Totaal baten

4.162

3.848

3.508

Totaal baten Totaal lasten Resultaat

4.162 4.162 -

3.848 3.848 -

3.508 3.123 385

BATEN

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 20 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Programma 1A: Gegevensbeheer BAG 5.1

Doel

Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de BAG-administratie. De BAG

(Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in gemeentes.

5.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

5.3

Financiële toelichting

Er zijn geen ontwikkelingen in de begroting 2026 voor dit programma.

Lasten

De lasten hebben betrekking op personeelslasten en automatiseringskosten (licenties). De kosten van ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag van 1,360 euro per BAG object voor de BAG-deelnemers en op een vast bedrag van 0,523 euro per WOZ-object voor alle gemeentelijke deelnemers, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. kwantitatieve gegevens

2026

Aantal te waarderen WOZ-objecten

328.760

Aantal objecten t.b.v. aanslag WSHD

191.027

(bedragen x 1.000 euro) Omschrij ving

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e b e groting 2 0 2 5

J a a rre ke ning 2 0 2 4

LASTEN Personeelskosten Automatiseringskosten Subtotaal programmakosten

151 69 220

145 68 213

128 59 187

Toerekening kosten Ondersteuning

124

117

86

Totaal lasten

344

330

273

Bijdragen deelnemers

344

330

305

Totaal baten

344

330

305

Totaal baten Totaal lasten Resultaat

344 344 -

330 330 -

305 273 32

BATEN

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 21 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Programma 2: WOZ administratie

Onder het programma WOZ administratie vallen de activiteiten op het gebied van de WOZ administratie (o.a. WOZ bezwaarafhandeling), de permanente marktanalyse en de herwaardering.

6.1

Doel

Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de waardering van de onroerende zaken ten behoeve van de belastingheffing voor de deelnemers. Hierbij is inbegrepen de (her) taxatie van de onroerende zaken binnen het gebied van de gemeentelijke deelnemers.

6.2

Ontwikkelingen binnen dit programma

Wijziging Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) / NCNP-problematiek

In 2023 heeft SVHW te maken gekregen met bijna een verdrievoudiging van de WOZ-bezwaarschriften,

zowel rechtstreeks van burgers als via NoCureNoPay (NCNP)-bureaus. Deze (landelijke) trend heeft zich in 2024 gekeerd. Voor zowel 2025 als 2026 baseren we ons op het percentage WOZ- bezwaren uit

2024. De benodigde (externe) flexibele schil is hiervoor opgenomen in de begroting, maar we

onderzoeken of de inzet van externen verder kan worden teruggebracht door het gebruik van AIoplossingen.

De Hoge Raad heeft in juli 2024 geoordeeld dat de regeling voor proceskosten in bezwaar voor

rechtsbijstand voor de behandeling van het bezwaar in WOZ-zaken deels buiten toepassing moet

blijven, omdat die regeling in strijd is met het discriminatieverbod. Dat betekent dat de vergoeding per punt voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in bezwaarprocedures verhoogd wordt naar een

bedrag van € 624,- (2024). Deze vergoeding was juist verlaagd naar € 310,- (2024). De wegingsfactor is niet aan de orde geweest en blijft gehandhaafd. In het belastingplan 2025 is de gebruikte factor

weer gehalveerd van 0,25 naar 0,125. SVHW houdt in de begroting 2026 rekening met deze

wegingsfactor. Het is niet uit te sluiten dat er nog procedures tegen voornoemde wetswijziging worden gestart, omdat dit raakt aan het verdienmodel van NCNP bureaus. Toename areaal

Door de bouwopgave van de Nederlandse gemeenten (in verband met de woningnood) zal het aantal

WOZ-objecten van de deelnemers stijgen en daarmee ook de hoeveelheid werkzaamheden, die SVHW

moet verrichten. SVHW monitort deze ontwikkeling nauwlettend en speelt hier tijdig op in als hiervoor extra formatie nodig is. Dekking van deze kosten zal plaatsvinden op basis van de toename in de bijdrage van de deelnemers die gebaseerd is op het aantal objecten. Waarderingskamer

Vanaf 2025 gebruikt SVHW een nieuw taxatiemodel vooruitlopend op het verplichtend karakter in

2026. De belangrijkste wijziging in dit nieuwe model, is het toevoegen van de bijlage ‘Energetische opnamestaat.’ Dit betekent dat de taxateur melding maakt van de aanwezige voorzieningen op het gebied van isolatie en duurzaamheid in de getaxeerde woning. Landelijke ontwikkelingen

Er is een tweetal ontwikkelingen gaande, dat mogelijk effect heeft op de meerjarenbegroting van SVHW al schatten we het effect voor SVHW beperkt in en zijn hiervoor geen kosten in de begroting opgenomen.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 22 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 De eerste is een onderzoek naar aanleiding van de VNG-motie “Tweejaarlijkse herwaardering WOZ”.

Hierbij is de overweging dat een tweejaarlijkse herwaardering van de WOZ-waarde, in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering, leidt tot minder druk op de capaciteit in de uitvoering en tot

verbetering van de kwaliteit. Op dit moment wordt door de VNG in samenwerking met de Landelijke Vereniging voor Lokale Belastingen (LVLB) uitvoering gegeven aan het in de motie gevraagde onderzoek.

De tweede ontwikkeling is het project van de LVLB om informeel contact onderdeel te maken van het WOZ-proces. Het idee is om woningeigenaren zoveel mogelijk te betrekken bij de registratie van de

secundaire kenmerken, door een landelijk platform te ontwikkelen die door alle WOZ-organisaties

gebruikt kan worden. Hoe het platform er precies uit komt te zien wordt uitgewerkt en getoetst in de

praktijk. SVHW was al gestart met een eigen ontwikkeling, maar volgt de landelijke ontwikkeling op de voet.

6.3

Financiële toelichting

Lasten

De kosten ingeleend personeel betreffen de kosten van inschakeling van externe organisaties voor de

taxatie van de onroerende zaken. De kosten van ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per te waarderen WOZ-object van 14,074 euro, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. kwantitatieve gegevens

2026

Aantal WOZ-objecten Bag Deelnemers

126.515

Totaal aantal WOZ-objecten

328.760

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 23 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 (bedragen x 1.000 euro)

Omschrij ving

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e

b e groting 2 0 2 5

J a a rre ke ning 2 0 2 4

LASTEN Personeelskosten Ingeleend personeel Automatiseringskosten Overige kosten WOZ kosten gemeenten

1.843 658 745 43

1.748 850 738 42 639

1.383 1.948 597 40 639

Subtotaal programma kosten

3.288

4.017

4.608

Toerekening kosten Ondersteuning

1.339

1.268

867

Totaal lasten

4.627

5.285

5.475

Bijdrage deelnemers-factuur Ministerie BZK Bijdragen deelnemers

4.627

639 4.646

625 5.650

Totaal baten

4.627

5.285

6.275

Totaal baten Totaal lasten Resultaat

4.627 4.627 -

5.285 5.285 -

6.275 5.475 800

BATEN

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 24 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Programma 3: Dienstverlening

Onder het programma Dienstverlening vallen: klantcontact, heffingen en invordering.

7.1

Doel klantcontact

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het onderhouden van contacten met de klant. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten uitgevoerd:    

7.2

Het zoveel mogelijk afhandelen van telefonische vragen van de klant

Het registreren van calls

Klanten in een keer met de juiste persoon doorverbinden voor afhandeling van vragen

Verdiepende klantonderzoeken

Doel Heffingen

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften. Hiervoor worden onder andere de onderstaande activiteiten

uitgevoerd:    

7.3

het printen van de aanslagen (door een extern bureau); het verzenden van de aanslagen;

het behandelen van bezwaar- en beroepschriften;

het verwerken van de waarde gegevens voor de waterschappen.

Doel Invordering

Dit onderdeel van het programma heeft als doelstelling het innen van de opgelegde belastingbedragen. Hierbij worden volgende activiteiten uitgevoerd:      

7.4

bijhouden debiteurenadministratie; bijhouden financiële administratie;

behandelen van kwijtscheldingsverzoeken;

verzenden van aanmaningen en dwangbevelen;

het treffen van overige invorderingsmaatregelen;

beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen ten behoeve van oninbaar verklaringen.

Ontwikkelingen binnen dit programma

Wijziging Waterschapswet: belastingen

De nieuwe Waterschapswet, die op 1 januari 2026 in werking treedt, brengt enkele belangrijke

wijzigingen met zich mee, vooral op het gebied van het belastingstelsel van de waterschappen.

Belangrijkste is de aanpassing van de watersysteemheffing. Deze heffing wordt aangepast om een

gelijkmatige tariefontwikkeling voor alle belastingbetalers te realiseren. Het profijtbeginsel wordt beter toegepast, wat betekent dat degenen die meer voordeel hebben van de diensten van het waterschap,

ook meer betalen. Wijzigingen in de zuiverings- en verontreinigingsheffing worden doorgevoerd om de kosten eerlijker te verdelen en de belastingdruk beter te spreiden. Waterschappen mogen meer

hernieuwbare energie opwekken dan ze nodig hebben voor hun wettelijke taken. Dit helpt hen om

klimaatneutraliteit te bereiken. De aanpassingen moeten leiden tot beter uitlegbare tarieven en meer

draagvlak onder de belastingplichtigen. SVHW heeft de processen en systemen in 2025 ingericht om de invoering van de nieuwe wetgeving zo goed mogelijk in 2026 te kunnen uitvoeren.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 25 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 Sociaal invorderen

SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is

om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen: •

in 2025 start de tweede pilot kosteloze herinnering voor zowel de fysieke aanslagen als de

digitale aanslagen via Mijn Overheid. Vanuit de wens van deelnemers is dit initiatief in 2024

met een eerste pilot gestart. Uit de evaluatie van de pilot bleek een onverwacht grote daling van de opbrengsten invorderingskosten, waardoor een tweede pilot is gestart en gezocht

wordt naar in samenhang te ondernemen mitigerende maatregelen. Met eventuele financiële effecten van de invoering van de kosteloze herinnering is geen rekening gehouden;

• • •

het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;

de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;

de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;

• •

het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;

het treffen van individuele betalingsregelingen waarbij er op klantgerichte wijze naar mogelijkheden wordt gekeken.

•

de uitrol van de applicaties e-Mandaat en Incasso Op Maat waarmee veilig en digitaal

incassomachtigen bij alle banken in Nederland respectievelijk flexibel incasseren mogelijk

wordt. Bij flexibel incasseren kunnen belastingplichtigen het aantal periodes (maximaal 10) en het tijdstip van de incasso zelf bepalen. Dit voorkomt overigens ook onnodige storno’s.

Enkele bovenstaande maatregelen kunnen eventueel leiden tot een verminderde opbrengst van de invorderingskosten. Dit effect is echter nog niet te kwantificeren.

7.5

Financiële toelichting

Lasten

De lasten bestaan uit externe kosten voor dwanginvordering, proceskostenvergoeding, de kosten voor vervaardigen van aanslagen, portokosten en bankkosten. De toegerekende kosten algemeen beheer

betreffen voornamelijk de eigen personeelskosten, die op basis van een urenregistratie aan de diverse programma’s zijn toegerekend. De kosten van ondersteuning en automatisering worden op basis van het aantal fte’s aan de diverse programma’s toegerekend. Baten

De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per gewogen aanslagregel van

1,959 euro, zoals aangeven in de onderstaande tabel. Dit is inclusief de bijdrage aan de kosten voor Invordering.

De onderstaande tabel geeft een aantal kwantitatieve gegevens. kwantitatieve gegevens aantal aanslagregels

Versie 1.0

9 april 2025

2026 4.059.392

Pagina 26 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 (bedragen x 1.000 euro) Omschrij ving

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e b e groting 2 0 2 5

J a a rre ke ning 2 0 2 4

LASTEN Personeelskosten Overige kosten Automatiseringskosten Ingeleend personeel Telefoonkosten KCC Kosten aanslagen Controle belastingen Media campagne Kosten dwanginvordering Proceskosten Bankkosten Subtotaal programmakosten

2.373 66 1.205 125 160 818 70 60 360 800 200 6.236

2.177 61 1.156 105 161 815 72 57 376 800 190 5.969

1.883 46 987 167 190 696 57 42 282 704 207 5.259

Toerekening kosten Ondersteuning

2.165

1.984

1.433

Totaal lasten

8.401

7.953

6.692

Opbrengst invorderingskosten Teruggave opbrengst invordering Bijdragen deelnemers Rentebaten

2.792 -2.792 7.951 450

2.792 -2.792 7.503 450

2.501 4.847 652

Totaal baten

8.401

7.953

8.000

Totaal baten Totaal lasten Resultaat

8.401 8.401 -

7.953 7.953 -

8.000 6.692 1.308

BATEN

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 27 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Paragrafen 8.1

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico's op te vangen zonder het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen.

Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers verplicht eventuele tekorten bij een gemeenschappelijke regeling aan te vullen. SVHW verwerkt de kosten in de tarieven van de

producten. Een eventueel overschot/tekort aan het einde van het jaar wordt in rekening of in mindering gebracht op de te ontvangen bedragen van de deelnemers. In formele zin loopt het SVHW geen risico,

omdat het eventuele tekorten afwentelt op de deelnemers, dan wel verrekent met de algemene reserve (buffer) van de gemeenschappelijke regeling.

Op 13 april 2022 heeft het Algemeen bestuur de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen

SVHW 2022 vastgesteld. Deze notitie beschrijft de structuur ten aanzien van het uit te voeren beleid

omtrent risico’s en fraude. SVHW hanteert een risicomijdend profiel voor risico’s en streeft ernaar om

risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel.

De risico’s hebben een intern (SVHW, “eigen” organisatie) en/of een extern (deelnemers) karakter. Op basis van de risico’s zijn/worden (aanvullende) beheersmaatregelen genomen. In de Voor- en

Najaarsnota rapporteert SVHW over de voortgang van de risico’s en de beheersmaatregelen.

SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 15 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is

daarom essentieel. Dit dient op het niveau van directie en Dagelijks Bestuur te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan

continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de nota

Risicomanagement en weerstandsvermogen is daarom besloten de omvang daarvan vast te stellen op minimaal 400.000 euro en maximaal 700.000 euro.

Er doen zich geen juridische procedures voor die aanleiding kunnen geven tot enig financieel nadeel. Eind 2004 is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een lening van 2.600.000 euro met een looptijd van 30 jaar aangetrokken. Deze lening heeft gedurende de gehele looptijd van 30 jaar een vast rentepercentage van 4,445%, zodat er geen sprake is van een financieel risico.

In de Begroting 2026 is, op basis van aannames, een aantal ontwikkelingen verwerkt waarvan de

uitkomsten nog onzeker zijn. Deze ontwikkelingen hebben betrekking op de volgende gebieden:

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 28 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 Categorie

Beheersing

Risico

Kans

Financieel Belang

Bedrag

Nalatigheid of onrechtmatig handelen Schadeclaims

Verzekeren Overdragen

Onderhoud gebouw SVHW

Klasse

x € 1.000

%

Risico score

Toelichting begroting 2026

Bedrag x € 1.000

100 100

1 1

10% 10%

Accepteren

100

1

10%

Bedrijfsongevallen

Verzekeren

50

1

10%

Fraude en diefstal

Elimineren

50

1

10%

Afwezigheid personeel wegens ziekte of anderszins (zwangerschaps- en bevallingsverlof, zorgverlof)

Reduceren

150

2

30%

Vertrek personeel

Reduceren

150

3

50%

ICT

Reduceren

750

2

30%

Informatiebeveiliging en cybercrime

Reduceren

750

2

30%

Loonontwikkelingen

Accepteren

100

2

25%

25 Door de hoge inflatie is het mogelijk dat vanuit de CAO aanvullende looncompensaties worden geeist. Hierdoor zullen de personeelskosten harder stijgendan wij in de begroting verwacht hadden.

Prijsontwikkelingen

Reduceren

125

2

25%

Bezwaarschriften & Beroep

Reduceren

150

4

80%

uittreden van Deelnemers

Accepteren

100

1

10%

31 De begroting is zowel aan de baten- als aan de lastenkant gebaseerd op contante prijzen. Per programma maken we bij het opstellen van de begroting een reële en actuele inschatting van de kosten. De hoge inflatie in 2022 van de energielasten en marktprijzen hebben we zo goed mogelijk proberen in te schatten voor de begroting 2023. Grote onzekerheid heerst hoe de inflatie zich zal ontwikkelen. 120 Door de vele bezwaarschriften die worden ingediend moeten hoge proceskostenvergoedingen worden betaald. Deze zijn reeds verwerkt in de begroting, echter is het lastig te schatten naar omvang. Hierdoor dat wij ook een extra bedrag reserveren. 10 Risico op verlies van baten bij uittreden van deelnemers uit de GR. Dit is echter goed afgedekt binnen de gemeenschappelijke regeling waarbij frictiekosten worden opgevangen door de uittredend deelnemer.

Nieuwe wet en regelgeving

Reduceren

100

1

10%

Totaal

2.775

10 De risico’s zijn in de meeste gevallen beperkt, doordat waar mogelijk 10 Het SVHW loopt altijd het risico op schadeclaims. Over het algemeen zijn dit langlopende procedures waarvan de risico's moeilijk in te schatten zijn. 10 Wij voeren voor onze gebouw planmatig beheer en onderhoud uit. Dit doen wij op basis van actuele inspecties. Echter kan het altijd voorkomen dat onbegroot onderhoud moet plaatsvinden. 5 Wij hebben hiervoor een verzekering afgesloten. Werkgevers hebben de wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van werknemers en die zorgplicht wordt uitgebreid. De werkgever is aansprakelijk voor bedrijfsongevallen en beroepsziektes van werknemers. 5 De huidige economische ontwikkelingen kunnen voor medewerkers van het SVHW leiden tot verhoogde prikkels of gelegenheden tot het doen van of meewerken aan fraude. Er zijn fysieke en/of administratieve maatregelen genomen (functiescheiding, procesbeschrijvingen). De interne controle richt zich ook op deze zaken. 45 Kennis en kunde zijn (tijdelijk) niet beschikbaar waardoor de kwaliteit van de organisatie en de door de organisatie geleverde producten lager worden. Uitgangspunt bij ziekteverzuim is een interne oplossing en geen externe inhuur, afhankelijk van de duur van de afwezigheid en taak.

75 Als gevolg van vertrek van personeel kunnen er kennis en kunde verloren gaan. Daarnaast is er bij het huidige personeel veel ervaring en kennis van de lokale situatie aanwezig, welke bij vertrek verloren gaat. Dit kan leiden tot inefficientie. 225 Computeruitval kan tot gevolg hebben dat we onze dienstverlening niet meer uitvoeren en onze medewerkers niet meer optimaal kunnen werken. Vooral de laatste tijd zijn bedreigingen van virussen in het nieuws, hetzelfde geldt voor datalekken. 225 Informatiebeveiliging is steeds actueler. Er is weliswaar steeds meer aandacht voor, maar het risico wordt ook steeds groter. Denk hierbij aan datalekken. Het SVHW heeft een plan opgesteld hoe men hackers kan weren. Daarbij is ingezoomd op Preventie, Detectie en Eliminatie. Hoe goed je de beveiliging ook op orde hebt, het garandeert niet dat hacken onmogelijk is. Hackers bedenken steeds weer nieuwe mogelijkheden en schade ten gevolge daarvan is niet uit te sluiten. Vooralsnog is het risico door Het SVHW niet verzekerd.

10 Het risico dat wij onvoldoende voorbereid zijn op de invoering van nieuwe wet- en regelgeving waardoor wij onvoorziene kosten moeten maken 806

De risico’s worden in eerste instantie worden opgevangen vanuit de algemene reserve, die 700.000 euro bedraagt.

Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt de verhouding tussen de beschikbare

weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio van SVHW bedraagt:

Beschikbare capaciteit/benodigde capaciteit = 700 / 806 = 0,87. Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 29 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wil SVHW uitkomen op een waarde tussen de 1,0 en 1,4. Een weerstandsratio van minimaal 1 wordt gezien als voldoende. Gezien dan alle risico’s met het

weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen. Daar zit SVHW in deze begroting onder.

Wanneer de geïnventariseerde risico’s de bovengrens van € 700.000 structureel overschrijden legt het

Dagelijks Bestuur een plan voor dat gericht is op het aanvullen van de Algemene reserve tot het bedrag uit hoofde van het benodigd weerstandsvermogen. Als de risico’s meerjarig de algemene reserve overstijgen komt er een voorstel.

Op basis van de geprognosticeerde meerjarenbalans zijn de volgende kengetallen berekend: Ke ng e talle n

2026

2027

2028

2029

Be g ro ting

Be g ro ting

Be g ro ting

Be g ro ting

Netto schuldquote

7,56%

5,71%

3,88%

2,07%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

7,56%

5,71%

3,88%

2,07%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvabiliteitsrisico

8,15%

8,22%

8,30%

8,38%

Structurele exploitatieruimte

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Belastingcapaciteit

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau

van de schuldenlast van SVHW ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf,

maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend en vervolgens weer afgelost. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van

doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto

schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SVHW in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van SVHW. De mate van

weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 30 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030 Financiële positie SVHW

De uitkomsten van bovenstaande financiële kengetallen worden beïnvloed door de afspraken die

gemaakt zijn omtrent de omvang van het weerstandsvermogen. Hierdoor beschikt SVHW over een

beperkt eigen vermogen. Tegenover dit beperkte eigen vermogen staan kortlopende- en langlopende verplichtingen die invloed hebben op de uitkomsten van de kengetallen. De financiële bedrijfsvoering van SVHW is onder andere gericht op het voldoen aan de kaders die gesteld worden in de begroting,

exploitatietekorten komen ten laste van het weerstandsvermogen. Indien het weerstandsvermogen niet voldoende is om het tekort op te vangen wordt het exploitatietekort doorbelast aan de deelnemers.

8.2

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Ultimo december 2004 heeft het SVHW voor eigen gebruik het kantoor Rijksstraatweg 3B te Klaaswaal aangekocht. De aankoopprijs bedroeg 2.000.000 euro. Het kantoorpand was bij aankoop in goede staat van onderhoud. Na aankoop is het gehele gebouw voorzien van airconditioning.

Het periodieke onderhoud is in de begroting 2026 verwerkt. Bij de uitgaven wordt terughoudendheid betracht vanwege besluitvorming over het nog op te stellen strategisch huisvestingsplan. Dit is

noodzakelijk vanwege de wettelijke verplichting om in 2030 aan de duurzaamheidseisen van de overheid te voldoen.

8.3

Paragraaf Financiering

8.3.1

Algemeen

De financieringsparagraaf gaat in op de eisen van de wet Fido. Het moet blijken dat de uitvoering van

de treasuryfunctie alleen de publieke taak dient, het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan.

8.3.2

Treasurybeheer

De volgende risico`s zijn voor de organisatie van belang:  

Renterisicobeheer;

Kredietrisicobeheer.

Renterisicobeheer

Het doel van het renterisicobeheer is het beheersen van de risico`s die voortvloeien uit de

mogelijkheid dat de rentelasten van vreemd vermogen in de toekomst hoger zouden worden dan gewenst zou zijn. De aangetrokken geldlening heeft gedurende de looptijd (30 jaar) een vast rentepercentage. Er is dus geen sprake van een renterisico. Kredietrisicobeheer

Per twee weken vinden afgeronde voorschotbetalingen plaats aan de deelnemers. SVHW bepaalt de hoogte van het voorschot aan de hand van de werkelijk ontvangen belastingopbrengsten per

deelnemer. Een gering bedrag reserveren we voor restituties. Elk kwartaal ontvangen de deelnemers

een overzicht van de stand van de invordering alsmede van de ontvangsten en de daarop in mindering gebrachte voorschot afdrachten. Medio van het jaar ontvangt SVHW de geraamde bijdragen van de

deelnemers in de kosten van de dienstverlening. Het verstrekken van gelden aan derden in welke vorm dan ook komt niet voor.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 31 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

8.3.3

Kasgeldlimiet en renterisiconorm

De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben beiden als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. De

kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een decentrale overheid in een

bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 8,2%.

In onderstaande is een prognose opgenomen van de ruimte onder kasgeldlimiet. Uit deze prognose

blijkt dat de gemiddelde ruimte onder het kasgeldgeldlimiet gedurende in 2026 circa 5 miljoen euro bedraagt.

(bedragen x 1.000 euro) Kasg e ld limie t 1

1e kwart.

2e kwart.

3e kwart.

4e kwart.

Omvang begroting

17.427

Kasgeldlimiet

1.429

1.429

1.429

1.429

0

0

0

0

Vlottende schuld 2

Opgenomen gelden < 1 jaar Vlottende middelen

3

Rekening-courantsaldi < 1 jaar

3.376

3.376

3.376

3.376

4

Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)

-3.376

-3.376

-3.376

-3.376

Ruimte onder kasgeldlimiet (1)-(4)

4.805

4.805

4.805

4.805

De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 20%.

Uit de onderstaande tabel blijkt, dat SVHW geen renterisico heeft. (bedragen x 1.000 euro) 2025

2026

2027

2028

2029

1a

Renteherziening vaste schuld o/g

0

0

0

0

0

1b

Renteherziening vaste schuld u/g

0

0

0

0

0

2

Netto renteherziening (1a-1b)

0

0

0

0

0

3a

Nieuwe vaste schuld

0

0

0

0

0

3b

Nieuwe verstrekte lange leningen

0

0

0

0

0

4

Netto nieuwe vaste schuld

0

0

0

0

5

Betaalde aflossingen

6 7

0

103

107

112

117

122

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

0

0

0

0

Renterisico vaste schuld (2 en 6)

0

0

0

0

0

Renterisiconorm 8

Begrotingstotaal

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

9

Vastgesteld % (20%)

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

10

Renterisiconorm (minimumnorm)

3.485

4.211

4.253

4.295

4.338

7

Renterisico vaste schuld

0

0

0

0

0

11

Ruimte (10-7)

3.485

4.211

4.253

4.295

4.338

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 32 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

8.3.4

Financiering

Het saldo van de aangetrokken geldleningen is per 1 januari 2026 € 1.155.594. Op de lening van de Bank Nederlandse Gemeenten wordt in 2026 een bedrag van € 107.221 afgelost. Het saldo van de

geldlening per 31 december 2026 bedraagt €1.048.373. Bij deze lening bedraagt het vaste

rentepercentage 4,445 %.

8.3.5

Relatiebeheer

Het SVHW heeft met de Bank Nederlandse Gemeenten een rekeningcourant verhouding. De bank valt onder Nederlands toezicht.

8.3.6

Toelichting EMU-saldo

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld, dat er in de

begroting een overzicht verstrekt moet worden over het boekjaar. Hieronder volgt het EMU-Saldo van SVHW over 2026 tot en met 2030: (bedragen in x 1.000 euro)

Omschrijving 1

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

3

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie

4

Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd

5

Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht

6

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op

7

Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden

8

Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie

9

Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze met derden betreffen

10

Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog

11 a b

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de

Berekend EMU-saldo

Versie 1.0

9 april 2025

2028 Begroting x € 1000,-

2029 Begroting x € 1000,-

2026 Begroting x € 1000,-

2027 Begroting x € 1000,-

0

0

0

0

311

314

317

320

0

ja

nee

311

Pagina 33 van 44

ja

nee

314

ja

nee

317

ja

320

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

8.4

Paragraaf bedrijfsvoering

8.4.1

Algemeen Bestuur

Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de verschillende deelnemende organisaties en is het hoogste

bestuursorgaan. Het Algemeen Bestuur heeft als taak om het beleid vast te stellen en te controleren of het juist wordt uitgevoerd. De samenstelling van het algemeen bestuur is vastgelegd in de

gemeenschappelijke regeling SVHW. Iedere gemeente heeft één afvaardiging in het algemeen bestuur. Het waterschap heeft 2 deelnemers binnen het algemeen bestuur.

8.4.2

Dagelijks Bestuur

De leden van het Dagelijks Bestuur zijn door en vanuit de leden van het Algemeen Bestuur

aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bepaalt onder andere de instructies en de regels voor de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering van SVHW.

8.4.3

Organogram

SVHW heeft de werkzaamheden belegd in zelforganiserende procesteams. Deze procesteams houden zich bezig met de operatie en zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en het continu verbeteren van

het proces en het realiseren van de gewenste output. De processen zijn gegroepeerd in domeinen met

aan het hoofd een domeinmanager. In lijn met doelstellingen van SVHW bepalen de domeinmanager en proceseigenaren de gewenste output, die zoveel mogelijk beschreven wordt in de vorm van meetbare en zichtbare prestatie indicatoren.

Het MT bestaande uit de drie domeinmanagers en de directeur stelt de kaders (richting en doelen), schept de randvoorwaarden voor de procesteams bij de uitvoering van hun taken en bewaakt de samenhang van de processen.

De onderstaande figuur geeft de vereenvoudigde weergave van het organogram weer:

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 34 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

8.4.4

Technologische- en procesontwikkelingen

SVHW heeft net als alle andere organisaties te maken met een steeds sterkere afhankelijkheid van IT oplossingen en moet daarom ook meegaan met de veranderingen daarin. Onze contracten voor

hardware lopen in 2025 af. Deze worden dan ook opnieuw aanbesteed. De financiële effecten hiervan

zijn op dit moment nog niet goed inzichtelijk. Hierdoor zijn de kosten die wij nu maken verwerkt in de begroting 2026 met daarbij rekening houdend met de inschatting van de ontwikkelingen.

Vooruitlopend op het aflopen van de contracten onderzoeken wij wat nodig is om een betrouwbare en

efficiënte gegevensverwerking te borgen op een manier die aansluit op de externe ontwikkelingen. Een aantal van deze externe ontwikkelingen is: -

-

Landelijke stelsel van basisregistraties en aansluiting hierop; Invoering van de omgevingswet en de aanpassing hierdoor van informatie aanlevering;

De ontwikkeling van werken met AI (Artificial Intelligence) neemt een grote vlucht en wordt

meer gemeengoed. AI wordt binnen SVHW in 2025 pilotgewijs verkend, binnen de wettelijke

kaders en AVG richtlijnen. Eventuele financiële effecten hiervan zijn niet in de begroting 2026 -

verwerkt;

De invoering van de wetsaanpassing voor de waterschapsbelastingen per 1 januari 2026;

Steeds meer applicaties worden in de cloud aangeboden, hetgeen de flexibiliteit van SVHW in zal perken omdat minder maatwerk mogelijk is. Op dit moment is de belangrijkste applicatie (Centric) in eigen beheer waardoor SVHW door slim maatwerk en specifieke functionaliteiten

-

8.4.5

efficiëntie kan koppelen aan maatwerk;

Doorontwikkeling van MijnOverheid en verdere digitalisering overheidsdienstverlening; Informatiebeveiliging en privacy waarbij SVHW ervoor zorg moet dragen dat de digitale

weerbaarheid op peil wordt gehouden en verder wordt verbeterd waar nodig en passend binnen toenemende nationale en Europese regelgeving (NIS2);

Implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV).

NIS2

In Europees verband worden sectoren en organisaties die van vitaal belang zijn voor de maatschappij

verplicht eind 2024 te voldoen aan de NIS2-richtlijn. Er zijn twee sectoren, ‘bijlage 1 Essentiële - hoog

kritieke sectoren’ en ‘bijlage 2 Belangrijke - andere kritieke sectoren’ aangeduid, die automatisch moeten voldoen aan de NIS2-richtlijnen. SVHW valt onder 'bijlage 1 - Essentiële - hoog kritieke sectoren - Overheidsdiensten'. Dit betekent voor SVHW de volgende drie verplichtingen: •

Zorgplicht: De zorgplicht bestaat uit een lijst van maatregelen waaraan SVHW minimaal moet voldoen. Denk hierbij aan crisismanagement bij een groot cyberincident en het gebruik van cryptografie en versleuteling.

•

Meldplicht: SVHW moet binnen 24 uur dat SVHW zich bewust is geworden van een incident

melden dat bij SVHW sprake is van een incident bij de toezichthouder (Rijksinspectie Digitale

Infrastructuur (RDI)) en een uitgebreide rapportage over het incident binnen een maand. Een cyberincident moet ook bij het Computer Security Incident Response Team (CSIRT) van SVHW gemeld worden •

Toezicht: Er komt een onafhankelijk toezichthouder (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)), die naar de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn kijkt.

De invoering vindt plaats medio 2025. SVHW anticipeert hier tijdig op en wil ook een certificering

hiervoor behalen. SVHW verzorgt in 2025 een training voor zowel Bestuurders als medewerkers op dat de organisatie NIS2 bestendig wordt gemaakt.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 35 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

8.4.6

Informatiebeveiliging en privacy

Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en

cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds

belangrijker. SVHW zal als data gedreven organisatie daarom zijn digitale weerbaarheid op peil dienen

te houden. Dit vergt een toenemende inspanning van SVHW. SVHW maakt op dit gebied (beveiliging en privacy) gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en werkt samen met collega belastingkantoren. Er is een privacy officer binnen het domein

Ondersteuning, die op dit terrein de tweedelijns ondersteuning levert en er is een CISO (Chief

Information Security Officer) en FG (Functionaris Gegevensbescherming) die rechtstreeks aan de

directie rapporteren. SVHW moet voldoen aan NIS2 en wil zich hiervoor certificeren, uiterlijk in 2026.

8.4.7

Investeringen in ICT

Voor een gestructureerde aanpak van de benodigde ICT ontwikkelingen vanwege de strategie en

wetgeving zoals hiervoor beschreven (o.a. NIS2) is een ICT-strategie opgesteld. In 2025 wordt hiervoor een roadmap gemaakt. Vooralsnog gaan we er vanuit dat de kosten hiervoor op te vangen zijn binnen de begroting. Eventuele meerkosten worden separaat ter besluitvorming aan het AB voorgelegd. De

vervanging van de hardware die in 2025 plaatsvindt wordt geacht plaats te vinden binnen de bestaande

begroting extra kosten noodzakelijk blijken komt hiervoor een separaat voorstel naar het Algemeen

Bestuur.

8.4.8

Huisvesting

Medio 2025 wordt een huisvestingstrategie opgesteld. Dit is noodzakelijk, omdat SVHW vanuit

wetgeving investeringen moet uitvoeren om in 2030 aan de wettelijke duurzaamheidseisen te kunnen voldoen. In het huisvestingsplan worden de verschillende scenario’s (renovatie, nieuwbouw en huur)

tegen elkaar afgezet om tot een investeringskeuze te komen. In de meerjarenbegroting zijn hiervoor nog geen kosten en kapitaallasten opgenomen, anders dan de reguliere huisvestingskosten op basis van een bestaand grootonderhoudsplan. Eventueel budgettaire effecten die samenhangen met het huisvestingsplan worden als een separaat besluit aan het Algemeen Bestuur voorgelegd.

8.4.9

Rechtmatigheidsverantwoording

Over 2023 en 2024 heeft het dagelijks bestuur de rechtmatigheidsverantwoording reeds opgenomen in de jaarstukken. Over 2025 en 2026 moet dit nog gebeuren. De onderbouwing van deze

rechtmatigheidsverantwoording komt tot stand vanuit de verbijzonderde interne controle die wordt uitgevoerd op basis van het verbijzonderd intern controleplan. Hieruit is in de jaren 2023 en 2024

gebleken dat er met name onrechtmatigheden ontstaan bij het SVHW met betrekking tot de naleving van de EU-aanbestedingsgrens. De foutieve contracten uit die jaren zijn op dit moment allemaal aanbesteed en daarmee niet meer onrechtmatig. Op basis van de bevindingen uit het verleden verwachten wij niet dat het Controleplan voor 2026 moet worden aangepast. Mocht dit wel

noodzakelijk zijn, blijkend uit de bevindingen uit de controles over het boekjaar 2025, zullen wij dit middels een tussentijdse rapportage kenbaar maken aan het bestuur.

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 36 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Financiële begroting Staat van Baten en Lasten (bedragen x 1.000 euro)

Omschrijving programma: Ondersteuning Gegevensbeheer Algemeen BAG-administratie WOZ-administratie Dienstverlening Subtotaal programma's Omschrijving algemene dekkingsmiddelen: Algemene dekkingsmiddelen Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: Mutaties in reserves Subtotaal mutaties reserves Gerealiseerde resultaat

Be groting 2 0 2 6

G e wij zigd e b e groting 2 0 2 5

Ba te n

La ste n

Sa ld o

Ba te n

La ste n

Sa ld o

Ba te n

La ste n

Sa ld o

10 4.162 344 4.627 8.401 17.544

10 3.078 238 3.475 6.538 13.339

-0 1.084 107 1.152 1.863 4.205

10 3.848 330 5.285 7.953 17.427

10 2.898 231 4.216 6.279 13.634

950 99 1.069 1.674 3.793

608 3.508 305 6.275 8.000 18.697

608 2.281 185 4.590 5.229 12.893

1.227 120 1.685 2.772 5.804

-

-

-

-

-

-

-

-

-

4.205

-4.205

3.793

-3.793

3.278

-3.278

17.544

17.544

-0

17.427

17.427

-0

18.697

16.171

2.526

-

-

-

-

-

-

-

17.544

17.544

17.427

17.427

18.697

16.171

2.526

-0

-0

Zie voor de toelichting op de staat van baten en lasten de toelichtingen per programma.

Versie 1.0

9 april 2025

R e a lisa tie 2 0 2 4

Pagina 37 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Staat van incidentele baten en lasten (bedragen x 1.000 euro)

Kostensoort

Incidentele Lasten

2027

2028

2029

2030

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

0

0

-

-

-

-

-

Totaal incidentele baten

0

0

0

0

0

Incid e nte e l re sultaat

0

0

0

0

0

Totaal incidentele lasten

Kostensoort

2026

In deze begroting zijn geen incidentele baten en lasten opgenomen.

9 april 2025

-

-

Incidentele Baten

Toelichting

Versie 1.0

-

Pagina 38 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Overzicht baten en lasten per taakveld Hieronder is het overzicht baten en lasten per taakveld weergegeven. De specificatie Overhead (paragraaf 11.1) geeft weer welke kostensoorten aan dit taakveld zijn gealloceerd. (bedragen x 1.000 euro)

Be groting

G e wij zigd e

J a a rre ke ning

2026

b e groting 2 0 2 5

2024

LASTEN Overhead Treasury

4.205

3.793

3.277

56

60

60

OZB - woningen

6.919

7.350

7.655

OZB - niet woningen

1.095

1.159

1.065

Belastingen overig

3.735

3.590

2.895

0

0

0

Riolering

755

726

583

Afval

779

748

635

17.544

17.427

16.170

Overige baten en lasten

Totaal lasten BATEN Mutaties reserves OZB - woningen

0

0

-

2.896

2.768

3.169

OZB - niet woningen

523

500

726

Belastingen overig

9.677

9.887

8.200

Overige baten en lasten

450

450

3.153

Riolering

1.964

1.877

1.651

Afval

2.034

1.944

1.798

Totaal baten

17.544

17.427

18.696

Totaal baten

17.544

17.427

18.696

Totaal lasten

17.544

17.427

16.170

0

0

2.526

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 39 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

11.1 Taakveld Overhead

Conform het BBV wordt de overhead centraal op taakveld 0.4 verantwoord. Dit betreft alle kosten opgenomen die niet verbijzonderd kunnen worden naar de andere taakvelden. (bedragen x 1.000 euro)

Ca te gorie

Be groting

G e wij zigd e

R e ke ning

2026

b e groting 2 0 2 5

2024

LASTEN Personele kosten

3.066

2.782

2.098

Huisvestingskosten

436

424

349

Kantoorkosten

105

102

81

Ingeleend personeel

160

147

72

Organisatie ontwikkeling

50

51

95

Accountantskosten

26

29

16

Kapitaallasten

312

206

249

Onvoorzien

50

50

-

4.205

3.793

2.960

0

0

0

T ota a l la ste n BATEN T ota a l b a te n Totaal baten

0

0

0

Totaal lasten

4.205

3.793

2.960

-4 . 2 0 5

-3 . 7 9 3

-2 . 9 6 0

G e re a lise e rd tota a lsa ld o va n b a te n e n la ste n

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 40 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

11.2 Meerjaren overzicht baten en lasten per taakveld (bedragen x 1.000 euro) 2025

2026

2027

2028

2029

LASTEN Overhead

3.793

4.205

4.247

4.290

Treasury

60

56

56

57

58

OZB - woningen

7.350

6.919

6.988

7.058

7.129

OZB - niet woningen

1.159

1.095

1.106

1.117

1.128

Belastingen overig

3.590

3.735

3.772

3.810

3.848

0

0

0

0

0

Riolering

726

755

763

771

778

Afval

748

779

787

795

803

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

Overige baten en lasten

Totaal lasten

4.332

BATEN Mutaties reserves OZB - woningen

0

-

0

0

0

2.768

2.896

2.925

2.954

2.984

OZB - niet woningen

500

523

529

534

539

Belastingen overig

9.887

9.677

9.773

9.871

9.970

Overige baten en lasten

450

450

455

459

464

Riolering

1.877

1.964

1.984

2.004

2.024

Afval

1.944

2.034

2.054

2.074

2.095

Totaal baten

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

Totaal baten

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

Totaal lasten

17.427

17.544

17.719

17.897

18.076

0

0

0

0

0

Gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 41 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Geprognosticeerde balans 2026 - 2029 Hieronder is de balans weergegeven met de geprognosticeerde cijfers voor de jaren 2026-2029. (bedragen x 1.000 euro) Activa

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

Vaste activa

1.420

1.809

1.499

1.185

868

548

Vlottende activa

28.386

7.439

7.643

7.845

8.045

8.243

Liquide middelen

486

480

480

480

480

480

Overlopende activa

2.896

2.896

2.896

2.896

2.896

2.896

33.188

12.625

12.517

12.405

12.288

12.166

31-12-2024

31-12-2025

31-12-2026

31-12-2027

31-12-2028

31-12-2029

Eigen vermogen Gerealiseerde resultaat

829 2.526

1.020 0

1.020 0

1.020 0

1.020 0

1.020 0

T o taal

3.355

1.020

1.020

1.020

1.020

1.020

649

649

649

649

649

649

Langlopende schulden

1.258

1.156

1.048

936

819

697

Vlottende passiva

26.621

8.400

8.400

8.400

8.400

8.400

Overlopende passiva

1.307

1.400

1.400

1.400

1.400

1.400

33.190

12.625

12.517

12.405

12.288

12.166

T o taal

P assiva

Voorzieningen

T o taal

Versie 1.0

9 april 2025

Pagina 42 van 44

Begroting 2026 en Meerjarenraming 2027 - 2030

Beleidsindicatoren Begroting 2026 No.

T a a kve ld

Na a m b e le id sind ica tor

Wa a rd e

1

Bestuur en ondersteuning Formatie

0,079 Fte per 1.000 inwoners

2

Bestuur en ondersteuning Bezetting

0,088 mdw. per 1.000 inwoners

3

Bestuur en ondersteuning Apparaatskosten

4

Bestuur en ondersteuning Externe inhuur

€

E e nhe id

16,30 Kosten per inwoner 19,00% Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

5

Bestuur en ondersteuning Overhead

Versie 1.0

9 april 2025

20,95% % van de totale lasten

Pagina 43 van 44

Specificatie kosten per deelnemer Specificatie kosten per deelnemer 2026 Deeln em er

Geg ev en s beh eer alg em een

WO Z -adm in is tr atie

BA G-adm in is tr atie

g

belas tin g en

g

aan tal

bedr ag

aan tal

bedr ag

aan tal

bedr ag

To taal bijdr ag e

aan tal

bedr ag

aan tal

bedr ag

o bjec ten

per o bjec t/

WO Z

per o bjec t/

BA G

per o bjec t/

BA G

o bjec ten

per o bjec t/

aan s lag en

per r eg el/

to taal bijdr ag e

o bjec ten

to taal bijdr ag e

o bjec ten

to taal bijdr ag e

adm in is tr atie

to taal bijdr ag e

to taal bijdr ag e

P rogra mma koste n

4.161.733

172.106

172.106

4.627.089

7.951.013

T a rie f p rogra mma

5,196

0,523

1,360

14,074

1,959

TO TA L E KO STEN

0,98 Alblasserdam

10.036

52.145

10.036

5.254

Albrandswaard

11.989

62.293

11.989

6.276

Altena

28.217

146.610

28.217

14.772

Barendrecht

23.288

121.000

23.288

12.191

10.036 28.217

13.653 38.385

18.906

10.036

141.250

47.308

92.661

304.963

6.276

11.989

168.738

71.520

140.084

377.391

53.157

28.217

397.136

185.271

362.885

959.789

12.191

23.288

327.764

104.278

204.246

665.202 510.124

Drimmelen

14.184

73.698

14.184

7.425

7.425

14.184

199.631

117.105

229.370

Geertruidenberg

11.585

60.194

11.585

6.065

11.585

15.760

21.825

11.585

163.052

87.723

171.820

416.890

Goeree-Overflakkee

31.908

165.788

31.908

16.704

31.908

43.406

60.110

31.908

449.085

181.692

355.875

1.030.858

Hardinxveld-Giessendam

9.176

47.677

9.176

4.804

4.804

9.176

129.146

40.623

79.567

261.194

Hoeksche Waard

46.654

242.406

46.654

24.423

24.423

46.654

656.625

334.748

655.661

1.579.116

Krimpenerwaard

29.380

152.653

29.380

15.380

Lansingerland

31.159

161.897

31.159

16.312

Nieuwkoop

15.389

79.958

15.389

8.056

Ridderkerk

26.387

137.102

26.387

13.814

Voorne aan Zee

39.408

204.757

39.408

20.630

Hollandse Delta

472.217

2.453.555

T OT AAL

800.977

4.161.733

328.760

172.106

Pagina 44 van 44

29.380 15.389

126.515

39.967 20.935

172.106

55.348

29.380

413.505

171.007

334.946

956.452

16.312

31.159

438.543

191.452

374.991

991.743

28.991

15.389

216.590

85.789

168.032

493.572

13.814

26.387

371.380

132.154

258.846

781.142

20.630

39.408

554.643

192.527

377.097

1.157.127

2.116.195

4.144.930

6.598.485

4.059.392

7.951.013

17.084.047

344.212

328.760

4.627.089

Aan het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) Postbus 7059 3286 ZH KLAASWAAL

Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n):

9 april 2025 2025-2/MH

Ons kenmerk: Contactpersoon: Cluster: Doorkiesnummer: Datum:

2025-033989 K. Djodikromo DBP/F&R 088 8485470 7 juli 2025

Betreft: Zienswijze 1e begrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 Geacht bestuur, Wij hebben kennis genomen van de 1e begrotingswijziging 2025 en de ontwerpbegroting 2026 van SVHW. U heeft ons in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Wij berichten u hierbij dat de 1e begrotingswijziging 2025 en de ontwerpbegroting 2026 geen aanleiding geven voor het plaatsen van opmerkingen. Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Albrandswaard, de griffier,

de voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Jolanda de Witte

Hofhoek 5 - 3176 PD Poortugaal - Postbus 1000 - 3160 GA Rhoon - T (010) 506 11 11 - E info@albrandswaard.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33918