CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

29. Raadsinformatiebrief 2021 391507 inzake Koersdocument GGD 3.0.pdf

Gemeenteraad AW 8 november 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken15.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

15

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

3

Sociologisch: Demografische trends en ontwikkelingen (cijfers en context) Algemene trends en ontwikkelingen • De GGD’en zijn verantwoordelijk voor het monitoren (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen) van de gezondheid van inwoners en de gezondheidsrisico's (factoren die invloed hebben op de ziektelast) in de fysieke- en sociale omgeving. Deze informatie biedt de basis voor de vierjaarlijkse Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). In de meest recente publicatie van de VTV (RIVM, 2018) staan de hieronder genoemde acht trends en ontwikkelingen richting 2040 centraal (zie bijlage E voor een gedetailleerd overzicht). Veel van deze trends en ontwikkelingen hebben impact op de GGD 3.0. 1.

De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid en zorg

5.

Opeenstapeling van gezondheids- én sociale problemen bij kwetsbare

2.

Meer gezondheid maar ook meer ziekte

6.

De zorguitgaven stijgen door demografie en technologie

3.

De druk op ons dagelijkse leven neemt toe

7.

De zorg verandert door technologie en veranderende rol patiënt

4.

Leefstijl én leefomgeving hebben invloed op gezondheid

8.

Alertheid op bekende én nieuwe risico’s nodig

• Relevante demografische ontwikkelingen GGD RR (zie bijlage F): • Van 2012 tot 2020 is het aantal inwoners in het werkgebied GGD RR met +0,6% per jaar gestegen (in totaal ± 58.000 inwoners). • In dezelfde periode is het aandeel ouderen (65+) gestegen met 2,3% (± 40.000 inwoners). • Het percentage inwoners met een migratieachtergrond* in het werkgebied GGD RR is ± 39%, dat is hoger dan het Nederlands gemiddelde van ± 24%. • De bevolkingsgroei (zie bijlage F) zal verder doorzetten tot 18,5 miljoen inwoners in 2030. Het aandeel ouderen zal ook verder stijgen door de vergrijzing (zie VTV 2018 hierboven). Deze ontwikkelingen creëren mogelijk meer vraag naar de diensten van de GGD RR en zijn daarmee relevant voor GGD 3.0. In het verlengde hiervan zal de werkloosheid stijgen door de coronacrisis en daarmee zullen meer inwoners in de problemen komen (zie vorige pagina). Dit kan ook van invloed zijn op de toenemende vraag naar diensten van de GGD

Publieke • De inwonersaantallen van het werkgebied van de GGD RR zullen naar verwachting blijven toenemen in de komende jaren (zie bijlage F). Dit betekent gezondheidsdat het werkgebied van de GGD RR nog dichtbevolkter wordt. Dit kan de kwetsbaarheid van infectieziekten (het ontstaan en de verspreiding) in de risico’s regio vergoten.

Gezonde leefstijl en preventie

• In het Nationaal Preventieakkoord (VWS, 2018) wordt gefocust op de drie belangrijkste factoren die van invloed zijn op de ziektelast: (1) Roken, (2) Overgewicht en (3) Alcoholgebruik (zie bijlage G en H): • Roken: Belangrijkste oorzaak ziektelast. Het landelijk gemiddelde bevolking van 19 jaar en ouder: 20,5% (2016). GGD RR: 23,7% (+3,2%) (2016) • Overgewicht: Het landelijk gemiddelde bevolking van 19 jaar en ouder: 42,9% (2016). GGD RR: 51,7% (+8,8%) (2016). • Alcoholgebruik: Het landelijk gemiddelde bevolking van 19 jaar en ouder: 7,2% (2016). GGD RR 6,1 % (-1,1%) (2016). Ook het percentage jongeren binge drinkers ligt in regio RR (13,4%) (2019) onder het landelijk gemiddelde (18,4%) (2019) • Deze bovengenoemde factoren zijn niet voor alle bevolkingsgroepen hetzelfde. Het aantal mensen dat rookt, daalt harder bij mensen met een hoge SES, en het percentage mensen met ernstig overgewicht stijgt harder bij degenen die een lage SES hebben (VTV, 2018). • In de VTV 2018 zijn er op het gebied van leefstijl zowel gunstige als ongunstige ontwikkelingen. Minder mensen roken en meer mensen bewegen. Daar staat tegenover dat meer mensen te zwaar zijn. Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast (zie bijlage G).

Gezonde • Een ongezond binnen- en buitenmilieu veroorzaakt ± 4 procent van de ziektelast, met luchtverontreiniging als de belangrijkste oorzaak VTV 2018 (zie leefomgeving bijlage G). *Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf

16

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

4

Technologisch: Trends en ontwikkelingen nieuwe technologieën, uitvindingen en innovaties Algemene trends en ontwikkelingen • Data laten werken voor gezondheid, dat is het uitgangspunt van beschreven in de Landelijke Nota Gezondheidbeleid (RIVM, 2020) en de eHealth-monitor 2018 (Nictiz en NIVEL, 2018). Digitale innovaties en e-health kunnen daaraan een belangrijke bijdrage leveren door (lokale) data te laten werken voor de gezondheid en het welzijn van mensen. Bijvoorbeeld door: • aan de voorkant: • de bewegwijzering en de ontsluiting van beschikbare apps in onder meer de GGD AppStore te verbeteren (een zorgvuldige, onafhankelijke en transparante toetsing van gezondheids- apps door deskundige GGD professionals); • meer digitale servicegerichte diensten aanbieden; • het gebruik van stappentellers en andere digitale innovaties te stimuleren. • aan de achterkant: • (gezondheids)gegevens van mensen bij de jeugdgezondheidszorg veilig en betrouwbaar te ontsluiten in een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO); • data-analyses vast onderdeel te laten worden van beleidskeuzes; • meer administratieve taken automatiseren. • Digitale innovaties maken domeinoverstijgende gezondheidsondersteuning mogelijk waarin de mens centraal staat. Om de juiste zorg en ondersteuning op de juiste plek te bieden, is het nodig dat professionals op het juiste moment over de juiste informatie beschikken.

Dat lukt alleen als mensen beschikken over hun eigen sociale en gezondheidsdata en als deze gegevens tussen professionals kunnen stromen. Dat vraagt om bindende, breed gedragen afspraken waardoor gegevens uitwisselbaar en koppelbaar worden ook/juist in crisissituaties (zie AVG pagina 20). • De overheid stimuleert gemeenten om elektronische gegevensuitwisseling (gemeenschappelijke elektronische taal) expliciet onderdeel te maken van hun lokale aanpak van gezondheidsvraagstukken – in lijn met de eerdere oproep in het Nationaal Preventieakkoord. Zo wordt digitaal stap voor stap het nieuwe normaal, ook in het publieke gezondheidsdomein. Nadrukkelijk aandacht voor de toegankelijkheid van e-health en digitale innovaties voor mensen met beperkte (digitale) vaardigheden of een fysieke of zintuigelijke beperking. Zo levert ook e-health een bijdrage aan de gezondheid van kwetsbare groepen. • Technologische en digitale ontwikkelingen behoren tot het versterken van de basisuitrusting van de GGD RR.

De Raad Volksgezondheid & Samenleving (hierna RVS) stelt daarom een tweesporenbenadering voor: een spoor om morgen mee te beginnen ((1) ontwikkelingen en ervaringen bijeenbrengen, (2) Kennis genereren en delen, burgers informeren en (3) Opleiden van personeel) én een spoor voor de lange(re) termijn ((1) kwaliteitseisen stellen, (2) kwaliteitseisen afdwingen, (3) Datacontinuïteit garanderen en (4) Traceerbaarheid voor burgers realiseren.

Gezonde leefstijl en preventie

• •

De GGD AppStore is opgesplitst in zes hoofthema’s die kunnen bijdrage aan het bevorderen van een gezonde leefstijl en preventie: (1) Lichaamsfuncties, (2) Mentaal welbevinden, (3) Zingeving, (4) Kwaliteit van leven, (5) Meedoen en (6) Dagelijks Functioneren. De Apps worden beoordeeld op de volgende vier onderdelen: (1) Gebruiksvriendelijkheid, (2) Betrouwbaarheid, (3) Privacy en veiligheid en (4) Onderbouwing

17

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

5

Ecologisch: Trends en ontwikkelingen binnen klimaat en milieu vraagstukken Algemene trends en ontwikkelingen • De impact van klimaat op gezondheid wordt in toenemende maten onderzocht. Bijvoorbeeld in het programma Klimaat en Gezondheid van ZonMW dat in 2020 is gestart, met een eerste ronde projecten die in 2021-2023 worden uitgevoerd. Het programma is gestoeld op de kennisagenda Klimaat en Gezondheid en focust op drie thema's: (1) Temperatuurgerelateerde gezondheidseffecten, (2) Allergieën en (3) Duurzame zorg. Hierin wordt de kennis over de gevolgen van klimaatveranderingen voor de volksgezondheid in kaart gebracht en zijn kennisbehoeften geïdentificeerd en geprioriteerd. Deze programma’s en ontwikkelingen zijn zeer relevant om te blijven volgen voor de GGD RR. • In het rapport ‘Effecten klimaat op gezondheid’ worden de gezondheidseffecten van klimatologische ontwikkelingen beschreven aan de hand van drie hoofdeffecten: 1. 2. 3.

directe gezondheidseffecten waaronder temperatuurgerelateerde ziekte en sterfte; veranderingen in de ziektelast door allergieën door veranderingen in het voorkomen van allergenen zoals pollen, huismijt en schimmels; verschuivingen in het voorkomen en de ernst van vectoroverdraagbare, voedsel- en wateroverdraagbare infectieziekten.

Publieke gezondheidsrisico’s

• Gevolgen van de klimaatsveranderingen kunnen leiden tot bijvoorbeeld hittestress en zomersmog, wintersterfte, allergieën en hooikoorts, allergieën en infectieziekten (RIVM, 2019) • Vooral de uitbraken van infectieziekten zij zeer relevant voor de GGD’en: • Vectorgebonden infectieziektes: Klimaatverandering leidt tot veranderingen in de verspreiding, dichtheid en activiteit van insecten en teken (mogelijke vectoren infectieziektes). De uiteindelijke invloed van klimaat op transmissie van ziekteverwekkers is complex en vooralsnog onbekend. • Wateroverdraagbare infectieziektes: De klimaatinvloed is divers. Sommige wateroverdraagbare ziekteverwekkers (bacteriën, amoeben, algen) zijn klimaatgevoelig en verhoging van temperatuur, vochtigheid, UV-straling, neerslag en waterbeschikbaarheid leidt direct tot vergroting van de hiermee verbonden ziektelast door infecties. Het vóórkomen van andere ziekteverwekkers zoals intestinale bacteriën, virussen en parasieten kan onder invloed van klimaatverandering juist afnemen. • Voedseloverdraagbare infectieziektes: Er is een direct causaal verband tussen klimaatverandering, vooral hogere temperatuur, en de toename van voedselgebonden infecties. Door de relatief goede voedselhygiëne is dit effect in Nederland beperkt.

Gezonde leefstijl en preventie

• De overheid probeert (de verspreiding van) infectieziekten te voorkomen met een aantal preventieprogramma’s, zoals het Rijksvaccinatieprogramma voor kinderen en de griepprik voor mensen die hogere risico’s lopen als ze influenza krijgen. Voor een aantal infectieziekten is het van belang dat verspreiding in een vroeg stadium wordt tegengegaan. Voor dergelijke infectieziekten is een meldingsplicht ingesteld, die is vastgelegd in de Wpg.

Gezonde leefomgeving

• De maatregelen in het Klimaatakkoord kunnen, door het verdwijnen van de fossiele bronnen, winst opleveren voor gezondheid, veiligheid en natuur. Deze winst is relevant maar ook beperkt omdat CO2 zich niet één-op-één vertaalt in vermindering van luchtverontreiniging of in veiligere leef- en werkomstandigheden. Dat blijkt uit een eerste verkenning door het RIVM (Klimaatakkoord: effecten op veiligheid, gezondheid en natuur) in opdracht van ministerie van Economische Zaken en Klimaat. • Voor gezondheid ligt de winst vooral in het vervangen van verbrandingsmotoren (benzine, diesel, gas) door elektromotoren. Hierdoor komen minder stikstofoxiden en fijnstof in de lucht. Geschat wordt dat de uitstoot van deze stoffen door alle klimaatmaatregelen in 2030 met 10% kunnen dalen ten opzichte van 2016. De ziektelast door luchtverontreiniging zal hierdoor met één tot enkele procenten afnemen (zie bijlage G). • Elektrische auto’s zorgen daarnaast ook voor gezondheidswinst omdat ze stiller zijn. Ze maken bij lage snelheden minder geluid waardoor de geluidoverlast en slaapverstoring binnen de bebouwde kom met één derde kan afnemen.

18

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

6

Juridisch: Trends en ontwikkelingen rondom regionale- en nationale wetgeving Algemene trends en ontwikkelingen • In hoofdstuk 1 ‘Huidige taken GGD RR’ en bijlage A vindt u een uitgebreid overzicht van relevante wetsartikelen voor de GGD RR en de basis- en plustaken. • De Wet publieke gezondheid is geldend vanaf 2008 en dient ter implementatie van herziene Internationale Gezondheidsregeling en om beter voorbereid te zijn op infectieziektecrises. De Wet collectieve preventie volksgezondheid, Infectieziektenwet en Quarantainewet zij hiertoe ingetrokken en worden vervangen door de Wpg. • Autoriteit Persoonsgegevens is verantwoordelijk voor de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Ook in crisissituaties is het van belang de privacy van burgers te beschermen en duurzaam persoonsgegevens uit te wisselen. De komst van de coronacrisis heeft laten zien dat de AVG in crisissituaties nog niet altijd goed wordt nageleefd: Hoe gaan we om met privacy en de AVG tijdens een crisis? Mag een werkgever bijvoorbeeld personeel testen op Corona? Op dit onderwerp is nog te weinig kennis beschikbaar. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt alles wat er speelt rondom privacy & corona in de gaten en publiceert dit op hun website.

Deze ontwikkelingen zijn relevant voor de GGD RR om zicht richting de toekomst goed voor te bereiden om de privacy ook in crisissituaties te kunnen borgen. • Tien jaar na de invoering van de Wet veiligheidsregio’s heeft de evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s onderzocht hoe de wet- en regelgeving uitpakt, in de publicatie naar toekomstbestendige crisisbeheersing en brandweerzorg (2020). In het rapport concludeert de commissie dat het vernieuwen van de Wet veiligheidsregio’s noodzakelijk is. De veiligheidsregio’s functioneren goed bij regionale branden, incidenten en crises. Maar omdat crises ingewikkelder worden en regionale grenzen overschrijden, is meer samenwerking nodig; tussen veiligheidsregio’s, met crisispartners en met het Rijk. De aard en omvang van een crisis moeten leidend zijn voor de organisatie van de crisisbeheersing, en niet de regio waar een crisis plaatsvindt: ‘Bij crisisbestrijding dient voortaan sprake te zijn van één crisisorganisatie in plaats van 25 regionale crisisorganisaties.’, ‘Door overlap van taken tussen veiligheidsregio, GGD, Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) en het overleg niet-acute zorg staat de meerwaarde van de GHOR-taken en -organisatie ter discussie.’. Voor de GGD 3.0 is het van belang om deze ontwikkelingen te blijven volgen aangezien het wijzigen van de wet impact kan hebben op de uitvoeringsorganisaties binnen de wet.

• De Omgevingswet (volgt 2022) staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering (inclusief beschermen van volksgezondheid) van de leefomgeving, ruimte lokaal maatwerk en betere besluitvorming. • Het is nog onzeker of alle gemeenten ondersteuning vanuit de GGD’en behoeven bij de invoering van de omgevingswet. Hierbij is het ook mogelijk dat ondersteuning vanuit de plusproducten wordt aangeboden indien niet alle gemeenten ondersteuning behoeven.

Gezonde leefomgeving • De Omgevingswet is verbeeldt als een gebouw in aanbouw (zie infographic rechts).

• In het midden het Hoofdspoor: Omgevingswet, de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (het Omgevingsbesluit, Besluit kwaliteit leefomgeving, Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving) en de Omgevingsregeling. • Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en zijn verschillende ministeries begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan.

19

4. GELEERDE LESSEN CORONA

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Geleerde lessen COVID-19 sinds maart 2020 (1/2) Op basis van interviews met leden uit de stuurgroep en medewerkers uit de coronaorganisatie zijn de volgende inzichten en ervaringen vanuit de coronacrisis opgehaald.

ORGANISATORISCH •

Schaalbaarheid: Tijdens de coronacrisis heeft de GGD RR als organisatie in een snelle tijd moeten groeien tot het >100voudige in capaciteit • • • •

Is de uitrusting van de basisorganisatie hier voldoende op ingericht geweest? Is het feit dat zeer snel in de crisis de GGD RR een uitzonderingspositie binnen de gemeente heeft gekregen om slagvaardiger te kunnen opereren een teken dat we moeten inzetten op een meer eigenstandige organisatie die op meer afstand staat van de gemeente Rotterdam? Zijn de informatiesystemen geschikt om efficiënt op te schalen naar het >100voudige? En gelet op het huisvestingsvraagstuk dat eraan komt voor de GGD RR: wat zijn de geleerde lessen voor huisvesting i.r.t. schaalbaarheid?

•

Vertraging reguliere taken: De reguliere taken van de GGD RR hebben op onderdelen door de corona uitbraak vertraging opgelopen. Denk hierbij aan kinderopvanginspecties, TBC screening van immigranten en asielzoekers, voorlichting m.b.t. SOA’s op scholen, en het reguliere werk van infectieziektebestrijding. Daarnaast is op onderdelen door corona juist veel inzet extra geweest (bijvoorbeeld op communicatie). Groot knelpunt hierbij is de capaciteit van het personeel.

•

Duaal leiderschap: Er wordt in de coronaorganisatie gewerkt middels duaal-leiderschap. In de basis is er enthousiasme voor dit model, echter dient mogelijk de invulling en praktische uitvoering van het duaal leiderschapsmodel te worden geoptimaliseerd.

POSITIONERING GGD •

Governance crisisbeheersing: Een gezamenlijke taakopvatting voor de GGD RR, GHOR en veiligheidsregio in de crisisbeheersing is cruciaal. Een gezamenlijke taakopvatting lijkt aanwezig te zijn voor flitsrampen, maar lijkt (deels) te ontbreken voor langdurigere rampen zoals een pandemie. •

Hieraan is het vraagstuk rondom verantwoordelijkheden met betrekking tot zorgcontinuïteit gelinkt. Naast bovengenoemde partijen spelen ook ROAZ en RONAZ een rol. In de crisis is gebleken dat ook hier een gezamenlijke taakopvatting niet altijd aanwezig is.

•

Taakopvatting zorgaanbieders en GGD’en op gebied van meldingsplichtige ziekten: Momenteel loopt een verkenning naar de interpretatie van artikel 26 van de Wet Publieke Gezondheid: waar beginnen de verantwoordelijkheden van de instellingen (verpleeghuizen, kinderdagverblijven, etc.) en wat is de verantwoordelijkheid van de GGD RR op het vlak van infectieziektebestrijding? COVID-19 heeft dit vraagstuk meer naar de voorgrond gebracht, maar dit vraagstuk is breder van toepassing op infectieziekten die onder de meldingsplicht vallen.

•

Politisering: GGD RR heeft ondervonden dat de organisatie voor een (groot) deel politiek gestuurd werd tijdens de coronacrisis waardoor de inhoud niet altijd voorop stond. Heeft dit de effectiviteit van de organisatie in de weg gestaan?

•

Landelijke positionering GGD'en: De crisis heeft duidelijk gemaakt dat de pluriformiteit tussen de verschillende GGD’en in Nederland niet bijdraagt aan een optimale crisisbeheersing. Wat is de visie van GGD RR rondom de positie van GGD’en in de landelijke context? 21

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Geleerde lessen COVID-19 sinds maart 2020 (1/2) Op basis van interviews met leden uit de stuurgroep en medewerkers uit de coronaorganisatie zijn de volgende inzichten en ervaringen vanuit de coronacrisis opgehaald.

KENNISINFRASTRUCTUUR EN DIGITALISERING •

Digitalisering dienstverlening: De COVID-19 pandemie legt extra nadruk op de voordelen van het digitaliseren van de dienstverlening van de GGD RR. Hiernaast sluit digitalisering van de dienstverlening ook goed aan bij de taakopvattingen rondom preventie en leefstijladvies in GGD 2.0: digitale tools zijn mogelijk een efficiënte manier om bepaalde doelgroepen te bereiken en helpen.

•

Digitale infrastructuur: De robuustheid van het IT landschap van de GGD’en is tijdens de coronacrisis op de proef gesteld. Hieruit zijn verschillende aandachtspunten naar voren gekomen: (1) Afspraken en beleid over de inrichting en ontwikkeling van het IT landschap, alsmede de eisen waaraan het moet voldoen, (2) De samenhang en werkwijzen in processen die ondersteund moeten worden door informatie en informatietechnologie, (3) Het type informatie en hoe deze gestructureerd of gecodeerd wordt (standaarden) in aansluiting tot de informatiebehoefte, (4) Applicaties die informatie opslaan, structureren, verwerken, analyseren en/of communiceren (koppelingen) en (5) De technologische basis waarop applicaties opereren.

•

Data-connectiviteit met regionale partners: In de crisis is er veel aandacht voor het realiseren van een data-infrastructuur met VRR/GHOR (informatieknooppunt). Richting de doelstellingen rondom preventie dient in de toekomst ook aandacht te zijn voor een data-infrastructuur met andere partijen in het zorg en welzijn domein.

•

Algemene verordening gegevensbescherming (AVG): Hoe gaan we om met privacy en de AVG tijdens een crisis? Mag een werkgever bijvoorbeeld personeel testen op Corona? Dit zijn vragen die naar voren komen bij de coronaorganisatie. Op dit onderwerp is nog te weinig kennis beschikbaar.

DOELGROEPEN •

Effectief bereiken lagere SES doelgroepen: Het lukt de GGD RR onvoldoende om de voor het COVID-19 virus kwetsbare doelgroepen te bereiken. Een gemene deler bij de verschillende kwetsbare doelgroepen lijkt een lagere SES. Waarschijnlijk is dit niet een fenomeen dat alleen betrekking heeft op COVID-19. Er is daarmee een kans om breder de impact vanuit de GGD RR te vergroten bij deze doelgroepen. Denk hierbij aan bestrijding van andere infectieziekten, preventie, vroegsignialering en een gezonde leefomgeving. Mogelijke oplossing is meer fijnmazige aanwezigheid GGD RR in wijken.

•

Doelgroepgericht werken: In de coronaorganisatie wordt gewerkt op basis van doelgroepen. Hierover is enthousiasme in de organisatie, wat de vraag opwerpt of de doelgroepgerichte aanpak een integrale plek dient te krijgen binnen de GGD 3.0.

•

Intensiveren samenwerking natuurlijke partners: Beter gebruik maken van natuurlijke partners om (doel)groepen beter te bereiken. Bijvoorbeeld het CJG gebruiken om scholen te informeren.

22

BIJLAGEN

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage A: Relevante wetsartikelen GGD – Wpg De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het kader waarbinnen de GGD de basistaken uitvoert voor de deelnemende gemeenten. Hoofdstuk II. Taken publieke gezondheidszorg Paragraaf 1. Algemeen: Artikel 2, eerste lid (1) De kern van de wet is dat deze het college van burgemeester en wethouders van alle gemeenten opdraagt om de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg, en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen te bevorderen.

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten Artikel 14, eerste lid (1) Ter uitvoering van de bij wet opgedragen taken draagt het college van burgemeester en wethouders via het treffen van een gemeenschappelijke regeling zorg voor de instelling en instandhouding van een gemeentelijke gezondheidsdienst.

Hoofdstuk II. Taken publieke gezondheidszorg Paragraaf 1. Algemeen: Artikel 2, tweede lid (2) Ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taak draagt het college van burgemeester en wethouders in ieder geval zorg voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie, het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen, het bijdragen aan opzet, uitvoering en afstemming van preventieprogramma’s, met inbegrip van programma’s voor de gezondheidsbevordering, het bevorderen van medisch milieukundige zorg, het bevorderen van technische hygiënezorg, het bevorderen van psychosociale hulp bij rampen, het geven van prenatale voorlichting aan aanstaande ouders.

Hoofdstuk II. Taken publieke gezondheidszorg Paragraaf 1. Algemeen: Artikel 6. eerste lid (1) Specifiek voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding worden in de wet vervolgens de onderstaande taken genoemd: a. b. c.

het nemen van algemene preventieve maatregelen op dit gebied, het bestrijden van tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, inclusief bron- en contactopsporing, bron- en contactopsporing bij meldingen als bedoeld in de artikelen 21, 22, 25 en 26.

24

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage A: Relevante wetsartikelen GGD – Wpg Daarnaast worden in de wet specifiek nog de taken voor de jeugdgezondheidszorg en de ouderengezondheidszorg genoemd. Hoofdstuk II. Taken publieke gezondheidszorg Paragraaf 2. Jeugdgezondheidszorg: Artikel 5, tweede lid (2) Voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg zijn dit: a. b. c. d. e.

het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren, het ramen van de behoeften aan zorg, de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyroïdie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS), het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding, het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

Hoofdstuk II. Taken publieke gezondheidszorg Paragraaf 2. Ouderengezondheidszorg: Artikel 5a, tweede lid (2) Voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg zijn dit: a. b. c. d. e.

het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; het ramen van de behoeften aan zorg; de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit; het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

25

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage A: Relevante wetsartikelen GGD – Overig Wet kinderopvang: Hoofdstuk I. Kinderopvang Afdeling 4. Handhaving: Artikel 1.61, eerste en tweede lid (1) Het college ziet toe op de naleving van: a. b. c.

de bij of krachtens de artikelen 1.45, derde lid, 1.47, eerste lid, 1.48d, tweede en derde lid, en de artikelen 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels; de krachtens artikel 1.65 gegeven aanwijzingen en bevelen; en de krachtens artikel 1.66, eerste lid, gegeven bevelen tot sluiting dan wel de krachtens artikel 1.66, tweede lid, uitgevaardigde verboden.

(2) Het college wijst de directeur publieke gezondheid van de GGD, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid, aan als toezichthouder*.

Wet veiligheidsregio’s Paragraaf 5. De GHOR: Artikel 32, eerste en tweede lid (1) De GHOR staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid. (2) De directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening.

* toezien op naleving van wet- en regelgeving door organisaties

26

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage B: Korte omschrijving per basisproduct GGD RR 1

Ondersteuning, advisering en beleidsvoorbereiding bestuur gemeenschappelijke regeling •

•

2

Informatieverstrekking • •

3

•

Het in kaart brengen en op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand en gezondheidsbevorderende- en bedreigende factoren van de inwoners van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Het adviseren over gemeentelijk volksgezondheidsbeleid op basis van een integrale analyse van de gezondheidssituatie in de gemeenten.

GGD Rampen opvangplan (GROP) • •

5

Vergroten van de kennis van burgers en organisaties over gezondheid, gezond gedrag en zorg door middel van social media en de vernieuwde website. Ter beschikking stellen van actuele informatie over gezondheid en gezond gedrag via de websites van de GGD Rotterdam-Rijnmond, zoals bijvoorbeeld www.ggdrotterdamrijnmond.nl en www.gezondheidsatlasrotterdamrijnmond.nl Delen van kennis met communicatieafdelingen van gemeenten in het werkgebied.

Integrale gezondheidsmonitor 0-100 jarigen en Volksgezondheid Toekomst Verkenning •

4

Het bieden van inhoudelijke en bedrijfsmatige ondersteuning aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling. Behalve het voeren van het secretariaat voor het bestuurlijke en ambtelijk overleg behoort hierbij ook de inhoudelijke ondersteuning van gemeenten op het terrein van volksgezondheid. Daarbij hoort ook het organiseren van regionale conferenties en het themagewijs samenwerken en het delen van kennis op thema’s rond gezondheidsachterstanden. Ook het lidmaatschap van GGD GHOR Nederland valt onder dit onderdeel.

Het onderhouden en operationeel zijn van een GGD Rampen opvangplan, waarmee de GGD vorm geeft aan goed getraind crisismanagement Met het GROP als intern crisisbeheersingsplan wordt geborgd dat de GGD in staat is ten tijde van incidenten en crises de haar wettelijk toegemeten taak m.b.t. de coördinatie/inhoudelijke uitvoering blijvend optimaal uit te voeren.

Coördinatieteam Psychosociale hulpverlening incidenten (PSHi) (voorheen KIZ)* • •

Psychosociale Hulpverlening bij Ingrijpende Gebeurtenissen is bedoeld voor situaties die de reguliere lijn niet aankan, bijvoorbeeld door de grootte, complexiteit of betrokkenheid van meerdere partijen (bijv. zedenzaken, geweldsincidenten met (veel) getuigen of moord). De rol van PSHi in deze gevallen is het coördineren van de psychosociale hulpverlening, het voorkomen of verminderen van de daar mogelijk mee gepaard gaande maatschappelijke onrust en ondersteuning bij de communicatie. Een incident waarbij PSHi wordt ingeschakeld wordt opgepakt door een per casus verschillend samengesteld team. De GGD levert een PSHi-coördinator en een communicatieadviseur. De in te zetten acties door het team kunnen bestaan uit het coördineren van de hulpverlening, het openstellen van een telefoonlijn of het organiseren van een voorlichtingsavond. Ook bepaalt het team een plan van aanpak voor de nazorg.

* In 2020 is Coördinatieteam kleinschalige incidenten en zedenzaken (KIZ) hernoemd tot Psychosociale Hulpverlening incidenten (PSHi)

27

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage B: Korte omschrijving per basisproduct GGD RR 6

Infectieziektebestrijding • • •

7

Tuberculosebestrijding • •

8

Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) en hiv en waar nodig bestrijden van soa/hiv. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling van soa/hiv, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van soa/hiv coördineren.

Technische hygiënezorg • •

10

Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van tuberculose in het werkgebied door het vroegtijdig opsporen en behandelen van tuberculose en tuberculose-infecties, surveillance van de verspreiding van tuberculose en het ontwikkelen van beleid. De TBC bestrijding in Zuid-Holland is sinds 2015 provinciaal georganiseerd. De 4 betrokken GGD-en werken nauw samen in het REC (Regionaal Expertise Centrum TBC). GGD Rotterdam-Rijnmond verzorgt in dit kader óók de TBC-dienstverlening voor de Dienst Gezondheid & Jeugd in de regio Zuid-Holland-Zuid.

Soa/hiv-preventie en –bestrijding • •

9

Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van infectieziekten en waar nodig bestrijden van infectieziekten. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling van infectieziekten, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van infectieziekten coördineren. Bestrijding Antibiotica Resistentie is een speerpunt voor GGD Rotterdam-Rijnmond. Rotter-dam-Rijnmond is door het ministerie van VWS aangewezen als pilotregio voor het oprichten van een regionaal zorgnetwerk voor preventie en bestrijding Antibiotica Resistentie (ABR). Binnen dit kader is een regionaal meldpunt uitbraken ontwikkeld

Technische hygiënezorg vindt plaats in situaties waar veel mensen van gemeenschappelijke/collectieve voorzieningen gebruik maken. Dit zijn veelal specifieke doelgroepen (bijv. asielzoekerscentra, basisscholen, grote evenementen, collectieve ruimten, prostitutiebedrijven etc.) die op basis van bijvoorbeeld leeftijd en gezondheid extra risico kunnen lopen op infectieziekten. Centraal staat het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door een veilige en hygiënische omgeving (LCHV-hygiënerichlijnen GGD) van basisvoorzieningen te controleren en indien nodig te bevorderen.

Inspectie kinderopvang en peuterspeelzalen •

Toezicht op de kwaliteit van kinderdagverblijven, locaties voor buitenschoolse opvang (BSO), gastouderbureaus (GOB) en voorzieningen voor gastouderopvang in gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond.

28

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage B: Korte omschrijving per basisproduct GGD RR 11

Medische milieukunde •

Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te beperken en een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag.

Zie Begroting 2021 Basistakenpakket Gemeenschappelijke regeling GGD RR, Bijlage 3, voor een uitgebreide beschrijving van het basistakenpakket.

29

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage C: Landelijke programma’s en ambities per thema Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 1. Gezondheid in de sociale en fysieke leefomgeving

2. Gezondheidsachterstanden verkleinen

3. Druk op het dagelijks leven bij jongeren en jongvolwassenen

4. Vitaal ouder worden

Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 (VWS, 2020)

30

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage D: Focus op preventie gezonde leefstijl in verkiezingsprogramma’s 2020-2025 • VVD – Samen aan de slag: • Nederland moet zich voorbereiden op een intensievere bescherming van de volksgezondheid en de aanpak van nieuwe gezondheidscrises. Dat vereist ook investeringen in preventie. • Voorlichting over preventie rond een ongezonde levensstijl, met het Nationaal Preventieakkoord als leidraad. • Hulp aan mensen die gezonder willen leven, onder andere door het verder ontwikkelen van zogenaamde ‘gecombineerde leefstijlinterventies’. • Stimuleren van sport, bijvoorbeeld door naschoolse opvang en sportclubs en zorgorganisaties en sportclubs met elkaar te laten samenwerken. • Afspraken met producenten van levensmiddelen en supermarkten over het gezonder maken van producten én het meer promoten van gezonde producten.

• D66 – Een nieuw begin: • Het is beter om de ziektes te voorkomen en ze waar mogelijk te behandelen met leefstijlverandering. • De beste kans op een gezond leven bestaat uit goed eten, voldoende bewegen, niet roken en weinig alcohol. Dat is de basis. • Voor een bredere blik op gezondheid moeten financiering en samenwerking ook anders. Er bestaan nu weinig prikkels om in preventie te investeren, omdat degene die de investering moet doen nu niet profiteert van minder zorg. Door de financiering te verbeteren, kunnen we sociale en medische problemen vroeger signaleren en in samenhang aanpakken. • Het is een schrijnend dat mensen met een praktische opleiding of een lager inkomen jaren korter leven, in slechtere gezondheid. We investeren in alle factoren die dit verschil verkleinen: goed onderwijs, voldoende werk, gezonde leefomgeving en levensstijl.

• CDA – Zorg voor elkaar: • Wij houden de zorg voor iedereen bereikbaar, beschikbaar en betaalbaar door de zorg beter te organiseren, te blijven innoveren en meer te investeren in preventie en gezondheid. • Met preventie is nog veel gezondheidswinst te behalen. Positieve gezondheid, preventie en meer aandacht voor gezond eten, sporten, overgewicht en niet-roken vergroten de kwaliteit van leven en verlagen de druk op de zorg. • Wij willen regionale preventiefondsen waarin gemeenten, zorgkantoren, verzekeraars en zorgorganisaties gezamenlijk investeren in preventie en gezond leven en vervolgens gezamenlijk delen in de opbrengsten van lagere zorgkosten. • Sport en gezondheidspreventie zijn een gouden koppel. Wij willen bekende sporters inzetten als ambassadeur voor een gezonde levensstijl.

• GroenLinks - Tijd voor nieuw realisme: • Met de introductie van een landelijke basisfinanciering voor de GGD’en brengen we onze publieke gezondheidzorg op het niveau dat nodig is. • Voorkomen is beter dan genezen. Of het nu gaat om schulden, geestelijke gezondheid of problematisch overgewicht, het is cruciaal om problemen aan te pakken voordat mensen gezondheidsproblemen krijgen. Daarom besteden we een vast percentage van de regionale zorgbudgetten aan preventie. Daarmee investeren we in betere samenwerking binnen en buiten de zorg en in hulpverlening op plaatsen waar problemen het eerst kunnen worden gesignaleerd. • Sporten is gezond en brengt mensen met verschillende achtergronden, leefstijlen en mogelijkheden samen. We ondersteunen sportverenigingen en garanderen de toegang tot sport voor kinderen,

31

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage E: Kernboodschappen VTV-2018 1.

2.

De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid en zorg. Het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Ook bereiken mensen steeds vaker een hoge leeftijd. Hierdoor hebben steeds meer mensen een chronische aandoening zoals artrose, nek- en rugklachten, diabetes en dementie. Bovendien hebben mensen steeds vaker meerdere aandoeningen tegelijk. Dementie veroorzaakt in 2040 de meeste sterfte en de hoogste ziektelast. Niet alleen medische maar ook sociale problemen nemen toe. Het aantal eenzame ouderen stijgt. Ouderen wonen vaker zelfstandig en ook vaker alleen. Door deze ontwikkelingen ontstaat er meer druk op zowel de formele als de informele zorg. Zorgvoorzieningen komen het meest onder druk te staan in de krimpregio’s. Meer gezondheid maar ook meer ziekte. De levensverwachting stijgt van 81,5 jaar in 2015 naar bijna 86 jaar in 2040. Nagenoeg alle jaren die we er bij krijgen, zijn in goede ervaren gezondheid. Ook gaan we niet meer beperkingen ervaren. Wél stijgt het aantal mensen met een chronische aandoening. We worden steeds ouder doordat mensen vaker aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en kanker overleven, onder meer door betere behandelingen. Dit is, naast de vergrijzing, een belangrijke oorzaak voor de sterke toename van dementie als doodsoorzaak.

Doordat steeds minder mensen overlijden aan hart- en vaatziekten en kanker, hebben steeds meer mensen te maken met de langetermijngevolgen ervan.

3.

De druk op ons dagelijkse leven neemt toe. Door de COVID-19 pandemie is er extra nadruk komen te liggen op de voordelen van het digitaliseren van de dienstverlening van de GGD. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van digitale consulten. Hiernaast sluit digitalisering van de dienstverlening ook goed aan bij de taakopvattingen rondom preventie en leefstijladvies in GGD2.0: digitale tools zijn mogelijk een efficiënte manier om bepaalde doelgroepen te bereiken en helpen.

4.

Leefstijl én leefomgeving hebben invloed op gezondheid: Op het gebied van leefstijl zijn er zowel gunstige als ongunstige toekomstige ontwikkelingen. Minder mensen roken en meer mensen bewegen. Daar staat tegenover dat meer mensen te zwaar zijn. Ongezond gedrag is verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast. Roken is hiervan de belangrijkste oorzaak. Een ongezond binnen- en buitenmilieu veroorzaakt 4 procent van de ziektelast, met luchtverontreiniging als de belangrijkste oorzaak. Ongezonde arbeidsomstandigheden veroorzaken bijna 5 procent van de ziektelast. Deze ontwikkelingen zijn niet voor alle bevolkingsgroepen hetzelfde. Roken daalt harder bij mensen met een hoge sociaaleconomische status, en ernstig overgewicht stijgt harder bij degenen die een lage sociaaleconomische status hebben.

5.

Vaak opeenstapeling van gezondheids- én sociale problemen bij kwetsbare groepen. Een deel van de ouderen bevindt zich door een opeenstapeling van chronische aandoeningen en andere medische en sociale problemen in een kwetsbare situatie. Deze groep wordt groter in de toekomst. Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben vaker een ongezonde leefstijl. Ook hebben zij vaker te maken met sociale problemen, die stress met zich meebrengen. Negatieve effecten van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als robotisering en digitalisering treffen vooral laagopgeleiden. Dit kan de sociale problemen en stress in deze groep versterken. Vaak moeten eerst deze achterliggende sociale problemen worden opgelost, voordat er ruimte ontstaat om aan een gezonde leefstijl te werken.

32

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage E: Kernboodschappen VTV-2018 6.

De zorguitgaven stijgen door demografie en technologie. De zorguitgaven stijgen met gemiddeld 2,9 procent per jaar tot 174 miljard euro in 2040. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2015. Een derde deel van deze groei komt door de vergrijzing en de groei van de bevolking, en twee derde door andere factoren zoals technologie. Technologische ontwikkelingen, waaronder (vaak dure) nieuwe medicijnen, zorgen voor een grote groei in de uitgaven aan bijvoorbeeld kanker. In 2040 wordt ruim vier maal zoveel uitgegeven aan de behandeling van kanker als in 2015. De relatie tussen technologie en zorguitgaven is complex. Technologische innovaties in de zorg kunnen kosten besparen, maar dan moeten wel kosteneffectieve interventies worden gebruikt en de oude technologie worden vervangen. Dit vraagt veel van de manier waarop de zorg wordt georganiseerd.

7.

De zorg verandert door technologie en veranderende rol patiënt. Technologie kan veel voor onze volksgezondheid betekenen en de zorg ingrijpend veranderen. Het gebruik van technologie in de zorg neemt toe, maar vooral de digitalisering gaat minder snel dan in andere domeinen van ons dagelijks leven. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag, zowel binnen als buiten de zorg. Dit maakt het ingewikkeld om technologie in de zorg uit te breiden. Patiënten doen steeds meer zelf en dit wordt versterkt door nieuwe technologische mogelijkheden. Dit vergt nieuwe en andere vaardigheden van zorgverleners en patiënten, maar ook aandacht voor groepen die er moeite mee hebben.

8.

Alertheid op bekende én nieuwe risico’s nodig. Antibioticaresistentie blijft een bedreiging vormen voor onze volksgezondheid. Blijvende aandacht voor dit probleem is nodig. Andere aandachtspunten zijn het goed inzetten van groen en water in de leefomgeving om de effecten van klimaatverandering op te vangen en de dalende vaccinatiegraad. Er zijn ook nieuwe ontwikkelingen die mogelijk risico’s met zich meebrengen. Zo kunnen technologieën als virtual reality en 3D-printing nog onbekende gezondheidseffecten hebben als ze vaker gebruikt gaan worden. Verder zullen er meer medicijnresten, microplastics en nanodeeltjes in ons milieu komen. De gezondheidseffecten hiervan zijn nu nog niet duidelijk.

33

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage F: Demografische en economische ontwikkelingen werkgebied Rotterdam-Rijnmond

Demografische ontwikkelingen

Inwoners1 aantallen (per 1 jan. [jaar]) [aantal x1000]

Bevolking per leeftijdscategorie1 (per 1 jan. [jaar]) [aantal x1000]

+0,6% 1.265

2012

1.286

1.323

2016

2020

2012

2016

2020

Bevolking tot 65 jaar [aantal]

Netto schuld per inwoner1 [€]

Werkloosheidspercentage1 [%]

Economische ontwikkelingen

Bevolking tot 35 jaar [aantal]

237 (17,9%)

219 (17,0%)

197 (15,6%)

Inwoners begin periode [aantal]

569 518 (43,0%) (39,1%)

553 514 (43,0%) (40,0%)

548 521 (43,3%) (41,2%)

Huishoudens met bijstandsuitkeringen1 [aantal]

+0,9% 9%

8% 6%

6%

+0,03%

€ 2.530 € 2.476 € 2.469 € 2.486 € 2.445 € 1.971 € 1.914 € 1.894 € 1.901 € 1.825

50.480 17.740

2012

2016

2013

2014

2015

Bevolking tot 65+ jaar [aantal]

2016

2017

2012

57.070 21.293 2016

50.620 19.802 2020

(1) Waarstaatjegemeente.nl/jive (VNG, 2020)

34

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage G: Bijdrage van verschillende determinanten aan ziektelast, sterfte en zorguitgave

Volksgezondheid Toekomst Verkenning (RIVM, 2018)

35

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage H: Bijdrage risicofactoren alcoholgebruik, roken en overgewicht 1

NL: 7,2% GGD RR: 6,1 %

1

NL: 18,4% GGD RR: 13,4 %

* Het drinken van 5 glazen alcohol of meer bij één gelegenheid. Synoniemen: binge drinken (1) Overmatige drinkers per GGD-regio (RIVM, 2020)

36

VOOR BESPREKINGSDOELEINDEN

Bijlage H: Bijdrage risicofactoren alcoholgebruik, roken en overgewicht 1

2

NL: 42,9% GGD RR: 51,7 %

NL: 20,5% GGD RR: 23,7 %

Gezondheidsrisico's ontwikkelingen

Overgewicht3 [%]

Roken3 [%]

+0,9% 50%

2012

52%

-0,8%

2016

25%

24%

2012

2016

GGD Rotterdam-Rijnmond

(1) Overgewicht per GGD-regio (RIVM, 2020), (2) Rokers per GGD-regio (RIVM, 2020), (3) Waarstaatjegemeente.nl/jive (VNG, 2020)

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3349/documents/25976