CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-GRJR-Kadernota-2026.pdf

Gemeenteraad AW 7 juli 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 12: Zienswijze begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 GRJR14.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KADERNOTA 2026 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 13 december 2024

Inhoud Voorwoord ...................................................................................................................................... 1 Terugblik kadernota’s GRJR van 2020 tot nu ..................................................................................... 3 1. Wat willen we bereiken ................................................................................................................ 4 1.1 Inleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Onze visie: nabije en passende jeugdhulp en jeugdbescherming ....................................... 4 1.2.1 Regiovisie op jeugdhulp ........................................................................................... 4 1.2.2 Sterke lokale infrastructuur ...................................................................................... 4 1.2.3 (Aan)sluitende regionale infrastructuur .................................................................... 4 1.3 Onze visie: betaalbare jeugdhulp en jeugdbescherming ..................................................... 5 1.3.1 In control ..................................................................................................................

5 1.3.2 Datakwaliteit ............................................................................................................. 5 1.3.3 Zo realistisch mogelijk begroten .............................................................................. 6 1.3.4 Tijdige signalering en rapportage ............................................................................ 6 1.3.5 Rechtmatigheidswaarborgen ................................................................................... 6 1.3.6 Sturing op doelmatigheid ......................................................................................... 7 1.3.7 Kostendekkendheid ................................................................................................. 7 1.3.8 Rekenkameronderzoek ............................................................................................ 7 2. Wat doen we daarvoor ................................................................................................................. 9 2.1 Inleiding ................................................................................................................................ 9 2.2 Regionale jeugdhulp en landelijke Hervormingsagenda Jeugd ........................................... 9 2.2.1 Regionaal ingekochte jeugdhulp ..............................................................................

9 2.2.2 Inzet en bekostiging van regionaal ingekochte jeugdhulp ....................................... 9 2.2.3 Ontwikkelopgaven systeem- en prestatieaanbieders ............................................ 10 2.2.4 Transformatie residentiële jeugdhulp ..................................................................... 11 2.2.5 Landelijk ingekochte jeugdhulp (LTA) .................................................................... 12 2.2.6 Buitenregionale hulp .............................................................................................. 12 2.2.7 Regionaal contractmanagement ............................................................................ 12 2.2.8 Landelijke Hervormingsagenda en kostenbeheersing Jeugd ................................ 13 2.3 Jeugdbescherming en Veilig Thuis en Toekomstscenario ................................................ 15 2.3.1 Jeugdbeschermingsketen ...................................................................................... 15 2.3.2 Jeugdbescherming/jeugdreclassering ................................................................... 15 2.3.3 Veilig Thuis............................................................................................................. 15 2.3.4 Toekomstscenario en kostenbeheersing Kind- en Gezinsbescherming ............... 15 3.

Taakverdeling en samenwerking ................................................................................................. 18 3.1 Inleiding .............................................................................................................................. 18

3.2 Taakverdeling en samenwerking ....................................................................................... 18 3.2.1 Taakverdeling GRJR en gemeenten ..................................................................... 18 3.2.2 Rolverdeling bij sturing op drie niveaus ................................................................. 18 3.2.3 Verantwoordelijkheid voor Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing ......... 19 3.3 Taakverdeling GRJR en gemeenten bij planning & control processen conform BBV ....... 19 3.3.1 Begrotingsproces ................................................................................................... 19 3.3.2 Monitoringsproces .................................................................................................. 20 3.3.3 Begrotingswijzigingsproces .................................................................................... 21 3.3.4 Betaalproces .......................................................................................................... 21 3.3.5 Verantwoordingsproces ......................................................................................... 22 3.3.6 Afrekeningsproces .................................................................................................

24 3.4 Uitvoeringskosten GRJR .................................................................................................... 25 4. Wat gaat het kosten: begrotingsuitgangspunten ......................................................................... 26 4.1 Inleiding .............................................................................................................................. 26 4.2 Kostenontwikkeling in de afgelopen jaren ......................................................................... 26 4.3 Kostenontwikkelingen in de komende jaren ...................................................................... 27 4.3.1 Indexatie................................................................................................................. 27 4.3.2 Trendmatige groei en krimp ................................................................................... 28 4.3.3 Beleidswijzigingen .................................................................................................. 30 4.4 Financieel meerjarenperspectief ........................................................................................ 30 Bijlage meerjarenperspectief per gemeente .................................................................................... 33

Proces • Ambtelijke bespreking 11 en 12 november 2024 Controllersoverleg en AOJ • Behandeling DB 27 november 2024 • Vaststelling AB 13 december 2024 • Ter kennisname verzending aan raden • Start begrotingsvoorbereiding dec 2024 • Ontwerpbegroting 2026 en evt. Ontwerpbegrotingswijziging 2025 AB april 2025 • Gelegenheid raden voor geven zienswijzen (door wijziging Wgr minimaal 13 weken) • Definitieve begrotingsvaststelling AB uiterlijk 15 september 2025 • Verzending begroting (en evt. begrotingswijziging) aan de provincie

2

Voorwoord In 2023 ontvingen rond de 13.000 jeugdigen in Rijnmond specialistische jeugdhulp. De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) zorgde dat het zorgaanbod hiervoor beschikbaar was. Verwijzers, zorgaanbieders en gemeenten zorgden dat de hulp bij de jeugdigen en gezinnen terechtkwam. Het jaarlijkse aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt is regionaal gezien min of meer constant, al zijn er wel verschillen tussen gemeenten. Tegelijk blijven de kosten stijgen, van € 278,3 mln. (2021) via € 310,1 mln. (2022) naar € 321,3 mln. (2023). Ook hierbij zijn er verschillen tussen gemeenten. De regionale trendmatige stijging was reden om de begrotingen 2024 en 2025 op te trekken naar € 372,9 mln. (2024) resp. € 413,3 mln. (2025). Dit geld wordt voor 77% onder directe verantwoordelijkheid van de deelnemende gemeenten besteed aan inzet van regionaal en landelijk ingekochte jeugdhulp. De rest wordt door het GRJR-bestuur als subsidies verstrekt voor de wettelijk verplichte inzet vanuit de Jeugdwet: 21% gaat naar jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis en de laatste 2% zijn GRJR-uitvoeringskosten. Kostenbeheersing De omvang en voortdurende stijging van de jeugdhulpkosten zijn voor gemeenten financieel onhoudbaar. Overbruggen van het veelbesproken ‘ravijnjaar’ is voor alle gemeenten een enorme opgave.

Daarom is er volle inzet om samen met gemeenten en aanbieders deze stijgingen om te buigen. Tegelijkertijd is ook druk op de rijksoverheid nodig omdat het onmogelijk en onverantwoord is om hulp te beperken puur vanwege de budgettaire krapte. De jeugdregio Rijnmond doet in nauw samenspel tussen GRJR en gemeenten al het mogelijke om enerzijds de kosten te beheersen en de effecten daarvan te bepalen en verwerken, en anderzijds de rijksoverheid te doen bewegen om de gemeenten tegemoet te komen. Aangescherpte verantwoordelijkheidsverdeling GRJR en gemeenten (conform BBV) De taken van de GRJR volgen uit het doel van dit samenwerkingsverband: zorg voor uitvoering van de Jeugdwet door te zorgen voor hulpaanbod en subsidiëring van jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis. Daarbij hoort het maken van afspraken met de partijen en het sturen op die afspraken. De GRJR heeft daarvoor een eigen begroting. In 2024 werd duidelijk dat het begroten en verantwoorden van zorgkosten voorvloeiend uit gemeentelijke toekenningsbesluiten hier niet bij horen. De Commissie BBV sprak uit dat dit bij de gemeenten zelf ligt, omdat de gemeentelijke toegang bepalend is voor deze kosten, ook al wordt de hulp regionaal ingekocht. De zorgkosten worden door de gemeenten zelf begroot en verantwoord en daarbij heeft de GRJR een adviesen informatiefunctie.

De betalingen vinden wel door de GRJR plaats op basis van voorschotafspraken met gemeenten. De hieruit voortvloeiende aanpassingen in de planning & control processen worden in deze Kadernota uiteengezet. Majeure inhoudelijke opgaven Inhoudelijk is er veel aan de hand in het jeugddomein. Er zijn twee majeure opgaven: • De jeugdhulp passend(er)en nabij(er), maar ook betaalbaarder organiseren. Daarvoor wordt gewerkt aan transformatie van zorgaanbod, hervorming van het zorgstelsel (landelijke Hervormingsagenda Jeugd) en uitvoering van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing;

1

•

Verbetering van de veiligheidsketen volgens het landelijk Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Ook hierbij gaat het om een stelselwijziging die doelmatiger en doeltreffender inzet van maatregelen en hulp moet bevorderen. Deze complexe opgaven spelen op landelijk, bovenregionaal, regionaal, subregionaal en lokaal niveau. Op alle niveaus is en wordt intensieve samenwerking gevraagd tussen veel partijen. De hoofdopgaven worden in deze Kadernota toegelicht. Leeswijzer Eerst volgt een korte terugblik op de achtereenvolgende kadernota’s van de GRJR. Vervolgens schetst hoofdstuk 1 doel en visie voor de jeugdhulp en inzet van de GRJR. Hoofdstuk 2 werkt de hoofdopgaven uit waaraan de GRJR in samenspel met gemeenten, zorgleveranciers, jeugdbeschermers en Veilig Thuis werkt. Hoofdstuk 3 gaat dieper in op de taakverdeling GRJR/gemeenten en de planning & control processen. Het laatste hoofdstuk bevat financieeltechnische uitgangspunten voor de begroting 2026 en eventuele begrotingswijziging 2025.

2

Terugblik kadernota’s GRJR van 2020 tot nu Kadernota 2021 – Verbeterplan GRJR De eerste Kadernota van de GRJR stamt uit begin 2020. Deze nota was de opmaat voor onder meer verdere ontwikkeling van de planning en control en de informatievoorziening. De nota bevatte geen inhoudelijke beleidslijn en financiële doorkijk. Kadernota 2022 – Transformatie en taakstellingen De volgende Kadernota, eind 2020, richtte zich op de begroting 2022. Centraal stonden de transformatie-ambities en de wens om uitgaven voor specialistische jeugdhulp om te buigen. De ombuigingsmaatregelen betroffen voornamelijk pilotprojecten bij gemeenten. In de financiële doorkijk werd gekozen voor het vooraf inboeken van gewenste besparingen. Kadernota 2023 – Regiovisie, wachttijden, realistisch begroten, meer comfort gemeenten Bij de volgende Kadernota lag er de Regiovisie Nabij en Passend, waarin gemeenten de transformatie-ambities verder hebben uitgewerkt. De Kadernota haakte daarop in met de inkoopstrategie voor specialistische hulp vanaf 2023. Ook kregen in de Kadernota verbetering van de jeugdbeschermingsketen en de problematiek van de wachttijden aandacht. Het uitgangspunt werd dat realistisch moet worden begroot om wachttijden terug te dringen en te voorkomen. De nota ging over de uitgavenontwikkeling en een landelijke hervormingsagenda jeugd.

Belangrijk tenslotte was de beweging, om bij het begroten meer aan te sluiten op keuzes en maatregelen van individuele gemeenten, zodat gemeenten daarvan direct het effect gaan zien. De gemeenten kregen meer comfort door afschaffing vlaktaks, individuele ramingscorrecties per gemeente, sturing op volledigheid van financiële informatie. Kadernota 2024 – Hervormingsagenda en aanpak jeugdbescherming De beleidsontwikkelingen zijn in de Kadernota 2024 verder centraal komen te staan. Zowel de landelijke hervormingsagenda als de aanpak jeugdbeschermingsketen zijn leidend voor de GRJR-begroting; het basisprincipe daarbij is om realistisch te begroten, om daarmee te waarborgen dat voldoende passend aanbod van jeugdhulp beschikbaar is om te voldoen aan de vraag die per gemeente verwacht wordt.

Kadernota 2025 - Ombuigingen De Kadernota 2025 laat zien dat eerdere ombuigingspogingen nog niet slagen en er rekening moet worden gehouden met een doorgaande kostenstijging. De betaalbaarheid van de jeugdhulp staat centraal in deze nota. De Kadernota blijft uitgaan van zo realistisch mogelijk begroten dus rekening houden met trendmatige groei, maar geeft een eerste richting voor forse interventies om de uitgavenstijging te beheersen. Kadernota 2026 – Verheldering van de verantwoordelijkheidsverdeling Bij het sturen op de zorgkosten ligt een sleutel bij de toegang tot de hulp. De financiële verantwoordelijkheid voor de zorgkosten ligt volgens landelijke regelgeving (BBV) bij de individuele gemeenten en kan niet worden gedelegeerd aan een GR. Naast de inhoudelijke hoofdopgaven in het werkveld van de jeugdhulp staat de Kadernota 2026 in het teken van het verhelderen van de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en de GRJR. Hierbij heeft de GRJR voor de zorgkosten in de eerste plaats een advies- en informatiefunctie waarbij wordt gerapporteerd op gemeenteniveau en afstemming plaatsvindt over de wijze en plek waarop lokale keuzes worden meegenomen in de informatie.

3

1. Wat willen we bereiken 1.1 Inleiding De GRJR is een samenwerkingsverband van de dertien gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. Deze gemeenten startten in 2014 deze samenwerking om gemeenschappelijk te zorgen voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis. De inkoop- en subsidiëringstaken zijn gedelegeerd aan de GRJR. Kerntaak van de GRJR is dan ook het contract- en accountmanagement richting de zorgaanbieders en gesubsidieerde partijen. Doel is een dekkend zorglandschap met nabije en passende hulp, zoals uitgewerkt in de Regiovisie Nabij en Passend.

1.2 Onze visie: nabije en passende jeugdhulp en jeugdbescherming 1.2.1

Regiovisie op jeugdhulp1

De GRJR voert met inkoop en subsidiëring het beleid van de deelnemende gemeenten uit. Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en jeugdbescherming in onze regio hebben dat beleid vastgelegd in een regiovisie. De ambitie is om jeugdhulp ‘nabij en passend’ te organiseren. Jeugdhulp moet passen bij het gewone leven en eenvoudig en toegankelijk zijn. Zo dicht mogelijk bij gezin, school en leefomgeving van een kind. Kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie die hun ontwikkeling stimuleert. Als dat niet kan moet er een oplossing zijn die het dichtst in de buurt komt van een ‘gewoon’ gezin, zoals een pleeggezin of gezinshuis. Tenzij meer ingrijpende hulp het beste is voor kind en gezin, bijvoorbeeld als de veiligheid in geding is. ➔

In het kader van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd stelt de rijksoverheid eisen aan de regionale samenwerking in “robuuste regio’s”. In de regiovisie moet een aantal zaken zijn uitgewerkt. Deze eisen maken dat de Regiovisie uit 2020 moet worden geactualiseerd.

1.2.2

Sterke lokale infrastructuur

Vertrekpunt in de Regiovisie is een sterke lokale infrastructuur. De gemeenten proberen om dicht bij de leefomgeving van gezinnen (in)formele ondersteuning en basishulp te leveren, en om aan te sluiten op Wmo, Participatie, passend onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en veiligheid. Kernpunt is versterking van de casusregie vanuit lokale teams c.q. wijkteams. ➔

Stevige lokale teams zijn ook speerpunt in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming.

1.2.3

(Aan)sluitende regionale infrastructuur

In de Regiovisie streven de gemeenten naar een regionale infrastructuur die (aan)sluit op deze lokale infrastructuren. Om dat goed te laten werken zijn nodig: • Regionaal aangestuurde adequate zorgbemiddeling; • Flexibele, dat wil zeggen gemakkelijk op- en af te schalen, ambulante hulp; • In plaats van residentiële zorg zo mogelijk inzet van een pleeggezin of gezinshuis; • Afbouw en flexibeler gebruik van residentiële zorgcapaciteit (bedden); • Integrale crisiszorg.

1 https://www.jeugdhulprijnmond.nl/wp-content/uploads/2021/05/Nabij-en-Passend-30-november-2020.pdf

4

Deze elementen vormen de transformatieopgaven van de jeugdhulp in de regio Rijnmond. Vanaf 2023 is jeugdhulp ingekocht in lijn hiermee. Bepaalde hulpvormen zijn vanaf dan lokaal geregeld zodat gemakkelijker in de lokale teams kan worden geschakeld. De nieuwe regionale contracten bevatten ontwikkelopdrachten op de genoemde opgaven. Binnen de regio wordt overigens gewerkt met twee inkoopmodellen: taakgerichte bekostiging voor MVS en resultaatgerichte bekostiging voor de overige gemeenten. Door de Hervormingsagenda moeten we hiermee opnieuw aan de slag de komende tijd. ➔

In het kader van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd komen er nieuwe eisen aan de regionale inkoop waar we ons in 2025 en verder op moeten voorbereiden: o

Eén inkoopsysteem voor de hele regio;

o

Een lijst met zorgvormen die tenminste regionaal moeten worden ingekocht;

o

Regionale administratieve afhandeling van contracten.

1.3 Onze visie: betaalbare jeugdhulp en jeugdbescherming Door middel van contracten en subsidies van de GRJR zorgen de gemeenten dat jeugdhulp en jeugdbescherming voldoende beschikbaar zijn om daadwerkelijk te worden ingezet (dus ook zodanig dat de wachttijden binnen de zogenaamde Treeknorm blijven). De GRJR garandeert de benodigde capaciteit door noodzakelijke budgetten te ramen en daarvoor gemeentelijke gelden te innen. Budgetramingen moeten zo realistisch mogelijk zijn om enerzijds het aanbod beschikbaar te krijgen, en anderzijds de financiële consequenties voor gemeenten tijdig te kunnen ondervangen. Hiermee wordt gezorgd dat de jeugdhulp en jeugdbescherming betaalbaar is: niet meer uitgaven dan nodig, maar ook genoeg geld voor uitgaven die nodig zijn. 1.3.1

In control

De GRJR wil dat de kosten voor jeugdhulp flink dalen. Tegelijkertijd is en blijft de GRJR bereid om de indexatie zoals landelijk afgesproken door de VNG door te berekenen in de tarieven, om aanbieders reële tarieven te betalen. ‘Betaalbare jeugdhulp en jeugdbescherming’ is in de visie van de GRJR en de deelnemende gemeenten dus niet hetzelfde als dat de kosten niet mogen stijgen, maar wel dat we ‘in control zijn over de jeugdhulp’. Dat wil zeggen: 1. Budgetraming op basis van betrouwbare, juiste en volledige informatie, datakwaliteit; 2. Tijdige beschikbaarheid van middelen door zo realistisch mogelijk te begroten, in samenspel met de gemeenten; 3. Tijdige signalering en rapportage van ontwikkelingen in zorggebruik en -kosten, zodat waar mogelijk wordt bijgestuurd en bijgesteld, zowel op gemeente- als contract/opdrachtniveau; 4. Rechtmatigheid is gewaarborgd zodat geen onterechte uitgaven plaatsvinden; 5. Doelmatigheid wordt beoordeeld en er wordt op gestuurd, zodat geen verspilling plaatsvindt; 6. Kostendekkendheid is een standaardvoorwaarde; de uitgaven voor jeugdhulp moeten aansluiten op de inkomsten die gemeenten ontvangen. De focus voor de komende jaren op deze aspecten wordt in de volgende paragrafen uitgewerkt. 1.3.2

Datakwaliteit

De GRJR verzorgt uitgebreide informatievoorziening voor het eigen zorglandschaps-, contracten accountmanagement en ter ondersteuning van de gemeentelijke budgetcycli. Deze informatievoorziening stoelt primair op toewijzings- en declaratiegegevens van gemeenten. Om grip op de informatiestromen te vergroten is in 2024 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken. Voorlopige uitkomst is dat de GRJR vanaf 2026 direct 5

inzage krijgt in de gegevensuitwisseling tussen gemeenten en aanbieders en daardoor beter en eerder zicht krijgt op de datastromen en de ‘kosten in de pijplijn’. Gemeenten vinden dat de GRJR niet de gemeentelijke administraties op detailniveau moet inzien of beheren. Verschillen tussen administraties van gemeenten en aanbieders moeten dus door hen onderling en/of tijdig worden gesignaleerd en opgelost. ➔

In de landelijke Hervormingsagenda is standaardisering een belangrijke implementatielijn die in de administratieve keten moet worden doorgevoerd om de administratieve lasten voor aanbieders te beperken. De keuzes over de backofficetaken zijn gemaakt onder voorbehoud van aankomende landelijke besluitvorming;

➔

De investeringen in verbeterde gegevensuitwisseling zijn gespecificeerd in een projectplan en worden in de GRJRbegroting 2025 en verder verwerkt.

1.3.3

Zo realistisch mogelijk begroten

De afgelopen jaren zette de GRJR met gemeenten grote stappen om tot een realistischer begroting te komen. We zien hierdoor vanaf 2024 dat raming en realisatie op regionaal niveau dichter bij elkaar komen te liggen. Op gemeenteniveau zien we nog forse afwijkingen. Op basis van harde informatie en onderbouwde aannames over de uitgaventrends worden zorgkostenramingen voor de regio als geheel en per gemeente opgesteld. Daarbij moet opgemerkt wordt dat de schattingsonzekerheid groter wordt naarmate de omvang van een gemeente kleiner is en er veel schommelingen zijn in de historische realisatie. Een klein aantal dure arrangementen kan voor een kleine gemeente tot relatief grote afwijkingen leiden. ➔

Vanaf 2024 geeft de GRJR zorgkostenramingen als begrotingsadvies aan de deelnemende gemeenten ten behoeve van de gemeentelijke begrotingen. De budgetten worden niet meer in de GRJR-begroting opgenomen. De gemeente kan het begrotingsadvies ongewijzigd overnemen of ervan afwijken met eigen onderbouwing (bijvoorbeeld doorgevoerde besparingsmaatregelen). Deze werkwijze sluit conform BBV aan op de begrotingsverantwoordelijkheid van gemeenten voor de zorgkosten. Subsidies en uitvoeringskosten GRJR blijven wel onderdeel van de GRJR-begroting. Zie verder hoofdstuk 3.

1.3.4

Tijdige signalering en rapportage

De GRJR stelt twee keer per jaar een bestuursrapportage op. Tussen de bestuursrapportages door ontvangt het bestuur in het kader van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing periodiek ook nog ‘vinger aan de pols’-rapportages. Actuele informatie is ook doorlopend beschikbaar in GRJR-dashboards. Deze dashboards lopen door de huidige administratieve werkwijze nog geruime tijd achter, dit moet beter worden door aanpassingen in de backofficeprocessen (Zie 1.3.2). Met deze informatie monitoren gemeenten en de contractmanagers van de GRJR de kosten en het gebruik van jeugdhulp. 1.3.5

Rechtmatigheidswaarborgen

De rechtmatigheidsverantwoording van zorgkosten ligt bij de gemeenten. In de eerste plaats moet toewijzing van hulp rechtmatig plaatsvinden. De controle hierop en verantwoording ervan schuift conform BBV naar de gemeenten. Zie verder hoofdstuk 3. In de tweede plaats moet betaling van declaraties terecht zijn; er moet een levering tegenover staan en het resultaat moet gerealiseerd worden. Beoordeling van declaraties ligt bij de gemeentelijke casusregisseurs en/of backoffices. De GRJR laat achteraf accountantscontroles op werkelijke levering uitvoeren en rekent met aanbieders af op basis van productieverantwoordingen. ➔

De verschuiving van de verantwoordingsplicht conform BBV betekent ook dat de accountantskosten GRJR lager begroot kunnen worden. Dit is de huidige stand van inzichten. Er is nog overleg over de toekomstige verdeling van de controlewerkzaamheden beoogd waardoor hierin nog verandering kan komen.

6

➔

Aanvullend op de productieverantwoordingen achteraf introduceert de GRJR tussentijdse audits bij aanbieders in het kader van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing.

Voor subsidie- en uitvoeringkosten blijft de GRJR verantwoordelijk, met bijbehorende interne beheersing, rechtmatigheidsverantwoording en accountantscontrole bij de GRJR-jaarstukken. 1.3.6

Sturing op doelmatigheid

Voor sturing op doelmatigheid zijn in de regiovisie en de inkoop 2023 vele aangrijpingspunten gecreëerd waar de komende jaren inzet op nodig is, zoals: • Kostenbewuste zorgbemiddeling, bijvoorbeeld door extra toetsing op zorgarrangementen die meer dan €4.000 per week kosten; • Strakke casusregie, kort cyclische sturing op inzet (en verlenging) van zorgarrangementen; • In het samenspel tussen verwijzers, zorgleveranciers en gemeenten betere inkadering wanneer hulp goed genoeg is; • Toezien op relevante inkoopeisen zoals inzet van bewezen interventies; • De gecontracteerde ontwikkelopgave over kosteneffectiviteit; • Gecontracteerde ontwikkelopgaven over passend aanbod zoals meer pleeghulp en gezinshuizen in plaats van duurdere residentiële hulp, en voorrang voor lichte hulp lokaal; • Tenminste budgetneutrale transformatie van gesloten jeugdhulp en ontwikkeling van alternatieven voor dure, minder effectieve 1-op-1 residentiële hulp. Deze opgaven liggen deels bij de gemeentelijke beleidsontwikkeling en casusregie en deels bij het contract- en accountmanagement van de GRJR. Hoofdstuk 2 vertelt hoe de GRJR dit invult. Naar aanleiding van de 2e Bestuursrapportage 2023 gaf het GRJR-bestuur begin 2024 een Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing aan de secretaris/directeur GRJR en directeuren sociaal domein van de deelnemende gemeenten.

De opdracht is om actiegericht, daadkrachtig en realistisch kostenbeheersingsmaatregelen uit te werken en uit te voeren. Zie hoofdstuk 2. 1.3.7

Kostendekkendheid

Een sluitende begroting is zowel voor gemeenten als voor de GRJR als samenwerkingsverband van gemeenten een standaardvoorwaarde. Gezien de financiële positie van gemeenten moet de leidraad zijn om de uitgaven voor jeugdhulp te laten aansluiten bij wat gemeenten voor de uitvoering van de Jeugdwet ontvangen aan rijksmiddelen. Kostenstijgingen zijn dan ook alleen acceptabel als er extra geld van het rijk tegenover staat. Vanuit deze leidraad hebben alle partijen in de jeugdhulpketen een taak en geeft ook de GRJR invulling aan de eigen taken. 1.3.8

Rekenkameronderzoek

De rekenkamers van de gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland zijn eind 2023 een rekenkameronderzoek gestart naar de GRJR. De Rekenkamer Rotterdam, die dit onderzoek uitvoert, wil nagaan of de manier waarop de inkoop van specialistische jeugdhulp en het financieren van jeugdreclassering, jeugdbescherming en Veilig Thuis regionaal zijn vormgegeven in de GRJR voldoen aan de verwachtingen van regionaal samenwerken. De regionale samenwerking zou moeten leiden tot een optimalisering (of zo optimaal mogelijke situatie) van de bovenlokale jeugdhulp. Samenwerking en afstemming tussen gemeenten onderling en met de GRJR is hierbij essentieel, omdat de vormgeving van de lokale infrastructuur voor het organiseren van jeugdhulp sterk samenhangt met de benodigde inzet op regionaal niveau.

7

De GRJR werkt graag mee aan dit onderzoek en ziet kansen om uit dit onderzoek samen met de deelnemende gemeenten te leren hoe de regionale samenwerking rond specialistische jeugdhulp kan worden geoptimaliseerd. Het rekenkamerrapport wordt in 2025 verwacht en is dus nog niet betrokken bij de opstelling van deze Kadernota.

8

2. Wat doen we daarvoor 2.1 Inleiding De gemeenten in Rijnmond hebben gezamenlijk specialistische jeugdhulp ingekocht en subsidierelaties ingericht voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. Dit hoofdstuk schetst in hoofdlijnen hoe dit is geregeld en wat de ontwikkelingen zijn.

2.2 Regionale jeugdhulp en landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2.2.1

Regionaal ingekochte jeugdhulp

Per 1 januari 2023 zijn nieuwe regionale contracten gesloten met als centrale doelstelling om jeugdigen beter en meer in de eigen leefomgeving hulp te bieden. Belangrijkste punten zijn: • Regionale hulp is samenhangend en de continuïteit van plaats en behandelaar is maximaal. Om dat te bevorderen zijn zogenaamde systeemaanbieders gecontracteerd. Zij moeten alle vormen van hulp kunnen leveren (behalve forensische en gesloten jeugdhulp) en als strategische transformatie-partner fungeren. De opdrachtenstructuur bestaat uit de opdrachten pleeghulp (A), ambulante hulp (E), daghulp (D), opname (B), langdurig verblijf (C) en crisishulp (F). • Inkoop van daghulp (D) en ambulante hulp (E) gebeurt primair op lokaal niveau, tenzij die hulp past bij verblijf of als het regionale niveau noodzakelijk is voor behoud van expertise.2 • Daarnaast zijn contracten afgesloten met specialisten in aanbod van forensische hulp (‘prestatieaanbieders’) en met ‘flexaanbieders’. De laatste om waar nodig extra volume te leveren. Ook Jeugdhulp Plus (JH+, voorheen gesloten jeugdhulp) is apart ingekocht in nauwe bovenregionale samenwerking met de andere jeugdregio’s in Zuid-Holland. • Er wordt in jeugdregio Rijnmond met twee inkoopmodellen gewerkt. De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) werken met taakgerichte inkoop in één integrale opdracht met populatiebekostiging.

De GRJR-inkoop voor de tien andere gemeenten is outputgericht met behulp van een resultaatgericht arrangementenmodel. ➔

Naast de aanbestedingsstructuur vanaf 2023 zijn er nog maatwerkcontracten en een subsidie voor buitenregionale plaatsingen. Onderzocht wordt hoe deze afwijkende vormen onder de aanbestedingsstructuur kunnen worden gebracht.

➔

In het kader van de Hervormingsagenda komt er een lijst van zorgvormen die ten minste regionaal moeten worden ingekocht. Hierop moeten de contracten voor de eerstvolgende verlenging worden aangepast.

➔

In het kader van de Hervormingsagenda moeten jeugdregio’s robuust zijn. Dit betekent dat weer naar één inkoopmodel voor de hele regio toegewerkt moet worden.

2.2.2

Inzet en bekostiging van regionaal ingekochte jeugdhulp

De GRJR heeft de zorgcontracten afgesloten als opdrachtgever namens de gemeenten. Maar de inzet en bekostiging van de werkelijke hulp is een samenspel van meerdere partijen. Een gezin komt met een hulpvraag bij het gemeentelijke wijkteam, de huisarts, jeugdarts, medisch

2 Vanaf 2023 niet meer regionaal maar lokaal ingekocht:

• •

Daghulp in de vorm van Schoolvervangende dagbehandelingen, dagbehandelingen gericht op werk (16+); alle extramurale vormen van hulp voor Jeugd met een Beperking. Ambulante hulp bij Laagcomplexe problematiek en zorgaanbod, eenduidige vormen van behandeling of begeleiding, waarbij het beloop redelijk voorspelbaar is en medicatiecontrole.

9

specialist, rechter, jeugdbeschermer of jeugdreclasseerder. Deze partijen zijn wettelijk aangewezen als verwijzers naar jeugdhulp: zij mogen een jeugdige en het gezin verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder. De jeugdhulpaanbieder stelt (in overleg met de gemeente) een hulparrangement samen. Hierbij is het resultaatgerichte arrangementenmodel van de GRJR van toepassing en bepalend voor de arrangementsprijs (weektarief). De gemeente geeft formeel goedkeuring (toewijzing). De gemeente kan daarbij de verwijzing van een wettelijk verwijzer niet tegenhouden. De aanbieder levert de zorg en declareert de kosten bij de gemeente, De gemeente beoordeelt de declaratie en stuurt deze naar de GRJR. De GRJR betaalt de declaratie en rekent na afloop van een boekjaar definitief met aanbieders af op basis van productieverantwoordingen. De sturing op jeugdhulp is door deze situatie een samenspel van alle genoemde partijen. De informatievoorziening ten behoeve van deze sturing wordt verzorgd door de GRJR. ➔

In het kader van de Hervormingsagenda moet de administratieve afhandeling van de contracten regionaal worden georganiseerd. Dit om de administratieve lasten voor aanbieders te beperken. Hiervoor wordt in samenhang met verbetering van de datakwaliteit een project voorbereid.

➔

Voor de volgende inkoopronde moet de bekostigingssystematiek worden herzien omdat de huidige systematiek sturing op aanbod en kosten bemoeilijkt.

2.2.3

Ontwikkelopgaven systeem- en prestatieaanbieders

Centrale doelstelling van de GRJR is dat het zorglandschap passend is. De contracten bevatten hiervoor allerlei eisen over hoe om te gaan met inzet van hulp als er een hulpvraag is, zoals het tijdig aanvragen van indicaties (toewijzingen), het leveren van hulp conform afgegeven indicaties (toewijzingen) en het tijdig declareren van geleverde hulp. De passendheid van het zorglandschap gaat over de beschikbaarheid van het juiste zorgaanbod. Dat vereist een voortdurende ontwikkeling van het zorgaanbod. Leren en ontwikkelen zijn daarom belangrijke pijlers in de contracten. Met systeemaanbieders en aanbieders van forensische hulp (prestatieaanbieders) zijn ontwikkelopgaven afgesproken. Deze opgaven moeten tot meetbare veranderingen in het zorglandschap leiden, zodat de hulp meer nabij en passend (en daarmee naar verwachting minder duur) wordt. Voor het kunnen volgen van en sturen op de voortgang van de ontwikkelopgaven is de afgelopen jaren een dashboard opgebouwd met kpi’s per ontwikkelopgave. De ontwikkelopgaven voor de systeemaanbieders zijn: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Nabij: de hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), het sociale netwerk wordt betrokken en ingeschakeld, zodat duurzame oplossingen ontstaan. Passend: de hulp is kort en bondig, zodat geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat.

Hierbij wordt ingezet op interventies, methodieken, richtlijnen en aanpakken die passen bij de ondersteuningsbehoefte en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten.

2. Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg in het kader van de jeugdhulp en op het lokale netwerk. Aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise en vormen een geheel met elkaar, zodat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving.

3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin

10

Wanneer jeugdigen niet langer thuis kunnen wonen groeien ze zoveel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis. Het aanbod van pleegouders/gezinshuizen is zo dat te allen tijde een beroep gedaan kan worden op een pleegouder. Eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat. Er is inzet op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Daarbij is een versterking van de samenwerking tussen de opdrachtnemer en de casusregisseur noodzakelijk.

4. Minimale inzet van bedden Het perspectief is altijd gericht op behandeling in afstemming met gezin en onderwijs. Daarbij worden bedden zo kort mogelijk ingezet, maar wel zo lang als nodig. Dit vraagt om domein overstijgend denken, omdat kinderen zelden enkelvoudige problematiek hebben. De beschikbare bedden zijn daarom ook flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiële zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Daar waar thuis blijven wonen echt niet (meer) mogelijk is, is het van belang dat er voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar is met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden.

5. Kosteneffectiviteit De Opdrachtnemer heeft inzicht in de ingezette dienstverlening op clientniveau in tijd, hoeveelheid en kwaliteit, zodat Opdrachtnemer dit kan koppelen aan de opdrachtverstrekking van de Opdrachtgever. Opdrachtnemer maakt inzichtelijk hoe de opdrachtnemer inzet op een efficiëntere bedrijfsvoering met als doel de effectiviteit van de jeugdhulp te vergroten. Randvoorwaarden: •

opdrachtnemer heeft inzichtelijk welke hoeveelheid en type jeugdhulp ingezet is per jeugdige;

•

opdrachtnemer meet het resultaat van deze hoeveelheid en kwaliteit van zorg, waarbij hij ook inzichtelijk heeft of het bereikt wordt met de ingezette dienstverlening;

•

opdrachtnemer onderzoekt of een andere hoeveelheid en kwaliteit van zorg tot betere resultaten zou leiden.

Met de aanbieders van forensische hulp zijn ontwikkelthema’s afgesproken: 1. Passend aanbod voor 18+’ers met (jeugd)reclassering Het doel hierbij is om voldoende passend aanbod te creëren voor jongeren van 18 jaar en ouder die te maken hebben met (jeugd)reclassering, inclusief jongeren die onder ASR (Adolescenten Strafrechtrecht) vallen. Het streven is om deze jongeren een toekomstperspectief te bieden. Er wordt specifiek gekeken naar het vraagstuk rondom verblijf en de overgang naar bijvoorbeeld de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).

2. Transforensische hulp Deze vorm van hulp is gericht op de continuïteit van zorg voor jongeren voor, tijdens en na detentie, zowel in Justitiële Jeugd Inrichtingen (JJI's) met verschillende beveiligingsniveaus als in de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) met een lager beveiligingsniveau. Deze initiatieven zijn gericht op het verbeteren van de zorg en de ondersteuning voor jongeren die betrokken zijn bij (jeugd)reclassering en jongeren die in detentie zitten, om zo een effectievere en naadloze overgang naar de samenleving te bevorderen.

2.2.4

Transformatie residentiële jeugdhulp

De transformatie van de residentiële jeugdhulp is in de Regiovisie een belangrijke ambitie en wordt ook landelijk gestimuleerd. In de regio Rijnmond is dit in de eerste plaats onderdeel van de ontwikkelopgaven. Daarnaast stuurt de rijksoverheid specifiek aan op de transformatie van residentiële jeugdhulp in gesloten voorzieningen (JH+) en zogenaamde driemilieuvoorzieningen (verblijf + zorg + onderwijs). De af- en ombouw is een complex proces met veel betrokken partijen en grote bedrijfsmatige uitdagingen voor de betrokken zorgaanbieders. Gemeenten zijn 11

ondertussen verantwoordelijk voor continuïteit van deze cruciale jeugdhulp en voor de af- en ombouw. Inmiddels is er een rijksregeling (specifieke uitkering, SPUK) om incidentele kosten van af- en ombouw te vergoeden. Deze geldstroom is inzetbaar voor de transformatie van regionaal ingekochte hulp, en loopt via coördinerende gemeente Rotterdam in plaats van de GRJR. Structureel hogere zorgkosten (zoals hoger tarief vanwege minder kinderen per groep of zwaardere wettelijke eisen) zijn voor rekening van gemeenten en lopen via de GRJR. ➔

De GRJR overweegt een landelijke pilot om afbouw van de residentiële jeugdhulp langjarig te monitoren.

Naast de specifieke transformatie van de gesloten voorzieningen wordt met de systeemaanbieders gewerkt aan goedkopere alternatieve hulp voor jeugdigen uit deze doelgroep. In het reguliere hulpaanbod zijn voor deze groep lacunes waardoor bijvoorbeeld moet worden teruggegrepen op 1-op-1 begeleiding in open instellingen. Dit is zowel om zorginhoudelijke als financiële redenen onwenselijk. ➔

In 2025 loopt een RBOK-project om voor de benodigde alternatieven een maatschappelijke businesscase op te stellen.

2.2.5

Landelijk ingekochte jeugdhulp (LTA)

Zeer specifieke jeugdhulp is landelijk ingekocht, vooral bij specialistische klinieken waar met name medische verwijzers rechtstreeks een beroep op doen. Gemeenten betalen via de GRJR de rekening. ➔

We zien de aantallen jeugdigen en de kosten van LTA jaarlijks stijgen maar de grip hierop is beperkt. Daarom willen we hulp zoveel mogelijk via de regionale contracten. Daarnaast is de GRJR zeer actief in de landelijke aanpak om de beheersing van de LTA te verbeteren.

2.2.6

Buitenregionale hulp

De Jeugdwet bepaalt dat de gemeente waar de jeugdige volgens de Basisregistratie Personen (BRP) zijn woonadres heeft, verantwoordelijk is voor de inzet van jeugdhulp en de daarmee gemoeide kosten. Bij jeugdhulp met verblijf geldt als woonplaats de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaand aan een of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. Door dit uitgangspunt kan het voorkomen dat een jeugdige van een aanbieder elders in het land (buitenregionaal) hulp ontvangt voor rekening van een gemeente in de GRJR. Daarnaast vinden als gevolg van wettelijke verwijzingen directe plaatsingen buiten de regio plaats die via een subsidie (bij pleegzorg) of via maatwerkovereenkomsten worden bekostigd. ➔

De inzet is om de buitenregionale plaatsingen en maatwerkovereenkomsten te beperken.

2.2.7

Regionaal contractmanagement

De kerntaak van de GRJR bij alle beschreven ontwikkelingen is het contractmanagement. De programmamanager zorglandschap, contract- en accountmanagement zijn de verbindende factor van de inkoop en subsidie tussen gemeenten en aanbieders. Dit betreft zowel systeemen prestatieaanbieders als flexaanbieders, gesloten jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. De regiovisie en de inkoop- en subsidieafspraken zijn hierin leidend. Account- en contractmanagers zijn verantwoordelijk voor het geheel van activiteiten dat ervoor zorgt dat alle contractpartijen en gesubsidieerde instellingen aan hun verplichtingen voldoen en kunnen voldoen.

12

Daarnaast speelt account- en contractmanagement in op wijzigende omstandigheden om de bestuurlijke doelstellingen te behalen. Thema’s hierbij zijn onder andere de RBOK, de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Andere aandachtsgebieden binnen contractmanagement zijn: sturing op kostenbewuste zorgbemiddeling, minder maatwerkcontracten, passende en betaalbare zorg op basis van landelijke contracten (LTA), vermindering van wachttijden en juiste uitvoering van hoofd- en onderaannemerschap. Contractmanagement stuurt datagedreven op de afgesproken prestaties, KPI’s en budgetvolumes. Contractmanagement signaleert en bespreekt knelpunten, ook op zorgkwaliteit. En contractmanagement stelt de bedrijfsvoering van aanbieders aan de orde, vooral waar het gaat om overhead, efficiënt werken, ziekteverzuim, in- en uitstroom. Net de inzet van audits controleert contractmanagement de uitvoering op deze aspecten. Gestuurd wordt om afspraken na te komen, samenwerking te bevorderen en oplossingsgericht te werk te gaan. Met als ultiem doel een dekkend zorglandschap en daarmee goede jeugdhulp in de regio binnen de budgettaire kaders. 2.2.8

Landelijke Hervormingsagenda en kostenbeheersing Jeugd

De kosten van de jeugdhulp stijgen onbeheersbaar terwijl de rijksoverheid de gemeenten hiervoor onvoldoende compenseert. VNG en Rijksoverheid hebben over financiële maatregelen een akkoord gesloten in de vorm van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Met daarbij afspraken die meer helderheid moeten geven over de inhoudelijke opgaven, de financiën en de opdracht van een zogenoemde deskundigencommissie. Aan de hand van de gedane inspanningen van betrokken partijen (met name gemeenten), geeft de deskundigencommissie zwaarwegend advies over onder andere de benodigde financiële middelen voor de toekomst. Deze commissie komt in 2025 met een eerste rapport. De Hervormingsagenda Jeugd bevat veel afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Doel is om het stelsel en de uitvoering te verbeteren en over (wettelijke) grenzen heen te gaan. De Hervormingsagenda is verdeeld in zes opgaven (implementatielijnen): 1. Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is (reikwijdte van de Jeugdwet); 2. Stevige lokale teams (incl. stevigere verbinding met aangrenzende domeinen) en toegang; 3. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk; 4. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren; 5. Regionale en landelijke inkoop en organisatie van de specialistische zorg; 6. Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring.

De maatregelen tellen op landelijk niveau op tot een bedrag van ruim €1 miljard (in 2027) waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn om zelf terug te verdienen. De €1 miljard betekent vrij vertaald voor onze regio circa €87 mln. De gemeenten zijn direct verantwoordelijk voor opgaven (2) Stevige lokale teams en toegang en (5) Regionale en landelijke inkoop en organisatie. In onze regio is door de deelnemende gemeenten een programmateam gevormd dat hier verdere uitwerking aan geeft. Het programmateam is samengesteld uit medewerkers van deelnemende gemeenten en de GRJRuitvoeringsorganisatie. Veel zaken liggen immers beleidsmatig bij gemeenten maar vragen 13

tegelijkertijd regionale afstemming zowel tussen de gemeenten als met de GRJR. De GRJR is stevig vertegenwoordigd op landelijk niveau, bestuurlijk en ambtelijk, om de belangen van gemeenten te vertegenwoordigen. (2) Stevige lokale teams De ontwikkeling van stevige lokale teams is van cruciaal belang voor het slagen van de beoogde hervorming en besparing, maar valt buiten de taak van de GRJR. (5) Regionale en landelijke inkoop en organisatie van de specialistische zorg Opgave 5 moet grotendeels op landelijk en regionaal niveau uitgevoerd worden. Door bijvoorbeeld standaardisatie gaan bedrijfsvoeringskosten van aanbieders (en gemeenten) omlaag. In dit verband is zijn er landelijke contractstandaarden gemaakt en komt er een algemene maatregel van bestuur waarin wordt bepaald welke zorgvormen tenminste regionaal moeten worden ingekocht. Ook is een ministeriële regeling aangekocht waarin wordt voorgeschreven welke administratie processen op regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. (zie ook paragraaf 1.3.2). Dit werkt bij aanbieders door in een lager overheadpercentage in de tarieven. In het licht van de Hervormingsagenda heeft de regio Rijnmond met de GRJR al een goede basis. Niet alleen zijn we al een gemeenschappelijke regeling, we hebben ook een inhoudelijke visie op transformatie, die richting geeft aan onze inkoop.

De haalbaarheid van gekozen maatregelen (in aansluiting op de huidige taakstelling) is dus vooral afhankelijk van externe factoren, zoals de autonome groei van de vraag naar jeugdhulp en de ontwikkeling op tarieven. Het implementatieplan van de Hervormingsagenda bevat ook beoogde ombuigingsmaatregelen die in onze regio deels al in gang zijn gezet. De opbrengst van de transformatie van de jeugdhulp moet zijn dat lokale inzet tot vermindering van aantal trajecten en/of kosten van regionaal ingekochte jeugdhulp moet leiden. De landelijk voorgerekende besparingen zijn voor onze regio niet allemaal even realistisch omdat de bijbehorende maatregelen in onze regio al zijn toegepast. Voor de lobby richting de rijksoverheid en de VNG vervullen de gemeente Rotterdam en de GRJR een trekkersrol. Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing In samenhang met de Hervormingsagenda loopt de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK). Deze opdracht bevat tal van maatregelen binnen de regio om de kostenstijging af te remmen. Het bedrag waarmee de groei kan worden beperkt hangt af van het moment van en nauwkeurigheid waarmee het maatregelenpakket wordt geïmplementeerd. Ook is het effect op lopende zorg nog relatief klein. Daarmee kent het volledige effect van de maatregelen een lange doorlooptijd.

De financiële ambitie van de RBOK is in februari 2024 als volgt afgezet tegen de groei tot en met 2028 zoals in de vorige Kadernota voorspeld: •

2024

10% van de geprognosticeerde groei

€1,7 mln.

•

2025

25% van de geprognosticeerde groei

€5,0 mln.

cumulatief €6,6 mln.

•

2026

50% van de geprognosticeerde groei

€11,7 mln.

cumulatief €18,3 mln.

•

2027

100% van de geprognosticeerde groei

€27,5 mln.

cumulatief €45,8 mln.

•

2028

100% van de geprognosticeerde groei

€32,6 mln.

cumulatief €78,4 mln.

De beoogde besparing ontstaan deels door strakke inkadering van inzet van jeugdhulp, maar deels ook door te zorgen voor minder instroom in en snellere uitstroom uit die hulp. Dat betekent 14

dat de opbrengsten ook in grote afhankelijkheid staan van lokale inzet in aanpalende beleidsterreinen. ➔

De financiële effecten van de RBOK moeten tot uiting komen in neerwaartse druk op de voortdurende uitgavenstijging van de regionaal ingekochte jeugdhulp. Als dit in de realisatiecijfers tot uiting komt werkt het ook door in de begrotingsadviezen die de GRJR aan gemeenten afgeeft.

➔

Het besparingseffect van de RBOK-maatregelen zal de komende jaren per gemeente variëren. Toekomstige effecten die nog niet in de realisatiecijfers tot uiting komen worden als niet in de begrotingsadviezen voor 2026 en verder opgenomen, maar kunnen door gemeenten mits voldoende onderbouwd in de eigen begroting worden verwerkt. Waar mogelijk vervult de GRJR hierbij een adviserende rol. Effecten van concrete plannen die door gemeenten zijn onderbouwd kunnen worden toegevoegd aan de begrotingsadviezen.

2.3 Jeugdbescherming en Veilig Thuis en Toekomstscenario 2.3.1

Jeugdbeschermingsketen

De GRJR zorgt naast jeugdhulp voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. De drie in onze regio werkzame zogenaamde gecertificeerde instellingen (GI’s) en Veilig Thuis (VT) worden door de GRJR gesubsidieerd. Een belangrijk deel van deze taken heeft een directe wettelijke grondslag. Deze diensten zijn onderdeel van de zogenaamde beschermings- en veiligheidsketen (verder: jeugdbeschermingsketen). In de keten werken gemeenten samen met lokale veiligheidspartners en met landelijk georganiseerde partijen zoals de Raad voor de kinderbescherming (RvdK) en rechtbanken. Ook Veilig Thuis is een schakel in deze keten. 2.3.2

Jeugdbescherming/jeugdreclassering

Na een geruime tijd waarin de GI’s en daarmee de bescherming van jeugdigen landelijk onder grote druk stonden, is sinds de invoering van een landelijke bepaalde caseload en landelijke tarieven voor jeugdbeschermingstaken verbetering zichtbaar in het uitvoeren van de taak door de GI’s. We verwachten dat er in 2025 ook een landelijk tarief voor jeugdreclassering wordt ingevoerd. Hieraan conformeert de GRJR zich. De verscherpte bestuurlijke sturing op de GI’s is vanaf eind 2024 niet meer nodig. 2.3.3

Veilig Thuis

De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, een van de partijen in de veiligheidsketen voor gezin en kind. VTRR ziet een verschuiving in de zwaarte van meldingen, wat leidt tot meer inzet waarop de subsidie meebeweegt. De prestaties van alle Veilig Thuis organisaties in Nederland zijn volgens het inspectieonderzoek dat in het najaar van 2024 is verschenen onder de maat. Alle Veilig Thuis organisaties moeten aan de slag om te verbeteren op de kpi’s, zoals de termijn waarbinnen er contact wordt opgenomen met het kind/gezin. Ook VTRR. De inhoudelijke sturing doet de GRJR in samenspraak met de drie centrumgemeenten Maatschappelijke Opvang Vlaardingen, Rotterdam en Nissewaard. De financiering voor de 0-18 doelgroep van VTRR verloopt vanuit de GRJR via alle deelnemende gemeenten, de financiering van de 18-100 doelgroep via de centrumgemeente. 2.3.4

Toekomstscenario en kostenbeheersing Kind- en Gezinsbescherming

Er wordt landelijk gewerkt aan verbetering van de veiligheidsketen voor kinderen en gezinnen. Deze keten is complex en knelt. Er is onvoldoende samenhang en te weinig samenwerking. Dit leidt tot inefficiënt werken. De betrokken partijen moeten meer gezinsgericht gaan werken, 15

transparanter en eenvoudiger (geen overdrachten of dubbele taakuitvoering) en meer lerend werken. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming dat landelijk is geformuleerd, wordt in de regio Rotterdam Rijnmond opgevat als regionale opgave waarbij alle betrokken partners op alle niveaus gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor verbetering van de keten. In onze regio is een stuurgroep opgericht met bestuurlijke/directie vertegenwoordiging, die stuurt op de stappen die nodig zijn. De komende jaren zal de regio, als onderdeel van een landelijk gefaciliteerde beweging, een ontwikkeling doormaken die leidt tot realisatie van de beoogde werkwijze. De ontwikkeling vindt plaats vanuit vier perspectieven: • Van de cliënt, die sneller beter passende ondersteuning en hulp ontvangt; • Van de professional, die op een andere manier gaat werken; • Van de organisatiestructuur, waar inrichtingskeuzes gemaakt worden; • Van het juridisch kader, waar het anders werken binnen moet passen. In het Toekomstscenario ligt mede de basis voor de aanpak in stevige lokale teams. Het regionaal uitvoeren van taken beperkt zich tot het bundelen van expertise en bevoegdheden waar het passender is om deze te beleggen op regionaal niveau in Regionale Veiligheidsteams (RVT’s).

Dat vraagt om doorontwikkeling van de lokale teams evenals regionale afstemming; de ontwikkeling van sterke lokale teams en de invoering van de RVT’s zijn communicerende vaten. Anders werken vraagt veranderingen in de inrichting van het systeem. Gemeenten, GI’s, VT en RvdK zijn gezamenlijk eigenaar van de ontwikkeling en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor inrichting van het systeem dat de nieuwe manier van werken ondersteunt. Dit systeem zal bestaan uit goed functionerende lokale teams die nauw samenwerken met expertisepartners als RvdK, GI’s, VT, justitiepartners, specialistische hulp en GGZ voor jeugd en volwassenen en expertiseplatforms. Naar verwachting volgt er eind 2024 een landelijk besluit over hoe de Regionale Veiligheidsteams eruit moeten gaan zien. Regionale opdracht toekomstscenario De inrichting van de nieuwe manier van werken wordt momenteel regionaal beproefd. De proeftuin in diverse gemeenten (Nissewaard, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee en Rotterdam) wordt gefinancierd uit rijkssubsidies. Buiten de proeftuinen werken we aan de doelstellingen van het Toekomstscenario met eigen middelen en eigen mensen. Voor de uitvoering van de opdracht stelt de stuurgroep de volgende drie prioriteiten: 1.

Ontwikkel een regionale aanpak waarbij ervaringen uit de praktijk (‘regionaal beproeven’) en landelijke inzichten benut worden voor (door)ontwikkeling, uitwerking en versteviging van beleid en uitvoering binnen de kind- en gezinsbeschermingsketen van 0 tot 100 in de regio. 2. Werk vanuit een cyclische transformatiestrategie waarin ontwikkelvermogen op alle niveaus centraal staat: stimuleer verandervermogen, motivatie en samenwerking en implementeer werkzame elementen in de gehele regio. 3. Ontdubbel, werk slimmer met minder, focus op preventie en vroeginterventie en voorkom dat te snel aan beschermingsmaatregelen wordt gedacht: wanneer is het goed genoeg? Monitoring en evaluatie zijn gericht op een lerende ontwikkeling: leidt de uitvoering van de eerste uitwerking tot de gewenste resultaten, blijft de ontwikkeling in lijn met de visie, hoe kan die ontwikkeling verder geconcretiseerd en versterkt worden? Dit kan heel passend ingevuld

16

worden met een actieonderzoek. De projectgroep Toekomstscenario coördineert en monitort deze ontwikkeling. Kostenbeheersing jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis De subsidies voor de GI’s zijn grotendeels gebonden aan wettelijke taken en landelijke dienstverleningsstandaarden en tarieven. De landelijke kaders hebben er juist in de afgelopen periode toe geleid dat de kosten zijn gestegen. Voor de niet-wettelijke taken is er meer vrijheid. Denk hierbij aan consultatie- en adviesuren, die (voorlopig) vaak ook nodig zijn in de samenwerking en versteviging van de lokale teams. Dit maakt het niet eenvoudig om op de GI’s kostenbesparingen te realiseren zoals gemeenten vragen. Meer specifiek hebben de colleges van burgemeesters en wethouders van alle gemeenten in de regio (met uitzondering van Maassluis) hierom in het najaar van 2024 gevraagd in een brief aan alle GR-en in de regio. ➔

Voor de begroting 2026 wordt overlegd over de mogelijkheden en afwegingen om tot 5 à 10% besparing te komen.

De subsidie voor VT is minder gebonden aan landelijke tarieven, maar betreft eveneens voornamelijk wettelijke taken en landelijke dienstverleningsstandaarden. Daarnaast kampt VT net als de GI’s met problemen zoals maatschappelijke ontwikkelingen, arbeidsmarktproblematiek en wachtlijsten voor jeugdhulp. ➔

Daarom zal ook voor VTRR in nauw overleg met de centrumgemeenten voor de begroting 2026 worden overlegd over de mogelijkheden en afwegingen om tot 5 à 10% besparing te komen.

17

3. Taakverdeling en samenwerking 3.1 Inleiding De kaderstelling, sturing en uitvoering van de jeugdhulp in Rijnmond is een samenspel van de volgende partijen: GRJR (bestuur en uitvoeringsorganisatie), individuele gemeenten, gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en gesubsidieerde organisaties GI’s en Veilig Thuis. Elk van deze partijen heeft een eigen juridische basis en positie in het stelsel, met bijbehorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De GRJR neemt hierbij een bijzondere positie in op basis van een taakverdeling en samenwerking met gemeenten.

3.2 Taakverdeling en samenwerking Om de inzet van de GRJR te focussen en tegelijk af te bakenen is het nodig de verdeling van taken en rollen helder voor ogen te houden. 3.2.1

Taakverdeling GRJR en gemeenten

De taakverdeling tussen GRJR en gemeenten is: • De GRJR voert de door gemeenten gedelegeerde taken uit om jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis te subsidiëren; • De gemeenten voeren zelf de taak uit om te beslissen over inzet van hulp op casusniveau, zij vormen de toegang tot de hulp met eigen front- en backofficeorganisaties. De uitvoerende taken van de GRJR behorend bij inkoop en subsidiëring zijn: • Sturen op het zorglandschap en op gecontracteerde en gesubsidieerde partijen met als doel dat het aanbod van diensten passend, nabij, voldoende beschikbaar en betaalbaar is; • Informatievoorziening over kosten en gebruik van gecontracteerde en gesubsidieerde diensten; • In samenhang met deze taken het verzorgen van de verantwoording door en financiële afwikkeling met contract- en subsidiepartijen en gemeenten. 3.2.2

Rolverdeling bij sturing op drie niveaus

De GRJR vervult met deze taken een overkoepelende en verbindende rol. De GRJR heeft bij de inkoop 2023 in de notitie Sturing en Bekostiging vastgelegd hierbij drie sturingsniveaus te onderscheiden, waarop ook de informatiefunctie stoelt: 1. Sturing op zorglandschapsniveau Overzien van het hele zorglandschap, zorgen voor beschikbaarheid van jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering, signaleren van lacunes en sturen op passend aanbod. Deze rol ligt volledig bij de GRJR en wordt ingekaderd door beleidskeuzes van gemeenten (bijvoorbeeld om lichte ambulante hulp lokaal in te kopen). Voor de beleidsmatige sturing is er het programmateam van de gemeenten in Rijnmond, waarin gemeenten van elkaar leren en elkaars werk benutten voor de lokale beleidsontwikkeling. 2. Sturing op actorniveau Verwijzende instanties, gemeenten en aanbieders met elk een eigen positie en verantwoordelijkheid hebben veelal een eigen wettelijke basis (dit geldt op grond van de Jeugdwet ook voor de zorgaanbieders) en kunnen niet of niet volledig centraal worden 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3751/documents/34294