17. 2025-072183 Raadsvoorstel Zienswijze concept-ontwerpvisies Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat MRDH.pdf
Tekst van het document
Een nieuw evenwicht dankzij technologie Met de nieuwste betrouwbare technologie benutten we infrastructuur, energie en middelen optimaal. Dit leidt tot een nieuw evenwicht: in beschikbaarheid, betrouwbaarheid en vertrouwen. Energie uit bijvoorbeeld het tramen metronet wordt ook gebruikt voor huishoudens en bedrijven. Dit is de regio van slim, schoon, verbonden en veerkrachtig leven.
Krachtig want divers Van A naar B reizen gaat soepel. En A en B zijn allebei uniek. De metropolitane, hoogstedelijke gebieden en de havens en de landschappelijke zones hebben elk hun eigen kwaliteiten. Wat inwoners en ondernemers belangrijk vinden in Den Haag of Rotterdam verschilt van de wensen in bijvoorbeeld Lansingerland, Voorne aan Zee, Krimpen aan den IJsel, Albrandswaard, Nissewaard of Ridderkerk. Juist de diversiteit maakt de metropoolregio sterk. Juist die verscheidenheid maakt de metropoolregio aantrekkelijk. Uitgangspunt in onze visie is steeds: de juiste ontwikkeling op de juiste plek.
25 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Kwaliteit als voorwaarde We bouwen aan een economie die draait om en op kwaliteit. In de metropoolregio Rotterdam Den Haag ontstaan ideeën die er echt toe doen en die werkelijkheid worden. Dankzij sterke ecosystemen waarin kennisinstellingen, ondernemers en overheden vanzelfsprekend samenwerken. Waarin we versterken wat we hebben, en enkel iets toevoegen wanneer dat de kwaliteit ervan vergroot.
Verbonden ecosystemen Onze economie rust op krachtige ecosystemen en clusters zoals Duurzaam Maritiem & Haven, Hightech Horticulture, Innovatieve Maakindustrie, Digitale Technologie & Veiligheid en Vrede & Recht. Ze creëren waarde en dragen bij aan grote maatschappelijke opgaven. Die clusters zijn geen eilandjes: ze zijn verbonden via slimme corridors, digital twins14, mobiliteit en gedeelde campussen. Van haven tot hogeschool, van kas tot campus mensen en goederen zijn verbonden; want systemen en plekken zijn verbonden.
We beschermen wat waardevol is Open gebieden blijven open. Midden-Delfland, het Groene Hart en het strand in Wassenaar of Voorne aan Zee blijven onaangetast. We houden de longen van de regio open; voor recreatie en voor de natuur zelf. Tegelijkertijd zorgen we voor uitstekende verbindingen voor publieke en actieve mobiliteit. Iemand zonder auto in hartje Rotterdam kan straks net zo makkelijk een wandeling maken op het strand van Scheveningen. De functies wonen, werken en zorg concentreren we rond mobiliteitsknooppunten. Dat is efficiënt en effectief. Zo blijft elk gebied sterk in zijn eigen functie en houden we het geheel in balans.
Opbrengst: de ruimte om je te ontwikkelen Wat levert het op? Inwoners, ondernemers, forenzen, bezoekers, scholieren - iedereen heeft de vrijheid om zich te verplaatsen, elkaar te ontmoeten, zich te ontwikkelen en doelen te bereiken. We kunnen weer écht ambitieus zijn en prettig leven. Want het systeem ondersteunt dat: de metropoolregio van en voor iedereen, ongeacht budget of vervoersbehoefte, naadloos verbonden, bloeiend en in balans voor mens, economie en klimaat.
“Het OV van de toek zijn, betaalbaar en betomst moet vaker rijden, efficiënte aansluitingen. Dan m rouwbaar zijn. Zorg ook voor go r aak je het voor iederee ed n makkelijker.”e 14
Een digital twin is een virtuele representatie van een fysiek object, proces of systeem, die voortdurend wordt bijgewerkt met real-time data uit de echte wereld.
27 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
‘Dromen, durven en doen. Voor de mensen die hier wonen, werken, leven. MRDH
29 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
3.3 Dromen per gebiedstype Zie onderstaande afbeelding voor de verschillende gebiedstypen (vastgesteld in de Strategische Agenda 20232026) die we onderscheiden. De mate van verstedelijking neemt door de groei van de regio richting 2050 toe en gemeenten hebben vaak meer dan één gebiedstype.
Afbeelding 4: Vier verschillende gebiedstypen.
“Prima dat er nieuwe hui maar regel wel direct datzen gebouwd worden, werk en voorzieningen be de woningen, het reikbaar zijn.” 30 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Metropolitaan of hoogstedelijk gebied Metropolitaan of hoogstedelijk wonen: een (hoogbouw) appartement in de binnenstad van Rotterdam, Den Haag, Delft, Rijswijk of Zoetermeer. Geen eigen tuin, wel een balkon, dakterras of stadspark om de hoek. Het is leven in een dynamische omgeving met veel bovenregionale15 voorzieningen, innovatieve woon- en werkplekken (kennis- en diensteneconomie), slimme infrastructuur, groene parken en waterpartijen. Schone, autonome publieke mobiliteit zorgt voor snelle en comfortabele verbindingen in de stad en naar buiten. Steden zijn ontworpen op de menselijke maat: veilige, groene straten nodigen uit tot lopen, fietsen, ontmoeten en ontspannen. Het draait om gebruik van gemeenschappelijk vervoer en veel minder om individueel bezit.
Stedelijk wonen en werken Stedelijk wonen, zoals bijvoorbeeld in Zoetermeer, Voorburg, Leidschendam-Voorburg of Spijkenisse (Nissewaard): een huis met tuin in een stedelijke omgeving. Veelal laagbouw in combinatie met appartementen. Een winkelcentrum en een parkje op loop- of fietsafstand, net als bijvoorbeeld de huisarts, basisschool, sportvereniging et cetera. Aantrekkelijke voorzieningen en een sterk economisch klimaat. Combinatie van levendige energie van de stad en rust en comfort van een groen, duurzaam woon- en leefklimaat. Reizen naar metropolitane gebieden, mainports en Greenports gaat het snelst via publieke mobiliteit. Binnenstedelijke verplaatsingen gebeuren voornamelijk met de (e-)fiets en lopend. De auto houdt een beperkte rol voor langere afstanden en bestemmingen zonder goede publieke en actieve mobiliteit.
Greenports en Mainport De wereldhaven van Rotterdam met zijn energie- en logistieke kracht, de innovatieve glastuinbouw van de Greenport, de internationale rechtsorde van Den Haag en het technologische vernuft van TU Delft vormen samen een krachtig samenhangend (eco)systeem dat economische groei, innovatie en duurzaamheid stimuleert. ‘Multimodale’ bereikbaarheid is voor de Greenports en Mainport van essentieel belang. Dat betekent dat goederenstromen via een combinatie van weg, rails, binnenvaart en door de lucht worden vervoerd, op efficiënte en duurzame wijze, 24/7, evenwichtig verspreid over de 24 uur van een dag. Dit zorgt voor een flexibele en robuuste logistieke keten. Werknemers reizen gemakkelijk van en naar de havens met publieke mobiliteit en de (e)fiets; autobezit is geen voorwaarde om het werk te bereiken.
Ruimtelijk wonen en recreëren Wonen en recreëren in het groen van de metropoolregio Rotterdam Den Haag: genieten van de rust van de natuur én toegang hebben tot de grote steden. Voorne aan Zee, Wassenaar, de polders van Midden-Delfland, Albrandswaard en Pijnacker-Nootdorp; enkele voorbeelden van groenplekken, door uitstekende mobiliteit vlakbij. Voor bewoners blijft de individuele auto belangrijk. Voor reizen naar de stad kiezen bewoners steeds vaker voor een combinatie van vervoersmiddelen. Aan de stadsranden stappen mensen van de autonome, individuele auto eenvoudig over op publieke mobiliteit of een (deel)fiets, wat bijdraagt aan duurzame mobiliteit en de afname van druk op stadscentra. De steden en de meer ruimtelijke gebieden komen steeds dichter bij elkaar.
15
Voorzieningen die je alleen kan vinden in Rotterdam of Den Haag. Denk aan een academisch ziekenhuis, de exclusievere winkels, musea, of een universiteit.
31 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
4. Durven In hoofdstuk 3 hebben we na onze regionale ambities geformuleerd te hebben onze droom neergezet. Om die droom te verwezenlijken hebben we met de 21 gemeenten van de Metropool Rotterdam Den Haag richting 2050 keuzen te maken. We maken er 5. Deze staan niet op zichzelf, maar hebben nauwe onderlinge relaties. Zie onderstaand figuur. In dit hoofdstuk gaan we in op wat die keuzen betekenen.
Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal en 24/7 SYSTEEM
Volle inzet op technologie TECHNIEK
De regio organiseert alle vormen van vervoer ROL
Schouders eronder voor investeringskracht EURO’S
32 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio RAAKVLAKKEN
Juist doordat we deze keuzen met alle 21 gemeenten maken en dragen, kunnen we bergen verzetten. Alleen gaat dat niet. We doen het samen: met de 21 gemeenten en met onze (regionale) partners, op de wijze die recht doet aan en past bij de eigen rol en lokale situatie. Dit zijn de 5 keuzen die we maken:
1. De regio organiseert alle vormen van vervoer 2. Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 3. Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio 4. Volle inzet op technologie 5. Schouders eronder voor investeringskracht
33 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
34 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Peter-Willem van Lindenberg | Lid Raad van Bestuur Franciscus “In een ziekenhuis ontmoeten zorgverleners, ondersteunend personeel en patiënten elkaar. De groeiende zorgvraag en personeelstekorten zijn grote uitdagingen. Vooral in de gebieden waar niet alleen het aantal ouderen toeneemt, flink gebouwd wordt, maar waar ook de gemiddelde levensverwachting steeds verder stijgt. Ieder mens heeft in het leven, in meer of mindere mate, zorg nodig. Het is belangrijk dat inwoners dan kunnen rekenen op toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer. Een belangrijk punt is de bereikbaarheid van een ziekenhuis. Ik pleit voor betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer (ov) voor zowel medewerkers als patiënten. Veel collega’s kiezen voor de auto. Ze ervaren dat als veilig en comfortabel vervoer, vooral tijdens nacht- en avonddiensten. Als het ov toegankelijker wordt gemaakt en beter aansluit op hun werkroosters, dan kiezen meer medewerkers hiervoor. De gemeenten kunnen hier een rol in spelen door het verbeteren van de ov-voorzieningen, zodat medewerkers en patiënten veilig en betaalbaar kunnen reizen.
35 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Er zijn onbenutte mogelijkheden in de samenwerking tussen werkgevers en gemeenten. Per jaar komen er meer dan 800.000 patiënten naar onze ziekenhuizen. Daaronder zit ook een grote groep ouderen waarvan veel niet werkend is. Deze groep is niet aangewezen op de spits. Als we de ziekenhuisbezoeken van deze groep patiënten inplannen buiten de spits, dan vermindert het de druk op het ov en het doelgroepenvervoer op de weg. Om deze uitdagingen aan te pakken is er samenwerking nodig tussen het ziekenhuis, gemeenten en ov-aanbieders. Inclusiviteit in het vervoer is belangrijk, waarbij doelgroepenvervoer en regulier ov beter op elkaar aansluiten. We kunnen ze meer dan nu bij elkaar brengen. Een geïntegreerde aanpak is nodig om capaciteit optimaal te benutten en de toegankelijkheid voor patiënten en zorgverleners te verbeteren en het voor vervoerders efficiënter te maken.”
4.1 De regio organiseert alle vormen van vervoer Reizigers centraal We werken samen toe naar optimaal vervoer voor elke reiziger: slim, vlot en verbonden, toegankelijk, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar. We combineren waar mogelijk verschillende vormen van mobiliteit – openbaar vervoer, deelvervoer, doelgroepenvervoer, fietsen en lopen – tot samenhangend en toegankelijk vervoer, met maatwerk waar nodig. We verleggen de focus van systeemefficiëntie naar menselijke waarde, en van abstract beleid naar concreet effect in het dagelijks leven. Voor bijvoorbeeld leerlingenvervoer is een vaste chauffeur of begeleider erg belangrijk. Kwaliteit en passend aanbod voor elke reiziger staat voorop.
Samen de regie De 21 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag onderzoeken samen op basis van de regionale opgaven en de mobiliteitsbehoeften van alle reizigers hoe het optimale vervoer eruitziet. Samen houden we regie op de uitwerking (tijd, snelheid, fasering en consequenties), leren we van goede voorbeelden16 en onderzoeken we of slimme verbindingen tussen systemen mogelijk zijn. Ook voor transport en logistiek zorgen we voor efficiëntie, spreiding en verduurzaming via multimodaal en regionaal verbonden transport.17 Zo benutten we het mobiliteitssysteem optimaal.18
16
Zie het kader voor (inter)nationale voorbeelden.
17
Van het containervervoer uit de Rotterdamse haven heeft 70% een (tussen) bestemming in de regio.
18
Extra regionale knooppunten met gekoelde voorzieningen zijn nodig voor de snelle doorlooptijden van de vers-logistiek, voor het 24/7 benutten van het wegennet en voor (’s nachts) autonoom rijden.
36 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
(Inter)nationale voorbeelden van geïntegreerd vervoer Reflectie De voorbeelden tonen in de praktijk hoe het combineren van openbaar vervoer, flex- en deelvervoer leidt tot meer kwaliteit en bereik voor hetzelfde budget. De Deense aanpak inspireert, maar vraagt om zorgvuldige vertaling naar de Nederlandse context.
Flextrafic (Denemarken) Flextrafic is een nationaal, vraaggestuurd vervoerssysteem dat openbaar vervoer aanvult. 5 diensten delen 1700 voertuigen, goed voor 2 miljoen ritten per jaar. De overheid financiert grotendeels; gemeenten bepalen gebruikersbijdrage.
Landelijke studie (Nederland) Het Rijk verkent een integraal mobiliteitssysteem met betere toegankelijkheid, digitale infrastructuur en vereenvoudiging van processen. Ook wordt gekeken naar herverdeling van verantwoordelijkheden en het borgen van systeemverantwoordelijkheid.
Stroomlijn (Drechtsteden) Sinds 2016 regelt Stroomlijn passend vervoer voor inwoners van de Drechtsteden, in opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden. De focus ligt op slimme afstemming van vervoersvormen, met aandacht voor bereikbaarheid, kwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid.
Bravoflex (Brabant) Bravoflex biedt sinds 2023 flexibel vervoer als aanvulling op het openbaar vervoer, ook naar moeilijk bereikbare gebieden. Reizigers kunnen boeken via app of telefoon, zeven dagen per week.
37 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Dave van Meer | Student Horti Technics & Management, MBO Westland ”Op dit moment zit ik in het laatste half jaar van mijn driejarige opleiding en studeer deze zomer af. Elke dag fiets ik van huis naar school en terug, weer of geen weer, en altijd zonder regenpak omdat ik eigenwijs ben. Ik pak de fiets, want ik heb nog geen rijbewijs. Ik zou met de bus kunnen , maar dan moet ik eerst nog vijf à tien minuten fietsen naar de bushalte. Dan kan ik net zo goed doorfietsen. Bij de bushalte is er wel ruimte om je fiets te stallen, maar die is niet heel groot. Op school hebben we een grote fietsenstalling met genoeg plek, maar als je later op de dag begint, moet je soms wel even zoeken naar een plekje. De andere studenten komen met de bus, het ov, of met de auto, motor of scooter.
38 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
De route die ik fiets heeft soms stukken met van die vierkante tegels in plaats van asfalt. Ik vind asfalt persoonlijk fijner rijden, want anders hobbelt het zo en dat fietst minder lekker. Sinds kort heb ik een elektrische fiets, omdat die stond te verstoffen bij mijn oma in de schuur. Dat vond ik zonde, dus heb ik gevraagd of ik die mocht overkopen. Zonder mijn oma als sponsor had ik geen elektrische fiets kunnen kopen. Ik gebruik verder de Hoekse lijn om naar de stad te gaan en in platenwinkels te snuffelen. En de metro neem ik om naar Rotterdam Centraal te gaan, om vervolgens de trein naar de Efteling te pakken. Ik kom daar vaak, want ik heb een abonnement. Met het ov is dat prima te doen.”
4.2 Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 Systeem van publieke en actieve mobiliteit bestaat uit 3 onderdelen Onze droom voor de toekomst: mobiliteit voor iedereen, overal en altijd beschikbaar – ongeacht vervoersbehoefte of budget. Daarom bouwen we aan een samenhangend systeem van publieke en actieve mobiliteit, bestaande uit 3 onderdelen:
1. Hoogwaardig OV: de standaard Metro’s, snelle trams en metrobussen19 (= hoogwaardig OV) vormen het fundament van ons mobiliteitssysteem. Ze verbinden centra en randen van stedelijk gebied met elkaar én met de rest van Nederland. Aantrekkelijk, snel, vaak, betrouwbaar en de hele dag beschikbaar, zodat de keuze voor de auto minder vaak gemaakt wordt. We verbeteren kansrijke bus- en tramlijnen en leggen nieuwe vrijliggende banen aan. Waar nodig krijgt publieke en actieve mobiliteit voorrang, ook ten opzichte van de auto. Ook vragen we het Rijk om de kwaliteit van het nationale spoornetwerk te versterken.
2. Mobiliteitsknooppunten: het scharnier Op kruispunten van hoofdverbindingen ontstaan mobiliteitsknooppunten: overstapplekken met goede voorzieningen en een prettige verblijfskwaliteit. Deze locaties stimuleren ruimtelijke ontwikkeling en vormen het scharnier tussen auto, publieke en actieve mobiliteit. Door goede bereikbaarheid en overstapmogelijkheden verleiden we automobilisten richting de stedelijke gebieden hier over te stappen op publieke mobiliteit.
3. Fietsen, lopen en vraaggestuurd vervoer: fijnmazige toevoeging Niet iedereen woont of werkt bij een knooppunt, maar moet er wel komen. We investeren daarom in veilige, snelle fiets- en looproutes, aansluitend op mobiliteitsknooppunten. Voor wie fietsen of lopen geen optie is, bieden we een fijnmazig netwerk van kleinschalig, gedeeld of vraaggestuurd vervoer – betrouwbaar, betaalbaar en afgestemd op de reiziger. Ook reguliere buslijnen maken hiervan deel uit, mits deze goed bezet zijn en/of indien er nog geen voldoende andere vormen van actieve en publieke mobiliteit beschikbaar zijn. We houden expliciet rekening met de behoeften van kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld via begeleiding met een OV-coach. We spelen in op reizigers die reizen naar de Mainport, Greenports en verder gelegen werklocaties. NB. We staan open voor innovaties zoals het delen van privéritten via digitale platforms. We volgen vanuit regionaal perspectief de mobiliteitshiërarchie van ‘STOMP’ – stappen (lopen), trappen (fietsen), openbaar vervoer (collectief vervoer), mobility as a service (deelmobiliteit en slimme mobiliteit), particuliere auto – waarbij we stappen, trappen en openbaar vervoer in samenhang bekijken. Die vormen van vervoer moeten elkaar versterken en voor een samenhangend systeem zorgen. De 21 samenwerkende gemeenten leggen kortom de focus op publieke en actieve mobiliteit.
19
Ook wel Bus Rapid Transit: hoogfrequente, hoogkwalitatieve verbindende buslijnen op een vrij liggende baan of snelwegen.
39 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
S
T
Stappen
Trappen
O
Openbaar vervoer
M
Mobility as a service
P
Particuliere auto
Afbeelding 5: STOMP vanuit regionaal perspectief.
Voorwaarden publieke en actieve mobiliteit Publieke en actieve mobiliteit zijn slim, vlot en verbonden, toegankelijk, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar. We bieden voor elke doelgroep een passende vorm van publieke of actieve mobiliteit tegen een eerlijke prijs. Daarbij zoeken we de balans tussen wat de reiziger betaalt en wat het systeem maatschappelijk kost. We vergroten het aanbod en zorgen voor een fijnmazig netwerk in alle gebieden: woonwijken, werklocaties, onderwijsclusters en recreatiegebieden.
Beschikbaar voor alle doelgroepen De Metropoolregio is een diverse regio. Er wonen, werken, studeren of recreëren verschillende doelgroepen. Ieder met een eigen (mobiliteits)budget, maatschappelijke achtergrond, opleidingsniveau, (mobiliteits)wensen of met een fysieke of sociale beperking. Daarom kiezen wij een brede benadering. Mobiliteit moet voor iedereen 24/7 beschikbaar, betaalbaar, toegankelijk en veilig zijn.
40 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Afstemming met de auto Hoe verhoudt het systeem van publieke en actieve mobiliteit zich tot de auto? We ondersteunen het gemeentelijk beleid voor meer 30 km/h-zones: goed voor de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. Tegelijkertijd vraagt publieke en actieve mobiliteit om ruimte en prioriteit op plekken die cruciaal zijn voor het regionale netwerk. Op gemeentelijke hoofdwegen (50 km/h) delen auto, fiets en publieke mobiliteit de ruimte. We hebben scherpe keuzen te maken: wie krijgt waar voorrang? Die keuzen maken we vanuit het netwerkperspectief in de verschillende gebieden, waarbij we letten op:
•
De opbouw en samenhang van het mobiliteitsnetwerk.
•
De juiste plek, prioriteit en doorstroming van de auto op de hoofdwegen.
•
De prioriteit voor de fiets en publieke mobiliteit op weg en kruispunt.
•
Verkeersveiligheid is en blijft altijd een randvoorwaarde.
•
Goede afstemming tussen wegbeheerders.
We investeren in het wegennet als dit het mobiliteitssysteem als geheel versterkt: voor verkeersveiligheid, voor personen die afhankelijk zijn van de privéauto voor woon-werkverkeer, logistieke betrouwbaarheid of bereikbaarheid van hulpdiensten. Tegelijkertijd onderstrepen we het belang van investeren in fietsinfrastructuur: van brede paden tot veilige, toegankelijke stallingen.
41 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Basis op orde met verkeersveiligheid We besteden extra aandacht aan verkeersveiligheid en ‘we maken een punt van nul’ blijft het uitgangspunt. We zetten samen met alle partners in op het blijvend reduceren van zowel de ongevallen als de ervaren verkeers(on)veiligheid. Met zowel fysieke maatregelen als gedragsmaatregelen.
Legenda Mogelijk nieuw te realiseren HOV (Metro, Snelle tram of Metrobus) Mogelijk op te waarderen Trein, Metro, Tram tot HOV Mogelijk mobiliteitsknooppunt tussen minstens twee HOV-lijnen Mogelijk direct via snelweg bereikbaar mobiliteitsknooppunt Metropolitane Fietsroutes Logistieke hoofdwegen
Afbeelding 6: Globaal en indicatief netwerkbeeld van publieke en actieve mobiliteit (niet limitatief )
42 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Marja Eenink | Woont in Bergschenhoek en werkt in Den Haag “Om op mijn werk te komen in Den Haag, wat een klein stukje lopen is vanaf Den Haag Centraal, pak ik eerst de auto naar station Lansingerland. Op station Lansingerland neem ik de trein naar Den Haag Centraal. Toen station Lansingerland nog niet bestond ging ik altijd met de auto of de bus naar Berkel en Rodenrijs (E-lijn), . Op een gegeven moment kreeg je daar een parkeerprobleem, dus toen station Lansingerland werd geopend, ging ik daarheen. Daar is genoeg ruimte om te parkeren.
weekend, dan pak ik de E-lijn. Ik ga dan wel weer met de auto, omdat het OV vanuit Bergschenhoek slecht is. Dan is het bij de parkeerplaats van Berkel en Rodenrijs een stuk rustiger.
Ik zou op de fiets naar het station kunnen, maar ik heb een elektrische fiets en kan deze niet veilig stallen. Mocht ik mijn fiets veilig kunnen parkeren, dan zou ik fietsen, maar wel alleen met goed weer. Ik gebruik de metro als ik naar Rotterdam centrum ga in het
Een snelbus met vrije baan zou een goede oplossing zijn. De dichtstbijzijnde bushalte hiervoor zit 3 km verderop. Voor ouderen om bij zo’n station of snelbus te komen, zijn ook in de toekomst belbussen belangrijk.”
De OV-verbinding vanuit Bergschenhoek naar het station is niet optimaal. Er rijdt een bus, maar dan moet ik eerst 2 km lopen. . In de toekomst is het niet handig om met de auto te blijven gaan. Ik heb ‘s morgens zelf ook al last van files, dus laat staan in 2050.
4.3 Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio Mobiliteit, ruimte en sociaal-economie: een geïntegreerde aanpak Investeringen in mobiliteit gaan hand in hand met oplossingen voor lokale en regionale uitdagingen. We kiezen voor een én-én-benadering. Dit betekent:
•
Mobiliteit koppelen aan verstedelijking, ruimtelijke ordening en sociaaleconomische doelen;
•
Dat we doen met de corridoraanpak.
NB. We gaan uit van vervoergerichte gebiedsontwikkeling. Nieuwe locaties ontsluiten we alleen duurzaam via publieke en actieve mobiliteit.
Wat is een corridoraanpak? Een corridor allereerst is een regionale verbinding tussen steden, dorpen of hubs, inclusief de omliggende gebieden rond mobiliteitsknooppunten. De corridoraanpak investeert in deze mobiliteitsknooppunten stemt vervoer op elkaar af. Het gaat om de juiste ontwikkeling op de juiste plek, rekening houdend met de unieke gebiedskwaliteiten, bevolkingsdichtheid en mobiliteitsbehoefte van doelgroepen. Rond mobiliteitsknooppunten clusteren we onder meer, werkplekken, onderwijs, woningen en zorg. Knooppunten moeten goed bereikbaar zijn te voet, per fiets en via deelvervoer. Het doel voor mensen is: nabijheid van publieke en actieve mobiliteit (OV, fiets, lopen) en essentiële functies (wonen, werken, zorg, onderwijs).
Goede voorbeelden De corridoraanpak is niet nieuw en werkt. Zo zien we bijvoorbeeld dat daar waar we al investeren in publieke en actieve mobiliteit het gebruik ervan aanzienlijk gegroeid is.20 Onze investeringen geven daarbij een economische impuls aan het gebied. Bij corridors met lopende, ruimtelijke trajecten sluiten we daarop aan, zoals bij lokale gebiedsontwikkelingen, Regiodeals, de NOVEX21 Zuidelijke Randstad, de NOVEX Rotterdamse haven en NOVEX het Groene Hart.
20
Het gebruik van de ‘E-Lijn’ door de metropoolregio illustreert dit: in 2005, voor de investering waren er 7000 reizigers per dag. In 2011, na volledige realisatie van de lijn waren er 30.000 reizigers per dag. In 2019: 55.000 reizigers per dag. Dat komt neer op 50 % meer reizigers op de E-lijn per jaar. Dit geeft een economische impuls aan de regio. We sluiten aan bij lopende projecten, zoals lokale gebiedsontwikkelingen, NOVEX Zuidelijke Randstad en NOVEX Rotterdamse haven.
21
NOVEX: Nationale OmgevingsVisie Executiekracht.
44 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
“In de toeko dichterbij el mst moeten wonen dat er slaap kaar liggen. Zo vo en werken steden ontst orkom je aan zonder werk.”
45 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Ahmed Hashish | Directeur DAM Shuttles ‘Er is op dit moment een groot tekort aan gekwalificeerde chauffeurs, zeker in het openbaar vervoer. Dat tekort kan deels opgelost worden met geautomatiseerd vervoer. Het is dus echt een aanvulling op het bestaande openbaar vervoer. De focus ligt nu specifiek op buslijnen, bijvoorbeeld op plekken waar de drukte laag is of de routes technologisch geschikt zijn. Zo kunnen de chauffeurs ingezet worden waar ze het hardst nodig zijn – op complexe of drukke trajecten. Het is niet alleen vervanging, het is ook uitbreiding. In gebieden zonder OV kunnen we zo tóch iets aanbieden. Als DAM Shuttles zijn wij betrokken als exploitant bij de zelfrijdende bus in Rotterdam. De afgelopen jaren hebben we veel ervaring opgedaan met deze technologie. We weten steeds beter wat er nodig is om zelfrijdende bussen veilig en inzetbaar te maken. Daarbij werken we samen met meerdere partijen, waaronder RDW, die uitgebreide veiligheidstesten uitvoert. Mijn verwachting is dat we in 2050 op veel plekken volledig geautomatiseerd vervoer hebben. Wat we nu
doen met de zelfrijdende bus – zoals op de lijn tussen Rotterdam The Hague Airport en Meijersplein – is een eerste stap. Op dit moment moet er nog altijd een chauffeur aan boord zijn. Voor deze route hopen we binnen twee jaar zonder chauffeur te kunnen rijden, maar daarvoor moeten wet- en regelgeving en aansprakelijkheid nog geregeld worden. We kijken ook naar voorbeelden uit het buitenland als het om automatisch vervoer gaat. In landen als Noorwegen wordt al getest met bussen onder veel complexere omstandigheden, zoals sneeuw en tunnels. Daar zijn ze soms net een stap verder, mede doordat regelgeving soepeler is. In Nederland zijn we strikter, mede door de impact van eerdere incidenten. Begrijpelijk, maar het vertraagt innovatie wel. Ik ben nog in de wolken van alle positieve aandacht bij de eerste rit van de zelfrijdende bus. Dit hebben we toch maar mooi samen gefixt! Dit project laat zien dat we in Nederland voor kunnen lopen – als we het samen doen.’
4.4 Volle inzet op technologie Hoe realiseren we onze ambitie? We omarmen innovatieve technologie om onze visie voor 2050 te verwezenlijken en werken daarvoor samen met verschillende partners. Dit versterkt het regionale innovatie-ecosysteem, stimuleert een hoogwaardige maakindustrie en bevordert economische groei. Technologie moet toegankelijk, inclusief en cybersecure zijn, de welvaart eerlijk verdelen en voldoen aan privacywetgeving. We werken samen met regionale kennisinstellingen om te bepalen welke technologieën onze doelen ondersteunen en hoe we ze effectief inzetten.
Toepassingen van technologie 1. Sociale en verkeersveiligheid •
Sociale veiligheid: slimme camera’s, gedragsmaatregelen, verlichting, data-analyse en betere inrichting van voertuigen en knooppunten vergroten de veiligheid.
•
Verkeersveiligheid: slimme verkeerslichten, gedragsmaatregelen, voertuigtechnologie, rijtaakondersteuning en snelheidshandhaving maken rijden voor iedereen verkeersveiliger.
2. Benutting van het mobiliteitssysteem •
Een geïntegreerd systeem: van publieke en actieve mobiliteit vraagt om technologische samenhang in capaciteit, reisinformatie, organisatie, beveiliging en betaling.
•
Autonoom vervoer: zelfrijdende voertuigen verhogen de frequentie van bestaande lijnen en maken nieuwe vormen van publieke mobiliteit mogelijk.
•
De acceptatie door gebruikers: we hebben oog voor het gedrag van mensen en de acceptatie van nieuwe technologieën door gebruikers.
•
Datasturing en AI: 5G, data-analyse en AI optimaliseren reizigersstromen. We sturen op tijd en plaats met comfort, betere aansluitingen en financiële prikkels, en promoten alternatieven voor de privéauto.
•
Logistiek: we delen digitale verbindingen en data met de logistieke sector voor meer efficiëntie.
3. Beheer en onderhoud •
Slimme verbindingen: slimme apparaten, digitale verbindingen en data verbeteren het beheer en onderhoud van infrastructuur en materieel, met focus op veiligheid en duurzaamheid.
•
Energietransitie: we benutten bijvoorbeeld OV-infrastructuur, zoals het elektriciteitsnetwerk, om netcongestie te verminderen, onder de noemer ‘Energie in het OV’.
47 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Angelique de Wit | Directeur Greenport West-Holland ”Mobiliteit gaat over meer dan alleen verkeersstromen. Het is bepalend voor de economische kracht van een regio. Goede bereikbaarheid is essentieel voor zowel personen- als goederenvervoer. En dat is al helemaal het geval in een kennisintensieve regio zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Er is behoefte aan slimme en innovatieve oplossingen voor mobiliteit, waarbij verkeersveiligheid en het milieu belangrijk zijn. Ik zie een cruciale rol voor de MRDH in het organiseren van openbaar vervoer en het verbeteren van de efficiëntie. De MRDH wordt vaak onderschat in haar rol en potentieel.
De infrastructuur in de regio is verouderd. Daarnaast worden buslijnen in de kernen rondom steden geschrapt, wat de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en onderwijsinstellingen belemmert. Dit heeft negatieve gevolgen voor de economische vitaliteit en investeringskracht van de regio. Ik pleit dan ook voor investeringen in mobiliteitsvoorzieningen, zoals snelle buslijnen tussen steden en efficiëntere logistiek voor versproducten. Dit zou niet alleen de bereikbaarheid verbeteren, maar ook de emissies verlagen en de leefbaarheid verhogen. De investeringen moeten niet alleen financieel zijn, maar het gaat ook over samenwerking en contact tussen verschillende partijen.
Besluiten over mobiliteit moeten een langetermijnperspectief hebben en verder reiken dan de huidige bestuursperiode. Er is bestuurlijke vernieuwing en lef nodig om vooruitgang te boeken.
48 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
De regio moet aantrekkelijk blijven voor toekomstige generaties, met een focus op mobiliteit als sleutel voor economische en sociale ontwikkeling. Er is meer samenwerking en een efficiëntere organisatie van mobiliteit nodig om de regio toekomstbestendig te maken. Mobiliteit is essentieel is voor het concurrentievermogen en de investeringskracht van de regio.”
49 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
4.5 Schouders eronder voor investeringskracht Forse investeringen, gedeelde verantwoordelijkheid Onze ambitie vraagt om forse investeringen. Met partners in de regio stellen we een regionale investeringsagenda op, inclusief uitvoeringsstrategie voor de komende decennia. Dit biedt zekerheid aan inwoners, ondernemers en investeerders, en een samenwerkingsperspectief met Rijk en Europa.
Twee sporen: gebiedsgericht en thematisch De investeringsagenda omvat:
•
Gebiedsgerichte pakketten per corridor, inclusief korte-termijninvesteringen.
•
Thematische investeringen buiten corridors, zoals kleinschalige mobiliteitsprojecten.
Voorwaarden voor investeringen •
Regio-breed: gebiedsgerichte investeringen voor corridors zijn regio-breed, opgesteld met publieke en private partners. Het meerjarige karakter van de afspraken geeft alle partijen vertrouwen om te investeren in de toekomst.
•
Iedereen draagt bij: alle partijen leveren een bijdrage, financieel of procesmatig (bijvoorbeeld versnellen van procedures, creëren van draagvlak of zelfstandig uitvoeren van onderdelen).
•
Sluiten áán bij: investeringen sluiten aan bij corridor-specifieke kansen en opgaven, zoals publieke mobiliteit, extra woningen, fietspaden, voorzieningen, ruimtelijke kwaliteit en sociaaleconomische opgaven.
•
Uitzonderingen: kleinschalige mobiliteitsprojecten, zoals verkeersveilige infrastructuur om het mobiliteitssysteem te verbeteren, kunnen buiten de corridoraanpak worden gefinancierd.
Rolverdeling •
Coördinatie: de Metropoolregio Rotterdam Den Haag coördineert de investeringsagenda, maakt afspraken over financiering en ondersteunt gemeenten in de uitwerking (via MRDH-support). De MRDH adviseert over corridorontwikkeling, maar neemt geen verantwoordelijkheid voor ruimtelijke instrumenten zoals grondexploitatie.
Tijdpad en uitvoering •
Standaard 5 jaar: elk corridorpakket bevat een kortetermijnprogramma (tot 5 jaar). Met wegbeheerders spreken we inhoud, financiering en planning af. Bij vertraging kan de wegbeheerder MRDH-support aanvragen. Als afspraken niet worden nagekomen, worden middelen herverdeeld naar andere regionale projecten.
50 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
51 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
“Minde het geef r auto en m maakt d t meer ruim eer groen; e leefom te en he geving v t eiliger.”
5. Doen In dit hoofdstuk gaan we in op de acties om onze droom te verwezenlijken: een to do-lijst per keuze voor de samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag voor de komende 5-10 jaar. Dit vormt de eerste stap voor de uitwerking van de visie in een uitvoeringsprogramma voor de aankomende 10 jaar. NB. We bepalen in 2026 hoe en wanneer we de acties uitvoeren en houden daarbij rekening met logische, natuurlijke momenten: het aflopen van contractperiodes, de overgang naar nieuwe concessies, de planning van ruimtelijke trajecten en het ingaan van wet- en regelgeving. En nemen het op in het uitvoeringsprogramma.
5.1 To do-lijst keuze 1 De regio organiseert alle vormen van vervoer Reizigers centraal De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag onderzoeken de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, kleinschalig vervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer voor publieke mobiliteit. Met een gedeelde probleemanalyse stellen we oplossingsrichtingen op. Dit vraagt om nauwe samenwerking en dialoog tussen beleidsmakers, vervoerders, belangenorganisaties, zorgaanbieders en - vooral - de mensen om wie het gaat. Het onderzoek richt zich op de volgende onderdelen:
•
Inhoudelijke onderwerpen: benutten van bestaande succesvolle vervoersvormen en lokale initiatieven, inzetten van slimme technologie (zoals planningssoftware) om te standaardiseren, kosten te beheersen en de kwaliteit te verbeteren; aanpak van personeelstekorten; extra aandacht voor gebieden zonder bestaand publiek vervoer;
•
Samenwerking en aanbesteding: verkennen van de voor- en nadelen van gezamenlijke aanbesteding en regionale ondersteuning bij doelgroepenvervoer;
•
Gebruikersbehoeften: inzicht krijgen in de wensen van (toekomstige) doelgroepen op het gebied van aanbod, vervoersvormen, begeleiding en communicatie;
•
Betaalbaarheid: onderzoek naar manieren om publieke mobiliteit ook toegankelijk te houden voor minder kapitaalkrachtige doelgroepen;
•
Eigenaarschap en transparantie: organiseren van heldere besluitvorming, uitvoering en monitoring;
•
Schaalbaarheid: verkennen hoe een eventuele koppeling tussen publieke mobiliteit, Wmo-vervoer, leerlingenvervoer en bedrijfsvervoer opgeschaald kan worden van een selecte groep gemeenten naar meer gemeenten;
•
Wet- en regelgeving: signaleren van knelpunten en kansen in landelijke regelgeving, in dialoog met het Rijk en de Provincie;
•
Leren en agenderen: benutten van (inter)nationale kennis en praktijkvoorbeelden; inzichten uit het onderzoek inbrengen op landelijk niveau.
52 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Goederen centraal De 21 gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag werken samen met wegbeheerders, Greenport West-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam en logistieke partijen aan slimme maatregelen om de doorstroming en spreiding van goederenvervoer te verbeteren- zowel fysiek als digitaal. Focuspunten:
•
‘Dedicated lanes op dedicated times’: voor vrachtverkeer, inclusief stimulering van nachttransport en autonoom rijden;
•
Stadsdistributie: uniforme organisatie van tijden, toegangsregels en emissievrije zones voor bevoorrading van centra, met als doel: volledig emissievrije logistiek in 2040;
•
Logistieke knooppunten: onderzoek naar strategische locaties voor distributie en op- en overslag van goederen, met benodigde voorzieningen zoals snelladers en koelinstallaties.
Voorwaarden op orde Om de ambities waar te maken, zetten de samenwerkende gemeenten in op:
•
Toegankelijke en verkeersveilige infrastructuur: wegbeheerders zorgen voor veilige, duurzame, toegankelijke wegen, voorbereid op autonoom vervoer;
•
Werkgeversafspraken: regionale afspraken met onder meer grote werkgevers, onderwijsinstellingen en overheidsorganisaties over slim en gespreid reisgedrag: meer publieke en actieve mobiliteit, reizen buiten de spits, en thuiswerken waar mogelijk.
de n e jd lze fri die ik jn om g za zi aw s, cool en.” i eT xasu echt d te z in t zo rlan k i n ’s. He ede e o “T auto in N ook
53 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
5.2 To do-lijst keuze 2 Publieke en actieve mobiliteit is er voor iedereen, overal & 24/7 Organisatie publieke mobiliteit De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in afstemming met regionale partners:
•
Rekening houden met onderzoek publieke mobiliteit: houden in al hun acties rekening met de uitkomsten en besluiten van het lopende onderzoek naar publieke en actieve mobiliteit (verwijzing naar onderzoek keuze 1);
•
Koppelen vervoersvormen: werken samen met HTM, RET en streekvervoerder aan het mogelijk maken van combinaties van doelgroepenvervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer. Daarbij bepalen we welke eisen we opnemen in nieuwe concessies en wat aanvullend geregeld wordt in de huidige concessies;
•
Passende organisatie- en contractvormen: bepalen gezamenlijk welke organisatie- en contractvormen het beste aansluiten op de mobiliteitsbehoeften van reizigers. Daarbij is er ook aandacht voor contracten met lokale mobiliteitsaanbieders voor specifieke diensten.
Hoogwaardig OV De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in afstemming met RET, HTM, streekvervoerder en regionale partners:
•
Van netwerkvisie naar uitvoering: vertalen het globale en indicatieve netwerkbeeld naar een concrete lijnenkaart en met uitwerking voor hoogwaardig OV en mobiliteitsknooppunten. Dit doen we in samenhang met de corridoraanpak zoals beschreven bij keuze 3;
•
Selectie van hoogwaardige lijnen: bepalen welke bestaande OV-lijnen worden opgewaardeerd tot hoogwaardig OV en waar nieuw hoogwaardig OV wordt gerealiseerd, aansprekend voor nieuwe reizigers die nu nog voor de auto kiezen;
•
Investeren in fijnmazige ontsluiting: zetten in op een fijnmazig netwerk dat alle wijken en buurten ontsluit met publieke en actieve mobiliteit. Bestaande OV-lijnen die niet kunnen worden opgewaardeerd tot hoogwaardig OV verdwijnen alleen als er voldoende andere vormen van actieve en publieke mobiliteit beschikbaar zijn die beter aansluiten op de lokale behoefte om snel en eenvoudig op de gewenste bestemming of op een mobiliteitsknooppunt met hoogwaardig OV te komen;
•
Versnellen van hoogwaardig OV: investeren in vrijliggende banen voor snelle trams en metrobuslijnen met een hoge gemiddelde snelheid. Waar dit niet mogelijk is, maken we afspraken met wegbeheerders over aangepaste lijnvoering, onder meer via clustering op hoofdstructuren en het instellen van samenhangende 30 km/u-zones;
•
Stimuleren van gebruik publieke mobiliteit: ontwikkelen samen met vervoerders en publieke/ private partners maatregelen die het gebruik van publieke mobiliteit stimuleren en de betrouwbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid vergroten. Denk aan OV-coaches, jaarabonnementen bij woninghuur of -koop, afspraken met grote publiekstrekkers of evenementen, en regelingen met grote werkgevers.
56 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Mobiliteitsknooppunten De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met regionale partners:
•
Haltes als mobiliteitsknooppunten: verhogen de aantrekkelijkheid van publieke en actieve mobiliteit door haltes op te waarderen tot mobiliteitsknooppunten binnen de corridoraanpak. Zorgen voor een prettig verblijf op knooppunten en naadloze overstap;
•
Selectie en prioritering van knooppunten: bepalen welke bestaande haltes of knooppunten worden opgewaardeerd en waar nieuwe mobiliteitsknooppunten wenselijk of kansrijk zijn. Hoe meer functies en vormen van mobiliteit samenkomen, hoe hoger de prioriteit voor opwaardering;
•
Inrichting van overstaplocaties zonder hoogwaardig OV: bestaande overstaplocaties zonder metro, snelle tram of metrobus worden sober, doelmatig en sociaal veilig ingericht.
Fietsen, lopen & kleinschalig, vraaggestuurd, gedeeld vervoer De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met regionale partners:
•
Toegankelijkheid via actieve en gedeelde mobiliteit: maken publieke en actieve mobiliteit in de hele regio bereikbaar door te investeren in fietsen, lopen, gedeeld vervoer, kleinschalig, vraaggestuurd vervoer, P+R. Per gebiedstype brengen we in kaart welke vormen van actieve en publieke mobiliteit nodig zijn en wat er nodig is om deze af te stemmen op mobiliteitsknooppunten. We koppelen deze aanpak aan de uitwerkingen van de corridoraanpak (keuze 3);
•
Fiets als volwaardig alternatief: stimuleren wegbeheerders om de regionale hoofdverbindingen van het Regionaal Basisnetwerk Fiets te verbeteren, als uitbreiding van het programma ‘Metropolitane fietsroutes’;
•
Samenwerking met werkgevers en maatschappelijke organisaties: vragen het bedrijfsleven om medewerkers te stimuleren met publieke en actieve mobiliteit naar het werk te reizen. We werken hiervoor samen met coöperaties, zorg- en onderwijsinstellingen en recreatiebedrijven. Lokale gemeenschappen en sociale initiatieven, zoals vrijwilligersvervoer, worden actief betrokken. In concessies ontwikkelen we combiarrangementen voor een naadloze reis met publieke mobiliteit.
“T zorg echno tech t vo logis niek or m che de t eer inno oeko gema vatie mst k en is b van veil elan mob ighe grijk ilite id. L . D it b aat it epal de en.” 57 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
5.3 To do-lijst keuze 3 Mobiliteit is het vliegwiel voor ontwikkeling in de regio Corridoraanpak De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met publieke en private partners:
•
Wederkerige afspraken per corridor: maken per corridor afspraken die kansen, toegankelijkheid en welzijn voor inwoners van de metropoolregio versterken. Deze afspraken omvatten een ruimtelijk programma, sociaaleconomische versterking, mobiliteitsoplossingen en flankerend beleid. Waar relevant wordt ook de logistieke opgave meegenomen. De betrokken gemeenten verankeren deze afspraken binnen drie jaar in hun beleid. Hoofdstuk 6 bevat een eerste uitwerking van de aanpak; de bijlage geeft een overzicht van potentiële corridors;
•
Vertaling naar uitvoeringsplannen: vertalen de mobiliteitsopgaven en de ruimtelijke en sociaaleconomische vraagstukken in de corridors naar concrete uitvoeringsplannen. Thematische investeringen nemen zij daarbij mee.
Koppeling ruimtelijk en sociaaleconomische opgaven De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in samenwerking met regionale partners in de regio: Tweejaarlijks overleg per gemeente: elke gemeente initieert eens per twee jaar een gesprek met de Metropoolregio Rotterdam Den Haag over de lokale omgevingsvisie, ruimtelijke plannen en sociaaleconomische opgaven. Samen bepalen we hoe deze worden opgenomen in de corridoraanpak.
“De techn absoluut iek staat voor mensen eneen rol spelen niets. Drones goederen. in het verv gaan ” oer van
•
5.4 To do-lijst keuze 4 Volle inzet op technologie Kennis De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, in samenwerking met kennisinstellingen, vervoerders en marktpartijen:
•
Toegepast technologieprogramma: ontwikkelen een langjarig programma dat kennis, inzicht en overzicht biedt in de toepasbaarheid van technologieën voor onze opgaven, met aandacht voor menselijk gedrag en de acceptatie van nieuwe technologieën door gebruikers;
•
Koplopersgroep: vormen een koplopersgroep van wegbeheerders en vervoerders. Deze groep past technologie toe die bijdraagt aan sociale veiligheid, verkeersveiligheid, systeembenutting en efficiënt beheer en onderhoud;
•
Digitale transitie met reizigers: betrekken reizigers actief bij de digitale transitie. We leggen uit hoe technologie werkt, benoemen de voordelen, staan open voor vragen en bevorderen de acceptatie ervan door gebruikers.
Implementatie De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met vervoerders, de Mainport, Greenports en het bedrijfsleven:
•
Routekaart autonoom rijden: ontwikkelen een routekaart voor de implementatie van autonoom vervoer. Hierin is aandacht voor de benodigde wet- en regelgeving en voor praktijktesten op het wegennet, in samenwerking met wegbeheerders;
•
Ruimte in regelgeving: werken met het Rijk aan ruimte binnen bestaande regels voor nieuwe technologieën, inclusief experimenten met aangepaste veiligheidseisen.
Materieel De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, samen met beheerders:
•
Optimalisatie beheer en onderhoud: verbeteren het beheer, onderhoud en vervanging van infrastructuur en materieel;
•
Betere samenwerking: versterken de samenwerking tussen beheerders om dit gezamenlijk te realiseren.
Autonoom rijden De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag samen met beheerders en partners in de regio werken stapsgewijs toe naar het volgende:
•
Metro en snelle tram: in 2050 rijdt de metro en snelle tram volledig autonoom.
•
Metrobus: in 2030 rijdt de eerste metrobuslijn volledig autonoom. In 2040 is 50% van het metrobusnetwerk autonoom;
•
Kleinschalig vervoer: in 2030 rijdt het eerste vraaggestuurde voertuig volledig autonoom. (weg, water of lucht) In 2040 is 50% van het kleinschalige vervoer autonoom;
•
Mainport en Greenports: in 2040 is 25% van het vervoer van en naar de Mainport en Greenports autonoom. In 2050 is dat 35%.
59 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
‘Dromen, durven en doen. Voor de mensen die hier wonen, werken, leven. MRDH
Aad van der Werf | Strategisch arbeidsmarkt adviseur “We hebben in Nederland echt een sterke Human Capital Agenda nodig, zeker nu automatisering en robotisering steeds meer terrein winnen. Neem in Rotterdam de ParkShuttle. Daar rijdt een transportbusje rond zonder chauffeur. Stel je voor dat we dit soort initiatieven gaan uitbreiden. Dat roept nieuwe vragen op: wie biedt ondersteuning als er iets misgaat? Wie is aansprakelijk of zorgt voor de veiligheid. Hiermee ontstaan nieuwe rollen en taken. We hebben mobiliteits- en city hosts nodig, een beetje zoals stewardessen in de luchtvaart die weten hoe ze moeten handelen als het misgaat. Human Capital zou een onderdeel moeten zijn van elke aanbesteding in het openbaar vervoer. Maar helaas wordt het vaak vergeten. Een voorbeeld waar vergrijzing, tekort aan personeel en hierdoor technische tekortkomingen problemen veroorzaakten was bij de aanbesteding van Qbuzz in Zuid-Holland. Ik heb dit als inwonende van Alphen aan den Rijn zelf meegemaakt. Samenwerkende partijen zoals gemeenten moeten echt meer aandacht besteden aan realistische uitvoering en samenwerking in relatie tot de beschikbaarheid van goed opgeleid personeel.
62 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
En wat betreft arbeidskracht: we komen simpelweg mensen tekort. Het tekort loopt op tot wel een miljoen mensen. Dat zet enorme druk op sectoren als zorg, veiligheid, overheid, onderwijs, transport en techniek. Daarom moeten we bij aanbestedingen inzetten op arbeidsarme vervoertoepassingen. Dat vraagt om creativiteit én realisme. Technologie, infrastructuur en vakbekwaamheid; je moet ze tegelijkertijd oppakken. Het Rotterdamse havengebied en de Haagse regio zijn belangrijke mobiliteitsknooppunten. Je zou denken in deze mobiliteitsregio dat er veel meer animo is voor mobiliteitsstudies, maar de instroom van studenten blijft achter. We zien dat het aantal studenten daalt. Dat is zorgwekkend. Er is dringend behoefte aan een vorm van mobiliteitsacademie die aantrekkelijk is voor studenten. Een plek waar je op elk niveau – van VMBO tot HBO – kunt worden opgeleid. Zo kunnen we de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt dichten en het imago van beroepen in de mobiliteitssector verbeteren.”
5.5 To do-lijst keuze 5 Schouders eronder voor investeringskracht Investeringsagenda De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
• •
•
Procesorganisatie: organiseren het proces voor een regionale investeringsagenda met betrokkenheid van de EU, het Rijk en de Provincie Zuid-Holland; Lobbybasis: stellen samen met regionale partners een investeringsagenda op voor de realisatie van onze ambitie, als basis voor actieve lobby richting Europa, bedrijfsleven en het Rijk, waarbij zij ook ministeries zonder directe mobiliteitstaak betrekken; Publiek-privaat: maken afspraken met private partijen voor gebiedsgerichte investeringen.
Corridorinvesteringen De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
Pakketten: maken per corridor investeringspakketten met publieke en private partijen met ruimtelijke, (sociaal) economische en mobiliteitsbelangen en leggen daarin wederkerige afspraken vast;
•
Rijksafspraken: maken met het Rijk afspraken voor corridorinvesteringen die naast regionale ook Rijksdoelen realiseren;
•
Pilotpositie: maken afspraken over opname van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag als pilot-regio in de landelijke mobiliteitsvisie 2050.
Europese fondsen en financiële kaders De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
EU-fondsen: onderzoeken actief de mogelijkheden om regionale EU-fondsen in te zetten voor de ontwikkeling van de regio en maken een doorvertaling van deze visie die geschikt is voor aanvragen van Europese subsidies en investeringen;
•
Indexering: maken als onderdeel van de actieve lobby meerjarige afspraken over indexering van de BDU22, die ten minste gelijk dient te zijn aan de indexering van andere overheidsbudgetten zoals het gemeentefonds en het provinciefonds.
Nationale mobiliteitsnorm De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
Gelijke standaard: zetten zich in voor het invoeren van een nationale mobiliteitsnorm, vergelijkbaar met die voor defensie, zodat mobiliteit ook in financieel uitdagende tijden structureel onderdeel blijft van maatschappelijke investeringen;
•
Fysieke weerbaarheid: we versterken en investeren in zowel de fysieke infrastructuur als de strategische ruimtelijke keuzes, gericht op het waarborgen van de robuustheid en stabiliteit van de regio. We werken hierbij samen met het Rijk en Provincie Zuid-Holland.
22
Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) is een financiële bijdrage die provincies en stadsregio’s jaarlijks ontvangen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor de uitvoering van verkeers- en vervoersbeleid op lokaal en regionaal niveau.
63 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Investeringen in autonome mobiliteit De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
Technologiemiddelen: investeren financiële middelen in autonome voertuigen, software en andere benodigde technologie;
•
Subsidie-inzet: ondersteunen wegbeheerders via subsidies bij het aanpassen en aanleggen van (slimme) infrastructuur voor autonoom rijden; Datagebruik: delen en benutten data om het mobiliteitssysteem voortdurend te verbeteren.
•
Gedifferentieerde betaling De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
Gebruiksprikkels: verkennen vormen van betalen naar gebruik (tijd en plaats) voor alle infrastructuur, gericht op het stimuleren van publieke en actieve mobiliteit, het sturen op tijd en plaats, het bevorderen van spreiding van reisbewegingen en het beperken van maatschappelijke kosten.
Uitvoeringscapaciteit De samenwerkende gemeenten van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag in relatie met partners in de regio:
•
Regiocapaciteit: kunnen rekenen op ondersteuning van MRDH-Support om in elke gemeente te zorgen voor voldoende uitvoeringscapaciteit wanneer die lokaal ontbreekt.
“Zelfr word ijdend v en. Zo ervoe rg we r zal l dat verde het v r ontw eilig ikkel gebeu d rt.” 64 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
65 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
6. Aanpak in gebieden Onze visie: de juiste ontwikkeling op de juiste plek, rekening houdend met de unieke kwaliteiten, bevolkingsdichtheid, mobiliteitsbehoefte van doelgroepen en functies van elk gebied in de metropoolregio. De corridoraanpak verbindt deze verschillen en wordt hier verder toegelicht, met drie voorbeelden. Afbeelding 7 en de bijlage geeft een overzicht van de potentiële corridors.
Samen corridors uitwerken De Metropoolregio Rotterdam Den Haag, gemeenten en partners verkennen corridors en maken bindende afspraken over mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling en sociaaleconomische opgaven. In het uitvoeringsprogramma dat volgt op deze visie bepalen we wanneer we welke corridors verkennen en uitwerken. Gemeenten kunnen nieuwe corridors voorstellen, wat bestuurlijke en ambtelijke inzet vereist.
r rrido Rijswijk-Nootdorp-co
Ho ek se Lijn -co rrid or
De lft-
w ij
k- D e
lf t - co rri
dor
Oud
rridor nd-co rdra Noo L ij n
o Gr
en eK
ald
e
r - c o r rido
r A l g e r a - c o r rido
id
or
rui sw eg -co rrid or
rk-c St a d i o n pa
orr
orridor Barendrecht-Ridderkerk-c
Maas d e
ors rrid -co a t l e asd Ma
or -corrid E-Lijn
Na
orridor der-c xan Ale
ZoRo -cor rido r
r rido cor
Zuid we stl an d
or rrid -co iZo Le
gsnin Ko
or rrid -co
lta - co
rr
id o
rs
Afbeelding 7: Kaart met potentiële corridors voor gebiedsgerichte uitwerking.
66 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
6.1 Uitwerking per gebiedstype Metropolitaan en hoogstedelijk Hier ligt de grootste verstedelijkingsopgave. Hoogwaardig OV (per rails) en lopen zijn dominant, aangevuld met actieve en deelmobiliteit bij mobiliteitsknooppunten. We investeren in extra railinfrastructuur (metro, tram, metrobussen), hoofdfietsroutes en stallingen om OV- en fietsgebruik te stimuleren.
Stedelijk wonen en werken Verstedelijking verhoogt druk op ruimte en leefkwaliteit. Metro- en R-net-lijnen eindigen hier. We revitaliseren voormalige groeikernen, pakken sociaaleconomische uitdagingen aan en stimuleren deelmobiliteit, terwijl de privéauto nog een rol speelt.
Ruimtelijk wonen en recreëren Rustige gebieden vragen om goede regionale verbindingen. De (elektrische) fiets en privéauto zijn en blijven belangrijk voor iedereen die geen andere keuze heeft. We zetten in op deelmobiliteit, vraaggestuurd OV, P+Rlocaties, (H)OV en bereikbaarheid van natuur en recreatie (kust, polders) via fiets en OV-deelfietscombinaties.
Mainport en Greenports Deze arbeidsintensieve gebieden met verspreide bewoning vragen maatwerk: publieke mobiliteit, deelmobiliteit, fiets en van-pooling voor personenvervoer; efficiënt wegennet en autonoom rijden voor logistiek.
6.2 Corridoraanpak in detail Investeringstypen •
Vervoerskwaliteit: Hoogwaardig OV (trein, metro, tram of metrobussen) met hoge frequentie en kwaliteit.
•
Knooppuntontwikkeling: knooppunten met hoogwaardige faciliteiten (bewaakte stallingen, veilige looproutes, stationspleinen, kiosken, werkplekken) en goede fiets- en wandelverbindingen.
•
Gebiedsontwikkeling: investeringen rond knooppunten in woningen, werklocaties, onderwijs, zorg en recreatie, gericht op ruimtelijke, economische en sociaaleconomische groei, met complementaire functies tussen knooppunten.
Aanpak Via een wederkerige investeringsstrategie dragen Metropoolregio Rotterdam Den Haag, gemeenten, Rijk, EU, provincie en private partijen bij aan:
•
Hoogwaardige knooppuntbediening;
•
Ruimtelijke, economische en sociaaleconomische investeringen rond knooppunten;
•
Omgevingskwaliteit en bereikbaarheid (fiets- en wandelpaden, stallingen, verblijfsplekken);
•
Flankerend beleid (lage parkeernormen, regulering).
67 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
6.3 Voorbeelden van corridors Hieronder lichten we ter illustratie drie corridors toe. Voor meer voorbeelden, zie de bijlagen. Alle corridors zijn erop gericht om de bereikbaarheid te verbeteren passend bij de mobiliteitsbehoefte van de doelgroepen in de corridor, de regio economisch sterker te maken, de leefbaarheid in het gebied te verhogen en sociaaleconomische opgaven aan te pakken.
Maasdelta-corridor Omschrijving: De Maasdelta-corridor verbindt de Mainport met de Greenport en stedelijke gebieden. Fase:
Onderzoek/initiatief.
Ambitie:
De Maasdelta-corridor vormt een kansrijke verbinding tussen Mainport Rotterdam en de noordzijde van de Maas, met veel werkgelegenheid en woonplekken. Aan de noordzijde sluiten de Zuidwestland-corridor (Westland-Den Haag) en Hoeksche Lijn (Rotterdam – Hoek van Holland) aan, met kansen voor woningbouw en voorzieningen. De Maasdeltatunnel kan via een metrobus woonlocaties aan de noordzijde verbinden met werkclusters in het zuiden.
Oude Lijn Omschrijving: De Oude Lijn is een spoorlijn die loopt van Leiden naar Dordrecht. Fase:
MIRT-verkenning.
Ambitie:
Publieke mobiliteit fors verbeteren door vaker te rijden en nieuwe stations te bouwen. Investeren in woningbouw en werkplekken rondom de stations om de regio te versterken. Meer werkgelegenheid en betere voorzieningen creëren om de leefbaarheid te verbeteren.
“De bevolking Autowegen g sgroei maakt het dru minder goed aan vastlopen en ple kker en drukker. k bereikbaar al s de overkheenidworden steeds niet ingrijpt.” 68 |
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
Zuidwestland-corridor Omschrijving: De Zuidwestland-corridor verbindt RandstadRail Zoetermeer - Den Haag via het Westland met de Hoekse Lijn (Hoek van Holland, Maassluis, Vlaardingen, Schiedam) naar Rotterdam.
69 |
Fase:
Onderzoek/initiatief.
Ambitie:
Den Haag pakt sociaaleconomische uitdagingen in zuidwestelijke wijken aan (arbeidsparticipatie, sociale cohesie) en verbetert het tramnetwerk. In Westland en langs de Hoekse Lijn zijn er kansen voor knooppuntontwikkeling en verstedelijking. De ambitie is het versterken van de Zuidwestland-corridor met frequentere, comfortabelere publieke mobiliteit (HOV Maassluis-Naaldwijk-Den Haag), meer woningen en werkplekken, en betere infrastructuur voor verkeersdoorstroming. Mobiliteitshubs ondersteunen voetgangers, fietsers en deelauto’s. We optimaliseren logistieke stromen van en naar Greenport Westland met duurzame transportketens, hubs en snelle verbindingen naar Rotterdamse haven en Schiphol. Investeringen in banen, onderwijs, groen en recreatie verbeteren leefbaarheid en kansen.
Concept-ontwerp mobiliteitsvisie
7. Bijlagen Potentiële corridors Legenda
Zuid we stl an d
r rido cor
Logistieke hoofdwegen
r ido r r -co
gsnin Ko
Globale zoekgebieden woonlocaties, werklocaties en andere voorzieningen rondom logistieke hoofdwegen en HOV-lijnen
r rrido Rijswijk-Nootdorp-co
Na
Ho ek se Lijn -co rrid or
w ij
k- D e
lf t - co rri
dor
r nd-co a r d r Noo