CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

11. 2025-062480 Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2026.pdf

Gemeenteraad AW 15 december 2025, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken34.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Pagina 15 van 29

2.6.3

2.6.4

2.6.4.1 2.6.5 2.6.5.1 Artikel 2.7

onverminderd het bepaalde in artikel 2.6a bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 1.506,70 voor een bouwactiviteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit): 1,53% van de bouwkosten, met een minimum van € 1.459,00 en een maximum van: € 420.000,00 voor een andere bouwactiviteit die in strijd is met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplan activiteit): 1,53% van de bouwkosten, met een minimum van € 1.459,00 en een maximum van: € 420.000,00 Slopen van een bouwwerk

2.7.1

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 506,30

2.7.2

voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 506,30

2.7.3

€ 1.548,10

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 2.8

Monumenten 2.8.1 2.8.1.1

2.8.1.2

2.8.1.3 2.8.1.4 2.8.1.5 2.8.1.6

2.8.2 2.8.3

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op: a. een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument; b. een activiteit waarvoor in de omgevingsverordening is bepaald dat het verrichten daarvan zonder omgevingsvergunning is verboden als die activiteit betrekking heeft op een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument, c. een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet; bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder gemeentelijk monument respectievelijk voorbeschermd gemeentelijk monument ook verstaan een monument of archeologisch monument dat op grond van de Monumentenverordening

Albrandswaard is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:

€ 491,60 € 491,60 € 491,60

Pagina 16 van 29

2.8.3.1

a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functieaanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Beschermd stads- of dorpsgezicht

2.8.3.2

2.9 2.9.1

2.9.2

2.10 2.10.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in de omgevingsverordening, het omgevingsplan in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit], bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven.

Overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8 en 2.9 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

€ 491,60

€ 491,60

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten 2.11

Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

2.11.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,

2.12 2.12.1

€ 3.565,00

€ 3.565,00

Pagina 17 van 29

2.13 2.13.1

2.14 2.14.1

2.15 2.15.1

2.16 2.16.1

2.17 2.17.1

aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de

paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het

bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11

€ 3.565,00

€ 3.565,00

€ 3.565,00

€ 3.565,00

€ 3.565,00

Pagina 18 van 29

2.18 2.18.1

2.19 2.19.1

2.19.2

2.19.3

2.19.3.1 2.19.3.2

van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Samenloop van milieubelastende activiteiten Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. Als bij de toepassing van de artikelen 2.11 tot en met 2.19 sprake is van een project bestaande uit meerdere milieubelastende activiteiten geldt in afwijking van de in die artikelen genoemde tarieven de volgende tariefstelling: voor een aanvraag voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: voor een aanvraag voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit:

€ 3.565,00

€ 2.970,90 € 2.376,70

Paragraaf 2.6 Overige activiteiten 2.20 2.20.1

2.21 2.21.1

Aanleggen of veranderen weg (uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet, artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit of artikel 22.278 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Kappen van bomen of vellen van houtopstanden Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4.11 Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd

€ 83,00

€ 67,90

Pagina 19 van 29

het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten Opslag van roerende zaken

2.22 2.22.1

2.22.2 2.22.3

2.23 2.23.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken,: als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: Andere activiteiten

€ 83,00

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt in voorkomend geval verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van de omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Als een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.23.2

€ 83,00

€ 84,90

Paragraaf 2.7 Maatwerkvoorschriften 2.24 2.24.1 2.24.2 2.24.3

Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouwactiviteit, bedraagt het tarief: voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

2.24.7

1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift:

€ 265,30

2.24.8

in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift:

€ 265,30

2.24.4 2.24.5 2.24.6

2.25 2.25.1

Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

Pagina 20 van 29

2.25.1.1 2.25.1.2

2.25.1.3

2.25.1.4

2.25.1.5

2.25.2

2.26 2.26.1

één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: vijf tot tien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: tien tot vijftien milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: vijftien of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, in afwijking van artikel 2.3, tweede lid: Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

€ 3.565,00

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.24 en 2.25, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift:

€ 265,30

€ 3.565,00 € 3.565,00 € 3.565,00 € 3.565,00 € 3.565,00

Paragraaf 2.8 Gelijkwaardigheid 2.27 2.27.1

Gelijkwaardige maatregel

2.27.1.1

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: een bouwactiviteit, bedraagt het tarief:

€ 0,00

2.27.1.2

een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief:

€ 0,00

2.27.1.3

een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:

€ 0,00

2.27.1.4

een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief:

€ 0,00

Paragraaf 2.9 Overige tarieven 2.28

Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

2.28.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: Wijzigen omgevingsvergunning

2.29 2.29.1 2.30 2.30.1 2.31

€ 530,60

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning: Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

€ 530,60

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: Intrekken omgevingsvergunning

€ 530,60

Pagina 21 van 29

2.31.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.45 van toepassing is: Beoordeling onderzoeksrapporten

2.32 2.32.1

De in artikel 2.37 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. Niet genoemd besluit op aanvraag

2.33 2.33.1

€ 100,80

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan:

€ 100,80

Paragraaf 2.10 Modaliteiten 2.34

Gereserveerd

2.35

Achteraf ingediende aanvraag

2.35.1

2.36 2.36.1

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.7 verschuldigde leges verhoogd met: Uitgebreide voorbereidingsprocedure

10%

2.36.2

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: als sprake is van een milieubelastende activiteit:

€ 0,00

2.36.3

als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit:

€ 0,00

2.36.4

als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b:

€ 0,00

2.37 2.37.1

2.37.2 2.37.3

2.37.4 2.37.5 2.37.6 2.37.7 2.37.8 2.37.9

Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 598,10

voor het toetsen, opstellen en beoordelen door BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam) voor de volgende werkzaamheden bedragen de tarieven: het toetsen van een aanvraag archeologievergunning:

€ 326,70

het opstellen van nader archeologisch advies voor bouwplannen, ruimtelijke plannen en aanlegvergunningen: het beoordelen van rapportages van een archeologisch onderzoek:

€ 326,70

het opstellen van een Programma van Eisen voor archeologisch onderzoek: het beoordelen/toetsen van een Programma van Eisen:

€ 1.275,00

€ 780,70

€ 637,40

het beoordelen van offertes, aanbesteding, controle veldwerk (boringen/proefsleuven), rapport en selectieadvies inclusief het toezenden van de beoordeling en voorstel voor een selectiebesluit aan de gemeente:

€ 637,40

Pagina 22 van 29

2.37.10

2.37.13

het verzorgen van een archeologieparagraaf in (de ruimtelijke onderbouwing van) een Omgevingsplan of projectbesluit: voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluidof luchtbelasting: voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:

2.37.14

voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):

€ 0,00

2.37.15

voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Advies

€ 0,00

2.37.11 2.37.12

2.38 2.38.1

2.38.1.1 2.38.1.2

2.38.1.2.1

2.38.1.2.5

De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00

2.38.1.3

2.38.1.3.1

voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: Indien de bouwkosten minder bedragen dan € 25.000:

2.38.1.3.3

indien de bouwkosten € 25.000 tot € 2.000.000 van de bouwkosten bedragen: indien de bouwkosten meer bedragen dan € 2.000.000

2.38.1.3.4

De tarieven in dit onderdeel worden naar boven afgerond op € 5,00

2.38.1.3.2

2.38.1.4 2.38.2

2.38.2.1

€ 0,00 € 0,00

€ 405,70 voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Albrandswaard 2021 dat betrekking heeft op de redelijke eisen van welstand bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet: Indien de bouwkosten minder bedragen dan € 50.000: € 100,00

2.38.1.2.4

2.38.1.2.3

€ 0,00

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: voor een advies van de gemeenteraad:

indien de bouwkosten meer dan € 50.000 bedragen: 0,20% over de bouwkosten tot € 2.000.000: over de bouwkosten van € 2.000.000 tot € 6.000.000: € 4.000,00 plus 0,05% over de bouwkosten van € 2.000.000 tot € 6.000.000: indien de bouwkosten meer bedragen dan € 6.000.000: € 6.000,00

2.38.1.2.2

€ 2.039,00

€ 0,00 € 0,00 € 0,00

voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen 2.38.1.1 tot en met 2.38.1.3.3: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Pagina 23 van 29

2.39 2.39.1

2.39.1.1

2.39.2

2.39.2.1

Instemming Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

Paragraaf 2.11 Vermindering 2.40 2.40.1

2.40.1.1 2.40.1.2 2.40.1.3

Vermindering bij meervoudige aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.10. De vermindering bedraagt: bij 5 tot 10 activiteiten: 2% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; bij 10 tot 15 activiteiten: 3% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; bij 15 of meer activiteiten: 5% van de voor die activiteiten verschuldigde leges.

Paragraaf 2.12 Teruggaaf 2.41

Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

2.41.1

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

2.41.1.1 2.42 2.42.1

Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:

Pagina 24 van 29

2.42.1.1 2.43 2.43.1

2.43.1.1 2.43.1.1.1 2.43.1.2 2.43.1.2.1 2.43.1.3 2.43.1.3.1 2.44 2.44.1

2.44.1.1 2.44.1.1.1 2.44.1.2 2.44.1.2.1 2.44.1.3 2.44.1.3.1 2.45 2.45.1

25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 40% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 30% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 40% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 30% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend

Pagina 25 van 29

2.45.1.1 2.46 2.46.1

2.46.1.1 2.46.2

2.47 2.47.1

2.48 2.48.1

binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 25% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.11. Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan 100,00 wordt niet teruggegeven.

Pagina 26 van 29

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 Horeca 3.1

Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.

b.

3.2

een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, van de Algemene plaatselijke verordening: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

€ 344,60 € 35,20

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a. b.

c.

d.

e. f.

een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Alcoholwet: Indien dit samengaat met een ontheffing van de sluitingstijd worden hier geen leges voor in rekening gebracht. een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet.: Indien dit samengaat met een wijziging op de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening worden geen leges in rekening gebracht. een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet: Indien dit samengaat met een bijschrijving van een beheerder op de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28i en artikel 3:15 van de Algemene plaatselijke verordening worden geen leges in rekening gebracht. een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: aanvraag tot het wijzigen van de gegevens in de exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2:28 of 2:79b van de Algemene plaatselijke verordening:

€ 342,20 € 35,20

€ 145,20

€ 145,20

€ 34,30 € 145,20

Paragraaf 3.2 Gereserveerd 3.3

gereserveerd

3.4

gereserveerd

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet 3.5

Ontheffing winkeltijden

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:

€ 84,20

Pagina 27 van 29

b.

een wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:

€ 84,20

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 3.6.

Organiseren evenement

3.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: een A-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder b van de APV: een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie met commercieel winstoogmerk: een B- of C-evenement zoals beschreven in artikel 2:24 lid 3 onder c en d door een persoon of organisatie voor een ideeel doel: gereserveerd

a. b. c.

nihil € 242,20 nihil

Paragraaf 3.5 Standplaatsen 3.8

gereserveerd

3.9

gereserveerd 3.10

Losse standplaatsen € 38,10

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening: Het tarief voor het innemen van een standplaats (anders dan Emmastraat) met een verkoopwagen of eenheid: voor een halve dag:

2.

voor een hele dag:

€ 38,10

c. 1.

Het tarief voor het innemen van een standplaats met een verkoopwagen of eenheid op dinsdagen Emmastraat Poortugaal: tot en met 8m2, per dag:

€ 8,20

2.

van 9 tot en met 12 m2, per dag:

€ 10,40

3.

van 13 tot en met 16 m2, per dag:

€ 16,30

4.

van 17 tot en met 20 m2 per dag:

€ 22,50

5.

tot en met 8m2, per dag, per jaar: (52 x € 8,30):

€ 431,60

6.

van 9 tot en met 12 m2, per jaar: (52 x € 10,30):

€ 535,60

7.

van 13 tot en met 16 m2, per jaar: (52 x € 16,30):

€ 847,60

8.

van 17 tot en met 20 m2 per jaar (52 x € 22,50):

€ 1.170,00

d.

Het tarief voor het innemen van een seizoenstandplaats:

1.

Voor het innemen van een seizoenstandplaats met een kraam bedraagt het tarief per maand: Voor het innemen van een seizoenstandplaats met een verkoopwagen bedraagt het tarief per maand:

a.

b.

2.

€ 23,90

€ 111,30 € 227,30

Pagina 28 van 29

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 3.11 gereserveerd 3.12

gereserveerd

3.13

gereserveerd

3.14

gereserveerd

3.15

gereserveerd

3.16

gereserveerd

3.17

gereserveerd

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit 3.18 Objecten op openbare weg: € 11,70

1.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het plaatsen van een object op de openbare weg: Het tarief voor het gebruik van de openbare weg voor het plaatsen van een object, per object: per dag:

2.

per week:

€ 50,30

3.

per maand:

€ 142,00

4.

per jaar:

€ 282,30

a.

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een opname in het Landelijke Register Kinderopvang van: een kindercentrum of gastouderbureau:

b.

een voorziening voor gastouderopvang:

€ 343,20

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:

€ 36,40

a.

b.

3.19

3.20

€ 36,30

€ 1.374,90

Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Tarieventabel leges 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Dit besluit wordt aangehaald als “Tarieventabel legesverordening 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 15 december 2025. de griffier,

de voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Cees Pille

Pagina 29 van 29

Verordening Onderwerp: Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026

Gemeenteraad: 15 december 2025 Commissie: B&A Welzijn 1 december 2025

Zaaknummer: 2025-062480

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder: - begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen Rhoon en Poortugaal; - eigen graf: een particulier graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; - algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; - eigen urnengraf: een particulier graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; - urnennis: een algemene ruimte in een urnenmuur bij de gemeente in beheer, waarin een Rechthebbende gelegenheid wordt gegeven tot het doen bijzetten van een of meer asbussen met of zonder urnen; - asbus: een bus ter berging van as van een overledene; - urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; - buitengewone uren: uren die niet liggen: - tussen 09.00 en 16.00 uur op werkdagen; en - tussen 09.00 en 14.00 uur op zaterdagen.

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst

wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 6 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag. 2. Andere rechten als die bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.

De onderhoudsrechten, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. 2.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht 1. De 'Verordening Lijkbezorgingsrechten 2025' van 16 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening Lijkbezorgingsrechten 2026'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 15 december 2025.

de griffier,

de voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Cees Pille

Tarieventabel lijkbezorgingsrechten 2026 behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten (particuliere graven) 1.1 Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven: 1.1.1 voor een particulier graf in Poortugaal en Rhoon (1 diep) voor een periode van 20 jaar 1.1.2 voor een particulier graf in Poortugaal en Rhoon (1 diep) voor onbepaalde tijd 1.1.3 voor een particulier dubbel graf in Poortugaal en Rhoon (1 diep) voor een periode van 20 jaar 1.1.4 voor een particulier dubbel graf in Poortugaal (1 diep) voor onbepaalde tijd 1.1.5 voor een particulier graf in Rhoon (2 diep) voor een periode van 20 jaar 1.1.6 voor een particulier graf in Rhoon (2 diep) voor onbepaalde tijd 1.1.7 voor een particulier foetusgraf voor een periode van 80 jaar 1.1.8 voor een particulier kindergraf voor een periode van 80 jaar 1.1.9 voor een particulier foetus of kindergraf voor en periode van 80 jaar voor rechthebbenden volgens artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2021 inwoners Albrandswaard 1.2 Voor het verlengen van uitsluitend recht op een particulier graf wordt geheven: 1.2.1 voor een particulier graf (1 diep) voor 1.2.1.1 periode van 5 jaar 1.2.1.2 periode van 10 jaar 1.2.1.3 periode van 20 jaar 1.2.2 Voor een particulier dubbel graf (1 diep) voor: 1.2.2.1 periode van 5 jaar 1.2.2.2 periode

van 10 jaar 1.2.2.3 periode van 20 jaar 1.2.3 Voor een particulier graf en grafkelder in Rhoon (2 diep) voor 1.2.3.1 periode van 5 jaar 1.2.3.2 periode van 10 jaar 1.2.3.3 periode van 20 jaar Hoofdstuk 2: Uitgifte algemene graven 2.1 Voor het ter beschikking stellen van een algemeen graf voor een periode van 15 jaar (Rhoon grafkelder 2 diep, Poortugaal zandgraf 1diep) wordt geheven: 2.1.1 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven voor een algemeen graf voor een periode van 15 jaar 2.1.2 Inschrijving register Hoofdstuk 3: Begraven 3.1 Voor het begraven van een lijk worden de volgende rechten geheven: 3.1.1 van een persoon vanaf 18 jaar 3.1.2 van een foetus of kind tot 1 jaar 3.1.3 van een kind tussen 1 en 18 jaar 3.1.4 van een kind beneden 18 jaar welk wordt begraven in een particulier graf, particulier foetus- of kindergraf waarvan de rechthebbende is ingeschreven

€ 1.900,00 € 6.149,00 € 3.725,00 € 12.135,00 € 3.725,00 € 12.135,00 € 957,00 € 3.847,00

nihil

€ 475,00 € 950,00 € 1.900,00 € 931,00 € 1.862,00 € 3.725,00 € 931,00 € 1.862,00 € 3.725,00 € 930,00 € 1.732,50 € 80,00

€ 1.450,00 € 645,00 € 960,00 nihil

in de Gemeente Albrandswaard, conform artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2021" Hoofdstuk 4 Overige heffingen 4.1 Voor het begraven op buitengewone uren wordt het tarief bedoeld in 3.1.1 tot en met 3.1.3 als volgt verhoogd: 4.1.1 Zaterdag tot 12.00 uur 4.1.2 Zaterdag na 12.00 uur 4.1.3 Zon- en feestdagen (alleen in uitzonderlijke gevallen) 4.1.4 Maandag tot en met vrijdag na 16.00 uur 4.1.5 Voor het luiden van de klok wordt geheven per kwartier 4.1.6 Voor het gebruik van de geluidsinstallatie wordt geheven per begrafenis 4.2 Voor het inschrijven en overboeken van particulieren graven en urnennissen: 4.2.1 Inschrijving register 4.2.2 Overboeking particuliergraf Hoofdstuk 5 Asbestemming 5.1 Voor het verlenen van het recht op een asbestemming wordt geheven bij uitgifte: 5.1.1 van een urnengraf, 2 urnen voor een periode van 10 jaar 5.1.2 van een urnengraf, 2 urnen voor een periode van 20 jaar 5.1.3 van een urnnennis/urnenmuur/urnenzuil voor een periode van 10 jaar 5.1.4 van een urnnennis/urnenmuur/urnenzuil voor een periode van 20 jaar 5.1.5 van een urnentuin plek, 2 urnen voor een periode van 10 jaar 5.1.6 van een urnentuin plek, 2 urnen voor een periode van 20 jaar 5.2 Voor het verlengen van het recht op een asbestemming wordt geheven: 5.2.1 Urnengraf, 2 urnen 5.2.1.1 periode van 5 jaar 5.2.1.2 periode van 10 jaar 5.2.1.3 periode van 20 jaar

5.2.2 Urnennis/muur/zuil, 2 urnen 5.2.2.1 periode van 5 jaar 5.2.2.2 periode van 10 jaar 5.2.2.3 periode van 20 jaar 5.2.3 Urnentuin, 2 urnen 5.2.3.1 periode van 5 jaar 5.2.3.2 periode van 10 jaar 5.2.3.3 periode van 20 jaar 5.3 Voor het plaatsen of bijzetten van asbus of urn worden de volgende rechten geheven: 5.3.1 In een urnennis/Muur/Zuil 5.3.2 In een urnengraf/ urnentuin 5.3.3 In een particulier graf 5.3.4 In de urnentuin

€ 560,00 € 660,00 € 760,00 € 195,00 € 20,00 € 50,00 € 80,00 € 15,00

€ 664,00 € 1.328,00 € 770,00 € 1.560,00 € 770,00 € 1.560,00 € 332,00 € 665,00 € 1.328,00 € 385,00 € 770,00 € 1.560,00 € 380,00 € 760,00 € 1.500,00 € 220,00 € 420,00 € 420,00 € 200,00

Hoofdstuk 6 Onderhoudskosten begraafplaats en grafbedekking particuliere graven 6.1 Voor het door of vanwege de gemeente onderhouden van de begraafplaats wordt geheven 6.1.1 Voor een particulier graf voor een periode van 5 jaar (Rhoon 2 persoons) € 1.155,00 6.1.2 voor een particulier graf voor een periode van 10 jaar (Rhoon 2 persoons) € 2.310,00

6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7 6.1.8 6.1.9 6.1.10 6.1.11 6.1.12 6.1.13 6.1.14 6.1.15 6.1.15a 6.1.15b 6.1.16 6.1.17 6.1.18 6.1.19

6.1.20 6.1.21 6.1.22

6.1.22a

6.1.23

voor een particulier graf voor een periode van 20 jaar (Rhoon 2 persoons) voor een particulier graf voor een periode van 5 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 persoons) voor een particulier graf voor een periode van 10 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 persoons) voor een particulier graf voor een periode van 20 jaar (Poortugaal en Rhoon 1 persoons) voor een particulier dubbel graf voor een periode van 5 jaar (Poortugaal 1 diep) voor een particulier dubbelgr af voor een periode van 10 jaar (Poortugaal 1 diep) voor een particulier dubbel graf voor een periode van 20 jaar (Poortugaal 1 diep) voor een particulier urnengraf voor een periode van 5 jaar voor een particulier urnengraf voor een periode van 10 jaar voor een particulier urnengraf voor een periode van 20 jaar voor een particuliere urnennis/muur/zuil voor een periode van 5 jaar voor een particuliere urnennis/muur/zuil voor een periode van 10 jaar voor een particuliere urnennis/muur/zuil voor een periode van 20 jaar voor een part urnentuin 10 jaar voor een part.

Urnentuin 20 jaar voor een particulier graf voor onbepaalde tijd voor een particulier kindergraf voor een periode van 80 jaar voor een particulier foetusgraf voor een periode van 80 jaar voor een particulier foetus of kindergraf waarvan de rechthebbende is ingeschreven in de Gemeente Albrandswaard, conform artikel 16.13 van de "Verordening algemene begraafplaatsen Albrandswaard 2020" Onderhoudskosten per jaargraf 2 diep (via heffing). Voor graven waar al voor 2021 jaarlijks onderhoudskosten werden betaald Onderhoudskosten per jaar graf 1 diep (via heffing). Voor graven waar al voor 2021 jaarlijks onderhoudskosten werden betaald Onderhoudskosten per jaar (via heffing) voor een dubbel graf (Poortugaal 1 diep). Voor graven waar al voor 2021 jaarlijks onderhoudskosten werden betaald Onderhoudskosten per jaar (via heffing) voor een dubbel graf (Poortugaal 1 diep). Voor graven waar al voor 2021 jaarlijks onderhoudskosten werden betaald voor een particulier graf voor onbepaalde tijd, onderhoud monument

Hoofdstuk 7 Vergunning gedenkteken 7.1 Voor het verlenen van een vergunning voor het hebben van gedenkteken wordt geheven Hoofdstuk 8 Opgraven, herbegraven, verstrooien en ruimen 8.1 Voor het opgraven van een stoffelijk overschot, ten behoeve van herbegraven of crematie wordt geheven: 8.1.1 Voor het opgraven van een stoffelijk overschot of overblijfselen van een stoffelijk overschot t.b.v. Crematie of herbegraven elders 8.1.2 Voor het schudden van het graf wordt geheven 8.1.3 Voor het na opgraven vanuit algemeen graf herbegraven op dezelfde begraafplaats. 8.1.4 Ter beschikking stellen kist voor na opgraving.

€ 4.620,00 € 577,50 € 1.155,00 € 2.310,00 € 1.155,00 € 2.310,00 € 4.620,00 € 290,00 € 580,00 € 1.160,00 € 125,00 € 250,00 € 500,00 € 415,00 € 830,00 € 7.500,00 € 4.620,00 € 980,00

nihil € 115,50 € 115,50 € 230,00 € 115,50 € 5.000,00

€ 88,00

€ 1.240,00 € 1.334,00 € 2.685,00 € 330,00

8.2 8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4 8.3 8.3.1 8.3.2 8.4

Voor het opgraven of verwijderen van een asbus wordt geheven uit een particulier graf uit een particulier urnengraf uit een particuliere urnennis uit een urnentuin Voor het verstrooien van as wordt per asbus geheven: op een verstrooiingsplaats in een particulier graf Herdenkingsplaatje op herdenkingszuil, voor 10 jaar

€ 412,00 € 412,00 € 100,00 € 100,00 € 155,00 € 346,50 € 220,00

Inwerkingtreding en citeertitel 1. De tarieventabel lijkbezorgingsrechten 2025 van 16 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze tarieventabel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Dit besluit wordt aangehaald als “Tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 15 december 2025. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Cees Pille

Verordening Onderwerp: Verordening Rioolheffing 2026

Gemeenteraad: 15 december 2025 Commissie: B&A Welzijn 1 december 2025

Zaaknummer: 2025-062480

De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede verstaan een open water; c. onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen; d. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. e. garagebox: een overdekte en afsluitbare ruimte bedoeld voor het stallen van een auto (WOZobjectcode 1700),

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Pagina 1 van 4

Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel; Artikel 5 Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen die in zelfstandig gebruik zijn als berging (WOZobjectcode 1730) of garagebox (WOZ-objectcode 1700). Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.

In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel 7 Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd: a. tot en met 500 m³ per jaar met dien verstande dat aan een volgens de gemeentelijke basisadministratie alleenwonende gebruiker van een perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd vermindering wordt verleend van 25% van het in dit lid genoemde tarief. b. per m³ boven de 500 m³ tot en met 1500 m³; c.

per m³ boven de 1500 m³ tot en met 2500 m³ d. per m³ boven de 2500 m³ tot en met 5000 m³

€ 309,12 € 1,77 € 1,64 € 1,51

Pagina 2 van 4

e. f.

per m³ boven de 5000 m³. Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht

€ 1,39

Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.

In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening rioolheffing 2025’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2026'.

Pagina 3 van 4

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 15 december 2025. De griffier,

De voorzitter,

drs. Leendert Groenenboom

drs. Cees Pille

Pagina 4 van 4

Verordening Onderwerp: Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2026

Gemeenteraad: 15 december 2025

Zaaknummer: 2025-062480

Commissie: B&A Welzijn 1 december 2025 De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op artikel 255 van de Gemeentewet, artikel 26 van de Invorderingswet 1990, de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 en de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden; overwegende dat het gewenst is om regels te stellen voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen;

BESLUIT: Vast te stellen de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2026 Artikel 1. Voor kwijtschelding in aanmerking komende gemeentelijke belastingen en heffingen Bij de invordering van de volgende belastingen en heffingen kan kwijtschelding verleend worden van de volgende belastingen en heffingen: • • •

de onroerende-zaakbelastingen; de rioolheffing; de afvalstoffenheffing voor het vast recht, zoals bedoeld in de onderdelen 1.1, 1.2 en 1.3 van de tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026.

Artikel 2. Berekeningswijze kosten van bestaan Bij de kwijtschelding van de belastingen en heffingen, zoals bedoel in artikel 1, wordt in afwijking van artikel 16, eerste en tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vastgesteld op 100 percent. Artikel 3. Extra toegestane financiële middelen In afwijking van artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt het totale bedrag aan financiële middelen, bedoeld in dat onderdeel, verhoogd met: a. het maximumbedrag genoemd in artikel 4, onder a van de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden voor de belastingschuldige en zijn echtgenoot, b. 75% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande, en c. 90% van het bedrag genoemd onder a voor een alleenstaande ouder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3764/documents/34851