19. 388484 Raadsvoorstel vaststelling belastingverordeningen en –tarieven 2022.pdf
Tekst van het document
€ 52,10
€ 28,70
€ 52,10 € 52,10
€ 16,00 € 107,90
€ 53,60
Onderdeel 1.9.6 Diversen 1.19.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
Pagina 11 van 24
1.9.6.1
gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina
1.9.6.2
afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:
1.9.6.2.1
per pagina op papier van A4-formaat
€ 1,10
1.9.6.2.2
per pagina op papier van een ander formaat
€ 1,10
1.9.6.3
kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de onderdelen 1.9.6.2.1 en 1.9.6.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk
1.9.6.4
een digitaal bestand per mail (onder de 10 MB), upload via website of memorystick van de klant, voor ieder daaraan besteed kwartier
€ 16,00
1.9.6.5
een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen
€ 55,10
1.9.6.6
Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de Wet Persoonsregistraties (Stb. 1988,665)
€ 12,10
1.9.6.7
Administratiekosten volkstuin
€ 66,50
1.9.6.8
Het tarief voor het innemen van een borgsom bedraagt voor:
1.9.6.8.1
volkstuin
€ 62,20
1.9.6.8.2
fietskluis
€ 16,40
1.9.6.8.3
Sleutel hek fietskluis
€ 11,00
€ 1,10
€ 20,30
Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Paragraaf 2.1 Begripsomschrijvingen 2.1.1.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
2.1.1.1
Aanlegkosten de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet (begrepen), of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen;
2.1.1.2
bouwkosten
Pagina 12 van 24
de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk OF het bedrag waarvoor de aannemer zich heeft verbonden het werk tot stand te brengen (de aannemingssom), de omzetbelasting daarin niet (begrepen), of voor zover deze ontbreekt, een raming van de kosten die voortvloeien uit de aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het aanleggen) van de werken of de werkzaamheden, de omzetbelasting daarin niet begrepen, en indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van de werken of de werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; 2.1.1.3
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
2.1.2
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.
2.1.3
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.
Paragraaf 2.2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
2.2.1
Om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar of vergunningvrij is. om beoordeling van een principeplan
2.2.2. 2.2.3.
€ 51,40 € 2.388,10
Het tarief genoemd onder 2.2.2 kan worden verhoogd met de kosten voor externe adviseurs nodig zijn voor de beoordeling van het principeplan. Hierover worden vooraf afspraken gemaakt met de aanvrager van het principeplan.
Paragraaf 2.3 Omgevingsvergunning 2.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en paragraaf 4 van deze hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
2.3.1
Bouwactiviteiten
2.3.1.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief:
Pagina 13 van 24
2.3.1.1.1
indien de bouwkosten minder dan € 100.000 bedragen
2,64%
van de bouwkosten met een minimum van € 150 2.3.1.1.2
indien de bouwkosten € 100.000 tot € 200.000 bedragen
2,23%
van de bouwkosten met een minimum van € 2.640 2.3.1.1.3
indien de bouwkosten € 200.000 tot € 1000.000 bedragen
1,93%
van de bouwkosten met een minimum van € 4.460 2.3.1.1.4
indien de bouwkosten € 1000.000 tot € 2.000.000 bedragen
1,83%
van de bouwkosten met een minimum van € 19.300 2.3.1.1.5
indien de bouwkosten € 2000.000 of meer bedragen
1,72%
van de bouwkosten met een minimum van € 36.600 en een maximum van € 450.000 Extra welstandstoets 2.3.1.2
Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de welstandscommissie nodig is en wordt beoordeeld:
2.3.1.2.1
Indien de bouwkosten minder bedragen dan € 25.000:
2.3.1.2.2 2.3.1.2.3
indien de bouwkosten € 25.000 tot € 2.000.000 van de bouwkosten bedragen: indien de bouwkosten meer bedragen dan € 2.000.000
2.3.1.2.4
De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00
2.3.1.3
Verplicht advies agrarische commissie
€ 50,00 2‰ € 4.000,00
Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie wordt beoordeeld: 2.3.1.4
€ 1.338,40
Achteraf ingediende aanvraag Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:
2.3.1.5
Beoordeling aanvullende gegevens
2.3.2
Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen: Aanlegactiviteiten
2.3.2.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.3
Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouw- of aanlegactiviteit
110%
€ 0,00
€ 291,30
Pagina 14 van 24
Het in behandeling nemen van aanvraag omgevingsvergunning dat betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.1 en 2.3.2: 2.3.3.1
indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):
€ 150,00
2.3.3.2
indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking)
€ 150,00
2.3.3.3
indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):
€ 1.458,90
2.3.3.4
indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens provinciale verordening gegeven regels is afgeweken:
2.3.3.5
indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gegeven regels is afgeweken:
2.3.4
Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouw- of aanlegactiviteit
€ 150,00
€ 150,00
Het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning dat betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit of een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk b, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1
indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (binnenplanse afwijking):
€ 150,00
2.3.4.2
indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse kleine afwijking):
€ 150,00
2.3.4.3
indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken (buitenplanse afwijking):
€ 1.458,90
2.3.4.4
indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo van het exploitatieplan is afgeweken:
€ 150,00
2.3.4.5
indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.1, derde of vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens provinciale verordening, onderscheidenlijk provinciale verklaring gegeven regels is afgeweken:
€ 150,00
Pagina 15 van 24
2.3.4.6
indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft en met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo van de krachtens artikel 4.3, derde of vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk ministeriële verklaring gegeven regels is afgeweken:
2.3.4.7
indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo van een voorbereidingsbesluit is afgeweken:
2.3.5
In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.6
Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten
2.3.6.1
Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of artikel 10 van de
€ 150,00 € 150,00
€ 769,80
Monumentenverordening Albrandswaard, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van deze Paragraaf indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.6.1.1
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument:
€ 436,70
2.3.6.1.2
voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€ 436,70
2.3.6.2
Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stadsof dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of de Monumentenverordening Albrandswaard, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van deze Paragraaf indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:
€ 436,70
2.3.7
Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht
2.3.7.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:
€ 436,70
Asbesthoudende materialen 2.3.7.2
Onverminderd het bepaalde in de onderdelen 2.3.7.1 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is:
2.3.8
Aanleggen of veranderen weg
€ 357,30
Pagina 16 van 24
2.3.8.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene Plaatselijke Verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.9
Uitweg/inrit (vervallen)
2.3.10
Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.11
€ 73,70
€ 60,30
Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of gemeente, waarvoor ingevolge een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:10 Algemene Plaatselijke Verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief:
2.3.11.1
indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo:
2.3.11.2
indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo:
2.3.12
Natura 2000-activiteiten
2.3.12.1
2.3.12.2
Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van deze Paragraaf indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: Vervallen
2.3.13
Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten)
2.3.14
Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van deze Paragraaf indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: Andere activiteiten
€ 73,70
€ 73,70
€ 147,00
€ 147,00
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van deze Paragraaf bedoeld en die activiteit of handeling:
Pagina 17 van 24
2.3.14.1
behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.14.2
behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:
2.3.14.2.1
als het een gemeentelijke verordening betreft:
€ 73,70
2.3.14.2.2
als het een provinciale of waterschapsverordening betreft:
€ 73,70
2.3.15
Omgevingsvergunning in twee fasen
€ 73,70
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1
voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze Paragraaf voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;
2.3.15.2
voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in deze Paragraaf voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. Beoordeling bodemrapport
2.3.16
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze Paragraaf bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:
2.3.16.1
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport
2.3.16.2
voor het toetsen, opstellen en beoordelen door BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam) voor de volgende werkzaamheden bedragen de tarieven:
2.3.16.2.1
het toetsen van een aanvraag archeologievergunning:
€ 290,20
2.3.16.2.2
het opstellen van nader archeologisch advies voor bouwplannen, ruimtelijke plannen en aanlegvergunningen:
€ 290,20
2.3.16.2.3
het beoordelen van rapportages van een archeologisch onderzoek:
€ 693,60
2.3.16.2.4
het opstellen van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek:
2.3.16.2.5
het beoordelen/toetsen van een Programma van Eisen:
€ 566,20
2.3.16.2.6
het beoordelen van offertes, aanbesteding, controle veldwerk (boringen/proefsleuven), rapport en selectieadvies inclusief het toezenden van de beoordeling en voorstel voor een selectiebesluit aan de gemeente Albrandswaard:
€ 566,20
2.3.16.2.7
het verzorgen van een archeologieparagraaf in (de ruimtelijke onderbouwing van) een bestemmingsplan of projectbesluit.
2.3.17
Advies
€ 531,40
€ 1.132,70
€ 1.811,50
Pagina 18 van 24
2.3.17.1
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze Paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
2.3.17.2
Indien een begroting als bedoeld in 2.3.16.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
2.3.18
Verklaring van geen bedenkingen
2.3.18.1
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van deze Paragraaf bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:
2.3.18.1.1
indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:
2.3.18.1.2
€ 360,40 € 360,40
Paragraaf 2.4 Vermindering 2.4.1
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om van een principeplan als bedoeld in Paragraaf 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van de beoordeling van het principeplan geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in Paragraaf 3.
2.4.2
Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18. De vermindering beloopt:
2.4.2.1
bij 5 tot 10 activiteiten:
2%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.2
bij 10 tot 15 activiteiten:
3%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.3
Bij 15 of meer activiteiten
5%
van de voor die activiteiten verschuldigde leges;
Pagina 19 van 24
Paragraaf 2.5 Teruggaaf 2.5.1
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
2.5.1.1
indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan
50%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.2
indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 6 weken na het in behandeling nemen ervan
40%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.3
indien de aanvraag wordt ingetrokken na 6 weken en binnen 8 weken na het in behandeling nemen ervan
30%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.2
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
25%
van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
2.5.4
25%
Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven.
2.5.5
Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.
Pagina 20 van 24
Paragraaf 2.6 Intrekking omgevingsvergunning 2.6.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is:
€ 0,00
Paragraaf 2.7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:
€ 1.458,90
Paragraaf 2.8 Bestemmingswijzigingen 2.8.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, of het wijzigen van een reeds vastgesteld bestemmingsplan, tenzij de kosten op een andere wijze reeds in rekening zijn gebracht (anterieure overeenkomst)
2.8.2
Het tarief voor het onderzoeken naar de mogelijkheden voor medewerking aan een initiatief, dat in strijd met het bestemmingsplan is en waarvoor afwijking of wijziging nodig is, bedraagt
2.8.3
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag die in strijd is met het bestemmingsplan en waarvoor een wijziging nodig is. Dit als bedoeld voor de categorieën in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening waarop een procedure marktinitiatief volgt met bijbehorende anterieure overeenkomst, bedraagt
€ 1.458,90
€ 2.311,00
€ 2.311,00
Paragraaf 2.9 Ontheffing geluidhinder bouwen en slopen 2.9.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing geluidhinder, als bedoeld in artikel 8.4, 2de lid van het Bouwbesluit 2012
€ 212,20
Paragraaf 2.10 In dit hoofdstuk niet benoemde beschikking 2.10.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde beschikking:
€ 73,70
Pagina 21 van 24
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 Horeca Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.1.
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet
3.1.2
een melding als bedoeld in artikel 30 en 30a van de Alcoholwet. Indien dit samen gaat met een bijschrijving van een houder op de exploitatievergunning afgegeven een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet
3.1.3
€ 303,90
€ 129,00 € 30,50
3.1.4
een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning ingevolge artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Albrandswaard
3.1.5
Bijschrijving van een beheerder op de exploitatievergunning afgegeven op basis van artikel 2:30c Algemene Plaatselijke verordening. Indien dit samen gaat met een wijziging van de Alcoholwet artikel 30 worden hier geen leges voor in rekening gebracht.
3.1.6
een aanvraag tot ontheffing sluitingsuur horeca als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening.
€ 31,30
3.1.7
een aanvraag voor het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 4 van de Alcoholwet
€ 31,30
€ 305,50
€ 129,00
Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen 3.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft:
3.2.1
Een A-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder b van de APV
€ 0,00
3.2.2
Een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie met commercieel winstoogmerk Een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie voor een ideeel doel
€ 215,10
3.2.3
€ 0,00
Paragraaf 3.3 (vervallen) Paragraaf 3.4 Standplaatsen
3.4.1 3.4.2 3.4.3
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats met een verkoopwagen of eenheid bedraagt: voor een halve dag voor een hele dag Het tarief voor het innemen van een standplaats met een verkoopwagen of eenheid op dinsdagen Emmastraat Poortugaal:
€ 21,20 € 33,90
Pagina 22 van 24
De kosten voor het innemen van een standplaats bedragen per dag/per jaar: 3.4.3.1 3.4.3.2 3.4.3.3 3.4.3.4 3.4.3.5 3.4.3.6 3.4.3.7 3.4.3.8
tot en met 8m2, per dag van 9 tot en met 12 m2, per dag van 13 tot en met 16 m2, per dag van 17 tot en met 20 m2 per dag: tot en met 8m2, per dag, per jaar: (52 x € 7,40) van 9 tot en met 12 m2, per jaar: (52 x € 9,20) van 13 tot en met 16 m2, per jaar: (52 x € 14,50) van 17 tot en met 20 m2 per jaar (52 x € 20,00)
3.4.4.1 3.4.4.2
Voor een seizoenstandplaats met een kraam per maand Voor een seizoenstandplaats met een verkoopwagen per maand
€ 7,40 € 9,20 € 14,50 € 20,00 € 384,80 € 478,40 € 754,00 € 1.040,00 € 98,90 € 201,90
Paragraaf 3.5 Winkeltijdenwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag : 3.5.1
voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of de Verordening winkeltijden Albrandswaard
€ 74,80
3.5.2
tot het verlenen van toestemming om een in onderdeel 1.13.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander
€ 74,80
3.5.3
tot het intrekken of wijzigen van een in onderdeel 1.13.1 bedoelde ontheffing
€ 74,80
Paragraaf 3.6 Landelijke Register Kinderopvang Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een opname in het Landelijke Register Kinderopvang van: 3.6.1
een kindercentrum of gastouderbureau
€ 1.221,50
3.6.2
een voorziening voor gastouderopvang
€ 304,80
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andersoortige beschikking, welke niet in de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk is benoemd maar wel moet worden gekwalificeerd als dienst in de zin van de Dienstenwet (Stb, 2009, 503) , bedraagt: 3.7.1
per dag
3.7.2
per week
€ 44,70
3.7.3
per maand
€ 126,20
3.7.4
per jaar
€ 250,80
€ 32,10
Pagina 23 van 24
Inwerkingtreding en citeertitel 1.
2. 3. 4.
De “Tarieventabel leges 2021” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Dit besluit wordt aangehaald als “Tarieventabel legesverordening 2022”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 20 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Pagina 24 van 24
Verordening Onderwerp: Verordening Lijkbezorgingsrechten 2022
Gemeenteraad: 20 december 2021 Commissie: B&A Welzijn 29 november 2021
BBVnr:
388484
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2022 Artikel 1. Definities
Deze verordening verstaat onder: - begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen Rhoon en Poortugaal; - eigen graf: een particulier graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; - algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; - eigen urnengraf: een particulier graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; - urnennis: een algemene ruimte in een urnenmuur bij de gemeente in beheer, waarin een Rechthebbende gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van een of meer asbussen met of zonder urnen; - asbus: een bus ter berging van as van een overledene; - urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; - buitengewone uren: uren die niet liggen: - tussen 09.00 en 16.00 uur op werkdagen; en - tussen 09.00 en 14.00 uur op zaterdagen.
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst
wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 6 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2. Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.
De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. 2.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12. Overgangsrecht 1. De 'Verordening Lijkbezorgingsrechten 2021' van 26 april 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening Lijkbezorgingsrechten 2022'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 december 2021.
De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Tarieventabel lijkbezorgingsrechten 2022 behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2022 Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten (particuliere graven) 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven: 1.1.1 voor een particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar 1.1.2 voor een particulier graf in Poortugaal (1 diep) voor onbepaalde tijd 1.1.3
€ 1.710,00 € 5.465,00
1.1.4
voor een particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor een periode van 20 jaar voor een particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor onbepaalde tijd
€ 11.105,00
1.1.5
voor een particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar
€ 2.800,00
1.1.6
voor een particulier graf in Rhoon (2 diep) voor onbepaalde tijd
€ 8.955,00
1.1.7
voor een particulier foetusgraf voor een periode van 80 jaar
€ 855,00
1.1.8
voor een particulier kindergraf voor een periode van 80 jaar
€ 3.420,00
1.1.9
voor een particulier foetus of kindergraf voor en periode van 80 jaar voor rechthebbenden volgens artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2021 inwoners Albrandswaard Voor het verlengen van uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven: voor een particulier graf (1 diep) voor
1.2 1.2.1
€ 3.415,00
nihil
1.2.1.1 periode van 5 jaar
€ 425,00
1.2.1.2 periode van 10 jaar
€ 855,00
1.2.1.3 periode van 20 jaar
€ 1.710,00
1.2.2
Voor een particulier dubbel graf (1 diep) voor:
1.2.2.1 periode van 5 jaar
€ 855,00
1.2.2.2 periode van 10 jaar
€ 1.710,00
1.2.2.3 periode van 20 jaar
€ 3.415,00
1.2.3
Voor een particulier graf en grafkelder in Rhoon (2 diep) voor
1.2.3.1 periode van 5 jaar
€ 700,00
1.2.3.2 periode van 10 jaar
€ 1.400,00
1.2.3.3 periode van 20 jaar
€ 2.800,00
Hoofdstuk 2: Uitgifte algemene graven 2.1
2.1.1
2.1.2
Voor het ter beschikking stellen van een algemeen graf voor een periode van 15 jaar (Rhoon grafkelder 2 diep, Poortugaal zandgraf 1diep) wordt geheven: Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven voor een algemeen graf voor een periode van 15 jaar Inschrijving register
Hoofdstuk 3 Begraven 3.1
Voor het begraven van een lijk worden de volgende rechten geheven:
€ 400,00
€ 300,00 € 35,00
3.1.1
van een persoon vanaf 18 jaar
€ 1.325,00
3.1.2
van een foetus of kind tot 1 jaar
€ 580,00
3.1.3
van een kind tussen 1 en 18 jaar
€ 860,00
3.1.4
van een kind beneden 18 jaar welk wordt begraven in een particulier graf, particulier foetus- of kindergraf waarvan de rechthebbende is ingeschreven in de Gemeente Albrandswaard, conform artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2021"
nihil
Hoofdstuk 4 Overige heffingen 4.1 4.1.1
Voor het begraven op buitengewone uren wordt het tarief bedoeld in 3.1.1 tot en met 3.1.3 als volgt verhoogd: Zaterdag tot 12.00 uur
€ 450,00
4.1.2
Zaterdag na 12.00 uur
€ 540,00
4.1.3
Zon- en feestdagen (alleen in uitzonderlijke gevallen)
€ 620,00
4.1.4
Maandag tot en met vrijdag na 16.00 uur
€ 150,00
4.1.5
Voor het luiden van de klok wordt geheven per kwartier
€ 20,00
4.1.6
Voor het gebruik van de geluidsinstallatie wordt geheven per begrafenis
€ 50,00
4.2 4.2.1
Voor het inschrijven en overboeken van particulieren graven en urnennissen: Inschrijving register
€ 35,00
4.2.2
Overboeking particuliergraf
€ 35,00
Hoofdstuk 5 Asbestemming 5.1 5.1.1
Voor het verlenen van het recht op een asbestemming wordt geheven bij uitgifte: van een urnengraf, 2 urnen voor een periode van 10 jaar
5.1.2
van een urnengraf, 2 urnen voor een periode van 20 jaar
5.1.3
van een urnennis, 2 urnen voor een periode van 10 jaar
5.1.4
van een urnennis, voor een periode van 20 jaar
5.2
Voor het verlengen van het recht op een asbestemming wordt geheven:
5.2.1
Urnengraf, 2 urnen
€ 590,00 € 1.185,00 € 710,00 € 1.425,00
5.2.1.1 periode van 5 jaar
€ 295,00
5.2.1.2 periode van 10 jaar
€ 590,00
5.2.1.3 periode van 20 jaar
€ 1.185,00
5.2.2
Urnennis, 2 urnen
5.2.2.1 periode van 5 jaar
€ 355,00
5.2.2.2 periode van 10 jaar
€ 710,00
5.2.2.3 periode van 20 jaar
€ 1.425,00
5.3 5.3.1
Voor het plaatsen of bijzetten van asbus of urn worden de volgende rechten geheven: In een urnennis
€ 185,00
5.3.2
In een urnengraf
€ 370,00
5.3.3
In een particulier graf
€ 370,00
Hoofdstuk 6 Onderhoudskosten begraafplaats en grafbedekking particuliere graven 6.1 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven 6.1.1 Voor een particulier graf voor een periode van 5 jaar (Rhoon 2 diep)
€ 330,00
6.1.2
voor een particulier graf voor een periode van 10 jaar (Rhoon 2 diep)
€ 655,00
6.1.3
voor een particulier graf voor een periode van 20 jaar (Rhoon 2 diep)
€ 1.310,00
6.1.4
voor een particulier graf voor een periode van 5 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 diep) 6.1.5 voor een particulier graf voor een periode van 10 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 diep) 6.1.6 voor een particulier graf voor een periode van 20 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 diep) 6.1.7 voor een particulier dubbel graf voor een periode van 5 jaar (Poortugaal 1 diep) 6.1.8 voor een particulier dubbelgr af voor een periode van 10 jaar (Poortugaal 1 diep) 6.1.9 voor een particulier dubbel graf voor een periode van 20 jaar (Poortugaal 1 diep) 6.1.10 voor een particulier urnengraf voor een periode van 5 jaar
€ 220,00 € 440,00 € 875,00 € 440,00 € 875,00 € 1.750,00 € 110,00
6.1.11 voor een particulier urnengraf voor een periode van 10 jaar
€ 220,00
6.1.12 voor een particulier urnengraf voor een periode van 20 jaar
€ 440,00
6.1.13 voor een particuliere urnennis voor een periode van 5 jaar
€ 85,00
6.1.14 voor een particuliere urnennis voor een periode van 10 jaar
€ 170,00
6.1.15 voor een particuliere urnennis voor een periode van 20 jaar
€ 340,00
6.1.16 voor een particulier graf voor onbepaalde tijd
€ 4.375,00
6.1.17 voor een particulier kindergraf voor een periode van 80 jaar
€ 1.750,00
6.1.18 voor een particulier foetusgraf voor een periode van 80 jaar
€ 875,00
6.1.19 voor een particulier foetus of kindergraf waarvan de rechthebbende is ingeschreven in de Gemeente Albrandswaard, conform artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2020" 6.1.20 Onderhoudskosten per jaargraf 2 diep (via heffing)
€ 85,00
6.1.21 Onderhoudskosten per jaar graf 1 diep (via heffing)
€ 65,00
6.1.22 Onderhoudskosten per jaar (via heffing) voor een dubbel graf (Poortugaal 1 diep) 6.1.23 voor een particulier graf voor onbepaalde tijd, onderhoud monument
nihil
€ 130,00 € 4.160,00
Hoofdstuk 7 Vergunning gedenkteken 7.1
Voor het verlenen van een vergunning voor het hebben van gedenkteken wordt geheven
€ 35,00
Hoofdstuk 8 Opgraven, herbegraven, verstrooien en ruimen 8.1 8.1.1
Voor het opgraven van een stoffelijk overschot, ten behoeve van herbegraven of crematie wordt geheven: Voor het opgraven van een stoffelijk overschot of overblijfselen van een stoffelijk overschot
€ 765,00
8.1.2
Voor het schudden van het graf wordt geheven
€ 1.190,00
8.1.3
Voor het na opgraven weer begraven in een ander graf wordt geheven
€ 2.030,00
8.2
Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven
8.2.1
uit een particulier graf
€ 370,00
8.2.2
uit een particulier urnengraf
€ 370,00
8.2.3
uit een particuliere urnennis
€ 185,00
8.2.4
8.3
Voor het na ruiming van een graf afzonderen van de overblijfselen van een stoffelijk overschot ten behoeve van crematie of herbegraven wordt geheven Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven:
8.3.1
op een verstrooiingsplaats
€ 75,00
8.3.2
in een particulier graf
€ 310,00
€ 985,00
Inwerkingtreding en citeertitel 1. De tarieventabel lijkbezorgingsrechten 2021 van 26 april 2021 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Dit besluit wordt aangehaald als “Tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2022”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Verordening Onderwerp: Verordening Rioolheffing 2022
Gemeenteraad: 20 december 2021 Commissie: B&A Welzijn 29 november 2021
BBVnr:
388484
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022
Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; c. onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a.
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
Pagina 1 van 4
c.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel; Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een WOZ-waarde die minder is dan € 25.000, die in zelfstandig gebruik zijn als berging of garagebox. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel 7 Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt per perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd: a.
tot en met 500 m³ per jaar met dien verstande dat aan een volgens de gemeentelijke basisadministratie alleenwonende gebruiker van een
€ 270,48
Pagina 2 van 4
b. c. d. e. f.
eigendom van waaruit afvalwater op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd vermindering wordt verleend van 25% van het in dit lid genoemde tarief. per m³ boven de 500 m³ tot en met 1500 m³; per m³ boven de 1500 m³ tot en met 2500 m³ per m³ boven de 2500 m³ tot en met 5000 m³ per m³ boven de 5000 m³. Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht
€ 1,58 € 1,47 € 1,37 € 1,23
Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven. 6.
Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en vijfde lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel
Pagina 3 van 4
1. De ‘Verordening rioolheffing 2021’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2022'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 20 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Pagina 4 van 4
Verordening Onderwerp: Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2022
Gemeenteraad: 20 december 2021
BBVnr:
388484
Commissie: B&A Welzijn 29 november 2021 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 november 2021; gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen, alsmede artikel 28, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; overwegende dat het gewenst is om regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2022 Artikel 1. Voor kwijtschelding in aanmerking komende gemeentelijke belastingen en heffingen Bij de invordering van de volgende belastingen en heffingen kan kwijtschelding verleend worden: • de onroerende-zaakbelastingen; • de rioolheffing; • de afvalstoffenheffing voor het vast recht, zoals bedoeld in de onderdelen 1.1.1.1 en 1.1.1.2 van de tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2022. Artikel 2. Kosten van bestaan Bij de invordering van de belastingen en heffingen, zoals bedoel in artikel 1, wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 percent. Artikel 3.
Kwijtschelding aan ondernemers Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep van een natuurlijke persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II, afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Artikel 4. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De ‘Verordening kwijtschelding 2021´van 14 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van deze verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening kwijtschelding 2022’. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
Pagina 1 van 2
4. De datum van ingang van deze verordening is 1 januari 2022, met dien verstande dat zij slechts van toepassing is op belastingaanslagen ter zake van het belastingjaar 2022.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 december 2021. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Jolanda de Witte
Pagina 2 van 2