Toelichting.pdf
Tekst van het document
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie hiervoor de onderstaande paragraaf 4.2.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 53 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
(Selectie)advies Op basis van de resultaten en conclusies van het veldonderzoek wordt aanbevolen om het plangebied voor wat betreft archeologie en ten gunste van de voorgenomen herontwikkeling, vrij te geven tot in ieder geval 4,0 m – mv. De implementatie van de bovenstaande aanbeveling is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid (de gemeente Alblasserdam), deze dient een selectiebesluit te nemen. Op 03-03-2021 heeft mevr. C. Corbeau alsmede dhr. M. Hoenderdaal van de gemeente Alblasserdam laten weten in te kunnen stemmen met de bovenstaande conclusies en aanbeveling (dit na beoordeling door mevr. J. Hoevenberg van de gemeente Dordrecht). Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Wat betreft het aspect Cultuurhistorie heeft het plangebied geen bestaande bijzondere gebouwen.
Wel dient de bebouwing langs de Polderstraat te passen binnen de uitgangspunten die gelden voor beschermd stads- en dorpsgezicht. De planregels zijn daarop ingericht. Door middel van een sloopvergunning wordt het behoud van omgevingskwaliteit, waaronder het aspect behoud van erfgoed, getoetst. Conclusie Uit oogpunt van archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor het beoogde nieuwbouwplan. Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. Gezondheid De gemeente Alblasserdam heeft de ambitie om een toekomstbestendig dorp te realiseren. Dat is een dorp dat ook voor de volgende generaties gezond, leefbaar en aantrekkelijk zal zijn.
Hierbij formuleert de gemeente vijf deelaspecten op het vlak van duurzaamheid.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 54 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
Duurzame energie De woningen zijn volledig gasloos en worden middels zonnepanelen voorzien van energie. De betrokken zonnepanelen kunnen vergunningvrij op de daken worden geïnstalleerd, zodat deze niet aan de orde zullen komen in de wabo-bouwvergunning. Duurzaam bouwen Er zal worden gebouwd volgens geldende normering. Waar mogelijk worden gerecyclede bouwmaterialen toegepast en wordt gebruik gemaakt van bouwmaterialen die aan het einde van de levensduur ook eenvoudig her te gebruiken en/of de scheiden zijn met het oog op recycling. Groen en waterveiligheid De doelgroep zal met name bestaan uit gezinnen met kinderen en in de directe omgeving zijn al enkele (groene) speelplaatsen in de directe omgeving, waardoor in het projectgebied (natuurlijk) spelen niet leidt tot aanvullende maatregelen. De realisatie van groen draagt bij aan het voorkomen van hittestress en biedt natuurlijke infiltratiemogelijkheden in het kader van het waterkwantiteitsbeheer. Voor het aspect waterveiligheid wordt terugverwezen naar paragraaf 4.7. Klimaatadaptatie De ontwikkeling vindt plaats in een verstedelijkte omgeving. De stresstest die voor de gemeente is uitgevoerd laat zien dat dit zorgt voor een grotere kans op overlast bij overmatige regenval, droogte en hitte. Overmatige regenval De kans op hevige neerslag is toegenomen en zal de komende jaren verder toenemen door stijging van de temperatuur.
Voor wateroverlast in bebouwd gebied zijn de korte hevige buien (lokaal) van 1 uur veelal maatgevend. Dit zijn vaak onweersbuien in de lente of de zomer die de capaciteit van het rioolstelsel te boven gaan. De kan leiden tot water-op-straat, overlast en schade. De eisen voor het voorkomen van wateroverlast hebben tot doel om hevige neerslag lokaal vast te houden en bebouwing en voorzieningen te beschermen. In paragraaf 4.7.2. wordt aangegeven dat het verhard oppervlak als gevolg van het plan toeneemt met 1.334 m². Verder neemt ook het oppervlak aan oppervlaktewater toe met 255 m². In genoemde paragraaf is aangegeven dat de watercompensatie in het plan voldoende is. Daarnaast wordt het plangebied groen ingevuld met o.a. gras, struiken en bomen. Dit als geheel resulteert in voldoende capaciteit van het plangebied om hevige neerslag lokaal vast te houden en wateroverlast te voorkomen. Droogte Klimaatverandering zorgt voor langere periodes van droogte en daarmee verminderde toevoer van water naar het oppervlakte- en grondwater. Het doel is het voorkomen of beperken van schade aan houten fundering, schade aan begroeiing, extra bodemdaling en een slechte waterkwaliteit. De eisen richten zich op het rekening houden met droogte en aanvulling van het grondwater.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 55 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
De inrichting van het plangebied is, evenals in de huidige situatie reeds het geval, afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. Hierin vindt geen negatieve verandering plaats. Met de komst van meer oppervlaktewater wordt een grotere buffer gecreëerd. Hitte Extreme, langdurige hitte vermindert het functioneren van mensen en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De stedelijke omgeving warmt al meer op dan het buitengebied en in de openbare ruimte zijn plekken nodig om af te koelen. De geformuleerde eisen hebben tot doel om koelere plekken buiten te creëren en het opwarmen van de stedelijke omgeving tegen te gaan. Eisen voor temperatuurregulatie in gebouwen zelf zijn hier niet opgenomen. Bij de inrichting van het plangebied is rekening gehouden met aanwezigheid van zowel groene- alsook blauwe structuren. Door de mate van schaduw en de aanwezigheid van water en vegetatie wordt invulling gegeven aan de eis om koelere plekken te creëren binnen de stedelijke omgeving. Bodemdaling Bodemdaling wordt veroorzaakt door ontwatering en kan komen door droogte. Bodemdaling kan consequenties hebben voor het waterbeheer. Vooral veengebieden zijn gevoelig voor bodemdaling door oxidatie bij lagere grondwaterstanden. Uit de klimaatatlas komt naar voren dat het plangebied bodemdalingsgevoelig, maar niet sterk bodemdalingsgevoelig is.
De bodem bestaat ter plaatse uit een deklaag van ca. 12 meter klei, met daarin een veenlaag van ca. 6 meter. De bodemladder De provincie streeft naar een hernieuwbaar gebruik van de bodem, dat maatschappelijk aanvaardbaar is én economische kansen op toekomst vaste wijze benut. De bodemladder is ontwikkeld om deze afweging inzichtelijk te maken. Het is een hulpmiddel om het politieke en maatschappelijke debat over duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van de bodem in relatie tot de intrinsieke waarden van de bodem en in samenhang met bovengronds ruimtegebruik vorm te geven. De treden van de ladder 1. Hernieuwbaarheid: de mate waarin het natuurlijke herstelvermogen van de bodem in staat is om een ingreep of verandering in bodem of ondergrond door natuurlijke processen binnen een redelijke termijn terug te brengen in de oorspronkelijke toestand. 2. Omkeerbaarheid: indien herstel van hel bodemsysteem niet van nature mogelijk is zullen de consequenties van het gebruik op het bodemsysteem omkeerbaar moeten zijn. 3. Beheersbaarheid: betreft de mate waarin risico’s rondom initiatieven en projecten (technisch en/of financieel) beheerst kunnen worden. De staanders van de ladder De vraag of een functie wel of niet kan worden toegestaan volgt uit een aanvaardbaarheidsbeoordeling. Bepalende factoren daarin zijn nut, noodzaak en impact.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 56 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
1. Nut: de – mate van – meerwaarde, die een functie of ingreep heeft voor belangrijke maatschappelijke opgaven. 2. Noodzaak: de urgentie om de desbetreffende functie te realiseren mede in relatie tot alternatieve mogelijkheden. 3. Impact: de maatschappelijke beleving van de mogelijk op te treden risico’s en de beheersbaarheid. Beoordeling Zoals beschreven in paragraaf 3.5 heerst er een grote vraag naar (betaalbare) woningen in de regio. Het bouwen binnen stedelijk gebied heeft hierbij de voorkeur, maar de mogelijkheden hiervoor zijn doorgaans schaars. Onderhavige locatie biedt deze mogelijkheid wel. In de nabije omgeving zijn tal van woningen gerealiseerd, waarbij het grootste gedeelte is aangemerkt als ‘niet kwetsbaar’ voor bodemdaling. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de risico’s voor nieuwe woningen in ditzelfde gebied beheersbaar zijn. Gezondheid Normstelling Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling van de effecten op de volksgezondheid doet zich met name voor de ontwikkeling van of in de buurt van intensieve veehouderijen, teeltpercelen en hoogspanningsverbindingen.
Voor andere omgevingsfactoren die van invloed zijn op de gezondheid, zoals luchtkwaliteit of omgevingsgeluid, gelden omgevingswaarden. De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Toetsing Er is geen sprake van een ontwikkeling in de buurt van veehouderijen, teeltpercelen of hoogspanningsverbindingen. Schaduwwerking Blijkens de uitgevoerde zonnestudie15 dient beperkt rekening te worden gehouden met schaduwwerking op de woningen aan de Oranjestraat. Dit is vooral het geval in de avondperiode in de winter. Het gaat hier om een kleine toename ten opzichte van de bestaande situatie. In de bestaande situatie is beperkt bebouwing voorstelbaar tot een hoogte van 8 meter. In de beoogde situatie zal de bebouwingsdichtheid toenemen waarbij de meest relevante toegelaten bouwhoogte toeneemt tot
15
RoosRos, Zonnedstudie Polderstraat 30 oktober 2024, bijlage 15
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 57 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
10,75 meter. Deze beperkte toename kan als acceptabel worden beschouwd, mede gelet op de bestaande stedenbouwkundige structuur.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 58 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
5.
Juridische aspecten
Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP) Het TAM-Omgevingsplan kan worden gepubliceerd volgens de zogenaamde STOP/TPOD-standaard op het DSO-LV, waarbij de (ongewijzigde) Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012), die nog voortvloeit uit de Wet ruimtelijke ordening mag worden gehanteerd. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het TAM-omgevingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het omgevingsplan. Het TAM-omgevingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografisch bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels. Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling 5.2.1. Uitgangspunten en doelstellingen Het centrale onderdeel van een TAM-omgevingsplan zijn de regels waarmee functies aan op de verbeelding aangegeven locaties worden toegekend. Dit geschiedt uit de aard der zaak nog middels bestemmingen zoals gebruikelijk onder de Wet ruimtelijke ordening (oud).
Hiervoor is ook gekozen om het voor heel Alblasserdam geldende algemene planologische kader voor wat betreft afwijkingsbevoegdheden en dergelijke zoveel mogelijk in stand te houden, aangezien het ontwerpen van een nieuw algemeen planologisch kader voor een deel van Alblasserdam minder evenwichtig zou zijn. Kenmerk van bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming is geometrisch bepaald. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het TAM-omgevingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het TAM-omgevingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen. Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan.
Het uitgangspunt bij het opstellen van het TAM-omgevingsplan is dat de van geldende regelingen zodanig worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 59 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan. Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden: − Rechtszekerheid en klantgerichtheid, dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan. − Makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten, een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast. − Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan, dit houdt in dat de bestemmingen met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is via de verbeelding zichtbaar worden gemaakt. Van belang hierbij is, dat het om technische redenen niet mogelijk is om duidelijk aan te geven dat thans geldende bestemmingen door vaststelling en in werking treden van dit TAM-omgevingsplan zullen worden vervangen door de nieuwe bestemmingen. Echter dit aspect is van tijdelijke aard, namelijk tot aan het moment waarop de geldende planologische regelingen zullen worden opgenomen in het nieuwe gemeentelijke Omgevingsplan. De aandacht richt zich in eerste instantie op de woonfunctie en de aard en de verschijningsvorm van de woonbebouwing in het plangebied. Daarbij is ook de inrichting van het plangebied van belang. 5.2.2. Verbeelding Binnen het plangebied hebben alle gronden een bestemming gekregen.
Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid (bijvoorbeeld topografische gegevens). 5.2.3. Opbouw van de regels Dit TAM-omgevingsplan beoogt het mogelijk maken van een nieuwe functionele ontwikkeling van het plangebied. Primair is aansluiting gezocht bij de systematiek van binnen de gemeente recent vastgestelde geldende planologische regelingen. Gestreefd wordt naar de juridische verankering van de nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen binnen het plangebied. Het TAM-omgevingsplan is opgesteld als een gedetailleerd plan. Het plan is in die zin gedetailleerd, dat in de verbeelding en de regels wordt vastgelegd welke functies en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. De opbouw van de regels is als volgt: − Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels) − De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) − Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels) − Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 60 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: − Bestemmingsomschrijving − Bouwregels − Nadere eisen − Specifieke gebruiksregels − Afwijken van de gebruiksregels − Omgevingsvergunning De specifieke nadere eisenregelingen, bevoegdheden om af te wijken van de regels en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk aanlegvergunningregels zullen zoveel mogelijk per bestemming worden opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. 5.2.4. Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels, het afhankelijk stellen van de uitoefening van een bepaalde functie aan voorwaarden of het stellen van nadere eisen. Dit flexibiliteitinstrumentarium kent zekere begrenzingen. Een nadere eis mag slechts worden gesteld per afzonderlijk geval en geen algemene regel inhouden. Bovendien moet het bestemmingsplan al een regel bevatten omtrent het punt ten aanzien waarvan een nadere eis wordt gesteld. Op basis van het vorenstaande wordt voor het opnemen van flexibiliteitsregels de volgende benadering gehanteerd.
− Flexibiliteitregels alleen gebruiken als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn, voor de onderbouwing waarvan de toelichting de noodzakelijke bouwstenen bevat. − Bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteit planschade risico meewegen. − Nadere eisen alleen stellen als er als regels zijn opgenomen met betrekking tot hetzelfde onderwerp. Regeling woonpercelen In deze paragraaf wordt de bestemmingsregeling voor de woonpercelen beschreven 5.3.1. Methodiek Woonpercelen worden voorzien van de bestemming Wonen. Ter plaatse van de (beoogde) woningen wordt het bouwvlak aangegeven (hoofdgebouwen en bijgebouwen toegestaan). Op het deel van het perceel buiten het als zodanig aangegeven bouwvlak mogen (tevens) bijgebouwen worden gerealiseerd. Daar waar het niet de bedoeling is dat er wordt gebouwd, wordt aan de (woon)percelen de bestemming Tuin gegeven. Voor de diverse gebouwen worden de volgende definities gehanteerd. − Onder een hoofdgebouw wordt verstaan: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 61 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
−
−
perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. Onder een bijbehorend bouwwerk wordt verstaan: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Onder een woning wordt verstaan: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
5.3.2. Bestemmingen Wonen - Hoofdgebouwen Binnen de woonbestemming worden de toelaatbare goot- en bouwhoogten van de gebouwen op de verbeelding aangegeven. De gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden opgericht. - Bijbehorende bouwwerken De bijbehorende bouwwerken zullen zich qua massa en verschijningsvorm onderscheiden van het hoofdgebouw op het perceel. Om dit verschil te ondersteunen en het contrast tussen het hoofdgebouw en de ruimtelijk ondergeschikte bebouwing te versterken is het gewenst dat beide niet in één lijn komen te staan of zich (onder overhoeks zicht) visueel in één lijn vertonen. Daarvoor is als beleidsuitgangspunt genomen dat de grens van de bebouwing in principe 1 m achter de voorgevel van de woning ligt, gelijk met de grens die het Besluit omgevingsrecht aan de grens van het achtererfgebied geeft. Dat betekent ook dat bebouwing aan de voorzijde van de woning, niet mag worden uitgebreid. 5.3.3. Bestemming Tuin Voortuinen Uitgangspunt is dat met deze bestemming wordt bereikt dat de voortuin overwegend onbebouwd blijft. Door de afwijkende bestemming en kleur is het geen automatisme dat er gebouwd kan worden. Voor toetsers van bouwaanvragen is dergelijke duidelijke informatie op de verbeelding duidelijker dan een bepaling in de voorschriften.
Achter- en zijtuinen (met stedenbouwkundig betekenis) Ook achtertuinen die stedenbouwkundig een belangrijke functie hebben, kunnen de bestemming Tuin krijgen. Op deze manier wordt deze functie optimaal beschermd met betrekking tot bebouwingsmogelijkheden en geeft de kleur (lichtgroen) op de verbeelding ook een duidelijk signaal af. 5.3.4. Voorwaarden beroep aan huis De toenemende belangstelling voor zelfstandig ondernemerschap, telewerken en het hebben van een werkplek aan huis, hebben, naast de dalende gemiddelde woningbezetting en andere gewijzigde woonwensen, geleid tot de behoefte aan vestigingsmogelijkheden van beroepen aan huis in woonwijken. Beroepen aan huis kunnen tot op zekere hoogte stedenbouwkundig worden ingepast. In bestaande woonwijken zal zorgvuldig met vestiging dienen te worden omgegaan om te voorkomen dat de vrijheid van een individu de overlast voor velen kan betekenen.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 62 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
Hieruit volgt dat aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan. − De woning inclusief bijbehorende bouwwerken, die voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten nodig is, behoudt in overwegende mate de woonfunctie, met dien verstande dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en maximaal 50 m² van de bijbehorende bouwwerken mag worden aangewend voor de uitoefening van de −
− − −
uitoefening van aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten. Het gebruik ten behoeve van aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten levert geen hinder voor het woonmilieu op en doet geen afbreuk aan het woonkarakter van de buurt, waarbij in ieder geval geen gebruik mag plaatsvinden dat nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken en als zodanig is opgenomen in Bijlage 1, behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, zoals dit van kracht is op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit bestemmingsplan. De aan-huis-gebonden beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten hebben geen publieksgericht karakter. Het gebruik heeft geen nadelige invloed op de afwikkeling van het verkeer en/of leidt niet tot een onaanvaardbare parkeerdruk. Detailhandel is niet toegestaan.
5.3.5. Mantelzorg De regeling voor mantelzorg sluit aan op de Omgevingswet, zoals paragraaf 12.1.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor wat betreft de definitie voor mantelzorg wordt aangesloten bij de definitie van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Regeling overige bestemmingen 5.4.1. Groen De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor structuurbepalend openbaar groen. Bebouwing is niet toegestaan, met uitzondering van die welke de bestemming dienen. 5.4.2. Verkeer - Verblijfsgebied Deze gronden zijn onder andere bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie gericht op zowel verblijf als op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen etc. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Verder zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn in de regels opgenomen. De bestemming maakt een flexibele invulling/inrichting van het openbaar gebied mogelijk. Het betrokken tankstation is thans bestemd via een functieaanduiding in de geldende verkeersbestemming. Het tankstation zal worden verboden om in een nieuw vast te stellen bestemming voor ‘verkeer – verblijfsgebied’, maar dan zonder deze nadere functieaanduiding. 5.4.3. Water Gronden (water) met deze bestemming hebben een structuurbepalend karakter, evenals de groenbestemming.
De gronden met deze bestemming zijn van oudsher de perceelsomsluitende
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 63 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
kavelsloten, achter de woningen aan de Dam/Ruigenhil en achter de woningen aan de Oranjestraat. De element ‘water’ wordt in het plan versterkt door meer toe te voegen/verbreden. 5.4.4. Waarde – Archeologie De dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie zijn opgenomen om de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied te beschermen. In het kader van de planvorming is onderzocht of als gevolg van het plan archeologische waarden worden geschaad. Dat is niet het geval. De dubbelbestemming geldt naast de primaire bestemming. 5.4.5. Waterstaat – Waterkering De dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering is opgenomen om het waterkeringsbelang van de Dam en Polderstraat als dijk te dienen. De dubbelbestemming geldt naast de primaire bestemming. 5.4.6. Algemene bouwregels Onder algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen die voor het hele plangebied gelden. 5.4.7. Algemene gebruiksregels Onder algemene gebruiksregels zijn bepalingen opgenomen die voor het hele plangebied gelden. 5.4.8. Algemene afwijkingsregels Onder algemene afwijkingsregels zijn bepalingen opgenomen die voor het hele plangebied gelden. 5.4.9. Algemene wijzigingsregels Onder algemene wijzigingsregels zijn bepalingen opgenomen die voor het hele plangebied gelden. 5.4.10. Overige regels Onder overige regels zijn bepalingen opgenomen die voor het hele plangebied gelden.
Overige aspecten In het gemeentelijk beleid zijn parkeernormen opgenomen inzake de nieuwe functies. Deze normen worden gesteld in het kader van de omgevingsvergunningverlening. Essentieel is dat via dat instrumentarium ‘maatwerk’ kan worden geleverd. Immers, er kan rekening worden gehouden met de exacte functie, de omgeving en de eventuele consequenties van een te strikte toepassing.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 64 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
6.
Economische uitvoerbaarheid
In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de wijze van bekostiging. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de situatie waarin het omgevingsplan van rechtswege geldt en de situatie waarin er een gewijzigd omgevingsplan vigeert wat voldoet aan de wettelijke vereisten van de Omgevingswet (inclusief regels over kostenverhaal). Omgevingsplan van rechtswege Bij het omgevingsplan van rechtswege zijn er drie mogelijke scenario’s: 1. Gemeentelijke bekostiging/geen kostenverhaal (eventueel wel een nadeelcompensatieovereenkomst); 2. Anterieure overeenkomst; 3. Posterieure overeenkomst. De initiatiefnemer sluit een anterieure overeenkomst met de gemeente voor wat betreft vergoeding van de gemeentelijke exploitatiekosten. Een ander aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade. Een schadevergoedingsovereenkomst als bedoeld in artikel 13.3 van de Ow vormt onderdeel van de met de initiatiefnemer te sluiten anterieure overeenkomst. Conclusie Het bestemmingsplan wordt in financieel economische zin haalbaar geacht.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 65 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
7.
Overleg en inspraak
Participatie De omgeving van het plangebied is in een vroegtijdig stadium betrokken bij de planontwikkeling. De initiatiefnemer heeft in de periode april/mei 2021 aangrenzende bewoners van het plangebied actief benaderd en het planvoornemen besproken en getoond. De ontwikkelaar heeft op 29 juni 2021 een bijeenkomst georganiseerd om de direct omwonenden te informeren over de plannen. De ontwikkelaar heeft in deze bijeenkomst de laatste stand van zaken van de plannen gepresenteerd. De ontwikkelaar en de architect hebben tijdens deze avond tekst en uitleg gegeven en eventuele vragen beantwoord. De gemeente was op deze avond tevens aanwezig om een toelichting te geven en de verdere procedure uit te leggen. Op 13 oktober 2021 is een nieuwe bewonersavond georganiseerd waarin een aangepaste stedenbouwkundige opzet is gepresenteerd op basis van de input welke tijdens de eerste bijeenkomst was ontvangen. De definitieve stedenbouwkundige hoofdopzet is op 11 februari 2022 met omwonenden gedeeld. In het definitieve stedenbouwkundige plan is waar mogelijk rekening gehouden met de wensen van de omgeving. Tot slot is op 4 oktober 2022 het definitieve stedenbouwkundige plan gepresenteerd aan omwonenden. Participatie wordt beschouwd als een doorlopend proces gedurende de planvorming en realisatie. Met regelmaat zullen omwonenden en andere belanghebbenden bij het plan worden betrokken.
Overleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het eerder voor deze ontwikkeling opgestelde conceptbestemmingsplan toegezonden aan diverse instanties, waaronder rijks- en gemeentelijke instanties. Met omwonenden heeft afzonderlijk overleg en afstemming plaatsgevonden. Op deze wijze is voldaan aan de verplichte participatie op grond van participatie op grond van artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet. 7.2.1. Waterschap Rivierenland Door het Waterschap Rivierenland is het volgende opgemerkt over het voorontwerp bestemmingsplan. -
Er zijn opmerkingen gemaakt op een eerdere versie van de Watertoets welke is uitgevoerd door Antea. Deze opmerkingen zijn verwerkt.
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 66 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
-
-
De begrenzing van de beschermingszone waterkering wijkt af van de Legger. Verder dienen twee beschermingszones te worden opgenomen. Het voorontwerp bestemmingsplan was qua begrenzing van de beschermingszones gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Herstelplan Alblasserdam’. De correcte begrenzing zal op basis van de digitale Leggertekening in de verbeelding worden opgenomen. Er loopt een duiker met de status van een categorie A watergang door het plangebied heen. Het verzoek is om deze te voorzien van een dubbelbestemming ter bescherming van deze duiker. Het bestemmingsplan voorziet thans in de bescherming van deze duiker middels een dubbelbestemming.
-
Verzocht wordt het Waterbeheerprogramma 2022-2027 in de toelichting op te nemen Deze aanpassing is doorgevoerd.
-
Verzocht wordt om een voorwaardelijke verplichting voor het in stand houden van halfverharding. De planregels voorzien in een aanlegvergunningenstelsel voor het toevoegen van afwaterend oppervlak groter dan waarmee in de waterbalans rekening is gehouden. Het omzetten van halfverharding naar volledige verharding (cq. het niet goed onderhouden van halfverharding) valt ook onder deze vergunningplicht.
-
Er wordt aandacht gevraagd voor het onderhoud van de watergangen dat als uitvloeisel van het woningbouwplan moeilijker zal worden. Het onderhoud van deze watergangen ligt bij de gemeente.
-
Er wordt aandacht gevraagd voor de geringe drooglegging in het gebied. Er is een bepaling toegevoegd dat qua bouwpeil dient te worden aangesloten op de door het Waterschap vereiste drooglegging.
-
Er worden enige redactionele correcties voorgesteld v.w.b. afwaterend oppervlak en groepering van onderwerpen. Deze aanpassing is doorgevoerd.
-
Er mogen geen uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt Dit is als zodanig toegevoegd aan de toelichting.
7.2.2. Provincie Zuid-Holland Door de provincie Zuid-Holland zijn de volgende opmerkingen gemaakt: - Het is niet duidelijk of de beheerder van de waterkering is betrokken bij het plan. Dat is het geval geweest. - In het bestemmingsplan moet overeenkomstig het provinciale beleid worden opgenomen of voldoende sociale huurwoningen mogelijk worden gemaakt in de zin van een door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. Dit is het geval; er worden 21 sociale appartementen toegelaten, wat neerkomt op circa 1/3e van het totale aantal woningen. Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 67 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
-
-
Er wordt aandacht gevraagd voor de klimaatrisico’s voor het plangebied en welke maatregelen en/of voorzieningen zijn overwogen en/of worden genomen. Dit specifiek v/w/b/ bodemdaling. Dit is verwerkt. Blijkens de door de provinciale klimaatonderlegger is geen sprake van gebied met risico op bodemdaling. Er is geen invulling gegeven aan 3D-Ordening zoals beoogd in het Omgevingsbeleid ZuidHolland. Dit is verwerkt. Verwezen wordt naar paragraaf 4.5.2, 4.7 en de opgenomen dubbelbestemming ter bescherming van de ondergronds gelegen duiker.
7.2.3. RCE en archeologie Door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn voor onderhavig plan geen relevante aandachtspunten geïdentificeerd. De bescherming van de archeologische verwachtingswaarden is in lijn met die van het ‘Herstelplan Alblasserdam. 7.2.4. VRZHZ Door de veiligheidsregio Zuid Holland Zuid is aangegeven dat het eerder door de VRZHZ uitgebrachte advies verwerkt is in het plan. De veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid blijft graag betrokken bij de verdere inrichtingsplannen en de uitvoering daarvan, met het oog op het streven om gezamenlijk de zelfredzaamheid van de gebruikers en de beheersbaarheid door de hulpverleners te kunnen optimaliseren. Zienswijze Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 27 juni 2024 tot en met donderdag 9 augustus 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van tervisielegging van het TAM-omgevingsplan zijn zienswijzen ingediend. Voor de beantwoording daarvan wordt verwezen naar de separaat opgestelde Nota beantwoording van zienswijzen (bijlage 16).
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 68 van 69
TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam
Bijlagen Bijlage 1 – Memo ladderonderbouwing Bijlage 2 – Memo milieuzonering Bijlage 3 – Memo luchtkwaliteit Bijlage 4 – Memo externe veiligheid Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek Bijlage 6 – Milieueffectscan Bijlage 7 – Watertoets Bijlage 8 – Memo stikstofdepositie Bijlage 9 – Memo verkeer en parkeren Bijlage 10 – Memo kabels en leidingen Bijlage 11 – Ecologische quickscan Bijlage 12 – Ecologisch veldonderzoek Bijlage 13 – Rapportage beschermde boom Bijlage 14 – Indicatieve stedenbouwkundige opzet Bijlage 15 – Beschaduwingsdiagrammen Bijlage 16 – Nota van zienswijzen
Adromi B.V.
R202174/2101
Pagina 69 van 69