CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

13. 290091 Gedeputeerde Staten Provincie Zuid-Holland inzake Aanbieding onderzoeksrapport 'Roeien met te korte riemen'.pdf

Gemeenteraad AW 29 maart 2021, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken35.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

4

3. Dekkingsmaatregelen begroting 2020 Welke maatregelen namen gemeenten om de begroting 2020 structureel sluitend te krijgen? Gemeenten hebben dekkingsmaatregelen moeten nemen om een structureel sluitende begroting 2020 te kunnen vaststellen. In reactie op de uitvraag hebben 22 gemeenten een opgave gedaan van de in de begroting 2020 verwerkte structurele dekkingsmaatregelen. Het totaalbedrag van de structurele maatregelen in 2020 van de respondenten is ca. € 61 mln. Dit is ongeveer 1% van het begrotingstotaal van de desbetreffende gemeenten. De structurele maatregelen betreffen kostenreductie en verhoging van inkomsten (belastingen, leges, huur etc.). Verder zijn er niet nader te duiden of niet gespecificeerde overige maatregelen genoemd. Deze maatregelen betreffen ca. 18% van de geïnventariseerde maatregelen. Ze kunnen betrekking hebben op diverse beleidsvelden en op zowel kostenreductie als op inkomstenverhoging. Samenvattend levert dit onderstaande beeld op, zie figuur 3, waarbij het aandeel van diverse structurele maatregelen is weergegeven ten opzichte van het totale structurele maatregelenpakket van € 61 mln. Figuur 3, in de begrotingen 2020 verwerkte dekkingsmaatregelen

Om de tekorten te dekken wordt door veel gemeenten gekeken naar de inkomstenkant. Minimaal 30% van de dekkingsmaatregelen betreft verhoging van de baten. Deze post wordt sterk beïnvloed door Rotterdam, waar de ramingen voor parkeerinkomsten zijn toegenomen met ca. € 11,5 mln. Dit is ca. 60% van de totale toename van de baten van alle respondenten. Bij de andere gemeenten zien we dat er wordt toegewerkt naar kostendekkende tarieven voor de lokale heffingen. Opvallend is dat er door geen enkele respondent een verhoging van het OZB-tarief is genoemd. De inventarisatie bevestigt dat de respondenten in eerste instantie bezuinigen op het sociaal domein. Dit maakt minimaal 24% van de dekkingsmaatregelen uit. De inventarisatie biedt onvoldoende informatie over de specifieke maatregelen en wat dat betekent voor de maatschappelijke voorzieningen. Wel kan worden vastgesteld dat er serieuze pogingen worden gedaan om de lasten binnen het sociaal domein terug te dringen. De maatregelen in de bedrijfsvoering betreffen onder andere personeelslasten en organisatiekosten. Sommige respondenten laten prijscompensatie achterwege of passen dit in beperkt maten toe. Hierdoor wordt een taakstelling over de gehele organisatie opgelegd.

5

De maatregelen in het fysieke domein hebben hoofdzakelijk betrekking op beheer en onderhoud. Ook hier is de uitkomst sterk beïnvloed door Rotterdam, waar het budget hiervoor met € 5 mln is verlaagd. Voor het totaal van de resterende gemeenten is dit ongeveer € 1 mln. Naast beheer en onderhoud zijn bij meerdere gemeenten de budgetten voor groen en recreatie en voor verkeer en vervoer verlaagd.

6

4. Nieuwe knelpunten Wat zijn de nieuwe knelpunten ten opzichte van de begroting 2020? De totale toename van de structurele lasten schatten de 32 respondenten in op ca. € 200 mln. Hiervan neemt de grootste gemeente, Rotterdam, ca. € 87 mln voor haar rekening. Bij de overige gemeenten gaat het om gemiddeld ca. € 4 mln per gemeente. Figuur 4, nieuwe knelpunten ten opzichte van de begroting 2020

Het grootste deel van de lastenstijging wordt veroorzaakt door de ontwikkelingen in het sociaal domein. Onderstaande diagram laat zien dat dit vooral komt door jeugdzorg en WMO. Veel gemeenten hebben de lastenstijging in het sociaal domein niet gespecificeerd. Dit is opgenomen onder ‘Algemeen’. Hierin vallen lastenstijgingen binnen alle sub-domeinen van het sociaal domein. Figuur 5, lastenstijging sociaal domein ten opzichte van 2020

7

5. Dekkingsmaatregelen begroting 2021 Tijdens het begrotingsonderzoek 2021 liepen we alle begrotingen van de Zuid-Hollandse gemeenten na op bezuinigingsmaatregelen. Omdat we gemeenten niet wilden lastigvallen met een uitvraag kan het voorkomen dat we sommige maatregelen niet zagen, omdat gemeenten ze niet expliciet benoemden in de begroting. Onze inschatting is dat dit geen significante gevolgen heeft voor het totaalbeeld. Deze inventarisatie beperkt zicht tot nieuwe maatregelen in de begroting 2021. De focus ligt vooral op maatregelen die gevolgen hebben voor het voorzieningenniveau, lokale heffingen en de vermogenspositie van gemeenten. Inzet van begrotingsruimte (structurele exploitatieruimte) en administratieve oplossingen, zoals aanpassen van afschrijvingstermijnen, zijn buiten beschouwing gelaten.

Algemeen beeld Figuur 6 laat zien dat 30 van de 52 Zuid-Hollandse gemeenten (58%) niet in staat zijn gebleken een structureel sluitende begroting 2021 en/of meerjarenraming 2022-2024 vast te stellen. Eén gemeente (Delft) staat onder preventief toezicht, 17 gemeenten stelden een niet structureel sluitende begroting vast en 12 gemeenten hebben een niet structureel sluitende meerjarenraming. Bij de vorige begroting lag dit percentage met 43% aanzienlijk lager. (zie ook Figuur 1) Figuur 6, begrotingsresultaten inclusief bezuinigingsmaatregelen

In de begrotingen 2021 van 40 gemeenten (77%) hebben we bezuinigingsmaatregelen aangetroffen. Bij een aantal van deze gemeenten is alleen sprake van maatregelen die worden genomen door gemeenschappelijke regelingen waar zij in deelnemen. Dit resulteert in lagere deelnemersbijdragen. We zien dit bijvoorbeeld bij deelnemers in de GR DG&J en de GRJR. Delft heeft ervoor gekozen nog geen maatregelen in de begroting op te nemen. Deze gemeente staat met ingang van 1 januari 2021 onder preventief toezicht, in afwachting van een reëel herstelplan. De resterende elf gemeenten waren nog in staat zonder bezuinigingen of belastingverhogingen een structureel sluitende begroting en/of meerjarenraming vast te stellen.

8

Figuur 7, dekkingsmaatregelen naar beleidsveld

We zien in bovenstaande diagram dat de geplande besparingen jaarlijks toenemen. In het algemeen geldt dat ramingen onzekerder worden naarmate ze meer in de toekomst liggen. Het is daarom nog maar te bezien of alle voorgenomen maatregelen op de langere termijn voldoende zijn en daadwerkelijk de beoogde besparingen gaan opleveren. De meeste besparingen worden gevonden in het sociaal domein, waar ook de belangrijkste oorzaak van de tekorten ligt. Inmiddels is uit onderzoek1 gebleken dat de mogelijkheden om daadwerkelijk te besparen op de lasten in het sociaal domein zeer beperkt zijn. De vraag die we ons voor de volgende begrotingsronde moeten stellen is daarom: ‘hoe reëel zijn deze maatregelen eigenlijk?’ Figuur 8, dekkingsmaatregelen 2021 naar beleidsveld

1

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2020Z25509&did=2020D53563

9

Figuur 9, dekkingsmaatregelen 2024 naar beleidsveld

Bovenstaande figuren illustreren dat de besparingen in het sociaal domein de komende jaren sterk toenemen. Vinden gemeenten in 2021 nog 36% van de besparingen in het sociaal domein, in 2024 is dit percentage opgelopen tot 56%. Ook de absolute bedragen nemen flink toe, van ca. €15 mln in 2021 tot meer dan € 40 mln in 2024. Dit komt bovenop in eerdere jaren vastgestelde besparingsmaatregelen (zie Hoofdstuk 3). Het lijkt voor de hand te liggen dat de besparingen in het sociaal domein door de jaren toenemen, omdat de effecten van de transformatie pas op langere termijn zichtbaar worden. Gemeenten moeten daarom op korte termijn teruggrijpen op andere oplossingen, zoals verhoging van de inkomsten, inzetten van reserves en versoberen van voorzieningen.

Maatregelen Sociaal domein Binnen het sociaal domein is jeugdzorg de grootste oorzaak van de tekorten. Gemeenten zoeken naar mogelijkheden om de lasten van de jeugdzorg te beperken. De financiële effecten van de transformatie nemen volgens de ramingen jaarlijks toe. Zoals eerder vermeld geeft onderzoek aan het uitermate onzeker is of gemeenten daadwerkelijk in staat zijn deze voorgenomen besparingen te realiseren. Figuur 10, Maatregelen in het sociaal domein

10

De besparingen in de jeugdzorg vloeien voort uit andere werkwijzen (transformatie). Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen experimenteren met een groot scala aan maatregelen waarvan ze verwachten dat ze op termijn tot lagere lasten zullen leiden. Er is daarbij slechts beperkt sprake van het schrappen of versoberen van jeugdzorgvoorzieningen, wat logisch lijkt, omdat het om een wettelijke taakuitoefening gaat. Hieronder volgt een greep uit de genoemde maatregelen.

• • • • • • • • •

Efficiënter werken, Minder snel en minder zwaar beschikken Inzet van praktijkondersteuner huisartsen / interventie in verwijsgedrag Inzet van expertiseteams Afbakening; wat valt wel en wat valt niet onder jeugdzorg (beleid / maatschappelijke discussie) Toezicht op praktijk van de zorgverlener Omzetten individuele begeleiding naar groep Sturen op uitstroom, niet automatisch verlengen Anders inkopen en contractmanagement.

Bij WMO en participatie zien we dat in beperkte mate wordt bezuinigd op voorzieningen, maar dit levert financieel weinig op. Bij sommige gemeenten gaat het om maatregelen die pas na 2021 worden doorgevoerd. De vraag is of het daadwerkelijk zover zal komen. Mogelijk is er tegen die tijd een andere structurele oplossing voor handen. Het is goed mogelijk dat gemeenten deze maatregelen hebben opgenomen om preventief toezicht te voorkomen. Er kan ook sprake zijn van druk van gemeenten op hun gemeenschappelijke regelingen om de lasten (deelnemersbijdragen) te reduceren. Hieronder volgen een paar voorbeelden van maatregelen. • • • • • • • • • •

Laten vervallen van het project aanpak jeugdwerkloosheid (Albrandswaard). Verlagen bijdragen aan Stichting Welzijn Albrandswaard. Laten vervallen preventielessen verslaving op scholen door Stichting Welzijn Albrandswaard. Versoberen baanbonus (Drechtsteden) Invoeren van een eigen bijdrage voor dagbesteding (Drechtsteden) Stoppen met adviseurs geldzaken (Drechtsteden) Versoberen collectief vervoer voor mensen met een beperking (bijvoorbeeld Drechthopper) Versoberen korting op de Rotterdampas (Maassluis) Verminderen of schrappen loonkostensubsidie (Maassluis) Verminderen of schrappen werkervaringsplaatsen (Maassluis)

Fysiek domein Figuur 11, Dekkingsmaatregelen in het fysieke domein

11

Mobiliteit Twaalf gemeenten bezuinigen op het mobiliteitsbudget. Hieronder vallen wegen, kunstwerken en mobiliteitsbeleid. Figuur 12, Dekkingsmaatregelen bij mobiliteit

De meeste bezuinigingen vinden plaats op het beheer en onderhoud van wegen. Beheerplannen worden aangepast en het onderhoudsniveau verlaagd. Verder wordt binnen het beleidsveld mobiliteit bespaard op verkeersveiligheid, doorstroming en parkeerknelpunten. Tot slot worden er investeringen uit- of afgesteld, wat een besparing oplevert in de kapitaallasten.

Groen en recreatie Vijf gemeenten besparen op de groenvoorziening. Het gaat vooral om versobering van het onderhoudsniveau. De volgende maatregelen worden genoemd: • Omvorming van de beplanting naar goedkoper en eenvoudige beheer • Stoppen met een jaarlijkse rondgang om straatmeubilair recht te zetten. • Verlagen budget voor bestrijding meeuwenoverlast. • Verminderen van het serviceniveau voor meldingen openbare ruimte; gemeente geen schakel meer in de keten. Drie gemeenten bezuinigen op speelplaatsen. Voor een deel betreft het versobering van het onderhoud, maar er zijn ook plannen om openbare waterspeelplaatsen op te heffen. Zeven gemeenten besparen op sport door (huur)tarieven te verhogen en door het schrappen van budget voor investeringen. Een gemeente verhoogt de huur van ondergrond van strandhuisjes en de havengelden. Vastgoed De structurele lasten worden lager door het afstoten van vastgoedobjecten. Dit is ten minste bij vijf gemeenten het geval. Daarnaast versoberen twee gemeenten het onderhoudsniveau van bijvoorbeeld dorpshuizen en het gemeentehuis. Klimaat en energie Zes gemeenten zetten voor klimaat, energie en duurzaamheid gereserveerde middelen in om tekorten in de begroting te dekken. Sommige ambities worden uitgesteld. Het betreft vooral het versoberen of schrappen van subsidies en bijdragen aan het fonds energietransitie.

12

Overige lasten Op de overige beleidsvelden: onderwijs, economie, cultuur en veiligheid, wordt zeer beperkt bezuinigd.

Bedrijfsvoering Personeel Bezuinigingen op personele budgetten lopen op van € 1,5 mln in 2021 naar € 3,3 mln in 2024. De volgende maatregelen worden genoemd: • Verminderen formatie en schrappen functies • Verlagen budget externe inhuur • Beperken opleidingsbudget • Verlagen functieschalen en vermijden toeslagen oudere medewerkers Het verminderen van formatie en externe inhuur kan tot gevolg hebben dat gemeenten minder slagkracht hebben, die nu juist hard nodig is met de grote opgaven die o gemeente afkomen, zoals het realiseren van klimaatdoelstellingen en de komst van de omgevingswet. Overige bedrijfsvoering Binnen de bedrijfsvoering zien we verder een breed scala aan relatief kleine bezuinigingen. Zo proberen gemeenten kosten te reduceren door werkprocessen aan te passen en te digitaliseren. Een gemeente laat de overhead niet meegroeien met de investeringen. Een andere gemeente heeft een taakstelling op contributies, abonnementen en opleidingen, verzekeringen en het directiebudget. Ook wordt bezuinigd op kantoorartikelen. Twee gemeenten besparen door beperking van de openingstijden van de publieksbalie of het stadhuis. Er wordt ook bespaard op ICT en informatiebeheer, of hier wordt juist in geïnvesteerd om besparingen te realiseren door aanpassing van werkprocessen en digitalisering.

Inkomsten De totale lastenverhoging voor burgers en bedrijven is hoger dan hieronder gepresenteerd. Dit komt doordat we bij de inventarisatie alleen keken naar in de begroting 2021 genomen maatregelen. Lastenverzwaringen die al eerder werden vastgesteld zijn niet meegenomen. Bijvoorbeeld, Wassenaar heeft vorig jaar al besloten tot een verhoging van de OZB van 5%. Die verhoging zien we niet terug in dit diagram. Ook de reguliere inflatiecorrectie en stijging van de OZB als gevolg van een hogere gemiddelde WOZ waarde zijn niet meegeteld, omdat dit geen ‘bezuinigingsmaatregelen’ zijn. Figuur 13, Lastenverhogingen

13

OZB Het volgende diagram toont de gemeenten die bij begroting 2021 de tarieven voor de OZB hebben verhoogd. We zien deze maatregel terug in de begroting 2021 van 11 (21%) van de 52 gemeenten. Figuur 14, dekking door extra verhoging OZB

Afvalstoffenheffing Drie gemeenten verhogen de afvalstoffenheffing. Ze maken hiermee gebruik van de mogelijkheid om de heffing kostendekkend te maken. Parkeren Drie gemeenten nemen maatregelen om de parkeeropbrengsten te verhogen, door verhoging van tarieven en uitbreiding van het parkeergebied. Overige belastingen en leges Acht gemeenten verhogen overige belastingen en leges. Dit betreft: • Bouwleges • Grafrechten • Havengelden • Leges voor huwelijk, trouwboekje en uittreksels • Marktgelden • Omgevingsvergunning / WABO • Toeristenbelasting Overige baten • Diverse gemeenten verhogen de tarieven en huur van sportaccommodaties en ander recreatieve voorzieningen (zie ook Groen en Recreatie). • Een gemeente brengt de huur van peuterspeelzalen meer in lijn met de kostprijs. • Een gemeente gaat hogere servicekosten aan gebruikers van diverse accommodaties doorbelasten. • Tot slot zien we dat een gemeente het voornemen heeft de erfpachtinkomsten te verhogen.

Inzet reserves (eigen vermogen) Gemeenten teren al een aantal jaren in op hun reserves. Ook in de begroting 2021 worden reserves (structureel) ingezet om de begroting sluitend te krijgen. Dit is onder bepaalde voorwaarden toegestaan als het kapitaallasten betreft. We zien dat vijf gemeeneten dit instrument in de begroting 2021 inzetten om tot een sluitende begroting te komen. 14

Quick scan

Quick scan financiën gemeenten Zuid-Holland Vijf belangrijke inzichten in knelpunten en financiële positie

Deze quick scan maakt onderdeel uit van een breder onderzoek naar gemeenten in Zuid-Holland. De resultaten hiervan worden in januari 2021 gepubliceerd. In dit onderzoek worden naast de financiële ruimte van gemeenten ook de beleidsruimte van gemeenten en de mogelijkheid voor gemeenten om bij te dragen aan de grote transitieopgaven onderzocht. De quick scan is een eerste tussenrapportage in dit bredere onderzoek.

In deze quick scan vindt u een analyse van de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeenten in Zuid-Holland, van 2018 tot 2020. Grote vraag is natuurlijk: is de financiële positie van de gemeenten in deze periode verbeterd of juist verslechterd? En wat zijn daarvan de oorzaken? In deze scan delen we met u onze belangrijkste bevindingen, op basis van ons onderzoek.

1.

Sociaal domein is met stip de grootste lastenpost ........................3

2.

Werkelijke lasten én baten pakken hoger uit dan begroot..............4

3.

Hoogconjunctuur maskeert stijgende lasten...................................6

4.

Bijplussen en bezuinigen om begroting rond te krijgen.................7

5.

De financiële positie van gemeenten verslechtert...........................9

6.

Verantwoording analyse ................................................................. 11

3

1. Sociaal domein is met stip de grootste lastenpost

2020 Eindtotaal

1139562000 Opvallend en zorgwekkend is de snelle1055678000 lastenstijging van de 1131361000 1090760000 geëscaleerde zorg 18-. Deze ontwikkelingen hebben enorme impact

op de financiën van de gemeenten. 13168891000

13641628000

In twee jaar tijd lastenstijging van 7,5% In de periode van 2018 tot 2020 stegen de totale begrote lasten van de gemeenten in Zuid-Holland van € 12,7 miljard in 2018 naar € 13,6 miljard in 2020, een stijging van bijna € 1,0 miljard (7,5%). Slechts een deel hiervan kan worden verklaard door inflatie: over 2018 en 2019 steeg het algemeen prijsniveau

Figuur 1.

domein een post opgenomen van miljard (ruim 41% van 3244923000 5.0€-5,6 Sport, cultuur en recreatie de totale lasten). In 2018 was dat nog € 5,2 miljard. 16178308000 6.0 - Sociaal Domein 3228535000

3256483000 100%

Verdeling lasten per7.0 hoofdtaakveld - Volksgezondheid en milieu

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke o

39497622000 90%

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing

80%

7.0 - Volksgezondheid en milieu

70%

6.0 - Sociaal Domein

60% 50%

5.0 - Sport, cultuur en recreatie 4.0 - Onderwijs

2018

2019

€ 13,6

40% € 13,2

€14 €12 €10 €8 €6 €4 €2 €0

€ 12,2

Miljarden

met ongeveer 4,3%1.

1389683000 1.0 - Veiligheid Wanneer we de lasten onderverdelen naar BBV-taakvelden, zien 2682526000 2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat we dat een groot deel van het geld wordt ‘opgeslokt’ door het 749711000 3.0 - Economie sociaal domein. In de begroting voor 2020 is voor het sociaal 1949232000 4.0 - Onderwijs

41,3%

voor het sociaal domein ruim 41% uit5352847000 van de totale begroting. 5628203000

0.0 - Bestuur en ondersteuning Sociaal domein 41% van de lasten

40,6%

lastenverzwaring. In de afgelopen jaren maakten de lasten 1077238000 1130506000

Rijlabels

6818221000

41,0%

2019

2319986000 2380280000 Sinds 2015 zijn veel taken in het sociaal domein op het bordje 456148000 488384000 gekomen van de gemeente, zoals jeugdzorg, werk en inkomen 887914000 890581000 en zorg aan langdurig zieken en ouderen. Die taakuitbreiding 230350000 230563000 vertaalt zich voor de gemeenten in Zuid-Holland in een forse 657369000 662789000

3.0 - Economie

30% 20%

2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat

10%

1.0 - Veiligheid

2020

Totale begrote lasten gemeenten in Zuid-Holland.

0%

Figuur 2.

2018

2019

2020

Verdeling lasten per hoofdtaakveld.

Forse lastenstijging geëscaleerde zorg 18Het meeste geld gaat naar de inkomensregelingen (€ 2,0 miljard in 2020). De geëscaleerde zorg 18- laat de grootste lastenstijging zien. Deze post stijgt in de begroting van € 93 miljoen in 2018 naar liefst € 247 miljoen in 2020.

1

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table?ts=1601475627754

4

2. Werkelijke lasten én baten pakken hoger uit dan begroot

hoger dan aanvankelijk begroot. Vooral in het sociaal domein

Opvallende verschillen tussen begroting en werkelijkheid

zien we grote verschillen tussen werkelijke en begrote lasten.

Bij de individuele taakvelden zien we substantiële verschillen

Naast de lasten stegen echter ook de baten. Uiteindelijk was het

tussen het begrote en het uiteindelijk gerealiseerde netto

saldo op de jaarrekening minder negatief dan in de begroting.

lasten. Vooral op het vlak van maatwerkdienstverlening is zijn

In de jaren 2018 en 2019 zijn de werkelijke lasten van gemeenten

de verschillen groot. Voor maatwerkdienstverlening 18- is het

Saldo negatief, maar beter dan begroot

verschil tussen de begrote en uiteindelijke netto lasten ongeveer

In de figuren hebben we de totale gemeentelijke lasten in de

€ 221 miljoen! Voor maatwerkdienstverlening 18+ bedraagt het

jaarrekening afgezet tegen de begrote lasten voor de jaren 2018

verschil € 75 miljoen.

en 2019. Wat opvalt is dat de totale gemeentelijke lasten, zowel in 2018 als in 2019, aanmerkelijk hoger uitvielen dan begroot. Dit geldt echter ook voor de baten. Het saldo van baten en lasten (voor mutaties reserves en resultaat van de rekening) pakte zowel voor 2018 als voor 2019 negatief uit, maar wel veel minder negatief dan voor beide jaren was begroot. Dit wordt

Baten 2018

Baten 2019

Miljarden

€0 -€100 -€200 -€300 -€400 -€500 -€600

Figuur 4.

€ 13,5

€ 13,2

Lasten 2018 Lasten 2019

Begroting

Figuur 3.

€ 13,4

€ 12,7

€ 13,4

€ 12,9

€ 13,2

€14 €12 €10 €8 €6 €4 €2 €0

€ 12,2

Miljarden

duidelijk uit de onderste afbeelding.

Jaarrekening

Baten en lasten 2018 en 2019

-€ 235

-€ 511

-€ 154 -€ 310 Begroting

2018 Saldo begroting versus jaarrekening

Jaarrekening

2019

Quick scan financiën gemeenten Zuid-Holland | Vijf belangrijke inzichten in knelpunten en financiële positie

5

Verschil saldo jaarrekening en begroting per taakveld 0.7 Algemene uitkeringen en overige ui.. 0.8 Overige baten en lasten 6.3 Inkomensregelingen 0.5 Treasury 8.3 Wonen en bouwen

Som van Lasten

6.82 Geescaleerde zorg 18-

Rijlabels

2.1 Verkeer en vervoer

0.0 - Bestuur en ondersteuning

6.81 Geescaleerde zorg 18+

1.0 - Veiligheid

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat

0.63 Parkeerbelasting

3.0 - Economie

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie

4.0 - Onderwijs

5.0 - Sport, cultuur en recreatie

6.2 Wijkteams

6.0 - Sociaal Domein

0.2 Burgerzaken

7.0 - Volksgezondheid en milieu

0.4 Overhead

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke

7.1 Volksgezondheid

Eindtotaal

7.3 Afval

delijke vernieuwing

0.1 Bestuur 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

-€ 250

-€ 150

-€ 50

€ 50

€ 150

Miljoenen Figuur 5.

Verschil netto lasten jaarrekening en begroting 2019 per taakveld.

100% 90% 80%

Meevallers compenseren deels stijgende uitgaven

70%

De fors hogere uitgaven in het sociaal domein worden deels

60%

gecompenseerd door extra inkomsten bij andere taakvelden.

50%

De uitkering uit het gemeentefonds was bijvoorbeeld € 144

40%

miljoen hoger dan verwacht. Zo kon het gebeuren dat de netto

30%

lasten op de jaarrekening voor het sociaal domein in 2019

20%

€ 154 miljoen lager uitkwamen dan begroot, terwijl de netto

10%

lasten op de jaarrekening voor bestuur en ondersteuning € 234 miljoen hoger uitvielen.

Aandeel lasten sociaal domein in 2019 hoger dan in 2018 We schetsten hiervoor al dat het sociaal domein een zware wissel trekt op de gemeentelijke begroting. De lasten voor het sociaal domein beslaan een veel groter deel van de totale lasten dan verwacht. Bij de jaarrekening van 2019 zijn de lasten voor het sociaal domein 41,8% van de totale lasten, begroot was 40,7%. In 2018 was het relatieve aandeel van de lasten voor het sociaal domein bij de jaarrekening nog minder (40,7%) dan begroot (41,0%).

0%

40,7%

41,8%

Begroting

Jaarrekening

8.0 - Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 7.0 - Volksgezondheid en milieu 6.0 - Sociaal Domein 5.0 - Sport, cultuur en recreatie 4.0 - Onderwijs 3.0 - Economie 2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat 1.0 - Veiligheid 0.0 - Bestuur en ondersteuning

Figuur 6.

Verdeling lasten over hoofdtaakvelden - Begroting versus jaarrekening 2019

6

3. Hoogconjunctuur maskeert stijgende lasten

De onverwachte lastenstijging is deels gecompenseerd door extra

Positieve netto lasten inkomensregelingen krikken resultaat op

inkomsten uit ‘Inkomensregelingen’. Dankzij de lage werkloosheid

In 2019 waren de netto lasten voor het sociaal domein op de

was het saldo op bijstandsuitkeringen in 2019 hoger dan

jaarrekening € 154 miljoen negatiever dan begroot. Wanneer

De uitgaven op het sociaal domein zijn in 2019 sterk onderschat.

verwacht. De economische bloei maskeerde op deze manier de

Periode Nederland Zuid-Holland Column1 tekorten. 6,8 2016 Q1 7,6 2016 Q2 6,2 7,2 2016 Q3 5,6 6,9 2016 Q4 2017 Q1 2017 Q2 2017 Q3 2017 Q4 2018 Q1 2018 Q2 2018 Q3 2018 Q4 2019 Q1 2019 Q2 2019 Q3 2019 Q4 2020 Q1 2020 Q2

Periode 2016 Q1 2016 Q2 2016 Q3

5,4 6,1 6.3 Inkomensregelingen 5,6 6,5 6.82 Geescaleerde zorg 185 5,8 6.81 4,5Geescaleerde zorg 18+ 5 4,3 4,6 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 4,4 4,8 6.4 Begeleide participatie 3,9 4,1 6.5 Arbeidsparticipatie 3,6 4

2016 Q4 2017 Q1 2017 Q2 2017 Q3 2017 Q4 2018 Q1 2018 Q2 2018 Q3

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 3,5 4

3,7 4,4 6.2 Wijkteams 3,3 3,6 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 3,2 3,6 6.72 Maatwerkdienstverlening 183,3 4 3,3 3,5 -€ 250 3,8 4,1

-€ 200

we in datzelfde jaar naar de individuele taakvelden kijken, zien

Nederland we voor het taakveld inkomensregelingen met € 73 miljoen 6,8% 6,2% juist een positiever resultaat dan verwacht. 5,6%

2018 Q4 2019 Q1 2019 Q2 2019 Q3 2019 Q4 2020 Q1 -€ 150 -€ 100 2020 Q2

5,4% 5,6% 5,0% 4,5% 4,3% 4,4% 3,9% 3,6% 3,5% 3,7% 3,3% 3,2% 3,3% 3,3% -€ 50 3,8%

https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-arbeidsmarkt/werklozen/werkloosheid-naa Figuur 7. Verschil netto lasten jaarrekening en begroting 2019 per taakveld Werkloosheid sinds 2017

€0

€ 50

€ 100

Miljoenen

Hypothese:

8,0% 7,0%

Het taakveld inkomensregelingen bestaat uit uitkeringen aan bijstandsgerechtigden en is te koppelen aan het werkloosheidscijfer. We denken dan ook dat de verwachte stijging van de werkloosheid in 2020 en 2021 de lasten van het sociaal domein verder zal opdrijven. Hierdoor komt de financiële positie van de gemeenten sterk onder druk te staan.

6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0%

2016 2016 2016 2016 2017 2017 2017 2017 2018 2018 2018 2018 2019 2019 2019 2019 2020 2020 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Nederland

Figuur 8.

Zuid-Holland

Werkloosheidpercentage van de beroepsbevolking 2016-2020

Quick scan financiën gemeenten Zuid-Holland | Vijf belangrijke inzichten in knelpunten en financiële positie

7

4. Bijplussen en bezuinigen om begroting rond te krijgen

Daarnaast hebben gemeenten de overige inkomsten verhoogd.

moeten stijgen. Een hogere uitkering uit het Gemeentefonds kan

Gemeenten begroten hogere inkomsten op treasury, OZB niet-

hieraan een bijdrage leveren. Daarnaast hebben gemeenten zelf

woningen, parkeerbelasting en ‘overige belastingen’.

een aantal ‘knoppen’ om aan te draaien. Denk bijvoorbeeld aan

De begroting doet vermoeden dat gemeenten de belastingen

het verhogen van gemeentelijke belastingen, het bezuinigen op

willen opschroeven om het financiële plaatje sluitend te krijgen.

gemeentelijke taken, of het aanspreken van reserves om tekorten

Deze hypothese onderzoeken we verder in het vervolg van deze

aan te vullen.

studie.

Uitkering uit Gemeentefonds neemt toe De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste inkomstenbron. In de begrotingen van de gemeenten in Zuid-Holland stijgt de totale bijdrage uit het Gemeentefonds van € 6,3 miljard in 2018 naar € 7,1 miljard in 2020; een stijging van 12,6%. Hierbij moet opgemerkt worden dat een deel van de uitkering van het

Miljarden

51,7%

52,6%

52,2%

€ 12

€0

2018

€ 12,9

€ 7,1

€2

€ 6,7

€ 12,2

€4

€ 6,3

€6

€ 13,5

€ 10 €8

2019

Baten Gemeentefonds

€ 2.000

€ 1.800 € 1.600 € 1.400

€ 1.200 € 1.000

€ 600

Baten gemeentefonds t.o.v. totale baten

€ 14

Baten gemeentelijke belastingen

€ 800

Gemeentefonds incidentele middelen betreft. € 16

Miljoenen

Wanneer de lasten steeds verder toenemen, zullen ook de baten

2020

60,0%

€ 400

50,0%

€ 200

40,0%

€0

30,0% 20,0%

10,0% 0,0%

2018

2019

2020

0.5 Treasury

0.61 OZB woningen

0.62 OZB niet-woningen

0.63 Parkeerbelasting

0.64 Belastingen overig

0.8 Overige baten en lasten

Figuur 10. Baten gemeentelijke belastingen

Baten Totaal

Baten gemeentefonds (%)

Figuur 9.

Baten Gemeentefonds ten opzichte van totale baten.

Hypothese:

Hogere belastingen om tekorten aan te vullen Kijken we naar de procentuele verdeling van de baten, dan zien we dat het aandeel Gemeentefonds licht is toegenomen. In 2020 kwam 52,6% van alle inkomsten uit het Gemeentefonds. In 2018 was dat 51,7%.

De maatregelen die gemeenten nemen om meer inkomsten te verkrijgen, zijn geen structurele oplossing. Je kunt belastingen niet blijven verhogen. Op de lange termijn zullen gemeenten daardoor interen op hun eigen vermogen.

Quick scan financiën gemeenten Zuid-Holland | Vijf belangrijke inzichten in knelpunten en financiële positie

8

Bezuinigen op andere taken

Daarnaast blijkt uit deze figuur dat de taakvelden met stijgende

Gemeenten kunnen hun begroting ook in balans brengen

lasten een groter effect hebben op de totale begroting.

door te bezuinigen op taken buiten het sociaal domein. We

In absolute zin wordt er op overhead (+€ 170 miljoen),

zien voor de periode 2018-2020 voorgenomen bezuinigen

geëscaleerde zorg 18- (+€ 154 miljoen) en beheer overige

op: sportbeleid en activering (€ 54 miljoen) en op fysieke

gebouwen en gronden (+€ 117 miljoen) fors meer begroot in

bedrijfsinfrastructuur (€ 38 miljoen). Op openbaar

2020 dan in 2018.

basisonderwijs wordt procentueel het meest bezuinigd (€ 30 miljoen, 77,5%). Wanneer gemeenten op deze taken bezuinigen, komt er geld vrij voor andere taken.

€ 200

200%

€ 150

150%

€ 100

100%

€ 50

50%

€0

0%

-€ 50

-50%

-€ 100

-100%

Verandering Lasten t.o.v. 2018

gedaald van € 6,1 miljard naar € 5,3 miljard (-12,2%). In diezelfde periode nam de totale omvang van de balans van de gemeenten juist licht toe: van € 18,7 miljard naar € 18,9 miljard (+1,2%). Gemeenten financierden in de periode 2018-2019 dus een groter deel van hun bezittingen met vreemd vermogen. Dat betekent voor de gemeenten in Zuid-Holland een hogere schuldenlast.

2017

€ 5,3

vermogen van gemeenten in Zuid-Holland in twee jaar tijd is

€ 18,7

het eigen vermogen. Deze grafiek laat zien dat het totale eigen

€20 €18 €16 €14 €12 €10 €8 €6 €4 €2 €0

€ 5,8

Als laatste middel kunnen gemeenten tekorten aanvullen uit

Miljarden

Inzet reserves zorgt voor daling eigen vermogen

€ 18,9

Verandering lasten begroting (2020 ten opzichte van 2018).

€ 18,7

Figuur 11.

Procentuele verandering lasten t.o.v. 2018

€ 6,1

Miljoenen

Verandering lasten begroting (2020 t.o.v. 2018)

2018 Eigen vermogen

2019 Activa

Figuur 12. Ontwikkeling Activa en eigen vermogen.

9

5. De financiële positie van gemeenten verslechtert

Gemeenten in Zuid-Holland hebben in 2018 en 2019 op alle mogelijke manieren de toenemende lasten gecompenseerd. Dat deden ze deels met extra inkomsten uit het Gemeentefonds, maar ook door gemeentelijke belastingen te verhogen en door te bezuinigen op andere taken. Ook spraken ze de eigen reserves aan waardoor hun vermogenspositie verslechterde. Een groter deel van de bezittingen wordt nu gefinancierd met vreemd vermogen. Bij een kwart van de gemeenten in Zuid-Holland is de solvabiliteit gedaald tot onder de kritieke grens van 20%. Voor hen wordt het lastiger om langlopende schulden af te lossen.

Solvabiliteitsratio: vermogen om schulden af te lossen

Figuur 13. Solvabiliteit (gewogen naar Activa in 2018).

De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. De ratio voorspelt in hoeverre je op lange termijn je schulden kunt aflossen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten2 hanteert

Hypothese:

signaalwaarden van 20% en 0% voor de solvabiliteit.

Gemiddelde solvabiliteit daalt Bij een signaalwaarde van 20% heeft de gemeente een hoge schuldbelasting van het bezit. Bij een negatieve solvabiliteitsratio is de waarde van de schulden groter dan de waarde van de bezittingen. Uit de grafiek blijkt dat de gemiddelde solvabiliteit van de Zuid-Hollandse gemeenten samen (op basis van de bezittingen in 2018) daalde van 32,6% in 2017 naar 28,4% in 2019. De programmabegrotingen laten een verdere daling zien naar 26,1% in 2022.

2

https://vng.nl/sites/default/files/2020-03/handleiding-houdbaarheidstest-gemeentefinancien-2020.pdf)

Gemeenten komen middelen tekort om stijgende lasten structureel op te vangen. Wanneer gemeenten niet de financiële ruimte krijgen die zij structureel nodig hebben, zal de financiële positie sterk verslechteren.

10

Quick scan financiën gemeenten Zuid-Holland | Vijf belangrijke inzichten in knelpunten en financiële positie

Voor steeds meer gemeenten licht op oranje Hoewel de gemiddelde solvabiliteit van de gemeenten nog boven de 20% zit, staat het licht voor steeds meer gemeenten op oranje: elf gemeenten doken in 2019 onder een solvabiliteitsratio van 20%. In 2017 en 2018 waren dit nog slechts zeven gemeenten.

Figuur 13. Solvabiliteit van Zuid-Hollandse gemeenten in 2019.

11

6. Verantwoording analyse

De analyse in deze quick scan is gebaseerd op Iv3-gegevens

We hebben de betrouwbaarheid van de data steekproefsgewijs

(Informatie voor derden) 2e plaatsing die gemeenten

gecontroleerd. Hiervoor vergeleken we de jaarrekeningen en

aanleveren bij het CBS. Deze gegevens zijn gebundeld in

begrotingen van een aantal gemeenten met de gegevens in de

de databank Financiën Decentrale Overheden en bevatten

databank. We vonden slechts enkele kleine verschillen tussen

informatie uit begrotingen en jaarrekeningen. Aanvullend

de gemeentestukken en de databank, voor ons het bewijs dat de

hebben we informatie uit programmabegrotingen van

beschikbare gegevens betrouwbaar zijn.

gemeenten en CBS-gegevens over werkloosheidscijfers gebruikt. Met behulp van de bovenstaande bronnen zijn de volgende gegevens geanalyseerd: •

baten en lasten van gemeenten per BBV-taakveld voor de jaren 2018-2020 (CBS);

•

activa en solvabiliteit van gemeenten voor de jaren 2017-2019 (CBS) en 2020-2023 (Programmabegrotingen gemeenten);

•

werkloosheidscijfers van Nederland en de provincie Zuid-Holland voor de jaren 2016-2020 (CBS).

Gedeputeerde Staten Contact

Jaap Smit Floor Vermeulen Postadres Provinciehuis

Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum

Aan de ministerraad, T.a.v. de minister-president, de heer drs. M. Rutte

25 juni 2020 Bijlagen

3

Onderwerp

Financiële situatie gemeenten Geachte heer Rutte, De ernst van de maatschappelijke crisis die het Corona-virus ons heeft gebracht vraagt het uiterste van ons improviserend, communicerend en handelend vermogen. Niet alleen van ons als overheden, maar ook van onze inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. Zoals u steeds helder benadrukt, is dit een klus die we alleen samen kunnen klaren. Wij hebben grote waardering voor de wijze waarop uw kabinet ons land in de afgelopen maanden door deze zware tijden heeft geloodst. Er is echter sprake van een knelpunt dat in toenemende mate onze aandacht eist. En dat is de financiële situatie van onze gemeenten.

Bezoekadres

Zuid-Hollandse gemeenten luiden indringend de noodklok over hun financiële situatie. In open brieven aan de Vereniging van Nederlandse gemeenten hebben 14 gemeenten in Zuid-HollandZuid en de gemeente Krimpenerwaard mede namens 5 gemeenten in Midden-Holland hun zorgen welsprekend verwoord. Een aantal gemeenten – onder meer vanuit Haaglanden - bereidt momenteel gelijkluidende brieven voor.

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Tram 9 en de buslijnen 90, 385 en 386 stoppen dichtbij het

Als Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland scharen wij ons achter de inhoud van deze brieven, waar wij dringend uw aandacht voor vragen (de brieven zijn als bijlage bijgevoegd). Onze gemeenten voorzien dat zij voor 2021 nog slechts tot een sluitende begroting kunnen komen door bezuinigingen door te voeren op voor hun – en dus onze – inwoners cruciale basisvoorzieningen.

provinciehuis. Vanaf station Den Haag CS is het tien minuten lopen. De parkeerruimte voor auto’s is beperkt.

Ruim een half jaar geleden (13 november 2019) hebben wij al schriftelijk aan de bewindslieden van VWS en BZK onze zorgen kenbaar gemaakt over de structurele tekorten waarmee onze gemeenten worden geconfronteerd in het sociaal domein, met name de jeugdzorg en de WMO. Wij hebben de ministers opgeroepen het beoogde onderzoek naar deze tekorten te versnellen. Onderzoeksresultaten die pas in dit najaar worden verwacht, bieden onze gemeenten immers geen enkel soelaas bij het opstellen van hun begroting voor 2021. Wij constateren dat deze brieven vooralsnog onbeantwoord zijn gebleven.

PZH-2020-744052912 dd. 23-06-2020

En nu, ruim een half jaar later, is daar de Coronacrisis bovenop gekomen. Uw kabinet heeft aangegeven de gemeenten dit jaar te willen compenseren voor financiële tegenvallers die daaruit resulteren. Wij hebben kennis genomen van de kamerbrief van 22 juni jl. van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – mede namens de staatssecretaris van Financiën. Daarin worden maatregelen herhaald om gemeenten incidenteel te compenseren voor tegenvallers, zowel als gevolg van de Coronacrisis als op het terrein van het sociaal domein. Uiteraard zijn wij erkentelijk voor de in de brief vermelde maatregelen. In de brief wordt ook aangegeven dat ten aanzien van de structurele tekorten van gemeenten nog veel onzekerheid bestaat en voldoende informatie ontbreekt. Daarbij wordt ook gewezen op genoemd onderzoek waarvan de resultaten pas later dit jaar bekend worden. Als gevolg hiervan zullen de zorgen van onze gemeenten – dat zij dit jaar geen sluitende begroting kunnen presenteren zonder maatschappelijk onacceptabele bezuinigingen door te voeren – niet zijn weggenomen. De in de kamerbrief genoemde maatregelen waren immers al goeddeels bekend toen de gemeenten hun brandbrieven schreven.

Zowel vanuit onze rol als hoeder van de kwaliteit van het openbaar bestuur op ons grondgebied als vanuit onze rol als toezichthouder op de financiën van de gemeenten doen wij een dringend beroep op u om tijdig, ruimhartig en afdoende maatregelen te nemen om onze gemeenten in staat te stellen tekorten die zij buiten hun schuld oplopen volledig te dekken. Deze maatregelen zouden niet slechts een incidenteel karakter moeten hebben, maar de gemeenten een structureel meerjarenperspectief moeten bieden. Voor zover nodig geven wij daarbij nog enkele argumenten in overweging. De tekorten waar gemeenten in het sociaal domein mee worden geconfronteerd, hebben goeddeels een onvermijdelijk en structureel karakter. De uitvoering van deze taken is immers vanuit medebewind in steeds strakkere regelgeving verankerd, georganiseerd via deels opgelegde samenwerkingsverbanden en gestuurd vanuit een groeiend volume. Wij hebben vorig jaar al waargenomen dat gemeenten deze tekorten vaak alleen nog kunnen compenseren binnen de vrije ruimte die zij wél hebben, en dat betreft dan hun autonome lokale basisvoorzieningen. Wij hebben in onze brief van november al voorbeelden genoemd. Voorzieningen als bibliotheken, verenigingen, sportclubs en sportterreinen, schoolgebouwen, de leefbaarheid van de openbare ruimte zijn juist in deze tijden voor lokale gemeenschappen van cruciaal belang.

Voorkomen moet worden dat onze gemeenten nu worden gedwongen deze voorzieningen af te breken. Het feit – in bovengenoemde brief van 22 juni vermeld – dat slechts een beperkt aantal gemeenten afgelopen jaar onder verscherpt financieel toezicht heeft gestaan, heeft in dit opzicht al grote offers gekost. Wij zijn van oordeel dat deze situatie zich dit najaar niet nogmaals moet voordoen. Als gezamenlijke overheden hebben we de urgentie benoemd van transitie-opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie en de overgang naar een duurzame en circulaire economie. Zowel uw departementen als wij provincies hebben de gemeenten daarbij dringend nodig. Bijna altijd is hun medewerking vereist, soms zijn zij zelf als eerste aan zet. Vermeden moet worden dat deze opgaven niet verder kunnen worden gebracht omdat de gemeenten het zich niet kunnen veroorloven om mee te doen.

2/4

PZH-2020-744052912 dd. 23-06-2020

Graag roepen wij hier de 1-overheidsgedachte in herinnering. De Studiegroep Financiële en Bestuurlijke Verhoudingen heeft over dit onderwerp in opdracht van uw minister van BZK een belangwekkend tussenrapport gepubliceerd. Het rapport heeft als titel “Nederland heeft één overheid nodig” en laat zien dat nog forse stappen nodig zijn om daadwerkelijk als één saamhorige overheid te kunnen acteren. De Nederlandse Bank voorziet dat in deze tijden van diepe economische neergang het voorlopig aan de overheid zal zijn om te fungeren als motor van de Nederlandse economie. Juist deze rol zullen we samen moeten oppakken. De overheidsinspanningen moeten met elkaar in balans zijn en elkaar versterken. Vermeden moet worden dat een deel van de overheid – de rijksoverheid en enkele provincies – kunnen gaan geven, terwijl onze gemeenten moeten gaan nemen (omdat zij ingrijpend moeten bezuinigen). De rol die de Nederlandse Bank voor ons weggelegd ziet, zullen we met zijn allen moeten kunnen oppakken. Daarbij zij voor de goede orde aangetekend dat ook wij als provincie Zuid-Holland nauwelijks financiële ruimte hebben en helaas niet in staat zijn onze gemeenten in dit opzicht soelaas te bieden.

Indien tijdige en ruimhartige maatregelen van uw kabinet uitblijven om onze gemeenten structureel meer financieel perspectief te bieden, voorzien wij op basis van de brieven van onze gemeenten en onze eigen waarnemingen, dat veel gemeenten er dit najaar buiten hun schuld niet in gaan slagen tot een sluitende begroting te komen. In dat geval moeten wij bezien hoe wij onze rol als financieel toezichthouder zinvol kunnen uitoefenen. Wij zullen in die gevallen onze gemeenten zo veel mogelijk beleidsvrijheid geven naar eigen inzicht te handelen. Onverminderd zullen wij hen met raad en daad bijstaan, maar een strikt technische uitvoering van verscherpt (“preventief”) toezicht door de provincie zou dan tot ongewenste situaties kunnen leiden. Wij zijn momenteel naarstig op zoek naar opties om de begrotingsvoorschriften voor onze gemeenten zo reëel en soepel mogelijk te maken. Daarbij hebben wij diverse mogelijkheden in beeld, die binnen het bestaande wettelijk kader en de afspraken daarover nu niet kunnen worden gerealiseerd. Het kan zijn dat wij – uiteraard na goede afstemming met onze collega-provincies en het ministerie van BZK – er uiteindelijk voor kiezen tegen de grenzen van het wettelijk medebewind aan te schuren.

Het uitgangspunt in onze Grondwet dat gemeenten – net als provincies – een autonome bestuurslaag met een open huishouding vormen, nodigt wel uit tot enige interpretatieruimte. Wij hebben het afgelopen jaar met gepaste bewondering gezien hoe vrijwel al onze gemeenten er met het nodige kunst- en vliegwerk in zijn geslaagd tot een sluitende begroting te komen. Wij doen een dringend beroep op u om te vermijden dat zij dit najaar in de situatie komen dat hen dit in alle redelijkheid niet meer kán lukken. Nu – meer dan ooit – heeft ons land één saamhorige en elkaar steunende overheid nodig. In het belang van onze inwoners. Daarbij spreken wij graag ons onverminderd vertrouwen uit in uw regering en in uw bereidheid deze oproep ter harte te nemen. Uiteraard gaan wij graag met de betrokken ministers het gesprek aan om de inhoud van deze brief nader toe te lichten. Een afschrift van deze brief sturen wij aan: De leden van Provinciale Staten - De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

3/4

PZH-2020-744052912 dd. 23-06-2020

-

De staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst De Tweede Kamer der Staten-Generaal De 52 gemeentebesturen van Zuid-Holland De Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten De Vereniging van Nederlandse Gemeenten Het Interprovinciaal Overleg De Unie van Waterschappen

Hoogachtend,

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris, voorzitter,

drs. H.M.M. Koek

drs. J. Smit

Bijlagen: Brief van 14 gemeenten Zuid-Holland-Zuid aan de VNG d.d. 14-05-2020 Brief van de gemeente Krimpenerwaard aan de VNG d.d. 08-06-2020 Brief van GS Zuid-Holland aan minister De Jonge d.d. 12-11-2019

4/4

PZH-2020-744052912 dd. 23-06-2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3316/documents/24382