2026-08-21 Nota Zienswijzen Tam imro Sport De Omloop (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
Definitief (augustus 2026) Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon 1 Inleiding 1. 1 Toelichting Het ontwerp-TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Sport De Omloop Rhoon heeft van 21 november 2025 tot en met 1 januari 2026 ter inzage gelegen voor eenieder , met daarbij de mogelijkheid om een zienswijze op het plan in te dienen. Het TAM-omgevingsplan maakt de realisatie van een nieuw sportpark De Omloop , aan de oostzijde van de Omloopseweg in Rhoon , mogelijk. De huidige accommodatie (aan de westzijde van de Omloopseweg) voldoet niet meer aan de wensen en eisen van deze tijd. Tevens heeft de gemeenteraad besloten dat de huidige locatie van het sportpark wordt herontwikkeld tot woningbouw om op deze manier invulling te kunnen geven aan een provinciale aanwijzing om daar minstens 100 sociale woningen te realiseren. Om de woningbouwlocatie mogelijk te maken , dient het sportpark te worden verplaatst. Deze verplaatsing biedt daarbij meteen de kans om samen met de betrokken sportverenigingen een geheel nieuw sportpark te ontwikkelen , die voldoet aan alle hedendaagse eisen omtrent ruimtelijke inpassing , bereikbaarheid voor de bezoekers vanuit de omgeving , bruikbaarheid voor (sport)verenigingen en de ligging in Rhoon.
De beoogde locatie van het nieuwe sportpark De Omloop is echter in het vigerende planologische regime voorzien van een agrarische bestemming. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk om een sportpark met sportvelden en bijbehorende bebouwing op te richten. Teneinde deze verplaatsing alsnog mogelijk te maken , is er een wijziging van het geldende omgevingsplan benodigd. Deze wijziging geschiedt middels een TAM-Omgevingsplan. 1. 2 Wettelijk kader De gronden van het plangebied zijn in het vigerende planologische regime voorzien van een agrarische bestemming , waarbinnen het niet mogelijk is om een sportpark met sportvelden en bijbehorende bebouwing op te richten. De beoogde activiteiten passen daarmee niet geheel binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren , is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Deze wijziging geschiedt middels een TAM-Omgevingsplan. Juridisch maakt het TAM-omgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente Albrandswaard. 1. 3 Zienswijze Het ontwerp-TAM-omgevingsplan heeft van 21 november 2025 tot en met 1 januari 2026 ter inzage gelegen. In deze periode stond voor een ieder de mogelijkheid open om hun zienswijze over het ontwerpplan de gemeenteraad kenbaar te maken.
Hierop zijn 10 zienswijzen binnengekomen , 1 zienswijze is te laat binnengekomen (dus 9 zijn binnengekomen binnen de daarvoor gestelde termijn) , maar die nemen we alsnog in behandeling (dit betreft de zienswijze van indiener 6) , zodat al deze zienswijzen van beantwoording worden voorzien. 1. 4 Opzet Een uitwerking van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie treft u in hoofdstuk 2 aan. Per zienswijze is de inhoudelijke strekking daarvan zakelijk weergegeven. Vervolgens wordt per zienswijze de inhoudelijke reactie van de gemeente weergegeven. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de onderdelen die ten opzichte van het ontwerp zijn gewijzigd. Het betreft wijzigingen die voortkomen uit ingebrachte zienswijzen en ambtelijke wijzigingen. Nota Zienswijzen Pagina 2 ® Gemeente Albrandswaard 2 Beantwoording zienswijzen Indiener 1. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 23-12-2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1.1 Indiener stelt dat de realisatie van een sportpark niet past binnen het open polderlandschap en daarmee in strijd is met de provinciale regels voor het buitengebied. De locatie van het nieuwe sportpark ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Het betreft agrarische (cultuur)gronden en is door de provincie opgenomen op de zogenoemde 3 hectare-kaart, wat betekent dat de provincie bereid is medewerking te verlenen aan een wijziging van de huidige bestemming.
Immers is het normaliter niet zonder meer mogelijk om in het buitengebied op agrarische cultuurgronden nieuwe stedelijke ontwikkelingen c.q. functies toe te staan. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat het sportpark landschappelijk zorgvuldig wordt ingepast. Verder is het onmogelijk om binnen het bestaand dorpsgebied van Rhoon een locatie van deze omvang te vinden, die geschikt is voor de nieuwe sportlocatie. Een omgevingsplan kan echter voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als deze rekening houdt met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Er is bij de planvorming voor het nieuwe sportpark sprake van een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, hetgeen is gewaarborgd door een integraal stedenbouwkundige ontwerp. Daarbij is behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving. Feitelijk wordt daarbij het bestaande sportpark De Omloop slechts verplaatst naar de overzijde van de Omloopseweg.
Tenslotte wordt als gevolg van deze verplaatsing het mogelijk om passende (sociale) woningen aan de woningvoorraad in Rhoon toe te voegen, hetgeen bijdraagt aan de beleidsdoelen van de provincie om te voorzien in voldoende passende woningen. Hiermee draagt deze ontwikkeling bij aan de provinciale kernwaarden en de te ontwikkelen waarden uit de Omgevingsvisie. Per saldo is er dus geen strijd met het genoemde provinciale beleid. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 1.2. De indiener van de zienswijze vindt dat intensieve sportvoorzieningen niet passen op deze locatie, ook niet volgens in zienswijze aangehaalde genoemde provinciale beleid. Het plan voorziet in een sportvoorziening die mede een recreatieve functie heeft voor de lokale gemeenschap. Bij de planvorming is rekening gehouden met de draagkracht van het gebied en de ruimtelijke inpassing. De beoogde ontwikkeling wordt daarom passend geacht binnen de recreatieve functie van het gebied. Verder ziet de zienswijze op artikel 7.43i van de Omgevingsverordening. Het moet blijkens de toelichting gaan om een gebied waarin zich daadwerkelijk een recreatieve functie bevindt, die Nota Zienswijzen Pagina 3 plaats moet maken voor de sportvoorzieningen van het wijzigingsplan. Als dat het geval is , moet vervolgens worden getoetst aan de voorwaarden van artikel 7.43i , van de Omgevingsverordening.
De motivering van het TAM-omgevingsplan zal hierop worden aangevuld. Conclusie: zienswijze is gegrond , en zal op redactioneel gebied (in de motivering) leiden tot ambtshalve wijzigingen. 1. 3. De indiener van de zienswijze stelt dat het sportpark de functie van de groene buffer aantast , in lijn met de verbodsbepalingen uit het provinciale beleid. Het gaat hier om artikel 7.43k , van de Omgevingsverordening. Uitgangspunt is dat binnen groene buffers geen grootschalige ontwikkelingen zijn toegestaan. Daar moet ook aan worden voldaan. Op dit punt is de motivering van het TAM-omgevingsplan aangevuld. In het plan is aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing en behoud van groenstructuren. Door middel van groeninrichting en ruimtelijke buffering wordt beoogd de landschappelijke kwaliteiten en de scheiding tussen functies te behouden. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 2. Indiener stelt dat de beschikbare ruimte voor groeninpassing te beperkt is en dat bebouwing en een zendmast niet passen in het landschap. In het ontwerp-Tam-omgevingsplan is een landschappelijk inpassingsplan opgenomen waarin maatregelen zijn uitgewerkt voor de inrichting van het gebied en de versterking van de aanwezige landschappelijke waarden. Bij de inrichting is rekening gehouden met de schaal van het landschap en bestaande zichtlijnen.
Binnen de planregels zijn de mogelijkheden voor het realiseren van bouwwerken en voorzieningen , waaronder eventuele installaties zoals een zendmast , ruimtelijk begrensd. Een zendmast betreft een voorziening met een duidelijk maatschappelijk belang. Een goede mobiele bereikbaarheid is van belang voor inwoners , bedrijven en hulpdiensten , zowel vanuit sociaal- maatschappelijk oogpunt als vanuit het oogpunt van veiligheid. Het realiseren van een zendmast draagt bij aan het verbeteren van de mobiele bereikbaarheid in het gebied. Het sportpark maakt onderdeel uit van het door de telecomproviders aangewezen zoekgebied voor de mogelijke plaatsing van een zendmast. Binnen dit zoekgebied wordt gezocht naar een locatie die zowel technisch geschikt is voor het verbeteren van de mobiele dekking als ruimtelijk aanvaardbaar kan worden ingepast. De gemeente acht het van belang om binnen de ontwikkeling van Rhoon-Zuidoost ruimte te bieden voor voorzieningen die bijdragen aan een goede mobiele bereikbaarheid voor huidige en toekomstige bewoners en gebruikers van het gebied. De aanwezigheid van een zendmast binnen of nabij een sportpark is vanuit ruimtelijk oogpunt niet ongebruikelijk. Een sportpark kent daarnaast verschillende voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het functioneren ervan , zoals lichtmasten en andere technische voorzieningen.
Bij de verdere uitwerking van het plan wordt beoordeeld op welke wijze de zendmast binnen het beschikbare gebied zorgvuldig kan worden gesitueerd , waarbij rekening wordt Nota Zienswijzen Pagina 4 gehouden met de landschappelijke uitgangspunten , de schaal van het landschap en de aanwezige zichtlijnen. De inpassing van de zendmast maakt daarmee onderdeel uit van de verdere ruimtelijke uitwerking van het sportpark. De gemeente is van oordeel dat de plaatsing van een zendmast , met inachtneming van een zorgvuldige locatiekeuze en landschappelijke inpassing , planologisch aanvaardbaar en uitvoerbaar is. Voor zover indiener wijst op mogelijke onjuistheden in tekeningen of rapportages , worden deze voorafgaand aan de vaststelling van het Tam-omgevingsplan gecontroleerd en , indien sprake is van kennelijke onjuistheden of verschrijvingen , gecorrigeerd. Conclusie: zienswijze is ongegrond , maar zal op redactioneel gebied (waar nodig) leiden tot ambtshalve wijzigingen. 3. Indiener stelt dat het plan niet is getoetst aan verschillende gemeentelijke visies. Het ontwerp-TAM-omgevingsplan is opgesteld binnen de geldende gemeentelijke beleidskaders. Bij de planvorming en ook in de motivering in hoofdstuk 4. 3 is weergegeven hoe rekening gehouden met relevante beleidsdocumenten en ruimtelijke uitgangspunten van de gemeente. De ontwikkeling wordt – zoals ook in hoofdstuk 4.
3 beschreven – juist passend geacht binnen de gemeentelijke beleidsdoelen. Het project levert immers zowel een bijdrage aan woningbouw (door de verplaatsing van het bestaande sportpark) alsook een grote bijdrage aan de vitaliteit van de gemeenschap , stimuleert ontmoeting en recreatie , en verbetert de ruimtelijke kwaliteit van de dorpsrand. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 4. Indiener stelt dat het verkeersonderzoek onvolledig is en dat belangrijke verkeersaspecten onvoldoende zijn onderzocht. Ten behoeve van de planvorming is een verkeerskundige beoordeling uitgevoerd waarin de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling zijn onderzocht , zoals ook is beschreven in hoofdstuk 10 van de motivering. Daarbij is gekeken naar de bestaande infrastructuur en de effecten van de ontwikkeling. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om aan te nemen dat onaanvaardbare verkeerssituaties ontstaan. De voorgestelde maatregelen in de verkeersstructuur (zoals snelheidsverlaging , terugdringen sluipverkeer , fluisterasfalt en herinrichting verkeersstructuur) kunnen separaat in het kader van verkeersbeleid of inrichting van de openbare ruimte worden meegenomen , in de nadere uitwerking van de plannen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 5. Indiener stelt dat de waterhuishoudkundige onderbouwing onduidelijk is.
Bij de planvorming is , zoals is beschreven in hoofdstuk 6 , aandacht besteed aan waterhuishoudkundige aspecten. Het plan is daarmee reeds afgestemd met het Waterschap en dient bij realisatie van de plannen te voldoen aan de geldende Nota Zienswijzen Pagina 5 ® Gemeente Albrandswaard eisen voor watercompensatie en waterberging. De nadere uitwerking hiervan vindt plaats in het kader van de verdere planuitwerking en vergunningverlening. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 6. Indiener stelt dat het geluidsonderzoek onvolledig is en dat woningen onvoldoende zijn betrokken in de beoordeling. Voor het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin de geluidseffecten van de sportactiviteiten zijn beoordeeld. Daarbij is gekeken naar de relevante geluidbronnen en de omliggende gevoelige functies. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om te concluderen dat sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting voor omwonenden. Wat betreft genoemde redactionele zaken alsook de combinatie van een verhoogde tribune en kantine op de eerste verdieping, deze zijn verwerkt in het akoestische onderzoek, hetgeen daarmee leidt tot een tegemoetkoming aan de zienswijzen en een ambtshalve wijziging. Conclusie: zienswijze is wat betreft het tweede onderdeel gegrond. 7. Indiener stelt dat cultuurhistorische waarden van het gebied onvoldoende worden beschermd.
Bij de planvorming is, zoals is beschreven in hoofdstuk 9.3, reeds voldoende rekening gehouden met de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Deze waarden zijn immers betrokken bij de inrichting van het gebied en de landschappelijke inpassing. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 8. Indiener verzoekt het ontwerp- omgevingsplan niet vast te stellen en eerst aanvullende onderzoeken uit te voeren. De aangevoerde punten zijn of waren reeds betrokken bij de totstandkoming van het ontwerp- omgevingsplan, en zijn daarmee niet gegrond. Wat betreft genoemde redactionele zaken zijn de zienswijzen gegrond en leiden deze tot ambtshalve wijzigingen. De gemeente is onder de streep bezien echter van oordeel dat de planonderbouwing voldoende is en dat het plan ruimtelijk aanvaardbaar is. Conclusie: zienswijze is ongegrond, maar zal op redactioneel gebied (waar nodig) leiden tot ambtshalve wijzigingen. Indiener 2. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 30 - 12- 2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. Indiener stelt dat: -__een cumulatieve geluidsbeoordeling ontbreekt; Het ontwerp-TAM-omgevingsplan is opgesteld conform de systematiek van de Omgevingswet, waarbij een evenwichtige toedeling van functies aan Nota Zienswijzen Pagina 6 - de verkeerskundige uitvoerbaarheid onvoldoende is onderbouwd ; de financiële onderbouwing onvoldoende robuust is.
locaties centraal staat. In de toelichting bij het ontwerp-omgevingsplan en de daarbij behorende onderzoeken zijn de relevante milieu- en omgevingsaspecten onderzocht , waaronder geluid , verkeer , milieu , natuur en water. - De raad dient bij vaststelling te beoordelen of de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is en of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente is van oordeel dat de beschikbare onderzoeken en planstukken hiervoor een voldoende dragende motivering vormen. Wat de genoemde aspecten overig betreft , dit wordt hierna in genoemde nadere punten behandeld. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 2. Indiener stelt dat het plan feitelijk een schetsontwerp betreft en dat essentiële keuzes nog ontbreken. Het ontwerp-TAM-omgevingsplan betreft een juridisch-planologisch kader dat de ontwikkeling van uitsluitend het sportpark mogelijk maakt , en niet de genoemde zaken die indiener benoemt doch die buiten de scope van dit plangebied zijn gelegen. Binnen een dergelijk kaderstellend TAM- omgevingsplan als deze is het daarbij ook gebruikelijk dat detailuitwerking van de inrichting (bijvoorbeeld exacte aard/omvang van voorzieningen , technische uitwerking van infrastructuur of definitieve inrichting van het terrein) plaatsvindt in een latere fase van de planuitwerking: bij vergunningverlening. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 3.
Indiener stelt dat een cumulatieve beoordeling van sportgeluid , verkeer en terrasgeluid ontbreekt. Voor het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin de geluidseffecten van de sportactiviteiten zijn beoordeeld. Daarbij is gekeken naar de relevante geluidsbronnen en de omliggende gevoelige functies. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om te concluderen dat sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting voor omwonenden. Wat betreft genoemde ontbrekende zaken alsook de combinatie van een verhoogde tribune en kantine op de eerste verdieping , deze zijn verwerkt in het akoestische onderzoek , hetgeen daarmee leidt tot een tegemoetkoming aan de zienswijzen en een ambtshalve wijziging. Conclusie: zienswijze is wat betreft het tweede onderdeel gegrond. 4. Indiener stelt dat het wegprofiel en verkeersmaatregelen onvoldoende zijn vastgelegd en dat daardoor de uitvoerbaarheid niet is aangetoond. Het TAM-Omgevingsplan maakt uitsluitend de verplaatsing van het sportpark in zoverre mogelijk , en regelt niets aangaande de nieuwbouw van de woningen. Dus aangaande dat laatste aspect klopt het dat in genoemde verkeersparagraaf in hoofdstuk 10 niets is beschreven , daar dat in het omgevingsplan voor de nieuwe woonwijk aan bod komt , dit betreft een aparte procedure (wijziging van het omgevingsplan).
Wat de overige genoemde aspecten in de zienswijze betreft: Ten behoeve van de planvorming is een verkeerskundige beoordeling Nota Zienswijzen Pagina 7 uitgevoerd waarin de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling zijn onderzocht. Daarbij is ook gekeken naar de bestaande infrastructuur en de genoemde effecten van de ontwikkeling alsmede in bredere scope bezien. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om aan te nemen dat onaanvaardbare verkeerssituaties ontstaan als gevolg van de verplaatsing van het sportpark. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 4. Indiener stelt dat de financiële onderbouwing onvoldoende robuust is. Bij de vaststelling van het plan dient de gemeenteraad te beoordelen of de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is. De raad heeft hiervoor de benodigde financiële kaders vastgesteld. In december 2023 heeft de gemeenteraad een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 163 , mln. voor de verplaatsing en realisatie van het nieuwe sportpark aan de Omloopseweg. Daaruit worden alle kosten gedekt. Daarmee is de financiële uitvoerbaarheid van het plan voldoende aannemelijk gemaakt. Overigens staat de eigendomssituatie van de gronden de uitvoerbaarheid van de plannen niet in de weg.
Wellicht ten overvloede , maar buiten de scope van deze zienswijze en dit TAM-Omgevingsplan: ook voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie (huidige sportpark) is in december 2023 door de gemeenteraad een grondexploitatie vastgesteld en daarmee zijn de kosten en opbrengsten voor deze ontwikkeling gedekt. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 5. Indiener stelt dat de locatiekeuze onvoldoende is gemotiveerd. In de periode 2021-2023 is door de gemeente middels een locatiestudie onderzocht waarnaar het sportpark zou moeten verplaatst. Op basis van de daarvoor vastgestelde uitgangspunten zijn locaties in beeld gebracht die minimaal 8 hectare groot zijn. Deze locaties zijn tegen elkaar afgewogen op basis van verschillende criteria. Uit deze afweging is de huidige locatie van het plangebied , aan de overzijde van de Omloopseweg (locatie 3) als voorkeurslocatie naar voren gekomen. De gemeente heeft beleidsruimte bij het maken van dergelijke locatieafwegingen , mits de keuze deugdelijk wordt gemotiveerd. De gemeente is van oordeel dat de locatiekeuze alsmede de Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties. (hierna: ETFAL) aangaande deze locatie in het TAM- Omgevingsplan voldoende is onderbouwd , en dat in genoemde TAM-Omgevingsplan de andere locaties niet meer behoeven te worden behandeld op genoemde aspecten. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 6.
Indiener stelt dat een verlichtingsplan ontbreekt. De verlichting van het sportpark wordt nader uitgewerkt bij de verdere planuitwerking , zoals ook is genoemd in paragraaf 7. 1. 2. 3 van de motivering , dus voorafgaand aan de aanvraag Nota Zienswijzen Pagina 8 omgevingsvergunning. Daarbij zal moeten worden voldaan aan de geldende normen en richtlijnen voor verlichting. In deze fase is het voldoende dat de gemeente zich er van kan gewissen dat het voldoende aannemelijk is dat de ontwikkeling binnen de geldende normen kan worden gerealiseerd. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 7. Indiener stelt dat diverse milieuaspecten onvoldoende zijn onderzocht. Voor het plan zijn de relevante milieuaspecten in het kader van de ETFAL onderzocht en concreet in de hoofdstukken van de motivering aan bod zijn gekomen. Op basis van deze onderzoeken is beoordeeld dat de ontwikkeling past binnen de geldende wettelijke kaders. Er zijn geen aanwijzingen dat de ontwikkeling (wat betreft genoemde aspecten door indiener op gebied van externe veiligheid , luchtkwaliteit , bodem & water , sociale veiligheid , zonering en grondverwerving) leidt tot zodanige milieugevolgen dat deze planologisch niet aanvaardbaar en/of uitvoerbaar is.
Zover het door indiener gaat om uitvoeringsaspecten bij genoemde milieuaspecten: wat de indiener hier probeert duidelijk te maken , is dat zaken aangaande de uitvoeringskwestie naar voren moeten worden getrokken , naar de planologische fase. Op basis van jurisprudentie in het verleden behoeft de gemeente dit echter niet volledig uit te werken in het kader van de wijziging van het omgevingsplan. Het relevante juridische kader onder de Omgevingswet is dat de raad moet beoordelen of de ontwikkeling planologisch uitvoerbaar en ruimtelijk aanvaardbaar is. Dat betekent het gebied bereikbaar moet zijn en er geen evidente onuitvoerbaarheid mag zijn. Echter , detailvragen over (bijvoorbeeld genoemd in de zienswijze) bouwroutes , tijdelijke verkeersmaatregelen of ontheffingen worden geregeld in latere fasen , zoals: verkeersbesluiten , ontheffingen voor uitzonderlijk transport , bouwlogistiekplan bij vergunningverlening. Alleen als evident aannemelijk is dat de locatie feitelijk niet bereikbaar is , zoals wel is beschreven in milieukundige onderzoeken , is dit inderdaad een planologisch gebrek. Dat is hier niet het geval. Wat betreft toe te voegen redactionele zaken namelijk de wens van indiener tot toevoegen van de NIBM-toets , zal dit bij vaststelling worden toegevoegd.
Wat betreft de m.e.r.-toets , wordt verwezen naar hoofdstuk 10 van de motivering waar dit in is beschouwd , in samenhang met voorgaande hoofdstukken en waar de gemeente reeds bij ontwerp een apart m. e. r-. besluit op heeft genomen. Wat betreft de laddertoets is de gemeente van mening dat deze reeds uitgebreid in hoofdstuk 3. 2. 2 aan bod is gekomen , en het evident is dat een dergelijke binnenstedelijke locatie ontbreekt. Dit zal echter redactioneel worden verduidelijkt. Tevens wordt als bijlage bij de regels een beeldkwaliteits-/landschappelijk inpassingsplan met Nota Zienswijzen Pagina 9 zichtlijnen/buffers/hoogten toegevoegd en daarmee geborgd in juridische zin. Conclusie: zienswijze is ongegrond , maar leidt tot tegemoetkoming op gebied van een beeldkwaliteitsplan en leidt ook tot ondergeschikte redactionele aanpassingen 8. Indiener stelt dat participatie onvoldoende heeft plaatsgevonden. In het kader van de totstandkoming van dit plan zijn verschillende participatiemomenten georganiseerd (zoals is beschreven in hoofdstuk 12) waarbij belanghebbenden hun reacties konden geven op de plannen. De ontvangen reacties zijn door de gemeente in meer- of mindere mate betrokken bij de verdere planvorming. Het (volgens indiener) ontbreken van volledige overeenstemming met omwonenden betekent niet dat de participatieprocedure onzorgvuldig is geweest.
Daarbij betreft participatie onder de Omgevingswet een inspanningsverplichting , maar geen resultaatsverplichting , aangezien het onmogelijk is om het eenieder naar volledige wens te maken. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 9. Indiener stelt dat het plan leidt tot aantasting van het woon- en leefklimaat en mogelijk tot waardevermindering van woningen. Bij de planvorming is een integrale ruimtelijke afweging gemaakt waarbij de effecten op de omgeving zijn betrokken. De gemeente is van oordeel dat , mede gelet op de uitgevoerde onderzoeken , een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving behouden blijft. Daarbij wordt bovendien een groter belang gehecht aan het inpassen van de sportfunctie om ruimte te maken voor woningbouw , dan de geringe effecten die zich zullen voordoen voor omwonenden. Voor zover een belanghebbende van mening is dat sprake is van financiële schade als gevolg van een planologische maatregel , kan een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 10. Indiener probeert afsluitend in zijn zienswijze aangaande het plan vooral het “motiveringsgebrek” en “onvolledige onderzoeken” aan de raad kenbaar te maken , alsmede concrete wensen aangaande niet of gewijzigde vaststelling door te geven.
In voorliggend geval is de gemeente , op basis van de eerder genoemde specifieke onderzoeken alsook op de motivering , van mening dat het plan voldoet aan ETFAL , maar waarbij ook wordt benadrukt dat het plan inderdaad kaderstellend is en dat gevraagde detailuitwerking later plaatsvindt , in het kader van de omgevingsvergunning aanvraag. Het TAM- omgevingsplan is , gelet op beoogde ambtshalve aanvullingen- en of wijzigingen alsook bezien vorenstaande , aangevuld op enkele onderdelen (te weten een cumulatieve geluidstoets , nader onderzoeken op gebied van ecologie alsmede een toetsing aan de NIBM). EV is daarmee niet aan de orde want geen activiteiten die leiden daartoe nopen. Daarmee is juridisch geborgd dat aangaande de belangen van indiener er sprake is van naleving van de opgenomen planregels en/of uitkomsten van de onderzoeken. Conclusie: zienswijze is ongegrond , wat betreft genoemde ontbrekende zaken , geldt dat deze op Nota Zienswijzen Pagina 10 _® Gemeente Albrandswaard moment van vaststelling zijn bijgevoegd bij het plan, maar niets afdoen aan de ETFAL. Indiener 3. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 30 - 12- 2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. Deze zienswijze is inhoudelijk en qua strekking één op één gelijkluidend aan de zienswijze zoals opgenomen onder zienswijze 1.
Nu de zienswijze inhoudelijk overeenkomt met zienswijze 1, wordt voor de beantwoording verwezen naar de reactie zoals opgenomen bij zienswijze 1. Om de daar opgenomen overwegingen en conclusies hier eveneens op te nemen, wordt hier als herhaald en onnodig beschouwd. Conclusie: zienswijze is hoofdzakelijk ongegrond, zienswijze op gebied van akoestisch onderzoek gegrond en leidt daarmee tot een aangepast akoestisch onderzoek, en zal op redactioneel gebied (waar nodig) leiden tot ambtshalve wijzigingen. Indiener 4. (geanonimiseerd) EN medeondertekenaars Ontvangstdatum: 31 - 12- 2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. + 2. Indiener stelt dat het ontwerp- omgevingsplan onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende onderbouwd. Volgens indiener ontbreken essentiële onderzoeken naar verkeer, geluid, ecologie en landschappelijke inpassing. Daarnaast zou het plan leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat door verkeer, geluid, verlichting en aantasting van het polderlandschap. Ook wordt gesteld dat de verkeerssituatie rond de Omloopseweg ongeschikt is voor de ontwikkeling, dat participatie onvoldoende zorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat de financiële uitvoerbaarheid onvoldoende inzichtelijk is. Indiener verzoekt het plan niet vast te stellen en eerst nader onderzoek te verrichten.
De gemeente neemt kennis van de stelling van indiener dat hij als omwonende belanghebbende is. De zienswijze wordt om die reden inhoudelijk betrokken bij de besluitvorming. De door indiener gemaakte voorbehouden worden voor kennisgeving aangenomen. Deze hebben geen invloed op de inhoudelijke beoordeling van deze zienswijze op het ontwerp-TAM-omgevingsplan. 3. Indiener stelt dat er sprake is van fundamentele rechtsgebreken: onvoldoende zorgvuldigheid, gebrekkige motivering en onvolledige belangenafweging. Onderzoek en onderbouwing Bij de voorbereiding van het ontwerp-TAM- omgevingsplan zijn onderzoeken uitgevoerd naar onder andere verkeer, geluid, milieu en ruimtelijke inpassing. Deze onderzoeken maken onderdeel uit van de toelichting en bijlagen bij het ontwerp- omgevingsplan. De gemeente is van oordeel dat Nota Zienswijzen Pagina 11 hiermee een voldoende zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden. Nadere uitwerking bij vergunningverlening Het TAM-omgevingsplan biedt het juridisch- planologisch kader voor de ontwikkeling. Nadere technische uitwerkingen , zoals exacte inrichting , maatregelen en uitvoeringsaspecten , kunnen binnen dit kader bij vergunningverlening nader worden uitgewerkt. Dit is een gebruikelijke systematiek binnen de planvorming.
Woon- en leefklimaat Bij de planvorming is een afweging gemaakt tussen de belangen van omwonenden en het gemeentelijk belang bij het realiseren van sportvoorzieningen. De gemeente is van oordeel dat met de voorgenomen inrichting en de geldende regelgeving een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden geborgd. Conclusie: zienswijze is ongegrond 4. Landschap en cultuurhistorie Bij het opstellen van het ontwerp-TAM- omgevingsplan is , zoals uitvoerig is beschreven in de motivering in specifiek hoofdstuk 2 , voldoende en uitvoerig rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van het gebied. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en voorzien van groenstructuren. De gemeente acht de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar binnen de context van het gebied. Tevens wordt als bijlage bij de regels een beeldkwaliteits-/landschappelijk inpassingsplan met zichtlijnen/buffers/hoogten toegevoegd en daarmee geborgd in juridische zin. Conclusie: zienswijze is ongegrond , maar leidt tot tegemoetkoming op gebied van een beeldkwaliteitsplan en leidt ook tot ondergeschikte redactionele aanpassingen 5. Verkeer De verkeerssituatie en de ontsluiting van het gebied zijn onderzocht , zoals ook is beschreven in de motivering in hoofdstuk 10 en in het genoemde onderzoek in bijlage 11. Uit de onderzoeken blijkt dat de ontwikkeling verkeerskundig kan worden ingepast.
Verkeerscapaciteit Omloopseweg Bij de planvorming is rekening gehouden met de toekomstige ontwikkeling van het sportpark. De omliggende ruimtelijke ontwikkelingen , zoals de nieuwe woonwijk , worden bij de wijziging van het omgevingsplan voor die locatie nader beschouwd. Voor deze ontwikkeling wordt een separaat planologisch traject doorlopen , waarbij een eigen verkeerskundige onderbouwing wordt opgesteld. Integrale verkeersafweging De gemeente erkent dat een ontwikkeling invloed kan hebben op verkeersstromen. Relevant is echter te benoemen dat voorliggende ontwikkeling feitelijk een verplaatsing van de bestaande sportlocatie betreft naar de overzijde van de weg. Bestaande verkeerstromen verplaatsen daar slechts in beperkte mate mee. Verkeersdruk woonomgeving Nota Zienswijzen Pagina 12 De gemeente streeft ook naar behoud van het karakter van het gebied , waarbij passende verkeersmaatregelen zodanig worden vormgegeven dat deze aansluiten bij de ruimtelijke context van de omgeving. Dit betreft echter een uitvoeringsaspect. Tijdens de uitvoeringsfase zullen afspraken worden gemaakt over bouwverkeer en verkeersveiligheid. Dit wordt nader uitgewerkt bij de uitvoering van het project. Karakter polderwegen en snelheid/bouwverkeer Conclusie: zienswijze is ongegrond 6.
Voet- en fietsvoorzieningen ontbreken nu in de plannen Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de geldende richtlijnen voor verkeersveiligheid en de inrichting van de openbare ruimte , waaronder voorzieningen voor voetgangers en fietsers. Voorliggende TAM-Omgevingsplan waarop indiener reageert maakt feitelijk slechts de verplaatsing mogelijk van het bestaande sportpark , zodoende dat er een wijziging van het geldende omgevingsplan benodigd. Deze wijziging geschiedt middels het TAM-Omgevingsplan. Benadrukt wordt echter ook dat deze verplaatsing daarbij meteen de kans biedt om samen met de betrokken sportverenigingen een geheel nieuw sportpark te ontwikkelen , die voldoet aan alle hedendaagse eisen omtrent ruimtelijke inpassing , bereikbaarheid voor de bezoekers vanuit de omgeving , bruikbaarheid voor (sport)verenigingen en de ligging in Rhoon. Conclusie: zienswijze is ongegrond 7. Geluid zou onvolledig , misleidend qua uitgangspunt zijn en geen cumulatie zou zijn toegepast waardoor het woon- en leefklimaat niet geborgd is. Voor het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin de geluidseffecten van de sportactiviteiten zijn beoordeeld. Daarbij is gekeken naar de relevante geluidbronnen en de omliggende gevoelige functies.
De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om te concluderen dat sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting voor omwonenden. Wat betreft genoemde redactionele zaken alsook de combinatie van een verhoogde tribune en kantine op de eerste verdieping , deze zijn verwerkt in het akoestische onderzoek , hetgeen daarmee leidt tot een tegemoetkoming aan de zienswijzen en een ambtshalve wijziging. Conclusie: zienswijze is wat betreft dit onderdeel gegrond en leidt tot gewijzigd akoestisch onderzoek. 8. Indiener stelt dat op gebied van natuur en ecologie er onvoldoende onderzoek naar de effecten van licht , geluid en verstoring is gedaan. De natuurwaarden van het gebied zijn betrokken bij de planvorming , zoals is beschreven in hoofdstuk 8. Tevens is dit aan bod gekomen in de nadere ecologische onderzoeken en de ecologische voortoets , welke als bijlage bij de vast te stellen versie van dit TAM-Omgevingsplan zijn bijgevoegd. Eventuele effecten op beschermde soorten of Nota Zienswijzen Pagina 13 natuurwaarden zijn hiermee adequaat en voldoende beoordeeld in het kader van de geldende wet- en regelgeving. Conclusie: zienswijze is ongegrond , wel worden redactionele zaken gewijzigd in de motvering en worden onderzoeken die inmiddels beschikbaar zijn (jaarrond nadere onderzoeken) bijgevoegd. 9.
De landschappelijke inpassing zou volgens indiener te krap , te hoog , en strijdig met “zorgvuldige landschappelijke inpassing” zijn. Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing van de sportvoorzieningen. Bij het opstellen van het ontwerp-TAM-omgevingsplan is , zoals uitvoerig is beschreven in de motivering in specifiek hoofdstuk 2 , voldoende en uitvoerig rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van het gebied. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en voorzien van groenstructuren. De gemeente acht de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar binnen de context van het gebied. Tevens wordt als bijlage bij de regels een beeldkwaliteits-/landschappelijk inpassingsplan met zichtlijnen/buffers/hoogten toegevoegd en daarmee geborgd in juridische zin. Conclusie: zienswijze is ongegrond , maar leidt tot tegemoetkoming op gebied van een beeldkwaliteitsplan en leidt ook tot ondergeschikte redactionele aanpassingen 10. De belangen van omwonenden zouden in kader van woonomgeving , gezondheid , rust en woningwaarde niet zijn afgewogen. De gemeente begrijpt dat ontwikkelingen invloed kunnen hebben op de beleving van de woonomgeving. Bij de planvorming is een afweging gemaakt tussen verschillende belangen. De gemeente acht de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar.
Indiener stelt ook dat de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot waardedaling van woningen en een vermindering van het woongenot. Vast staat dat bij de vaststelling van het TAM- omgevingsplan er een afweging dient te worden gemaakt tussen de verschillende betrokken belangen , waaronder het belang van omwonenden en het algemeen belang bij de realisatie van maatschappelijke voorzieningen zoals sportvoorzieningen. De gemeente is van oordeel dat , mede gelet op de uitgevoerde onderzoeken en de voorziene inrichting en inpassing van het plan , sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Eventuele waardevermindering van woningen vormt op zichzelf geen doorslaggevende reden om een planologische ontwikkeling niet mogelijk te maken. Voor zover sprake zou zijn van schade als gevolg van een planologische maatregel , bestaat op grond van de geldende regelgeving de mogelijkheid om een verzoek om nadeelcompensatie in te dienen. Conclusie: zienswijze is ongegrond 11. Financiële uitvoerbaarheid en realiteitsgehalte zouden niet zijn aangetoond , De financiële uitvoerbaarheid van het plan is beoordeeld in het kader van de planvorming. De Nota Zienswijzen Pagina 14 ® Gemeente Albrandswaard hetgeen leidt tot hoge publieke kosten, risico’s en verspilling van belastinggeld gemeente is van oordeel dat de ontwikkeling financieel uitvoerbaar is.
Voor zover dit onderdeel van deze zienswijze overeenkomt met eerder ingediende zienswijzen, wordt tevens verwezen naar de beantwoording daarvan onder zienswijze 2 pt. 4. Conclusie: zienswijze is ongegrond 12. Indiener stelt dat omwonenden onvoldoende en niet gelijkwaardig zijn betrokken bij de voorbereiding van het plan. Daarnaast wordt aangevoerd dat bijeenkomsten voornamelijk het karakter hadden van presentaties en dat de initiatiefnemers een te dominante rol zouden hebben gehad in het participatieproces. Ook wordt gewezen op de rol van externe projectleiding en de vraag of het participatieproces voldoende transparant en zorgvuldig is uitgevoerd. De gemeente merkt op dat in het kader van de planvorming participatiemomenten zijn georganiseerd waarbij belanghebbenden, waaronder omwonenden, de mogelijkheid hebben gehad om kennis te nemen van de plannen en hun reactie te geven. De inbreng uit deze bijeenkomsten is betrokken bij de verdere uitwerking van het plan. Het is daarbij echter niet gebruikelijk dat initiatiefnemers een rol spelen bij het organiseren van participatieactiviteiten. De gemeente blijft immers verantwoordelijk voor de besluitvorming en de belangenafweging.
De inzet van externe expertise binnen de projectorganisatie is een gebruikelijke werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen en doet niet af aan de verantwoordelijkheid van de gemeente voor een zorgvuldige voorbereiding en besluitvorming. De gemeente is van oordeel dat het participatieproces op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en ziet in hetgeen door indiener is aangevoerd geen aanleiding om te concluderen dat het ontwerp-TAM- omgevingsplan om deze reden niet kan worden vastgesteld. Conclusie: zienswijze is ongegrond 13. Indiener betwist de locatiegeschiktheid voor verkeer- en sport De locatie is door de gemeente beoordeeld als geschikt voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij zijn verschillende ruimtelijke belangen afgewogen, zoals ook uitvoerig in hoofdstuk 2 van de motivering aan bod is gekomen. Conclusie: zienswijze is ongegrond 14. Initiatiefnemer betwist of het plan wel rechtmatig kan worden vastgesteld. De gemeente deelt de conclusie van indiener niet. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en de gemaakte belangenafweging acht de gemeente het ontwerp-TAM-omgevingsplan ruimtelijk aanvaardbaar. Waar nodig worden, zoals in voorgaande beantwoordingen reeds is beschreven, redactionele wijzigingen of aanpassingen doorgevoerd. Indiener 5. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum:30 — 12 - 2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1.
Indiener vreest dat de voorgenomen verkeersmaatregelen rondom het plangebied leiden tot verkeersonveilige situaties. Volgens Indiener uit zorgen over de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid in de omgeving van het Nota Zienswijzen Pagina 15 ® Gemeente Albrandswaard indiener zal het afsluiten van de Rijsdijk ertoe leiden dat verkeer via de Hoogeweg naar de Nijverheidsweg wordt geleid, terwijl deze weg volgens indiener ongeschikt is vanwege de aanwezigheid van vrachtverkeer op het bedrijventerrein. Daarnaast stelt indiener dat het afsluiten van de Omloopseweg richting de Essendijk verkeer zal verplaatsen naar de smalle Oude Weg, wat eveneens tot verkeersonveilige situaties kan leiden. Indiener stelt voor om zowel de Rijsdijk als de Omloopseweg autoluw te maken, zodat het verkeer zich beter kan verdelen. plangebied, met name als gevolg van mogelijke wijzigingen in de verkeersstructuur. De gemeente merkt op dat het voorliggende TAM- omgevingsplan uitsluitend voorziet in het planologisch mogelijk maken van de verplaatsing van het bestaande sportpark naar een nieuwe locatie. Daarmee is in hoofdzaak sprake van een verplaatsing van bestaande verkeersstromen die samenhangen met het gebruik van het sportpark. Het plan maakt op zichzelf geen nieuwe grootschalige verkeersaantrekkende functie mogelijk.
De door indiener genoemde verkeersontwikkelingen hangen deels samen met bredere gebiedsontwikkelingen, waaronder de toekomstige woningbouw op de locatie van het huidige sportpark. Voor deze ontwikkeling wordt een separaat planologisch traject doorlopen, waarbij een eigen verkeerskundige onderbouwing wordt opgesteld. In dat kader wordt op dat moment dan ook gekeken naar de integrale verkeersafwikkeling in het gebied, inclusief de effecten op omliggende wegen en mogelijke verkeersmaatregelen. De verkeerssituatie en eventuele aanpassingen aan de verkeersstructuur worden daarom dan ook in een breder gebiedsperspectief beschouwd en daarbij wordt dan ook nadrukkelijk aandacht besteed aan verkeersveiligheid en een evenwichtige verdeling van verkeersstromen. De gemeente ziet, gelet op het voorgaande, geen aanleiding om het ontwerp-TAM-omgevingsplan op basis van deze zienswijze aan te passen. De zienswijze wordt voor het overige voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. Indiener 6 (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 04- 01-2026 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. 1. Deze zienswijze is inhoudelijk en qua strekking één op één gelijkluidend aan de zienswijze zoals opgenomen onder zienswijze 2: Nu de zienswijze inhoudelijk overeenkomt met zienswijze 2, wordt voor de beantwoording verwezen naar de reactie zoals opgenomen bij zienswijze 2.
Om de daar opgenomen overwegingen en conclusies hier eveneens op te nemen, wordt hier als herhaald en onnodig beschouwd. Conclusie: zienswijze is hoofdzakelijk ongegrond, zienswijze op gebied van akoestisch onderzoek gegrond en leidt daarmee tot een aangepast akoestisch onderzoek, en zal op redactioneel gebied (waar nodig) leiden tot ambtshalve wijzigingen en toevoeging van een beeldkwaliteitsplan in- en als bijlage bij de regels. Nota Zienswijzen Pagina 16 ® Gemeente Albrandswaard Indiener 7. Ontvangstdatum: 29 -12 -2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. Indieners zijn eigenaar van een perceel nabij de Omloopseweg waarop hobbymatig paarden worden gehouden. Zij geven aan het belang van sportvoorzieningen en woningbouw te begrijpen, maar uiten zorgen over de gevolgen van het plan voor hun perceel en de paardenhouderij. De zorgen hebben betrekking op de actualiteit van de planinformatie, de afstand tussen het hoofdveld en hun perceel, mogelijke geluidhinder en schrikreacties bij paarden, verkeersveiligheid op de Omloopseweg, parkeercapaciteit en de juridische onderbouwing van het plan. Daarnaast wordt verzocht om maatregelen ter bescherming van dierenwelzijn, alsmede om het opnemen van een geurcontour en wordt gevraagd om medewerking aan de bouw van een woning op het perceel om toezicht op de paarden mogelijk te maken.
Planinformatie zou echter afwijkend zijn ten opzichte van eerder gedeelde informatie. Indieners stellen dat het gepubliceerde plan afwijkt van eerdere presentaties en dat daardoor onvoldoende duidelijkheid bestaat over de actuele planvorming. De gemeente merkt op dat in het kader van de planvoorbereiding verschillende varianten en verkenningen zijn opgesteld. Dergelijke stukken hebben een verkennend karakter en kunnen gedurende het proces wijzigen. Voor de formele besluitvorming zijn uitsluitend de stukken die met het ontwerp-TAM-omgevingsplan ter inzage zijn gelegd juridisch relevant. De gemeente is van oordeel dat met de ter inzage gelegde stukken voldoende inzicht wordt gegeven in de voorgenomen ontwikkeling. Wat betreft het aspect ‘geur’: Daarbij wordt ondermeer gewezen dat het feit dat houden van paarden op de locatie van indiener niet is toegestaan op grond van het huidige planologisch regime. Aldus bestaat in beginsel geen aanleiding om de aanwezigheid mee te nemen in de beoordeling van het TAM- omgevingsplan. De overige genoemde aspecten onder pt. 1 komen in navolgende behandeling aan bod. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 2. Wat betreft de veiligheid mens en dier / afstand tot sportveld, hierover worden vragen gesteld door indiener.
Indieners vrezen dat de nabijheid van het sportveld kan leiden tot schrikreacties bij paarden door geluid, bewegingen of ballen die op het perceel terechtkomen. De gemeente begrijpt dat indieners aandacht vragen voor de aanwezigheid van dieren op het aangrenzende perceel. Bij de inrichting en situering van het sportpark is echter rekening gehouden met de omliggende functies en wordt voorzien in een passende inrichting en afscherming waar nodig. De gemeente is van oordeel dat de ontwikkeling op de relevante onderdelen (waaronder ook gebied van milieuzonering, geluid en geur) inpasbaar is en niet leidt tot een onaanvaardbare situatie voor de omgeving. De zienswijze geeft geen aanleiding om het plan aan te passen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 3. Indieners geven aan dat zij eerder hun woning hebben verkocht op basis van eerdere planinformatie en verzoeken om medewerking aan de bouw van een woning De gemeente merkt op dat het voorliggende TAM- omgevingsplan uitsluitend voorziet in het planologisch mogelijk maken van de verplaatsing van het bestaande sportpark. Het plan bevat geen Nota Zienswijzen Pagina 17 (geanonimiseerd) op hun perceel zodat toezicht op de paarden kan worden hersteld. regeling voor nieuwe woningbouw op het perceel van indieners.
Een eventueel verzoek tot realisatie van een woning op het betreffende perceel valt buiten de reikwijdte van dit plan en kan alleen in een afzonderlijk ruimtelijk traject worden beoordeeld. In dat kader kan aanvullend worden opgemerkt dat het betreffende perceel is gelegen buiten Bestaand stads en Dorpsgebied , waar strikte ruimtelijke regels gelden voor het toevoegen van een woning op dit perceel en de haalbaarheid niet erg waarschijnlijk is. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 4. Indieners stellen dat geluid van sportactiviteiten kan leiden tot schrikreacties bij paarden en verzoeken om een geluiddempende afscheiding. In het kader van de planvorming is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van het sportpark op de omgeving. Op basis van dit onderzoek is beoordeeld dat de ontwikkeling ruimtelijk aanvaardbaar is. Voor zover nodig kunnen bij de verdere uitwerking van het sportpark maatregelen worden getroffen in de inrichting van het terrein. De gemeente ziet op basis van het onderzoek wat betreft deze zienswijze ten aanzien van de paarden geen aanleiding om het plan aan te passen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 5. Indieners uiten zorgen over de verkeersveiligheid en de capaciteit van de Omloopseweg , mede in relatie tot bouwverkeer en toekomstige verkeersmaatregelen zoals een mogelijke knip in de weg.
De gemeente merkt op dat het voorliggende TAM- omgevingsplan uitsluitend de verplaatsing van het bestaande sportpark mogelijk maakt. Daarmee is in hoofdzaak sprake van een verplaatsing van bestaande verkeersstromen die samenhangen met het gebruik van het sportpark en niet van een wezenlijke toename van verkeersgeneratie. De verkeerskundige effecten van toekomstige woningbouwontwikkelingen in het gebied worden in een separaat planologisch traject onderzocht , waarbij ook de bredere verkeersstructuur en eventuele maatregelen in samenhang worden beoordeeld. Tijdens de uitvoering van het project worden afspraken gemaakt over bouwverkeer en verkeersveiligheid. Ten aanzien van de ontsluiting van omliggende percelen geldt dat bestaande eigendoms- en gebruiksrechten niet door dit plan worden gewijzigd. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 6. Indieners stellen dat onduidelijkheid bestaat over het aantal parkeerplaatsen en dat mogelijk onvoldoende parkeercapaciteit wordt gerealiseerd. De parkeerbehoefte van het sportpark is in het kader van de planvorming onderzocht en beschreven in hoofdstuk 10 , en betrokken bij de inrichting van het plan. De feitelijke en uiteindelijke inrichting van het terrein wordt bij de verdere uitwerking nader vormgegeven. De gemeente is van oordeel dat met het plan kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor het beoogde gebruik.
Conclusie: zienswijze is ongegrond. 7. Indieners stellen dat het plan onvoldoende rekening houdt met de belangen van omwonenden en dierenwelzijn en daarmee niet zou voldoen aan de eisen van een zorgvuldige belangenafweging. De gemeente is van oordeel dat bij de voorbereiding van het ontwerp-TAM- omgevingsplan een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden van de betrokken belangen. Daarbij zijn onder meer aspecten als verkeer , geluid , ruimtelijke inpassing en Nota Zienswijzen Pagina 18 ® Gemeente Albrandswaard de omgeving betrokken. De gemeente ziet daarom geen aanleiding om te concluderen dat het plan in strijd is met de geldende wettelijke vereisten. Tenslotte waren er enkele onderdelen van de zienswijze (toezicht op paarden, verkoop woning, verzoek nieuwe woning) welke geen betrekking hebben op de planologische regeling in het voorliggende TAM-omgevingsplan en deze zijn daarom in deze procedure niet beoordeeld. Conclusie: zienswijze is ongegrond. Indiener 8. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 17 -12- 2025 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. Indiener geeft aan dat zijn aannemersbedrijf aan de Essendijk 38 buiten het plangebied ligt, maar dat de ontwikkeling van het sportpark en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling gevolgen kan hebben voor de bereikbaarheid en bedrijfsvoering.
Indiener wijst erop dat in het verleden gesprekken met de gemeente zijn gevoerd over mogelijke verplaatsing van het bedrijf. Het perceel van indiener ligt buiten het plangebied van het TAM-omgevingsplan. Het voorliggende plan maakt uitsluitend de verplaatsing van het bestaande sportpark De Omloop planologisch mogelijk. Het plan voorziet niet in wijzigingen van de bestemming of gebruiksmogelijkheden van het perceel van indiener. Eventuele gesprekken over verplaatsing van het bedrijf staan los van de planologische regeling in dit TAM-omgevingsplan en kunnen daarom niet in deze procedure worden beoordeeld. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 2. Indiener stelt dat het plan onvoldoende rekening houdt met de bredere gebiedsontwikkeling, waaronder mogelijke woningbouw en een mogelijke afsluiting (“knip”) van de Omloopseweg. Volgens indiener kan dit leiden tot een verslechterde bereikbaarheid van het bedrijf en verkeersonveilige situaties op alternatieve routes. Het voorliggende TAM-omgevingsplan heeft een beperkte reikwijdte en maakt uitsluitend de verplaatsing van het bestaande sportpark mogelijk. Daarmee is in hoofdzaak sprake van een verplaatsing van bestaande verkeersstromen die samenhangen met het gebruik van het sportpark. De toekomstige woningbouwontwikkelingen en mogelijke wijzigingen in de verkeersstructuur maken daarmee expliciet geen onderdeel uit van dit plan.
Voor deze ontwikkelingen wordt een afzonderlijke planologische procedure doorlopen, waarbij de verkeerskundige effecten en de ontsluitingsstructuur in samenhang worden onderzocht en beoordeeld. Om die reden is in het kader van dit plan geen aanleiding gezien om vooruit te lopen op mogelijke toekomstige verkeersmaatregelen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 3. Indiener stelt dat het verkeersonderzoek van Goudappel tegenstrijdig is. Enerzijds wordt uitgegaan van ontsluiting via de Omloopseweg, terwijl anderzijds wordt verwezen naar een mogelijke toekomstige “knip” in deze weg bij woningbouwontwikkelingen. Volgens indiener Het verkeersonderzoek van Goudappel is opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van het sportpark en beschrijft de verkeerssituatie die bij deze ontwikkeling hoort. De ontsluiting van het sportpark vindt daarbij plaats via de Omloopseweg. Eventuele toekomstige verkeersmaatregelen in relatie tot de andere nabij gelegen gebiedsontwikkelingen zijn in het onderzoek slechts Nota Zienswijzen Pagina 19 zijn de gevolgen hiervan onvoldoende onderzocht. als toekomstige scenario’s benoemd en maken geen onderdeel uit van de planologische regeling in dit TAM-omgevingsplan. De beoordeling van dergelijke maatregelen vindt plaats in het kader van toekomstige planvorming in een eigen planologische procedure.
Voor de ontwikkeling van het sportpark is het aspect verkeer hiermee voldoende onderzocht. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 4. Indiener stelt dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen het stedenbouwkundig plan en het TAM-omgevingsplan ten aanzien van de positionering en oriëntatie van het hoofdgebouw. Het stedenbouwkundig plan zoals beschreven in de motivering heeft een richtinggevend karakter voor de verdere uitwerking van het sportpark. De juridisch bindende regeling is opgenomen in de regels van het TAM-omgevingsplan. Binnen het in het plan opgenomen bouwvlak bestaat enige flexibiliteit voor de positionering van gebouwen. Deze zienswijze klopt in zoverre wel , omdat de afbeelding in het stedenbouwkundig plan en het ontwerp-TAM-omgevingsplan inderdaad anders zin. Dit is een kennelijke omissie , en dit wordt momenteel aangepast. Ook wordt , in het kader van de nadere uitwerking van de plannen en als tegemoetkoming aan de ingediende zienswijzen , als bijlage bij de regels een beeldkwaliteits-/landschappelijk inpassingsplan met zichtlijnen/buffers/hoogten toegevoegd en daarmee worden ook deze genoemde aspecten geborgd in juridische zin. Conclusie: zienswijze is inhoudelijk gegrond , en leidt tot tegemoetkoming op gebied van een beeldkwaliteitsplan en leidt ook tot ondergeschikte redactionele aanpassingen 5.
Indiener stelt dat het plan onvoldoende waarborgt dat daadwerkelijk voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Volgens het verkeersonderzoek zijn circa 200 parkeerplaatsen voorzien , maar dit aantal zou niet juridisch-planologisch zijn vastgelegd. In het TAM-omgevingsplan is op de betreffende locatie een functieaanduiding opgenomen voor een parkeerterrein. De nadere inrichting van het terrein , waaronder het aantal parkeerplaatsen , wordt uitgewerkt bij de verdere planuitwerking en vergunningverlening. Bij deze uitwerking wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit het verkeersonderzoek , waarin is uitgegaan van een uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. De gemeente is van oordeel dat hiermee voldoende rekening wordt gehouden met de parkeerbehoefte van het sportpark , temeer omdat ook in artikel 8. 1 van de planregels adequate regels inzake parkeer- en laad- en losruimte is opgenomen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 6. Indiener stelt dat het plan onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en dat de belangen van het bedrijf onvoldoende zijn meegewogen. Indiener verzoekt de gemeenteraad het plan niet ongewijzigd vast te stellen en eerst overleg te voeren over een structurele oplossing , waaronder mogelijk verplaatsing van het bedrijf.
De gemeente is van oordeel dat het TAM- omgevingsplan zorgvuldig is voorbereid en dat de relevante belangen in de besluitvorming zijn betrokken. Het plan voorziet uitsluitend in de planologische mogelijkheid om het sportpark te verplaatsen. Hoewel het perceel van indiener buiten het plangebied ligt , zijn de mogelijke effecten van het plan op de omgeving betrokken bij de beoordeling van een evenwichtige toedeling van functies aan Nota Zienswijzen Pagina 20 ® Gemeente Albrandswaard locaties. Dit zal worden verduidelijkt in de motivering van het TAM-Omgevingsplan. De vraag of verplaatsing van het bedrijf wenselijk of mogelijk is, valt buiten de reikwijdte van dit plan en kan daarom niet in deze procedure worden beoordeeld. Conclusie: zienswijze is ongegrond, maar leidt tot tegemoetkoming op gebied van ondergeschikte redactionele aanpassingen Indiener 9. (geanonimiseerd) Ontvangstdatum: 01-01-2026 Ontvankelijk Inhoud zienswijze Reactie gemeente 1. Indiener stelt dat in paragraaf 4.3.3 sub B na het getal 15 geen eenheid is vermeld. De gemeente constateert dat de tekstregeling in artikel 4 van de regels inderdaad op dit punt verduidelijking behoeft. In de vast te stellen versie van het plan zal de betreffende bepaling worden verduidelijkt door de ontbrekende eenheidsaanduiding toe te voegen. Conclusie: zienswijze is gegrond. 2.
Indiener vraagt of de maximale bouwhoogte van signalerings- en telecommunicatiemasten wordt gemeten vanaf het peil zoals gedefinieerd in het plan, of vanaf het dak indien de mast op een gebouw wordt geplaatst. De wijze van meten van bouwhoogtes is vastgelegd in de begripsbepalingen en meetregels van het omgevingsplan. De bouwhoogte wordt gemeten vanaf het vastgestelde peil zoals in de planregels is gedefinieerd. Hierdoor ontstaat geen onduidelijkheid over de maximaal toegestane hoogte. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 3. Indiener stelt dat signalerings- en telecommunicatiemasten een aantasting vormen van de openheid van het polderlandschap en verzoekt deze niet toe te staan binnen het plangebied. Binnen het plan is uitsluitend een beperkte mogelijkheid opgenomen voor voorzieningen die functioneel verbonden zijn met het gebruik van het sportcomplex. De gemeente is van oordeel dat deze mogelijkheid planologisch aanvaardbaar is en geen onevenredige aantasting vormt van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Het plan geeft daarom geen aanleiding deze mogelijkheid uit te sluiten. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 4, Indiener stelt dat de planregels onduidelijk zijn over de locatie van reclame-uitingen en vreest dat reclame op het dak van gebouwen mogelijk wordt.
De planregels zijn bedoeld om reclame-uitingen toe te staan die functioneel samenhangen met het sportcomplex, zoals langs sportvelden of aan gevels van gebouwen. Reclame-uitingen op daken zijn niet beoogd. De gemeente zal beoordelen of een verduidelijking van de formulering wenselijk is. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 5. Indiener stelt dat lichtreclame op het clubgebouw, bovenop een gebouw van circa 11 meter hoog, een aantasting vormt van het landschap en mogelijk tot hinder leidt. Het plan biedt de mogelijkheid voor lichtreclame die past bij het gebruik van het sportcomplex. Bij de vergunningverlening en nadere uitwerking wordt beoordeeld of de omvang en uitvoering van dergelijke voorzieningen passend zijn in de Nota Zienswijzen Pagina 21 omgeving. De gemeente ziet geen aanleiding om de betreffende bepaling uit het plan te verwijderen. Conclusie: zienswijze is ongegrond. 6. Indiener stelt dat het plan geen voorwaarden bevat voor landschappelijke inpassing en maatregelen ter beperking van licht- en geluidhinder. In het kader van het plan zijn onderzoeken uitgevoerd naar onder andere geluid en licht. Uit deze onderzoeken blijkt dat het plan vanuit deze aspecten aanvaardbaar is. Het stedenbouwkundig plan zoals beschreven in de motivering heeft een richtinggevend karakter voor de verdere uitwerking van het sportpark.
De juridisch bindende regeling is opgenomen in de regels van het TAM-omgevingsplan. Binnen het in het plan opgenomen bouwvlak bestaat enige flexibiliteit voor de positionering van gebouwen. Wel wordt , in het kader van de nadere uitwerking van de plannen en als tegemoetkoming aan de ingediende zienswijzen , als bijlage bij de regels een beeldkwaliteits /landschappelijk inpassingsplan met zichtlijnen/buffers/hoogten toegevoegd en daarmee worden ook deze genoemde aspecten geborgd in juridische zin. Conclusie: zienswijze is ongegrond , maar leidt tot tegemoetkoming op gebied van een beeldkwaliteitsplan en leidt ook tot ondergeschikte redactionele aanpassingen 7. Indiener stelt dat woningen aan de Rijsdijk niet zijn meegenomen in het akoestisch onderzoek en dat het onderzoek daardoor onvolledig is. Het akoestisch onderzoek richt zich op de locaties waar op basis van afstand en situering relevante effecten kunnen optreden. Op basis van de uitgevoerde analyse is geconcludeerd dat het plan akoestisch aanvaardbaar is. Wat betreft genoemde ontbrekende zaken alsook de combinatie van een verhoogde tribune en kantine op de eerste verdieping , deze zijn verwerkt in het akoestische onderzoek , hetgeen daarmee leidt tot een tegemoetkoming aan de zienswijzen en een ambtshalve wijziging. Conclusie: zienswijze is wat betreft dit onderdeel gegrond. 8 en 9.