CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 17 december 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Vaststelling wijziging Omgevingsplan Polderstraat 9 (Manege) Alblasserdam - Voorstel21.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam toelichting

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam toelichting

Projectnummer: Versie: Status: Datum:

R202174/2101 p vaststelling 4-11-2024

Auteur:

A. Hoogesteeger

Geaccordeerd:

J. Wildschut

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Doel ......................................................................................................................................... 4 Ligging plangebied ................................................................................................................... 4 Geldende planologische regeling ............................................................................................ 6 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 2. Planbeschrijving............................................................................................................................... 9 Bestaande situatie ................................................................................................................... 9 Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................... 11 3.

Beleidskader .................................................................................................................................. 13 Inleiding ................................................................................................................................. 13 Rijksbeleid.............................................................................................................................. 13 Provinciaal beleid .................................................................................................................. 14 Regionaal beleid .................................................................................................................... 17 Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 19 4. Milieu- en omgevingsaspecten ..................................................................................................... 26 Bedrijven en milieuzonering.................................................................................................. 26 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 28 Omgevingsveiligheid .............................................................................................................

29 Geluid .................................................................................................................................... 32 Bodem ................................................................................................................................... 35 Mer-beoordeling ................................................................................................................... 37 Waterhuishouding ................................................................................................................. 38 Natuurwaarden/ecologie/stikstof ......................................................................................... 44 Verkeer, parkeren en ontsluiting .......................................................................................... 50 Kabels en leidingen ................................................................................................................ 51 Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 52 Duurzaamheid ....................................................................................................................... 54 Gezondheid ........................................................................................................................... 57 5.

Juridische aspecten ....................................................................................................................... 59 Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP) ......................................................... 59 Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling ......................................................................... 59 Regeling woonpercelen ......................................................................................................... 61 Regeling overige bestemmingen ........................................................................................... 63 Overige aspecten ................................................................................................................... 64 6. Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 65 7. Overleg en inspraak ....................................................................................................................... 66 Participatie ............................................................................................................................ 66 Overleg ..................................................................................................................................

66 Zienswijze .............................................................................................................................. 68 Bijlagen .................................................................................................................................................. 69

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 3 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

1.

Inleiding

Aanleiding De initiatiefnemer heeft het voornemen om het perceel Polderstraat 9 te Alblasserdam te herontwikkelen door de bestaande opstallen (watersportbedrijf en manege) te slopen en 53 nieuwe woningen te bouwen. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 31 juli 2019 in principe medewerking verleend voor deze planontwikkeling. Het initieel voor deze ontwikkeling voorbereide bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening (oud) kon niet tijdig in procedure worden gebracht. De raad wil evenwel voorkomen dat onderhavige woningbouwontwikkeling verdere vertraging oploopt door de noodzaak om het reeds voorbereide bestemmingsplan aan te passen aan het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Om die reden is gekozen om het concept bestemmingsplan in procedurele zin voort te zetten onder de werkafspraken “Tijdelijke Alternatieve Maatregelen” (TAM-Omgevingsplan). Doel Doel van het plan is de functionaliteit en het gebruik van het perceel beter af te stemmen op de omgeving. Het huidige gebruik van het plangebied is functioneel verouderd en niet passend in de omgeving. Zowel de manege als het botenbedrijf zijn inmiddels gestopt. Daarnaast is ook het tankstation aan de noordzijde langs de Polderstraat beëindigd. Daarentegen is de vraag naar woningen groot. Het voornemen bestaat daarom het perceel te herontwikkelen.

De te bouwen woningen passen niet binnen het geldende Omgevingsplan. Onderhavig TAMOmgevingsplan zal in planologisch-juridische zin vorm geven aan de beoogde woningbouwontwikkeling. Als onderdeel hiervan zal verder de bestemming voor het tankstation worden opgeheven. Ligging plangebied De locatie – hierna ook aangegeven met ‘plangebied’ – bevindt zich in het zuidwestelijk deel van de kern van Alblasserdam. De locatie grenst aan de noordzijde aan de Polderstraat en ligt verder ingeklemd tussen de achterkant van de woningen aan de Dam en Ruigenhil (aan de westzijde) en aan de achterkant van de woningen aan de Oranjestraat (aan de oostzijde). Aan de zuidzijde grenst het plangebied (nagenoeg) aan De Helling, de weg die deels parallel aan de A15 loopt.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 4 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Figuur 1: Plangebied globaal met rode omlijning aangegeven (Bron: Google Maps)

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 5 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Figuur 2: Plangebied indicatief met rode omlijning aangegeven (Bron: Google Maps)

Het plangebied is volgens informatie uit de Openbare registers van het Kadaster totaal groot 12.749 m ² en is kadastraal bekend als: −

gemeente Alblasserdam, sectie B, nummer 4314, groot 11.252 m²

−

gemeente Alblasserdam, sectie B, nummer 3792, groot 236 m²

−

gemeente Alblasserdam, sectie B, nummer 4313, groot 148 m²

−

gemeente Alblasserdam, sectie B, nummer 3295, groot 1.113 m²

Geldende planologische regeling Voor het plangebied gelden, krachtens het overgangsrecht van de Omgevingswet, via het Omgevingsplan de bestemmingsregelingen: - ‘Herstelplan Alblasserdam’ (vastgesteld op 31 maart 2015); - ‘Parapluherziening Geluid Aan de Noord – Alblasserdam’ (vastgesteld op 24 januari 2017); - ‘Parapluherziening Wonen en parkeernormen’ (vastgesteld 9 mei 2023). Volgens de eerstgenoemde regeling heeft het plangebied deels de (enkel)bestemming ‘Bedrijf’, (groten)deels de (enkel)bestemming ‘Sport-Manege’ en voor een klein deel de (enkel)bestemming ‘Water’. Verder heeft het hele plangebied de (dubbel)bestemming ‘Waarde-Archeologie’, in verschillende categorieën, en valt deze in een geluidszone industrie(lawaai).

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 6 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Het woningbouwplan past niet binnen de genoemde (enkel)bestemmingen. De volgende verbeelding (uit ruimtelijkeplannen.nl) toont de geldende planologische situatie. Het plangebied is globaal met rode omlijning aangegeven op de verbeelding.

Figuur 3: Verbeelding planologische situatie; plangebied globaal met rode omlijning aangegeven (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

De beoogde bebouwing past verder niet binnen de geldende bouwvlakken. De bouw- en goothoogte van de gronden met de enkelbestemming ‘Bedrijf’ zijn respectievelijk 8 meter en 5 meter. Ook de bouw- en goothoogte van de gronden met de enkelbestemming ‘SportManege’ zijn respectievelijk 8 meter en 5 meter. Toekomstige (woon)bebouwing past niet binnen deze bouwhoogten. Leeswijzer Het TAM-omgevingsplan bestaat juridisch uit twee delen: verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een (deze) toelichting als onderbouwing voor de in regels en verbeelding gemaakte keuzen. Meer bepaald:

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 7 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

− −

−

de verbeelding - op de verbeelding zijn de bestemmingen van de gronden van het plangebied aangegeven; de regels - in de regels wordt per toegelaten functie een omschrijving van de doeleinden gegeven en regels met betrekking tot het bouwen en gebruik van de in dit plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; de toelichting - in de toelichting worden onder meer de beweegredenen weergegeven die hebben geleid tot het toelaten van een bepaalde functie aan een locatie, evenals een interpretatie/uitleg van de gebruikte terminologie.

De toelichting is als volgt opgebouwd: − In hoofdstuk 2 (Planbeschrijving) worden de bestaande en de nieuwe situatie van het plangebied beschreven. − In hoofdstuk 3 (Beleidskader) wordt het voor het plangebied geldende rijks-, provinciaal, regionale en gemeentelijke ruimtelijk beleid beschreven. Het plan wordt vervolgens aan de beleidskaders getoetst. − In hoofdstuk 4 (Milieu- en omgevingsaspecten) worden de verschillende milieuaspecten die voor het plan relevant zijn benoemd. De geldende beleidskaders worden beschreven en het plan wordt daaraan getoetst. Voor verschillende onderdelen zijn afzonderlijke onderzoeken uitgevoerd. De resultaten daarvan worden beschreven, alsmede de gevolgen voor het plan. − Hoofdstuk 5 (Juridische aspecten) bevat de juridische planbeschrijving. Het beschrijft de regels die gelden bij het opstellen van bestemmingsplannen in het algemeen en dit plan in het bijzonder. Er wordt voorts beschreven waarom voor bepaalde bestemmingen is gekozen en welke regels en voorwaarden daarbij gelden. − In hoofdstuk 6 (Economische uitvoerbaarheid) wordt kort ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. − In hoofdstuk 7 (Overleg en inspraak) bevat een korte toelichting op het overleg en de resultaten daarvan en de inspraak op het (voor)ontwerpbestemmingsplan.

Verder wordt beschreven dat het ontwerpbestemmingsplan is gepubliceerd en welke reacties dat eventueel heeft opgeleverd.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 8 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

2.

Planbeschrijving Bestaande situatie

2.1.1. Geschiedenis Het dorp Alblasserdam is ontstaan ter plaatse van de afdamming van het vroegere riviertje De Alblas, daar waar dit riviertje in de Noord uitmondt, de naam zegt het al. Van oorsprong lag de bebouwing voornamelijk langs de aanwezige dijken van deze rivieren. De Polderstraat vormde de zuidelijke dijk van de Alblas. Aan de zuidzijde van waar nu het plangebied ligt, lag de Vinkenpolder, een weilandengebied. Onderstaand kaartbeeld toont de situatie van het plangebied rond 1900.

Figuur 4: Beeld rond 1900; het plangebied is globaal met gele cirkel aangegeven (Bron: Topotijdreis.nl)

In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw kwam het gebied Vinkenpolder eigenlijk pas volop in ontwikkeling; het huidige bedrijventerrein Vinkenpolder ontstond en werd voornamelijk eerst ontwikkeld aan de oostzijde van het plangebied, direct ten oosten van de huidige Oranjestraat. In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd de tunnel onder de Noord van de A15 aangelegd. Die tunnel vervangt sindsdien grotendeels de brug over de Noord (N915). Eind van de vorige eeuw (1999) is het gebied rond het plangebied al volop ontwikkeld, voornamelijk als bedrijventerrein. Het volgende kaartbeeld geeft daar een beeld van. De oude structuren zijn deels nog herkenbaar.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 9 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Figuur 5: Beeld rond 2000; het plangebied is globaal met rode cirkel aangegeven (Bron: Topotijdreis.nl)

Uit topografische beelden valt op te maken dat het plangebied door de loop der jaren steeds een overwegend bedrijfsmatige invulling heeft gehad. Het zuidelijke deel van het plan is eigenlijk altijd onbebouwd gebleven. De laatste jaren was het in gebruik als manege. 2.1.2. Huidige status/gebruik Het laatste gebruik van het plangebied betrof bedrijfsterrein (watersportbedrijf) en manege (meer achterop het terrein). Een indeling van het terrein is hierna weergegeven.

Figuur 6: Huidige terreinindeling

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 10 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Aan de zijde van de Polderstraat bevindt zich een (bedrijfs)woning met winkel/werkplaats. Daarachter bevinden zich nog verschillende loodsen, garageboxen en andere opstallen. Verschillende daarvan deden dienst als paardenstallen en manege. Tenslotte is er op het terrein een paardenbak aanwezig. De volgende beelden geven de voormalige situatie van het plangebied weer.

Figuur 7: Beelden huidige situatie plangebied plan Polderstraat

Beoogde ontwikkeling 2.2.1. Algemeen Doelstelling van het plan is om de niet meer functionele bedrijfsbebouwing (en manege) te slopen en op de planlocatie 53 wooneenheden te bouwen. Het totale programma binnen het plangebied ziet er als volgt uit: − 10 twee-onder-een-kap woningen; − 21 appartementen (verschillende prijsklassen, w.o. sociale koop); − 22 rijwoningen; − 83 parkeerplaatsen; − een ontsluitingsweg die aan de noordzijde aansluit op de Polderstraat en aan de zuidzijde aantakt op de Oranjestraat (als calamiteitenontsluiting). Met het plan wordt beoogd een programma aan de kern van Alblasserdam toe te voegen waar behoefte aan is. Er wordt een positieve kwaliteitsslag gerealiseerd. Verder wordt er tegemoet gekomen aan de grote vraag naar dergelijke woningen in Alblasserdam en de Drechtsteden.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 11 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

2.2.2. Stedenbouwkundige opzet De opzet van het plan is als gevolg van de vorm van het plangebied noord-zuid georiënteerd. Aan de zijde van de Polderstraat zijn twee tegen elkaar aan staande appartementengebouwen geprojecteerd. Het zijn de hiervoor genoemde (3) appartementen in de duurdere prijsklasse. Aan de oostzijde van de beide appartementengebouwen sluit de toegangsweg tot het plangebied aan op de Polderstraat. Die toegangsweg slingert verder door het plangebied. Van noord naar zuid volgen het blok rijenwoningen (rug aan rug), de twee-onder-een-kap woningen en de goedkopere rijwoningen. Het volgende kaartbeeld geeft een indruk van de nieuwe situatie. Verwezen wordt ook naar bijlage 14. De hoogte van de bebouwing sluit zoveel mogelijk aan bij de bestaande bebouwing aan Polderstraat, de Oranjestraat en de Dam/Ruigenhil. De vorm van de zgn. rug-aan-rugwoningen lijkt op de schuur van de voormalige manege. Het ontwerp van de rijwoningen aan de zuidzijde vormt een markeringspunt van het plangebied. Aan de zuidzijde zal de ontsluitingsweg worden vormgegeven als een langzaam verkeersontsluiting welke aansluit op de Oranjestraat/De Helling. Deze ontsluiting zal tevens dienst doen als calamiteitenontsluiting naar De Helling. 2.2.3. Toe te laten functies Hiervoor is het programma weergegeven. Het gaat voornamelijk om wonen en parkeren; en de daarbij behorende ontsluiting.

De kavelsloten die het plangebied nu al omzomen blijven in stand en worden waar mogelijk verbreed. Op verschillende plaatsen is het belangrijk het groen binnen het plangebied te markeren. Dat is gedaan met de bestemming Groen, als het groen een meer openbaar karakter heeft en met de bestemming Tuin als het groen een privékarakter heeft. Verder zijn binnen de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied groene invullingen mogelijk, zoals bomen etc. Ook parkeren is binnen laatstgenoemde bestemming mogelijk, evenals de ontsluitingsweg. Voor de woningen is met een aanduiding onderscheid gemaakt naar het type woningen, zoals gestapeld en twee-aaneen. Zonder nadere aanduiding betreft het rijenwoningen (zoals rug-aanrugwoningen).

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 12 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

3.

Beleidskader

Inleiding Om de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch doorgang te laten vinden, wordt onderzocht of deze niet in strijd is met de verschillende beleidskaders. In dit hoofdstuk is getoetst aan het nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Rijksbeleid 3.2.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de Omgevingswet. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Toetsing Het project betreft een transformatie binnen bestaand ensemble, gericht op meer woningen. Dit is in lijn met de uitgangspunten van de NOVI. 3.2.2. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 13 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Toetsing Voor onderhavige ontwikkeling is een separate onderbouwing van de laddertoets opgesteld1. De conclusie hiervan luidt (citaat): - Gezien de sterke woningbehoefte in de gemeente Alblasserdam en de Drechtsteden is er geen aanleiding om onaanvaardbare ruimtelijk economische effecten (leegstand) te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling. - De herontwikkeling aan de Polderstraat te Alblasserdam voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het plan is niet kortom in strijd met het rijksbeleid op dit vlak. Hierna, bij de toetsing aan regionaal beleid, zoals de Nota wonen Alblasserdam, zal nader op dit aspect worden ingegaan. Provinciaal beleid 3.3.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat.

De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit; 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. 1

Antea, Onderbouwing Ladder voor Duurzame Verstedelijking Polderstraat Alblasserdam, 0468389.100, 15 oktober 2024, bijlage 1

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 14 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de volgende opgaven relevant: Transitie landelijk gebied De provincie wil de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied verbeteren en daarbij interbestuurlijk afgesproken doelstellingen voor transitieopgaven realiseren. Bij keuzes over ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied geeft de provincie voorkeur aan locaties of grondgebruik die passen bij het bodem- en watersysteem. De provincie kiest ervoor om ontwikkelingen in het landelijk gebied integraal te benaderen, met een samenhangende en gebiedsgerichte aanpak. Hiertoe ontwikkelt de provincie gebiedsprogramma’s, als onderdeel van het omgevingsprogramma. Er zijn gebieden waar meerdere transities samenkomen en urgente beleidsopgaven gerealiseerd worden, waardoor in de komende jaren aanzienlijke veranderingen in de ruimtelijke inrichting te verwachten zijn en ruimtelijke keuzes nodig zijn. De provincie stuurt in deze transitiegebieden op de totstandkoming van ruimtelijke gebiedsplannen, als basis voor te maken keuzes over ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. Ontwikkelingen in het landelijk gebied staan in verbinding met stedelijke ontwikkelingen. De provincie wil bestaande steden en dorpen optimaal ontwikkelen, en tegelijkertijd de kwaliteit van het landelijk gebied behouden of versterken.

Ook met oog voor blijvende functies. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in de toepassing van voornoemde thema’s. Verder voorziet het plan in het beter benutten en opwaarderen van wat er is, alsmede in het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. 3.3.2. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de verordening staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. Ook staan er instructieregels is voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De ZHOV is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV voor de inwerkingtreding al enkele keren gewijzigd en aangevuld en er zijn ook nu nog wijzigingen in procedure. Het volgende is relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 7.43a (borgen ruimtelijke kwaliteit) 1. Een omgevingsplan laat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toe als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. In een omgevingsplan wordt voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 15 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

3. Voor de gebiedstypen, bedoeld in artikel 7.42, vierde en vijfde lid zijn de artikelen 7.43h, 7.43i, 7.43j, 7.43k, 7.43l, 7.43m en 7.43n van toepassing tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 7.43l, in de weg staat. Artikel 7.43h (gebiedstype: beschermingscategorie 3 buitengebied) 1. Een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied als bedoeld in artikel 7.42, zesde lid, kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Toetsing Zoals eerder onder de toetsing aan het rijksbeleid is sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder van duurzame verstedelijking. De laddertoetsing heeft plaatsgevonden in een afzonderlijk onderzoek, het rapport/memo daarvan maakt als bijlage deel uit van deze Toelichting.

De conclusie van het rapport wordt hierna integraal weergegeven. Conclusie Om de herontwikkeling van de Polderstraat te Alblasserdam mogelijk te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking onderbouwd. In Alblasserdam is het aandeel verhuizingen binnen de gemeente relatief laag vergeleken met het landelijk gemiddelde. Er zijn relatief veel verhuisbewegingen vanuit en naar omliggende gemeenten. Het onderzoeksgebied is daarom afgebakend op basis van het samenwerkingsverband Drechtsteden, waarin regionale afspraken op het gebied van wonen worden gemaakt. Tussen 2020-2030 is er vraag naar 6.680 woningen in de Drechtsteden. In Alblasserdam is er tot 2030 vraag naar 480 woningen. In de Drechtsteden zijn er voor 4.029 woningen aan toekomstige harde bouwplannen. In Alblasserdam zijn er harde plannen voor 54 woningen. Als de vraag afgezet wordt tegen de harde plancapaciteit dan blijkt er in het onderzoeksgebied nog een behoefte aan 2.651 woningen tot 2030. In Alblasserdam blijkt er nog een behoefte aan 426 woningen te zijn. Er is dus een kwantitatieve behoefte naar woningen in Alblasserdam en de Drechtsteden. In het onderzoeksgebied concentreert de kwalitatieve woningvraag zich hoofdzakelijk op koopeengezinswoningen (64%) en koopappartementen (23%). In alle prijssegmenten van koopwoningen is er een sterke behoefte aan woningen.

De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien de sterke woningbehoefte in de gemeente Alblasserdam en de Drechtsteden is er geen aanleiding om onaanvaardbare ruimtelijk economische effecten (leegstand) te verwachten als gevolg van de beoogde ontwikkeling. De herontwikkeling aan de Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 16 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Polderstraat te Alblasserdam voldoet aan de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Op grond van genoemd artikel dient onderhavig bestemmingsplan te voorzien in voldoende sociale huurwoningen, zoals vastgelegd in de door Gedeputeerde Staten aanvaarde regionale woonvisie. Op dit vlak wordt verwezen naar paragraaf 3.5.2. Conclusie Het plan past binnen provinciaal beleid. Regionaal beleid 3.4.1. Woonvisie Drechtsteden Op regionaal niveau is wat betreft woonbeleid de regionale woonvisie Drechtsteden 2017-2030 (Goed wonen in de Drechtsteden, 25 oktober 2017). Uitwerking van de woonvisie vindt plaats door de afzonderlijke gemeenten, waaronder ook Alblasserdam. De woonvisie staat niet op zichzelf, ze maakt deel uit van een bredere en integrale aanpak ‘Groeiagenda 2030: Goed leven in de Drechtsteden’ met aandacht voor wonen, bereikbaarheid en verbetering van de sociaaleconomische positie van de Drechtsteden. De woonvisie en de Groeiagenda beogen een schaal- en kwaliteitssprong van het wonen in de Drechtsteden. Goed wonen, goed werken en goed bereikbaar zijn de thema’s waar het om draait. Met goed wonen wordt bedoeld: hoogwaardig wonen, met een stevige aantrekkingskracht om te werken en te verblijven. De nog onvoldoende benutte kwaliteiten van de regio spelen daarbij een belangrijke rol.

Omdat het huidige woningaanbod te eenzijdig en van veel middelmaat is, wordt ingezet op woningaanbod voor het midden en hoger segment. De Drechtsteden hebben de ambitie om tot 2031 zo’n 25.000 woningen toe te voegen; 15.000 boven de autonome behoefte (van 10.000 woningen). In de woonvisie is een indicatieve woningbouwopgave opgenomen die tegemoetkomt aan de autonome woonvraag in de regio. De woonvraag is met name gericht op de realisatie van kwalitatief hoogwaardige woningen in alle sectoren en keuzevrijheid. De opgave voor Alblasserdam komt neer op 500 woningen. De te bouwen wooneenheden vallen hier binnen. Toetsing Het plan voorziet in de bouw van 53 wooneenheden in verschillende prijsklassen. Conclusie Het onderhavige plan voldoet aan de regionale beleidsuitgangspunten voor wonen. 3.4.2. Planmonitor wonen Drechtsteden De met dit plan te realiseren woningen zijn opgenomen in de Planmonitor Wonen en in de rapportage Wonen in de Drechtsteden. De woningaantallen zijn hiermee regionaal afgestemd; de rapportage is aangeboden aan de Provincie Zuid-Holland Zuid ter goedkeuring.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 17 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Qua woningbouwprogramma wordt hierbij uitgegaan van de realisatie van 30% van de woningen als sociale koopwoning, wat neerkomt op een koopprijs van maximaal € 325.000,- (Nationale HypotheekGarantie, over het jaar 2021). 3.4.3. Klimaatadaptatie Voor klimaatadaptatie is Alblasserdam deelnemer in de werkregio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (A5H). Vanuit deze werkregio is een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgezet in juli 2021 en wordt aansluitend een regionaal uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie opgesteld. Op 26 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van Alblasserdam kennisgenomen van de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) die door het college van B&W is vastgesteld op 21 september 2021. De RAS beschrijft de strategierichtlijnen voor de aanpak van de effecten van klimaatverandering om het landschap en de bebouwde omgeving klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. In regionale klimaatstresstesten, gemaakt door A5H, zijn de belangrijkste gevolgen van klimaatverandering die de regio het hoofd te bieden heeft, reeds in beeld gebracht: hitte, droogte, waterrobuustheid, maar ook bodemdaling en het grondwaterpeil. In dit regioverband A5H, waar ook het waterschap aan deelneemt, wordt gezocht naar kansen om klimaatadaptatie te koppelen aan andere plannen en ambities op het gebied van waterveiligheid, economie, bereikbaarheid, cultuurhistorie, natuur en recreatie.

De RAS is een regionaal beleidsinstrument dat afstemming tussen betrokken partijen veronderstelt. Hiertoe wordt bijgedragen in de regionale projectgroep. Naast deze inhoudelijke en procesgerichte afstemming dient ook afstemming plaats te vinden met buurgemeenten en -regio's. Toetsing Op dit onderwerp wordt verwezen naar paragraaf 3.5.6. 3.4.4. Regionale energiestrategie Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Alblasserdam de Regionale Energiestrategie (RES) vastgesteld. Voorafgaand aan dit besluit zijn er meerdere participatieavonden geweest voor zowel inwoners, bestuur en raadsleden. De RES beschrijft de wijze waarop de regio Drechtsteden uitvoering wil geven aan de energietransitie. De regio Drechtsteden wil de energietransitie nadrukkelijk realiseren met de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst. Daarom gaan we voor een betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaardige energievoorziening, waarbij de balans met onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop staat. We spelen hiermee actief in op kansen voor onder andere werkgelegenheid en het versterken van onze sociaaleconomische positie. Samenvattend wil de RES regio Drechtsteden: - 20% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2020, - 0,37 Twh aan duurzame energie opwekken, - 12.500 woningequivalenten van het aardgas (met ambitie om dit te verhogen naar 25.000).

Toetsing Voor dit aspect wordt verwezen naar paragraaf 3.5.6.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 18 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Gemeentelijk beleid 3.5.1. Structuurvisie Alblasserdam 2040 (2013) Op 29 oktober 2013 heeft de gemeenteraad van Alblasserdam de Structuurvisie Alblasserdam 2040 vastgesteld. Binnen deze structuurvisie zet Alblasserdam in op de volgende ambitie: ‘Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven. De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er één van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.’ Op het gebied van wonen zet de structuurvisie in op het volgende thema’s: − − − − −

Zorg dragen voor voldoende en betaalbare woningen voor ouderen, starters en eenoudergezinnen. Realiseren van bijzondere woonvormen op kleine schaal. Op peil houden van de kwaliteit van het groen in het dorp. Op peil houden van de voorzieningen voor winkels, verenigingen, sport en vrije tijd. Bevorderen van de leefbaarheid in de woongebieden.

Toetsing De gemeentelijke structuurvisie geeft aan in te zetten op het toevoegen van middeldure woningen in de koop- en huursector, evenals op bijzondere woonvormen langs bijvoorbeeld historische linten. Naast een variatie aan woningen ambieert de gemeente Alblasserdam ook een variatie in leefmilieus. In het rustig stedelijke leefmilieu is sprake van grote functiemenging, hoge dynamiek en hoge(re) dichtheden; in het rustig groene leefmilieu wordt voornamelijk gewoond in lage dichtheden. Volgens de structuurvisie behoort het plangebied tot een gebied dat is aangeduid als ‘bedrijventerrein mogelijke functieaanpassingen’. Het onderhavige plan is een dergelijke functieaanpassing. Het plangebied behoort tevens tot een aandachtsgebied. Het gebied rond de Vinkenpolderweg en de Oranjestraat vragen aandacht voor de cultuurhistorische waarde (beschermde dorpsgezicht). Hier spelen volgens de visie verschillende opgaven, zoals de ligging tegen het bedrijventerrein, de aanwezigheid van een manege en de verkeersontsluiting. De opgaven in dit gebied worden in zijn geheel bekeken waarbij de cultuurhistorische kwaliteiten als randvoorwaarde worden meegenomen. De genoemde manege verdwijnt als gevolg van onderhavig plan en maakt, met de bedrijfsbebouwing, plaats voor woonbebouwing.

Die transformatie strijdt op zichzelf niet met de uitgangspunten van de structuurvisie; wel dient er aandacht te zijn voor het beschermde dorpsgezicht. Het plan houdt daar met de passende bebouwing langs de Polderstraat rekening mee. 3.5.2. Nota wonen Alblasserdam De Nota Wonen Alblasserdam bevat het woonbeleid van de gemeente Alblasserdam. De nota richt zich op de periode 2012-2020, met een doorkijk tot 2025. In de nota is aandacht voor de demografische ontwikkelingen binnen Alblasserdam, de huidige woningvoorraad, woonwensen en

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 19 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

doelgroepen. Ook bevat de nota een prognose van de woningbehoefte en een woningbouwprogramma voor de periode 2010-2020. Toetsing Voor Alblasserdam wordt voor de periode 2010-2020 uitgegaan van een nieuwbouwproductie van tenminste 900 woningen en 100 onttrekkingen, dus een netto toevoeging van 800 woningen. Het gaat hierbij om de onttrekking van 100 sociale huurwoningen, de bouw van 50 appartementen sociale huur, 50 eengezinswoningen sociale huur, 350 koopappartementen en 450 koop eengezinswoningen. Met voorliggend plan wordt voorzien in het omzetten van oude bedrijfsbebouwing en een manege naar een woningbouwgebied met 53 nieuwe wooneenheden. Tot die bedrijfsbebouwing behoorde 1 bedrijfswoning. Daarmee worden er feitelijk 50 nieuwe woningen toegevoegd aan het woningpotentieel van Alblasserdam. Met de sanering van de leegstaande bedrijfsbebouwing wordt een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de woonkwaliteit ter plaatse van het plangebied en haar omgeving. Via de anterieure overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het aandeel te realiseren sociale woningen. 3.5.3. Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan Alblasserdam (2019) In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Alblasserdam (GVVP), vastgesteld op 29 oktober 2019, wordt, rekening houdend met aspecten die voor de gemeente van groot belang zijn (veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en bereikbaarheid), ingezoomd op o.a.

de prioriteiten uit de structuurvisie Alblasserdam 2040 (bijv. het waar mogelijk terugdringen van verkeersdruk en het stimuleren van andere vervoersvormen (vervoer over water) en fietsverkeer (nieuw fietspad)). In het plan wordt aangegeven welke normen of aspecten voor een bepaald onderdeel van belang zijn, wat de stand van zaken ervan is in gemeente Alblasserdam en welke aanbevelingen tot verbetering van verkeerssituaties worden voorgesteld. Belangrijk is om hierbij te beseffen dat een GVVP veelal een afgeleide is van stedenbouwkundig beleid en de structuurvisie. Het doel is om in het GVVP alle aspecten met betrekking tot verkeer en vervoer eenduidig en in samenhang bij elkaar te brengen om vervolgens daarmee een maatschappelijk en bestuurlijk breed gedragen beleid voor de korte en lange termijn vast te leggen. Het GVVP heeft betrekking op de periode tot en met 2030. Het GVVP fungeert als onderlegger voor een omgevingsvisie die wordt opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet (2021). Tevens dient dit plan als uitgangspunt voor te maken afwegingen bij ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer.

Het GVVP Alblasserdam bevat een visie en waar mogelijk een leidraad of aanpak op het gebied van verkeer en vervoer (als afgeleide van het economisch, ruimtelijk en maatschappelijk beleid en plannen) waaraan allerlei ontwikkelingen in en rondom Alblasserdam kunnen worden getoetst. Toetsing Het onderhavige bestemmingsplan heeft enige impact op de lokale (hoofd)wegenstructuur. Er worden immers nieuwe woningen toegevoegd. Wel vervalt het bezoekersverkeer aan het watersportbedrijf en de manege. Uit het GVVP blijkt de noodzaak om de parkeerbehoefte en parkeerfaciliteiten beter op

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 20 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

elkaar af te stemmen. In het voorliggende bestemmingsplan is daarom opgenomen, dat in geval van functiewijziging en nieuwbouw moet worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernormen. In beginsel moet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid worden voorzien. Bij ontwikkelingen in het plangebied dient derhalve rekening te worden gehouden met dit beleid. Het plan is in overeenstemming met de doelstellingen van het GVVP. 3.5.4. Welstandsnota Alblasserdam 2014 De Welstandsnota Alblasserdam 2014 heeft als uitgangspunt voor het beleid: vrijlaten waar het kan, beschermen waar het moet. De gemeente wil ondernemers en burgers ruimte bieden bij het vormgeven van hun bouwwerken. (Maatschappelijke) ondernemers moeten zich kunnen huisvesten om hun bedrijf optimaal te laten functioneren en een gezicht te geven in de openbare ruimte. Bewoners moeten comfortabel kunnen wonen in hun (uitbreidbare) woningen. De burger draagt verantwoordelijkheid voor zijn eigen openbare ruimte, daar waar het zijn eigen gebouw betreft. De welstandsnota dient daarbij tot ondersteuning. De nota is weliswaar primair een toetsingskader, maar is zo opgesteld dat zij mensen gidsen bij het maken van hun ontwerp. De regels zijn daarom begrijpelijk en makkelijk te vinden. Sommige gebieden van Alblasserdam worden beschermd. Dit zijn de gebieden waar cultuurhistorie en collectief wonen een belangrijke rol spelen.

Deze thema’s hebben een directe relatie met de identiteit van het dorp. De regels zijn zo licht mogelijk gehouden. Toetsing Het plangebied maakt deels deel uit van het gebied dat als beschermd dorpsgezicht geldt. Het gaat hier om het dijklint langs de Alblas. De Polderstraat maakt deel uit van dat dijklint. Er gelden speciale regels voor het dijklint: − De kappen staan nagenoeg allemaal parallel aan de weg, de enkele uitzondering hierop zijn enkele woningen (één onder één kap). − Korte rijtjes (2 à 3 woningen) zijn mogelijk, de opbouw hiervan is één laag met een kap. Deze korte rijtjes hebben de kap altijd in de richting parallel aan de weg. − Woningen zijn een laag met een kap. − De woning is georiënteerd op de straatzijde (entree, voorgevel). − De woningen staan in dezelfde rooilijn als hun buren (rooilijn verschilt tussen eerste en tweede deel Polderstraat). − Waar doorzichten tussen woningen zijn, blijven deze bestaan. − Aan de noordzijde dient het hoogteverschil (dijk) in de plattegrond te worden opgenomen, er wordt niet aangedijkt. − Materiaalgebruik zoals beschreven bij dijklint langs de Noord Conclusie Het plan voldoet aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten als neergelegd in de structuurvisie, de nota Wonen, het GVVP en de welstandsnota. 3.5.5. Omgevingsvisie Alblasserdam De gemeente werkt aan een nieuwe omgevingsvisie.

Met het oog hierop zijn diverse participatieronden opgestart. Naar verwachting zal de raad in 2024 een beslissing kunnen nemen over deze nieuwe Omgevingsvisie. Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 21 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Onder de noemer het 'fitte en groene dorp in de polder' kiest de gemeente voor milieu en duurzaamheid, bijvoorbeeld in de vorm van zonnepanelen, warmtepompen, vergroening, hergebruik en het omgaan met extreem weer. De gemeente zal zich daarbij inzetten om de buitenruimte groener te maken door tegels en asfalt zoveel mogelijk te vervangen door waterdoorlatende alternatieven. Daarnaast worden er door vergroening goede leefomstandigheden gecreëerd voor wilde dieren door ook zoveel mogelijk te kiezen voor aanplant van inheemse bomen en struiken. Op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling streeft de gemeente naar verdere ontwikkeling binnen de bestaande dorpsgrenzen. Dit betekent immers dat nog onbebouwde ruimte beschikbaar gehouden wordt voor extensieve recreatie. In lijn met de eisen en randvoorwaarden qua zuinig ruimtegebruik dienen ruimtelijke ontwikkelingen daarbij compact te worden vormgegeven. De gemeente zet ook in op gebruik van fiets, openbaar vervoer en deelauto's. Middels verdichting van het bestaande bebouwde gebied beoogt de gemeente verder bij te dragen aan een optimaal gebruik van voorzieningen die voor zo veel mogelijk bewoners te voet en op te fiets bereikbaar zijn. Toetsing De openbare ruimte in het plangebied zal direct al bij aanleg kunnen worden vormgegeven volgens het nieuwe concept dat de gemeente hanteert voor de inrichting van openbare ruimte.

Het plangebied is gelegen in bestaand bebouwd gebied en is zo compact mogelijk vormgegeven. Hiermee wordt voldaan aan het verwachte gemeentelijke beleid. In het plangebied zullen overeenkomstig het gemeentelijke beleid laadvoorzieningen worden gecreëerd voor elektrische voertuigen. 3.5.6. Duurzaamheidsplan 2012 en Duurzaamheidsagenda’s Voor energie sluit Alblasserdam aan bij de doelstelling van de Drechtsteden. Dat wil zeggen 2% energiebesparing per jaar, 20% duurzame energie in 2020 en 30% minder broeikasgassen ten opzichte van 1990. De gemeente heeft in 2012 een duurzaamheidsactieplan vastgesteld. Het streven van de gemeente is hierbij om initiatieven te ondersteunen van burgers, bedrijven en organisaties die gericht zijn op ecologische duurzaamheid. Daarbij heeft de gemeente de rol van stimuleren, faciliteren en ondersteunen. Ook wil de gemeente de bestaande (woning)voorraad verduurzamen; waarbij speciale aandacht is voor isolatie. In de gemeentelijke Duurzaamheidsagenda 2016-2020 is het uitgangspunt dat de gemeente een toekomstbestendig dorp wil, dat ook voor de komende generaties gezond, leefbaar en aantrekkelijk is.

Deze ambitie is vertaald in 5 sporen: - duurzame energie (energie besparen, duurzame opwekking, samen komen tot een energieneutrale regio); - schone lucht en leefomgeving (terugdringen van fijnstof en stikstof tot de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2030); - circulair en afvalvrij (verlagen van restafval, streven naar een afvalvrij dorp waar alles opnieuw bruikbaar is); - duurzaam ruimtegebruik (ruimtegebruik voor de lange termijn, toekomstbestendig inrichting, klimaatadaptatie); Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 22 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

-

gemeente en inwoners samen (aantrekkelijke ontmoetingsplaatsen creëren in de buitenruimte, betrouwbaar dorpsnetwerk.

Het duurzaamheidsactieplan 2012 en de duurzaamheidsagenda 2016-2020 zijn voorlopers van de duurzaamheidsagenda 2023-2026 van de gemeente Alblasserdam. De drie agenda's hanteren in essentie hetzelfde doel: een energie- en klimaatneutraal Alblasserdam in 2050. Veel lijnen die in de agenda's van 2012 en 2016-2020 zijn benoemd, vinden ook een plek in de nieuwere agenda. In veel gevallen zijn deze lijnen wel verder ontwikkeld in de nieuwe agenda, zijn beleidsdocumenten die eraan ten grondslag liggen aangescherpt (RES en TVW) en is de focus iets verschoven. Concreet is de doelstelling van de actuele duurzaamheidsagenda het aanpassen van de manier van wonen, werken en leven door: - Zo min mogelijke belasting op het klimaat en milieu door het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen (de energietransitie); - Omgaan met en het voorkomen van overlast die de klimaatverandering met zich meebrengt (klimaatadaptatie); - Voorkomen van onnodige uitputting van grondstoffen door anders om te gaan met grondstoffen (circulariteit); - Verkleinen van de ecologische voetafdruk en ons dorp fit en groen te houden voor toekomstige generaties (rentmeesterschap).

Toetsing Duurzame energie De woningen zijn volledig gasloos en worden waar de bezonning dit toelaat middels zonnepanelen voorzien van energie. De betrokken zonnepanelen kunnen vergunningvrij op de daken worden geïnstalleerd, zodat deze niet aan de orde zullen komen in de wabo-bouwvergunning. Schone lucht Ter plaatse van de nieuwe woningen wordt aan de gangbare luchtkwaliteitsnormering voldaan. Verwezen wordt naar paragraaf 4.2. Circulair en afvalvrij Er zal worden gebouwd volgens geldende normering. Waar mogelijk worden gerecyclede bouwmaterialen toegepast en wordt gebruik gemaakt van bouwmaterialen die aan het einde van de levensduur ook eenvoudig her te gebruiken en/of de scheiden zijn met het oog op recycling. Duurzaam ruimtegebruik Onderhavige ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied maakt optimaal gebruik van reeds aanwezige voorzieningen en infrastructuur, waardoor elders geen nieuwe infrastructuur en dergelijke behoeft te worden gerealiseerd. Dit draagt bij aan zuinig ruimtegebruik.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 23 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

Klimaatadaptatie De ontwikkeling vindt plaats in een verstedelijkte omgeving. De stresstest die voor de gemeente is uitgevoerd laat zien dat dit zorgt voor een grotere kans op overlast bij overmatige regenval, droogte en hitte. Overmatige regenval De kans op hevige neerslag is toegenomen en zal de komende jaren verder toenemen door stijging van de temperatuur. Voor wateroverlast in bebouwd gebied zijn de korte hevige buien (lokaal) van 1 uur veelal maatgevend. Dit zijn vaak onweersbuien in de lente of de zomer die de capaciteit van het rioolstelsel te boven gaan. De kan leiden tot water-op-straat, overlast en schade. De eisen voor het voorkomen van wateroverlast hebben tot doel om hevige neerslag lokaal vast te houden en bebouwing en voorzieningen te beschermen. Op dit vlak is relevant dat in het plangebied wordt voorzien in het nodige oppervlaktewater en groen, waarbij het verharden (afwaterend maken) van tuinen ook aan beperkingen is onderworpen. Hierdoor is de inzijging van het plangebied zo groot mogelijk gehouden. Droogte Klimaatverandering zorgt voor langere periodes van droogte en daarmee verminderde toevoer van water naar het oppervlakte- en grondwater. Het doel is het voorkomen of beperken van schade aan houten fundering, schade aan begroeiing, extra bodemdaling en een slechte waterkwaliteit.

De eisen richten zich op het rekening houden met droogte en aanvulling van het grondwater. De inrichting van het plangebied is, evenals in de huidige situatie reeds het geval, afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. Hierin vindt geen negatieve verandering plaats. Met de komst van meer groen en water wordt ook een grotere bufferopvang in het grond- en oppervlaktewater gecreëerd. Hitte Extreme, langdurige hitte vermindert het functioneren van mensen en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De stedelijke omgeving warmt al meer op dan het buitengebied en in de openbare ruimte zijn plekken nodig om af te koelen. De geformuleerde eisen hebben tot doel om koelere plekken buiten te creëren en het opwarmen van de stedelijke omgeving tegen te gaan. Eisen voor temperatuurregulatie in gebouwen zelf zijn hier niet opgenomen. Door te voorzien in zonneschermen en terugliggende balkons wordt de opwarming van de nieuw te bouwen gebouwen zoveel mogelijk tegengegaan. Bodemdaling Bodemdaling wordt veroorzaakt door ontwatering en kan komen door droogte. Bodemdaling kan consequenties hebben voor het waterbeheer. Vooral veengebieden zijn gevoelig voor bodemdaling door oxidatie bij lagere grondwaterstanden. Op dit vlak is van belang dat sprake is van een bodemopbouw van klei met daarin een veenlaag.

Verder is sprake van een locatie in stedelijk gebied die al sinds jaar en dag in gebruik is geweest. Er is hierbij geen sprake van noemenswaardige

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 24 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

bodemdaling. Dit wordt ook onderschreven door de provinciale klimaatonderlegger, welke ter plaatse geen risico op bodemdaling identificeert. Verwezen wordt naar figuur 8.

Figuur 8: Uitsnede klimaatonderlegger bodemdaling provincie Zuid-Holland, locatie rood omcirkeld

Zoals beschreven in paragraaf 3.5.2 is er vraag naar woningen in de regio. Het bouwen binnen stedelijk gebied heeft hierbij de voorkeur, maar de mogelijkheden hiervoor zijn doorgaans schaars. Onderhavige locatie biedt deze mogelijkheid wel. Gelet op het feit dat sprake is van bestaand stedelijk gebied, is het risico op verdere bodemdaling gering.

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 25 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

4.

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering Normstelling In het kader van een evenwichtige toekenning van functies aan locaties is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: − ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; − rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate mee te nemen is in onderhavige situatie nog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De VNG-publicatie geeft richtafstanden (tussen milieubelastende en milieugevoelige functies), gebaseerd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk. Van die afstanden mag in een voorkomend geval gemotiveerd worden afgeweken; het zijn immers 'richtafstanden'. Zo kunnen, indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen een hogere milieubelasting kent.

De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: − Het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied − Het omgevingstype gemengd gebied Situatie ter plaatse/toetsing De beoordeling van de milieuzonering is neergelegd in het als bijlage bijgevoegd rapport. De beoordeling en conclusie van het rapport zijn hierna weergegeven.

Conclusie Er wordt voldaan aan de richtafstanden, behalve ten aanzien van bedrijven A, H en J. Daar vindt een overschrijding plaats van de richtafstanden. Op basis van akoestisch onderzoek moet de haalbaarheid (inpasbaarheid) van het woningbouwplan ten opzichte van het geluidgezoneerd industrieterrein

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 26 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam

worden aangetoond. Aanbevolen wordt deze Omgevingsvergunningen milieu op te vragen en te analyseren, met specifieke aandacht voor de opgenomen functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 11’. Daarnaast wordt aanbevolen bij de gemeente en Omgevingsdienst na te vragen in hoeverre deze aanduiding van invloed is op het plan. Vanuit andere functies, zoals horeca binnen de bestemming gemengd en de brandweerkazerne binnen de bestemming maatschappelijk (Broerestraat), wordt voldaan aan de richtafstanden. Voor beide functies is nu al sprake van menging met wonen en de richtafstand voor horeca is in feite in gemengd gebied niet van toepassing (0 meter). De brandweerkazerne ligt op ca. 90 meter afstand. Voor genoemde bedrijven A, H en J zijn nader onderzocht op milieuzonering en effect op het plangebied. Bedrijf A. Scheepswerf − Milieucategorie: 5.1 − Afstand tot plangebied : ca. 85 meter2 Aspect

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

Conclusie

Geur Stof Geluid

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 100 meter 100 meter 500 meter

50 meter 50 meter 300 meter

Gevaar

50 meter

30 meter

Voldoet Voldoet Voldoet niet, is beschouwd in akoestisch onderzoek Voldoet

Bedrijf H. Staalbedrijf − Milieucategorie: 5.1 − Afstand tot plangebied : ca. 140 meter3 Aspect

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

Conclusie

Geur Stof Geluid

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 50 meter 50 meter 500 meter

30 meter 30 meter 300 meter

Gevaar

50 meter

30 meter

Voldoet Voldoet Voldoet niet, is beschouwd in akoestisch onderzoek Voldoet

Bedrijf J. Transportbedrijf − Milieucategorie: 5.1 − Afstand tot plangebied : ca. 280 meter4 2

Gemeten van bestemmingsgrens tot projectgrens (minimale nabijheid).

3

Gemeten van bestemmingsgrens tot projectgrens (minimale nabijheid).

4

Gemeten van bestemmingsgrens tot projectgrens (minimale nabijheid).

Adromi B.V.

R202174/2101

Pagina 27 van 69

TAM-omgevingsplan Polderstraat Alblasserdam Aspect

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

Conclusie

Geur Stof Geluid

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 50 meter 50 meter 500 meter

30 meter 30 meter 300 meter

Gevaar

50 meter

30 meter

Voldoet Voldoet Voldoet niet, is beschouwd in akoestisch onderzoek Voldoet

Uit voormelde analyse blijkt dat het aspect milieuzonering ten aanzien van een drietal bedrijven voor het aspect ‘geluid’ een aandachtpunt oplevert. Dit wordt in paragraaf 4.4 nader uitgewerkt. Luchtkwaliteit Normstelling Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Op basis van artikel 2.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gelden (rijks)omgevingswaarden voor luchtkwaliteit. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied.

Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Er moet worden getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De grens ligt bij 3% van de grenswaarde (= 1,2 μg/m3) voor stikstofdioxide en fijn stof. Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof nl. PM2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 μg/m3. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. De achtergrondconcentraties langs de omliggende wegen ligt onder de 25 μg/m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/595/documents/14604