CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-tabel eindversie met opmaak zonder opmerkingen.pdf

Gecombineerde commissie Alblasserdam 8 december 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 12: Besluit tot wijziging verordening Jeugdhulp gemeente Alblasserdam en Nadere regels Jeugdhulp gemeente Alblasserdam - Voorstel11.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

"Was-wordt-tabel" Verordening Jeugdhulp gemeente Alblasserdam Huidige Verordening Artikel

Intitulé Verordening Jeugdhulp gemeente Alblasserdam 2021 De raad van de gemeente Alblasserdam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 mei 2021; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet; gezien het advies van Commissie Samenleving overwegende dat:  1. het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder en de jeugdige zelf ligt; ouders worden geacht de tot hun gezin behorende jeugdige(n) dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning te bieden ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking;  2. de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft gelegd;  3. het op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is hieromtrent regels vast te stellen: o a. over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen; o b. over de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling

Nieuwe verordening Artikel

Besluit van de raad van de gemeente Alblasserdam tot vaststelling van de Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2022. De raad van de gemeente Alblasserdam; -

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [15-11-2022];

-

gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;

-

gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Alblasserdam;

-

overwegende dat: 1.

Het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) en de jeugdige zelf ligt; ouders worden geacht de tot hun gezin behorende jeugdige(n) dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning te bieden ook als er sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking;

van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening; o c. over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; o d. over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet wordt vastgesteld; o e. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet; o f. over de wijze waarop ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet; o g. ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt rekening gehouden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden; o h. over onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. besluit vast te stellen de Verordening jeugdhulp gemeente Alblasserdam 2021.

2.

de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren

van

goede

en

toegankelijke

jeugdhulp bij de gemeente heeft gelegd; 3.

het op grond van de Jeugdwet noodzakelijk is hieromtrent regels vast te stellen: a.

over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen;

b.

over de afbakening Jeugdwet in relatie

tot andere wetgevende kaders; c.

over de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening;

d.

over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen;

e.

over de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet wordt vastgesteld;

f.

voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen

van

een

individuele

voorziening of een persoonsgebonden budget,

alsmede

van

misbruik

of

oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet; g.

over de wijze waarop ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen of hun ouder(s), worden betrokken bij de uitvoering van de Jeugdwet;

h.

ter

waarborging

van

een

goede

verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan. Daarbij wordt

rekening

gehouden

met

de

deskundigheid van de beroepskrachten en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden; i.

over onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort

tot het sociale netwerk

1

Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: actieplan: plan opgesteld door een jeugdprofessional in het kader van de toegang tot jeugdhulp; algemene voorziening: de vrij-toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening, waarvoor geen beschikking door het college wordt afgegeven; andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, anders dan in het kader van de Jeugdwet; familiegroepsplan: als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren; gebruikelijke hulp: hulp en zorg die naar algemeen aanvaarde maatstaven in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. individuele voorziening: een op de jeugdige of zijn ouder toegesneden, niet vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, tweede lid van deze verordening, waarvoor het college een beschikking afgeeft; jeugdhulp: als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;  1.

ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen,

1

besluit vast te stellen de Verordening Jeugdhulp Alblasserdam 2022; Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Algemene

De

vrij-toegankelijke

voorziening:

voorziening als bedoeld in artikel 8, eerste lid van deze verordening, college

waarvoor

geen

het

beschikking

afgeeft en die voorliggend is op individuele voorzieningen.

Andere voorziening:

Voorziening op het gebied van zorg,

onderwijs,

maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen,

anders

dan

een

gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen;  2. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en  3. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht; jeugdhulpaanbieder:  1. natuurlijke persoon die, het verband van natuurlijke personen dat of de rechtspersoon die bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen onder verantwoordelijkheid van het college;  2. solistisch werkende jeugdhulpverlener onder verantwoordelijkheid van het college als bedoeld in artikel 1.1. van de wet; jeugdige: persoon die:  1. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt,  2.

de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het

voorziening in het kader van de Jeugdwet;

Draagkracht

Het vermogen dat iemand heeft om met vragen op één of meer levensgebieden om te gaan dan wel deze op te lossen. Draagkracht eerste

bestaat

plaats

in

uit

de de

persoonlijke competenties van het

individu.

Naast

deze

persoonlijke competenties is ook het sociaal kapitaal van het individu van belang.

Draaglast

De mate waarin een individu of huishouden te maken heeft met tegenslagen op één of meer

levensgebieden.

Het

Wetboek van Strafrecht, of  3. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: o • is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1°, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; o • vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of o • is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is; als bedoeld in artikel 1.1 van de wet, en die woonachtig is in de gemeente; jeugdprofessional: een medewerker in dienst van de Stichting Jeugdteams; jeugdteam: een door het college op gebiedsniveau georganiseerd, multidisciplinair team van medewerkers van jeugdhulpaanbieders. hulpvraag: behoefte van een jeugdige of zijn ouder aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.

ouder: de gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder; als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige, dat de jeugdige in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;

meten van de draaglast van een inwoner vindt plaats aan de hand van de volgende acht levensdomeinen: 1.

financiën

(inclusief

schulden); 2.

tijdsbesteding

(inclusief

dagbesteding); 3. wonen/opvang; 4. veiligheid/huiselijk geweld; 5. lichamelijke gezondheid; 6. geestelijke gezondheid; 7. opvoeding/ouderschap; 8. onderwijs/scholing. De draaglast is te groot als de eisen die gesteld worden naar het oordeel van het college groter zijn dan wat de persoon aan kan of denkt aan te kunnen.

vertrouwenspersoon: vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 2.6 lid 2 van de wet; wet: Jeugdwet; zorgprogramma: set van een aantal samenhangende voorzieningen jeugdhulp zorgprofiel: beschrijving van aard en ernst van problematiek van de jeugdige en zijn ouder en doel(-en) waarvoor jeugdhulp wordt ingezet

Familiegroepsplan:

Als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; Hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders,

samen

met

bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren;

Gebruikelijke hulp

Hulp

en

zorg

algemeen

die

naar

aanvaarde

maatstaven in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders.

Individuele

Een op de jeugdhulpbehoefte

voorziening:

van de jeugdige of zijn ouder toegesneden,

niet

vrij

toegankelijke voorziening als

bedoeld in artikel 8, tweede lid van

deze

waarvoor

verordening,

het

college

een

beschikking afgeeft;

Jeugdhulp:

Als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; 1. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij

het

stabiliseren,

verminderen, behandelen

en

opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen

en

psychosociale gedragsproblemen

stoornissen, problemen, of

een

verstandelijke beperking van de

jeugdige,

opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde

problemen; 2. het

bevorderen

van

de

deelname

aan

het

maatschappelijk

verkeer

en

van

het

functioneren met

zelfstandig van

een

jeugdigen somatische,

verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke

beperking,

een

chronisch psychisch probleem of

een

psychosociaal

probleem; en 3. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging

gericht

op

het

opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met

een

lichamelijke

verstandelijke, of

zintuiglijke

beperking of een somatische of

psychiatrische aandoening of beperking;

Jeugdhulpaanbieder:

1. natuurlijke persoon die, het verband

van

natuurlijke

personen

dat,

of

rechtspersoon

de die,

bedrijfsmatig jeugdhulp doet verlenen

onder

verantwoordelijkheid van het college; 2. solistisch

werkende

jeugdhulpverlener

onder

verantwoordelijkheid van het college als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet;

Jeugdige:

Persoon die: 1. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt; 2. de leeftijd van achttien jaar

heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht

recht

is

gedaan

overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: - is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel

1°,

waarvan

de

verlening

was

aangevangen

vóór het bereiken van de leeftijd

van

achttien

jaar,

noodzakelijk is; - vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is

bepaald

dat

jeugdhulp

noodzakelijk is, of - is bepaald dat na beëindiging van

jeugdhulp

aangevangen

die

was

vóór

het

bereiken van de leeftijd van achttien

jaar,

binnen

een

termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is, - als bedoeld in artikel 1.1 van de

Jeugdwet,

en

die

woonachtig is in de gemeente.

Jeugdprofessional:

Een

medewerker

van

de

Stichting Jeugdteams;

Jeugdteam:

Een

op

gebiedsniveau

georganiseerd, multidisciplinair team van medewerkers van Stichting Jeugdteams dat de

jeugdhulpvraag

van

de

jeugdige of zijn ouder als algemene

voorziening

afhandelt;

Jeugdhulp op school

JOS

is

een

algemene

(JOS):

voorziening die scholen in staat stelt jeugdhulp in de school te organiseren als onderdeel van de

ondersteuningsstructuur

door de deskundigheid van de jeugdhulp aanbieders hieraan toe te voegen. De betrokken jeugdprofessional

(de

poortwachter) kiest in overleg met

het

samenwerkingsverband,

de

jeugdige en diens ouders, een preferente jeugdhulpaanbieder.

Jeugdhulpvraag:

Behoefte van een jeugdige of zijn ouder aan jeugdhulp in verband

met

opgroei-

en

opvoedingsproblemen, psychische

problemen

en

stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet;

Ouder:

De

gezaghebbende

adoptieouder,

ouder,

stiefouder

of

een ander die een jeugdige als behorend verzorgt

tot en

zijn

gezin

opvoedt,

niet

zijnde een pleegouder; als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;

Pgb:

Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het

college verstrekt budget aan een jeugdige, dat de jeugdige in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort

van

derden

te

betrekken;

Perspectiefplan:

Een perspectiefplan is een plan met daarin: - een beschrijving en het doel van de behandeling met een beoogd resultaat, start- en einddatum, wat binnen het eigen netwerk kan worden opgepakt, - de algemene gegevens van de jeugdige en zijn systeem, - en de afspraken die zijn gemaakt over de inhoud van de jeugdhulp. Dit plan is de basis voor de in

te zetten jeugdhulp. De inhoud van het plan wordt in dialoog tussen

de

ouders en

jeugdige de

en/of

professional

ontwikkeld. Indien nodig wordt niet alleen een perspectiefplan gemaakt voor de jeugdige, maar voor het gehele gezin.

Kosteloze,

Onafhankelijke

onafhankelijke

met

cliëntenondersteuning

algemene ondersteuning die

informatie,

ondersteuner advies

en

bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van

maatschappelijke

ondersteuning,

preventieve

zorg,

jeugdhulp,

onderwijs,

zorg,

welzijn,

wonen,

werk en inkomen.

Woonplaats

1. de gemeente waar de jeugdige

zijn

woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van

de

Wet

basisregistratie personen, heeft; 2. in geval een jeugdige verblijft

bij

een

jeugdhulpaanbieder, pleegouder,

in

een

instelling voor opvang of beschermd wonen als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of in

een

justitiële

jeugdinrichting

als

bedoeld in artikel 3a

van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen,

of

ingeval van jeugdhulp of jeugdreclassering in verband

met

het

verblijf in een justitiële jeugdinrichting:

de

gemeente

de

jeugdige

waar

onmiddellijk

voorafgaand aan zijn verblijf zijn woonadres, bedoeld in artikel 1.1, onder o, van de Wet basisregistratie personen, had; 3. in geval de woonplaats niet op grond van de onderdelen 1° en 2° kan

worden

vastgesteld of ingeval

bij

het

in

de

basisregistratie personen opgenomen woonadres

een

aantekening

is

geplaatst als bedoeld in artikel 2.26 van de Wet

basisregistratie

personen:

de

gemeente

waar

de

moeder

van

de

jeugdige ten tijde van diens

geboorte

ingezetene

als was

ingeschreven

in

de

basisregistratie personen, of, indien dit niet

kan

worden

vastgesteld,

de

gemeente

waar

de

jeugdige

werkelijk

verblijft

op

het

moment

van

de

hulpvraag; 1.4. in geval de woonplaats buiten Nederland

is:

de

gemeente

waar

de

jeugdige

werkelijk

verblijft

op

het

moment

van

de

hulpvraag. 2

Artikel 2. Vormen van jeugdhulp  1. De gemeente biedt als algemene voorziening: o 1. Jeugdhulp geleverd door het jeugdteam; o 2. Behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie. o 3. Jeugdhulp geleverd door het jeugdteam en gecontracteerde aanbieder(s) binnen het perceel jeugdhulp naar voren en waarvoor gezien de hulpvraag van de jeugdige geen beschikking van het college nodig is o 4. Jeugdhulp op de locaties voor speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal voortgezet onderwijs en praktijkonderwijs en waarvoor gezien de hulpvraag van de jeugdige geen beschikking

2

Artikel 2. Zorgplicht college voor integrale toegang en intake 1. Het college zorgt er in ieder geval voor dat ingezetenen die daar om verzoeken: a. kosteloos en op laagdrempelige wijze worden ondersteund bij het verhelderen van een mogelijke jeugdhulpvraag; b. kosteloos

worden

voorzien

van

relevante

informatie in begrijpelijke vorm ten aanzien van: i. het gemeentelijk beleid en de wijze waarop uitvoering wordt geven aan de wettelijke taken in de Jeugdwet, en

van het college nodig is.  2. De gemeente biedt als individuele voorziening: o 1. Individuele voorzieningen jeugdhulp:  a. Begeleiding: hulp en ondersteuning ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, zoals beschreven in artikel 10.1 lid 1.a. van de wet;  b. Persoonlijke verzorging: gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals beschreven in artikel 10.1. lid 1.d. van de wet;  c. Jeugd- en opvoedondersteuning op locatie bij de jeugdige: hulp en ondersteuning bij psychosociale en/of gedragsproblemen bij de jeugdige en/of opvoedingsproblemen bij de ouder op locatie bij de jeugdige;  d. Jeugd- en opvoedondersteuning op locatie van de aanbieder: hulp en ondersteuning bij psychosociale en/of gedragsproblemen bij de jeugdige en/of opvoedingsproblemen bij de ouder op locatie bij de aanbieder;  e. Behandeling (l)vb: behandelen van problemen vanwege een (licht) verstandelijke beperking;  f. Generalistische Basis GGZ: behandeling van psychische problemen met een laag tot matig risico;  g. Specialistische GGZ: behandeling van psychi(atri)sche problemen met een hoog risico;  h.

ii. hoe

de

toegang

tot

de

diverse

voorzieningen is georganiseerd; c. worden doorverwezen en -geleid naar de passende instanties voor verdere ondersteuning, en d. dat degene die een melding, aanvraag of verzoek indient, wordt gewezen op de mogelijkheid gebruik

te

maken

van

kosteloze

cliëntondersteuning. 2. In het kader van de uitvoering van het eerste lid vindt verwerking plaats op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Op verzoek van de betrokkene kunnen de relevante bevindingen op schrift worden gesteld en aan hem of haar ter beschikking worden gesteld.

Dagbesteding: vervangende daginvulling voor onderwijs of werk met een therapeutisch doel;  i. Kortdurend verblijf: verblijf op locatie van de aanbieder voor maximaal 3 etmalen per week zoals beschreven in artikel 10.1 lid 1.c van de wet;  j. Beschermd wonen en opvang: begeleid wonen in een instelling of wooninitiatief vanwege psychische en/of psychosociale problematiek;  k. Pleegzorg: wonen in een pleeggezin;  l. Verblijf in een gezinsvervangende voorziening: wonen in een instelling zoveel mogelijk gelijkend op een gezinssituatie;  m. Verblijf in een residentiële voorziening: wonen in een jeugdhulpinstelling;  n. Gesloten plaatsing in een voorziening: wonen in een jeugdhulpinstelling met vrijheid beperkende maatregelen in de zin van hoofdstuk 6 van de wet. o 2. Andere individuele voorzieningen:  a. Vervoersdiensten: vervoer naar en van een locatie waar jeugdhulp door een jeugdhulpaanbieder wordt geboden.  3. Bij de individuele voorzieningen, zoals benoemd in lid 2 sub 1 van dit artikel, kan vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, worden toegekend, voor zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van

de betreffende jeugdige.  4. Uitgezonderd een gesloten plaatsing kan jeugdhulp in de vorm van zorg in natura zo nodig aan een jeugdige worden toegekend in de vorm van een zorgprofiel en als zodanig worden vastgelegd in de beschikking als genoemd in artikel 10 van deze Verordening Jeugdhulp.  5. De jeugdige of de ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening na een aanvraag en voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: 

1. Binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:  a. Gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit hun sociaal netwerk;  b. Het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.  c. Door gebruik te maken van een andere voorziening;  d. Door gebruik te maken van een algemene voorziening.  6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vormen van jeugdhulp en de uitwerking daarvan. o

3

Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts  1. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar

3

Artikel 3. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet passend onderwijs is als

een jeugdhulpaanbieder met een contract voor de levering van jeugdhulp met de regio Zuid-Holland Zuid.  

2. Het college legt de inzet van de betreffende jeugdhulp door een jeugdhulpaanbieder na een verwijzing zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel op verzoek van de jeugdige of zijn ouder vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.

volgt geregeld: 1. Ondersteuning gericht op het doorlopen van het onderwijsprogramma dat primair gericht is op het leerproces, het behalen van onderwijsdoelen of om de jeugdige verder te helpen in de onderwijsontwikkeling, valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. 2. als een jeugdige recht heeft op ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs is deze wet voorliggend op de Jeugdwet en hoeft het college geen voorziening te treffen op grond van de Jeugdwet. Voorbeelden van ondersteuning vanuit de Wet passend onderwijs zijn educatieve

dagbesteding

en

onderwijszorgarrangementen. 3. Als de ondersteuning zoals beschreven in lid 1 en 2 mogelijk ook een bijdrage levert aan de ontwikkeling op andere

leefgebieden,

is

de

gemeente

niet

verantwoordelijk voor die ondersteuning. 4. Als een jeugdige voor het behalen van onderwijsdoelen begeleiding en/of persoonlijke verzorging nodig heeft op school

in

verband

met

opgroei-

en

opvoedingsproblemen of psychische problemen en

stoornissen,

valt

de

ondersteuning

onder

de

jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Daarbij zijn algemene voorzieningen voorliggend op individuele voorzieningen. 5. Als op basis van wettelijke bepalingen onduidelijk is of de hulpvraag valt onder de Wet passend onderwijs of onder de Jeugdwet, dan rust op het college een verplichting om tot een passende oplossing te komen voor de hulpvraag. 4

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via het college 1. De jeugdige of zijn ouder met een hulpvraag over opvoeden en opgroeien kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening. 2. De jeugdige of zijn ouder met een hulpvraag kunnen bij het college een aanvraag indienen om een besluit te nemen voor een individuele voorziening conform artikel 7 van deze verordening. 3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de toegang tot jeugdhulp.

4

Artikel 4. Afbakening Jeugdwet en de Wet langdurige zorg De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet langdurige zorg is als volgt geregeld: 1. Ondersteuning valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet als een jeugdige vanwege een somatische aandoening

of

beperking

of

een

verstandelijke,

lichamelijke of zintuigelijke handicap een blijvende behoefte heeft aan zorg én als de jeugdige blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid of permanent toezicht nodig heeft: a. ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de jeugdige en; b. omdat jeugdige zelf niet in staat is om op

relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor zichzelf te voorkomen, i. door fysieke problemen, of; ii. door zware regieproblemen. c.

Er zijn geen mogelijkheden meer in de ontwikkeling van het kind.

2. Ondersteuning die gezien voorgaande in ieder geval niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet valt, betreft: a. logeeropvang

voor

jeugdigen

met

een

indicatiebesluit Wet langdurige zorg; b. verblijf in een instelling; c. vervoer naar en van een locatie voor Wet langdurige zorg; d. behandeling van psychische stoornissen, mits deze een integraal onderdeel uitmaken van de behandeling die vanuit de Wet langdurige zorg geboden wordt. 3. Als jeugdige of zijn ouder(s) weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit op basis van de Wet langdurige zorg terwijl er gegronde redenen zijn die aannemelijk maken dat de jeugdige recht heeft op een

dergelijk besluit, dan weigert het college een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. 4. Als een jeugdige met een besluit op basis van de Wet langdurige zorg een aanvraag indient voor behandeling voor een psychische stoornis, verleent het college een individuele voorziening jeugdhulp, mits de behandeling niet integraal onderdeel uitmaakt van de geboden behandeling vanuit de Wet langdurige zorg. 5

Artikel 5. Onderzoek  1. Indien een jeugdige of zijn ouder zich meldt met een hulpvraag over opvoeden en opgroeien, niet zijnde een hulpvraag die leidt tot een eenmalig advies, voert het college zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na de melding, een onderzoek uit overeenkomstig lid 2 tot en met lid 5. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.  2. Het college onderzoekt in een gesprek of gesprekken met de jeugdige of zijn ouder of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder ontoereikend zijn om hulp, zorg en ondersteuning aan de jeugdige te bieden naar aard en omvang voor de tijdens het onderzoek vastgestelde problemen en stoornissen.  3. Het college verzamelt voorafgaand aan of tijdens het gesprek, zoals bedoeld in het vorige lid, in overleg met de jeugdige of zijn ouder de noodzakelijke en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie.

5

Artikel 5. Afbakening Jeugdwet en Zorgverzekeringswet De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Zorgverzekeringswet is als volgt geregeld: 1. Indien jeugdige medisch noodzakelijke zorg (incl. psychische stoornissen) nodig heeft, dan valt dit niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet en is er in dat kader geen recht op een individuele voorziening op basis van de Jeugdwet. Voorbeelden van zorg op basis van de Zorgverzekeringswet zijn (niet limitatief): a. hulpmiddelenzorg; b. ziekenvervoer;

 4. De jeugdige of zijn ouder verstrekken aan het college voorafgaand aan of tijdens het gesprek, zoals bedoeld in lid 2, alle overige gegevens, die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouder verstrekken in ieder geval een identificatiedocument van de jeugdige als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.  5. Het college informeert de jeugdige of zijn ouder over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.  6. De jeugdige of zijn ouder kunnen een second opinion aanvragen bij een jeugdprofessional van het jeugdteam, anders dan de behandelend medewerker of een ander jeugdteam uit de regio Zuid-Holland Zuid, onverminderd de mogelijkheden van bezwaar en beroep.  7. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek en de uitwerking daarvan.

c. zintuiglijke gehandicaptenzorg; d.

Palliatieve zorg.

2. Als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek van de jeugdige en daardoor zowel een vorm van zorg, op grond van een zorgverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen,

verleent

het

college

een

individuele

voorziening. 3. Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die nodig is in verband met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt niet onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Persoonlijke verzorging die gericht is op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij algemene dagelijkse levensverrichtingen valt wel onder de jeugdhulpplicht van de Jeugdwet. Het college verleent alleen laatstgenoemde individuele voorziening, mits jeugdige

daarvoor

gezien

zijn

jeugdhulpvraag

in

aanmerking komt. 4. Jeugdhulp met verblijf valt niet onder de Jeugdwet als het enkel een medisch noodzakelijk verblijf betreft

vanwege geneeskundige zorg of als het gaat om tijdelijk, kortdurend geneeskundig verblijf buiten de thuissituatie. Jeugdhulp met verblijf valt wel onder de jeugdhulplicht van de Jeugdwet als het een verblijf van jeugdige buiten de

thuissituatie

ziekenhuisverblijf. Het

betreft, college

niet

zijnde

verleent

een alleen

laatstgenoemde individuele voorziening, mits jeugdige daarvoor gezien zijn jeugdhulpvraag in aanmerking komt. 5. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de Jeugdwet als sprake is van een bijdrage aan de jeugdhulp en als geen alternatief beschikbaar is. Het maximaal aan uren behandeling dat vergoed wordt door de gemeente is 30. De behandelaar van een jeugdhulpaanbieder of medewerker van het jeugdteam moet advies geven voor vaktherapie als onderdeel van de totale behandeling. Als ouder(s) niet aanvullend verzekerd zijn, dan is de vergoeding maximaal 30 uur. Als ouder(s) wel aanvullend verzekerd zijn, dan moet het aantal uren dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van de maximale inzet van 30 uur. 6

Artikel 6. Verslag en actieplan  1.

6

Artikel 6. Afbakening Jeugdwet en Wet maatschappelijke

Het college maakt een verslag over de uitkomsten van het onderzoek en neemt daarin de afspraken op in verband met de besproken hulpvraag.2

ondersteuning 2015 De afbakening tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van de Wet maatschappelijke

 

2. Het verslag wordt aan de jeugdige of de ouders overhandigd, tenzij zij ondubbelzinnig kenbaar hebben gemaakt geen verslag te wensen.

ondersteuning 2015 is als volgt geregeld. Als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van de Wet

 

maatschappelijke ondersteuning 2015, dan verleent het college

3. Opmerkingen of aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder worden aan het verslag of actieplan toegevoegd.

geen voorziening op grond van de Jeugdwet, tenzij sprake is van een maatwerkvoorziening inhoudende begeleiding als bedoeld in

 

4. Indien het onderzoek als bedoeld in artikel 5 naar het oordeel van het college leidt tot de wenselijkheid van een individuele voorziening, wordt een actieplan opgesteld, tenzij die gelet op de aard van de te verlenen hulp niet noodzakelijk is. Bij de opstelling van het actieplan wordt, bij de aanwezigheid daarvan, het familiegroepsplan betrokken.

artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het betreft dan bijvoorbeeld (niet limitatief): a. voorzieningen

in

de

vorm

van

hulpmiddelen,

woningaanpassingen en een gebarentolk; b. een vervoersvoorziening om te kunnen reizen naar verschillende

locaties,

zoals

sportvereniging

en

recreatieplekken; c. een maatwerkvoorziening voor opvang, indien jeugdige met ouder(s) meekomt als een ouder de thuissituatie moet verlaten, vanwege bijvoorbeeld huiselijk geweld, mishandeling of een huisuitzetting. 7

Artikel 7. Indienen aanvraag individuele voorziening jeugdhulp

7

Artikel 7. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen

 1. De aanvraag voor een individuele voorziening jeugdhulp kan niet eerder worden ingediend dan nadat de jeugdprofessional een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek in de vorm van het actieplan of een verslag aan de jeugdige of zijn ouder heeft verstrekt, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in artikel 5, lid 1 van deze verordening genoemde termijn.  2. De jeugdige of zijn ouder dient een aanvraag voor een individuele voorziening jeugdhulp schriftelijk in bij het college.  3. Een door de jeugdige of zijn ouder ondertekend actieplan, als bedoeld in artikel 6, wordt door het college als aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd.  4. Het college legt de beslissing op de aanvraag voor een individuele voorziening vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.  5. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden aan de aanvraag, voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en het afwegingskader bij een individuele voorziening.

De afstemming tussen aanspraken op een voorziening op basis van de Jeugdwet en op basis van wet- en regelgeving inzake werk en inkomen is als volgt geregeld: 1. Het college ziet erop toe dat stichting Jeugdteams, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen, financiële belemmeringen voor het slagen van preventie, jeugdhulp,

kinderbeschermingsmaatregelen

en

jeugdreclassering vroegtijdig kunnen signaleren. 2. Het college ziet er daarnaast op toe dat jeugdigen en hun ouder(s) waar nodig de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke

voorzieningen

schuldhulpverlening,

krijgen

–

zoals

inkomensvoorzieningen,

re-

integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen – om de financiële belemmeringen weg te nemen. 3. Ook ziet het college erop toe dat er voorzieningen beschikbaar zijn op het terrein van arbeidsparticipatie van jonggehandicapten en draagt het college zorg voor voldoende mogelijkheden van loonkostensubsidies en beschut werk voor deze doelgroep op het moment dat zij 18 jaar worden.

8

Artikel 8. Regels voor de levering van een individuele voorziening

8

Artikel 8. Vormen van jeugdhulp

met een pgb  1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet.  2. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld per individuele voorziening.  3. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld op basis van maximaal 100% van het totaal aantal eenheden (uren, dagdelen, trajecten, etc.) dat in de verleende periode van de betreffende individuele voorziening gebruik gemaakt gaat worden.  4. De hoogte van het pgb-tarief per eenheid van een gespecificeerde vorm van een individuele voorziening bedraagt maximaal 100% van het laagste gecontracteerde tarief van deze voorziening in Zuid-Holland Zuid van de in de betreffende situatie adequate en minst kostbare voorziening in natura.  5. Jeugdhulp kan worden betrokken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk als is vastgesteld dat deze persoon behoort tot het sociaal netwerk van de jeugdige, er tevens is afgewogen of de inzet van het sociaal netwerk passend is gezien de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige of zijn ouder en is voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de inzet van het sociaal netwerk.  6. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, is het uurtarief voor de inzet van het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 8.1.1 lid 3 van de wet, maximaal 20 euro.  7.

Voor de vaststelling van het pgb worden de tarieven gehanteerd ten tijde van de aanvraag van de individuele voorziening.

1. De volgende vormen van algemene voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. Jeugdhulp uitgevoerd door het jeugdteam; b. Behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie; 2. De vormen van individuele voorzieningen die in ieder geval beschikbaar zijn, zijn opgenomen in Annex I bij deze verordening.

9

 8. Aan het pgb wordt geen bedrag toegevoegd welke niet terug te leiden is tot de inzet van een individuele voorziening.  9. De tarieven voor jeugdhulp voor levering met een pgb (pgb tarieven) Zuid-Holland Zuid worden gepubliceerd op de website van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ.  10. Het college kan nadere regels stellen o a. onder welke voorwaarden een individuele voorziening in de vorm van een pgb wordt verstrekt; o b. ten aanzien van bepaling wie tot het sociaal netwerk behoort, de voorwaarden en de eisen aan de inzet van het sociale netwerk. Artikel 9. Bijstorting kosten Indien de jeugdige of zijn ouder jeugdhulp wil betrekken van een jeugdhulpaanbieder welke hogere kosten per eenheid jeugdhulp in rekening brengt dan de maximaal vastgestelde pgb tarieven ZuidHolland Zuid welke voortvloeien uit artikel 8, dan wordt het pgb slechts verleend indien de jeugdige of zijn ouder aangeeft deze extra kosten voor eigen rekening te nemen. Dit wordt vastgelegd in het actieplan.

9

Artikel 9. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder, als en voor zover die verwijzer van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. De jeugdhulpaanbieder dient zich bij het beoordelen van de jeugdhulpvraag na een verwijzing te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die daarover zijn neergelegd in de Verordening en/of nadere regels.

2. Ook als een verwijzing zoals genoemd in het eerste lid aanwezig is, is het college niet verplicht jeugdhulp te vergoeden geleverd door een jeugdhulpaanbieder waarmee de gemeente geen contract- of subsidierelatie heeft, tenzij het college met de gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpaanbieders niet in staat is de bij de verwijzing passende jeugdhulp te laten leveren. 3. Het college legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking. 10

Artikel 10. Inhoud beschikking  1. In de beschikking tot toekenning van een individuele voorziening wordt ten minste aangegeven of de voorziening in natura wordt verleend of als pgb wordt verstrekt.  2. Bij het verlenen van een voorziening in natura wordt in de beschikking ten minste vastgelegd: o a. op basis van welk advies of verwijzing de verlening heeft plaatsgevonden; o b. welke de te verlenen voorziening is of; o c. hoe de voorziening wordt verleend; o d. voor hoe lang de voorziening wordt verleend.'  3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb

10

Artikel 10. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening. 2. Jeugdigen en ouders kunnen een jeugdhulpvraag melden bij het college. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het verhelderen van de jeugdhulpvraag. 3. Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de jeugdige en zijn ouders voor het onderzoek, bedoeld in artikel 11, op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning en op de mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van bevestiging van de schriftelijke melding van de

wordt in de beschikking ten minste vastgelegd: o a. op basis van welk advies de verlening heeft plaatsgevonden; o b. welke de te verlenen voorziening is; o c. voor welke periode de voorziening en het pgb wordt verstrekt; o d. wat per voorziening het maximum tarief per eenheid jeugdhulp is op basis van waarvan het pgb is berekend; o e. wat de hoogte van het pgb per voorziening is.

jeugdhulpvraag een familiegroepsplan op te stellen. Als de jeugdige of zijn ouders daarom verzoeken, zorgt het college voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 4. In spoedeisende gevallen beslist het college na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Jeugdwet.

11

Artikel 11. Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering  1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouder op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.  2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken indien het college vaststelt dat: o a. de jeugdige of zijn ouder onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

11

Artikel 11. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding: a. de

behoeften,

persoonskenmerken

en

voorkeuren van de jeugdige en zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; b. of sprake is van psychische problemen en stoornissen,

psychosociale

problemen,

o b. de jeugdige of zijn ouder niet langer op de individuele voorziening en/of het pgb zijn aangewezen; o c. de individuele voorziening en/of het pgb niet meer toereikend is te achten; o d. de jeugdige of zijn ouder niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening en/of het pgb; o e. de jeugdige of zijn ouder de individuele voorziening en/of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.  3. Als het college een besluit heeft ingetrokken, omdat de jeugdige of zijn ouder onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldwaarde invorderen van de jeugdige of zijn ouder, van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb.  4. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde jeugdhulp, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.

gedragsproblemen beperking

of

een

verstandelijke

de

jeugdige,

van

opvoedingsproblemen

van

de

ouders

of

adoptiegerelateerde problemen, en zo ja: i. welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid

en

voldoende

zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; iii. of

en

in

hoeverre

mogelijkheden

en

de

eigen het

probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, een en ander conform artikel 12, en iv. voor zover de eigen mogelijkheden en

het

probleemoplossend

vermogen

ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met

de

inzet

van

een

andere

voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; c. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en d. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen. 2. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. 3. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure.

4. Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouders dan wel

zijn

wettelijk

vertegenwoordiger

wordt

in

begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze. 5. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 12

Artikel 12. Fraudepreventie en controle  1. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en deze verordening.  2. De toezichthoudende ambtenaren zijn, voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is, bevoegd tot inzage van dossiers.  3. Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in

12

Artikel 12. Draagkracht en draaglast 1. Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het gebruikelijk is dat ouders hun kinderen hulp op het gebied van

de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar.  4. Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit beleid is dat het college cliënten en betrokken derden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan. Ter controle van het beroep op algemene en individuele voorzieningen wordt onder meer gebruik gemaakt van bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen.  5. Het college doet onderzoek naar de rechtmatigheid van de individuele voorziening en kan daarbij onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor de aanspraak op een individuele voorziening onderzoeken.  6. De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het vorige lid.  7.

Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.  8.

persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kent het college geen individuele voorziening jeugdhulp toe. 2. Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, neemt het college in haar onderzoek (genoemd in artikel 11) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Het college bepaalt of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, o.b.v. de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen. 3. Het college maakt voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht genoemd in het eerste lid en draaglast genoemd in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: -

Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het

Het college kan een materiële controle en fraudeonderzoek doen bij jeugdhulpaanbieders die werken onder een contract van het college of met een contract welke is aangegaan door een jeugdige of zijn ouder voor de uitvoering van een pgb om te bepalen of de door de aanbieder in rekening gebrachte prestatie is geleverd.  9. Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.

(gezondheids)probleem

en

de

daarmee

samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. -

Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

4. In kortdurende situaties neemt het college aan dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf als het college op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststelt dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van

ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. 5. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties.

13

14

Artikel 13. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:  a. de aard en omvang van de te verrichten taken;  b. de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie  c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;  d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg; en  e. kosten voor bijscholing van het personeel. Artikel 14. Kwaliteitseisen jeugdhulpaanbieders  1. In aanvulling op de in hoofdstuk 4 van de wet gestelde eisen kan

13

6. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan. Artikel 13. Identificatie Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouder(s) vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

14

Artikel 14. Verslag Binnen 30 werkdagen na het onderzoek als bedoeld in artikel 11

het college in nadere regels aanvullende kwaliteitseisen vaststellen.  2. De kwaliteitseisen als bedoeld in lid 1 van dit artikel gelden voor jeugdhulpaanbieders en voor zorgaanbieders die door middel van een pgb worden ingezet.

verstrekt het college aan de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek (het verslag), tenzij zij ondubbelzinnig kenbaar hebben gemaakt geen verslag te wensen. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden aan het verslag toegevoegd.

15

Artikel 15. Vertrouwenspersoon Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

15

Artikel 15. Aanvraag

1. Jeugdigen en ouders kunnen een melding voor een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. Als het onderzoek als bedoeld in artikel 11 leidt tot een jeugdhulpvraag, dan stelt het college binnen zes weken na het laatste gesprek over de uitkomsten van dat onderzoek een perspectiefplan op. Bij de opstelling van het perspectiefplan wordt, bij de aanwezigheid daarvan, het familiegroepsplan betrokken. Een door de jeugdige of zijn ouder dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger ondertekend perspectiefplan wordt door het college als jeugdhulpvraag

voor

een

individuele

voorziening

beschouwd.

2. Het college geeft de beschikking binnen acht weken na

ontvangst van de jeugdhulpvraag.

3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot

16

Artikel 16. Klachtregeling Het college draagt zorg voor een behoorlijke en transparante procedure ten behoeve van de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouders die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen als bedoeld in deze verordening.

16

de voorwaarden aan de jeugdhulpvraag, voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en het afwegingskader bij een individuele voorziening. Artikel 16. Criteria voor een individuele voorziening

1. Een algemene voorziening die passend en toereikend is, is voorliggend op een individuele voorziening. In elke individuele situatie moet eerst worden beoordeeld of een algemene voorziening passend en toereikend is voor de gestelde jeugdhulpvraag. Als dit zo is, komen jeugdigen en zijn ouder(s) niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Dit geldt als de algemene voorziening: a. daadwerkelijk beschikbaar is voor de jeugdige en/of de ouder(s); b. passend en toereikend is voor de jeugdige en/of de ouder(s).

2. Onverminderd dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, Gecertificeerde instellingen, de medisch specialist en de jeugdarts komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig

heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen

mogelijkheden

en

het

probleemoplossend

vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.

3. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst en meest passende tijdig beschikbare voorziening. Als een jeugdige toch een duurdere voorziening wil die eveneens passend is, komen de meerkosten voor rekening van de jeugdige en/of zijn ouders/verzorgers. In dergelijke situaties zal, mits aan de voorwaarden voor het verstrekken van een pgb wordt voldaan, de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een pgb gebaseerd op de goedkoopst passende voorziening.

4. Voor het bepalen van het soort individuele voorziening dat

het

college

inzet,

sluit

dit

aan

bij

de

dienstomschrijvingen in de door of namens gemeente gesloten

overeenkomsten

met

of

verleende

subsidiebesluiten aan jeugdhulpaanbieders voor het

leveren van voorzieningen, waarbij: 

de

mogelijkheid

voor

het

inzetten

van

ervaringsdeskundigheid altijd in overweging wordt genomen; en 

in dialoog tussen de jeugdprofessional, de jeugdige en de ouder(s) een gezamenlijk beeld ontwikkeld is over de jeugdhulpvraag en de meest passende aanpak alvorens een keuze gemaakt wordt voor het soort individuele voorziening.

17

Artikel 17. Inspraak en medezeggenschap  1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.  2. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen omtrent jeugdhulp vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.  3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en

17

Artikel 17. Deskundig oordeel en advies Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.

ondersteuning.  4. Het college kan nadere regels stellen vast ter uitvoering van het tweede en derde lid. 18

Artikel 18. Evaluatie Het college evalueert eenmaal per vier jaar het gevoerde beleid, dan wel zoveel eerder als nodig als gevolg van wijziging van de wet. Het college zendt het evaluatieverslag na vaststelling daarvan naar de gemeenteraad, die op basis van het evaluatieverslag kan beoordelen of de verordening doeltreffend is en wat de effecten van het werken met de verordening in de praktijk zijn.

18

Artikel 18. Inhoud beschikking

1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.

2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan is; b. wat

de

ingangsdatum

en

duur

van

de

verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en d. indien

van

toepassing,

welke

andere

voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking tevens in ieder geval vastgelegd:

a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. welke voorwaarden aan het pgb verbonden zijn; e. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en f.

de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

19

Artikel 19. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening of van de hieruit voortvloeiende nadere regels, leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

19

Artikel 19. Regels voor pgb 1. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet en artikel 8 van de Regeling Jeugdwet. 2. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld voorstel waarin in ieder geval uiteen is gezet i. welke jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/429/documents/8989