11. 2025-062480 Raadsvoorstel Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2026.pdf
Tekst van het document
Voorstel Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en -tarieven 2026
College van burgemeester en wethouders 11 november 2025
Portefeuillehouder Mario Bianchi Opsteller: Djodikromo Kamidie
Geadviseerd besluit 1. De volgende verordeningen en tarieventabellen vast te stellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2026; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2026; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2026; • Verordening en tarieventabel Leges 2026; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2026; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026.
Zaaknummer 2025-062480
Openbaar
Raadsvoorstel Inleiding Elk jaar stelt de gemeenteraad de belastingtarieven en -regels vast. De voorstellen die we u nu voorleggen sluiten aan bij de opbrengsten die in de begroting 2026 zijn geraamd. Beoogd effect Met het vaststellen van de belastingverordeningen 2026 ontstaat de wettelijke grondslag voor het realiseren van de in de begroting 2026 opgenomen opbrengsten uit gemeentelijke belastingen. Hierdoor kunnen leges en belastingen vanaf 1 januari 2026 rechtmatig worden geheven. Argumenten 1.1 Actualisatie op basis van wet- en regelgeving De belastingverordeningen zijn aangepast aan de meest recente wet- en regelgeving. Hiervoor is gebruikgemaakt van de VNG-modelverordeningen gemeentelijke belastingen. 1.2 Tarieven afgestemd op de programmabegroting 2026 De voorgestelde belastingtarieven sluiten in hoofdlijnen aan bij de geraamde opbrengsten in de programmabegroting 2026. Na het opstellen van de programmabegroting wordt voorgesteld de afvalstoffenheffing met de prijsindex van 2,1% te indexeren. 1.3 Oude verordeningen vervallen bij vaststelling nieuwe Met de vaststelling van de nieuwe belastingverordeningen en tarieventabellen komen de regelingen van eerdere jaren te vervallen. Oud maakt plaats voor nieuw.
Indexering van (belasting)tarieven en heffingen In de Voorjaarsnota 2026 zijn de kaders opgenomen die gelden ten aanzien van de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing geldt als uitgangspunt kostendekkende tarieven met of zonder inzet van voorzieningen. Voor onroerende zaakbelastingen en leges wordt als uitgangspunt gehanteerd 3% stijging, waarbij voor leges tevens geldt dat het maximaal kostendekkend mag zijn. Per belastingsoort geven we u hierna een overzicht van en toelichting op de voorgestelde tarieven voor 2026. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de raming van de OZB-opbrengst in 2026 is uitgegaan van een algemene stijging van 3% ten opzichte van 2025. Voor niet-woningen geldt daarbovenop een al eerder vastgestelde verhoging van 2% en een eenmalige extra verhoging van 1,5%. In totaal stijgt de opbrengst uit niet-woningen daarmee met 6,5%. Inclusief de uitbreiding van het areaal wordt de totale OZB-opbrengst voor 2026 geraamd op € 8.768.000. OZB-tarieven 2026 Uitgaande van de hiervoor genoemde OZB-opbrengst en de door SVHW verwachte waardestijging inclusief areaaluitbreiding worden de volgende tarieven ter vaststelling voorgesteld. 2025 2026 Eigenaren woningen 0,1023% 0,0959% Eigenaren niet-woningen 0,3991% 0,4167% Gebruikers niet-woningen 0,3325% 0,3456%
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is bedoeld ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. In de paragraaf Lokale heffingen van de programmabegroting 2026 is een kostenonderbouwing van de tarieven voor de afvalstoffenheffing opgenomen. Tarieven afvalstoffenheffing 2026 De ter vaststelling voorgestelde tarieven blijven op hetzelfde niveau als vorig jaar en zien er als volgt uit: Vaste tarieven 2025 2026
2/6
Eenpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Variabele (Diftar) tarieven Per lediging van een minicontainer bestemd voor Plastic, Blik, Drankkartons (PMD) en restafval Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een opening geschikt voor een 60-liter afvalzak) Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een opening geschikt voor een 30-liter afvalzak) Inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m³ per keer) Inzamelen van grof tuinafval, per aanvraag (max. 3 m³ per keer) Extra of vervanging mini-container Kostbaarheden uit de ondergrondse container halen Nieuwe afvalpas
257,04 334,08 353,04
262,44 341,04 360,48
4,90
5,00
1,23
1,26
0,62
0,63
40,00
40,00
20,00 75,00 75,00 20,00
20,00 75,00 75,00 20,00
Invoering van reinigingsrecht voor bedrijfsafval met ingang van 2026 Met ingang van 2026 wordt aan kleine bedrijven en ondernemers de mogelijkheid geboden om gebruik te maken van de gemeentelijke inzameldienst voor de afvoer van bedrijfsafval dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afval. Voorwaarde is dat het afval qua aard, samenstelling en omvang overeenkomt met dat van een meerpersoonshuishouden. Voor deze dienstverlening worden reinigingsrechten geheven. Deze ondernemers kunnen – net als huishoudens – gebruikmaken van de gemeentelijke inzamelvoorzieningen en betalen daarvoor een vast tarief (gelijk aan dat van een meerpersoonshuishouden, exclusief btw) en een variabel tarief per aanbieding/klepbeweging. Hiervoor is in de tarieventabel hoofdstuk 3, Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten, toegevoegd. Met dit systeem wordt illegaal gebruik van containers tegengegaan, ontstaat een eerlijkere kostenverdeling en kan beter gestuurd worden op afvalscheiding en een schone openbare ruimte.
Rioolheffing De opbrengst uit de rioolheffing is bedoeld om de kosten te dekken van noodzakelijke maatregelen voor een doelmatig functionerend rioolstelsel, evenals andere voorzieningen voor de afvoer van grond- en hemelwater. Tarieven rioolheffing 2026 Voor het belastingjaar 2026 stijgen de vast te stellen tarieven ten opzichte van 2025 met 2% en zien er als volgt uit: Soort huishouden 2025 2026 Eenpersoonshuishouden 227,04 231,84 Meerpersoonshuishouden 302,76 309,12
Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Rhoon en Poortugaal worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De afgelopen jaren zijn door inflatie en gestegen prijzen de onderhoudskosten op de begraafplaats flink toegenomen. De onderhoudstarieven bij het uitgeven van graven zijn de laatste jaren echter nauwelijks mee gegaan in deze prijsstijging en komen nu voor
3/6
rekening van de gemeente. Om een meer kostendekkend tarief te hanteren en de begraafplaatsen meer in lijn te brengen met de werkelijk te maken kosten worden de onderhoudstarieven verhoogd. Leges, overige heffingen en retributies Daar waar wettelijke tarieven voor bepaalde leges van toepassing zijn, worden deze wettelijke tarieven gehanteerd. Indien kan worden volstaan met een verhoging van de tarieven met de inflatiecorrectie van 3% is dit toegepast. Bij de afronding van de legesbedragen wordt de landelijke richtlijn gevolgd door af te ronden op 10 eurocent naar boven. Heffing, inning en kwijtschelding gemeentelijke belastingen Het SVHW heeft voor de deelnemende gemeenten knelpunten geïnventariseerd bij de heffing en inning van belastingen en voorgesteld om de verordening onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing aan te passen. Dit voorstel is door het Algemeen Bestuur van SVHW aangenomen. De aanpassing houdt in dat per 1 januari 2026 het minimumbedrag voor aanslagen en ontheffingen van € 9,00 wordt afgeschaft. Hierdoor komen ook bedragen lager dan € 9,00 in aanmerking voor teruggaaf of inning. Dit vereenvoudigt de uitvoering, vermindert fouten en bevordert duidelijkheid en rechtvaardigheid, zonder effect op de geraamde belastinginkomsten. Het kwijtscheldingsbeleid blijft in 2026 ongewijzigd.
Minima die daarvoor in aanmerking komen ontvangen volledige kwijtschelding voor de vaste tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Overleg gevoerd met Portefeuillehouder, financieel en juridisch adviseurs, SVHW en de collega's van de betrokken vakafdelingen. Kanttekeningen 1.2 Tarieven sluiten niet aan op ons uitgangspunt uit de voorjaarsnota waarin wordt verwezen naar het kostendekkend zijn van de tarieven. Hoewel als uitgangspunt in de voorjaarsnota is opgenomen dat de tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend zijn, is dat momenteel nog niet het geval. Uitvoering/vervolgstappen De besluiten worden bekendgemaakt en gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. De vastgestelde tarieven en verordeningen worden vervolgens ter uitvoering doorgestuurd naar het SVHW. Financiën De voorgestelde belastingtarieven zijn berekend op basis van de geraamde opbrengsten in de vastgestelde begroting 2026. Inclusiviteitstoets Niet van toepassing Communicatie/participatie na besluitvorming Niet van toepassing
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Verordening onroerende zaakbelasting 2026 Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2026 Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2026 Verordening en tarieventabel Leges 2026 Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2026 Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026 Overzicht belangrijkste tarieven 2025 - 2026 Overzicht tarieven leges 2025 - 2026
4/6
9. Overzicht tarieven lijkbezorgingsrechten 2025 - 2026
5/6
CONCEPT RAADSBESLUIT Onderwerp: Vaststelling belastingverordeningen en tarieven 2026
Gemeenteraad: 15 december 2025
Zaaknummer:
De raad van de gemeente Albrandswaard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 11 november 2025, gelet op
;
BESLUIT: 1. De volgende verordeningen en tarieventabellen vast te stellen: • Verordening Onroerende zaakbelastingen 2026; • Verordening en tarieventabel Afvalstoffenheffing 2026; • Verordening en tarieventabel Rioolheffing 2026; • Verordening en tarieventabel Leges 2026; • Verordening en tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2026; • Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026.
6/6
Verordening Onderwerp: Verordening Afvalstoffenheffing 2026
Gemeenteraad: 15 december 2025 Commissie: B&A Welzijn 1 december 2025
zaaknummer: 2025-062480
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
BESLUIT: Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten.
Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; b. bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van kleine bedrijven en instellingen.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening, en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt:
Pagina 1 van 7
a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 5 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Artikel 6 Reductie heffing bij onvermijdbaar medisch afval 1. De belastingplichtige, als bedoeld in artikel 4, komt, op aanvraag, in aanmerking voor vermindering van het aantal aanbiedingen als bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1 tot en met 2.1.2.2, van de in artikel 6 bedoelde tarieventabel, indien de belastingplichtige als gevolg van een (chronische) ziekte of handicap van hem of haarzelf dan wel (chronische) ziekte of handicap van personen die behoren tot zijn of haar huishouden, extra afvalstoffen van substantiële omvang moet aanbieden. 2. De in het eerste lid bedoelde vermindering met betrekking tot ontgrendeling van een verzamelcontainer is van toepassing op klepbewegingen tot en met het aantal van 104 en bedraagt 50% van het werkelijke aantal. Voor klepbewegingen boven het aantal van 104 wordt het desbetreffende tarief in rekening gebracht. 3. De in het eerste lid bedoelde vermindering met betrekking tot lediging van een minicontainer is van toepassing op ledigingen tot en met het aantal van 26 en bedraagt 50% van het werkelijke aantal. Voor ledigingen boven het aantal van 26 wordt het desbetreffende tarief in rekening gebracht.
Artikel 7 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 8 Belastingjaar Voor de belastingen, bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 9 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2,1 en 2.1.2.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 tot en met 2.4, van de tarieventabel wordt geheven bij wege van gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt.
Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Pagina 2 van 7
2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.1, 2.1.2.1 en 2.1.2.2 zijn verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 6. De belastingen bedoeld in hoofdstuk 2, onderdelen 2.1.3 tot en met 2.4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
Artikel 11 Termijnen van betalen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De op grond van artikel 8, tweede lid, verschuldigde belasting moet, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald: a. ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking; b. ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten Artikel 12 Belastbaar feit Onder de naam “reinigingsrechten” worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Hieronder valt tevens het aanvaarden van bedrijfsafval van in aard, omvang en hoeveelheid gelijk zijnde aan een meerpersoonshuishouden.
Artikel 13 Voorwerp van de belasting 1. 2.
Voorwerp van de belasting is een perceel. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
Pagina 3 van 7
e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 14 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel 15 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3. De tarieven, genoemd in dit hoofdstuk van de tarieventabel zijn exclusief BTW.
Artikel 16 Belastingtijdvak Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 17 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag.
Artikel 18 Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1. De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
Artikel 19 Termijnen van betalen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
Pagina 4 van 7
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel 20 Inwerkingtreding en citeerartikel 1. De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2025’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Albrandswaard van 15 december 2025. De griffier,
De voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Cees Pille
Pagina 5 van 7
Tarieventabel afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2026 Hoofdstuk 1 Maatstaf en tarief afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een éénpersoonshuishouden 1.2 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een tweepersoonshuishouden 1.3 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar voor een meerpersoonshuishouden 1.4 Het aantal personen dat gebruik maakt van het perceel wordt bepaald naar de situatie per 1 januari van het belastingjaar dan wel op het moment van het ontstaan van de belastingplicht. Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 2.1 Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting: 2.1.1 Per lediging van een minicontainer bestemd voor PMD(plastic en metalen verpakkingen en drinkpakken)+restafval 2.1.2.1 Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inworpopening bedoeld voor een 60-liter afvalzak) 2.1.2.2 Per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inworpopening bedoeld voor een 30-liter afvalzak) 2.1.3 Voor het op aanvraag inzamelen van grof huishoudelijk afval (met uitzondering van chemisch afval en asbest), per aanvraag (max. 3 m³ per keer) 2.1.4 Voor het op aanvraag inzamelen van grof tuinafval, per aanvraag (max.
3 m³ per keer) 2.1.5 Indien kwijtschelding van gemeentelijke belasting is verleend, wordt twee keer restitutie voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval of grof tuinafval verleend (maximaal € 80,--) 2.1.6 Eenmalige kwijtschelding wordt verleend voor het inzamelen van grof huishoudelijk afval na overlijden. 2.1.7 Voor het achterlaten van grove huishoudelijke afvalstoffen op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats geldt een maximum van 12 bezoeken per jaar. 2.2 Voor het op aanvraag omwisselen van een minicontainer 2.3.1 Voor het verstrekken van een minicontainer, per aanvraag, met een max per huishouden van 2 extra minicontainers voor GFT en 1 extra minicontainer voor papier en karton 2.3.2 Voor het op aanvraag verstrekken van een vervangende minicontainer als gevolg van beschadiging of verlies door eigen schuld 2.3.3 Voor het verstrekken van een (nieuwe) afvalpas 2.4 Voor het op aanvraag van inwoner kostbaarheden uit de ondergrondse container halen Hoofdstuk 3 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten 3.1 Het recht als bedoeld in artikel 12 voor het al dan niet periodiek aanbieden van restafval en grondstoffen in de daarvoor bestemde voorzieningen en gebruik van het afvalaanbiedstation voor bedrijfsafval
€ 262,44 € 341,04 € 360,48
€ 5,00 € 1,26 € 0,63 € 40,00 € 20,00
€ 75,00 € 75,00 € 75,00 € 20,00 € 75,00
Exclusief BTW € 360,48
Pagina 6 van 7
3.2
3.3
3.4
dat naar aard, omvang en samenstelling overeenkomt met huishoudelijk afval van een meerpersoonshuishouden: - PMD+restafval: max. 104 klepbewegingen op de verzamelcontainers of 26 aanbiedingen van de (max. 1) minicontainer; - papier en karton: max. 96 klepbewegingen op de verzamelcontainers of 24 aanbiedingen van de (max. 2) minicontainer(s); - GFT: max. 312 klepbewegingen op de cocon of 78 aanbiedingen van de (max. 3) minicontainer(s); - afvalaanbiedstation: max. 12 bezoeken per jaar; mits de inzamelmiddelen op eigen terrein gestald kunnen worden, bedraagt per jaar Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3.1 bedraagt de belasting per lediging van een minicontainer bestemd voor PMD(plastic en metalen verpakkingen en drinkpakken)+restafval Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3.1 bedraagt de belasting per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inworpopening bedoeld voor een 60-liter afvalzak) Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 3.1 bedraagt de belasting per ontgrendeling van een verzamelcontainer voor PMD+restafval (met een inworpopening bedoeld voor een 30-liter afvalzak)
€ 5,00 € 1,26 € 0,63
Behoort bij het raadsbesluit van 15 december 2025. De griffier,
drs. Leendert Groenenboom
Pagina 7 van 7
Verordening Onderwerp: Legesverordening en tarieventabel 2026
Gemeenteraad: 15 december 2025 Commissie: B&A Welzijn 1 december 2025
Zaaknummer: 2025-062480
De raad van de gemeente Albrandswaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gelet op artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;
BESLUIT: Vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; - jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; - kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; - maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; - week: een aaneengesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: a. het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Pagina 1 van 29
Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; c. langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg; d. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
Pagina 2 van 29
1. paragraaf 1.1 (burgerlijke stand); 2. paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 3. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 4. artikel 1.15.f (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); 5. artikel 1.25.a (verklaring omtrent het gedrag); 6. artikel 1.31. (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Overgangsrecht 1. De “Legesverordening Albrandswaard 2025” van 16 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Legesverordening en tarieventabel Albrandswaard 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 15 december 2025.
de griffier,
de voorzitter,
drs. Leendert Groenenboom
drs. Cees Pille
Pagina 3 van 29
Tarieventabel Legesverordening 2026. Behoort bij Legesverordening 2026. Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 Diversen Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 Overige activiteiten Paragraaf 2.7 Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.8 Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.9 Overige tarieven Paragraaf 2.10 Modaliteiten Paragraaf 2.11 Vermindering Paragraaf 2.12 Teruggaaf Hoofdstuk 3 Paragraaf 3.1 Paragraaf 3.2 Paragraaf 3.3 Paragraaf 3.4 Paragraaf 3.5 Paragraaf 3.6 Paragraaf 3.7
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca Gereserveerd Winkeltijdenwet Organiseren evenement of markt Standplaatsen Huisvestingswet (gereserveerd) In dit hoofdstuk niet benoemd Besluit
Pagina 4 van 29
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand artikel 1.1
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap
a.
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of het omzetten van een partnerschap in een huwelijk: twee vaste momenten per week in het gemeentehuis:
b.
maandag t/m vrijdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje:
1.
in het gemeentehuis: niet mogelijk
2.
in een aangewezen trouwlocatie:
€ 464,90
3.
op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:
€ 629,50
c.
maandag t/m vrijdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:
1.
in het gemeentehuis: niet mogelijk:
2.
in een aangewezen trouwlocatie:
€ 524,20
3.
op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:
€ 703,80
d.
zaterdag tussen 09.00 uur en 17.00 uur incl. trouwboekje:
1.
in het gemeentehuis: niet mogelijk:
2.
In een aangewezen trouwlocatie:
3.
op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:
e.
zaterdag tussen 17.30 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:
1.
in het gemeentehuis: niet mogelijk:
2.
in een aangewezen trouwlocatie:
3.
op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:
f.
zondag tussen 09.00 uur en 23.00 uur incl. trouwboekje:
1.
in het gemeentehuis: niet mogelijk:
2.
in een aangewezen trouwlocatie (niet mogelijk in het Oude Raadhuis):
€ 953,20
3. artikel 1.2
op een locatie naar keuze die eenmalig is aangewezen als trouwlocatie:
€ 1.159,40
artikel 1.3
gereserveerd
artikel 1.4
gereserveerd
artikel 1.5
gereserveerd
artikel 1.6
Beschikbaar stellen getuige door gemeente
artikel 1.7
Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuigen voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per twee getuigen. Annuleren of wijzigen datum:
Kosteloos
€ 805,90 € 1.011,00
€ 805,90 € 1.011,00
gereserveerd
€ 43,50
Het tarief bedraagt ter zake van de administratiekosten: a.
annuleringskosten:
€ 87,00
Volledige annulering kan tot het voorbereidingsgesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij annulering na het gesprek met de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand is het
Pagina 5 van 29
b. artikel 1.8
gehele onder artikel 1.1 en 1.8 lid a bedoelde tarief verschuldigd. Met uitzondering van ziekte, acute ziekenhuisopname, en/of overlijden van familieleden. wijzigingskosten rondom de locatie of het tijdstip:
€ 49,50
Trouwboekje of partnerschapsboekje en overige Het tarief bedraagt:
a. b.
c. d. e. f. g.
een trouwboekje of een partnerschapsboekje (inclusief een uittreksel van de huwelijksakte of partnerschapsregistratieakte): voor het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Dit tarief wordt niet geheven, indien van het onvermogen van partijen blijkt door een verklaring van de burgemeester van hun woon- of verblijfplaats: voor het verstrekken van (meertalige) uittreksels en afschriften uit de registers van de Burgerlijke Stand: voor de verklaring van huwelijksbevoegdheid als bedoeld in artikel 49a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: voor het doen van naspeuringen in de gemeentelijke registers van de burgerlijke stand, voor een ieder daaraan besteed kwartier: voor de attestatie de vita, als bedoeld in artikel 19k van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: voor het aanvragen van een vergunning voor uitstel van lijkbezorging buiten de wettelijke termijn:
€ 50,20
€ 17,50
€ 15,70
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart artikel 1.9. Paspoorten of andere reisdocumenten
a. 1.
2.
b. 1.
2.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een nationaal paspoort: voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar
beneden:
Pagina 6 van 29
c.
artikel 1.10
van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: Nederlandse identiteitskaart
a.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een Nederlandse identiteitskaart:
1.
2.
d.
1.
2.
c. artikel 1.11
a.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is gelijk aan het bedrag dat vermeld is in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: Modaliteiten Het tarief voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: voor een spoedlevering van de in artikel 1.9 en 1.10 genoemde documenten, wordt het tarief vermeerderd met een bedrag dat vermeld is in artikel 6, lid 1 van het Besluit paspoortgelden, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden:
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen artikel 1.12 Rijbewijzen
artikel 1.13
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs bedraagt het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tarief, zoals laatstelijk is vervangen of gewijzigd, met dien verstande, dat het bedrag wordt afgerond op € 0,10 naar beneden: Modaliteiten
Pagina 7 van 29
1.
Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt:
a.
bij een spoedlevering vermeerderd met het door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tarief: het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vermissing van een rijbewijs: het tarief bedraagt voor het verstrekken van een Eigen Verklaring, het door het Centraal Bureau Rijvaardigheid aan de gemeente in rekening gebracht tarief zoals geprint op het af te nemen product:
b. c.
€ 25,30
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen artikel 1.14 Definities 1.
2.
artikel 1.15
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van gegevens van een ingezetene, per vestrekking:
b.
artikel 1.16
tot het digitaal verstrekken van gegevens van een ingezetene, per vestrekking: tot het verstrekken van gegevens van een niet-ingezetene, per verstrekking: tot het laten verrichten van genealogisch onderzoek bedraagt, ongeacht het resultaat van het onderzoek, per kwartier: tot het verstrekken van één of meer gegevens omtrent persoon waarvoor persoonskaartenarchief moet worden geraadpleegd, per kwartier: voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen geldt het tarief zoals dat door het Ministerie van Binnenlandse Zaken is of wordt vastgesteld. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder één verstrekking verstaan 1 of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd: gereserveerd
artikel 1.17
gereserveerd
artikel 1.18
gereserveerd
c. d. e.
f.
€ 20,20 € 7,40 € 20,20 € 17,50 € 17,50
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken
a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een afschrift van de gemeentebegroting:
€ 150,30
b.
een afschrift van de gemeenterekening:
€ 150,30
c.
een afschrift van de algemene plaatselijke politieverordening:
€ 60,70
Pagina 8 van 29
d. artikel 1.20
a.
een afschrift van de bouwverordening:
€ 60,70
Abonnement op bestuursstukken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afsluiten van een abonnement voor een kalenderjaar: op de verslagen van de carrousel- en raadsvergaderingen alsmede de raadsvoorstellen en -besluiten:
€ 136,80
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.
b. artikel 1.22
a.
b.
tot het verstrekken van een papieren afschrift of lichtdruk van een (ontwerp)planboek zonder bijlage(n), zoals bestemmingsplan, structuurvisie of stadsvernieuwingsplan: tot het verstrekken van een papieren afschrift of lichtdruk van een voorbereidingsbesluit: Informatie uit registers Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: de BAG (basisregistratie Adressen en Gebouwen) in Excel-formaat per kwartier: Het tarief genoemd in b wordt verhoogd met:
€ 165,00 € 22,20
€ 14,60 € 17,50
1.
per geleverd adres:
2.
voor 2.500 geleverde adressen:
€ 1.946,90
3.
voor 5.000 geleverde adressen:
€ 3.191,90
4.
voor 10.000 geleverde adressen:
€ 4.248,50
c.
naar aanleiding van het doen van naspeuring in het Kadaster voor ieder daaraan besteed kwartier: het Kadaster, dan wel de plaatselijke aanduiding, per inlichting:
d. e.
artikel 1.23
het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen: gereserveerd
€ 1,10
€ 17,50 € 14,50
€ 32,40
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken artikel 1.24 gereserveerd artikel 1.25
Overige publiekszaken Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag:
€ 42,60
b.
tot het legaliseren van een handtekening:
€ 14,70
c.
een gewaarmerkt kopie:
€ 14,70
d.
een verklaring inzake Nederlanderschap:
€ 14,70
Pagina 9 van 29
e.
tot het annuleren, of niet verschijnen, van het afleggen van een Verklaring Onder Ede, waarbij de ambtenaar de diensten van een zogenaamde tolkentelefoon moet annuleren:
€ 54,60
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief 1.
2.
artikel 1.27
1. 2. a. b. c. artikel 1.28
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier: Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief
€ 17,50
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift of (digitale) kopie van een in het gemeentearchief te Rotterdam berusten stukken, de tarieven zoals deze op het moment van aanvraag geldt in de legesverordening Rotterdam. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: een afschrift of (digitale) kopie van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina A4 of A3: een afschrift of (digitale) kopie groter dan A3-formaat van een in het gemeentearchief berustend stuk, per pagina: een uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk:
€ 1,10 € 8,00 € 8,00
gereserveerd
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten artikel 1.29 Huisvestingwet 2014
1.
2.
artikel 1.30 1. a. b. 2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van: een urgentieverklaring conform Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 m.u.v. de urgentiecategorie “herhuisvesting bij sloop of ingrijpende verbetering”: een urgentieverklaring op grond van medische redenen. Dit bedrag dient te worden voldaan naast het in artikel 1.29.1 genoemde bedrag voor de kosten van een medische keuring: Leegstandwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet: Als aanvragen als bedoeld in a en b gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts
€ 50,00 € 35,00
€ 153,20 € 73,70
Pagina 10 van 29
artikel 1.31 1.
a. b.
c. d.
2.
3.
4.
artikel 1.32 1.
a. b. c. d.
e.
artikel 1.33
eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend. Wet op de kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat: voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat: en voor iedere volgende kansspelautomaat: voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een periode van 5 jaar: voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt voor een periode van vijf jaar, voor de eerste kansspelautomaat: en voor iedere volgende kansspelautomaat: Het eerste lid, onderdelen a en b is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vijf jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening: Telecommunicatiewet - Kabels en leidingen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit, als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 25 m1 tot 250 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 250 m1 tot 1500 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 1500 m1 tot 5000 m1) Tarief voor het in behandeling nemen van een instemmingsbesluit (Tracé 5000 m1 en meer). Per strekkende meter tracélengte een bedrag van: Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 25 m Wegenverkeerswetgeving
€ 56,50 € 56,50 € 34,00 € 226,50 € 226,50 € 136,00
€ 29,30
€ 396,10
€ 386,30 € 508,70 € 630,80 € 0,10
€ 65,20
Pagina 11 van 29
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: voor een dag:
€ 9,40
2.
voor een week:
€ 22,50
3.
voor een maand:
€ 45,00
4.
voor een jaar:
€ 110,00
b.
1.
verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), per persoon: het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerplaats als bedoeld in artikel 26 van het RVV1990 en gemeentelijke beleidsregels, per locatie: het aanbrengen van een wijziging die betrekking heeft op een bestaande gehandicaptenparkeerplaats per locatie: het verkrijgen van een ontheffing voor de rijbewijsplicht voor het besturen van gehandicaptenvoertuigen voor bestuurders jonger dan 16 jaren als bedoeld in artikel 5 lid 3 van het Reglement Rijbewijzen: het verlenen van een ontheffing voor het parkeren in een parkeerschijfzone (blauwe zone) als bedoeld in artikel 25 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, Per kenteken en/of voertuig het verkrijgen van andere ontheffingen van krachtens de WVW1994 vastgestelde regels als genoemd in artikel 149 WVW1994, anders dan genoemd in deze paragraaf per persoon: het verkrijgen van een ontheffing voor het houden of deelnemen aan een wedstrijd met voertuigen op de weg als genoemd in artikel 10 WVW 1994 Per evenement: tot het verlenen van een ontheffing voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over andere dan door de gemeenteraad aangewezen wegen als bedoeld in artikel 28 Wet vervoer gevaarlijke stoffen, per kenteken en/of voertuig: voor de duur van een dag:
2.
voor de duur van één jaar:
€ 110,00
3.
voor de duur van drie jaren:
€ 296,50
j.
1.
tot het verkrijgen van toestemming voor het laden en lossen van gevaarlijke stoffen/vuurwerk op een openbare plaats binnen de bebouwde kom (stoffen en voorwerpen van klasse I) als bedoeld in hoofdstuk 7.5, aanvullend voorschrift 7.5.11, bepaling CV1 (1) van het ADR (Europees Verdrag betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg) voor de duur van 1 kalenderjaar, per kenteken en/of voertuig: tot het verkrijgen van een ontheffing voor het parkeren grote voertuigen als bedoeld in artikel 5:8 lid 1, lid 2 en lid 4 Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Albrandswaard: voor de duur van een dag:
2.
voor de duur van een week:
€ 22,50
3.
voor de duur van een maand:
€ 45,00
a.
c. d. e.
f.
g.
h.
i.
k.
€ 125,00 € 400,00 € 64,80 € 32,20
€ 31,60 € 110,60 € 110,60
€ 73,70
€ 73,70
€ 9,40
Pagina 12 van 29
4.
voor de duur van een jaar:
€ 110,00
l.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen
€ 110,60
Paragraaf 1.10 Diversen artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: een beschikking op aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: kopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen: per pagina op papier van A4-formaat:
2.
per pagina op papier van een ander formaat:
e.
kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in de bovenstaande artikelen d1 en d2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk: een digitaal bestand per mail (onder de 10 MB), upload via website of memorystick van de klant, voor ieder daaraan besteed kwartier: het verkrijgen van een bericht als bedoeld in de artikelen 29 en 32 van de Wet Persoonsregistraties (Stb. 1988,665): Diverse vergunningen of beschikkingen
a.
b. c.
d.
f. g. artikel 1.35
€ 1,10 € 1,10 € 22,80 € 17,50 € 1,10 € 1,10
€ 1,10 € 22,80 € 17,50
a.
Het tarief voor de administratiekosten van een volkstuin bedraagt:
b.
Het tarief voor het innemen van een borgsom bedraagt voor:
1.
volkstuin:
€ 70,00
2.
fietskluis:
€ 18,40
3.
sleutel hek fietskluis:
€ 12,40
€ 75,00
Pagina 13 van 29
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1. Definities 2.1.1
2.1.2
Artikel 2.2 2.2.1
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn ook van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
2.2.1.1
omgevingsoverleg;
2.2.1.2
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;
2.2.1.3 2.2.1.4 2.2.1.5
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
2.2.1.6
intrekking van een omgevingsvergunning;
2.2.1.7
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
2.2.1.8
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. Bepalen tarief
Artikel 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.11. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.12. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4
Omgevingsoverleg
Pagina 14 van 29
2.4.1
2.4.2
Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project vergunbaar of vergunningvrij is: Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:
€ 57,90
€ 2.688,10
Paragraaf 2.3 Bouwactiviteiten Artikel 2.5 2.5.1
2.5.1.1 2.5.1.2 2.5.1.3 2.5.1.4 2.5.1.5 Artikel 2.6 2.6.0.1
2.6.0.2 2.6.0.3 2.6.0.4 2.6.1
2.6.2
Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: 2,5% van de bouwkosten, met een minimum van € 100,00 over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000: 0,50% van de bouwkosten; over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: 0,25% van de bouwkosten; over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: 0,20% van de bouwkosten; over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: 0,16% van de bouwkosten, met een maximum van € 30.000,00 Omgevingsplanactiviteit bestaande uit bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken (ruimtelijk deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet of artikel 22.26 van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van
dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: voor een bouwactiviteit die in overeenstemming is met de in het omgevingsplan gestelde regels over het bouwen (binnenplanse omgevingsplanactiviteit): over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: 1,75% van de bouwkosten, met een minimum van € 150,00; over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000: 1,5% met een minimum van € 437,50 met een maximum van: € 420.000,00 als moet worden beoordeeld of de bouwactiviteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, vermeerderd met: € 265,30 als moet worden beoordeeld of de bouwactiviteit in overeenstemming is met een voorbereidingsbesluit of aanwijzing als beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 22.33, tweede lid, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, vermeerderd met: € 0,00