CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-GRJR-Kadernota-2026.pdf

Gemeenteraad AW 7 juli 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 12: Zienswijze begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 GRJR14.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

gestuurd. Wel is het uitoefenen van opdrachtgeverschap voor de regionaal gecontracteerde en gesubsidieerde partijen een specifieke sturende rol van de GRJR, waarbij de GRJR kaders kan stellen in de rol van opdrachtgever en toeziet op nakoming van de contract- en subsidieverplichtingen. Daarnaast kan de GRJR overleg tussen gemeenten stimuleren. 3. Sturing op casusniveau Individuele processen van verwijzen, indiceren (arrangeren), toewijzen, op- en afschalen, administreren, et cetera worden uitgevoerd door andere partijen dan de GRJR. Gemeenten hebben hierin door casusregie een sleutelrol, zijn sleutel c.q. toegang naar hulp. De GRJR is betrokken door data te verwerken tot sturingsinformatie op de hogere sturingsniveaus. 3.2.3

Verantwoordelijkheid voor Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing

Naar aanleiding van de 2e Bestuursrapportage heeft het AB van de GRJR in februari 2024 een maatregelenpakket voor kostenbeheersing vastgesteld. Om hier daadkrachtig op te sturen heeft het GRJR-bestuur besloten een regionale bestuursopdracht te geven. Opdrachtnemers zijn de secretaris/directeur van de GRJR en de directeuren sociaal domein van de deelnemende gemeenten. Uiteraard zijn er delen die tot de gemeentelijke autonomie behoren en waarop de GRJR dus niet bepalend en sturend is, maar wel als rol heeft om het onderling overleg tussen gemeenten te bevorderen. De gezamenlijke directeuren sociaal domein hebben hiervoor een programmateam opgericht. De rapportagelijnen lopen enerzijds naar het algemeen bestuur van de GRJR en anderzijds via de individuele colleges naar de gemeenteraden.

3.3 Taakverdeling GRJR en gemeenten bij planning & control processen conform BBV De taakverdeling tussen gemeenten en GRJR werkt door in de begrotings- en verantwoordingsprocessen. De Commissie BBV heeft hierover in 2024 een bindende uitspraak gedaan. De zorgkosten worden bepaald door gemeentelijke beslissingen over inzet van hulp op casusniveau. Daar gaat het gemeentebestuur over, niet het GRJR-bestuur. De zorgkosten dienen daarom door de gemeente zelf te worden begroot en verantwoord. Dit betekent een verschuiving in de planning & control van de zorgkosten naar gemeenten. De GRJR heeft hierbij een informatiefunctie en blijft uiteraard verantwoordelijk voor inkoop/contractmanagement en subsidiëring. De subsidie- en uitvoeringskosten zijn daarom onderdeel van de GRJR begroting en jaarrekening, maar de zorgkosten niet meer. Hieronder wordt uiteengezet hoe de planning & control producten en financiële processen van de GRJR hierop worden aangepast. De planning & controlprocessen wijzigen NIET voor de subsidies voor Crisishulp (opdracht F)3 jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G) en Veilig Thuis (opdracht H) en de uitvoeringskosten (opdracht J). De wijzigingen betreffen ALLEEN de zorgkosten (opdrachten A, B, C, D, E, I (maatwerkcontracten en LTA)). 3.3.1

Begrotingsproces

In het begrotingsproces worden mede op advies van de accountant van de GRJR de stukken ‘opgeknipt’, zodat de zorgkosten niet meer deel uitmaken van het formele begrotingsdocument van de GRJR zoals bedoeld in het BBV.

3 Opdracht F Crisishulp is juridisch bezien onderdeel van de ingekochte jeugdhulp en geen subsidie, maar financieel

gezien wel. De bekostigingssystematiek maakt dat deze kosten bij de subsidies wordt gerekend.

19

Begroting GRJR voor subsidie- en uitvoeringskosten Voor dit deel verandert er in feite niets ten opzichte van de oude situatie. • De subsidie- en uitvoeringskosten worden begroot door de GRJR, waarbij dekking plaatsvindt door vaststelling van een deelnemersbijdrage per gemeente. Dit betreft de budgetten voor de opdrachten F, G, H, J; • De Ontwerpbegroting 2026 komt in april 2025 in het AB wordt daarna voor zienswijzen aan de raden verzonden. De Definitieve Begroting 2026 wordt vastgesteld in het AB in september 2025; • Volgens wet- en regelgeving moeten deelnemende gemeenten de door de GRJR vastgestelde deelnemersbijdrage overnemen in de gemeentelijke begroting; • Het document Begroting GRJR is ook basis voor het Betaalproces deelnemersbijdrage (zie 3.3.4). Bij de vaststelling van de Begroting stelt het AB ook de deelnemersbijdrage vast. Bijlage Begrotingsadvies GRJR voor regionale zorgkosten jeugdhulp Voor dit deel wordt het anders ten opzichte van de oude situatie. • De zorgkosten worden begroot door de gemeente. De GRJR geeft hiervoor een begrotingsadvies. Dit betreft de budgetten A, B, C, D, E, I; • Dit komt in een afzonderlijk document ‘GRJR-begrotingsadvies regionale zorgkosten jeugdhulp’ en wordt als bijlage vastgesteld tegelijk met de Ontwerpbegroting van de GRJR in AB april.

Voor dit GRJR-begrotingsadvies geldt geen zienswijzeprocedure raden; • College en organisatie van de deelnemende gemeenten maken naar eigen inzicht gebruik van het advies. Het GRJR-begrotingsadvies is voor gemeenten richtinggevend, niet bindend, zij kunnen ervan afwijken. Naar verwachting zal het provinciaal begrotingstoezicht opletten hoe gemeenten hier in de begrotingsonderbouwing mee omgaan; • Het document Begrotingsadvies is ook basis voor het Betaalproces zorgkosten (zie 3.3.4). Bij de vaststelling van het Begrotingsadvies stelt het AB ook de gemeentelijke voorschotten in de zorgkosten vast. Bijlage Totaaloverzicht regionale kosten jeugdhulp (ter informatie) Dit is nieuw. • Om overzicht te houden ten opzichte van de oude situatie voegt de GRJR bij de begrotingsstukken als informatieve bijlage een apart document “Totaaloverzicht regionale kosten jeugdhulp”. Hierin staat in één oogopslag de bijdrage aan de GRJR-begroting en de te verwachten regionale zorgkosten voor de gemeente volgens het begrotingsadvies; • Om aansluiting te houden met eerdere jaren blijft de GRJR hierbij vooralsnog de indeling A tot en met J gebruiken. 3.3.2

Monitoringsproces

De GRJR levert twee keer per jaar een bestuursrapportage: voor AB juli en AB okt. De GRJRbestuursrapportages volgen de aangepaste structuur van de begrotingsstukken. Bestuursrapportage GRJR • Inhoudelijke rapportage taken GRJR. Dit omvat een toelichting op de ontwikkeling in het zorglandschap, de inzet daarop vanuit inkoop/contractmanagement en subsidie/ accountmanagement, en de voortgang van de ondersteunende informatievoorziening en bestuurlijke processen; • Financiële jaareindeverwachting voor de begrote GRJR subsidie-en uitvoeringskosten. 20

Bijlage Rapportage gemeentelijk zorgkosten regionale jeugdhulp • Rapport met jeugdhulpgebruik en -kosten en jaareindeverwachting voor de regio als geheel en per gemeente, gespecificeerd naar opdrachten A, B, C, D, E, I; • Gemeenten delen hiervoor informatie over afgegeven toewijzingen met de GRJR. Op basis van het onderzoek centralisatie backoffices beschikt de GRJR vanaf 2026 rechtstreeks over (kopieën van) het berichtenverkeer tussen aanbieders en gemeenten, zodat de GRJR ook de ‘kosten in de pijplijn’ kan inschatten. Ook vraagt de GRJR periodiek productieopgaven bij aanbieders uit waarmee de volledigheid van de informatie wordt getoetst; • De jaareindeverwachting wordt afgezet tegen het begrotingsadvies. De rapportage wordt niet afgezet tegen de gemeentelijke begroting omdat deze niet noodzakelijkerwijs vergelijkbaar is opgesteld. Overig • Naast de bestuursrapportage en bijlage blijft de GRJR met dashboards op gemeenteniveau en ‘tweemaandsrapportages’ op regioniveau doorlopend inzicht geven in de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten; • Gemeenten kunnen alle informatie die de GRJR verstrekt naar eigen behoefte gebruiken als input voor eigen rapportages aan college en raad. 3.3.3

Begrotingswijzigingsproces

Dit verandert ten opzichte van de oude situatie. • GRJR-begrotingswijziging kan alleen gaan over de GRJR-begroting van subsidies en uitvoeringskosten (F, G, H, J) en komt indien nodig in april in ontwerp voor zienswijzen en in sept definitief in het AB; • Het begrotingsadvies (A, B, C, D, E, I) wordt niet formeel aangepast in een begrotingswijzigingsprocedure. Monitoring met de bijlage bij de bestuursrapportages volstaat om gemeenten te faciliteren. De gemeente kan op basis van de informatie van de GRJR de eigen begroting desgewenst op elk moment zelf wijzigen; • Als het begrotingsadvies aanzienlijk te laag blijkt waardoor liquiditeitsknelpunten zouden ontstaan zal de GRJR via vaststelling door het AB wel een gewijzigd advies uitbrengen. En andersom ook: als de uitgaven sterk meevallen zal met een gewijzigd advies volgen op grond waarvan de bevoorschotten kan worden verlaagd. Zie verder onder betaalproces. 3.3.4

Betaalproces

Uitgangspunt is dat de GRJR namens de gemeenten de zorgdeclaraties op regionale contracten na gemeentelijke goedkeuring uitbetaalt. Deze taak blijft bij de GRJR omdat in het kader van het gedelegeerde opdrachtgeverschap en contractmanagement de GRJR moet kunnen sturen met het betaalproces. Er kunnen omstandigheden zijn dat betalingen die wel door een gemeente zijn goedgekeurd moeten worden tegengehouden of verrekend of teruggevorderd in het kader van de afwikkeling van contractuele verplichtingen. 4

4

Als de verwachte ministeriële regeling over verplicht regionaal uit te voeren administratieve processen is verschenen (naar verwachting eerste helft 2025) zal worden bezien of het betalingsverkeer bij de GRJR blijft of net als de planning en control verantwoordelijkheden naar de gemeenten kan schuiven.

21

De GRJR ziet (naast de casusregie in de lokale teams) ook toe op de prestatielevering door aanbieders (productieverantwoording. De GRJR moet in dat kader over definitieve vergoeding van de totale geleverde zorg kunnen besluiten (zie ook afrekeningsproces). Ook komt het voor dat met aanbieders continuïteitsafspraken moeten worden gemaakt waaronder liquiditeitsmaatregelen. Het betaalproces bestaat in de nieuwe situatie uit twee deelstromen. Subsidie- en uitvoeringskosten • Op basis van de vastgestelde begroting verleent de GRJR subsidies en kan de GRJR opdrachten verlenen in het kader van de uitvoering van de eigen taken; • Bij de begrotingsvaststelling (F, G, H,J) wordt de deelnemersbijdrage aan de GRJRbegroting vastgesteld inclusief betaaltermijnen; • GRJR betaalt ten laste van de subsidiebudgetten (F, G, H), uit ontvangen deelnemersbijdragen, de voorschotten aan subsidieontvangers in afgesproken termijnen. • GRJR betaalt ten laste van de budgetten uitvoeringskosten (J), uit met ontvangen deelnemersbijdragen, partijen die uitvoeringsdiensten verrichten. Zorgkosten Dit verandert ten opzichte van de oude situatie. • Bij de vaststelling van het begrotingsadvies (A, B, C, D, E, I) stelt het AB op basis van dit advies de hoogte van gemeentelijke voorschotten zorgkosten vast met bijbehorende betalingstermijnen.

De gemeenten betalen deze voorschotten zodat de GRJR niet zelf geld hoeft te lenen; • GRJR betaalt ten laste van de betreffende gemeente doorlopend declaraties van aanbieders die zijn goedgekeurd door gemeenten; • Mocht de ontwikkeling van de kosten zodanig zijn dat de liquiditeit van de GRJR in gedrang komt, dan zal de GRJR het begrotingsadvies wijzigen en daarbij een verhoging van de gemeentelijke voorschotten vaststellen. En andersom: vallen de uitgaven sterk mee dan kan met een verlaagd begrotingsadvies de hoogte van de voorschotten worden verlaagd. Facturatie aan gemeenten • Gemeenten ontvangen samengestelde facturen voor de vastgestelde deelnemersbijdrage (cf Begroting GRJR) en de vastgestelde gemeentelijke voorschotten zorgkosten (cf Begrotingsadvies). De facturen zijn gespecificeerd naar dit onderscheid; • Deze facturen worden direct na definitieve vaststelling van de Begroting (e/o begrotingswijziging) verstuurd met daarbij het schema voor betaling in termijnen. 3.3.5

Verantwoordingsproces

Dit verandert ten opzichte van de oude situatie. Jaarstukken GRJR • De Jaarstukken van de GRJR moeten aansluiten op de begroting GRJR. De Jaarstukken bevatten een inhoudelijk jaarverslag over de taken van de GRJR en een jaarrekening over de subsidies en uitvoeringskosten;

22

•

Dit impliceert dat in de jaarstukken zelf geen informatie over de gemeentelijke zorgkosten wordt opgenomen, zodat de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR en het accountantsoordeel van de GRJR ook geen betrekking heeft op deze kosten.

Bijlage Eindrapportage gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp • Bij de GRJR jaarstukken komt een bijlage met een eindrapportage van de gemeentelijke zorgkosten. Verantwoordingsproces gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp Uitgangspunten: • De zorgkosten worden verantwoord in de gemeentelijke jaarstukken; • De interne beheersing van en controle op rechtmatigheid (van beschikkingen, toewijzingen en declaratiegoedkeuringen) zijn taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten; • Gemeenten zorgen voor de eigen administratie, interne controles, interim controles en jaarrekeningcontroles. GRJR heeft geen directe toegang tot gemeentelijke administraties. Samenwerking met GRJR • Voor het boekjaar 2024 kunnen gemeenten voor de eigen rechtmatigheidscontrole nog gebruik maken van de GRJR accountant, vanaf boekjaar 2025 is dat niet meer het uitgangspunt. De reden hiervoor is dat gemeenten, in het kader van het onderzoek centralisatie backofficetaken, ervoor gekozen hebben de gemeentelijke administraties niet te gaan delen met de GRJR, waardoor de GRJR (en GRJR-accountant) niet op doelmatige en verantwoorde wijze deze taken kunnen uitvoeren. Daarnaast is het aan de gemeenten en hun accountants om afspraken te maken over interne beheersing en wijze van verantwoorden. Dit is de huidige stand van inzichten.

Er is nog overleg over de toekomstige verdeling van de controlewerkzaamheden beoogd waardoor hierin nog verandering kan komen; • Gedurende het jaar rapporteert de GRJR over de ontwikkeling van de gemeentelijke zorgkosten (zie monitoringproces). Ook levert de GRJR op verzoek overzichten en lijstwerk aan voor de interim accountantscontroles; • De GRJR faciliteert de gemeenten met informatie ten behoeve van de gemeentelijke jaarrekening door verstrekking van overzichten (voorlopig overzicht vóór 15 februari en geactualiseerd overzicht vóór 15 april. Voorlopig overzicht (februari) • Vóór 15 februari verstrekt de GRJR een Voorlopig overzicht zorgkosten. Grondslag hiervoor zijn de door gemeenten afgegeven (en met de GRJR gedeelde) toewijzingen, de door gemeenten goedgekeurde (en door de GRJR betaalde) declaraties, aangevuld met een schatting van nog te verwachten toewijzingen en declaraties (op basis van productieopgaven van aanbieders). Gemeenten gebruiken dit overzicht desgewenst bij het samenstellen van de eigen jaarrekening. Geactualiseerd overzicht (april) • Vóór 1 april ontvangt de GRJR van de aanbieders productieverantwoordingen met accountantsverklaringen. Op basis van deze informatie geeft de GRJR vóór 15 april een geactualiseerd Overzicht zorgkosten. Gemeenten gebruiken deze actualisatie desgewenst voor een correctie van de eigen jaarrekening.

De GRJR-accountant controleert op verzoek 23

van de gemeentelijke accountant de getrouwheid van dit overzicht en rapporteert daarover aan de gemeentelijk accountant. Definitieve bijlage bij Jaarstukken GRJR (juli) • Dit geactualiseerde overzicht komt als Bijlage Eindrapportage gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp in het AB juli samen met de GRJR jaarstukken. Deze stukken vormen de basis voor de afrekeningsprocessen (zie 3.3.6). 3.3.6

Afrekeningsproces

Jaarstukken GRJR, subsidie- en uitvoeringskosten Hierbij verandert er niets. Afrekening met gemeenten: • De subsidie en uitvoeringskosten worden verantwoord in de jaarstukken van de GRJR op basis van de op dat moment best mogelijke inschatting van deze kosten, met een accountantscontrole op de getrouwheid. In de jaarrekening wordt de definitieve deelnemersbijdrage van gemeenten vastgesteld zodat deze jaarrekening op €0 sluit. De verschillen tussen begrote en definitieve deelnemersbijdrage worden aan de gemeente terugbetaald of gefactureerd op basis van de vastgestelde jaarstukken; • Later ontstane verschillen door afrekening met subsidiepartijen worden verantwoord en verrekend in het volgende verslagjaar. Afrekening met subsidiepartijen: • Na ontvangst van de subsidieverantwoordingen stelt de GRJR de verleende subsidies definitief vast. De definitieve subsidie wordt verrekend met de verstrekte voorschotten. Als de definitieve subsidievaststelling later komt dan de jaarstukkenvaststelling en tot een verschil leidt ten opzichte van de vastgestelde jaarstukken, dan wordt dit in de jaarstukken van het volgende boekjaar opgenomen en afgewikkeld met de deelnemersbijdrage voor dat volgende jaar. Zorgkosten Dit verandert niet wezenlijk. Het proces blijft gelijk, alleen worden er aparte stukken naast de jaarrekening van de GR bij gebruikt.

Afrekening met gemeenten: • Na ontvangst vóór 1 april door de GRJR van productieverantwoordingen met accountantsverklaring van zorgaanbieders stelt de secretaris-directeur van de GRJR de maximaal te betalen zorgvergoeding vast voor het afgelopen jaar. Aanbieders ontvangen hierover een afrekenbrief; • De GRJR neemt dit bedrag op in de Bijlage Eindrapportage gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp (bijlage bij Jaarstukken, zie 3.3.5). Deze bijlage wordt door de GRJR accountant getoetst. Het AB stelt daarna, gelijktijdig met de jaarstukken van de GRJR, deze bijlage vast. Na vaststelling rekent op basis van dat document de GRJR de zorgkosten met de gemeenten af;

24

•

•

In de bijlage bij de jaarstukken worden de definitieve zorgkosten voor de gemeente vastgesteld. De verschillen tussen bevoorschotte en definitieve zorgkosten worden aan de gemeente terugbetaald of gefactureerd op basis van deze bijlage; Later ontstane verschillen door afrekening met aanbieders worden gerapporteerd en verrekend in het volgende verslagjaar.

Afrekening met aanbieders: • Op basis van de ingediende productieverantwoordingen stelt de secretaris-directeur van de GRJR de maximale zorgvergoeding vast en ontvangen de aanbieders een afrekenbrief. • Na vaststelling van de maximaal te betalen zorgvergoeding wordt het betaalproces afgerond voor zover er nog declaraties kunnen worden ingediend. De zorg wordt alleen betaald als er een door gemeente goedgekeurde declaratie komt op basis van een door gemeente afgegeven toewijzing. Dit betaalproces wordt binnen het boekjaar na het verslagjaar afgerond. Deze afronding van de eindafrekening vindt plaats als het maximaal te betalen bedrag is betaald, of als de aanbieders meedeelt geen declaraties meer in te dienen, of als de laatste deadline voor indiening van declaraties is verstreken; • Als de afrekening na afronding tot een verschil leidt ten opzichte van de vastgestelde Bijlage Eindrapportage gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp, wordt dit in de Bijlage van volgende boekjaar opgenomen en afgewikkeld met de zorgkosten voor het volgende jaar.

3.4 Uitvoeringskosten GRJR De gemeenten hebben de GR-en in de regio gevraagd zich in te spannen voor een reductie van de uitvoeringskosten met 5 à 10%. De uitvoeringskosten zijn grotendeels bepaald om de personele inzet te kunnen leveren voor de GRJR-taken. Nu is het zo dat de jeugdhulp en jeugdbescherming worden uitgevoerd door derden en dat de gemeentelijke wijkteams de zorgtoewijzing en declaratiebeoordeling uitvoeren. Daardoor is de personele omvang van de GRJR Uitvoeringsorganisatie beperkt. Naast uitvoeringskosten voor personele inzet bevat de begroting enkele out-of-pocket budgetten. ➔

De GRJR streeft er naar om bij te dragen aan de gevraagde kostenreductie van 5% van de uitvoeringskosten door in 2025 de out-of-pocket budgetten waar mogelijk te verlagen in combinatie met concrete afstemming over de bijbehorende activiteiten. Daarnaast wordt bij het ontstaan van vacatures altijd kritisch bezien of nieuwe invulling noodzakelijk is om de contract- en accountmanagementtaken en ook de ondersteunende financiële en informatiefunctie en zorg voor ordentelijke bestuurlijke processen te blijven waarborgen.

25

4. Wat gaat het kosten: begrotingsuitgangspunten 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2026 en het begrotingsadvies 2026.

4.2 Kostenontwikkeling in de afgelopen jaren Voor we ingaan op het financieel perspectief staan we stil bij de ontwikkelingen in de afgelopen jaren. Onderstaande grafiek5 toont de ontwikkeling van totale kosten van de afgelopen jaren, zoals opgenomen in de jaarrekeningen 2020 t/m 2023 en de 2e Burap 2024. In deze periode stegen de kosten met € 113 mln. naar € 373 mln. In de grafiek zijn de kosten gesplitst in kosten die gerealiseerd zijn door gemeentelijke besluiten (zorgkosten) en GRJR-besluiten (subsidies en uitvoeringskosten).

De stijging van € 113 mln. over de jaren 2020 t/m 2024 bestaat uit stijging van de kosten door indexatie en materiële stijging van de zorgkosten. Onderstaande grafiek laat dit per jaar zien.

5 In de overzichten en grafieken zijn de zorgkosten van de MVS-gemeenten buiten beschouwing gelaten, omdat het in

deze kadernota gaat om de kosten vanaf 2023 en verder voor zorg die de GRJR heeft ingekocht voor de deelnemende gemeenten exclusief MVS.

26

4.3 Kostenontwikkelingen in de komende jaren De verdere ontwikkeling van de kosten wordt bepaald door verschillende variabelen: indexatie, trendmatige groei en/of krimp en beleidswijzigingen. Hierna worden deze drie aspecten toegelicht. 4.3.1

Indexatie

Voor subsidies geldt dat er (deels) landelijk vastgestelde tarieven gelden die de GRJR moet overnemen. Dit geldt momenteel voor de wettelijke taken van jeugdbescherming. Voor het overige indexeert de GRJR subsidies en jeugdhulpcontracten op dezelfde manier. Deze indexatie wordt daarom ook toegepast op de GRJR-begroting en het GRJR-begrotingsadvies. Volgens de zorgcontracten worden tarieven als volgt geïndexeerd: • 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex en • 10% verondersteld prijsdeel met PPC-prijsindex. De OVA en PPC worden gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit, jaarlijks in voorlopige en definitieve versies. In de contracten is de rekensystematiek met toepassing van deze indexen met juiste peiljaren beschreven6. Deze rekensystematiek is ook in de landelijke contractstandaarden overgenomen. De VNG en het i-Ketenbureau publiceren de uitkomst van de samengestelde indexberekening volgens deze methode op basis van de gepubliceerde OVA en PPC indexen. Vanaf 2025 past de GRJR dit gepubliceerde percentage onverkort toe op de jeugdhulpcontracten. Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Deze richtlijn komt jaarlijks tot stand door afstemming tussen de gemeentesecretarissen.

In deze kadernota wordt als uitgangspunt voor 2026 nu nog gerekend met het met recente indexpercentage. Dat is het voorlopige gewogen indexpercentage voor 2025: 3,94%. Het financieel effect hiervan wordt voor alle jaren in het meerjarenperspectief doorgetrokken. Voor

6 Raamovereenkomst art.9 lid 5:

“Voor het jaar t wordt de index samengesteld door de voorlopige indexpercentages voor het jaar t te hanteren. In jaar t + 1 wordt geïndexeerd op basis van het voorlopige indexpercentage t + 1, gecorrigeerd met het definitieve indexpercentage jaar t (dit kan zowel een verlaging als verhoging van het percentage betekenen). Er vindt geen verrekening met terugwerkende kracht plaats over het verschil tussen voorlopige en werkelijke indices.” Deze formulering is complex maar wordt door de GRJR en de aanbieders inmiddels geïnterpreteerd als overeenkomstig de bedoeling van de landelijke contractstandaard die in 2023 is gekomen. Daarom maakt de GRJR de overstap van de tot nu toe gehanteerde berekeningswijze naar deze standaard. In de Landelijke Contractstandaard Jeugd staat: “De Gemeente past jaarlijks een indexering toe op de tarieven (inspanningsgerichte en outputgerichte uitvoeringsvariant) en op het taakgerichte budget (taakgerichte uitvoeringsvariant). Deze indexering wordt berekend uit de som van het geprognosticeerde percentage voor het komende jaar (t+1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t-1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t).

De percentages zijn verschillend voor de loonkosten en materiële kosten.” De VNG en het Ketenbureau i-Standaarden publiceren jaarlijks deze berekening aan de hand van de officiële OVA en PPC percentages. Daardoor kan het door VNG en ketenbureau gepubliceerde indexpercentage één-op-één worden overgenomen.

27

de jaren na 2026 wordt geen indexatie gerekend. De jaren 2026 t/m 2029 worden dus op prijspeil 2026 gepresenteerd, zodat gemeenten geen verwarring hebben over (verschillen in) aannames over de indexatie voor die jaren. 4.3.2

Trendmatige groei en krimp

Eerder is getoond dat dat de zorgkosten elk jaar zijn gestegen. In de afgelopen jaren met bedragen tussen de € 6 mln. en € 29 mln. Gezien deze jaarlijkse en structurele stijging wordt ook in deze kadernota rekening gehouden met een stijgende trend in de zorgkosten. Hierbij is de trend per opdracht berekend. Trendanalyse Om een prognose voor de komende jaren te maken wordt gekeken naar de gemiddelde ontwikkeling van de afgelopen jaren. Hierbij moet een keuze gemaakt worden naar het aantal jaren dat representatief geacht wordt voor de toekomstige groei. Hieronder een overzicht van de gemiddelde trend per opdracht van de afgelopen 4, 3 en 2 jaar.

Trend per opdracht A B C D E

4 jaar -2,3% 3,4% 19,7% 16,2% 4,8%

3 jaar -4,8% 7,5% 20,4% 19,7% 8,5%

2 jaar -1,7% 9,0% 27,4% 20,4% 11,8%

Dit laat zien dat er de afgelopen jaren (behalve bij A, pleeghulp) sprake was van een oplopend stijgingspercentage. Bij opdracht A is sprake van een dalende trend. Op de langere termijn is deze lichte krimp beperkt. Opdracht B is juist de laatste jaren harder gestegen dan eerder. Dit is ook zichtbaar bij opdracht E. Voor de opdrachten B t/m E is de 4-jaarstrend in deze kadernota lager dan in de kadernota 2025. De keuze van het begrotingsuitgangspunt voor de trendmatige groei is zeer bepalend voor het meerjarenperspectief. Onderstaande tabel en grafiek laten zien hoe het totaalbeeld van de kosten varieert tussen de verschillende uitgangspunten voor het berekenen van de trendmatige groeiverwachting. Voor 2026 geeft dit al een bandbreedte van €16 mln. In meerjarenperspectief werkt deze onzekerheid nog veel sterker door tot een bandbreedte van maar liefst €99 mln. voor 2029.

28

Keuze voor trendmatig uitgangspunt Met de bestuursrapportages van de GRJR volgen we de ontwikkeling van de verschillende opdrachten. De trendbewegingen zijn over langere tijd in beeld en maken duidelijk dat de uitgaven overwegend al lange tijd stijgen. Dit blijft naar verwachting doorgaan tenzij met beleidsmatige veranderingen een trendbreuk kan worden gerealiseerd. Daarvoor zijn landelijk de Hervormingsagenda Jeugd en regionaal onder meer de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing bedoeld. Paragraaf 4.3.3 gaat in op de financiële impact daarvan en hoe we daarmee omgaan. Daaraan voorafgaand is het vertrekpunt dat een realistische begroting vereist dat met trendmatige groei en krimp rekening wordt gehouden. Omdat we in de bestuursrapportages de eerste tekenen zien dat de groei op onderdelen afvlakt is het verantwoord om de gematigde trendberekening over vier jaren als uitgangpunt te nemen. Belangrijkste ontwikkelingen zoals in de laatste bestuursrapportage inhoudelijk zijn gesignaleerd ondersteunen dit: • Stabilisering en zelfs lichte daling van de vraag naar pleegzorg (opdracht A) onder andere omdat de zorgvraag te complex is om de jeugdige binnen een pleeggezin te kunnen plaatsen. Daardoor is te verwachten dat de trend doorzet; • De toename op behandeling met verblijf (opdracht B) vlakt af.

Hiermee samenhangend is wel een toename van aanvullende zorg in behandeling met verblijf vanuit ambulante hulp (zit in arrangement voor opdracht B, dus stijging op opdracht B), daghulp (stijging op opdracht D) en extra begeleiding op de groep omdat een deel van de jongeren niet (meer) naar school gaat (stijging op opdracht B). De verwachting is dat deze trend doorzet; • Toename van zorg in opdracht C (verblijf) omdat steeds meer beschermd wonen op weg naar zelfstandigheid (C3) wordt ingezet na zware behandeling met verblijf in een open setting (B3), en omdat uitstroom en doorstroom vanuit C naar zelfstandig wonen, WLZ of WMO stagneert (uitstroom 18-/18+). De verwachting is dat deze trend doorzet; • Toename in opdracht D (daghulp) komt door de wens om waar mogelijk opnames te voorkomen, zoals in de Regiovisie wordt beoogd. Dit is dus een gewenst effect van het beleid. Daarnaast blijft de uitstroom vanuit daghulp naar regulier onderwijs een probleem waardoor de kosten voor daghulp stijgen. Beide effecten houden naar verwachting aan; • Toename van (duurdere) zorg in opdracht E (ambulant) als gevolg van ambulantisering, waardoor jeugdigen langer thuis blijven wonen Ook wordt lichte hulp meer op lokale contracten geleverd die eerder op regionale contracten werd geleverd (knip E), waardoor alleen de hogere specialistische zorg op het regionale contract wordt geleverd.

Ook leidt het 29

beheersen van de wachttijden binnen de Treeknorm tot meer inzet van juist duurdere zorg vanuit opdracht E. De verwachting is dat de trend van ambulantisering, duurdere inzet van ambulante hulp en meer inzet om de wachttijden te beperken doorzetten. In het ‘Begrotingsadvies zorgkosten’ dat de GRJR gaat opstellen wordt de 4-jarige trend gebruikt om de toekomstige stijging van de zorgkosten te schatten. Als in plaats hiervan de trend van de laatste drie of twee jaar wordt gehanteerd wordt het financieel perspectief duds ongunstiger. Maar het uitgangspunt om de 4-jarige trend dat ook in de vorige Kadernota werd gekozen en werd vertaald naar een begrotingswijziging 2024, blijkt in de bestuursrapportages 2024 heel realistisch te zijn. De trendberekening wordt in het begrotingsadvies per gemeente doorgerekend. Daarbij moet bedacht worden dat schommelingen in aantallen en kosten op een kleiner volume tot grotere bandbreedtes voor de prognose leiden. 4.3.3

Beleidswijzigingen

Onder de beleidswijzigingen vallen alle andere wijzigingen dan de indexatie en de trendmatige groei en/of krimp zoals hierboven beschreven. Alleen beleidswijzigingen die goed financieel onderbouwd zijn en verankerd zijn in de organisatie (zowel GRJR als bij de gemeenten) worden in de financiële meerjarenraming opgenomen. Indien dit niet het geval is worden deze als PM post opgenomen en worden deze nader uitgewerkt in de periode richting opstellen van de ontwerpbegroting en/of ontwerpbegrotingswijziging. Verwerking van beleidswijzigingen in de begroting kan alleen kan als ze financieel goed onderbouwd zijn, mede omdat de provincie hierop toeziet. Bij het begrotingsadvies over de zorgkosten zal de GRJR alleen RBOK-effecten meenemen die al blijken uit de regionale realisatiecijfers, en laat de GRJR het aan de gemeente om afwijkend van het advies te begroten met eigen onderbouwingen. In het begrotingsadvies dat aan het AB wordt voorgelegd zal een aparte paragraaf worden opgenomen met de afwijkingen die individuele gemeenten voornemens zijn in hun eigen begrotingsproces toe te passen (uiteraard alleen als voor zover die op dat moment al hebben bepaald en gedeeld met de GRJR). Hiermee houden we duidelijk hoe wordt omgegaan met de beoogde en verwachte effecten van de RBOK.

4.4 Financieel meerjarenperspectief De uitgangspunten zijn in onderstaand overzicht vertaald in een indicatief meerjarenperspectief. Dit overzicht geeft een regionaal totaalbeeld. In de begroting en het begrotingsadvies wordt nog de splitsing doorgevoerd tussen zorgkosten gemeenten en subsidie- en uitvoeringskosten GRJR.

30

Financieel meerjaren perspectief (in € mln.) Begroting 2024 (start 2025)

2025 372,9

2026 413,3

2027 451,9

2028 496,0

2029 546,4

Indexatie 14,7 16,3 17,8 19,6 21,6 Trend (4 jaars gemiddelde) 25,7 22,3 26,2 30,9 36,5 Beleid Hervormingsagenda pm pm pm pm pm Lagere kosten organisatie pm pm pm pm pm Transformatie JH+ pm pm pm pm pm Effecten maatregelen bestuursopdracht pm pm pm pm pm Totale kosten

413,3

451,9

496,0

546,4

604,5

Hiernaast staan de totaalbedragen uitgesplitst naar lasten gemeente (voortvloeiend uit toekenning van hulp en te begroten door de gemeente zelf) en lasten GR (voorvloeiend uit GR-besluiten en te begroten door de GRJR). Details zijn per gemeente opgenomen in de bijlage.

Toelichting 1. Vertrekpunt hier is Begroting 2024. Het kostenniveau van de jaareindeverwachting uit de 2e bestuursrapportage 2024 komt bijna overeen met dat in de gewijzigde begroting 2024. 2. In paragraaf 4.3.1 is toegelicht hoe de kosten geïndexeerd worden. In de meerjarenraming zoals die bij de begroting 2026 wordt gemaakt, wordt op verzoek van de gemeenten geen rekening gehouden met de indexatie. De jaren 2026 t/m 2029 worden dus op prijspeil 2026 gepresenteerd, zodat gemeenten geen verwarring hebben over (verschillen in) aannames over de indexatie voor die jaren. Hiermee sluit het beter aan bij de systematiek zoals gemeenten die hanteren. 3. De trend is berekend aan de hand van de ontwikkeling van de zorgkosten per opdracht van de afgelopen 4 jaar, zoals toegelicht in paragraaf 4.3.2. 4. Gevolgen Hervormingsagenda. De gevolgen van de Hervormingsagenda worden pas verwerkt als deze in concrete maatregelen is uitgewerkt die zowel lokale als regionale lastenramingen beïnvloeden, en voor zover de effecten op de regionaal ingekochte hulp onderbouwd zijn met realistische aannames. 5. Kostenbesparing organisatie. De GRJR onderzoekt of het mogelijk is om de organisatiekosten verder te verlagen. De GRJR ziet mogelijkheden om met een besparing op de materiële budgetten de uitvoeringskosten met 5% per 2025 te verlagen.

Daar tegenover staan in 2025 mogelijk incidentele kosten naar aanleiding van het onderzoek naar centralisatie van backoffice taken. Bij het opstellen van de begroting 2026 worden deze effecten verwerkt. Zie verder paragraaf 3.4. 6. Jeugdhulp+. Op dit moment zijn de mogelijke financiële gevolgen van het om- en afbouwen van de gesloten jeugdhulp nog niet volledig in beeld. De incidentele kosten worden gedekt

31

uit beschikbare SPUK-gelden; daarin is ook ruimte voor opbouw van alternatieven. Voor de JH+ kunnen de tariefafspraken in het kader van de af- en ombouwplannen kostenverhogend worden. Te ontwikkelen alternatieven moeten minder gaan kosten; als dat lukt is er een kostenverlagend effect. 7.

Begin 2024 heeft het AB een bestuursopdracht gegeven met een set van circa 50 maatregelen met als doel beheersing van de (zorg)kosten Het financiële effect heeft vooral betrekking op de zorgkosten die voortvloeien uit gemeentelijke besluiten. Op dit moment zijn de effecten van de kostenbesparende maatregelen van de gemeenten nog niet bekend en daarom als PM post opgenomen. Bij het opstellen van de ramingen van de kosten van gemeentelijke besluiten voor het begrotingsadvies 2026 worden de door de gemeenten onderbouwde besparingen verwerkt. In onderstaand overzicht zijn de kosten uit deze kadernota zowel gesplitst naar gemeenten als naar of de kosten voorkomen uit gemeentelijke- of GRJR besluiten

32

Bijlage meerjarenperspectief per gemeente Kadernota (trend + indexatie) Gemeente Gemeente of GR Albrandswaard Gemeente Albrandswaard GR Albrandswaard Totaal Barendrecht Gemeente Barendrecht GR Barendrecht Totaal Capelle aan den IJssel Gemeente Capelle aan den IJssel GR Capelle aan den IJssel Totaal Goeree-Overflakkee Gemeente Goeree-Overflakkee GR Goeree-Overflakkee Totaal Krimpen aan den IJssel Gemeente Krimpen aan den IJssel GR Krimpen aan den IJssel Totaal Lansingerland Gemeente Lansingerland GR Lansingerland Totaal Maassluis Gemeente Maassluis GR Maassluis Totaal Nissewaard Gemeente Nissewaard GR Nissewaard Totaal Ridderkerk Gemeente Ridderkerk GR Ridderkerk Totaal Rotterdam Gemeente Rotterdam GR Rotterdam Totaal Schiedam Gemeente Schiedam GR Schiedam Totaal Vlaardingen Gemeente Vlaardingen GR Vlaardingen Totaal Voorne aan Zee Gemeente Voorne aan Zee GR Voorne aan Zee Totaal Totaal Gemeente Totaal GR Totaal Totaal

2025 Begroting € 3.826.929 € 1.102.415 € 4.929.344 € 9.846.345 € 2.088.270 € 11.934.615 € 15.650.124 € 5.027.471 € 20.677.595 € 4.970.997 € 2.579.180 € 7.550.177 € 5.863.004 € 1.715.699 € 7.578.703 € 12.426.663 € 2.662.657 € 15.089.320 € 1.875.329 € 1.478.416 € 3.353.745 € 25.643.078 € 7.596.708 € 33.239.786 € 8.607.939 € 2.898.788 € 11.506.728 € 211.573.369 € 57.254.651 € 268.828.020 € 802.858 € 4.396.208 € 5.199.066 € 1.995.791 € 4.609.622 € 6.605.414 € 12.660.396 € 4.114.958 € 16.775.354 € 315.742.822 € 97.525.044 € 413.267.866

2026 Kadernota € 4.270.582 € 1.156.919 € 5.427.501 € 10.763.061 € 2.191.514 € 12.954.575 € 17.284.239 € 5.276.029 € 22.560.268 € 5.446.690 € 2.706.694 € 8.153.385 € 6.445.795 € 1.800.523 € 8.246.318 € 13.567.813 € 2.794.298 € 16.362.112 € 1.968.045 € 1.551.509 € 3.519.554 € 28.415.006 € 7.972.289 € 36.387.295 € 9.450.290 € 3.042.105 € 12.492.395 € 235.156.455 € 60.085.321 € 295.241.776 € 842.551 € 4.613.557 € 5.456.108 € 2.094.463 € 4.837.522 € 6.931.985 € 13.860.117 € 4.318.401 € 18.178.518 € 349.565.107 € 102.346.682 € 451.911.789

2027 Kadernota € 4.783.787 € 1.214.117 € 5.997.904 € 11.793.785 € 2.299.863 € 14.093.648 € 19.165.457 € 5.536.876 € 24.702.333 € 5.988.154 € 2.840.513 € 8.828.667 € 7.106.568 € 1.889.541 € 8.996.109 € 14.840.385 € 2.932.448 € 17.772.834 € 2.065.345 € 1.628.216 € 3.693.560 € 31.614.564 € 8.366.439 € 39.981.003 € 10.405.256 € 3.192.506 € 13.597.762 € 262.496.806 € 63.055.940 € 325.552.746 € 884.207 € 4.841.651 € 5.725.858 € 2.198.014 € 5.076.689 € 7.274.703 € 15.219.340 € 4.531.903 € 19.751.243 € 388.561.667 € 107.406.702 € 495.968.369

2028 Kadernota € 5.379.749 € 1.274.143 € 6.653.892 € 12.956.641 € 2.413.568 € 15.370.209 € 21.340.118 € 5.810.619 € 27.150.736 € 6.607.158 € 2.980.948 € 9.588.107 € 7.858.529 € 1.982.960 € 9.841.488 € 16.263.913 € 3.077.429 € 19.341.342 € 2.167.456 € 1.708.715 € 3.876.170 € 35.323.602 € 8.780.076 € 44.103.678 € 11.492.199 € 3.350.344 € 14.842.543 € 294.319.407 € 66.173.425 € 360.492.832 € 927.922 € 5.081.022 € 6.008.944 € 2.306.683 € 5.327.681 € 7.634.364 € 16.765.696 € 4.755.960 € 21.521.656 € 433.709.073 € 112.716.889 € 546.425.962

2029 Kadernota € 6.074.435 € 1.337.137 € 7.411.572 € 14.273.113 € 2.532.895 € 16.806.008 € 23.864.226 € 6.097.896 € 29.962.122 € 7.317.900 € 3.128.326 € 10.446.227 € 8.717.468 € 2.080.997 € 10.798.465 € 17.861.492 € 3.229.577 € 21.091.069 € 2.274.615 € 1.793.193 € 4.067.808 € 39.641.354 € 9.214.163 € 48.855.517 € 12.734.361 € 3.515.985 € 16.250.346 € 331.502.139 € 69.445.039 € 400.947.178 € 973.799 € 5.332.228 € 6.306.026 € 2.420.726 € 5.591.081 € 8.011.807 € 18.532.418 € 4.991.095 € 23.523.513 € 486.188.046 € 118.289.612 € 604.477.658

33

Hieronder nogmaals het meerjarenoverzicht waarbij na 2026 geen indexatie is verwerkt. Kadernota 2026 wel trend geen indexatie na 2026 Gemeente of GR Albrandswaard Gemeente Albrandswaard GR Albrandswaard Totaal Barendrecht Gemeente Barendrecht GR Barendrecht Totaal Capelle aan den IJssel Gemeente Capelle aan den IJssel GR Capelle aan den IJssel Totaal Goeree-Overflakkee Gemeente Goeree-Overflakkee GR Goeree-Overflakkee Totaal Krimpen aan den IJssel Gemeente Krimpen aan den IJssel GR Krimpen aan den IJssel Totaal Lansingerland Gemeente Lansingerland GR Lansingerland Totaal Maassluis Gemeente Maassluis GR Maassluis Totaal Nissewaard Gemeente Nissewaard GR Nissewaard Totaal Ridderkerk Gemeente Ridderkerk GR Ridderkerk Totaal Rotterdam Gemeente Rotterdam GR Rotterdam Totaal Schiedam Gemeente Schiedam GR Schiedam Totaal Vlaardingen Gemeente Vlaardingen GR Vlaardingen Totaal Voorne aan Zee Gemeente Voorne aan Zee GR Voorne aan Zee Totaal Totaal Gemeente Totaal GR Totaal Totaal

2025 Begroting € 3.826.929 € 1.102.415 € 4.929.344 € 9.846.345 € 2.088.270 € 11.934.615 € 15.650.124 € 5.027.471 € 20.677.595 € 4.970.997 € 2.579.180 € 7.550.177 € 5.863.004 € 1.715.699 € 7.578.703 € 12.426.663 € 2.662.657 € 15.089.320 € 1.875.329 € 1.478.416 € 3.353.745 € 25.643.078 € 7.596.708 € 33.239.786 € 8.607.939 € 2.898.788 € 11.506.728 € 211.573.369 € 57.254.651 € 268.828.020 € 802.858 € 4.396.208 € 5.199.066 € 1.995.791 € 4.609.622 € 6.605.414 € 12.660.396 € 4.114.958 € 16.775.354 € 315.742.822 € 97.525.044 € 413.267.866

2026 Kadernota € 4.270.582 € 1.156.919 € 5.427.501 € 10.763.061 € 2.191.514 € 12.954.575 € 17.284.239 € 5.276.029 € 22.560.268 € 5.446.690 € 2.706.694 € 8.153.385 € 6.445.795 € 1.800.523 € 8.246.318 € 13.567.813 € 2.794.298 € 16.362.112 € 1.968.045 € 1.551.509 € 3.519.554 € 28.415.006 € 7.972.289 € 36.387.295 € 9.450.290 € 3.042.105 € 12.492.395 € 235.156.455 € 60.085.321 € 295.241.776 € 842.551 € 4.613.557 € 5.456.108 € 2.094.463 € 4.837.522 € 6.931.985 € 13.860.117 € 4.318.401 € 18.178.518 € 349.565.107 € 102.346.682 € 451.911.789

2027 Kadernota € 4.615.355 € 1.168.488 € 5.783.843 € 11.369.290 € 2.213.430 € 13.582.720 € 18.483.767 € 5.328.789 € 23.812.556 € 5.773.336 € 2.733.761 € 8.507.098 € 6.852.346 € 1.818.528 € 8.670.874 € 14.305.271 € 2.822.241 € 17.127.512 € 1.987.725 € 1.567.024 € 3.554.749 € 30.493.876 € 8.052.012 € 38.545.889 € 10.032.536 € 3.072.526 € 13.105.062 € 253.222.236 € 60.686.174 € 313.908.410 € 850.977 € 4.659.692 € 5.510.669 € 2.115.408 € 4.885.897 € 7.001.305 € 14.672.697 € 4.361.585 € 19.034.282 € 374.774.819 € 103.370.149 € 478.144.968

2028 Kadernota € 5.009.047 € 1.180.173 € 6.189.220 € 12.043.089 € 2.235.564 € 14.278.653 € 19.855.232 € 5.382.077 € 25.237.309 € 6.143.285 € 2.761.099 € 8.904.384 € 7.307.989 € 1.836.713 € 9.144.703 € 15.114.409 € 2.850.464 € 17.964.872 € 2.007.602 € 1.582.694 € 3.590.297 € 32.874.046 € 8.132.532 € 41.006.578 € 10.686.133 € 3.103.251 € 13.789.384 € 273.979.448 € 61.293.036 € 335.272.484 € 859.486 € 4.706.289 € 5.565.776 € 2.136.562 € 4.934.756 € 7.071.318 € 15.586.754 € 4.405.201 € 19.991.955 € 403.603.082 € 104.403.850 € 508.006.932

2029 Kadernota € 5.459.965 € 1.191.975 € 6.651.940 € 12.794.459 € 2.257.920 € 15.052.378 € 21.427.639 € 5.435.898 € 26.863.537 € 6.563.751 € 2.788.710 € 9.352.461 € 7.820.414 € 1.855.081 € 9.675.495 € 16.005.567 € 2.878.968 € 18.884.535 € 2.027.679 € 1.598.521 € 3.626.200 € 35.607.653 € 8.213.858 € 43.821.511 € 11.422.581 € 3.134.283 € 14.556.864 € 297.888.792 € 61.905.967 € 359.794.758 € 868.081 € 4.753.352 € 5.621.433 € 2.157.928 € 4.984.104 € 7.142.031 € 16.618.872 € 4.449.253 € 21.068.125 € 436.663.381 € 105.447.889 € 542.111.270

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3751/documents/34294