23. Raadsinformatiebrief 2025-027681 Toezending reactie bestuur De BedrijfsvoeringsPartner op ingediende zienswijze vastgestelde Jaarstukken 2024, Begroting 2026, toezending 1e tussenrapportage 2025.pdf
Tekst van het document
21
Indien de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, is DBP verplicht om hierover rapportages aan de financiële toezichthouder, de provincie, toe te zenden. Deze rapportages dienen een plan te bevatten waarin wordt aangegeven hoe DBP weer binnen de gestelde kasgeldlimiet zal blijven. Hieronder wordt een prognose gepresenteerd van de kasgeldlimiet voor 2026. De financieringsbehoefte van DBP is doorgaans laag. Indien zich op korte termijn liquiditeitsbehoeften voordoen, kan dit worden opgevangen door de gemeenten tijdelijk te verzoeken hun wekelijkse bijdragen te verhogen. Deze verhoging wordt later in het jaar gecorrigeerd met lagere bijdragen, zodat de bijdragen over het jaar in lijn blijven met de begroting. Mocht het toch noodzakelijk zijn kortlopende leningen af te sluiten, dan wordt de kasgeldlimiet als maximale grens gehanteerd. Renterisiconorm Herfinanciering houdt in dat nieuwe leningen worden afgesloten ter vervanging van bestaande financieringen of om aflossingen op de bestaande leningen te verrichten. Dit kan nodig zijn wanneer de huidige financieringsvoorwaarden ongunstig zijn, of wanneer de looptijd van de bestaande leningen verstrijkt. Renteherziening vindt plaats wanneer in de leningsovereenkomst is vastgelegd dat de rente gedurende de looptijd van de lening in een bepaald jaar kan worden aangepast.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij leningen met een variabele rente, waarbij de rente kan worden herzien op basis van marktontwikkelingen of specifieke afspraken in de overeenkomst. Uit het onderstaande overzicht blijkt dat DBP ver onder de renterisiconorm blijft. Dit is te verklaren doordat DBP op dit moment geen langlopende leningen heeft, wat betekent dat er geen herfinancieringen of renteherzieningen van toepassing zijn. Hierdoor loopt DBP op dit moment weinig renterisico en kan het profiteren van een stabiele financiële situatie zonder de noodzaak om renteverhogingen of herfinanciering te beheren.
22
Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld Renterisico op vaste schuld
2026
2027
2028
2029
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
0 0 0 0 0
0 0
0 0
0 0
Renterisiconorm 4a. Totaal lasten begroting 2026 36.421.300 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage20,0% 4. Renterisiconorm 7.284.240 Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
7.284.240 n.v.t.
Financiering In het Treasurystatuut van DBP is vastgelegd dat het gebruik van externe financiering zoveel mogelijk moet worden beperkt door in de eerste plaats gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Door deze benadering worden de renterisico’s zoveel mogelijk beperkt en het wordt het renteresultaat geoptimaliseerd. Omdat de reguliere exploitatiekosten worden gefinancierd door de bijdragen van de deelnemende gemeenten, heeft DBP in principe geen externe geldleningen nodig, behalve voor investeringen in bedrijfsmiddelen met een meerjarig nut, zoals de aanschaf of vervanging van vaste activa. Volgens de Wet Fido en de Regeling Schatkistbankieren wordt verwacht dat decentrale overheden hun financieringsbehoeften zo veel mogelijk intern dekken om de afhankelijkheid van externe leningen zo beperkt mogelijk te houden. Indien een liquiditeitstekort niet intern, of met de bijdragen van de gemeenten, kan worden opgevangen, wordt er beoordeeld of het zinvol is om kortlopende of langlopende leningen aan te gaan. Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en de rentestand, evenals de impact op de financiële positie van DBP op langere termijn.
Bij het aangaan van dergelijke leningen wordt zorgvuldig gekeken naar de voorwaarden en de risico’s, in lijn met de kaders van de Wet Fido, die voorziet in het beschermen van de financiële gezondheid van decentrale overheden.
23
Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening, is hieronder het verplicht voorgeschreven schema opgenomen: * * * * * *
Externe rentelasten van langlopende financiering: Externe rentelasten van kortlopende financiering: Externe rentebaten: Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente: Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag): Renteresultaat:
memorie memorie memorie memorie memorie memorie
Op dit moment heeft DBP geen langlopende leningen afgesloten. De financieringsbehoefte voor kortlopende leningen in 2026 is op dit moment nog niet bekend.
2.3
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
DBP doet investeringen gericht op de bedrijfsvoering. Dit betreft investeringen in informatisering en automatisering, evenals in facilitaire voorzieningen. Deze activa zijn essentieel voor het optimaliseren van zowel de interne processen als bij de ondersteuning en de processen en diensten die DBP levert aan de partner-gemeenten. In deze begroting zijn de benodigde investeringen inzichtelijk gemaakt in een meerjarig investeringsplan (zie hiervoor de bijlage Investeringen). In de begroting 2026 is een bedrag van € 1.471.500 aan kapitaallasten opgenomen. Door de vrijval van bestaande kapitaallasten is in de meerjarenbegroting dekking voorzien voor de kapitaallasten van de investeringen in de komende jaren. I&A investeringen 2026 Wet & Regelgeving De “Digital decade” wordt een begrip. De Europese ambitie “Strategisch Plan Horizon Europe” kent 5 missies die worden ondersteund door onder meer de digital decade. Het gaat om een set van in eerste instantie 13 wetten die in 2026 geïmplementeerd moeten zijn. DBP zal hierin investeren in 2026. e-Depot Het aansluiten bij een e-Depot is een vereiste volgens de nieuwe archiefwet en zal zowel eenmalige als structurele kosten met zich meebrengen. In 2026 zal DBP investeren in een e-Depot-oplossing of aangesloten zijn bij een e-Depot. Digitale dienstverlening Digitale dienstverlening groeit steeds verder.
De verdere ontwikkeling van deze dienstverlening zal in 2026 leiden tot investeringen, waarbij specifiek gekeken zal worden naar de mogelijkheden om AItoepassingen te integreren. Cloud & SaaS De afgelopen jaren heeft DBP steeds vaker gekozen voor softwarediensten uit de Cloud of als SaaS (Software as a Service), in plaats van software die op eigen systemen wordt geïnstalleerd. We zien echter een trend bij gemeenten waarbij ICT deels weer in huis wordt gehaald, wat tot investeringen
24
leidt. Ook DBP zal zorgvuldig de voor- en nadelen van beide opties afwegen om de beste keuze te maken. Common Ground Common Ground is de belangrijkste ICT-gerelateerde ontwikkeling vanuit de VNG en die begint steeds meer te leiden tot praktische toepassingen op het gebied van dienstverlening. In 2025 heeft de VNG een 'realisatiestrategie Common Ground' opgesteld. Wij nemen hieraan actief en volgen de ontwikkelingen. Naar verwachting zullen er steeds meer Common Ground-gebaseerde toepassingen beschikbaar komen, en zullen we in 2026 beginnen met het inzetten van deze oplossingen. Vervanging en aanbestedingen In 2026 lopen de contracten van verschillende softwareproducten en -diensten af, of zijn pakketten aan vervanging toe. Dit zal leiden tot aanbestedingen, waarbij we zorgvuldig zullen afwegen of we investeren in nieuwe software of kiezen voor het afnemen van SaaS-diensten. Hardware-investeringen In 2026 dienen vier servers in onze datacenters te worden vervangen. Het is noodzakelijk om de servers en opslag in de datacenters te vernieuwen om een goede dienstverlening te kunnen blijven garanderen. In 2026 zijn er verdere hardware-investeringen nodig, waaronder de vervanging van de externe firewall die het in- en uitgaande netwerkverkeer beveiligt. De leverancier van de huidige firewall stopt eind 2026 met het bieden van ondersteuning.
De externe firewall is een essentieel onderdeel van de netwerkbeveiliging en vormt de poort tussen ons netwerk en de buitenwereld. Daarnaast moeten ruim tweehonderd laptops van medewerkers en ongeveer driehonderd beeldschermen op verschillende werkplekken worden vervangen. Ook moeten enkele honderden smartphones worden vervangen, aangezien hiervoor geen beveiligingsupdates meer beschikbaar zullen zijn. Tot slot is er een investering nodig in de vervanging van werkplekswitches.
2.4
Paragraaf Bedrijfsvoering
Op basis van het BBV is het verplicht om een paragraaf op te nemen die ten minste inzicht biedt in de stand van zaken en de beleidsvoornemens met betrekking tot de bedrijfsvoering. Aangezien de begroting van DBP uitsluitend bestaat uit bedrijfsvoeringscategorieën, is dit al verwerkt in het programmaplan van deze begroting, waardoor een aparte paragraaf bedrijfsvoering niet nodig is.
2.5
Openbaarheidsparagraaf
De Wet openbaarheid van bestuur (Woo) is een wet die regelt dat overheidsinformatie openbaar moet zijn, zodat burgers kunnen zien hoe beslissingen worden genomen en inzicht krijgen in het handelen van een overheid. Het doel hiervan is transparantie en verantwoording. Burgers hebben het recht om informatie op te vragen bij overheidsorganisaties, tenzij er een geldige uitzondering is om dit niet te doen, zoals bescherming van privacy of de nationale veiligheid. De Woo legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Deze paragraaf geeft hier invulling aan voor de begroting 2026. De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo-contactfunctionaris aan te wijzen, 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking, 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking en
25
4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris De Woo verplicht overheidsorganisaties om een functionaris aan te stellen die verantwoordelijk is voor het afhandelen van verzoeken om informatie. Deze functionaris zorgt ervoor dat de wet correct wordt nageleefd, bewaakt de procedure voor openbaarheid van documenten en adviseert over de uitvoering van de wet binnen de organisatie. In 2024 heeft DBP een nieuwe Woo-contactfunctionaris aangesteld. Wij hebben gekozen voor een functiebenaming die laagdrempeliger is, namelijk ‘informatiecontactpersoon’. Passieve openbaarmaking Dit betreft lopende zaken waar in 2026 geen structurele veranderingen of investeringen voorzien zijn. Actieve openbaarmaking De Woo kent tien informatiecategorieën die overheidsorganisaties actief moeten publiceren. Deze categorieën bevatten belangrijke informatie die toegankelijk moet zijn voor het publiek, zoals beleidsdocumenten, vergaderstukken, jaarverslagen, contracten en aanbestedingen, informatie over subsidies en overheidsfinanciering, bestuursbesluiten en besluiten van toezichthouders en informatie over de kosten van overheidsdiensten. Dit is bedoeld om de transparantie van de overheid te vergroten en burgers beter in staat te stellen inzicht te krijgen in het handelen van de overheid.
DBP werkt samen met vertegenwoordigers van de drie gemeenten in een stuurgroep, waarmee de zorgvuldige en tijdige implementatie van alle wettelijke taken die de Woo met zich meebrengt, voor zowel DBP als de gemeenten wordt gewaarborgd. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen 8 jaar - gerekend vanaf mei 2022 - op orde wordt gebracht. Dit is een meerjarig traject waarin met jaarplannen voor de uitvoering wordt gewerkt. Hierbij worden de punten van de VNG (“Woo - wat moeten we nu”) als leidraad gehanteerd voor de prioritering in de komende jaren. 1. Iedere gemeente heeft de beschikking over of is aangesloten op een e-Depotvoorziening. We verwachten in 2026 een e-Depot oplossing te hebben dan wel aangesloten te zijn bij een e-Depot. 2. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Dit betreft het tijdig vernietigen van informatie. Dit is een meerjarige inspanning die ook in 2026 doorloopt. 3. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op emailarchivering. In 2025 werken we aan de implementatie van Microsoft 365, dit is een randvoorwaarde voor het implementeren van de Capstone-methodiek. Deze is nodig voor het archief technisch bewaren van e-mails van sleutelfiguren binnen de organisatie. De verwachting is dat dit voor 2026 gerealiseerd zal zijn. 4. Iedere gemeente heeft beheer georganiseerd op tekstberichten.
De verwachting is dat dit beheer in 2026 is geïmplementeerd. 5. Iedere gemeente heeft een informatiebeheerplan (minimaal ingericht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). Een informatiebeheerplan is een dynamisch document en vereist voortdurende aandacht en inspanning om dit actueel te houden.
26
6. Iedere gemeente hanteert een kwaliteitssysteem voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. We hebben een kwaliteitssysteem voor informatiebeheer en zullen dit blijven uitbreiden. Dit is een doorlopende inspanning. 7. Iedere gemeente heeft een metagegevensschema vastgelegd en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens gekoppeld. Wij hebben het metagegevensschema vastgelegd en zullen dit blijven door ontwikkelen om te voldoen aan dan geldende standaarden en ontwikkelingen. Dit is een doorlopende inspanning.
27
Financiële begroting
28
3. Overzicht van baten en lasten en toelichting 3.1
Cijfers begroting
De begroting voor 2026 is opgesteld op basis van de ervaringen en resultaten uit het eerste jaar van DBP in 2024, en de begroting voor 2025. Hierin zijn de effecten van inflatie en cao-ontwikkelingen verwerkt. Vervolgens zijn de noodzakelijke en onvermijdelijke budgetverhogingen, die door het bestuur in het bestuurlijk overleg van 12 februari 2025 zijn goedgekeurd, toegevoegd. Ten slotte heeft het bestuur een aantal bezuinigingsvoorstellen ontvangen en afgewogen, waarbij rekening is gehouden met de haalbaarheid, de impact op de organisatie en de dienstverlening aan de gemeenten, en de financiële effecten. De door het bestuur goedgekeurde ombuigingen zijn vervolgens in deze begroting verwerkt. Voor diverse kleine(re) mutaties heeft DBP zelf dekking gezocht en weten te vinden. Deze zijn daarom niet opgenomen in deze begroting. Net als in voorgaande jaren zal DBP in 2026 proberen om budgetoverschrijdingen zoveel mogelijk zelf op te vangen binnen de lopende begroting. De inschatting is dat dit met de nodige inspanningen en budgetdiscipline mogelijk zal zijn. Hiermee wordt een gecalculeerd risico genomen. Als in de loop van het jaar de financiële positie daar aanleiding toe geeft kan er zo nodig worden bijgesteld in de tussenrapportages. Omschrijving
Begroting 2026 Noodzakelijke Bestaand beleid budgetwijzigingen
Bezuinigingen
Begroting 2026
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Overige bedrijfsvoerings lasten
22.608.000 12.478.800
696.000 1.118.400
-587.000 -448.000
22.717.000 13.149.200
Totaal (excl. bijdragen gemeenten)
35.086.800
1.814.400
-1.035.000
35.866.200
29
Omschrijving Salariskosten (incl. inhuurkosten) - Extra formatie - Bezuiniging formatie Opleidingen Overige personeelslasten - Licenties HR - Recruitment - Bezuiniging fruit op je werk - Bezuiniging dienstreizen - Bezuiniging personeelsvereniging Huisvestingskosten ICT - Automatisering - Businesssoftware - Bezuiniging software - Bezuiniging licenties - Bezuiniging hybride vergaderapparatuur Vennootschapsbelasting
Begroting 2026 Noodzakelijke Bestaand beleid budgetwijzigingen 22.608.000
696.000 696.000
Bezuinigingen
Begroting 2026
-587.000
22.717.000
-587.000 375.700
-
-
375.700
1.105.000
59.000 39.000 20.000
-45.500
1.118.500
-22.000 -20.000 -3.500 285.700
-
-
285.700
4.593.000
219.500 158.500 61.000
-167.500
4.645.000
-100.000 -57.500 -10.000 3.500
Overige bedrijfsvoering - Cao 2026 (nog af te sluiten) - Inflatie 2026 - Kostenstijging facilitair - Kostenstijging archief - Kosten A&O fonds, vakbonden en WSGO - Kosten lease auto's - Kosten jaarafsluiting Centric - Bezuiniging wet open overheid - Bezuiniging kapitaallasten - Bezuiniging organisatieontwikkeling - Bezuiniging externe opslag - Bezuiniging kantoorartikelen
6.115.900
Totaal (excl. bijdragen gemeenten)
35.086.800
-
-
839.900 472.500 218.900 50.000 35.000 30.000 27.000 6.500
-235.000
3.500 6.720.800
-100.000 -100.000 -25.000 -5.000 -5.000 1.814.400
-1.035.000
35.866.200
30
Onvermijdelijke budgetverhogingen 2026 1. Extra formatie - € 486.000 structureel en € 210.000 incidenteel voor 2026 en 2027 Uitbreiding formatie applicatiebeheer Door de toegenomen werkzaamheden op het gebied van applicatiebeheer, firewallbeheer en software-installaties is een uitbreiding van de formatie met 3,7 FTE noodzakelijk. De werkzaamheden zijn gegroeid door de uitbreiding van het aantal platforms van één naar vier, het splitsen van diverse applicaties en door organisatie-specifieke aanpassingen die onderhouden moeten worden. Dit resulteert in een verhoogde werkdruk voor applicatiebeheerders, systeembeheerders en helpdeskmedewerkers. Meer gebruikers betekent immers niet alleen meer accounts die aangemaakt en beheerd moeten worden, maar ook meer vragen en problemen die opgelost dienen te worden. Hetzelfde geldt voor de werkzaamheden met betrekking tot de groei van het applicatielandschap en het aantal servers. De structurele kosten van de formatie-uitbreiding bedragen € 319.000 per jaar. Uitbreiding formatie datagedreven werken DBP kan niet in de bestaande en groeiende vraag vanuit de gemeenten voorzien. Er is een enorme toename van aanvragen op het gebied van datagedreven werken. Door de toenemende financiële druk en de groeiende uitgaven, bijvoorbeeld binnen het sociaal domein, wordt het nog belangrijker om effectief op budgetten te sturen.
Het is essentieel om beleidsvorming, uitvoering en monitoring te baseren op feiten en data. Hiervoor is structureel 1 FTE nodig (€ 80.000) en is voor 1 FTE (€ 100.000) incidenteel budget nodig voor de jaren 2026 en 2027. Uitbreiding formatie HR-advies Elke organisatie heeft zijn eigen ambities, visie en kernwaarden, wat vraagt om een andere inzet van de adviescapaciteit van de HR Businesspartner op het gebied van organisatieontwikkeling. Het takenpakket omvat het adviseren van de gehele organisaties, in plaats van enkel specifieke onderdelen of clusters. Dit leidt ertoe dat meer inhoudelijke taken verschuiven naar de operationele adviseurs. Daarnaast is er een groeiende behoefte aan operationele HR-adviescapaciteit. Meer medewerkers betekent meer casussen. We zien een toename in het aantal functioneringskwesties die moeten worden opgepakt. In sommige teams heerst onvrede, wat vraagt om advies en begeleiding bij teamontwikkeling. Ook door de snelheid van wervingsprocessen ontstaan er meer mismatches, waardoor selectie- en arbeidsvoorwaardenprocedures vaker moeten worden doorlopen. Om te kunnen voldoen aan de toegenomen vraag vanuit de organisaties is uitbreiding van de formatie met 1 FTE noodzakelijk.
Uitbreiding formatie recruitment Een uitbreiding van de formatie met 1 FTE is noodzakelijk, aangezien er structureel extra kosten worden gemaakt die niet binnen de huidige formatie kunnen worden opgevangen. Aanvullend budget is nodig om de basisdienstverlening te waarborgen, waaronder het onderhoud van vier 'werken voor'-sites. Verder zijn er extra werkzaamheden op het gebied van arbeidsmarktcommunicatie, zoals het op maat maken van vacatureteksten, het afstemmen van communicatie per organisatie voor sociale media en andere uitingen en het begeleiden van campagnes. Daarnaast neemt het contractbeheer van recruitmentcontracten toe en groeit het aantal vacatures per jaar. Hiervoor is in 2026 en 2027 een jaarlijks budget van € 110.000 nodig. 2. Licenties HR - € 39.000, structureel De kosten voor HR21 licenties zijn door de ontvlechting en de opsplitsing in vier organisaties gestegen met € 14.000 op jaarbasis. HR21 is een systematiek voor het waarderen van functies binnen
31
de publieke sector in Nederland, en wordt vaak gebruikt voor het inrichten van functiewaarderingssystemen bij gemeenten. HR21 staat voor "Human Resources 21" en is een model ontwikkeld door Leeuwendaal, een adviesbureau op het gebied van organisatieadvies en HR. De kosten voor overige HR-gerelateerde applicaties zijn op jaarbasis structureel met € 25.000 gestegen, vanwege de autonome groei van de organisaties en het toegenomen aantal medewerkers. 3. Recruitment - € 20.000, structureel De kosten voor verschillende recruitmentcontracten (zoals LinkedIn) zijn gestegen. In 2023 is een inschatting gemaakt van deze contractkosten, maar de werkelijke kosten blijken € 20.000 hoger te zijn dan oorspronkelijk voorzien. 4. Automatisering onderhoud inventaris en apparatuur - € 158.500, structureel De kosten voor hardware stijgen door de groei van het datacenter, de verdere uitbreiding van de servercapaciteit en het toenemende aantal gebruikers. Door de ontvlechting van de gemeentelijke omgevingen is het datacenter met 30% in omvang gegroeid, wat extra investeringen in infrastructuur vereist. Deze uitbreiding zorgt ervoor dat de systemen voldoende capaciteit hebben om de toegenomen vraag van de verschillende gemeenten en afdelingen te kunnen verwerken.
Daarnaast leidt de groei van het serverpark tot een stijging van de kosten, aangezien er meer hardware en beheercapaciteit nodig zijn om de grotere hoeveelheid data te verwerken en op te slaan. In 2024 is het aantal gebruikers gestegen naar het maximumaantal van 1650, wat gelijk is aan het aantal aangeschafte Microsoft-licenties. Om het aantal gebruikers met 50 te kunnen uitbreiden, dienen er extra licenties te worden aangeschaft, zodat iedereen toegang heeft tot de benodigde Microsoft-producten op onze infrastructuur. De jaarlijkse structurele kosten bedragen ongeveer € 495 per basislicentie, wat voor 50 extra licenties neerkomt op € 24.000 aan structurele kosten op jaarbasis. Een andere kostenstijging wordt veroorzaakt door de toename van het aantal laptops en mobiele telefoons, mede als gevolg van de groei van het aantal medewerkers binnen de organisatie. Ook de aanvragen van gemeenten om bijvoorbeeld dubbele beeldschermen te plaatsen, dragen bij aan de verhoging van de kosten voor apparatuur en inrichting. De uitbreiding van de gemeentewerven van één naar drie locaties brengt extra kosten met zich mee voor de benodigde infrastructuur, apparatuur en ondersteunende systemen. Deze ontwikkelingen zijn onvermijdelijk en noodzakelijk om de groeiende organisatie en het verhoogde aantal gebruikers van de gemeentelijke systemen en diensten goed te kunnen blijven ondersteunen. 5.
Businesssoftware - € 61.000, structureel De structureel hogere ICT-kosten worden veroorzaakt door een aantal ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, die zowel nieuw beleid als uitbreiding van bestaande systemen omvatten. Deze digitalisering is vaak wettelijk verplicht of anderszins noodzakelijk voor de uitvoering van gemeentelijke taken. Voorbeelden hiervan zijn de investeringen in cybersecurity en archivering, die essentieel zijn voor de bescherming van gegevens en de naleving van wet- en regelgeving voor de vier organisaties. Specifieke kostenposten binnen deze digitalisering zijn onder andere de implementatie van cybertools, de uitbreiding van e-Depot voor digitale archivering en de noodzakelijke koppelingen van systemen. Daarnaast hebben we te maken met noodzakelijke uitbreidingen van licenties en de indexatie van de prijzen door leveranciers. Dit zien we onder andere bij toepassingen voor data gedreven werken,
32
zoals het dataplatform. Deze technologieën zijn essentieel voor het optimaliseren van de bedrijfsvoering en het verbeteren van de dienstverlening aan inwoners en bedrijven. Deze digitale ontwikkelingen en de bijbehorende kostenstijgingen zijn onvermijdelijk en noodzakelijk voor het waarborgen van de veiligheid, efficiëntie en het naleven van onze wettelijke verplichtingen binnen de gemeentelijke organisaties. 6. Cao 2026 (vanaf 1 april 2025) - € 472.500, structureel De huidige Cao Gemeenten/SGO loopt af op 1 april 2025. De onderhandelingen voor een nieuwe cao zijn op 15 november 2024 gestart. De werkgeversorganisatie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), en de vakbonden die betrokken zijn bij de cao-onderhandelingen, hebben op dit moment nog geen akkoord bereikt. Daardoor is de uitkomst of looptijd van de nieuwe cao nog niet te voorspellen. Gezien het bovenstaande en op advies van de Provincie, wordt er voor het jaar 2026 een schatting opgenomen van de verwachte gevolgen van de nieuwe cao, die vanaf 1 april 2025 van kracht zal zijn. De schatting is gebaseerd op de "Loonvoet sector overheid", die voor 2026 wordt geraamd op 2,0%. Dit komt neer op een verwachte stijging van de salarislasten met € 472.500. 7. Inflatie 2026 - € 218.900, structureel Voor de budgetverhogingen vanwege de inflatie is voor 2026 uitgegaan van 2,4%.
Dit is het meest recente cijfer dat het Centraal Planbureau (CPB) heeft gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Dit cijfer, dat betrekking heeft op de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP), is opgenomen in het CEP dat op 11 maart 2024 werd uitgebracht. 8. Facilitaire budgetten - € 50.000, structureel Door de autonome groei van de organisaties en het toegenomen aantal medewerkers, nemen de facilitaire lasten structureel toe met € 50.000 per jaar. 9. Gemeentearchief - € 35.000, structureel De jaarlijkse kosten voor archiefbeheer en inspectie van de gemeentelijke analoge archieven door de gemeente Rotterdam zijn € 35.000 hoger dan begroot. 10. A&O-fonds gemeenten en vakbonden - € 30.000, structureel De kosten voor het A&O (Arbeidsmarkt & Opleidingen) Fonds Gemeenten komen voor rekening van DBP. Bij de ontvlechting van de BAR-organisatie zijn deze budgetten naar de gemeenten gegaan. Het A&O Fonds is een gezamenlijk fonds van de vakbonden en de werkgeversorganisaties binnen de gemeentelijke sector in Nederland. Het A&O Fonds Gemeenten verstrekt onder andere subsidies voor opleidingen, trainingen, en andere projecten die bijdragen aan de ontwikkeling van werknemers in gemeentelijke organisaties. 11. Leaseauto’s - € 27.000, structureel Bij de ontvlechting van de BAR-organisatie is er in de begroting van DBP geen budget opgenomen voor de kosten van leaseauto’s.
Dit budget was er wel in de voormalige BAR-organisatie. Er dient nu alsnog een jaarlijks structureel budget van € 27.000 geraamd te worden voor drie leaseauto's voor de landmeters, een auto voor de facilitaire afdeling en een auto voor de crisisorganisatie.
33
12. Administratie Sociaal Domein - € 6.500, structureel De structurele kosten van softwareleverancier Centric voor de ICT-jaarafsluiting zijn bij de ontvlechting niet geraamd. Er is een structureel budget van € 6.500 nodig, waaruit de kosten voor het afsluiten van het jaarwerk kunnen worden gedekt. Voor de budgetverhogingen opgenomen bij punt 6 en 7 (cao en inflatie) is de principe-afspraak gemaakt dat DBP hiervoor compensatie krijgt van de gemeenten. Deze posten zijn bij elkaar opgeteld € 691.400. Er heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden binnen het bestuur over de aanvullende budgetten die zijn opgenomen bij overige punten. Deze noodzakelijke budgetverhogingen bedragen in totaal € 1.123.000, waarvan € 913.000 structureel van aard is en € 210.000 incidentele budgetverhogingen voor de jaren 2026 en 2027 betreft. De oorzaken van deze verhogingen zijn o.a. de autonome groei en het daarmee toegenomen aantal medewerkers binnen deze organisaties, de effecten veroorzaakt door de het verzorgen van de dienstverlening voor meerdere organisaties en de nagekomen effecten van de ontvlechting. Het is belangrijk op te merken dat niet alle geïnventariseerde noodzakelijke budgetverhogingen zijn opgenomen in bovenstaande lijst. Op een aantal vlakken heeft het bestuur ervoor gekozen om geen extra budget aan de gemeenten te vragen.
In plaats daarvan zal DBP in 2026 proberen om deze kosten binnen de eigen begroting op te vangen, door nog scherpere keuzes te maken over wat daadwerkelijk noodzakelijk is. Dit wordt gedaan met het doel voor ogen om de gemeentelijke begrotingen zo min mogelijk te belasten. Ook hierover is binnen het bestuur uitvoerig overleg gevoerd. Bezuinigingen 2026 1. Bezuiniging formatie - € 587.000, structureel Financieel advies Het terugbrengen van de formatie van financieel advies met 1 FTE levert een jaarlijkse besparing van € 96.000 op. Functie teamleider laten vervallen Door een teamleidersfunctie te laten vervallen kan een jaarlijkse besparing worden gerealiseerd van € 106.250. WMO-frontoffice Door procesoptimalisatie binnen de WMO Frontoffice, onder andere door digitalisering en het inzetten van RPA (robotprocesautomatisering), kan een jaarlijkse structurele besparing worden behaald. Formatie medewerker archief Door de toenemende automatisering neemt het fysieke archiefwerk af. Hierdoor kan een besparing worden gerealiseerd door een functie van archiefmedewerker niet in te vullen. ICT Service Continuity manager
34
De functie van ICT Service Continuity manager is nog niet ingevuld. Door deze functie ook vanaf 2026 niet in te vullen kan een besparing van € 96.500 worden behaald. Het niet invullen betekent mogelijk een risico op kwaliteitsproblemen op termijn. Leveranciersmanager Door de functie van leveranciersmanager niet in te vullen kan een bezuiniging € 109.500 worden gerealiseerd. Het niet invullen brengt wel een kwaliteitsrisico op termijn met zich mee. Cloudadviseur Deze functie niet invullen levert € 62.750 op. Dit verhoogt wel het risico op vertraging bij de overgang naar de Cloud/SaaS. Op termijn kan dit leiden tot hogere infrastructurele kosten voor hardware. Strateeg De besparing van 0,5 FTE op de functie van strategen binnen DBP levert een bezuiniging van € 50.000 op. Er wordt wel ingeleverd op “denkkracht” voor een organisatie die volop in ontwikkeling is. Organisatie verkiezingen DBP maakt kosten indien er verkiezingen (Tweede kamer, gemeenteraad, Provinciale Staten, Europees parlement, Waterschap) worden georganiseerd. Door deze kosten, die DBP tot op heden voor eigen rekening nam, door te belasten aan de gemeenten kan een bedrag van naar schatting gemiddeld € 6.500 op jaarbasis worden bezuinigd. 2. Fruit op het werk - € 22.000, structureel Het afschaffen van het aanbieden van gratis fruit aan de medewerkers levert een jaarlijkse bezuiniging van € 22.000 op. 3.
Dienstreizen - € 20.000, structureel Door een aanpassing van de regeling en werkwijze kan een besparing van € 20.000 op de reiskosten voor woon-werk- en dienstreizen worden behaald. 4. Bijdrage aan personeelsvereniging - € 3.500, structureel Afschaffing van de jaarlijkse bijdrage leidt tot een besparing van € 3.500. 5. Softwarebudgetten realistisch begroten - € 100.000, structureel Door realistisch te begroten kan een bezuiniging worden gerealiseerd. Er bestaat wel een risico dat deze bezuiniging mogelijk in de toekomst zal leiden tot tekorten in de exploitatiebudgetten voor software. 6. Software licenties - € 57.500, structureel Door intensievere onderhandelingen te voeren met softwareleveranciers kan dit budget structureel met € 57.500 worden verminderd. 7. Hybride vergaderapparatuur - € 10.000, structureel
35
Het beperken van het aanbod aan hybride vergaderapparatuur leidt tot een besparing van € 10.000 op jaarbasis. Door het aanbod te verminderen zal er meer vergaderd dienen te worden via laptops met camera. 8. Woo-budget - € 100.000, structureel Op het Woo-budget kan structureel een besparing van € 100.000 worden gerealiseerd. Deze besparing wordt behaald door minder gebruik te maken van ingehuurd personeel. Daarnaast kunnen de kosten voor software worden verlaagd door optimaal gebruik te maken van bestaande middelen en applicaties. 9. Herberekening kapitaallasten - € 100.000, structureel Door een herberekening van de meerjarige kapitaallasten van de investeringen, kan er jaarlijks een besparing van € 100.000 worden gerealiseerd op deze post. 10. Organisatieontwikkeling - € 25.000, structureel Op dit budget kan een bezuiniging van € 25.000 worden gerealiseerd. Dit kan wel leiden tot een verschraling van de mogelijkheden tot organisatieontwikkeling, met minder mogelijkheden voor de organisatie tot gevolg. 11. Externe opslag meubilair - € 5.000, structureel Door te stoppen met het extern opslaan van meubilair kan een besparing worden gerealiseerd. Dit betreft afgeschreven meubilair, waarvan hergebruik hierdoor niet meer mogelijk is. 12. Kantoorartikelen - € 5.000, structureel Een versobering van het aanbod aan kantoorartikelen levert € 5.000 op jaarbasis op.
Begrotingsjaar 2027 DBP heeft in aanloop naar de opstelling van de begroting 2026 verschillende bezuinigingsmogelijkheden in beeld gebracht. Op deze wijze neemt DBP medeverantwoordelijkheid voor de financiële krapte bij de drie gemeenten. Op basis van deze voorstellen hebben wij bezuinigingen van 4,5% kunnen realiseren. Deze besparing wordt in twee jaar gerealiseerd. In 2026 besparen wij € 1.035.000 en dit loopt in 2027 op naar € 1.534.500 structureel. Deze ombuigingen zijn eerder toegelicht. Door de bezuinigingen in aanloop naar het ‘ravijnjaar 2026’ in gang te zetten levert DBP een realistische en afgewogen bijdrage aan de opgaven waarvoor de gemeenten ook in 2027 en latere jaren komen te staan. Door in de begroting 2026 keuzes te maken, is de basis voor de begroting 2027 gelegd, het jaar waarin de tweede fase van de bezuinigingen wordt doorgevoerd.
36
Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten 2026 Lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
23.118.700 375.700 1.118.500 285.700 4.718.500 3.500 6.800.700
22.739.200 375.700 1.098.500 285.700 4.718.500 3.500 6.884.100
22.529.200 375.700 1.098.500 285.700 4.718.500 3.500 6.884.100
22.529.200 375.700 1.098.500 285.700 4.718.500 3.500 6.884.100
Totaal lasten
36.421.300
36.105.200
35.895.200
35.895.200
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
-401.700 -73.500 -79.900
Standaard bijdragen deelnemende gemeenten: - Albrandswaard - Barendrecht - Ridderkerk
-7.676.700 -13.960.000 -13.792.100
-7.600.900 -13.839.900 -13.671.900
-7.555.400 -13.757.200 -13.590.100
-7.555.400 -13.757.200 -13.590.100
Maatwerk bijdragen deelnemende gemeenten: - Albrandswaard - Barendrecht - Ridderkerk
-56.800 -113.400 -267.200
-56.800 -113.400 -267.200
-56.800 -113.400 -267.200
-56.800 -113.400 -267.200
-36.421.300
-36.105.200
-35.895.200
-35.895.200
Totaal saldo van baten en lasten
-
-
-
-
Gerealiseerd resultaat
-
-
-
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering
22.717.000 375.700 1.118.500 285.700 4.645.000 3.500 6.720.800
22.337.500 375.700 1.098.500 285.700 4.645.000 3.500 6.804.200
22.127.500 375.700 1.098.500 285.700 4.645.000 3.500 6.804.200
22.127.500 375.700 1.098.500 285.700 4.645.000 3.500 6.804.200
Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten)
35.866.200
35.550.100
35.340.100
35.340.100
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) ICT Overige bedrijfsvoering
Totaal baten
Saldo
-
37
Bijdragen deelnemende gemeenten:
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
- Albrandswaard - Barendrecht - Ridderkerk
-7.733.500 -14.073.400 -14.059.300
-7.657.700 -13.953.300 -13.939.100
-7.612.200 -13.870.600 -13.857.300
-7.612.200 -13.870.600 -13.857.300
Totaal bijdragen
-35.866.200
-35.550.100
-35.340.100
-35.340.100
-
-
-
-
Reservemutaties
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
- Stortingen - Onttrekkingen - Saldo
memorie memorie -
memorie memorie -
memorie memorie -
memorie memorie -
-
-
-
-
Totaal saldo van baten en lasten
Gerealiserd resultaat
Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden in dit overzicht de baten en lasten per programma weergegeven. DBP heeft echter maar één programma: Bedrijfsvoering. Wel zijn de baten en de lasten gerubriceerd naar enkele kostencategorieën. Toelichting gemeentelijke bijdragen en maatwerk Naast het collectieve dienstverleningspakket kunnen gemeenten, indien er specifieke wensen zijn op het gebied van dienstverlening, aparte individuele budgetten beschikbaar stellen. Dit gebeurt meestal via de tussenrapportages. In de post ‘Maatwerk bijdragen deelnemende gemeenten’ zijn de structurele mutaties, die in de tussenrapportages van 2024 zijn gespecificeerd, verwerkt. Zo zijn de specifieke en structurele maatwerkwensen voor softwareapplicaties voor alle gemeenten opgenomen. Daarnaast is het fiscaal werkbudget voor alle gemeenten in de maatwerkbijdragen opgenomen. Ook hebben er na de ontvlechting budgetverschuivingen plaatsgevonden, die als maatwerk zijn verwerkt. Voor Barendrecht en Ridderkerk is specifiek een bedrag opgenomen in de structurele maatwerkbijdrage voor de verhuur van werkplekken in de gemeentehuizen aan DBP.
3.2
Gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd
Bij het opstellen van de begroting zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Ontwikkeling personele kosten De afgesloten cao’s worden gevolgd. DBP mag de financiële gevolgen van nieuwe cao’s, gestegen werkgeverspremies, gestegen kosten voor dienstreizen en gestegen opleidingskosten bij de gemeenten in rekening brengen. - Opleidingskosten Het jaarlijkse opleidingsbudget is 1,5% van de begrote loonkosten. - Inflatie Voor het te hanteren inflatiepercentage wordt gebruik gemaakt van prognoses van het Centraal Planbureau. DBP mag de kosten van de gestegen inflatie bij de gemeenten in rekening brengen. -
Meerjarenraming
38
Voor de meerjarenbegroting worden constante prijzen gehanteerd. - Risico's De risico’s van DBP worden opgenomen in de individuele risicoprofielen van de gemeentelijke begrotingen. Wettelijke nieuwe taken Het uitgangspunt is dat DBP de financiële gevolgen van (nieuwe) taken, voortvloeiend uit nieuwe of gewijzigde wetgeving, aan de gemeenten mag doorberekenen. Investeringen In de begroting is een meerjarig investeringsschema opgenomen. Voor de meerjarige dekking van nieuwe kapitaallasten zoekt DBP-dekking uit de vrijval van bestaande kapitaallasten of een stelpost binnen de eigen begroting. - Bekostiging door de gemeenten Bij de bekostiging (verrekening) wordt onderscheid gemaakt tussen collectieve en individuele dienstverlening. De collectieve dienstverlening wordt voor alle gemeenten gelijk uitgevoerd waardoor de uitvoering efficiënt kan worden ingericht en gemeenten dus besparen op hun uitvoeringskosten. Het collectieve dienstverleningspakket wordt aan de drie gemeenten doorbelast op basis van de afgesproken procentuele verdeelsleutel, die is afgestemd op de inwoneraantallen. Deze verdeelsleutel wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de meest recente cijfers van het CBS. Dit levert de volgende verdeelsleutel op: Albrandswaard: Barendrecht: Ridderkerk:
26.705 inwoners 48.562 inwoners 47.978 inwoners
21,67% 39,40% 38,93%
Naast het collectieve dienstverleningspakket kunnen de gemeenten, indien er specifieke wensen zijn op het gebied van dienstverlening, hiervoor aparte individuele budgetten beschikbaar stellen. Deze maatwerkbudgetten zijn doorgaans meerjarig en structureel. In de begroting zijn daarom vanaf dit jaar per gemeente twee bedragen opgenomen: één voor de bijdrage aan de standaarddienstverlening en één voor de bijdrage aan maatwerkdiensten geleverd door DBP. - Wijzigingen in het dienstverleningspakket of aanvullende diensten Wijzigingen in het geleverde dienstenpakket worden vooraf besproken door DBP en de colleges. - Autorisatieniveau Het autorisatieniveau van de het bestuur van de begroting van DBP is op het niveau van de totaalbedragen van de baten en lasten. Financieel toezicht door Provincie Uitgangspunt is repressief toezicht door de Provincie Zuid-Holland. - Gegarandeerde afname taken gedurende 5 jaar De gemeenten garanderen dat zij gedurende 5 jaar (minimaal tot eind 2028) de taken zoals die bij de ontvlechting zijn overeengekomen zullen afnemen van DBP. Dit is ook vastgelegd in de tekst van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. -
Uitbreiding (wettelijke) taken van de gemeente(n)
39
Bij een uitbreiding van de (wettelijke) taken van de gemeente(n) hoort een uitbreiding van de formatie van de bedrijfsvoering. In voorkomende gevallen worden hierover nadere afspraken gemaakt. - Verantwoording jaaroverschrijdende dienstverlening of projecten Dienstverleningsopdrachten of projecten kunnen jaaroverschrijdend zijn. De verantwoording van deze jaaroverschrijdende posten vindt daarom volledig plaats in de administratie van DBP. - Prestatie-indicatoren In 2025 zal door het CMT een nieuwe set prestatie indicatoren worden ontwikkeld en opgesteld. Voor financiën is de indicator “een meerjarig sluitende exploitatie”. De afwijking in de jaarrekening van DBP mag ten opzichte van de begroting niet meer dan 1% zijn. - Reserves DBP mag een reserve aanhouden. De reserve is maximaal 2% van de begroting van DBP. DBP kan deze reserve zelf vullen uit eventuele voordelige jaarrekeningresultaten. De reserve wordt alleen ingezet voor incidentele uitgaven. Een inzet van de reserve wordt verantwoord in de jaarrekening.
3.3
Overzicht incidentele baten en lasten
In deze paragraaf worden de incidentele baten en lasten gepresenteerd die voor 2026 zijn geraamd. Het BBV verplicht het opnemen van een overzicht van de incidentele baten en lasten in de begroting. Incidentele baten en lasten betreffen inkomsten en uitgaven die niet structureel van aard zijn, maar die zich incidenteel voordoen als gevolg van bijvoorbeeld specifieke projecten, subsidies, of andere bijzondere gebeurtenissen. Structurele lasten dienen gedekt te worden door structurele baten wil er in de begroting sprake zijn van een structureel evenwicht. Om vast te kunnen stellen dat er sprake is van een structureel evenwicht is inzicht nodig in welke baten en lasten incidenteel zijn en welke structureel. Voor 2026 (en 2027) zijn de volgende incidentele lasten geraamd: Uitbreiding formatie datagedreven werken € 100.000. Het bestuur van DBP heeft besloten om voor de jaren 2026 en 2027 tijdelijk 1 FTE toe te kennen. Uitbreiding formatie recruitment € 110.000. Ook voor deze formatie-uitbreiding heeft het bestuur besloten voor de jaren 2026 en 2027 tijdelijk budget toe te kennen. Tegenover deze incidentele lasten van bij elkaar opgeteld € 210.000 staan in 2026 en 2027 verhoogde bijdragen van de gemeenten voor dezelfde bedragen.
3.4
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve
DBP mag een gelimiteerde reserve aanhouden, wat de wendbaarheid van de organisatie vergroot bij incidentele gebeurtenissen. De reserve stelt DBP in staat om schommelingen in de exploitatie op ten vangen, en is daarnaast bedoeld om efficiënt en zuinig werken te bevorderen. Met deze reserve is DBP beter in staat overschrijdingen of incidentele lasten zelf op te vangen binnen de lopende begroting. Op deze wijze hoeven de gemeenten niet om extra middelen te worden gevraagd. In 2026 zijn er nog geen toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve begroot.
40
3.5
Geprognosticeerde meerjarenbalans
Deze geprognosticeerde balans geeft inzicht in de ontwikkeling van de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. De indeling is hetzelfde als de balans in de rekening, maar niet zo gedetailleerd. Activa Omschrijving
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
1-1-2030
Vaste activa Materiële activa - economisch nut Materiële activa - maatschappelijk nut
4.478.500 4.106.500 3.624.500 3.182.500 3.024.500 4.478.500 4.106.500 3.624.500 3.182.500 3.024.500 -
Totaal activa
4.478.500 4.106.500 3.624.500 3.182.500 3.024.500
Passiva Omschrijving
1-1-2026
Vaste passiva Reserves (eigen vermogen) Overige reserves: onverdeeld resultaat 2024
1.841.000 1.841.000 1.841.000 1.841.000 1.841.000
Voorzieningen Langlopende schulden
1.174.300 1.174.300 1.174.300 1.174.300 1.174.300 -
Vlottende passiva Kortlopende schulden
2.637.500 2.265.500 1.783.500 1.341.500 1.183.500 2.637.500 2.265.500 1.783.500 1.341.500 1.183.500
Totaal Passiva
4.478.500 4.106.500 3.624.500 3.182.500 3.024.500
3.6
666.700
1-1-2027
666.700
1-1-2028
666.700
1-1-2029
666.700
1-1-2030
666.700
EMU-saldo
Het EMU-saldo is ingevoerd door de Europese Unie om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden te kunnen maken. Het is het vorderingensaldo op transactiebasis. Is het saldo positief dan is er sprake van een vorderingenoverschot. Is het saldo negatief, dan is er een vorderingentekort. Dit tekort mag niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Deze 3% geldt voor de Nederlandse overheid in haar geheel (Rijk en decentrale overheden). Om de afzonderlijke provincies en gemeenten een beeld te geven wat dit voor hen betekent publiceert het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties jaarlijks individuele EMUreferentiewaarden. Dit betreft geen norm maar geeft een indicatie van het aandeel van een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm. Gemeenschappelijke regelingen hebben geen individuele referentiewaarde. Het EMU-saldo van een gemeenschappelijke regeling maakt onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende gemeenten
41
DBP heeft net als gemeenten een boekhoudstelsel van baten en lasten. Het verloop van het EMUsaldo is voor de komende jaren als volgt bepaald:
Omschrijving
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
Bij: afschrijvingen ten laste van de exploitatie
1.457.000
1.457.000
1.457.000
1.457.000
Af: investeringen in (im)materiële activa die op de balans worden geactiveerd
-1.085.000
-975.000 -1.015.000 -1.299.000
Exploitatiesaldo voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
EMU-saldo
372.000
482.000
442.000
158.000
42
Bijlagen
43
Bijlage Investeringen Investeringsplan 2026-2029
2026
2027
2028
2029
Diverse hardware Totaal Automatisering
400.000 400.000
400.000 400.000
400.000 400.000
400.000 400.000
Diverse software Totaal Informatie management
500.000 500.000
500.000 500.000
500.000 500.000
500.000 500.000
Audio visuele middelen Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2025 Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2026 Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2027 Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2028 Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2029 Vervangen kantoormeubilair/bureaustoelen 2029 Herinrichting bedrijfsrestaurants 2029 Totaal Mens & Faciliteiten
25.000
25.000
25.000
25.000
Totaal
160.000 50.000 90.000
185.000 1.085.000
75.000
115.000
248.000 26.000 100.000 399.000
975.000 1.015.000 1.299.000
Audiovisuele middelen Jaarlijks wordt een bedrag gereserveerd voor vervanging van de apparatuur. Daarnaast wordt er geïnvesteerd in doorontwikkeling en in de aanschaf van moderne hybride vergaderapparatuur. Vervangen kantoormeubilair/werkplekken 2029 In 2029 is de vervanging van de werkplekken in het gemeentehuis en op de begraafplaats van Ridderkerk gepland. Bij het bepalen van de investeringsbudgetten is rekening gehouden met een verwachte prijsstijging van 30% ten opzichte van 2019. Herinrichting bedrijfsrestaurants 2029 Ook de meubels van de bedrijfsrestaurants moeten in 2029 worden vervangen, waarbij rekening wordt gehouden met een prijsstijging van 30% ten opzichte van 2019.
44
Bijlage Taakvelden Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar deze Bijlage Taakvelden gaan en in kosten van overhead die naar het hiernavolgende Overzicht Overhead gaan. Taakvelden zijn 53 - in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten - voorgeschreven zorggebieden die betrekking hebben op taken en daaraan gerelateerde activiteiten. De directe kosten zijn naar de taakvelden verdeeld op basis van verdeelsleutels gebaseerd op de staat van personeelslasten en een opgave van de managers en teamleiders over de werkzaamheden die de medewerkers verrichten. De cijfers zijn indicatief. De verdeling is bewust eenvoudig gehouden. Totalen per taakveld begroting 2026
DBP Lasten
Baten Albrandswaard
Gemeenten Barendrecht
Ridderkerk
0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting 1.2 Openbare orde en veiligheid 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.3 Inkomensregelingen 6.4 WSW en beschut werk 6.5 Arbeidsparticipatie instrumenten gericht op toeleiding naar werk 6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 6.71a Hulp bij huishouden (WMO) 6.71b Begeleiding (WMO) 6.71c Dagbesteding (WMO) 6.71d Overige maatwerkarrangementen (WMO) 6.72a Jeugdhulp begeleiding 6.72b Jeugdhulp behandeling 6.72c Jeugdhulp dagbesteding 6.72d Jeugdhulp zonder verblijf overig 7.3 Afval 8.3 Wonen en bouwen
50.300 143.600 33.280.800 10.100 25.000 3.500 5.700 55.600 1.108.400 94.000 149.700 390.200 15.300 15.300 15.300 15.300 106.300 105.400 105.400 105.400 401.700 219.000
-153.400 -401.700 -
10.900 31.100 7.140.200 2.200 5.400 800 1.200 12.100 240.200 20.400 32.400 84.500 3.300 3.300 3.300 3.300 23.000 22.800 22.800 22.800 47.500
19.800 56.600 12.994.400 4.000 9.900 1.400 2.200 21.900 436.700 37.000 59.000 153.800 6.000 6.000 6.000 6.000 41.900 41.500 41.500 41.500 86.300
19.600 55.900 12.992.900 3.900 9.700 1.300 2.200 21.600 431.500 36.600 58.300 151.900 6.000 6.000 6.000 6.000 41.400 41.100 41.100 41.100 85.200
Totaal
36.421.300
-555.100
7.733.500
14.073.400
14.059.300
45
Bijlage Overzicht Overhead Dit is een verplichte bijlage bij de begroting. De begroting is daarvoor gesplitst in directe kosten die naar de Bijlage Taakvelden gaan (zie de bijlage hiervoor) en in kosten van overhead die naar dit Overzicht Overhead gaan. In de geactualiseerde Notitie Overhead van de Commissie BBV wordt overhead gedefinieerd als: "Het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen." Deze definitie verduidelijkt dat overheadkosten alle kosten zijn die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers die direct betrokken zijn bij het primaire proces. Daarnaast omvat het ook de systemen en bijkomende kosten die deze ondersteunende functies mogelijk maken. Deze geactualiseerde notitie is van toepassing per begrotingsjaar 2026 voor gemeenschappelijke regelingen. Overhead
Lasten
Baten
Salariskosten, opleidingen en overige personeelslasten Personele benodigdheden ICT benodigdheden Kantoorbenodigdheden Stelposten Huisvesting
21.704.700 1.074.300 5.016.200 3.047.700 2.790.000 285.700
-67.900
Totaal overhead
33.918.600
-153.400
-73.500 -12.000
46
Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner (DBP) Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk Werken samen op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken op basis van de kernwaarden
dichtbij, aandacht, ontwikkeling en zakelijk
JAARSTUKKEN 2024
Versie bestuur DBP 9 juli 2025
Inhoudsopgave A. Jaarverslag Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner........................................ 3 Inleiding ................................................................................................................................................4 Financiële samenvatting.......................................................................................................................5 1. Programmaverantwoording ............................................................................................................8 1.1 Doelstellingen ................................................................................................................................8 1.2 Prestatieafspraken en indicatoren .................................................................................................9 1.3 Financiën ..................................................................................................................................... 12 1.4 Prioriteiten en algemene ontwikkelingen .................................................................................. 12 1.5 Rechtmatigheid financiële beheershandelingen 15 2. Paragrafen .....................................................................................................................................
16 2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................ 16 2.2 Paragraaf Financiering ................................................................................................................. 23 2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................... 25 2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering ............................................................................................................ 26 2.5 Openbaarheidsparagraaf ............................................................................................................. 27 B. Jaarrekening 2024 Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner ..........................29 3.1 Balans .......................................................................................................................................... 30 3.2 Toelichting op de balans ............................................................................................................. 34 3.3 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 41 3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten ........................................................................
42 3.5 Staat van incidentele baten en lasten ......................................................................................... 46 3.6 Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve.......................................................................... 47 3.7 Heffing vennootschapsbelasting .................................................................................................. 47 3.8 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen .......................................................................... 48 3.9 Begrotingsrechtmatigheid ........................................................................................................... 51 3.10 Rechtmatigheidsverantwoording .............................................................................................. 52 Bijlage Taakvelden ............................................................................................................................. 53 Overzicht Overhead........................................................................................................................... 53 C. Overige gegevens ....................................................................................................................54 Staat van kredieten 2024 ..................................................................................................................
55 Bijlage Overzicht (administratieve) begrotingswijzigingen ................................................................ 57 Bijlage Gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages............................. 60 Bijlage Ontvlechtingsbalans GR BAR ................................................................................................. 62 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant ..................................................................... 65
2
A. Jaarverslag Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner
Inleiding Voor u liggen de jaarstukken 2024 van de gemeenschappelijke regeling De BedrijfsvoeringsPartner (hierna DBP). Het zijn de eerste jaarstukken van DBP, als rechtsopvolger van de GR BAR. DBP is het samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk op het gebied van de bedrijfsvoeringstaken. Het doel van deze samenwerking is het leveren van goede, integraal afgestemde producten en diensten in de gehele keten van de bedrijfsvoering tegen acceptabele kosten met een efficiënt ingerichte, kostenbewuste en ontwikkelgerichte organisatie. In dit document wordt verantwoording afgelegd over het in 2024 gevoerde beleid. Samenwerking en Partnerschap De aard van de relatie tussen de drie gemeenten en DBP is partnerschap. Vanuit gezamenlijkheid wordt gewerkt aan goede ondersteuning ten behoeve van de maatschappelijke opgaven bij de drie gemeenten. Daarmee is de bedrijfsvoering een integraal onderdeel van de gemeentelijke processen. Niet een op afstand geplaatste organisatie maar een partner die dichtbij is. Collega’s die samen werken aan opgaven. Elk vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid maar wel altijd met het gezamenlijke doel voorop. In 2024, het eerste jaar na de ontvlechting is veel geïnvesteerd in de samenwerking. Samenwerking binnen de bedrijfsvoering zelf om dienstverlening in samenhang te kunnen bieden.
En samenwerking met de collega’s bij de gemeenten. In 2025 krijgt deze samenwerking een verdere impuls. Met als doel een toekomstbestendige gemeentelijke bedrijfsvoering als onderdeel van de gemeentelijke opgaven. De begroting 2024 is het uitgangspunt geweest voor de opstelling. De jaarstukken bestaan uit drie onderdelen: A. Het jaarverslag waarin een toelichting wordt gegeven op de uitvoering van de bedrijfsvoering, B. De jaarrekening, waarin de financiële weergave staat, C. Overige gegevens. A. Jaarverslag In de begroting 2024 zijn twee hoofddoelen benoemd, die DBP wil bereiken: 1. Het ontzorgen van ‘onze’ drie gemeenten, nu en in de toekomst op het gebied van de gehele keten van bedrijfsvoering. 2. Een fijne en goede werkgever zijn voor haar medewerkers. Een werkgever met een eigen ‘gezicht’ en eigen identiteit. Een organisatie die er mag zijn. In het jaarverslag is aan de hand van deze hoofddoelstellingen in prestatieafspraken en indicatoren uitgewerkt op welke wijze de organisatie hier uitvoering aan heeft gegeven. In de paragrafen wordt inzicht gegeven in: - Het weerstandsvermogen en de risico’s, - De financiering, - De kapitaalgoederen, - De bedrijfsvoering, - De rechtmatigheidsverantwoording, - Diverse verplichtingen aangaande openbaarheid uit de Wet Open Overheid (WOO).
4
B. Jaarrekening In de jaarrekening is de balans met toelichting opgenomen en het exploitatieresultaat inclusief een toelichting bij de relevante afwijkingen ten opzichte van de begroting. Ook de Bijlage Taakvelden en het Overzicht Overhead maken onderdeel uit van de jaarrekening. C. Overige gegevens Hier zijn de volgende bijlagen opgenomen: - De staat van kredieten 2024, - Het overzicht van de (administratieve) begrotingswijzigingen 2024, - De gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages. De bedragen in de jaarstukken zijn afgerond op honderden euro's, tenzij anders aangegeven. Ontvlechten BAR-organisatie en opbouw van vier nieuwe organisaties Per 1 januari 2024 was de ontvlechting van de BAR-organisatie een feit. 2024 werd hiermee een uitdagende balans tussen het ontvlechten van de BAR-organisatie, het opbouwen van de eigen organisatie DBP, en ondersteuning bij de opbouw van drie gemeentelijke organisaties, terwijl ondertussen de reguliere dienstverlening ‘gewoon’ moest doorgaan. Geen gemakkelijke opgave, waarbij de nieuwe verhoudingen flink werden afgetast, en eraan gewend moest worden dat sommige werkzaamheden vier keer moesten worden uitgevoerd en afgestemd, in plaats van één keer.
Vol trots kijken we terug op een succesvol jaar waarin we in hoog tempo in staat zijn geweest om de nieuwe organisatie op te bouwen én te ontwikkelen, met behoud van kwalitatieve dienstverlening; een prestatie van formaat. De ontvlechting heeft op bijna alle teams een impact gehad. De impact was vooral groot op ICTgebied, waar achter de schermen intensief werd gewerkt aan het ontvlechten van de ICTinfrastructuur. Dit zorgde ervoor dat per 1 januari 2024 de vier organisaties hun werk konden voortzetten, met vrijwel alle systemen die ononderbroken beschikbaar bleven voor de gebruikers. Vervolgens is de ontvlechting van de data daarachter een enorme klus waar de ICT-capaciteit grotendeels naartoe is gegaan in 2024, en in 2025 tot afronding zal komen. Daarnaast is het transitiebureau er in geslaagd om in 2024 een groot aantal medewerkers naar een nieuwe werkgever te begeleiden via een van-werk-naar-werk-traject. Een beperkt aantal overgebleven medewerkers zal in 2025 verder begeleid worden in dit traject, net als de resterende langdurig zieke medewerkers in het re-integratie traject.