19. 2025-049347 Ombudsman Rotterdam Rijnmond Aanbieding definitief onderzoeksrapport Omarm me.pdf
Tekst van het document
Per mail aan griffie en gemeentesecretaris: griffie@albrandswaard.nl en f.v.d.linden@albrandswaard.nl
Rotterdam, 19 juni 2025 Betreft: Aanbieding definitief onderzoeksrapport Omarm me Geachte leden van de gemeenteraad, Geacht college van burgemeester en wethouders, Met veel genoegen bied ik u namens team ORR het definitieve rapport aan van ons onderzoek op eigen initiatief, getiteld Omarm me. Wij beantwoorden hierin de vraag hoe vijf gemeenten omgaan met hun initiatiefrijke inwoners. Vanwege de inventieve oplossingen die zij aandragen voor maatschappelijke opgaven is dit een onmisbare groep die elke gemeente als vanzelfsprekend zou moeten omarmen. Ons onderzoek laat namelijk zien dat wanneer de gemeente daadwerkelijk meedenkt, meebeweegt, vertrouwen geeft, durft los te laten en gretig is, er mooie dingen kunnen ontstaan. Maar de praktijk is dat actieve bewoners en sociaal ondernemers bij de realisering van hun maatschappelijke ideeën tegen allerlei obstakels botsen. Belangrijkste conclusies Wij constateren dat: - initiatiefnemers continu moeten sprokkelen naar financiering; - zij (grote) moeite hebben met het vinden een ingang/contactpersoon; - ondersteuning vanuit de gemeente in aard en omvang sterk verschilt; - initiatiefnemers hun waarde telkens opnieuw moeten bewijzen. Ons rapport bevat verschillende conclusies. In het kort komen onze aanbevelingen neer op het volgende: omarm uw initiatiefnemers. Al onze aanbevelingen vindt u op pagina’s 5-7.
Voor de specifieke bevindingen en conclusies over uw gemeente verwijzen wij naar pagina’s 34-37. Uw college is eerder al per brief gevraagd te reageren op ons conceptrapport. De bestuurlijke reactie is, met die uit de vier andere gemeenten, terug te vinden op onze speciale webpagina www.orr.nl/omarm-me. Lokale omroep Open Rotterdam heeft inmiddels een uitzending van het programma Oploskoffie gemaakt over onderzoek, ook te zien via RTV Rijnmond. Toelichting rapport Als uw ombudsvrouw gaat dit onderwerp mij zeer aan het hart. In de praktijk zie ik hoe hard en vol passie initiatiefnemers zich inzetten voor hun straat, buurt en woonplaats. Daarom vind ik het onwijs belangrijk dat de barrières waarop zij stuiten, snel en effectief worden weggenomen. Met uw college zullen wij daarom in gesprek gaan en blijven over de opvolging van onze aanbevelingen.
Ik hoop dat u ons onderzoeksrapport met veel aandacht en belangstelling zult lezen. Ook ben ik graag bereid om in uw gemeenteraad een toelichting te geven op onze bevindingen. Contact Voor vragen kunt u contact opnemen met onderzoekers Maurice Geluk en Donnovan Wenting. Zij zijn bereikbaar via maurice.geluk@orr.nl en donnovan.wenting@orr.nl of via 06 –14 21 54 82 en 06–34 55 34 80. Met vriendelijke groet,
Marianne van den Anker Ombudsman Rotterdam Rijnmond
Bijlage: - ORR-onderzoeksrapport Omarm me; Hoe vijf gemeenten omgaan met hun initiatiefrijke inwoners
2
Gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, en Voorne aan Zee.
DE FOTO'S IN DIT RAPPORT In opdracht van ORR heeft fotograaf Julien Kraal een serie portretten gemaakt van initiatiefrijke inwoners uit onze regio – mensen die met hun inzet, creativiteit en betrokkenheid een zichtbaar verschil maken in hun omgeving. Een aantal van deze inspirerende foto's is opgenomen in dit rapport en laat zien hoe waardevol lokaal initiatief kan zijn voor de kracht van onze gemeenschap.
/ 02
Vo
woord
Beste lezer, Drieënhalf jaar geleden solliciteerde ik op de functie van ombudsman, gedreven door een diepe wens om iets te betekenen voor mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen, initiatief tonen en hun buurt, stad of samenleving vooruit willen helpen. Initiatiefnemers die met hart en ziel bouwen aan de gemeenschap, vaak op plekken waar beleid en systemen tekortschieten. Juist hún energie wilde ik beschermen. Want als we deze mensen kwijtraken omdat ze vastlopen in een systeem dat hen niet waardeert, begrijpt of ondersteunt, dan staat de overheid er op termijn alleen voor. Dit onderzoek draagt de titel <Omarm me=. Niet voor niets. Het is een opdracht aan de stadsbesturen en hun ambtenaren. Een smeekbede zelfs. Want de realiteit is dat veel initiatiefnemers, zoals de betrokken mensen achter het Wijkpaleis, niet worden omarmd maar juist ontmoedigd. Ze raken verstrikt in regels, procedures en loketten. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd, moeten zich telkens opnieuw bewijzen, alsof hun bijdrage niet vanzelfsprekend waardevol is. Dat is niet alleen schrijnend, het is ook bestuurlijk onhoudbaar.
Voor de vele initiatiefnemers in onze regio heb ik dit onderzoek laten doen. Omdat zij het bewijs zijn van een inclusieve, rechtvaardige en liefdevolle samenleving. Dit onderzoek is daarmee niet alleen een follow-up van het onderzoek Wees Welkom dat ORR in Rotterdam uitvoerde. Laat de diepste wens van initiatiefnemers - <Omarm me= doorklinken in uw beleid en acties. En knoop onze opdracht - <Omarm ze= - goed in uw oren.
Marianne van den Anker Ombudsvrouw Rotterdam-Rijnmond (ORR)
Als ombudsman sta ik voor de menselijke maat en voor de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder responsiviteit, luisteren en fair play. Die beginselen vormen geen abstract juridisch kader, maar een moreel kompas. En dat kompas dwingt ons om initiatiefnemers serieus te nemen, ze te ondersteunen in plaats van te wantrouwen, en ze als gelijkwaardige partners te behandelen. Het is mijn vurige hoop dat de opdracht voor de overheid en politiek niet aan dovemansoren is gericht, maar bijdraagt aan een radicale transitie in het denken en doen van overheden. Dat we de kracht van bewonersinitiatieven erkennen en faciliteren. Dat we stoppen met het toetsen van initiatiefnemers aan logica’s die niet bij hen horen. Dat we de moed hebben om systemen te hervormen, in plaats van initiatiefnemers stuk te laten lopen. Dat we een trackrecord van succesverhalen gaan creëren in plaats van een logboek van klachten.
/ 03
Samenvatting
/ 04
Initiatiefrijke inwoners zijn onmisbaar voor gemeenten. Hun oplossingen geven antwoorden op maatschappelijke uitdagingen van deze tijd. Met hun innovatieve en verfrissende ideeën bereiken ze soms een kleine, specifieke groep mensen. Terwijl andere juist uitstralen op een complete wijk, zelfs woonplaats. Bewoners(collectieven) en sociaal ondernemers zijn daarmee belangrijke partners van lokale overheden. Idealiter omarmt een gemeente hen. Maar is zij ook gretig in het contact met initiatiefnemers. Ziet en behandelt zij hen als gelijkwaardig. Want gemeenten mogen blij zijn dat zij inwoners en ondernemers hebben die zich maatschappelijk inzetten, vaak vrijwillig en in eigen tijd. Wij voerden 37 gesprekken, waarvan 26 met initiatiefnemers in de gemeenten Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Rotterdam en Voorne aan Zee. De interviews met initiatiefnemers zijn doorspekt met enthousiasme en doorzettingsvermogen. Lokale overheden zien het belang van deze pluriforme groep, willen er serieus mee aan de slag of doen dat al lang en breed. Dit bevestigen onder meer hun college- en raadsakkoorden. Toch zit er tussen woord en daad nogal eens wat ruimte.
Zo kostte het ons moeite om bij de start van ons onderzoek vanuit de gemeenten initiatieven aangeleverd te krijgen. Daar zaten vervolgens weinig échte succesverhalen tussen. Toch zijn er lichtpunten, waaraan ons rapport eveneens rijk is. Op deze plek besteden wij aandacht aan de rode draden. Het vinden van de juiste ingang bij gemeenten is en blijft een hele zoektocht. Eenmaal binnen varieert de mate waarin gemeenten hun initiatiefnemers ondersteunen bovendien sterk. De inspanningen van individuele ambtenaren kunnen van doorslaggevend belang zijn. Zij kunnen een initiatief 8maken9, door écht mee te denken en mee te bewegen. Door vertrouwen te geven en los te laten, kunnen er mooie dingen gebeuren. Als ambtenaren proactief betrokken zijn en ruimte bieden, leidt dit tot snellere successen en grotere tevredenheid onder initiatiefnemers. Dat is een les die alle gemeenten ter harte mogen nemen. Wij signaleren aanvullend dat ambtenaren moeite kunnen hebben met het op waarde schatten van een idee, zeker als het nog pril is. Ook zien wij dat bestaande initiatieven telkens hun maatschappelijke waarde moeten aantonen. Dat ze opnieuw moeten uitleggen wie ze zijn en wat ze willen bereiken. Zelfs als de effecten van hun activiteiten genoegzaam bekend en erkend zijn. Dit leidt tot frustratie
/ 05
en vertraging, maar kan op de lange termijn ook de aanleiding zijn tot afhaken. Een terugkerend thema is de permanente zoektocht van initiatiefnemers naar geld. Zij moeten steeds creatiever zijn om hun plannen financieel rond te krijgen. Gemeentelijke subsidies en potjes zijn opgedeeld en gelimiteerd, niet structureel en vereisen veel inspanning om te verkrijgen. Aanvragen is verworden tot een tijdrovend proces, met een ongewisse uitkomst. Daarbij werpt de voorgenomen bezuiniging op het gemeentefonds in 2026 (het ravijnjaar) z’n schaduw vooruit. Door besparingen die al zijn ingezet, neemt bij initiatiefnemers de onzekerheid toe. Toch laten initiatiefnemers zich moeilijk kisten. Ze sprokkelen, ze onderhandelen en zetten alles op alles om hun plannen te realiseren. Bij wijze van uitweg richtten initiatiefnemers zich vaker op lokale en landelijke (goededoelen)fondsen. Wat sterk uit de gesprekken blijkt, is de autonomie die initiatiefnemers nastreven. Zij willen de regie over hun ideeën hebben en houden. Soms zijn ze daarin behoorlijk radicaal. Wij zien dat zodra ambtenaren willen sleutelen aan de fundamenten van een idee, de spanning en frustratie bij initiatiefnemers toeneemt.
Ken ál je thuiszitters. Meld ook het aantal leerlingen dat geoorloofd thuis zit bij de gemeente. Maak de wachttijden van scholen openbaar. Spreek scholen aan op hun zorgplicht om onderwijs te bieden. Bied verschillende leermethoden aan.
/ 06
Veelal is dit handelen ingegeven door wet- en regelgeving, maar ook omdat ambtenaren eigen ideeën kunnen hebben over inhoud en uitvoering. Met name dat laatste ligt gevoelig. Initiatiefnemers ervaren dan al snel een gebrek aan vertrouwen. Open communicatie en snelle reactie kan veel gladstrijken, maar juist daar zien we gemeenten geregeld uitglijders maken. De uitdagingen zijn het grootst bij het verwezenlijken van zeer complexe ideeën. Veelal initiatieven die meerdere gemeentelijke afdelingen raken. Dit verkleint de kans op een vlotte, soepele uitvoering. Met name initiatieven waarbij de aankoop van gemeentelijk vastgoed een rol speelt, krijgen hiermee te maken. Wij zien daarbij een tegenstelling ontstaan. Neemt de complexiteit toe, dan groeit onder initiatiefnemers sterk de behoefte aan meer informatie en transparantie. Gemeenten zijn juist geneigd formeler te worden en zich terug te trekken. Hierdoor kan afstand en onbegrip ontstaan.
Aanbevelingen
/ 07
Regiogemeenten
1 . Maak de wac httij de n van s chole n p er lee rj aar ope nbaar o f informee r ouders e n k inderen op w elk e pl ek z e op de Om belangrijke maatschappelijke wachtlij st staan.opgaven het hoofd te bieden, doen gemeenten er verstandig 2 . aan S pree sc ho len aan te opomarmen. hu n z orgpl icht hunkinitiatiefnemers In woord, maar in daad. om vooral onderw ij s teAanbevelingen bie den. Oovoor k alsdee en gemeenten Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, kind thu z it.IJssel En en zoe k samen me t de Krimpen aanisden Voorne aan Zee: g emeente naar manie ren om onderw ij s vo or thu itters b etevan r moge lij k te 1. Versterk de isz ondersteuning initiatieven: mak en. proactief, lever ondersteun initiatiefnemers
2.
3.
08 /
extra inspanningen bij complexe ideeën. Doe moeite voor en geef snel duidelijkheid over financiering. Houdt bij dit alles de vaart erin. Zorg voor back-up bij uitval en verlof van contactpersonen. Verbeter de communicatie met initiatiefnemers: communiceer als gemeente standaard open, transparant en proactief. Reageer tijdig en compleet op vragen en verzoeken. Laat initiatief-nemers zien wat zich achter de schermen rond hun initiatief afspeelt. Stimuleer samenspel tussen partijen en ga gezamenlijk om initiatiefnemers heen staan: de gemeente staat niet alleen, initiatiefnemers evenmin. Stimuleer daarom de samenwerking tussen ambtenaren, initiatiefnemers, contractpartijen (zorg en welzijn), woningcorporaties, ondernemers en fondsen. Behandel elkaar als gelijkwaardige partners. Ontschot waar mogelijk de budgetten voor initiatiefnemers.
Gemeente Rotterdam Rotterdam is al eerder onderwerp van ons onderzoek naar initiatiefnemers geweest. Ook kent de stad qua initiatiefnemers een andere omvang en dynamiek. Wij doen de gemeente de volgende aanbevelingen: 1.
Stimuleer samenspel tussen partijen, ga gezamenlijk om initiatiefnemers heen staan: de gemeente staat niet alleen, initiatiefnemers 10. evenmin. Stimuleer de samenwerking tussen ambtenaren, initiatiefnemers, contractpartijen (zorg en welzijn), woningcorporaties, ondernemers 11. en fondsen. Behandel elkaar als gelijkwaardige partners. 2. Wijs in de stad plekken van waarde aan, ontschot daarvoor de budgetten: wijs 12. gezamenlijk bestaande initiatieven aan waarvan de waarde onmiskenbaar is. Wijs deze meerjarig een vast budget toe en regel waar nodig een gunstig 13. huurtarief. Ontschot daarvoor de verschillende (lokale) budgetten. Trek hierbij op met woningcorporaties en fondsen. 3. Gebruik vaste methodes om de waarde van bestaande initiatieven vast te stellen: voorkom dat waardevolle, bestaande initiatieven telkens opnieuw hun bestaansrecht moeten aantonen. Gebruik daarvoor bewezen methodes, met als doel het verstevigen van de (financiële) basis van initiatieven. 4. Geef het Initiatievenloket en -team mandaat en budget: zorg dat meer initiatiefnemers bekend zijn met het Initiatievenloket en het concernbrede initiatieventeam erachter. Geef het loket en team zowel mandaat als budget om met name clusteroverstijgende initiatieven verder te brengen.
BESTUURLIJKE REACTIES Gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Voorne aan Zee.
U vindt alle bestuurlijke reacties op ORR.nl of scan de QR-code
08 /
/ 09
PO
RAPP
JUNI
OR
T
B2025 RAP
RT
J
I UN
2025 R
RT
JUNI 2025
INHOUDSOPGAVE
PO
OMARM ME
AP
/ INITIATIEFRIJKE INWONERS
04 /
31 /
SAMENVATTING
3. NIEUW ONDERZOEK IN ROTTERDAM 3.1 Bevindingen | 3.2 Conclusies
08 / AANBEVELINGEN Regiogemeenten | Rotterdam
09 / BESTUURLIJKE REACTIES
12 / 1. ONDERZOEKSOPZET 1.1 Aanleiding en context | 1.2 Doel en onderzoeksvragen | 1.3 Aanpak | 1.4 Afbakening en begrippen | 1.5 Onderzoeksteam | 1.6 Onderzoekskaders en beperkingen | 1.7 Leeswijzer
16 / 2. EERDER ONDERZOEK IN ROTTERDAM 2.1 Opvolging aanbevelingen | 2.2 Ruimte voor verbetering
34 / 4. ONDERZOEK IN ALBRANDSWAARD 4.1 Bevindingen | 4.2 Conclusies
38 / 5. ONDERZOEK IN CAPELLE AAN DEN IJSSEL 5.1 Bevindingen | 5.2 Conclusies
42 / 6. ONDERZOEK IN KRIMPEN AAN DEN IJSSEL 6.1 Bevindingen | 6.2 Conclusies
48 / 7. ONDERZOEK IN VOORNE AAN ZEE 7.1 Bevindingen | 7.2 Conclusies
52 / BIJLAGEN Bijlage 1 Lijst van geïnterviewden | Bijlage 2 Startbrief onderzoek op eigen initiatief Gemeente Rotterdam | Bijlage 3 Startbrief onderzoek op eigen initiatief regiogemeenten
/ 11
Hoofdstuk 1
12 /
1.1 Aanleiding en context
Najaar 2020 brachten wij het rapport Wees Welkom uit[1]. Daarin deden wij de Gemeente Rotterdam aanbevelingen hoe zij de rode loper voor initiatienemers kon uitrollen. De gemeente omarmde deze, toch bleven wij naderhand signalen ontvangen uit de stad. Initiatiefnemers bleken zich lang niet altijd welkom te voelen. Terwijl in het huidige tijdsgewricht hun belang alleen maar verder toeneemt. Om de maatschappelijke opgaven het hoofd de bieden, heeft de overheid gewoonweg de hulp van partners nodig. Daarom krijgt ons rapport van vijf jaar geleden een vervolg. En onderzoeken we hoe welkom initiatiefnemers zich voelen, maar ook waar zij tegenaan aanlopen. Centraal in ons follow-uponderzoek staan de ervaringen van initiatiefnemers die hun maatschappelijke ideeën proberen te realiseren. Voor hulp kloppen zij veelal aan bij de gemeente. Voor advies, raad en huisvesting, maar ook voor geld. Bovendien kunnen zij soms simpelweg niet om de lokale overheid heen. Neem vergunningen. De gemeente heeft aldus een spilfunctie. Dit geeft haar een zekere macht, maar ook een grote verantwoordelijkheid.
Wij willen daarom weten wat er goed en fout gaat in de interactie tussen lokale overheid en initiatiefnemers. En waarom bepaalde obstakels er (nog steeds) zijn. Het betreft een onderzoek op eigen initiatief (art. 9.26 Awb). Omdat bij ons aangesloten regiogemeenten eveneens tal van initiatiefnemers kennen, is ons onderzoek uitgebreid met Albrandswaard, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Voorne aan Zee. We hadden gehoopt al onze gemeenten te kunnen betrekken. Dat is in Nissewaard niet tot stand gekomen. Met de gemeente is bij hoge uitzondering een alternatieve afspraak gemaakt[2].
1.2 Doel en onderzoeksvragen Het doel van dit onderzoek is om inzicht te krijgen in hoe initiatiefrijke inwoners hun samenwerking met gemeenten ervaren, met speciale aandacht voor de knelpunten en de redenen daarachter. De centrale onderzoeksvraag luidt: Waar lopen bewoners met een initiatief tegenaan in hun contact met de gemeente? De deelvragen zien onder andere toe op de 8klantreis9 die initiatiefnemers binnen de gemeente maken, wat zij zelf aangeven nodig te hebben en waarom zij denken dat bepaalde zaken goed of juist de mist in gaan.
[1] Wees Welkom: https://orr.nl/rapport-wees-welkom-bejegening-initiatiefrijke-burgers/ [2] Nissewaard heeft aangegeven dat zij graag de aanbevelingen uit dit onderzoek naast hun dienstverlening aan initiatiefnemers legt. ORR zal daarom in het college van B&W een toelichting komen geven. De wijze waarop het college hieraan vervolgens vorm en inhoud geeft, wordt gedeeld met de gemeenteraad. Verder zal ORR eigenstandig de raad vragen het ORR-onderzoek te agenderen
/ 13
1.3 Aanpak Wij voerden 37 gesprekken: 26 met initiatiefnemers en 11 met ambtenaren. In totaal gaat het om 45 personen in de periode februari 2024 – oktober 2024. De interviews verliepen semigestructureerd. Alle initiatiefnemers kregen grotendeels dezelfde vragen, waarbij ruimte was om van dit script af te wijken en de diepte in te gaan. De bijlage bevat een overzicht van geïnterviewden. De gesprekken met ambtenaren en bestuurders dienden om beter zicht te krijgen op de gemeentelijke infrastructuur voor initiatiefnemers.
Vanuit ons eerdere onderzoek en op basis van wat wij horen van bewoners, weten we dat de kans op strubbelingen toeneemt naarmate een idee omvangrijker en daarmee complexer is. Voor lokale overheden liggen met name daar de uitdagingen.
1.5 Onderzoeksteam Vanuit ORR is het onderzoek opgezet en uitgevoerd door Maurice Geluk en Donnovan Wenting. De communicatie is in handen van Laurence van Ham en Chelsi-Jay Sontohartono.
In onze bevindingen ligt het accent op problemen die geïnterviewden het vaakst noemden. Hoewel nadrukkelijk is gevraagd wat goed ging, vertelden initiatiefnemers ons vooral over de hobbels in hun contacten met de gemeente. We zijn ons bewust dat we zo één kant van de medaille extra belichten. Voor bestuurders en ambtenaren die zich vol passie inzetten om ideeën gerealiseerd te krijgen, hebben we als gevolg minder oog gehad. Verschillende initiatiefnemers spraken de vrees uit dat de kritiek die zij leveren tot spanning leidt in hun (financiële) relatie met de gemeente. Deze gevoelde afhankelijkheid maakt het voeren van een kritisch gesprek lastig. Een tendens die we op meer plekken waarnemen. Om alle initiatiefnemers geborgenheid te bieden en zo vrijuit te laten praten, voeren wij iedereen in dit rapport anoniem op.
1.4 Afbakening en begrippen Het onderzoek richt zich op initiatiefnemers. Hieronder scharen wij bewoners(collectieven) en sociaal ondernemers met maatschappelijke ideeën voor woonplaats, buurt of straat. Met als doel deze omgeving te verlevendigen en versterken. Deze groep noemen wij ook wel initiatiefrijke inwoners. Omdat de totale groep initiatiefrijke inwoners zeer omvangrijk en divers is, richten we ons op initiatieven met een zekere mate van complexiteit. Hoewel waardevol voor een gemeenschap, laten we initiatieven als de jaarlijkse burendag en aanleg van geveltuintjes buiten beschouwing. Mede omdat wij hierover geen klachten en signalen ontvangen. In Rotterdam vallen ook de (gekozen) wijkraden buiten de reikwijdte het onderzoek.
14 /
1.6 Onderzoekskaders en beperkingen We zijn ons bewust van een zekere vertekening: hoewel gevraagd is naar positieve ervaringen, omvatten de uitkomsten vooral de obstakels en frustraties. Daardoor belichten we vooral de kant van de initiatiefnemer. Daarnaast zijn de resultaten gebaseerd op een kwalitatieve benadering. De bevindingen zijn niet representatief in statistische zin, maar geven wel een rijk en herkenbaar beeld van wat er speelt.
1.7 Leeswijzer Het rapport vangt in hoofdstuk 2 aan met een terugblik op ons eerdere onderzoek Wees Welkom. We gaan na hoe onze aanbevelingen door Rotterdam zijn opgepakt en het bevat een reflectie. Hoofdstukken 3 tot en met 6 behandelen de bevindingen per gemeente. Elk hoofdstuk eindigt met conclusies.
/ 15
Hoofdstuk 2
16 /
2.1 Opvolging aanbevelingen
2.2 Ruimte voor verbetering
ORR was in 2020 verheugd met de enthousiaste reactie van het Rotterdamse college van B en W op ons rapport Wees Welkom. Ze omarmde alle vijf de aanbevelingen. We spraken daarop de hoop uit dat initiatieven van bewoners en sociaal ondernemers in de jaren die zouden volgen tot volle wasdom konden komen.
Het college van B en W koestert mooie ambities rond initiatiefnemers. In het huidige coalitieakkoord[3] staan deze als volgt genoteerd: "We omarmen initiatieven van anderen als deze bijdragen aan een veilige, groene en sociale stad". En: "We blijven werken aan […] een éénloketgedachte".
Dat de rode loper uitging en zij mochten rekenen op een betrokken gemeente. Hieronder blikken we terug. Hoe is het gesteld met de opvolging, ruim vijf jaar later? Leidend zijn de ervaringen van veertien Rotterdamse initiatieven binnen ons huidige onderzoek.
Het plan van aanpak Betrokken stad (2023-2026) zet dit kracht bij, mede door aanbevelingen uit Wees Welkom concreet te benoemen. Aan woorden aldus geen gebrek. Duidelijk is dat de ambtelijke organisatie intern vele stappen heeft gezet. Niettemin blijft er in Rotterdam (671.000 inwoners) ruimte voor verbetering waar het aankomt op tastbare effecten voor initiatiefnemers, leren de gesprekken ons. Op de volgende pagina’s volgt een nadere toelichting.
[3] Rotterdams coalitieakkoord Één Stad (2022-2026), tussen de partijen Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en Denk.
[2] Rotterdams coalitieakkoord Één Stad (2022-2026), tussen de partijen Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en Denk.
/ 17
Wees Welkom: aanbeveling 1 OPEN VOOR INITIATIEFRIJKE BURGERS ÉÉN LOKET BURGERINITIATIEVEN ZODAT HET VOOR HEN GEEN HINDERNISBAAN IS IN CONTACT TE KOMEN MET DE GEMEENTE. BIJ DIT ENE LOKET VOELEN ZIJ ZICH WELKOM EN KUNNEN ZIJ WERKELIJK ALLES VRAGEN EN VINDEN OVER BURGERINITIATIEVEN.
Reactie en toezeggingen college B&W[4]
Zichtbare opvolging
Aanbevelingen 1-3 neemt het college mee in de ontwikkeling van instrument Right to Cooperate (R2C), onderdeel van uitvoeringsprogramma Betrokken Stad[5]. Via R2C kunnen initiatiefnemers een beroep doen op advies, kennis en begeleiding van de gemeente. De informatie op website www.rotterdam.nl/meedenken-doen is al verbeterd. Ook heeft de gemeente één digitale ingang gecreëerd. Het ééningangsprincipe is volgens het college geen gegeven en vraagt veel inzet, tijd en samenwerking om het goed neer te zetten en door te ontwikkelen.
Begin 2024 is het Initiatievenloket geopend voor publiek en er is een zaakvolgsysteem. Het initiatieventeam draaide al langer en bestaat uit ambtenaren afkomstig van verschillende clusters. De gemeente stelt dat zij met dit loket en team een brede en integrale aanpak heeft rond initiatiefnemers.
[4] ORR-rapport Wees Welkom (2020), blz 55-57 en 66-71: https://tinyurl.com/37s63eb5 [5] Uitvoeringsprogramma Betrokken Stad (2019-2022), Gemeente Rotterdam: https://tinyurl.com/mwwa2utd
18 /
Reflectie ORR op opvolging aanbeveling 1 De Rotterdamse ambtelijke organisatie is omvangrijk en kent vele ingangen, zowel fysiek als online. Het Initiatievenloket, begin 2024 geopend, vervult hierin een vooralsnog beperkte rol. Van de veertien geïnterviewden kregen drie ermee te maken. Bij één was sprake van een overdracht binnen de gemeente. De twee anderen zagen geen meerwaarde. Een ruime meerderheid kent het loket dus niet. Een deel van de verklaring is dat met name ervaren initiatiefnemers de weg binnen de gemeente al kennen. Nieuwe, relatief onervaren initiatiefnemers zien wij in de regel uitkomen bij ambtenaren in de wijk. Bij wijkmanagers, wijknetwerkers, maar ook welzijnspartijen. Het Initiatievenloket blijkt op dit moment geen logische entree. De gemeente ziet het belang van de éénloketgedachte, maar net zo goed dat realisering ervan blijvende aandacht vergt. Uit gesprekken maken wij op dat in contact komen met de gemeente een zoektocht kan zijn. Op de juiste plek terechtkomen of snel bij een vaste contactpersoon is geen gegeven. Het komen tot uitvoering van een idee hangt niet zelden af van een enkele ambtenaar die de potentie inziet. Daaraan kleven voordelen (maatwerk), maar ook nadelen. "De wijkmanager zag onze stichting niet staan. Het leek alsof deze eerst ons nut wilde onderzoeken", zegt een initiatiefnemer op cultureel gebied.
Een rol zag het college weggelegd in de doorontwikkeling van R2C. Hiermee wil zij gecontracteerde zorg- en welzijnspartijen op gelijkwaardige basis laten samenwerken met organisaties in de wijk, sociaal ondernemers en buurtbewoners. Een idee moet dan wel passen binnen de opdracht van deze partijen, die vervolgens een deel omzet afstaan (<10%). Van de geïnterviewden hebben vijf ervaring met R2C. Op papier, zeggen zij, is de methodiek veelbelovend. De praktijk is complex. Zij wijten dit zonder uitzondering aan de contractpartijen. Daar zou de wil ontbreken om samen te werken, vanuit de vrees omzet te verliezen. Een ervaren Delfshavense sociaal ondernemer uit in het verlengde kritiek op de gemeente. Hij is twee jaar bezig met het organiseren van een R2C, zonder zicht op de start ervan: "De gemeente heeft liever dat het niet lukt, want ze is bang voor meerdere aanvragen. Welzijn wil al helemaal dat het niet slaagt, want zij vrezen omzetverlies." Later meer hierover. Momenteel werkt de gemeente aan een update van de uit 2018 stammende participatieverordening. Medio april ontving de gemeenteraad een eerste conceptversie. Naar verwachting wordt de gewijzigde verordening eind 2025 vastgesteld, met daarin meer aandacht voor participatie, instrument Right to Challenge én maatschappelijke initiatieven.
/ 19
Reactie en toezeggingen college B&W Door de brede vertegenwoordiging vanuit de ambtelijke clusters in het initiatieventeam wordt de 8warme overdracht9 tussen diezelfde clusters bevorderd. Het college blijft zich inzetten om deze overdracht te verbeteren.
Zichtbare opvolging Deze aanbeveling is benoemd in nota Betrokken stad (2023-2026) [6]. Met dit plan zet het college onder meer in op de éénloketgedachte. Voor ingediende initiatieven zegt de gemeente te kijken of zij passen binnen een bestaande regeling, CityLab of dat er maatwerk nodig is. In dit laatste geval wordt er warm overgedragen aan het Initiatievenloket, aldus de gemeente.
[6] Plan van aanpak Betrokken stad (2023-2026), Gemeente Rotterdam: https://tinyurl.com/46vepkaw
20 /
Reflectie ORR op opvolging aanbeveling ORR heeft uit gesprekken onvoldoende zicht op 3 hoe clusters onderling complexe initiatieven warm overdragen. Initiatiefnemers merken het in de regel vooral wanneer dit niét goed gaat. Wel signaleren wij dat een centrale overlegtafel, zoals het initiatieventeam, een belangrijke rol kan spelen in het onderbrengen bij een verantwoordelijk cluster en aanwijzen van een contactpersoon. Aanvullend merken we op dat het Initiatievenloket zelf geen mandaat heeft. Het beschikt over budget noch capaciteit om initiatieven verder te helpen. Is een initiatief eenmaal aan deze tafel 8verdeeld9, dan vindt er vanuit het loket geen verdere opvolging plaats.
Reactie en toezeggingen college B&W Achter het Initiatievenloket staat een concernbreed initiatieventeam klaar om ideeën te bespreken, waarbij elke initiatiefnemer een contactpersoon krijgt. Collegedoel is burgers begeleiden, waarbij de uitkomst verschillend kan zijn. Het loket wil niet alle instrumenten vervangen, maar aan de voorkant duidelijk zijn over mogelijkheden. Plus initiatiefnemers laten aansluiten bij het juiste instrument/ mogelijkheid binnen gemeente of daarbuiten.
Zichtbare opvolging Ruimtelijke initiatieven (bouwen en wonen) die via het Initiatievenloket worden ingediend, krijgen een vaste begeleider. Zo ook bij gemeentelijke instrumenten zoals Right 2 Challenge en CityLab.
Reflectie ORR op opvolging aanbeveling Vrijwel alle initiatiefnemers binnen ons onderzoek hebben behoefte aan een 3 Voor advies en hulp, om contactpersoon. duidelijkheid te krijgen over proces of voortgang in subsidieaanvraag. Daar is lang niet altijd sprake van, ook niet bij complexe initiatieven. Uit gesprekken met initiatiefnemers maken wij op dat de gemeente hiermee worstelt. "Niemand was eigenaar", zeggen twee initiatiefnemers die met veel moeite een wijkonderneming in Delfshaven realiseerden. Dit gemis aan ambtelijk eigenaarschap proeven wij bij meer initiatiefnemers. Het maakt dat zij in voorkomende gevallen blijven zoeken, net zolang totdat zij ergens gehoor maar ook houvast vinden. Deze vasthoudendheid legt (soms hoge) druk op ambtenaren, die daarmee niet altijd even handig omspringen. Dit kan de aanzet geven tot het stokken van de communicatie tussenbeide. Dit zien wij als een belangrijke oorzaak van onvrede bij initiatiefnemers over de gemeentelijke omgang met hen.
/ 21
Wees Welkom: aanbeveling 4 NEEM BIJ DE UITVOERING VAN HET INITIATIEF DE REGIE VAN DE BURGER NIET OVER, MAAR LAAT DE REGIE BIJ DE INITIATIEFRIJKE BURGER.
Reactie en toezeggingen college B&W De rol van de gemeente is maatwerk per initiatief. Initiatieven die de hulp van de gemeente niet nodig hebben, voeren zelf de regie. Bij grote en cluster overstijgende initiatieven kan het noodzakelijk zijn dat er een coproductie ontstaat tussen gemeente en initiatiefnemers. Hierbij dienen volgens het college duidelijke afspraken te worden gemaakt wie de regie voert.
Zichtbare opvolging Maatwerk wordt benoemd in Betrokken stad. De gemeente zegt te investeren in het vakmanschap van ambtenaren. Zij krijgen training, coaching en participatie wordt gestimuleerd. Er is een opleidingsprogramma voor wijkraadsleden zodat zij hun werk goed kunnen uitvoeren.
[7] In Zevenkamp beslist de wijkmanager over aanvragen tot 2.500 euro, de wijkraad tot een bedrag van 10.000 euro. Dit volgt uit de Subsidieregeling bewonersinitiatieven Rotterdam.
22 /
Reflectie ORR op opvolging aanbeveling De regie hebben en houden over het eigen idee 3 is voor initiatiefnemers een groot goed. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat de gemeente zich zeer geregeld bemoeit met de inhoud. Dit gebeurt in meer en mindere mate. Van constructief meedenken tot het stellig eisen van concrete aanpassingen, wat tot grote ontevredenheid bij initiatiefnemers kan leiden. Een bewoner uit Zevenkamp die kleinschalige evenementen in deze wijk organiseert: "Wijkraadsleden gingen me beoordelen op het aantal bezoekers dat ik verwachtte. Dat aantal wilden ze naar beneden, want dan zou het minder kosten. Maar is het mijn activiteit. Ik bepaal wat ik neerzet."[7] Een andere initiatiefnemer stelde vooraf als voorwaarde zo min mogelijk gemeentelijke bemoeienis. Gaandeweg pakte dit anders uit. "Omdat wij met Right to Cooperate de gemeente uitdagen, wordt het spannend. Ze willen beheersen, voorzieningen inbouwen, de controle houden. Je moet als initiatiefnemer hun route gaan lopen."
Wees Welkom: aanbeveling 5 COMMUNICEER VAKER OVER DE SUCCESSEN VAN INITIATIEFRIJKE ROTTERDAMMERS ZODAT MEER BURGERS GESTIMULEERD WORDEN OOK INITIATIEFRIJK TE ZIJN.
Reactie en toezeggingen college B&W
Reflectie ORR op opvolging aanbeveling
Het college erkent het belang van communiceren van initiatieven en verhalen van initiatiefrijke burgers ter inspiratie van anderen. Regelmatig worden succesvolle voorbeelden gecommuniceerd. Het college ziet dat hier winst te behalen is. In het programma Betrokken stad (2019-2022) is afgesproken om de "mogelijkheden herkenbaar onder de aandacht te brengen".
Binnen de gemeente zijn de ambtelijke clusters zelf verantwoordelijk voor de communicatie over succesvolle initiatieven. Geen sprake is van centrale regie. Van ambtenaren vernemen wij dat er meer aandacht voor is op allerlei manieren en plekken in de stad. In onze gesprekken blijkt gemeentelijke communicatie geen onderwerp te zijn dat leeft bij initiatiefnemers. Waarde dichten zij vooral toe 3 aan het krijgen van erkenning, in welke vorm dan ook. Dit kan zijn hun verhaal uitlichten op een gemeentelijke website, maar liever een bezoek van wethouder of burgemeester. Verder zien we dat enkele initiatiefnemers hun weg naar de media goed weten te vinden. Bijvoorbeeld wanneer zij een nieuw idee met nieuwswaarde lanceren. Deze kleine groep regelt haar eigen PR. Verder lichten welzijnsorganisaties regelmatig initiatieven uit die zij ondersteunen[8]. In hoeverre gemeentelijke communicatie bijdraagt aan nieuwe aanwas van initiatiefnemers, is onduidelijk. De gemeente heeft geen zicht op aard en aantallen initiatiefnemers in de stad. Wel houdt zij het aantal subsidieaanvragen bij[9].
Zichtbare opvolging Ook deze aanbeveling komt terug in de vigerende nota Betrokken stad. Concreet zien we initiatieven regelmatig terug op gemeentelijke websites en sociale media, in wijkkrantjes, nieuwsbrieven, op abri’s. CityLab organiseert jaarlijks een publiek toegankelijke uitslagenavond.
[8] Via de regeling Lokaal Budget kunnen wijkbewoners en -organisaties (eenmalig) maximaal 5.000 euro aanvragen bij een gecontracteerde welzijnsorganisatie voor een welzijnsproject. [9] Collegereactie d.d. 19 december 2023 op de startbrief van het ORRvervolgonderzoek.
/ 23
Hoofdstuk 3
24 /
3.1 Bevindingen
Uit gesprekken met initiatiefnemers blijkt dat zij handelen vanuit sterke betrokkenheid met stad, buurt, een bepaalde groep mensen. Wat opvalt, is de veelkleurigheid van hun ideeën. Van herinrichting skatepark, hyperlokaal zorg verlenen, het willen realiseren van jongerenpodium tot een serie activiteiten op een buurtplein. Wij proeven dat er in de stad een positieve energie rond initiatiefnemers hangt. Wij zien echter dat zij op de weg van idee naar uitvoering tegen de nodige obstakels blijven oplopen.
Sprokkelbudgetten Vrijwel alle initiatiefnemers vertellen ORR dat aanspraak maken op gemeentelijk geld in toenemende mate een probleem is. Drie punten resoneren. Allereerst slinken de budgetten. Verder is subsidie zelden tot nooit meer structureel/meerjarig van aard. Als laatste vertellen initiatiefnemers dat zij vaker noodgedwongen hun toevlucht zoeken buiten de gemeente, veelal bij fondsen. Bewoners en sociaal ondernemers kampen als gevolg met een toenemende onzekerheid, geven zij aan. Dit geldt voor zowel kleine als grote initiatieven. Voor zowel bestaande als nieuwe.
[10] De Gemeente Rotterdam kent bijna 70 subsidieregelingen en allerlei instrumenten, zoals Couleur Locale, Right2Challenge, Right2Cooperate, CityLab010, groenmakelaars, Buurt Bestuurt, het Initiatievenloket en -team, potjes bij gecontracteerde welzijnsclub en woningcorporaties, Voor Goed Agency, zelfbeheer, de Wijkplanner, het burgerinitiatief (via de gemeenteraad).
Dit alles tegen de achtergrond van verdere bezuinigingen in het kader van 8ravijnjaar9 2026 bovenop eerdere kortingen, zoals in 2023 op de Couleur Locale-regeling. Een sociaal ondernemer annex directeur van diverse maatschappelijke stichtingen is bezorgd:
Er valt veel financiering weg op dit moment. Het is niet de beste tijd.
Uit de interviews maken we op dat initiatiefnemers eigenlijk niet zonder externe financiering kunnen. In veel gevallen kloppen zij daarvoor als eerste aan bij de gemeente. Dat kan langs allerlei wegen[10]. We zien wijkambtenaren die bewoners en sociaal ondernemers intensief ondersteunen. Dit wordt als positief ervaren. "Samen met de wijkmanager was ik voortdurend op zoek naar potjes", zegt een bewoner die op Zuid het initiatief nam tot vernieuwing van een skatepark. Hulp kan zich ook uiten in een eenmalige doorverwijzing, zoals richting CityLab. Toch zoeken initiatiefnemers doorgaans zelfstandig. Voor met name kleine initiatieven en relatief onervaren initiatiefnemers zijn de wijk en welzijnsorganisaties belangrijke ingangen. Hoewel laagdrempelig geeft dit geen garantie tot succes. In gesprek benoemen initiatiefnemers in meerderheid dat zij continu geld
/ 25
moeten sprokkelen. Dat proberen zij zowel binnen de gemeente als daarbuiten. In de hoop dat het bij elkaar voldoende is om de eigen broek op te houden. Een sociaal ondernemer in zorg en welzijn uit Delfshaven:
Rotterdam is goed in het uitdelen van kruimels. Een paar honderd, paar duizend euro[11]. Maar wat ze niet kan, is het opkweken van sociale initiatieven. Het zien van potentie en dat laten groeien.
Het gemeentebeleid werkt volgens hem remmend. Een actieve bewoner uit Zevenkamp die buurtactiviteiten organiseert: "Tijdens corona organiseerden we onze eerste twee activiteiten. Er werd toen zonder veel problemen voor elk 2.500 euro uit het wijkbudget gehaald door de wijkmanager. Daarna is er voortdurend gedoe geweest over geld." In aanvulling hekelen vier gepokt en gemazelde sociaal ondernemers afzonderlijk het gebrek aan structurele financiering. Als gevolg lopen hun initiatieven gevaar, geven zij aan. Een van hen: Is dit een bedrijfsmatig probleem? Of zouden de gemeente en welzijnspartijen ons juist moeten helpen. Ze maken immers gebruik van onze diensten zonder ervoor te betalen[12]. Deze geldkrapte is breed voelbaar. Twee initiatiefnemers werden afzonderlijk door de gemeente benaderd om activiteiten te organiseren, zonder dat daar direct een vergoeding tegenover stond. "De wijknetwerker vroeg of ik op vrijwillige basis met jongeren aan de slag wilde. Ik kreeg een vrijbrief, maar geen geld." Na een jaar lukte het om subsidie via Couleur Locale te krijgen.
[11] Zoals via Opzoomer Mee en de wijkmanagers- en raden (Wijk aan Zet). [12] De Gemeente Rotterdam laat bijstandsgerechtigden re-integreren bij sociale initiatieven. Cliënten van zorg- en welzijnspartijen komen er voor dagbesteding. Hier krijgen sociaal ondernemers gering of zelfs niks voor betaald. [13] Op 30 mei 2024 nam de gemeenteraad met algemene stemmen de motie 8Naar één subsidie voor de sociale basis9 aan. Het college onderzoekt sindsdien de mogelijkheden om de verschillende subsidieregelingen op het gebied van zorg samen te bundelen. [14] Cultuur Concreet voert in opdracht van Gemeente Rotterdam de Lokale culturele programmering (LCP) uit. Hun cultuurregisseurs beheren per wijk een budget. Bewoners kunnen aanvragen indienen voor culturele activiteiten.
26 /
Later verstrekken drie ambtelijke diensten gezamenlijk een jaaropdracht. Daar komt uiteindelijk een tweede, tijdelijke bij. Maar de basis van zijn intussen opgerichte stichting blijft wankel. "Ik betaal mezelf geen loon uit. Alles moet ten goede komen aan de jongeren." Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkt hij elders parttime. Een afgewezen (subsidie)aanvraag of aanhoudende onduidelijkheid over een financiële bijdrage door de gemeente kan grote gevolgen hebben. Zo zegt een initiatiefnemer die met criminaliteitspreventie aan de slag wil en daarover al lange tijd in gesprek is: "Zonder financiële hulp van de gemeente komt mijn initiatief in gevaar." Sinds een ruim jaar voert de initiatiefnemer gesprekken met de gemeente over de opzet en uitvoering. Hoewel haar initiatief in woord wordt gesteund, is er geen zicht op het loskomen van financiering[13]. Bij een klein aantal initiatiefnemers heeft het idee postgevat dat ze beter af zijn zonder de gemeente. Daar geld aanvragen is te veel rompslomp, het levert te weinig op. Fondsen zijn in hun ogen welwillender en schakelen sneller, al is daarbij veelal wel sprake van cofinanciering als voorwaarde. We zien dat initiatiefnemers gaan shoppen om de eindjes aan elkaar te knopen. Ook signaleren we dat al deze geldschieters grotendeels solo en versnipperd opereren.
Een culturele initiatiefnemer uit Prins-Alexander, nadat het spoor binnen de gemeente doodloopt, weet bij een landelijk cultuurfonds een ruime ton te krijgen voor zijn project. Met meer geld in het verschiet. Hij hekelt de barrières die de gemeente kan opwerpen. ‘Mijn aanvraag bij Cultuur Concreet werd afgewezen, want je mag potjes van verschillende wijken niet combineren om dan in één wijk iets te organiseren[14]. "Dat is echt dommigheid, want de grens tussen wijken is zo dun als een vloeitje."
Maatschappelijke waarde Wat uit meerdere gesprekken blijkt, is dat bestaande initiatiefnemers het gevoel hebben telkens opnieuw hun waarde te moeten bewijzen. Elk jaar, bij elke (subsidie)aanvraag opnieuw. Dat zij moeite hebben met het aantonen van deze waarde, ondanks dat zij wél als waardevol worden gezien. Bijvoorbeeld door de buurt, door vrijwilligers, maar ook door (wijk)ambtenaren en politici. Het maakt dat deze initiatiefnemers langs vele loketten moeten in een poging hun voortbestaan te garanderen.
"Kan de gemeente op basis van mijn gezicht bepalen of ik waarde creëer?", vraagt de mede-initiator van een wijkonderneming in Delfshaven zich enigszins smalend af. Zij en haar mede-initiators voelden zich lange tijd door de gemeentelijke vastgoedafdeling totaal niet serieus genomen. Hun gedroomde aankoop van een voormalige school in gemeentebezit dreigde als gevolg te mislukken. Een directe bedreiging voor hun voortbestaan. Terwijl de wijkonderneming door andere onderdelen van de gemeente juist werd gezien én gepromoot als het paradepaardje onder de maatschappelijke initiatieven. Hoewel de koop na veel pijn en moeite alsnog doorging, ontwikkelden de initiatiefnemers zelf een methode voor het berekenen van maatschappelijke waarde. Deze hebben zij aan de gemeente aangeboden. "Het gaat wat ons betreft altijd over de dingen samendoen."
Aan- of inbesteden Verschillende sociaal ondernemers vertellen ORR dat ze er bij de gemeente niet tussenkomen. Als voornaamste probleem zien zij dat nagenoeg alle zorg en welzijn via aanbestedingen wordt ingekocht. "Dit heeft ons in de positie van onderaannemer gedwongen", zegt een van hen. "Lang ging dit goed, tot twee, drie jaar geleden. Toen kwam de aankondiging dat de gemeente de zorg niet meer kan betalen. Opereren als onderaannemer is niet langer handig." Wat meespeelt, is de informatiepositie van deze categorie initiatiefnemers. Die is beperkt tot ronduit slecht, horen wij. De initiatiefnemer wijt het eraan dat de gemeente alleen met hoofdaannemers praat. Een vergelijkbaar geluid klinkt bij een andere sociaal ondernemer. Hij daagt een bekende welzijnspartij uit via instrument Right 2 Cooperate. Kink in de kabel is dat zowel gemeente als welzijn volgens hem weigert informatie te verstrekken waaruit blijkt hoe de laatste partij haar werk uitvoert. "Ik weet zeker dat wij voor hetzelfde geld twee keer zoveel kunnen doen. Maar nu lukt het ons niet dit te onderbouwen." Een derde sociaal ondernemer, actief in Crooswijk, geeft aan niet te begrijpen waarom de gemeente in zee blijft gaan met grote welzijnspartijen. "Ik denk vanuit de hang naar degelijkheid, vanuit de wens om zaken te doen met een partij met een sterke bedrijfsvoering.
De vraag is of dit écht beter is voor de stad."
Omdat de discussie over waarde stadsbreed al langer speelt, heeft ORR de gemeente, woningcorporaties en fondsen eind juli 2024 opdracht gegeven om gezamenlijk plekken van waarde aan te wijzen. Het betreft bestaande initiatieven waarvan het nut op geen enkele manier ter discussie staat. Deze initiatieven krijgen wat ORR betreft een vast, meerjarig budget en een gunstig huurtarief. Partijen zijn aangespoord een pilot te starten en een vaste werkwijze te ontwikkelen. Daarbij gaat het ook om het kiezen van een methode om de waarde van initiatieven te bepalen en het ontschotten van budgetten op jaarbasis.
De initiatiefnemers die ORR spreekt, denken het zonder uitzondering beter te kunnen dan gecontracteerde partijen en soms de gemeente zelf. Veelal door meer te leveren voor op z’n minst hetzelfde geld. Maar ook door mensen uit de buurt (als vrijwilligers) in te zetten in plaats van (duur)betaalde krachten van buiten de stad. Daarbij lopen ze aan tegen een probleem dat meermaals ter tafel komt. Een initiatiefnemer met jarenlange ervaring hekelt dat "maatschappelijke initiatieven worden gemeten langs dezelfde maatstaf als commerciële partijen"
De voorwaarden bij aanbestedingen zijn onmogelijk, tenzij je een groot commercieel bedrijf bent. Welk buurtcollectief kan bijvoorbeeld een referentieproject van een paar miljoen omzet aandragen?
/ 27
Een sociaal ondernemer in zorg en welzijn uit Delfshaven vult aan: "Hiermee slaat de gemeente de bodem onder sociale initiatieven vandaan." In het verlengde geeft een ander aan niet te snappen dat gecontracteerde partijen nog altijd niet willen samenwerken met wijkinitiatieven of daartoe door de gemeente gedwongen worden[15]. Verder zien wij geregeld dat de logge systeemwereld van de overheid botst op de werkelijkheid van bewoners en sociaal ondernemers. Initiatiefnemers lopen binnen de gemeente tegen voor hen soms onbegrijpelijke zaken aan. Een initiatiefnemer op Zuid wist er weliswaar een stokje voor te steken, toch scheelde het weinig of de hoofdaannemer van de opdracht om een nieuw skatepark te bouwen had zomaar 30 procent van het budget afgeroomd van diens onderaannemer, verantwoordelijk voor de daadwerkelijke aanleg. Dit maakte de initiatiefnemer achter het skatepark boos. "De hoofdaannemer had helemaal niks met deze aanleg te maken. Toch stond dit percentage in het contract. Ik snap er niks van dat de gemeente met zoiets akkoord gaat." Door in verzet te komen, wist de initiatiefnemer in overleg met de gemeente de marge te verlagen. Zo bleef er meer budget over voor aanleg van het skatepark.
Contactpersoon Voor initiatiefnemers blijkt in contact komen met de gemeente, liefst een vast contactpersoon, een primaire behoefte. Vrijwel alle Rotterdamse geïnterviewden beschouwen dit als een zoektocht. Degenen met de minste ervaring leveren daarbij doorgaans de meeste inspanning. In de breedte zien we contact geregeld zeer stroef en soms zelfs geheel niet tot stand komen. Dit heeft volgens initiatiefnemers meerdere oorzaken. Wat beklijft uit hun verhalen, is de gelaagdheid oftewel de vele schakels binnen de gemeente. Over het algemeen duurt het wel eventjes voordat zij bij de juiste persoon aanbelanden. Het aantal ingangen en dus verschillen in benadering is en blijft aanzienlijk. "Ons contact nam ons niet serieus en hield alles af", zegt een initiatiefnemer uit Hoogvliet. "Na een interventie door de wethouder kon het ineens wel." Een welwillende wijkmanager nam het stokje daarna over. Vervolgens kan
[15] Op 13 oktober 2016 nam de gemeenteraad unaniem de motie 8Bewoners voorop9 aan. Alle partijen riepen het college van B & W op wijkinitiatieven te incorporeren bij de dan komende zorg- en welzijnsaanbestedingen.
28 /
het hard gaan.
De wijkmanager verdient een standbeeld. Hij heeft onwijs hard voor ons gerend, bleef transparant, maar was ook realistisch ten aanzien van onze verwachtingen
Uit gesprekken maken wij op dat initiatiefnemers die starten bij wijkambtenaren grote kans hebben op snel persoonlijk contact. Soms neemt de gemeente zelf het initiatief, zoals wijkmanagers en -netwerkers die proactief bewoners en sociaal ondernemers benaderen. Een stadsbreed actieve sociaal ondernemer benadrukt het belang van de wijkentree, maar geeft tegelijk een waarschuwing af: 8Een wijk is te veelkleurig om met één instrument vorm te geven.9 Wanneer bewoners en sociaal ondernemers op de (digitale) deurmat staan, hebben zij verwachtingen. Hetzelfde geldt voor de gemeente. Wij signaleren dat deze verwachtingen over en weer lang niet altijd kenbaar worden gemaakt, laat staan tijdig. Dit vergroot de kans dat er op enig moment ruis ontstaat, maar ook dat er communicatiestiltes vallen aan met name gemeentezijde. Dit laatste komt geregeld voor, blijkt uit gesprekken. Enerzijds laat dit zich verklaren doordat bewoners erg veel vragen op de gemeente kunnen afvuren. Anderzijds is de wereld van de gemiddelde initiatiefnemer een andere dan die van de ambtenaar. Bij de laatste draaien de raderen een stuk langzamer, wat tot groot onbegrip kan leiden bij bewoners en sociaal ondernemers. Dat een eerste contact leidt tot duurzame interactie is geen zekerheid. We zien dat het achter de voordeur uitrollen van de rode loper voor initiatiefnemers vooralsnog geen automatisme is.
Een initiatiefnemer uit Prins-Alexander vat dit als volgt samen: "Je moet geluk hebben dat je mensen treft die hart hebben voor de zaak. Dat mensen niet ineens weggaan. En dat als ze weggaan, ze hun werk goed overdragen." Een Hoogvlietse initiatiefnemer: "De mate waarin je medewerking krijgt vanuit de gemeente hangt nauw samen met de individuele ambtenaar. Het is maar net wie je treft." Deze twee initiatiefnemers wijzen op het (soms) beperkte mandaat dat ambtenaren hebben.
Regie Een aantal geïnterviewden vertelt dat de gemeente, nadat zij daar aanklopten, invloed wilde uitoefenen op hun idee. De mate waarin verschilt. Soms voelt dit voor hen als overname van de regie. Hoe meer gemeentelijke bemoeienis, des te groter de frustratie bij initiatiefnemers kan zijn. Zij vinden overwegend dat de gemeente zich niet met de inhoud moet bemoeien. Een initiatiefnemer vertelt: "Mijn plan moest eerst uitgebreider, toen weer minder uitgebreid. Vervolgens vond de gemeente dat mijn idee te veel scholen bedient, dat moest minder. Daarna vroeg ze of ik er extra activiteit bij kon doen." Het leidt tot spanningen met de ambtenaar. De initiatiefnemer gaat aan zichzelf twijfelen. De initiatiefnemer uit Zevenkamp benoemt dat hij een plan voor zijn gevoel meermaals moet verantwoorden. Bij verschillende personen, met name op financieel vlak. Hij vindt dit verlammend werken. "Ik kan niet hebben dat de wijkraad mijn begroting nogmaals tot achter de komma komt bediscussiëren, nadat de wijkmanager en wijknetwerker er ook al in detail naar hebben gekeken. Op een gegeven moment moet ik verder." Hij vindt dat hem inhoudelijk te veel wordt afgedwongen. Met ambtelijke bemoeienis gaat een zekere spanning gepaard, geven initiatiefnemers ons aan. Bemoeit de gemeente zich sterk met een idee, dan ervaren zij dit als aantasting. Iets wat zij lang niet altijd durven te benoemen.
Mede omdat initiatiefnemers bang zijn gemeentelijke steun te verliezen, om naast subsidie te grijpen. Reden ook dat zij in meerderheid niet-herleidbaar in dit rapport geciteerd willen worden. De initiatiefnemer achter het skatepark wist gemeentelijke pogingen om de inhoud te bepalen, te beperken. "De gemeente wilde een skatepark waar alles en iedereen terechtkan", zegt hij. "Maar dat kon niet binnen het beschikbare budget en aantal vierkante meters." De initiatiefnemer weet erdoor te krijgen dat het een plek wordt voor met name skateboarders, naar zijn oorspronkelijke idee. "Met minimalistische in plaats van hoge obstakels." De initiatiefnemer is overtuigd dat er zo daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. "Luister naar de wensen van gebruikers", zegt hij, "Dan kun je het ontwerp wellicht zelfs downsizen." De besparing maakt bovendien dat het plan onder de aanbestedingsgrens bleef en de eerste schep sneller de grond in kon.
/ 29
Ondersteuning Initiatiefnemers mogen verwachten dat de gemeente een gelijkwaardige partner is. Dat zij openstaat voor overleg en advies. Dat zij haar netwerk ter beschikking stelt en waar nodig nuttige verbindingen legt. Uit gesprekken blijkt dat initiatiefnemers zeer wisselende ervaringen hebben. Om te beginnen, zij kijken anders aan tegen 8het systeem9 dan tegen inspanningen geleverd door individuele ambtenaren. Waar de gemeente als log wordt omschreven, kunnen initiatiefnemers juist lovend zijn over die ene ambtenaar die hen bij de hand neemt. Uit gesprekken komt verder naar voren dat initiatiefnemers ondersteuning verlangen, maar ambtenaren dit als spannend kunnen ervaren. Soms wordt dit zelfs uit de weg gegaan. Op wat initiatiefnemers verlangen en ambtenaren bieden, zit spanning, zien wij. Ambtenaren zijn immers vaak ook degenen die ideeën op levensvatbaarheid moeten beoordelen. Overwegend wordt de overheid door geïnterviewden ervaren als kaderstellend en reactief. Een initiatiefnemer zegt: "De gemeente geeft aan wat wel en niet kan, maar alleen nadat je er iets in hebt gestopt." Dit horen we van meerdere initiatiefnemers. Een stadsbreed actieve sociaal ondernemer spreekt van risicomijdend gedrag bij ambtenaren.
8Ze spelen liever op safe door vooral in zee te gaan met de grote jongens, dus via aanbestedingen.9 Het gevolg is dat initiatiefnemers niet zelden rondlopen met het idee dat zij aan het lijntje worden gehouden. Zij wachten soms lang op antwoorden, op een definitieve ja of nee. Dit leidt tot frustratie, net zo goed als tot vertraging. Een derde initiatiefnemer, actief in criminaliteitspreventie:
Het liefst had ik vanaf het begin duidelijkheid over wat voor plan de gemeente verwacht en wat de mogelijkheden zijn als het gaat om subsidie en bedragen.
vond hij deels bij artificiële intelligentie. "ChatGPT heeft mij erg geholpen bij het schrijven van mijn plannen. Dat heeft me veel tijd bespaard."
Vastgoed Van de veertien Rotterdamse initiatieven deed een meerderheid op enig moment een beroep op de gemeente voor een eigen locatie. Voornamelijk om te huren, een enkele keer betrof dit de wens tot koop. Deze pogingen hebben een geringe kans van slagen, horen we. Dat de gemeente over steeds minder eigen vastgoed beschikt, vormt een belangrijke verklaring. Niettemin leeft bij initiatiefnemers het idee dat de gemeente grossiert in maatschappelijk vastgoed. Naast een mismatch in vraag en aanbod, signaleren we evengoed een mis-match in verwachtingen vanuit met name de vragende kant. Soms proberen initiatiefnemers een gemeentelijk pand te kopen. We kwamen dit binnen ons onderzoek eenmaal tegen. Een voor Rotterdam welbekende en breed in zowel politiek als media uitgemeten casus is het Wijkpaleis, zoals aangehaald in het voorwoord van dit rapport. De twee initiators achter het initiatief spreken van een uiterst complex en moeizaam verlopen proces, dat weliswaar slaagde, maar zeker geen schoonheidsprijs verdient.
W z eagt j e ? !
PODCAST
Bied ouders een PGB aan voor jeugdhulp die wel direct beschikbaar is, als ingekochte jeugdhulp te lang op zich laat wachten. Maak waar nodig een kosten-batenanalyse om dit te onderbouwen.
ve r i ng 4
A
f le
ers
on
ati
i
30 /
ti
In
Soms is er ruimte voor zelfkritiek. De initiatiefnemer van het skatepark over diens eigen handelen: "In het begin vuurde ik een schot hagel op de gemeente af." Dat bespeuren wij bij meer initiatiefnemers. Ondersteuning
H il le n r ie ke r n e s t a M : t Me en E a le is) t ( W ij k p d e r K w a s van
efrijke in
w
33
Cruciaal zijn de verschillende manier waarop gemeente en initiatiefnemers het betreffende schoolgebouw lieten taxeren. Met een aanvankelijk onoverbrugbaar lijkend gat van vijf ton als uitkomst. De initiatiefnemers hebben gevoelsmatig hemel en aarde moeten bewegen. Ze vertellen: "Een groot probleem voor ons was dat we met de gemeente niet in openheid konden praten over het vaststellen van de waarde." Een probleem, omdat: "De prijsbepaling voor commercieel vastgoed niks te maken heeft met maatschappelijk vastgoed."
Buitenspel Drie geïnterviewden zeggen bewust om de gemeente heen te werken. Twee anderen hebben bij de start aangegeven zo min mogelijk gemeentelijke bemoeienis te willen. Gemene deler uit hun verhalen is dat zij vooral tegen- in plaats van medewerking ervaren hebben. Een culturele initiatiefnemer uit Prins-Alexander die geen voet tussen de deur kreeg:
Tijdens het proces ervaarden de initiatiefnemers grote steun van enkele gebiedsambtenaren. Dit misten zij naar eigen zeggen volledig bij de betrokken vastgoedafdeling, waarmee de koop gesloten moest worden. 8Er zit altijd een vorm van willen achter. De wil om het samen te willen doen. Want als de gemeente iets écht wil, dan is juridisch alles mogelijk.9 In dit geval kwam de wil uit een ander ambtelijk cluster dat middels het verstrekken van een exploitatiesubsidie de koop mogelijk maakte.
Nu ik bekender ben, komen ze ineens wel naar me toe. Maar nu doe ik het zelf wel.
We zien in deze casus dat de gemeente van initiatiefnemers zeer specialistische juridische en technische kennis en kunde vroeg, vergelijkbaar met eisen die zij oplegt aan professionele vastgoedpartijen die bijvoorbeeld intekenen op tenders. Kennis die wat ORR betreft eigenlijk niet mag worden verlangd van dergelijke initiatieven, tenzij sprake is van adequate ondersteuning. Sinds het najaar van 2024 voeren de initiatiefnemers van het Wijkpaleis en gemeente herstelgesprekken en willen zij van het verkoopproces leren.
Hij doet daarvoor hoofdzakelijk een beroep op fondsen. Een andere, stadsbreed actieve sociaal initiatiefnemer geeft aan klaar te zijn met het jarenlange strijden tegen 8het systeem9. "Wij doen het inmiddels helemaal anders. Nu zeggen we tegen iedereen: dit gaan we doen en daarvoor hebben we zus en zo nodig. Vervolgens benaderen partijen ons, in plaats van andersom." Uit hun verhalen komt naar voren dat ambtenaren het lastig kunnen vinden om ideeën – al vroeg – op waarde te schatten en vervolgens te handelen.
/ 31
3.2 Conclusies De ervaringen van Rotterdamse initiatiefnemers laten een rijk en gelaagd beeld zien. Er is waardering voor betrokken ambtenaren die zich proactief inzetten en met toewijding meedenken, maar ook frustratie over de stroperigheid van het systeem. De gemeente wordt nog altijd als log en versnipperd ervaren, met veel loketten en onduidelijke routes. Voor initiatiefnemers betekent dit dat zij veel tijd en energie kwijt zijn aan het vinden van de juiste ingang, het overtuigen van soms meerdere opeenvolgende ambtenaren en het bij herhaling moeten bewijzen van hun maatschappelijke waarde. Het kan daardoor lang duren voordat plannen in beweging komen. Op het gebied van financiering voelen initiatiefnemers zich meer dan eens uitgedaagd. Het sprokkelen van geld is een terugkerend thema, waarbij het ontbreekt aan structurele, meerjarige ondersteuning. Bovendien ervaren initiatiefnemers het aanvragen van subsidies als tijdrovend. In toenemende mate en tegen een achtergrond van bezuinigingen zien zij zich genoodzaakt hun plannen te realiseren vanuit losse bijdragen, het aanspreken van fondsen en andere creatieve oplossingen. Dit vereist doorzettingsvermogen, maar roept ook de vraag op of
32 /
de gemeente voldoende oog heeft voor de waarde die met name bestaande, erkende initiatieven toevoegen aan de stad. Initiatieven die lang niet altijd zelf de broek kunnen ophouden. Toch zien initiatiefnemers hier ook kansen. Ze waarderen de ruimte die er soms is om samen met (wijk)ambtenaren naar oplossingen te zoeken. Er ligt daar een mooie kans voor de gemeente om de best practices door te trekken en initiatieven zo meer zekerheid te bieden. Wat in alle gesprekken werd benoemd, is het belang van een vast en toegankelijk contact binnen de gemeente. Net als ten tijde van ons eerdere rapport Wees Welkom, moeten initiatiefnemers veel moeite doen om bij de juiste persoon terecht te komen. Dit leidt meer dan eens tot vertragingen. Daarbij benoemen we dat ambtenaren geneigd zijn vooral te benoemen wat niet in plaats van wat wel kan. Desondanks proeven wij een sterke wil tot samenwerking tussen gemeente en initiatiefnemers. Waarbij de gemeente de uitdaging heeft om initiatiefnemers serieus te nemen, mee te bewegen en ruimte te bieden om te groeien.