CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

22. 2025-036732 MRDH Aanbiedingsbrief raden voorlopige jaarstukken MRDH 2024.pdf

Gemeenteraad AW 2 juni 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken33.590 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl

De raden van de 21 gemeenten die deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag

KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon Martijn Vollering e-mail m.vollering@mrdh.nl

Datum

24 april 2025 Onderwerp

Aanbieding voorlopige jaarstukken MRDH 2024 Geachte raad,

telefoonnummer 088 5445 119 uw kenmerk n.v.t. ons kenmerk

aantal bijlage(n) 2

Met elkaar. Voor elkaar. Dat is het motto van de Strategische Agenda van de MRDH. Daarin staat hoe 21 gemeenten samen de bereikbaarheid gaan verbeteren en de economie vernieuwen. De concrete activiteiten die volgen uit de Strategische Agenda worden jaarlijks geïntegreerd in de begroting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De begroting geeft zo smart mogelijk aan wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat kost. De voortgang van deze activiteiten wordt via de bestuursrapportages en de jaarrekening verantwoord. Met deze brief bieden wij u, conform artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), de voorlopige jaarstukken 2024 van de MRDH aan. De jaarstukken vormen een integrale verantwoording van onze begroting en daarmee van de activiteiten in onze samenwerking, met daarin zowel de programma’s voor verkeer en openbaar vervoer als een programma voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat. De accountantscontrole van de jaarrekening is inmiddels afgerond. In de voorlopige jaarstukken bevindt zich de goedkeurende controleverklaring. Het jaar 2024 wordt afgesloten met een voordelig resultaat en heeft volledig betrekking op het programma Economisch vestigingsklimaat.

Bereikte resultaten: Economisch Vestigingsklimaat Campusprogramma Via de co-financiering van campusversterkingsprojecten en het organiseren van campusnetwerksessies verbeteren we de samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. In 2024 heeft de MRDH vanuit de bijdrageregeling twee campusversterkingsprogramma's gefinancierd. Het betreft een bijdrage aan het gebiedsontwikkelingsconcept Werken, Leren en Innoveren van de gemeente Den Haag. Met deze bijdrage wordt een nadrukkelijk een regionaal effect wordt beoogd: campussen hebben een regionale werking die door de goede (OV) verbindingen in de regio optimaal benut worden als broedplaats voor het aanjagen van talent en innovatie. De aanpak kan van meerwaarde zijn voor andere gemeenten in de regio.

Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.

Daarnaast is er een bijdrage verleend aan het project Urban Living Lab Bickhaven van de gemeente Den Haag: vanuit deze locatie wordt er onderzoek gedaan naar klimaatadaptie, in samenwerking met het mbo en hbo onderwijs. De binnen de regio ontwikkelde, geteste en goedgekeurde innovaties krijgen een praktijktoets in Den Haag, waarna deze ook bij andere gemeenten toegepast kunnen worden. Leven Lang Ontwikkelen programma Het Leven Lang Ontwikkelen programma zorgt door om- en bijscholing van werkenden en werkzoekenden voor een kwalitatief goede beroepsbevolking, die op alle niveaus bijdraagt aan de regionale economie. In 2024 heeft de MRDH vanuit de bijdrageregeling binnen dit thema drie projecten gefinancierd. Gemeente Vlaardingen heeft het programma Gaan voor een baan opgestart, waarbij het met name gaat om loopbaan-oriëntatie en loopbaanverbreding van jongeren in de waterweggemeenten richting de techniek. Gemeente Den Haag (in samenwerking met gemeente Rotterdam) ontving een bijdrage voor het project Niemand Langs De Kant. In dit project worden onderwijskundige professionals ingezet voor werkzoekenden die een startkwalificatie willen behalen. Vanuit de gemeente Delft is het project Kickstartlab gestart, waarbij de competentie ondernemerschap centraal staat.

Dit programma is vormgegeven met meerdere mbo’s en hbo in de regio, waarbij mkbondernemers een belangrijke coachende rol vervullen. Versterken mkb We versterken het mkb door bij te dragen aan projecten waarin het mkb gestimuleerd wordt innovatie toe te passen. In 2024 was dat het project Global Market Entry Program van de gemeente Den Haag. Doel van het project is om het regionale mkb te ondersteunen om een internationale markt succesvol te betreden. Het bestaande programma wordt met deze bijdrage ook opengesteld voor het mkb in alle MRDH-gemeenten. Versterken innovatie-ecosysteem en innovatieprogramma’s In 2024 startte de bovenregionale samenwerking tussen de MRDH, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den Haag, Rotterdam en Leiden voor een beter vestigingsklimaat voor startups/scaleups. Dat leidt in 2025 tot een samenwerkingsprogramma met focus op het bundelen van krachten op het gebied van toegang tot talent, toegang tot (inter)nationale markten en toegang tot investeringen. De MRDH subsidieerde YES!Delft voor het Region of the Future programma. Het maken van een chatbot voor een aantal gemeenten heeft geleid tot een nieuwe startup. InnovationQuarter heeft mede door cofinanciering van de MRDH startups kunnen helpen hun producten en diensten op de markt te brengen en te laten groeien.

In 2024 zijn twee edities van het Market Readiness Programma georganiseerd waarmee 36 startups en innovatieve mkb’ers geholpen zijn. Vernieuwen van werklocaties Door regionale afstemming sturen wij als regio op een gezonde balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. In de strategie werklocaties MRDH 2019-2030 zijn afspraken gemaakt over het toevoegen en transformeren van kantoren. Door het transformeren van kantoren de afgelopen jaren en door invulling van bestaande kantoren is de leegstand de afgelopen jaren afgelopen gedaald tot 6,7% (peildatum 2023). Voor het beter benutten van bestaande werklocaties verleende de MRDH aan projectvoorstellen van vijf gemeenten in totaal ruim 900.000 euro.

2

Bereikte resultaten: Verkeer en Openbaar Vervoer Mobiliteitsvisie In 2024 is gestart met de ontwikkeling van de Mobiliteitsvisie voor de 21 samenwerkende gemeenten. Hierbij zijn naast de gemeenten ook partners als RET, HTM, EBS, de provincie Zuid-Holland, het Rijk, het Havenbedrijf en andere stakeholders betrokken. Via onder andere meereisparticipatie is in gesprek gegaan met inwoners en reizigers. Deze participatie maakt deel uit van een bredere pilot rond inwonerbetrokkenheid. Met de aanstelling van een bestuurlijk verkenner vooral voor het thema ‘publieke mobiliteit’ is besloten om meer tijd te nemen voor de besluitvorming. Doel is een breed gedragen en ambitieuze visie die inspeelt op urgente mobiliteitsopgaven. De start van de zienswijzeperiode is voorzien na de zomer van 2025. Lobby BDU In het voorjaar van 2024 heeft de MRDH Kamerleden en kabinetsonderhandelaars geïnformeerd over de noodzaak van extra middelen voor het openbaar vervoer. In het regeerakkoord werd echter voorgesteld om Specifieke Uitkeringen (SPUKs), inclusief de Brede Doeluitkering (BDU), over te hevelen naar gemeenten en provincies, gecombineerd met een korting van 10%. Dit zou leiden tot een gezamenlijke korting van €110 miljoen voor MRDH en de Vervoerregio Amsterdam. Na intensieve lobby-inspanningen is op 11 november 2024 besloten de directe bekostiging van de BDU te behouden.

Daarmee vervalt ook de noodzaak tot bezuinigingen. De MRDH blijft in overleg met het Rijk over de financiële impact van dit besluit, onder meer via gesprekken met de staatssecretaris, politieke partijen en een brede maatschappelijke alliantie. Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) Begin 2024 is de bestuursovereenkomst ondertekend voor de Nieuwe Stadsbrug en OV Rotterdam. Hiermee is de studie- en planfase gestart. Onderwerpen die zijn onderzocht zijn onder meer de keuze voor OV-techniek, het aantal perrons bij station Stadionpark, veiligheid van de brug en het verwijderen van goederentreinsporen bij het Stadionpark. Samen met Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Den Haag, provincie en Rijk wordt toegewerkt naar een projectbesluit (verwacht in 2026) voor het project Bereikbaarheid CID Binckhorst (werktitel: De Vlietlijn) De planfase om te komen tot een tramverbinding en bereikbaarheidsmaatregelen, inclusief inwonerparticipatie, is gestart. Eind 2024 is de Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO) voor de MIRT-verkenning Oude Lijn vastgesteld. Hierin zijn kansrijke maatregelen opgenomen voor het openen van vier nieuwe stations, verbetering van bestaande stations, en frequentieverhoging van sprinters tussen Den Haag en Dordrecht. De voorkeursbeslissing en bijbehorende financiering worden verwacht in het BO MIRT 2025.

Verkeersveiligheid Het Regionale Programma Gedragsbeïnvloeding 2022–2025 heeft geleid tot een toename van verkeerseducatie door gemeenten. In 2024 namen 16 gemeenten deel (tegenover 6 in 2023). Deelname aan SCHOOL op SEEF bleef stabiel (44%), terwijl het aantal scholen bij Totally Traffic steeg naar 102 (42%). In totaal zijn er 49 subsidieaanvragen ingediend binnen de categorie Verkeersveiligheid.

3

Openbaar vervoer In 2024 zijn diverse maatregelen genomen ter verbetering van het OV-systeem. Zo is de HOVverbinding door de Maastunnel geopend, wat zorgt voor snelle verbindingen tussen Rotterdam CS, Erasmus MC en Zuidplein. Sinds december 2024 rijden twee buslijnen door de Maasdeltatunnel, waardoor de verbinding tussen Voorne-Putten en Schiedam aanzienlijk is verbeterd. Samen met Rotterdam en RET is de eerste fase van het plan nieuwe tramnet in uitvoering genomen. De nieuwe lijnvoering van het tramnet is ingegaan op 6 januari 2025. De Maasvlaktehopper verbindt sinds eind 2024 Brielle, het havengebied, Maassluis én Maasland. Daarnaast is bij Pijnacker Zuid een keervoorziening gerealiseerd, waardoor op metrolijn E een frequentieverdubbeling in de spits mogelijk is. HTM en RET hebben met MRDH gewerkt aan oplossingen voor netcongestie binnen het OV. Begin 2025 is de pilot ‘Energiebank’ bij RET afgerond. Deze en andere pilots bieden kansen voor opschaling. In 2025 wordt dit uitgewerkt in een gezamenlijk plan en een akkoord met het Rijk over netcongestie en openbaar vervoer.

Bestuurlijke behandeling De bestuurlijke behandeling van de concept jaarstukken start in de Rekeningcommissie van 02 juni 2025. Deze commissie met uit elke gemeente een raadslid voert het jaarrekening onderzoek uit en brengt verslag inclusief een advies uit aan het algemeen bestuur van de MRDH. De Rekeningcommissie is daarmee hét controlerend orgaan van de raadsleden. Na de Rekeningcommissie zullen de concept jaarstukken 2024 behandeld worden op 11 juni in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. De bestuurscommissie EV zal op 11 juni een voorstel voor resultaatbestemming doen, waarna dit aan het dagelijks bestuur zal worden voorgelegd in de vergadering van 30 juni. De bestuurlijke behandeling wordt afgesloten in het algemeen bestuur op 11 juli. Wie Bestuurscommissie Vervoersautoriteit Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat Rekeningcommissie MRDH Dagelijks bestuur Algemeen bestuur

Wanneer 11-06-2025 11-06-2025 02-06-2025 30-06-2025 11-07-2025

Voor eventuele vragen over de jaarstukken MRDH 2024 kunt u contact opnemen met Martijn Vollering via m.vollering@mrdh.nl. Het dagelijks bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag,

C. Mourik secretaris

J. van Zanen voorzitter 4

Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag Typ tekstTyp tekst

GAD/2025.30

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 A Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2024 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag te Rotterdam (MRDH) gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2024 en van het vermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 31 december 2024 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1 het overzicht van baten en lasten over 2024; 2 de balans per 31 december 2024; 3 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; 4 de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks Bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2024; 5 de SiSa-bijlage (Single information, Single audit) met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; 6 de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld; en

7

de Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi publieke sector (WNT).

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2024, de Controleverordening MRDH (vastgesteld door het Algemeen bestuur op 19 december 2014) en het controleprotocol accountantscontrole MRDH Jaarrekening 2024 dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 6 december 2024. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de MRDH zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

www.denhaag.nl

Gemeentelijke accountantsorganisatie Den Haag GAD/2025.30 29 april 2025

ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 6,5 miljoen. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2024. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het Algemeen Bestuur overeengekomen dat wij tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 125.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn. Controleaanpak frauderisico's De GAD maakt zelf een inschatting van de frauderisico’s bij de MRDH en vormt zich een beeld over de controlemaatregelen van interne beheersing die de organisatie heeft getroffen om mogelijke fraudes en/of niet naleving van wet- en regelgeving van materieel belang te voorkomen.

Daarnaast stellen wij vast of deze maatregelen effectief zijn. Beleidsplan fraudepreventie en frauderisico-analyse De MRDH heeft invulling gegeven aan haar zorgplicht op het gebied van fraudebeheersing door onder meer het opstellen van het Interne Controleplan MRDH 2024 en de beleidsnota fraudepreventie, inclusief een frauderisicoanalyse, die in 2024 door het management is vastgesteld. De beleidsnota fraudepreventie is in maart 2024 vastgesteld voor onbepaalde tijd en wordt, indien nodig, aangepast op basis van nieuwe fraudecasuïstiek, integriteitsschendingen of relevante ontwikkelingen binnen de planning- en controlcyclus van de organisatie. De bijbehorende frauderisicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd en betrokken bij de controle van de jaarrekening van de MRDH. Een frauderesponsplan, waarin wordt beschreven hoe de organisatie optreedt in het geval dat fraudegevallen of integriteitsschendingen zich voordoen, is nog onderhanden. De MRDH voert systematisch interne controle-onderzoeken uit waarbij de naleving van interne procedures en voorschriften wordt getoetst en aan de directie wordt gerapporteerd. Bij onze controle nemen wij kennis van deze rapporten. Onze werkzaamheden gericht op de frauderisico-analyse voor de controle van de jaarrekening Binnen alle organisaties bestaat het risico van het doorbreken van de interne beheersingsmaatregelen door het management.

Dit frauderisico hebben wij in de uitvoering van onze controlewerkzaamheden dan ook geïdentificeerd evenals een frauderisico op de uitgaande geldbeweging. De belangrijkste mogelijkheden voor management manipulatie bevinden zich binnen de handmatige en/of extracomptabele elementen van de controle omgeving, waaronder handmatige journaalposten en de totstandkoming van schattingen. In het kader van onze controle heeft de GAD aandacht besteed aan de interne processen rondom schattingen en aanvullende detailcontroles uitgevoerd. Daarnaast heeft de GAD aandacht besteed aan de organisatie van het geldverkeer en aan de wijze waarop verplichtingen (rechtmatig conform verordeningen en interne procedures) tot stand komen en door subsidie ontvangers worden nageleefd (middels naleving van het door de MRDH vastgestelde M&O-beleid).

2/6

Gemeentelijke accountantsorganisatie Den Haag GAD/2025.30 29 april 2025

Tijdens de controle van de jaarrekening 2024 zijn geen aanwijzingen van fraude onder onze aandacht gekomen. Er zijn geen gevallen van niet naleving van wet- en regelgeving onder onze aandacht gekomen, met uitzondering van de door de MRDH aan ons gerapporteerde rechtmatigheidsbevindingen. Controleaanpak veronderstellingen inzake financiële risico’s in relatie tot de financiële positie Het begrip van de balans, de risico’s en de ontwikkeling van de BDU in meerjarig perspectief in relatie tot het meerjarig Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is van belang om de financiële positie van de MRDH te begrijpen. Hiervoor zijn ook de BBV-paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing en Financiering in de jaarstukken van belang. De toekomst van de MRDH bevat (financiële) onzekerheden over reizigersaantallen voor de OVconcessies, prijsontwikkelingen, krapte op de arbeidsmarkt, de groei van de mobiliteit (wegen en spoor), achterblijvende compensatie voor areaaluitbreiding en voor meer trajecten. De MRDH heeft maatregelen geïmplementeerd om in meerjarig perspectief de bestuurlijke wensen, de financiële risico’s, het planningsoptimisme, de budgettaire kaders (BDU) en de meerjarenbegroting (inclusief IPVa) op elkaar af te stemmen. Daarnaast zijn met de OV-concessiehouders (financiële) afspraken gemaakt.

Met deze beheersinstrumenten beheerst het bestuur van de MRDH toereikend de financiële risico’s en de effecten daarvan voor de financiële positie en de continuïteit. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2024 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. B Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat: • Het jaarverslag, zijnde de programmaverantwoording (hoofdstuk 2 onder ‘Wat wilden we bereiken’ en ‘Wat is er voor gedaan’), de paragrafen (hoofdstuk 3), het Voorwoord, hoofdstuk 1 Samenhang en opbouw jaarrekening MRDH, verenigbaar is met de jaarrekening en geen materiële afwijkingen bevat. • Het jaarverslag alle informatie bevat die op grond van het BBV is vereist.

• De andere informatie opgenomen in het jaarverslag en/of andere in de jaarstukken opgenomen onderdelen met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het Dagelijks Bestuur van de MRDH is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

3/6

Gemeentelijke accountantsorganisatie Den Haag GAD/2025.30 29 april 2025

C Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten Ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet hebben wij onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiëleverhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSabijlage). Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2024 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen, in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiëleverhoudingswet - de Regeling Informatieverstrekking SiSa.

In dit kader is het Dagelijks Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het Dagelijks Bestuur noodzakelijk acht om de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel ingevolge artikel 213 lid 3 (b) Gemeentewet. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2024, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSa-verantwoordingsinformatie 2024 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. Onze controle bestond onder andere uit: •

•

•

D

Het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controleinformatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeente. Het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur voor de jaarrekening Het Dagelijks Bestuur van de MRDH is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het Dagelijks Bestuur is ook verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder verordeningen van de MRDH, opgenomen bepalingen, zoals

4/6

Gemeentelijke accountantsorganisatie Den Haag GAD/2025.30 29 april 2025

opgenomen in Controleprotocol MRDH Accountantscontrole 2024 en voor het getrouw toelichten van de financiële rechtmatigheid in de jaarrekening. In dit kader is het Dagelijks Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het Dagelijks Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het Dagelijks Bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de MRDH in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het Dagelijks Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de MRDH.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, de timing en de omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024, de Controleverordening MRDH en het Controleprotocol MRDH Accountantscontrole 2024, het Controleprotocol WNT 2024, ethische voorschriften en de onafhankelijkheids-eisen. Onze controle bestond onder andere uit: •

•

Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de MRDH.

5/6

Gemeentelijke accountantsorganisatie Den Haag GAD/2025.30 29 april 2025

•

•

• •

Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het Dagelijks Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan. Het vaststellen dat de door het Dagelijks Bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de MRDH in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de MRDH. Het evalueren van de presentatie, de structuur en de inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.

Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van de MRDH, rekening houdend met de invloed daarop van de aard en de significantie van de activiteiten van uitvoeringsorganisaties ten behoeve van de MRDH. Op basis hiervan hebben wij de aard en de omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van deze uitvoeringsorganisaties. Wij communiceren met het Algemeen Bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en de timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Den Haag, 29 april 2025 Origineel getekend door

Gemeentelijke Accountantsorganisatie Den Haag M. Perkgöz RA accountant

6/6

Metropoolregio Rotterdam Den Haag

JAARSTUKKEN 2024

Metropoolregio Rotterdam Den Haag Postbus 21012 3001 AA Rotterdam telefoon: 088-5445100 e-mail:informatie@mrdh.nl website: www.mrdh.nl Document Sharepoint …-…-2025

1

Inhoudsopgave

Inhoud Deel 1. Jaarverslag .............................................................................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 1.......................................................................................................................................................................................................... 7 Samenhang en opbouw jaarstukken MRDH......................................................................................................................................................... 7 1.1 Strategie en resultaten................................................................................................................................................................................ 8 1.2 Metropoolregio van, voor en door 21 gemeenten........................................................................................................................................ 9 1.3 Samenwerking met partners .......................................................................................................................................................................

9 1.4 Het resultaat en de voorgestelde bestemming .......................................................................................................................................... 10 Programmaverantwoording ................................................................................................................................................................................ 11 2.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer ............................................................................................................................... 11 2.1.1 Wat wilden we bereiken en wat is ervoor gedaan? ................................................................................................................................ 11 2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren .................................................................... 11 2.1.1.2 Opdracht 3; actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren ................................................................................................... 20 2.1.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk ..............................................................................................................

32 2.1.2 Wat heeft het gekost? ............................................................................................................................................................................ 41 2.2 Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer........................................................................................................................... 47 2.2.1 Wat wilden we bereiken en wat is ervoor gedaan? ................................................................................................................................ 47 2.2.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren .................................................................... 47 2.2.1.2 Opdracht 3: actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren ................................................................................................... 51 2.2.1.3 Opdracht 5: versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .............................................................................................................. 53 2.2.2 Wat heeft het gekost? ............................................................................................................................................................................

58 2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat .............................................................................................................................................. 63 2.3.1 Wat wilden we bereiken en wat hebben ervoor gedaan? ....................................................................................................................... 63 2.3.1.1 Opdracht 2: toekomstbestendige economie stimuleren....................................................................................................................... 63 2.3.1.2 Opdracht 4: vernieuwen van werklocaties ........................................................................................................................................... 72 2

2.3.2 Wat heeft het gekost? ............................................................................................................................................................................ 75 2.4 Overzicht overhead .................................................................................................................................................................................. 83 Hoofdstuk 3........................................................................................................................................................................................................ 86 Paragrafen ......................................................................................................................................................................................................... 86 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................................................................... 86 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................................................................................

90 3.3 Financiering en treasury ........................................................................................................................................................................... 92 3.4 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................................................................... 99 3.4.1 MRDH-organisatie.............................................................................................................................................................................. 99 3.4.2 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................................................................. 102 3.4.3 Fraude en integriteit ......................................................................................................................................................................... 109 3.4.4 Informatiebeveiliging, privacy en informatiebeheer ...........................................................................................................................

110 3.4.5 Rechtmatigheid ................................................................................................................................................................................ 113 3.5 Verbonden partijen ................................................................................................................................................................................. 119 3.6 Subsidies ................................................................................................................................................................................................ 122 3.7 Wet open overheid (Woo) ....................................................................................................................................................................... 123 DEEL 2. ........................................................................................................................................................................................................... 125 JAARREKENING .............................................................................................................................................................................................

125 Hoofdstuk 4...................................................................................................................................................................................................... 125 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN........................................................................................................................................................... 125 4.1 Overzicht van baten en lasten per programma ....................................................................................................................................... 126 4.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten .................................................................................................................................... 127 4.2.1 Analyse afwijkingen.......................................................................................................................................................................... 127 4.2.2 Overzicht van de incidentele baten en lasten ................................................................................................................................... 127 4.2.3 Overzicht van baten en lasten 2024 per taakveld ................................................................................................................................

129 4.2.4 Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves ...................................................................................... 130 4.2.5 WNT-gegevens ................................................................................................................................................................................ 131 3

Hoofdstuk 5...................................................................................................................................................................................................... 132 BALANS 2024 .................................................................................................................................................................................................. 132 5.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ................................................................................................................................ 133 5.2 Toelichting op de balans ......................................................................................................................................................................... 138 5.3 Niet uit de balans blijkende verplichtingen .............................................................................................................................................. 154 5.4 Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................................................................................. 156 DEEL 3.

........................................................................................................................................................................................................... 157 OVERIGE GEGEVENS.................................................................................................................................................................................... 157 Hoofdstuk 6...................................................................................................................................................................................................... 158 BESLUIT .......................................................................................................................................................................................................... 158 Bijlage 1. Verantwoording 2024 conform SiSa .............................................................................................................................................. 159 Bijlage 2. Controleverklaring ......................................................................................................................................................................... 171 Bijlage 3.

Samenstelling bestuursorganen MRDH 2024 (per 31-12-2024) .................................................................................................... 172

4

Woord vooraf Met elkaar. Voor elkaar. Korter en krachtiger kunnen we de samenwerking van 21 gemeenten niet benoemen. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH); een regio die ertoe doet. Met 2,4 miljoen inwoners het meest dichtstbevolkte gebied van Nederland. Het biedt kansen en er zijn uitdagingen. We pakken ze samen op en is dat tot ieders voordeel. Vier belangrijke opgaven In 2023 stelden de samenwerkende gemeenten een Strategische Agenda met vier opgaven en zes opdrachten vast. Groei, Vernieuwing, Kwaliteit en Herstel; dat zijn de opgaven die de aankomende vier jaar centraal staan. . Het verbeteren van de bereikbaarheid en het versterken van het economisch vestigingsklimaat zijn de pijlers onder de regionale samenwerking. Geen doel op zich maar een manier om de welvaart en welzijn voor de huidige en toekomstige inwoners te vergroten. Want voor hen zijn we samen aan de slag. In dit jaarverslag leest u hoe we, in 2024, de daarvoor beschikbare financiële middelen inzette. Jan van Zanen en Carola Schouten, Voorzitters van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag

5

Leeswijzer Dit zijn de jaarstukken 2024 van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Conform de voorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording1 (BBV) bestaan de jaarstukken uit een jaarverslag (deel 1), een jaarrekening (deel 2) en overige gegevens (deel 3). Jaarverslag Het jaarverslag bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 gaat in op de integrale ambitie en activiteiten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag met daaraan gekoppeld een overzicht van de integrale jaarrekening. Hoofdstuk 2 betreft de programmaverantwoording van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat en de verantwoording van de overhead. Hoofdstuk 3 gaat onder meer in op de verplichte paragrafen. Jaarrekening De jaarrekening toont het overzicht van baten en lasten (hoofdstuk 4) en de balans (hoofdstuk 5). Overige gegevens De overige gegevens bevat het besluit tot vaststelling en andere bijlages.

1

De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. Op basis van de wet geldt het BBV ook voor gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH. 6

Deel 1. Jaarverslag -0-0-0Hoofdstuk 1

Samenhang en opbouw jaarstukken MRDH De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een vrijwillige gemeenschappelijke regeling van 21 gemeenten. Een netwerkorganisatie met wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer want de MRDH heeft de status van vervoerregio. Verkeer en vervoer De MRDH stelt de kaders voor het regionaal verkeer- en vervoersbeleid. De MRDH, is verder opdrachtgever van het regionale en stedelijke openbaar vervoer in de regio Rotterdam Den Haag. MRDH verleent de concessies voor metro, tram en bus aan vervoerbedrijven. In onze regio zijn dat RET, HTM en EBS. Ook verstrekken we subsidies voor diverse verkeer- en vervoerprojecten, voor beheer, onderhoud en vervanging van OV-infrastructuur en voor innovatieve mobiliteitsoplossingen. Economisch vestigingsklimaat De 21 gemeenten werken aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat in de regio Rotterdam Den Haag. Het beter benutten van bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden economische vernieuwing (via fieldlabs, startups), versterken van het MKB en de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Het zijn allemaal ambities die we de gezamenlijk oppakken. Een inwonerbijdrage vanuit de aangesloten gemeenten maakt dat mogelijk.

De Jaarstukken 2024 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn de verantwoording over de samenwerking, met daarin zowel de programma’s voor verkeer en vervoer als een programma voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat. De begroting 2024 is in het verslagjaar tweemaal bijgesteld. Het algemeen bestuur nam op 5 juli 2024 een besluit over de eerste Bestuursrapportage MRDH 2024 met aangepaste resultaten en activiteiten, inclusief een financiële begrotingswijziging. De tweede begrotingswijziging, opgenomen in de tweede Bestuursrapportage 2024, stelde het algemeen bestuur op 6 december 2024 vast.

7

1.1 Strategie en resultaten Waar doen we het voor? De economische kracht van landen is steeds sterker afhankelijk van het succes van stedelijke regio’s. Innovatie, nieuwe werkgelegenheid, de grote woningbouwopgave en duurzaamheid; de uitdagingen en oplossingen voor maatschappelijke opgaven liggen in toenemende mate in stedelijke regio’s. Dit is een wereldwijde trend. Concurrentie vindt steeds minder plaats tussen steden binnen landen, maar juist op internationale schaal tussen metropoolregio’s. Dit geldt zeker voor de metropoolregio Rotterdam Den Haag: op wereldniveau bescheiden in omvang, maar wél een van de meest complete regio’s ter wereld. De afgelopen jaren zijn de diverse gemeenten in de metropoolregio meer met elkaar verbonden. Zo is het woon-werkverkeer tussen de steden toegenomen. De MRDH stimuleert de bereikbaarheid en verbondenheid in de metropoolregio. Het is een voorwaarde om te komen tot de gewenste versterking van het economisch vestigingsklimaat. Vernieuwen economie, verbeteren bereikbaarheid Het economisch vestigingsklimaat verandert door invloeden van binnenuit en van buitenaf. Het is belangrijk om de regie te pakken op het versterken van de economie. Hoe stimuleer je werkgelegenheid, zodat ervaren werknemers en jong talent meekomen? En hoe krijgen ondernemers een goede uitgangspositie? Zo vraagt innovatie in het midden- en kleinbedrijf om actie.

Hoe zorgen we voor voldoende ruimte voor bedrijven in onze regio? Hoe zorgen we voor een betere match tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs? Het zijn vragen die een antwoord kregen in de vernieuwde Strategische Agenda van de MRDH die in 2023 werd vastgesteld. De Strategische Agenda is het koersdocument dat leidend is in de samenwerking van de 21 gemeenten die de metropoolregio vormen. Unieke positie Wat betreft het verbeteren van bereikbaarheid heeft de MRDH een unieke positie als vervoersautoriteit. De MRDH gaat over het toekennen van de regionale ov-concessies en het doen van investeringen in de infrastructuur. De 21 gemeenten bepalen gezamenlijk met de regionale en nationale partners de investeringen in bereikbaarheid van de regio. In de stedelijke gebieden wordt vooral ingezet op hoogwaardige ov- en betere fietsverbindingen. Zo benutten we de schaarse stedelijke ruimte zo efficiënt mogelijk en blijven buurten en binnensteden aantrekkelijk. Op die manier levert de MRDH een bijdrage aan het faciliteren van de grote verstedelijkingsopgave in de metropoolregio. In de minder dichtbevolkte delen van de regio is een groot ov-aanbod niet altijd de beste oplossing. De fiets en een goede bereikbaarheid voor autoverkeer vragen daar extra aandacht. Maar ook maatwerkvervoer biedt uitkomst.

En wat alle inzet met de verschillende modaliteiten verbindt: we zetten in op duurzaam vervoer en veilig verkeer. Dat is ook de inzet voor de mobiliteitsvisie die we met elkaar maken.

8

1.2 Metropoolregio van, voor en door 21 gemeenten Vanuit de eigen taken en bevoegdheden werkt de MRDH met al zijn partners aan de gezamenlijke uitdagingen. Voor het verbeteren van de bereikbaarheid is de MRDH vaak leidend via de vaststelling van beleidskaders, daarop aansluitende subsidieregels en concessieverlening in het openbaar vervoer. De MRDH heeft hier wettelijk toegekende taken en een eigenstandige positie. Het vernieuwen van de regionale economie gebeurt in samenwerking tussen de 21 gemeenten, kennisinstellingen en bedrijven. Daarbij zijn de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en InnovationQuarter (IQ) belangrijke partners. Ook biedt de MRDH een platform voor afstemming op het gebied van werklocaties en andere ruimtelijk-economische vraagstukken. De MRDH is verlengd lokaal bestuur. Er is een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur, waarin burgemeesters van de 21 gemeenten zitting hebben. Daarnaast zijn er bestuurscommissies, voor Verkeer & Vervoer en voor Economisch Vestigingsklimaat, waarin vakwethouders van de 21 gemeenten zitting hebben. Raadsleden zijn vertegenwoordigd in de adviescommissies voor Verkeer & Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat, alsmede de Rekeningcommissie. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen met de leden van de bestuursorganen in 2024.

De samenwerkende gemeenten worden ondersteund door de werkorganisatie, gevestigd aan de Westersingel te Rotterdam. De Wet normering topinkomens (WNT) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector. De algemene bezoldigingsnorm van de WNT bedraagt na indexering voor 2024: € 233.000 (2023: € 223.000). In overeenstemming met de WNT, ingevoerd op 1 januari 2013, zijn de gegevens van de secretaris-algemeen directeur, leden van het algemeen- en dagelijks bestuur, leden van de bestuurscommissies Vervoersautoriteit (Va) en Economisch Vestigingsklimaat (EV) van de MRDH vermeld in hoofdstuk 4.2.4 WNTgegevens. Betrokkenheid gemeenteraden De gemeenteraden hebben een belangrijke positie binnen de samenwerking van de MRDH. Gemeenteraadsleden zijn vertegenwoordigd in de twee adviescommissies en in de Rekeningcommissie. De gemeenteraden zijn tevens betrokken via de zienswijzeprocedures die gevolgd worden voor de onderwerpen die in de gemeenschappelijke regeling MRDH benoemd staan. Hiermee is de basis gelegd voor de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden.

1.3 Samenwerking met partners Naast het bundelen van de kracht van de 21 gemeenten is samenwerking met onder meer bedrijfsleven, kennisinstellingen, omliggende regio’s zoals Drechtsteden en Leiden, de provincie Zuid-Holland en het Rijk noodzakelijk om de ambities te realiseren. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag werkt vanaf de start nauw samen met bedrijfsleven, kennisinstellingen en andere overheden, bijvoorbeeld in de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Samenwerking met omliggende regio’s en de andere partners vindt plaats zowel bij de strategische trajecten als bij de uitvoering van concrete activiteiten.

9

Op landelijk niveau werkt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag samen met de Metropoolregio Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam, de Metropoolregio Eindhoven en de Groene Metropoolregio (Arnhem-Nijmegen). De MRDH neemt verder deel aan het DOVA (de samenwerking van de twaalf provincies en twee vervoerregio’s over openbaar vervoer), het Fietsberaad, het Nationaal Dataportaal Wegverkeer, de Verstedelijkingsalliantie, de Nationale Databank Openbaar Vervoer en aan activiteiten van het landelijk kenniscentrum CROW Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Verder neemt een regionale delegatie deel aan het jaarlijks bestuurlijk overleg van de Zuidelijke Randstad met het Rijk over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Op internationaal niveau werken we onder meer samen met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en participeren we in Europese netwerken, zoals European Metropolitan Transport Authorities (EMTA) en projecten. 1.4 Het resultaat en de voorgestelde bestemming Het jaar 2024 wordt afgesloten met een voordelig gerealiseerd saldo van baten en lasten van € 6.613.055. In de verslagperiode zijn twee begrotingswijzigingen voorgesteld, die op 5 juli respectievelijk 6 december 2024 door het algemeen bestuur zijn vastgesteld.

Bij de tweede begrotingswijziging besloot het algemeen bestuur om € 6.000.000 toe te voegen aan de bestemmingsreserve Risicoreserve financieringen en € 218.650 te onttrekken aan de bestemmingsreserve Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat (Egalisatiereserve EV). De dotatie aan de bestemmingsreserve Risicoreserve financieringen is conform begroting gerealiseerd, waarmee de reserve op het juiste niveau is gebracht. De onttrekking aan de Egalisatiereserve EV is ook conform begroting gerealiseerd. Na de mutaties in de reserves bedraagt het nog te bestemmen resultaat € 831.705. Dit resultaat heeft betrekking op het programma Economisch Vestigingsklimaat. Resultaatbestemming Aan het algemeen bestuur wordt voorgesteld om: 1. een bedrag van € 486.366 toe te voegen aan de Egalisatiereserve EV om het tekort van de reserve per 31 december 2024 aan te vullen; 2. Voorstel resterende resultaatbestemming van € 345.339 volgt na besluit bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (11 juni 2025).

10

Hoofdstuk 2

Programmaverantwoording -0-0-02.1 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de opdrachten uit de Strategische Agenda voor het verbeteren van de bereikbaarheid. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten. Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren. Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren. Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk. 2.1.1 Wat wilden we bereiken en wat is ervoor gedaan? De voortgang van de in de Begroting 2024 geformuleerde concrete acties is samengevat in onderstaande tabel. Project loopt volgens begroting Project loopt niet volgens begroting

2.1.1.1 Opdracht 1: investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan en prettig van huis naar werk reizen of ergens recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio op duurzame wijze te faciliteren. Het gaat daarbij om de bereikbaarheid van de nieuwe verstedelijkingslocaties, het verbinden van innovatieve kennis- en onderwijsknooppunten, de bereikbaarheid van werklocaties en het behouden van de leefbaarheid en open ruimte. Ook is het belangrijk dat de metropoolregio Rotterdam Den Haag bereikbaar blijft met de omliggende regio’s en gemeenten. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio. Dat doen we vooral door nu plannen te maken voor de investeringen in het mobiliteitssysteem op de (middel)lange termijn en te adviseren over de bereikbaarheid bij verstedelijkingsplannen.

11

Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, en gemeente Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Binnenlandse Zaken aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de (middel)lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de regio te garanderen en dragen daar financieel aan bij. Wat wilden we bereiken? Resultaten begroting 2024 Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) Projectbeslissing voor de planning en studiefase van de MIRT-projecten Bereikbaarheid CID-Binckhorst, (Oosterflank) Stadsbrug, Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en station Stadionpark (Oosterflank). Een betrouwbaar en robuust netwerk voor de bereikbaarheid van Greenport Westland, Voorne-Putten en Haven Rotterdam.

Uitwerking van HOV Leiden-Zoetermeer en doorontwikkeling HOV Zoetermeer-Rotterdam en Westland.

Verkenning met als resultaat een voorkeursbeslissing voor de MIRT verkenning Oude Lijn (Viersporigheid Leiden-Dordrecht) en Knooppunten.

Samen met partners uitvoering geven aan het in 2023 herijkte programma MoVe.

Hoe hebben de activiteiten bijgedragen aan de resultaten? Bereikbaarheid CID Binckhorst Door de uitwerking van de plannings- en studiefase werken wij met de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag, de provincie, het Rijk toe naar een projectbeslissing. Naar verwachting leidt dit in 2026 tot een projectbesluit. In 2024 zijn enkele projecten uit de gebiedsuitwerking Voorne Putten en Haven Rotterdam uitgevoerd. Dit leidt tot een verbetering van de OV, fiets en autobereikbaarheid van Voorne-Putten en Haven Rotterdam. Er zijn voor het Westland verschillende analyses uitgevoerd naar de verbetering van de bereikbaarheid. Dit heeft in 2024 niet geresulteerd in besluitvorming, dit is doorgeschoven naar 2025. In 2024 rondden we de verkenning naar HOV Leiden-Zoetermeer (BRT LeiZo) af. Deze verkenning dient als basis voor de verdere uitwerking. In 2024 zijn verschillende varianten voor HOV in Westland verder uitgewerkt. Dit heeft nog niet geresulteerd tot besluitvorming. Onderzoek HOV Zoetermeer-Rotterdam stond in 2024 on hold, indien de actualiteit daar reden toe geeft brengen we dit onderzoek verder in 2025. Het vaststellen van de Notitie Kansrijke Oplossingen markeert een formele stap naar een voorkeursbeslissing voor de MIRT verkenning Oude Lijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3811/documents/33868