1. 2024-034671 GR Jeugdhulp Rijnmond Voorlopige jaarstukken 2023.pdf
Tekst van het document
2.3.2
Daghulp (D)
Wat willen we bereiken Gemeenten, ook via verwijzingen van met name jeugdbescherming, kunnen dagbehandeling geven aan jeugdigen: Met gedragsproblematiek waarvan nog niet bekend is wat het is; Met een medisch probleem en ontwikkelingsproblemen die daarvoor dagbehandeling en verpleegkundige zorg nodig hebben; Die (hoog) specialistische SGGZ-dagbehandeling nodig hebben. Er wordt zo veel mogelijk ambulant in de omgeving van het kind gewerkt, dus samen met school en thuis. Dagbehandeling is aanvullend. Het perspectief is een zekere mate van herstel, vermindering of stabilisatie van de problematiek is, en/of dat de jeugdige vaardigheden vergroot en/of behoudt. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Daghulp
Jaar
2021 2022 2023
Aantal toewijzingen * 1.508 1.417 1.540
Aantal jeugdigen*
Weektarief in €***
Toewijzingsduur in weken*
972 1.114 1.107
810 857 1.011
42 41 37
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024)
a
Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte hulp wordt bij voorkeur naschools of in de schoolsituatie aangeboden, zodat de jeugdige op school kan blijven meedoen. Voor jongere kinderen wordt samengewerkt met kinderdagverblijven (KDV). Voor kinderen die niet naar een KDV gaan wordt de jeugdhulpdiagnosestelling gekoppeld aan de reguliere screening in het (speciaal) basisonderwijs, zodat ook dan vroegtijdig hulp geboden kan worden. Geen onderdeel van D zijn lokale vormen van daghulp, zoals vervanging van onderwijs, combinaties van behandeling en onderwijs, naschoolse opvang, dagbehandeling gericht op werk, het daghulp aanbod voor de doelgroep Jeugd met een beperking en chronische GGZ problematiek (zoals jeugdigen uit de oude AWBZ-GGZdoelgroep of met een uitbehandeld autisme). De regionale daghulpaanbieders hebben een ontwikkelopdracht die aansluit op afspraken met samenwerkingsverbanden uit het onderwijs, het ‘voorveld’ en het Centrum voor Jeugd en Gezin. De opdracht is om de uitstroom te bevorderen vanuit dagbehandeling richting (speciaal) onderwijs en bijvoorbeeld richting welzijnsen jongerenwerk en vrijwilligers rond de jeugdige. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 19,1 24,4 26,9 34,1 42,2 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.3 Pleeghulp (A) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing van met name jeugdbescherming, pleegzorg geven als het wonen in de thuissituatie niet mogelijk is. Ambulante hulp en daghulp in het oorspronkelijke gezin zijn niet altijd de oplossing. Het pleeggezin is de nieuwe woonomgeving voor het kind. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Pleeghulp
Jaar*a 2021
Aantal toewijzingen
Aantal jeugdigen
Weektarief in €***
Toewijzingsduur in weken
4.108b
1.954
261
92
2022
2.358
1.876
266
116
2023**
2.294
1.762
272
132
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024). a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd. b Aantal toewijzingen is hoog doordat eind 2020/begin 2021 veel toewijzingen zijn beëindigd en verlengd.
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte pleegzorg houdt rekening met de identiteit van een kind. Daarom heeft bij de keuze voor pleegzorg de inzet van een netwerkpleeggezin de voorkeur. Daarnaast is het streven om die nieuwe woonomgeving dichtbij de oude te realiseren. Daarmee kan de band met ouder(s), broers/zussen, school, sport en buurt worden gecontinueerd. Er zijn ook situaties waarin juist afstand van oorspronkelijke omgeving en gezin gewenst is. Om de continuïteit te waarborgen is pleegzorgbegeleiding en indien nodig direct bij te schakelen ambulante hulpverlening beschikbaar. In de nieuwe contracten met systeemaanbieders is een van de centrale ontwikkelopdrachten om het aantal pleeggezinnen omhoog te krijgen. Speciale aandacht is nodig voor pleegzorg in de leeftijdscategorie 14 jaar tot 21 jaar. Als geen pleeggezinnen in de nabijheid zijn, is een gezinshuis een goed alternatief (zie onder langdurig verblijf). Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 22,7 21,8 22,4 30,0 31,3 *) inclusief eerste begrotingswijziging, de stijging van de kosten wordt vooral veroorzaakt door de budget neutrale verschuiving van pleegzorgkosten vanuit de Buitenregionale plaatsingen naar opdracht A Pleegzorg
2.3.4 Langdurig verblijf (C) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, ook op verwijzing door met name jeugdbescherming, aangeven dat langdurig verblijf nodig is voor een jeugdige, als het niet lukt om terug te keren naar de thuissituatie of een pleeggezin. Het gaat om kinderen met ernstige problematiek, veroorzaakt door bijvoorbeeld verstoorde
gehechtheid, trauma, autisme, getuige of slachtoffer zijn van huiselijk geweld, seksueel misbruik of andere vormen van mishandeling en/of verwaarlozing. Door een ernstig verstoorde basis ontstaan achterstanden in de sociaal- en emotionele ontwikkeling en vaak ook een psychische stoornis die leidt tot (ernstig) afwijkend gedrag. Mede hierdoor kunnen deze jeugdigen niet terecht bij een netwerk- of pleeggezin. Ze hebben een integrale combinatie van vervangende opvoeding en begeleiding nodig. Het perspectief is gericht op maximaal (ondersteunen tot) zelfstandig wonen, doen wat je zelf kan en (tijdelijke) overname daar waar het zelf niet lukt. De hulp is gericht op meedoen in de maatschappij. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Langdurig verblijf
Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 554 430 489
Aantal jeugdigen 309 338 369
Weektarief in €*** 1.348 1.456 1.633
Toewijzingsduur in weken 53 60 57
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Wat gaan we daarvoor doen Bij het ingekochte langdurig verblijf ligt de focus op een stabiele bekende plek, rust en regelmaat en passende dagbesteding en onderwijs. Mogelijke vormen zijn: C1: Gezinshuizen (en kleinschalige groepen, voor 1 januari 2023 C4) C2: Kamertraining (en begeleid zelfstandig wonen) C3: Beschermd wonen Opvang in een kleinschalige woonvorm of gezinshuis is bedoeld voor kinderen tot 12 jaar, die het beste thuis of in een pleeggezin kunnen opgroeien, maar waarbij dat niet mogelijk is. Een gezinshuis kan ook een goed alternatief vormen als er geen pleeggezin in de nabijheid is. Voor de oudere jeugdige kan ook kamerbewoning of beschermd wonen in beeld komen. Bij het langdurige verblijf kan ook behandeling of intensieve begeleiding worden ingezet. Deze ondersteuning krijgt de jeugdige in de instelling waar deze verblijft. In de regio wordt toegewerkt naar minder kinderen in behandeling met verblijf. Een kind plaatsen in behandeling met verblijf is de laatste ultieme inzet. Het aanbod van kleinschalige alternatieven wordt vergroot, waardoor er meer afschalingsmogelijkheden zijn in een doorgaande lijn, met zo min mogelijk plaatsingen in opnamesettings en landelijk gecontracteerde voorzieningen
(LTA). Het flexibeler benutten van beddencapaciteit is een ontwikkelopdracht in de nieuwe contracten. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 14,3 15,5 21,1 32,4 40,5 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.5 Behandeling met verblijf/Opname (B) Wat willen we bereiken Gemeenten kunnen, vaak op verwijzing van de jeugdbescherming, als het echt nodig is, een jeugdige laten behandelen door (kortdurende) opname. Het perspectief is het binnen een afzienbare periode (weer) thuis kunnen wonen. Hierbij wordt gekeken naar de opvoedsituatie, wat de ouders en het gezin nodig hebben om een terugkeer mogelijk te maken, de opvoeding zelf weer op te kunnen pakken, en terugkeer naar de eigen school voor (passend) onderwijs te laten plaatsvinden. Ontwikkeling indicatoren zorggebruik Behandeling met verblijf/Opname
Jaar*a 2021 2022 2023**
Aantal toewijzingen 1.701 1.394 1.332
Aantal jeugdigen 864 845 805
Weektarief in €*** 2.649 2.976 3.363
Toewijzingsduur in weken 40 42 40
*Alle cijfers zijn exclusief MVS, ook over de jaren 2021 en 2022 (t.b.v. de vergelijkbaarheid) **Cijfers kunnen nog wijzigen door toewijzingen die met terugwerkende kracht worden doorgegeven aan de UO. Bron: Dashboard GRJR (peildatum 5-2-2024) a Cijfers kunnen afwijken t.o.v. de rapportage in de JR 2022: door toewijzingen die met terugwerkende kracht zijn ingediend vinden er mutaties plaats, ook over eerdere jaren. Voor de cijfers over 2023 is te verwachten dat het door toewijzen met terugwerkende kracht nog mutaties in de toekomst zal opleveren. ***De weektarieven zoals hier gerapporteerd zijn de tarieven zoals opgevoerd door gemeenten in de Toewijzingen-upload in de BTZ en sluiten daarmee aan op de tarieven zoals deze zijn opgevoerd in de systemen. Dit is inclusief indexatie daar waar de indexatie al in de systemen is doorgevoerd.
Wat gaan we daarvoor doen De ingekochte behandeling met verblijf is in verschillende vormen beschikbaar: B1: lichte behandeling met verblijf (opname) B2: gesloten jeugdhulp (jeugdzorg+/jeugdhulpplus) B3: zwaardere behandeling met verblijf (opname intensieve behandeling) B4: zwaardere behandeling in gedwongen/gesloten kader (gesloten behandelsetting).
Landelijk en bovenregionaal wordt gewerkt aan verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg, met meer ambulante hulp en kleinschalige (tijdelijke) woonvormen voor jeugdigen met een “gesloten machtiging”. Richtpunt is de landelijk aangenomen motie “Beweging naar 0”. Het betreft een complexe opgave met grote bestuurlijke en financiële beslissingen en risico’s over veel jeugdhulpregio’s heen. In de nieuwe contracten is als ontwikkelopdracht opgenomen dat er minimale inzet (flexibeler, kortere ligduur) van bedden plaatsvindt. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Begroting Begroting JR2021 JR2022 Concept JR2023 2024 *) 2025 66,2 78,7 82,9 94,2 100,9 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.6 Crisiszorg: Crisishulp (F), Crisis Interventie Team (G) en Acute dienst GGZ (I4) Wat willen we bereiken Crisishulp is beschikbaar wanneer nodig. Er is één toegang tot crisishulp. Crisishulp wordt tot een minimum teruggebracht door tijdige beschikbaarheid van reguliere hulp. Wat gaan we daarvoor doen De toegang tot crisishulp wordt gevormd door het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond aangevuld met expertise van de acute diensten van GGZ-aanbieders en vanuit Veilig Thuis. Het CIT kan rechtstreeks benaderd worden door politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners en ook ouders en kinderen. Alleen als een crisismelding een jeugdige betreft die nog niet eerder in crisis verkeerde, wordt na de beoordeling door het CIT direct crisishulp ingezet (vanuit opdracht F). De systeemaanbieders organiseren hiervoor een gezamenlijk coördinatiepunt met een plaatsingscoördinator. Crisishulpverlening kan bestaan uit ambulante crisishulp, crisispleegzorg of crisisopname in een instelling. Crisishulp is per definitie kortdurend (maximaal 4 tot 8 weken) en is alleen voor nieuwe cliënten. Als een jeugdige al wel onder behandeling is bij een aanbieder, gebeurt de inzet van crisishulp namelijk vanuit deze aanbieder (en dus vanuit een andere opdracht).
In de loop van 2024 is duidelijk hoe de huidige crisisdiensten vanaf 1 januari 2025 integraal samenwerken en zo mogelijk zijn samengevoegd binnen één organisatie.
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 8,6 8,7 8,3 8,9 9,4 *) inclusief eerste begrotingswijziging
Jaar
Ambulante Crisishulp*
Crisispleegzorg*
Crisisopvang*
Totaal*
2021 2022 2023
333 259 247
119 103 93
302 256 250
754 618 590
*Cijfers zijn afkomstig van zorgaanbieder
2.3.7 Niet-regionaal ingekochte jeugdhulp (I) Buitenregionale plaatsingen (BRP) Wat willen we bereiken Het budget voor buitenregionale plaatsingen is bedoeld voor van jeugdhulpplaatsingen bij zorgaanbieders buiten de regio. Het is de bedoeling dat hier alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik van wordt gemaakt als het regionale aanbod redelijkerwijs niet in de behoefte kan voorzien. Wat gaan we daarvoor doen Deze begrotingspost bestaat uit twee vormen van buitenregionale plaatsingen, namelijk buitenregionale pleegzorgplaatsingen en individuele maatwerkcontracten met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders buiten de regio. Door aanpassing van het woonplaatsbeginsel zijn met ingang van 2023 relatief veel lopende zorgcontracten-op-maat met aanbieders buiten de regio overgekomen en gecontinueerd. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 2,6 17,8 11,6 1,1 1,1 *) inclusief eerste begrotingswijziging
De meeste maatwerkcontracten zijn inmiddels zoveel mogelijk onder de reguliere contracten voor A t/m E gebracht. In de begroting is daarvoor het budget verschoven en daardoor is het budget BRP veel lager geworden.
Landelijke inkoop (LTA) Wat willen we bereiken Gemeenten en wettelijke verwijzers, zoals jeugdbescherming, huisartsen en medisch specialisten, kunnen hoog-specialistische zorgvoorzieningen inzetten waarvan het aanbod landelijk is georganiseerd. De VNG sluit voor deze hoogspecialistische hulp contracten met jeugdhulpaanbieders namens alle gemeenten. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake is van weinig cliënten en een landelijke spreiding van voorzieningen. Daarnaast is er een aantal landelijk georganiseerde functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp. De functies die landelijk zijn gecontracteerd zijn: 1.
Topklinische GGZ (eetstoornissen, autisme, forensische en orthopsychiatrie, persoonlijkheidsstoornissen, trauma en gezin, dwang angst en tics, psychotrauma, neuropsychiatrie); 2. Verblijf en behandeling van jeugdigen die de diagnose sterk gedragsgestoord licht verstandelijk beperkt krijgen (J-SG LVB); 3. Diagnostiek, observatie en exploratieve behandeling LVB & GGZ; 4. Jeugdigen in een universitair medisch centrum, de medisch specialist kan als wettelijke verwijzer ook verwijzen naar een specialisme binnen hetzelfde academische behandelcentrum; 5. Jeugd GGZ in academische behandelcentra; 6. Landelijke opvang en behandeling van slachtoffers van seksuele uitbuiting en eergerelateerd geweld; 7. Jeugdigen met de diagnose ARFID (specifieke eetstoornis) of onzindelijkheid; 8. JeugdzorgPlus ZIKOS; 9. Jeugdigen die zintuiglijk beperkt zijn; 10. Jeugd GGZ voor chromosomale gebonden genetische syndromen; 11. Jeugd GGZ voor jeugdigen met FASD (reeks aan geboortedefecten als gevolg van inname van alcohol tijdens de zwangerschap); 12. Landelijk werkende klinieken voor Gezinspsychiatrie; 13. Kliniek intensieve behandeling Autisme; 14. Gastplaatsingen High Intensive Care (HIC).
Wat gaan we daarvoor doen De kosten van deze landelijke gecontracteerde hulp zijn moeilijk te beïnvloeden, omdat de inzet doorgaans volgt op een rechtstreekse medische verwijzing. De lokale teams zijn daar meestal niet bij betrokken. De inzet is om de onderliggende verwijsstromen beter in beeld te krijgen en te beïnvloeden met het doel om meer kinderen zoveel mogelijk thuis en nabij te helpen door eigen gecontracteerde partijen. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie Concept Begroting Begroting JR2021 JR2022 JR2023 2024 *) 2025 17,6 19,4 24,0 25,7 27,2 *) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.8 Zorgbemiddeling en Niet-wettelijke taken GI’s (G) Wat willen we bereiken Bij een zorgvraag die te complex is om direct toe te wijzen aan één aanbieder vindt zorgbemiddeling plaats. Zorgbemiddeling functioneert met een integrale blik en bundelt kennis vanuit in ieder geval jeugdhulp, GGZ, LvB, sociaal domein en veiligheid. De zorgbemiddelingstafels worden tot een onafhankelijk regionaal expertiseteam doorontwikkeld, zodat mee sturing op passende inzet plaatsvindt. Wat gaan we daarvoor doen Bij de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond zijn (naast de wettelijke taken) diverse aanvullende (niet-wettelijke) taken gelegd: Zorgbemiddeling Kennis- en Service Centrum voor Diagnostiek (dat onder andere diagnostisch onderzoek uitvoert en instemmingsverklaringen voor gesloten plaatsingen afgeeft). Wat mag het kosten Het budget voor zorgbemiddeling en het KSCD maakt deel uit van de subsidie Jeugdbescherming/Jeugdreclassering (zie 2.3.9). 2.3.9 Wettelijk taken Jeugdbescherming en jeugdreclassering (G) Wat willen we bereiken Kinderen hebben het recht om veilig op te groeien tot evenwichtig functionerende volwassenen. Ouders zijn hiervoor eerstverantwoordelijk. Als die hun pedagogische verantwoordelijkheid niet nemen of waarmaken, kan de veiligheid en ontwikkeling van het kind ernstig bedreigd worden en is soms jeugdbescherming nodig.
De wettelijke taken jeugdbescherming en jeugdreclassering (JB/JR) worden uitgevoerd door gecertificeerde instellingen (GI’s). Deze instellingen voldoen aan een normenkader om continu de kwaliteit te verbeteren en te borgen. Het normenkader heeft daarnaast als doel dat de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid voor jeugdigen en het gezin worden geborgd. Wat gaan we daarvoor doen
De GRJR subsidieert drie GI’s. Het grootste deel van de maatregelen JB/JR wordt uitgevoerd door de GI Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR). Daarnaast leveren William Schrikker en Leger des Heils jeugdbescherming en jeugdreclassering in onze regio. Landelijk en regionaal werken we aan vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen. Daarvoor is landelijk een toekomstscenario kind- en gezinsbescherming ontwikkelt dat het perspectief schetst van een slimmere en effectievere jeugdbeschermingsketen waarbij kind en gezin centraal staan. Op weg naar dit toekomstscenario loopt een pilot in Rijnmond waarin jeugdbescherming, veilig thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en wijkteams van meerdere gemeenten het nieuwe samenwerken beproeven. Wat mag het kosten Onderstaande bedragen zijn de totale subsidiebedragen voor Jeugdbescherming, dus inclusief subsidie voor het Crisis Interventie Team (zie 2.3.6) en de overige niet-wettelijke taken van JBRR (zie 2.3.8). Invoering van landelijke tarieven en een landelijke caseloadnorm per 1 januari 2024 heeft geleid tot hogere kosten voor deze taak.
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 48,5 44,2
Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 44,9 50,8 53,7
*) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.10 Veilig Thuis (H) Wat willen we bereiken Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen over mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in de leeftijd van 0 – 100 onderzoekt, en indien nodig vervolgens zorgt voor voorwaarden en vervolgstappen om veiligheid te brengen in die situatie. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond, een zelfstandige stichting die aan de wettelijke taak invulling geeft onder inhoudelijke aansturing van de drie door de rijksoverheid aangewezen centrumgemeenten Rotterdam, Vlaardingen en Nissewaard in onze regio. Wat mag het kosten Het subsidiebedrag stijgt in verband met groeiende noodzaak om Veilig Thuis in te zetten.
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 16,4 17,6
Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 19,2 21,8 23,1
*) inclusief eerste begrotingswijziging
2.3.11 Innovatie/Transformatie Wat willen we bereiken Naast levering van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van een passend en nabij aanbod via samenwerking in het zorglandschap. Wat gaan we daarvoor doen De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie Nabij en Passend (2021). De GRJR geeft de 7 systeemaanbieders jaarlijks elk een vast bedrag van € 150.000 om voor deze ontwikkelopdrachten capaciteit in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De gemeenten werken beleidsmatig samen in een regionaal programmateam. Gemeenten investeren hierin zelf tijd en leveren via het GRJR-budget Innovatie/Transformatie ook een financiële bijdrage aan het programmateam. Wat mag het kosten
bedragen in € 1 mln. Realisatie Realisatie JR2021 JR2022 7,1 1,2
Concept Begroting Begroting JR2023 2024 *) 2025 1,4 1,9 2,0
*) inclusief eerste begrotingswijziging
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
3.Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting 2025 is gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. Voor deze begroting zijn de volgende hoofdrisico’s onderscheiden:
1
2
3
4
Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2023 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2023 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data. Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van Trendmatige stijging en/of Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is wel in de begroting meegenomen maar is gebaseerd op aannames. Indexatie voor loonontwikkeling wordt gedurende het jaar aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de CAO Jeugd.
Omvang PM
Beheersingsmaatregel Om dit risico deels te ondervangen is in de begroting rekening gehouden met trendmatige groei (zie 2).
PM
De ontwikkeling wordt gedurende het jaar zo goed mogelijk gemonitord om de kunnen zien of er afwijking is van de aannames. Naast de twee bestuurlijke rapportages, vindt tweemaandelijkse financiële monitoring plaats.
PM
Effecten Hervormingsagenda en besparingsmaatregelen De landelijke ontwikkeling van de hervormingsagenda gaat uit van nog te effectueren maatregelen. De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel maatregelen in Rijnmond al zijn toegepast. Veel
PM
Er is nadrukkelijk voor gekozen om het advies van de VNG te volgen en de landelijke indexatienorm te blijven hanteren. Alleen als deze norm wordt aangepast zal dit tot hogere kosten leiden. Er is vanuit het voorzichtigheidsprincipe geen gewenste besparing ingeboekt. Dit zou ook in strijd zijn met de door de raden bevestigde uitgangspunten van de Kadernota 2025 om zo realistisch mogelijk te begroten. Het regionale maatregelenpakket voor kostenbeheersing levert naar verwachting
maatregelen wachten ook op wetgeving vanuit het Rijk.
5
6
Continuïteit aanbod cruciale jeugdhulp Faillissement(sdreiging) van aanbieders in het bijzonder van aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod. Aannames van budgettaire aanpassingen op gemeenteniveau De begroting bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal, kostenbesparingsmaatregelen, trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
PM
PM
in de komende jaren besparingen op. Als de maatregelen verder zijn uitgewerkt kan het effect onderbouwd worden verwerkt in definitieve begroting 2025 of een eerste begrotingswijziging 2025. De afbouw van de gesloten jeugdhulp gaat gepaard met frictiekosten. De verwachting is dat hiervoor vergoeding van het rijk komt.
Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is. Naast twee bestuurlijke rapportages vindt tweemaandelijkse monitoring plaats.
Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) enkele kengetallen voor. Deze staan alle op 0. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor leningen zijn nihil omdat er geen sprake is van aangegane leningen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is nul omdat er geen sprake is van eigen reserves. Het is een bewuste keus om de reserves van de GRJR zo laag mogelijk te houden. Als er een tekort ontstaat op het totaalbudget van de GRJR storten gemeenten een evenredig bedrag bij conform de voor dat jaar afgesproken verdeelsleutel. Grondexploitatie Voor de GRJR is dit financiële kengetal niet van toepassing. Structurele exploitatieruimte Omdat binnen de begroting van de GRJR gestreefd wordt naar een structureel evenwicht tussen de baten en lasten komt de structurele exploitatieruimte op 0 uit. De baten in de vorm van de bijdragen van de deelnemende gemeenten
zijn exact even hoog als de begrote lasten. Zoals bij het kengetal solvabiliteit al is toegelicht is dit een bewuste keus van het AB Jeugdhulp Rijnmond en betekent dit wel dat de deelnemende gemeenten bij een tekort een extra bijdrage moeten doen. Belastingcapaciteit Dit kengetal is vanwege het feit dat de GRJR een bijdrageregeling kent niet van toepassing. Het EMU-saldo Het EMU-saldo is een berekening van de totale inkomsten en uitgaven verminderd met inkomsten en uitgaven ten aanzien van aandelen in bedrijven en kredietverstrekking. EMU-saldo bedra (berekening) g (O-x) – (U-y) = EMUsaldo € 0
3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke processen De verantwoordelijkheid voor de taken en organisatie van de GRJR berust primair bij het Algemeen Bestuur (AB), dat gevormd wordt door de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio wordt één wethouder afgevaardigd als deelnemer in het Dagelijks Bestuur (DB). De taken zijn binnen het DB bij portefeuillehouders belegd en bij bijzondere sturing aangevuld met (een) wethouder(s) uit het AB. Organisatie van de GRJR De organisatie van de GRJR – de Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) – ondersteunt de hierboven beschreven bestuurlijke processen. Ten behoeve van de ondersteuning van het AB en het DB is een ambtelijk secretaris/directeur aangesteld. De secretaris/directeur coördineert het proces zoals hierboven omschreven en geeft leiding aan de uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie is door middel van een Uitvoeringsovereenkomst hiërarchisch ondergebracht bij de gemeente Rotterdam. Uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering is een samenwerking tussen de GRJR-uitvoeringsorganisatie en gemeenten: - Individuele gemeenten geven – op verwijzing van wettelijke verwijzers beschikkingen op grond van de Jeugdwet en bestellen vervolgens de hulp bij (geven een toewijzing aan) een door de GRJR gecontracteerde
-
-
aanbieder. De gemeente stuurt daarmee rechtstreeks op het gebruik en/of volume. Deze sturing kent beperkingen, doordat er ook andere wettelijke verwijzers zijn en doordat maatregelen in het kader van jeugdbescherming en jeugdreclassering een eigen juridische basis kennen. De zorgaanbieders dienen hun declaraties in bij de gemeente die de zorg heeft besteld (toegewezen). Gemeenten beoordelen deze declaraties, waarna de GRJR als contractueel opdrachtgever betaalt. Gemeenten voeren decentraal los van elkaar staande zorgadministraties van waaruit doorlopende gegevens worden doorgegeven aan de GRJR. De financiële afhandeling van toewijzingen en declaraties behoort tot de GRJR-taken; de zorgkosten worden door de GRJR betaald en geadministreerd. De hiermee gepaard gaande lasten worden door de GRJR begroot en verantwoord. Deze verantwoording stoelt op de gemeentelijke administraties.
In deze taakverdeling heeft de GRJR een stevige informatiepositie om regionale sturingsinformatie te verzorgen. De administratieve processen en informatievoorziening zijn steeds verder geautomatiseerd op basis van een strategisch informatieplan. Door de informatie van de individuele gemeenten in een dashboard op GRJR-niveau bij elkaar te brengen, is de GRJR steeds meer in staat om op het zorglandschap, de opdrachten en contracten voor de specialistische jeugdhulp te sturen. Tegelijkertijd zien gemeenten zo steeds beter de ontwikkeling van gebruik en kosten, zodat zij beter kunnen sturen op de toegang tot de hulp en de kwaliteit van gegevens. Om tijdiger en vollediger sturingsinformatie, minder administratieve lasten en betere rechtmatigheidsverantwoording te kunnen bewerkstellingen is de GRJR in 2024 gestart met een onderzoek naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering Overkoepelend speerpunt voor de UO is optimale samenwerking met de gemeenten. Deze samenwerking is de afgelopen jaren sterk verbeterd maar is een kritische succesfactor. We zijn gezamenlijk de GRJR en gezamenlijk verantwoordelijk voor (specialistische) jeugdhulp. Samenwerking is in woord én daad nodig. Dat vraagt concreet commitment, goed partnerschap en sensitiviteit, zowel in de bestuurlijke als ambtelijke processen.
Zeker ook in het licht van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Een kerntaak van de UO is het regionale contractmanagement. De verdere implementatie van de nieuwe contracten 2023/2028 gaat onder meer over het concreet toepassing geven aan de sturingsprincipes, over toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en over het samen leren en
ontwikkelen bij de realisatie van de afgesproken ontwikkelopdrachten. Belangrijk punt voor het contractmanagement is ook het ophalen van input bij en geven van terugkoppeling aan gemeenten. Versterking van de sturing wordt bevorderd door de planning en control meer datagedreven vorm te geven en meer te richten op inzicht op gemeenteniveau. Daarvoor blijft het gebruik en de verder ontwikkeling van de informatievoorziening een speerpunt. Uitvoeringskosten De uitvoeringskosten bestaan uit een vaste vergoeding aan de gemeente Rotterdam voor de kosten van personeel en ondersteuning van de zelfstandige organisatie-eenheid Uitvoeringsorganisatie GRJR. Daarnaast zijn binnen de begroting van de GRJR werkbudgetten opgenomen voor uitvoeringskosten die niet onder deze vergoeding vallen.
Overhead Organisatiekosten GR Specifieke ICT kosten Accountants- en bankkosten Werk en onderzoek Projectbudget inkoop en implementatie Totaal
Lasten 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 6.393.651
3.4 Rechtmatigheid De rechtmatigheid wordt sinds 2023 door gemeenten en GR-en zelf verantwoord op basis van eigen interne beheersing. Onderdeel van die interne beheersingsmaatregelen zijn een intern controleplan en interne audits door de onafhankelijke afdeling Financial Audit van de Gemeente Rotterdam. De uitkomsten van interne controle worden intern gebruikt om tussentijds fouten te detecteren en herstellen. De benodigde beheersingsmaatregelen liggen vast in een Kader interne beheersing. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een externe accountant. Bevindingen en aanbevelingen van de uitgevoerde interne audits worden door de accountant in eerste instantie gebruikt in een Management Letter waarmee de accountant de secretaris/directeur en het dagelijks bestuur informeert over aandachtspunten in de interne beheersing, die van belang zijn voor adequate financiële informatievoorziening en verantwoording. In tweede instantie gebruikt de accountant de interne auditbevindingen bij het vormen van een oordeel over getrouwheid van de controleverklaring bij de jaarrekening. De controle van de jaarrekening vindt plaats met inachtneming van een door het AB vastgesteld controleprotocol en
een toetsingskader. Het toetsingskader geactualiseerd door het AB.
rechtmatigheid
wordt
jaarlijks
Administratieve afhankelijkheid van gemeentelijke backoffices De GRJR is daarnaast afhankelijk van interne beheersing bij gemeenten op het proces van toewijzing en declaratiebeoordeling. Ook is de GRJR afhankelijk van gemeenten voor de beschikking over tijdige, juiste en volledige informatie over toewijzingen en declaraties. Hierdoor is er een aantal moeilijk te mitigeren risico’s. In 2024 voert de GRJR samen met deelnemende gemeenten onderzoek uit naar mogelijk verdergaande centralisatie van backofficetaken. Begrotingscriterium Met het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van het AB is gerespecteerd. Het systeem van budgetbeheer- en bewaking moet waarborgen dat de baten en de lasten binnen de begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan het AB. Begrotingsoverschrijdingen worden in bestuursrapportages gemeld. Zo nodig wordt de begroting tussentijds gewijzigd. Omdat hiervoor een zienswijzeprocedure langs de raden bij moet worden gevolgd met 13 weken zienswijze termijn, is het in de praktijk haalbaar om slechts één begrotingswijziging vast te stellen. Voorwaardencriterium Met het voorwaardencriterium wordt getoetst op de naleving van de in de wet- en regelgeving vastgelegde voorwaarden. Bij het bepalen van de reikwijdte en scope van de audits en controles wordt de risico-benadering gehanteerd.
Zwakke punten die de accountant signaleert in de interne beheersing worden zodoende ondervangen door uitgebreidere controlewerkzaamheden achteraf. Criterium misbruik en oneigenlijk gebruik Met het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik wordt gekeken naar de werking van het vastgestelde GR-beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik, bestaande uit een mix van maatregelen op het gebied van voorlichting, controle en sanctionering. Het eerder genoemde Kader interne beheersing gaat hier uitgebreid op in.
3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarstukken op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft
de renterisiconorm, de verwachte toe- en afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het (treasury)risicobeheer van de financieringsportefeuille. De GRJR heeft geen eigen financiering anders dan de bijdragenregeling waarmee de inleg van middelen door gemeenten wordt bepaald. Dit is uitgewerkt en toegelicht in de financiële begroting. Daarbij is ook direct het betaalritme vastgelegd om de liquiditeit te borgen. Betalingen vinden alleen plaats als er voldoende liquide middelen voorhanden zijn, zodat daarvoor geen financieringsbehoefte ontstaat. De GRJG doet geen investeringen, zodat ook daarvoor geen financieringsbehoefte is. Liquiditeitssteun wordt verleend onder strikte voorwaarden en nooit in de vorm van langlopende uitzettingen. In combinatie met tijdige inning van gemeentelijke bijdragen heeft de GRJR hiervoor geen eigen financieringsbehoefte.
Hoofdstuk 4 FINANCIËLE BEGROTING
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2025
Verschil
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
372.873.106 0 372.873.106
409.194.151 0 409.194.151
36.321.044 0 36.321.044
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten
30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106
31.331.211 100.863.624 11.758.453 15.411.112 71.605.137 2.088.922 40.532.743 19.220.376 17.994.172 3.318.195 42.165.266 70.557.870 9.416.682 53.726.153 40.617.249 10.132.615 2.976.289 23.052.185 31.153.630 1.117.322 27.218.895 819.763 1.997.650 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 409.194.151
1.321.302 6.679.492 1.190.353 1.520.521 3.784.982 183.635 8.173.569 3.875.442 3.635.225 662.902 8.111.475 5.377.529 511.510 2.918.383 2.206.313 550.400 161.671 1.252.185 1.688.711 60.692 1.474.978 44.529 108.512 286.888 51 236.310 9.208 10.664 18.531 12.124 36.321.044
0
-
0-
LASTEN A B B1 B2 B3 B4 C C1 C2 C3 D E F G G.1 G.2 G.3 H I I.1 I.3 I.4 I.5 J J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 z
SALDO
In de Kadernota 2025 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de begroting 2025. In Hoofdstuk 2 van deze begroting is inhoudelijk toegelicht hoe deze uitgangspunten zijn verwerkt in de doelstellingen en inzet. Bovenstaand overzicht toont hoe dit doorwerkt in de budgetten 2025 afgezet tegen 2024.
4.1.1 Toelichting op de lasten Onderstaande toelichting op de doorgevoerde mutaties is financieel van aard en bevat ook enkele financieel-technische (niet inhoudelijke) mutaties. Deze mutaties werken veelal door op meerdere budgetten.
Mutatieoverzicht van begroting 2024 naar begroting 2025 Gewijzigde begroting 2024 A Herverdeel effect organisatiekosten door MVS B Trend 2025 C Indexatie 2025 D Aanpassingen gemeenten D' Aanpassingen kostenbeheersingsmaatregelen Begroting 2025
Mutaties +
Mutaties - Begroting (lasten) 372.873.106 0 0 0 22.698.383 22.698.383 18.579.993 18.579.993 1.138.193 -1.138.193 3.819.139 -3.819.139 409.194.151
Toelichting De begroting is opgesteld volgens de uitgangspunten van de Kadernota 2025 zoals door het AB vastgesteld in december 2023. A. In de jaren 2023 en 2024 droegen de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam een extra bedrag bij aan de organisatiekosten. Vanaf 2025 komt deze bijdrage te vervallen en worden de organisatiekosten op de vastgestelde wijze over de gemeenten verdeeld. B. Het effect van het verwerken van de trend zoals opgenomen in de kadernota 2025 is € 22,7 mln. C. Het indiceren van de kosten leidt tot hogere lasten van € 18,6 mln. Hiervoor worden de gemeenten via het gemeentefonds gecompenseerd. D. De ambitie uit het kostenmaatregelenpakket is deels door kostenbesparingen ingevuld. Waar de trend voor een gemeente aantoonbaar afwijkt is hierop gecorrigeerd (D). Daarnaast is het verwachte effect van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing verwerkt omdat de maatregelen die daarin in zijn opgenomen in 2024 en 2025 worden uitgewerkt en uitgevoerd en daarom naar verwachting in 2025 al een beperkt effect zullen hebben (D’).
4.1.2 Toelichting op de baten Directe raming en afrekening De baten van de GRJR bestaan uit bijdragen van de deelnemende gemeenten Waarbij de volgende systematiek gebruikt wordt: - Raming van uitgaven (met aanpassingen van de regionale lastenraming op basis van individuele correcties per gemeente) - Beheersing van uitgaven (maandelijks dashboards, kwartaalafsluitingen, twee bestuursrapportages, twee maandelijkse rapportages, sturing op juistheid, tijdigheid en compleetheid van data) - Verantwoording en afrekening (lastenverantwoording, direct nacalculatie van gemeentelijke bijdragen en eindafrekening met zorgaanbieders op basis van dezelfde bestandsvergelijking).
Deze kaders voor het financieel beleid en beheer zijn door het AB in april 2022 vastgesteld. Verdeelsleutels De bijdragen per gemeente zijn als volgt bepaald: - De zorgkostenraming (budgetten A t/m E en I) is in eerste instantie gebaseerd op de jaareindeverwachting per budget per gemeente uit de 2e bestuursrapportage van 2023, getoetst aan de cijfers van de voorlopige jaarrekening, en alle beleidsmatige wijzigingen (zie toelichting lasten). Daar overheen zijn correcties toegepast in de geraamde lasten die zijn te relateren aan de inwoners van de betreffende gemeente. Op die manier is er een realistische verwachting van de hoogte en verdeling van de zorglasten van de gemeenten. De bijdrage in de zorgkosten wordt gelijkgesteld met het bedrag uit deze verdeling (zie ook bijlage Bijdragenberekening). Deze bijdrage wordt achteraf direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Jeugdbescherming/Jeugdreclassering is bepaald op basis van de verleende subsidies 2024. Deze bijdrage wordt achteraf bij de jaarrekening direct afgerekend op basis van de realisatiecijfers. - De bijdrage in de subsidielasten Veilig Thuis wordt gebaseerd op het aantal meldingen in het jaar t-2 en het inwonertal (CBS) van 1 januari voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar (t-1).
- De bijdrage in de uitvoeringskosten wordt berekend door voor het basisniveau van de organisatiekosten de bijdrage te berekenen naar rato van het aantal inwoners 0-18 jaar. Het basisniveau is het niveau dat nodig is om samen de GRJR in stand te houden. Van de totale uitvoeringskosten wordt €1,1 mln. beschouwd als kosten behorend bij dit basisniveau. De bijdrage in de resterende uitvoeringskosten wordt bepaald naar rato van de bijdragen in de zorg- en subsidielasten. Deze bijdrage wordt daarmee afhankelijk van enerzijds het gezamenlijke ambitieniveau en anderzijds van het wisselende profijt dat deelnemende gemeenten hebben. Betaalritme gemeentelijke inleg De vastgestelde bijdrage per gemeente dient in vier termijnen steeds voor de 10e van de eerste maand van ieder kwartaal te worden betaald, zodat de GRJR beschikt over voldoende liquide middelen om zorgdeclaraties en subsidievoorschotten te kunnen uitbetalen. Door steeds snellere facturering door zorgaanbieders en hierdoor snellere betaling moeten we de inleg als GR ook eerder ontvangen om de betalingen te kunnen doen. De afgelopen jaren is de jaarrekening hoger geweest dan de begroting. Doordat deze nabetaling van de gemeenten pas na de zomer is, komen we zonder aanpassing aan het begin van het jaar geld tekort om
zorgfacturen tijdig te kunnen voldoen. Om dit te voorkomen is vanaf 2024 het betaalritme aangepast naar 4 termijnen van 40%/30%/20%/10%.
Dit leidt tot de volgende termijnen per gemeente: Totaal GR Inleg 2025
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen
Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
Inleg 2025
Q1
Q2
Q3
Q4
4.880.887 1.952.355 1.464.266 976.177 488.089 11.816.230 4.726.492 3.544.869 2.363.246 1.181.623 20.473.891 8.189.556 6.142.167 4.094.778 2.047.389 7.475.224 2.990.089 2.242.567 1.495.045 747.522 7.499.064 2.999.626 2.249.719 1.499.813 749.906 14.933.831 5.973.532 4.480.149 2.986.766 1.493.383 3.320.879 1.328.352 996.264 664.176 332.088 32.912.779 13.165.111 9.873.834 6.582.556 3.291.278 11.393.317 4.557.327 3.417.995 2.278.663 1.139.332 5.147.580 2.059.032 1.544.274 1.029.516 514.758 6.540.448 2.616.179 1.962.134 1.308.090 654.045 16.609.704 6.643.882 4.982.911 3.321.941 1.660.970 266.190.317 106.476.127 79.857.095 53.238.063 26.619.032 409.194.151 163.677.660 122.758.245 81.838.830 40.919.415
Nadere toelichting bijdragen in kosten Veilig Thuis Met de subsidiëring van VTRR geven de samenwerkende gemeenten gelijktijdig uitvoering aan de Jeugdwet (meldpunt kindermishandeling) en de Wmo (meldpunt huiselijk geweld). Over de financiering hiervan heeft het dagelijks bestuur van de GRJR in december 2018 besloten, dat per (Wmo-)centrumgemeente in overleg met de betrokken gemeenten nadere afspraken maakt over de onderlinge verdeling van de kosten en de inzet van de DUVO-middelen. Dit betekent dat de GRJR de kosten naar rato over alle deelnemende gemeenten zal verdelen. De gemeenten maken per Wmo/DUVO regio onderling zonder tussenkomst van het GR-bestuur uit in hoeverre zij hierdoor ontstane verschillen onderling verrekenen. Dit resulteert in onderstaande verdeling:
Bijdrage VTRR
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den Ijssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen
Voorne aan Zee Rotterdam Totaal
291.095 563.341 1.137.730 642.564 377.044 720.925 552.325 1.639.083 725.766 1.389.493 1.282.857 1.157.140 12.572.823 23.052.185
4.3 Financieel perspectief Meerjarenraming baten en lasten Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2025
Verschil
Raming 2026 (incl. trend)
Raming 2027 (incl. trend)
Raming 2028 (incl. trend)
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
372.873.106 0 372.873.106
409.194.151 0 409.194.151
36.321.044 0 36.321.044
435.787.769 0 435.787.769
466.106.695 0 466.106.695
500.806.443 0 500.806.443
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten
30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106
31.331.211 100.863.624 11.758.453 15.411.112 71.605.137 2.088.922 40.532.743 19.220.376 17.994.172 3.318.195 42.165.266 70.557.870 9.416.682 53.726.153 40.617.249 10.132.615 2.976.289 23.052.185 31.153.630 1.117.322 27.218.895 819.763 1.997.650 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 409.194.151
1.321.302 6.679.492 1.190.353 1.520.521 3.784.982 183.635 8.173.569 3.875.442 3.635.225 662.902 8.111.475 5.377.529 511.510 2.918.383 2.206.313 550.400 161.671 1.252.185 1.688.711 60.692 1.474.978 44.529 108.512 286.888 51 236.310 9.208 10.664 18.531 12.124 36.321.044
31.242.045 107.496.775 12.531.731 16.424.602 76.314.146 2.226.296 48.672.260 23.080.085 21.607.642 3.984.533 50.226.396 73.233.370 9.510.849 54.263.414 41.023.421 10.233.941 3.006.052 23.282.707 31.465.166 1.128.495 27.491.084 827.961 2.017.626 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 435.787.769
31.153.134 114.566.146 13.355.862 17.504.742 81.332.835 2.372.706 58.446.302 27.714.875 25.946.746 4.784.681 59.828.647 76.010.322 9.605.958 54.806.048 41.433.655 10.336.281 3.036.113 23.515.534 31.779.818 1.139.780 27.765.995 836.240 2.037.802 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 466.106.695
31.064.475 122.100.423 14.234.191 18.655.916 86.681.572 2.528.743 70.183.103 33.280.393 31.157.201 5.745.509 71.266.651 78.892.574 9.702.017 55.354.109 41.847.992 10.439.643 3.066.474 23.750.690 32.097.616 1.151.178 28.043.655 844.603 2.058.180 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 500.806.443
LASTEN A B B1 B2 B3 B4 C C1 C2 C3 D E F G G.1 G.2 G.3 H I I.1 I.3 I.4 I.5 J J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 z
Bovenstaande meerjarenraming houdt geen rekening met de inflatie na 2025. Wel met de trendmatige groei van de zorgkosten zoals opgenomen in de Kadernota 2025. Het meerjarenperspectief toont de op dit moment meest realistische verwachting voor de komende jaren, zoals ook in de Kadernota 2025 uiteengezet. Dit perspectief maakt duidelijk dat kostenbesparende maatregelen nodig zijn. In 2024 is hiervoor de Regionale Bestuurs Opdracht Kostenbeheersing (RBOK) vastgesteld. Maatregelen die concreet tot onderbouwde bijstelling van ramingen leiden zijn deze in de begroting verwerkt. Dit kan nog wijzigen in de definitieve begroting 2025 (september 2024) of een begrotingswijziging 2025 (ontwerp april 2025, definitief september 2025). In de Regionale Bestuurs Opdracht Kostenbeheersing (RBOK) is wel gerekend met indexatie in de jaren na 2025. Ter informatie is hieronder een overzicht opgenomen waarin de indexatie ook in de jaren na 2025 verwerkt is.
Begroting 2025
Begroting 2024
Begroting 2025
Verschil
Raming 2026 (incl. trend en indexatie)
Raming 2027 (incl. trend en indexatie)
Raming 2028 (incl. trend en indexatie)
BATEN Bijdragen deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten t.b.v. resultaat Totaal baten
372.873.106 0 372.873.106
409.194.151 0 409.194.151
36.321.044 0 36.321.044
456.391.203 0 456.391.203
519.877.214 0 519.877.214
560.793.400 0 560.793.400
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Lichte behandeling met verblijf Gesloten jeugdhulp Zwaardere behandeling met verblijf Zwaardere behandeling gedwongen kader Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Gezinshuizen Kamertraining Beschermd wonen Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp) Crisishulp Gecertificeerde instellingen JBRR WSS LDH Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige 1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 3. Landelijke inkoop 4. Acute dienst GGZ 5. Transformatiefonds/Innovatie Uitvoeringskosten 1)Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) 2) Organisatiekosten GR 3 )Specifieke ICT-kosten 4) Accountants- en bankkosten 5) Werk en Onderzoek 6) Projectbudget Inkoop en Implementatie Totaal lasten
30.009.909 94.184.132 10.568.100 13.890.591 67.820.155 1.905.286 32.359.173 15.344.934 14.358.946 2.655.293 34.053.792 65.180.342 8.905.172 50.807.770 38.410.936 9.582.215 2.814.618 21.800.000 29.464.919 1.056.630 25.743.917 775.234 1.889.138 6.107.898 1.084 5.031.092 196.037 227.044 394.527 258.113 372.873.106
31.331.211 100.863.624 11.758.453 15.411.112 71.605.137 2.088.922 40.532.743 19.220.376 17.994.172 3.318.195 42.165.266 70.557.870 9.416.682 53.726.153 40.617.249 10.132.615 2.976.289 23.052.185 31.153.630 1.117.322 27.218.895 819.763 1.997.650 6.394.786 1.135 5.267.403 205.245 237.708 413.058 270.237 409.194.151
1.321.302 6.679.492 1.190.353 1.520.521 3.784.982 183.635 8.173.569 3.875.442 3.635.225 662.902 8.111.475 5.377.529 511.510 2.918.383 2.206.313 550.400 161.671 1.252.185 1.688.711 60.692 1.474.978 44.529 108.512 286.888 51 236.310 9.208 10.664 18.531 12.124 36.321.044
32.709.484 112.545.899 13.120.346 17.196.066 79.898.621 2.330.866 50.958.396 24.164.156 22.622.553 4.171.687 52.585.530 76.673.141 9.957.574 56.812.167 42.950.291 10.714.629 3.147.246 24.376.296 32.943.085 1.181.501 28.782.340 866.850 2.112.394 6.829.631 1.212 5.625.586 219.202 253.872 441.146 288.613 456.391.203
32.523.309 127.348.736 14.846.028 19.457.815 90.407.456 2.637.438 71.424.654 33.869.129 31.708.377 5.847.148 72.692.068 82.487.913 10.156.725 57.948.410 43.809.297 10.928.922 3.210.191 24.863.822 33.601.947 1.205.131 29.357.987 884.187 2.154.642 6.829.631 1.212 5.625.586 219.202 253.872 441.146 288.613 519.877.214
32.430.751 135.723.642 15.822.355 20.737.430 96.352.972 2.810.885 85.767.681 40.670.504 38.075.844 7.021.333 86.589.292 85.615.790 10.258.292 58.527.894 44.247.390 11.038.211 3.242.293 25.112.460 33.937.966 1.217.182 29.651.567 893.029 2.176.188 6.829.631 1.212 5.625.586 219.202 253.872 441.146 288.613 560.793.400
0
-
0-
0
0
0
LASTEN A B B1 B2 B3 B4 C C1 C2 C3 D E F G G.1 G.2 G.3 H I I.1 I.3 I.4 I.5 J J J.2 J.3 J.4 J.5 J.6 z
SALDO
Meerjarenraming balans 4.1 B alans alle bedragen in € ACT IVA
2028
Meerjarenraming 2027
2026
Begroting 2025
B AL ANS PE R 31 DE CE MB E R Voorlopige JR Jaarrekening Jaarrekening 2023 2022 2021
Begroting 2024
VLOT T E NDE ACT IVA UIT ZE T T INGE N ME T E E N R E NT E T YPIS CHE LOOPT IJD KOR T E R DAN 1 JAAR Vorderingen op openbare lichamen R ekening-courant met het R ijk
500.000 20.000.000
500.000 20.000.000
500.000 20.000.000
500.000 20.000.000
500.000 3.000.000
2.029.907 24.452.699
28.377.000 9.217.000
25.743.000 8.540.000
OVE R LOPE NDE ACT IVA T e vorderen bedragen van zorgins tellingen Overige vorderingen Liquiditeits borgen en overig Vooruitbetaalde bedragen T rans formatiefonds
2.500.000 400.000 2.000.000 0 0
2.500.000 400.000 2.000.000 0 0
2.500.000 400.000 2.000.000 0 0
2.500.000 400.000 2.000.000 0 0
2.500.000 400.000 2.500.000 0 0
2.305.325 51.640.213 4.116.417
4.280.000 435.000 17.236.000 0 0
5.912.000 1.451.000 24.799.000 132.000 677.000
0
LIQUIDE MIDDE LE N Banks aldi
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.902.259
1.553.000
1.118.000
T OT AAL
27.300.000
27.300.000
27.300.000
27.300.000
10.800.000
86.446.821
61.098.000
68.373.000
PAS S IVA
2028
Meerjarenraming 2027
2026
Begroting 2025
Begroting 2024
Voorlopige JR Jaarrekening Jaarrekening 2023 2022 2021
VAS T E PAS S IVA E IGE N VE R MOGE N Algemene res erve Gerealis eerd res ultaat
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
NE T T O VLOT T E NDE S CHULDE N ME T R E NT E T YPIS CHE LOOPT IJD KOR T E R DAN É É N JAAR Overige s chulden 1.000.000 1.000.000
1.000.000
1.000.000
1.000.000
5.048.870
1.056.000
3.094.000
OVE R LOPE NDE PAS S IVA T e betalen bedragen aan z orgins tellingen Gezamenlijke verantwoordelijkheid kinderen en ouders Doorbraak en Vers terken Zorgbemiddeling Proeftuin kind- en gezins bes cherming
26.300.000 0 0 0
26.300.000 0 0 0
26.300.000 0 0 0
26.300.000 0 0 0
9.800.000 0 0 0
80.909.450 0 167.000 321.501
59.238.000 0 167.000 637.000
64.229.000 83.000 167.000 800.000
T OT AAL
27.300.000
27.300.000
27.300.000
27.300.000
10.800.000
86.446.821
61.098.000
68.373.000
VLOT T E NDE PAS S IVA
Meerjarenbalans Uitgangspunt voor het opstellen van de balans per ultimo 2025 (t/m 2028) is de balans zoals opgenomen in de voorlopige jaarrekening 2023. De geprognosticeerde balans voor de jaren 2026 t/m 2028 is in deze begroting ook toegevoegd. Onder deze tabel wordt per regel een toelichting gegeven bij de omvang van de balanspost 2025 en of een toelichting bij de ontwikkeling van deze balanspost van 2021 tot en met 2024. Toelichting bij de meerjarenbalans Activa - Vorderingen op openbare lichamen Het grootste deel van het bedrag dat in de voorlopige jaarrekening 2023 op de balans stond zijn enkele resterende bedragen die gemeenten nog aan de GRJR verschuldigd zijn. -
-
Rekening courant met rijk Dit betreft het schatkistbankieren, het bedrag dat boven drempelbedrag uitkomt, staat op de rekeningcourant met het rijk. Te vorderen bedragen van zorginstellingen
het
Door zorgaanbieders actief te benaderen om de te vorderen bedragen te betalen én door het afrekenproces te versnellen, verwachten we dat deze balanspost de komende jaren stabiel is. -
Overige vorderingen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2023.
-
Liquiditeitsborgen en overig Aangezien de GRJR geen bancaire functie heeft, streven we na om dit bedrag snel en fors af te bouwen. Vanuit de rijksoverheid hebben gemeenten echter wel de verantwoordelijkheid gekregen om de continuïteit van cruciale jeugdhulp te waarborgen en waar nodig liquiditeitssteun verlenen.
-
Vooruitbetaalde bedragen Voor deze balanspost verwachten we geen grote aanpassing ten opzichte van de balans van 2023.
-
Transformatiefonds Sinds 2022 is deze subsidie afgerond en afgerekend.
-
Banksaldo Samen met de rekening courant met het rijk is dit de sluitpost van de activakant van de balans.
Passiva - Algemene reserve/ gerealiseerd resultaat De GRJR heeft geen eigen vermogen. Een positief of negatief resultaat wordt verrekend met de deelnemende gemeenten. -
Overige schulden Dit betreft de openstaande schulden binnen de organisatiekosten en bestaat uit facturen die na het sluiten van de boekhouding ontvangen zijn of facturen waarover nog overleg is met de leverancier.
-
Te betalen bedragen aan zorginstellingen Dit bestaat uit de gerealiseerde zorgkosten van het afgelopen jaar waarvan er nog geen factuur ontvangen is. Als gevolg van een efficiënter declaratie en betalingsproces verwachten we dat deze post fors in omvang teruggebracht zal worden. Hiervoor zijn we ook afhankelijk van de declaratiesnelheid van de zorgaanbieders en het goedkeuringstraject bij de gemeenten. De subsidies Doorbraak en versterken zorgbemiddeling en Proeftuin kind- en gezinsbescherming zullen in 2024 afgerond worden.
4.3 Overige toelichtingen en overzichten 4.3.1 Overhead Tot de overhead worden volgens het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) de kosten die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn die kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. De uitvoeringskosten van de GRJR zijn volledig toe te rekenen aan het programma en vallen daardoor niet onder de BBV-definitie van overheadkosten. 4.3.2 Fiscaliteiten Hieronder wordt ingegaan in hoeverre de fiscale wetgeving van toepassing is op de uitvoering van de taken door de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. Vennootschapsbelasting Op basis van informatie van het bureau rijksheffingen van de gemeente Rotterdam kan worden aangenomen dat de GRJR niet wordt verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. BTW-heffing De GRJR ontvangt voor de uitvoering van zijn activiteiten bijdragen van de deelnemende gemeenten. Deze bijdragen zijn van BTW-heffing vrijgesteld (artikel 11, eerste lid, letter u, in verbinding met letter g, van de Wet op de omzetbelasting 1968). Dit brengt met zich dat het Openbaar Lichaam ter zake van de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet géén BTW in rekening brengt aan de aangesloten gemeenten.