CConstaterende datAlbrandswaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 2024-034671 GR Jeugdhulp Rijnmond Voorlopige jaarstukken 2023.pdf

Gemeenteraad AW 3 juni 2024, gemeente AlbrandswaardBij agendapunt: 5: Ingekomen stukken35.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De bijdrage die de gemeente Rotterdam ontvangt in verband met de ondersteuning van het Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond bij de uitvoering van haar taken, is wel aan BTW-heffing onderworpen. Naast deze bijdrage heeft de GRJR-uitvoeringskosten die ook aan BTW-heffing zijn onderworpen. De in rekening gebrachte BTW wordt naar rato van de bijdragen ‘doorgeschoven’ naar de deelnemende gemeenten (BTW transparantieregeling). De gemeenten betrekken deze BTW bij hun opgave voor het BTW-compensatiefonds. 4.3.3 Baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn volgend de taakvelden uit het BBV de baten en lasten uitgesplitst.

Baten 4.3.2 Inkomensoverdrachten gemeenten

409.194.151

Lasten

6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding 6.73a - Pleegzorg 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming 6.82b - Jeugdreclassering 6.81b – Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) Totaal lasten

73.707.401 42.834.676 31.828.621 144.776.216 38.049.976 57.178.071 9.110.109 11.709.079 409.194.151

De hierbij gehanteerde indeling naar taakvelden is als volgt: A B C D E F

G G H H I I I I I

J

Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen Gecertificeerde instellingen Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten

6.73a - Pleegzorg 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig 6.72c – Jeugdhulp dagbesteding 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

6.82a - Jeugdbescherming 6.82b - Jeugdreclassering 6.82a - Jeugdbescherming 6.81b – Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO) 6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig nvt sinds 2023 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.72b – Jeugdhulp behandeling naar zorgvergruik % verdeeld over taakvelden

83% 17% 50% 50%

4.3.4 Begroting 2025 per gemeente Hieronder een overzicht van de gewijzigde begroting 2024 en deze begroting 2025 per gemeente per opdracht. Albrandswaard

Opdracht A Pleeghulp B1 Lichte behandeling met verblijf B2 Gesloten jeugdhulp B3 Zwaardere behandeling met verblijf B4 Zwaardere behandeling gedwongen kader C1 Gezinshuizen C2 Kamertraining C3 Beschermd wonen D Daghulp E Ambulantehulp F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.1 1. Buitenregionale plaatsingen I.3 3. Landelijke inkoop I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Begroting 2024 164.989 32.685 269.051 469.113 0 78.597 233.965 125.447 451.943 1.194.173 115.499 372.456 91.028 26.738 275.283 11.160 351.855 14.767 35.984 17 72.209 2.814 3.259 5.662 4.035 4.402.730

Barendrecht

Begroting 2025

Wijziging 7.258 3.786 31.162 27.917 0 20.216 60.180 32.267 111.688 103.499 6.634 21.394 5.229 1.536 15.812 641 20.210 848 2.067 1 5.071 132 153 266 190 478.157

172.247 36.471 300.213 497.030 0 98.814 294.145 157.714 563.631 1.297.672 122.134 393.850 96.256 28.274 291.095 11.801 372.066 15.615 38.051 18 77.280 2.946 3.412 5.928 4.224 4.880.887

Goeree-Overflakkee

Opdracht A Pleeghulp B1 Lichte behandeling met verblijf B2 Gesloten jeugdhulp B3 Zwaardere behandeling met verblijf B4 Zwaardere behandeling gedwongen kader C1 Gezinshuizen C2 Kamertraining C3 Beschermd wonen D Daghulp E Ambulantehulp F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.1 1. Buitenregionale plaatsingen I.3 3. Landelijke inkoop I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Begroting 2024

Wijziging

Begroting 2024

Wijziging

Capelle aan den IJssel

Begroting 2025

471.229 265.779 393.313 3.155.026 29.819 126.752 81.686 4.527 1.097.096 2.074.555 299.957 573.956 139.289 40.914 532.740 32.565 1.188.270 35.494

20.730 30.783 45.555 187.755 3.454 32.603 21.011 1.164 271.124 179.802 17.229 32.968 8.001 2.350 30.600 1.871 68.254 2.039

491.958 296.562 438.868 3.342.781 33.273 159.355 102.697 5.692 1.368.221 2.254.358 317.187 606.924 147.290 43.264 563.341 34.435 1.256.523 37.533

86.495 41 172.815 6.734 7.799 13.552 9.656

4.968 2 12.137 316 366 637 454

91.463 42 184.952 7.050 8.165 14.188 10.110

10.840.059

976.171

11.816.230

Begroting 2024

Wijziging

1.939.925 622.173 981.160 3.421.658 52.643 642.078 887.676 17.523 1.549.983 3.170.484 513.891 1.950.425 478.778 140.633 1.075.929 52.845 639.681 44.451 108.320 65 276.783 10.785 12.491 21.705 15.465 18.627.552

85.338 72.062 113.640 203.622 6.097 165.153 228.324 4.507 383.046 274.787 29.518 112.032 27.501 8.078 61.801 3.035 36.743 2.553 6.222 3 19.438 507 587 1.019 726 1.846.339

Krimpen aan den IJssel

Begroting 2025

541.749 0 224.209 1.560.688 0 393.476 14.990 25.203 284.717 1.088.545 212.717 986.436 241.481 70.931 607.660 22.469 349.915 32.313

23.832 0 25.968 92.876 0 101.208 3.856 6.483 70.362 94.344 12.218 56.661 13.871 4.074 34.904 1.291 20.099 1.856

565.581 0 250.177 1.653.564 0 494.684 18.845 31.686 355.078 1.182.889 224.936 1.043.097 255.352 75.005 642.564 23.760 370.014 34.169

78.741 31 131.288 5.116 5.925 10.295 7.336

4.523 1 9.220 240 278 484 345

83.264 32 140.508 5.356 6.203 10.779 7.680

6.896.230

578.993

7.475.224

Begroting 2024 371.955 0 21.369 1.911.719 34.339 160.259 124.457 103.825 674.181 1.924.816 195.467 652.879 159.686 46.905 356.563 21.449 354.346 10.856 26.454 26 110.130 4.291 4.970 8.636 6.154 7.285.732

Wijziging 17.515 0 -13.838 -28.945 -1.366 1.692 10.991 6.624 4.108 106.625 11.228 37.501 9.172 2.694 20.481 1.232 16.609 624 1.520 1 7.734 202 233 406 289 213.332

Begroting 2025 2.025.263 694.234 1.094.801 3.625.280 58.741 807.231 1.116.001 22.031 1.933.029 3.445.271 543.408 2.062.457 506.279 148.711 1.137.730 55.880 676.424 47.004 114.542 68 296.221 11.291 13.077 22.724 16.192

20.473.891

Lansingerland

Begroting 2025

Begroting 2024

Wijziging

Begroting 2025

389.470 0 7.531 1.882.774 32.974 161.951 135.449 110.449 678.289 2.031.441 206.695 690.381 168.858 49.599 377.044 22.681 370.954 11.479

227.890 445.157 574.126 2.309.284 472.255 264.719 260.694 11.840 696.195 5.343.614 409.712 706.713 171.110 50.261 681.765 45.476 1.199.582 37.315

10.025 17.889 -5.512 29.159 23.001 36.105 29.956 3.045 30.345 251.661 23.534 40.593 9.829 2.887 39.160 2.612 68.904 2.143

237.915 463.045 568.614 2.338.443 495.256 300.824 290.650 14.885 726.541 5.595.275 433.245 747.306 180.938 53.148 720.925 48.088 1.268.486 39.458

27.974 27 117.864 4.493 5.203 9.042 6.443

90.932 57 242.189 9.437 10.930 18.992 13.532

5.223 3 17.009 443 513 892 636

96.155 60 259.198 9.880 11.443 19.884 14.168

7.499.064

14.293.776

640.055

14.933.831

Maassluis

Opdracht A Pleeghulp B1 Lichte behandeling met verblijf B2 Gesloten jeugdhulp B3 Zwaardere behandeling met verblijf B4 Zwaardere behandeling gedwongen kader C1 Gezinshuizen C2 Kamertraining C3 Beschermd wonen D Daghulp E Ambulantehulp F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.1 1. Buitenregionale plaatsingen I.3 3. Landelijke inkoop I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Begroting 2024 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 577.793 167.915 49.322 522.323 0 1.756.467 0 0 0 74.348 2.897 3.355 5.830 0 3.160.250

Wijziging 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 33.188 9.645 2.833 30.002 0 100.891 0 0 0 -16.498 136 158 274 0 160.629

Nissewaard

Begroting 2025

Begroting 2024

Opdracht A Pleeghulp B1 Lichte behandeling met verblijf B2 Gesloten jeugdhulp B3 Zwaardere behandeling met verblijf B4 Zwaardere behandeling gedwongen kader C1 Gezinshuizen C2 Kamertraining C3 Beschermd wonen D Daghulp E Ambulantehulp F Crisis G JBRR G WSS G LDH H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) I.1 1. Buitenregionale plaatsingen I.3 3. Landelijke inkoop I.4 4. Acute dienst GGZ I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie J 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR J.3 3 )Specifieke ICT-kosten J.4 4) Accountants- en bankkosten J.5 5) Werk en Onderzoek J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal

Wijziging

Begroting 2025

Begroting 2024

Wijziging

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 610.982 177.560 52.155 552.325 0 1.857.358 0

2.174.899 1.983.519 1.231.441 5.372.289 53.898 998.800 1.892.289 266.010 2.103.078 4.874.875 797.737 3.060.836 751.187 220.649 1.550.049 85.665 1.792.129 38.502

95.675 229.736 142.629 319.703 6.243 256.907 486.726 68.422 519.732 422.507 45.822 175.813 43.148 12.674 89.034 4.921 102.939 2.212

2.270.574 2.213.255 1.374.070 5.691.992 60.141 1.255.707 2.379.016 334.432 2.622.809 5.297.382 843.558 3.236.649 794.335 233.323 1.639.083 90.585 1.895.069 40.714

0 0 57.850 3.033 3.513 6.104 0

93.825 98 416.337 16.223 18.789 32.648 23.263

5.389 5 29.239 762 882 1.533 1.093

99.214 102 445.576 16.985 19.671 34.182 24.356

3.320.879

29.849.033

3.063.746

32.912.779

569.372 326.778 531.288 1.942.079 271.923 218.750 299.053 100.633 573.888 2.394.228 277.888 1.126.718 272.348 79.998 686.343 30.453 488.452 13.698 33.380 37 156.485 6.097 7.062 12.271 8.744 10.427.966

Begroting 2025

Begroting 2024

Schiedam

Begroting 2024

Wijziging

Ridderkerk

Vlaardingen

Begroting 2025

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1.926.980 558.381 164.015 1.314.016 0 751.971 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 110.685 32.073 9.421 75.477 0 43.193 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.037.665 590.455 173.436 1.389.493 0 795.164 0

0 0 169.684 6.612 7.658 13.306 0

0 0 -37.188 311 360 625 0

0 0 132.496 6.922 8.017 13.931 0

4.912.624

234.956

5.147.580

Begroting 2024 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.172.716 600.664 176.435 1.213.172 0 1.869.294 0 0 0 167.584 6.530 7.563 13.142 0 6.227.101

Wijziging 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 124.800 34.502 10.134 69.684 0 107.372 0 0 0 -34.425 307 355 617 0 313.347

25.047 37.848 61.535 115.573 31.495 56.266 76.921 25.884 141.824 207.508 15.962 64.718 15.644 4.595 39.423 1.749 28.057 787 1.917 2 10.990 286 332 576 411 965.351

Begroting 2025 594.419 364.626 592.823 2.057.652 303.418 275.017 375.974 126.517 715.713 2.601.736 293.850 1.191.436 287.991 84.593 725.766 32.202 516.509 14.485 35.297 38 167.475 6.384 7.394 12.848 9.154

11.393.317

Voorne aan Zee

Wijziging

Begroting 2025

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 2.297.517 635.166 186.570 1.282.857 0 1.976.666 0

1.178.627 368.531 951.731 3.405.467 92.365 320.573 674.424 8.353 622.966 3.169.327 428.447 1.427.623 346.706 101.839 1.094.284 46.612 605.269 36.470

51.848 42.684 110.232 202.658 10.698 82.456 173.472 2.148 153.953 274.686 24.610 82.002 19.915 5.850 62.855 2.677 34.766 2.095

1.230.475 411.215 1.061.963 3.608.125 103.063 403.030 847.896 10.501 776.919 3.444.013 453.057 1.509.625 366.620 107.689 1.157.140 49.290 640.036 38.565

0 0 133.160 6.837 7.918 13.759 0

88.872 54 228.236 8.893 10.300 17.898 12.753

5.105 3 16.029 418 484 841 599

93.976 56 244.265 9.311 10.784 18.738 13.352

6.540.448

15.246.619

1.363.085

16.609.704

Rotterdam

Begroting 2024

Opdracht A Pleeghulp 22.369.274 B1 Lichte behandeling met verblijf 6.523.480 B2 Gesloten jeugdhulp 8.712.903 B3 Zwaardere behandeling met verblijf 44.272.831 B4 Zwaardere behandeling gedwongen kader 898.043 C1 Gezinshuizen 12.140.928 C2 Kamertraining 9.889.711 C3 Beschermd wonen 1.991.932 D Daghulp 25.999.745 E Ambulantehulp 39.945.725 F Crisis 5.653.857 G JBRR 22.875.404 G WSS 5.603.643 G LDH 1.645.978 H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) 11.889.872 I.1 1. Buitenregionale plaatsingen 707.936 I.3 3. Landelijke inkoop 14.396.686 I.4 4. Acute dienst GGZ 511.369 I.5 5. Transformatiefonds/Innovatie 1.246.135 J 660 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) J.2 2) Organisatiekosten GR 2.813.003 J.3 3 )Specifieke ICT-kosten 109.609 J.4 4) Accountants- en bankkosten 126.946 J.5 5) Werk en Onderzoek 220.589 J.6 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie 157.177 Totaal 240.703.435

Wijziging

Totaal

Begroting 2025

Begroting 2024

984.034 23.353.308 30.009.909 755.566 7.279.046 10.568.100 1.009.150 9.722.053 13.890.591 2.634.664 46.907.495 67.820.155 104.014 1.002.057 1.905.286 3.122.836 15.263.764 15.344.934 2.543.788 12.433.500 14.358.946 512.356 2.504.288 2.655.293 6.425.293 32.425.038 34.053.792 3.462.107 43.407.833 65.180.342 324.756 5.978.613 8.905.172 1.313.956 24.189.360 38.410.936 321.872 5.925.514 9.582.215 94.544 1.740.522 2.814.618 682.951 12.572.823 21.800.000 40.664 748.599 1.056.630 826.941 15.223.627 25.743.917 29.373 540.741 775.234 71.578 1.889.138 1.317.713 31 1.084 691 197.554 5.031.092 3.010.557 5.148 196.037 114.757 5.963 227.044 132.908 10.361 394.527 230.951 7.383 258.113 164.559 25.486.882 266.190.317 372.873.106

Wijziging

Begroting 2025

1.321.302 31.331.211 1.190.353 11.758.453 1.520.521 15.411.112 3.784.982 71.605.137 183.635 2.088.922 3.875.442 19.220.376 3.635.225 17.994.172 662.902 3.318.195 8.111.475 42.165.266 5.377.529 70.557.870 511.510 9.416.682 2.206.313 40.617.249 550.400 10.132.615 161.671 2.976.289 1.252.185 23.052.185 60.692 1.117.322 1.474.978 27.218.895 44.529 819.763 108.512 1.997.650 51 1.135 236.310 5.267.403 9.208 205.245 10.664 237.708 18.531 413.058 12.124 270.237 36.321.044 409.194.151

Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT

5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 5 april 2024,

Mr. S. Hammer Secretaris

R. Buijt Voorzitter

Voorlopige JAARSTUKKEN 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie AB 5 april 2024

INHOUDSOPGAVE 1. SAMENVATTING EN LEESWIJZER............................................................................ 3 2. FINANCIEEL OVERZICHT ......................................................................................... 5 2. PROGRAMMAVERANTWOORDING ........................................................................ 8 2.1 Context ...............................................................................................8 2.2 Resultaten 2023 .................................................................................9 2.3 Resultaten per opdracht ................................................................... 17 3. PARAGRAFEN ...................................................................................................... 34 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................... 35 3.2 Bedrijfsvoering .................................................................................. 38 3.3 Financiering ...................................................................................... 41 4. JAARREKENING ................................................................................................... 44 4.1 Overzicht van baten en lasten .......................................................... 44 4.2 Toelichting op baten en lasten ..........................................................

45 4.3 Balans .............................................................................................. 49 4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling ......................... 50 4.5 Toelichting op de balans ................................................................... 51 4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen ............................... 56 4.7 Gebeurtenissen na balansdatum ...................................................... 57 5. BESLUITEN .......................................................................................................... 59 5.1 Rechtmatigheidsverantwoording ...................................................... 59 5.2 Vaststellingsbesluit ........................................................................... 60 BIJLAGE A: VOORLOPIGE REALISATIE OP GEMEENTENIVEAU ................................... 61 BIJLAGE B: SISA-VERANTWOORDING....................................................................... 62 BIJLAGE C: INFORMATIE VOOR DERDEN (IV3) .......................................................... 63

2

1. Samenvatting en leeswijzer In voorliggende Jaarstukken 2023 verantwoordt de Gemeenschappelijk Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) het gevoerde, door gemeenten vastgestelde, beleid en het financieel beheer over het jaar 2023, zodat bestuur en gemeenteraden hun controlerende taak kunnen vervullen. Samenvatting a. Het hoofddoel van de GRJR is voldoende bereikt. o In 2023 zorgden de gemeenten in Rijnmond door samenwerking in de GRJR dat voldoende (regionale) specialistische jeugdhulp en bescherming door jeugdbescherming en veilig thuis beschikbaar was voor jeugdigen van alle 13 gemeenten. o Er zijn meer dan 11.000 jeugdigen en hun gezin in 10 van deze gemeenten geholpen met specialistische jeugdhulp. De jaarrekening gaat niet over de jeugdhulp voor jeugdigen van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. b. Dit is niet binnen de randvoorwaarden gelukt. o Met de inzet van deze hulp bleven de gemeenten individueel en gezamenlijk niet binnen de financiële randvoorwaarden (de GRJR-begroting 2023). De voorlopige realisatie 2023 is € 330,7mln. (vergelijk realisatie 2022 € 311,9 mln.) en overschrijdt daarmee de begroting 2023 (€ 278,6 mln.) zeer fors. Hiervoor was in de risicoparagraaf en de bestuursrapportages al gewaarschuwd. Deze overschrijding kan in de definitieve jaarrekening nog tot € 3 mln meevallen of tot € 2 mln tegenvallen.

o De kostenstijging is al sinds de decentralisatie in 2015 gaande. In de begroting 2023 rekenden we op basis van de inzichten van dat moment op fors lagere kosten. Maar de praktijk leert dat voorgenomen kostenbesparende maatregelen onvoldoende effectief konden worden doorgevoerd en dat stevige aanvullende maatregelen nodig zijn. c.

Er zijn stappen in gang gezet voor verdere kostenbeheersing en transformatie van de jeugdhulp. o Dat de kosten stijgen en ingrijpende maatregelen nodig zijn is in lijn met de Hervormingsagenda-discussie. De Hervormingsagenda Jeugd bevat langere termijn maatregelen, maar leidt ook tot de conclusie dat onvermijdelijke tekorten bij gemeenten niet door het Rijk worden gecompenseerd. De GRJR brengt dit punt consequent ter tafel bij de VNG. o Om het tij te keren startte de GRJR eind 2023, met gemeenten en aanbieders, een grootschalig kostenbeheersingsprogramma (zie Kadernota 2025). Dit programma levert nog onvoldoende op. Verdergaande maatregelen zijn nodig. o Daarnaast zijn maatregelen nodig buiten het specialistische jeugdhulp domein.

3

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bestaan de jaarstukken uit twee delen: het jaarverslag en de jaarrekening. De hoofdstukken 2 en 3 vormen samen het jaarverslag, met in hoofdstuk 2 de resultaten per onderdeel van de jeugdhulp en in hoofdstuk 3 de in het BBV voorgeschreven paragrafen (voor zover van toepassing) met inzicht in diverse bedrijfsvoeringsaspecten van de GRJR. Hoofdstuk 4 is de jaarrekening, met financieel inzicht in het gevoerde beleid (Overzicht van baten en lasten met toelichting), de financiële positie (Balans met toelichting) en enkele verplichte overzichten.

4

2. Financieel overzicht Het financiële beeld is als volgt.

Het tekort in de rekening bedraagt € 50,1 mln. Voor ruim € 47,2 mln. is dit tekort in de exploitatie 2023; hiervan was ca. €36 mln al voorzien in de tweede bestuursrapportage 2023. Van het exploitatietekort is een deel nog onzeker vanwege € 18 mln aan voorlopige productieopgaven van aanbieders waarvoor op dit moment nog controlegegevens van gemeenten ontbreken. Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is deze productie al wel meegenomen in de jaarrekening. Het definitieve tekort kan hierdoor nog variëren van naar schatting € 3 mln lager tot € 2 mln hoger. Verder zijn er voor € 4,8 mln. nagekomen kosten voorgaande jaren. De toelichting hierop is opgenomen bij paragraaf 4.2 Toelichting op baten en lasten. Hierop kan in de definitieve jaarrekening nog een meevaller komen van ca € 1,5 mln. Toelichting op de uitgavenontwikkeling Het verloop van de planning en control stukken over 2023 was als volgt: • De begroting 2023 is opgesteld in eerste kwartaal 2022, met nog beperkte kennis over realisatie 2021 en 2022, met inkoopinformatie uit 2021 voor nieuwe contracten per 1 januari 2023, nog te bepalen effecten van splitsing tussen inkoop MVS en overige 10 gemeenten en van de vlaktaksafschaffing.

We streefden naar een zo realistisch mogelijke begroting, waarvoor veel aannames gemaakt moesten worden per gemeente in nauw overleg; • Bij de 1e bestuursrapportage 2023 (mei/juli) was al duidelijk dat de oorspronkelijke begroting van € 242 mln. veel te laag was. De in samenspraak met gemeenten gedane aannames bleken niet te kloppen. Zoals de aanname dat lokale inkoop van delen van daghulp en ambulante hulp direct zou leiden tot lagere regionale kosten; • Vanwege deze signalen is een begrotingswijziging 2023 gedaan (ontwerp april, definitief september). Daarbij is aangegeven dat de kostenontwikkeling moeilijk in te schatten was. De eerdere aannames klopten niet, maar wat dan wel juiste aannames zijn was lastig te bepalen. Ook dat deden we per gemeente in onderling overleg, waarbij sommige gemeenten nog steeds een gunstige verwachting aangaven; Een goede schatting was moeilijk, enerzijds onzekerheid over inzet van jeugdhulp in de resterende maanden, en anderzijds achterstanden in de gemeentelijke administraties voor zorgtoewijzingen en bij aanbieders. Deze achterstanden zijn door de te beperkte informatiepositie van de GRJR en de decentraal ingerichte administraties niet goed te bepalen;

5

•

Verdere overschrijding was dan ook niet uit te sluiten en bleek al direct in de 2e bestuursrapportage 2023 (sept/okt). Van de nu geconstateerde € 50 mln. overschrijding zagen we in de 2e bestuursrapportage € 35 mln. aankomen. Daarbovenop is de voorlopige inschatting dat voor € 15 tot € 20 mln. zorg voor kinderen is geleverd waarvoor de toewijzingen, af te geven door gemeenten, nog moeten komen. Hiervan is € 18 mln. meegenomen in deze voorlopige jaarrekening. Het juiste bedrag wordt in de komende tijd ten behoeve van de definitieve jaarrekening uitgezocht.

Conclusie Uit deze voorlopige jaarcijfers blijkt dat: • De grote tegenvaller komt door te gunstige begrotingsaannames in combinatie met doorgaande stijging van kosten van jeugdhulpgebruik; • De GRJR-informatievoorziening tot betere tussentijdse signalering leidt, maar de informatiepositie nog onvoldoende is om verrassingen uit te sluiten; • De uitgavenontwikkeling zelf – die afhangt van werkelijke inzet van hulp in samenspraak tussen GI’s, gemeenten en aanbieders – niet in control is. Hoe verder Bij de opstelling van de definitieve jaarstukken 2023 (AB juli) maken we gebruik van de formele productieverantwoordingen met accountantsverklaringen van aanbieders. We zullen niet meer kosten honoreren en in de jaarrekening meenemen dan in de productie is verantwoord, en die productie alleen betalen voor zover er toewijzingen van gemeenten zijn afgegeven. Hiermee zijn GRJR en aanbieders afhankelijk van gemeenten voor het bijwerken van de toewijzingen. De informatievoorziening van de GRJR is de afgelopen jaren al sterk verbeterd, waardoor we in de bestuursrapportages de tegenvallers konden zien aankomen. De informatiepositie is echter nog onvoldoende om volledig te kunnen informeren. De moeite om de informatie tijdig volledig te hebben was in 2023 aanleiding voor een onderzoek naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken.

In de loop van 2024 worden hierover besluiten genomen. De kostenstijgingen zijn niet houdbaar. Daarom is naar aanleiding van de tweede bestuursrapportage een maatregelenpakket voor de kostenbeheersing uitgewerkt. Dit pakket is in het AB van februari 2024 vastgesteld. De bijdragen van de gemeenten zullen worden opgehoogd op basis van de realisatie 2023 per gemeente versus de inleg 2023. Hierbij zijn de kosten waar mogelijk aan gemeenten toegerekend op basis van afname door de betreffende gemeente. Na deze ophoging sluit de voorlopige jaarrekening 2023 op € 0. De voorlopige bedragen voor de extra inleg zijn opgenomen in paragraaf 4.5 Toelichting op de balans. Deze bedragen worden pas vastgesteld en in rekening gebracht bij de definitieve vaststelling van de jaarrekening in juli. 6

Hoofdstuk 2 Programmaverantwoording

7

2. Programmaverantwoording 2.1 Context 2.1.1 Doelstellingen GRJR De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is een samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De samenwerking heeft tot doel te zorgen voor voldoende aanbod van specialistische jeugdhulp en voldoende inzet in de jeugdbeschermingsketen. De GRJR is een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met eigen begroting en jaarstukken waarin de doelen en middelen voor de bovenlokale taken worden vastgesteld en verantwoord. De doelen en uitgaven worden bepaald door beleid en uitvoering van de gemeenten. De GRJR zorgt, met contracten voor specialistische jeugdhulp en subsidies voor jeugdbeschermings-, jeugdreclasserings- en veilig thuis-taken, dat lokale beleidsambities kunnen worden gerealiseerd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten. De deelnemende gemeenten stelden in 2021 het beleidskader ‘Nabij en Passend; Regiovisie Jeugdhulp Regio Rijnmond’ vast. Dit kader komt erop neer dat gemeenten zorgen voor een sterke lokale infrastructuur waarop regionaal aanbod moet aansluiten. De GRJR heeft deze visie vertaald naar een inkoopstrategie voor nieuwe jeugdhulpcontracten per 1 januari 2023.

Een deel van de jeugdhulp is hierbij buiten de regionale contracten gehouden en lokaal ingekocht. Dit betreft delen van daghulp en ambulante hulp voor alle gemeenten en alle jeugdhulp voor gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Naast de opdracht om jeugdhulp te realiseren zijn ook contractuele afspraken met aanbieders gemaakt over aan de Regiovisie ontleende ontwikkelopdrachten. 2.1.2 Actuele begroting 2023 In april 2022 legde het bestuur van de GRJR de ontwerpbegroting 2023 voor zienswijzen aan de gemeenteraden voor. In juli 2022 stelde het bestuur de begroting 2023 vast. In april 2023 legde het bestuur een begrotingswijziging voor zienswijzen voor (wettelijk aangepaste termijn van dertien weken). In september 2023 stelde het bestuur de begrotingswijzing vast. In onderstaande tabel zijn de verschillende mutaties uit deze begrotingswijziging opgenomen.

8

Overzicht van Begroting 23 naar Begrotingswijziging 23

A. B. C. D. E. F. G.

H. I. J.

Begroting 2023 Realistisch begroten Maatwerk pleegzorg Pleegzorgvergoeding Diverse verschuivingen binnen de begroting Indexatie Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau effect inkoop 2023 Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E totaal mutaties april 2023 Begroting 2023 versie april 2023 Zorgcontinuïteit Maassluis, Vlaardingen en Schiedam Aanpassingen op gemeente niveau A t/m E Aanpassing budget GI's totaal mutaties september 2023 Begroting 2023 versie september 2023

Mutaties +

Mutaties -

12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695

33.411.074

625.271 1.812.402 2.437.673 9.911.256

17.655.369 17.655.369

2.500.000 12.411.256

Begroting (lasten) 242.409.928 12.692.906 250.000 495.927 0 10.002.546 9.969.695 -625.271 -1.812.402 30.973.401 273.383.328 -9.911.256 17.655.369 -2.500.000 5.244.113 278.627.441

De begroting 2023 had om omvang van € 242,4 mln. Dit is € 69,5 mln. lager dan de jaarrekening 2022 (waarvan € 47,4 mln. omdat MVS zelf jeugdhulp inkoopt). Door de begrotingswijziging steeg de begroting met € 30,9 mln. tot € 278,6 mln. 2.1.3 Beleidsindicatoren In principe behoort de GRJR volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) beleidsindicatoren op te nemen. Echter voorzien de deelnemende gemeenten hier al in hun eigen jaarrekening in.

2.2 Resultaten 2023 2.2.1 Hoofddoel voldoende bereikt: jeugdigen helpen De inhoudelijke boodschap van deze jaarstukken is, dat we als samenwerkende gemeenten in 2023 er weer in zijn geslaagd om onze jeugdigen hulp te geven waar die nodig was. Rond de 11.1001 jeugdigen ontvingen in 2023 specialistische jeugdhulp die door de GRJR was ingekocht. Meer dan 8.000 van hen kregen een vorm van ambulante hulp terwijl ze gelukkig ‘gewoon’ thuis konden blijven wonen. Ruim 1.100 jeugdigen ontvingen daghulp die op een of andere manier met school moest worden gecombineerd. Rond de 1.750 jeugdigen woonden bij een pleeggezin omdat thuis wonen niet mogelijk was. Meer dan 800 kinderen hadden een opname met behandeling nodig. Meer dan 350 jeugdigen verblijven in langdurige vormen van verblijfshulp zoals gezinshuizen of beschermd wonen. Naast deze cijfers kregen meer dan 650 jeugdigen uit onze regio hulp van een landelijke jeugdhulpspecialist op een buitenregionale plek. In 2023 implementeerde de GRJR nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp met systeemaanbieders, prestatieaanbieders en flexaanbieders, en werkte de GRJR met de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en -reclassering volop aan verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Het jaar stond in het teken van afronding 1

Dit betreft vaak een unieke vorm van jeugdhulp maar soms ook een combinatie, van bijvoorbeeld pleeghulp en ambulante hulp. Dit aantal kan in de definitieve jaarrekening nog worden bijgesteld omdat er toewijzingen met terugwerkende kracht worden afgegeven.

9

van de oude contracten, in de praktijk inregelen van de nieuwe contracten, aanpakken van zeer ernstige knelpunten in de gesloten jeugdhulp en de jeugdbescherming en starten met ontwikkelopdrachten om de hulp passender, tijdiger en nabijer te maken. 2.2.2 Niet binnen financiële randvoorwaarden gelukt Zoals de Hervormingsagenda laat zien staat er grote financiële druk op de jeugdhulp. Er is al jaren sprake van forse kostenstijging. Dat blijkt ook weer uit deze jaarrekening. Oorzaken van de overschrijdingen Samen met de gemeenten heeft de GRJR met de kennis in het voorjaar 2022 de uitgaven 2023 zo realistisch mogelijk ingeschat. Halverwege 2023 heeft de GRJR de ramingen bijgesteld, rekening houdend met de verwachting van sommige gemeenten dat beoogde kostenbeperkende effecten nog wel zouden optreden.

In de tweede helft van het jaar bleken ook deze verwachtingen nog te rooskleurig: • De woonplaatsbeginsel-aanpassing werkt sterker door dan verwacht; • De verschuiving naar lokaal van delen van daghulp en ambulante hulp blijft achter; • Inzet van pleeghulp in plaats van duurdere residentiële hulp wil maar niet groeien; • Snellere uitstroom uit specialistische jeugdhulp (bijvoorbeeld uit daghulp naar onderwijs, uit gezinshuizen naar zelfstandig wonen, etc.) wil maar niet vlotten; • Het binnen acceptabele wachttijden blijven, waar in 2021 en 2022 incidenteel veel in is geïnvesteerd, lijkt structureel meer inzet te vereisen; • Inspanningen om dure zorg beter en goedkoper te maken (afbouw van gesloten jeugdhulp en inzet van alternatieven) pakken vooralsnog financieel niet gunstig uit. Landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023 was niet alleen regionaal, maar ook landelijk een turbulent jaar voor de jeugdhulp. De landelijke discussie over de Hervormingsagenda werd na een langslepend geschil voorlopig beklonken. Er zijn nu afspraken over fundamentele verbetering van jeugdzorg. Helaas voor gemeenten heeft de rijksoverheid niet ingestemd met het ophogen van de algemene uitkering aan gemeenten om de grote stijgingen van de jeugdhulpuitgaven in de afgelopen jaren structureel te compenseren.

De beheersing van de kosten is dan ook een grote opgave voor de gemeenten, zowel individueel als samenwerkend in de GRJR. Dit betreft het samenhangend geheel van Jeugdwetkosten, dus naast specialistische jeugdhulp via de GRJR ook lokale jeugdhulp en voorliggende voorzieningen. Daarbij moet worden bedacht dat de GRJR de kosten van de regionale specialistische jeugdhulp niet eigenstandig kan beperken, omdat wettelijke verwijzers en gemeentelijke lokale teams bepalen welke hulp voor een individuele jeugdige wordt ingezet conform het beleid van de gemeenten. 2.2.3 Aanzetten tot verdergaande kostenbeheersing en transformatie De conclusie uit deze jaarrekening is dat de gewenste transformatie of hervorming tot nu toe nog niet leidt tot een rem op de uitgaven. De uitgaven groeien de pan uit, er is veel meer nodig en dat vraagt zowel inzet van de GRJR, van de aanbieders en van individuele gemeenten op jeugdhulp- én aanpalende domeinen.

10

Er wordt langs diverse lijnen gewerkt aan de transformatie: maatregelen voor kostenbeheersing, uitwerking van de Hervormingsagenda, vormgeving van alternatieven voor Jeugdhulpplus, vormgeving van bovenregionale expertisenetwerken en sturing op ontwikkelopdrachten. Kostenbeheersingsmaatregelen Naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2023 zijn kostenbeheersingsmaatregelen binnen huidige contractuele kaders geïnitieerd, vooral gericht op doelmatiger inzet van bestaande instrumenten bij toewijzen van hulp en managen van contracten. Het Algemeen Bestuur heeft in februari 2024 een pakket kostenbesparingsmaatregelen vastgesteld onder het adagium “Voldoende is goed genoeg”. Tegelijkertijd is met de gemeentelijke directeuren sociaal domein een Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) opgesteld die het AB ook in februari 2024 heeft vastgesteld. In de RBOK staan ambitie van en sturing op het maatregelenpakket GRJR toegelicht. Daarnaast zijn verdergaande maatregelen buiten de bestaande kaders van de GRJR nodig, die de reikwijdte van de Jeugdwet inperken, de instroom in jeugdhulp beperken en de uitstroom bevorderen. Hierover loopt een maatschappelijk debat en is fundamentele beleidsaanpassing nodig, waarop ook de Hervormingsagenda ziet met voornamelijk langere termijn-effecten.

Uitwerking Hervormingsagenda De GRJR is op landelijk niveau op diverse niveaus aangehaakt op de Hervormingsagenda. Het dagelijks bestuur sprak begin 2023 met de VNG over de inhoud van de conceptagenda en de achterliggende financiële systematiek. Na vaststelling van de agenda zijn diverse landelijke werkgroepen gevormd. De GRJR neemt deel aan de werkgroep die zich bezighoudt met het opnieuw inrichten van de landelijke inkoop van hoog specialistische jeugdhulp (LTA). De GRJR adviseert verder de VNG over de lijst met zorgvormen die ten minste op regionaal niveau moeten worden ingekocht. Daarnaast trok de GRJR in de regio het proces van de robuustheidsscan (is de regio als toekomstige regio robuust genoeg?) en de regioscan (0-meting: waar staan we ten opzichte van de Hervormingsagenda?). Ten slotte participeerde de GRJR in het BJ42-overleg van de VNG met de 42 jeugdhulpregio’s. De VNG richt deze overleggen steeds meer in als gremium om ontwikkelingen rondom de implementatie van de Hervormingsagenda in de verschillende regio’s richtinggevend met elkaar te delen. Werkgroep Alternatieven voor jeugdhulpplus De GRJR startte in 2023 een werkgroep met de zeven systeemaanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) voor de versnelde ontwikkeling van alternatief zorgaanbod voor jeugdhulpplus en 1-op-1 begeleiding.

Een concreet resultaat hiervan is bijvoorbeeld dat Pameijer een plan heeft opgeleverd om woongroepen te verkleinen naar vier jongeren met gelijkblijvende begeleiding. Daarnaast zijn aanbieders bezig met een bijscholingsprogramma van jeugdhulp professionals, een ambulant team met diverse expertises dat uithuisplaatsingen moet tegengaan en een verkenning naar een instellingsterrein waar kinderen met GGZproblematiek onvoorwaardelijk kunnen wonen.

11

Bovenregionaal expertisenetwerk (Bren) De GRJR is nauw betrokken bij de ontwikkeling van het Bovenregionaal expertisenetwerk. Dit netwerk heeft de volgende drie doelen: • Casusoverleg over jeugdigen waarin voorzitters van regionale expertiseteams casuïstiek over jeugdigen bespreken voor wie in de regio geen oplossing wordt gevonden. Dit verloopt naar tevredenheid; • Ontwikkeling van noodzakelijk nieuw aanbod in het landsdeel. In dit kader zijn in 2023 diverse projecten gestart. Timon gaat een kleine woonvorm ontwikkelen waar jongeren die voorheen van aanbieder naar aanbieder werden doorgeplaatst onvoorwaardelijk kunnen wonen. Een soortgelijke opdracht heeft Novaa voor jongeren met forensische problematiek. Ook zijn er opdrachten uitgezet om jongeren en ouders op wachtlijsten door jonge ervaringsdeskundigen te laten ondersteunen; • Wetenschappelijk onderzoek. Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) onderzoekt bijvoorbeeld naar de werkzame elementen van zorgaanbod vanuit het BREN. Ontwikkelopdrachten Vanaf 1 januari 2023 werkt de GRJR met zeven systeemaanbieders voor specialistische jeugdhulp. Met deze aanbieders zijn afspraken gemaakt waarin de ontwikkelopgaven in de regiovisie zijn vertaald naar opdrachten om hun zorgaanbod passender te maken.

Elke aanbieder werkt op zijn eigen wijze aan deze opdrachten, soms in samenwerking met de overige systeemaanbieders, soms intern en met eigen onderaannemers. Aanbieders leveren per kwartaal een kwalitatieve rapportage en na afloop van het jaar verantwoorden zij de inzet van hun ontwikkelbudget van ca € 150.000 per aanbieder per jaar. (N.b. deze verantwoording moet voor 01-04-2024 zijn aangeleverd en kon daardoor nog niet in de voorlopige jaarrekening opgenomen kon worden.) Om de resultaten meetbaar te maken bouwen aanbieders en GRJR aan betekenisvolle KPI’s per ontwikkelopdracht. In contractgesprekken bespreken de contractmanagers de inhoudelijke ontwikkelingen mede aan de hand van deze KPI’s. Naast de individuele ontwikkelopdrachten vormden aanbieders een gezamenlijke ontwikkelagenda op ter versterking van de individuele ontwikkelopdrachten. Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van de toeleiding naar specialistische hulp, het ontwikkelen van passend zorgaanbod en het leren van complexe casuïstiek. Op de ontwikkelopdrachten wordt onderstaand kwalitatief resultaat geboekt: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust zich op gebiedsgericht werken, een andere opende een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was.

Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op de exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin.

12

2. Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken met gemeenten aan meer verbinding met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Vanuit gemeentelijke en regionale zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel van JBRR sluiten inmiddels ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeggezin- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen, beschikbaar stellen van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking) en twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. 4. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van jeugdhulp als alternatief in plaats van verblijfshulp. De wijze van monitoring van deze opdracht is in ontwikkeling. Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. 5. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is het de bedoeling dat aanbieders met regelmaat middels dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af.

2.2.4 Ontwikkeling van het zorglandschap; nabij en passende, tijdige hulp Algemene ontwikkelingen Met de start van de nieuwe contractperiode per 1 januari 2023 is het zorglandschap op een andere wijze ingedeeld dan voorheen. De zeven systeemaanbieders zijn samen verantwoordelijk voor een dekkend zorglandschap voor specialistische jeugdhulp. Forensische jeugdhulp is apart gecontracteerd; dit zijn de prestatie-aanbieders. Tot slot zijn er flex-aanbieders die worden ingezet als systeem- of prestatieaanbieders geen ruimte meer hebben om de hulp zelf tijdig te leveren of als zij de zorg niet kunnen leveren. De eerste helft van 2023 stond in het teken van de zorgcontinuïteit van oude naar nieuwe contracten. Jeugdigen die in 2022 al zorg ontvingen en in zorg bleven, kregen de hulp die ze al hadden op het oude contract tot uiterlijk 1 juli 2023. De hulp die daarna nodig is werd zo nodig overgezet naar een nieuwe contractpartij. Arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt aan, zowel landelijk als in onze regio. In de Hervormingsagenda is dan ook veel aandacht voor het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt. Aanbieders zetten in op het werven en behouden van (ervaren) medewerkers o.a. door het beheersen van de werkdruk.

13

In mei 2023 startte een pilot Functiedifferentiatie in de Pleegzorg waarin Mbo’ers naast Hbo’ers worden ingezet in de pleegzorg. Doel is om de jeugdhulpsector toegankelijker te maken voor Mbo’ers en zo het tekort op de arbeidsmarkt te verminderen. De eerste resultaten zijn positief. Het ziekteverzuim in de jeugdhulp is licht afgenomen, maar is nog steeds hoger dan in andere sectoren. Aanbieders zetten sterk in op preventie en begeleiding om zo het ziekteverzuim terug te dringen. Hoofdlijnen opdrachten A tot en met F In alle opdrachten (behalve pleegzorg) zien we dat de weektarieven stijgen, bij gelijkblijvende aantallen kinderen in jeugdhulp en niet veranderende duur van zorg: • Ondanks de ambitie om jeugdigen die hulp met verblijf nodig hebben meer in pleegzorg te plaatsen, is het aantal jongeren in pleegzorg (A) is in 2023 licht gedaald. Kinderen worden langer ambulant behandeld. Als uiteindelijk toch plaatsing buiten het gezin nodig is, dan is de problematiek van de jeugdigen voor veel pleegzorggezinnen te zwaar; • Substantiële afname van jeugdigen in opname met behandeling (B), waarmee in de begroting rekening is gehouden, werd niet gerealiseerd. Afname van het aantal kinderen in gesloten jeugdhulp is gestabiliseerd. Er is tegelijk een sterke weektariefstijging in B door toegenomen complexiteit van de zorgvraag bij instellingen die jeugdigen in de openheid opvangen.

Dit komt door de ingezette afbouw van gesloten jeugdhulp (B2/Jeugdhulp+). Wel zien we een lichte daling van het aantal jeugdigen in opname met intensieve behandeling (B3), die mogelijk gevolg is van intensievere (duurdere) inzet van daghulp (D) en ambulante hulp (E); • We zien meer jongeren in gezinshuizen (C1) komen als alternatief voor pleegzorg, en in beschermd wonen (C3). Er komen minder jongeren dan voorheen in KamerTrainingscentra (C2); dit aanbod lijkt niet goed aan te sluiten bij de vraag van jeugdigen die toe zijn aan een volgende fase op weg naar zelfstandigheid; • Het aantal jeugdigen in daghulp (D) bleef vrijwel gelijk aan 2022, ondanks de verwachting dat dit substantieel zou dalen omdat gemeenten een deel van daghulp zelf aanbieden. Of de jeugdhulp op de juiste plek geleverd wordt (regionaal/lokaal) is nog niet goed te beoordelen, mede omdat gemeenten (nog) onvoldoende informatie hebben over lokaal zorggebruik. Knelpunten zoals niet tijdig uitstromen naar lokaal en onvoldoende doorstroom naar (passend) onderwijs dragen bij aan kostenoverschrijding in opdracht D. De complexiteit van de zorgvraag zien we ook in D terug in gestegen weektarieven, mogelijk in samenhang met minder inzet van verblijfshulp met intensieve behandeling (B3); • Het aantal jeugdigen in ambulante hulp (opdracht E) neemt duidelijk af, maar het gemiddeld weektarief stijgt.

De daling in gebruik betreft grotendeels afname van laag frequente medicatie (E3), en afname van lichte vormen van ambulante hulp (E1 tredes 1 en 2). Dit komt doordat gemeenten vanaf 1 januari 2023 zelf een deel van de ambulante jeugdhulp hebben ingekocht. De financiële effecten zijn minder dan verwacht. De stijging van weektarieven heeft mede als oorzaak dat lichte hulp meer lokaal geleverd wordt en duurdere zorg regionaal blijft;

14

•

Bij de crisishulp (F) is de onderlinge samenwerking tussen systeemaanbieders en het crisisinterventieteam van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verstevigd. Met elkaar is er voldoende capaciteit beschikbaar om zorgvragen van nieuwe jeugdigen in crisissituaties te kunnen oppakken. Er is gebruik gemaakt van ongeveer 85% van de beschikbare crisiscapaciteit. Dit jaar is overcapaciteit van het ambulante crisisaanbod voor het eerst alternatief ingezet op reguliere arrangementen, met name ter voorkoming van breakdowns bij pleegzorgplaatsingen.

Forensische zorg Zorg aan jeugdigen met een reclasseringsmaatregel, forensische zorg in de vorm van opname (B), verblijf (C), daghulp (D) en ambulant (E), is sinds 2023 apart gegund aan prestatieaanbieders. Omdat dit eerder niet apart was ingekocht en geregistreerd is nog geen vergelijking te maken met voorgaande jaren en is 2023 een 0-meting. Alleen het gebruik van verblijf voor de ASR (adolescentenstrafrecht) doelgroep werd tot en met 2022 geregistreerd. In 2023 zijn 348 toewijzingen voor forensische zorg afgegeven voor 290 jeugdigen. Veruit de meeste toewijzingen (235) betreffen ambulante hulp (E), en er is zo’n 40 maal daghulp toegewezen (D). Er is ten opzichte van de vroegere ASR een groei te zien in het aantal jeugdigen met forensische verblijfszorg, met name beschermd wonen (C3) en training zelfstandig wonen (C2). In 2023 gebruikten ruim 50 jeugdigen deze hulp met verblijf. De gemiddelde wachttijd bij prestatieaanbieders was in 2023 16 dagen. De gemiddelde leeftijd van jeugdigen met forensische zorg ligt hoger dan bij reguliere jeugdhulp: 20% is 17-18 jaar en 47% is tussen de 18 en 23 jaar. Wachttijden Resultaten opdracht E (ambulante hulp) Bij het afronden van het project Aanpak wachttijden was eind 2022 de gemiddelde wachttijd voor opdracht E 14 weken. Eind 2022 stonden voor opdracht E 1085 jeugdigen op de wachtlijst. Aantal wachtenden opdracht E (excl. MVS)

Gemiddelde wachttijd opdracht E 30 25 20 15 10 5 0

27

1500 15 13 15

18

17 18 14 13 16

1150

1331 1057 1014 1070

1085 1017

1272 1313 1215

1000 500 0 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 Q1 Q2 Q3 Q4 2021 2021 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2023 2023

Na het eerste kwartaal van 2023 was te zien dat de systeemaanbieders de in 2022 ingezette daling zowel qua aantallen als wachttijd hadden voortgezet. Aanbieders merken dat bij verwijzers, met name huisartsen, de verschuiving van delen van opdracht E naar lokale inkoop niet voldoende bekend is. Terwijl het aantal huisartsverwijzingen naar de regionale GGZ-aanbieders toenam van 75% in het eerste kwartaal naar 85% in het derde kwartaal. Hierdoor was er in 2023 grotere druk op de regionale GGZ-aanbieders voor screening en triage. De gevolgen werden gedurende 15

2023 zichtbaar. De gemiddelde wachttijd is met 4 weken gestegen en het aantal wachtenden met 130. Verschillende gemeenten nemen in subregionaal verband stappen om te zorgen voor herverdeling van casuïstiek, zodat inzet van lokaal gecontracteerde aanbieders bij passendheid voorliggend is aan inzet van regionale aanbieders. Naast de wachttijd en wachtlijst monitort de GRJR de spreiding van de wachttijd, dus: hoe lang wachten de meeste jeugdigen? Idealiter ligt de piek op de eerste drie maanden en zullen de aantallen lang wachtenden steeds meer afnemen. Rond de zomervakantie is het gebruikelijk een toename in het aantal wachtenden en wachttijd te zien. Ook hierin is de verschuiving in opdracht E zichtbaar door langere wachttijden bij de GGZaanbieders. De langst wachtenden wachten veelal op inzet van zeer specialistische schaarse hulp. Voor GGZ-hulp, hulp in complexe scheidingssituaties en voor kinderen met (complex) autisme is de wachttijd op het moment het langste.

Aantal wachtenden

Wachtlijst opdracht E (excl. MVS) 500 400 300 200 100 0

301 206 118

116

130

183

110

2022 Q4 38

13

2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4

Wachttijd

Resultaten opdracht D (daghulp) In opdracht D zijn de gebruikelijke golfbewegingen van aantallen jeugdigen en wachttijd. Wel valt op dat de gemiddelde wachttijd gedurende het jaar bijna 2 weken hoger lag dan in 2022, maar eind 2023 is de wachttijd gemiddeld weer gedaald tot 13 weken. Dit is rond de afgesproken Treek-norm. Resultaten opdracht B (opname) en C (verblijf) Anders dan in voorgaande jaren, zijn er in opdracht B en C geen lange wachttijden voor de meeste kinderen. Aanbieders rapporteren over het kleine aantal jeugdigen een gemiddelde huidige wachttijd van 8 weken en retrospectieve wachttijd van 3 weken. Kanttekening hierbij is dat voor de kinderen met de meest complexe hulpvraag het lastig is passende hulp te vinden. Wanneer jeugdigen met hun behandeling in opdracht B klaar zijn maar nog niet thuis kunnen wonen, stromen zij door naar opdracht C. Daar sluit het aanbod niet altijd goed aan op de vraag. Deze wachtende kinderen zijn niet opgenomen in de wachttijdendashboards aangezien er nog geen aanmelding is voor passende vervolghulp. Vrijwel alle wachtende kinderen in opdracht B en C ontvangen al een vorm van jeugdhulp.

16

Resultaten opdracht A (pleegzorg) De wachttijd in de pleegzorg is afgenomen van 22 weken eind 2022 naar gemiddeld 10 weken eind 2023. Het aantal wachtenden was het merendeel van het jaar stabiel, maar is in het 4e kwartaal sterk afgenomen. De zorgvraag betreft met name deeltijd pleegzorg en zijn veelal jeugdigen die al elders in zorg zijn. De wachttijd heeft dan bijvoorbeeld te maken met ouders die geen toestemming voor deeltijd pleegzorg geven of met het feit dat de juiste match tussen kind en gezin nog niet is gevonden.

2.3 Resultaten per opdracht 2.3.1 Pleegzorg (Opdracht A) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil begroting vs Realisatie 2023

€ 22.710.000

€ 21.841.000

€ 20.249.000

€ 20.867.000

€ 22.407.000

- € 2.158.000

Jaar*a

Aantal toewijzingen

Aantal jeugdigen

2021

4.108b

1.954

261

92

2022

2.358

1.876

266

116

2023**

2.294

1.762

272

132

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is de verwachting dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Voor pleegzorg (opdracht A) is de voorlopige realisatie 2023 hoger dan begroot en vergelijkbaar met de realisatie 2021 en 2022, ondanks de indexatie van de tarieven. De ambitie om pleegzorg te laten groeien (als alternatief voor overige verblijfszorg, opdracht B en C) wordt niet gehaald. Er is in het aantal jeugdigen geen toename te zien in de realisatie 2023, er is zelfs een lichte afname. De toewijzingsduur van pleegzorg neemt wel toe. De licht hogere kostenrealisatie in 2023 ten opzichte van de begroting 2023 kan dus te verklaren zijn door een langere duur van de zorg die geleverd wordt in deze opdracht. Het weektarief stijgt licht, maar dit is uitsluitend een effect van de indexatie. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling in pleegzorg (opdracht A) Het uitgangspunt in de GRJR is volgens de Regiovisie, dat kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie die hun ontwikkeling stimuleert. Van alle vormen van jeugdhulp met verblijf heeft pleegzorg daarom altijd de voorkeur. De ambitie van de regio is dan ook om het aantal pleeggezinnen en pleegzorgplaatsingen te laten stijgen.

17

Toch is het aantal toewijzingen en het aantal jeugdigen in opdracht A gedaald ten opzichte van voorgaande jaren (zie tabel). Dit is in lijn met het landelijke beeld. De daling is deels te verklaren door een tekort aan passende pleeggezinnen en deels door complexere problematiek bij jeugdigen die jeugdhulp met verblijf nodig hebben. De trend om jeugdhulp zo lang mogelijk in de thuissituatie op ambulante basis aan te bieden speelt bij dit laatste punt mee. Als deze inzet toch niet het gewenste resultaat oplevert en alsnog een uithuisplaatsing van één of meerdere jeugdigen nodig is, dan is de complexiteit van de zorgvraag vaak toegenomen. Een plaatsing in een pleeggezin is dan vaak niet meer passend. Om meer pleeggezinnen te werven hebben er in de afgelopen jaren campagnes plaatsgevonden. De systeemaanbieders hebben hierop ook een ontwikkelopdracht. Dit heeft nog niet tot een toename geleid in onze regio. De langere zorgduur in pleegzorg is beleidsmatig gewenst: de regio wil dat een pleegzorgplaatsing duurzaam is. Om pleeggezinnen te behouden en uitval te voorkomen is daarom ingezet op het versterken en ondersteunen van pleegouders, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding en/of aanvullende hulp en begeleiding (niet zijnde jeugdhulp) te voorzien. Dit is gedaan via de subsidie Pleegzorg Maatwerk. Ook kan er aanvullende hulp uit opdrachten D en/of E worden ingezet.

In 2023 is een subsidie Functiedifferentiatie in de Pleegzorg verleend (mei 2023 – mei 2024) om te onderzoeken of en hoe het inzetten van MBO-‘ers naast HBO-ers bij kan dragen aan een efficiëntere dienstverlening en het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt. 2.3.2 Opname met behandeling (Opdracht B) Realisatie JR 2021

Realisatie JR 2022

Begroting 2023

2e Burap 2023

Voorlopige verwachte realisatie 2023

Verschil begroting vs Realisatie 2023

€ 66.239.000

€ 78.698.000

€ 61.228.000

€ 79.036.000

€ 82.931.000

-€ 21.703.000

Jaar*a 2021 2022 2023**

Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332

Aantal jeugdigen 864 845 805

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 2.649 40 2.976 42 3.363 40

18

Opdracht B1 Jaar*a 2021

Aantal toewijzingen 234

Aantal jeugdigen 133

2022

190

145

1.806

56

2023**

191

155

2.014

52

2021

Aantal toewijzingen 308

Aantal jeugdigen 157

Weektarief in €*** 3.466

Toewijzingsduur in weken 31

2022

218

123

3.803

32

2023**

166

105

4.781

31

Aantal toewijzingen 1.101 929 919

Aantal jeugdigen 634 617 586

Weektarief in €*** 2.592 3.012 3.376

Toewijzingsduur in weken 41 42 39

Aantal toewijzingen 58 57 70

Aantal jeugdigen 41 44 47

Weektarief in €*** 4.674 5.501 6.280

Toewijzingsduur in weken 19 16 6

Opdracht B2 Jaar*a

Opdracht B3 Jaar*a 2021 2022 2023** Opdracht B4 Jaar*a 2021 2022 2023**

Weektarief Toewijzingsduur in €*** in weken 1.739 50

*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat dit door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.

Toelichting op de cijfermatige ontwikkeling in opname met behandeling (opdracht B) Voor opname met behandeling (opdracht B) is de realisatie 2023 fors hoger dan begroot en licht hoger dan de realisatie 2022. Dat betekent dat de ambitie om opdracht B financieel te laten krimpen niet wordt gehaald. In de realisatie 2023 is er ook geen substantiële afname te zien in het aantal jeugdigen in opdracht B, dit daalt slechts licht. Dit geldt ook voor het aantal toewijzingen. Door het toewijzen met terugwerkende kracht kan dit beeld in de toekomst nog (naar boven) bijgesteld worden. De toewijzingsduur van deze opdracht blijft stabiel, daar waar de ambitie een kortere duur is. Het weektarief stijgt met de jaren sterker dan de indexatie. 19

Er is een zeer lichte daling in aantal jeugdigen te zien in de opdrachten in B2/Jeugdhulp+ en B3 (open intensieve behandeling). De opdrachten B1 (kortdurende open behandeling) en B4 (vrijwillig gesloten behandeling) laten daarentegen een zeer lichte stijging zien in het aantal jeugdigen. In opdracht B wordt ook forensische hulp geleverd. Dit maakt onderdeel uit van bovenstaande cijfers. Het betreft hier 5 jeugdigen van de 805 in 2023. Toelichting op de zorginhoudelijke ontwikkeling opname met behandeling (opdracht B) Binnen B2/JH+ (gesloten jeugdhulp) zien we vooral dat de toewijzingsduur niet afneemt ten opzichte van het voorgaande jaren, ondanks dat de groepen verkleind zijn. Aanbieders geven wel aan dat het aantal incidenten in de groep stevig verminderd is. Dit is een goede ontwikkeling. Door de verkleining van de groepen zijn er minder plekken beschikbaar, dat zien we terugkomen in het dalende aantal jeugdigen en toewijzingen. In het weektarief uit 2022 waren de aangepaste tarieven voor deze groepen nog niet opgenomen. Dat verklaart dus voor een deel de stijging in het weektarief. Wat we daarnaast constateren, is dat voor zo’n 30% van de toewijzingen het weektarief hoger is dan het standaardtarief voor B2/JH+. Dit komt met name doordat de jeugdigen 1-op-1 hulp krijgen of een aangepast dagprogramma ontvangen, omdat zij niet naar school kunnen.

In opdracht B3 (open intensieve behandeling) zien we het aantal jeugdigen dalen, tegelijkertijd zien we het weektarief stijgen. Dit lijkt erop alsof de jeugdigen die voorheen in gesloten jeugdhulp werden opgevangen, niet allemaal in deze open setting terecht komen. We zien daarnaast het weektarief van B3 stijgen. Ook op de opdrachten D (daghulp) en E (ambulante hulp) is een stijging op de weektarieven die hoger zijn dan € 1.000. Dit zijn mogelijk ook deels jeugdigen die nu ambulant in de eigen thuissituatie geholpen worden, waar deze anders via opname (dus B3) geholpen zouden worden. Dat is in lijn met de ambitie om jeugdigen zoveel mogelijk in de thuissituatie te helpen en dus plaatsingen in een residentiële setting te verminderen/te verkorten. Binnen opdracht B4 (vrijwillig gesloten behandeling) zien we het volgende gebeuren: het aantal jeugdigen stijgt licht, het aantal toewijzingen stijgt harder dan het aantal jeugdigen, maar de toewijzingsduur gaat juist enorm omlaag. Dit betekent dat de jeugdigen steeds kortere toewijzingen krijgen voor opdracht B4, maar mogelijk worden deze wel vaker gevolgd door een herindicatie. Ook in dit perceel zien we een sterke stijging van het weektarief dat groter is dan de indexatie. Overigens is het aantal kinderen in deze opdracht klein.

Incidentele kosten afbouw Jeugdhulpplus De gesloten jeugdhulp is een specifieke hulpvorm die landelijk maar door een beperkt aantal aangewezen aanbieders wordt geleverd. Het gaat om een doelgroep van ca. 300 jeugdigen uit de vijf jeugdhulpregio’s in het landsdeel Zuidwest/de provincie Zuid-Holland (ca. 145 jeugdigen per jaar uit Rijnmond), die in onze provincie door iHub en Schakenbosch wordt geholpen. Sinds 2021 werken we aan uitvoering van de landelijke opdracht om op termijn tot 0 jeugdigen in gesloten jeugdhulp te komen. Dit doet het landsdeel met deze aanbieders door bijvoorbeeld verkleining van groepen en afschaffing van separeerruimtes. Het aantal jeugdigen dat in gesloten jeugdhulp terecht komt is de afgelopen jaren gedaald. De financiële posities van de gesloten jeugdhulpaanbieders kwamen in de knel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.albrandswaard.nl/api/v1/meetings/3657/documents/31936