3. 426212 Raadsvoorstel bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”
College van burgemeester en wethouders 13 december 2022
Portefeuillehouder Richard Polder
Zaaknummer 426212
Nietopenbaar
E-mailadres opsteller: c.d.klerk@bar-organisatie.nl
Geadviseerd besluit 1. De ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 ontvankelijk te verklaren. 2. De "Nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021" en daarmee de beantwoording over welke zienswijzen deze (on)gegrond te verklaren en of er aanleiding is het plan op onderdelen aan te passen, vast te stellen; 3. Het plan ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan op onderdelen aan te passen zoals aangegeven in de bijlage "nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021”. 4. Het Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”, onder voorwaarde van en met een opschortende werking tot het moment van verkrijging van bedoelde vrijwaring van vervolgkosten door Gedeputeerde Staten, vast te stellen. 5. Geen exploitatieplan vast te stellen. 6. Het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 bekendmaken en voor een periode van 6 weken ter inzage te leggen.
1/12
Raadsvoorstel Inleiding Streefbeeld De Provincie en stakeholders hebben het Streefbeeld in 2018 vastgesteld. En daarbij de uitvoering ervan opgedragen aan de Gebeidscooperatie. Daarop heeft de raad ook expliciet het streefbeeld op 14 december 2020 vastgesteld en heeft daarbij overwogen dat het Streefbeeld als beleidsdocument een basis vormt voor het op te stellen, nieuwe bestemmingsplan voor dit gebied. De Gebiedscoöperatie is de partij die het bestemmingsplan inhoudelijk voorbereidt. De provincie en de gemeente “kijken mee” met name om “de bedoeling” en dat zijn de ruimtelijke kwaliteiten en de beoogde doelen van het Streefbeeld te borgen. Het Streefbeeld is een breed gedragen plan, opgesteld door het Louis Bolk Instituut en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap met inbreng van natuurorganisaties, boeren, recreatiedeskundigen, ondernemers en lokale betrokkenen. Het Streefbeeld vormt een unieke basis voor het bereiken van hoogwaardige akkernatuur. Het beschrijft de wijze waarop natuur, landbouw en recreatiedoelstellingen in het gebied van Buijtenland van Rhoon van 600 ha samengaan. Dat doelen genoemd in het Streefbeeld worden gerealiseerd door de Gebiedscoöperatie waarin (lokale) natuurpartijen, boeren en recreatieondernemers op een gelijkwaardige manier samenwerken.
Het Streefbeeld Buijtenland van Rhoon de doelen beschrijft die de komende jaren worden gerealiseerd op het gebied van natuur, landbouw en recreatie in het gebied van 600ha Buijtenland van Rhoon. Fase van Vooroverleg en Inspraak van het voorontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon De gemeente is bevoegd gezag en faciliteert in dit geval de Gebiedscoöperatie. Door de Gebiedscoöperatie is een voorontwerpbestemmingsplan aangeleverd. De ruimtelijke procedure is in mei 2021 gestart en tijdens deze periode van 6 weken is eenieder in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Daarvan is gebruik gemaakt. De inspraakreacties zijn samengevat en door uw raad beoordeeld. In december 2021 heeft u een besluit genomen over het plan en de inspraak reacties en is besloten de ruimtelijke procedure verder te vervolgen. De inspraakreacties zijn betrokken bij de uitwerking van de volgende fase in het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan. Daarop ging dit bestemmingsplan een volgende fase in. Het ontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon Van 4 maart 2022 tot en met 14 april 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Het ontwerp bestemmingsplan is bekendgemaakt op voorgeschreven wijze en dat betekent voor betrokkenen dat er een nieuwe mogelijkheid bestond om te reageren op dit plan.
Van de gelegenheid een zienswijze in te dienen is gebruik gemaakt. In dit kader verwijzen we naar de bijlage: Nota van Zienswijzen en Beantwoording. Hierin staan overzichtelijk de ingediende zienswijzen geanonimiseerd- en staat ook de gehele beantwoordingsreactie in. Nota van Zienswijze en beantwoording Er zijn 243 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend en om die reden ontvankelijk. De zienswijzen zijn in deze Nota samengevat en van beantwoording voorzien. Daarbij is aangegeven hoe de zienswijzen zijn betrokken bij de uitwerking van het vast te stellen bestemmingsplan en de bijbehorende stukken. De indieners van zienswijzen worden bij de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan schriftelijk geïnformeerd over de beantwoording van de ingediende zienswijzen. Daarnaast is het plan op een aantal punten aangepast als gevolg van nieuwe of gewijzigde inzichten. Ook zijn enkele onjuistheden in het plan hersteld. Deze ambtshalve aanpassingen zijn in hoofdstuk 4 weergegeven. De (ALV) Gebiedscoöperatie Het ontwerpbestemmingsplan (toelichting regels verbeelding bijlagen) als ook de Nota van Zienswijzen en Beantwoording zijn voorbereid door de Gebiedscoöperatie.
De stukken zijn inmiddels door de leden in de ALV van de Gebiedscoöperatie goedgekeurd, hebben dus draagvlak, en de stukken worden hierbij ter vaststelling aan het bestuur van de gemeente Albrandswaard aangeboden. Besluitvorming onder voorwaarde van provinciale vrijwaring van vervolgkosten De opgave is om een bestemmingsplan te maken, daarmee planologische rechten te vestigen om de doelen van het streefbeeld te behalen. Het huidige bestemmingsplan voorziet hier niet in. De provincie is overeengekomen dat de Gebiedscooperatie het opstellen en doorlopen van het ruimtelijk proces
2/12
van het bestemmingsplan op zich neemt. De gemeente stelt zich faciliterend op. De bevoegdheid om het bestemmingsplan vast te stellen is van de raad. Dit besluit tot vaststellen is een besluit met rechtsgevolgen. Er zijn dus beroep en vervolgkosten te voorzien. Zoals bij de vaststelling van het huidige bestemmingsplan (dat voorziet in "natte natuur" en zoet klei oer moeras) met de provincie dat ook is overeengekomen. Een vrijwaring van de verzoeken om een planschade vergoeding, de planschade verhaalkosten, proces- beroep- en vervolgkosten over dit nog vast te stellen bestemmingsplan met de provincie overeen te komen - zoals ook met het huidige bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon is overeengekomen- is dus wel een vereiste voor de raad om het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan te kunnen nemen. Vervolgprocedure Om de volgende stap in de procedure te kunnen maken zijn besluiten van de raad benodigd. De raad wordt geadviseerd te besluiten over: De "Nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021" ; en over Het vaststellen van het "Bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021". Beoogd effect Een nieuw bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021, dat is gebaseerd op het Streefbeeld. Een actueel planologisch kader dat bijdraagt aan het behalen van de doelen va het Streefbeeld Argumenten 1.1 Om een zienswijze te kunnen beoordelen moet deze ontvankelijk zijn.
Aan het indienen van een zienswijzen zijn vereisten. Om een zienswijze in behandeling te kunnen nemen en dus om aan een inhoudelijke toetsing te kunnen toekomen, moet deze ontvankelijk zijn. Geconstateerd kan worden dat de zienswijzen aan de wettelijke indieningsvereisten voldoen. De zienswijzen zijn ingekomen binnen de gestelde termijn van 6 weken en daarom kunnen deze ontvankelijk verklaard worden. 2.1 Op het ontwerpbestemmingsplan zijn 243 zienswijzen binnengekomen Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft van 4 maart 2022 tot en met 14 april 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode van 6 weken is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze reactie te geven op het ontwerpbestemmingsplan. Daarbij zijn ook twee inloop(mid)dagen georganiseerd en kon men vragen stellen en opmerkingen achter te laten. Er zijn 243 zienswijzen ontvangen. De reacties zijn in de Nota van Zienswijzen samengevat en van beantwoording voorzien. Daarbij is aangegeven of de zienswijze (on)gegrond was en of het ontwerp dientengevolge een aanpassing zou moeten hebben. De meest reacties in de Nota Zienswijzen gingen over enerzijds de Graaf van Portland en anderzijds over de verkeersdruk in het gebied. Voor beide is een thematische beantwoording opgesteld, waar per individuele zienswijze naar verwezen kan worden.
Inhoudelijk zijn de zienswijzen grotendeels gelijk aan de onderwerpen die ook al in de nota inspraak en vooroverleg naar voren zijn gekomen. De Graaf van Portland wijzigt nauwelijks naar aanleiding van de zienswijzen. Wel is er een aanpassing in de onderbouwing opgenomen waarin het door de initiatiefnemer geschatte aantal personen mathematisch wordt onderschreven. 2.2 In het bestemmingsplan zijn de doelen en de bedoeling van het Streefbeeld verwerkt. Het bestemmingsplan is dan ook een uitwerking van deze keuzes. Streefbeeld De Gebiedscoöperatie heeft een voorontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 opgesteld, dat is gebaseerd op het Streefbeeld. Het Streefbeeld is een breed gedragen plan met inbreng van natuurorganisaties, boeren, recreatiedeskundigen, ondernemers en lokale betrokkenen. Het beschrijft de wijze waarop natuur, landbouw en recreatiedoelstellingen in het gebied van Buijtenland van Rhoon van 600 ha samengaan. Het in procedure gebrachte bestemmingsplan biedt de planologische mogelijkheden en flexibiliteit om de doelen van het Streefbeeld te faciliteren. Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan is met name de benodigde planologische bestemming hoogwaardige akkernatuur (HAN) wezenlijk.
De bestemming Hoogwaardige Akkernatuur (HA) De planologische bestemming hoogwaardige akkernatuur (HA) is de meest wezenlijke aanpassing ten opzichte van de vigerende (Natuur)bestemming. Het is belangrijk dat de definitie van Hoogwaardige akkernatuur dusdanig is beschreven dat duidelijk is wat hiermee bedoeld wordt, dat de gewenste
3/12
natuur-inclusieve bedrijfsvoering uitgevoerd kan worden. Maar ook dat op basis daarvan handhavend toezicht kan worden gehouden en mogelijk ook onteigening kan plaats vinden. Door de (leden van de) Gebiedscoöperatie is in overleg met de provincie en gemeente een beschrijving opgesteld. waarmee de gewenste bedrijfsvoering in overeenstemming is met de doelen van het streefbeeld en de gewenste bedrijfsvoering uitgevoerd kan worden. En ook is er een mogelijkheid gecreëerd waarin kan worden afgeweken van de definitie, zodat ook andere agrarische productietakken (zoals fruit, groente, ondergeschikte veehouderij) mogelijk gemaakt kunnen worden. Natuurinclusieve landbouw bestaat uit een component extensieve akkerbouw en een component natuur. De bestemmingsbeschrijving gaat vooral inhoudelijk in op deze definitie van natuurinclusieve landbouw. Recreatie en verkeersdruk Zowel in het verkeersonderzoek als door insprekers wordt onderkend dat er knelpunten zijn in de verkeerssituatie die mogelijk worden versterkt als de recreatiedruk toeneemt. Dit is een direct gevolg van de besluitvorming rond de PKB-PMR, waarin is afgesproken dat het Buijtenland van Rhoon een functie krijgt voor de regio die verkeer zal genereren. Om dit beheersbaar en veilig te houden zijn maatregelen nodig. Twee belangrijke maatregelen worden getroffen. 1.
Opvang van bezoekers die met auto en openbaar vervoer het gebied bereiken in 3 entrees (TOP), van waaruit het gebied wandelend of per fiets verder kan worden bezocht. Deze entrees liggen aan de randen, net buiten het Buijtenland van Rhoon. In deze entrees kunnen voorzieningen worden ondergebracht, zoals horeca, bezoekerscentra, fietsverhuur en dergelijke. Dit alles om het gebied zoveel mogelijk autoluw te houden. 2. Daarnaast zijn inrichtingsmaatregelen nodig. Deze inrichtingsmaatregelen kunnen enerzijds bijdragen aan het autoluw maken van het gebied (zoals wegen gedeeltelijk afsluiten of alleen voor bepaalde doelgroepen open stellen), anderzijds maatregelen die betrekking hebben op verkeersveiligheid. Dergelijke maatregelen kunnen gaan over de inrichting van bestaande wegen, maar ook de aanleg van nieuwe routestructuren voor langzaam verkeer, zodat deze gescheiden worden van snelverkeer. Het bestemmingsplan is niet het juiste instrument om dergelijke verkeersmaatregelen te nemen. Voor verkeerstechnische aanpassingen zijn afzonderlijke verkeersbesluiten nodig. Het bestemmingsplan moet verkeersmaatregelen wel mogelijk maken. Daar voorziet het bestemmingsplan in voldoende mate in. Om tot verkeersmaatregelen te komen, werkt de Gebiedscoöperatie in overleg met de wegbeheerder (waterschap) verschillende inrichtingsvarianten uit, gericht op uitvoering van de maatregelen.
Essentieel aandachtspunt is dat het gebied op termijn drukker gaat worden, sterker nog, dat is altijd een van de doelstellingen geweest vanuit de PKB. Het is dus zaak om het groter aantal bezoekers in goede banen te leiden. Het HOE wordt uitgewerkt in het inrichtingsplan, dat enerzijds uitgaat van opvang van recreanten in de drie entrees van het gebied, van waaruit bezoekers het gebied per fiets, wandelend of te paard kunnen verkennen. Anderzijds moet het gebied bereikbaar blijven voor eigen inwoners, maar ook voor bezoekers van bedrijven die ook een recreatieve functie hebben. Deze bevinden zich vooral ten Noorden van de Essendijk. Het autoluw houden van het gebied heeft daarom vooral betrekking op het gebied ten zuiden van de Essendijk. Dat de verkeerssituatie op bepaalde punten in het plangebied verbeterd dient te worden betekent niet automatisch dat er ook meer verkeer in het plangebied komt. De Gebiedscoöperatie is momenteel bezig met de uitwerking hiervan, in overleg met de wegbeheerder Waterschap Hollandse Delta. ad 2. De gebiedscoöperatie stelt samen met belanghebbenden en omwonenden een inrichtingsplan voor het gebied op. In dit inrichtingsplan wordt onder andere aandacht besteed aan verkeer en verkeersmaatregelen in zijn algemeenheid en de aanleg van fiets-, wandel- en ruiterpaden, zijnde langzaam verkeer, in het bijzonder.
Het is de bedoeling fiets-, wandel- en ruiterpaden (deels) buiten de bestaande wegenstructuren te realiseren. Zo ontstaat een scheiding tussen snelverkeer en langzaam verkeer wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid in het gebied. Belanghebbenden en omwonenden, maar ook de wegbeheerder (het waterschap) worden aangehaakt om te komen tot een breed gedragen inrichtingsplan. Enkele reclamanten noemen ‘auto te gast’ als een mogelijke verkeersmaatregel. De Gebiedscooperatie gaat ook deze verkeersmaatregel ‘auto te gast’ nader onderzoeken en zo mogelijk opnemen in het inrichtingsplan. In dit kader spannen de Gebiedscoöperatie, de Provincie, het waterschap en de gemeente
4/12
Albrandswaard zich in dat voor de zomer 2023 het inrichting en Beheerplan (IBP) wordt afgerond, ook met de opgave om afspraken te maken over de realisatie van de benodigde verkeersmaatregelen. Horecabestemming Graaf van Portland Bijna alle insprekers met een reactie over de Graaf van Portland geven aan dat ze zorgen hebben over: de schaalgrootte, aantal bezoekers, geluidoverlast, licht hinder, aanzien Koedood, Stiltegebied, verkeer: (te weinig) parkeren en toename verkeer op de Koedood, evenementen. Er zijn in aantal veel gedeelde bezwaren, onder meer van de (Havenkwartier) bewoners uit de gemeente Barendrecht, de actiegroep “geen kolder in de polder” en ook de raad van de gemeente Barendrecht heeft een motie aangenomen en gevraagd om geen horecavestiging toe te staan in de polder Rhoon aan de Koedood. Ook heeft het gemeentebestuur van Barendrecht bekend gemaakt, dat mocht de gemeenteraad van Albrandswaard planologische rechten toekennen voor de horeca bestemming Graaf van Portland, dit zullen gaan aanvechten bij de Raad van State. De Gebiedscoöperatie heeft zich tot taak om de doelen genoemd in het streefbeeld uit te voeren. Het initiatief Graaf van Portland draagt bij aan de recreatiedoelen. Het is noch van initiatiefnemers van de Graaf van Portland, noch van de gebiedscoöperatie de bedoeling geweest om met de Graaf van Portland een grootschalige voorziening te realiseren.
‘De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit een horecavoorziening met daarnaast activiteiten als zaalverhuur, een bed & breakfast, een winkeltje voor streekproducten en een infopunt voor het achterliggende Buijtenland van Rhoon. Bovendien wordt er ruimte geboden voor recreatieve activiteiten als excursies, workshops en tochten. De planvisie is nog eens goed beoordeeld en op onderdelen aangepast. In de planvisie wordt nadrukkelijk aandacht besteedt aan de (klein)schaligheid van deze uitspanning. Beperkingen en onderbouwingen daarvan zijn er op het gebied van: Bezetting (een restaurant met 75 zitplaatsen, een zaal met plaats voor 50 personen, een terras met 75 zitplaatsen en een bed & breakfast van 2 kamers. maximale oppervlakten voor bebouwing: hoofgebouw max. 475 m2, bijgebouw 200 m2 en terras 200 m2). het aantal te verwachtten bezoekers (600- 700 op piekdagen) aantal parkeerplaatsen (42) geluidsoverlast / openingstijden (zomer van 10:00 tot 22:00 open, waarbij het terras vanaf 21:00 gesloten is / Winter van 10:00 tot 21:00 open, waarbij het terras vanaf 18:00 gesloten is). verbod om evenementen te mogen organiseren maximale grootte van het terras (75 zitplaatsen) Verbreden watergang (200m2).
De Gebiedscoöperatie stelt zich op het standpunt dat “Graaf van Portland” als onderdeel (horecavoorziening) van het Streefbeeld bijdraagt aan de beleving van het gebied, waarin het een recreatief rustpunt vormt. In het Streefbeeld staat op deze locatie een horecavoorziening beschreven en op de kaart, met kleine ster, weergegeven. Er is in beoogde bijdrage voor het gebied een duidelijk onderscheid te maken met het ten oosten van het gebied gelegen recreatie punt Koedoodhaven. In het Streefbeeld dient de Koedoodhaven als entreepoort naar het Buijtenland van Rhoon, terwijl de locatie van de graaf van Portland in het streefbeeld puur als horecalocatie is aangewezen. Beide locaties zijn individueel te ontwikkelen en zijn geen concurrent van elkaar. Ze streven immers beide verschillende doelstellingen van het Streefbeeld na. Het college neemt de door de raad vastgestelde visie Streefbeeld tevens als uitgangspunt. Het is om die reden dat de Gebiedscoöperatie en het college de horecabestemming in het bestemmingsplan wil behouden. Het toekennen van planrechten is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Geen nieuwe woningen In navolging van het besluit van de raad over het vaststellen van het (voor)ontwerpbestemmingsplan zijn er in dit voorliggende bestemmingsplan geen planrechten voor nieuwe woningen opgenomen. Ook niet langs de Vlakkenburg ten zuiden van de Essendijk.
Dit standpunt heeft veel draagvlak bij uw raad en ook bij de Gebiedscoöperatie en de bewoners van Buijtenland van Rhoon. In de reactie van de Provincie is te lezen dat de Provincie hierover nog wel graag het gesprek over zou willen aangaan. Enerzijds is deze reactie geen zienswijze en anderzijds zien de gemeente en de Gebiedscoöperatie nog steeds- geen argumenten om hieraan tegemoet te komen. Voornaamste reden is dat toevoegen van woningen in dit buitengebied voor hoogwaardig akkernatuur niet passend is in de landschappelijke uitgangspunten en te behalen doelen van het streefbeeld.
5/12
Actueel Beeldkwaliteitplan (BKP) als beleidsregel vastgesteld door college Het doel van dit beeldkwaliteitsplan (BKP) is het borgen van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Dit gebeurd op drie verschillende manieren. 1. bewustmaken van de kwaliteiten in het gebied. 2. inspireren met illustrerende voorbeelden. 3. ruimtelijk ontwikkel- en toetsingskader. Nieuwe bebouwing is ook nodig omdat het buitengebied zich moet kunnen blijven ontwikkelen om ook in de toekomst aantrekkelijk te blijven. Uitvoering van initiatieven en bouwplannen moeten passen binnen de uitgangspunten van de inrichtingsvisie Streefbeeld en het beeldkwaliteitsplan. Ondernemers en inwoners van het gebied worden uitgedaagd om nieuwe activiteiten te ontwikkelen, met als doel het gebied verder te ontwikkelen als gebied waar natuur, landbouw en recreatie hand in hand gaan. Met een beeldkwaliteitsplan kan inzicht worden gegeven in de karakteristieke, gebiedseigen landschap elementen en principes voor vormgeving van landschap, erf en gebouw. Door met respect voor streekeigenheid te bouwen en te planten en oude landschappelijke en cultuurhistorische elementen op te nemen of te herinterpreteren kan dit unieke gebied mooi blijven en nog mooier worden. Het beeldkwaliteitsplan is een beleidsregel. In het bestemmingsplan wordt verwezen naar deze BKPbeleidsregel.
Het is om reden van flexibiliteit wenselijk dat het college dit beeldkwaliteitsplan Buijtenland van Rhoon als beleidsregel vaststelt in plaats dat de raad het beeldkwaliteitsplan als onderdeel van het bestemmingsplan vaststelt. Het college is dan namelijk bevoegd gezag om deze ook aan te passen. Dat geeft een wenselijke flexibiliteit en efficiëntere wijze van aanpassen mocht daar aanleiding voor zijn. Zou de raad het beeldkwaliteitsplan vaststellen als onderdeel van het Bestemmingsplan, dan is aanpassing alleen mogelijk door de raad. Aan het beeldkwaliteit plan (de beleidsregel) wordt nu getoetst via de regel in het bestemmingsplan (vastgesteld door de raad). In het beeldkwaliteit plan staan ook zaken die normaal onder de welstandstoets vallen. Die aspecten toetsen via het bestemmingsplan (met verwijzing naar beleidsregel) is mogelijk vanwege de CHW-status (Crisis en Herstel wet- status) van dit bestemmingsplan. In het plan is een landingsplek voor parachutisten gefaciliteerd. In het voorliggende bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon is binnen het plangebied, op een door de Gebied Coöperatie aangewezen en beschikbaar gesteld perceel, de bestemming en functieaanduiding "specifiek voor landen van parachutisten" aangewezen. Het is gelegen ten zuiden van Koedoodpad/Poelweg /molenpolderpad, deels op de Leidingstraat en ten noorden van de Essendijk.
Het is een landingsplek waar Skydive gebruik van kan maken. Zowel qua Streefbeeld, als bestemming en gebruik (raad bevoegd), als privaatrechtelijk (gronden zijn van de GC en verhuren dit onder voorwaarden aan SkyDive) als qua landingsrechten (plek valt binnen de luchtkolom aangewezen door ministerie) is dit een passend kader. Vooral de bewoners aan de Lage weg en Nieuwe weg die nabij de landingsplek wonen willen niet dat het parachutespringen gefaciliteerd zou moeten worden. Deze zijn tegen het door de partijen GC, gemeente en ministerie- faciliteren van het landen van parachutisten. Belangrijkste reden zijn geluid overlast en veiligheid. Daartoe is afgelopen seizoen meerdere keren een bijeenkomst geweest om met elkaar hierover van gedachten te wisselen en elkaars standpunten uit te wisselen. Er zijn afspraken gemaakt en geëvalueerd en zo nodig aangepast. Deelnemers aan het overleg zijn GC, Skydive en 2 bewoners van de Lageweg en de VVPA. Vaste onderwerpen in de bijeenkomsten zijn: Veiligheid, Geluid, 2e (extra) landingsplek en Communicatie. Aan de hand van de verslaggeving kan vastgesteld kan worden dat men in gesprek is met elkaar, maar dat er bij bewoners nog geen acceptatie of compromis is over de activiteiten van Skydive. Opgemerkt wordt dat er dit seizoen op verschillende plekken is geland, omdat het beoogde veld aan het begin van de zomer nog niet beschikbaar was.
Veiligheid: De bewoners ervaren een onveilig gevoel omdat er ook parachutisten naar beneden komen die buiten de dropzone landen. Soms in de buurt van de dropzone, soms ook verder weg, nabij de Essendijk en de Achterweg. Bewoners geven aan dat ruiters op dagen dat er gesprongen het gebied niet in durven en het gebied vermijden. Ze keren om op de Lageweg of gaan verder via de Achterweg. Ook kunnen er losse spullen uit de lucht komen vallen. Niet ongebruikelijk voor parachute vluchten, maar bewoners geven aan dat dit onrust bij omwonenden oplevert. Mensen die dit zien gebeuren, schrikken hiervan. Geluid: Bewoners hebben last van het geschreeuw van de springers, het geluid van het vliegtuig –het aan en afvliegen en als rondgecirkeld wordt boven de polder- en het geluid van de parachutes die openen, net als het geflapper van het kleine zeiltje boven het hoofd van de parachutisten. Door het vele mooie weer van de afgelopen maanden is er op heel veel dagen gesprongen waardoor voor
6/12
bewoners deze geluiden samen als dominant aanwezig in de polder wordt ervaren. Deze zaken zijn bij u bekend en ook al onder de aandacht gebracht bij de vaststelling van het ontwerp stukken. U heeft daartoe ook een motie aangenomen. Motie: De motie omvatte een drietal punten: 2e landingsplek; springtijden en dagen; mogelijk beleidsregels vaststellen. 2 e landingsplek: De gemeente heeft bij Skydive aangedrongen op een zoektocht naar een tweede landingsplaats. Ook de gebiedscoöperatie heeft als verhuurder van de landingsplek aandrongen op het bevorderen van een dergelijke zoektocht door Skydive, met de toekomstige huurvoorwaarden als privaatrechtelijke stok achter de deur. Afgelopen periode heeft de gemeente hierover contact gehad met beide organisaties. Sky Dive heeft nog geen 2e landingsplek. De gemeente Hoekse waard (HW) is in beeld, maar Sky Dive slaagt er blijkbaar niet in om hier een grond perceel te kunnen huren of overeen te komen. Mocht het in de komende periode wel lukken, dan heeft de gemeente HW aangegeven dat het vanwege geloofszaken niet op zondagen gesprongen kan gaan worden.
Het dilemma dat hiermee ontstaat is dat er alleen in de gemeente AW gesprongen kan worden en dat geeft veel druk op de huidige afspraken die daardoor niet zonder consequenties voor de bedrijfsvoering van Skydive afgeschaald kunnen worden, en anderzijds is Skydive wel erg afhankelijk van de huidige afspraken en die ene landingsplek. Het is dus in het belang van Skydive zelf, zich in te spannen voor een 2e landingsplek. Spring tijden en spring dagen: Dat zijn woensdagavond (in de zomer), zaterdag en zondag tussen 09.00 en 21.00 uur. In dit kader kan er een beleidsregel worden opgesteld om een beperking aan te brengen op genoemde tijden en genoemde springdagen. Het voorstel is echter om het jaar 2023 nog te gebruiken om nader onderzoek te doen op de thema’s geluid en veiligheid. Zodat we uw gemeentebestuur onderbouwd kunnen adviseren over mogelijke beperkende maatregelen over de springdagen en tijden. Goede beleidsregels: Voordat er ‘goede beleidsregels’ opgesteld “moeten’ worden, heeft het de voorkeur dat partijen met onderlinge afspraken er zelf uitkomen. Daartoe zijn ar afgelopen spring seizoen dan ook meerdere bijeenkomsten geweest en maateregelen ingezet om te ervaren wat en hoe je met elkaar wil samenwerken.
De maateregelen die in werking zijn gezet zijn: - Een gezamenlijke app groep waarin de communicatie direct kan plaatsvinden; - Plaatsen van borden en vlaggen om het publiek en gebruikers visueel te informeren over de parachutespring activiteiten. Het voorstel is om nog te wachten met het op dit moment opstellen en vaststellen van beleidsregels, maar komend jaar 2023, een heel seizoen te ervaren en te evalueren hoe het verloopt. Ook omdat het beoogde veld aan het begin van de zomer nog niet beschikbaar was. Die ervaringen leiden dan of tot goede onderlinge private afspraken of tot de juiste input om überhaupt goede regels op kunnen stellen, in plaats van nu al dwingende regels vanuit de gemeente vast te stellen. 3.1 Enkele zienswijzen geven aanleiding tot aanpassingen van het plan Het beantwoorden van de zienswijzen is tevens een belangenafweging . De zienswijzen zijn in de nota van Zienswijzen samengevat en beantwoord. Wij verwijzen u voor de volledige beantwoording naar deze nota. Enkele ingediende reacties geven op een aantal onderdelen aanleiding tot tekstuele en (ambtshalve) aanpassingen in het bestemmingsplan. De voornaamste wijzigingen aan het vast te stellen bestemmingsplan zijn als volgt: - In de toelichting is de term entreepunten vervangen door ‘TOP-locaties’. - H6.1 is geheel vervangen door een nieuwe tekst.
Er is concreter geformuleerd hoe de agrariër zijn inkomen genereert en welke positie dit plan inneemt in de overgang naar natuurinclusieve landbouw binnen Nederland en Europa. Het experimentele karakter wordt benadrukt. Ook is in de nieuwe formulering beter benadrukt wat er gebeurt als er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de doelen uit het streefbeeld te behalen, ondanks dat er nog steeds onzekerheden bestaan. - In bijlage 4 is de ruimtelijke onderbouwing van ‘Graaf van Portland’ op een aantal punten bijgewerkt. De Graaf van Portland is niet langer benoemd als entreepunt van het gebied, conform streefbeeld+ en e belangrijkste wijziging is een stevigere onderbouwing van het te verwachte aantal bezoekers op een piekdag. - Het Beeldkwaliteitsplan is als bijlage 6 verwijderd uit de bijlagen. Het beeldkwaliteitsplan is een beleidsregel die door het college is vastgesteld en dientengevolge aangepast kan worden en dat kan alleen als deze niet in het bestemmingsplan is opgenomen (anders is de raad bevoegd). Dat geeft een wenselijke flexibiliteit en efficiëntere wijze van aanpassen mocht daar aanleiding voor zijn. - in de regels diverse begrippen toegevoegd/gewijzigd.
7/12
- In het artikel ‘Hoogwaardige akkernatuur’ is een minimale bedrijfsoppervlakte per agrarisch bedrijf opgenomen van 100 hectare. Hiermee wordt verzekerd dat er voldoende ruimte is voor de boer om zijn boterham op te kunnen verdienen. - Correctie aan de inhoudsmaat voor woningen: 750 m3 geldt alleen voor hoofdgebouwen. - Enkele aanpassingen aan de artikelen voor leidingen n.a.v. van zienswijze van LSNed en RRP (Rotterdam-Rijn Pijpleiding). - Een andere aanpassing is dat de toetsbare criteria uit de beleidsregel uitwerking Streefbeeld zijn overgenomen in artikel 32 – bestemmingsplanactiviteit. Er bleek niet genoeg toegevoegde waarde in het hanteren van een aparte beleidsregel. - Op de verbeelding is het bouwvlak aan De Zegenhoeve (Essendijk 4) vergroot. - Na overeenkomsten tussen private eigenaren met de provincie zijn de agrarische bestemmingen aan Het Weegje 3/5 en Essendijk 9 gewijzigd naar een woonbestemming. - de toetsbare criteria uit de beleidsregel uitwerking streefbeeld zijn opgenomen in artikel 32 van de regels. De beleidsregel uitwerking streefbeeld vervalt. 4.1. De raad is bevoegd het bestemmingsplan vast te stellen. Ingevolge de Wet op de ruimtelijke ordening is het vaststellen van een bestemmingsplan een bevoegdheid van de raad van de gemeente.
4.2 Vaststellen betekent het afronden van de bestemmingsplanactualisatie voor het plangebied Streefbeeld Buijtenland van Rhoon Om de afrondende ontwikkeling van de leefbaarheidscompensatie als gevolg van de aanleg van de Tweede Maasvlakte en de uitvoering van de doelen in het Streefbeeld mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het huidige bestemmingsplan voldoet niet, zo voorziet deze nog in de bestemming Natte Natuur, aanleg zoet klei oer moeras. Er is daarom een nieuwe planologische regeling nodig om de gewenste opgaven uit het Streefbeeld en met name de realisatie van Hoogwaardige Akkernatuur en gewenste recreatiedoelen met ondersteunende functies mogelijk te maken. 4.3 besluitvorming volgens de beoogde planning is van belang als ook het verkrijgen van de vrijwaring als voorwaarde voor vaststellen Het ontwerpbestemmingsplan heeft al enige tijd geleden ter inzage gelegen. De afgelopen periode is besteedt in het opstellen van een nota van beantwoording, waarin de belangen en de doelen van het streefbeeld zijn gewogen, als ook het creëren van draagvlak voor deze beantwoording. De ALV van de Gebiedscoöperatie heeft inmiddels op 28 september jl. een besluit genomen. Het is nu aan college en raad om ook een besluit te nemen. Procedurele termijnen (genoemd in de Wro) laten inmiddels geen verder uitstel toe.
De indieners van zienswijzen verwachten al enige tijd beantwoording en de gebruikers van de gronden hebben inmiddels ook planologische zekerheid en de nieuwe hoogwaardige akkernatuur bestemming nodig voor hun bedrijfsvoering. Dus ook al is op het moment dat het college over dit voorstel besluit de schriftelijke getekende vrijwaring er nog niet, de procedurele voortgang is zeer gewenst. Het is in lijn van de verwachtingen en in navolging van bestuurlijke afspraak tussen de provincie en de gemeente dat de overeenkomst ten aanzien van de vrijwaring door GS wordt opgesteld en getekend is voordat de raad het besluit tot vaststelling neemt. Echter acht het college de voorwaarde van opschortende werking relevant. Alle drie de partijen hebben tot het laatste moment ambtelijk en bestuurlijk inzet gepleegd en druk uitgeoefend om er uit te komen. Met de huidige “regeling” kunnen alle partijen (Gebiedscoöperatie, PZH, gemeente) uit de voeten. Het college is van mening dat het resultaat daarvan tot tevredenheid stemt. 5.1 Er is een PKB budget en kosten zijn anderszins verzekerd Het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden dienen anderszins verzekerd te zijn. De gemeentelijke kosten voor de opgenomen horeca bestemming zijn anderszins verzekerd via een ontwikkelingsovereenkomst.
Voor de uitvoering van het bestemmingsplan zijn de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd via een PKB budget (rijk/provincie gelden). 5.2 Er is een afspraak over de provinciale vrijwaring van de gemeente over de vervolgkosten De provincie heeft aangegeven een overeenkomst op te stellen waarin de gewenste vrijwaring over dit bestemmingsplan wordt voorzien. Gezien de gedane toezegging en in het kader van de gewenste voortgang van het proces en procedure wil het college de stukken doorzetten naar de raad. Daarbij nog steeds de aantekening makend dat de overeenkomst met de vrijwaring voor de gemeente
8/12
Albrandswaard voor de vervolgkosten zoals de planschade verhaal- proces- beroep- en vervolgkosten over dit nog vast te stellen bestemmingsplan met de provincie moet zijn gesloten als een vereiste voor de raad om het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan te kunnen nemen. 6.1 Om rechtskracht te verkrijgen en rechtszekerheid te bieden is het wettelijk verplicht het besluit tot vaststellen bekend te maken Het vaststellingsbesluit van de raad voor het bestemmingsplan waarin wordt voorzien in de overeengekomen ruimtelijke kaders van het Streefbeeld wordt bekendgemaakt en ter inzage gelegd voor 6 weken. Tegen dit besluit staat voor belanghebbenden beroep open bij de Raad van State. Eventuele afhandeling van beroepszaken neemt veel tijd in beslag. Bij geen beroep, of na uitspraak van de Raad van State over de ingediende beroepszaken, is het bestemmingsplan uitvoerbaar. Overleg gevoerd met GebiedsCoöperatie, Provincie Zuid Holland. Kanttekeningen 5.1 Er zijn bestuurlijke gesprekken gevoerd die hebben geleid tot afspraken over de vrijwaring van de gemeente over de vervolgkosten Een planschade verhaal overeenkomst over eventuele verzoeken om planschade of beroepszaken over dit nieuw vast te stellen bestemmingsplan is nodig, omdat zonder deze overeenkomst er mogelijke financiële risico's zijn voor de gemeente Albrandswaard.
Bovendien faciliteert de raad met het besluit tot vaststellen van dit plan een planologische kernbeslissing van hogere overheden. Het college van de gemeente is op grond van artikel 6.1 Wet op de ruimtelijke ordening gehouden is om op voornoemde verzoeken om een tegemoetkoming in planschade te beslissen en dat de met die besluiten gemoeide kosten in beginsel voor rekening van de gemeente zijn. In de maanden oktober en november zijn bijeenkomsten geweest die tot meer inzicht hebben geleid over bepaalde rand voorwaardelijke zaken over deze complexe opgave van het bereiken van de doelen van het Streefbeeld. Op zichzelf is het te begrijpen dat het bereiken en exploitabel maken van de 3 diverse doelen natuur recreatie en akkerbouw en alle andere ambities, een complexe is. Het bereiken van draagvlak bij alle stakeholders, lopende opgaven (zoals grondverwerving, onteigening, planvorming, gewasbeschermingsmiddelen etc..) spelen allemaal mee. In navolging van bestuurlijke gesprekken en afspraken heeft de provincie aangegeven een overeenkomst op te stellen waarin de gewenste vrijwaring voor de gemeente over de vervolgkosten wordt voorzien. In dat kader van deze gedane toezegging en in het kader van de gewenste voortgang van het proces en procedure wil het college de stukken doorzetten naar de raad.
Daarbij nog steeds de aantekening makend dat de vrijwaring voor de gemeente Albrandswaard voor de vervolgkosten zoals de planschade verhaal- proces- beroep- en vervolgkosten over dit nog vast te stellen bestemmingsplan met de provincie moet zijn gesloten als een vereiste voor de raad om het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan te kunnen nemen. 6.1 Het is de verwachting dat gebruik gemaakt gaat worden van het indienen van beroep. Gelet dat er 243 zienswijzen zijn ingediend, en bepaalde indieners van een zienswijzen al aangegeven hebben dat, indien de raad niet meegaat in hun reactie, er door hen beroep aangetekend gaat worden bij de Raad van State. Zo heeft de raad van de gemeente Barendrecht - over de vestiging van een horecabestemming Graaf van Portland- daarover zelfs een bekendmaking doen laten uitgaan. Uitvoering/vervolgstappen Gedaan: 1. Vaststellen Streefbeeld (visie/beleid) : provincie 2018 2. Opstellen bestemmingsplan dat voorziet in een actueel planologisch kader dat de bestemmingen en dus de uitvoering van de doelen van het streefbeeld faciliteert. 3. Het doorlopen van de procedure tot vaststellen van het bestemmingsplan betreft: - Vaststellen Streefbeeld (visie/beleid), raad december 2020. - Opstellen VO BP door de Gebiedscoöperatie, mei 2021.
- Aannemen van het voorontwerpbestemmingsplan, college 2021 - Voorontwerp bestemmingsplan ter inzage leggen en overleggen wettelijke partners - Houden informatieavond en inspraak gelegenheid (faciliteert de Gebied coöperatie) juni 2021 - Vaststellen Nota van Beantwoording en van het ontwerpbestemmingsplan met bijlagen, raad 7 feb 2022 9/12
- Bekendmaken en ter inzage leggen van het ontwerpbesluit (6 weken) en gelegenheid bieden voor indienen zienswijzen maart/april 2022 - In behandeling nemen zienswijzen, maken verslag (juni - oktober 2022) Te doen - Vaststellen van het bestemmingsplan, bevoegdheid raad, (januari/februari 2023); - Bekendmaken en ter inzage leggen van het vaststellingsbesluit (6 weken) Q1 2023 - Mogelijkheid van beroep, Raad van State - Bij geen beroep, onherroepelijk. Financiën De gemeentelijke kosten zijn anderszins verzekerd via een PKB budget Er is een afspraak over de provinciale vrijwaring voor de gemeente Albrandswaard over de vervolgkosten Inclusiviteitstoets nvt Communicatie/participatie na besluitvorming De indieners van een reactie krijgen bericht van de vastgestelde Nota zienswijzen, waarin de beantwoording van hun reactie staat. Ook worden de indieners geïnformeerd over het vaststellen van de ontwerpbestemmingsplan stukken en de data van de behandeling ervan door de raad van de gemeente. Na besluitvorming door de raad tot vaststellen van de stukken ontvangen deze een bekendmaking over het er inzage gaan van het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan en dat daarop een beroep kan worden ingediend.
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
CHW_12e_tranche_MR_Bijlage77_Albrandswaard.pdf Leeswijzer vaststelling BP BvR def.pdf geanonim mail chw status 1-12-2021.docx ter inzage gelegde ontwerp Buijtenland van Rhoon 2021_ontwerp_excl bijlagen en verbeelding.pdf ter inzage gelegde ontwerp Buijtenland van Rhoon 2021_ontwerp_Verbeelding.pdf vtg bericht vst BP.def.docx Nota Zienswijzen BP Buijtenland van Rhoon, versie 13 dec 2022. def.pdf 211125 buijtenland van rhoon beeldkwaliteitplan kleiner.pdf
10/12
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”
Zaaknummer: 426212
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 13 december 2022, gelet op Wet op de ruimtelijke ordening, Besluit Ruimtelijke Ordening, Crisis en Herstelwetgeving overwegende, dat Het Streefbeeld Buijtenland van Rhoon en het behalen van de doelen het uitgangspunt is; Op basis van dit Streefbeeld het ontwerpbestemmingsplan met verbrede reikwijdte is opgesteld; Met ingang van 4 maart 2022 gedurende zes weken voor een ieder het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken ter inzage heeft gelegen. Iedereen gedurende deze periode zienswijzen over het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kon brengen. 243 zienswijzen zijn ingediend op het bestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoordt in de bij het bestemmingsplan behorende bijlage "Nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021". Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen het plan op onderdelen is aangepast, zoals in de nota van zienswijzen is beschreven. Het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is.
BESLUIT: 1. De ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 ontvankelijk te verklaren. 2. De "Nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021" en daarmee de beantwoording over welke zienswijzen deze (on)gegrond te verklaren en of er aanleiding is het plan op onderdelen aan te passen, vast te stellen; 3. Het plan ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerpbestemmingsplan op onderdelen aan te passen zoals aangegeven in de bijlage "nota zienswijzen bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021”. 4. Het Bestemmingsplan “Buijtenland van Rhoon 2021”, onder voorwaarde van en met een opschortende werking tot het moment van verkrijging van bedoelde vrijwaring van vervolgkosten door Gedeputeerde Staten, vast te stellen. 5. Geen exploitatieplan vast te stellen.
11/12
6. Het besluit tot vaststellen van het bestemmingsplan Buijtenland van Rhoon 2021 bekendmaken en voor een periode van 6 weken ter inzage te leggen.
12/12
Bijlage 77 bij Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet Kaart Albrandswaard, Buijtenland van Rhoon
0
1 km
LEESWIJZER VASTSTELLING BESTEMMINGSPLAN BUIJTENLAND VAN RHOON 2021 1 november 2022 In deze leeswijzer worden de voornaamste wijzigingen aan het vast te stellen bestemmingsplan beschreven, zodat deze voor eenieder makkelijk terug te vinden zijn. Nota Zienswijzen De meest reacties in de Nota Zienswijzen gingen over enerzijds de Graaf van Portland en anderzijds over de verkeersdruk in het gebied. Voor beide onderwerpen is een thematische beantwoording opgesteld, waar per individuele zienswijze naar verwezen kan worden. Inhoudelijk zijn veel zienswijzen grotendeels gelijk aan de onderwerpen die ook al in de nota inspraak en vooroverleg naar voren zijn gekomen. Toelichting De belangrijkste wijzigingen in de toelichting zijn: In paragraaf 3.3. is de term entreepunten vervangen door ‘TOP-locaties’. In paragraaf 3.3. is toegelicht hoe verkeersmaatregelen via de bestemmingsplanactiviteit zijn geregeld. Omdat de beleidsregel is komen te vervallen, is in hoofdstuk 5 de tekst dienaangaande op enkele plaatsen aangepast. In paragraaf 5.7 is de minimale oppervlakte van 100 ha voor een agrarisch bedrijf ten zuiden van de Essendijk opgenomen. H6.1 is geheel vervangen door een nieuwe tekst. Er is concreter geformuleerd hoe de agrariër zijn inkomen genereert en welke positie dit plan inneemt in de overgang naar natuurinclusieve landbouw binnen Nederland en Europa.
Het experimentele karakter wordt benadrukt. Ook is in de nieuwe formulering beter benadrukt wat er gebeurt als er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de doelen uit het streefbeeld te behalen, ondanks dat er nog steeds onzekerheden bestaan. Diverse kleine wijzigingen. Bijlagen toelichting De belangrijkste wijzigingen in de bijlagen behorende bij de toelichting zijn: - Bijlage 4 – RO Graaf van Portland is op een aantal punten bijgewerkt. De Graaf van Portland is niet langer benoemd als entreepunt van het gebied, conform streefbeeld-plus en het te verwachte aantal bezoekers op een piekdag is steviger onderbouwd. - Bijlage 6 – Beeldkwaliteitsplan is verwijderd uit de bijlagen. Het beeldkwaliteitsplan is een beleidsregel die door het college aangepast kan worden. Dat is niet mogelijk als deze in het bestemmingsplan is opgenomen. Regels De belangrijkste wijzigingen in de regels zijn: Diverse begrippen (artikel 1) zijn toegevoegd of gewijzigd. In het artikel 7 ‘Hoogwaardige akkernatuur’ zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: o De toets aan het beeldkwaliteitsplan is anders geformuleerd (7.2 en 7.3). Dit geldt ook voor art.
5, 9, 16 en 17; o Er zijn nieuwe criteria (doelmatig, bedrijfsvoering van een volwaardig extensief agrarisch bedrijf, maximaal 2 ha) toegevoegd aan 7.3, afwijken van de bouwregels; o Er is een nieuw lid 7.4, specifieke gebruiksregels , toegevoegd dat toeziet op een verbod op intensieve veehouderij (dit geldt ook voor art. 5) en een minimale bedrijfsoppervlakte per agrarisch bedrijf ten zuiden van de Essendijk. Correctie aan de inhoudsmaat voor woningen (art 16): 750 m3 geldt alleen voor hoofdgebouwen. Enkele aanpassingen aan de artikelen voor leidingen n.a.v. van zienswijze van LSNed en RRP (Rotterdam-Rijn Pijpleiding). In de bestemmingsplanactiviteit (art 32) zijn de volgende aanpassingen gedaan:
In lid 1 sub 2 zijn criteria opgenomen, die oorspronkelijk in de beleidsregel stonden (criteria voor het toestaan van andere gebruiksactiviteiten) o Er is een nieuw lid 3 ingevoegd die verkeersmaatregelen mogelijk maakt via een omgevingsvergunning, inclusief toetsingscriteria; o Het oorspronkelijke lid 3 (overige gebruiksactiviteiten), wordt nu lid 4. Ook hiervoor zijn de criteria gebruikt die oorspronkelijk in de beleidsregel waren opgenomen. Ook komt hierin het onderscheid in recreatie ten noorden en zuiden van de Essendijk tot uiting. Omdat alleen het Beeldkwaliteitsplan als beleidsregel is opgenomen, is artikel 34 (beleidsregels) hierop aangepast. Diverse kleinere aanpassingen en correcties in de regels. o
Verbeelding De belangrijkste wijzigingen op de verbeelding betreffen: Bouwvlak aan De Zegenhoeve (Essendijk 4) is vergroot. Na overeenkomsten met de provincie zijn de agrarische bestemmingen aan Het Weegje 3/5 en Essendijk 9 gewijzigd naar een woonbestemming. Een bouwvergunning die eerder is verleend voor Lageweg 4 is vertaald in de verbeelding
Beleidsregel Uitwerking Streefbeeld De criteria uit de beleidsregel Uitwerking streefbeeld zijn opgenomen in artikel 32 van de regels. De beleidsregel Uitwerking streefbeeld vervalt. Graaf van Portland Naar aanleiding van de zienswijzen is de ruimtelijke onderbouwing van De Graaf van Portland op onderdelen aangevuld. Met name de onderbouwing van het aantal bezoekers dat door de initiatiefnemer was ingeschat, is nader onderzocht en onderbouwd.
Verzonden: woensdag 1 december 2021 10:38 Onderwerp: publicatie 12 tranche van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet Staatscourant Geachte heer, mevrouw, Hierbij wil ik u graag mededelen dat de twaalfde tranche van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet op 1 december jl. is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2021, 47783). De regeling zal met ingang van 2 december 2021 in werking treden. Uw project is in deze tranche opgenomen, u kunt vanaf 2 december dus gebruikmaken van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt. Heeft uw vragen of wilt u advies, dan kunt u contact met ons opnemen via postbus.chw@minbzk.nl.
Met vriendelijke groet Team Crisis- en herstelwets ............................................................................... Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Directie Ruimte en Leefomgeving Turfmarkt 147 | 2511 DP Den Haag Postbus 20011 | 2500 EA Den Haag
BUIJTENLAND VAN RHOON 2021 Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 7 februari 2022
1/2
Buijtenland van Rhoon 2021
Albrandswaard
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0613.BPBuijtenlandvRh21‐ONT1
21‐04‐2021 25‐05‐2021 07‐02‐2022
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
20191908 opdrachtleider:
D.J. Verhaak
Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Ligging plangebied
13
1.3
Vigerend bestemmingsplan
14
1.4
Leeswijzer
14
Ruimtelijk beleidskader
15
2.1
Inleiding
15
2.2
Rijksbeleid
15
2.3
Provinciaal beleid
20
2.4
Gemeentelijk beleid
33
2.5
Overig beleid
37
Planbeschrijving
41
3.1
Historische beschrijving
41
3.2
Huidige situatie
43
3.3
Toekomstige situatie
44
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
53
4.1
Inleiding
53
4.2
M.e.r.‐beoordeling
53
4.3
Bedrijven en milieuhinder
54
4.4
Water
55
4.5
Wegverkeerslawaai
60
4.6
Ecologie
60
4.7
Verkeer
68
4.8
Luchtkwaliteit
74
4.9
Externe veiligheid
75
4.10
Bodemkwaliteit
78
4.11
Archeologie
79
4.12
Cultuurhistorie
81
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
3/188
Hoofdstuk 5
Artikelsgewijze toelichting
83
5.1
Inleiding en opzet van dit plan
83
5.2
Artikel 1 en 2; Begripsbepalingen en Wijze van meten
83
5.3
Artikel 3; Doelstelling bestemmingsplan met verbrede reikwijdte
84
5.4
Artikel 4; Specifieke doelstelling
84
5.5
Artikel 5; Gemengd ‐ zorgboerderij
86
5.6
Artikel 6; Gemengd ‐ Educatief Centrum
86
5.7
Artikel 7; Hoogwaardige akkernatuur
86
5.8
Artikel 8; Hoogwaardige akkernatuur ‐ Waterkering
87
5.9
Artikel 9; Horeca
87
5.10
Artikel 10; Recreatie
87
5.11
Artikel 11; Sport ‐ Golfbaan
87
5.12
Artikel 12; Tuin
88
5.13
Artikel 13; Verkeer
88
5.14
Artikel 14; Water
88
5.15
Artikel 15; Water ‐ Waterweg
88
5.16
Artikel 16; Wonen
88
5.17
Artikel 17; Wonen ‐ Zorgwoning
89
5.18
Artikel 18 tot en met 23; Leidingen
89
5.19
Artikel 24; Waarde ‐ Archeologie 1
89
5.20
Artikel 25; Waarde ‐ Archeologie 2
90
5.21
Artikel 26; Waterstaat ‐ Waterkering
90
5.22
Artikel 27; Waterstaatkundige functie
90
5.23
Artikel 28; Anti‐dubbeltelregel
90
5.24
Artikel 29; Parkeren
90
5.25
Artikel 30; Algemene bouwregels
90
5.26
Artikel 31; Activiteiten in strijd met dit bestemmingsplan
91
5.27
Artikel 32; Bestemmingsplanactiviteit
92
5.28
Artikel 33; Algemene aanduidingsregels
92
5.29
Artikel 34; Beleidsregels
93
5.30
Artikel 35 en 36; Overgangsrecht en Slotregel
94
Uitvoerbaarheid
95
6.1
Economische uitvoerbaarheid
95
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
96
Hoofdstuk 6
4/188
Bijlagen toelichting Bijlage 1
M.e.r.‐beoordeling
Bijlage 2
Toelichting gebruik mogelijkheden Chw
Bijlage 3
Verkeersonderzoek Goudappel Coffeng
Bijlage 4
Ruimtelijke Onderbouwing Graaf van Portland
Bijlage 5
Recreatievisie Buijtenland van Rhoon 2030
Bijlage 6
Beeldkwaliteitsplan Buijtenland van Rhoon
Bijlage 7
Streefbeeld Buijtenland van Rhoon
Bijlage 8
Aeriusberekening gebruiksfase
Bijlage 9
Nota Inspraak en Vooroverleg
Bijlage 10
Onderzoek akkerflora Buijtenland van Rhoon 2019
Bijlage 11
Onderzoek akkervogels Buijtenland van Rhoon 2019/2020
Bijlage 12
Raadsbesluit ontwerpbestemmingsplan BvR21
Bijlage 13
Amendement ontwerpbestemmingsplan BvR21
5/188
6/188
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Bij de ontwikkeling van de tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd zou worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid‐Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur‐ en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2006 is voor dit gebied aangegeven dat een openbaar toegankelijk natuur‐ en recreatiegebied wordt gerealiseerd met een oppervlak van circa 600 hectare. Het gebied ten noorden van de Essendijk zou de hoofdfunctie openlucht‐ recreatie met natuurwaarden krijgen. Het gebied ten zuiden van de Essendijk zou de hoofdfunctie hoogwaardige natuur met recreatief medegebruik krijgen. Later is hiervoor het vigerende Bestemmingsplan Buytenland vastgesteld. Dat bestemmingsplan kwam echter niet overeen met wat bewoners en gebruikers van het gebied voor ogen hadden. Vanwege dit gebrek aan draagvlak is in 2014 op initiatief van lokale agrariërs een alternatief plan gepresenteerd met de titel “Levend Buijtenland van Rhoon”. Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap.
Vanuit de Tafel van Borging (waarin overheden, maatschappelijke organisaties en Havenbedrijf Rotterdam zijn verenigd) werden met name door betrokken natuurpartijen echter zorgen geuit over de te bereiken natuurwaarden in dit plan. Na adviezen van Alterra, oud‐Minister Cees Veerman en een Commissie van drie kwartiermakers hebben het Rijk en de Provinciale Staten van de provincie Zuid‐Holland uiteindelijk besloten om het alternatieve plan wel te omarmen, maar op voorwaarde dat het plan samen met betrokken natuur‐ en recreatiepartijen verder zal worden uitgewerkt tot gedeelde verifieerbare doelen. Dit was de aanleiding voor het Louis Bolkinstituut en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, met inbreng van natuurorganisaties, agrarische ondernemers, recreatie‐ deskundigen en lokale betrokkenen, een Streefbeeld op te stellen. In het streefbeeld zijn de doelen beschreven die de komende jaren moeten worden gerealiseerd op het gebied van natuur, landbouw en recreatie. Het Streefbeeld wordt gerealiseerd door de gebiedscoöperatie waarin (lokale) natuurpartijen, agrarische ondernemers en recreatieondernemers op een gelijkwaardige manier samenwerken. Het Streefbeeld is door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland op 3 juli 2018 vastgesteld. De gemeenteraad van Albrandswaard heeft het Streefbeeld op 14 december 2020 vastgesteld.
Daarmee is geborgd dat het Streefbeeld als visiedocument dient voor het Buijtenland van Rhoon, voor zowel gemeente, provincie als gebiedscoöperatie. Het Streefbeeld wordt met onderliggend bestemmingsplan planologisch mogelijk gemaakt en geborgd.
9/188
Streefbeeld Het Streefbeeld is er op gericht om binnen het raamwerk van het cultuurhistorisch waardevolle polderlandschap 'hoogwaardige akkernatuur' te realiseren. Hiermee wordt de biodiversiteit versterkt, die door de intensivering van de landbouw in het geding is gekomen. Het Streefbeeld zet met genoemde maatregelen daarom vol in op het herstellen van kenmerkende akkerflora en akkervogels. Doordat agrariërs in het gebied hier samen met natuurorganisaties aan werken, biedt het Streefbeeld een unieke kans op het herstellen van deze kenmerkende natuurwaarden (zie figuur 1.1).
Figuur 1.1 ‐ Samenvattende kaart uit het Streefbeeld Binnen de randvoorwaarden van het herstel van akkerflora en akkervogels is er niet alleen ruimte voor natuurinclusieve landbouw, maar ook voor passende vormen van recreatief medegebruik. Door middel van monitoring en lerend beheren, gaan de agrarische ondernemers die lid zijn van de gebiedscoöperatie in de komende jaren ontdekken hoe de natuurdoelstellingen behaald gaan worden met aangepast agrarisch gebruik. De bedoeling is dat natuur en landbouw elkaar zullen versterken wat ook een positief effect zal hebben op het recreatief medegebruik door het herkenbare polderlandschap en de (akker)natuur. De ligging van het Buijtenland van Rhoon in de zuidrand van de stadsregio Rotterdam, zorgt ervoor dat de recreatie mogelijkheden in dit deel van de stadsregio sterk verbeteren. Dat is ook een van de redenen dat dit gebied als zodanig is aangewezen in de PMR. In paragraaf 3.3 wordt verder ingegaan op de toekomst die het Streefbeeld schetst en de samenhang met het voorliggend bestemmingsplan.
10/188
Landbouw van de toekomst De huidige moderne landbouw in Nederland loopt steeds meer aan tegen de grenzen van duurzame voedselproductie. Stikstof, geur, mest, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en schaalvergroting zijn zomaar enkele onderwerpen die regelmatig ter discussie staan. Met de visie Landbouw, Natuur en Voedsel, Waardevol en Verbonden heeft de minister van Landbouw en voedselveiligheid een perspectief geschetst, waarbij circulaire‐ en natuurinclusieve landbouw de koers bepalen. Daarmee wordt de landbouw duurzamer, komt er zo min mogelijk afval vrij, is de uitstoot van schadelijke stoffen zo klein mogelijk en worden grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen benut. Vergroten van de biodiversiteit, behoud van ruimtelijke kwaliteit en recreatief medegebruik van het platteland zijn doelen die daar nauw mee samenhangen. In die zin is het Streefbeeld voor het Buijtenland van Rhoon meer dan een visie op de toekomstige inrichting en beheer van enkele polders in het IJsselmondegebied. Het is eveneens een experiment voor circulaire‐ en natuurinclusieve landbouw in Nederland en Europa. Gezien de verduurzamingsdoelen en de rol die de landbouw daarin speelt, wordt dit plan door velen gezien als een voorbeeld van circulaire en natuurinclusieve landbouw zoals de minister dat bedoelt.
Dat betekent tegelijkertijd dat agrariërs een reëel inkomen moeten kunnen verdienen op basis van natuurinclusieve landbouw en dat vergoedingen beschikbaar moeten komen voor de natuurprestatie die van agrariërs wordt verlangd. Daarnaast kunnen mogelijkheden worden benut dit inkomen aan te vullen met bijvoorbeeld het leveren van producten voor de lokale markt en nevenfuncties op het bedrijf. Ook een aangepaste pachtprijs die past bij deze vorm van landbouw is van invloed op het inkomen van de agrariër. Het moge duidelijk zijn dat dit perspectief niet van de ene op de andere dag gerealiseerd is. De minister streeft ernaar circulaire landbouw in 2030 in Nederland is geïntroduceerd. Tot die tijd wordt er volop geëxperimenteerd in diverse pilots om van nieuwe ervaringen te leren. Zo zal het streven naar circulaire landbouw organisch kunnen groeien. Bestemmingsplan verbrede reikwijdte Gezien dit langetermijnperspectief dient het bestemmingsplan daarop aan te sluiten. Een plan dat aansluit bij de doelen die we nastreven en voldoende flexibel is om nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan die doelen te kunnen accommoderen. Om die reden stellen we een bestemmingsplan Verbrede reikwijdte op. In een dergelijk bestemmingsplan hebben we de mogelijkheid om op onderdelen vooruit te lopen op de Omgevingswet en kunnen we flexibiliteit toevoegen waar dat gewenst is.
Tegelijkertijd biedt een dergelijk bestemmingsplan voldoende handvatten om kwaliteiten van natuur, landschap en cultureel erfgoed te borgen. Het bestemmingsplan kan worden gezien als een uitnodiging aan initiatiefnemers en ontwikkelaars om de mogelijkheden die het plan biedt, te benutten. Omdat de ontwikkeling van het gebied vooral aan de gebiedscoöperatie en initiatiefnemers wordt overgelaten, kan niet van de gemeente worden verlangd dat ze reeds bij het opstellen van het bestemmingsplan aangeeft hoe dit precies moet worden uitgevoerd. Om deze reden is de verplichting uit de Wet ruimtelijke ordening om de uitvoerbaarheid van het plan aan te tonen, niet van toepassing. De gemeente zal de ontwikkelingen in het gebied vooral faciliteren en in mindere mate zelf de uitvoering ter hand nemen. Dit past goed bij het organisch groeien naar het Streefbeeld.
11/188
Ook in het huidige stadium van het ontwerpbestemmingsplan komt deze dynamiek tot uiting. De visie waar we met het Buijtenland van Rhoon naar toe willen is helder verwoord in het Streefbeeld. Na de oplevering van het Streefbeeld in 2018 en de oprichting van de gebiedscoöperatie aan het einde van dat jaar, is de realisatie van de maatregelen ter hand genomen door de gebiedscoöperatie. Het streven is om verwerving van gronden en inrichting van het gebied in 2026 af te ronden. Dat wil niet zeggen dat daarmee ook alle doelen gerealiseerd zijn. Om tot hoogwaardige akkernatuur te komen, is langjarig beheer en monitoring nodig. Het ter visie leggen van het ontwerp bestemmingsplan is daarin een momentopname, waarin de ontwikkelingen van dat moment verwerkt zijn het bestemmingsplan. Deze ontwikkelingen gaan gedurende het planproces (van voorontwerp‐ naar ontwerpbestemmingsplan en van ontwerp‐ naar vastgesteld bestemmingsplan) gewoon door. Als in een volgende fase bepaalde ontwikkelingen zodanig zijn uitgekristalliseerd, dat ze rechtstreeks in de regels of naar de verbeelding kunnen worden vertaald, dan doen we dat. Als een ontwikkeling nog niet zo ver is, kunnen later via de flexibiliteitsbepalingen dergelijke ontwikkelingen alsnog worden gerealiseerd.