Toelichting.pdf
Tekst van het document
18
Kuiper, Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Bestemmingsplan ‘Zuidelijk Havengebied ‘ – Alblasserdam, 30 mei 2023, bijlage 4
Adromi B.V.
R202250
Pagina 54 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
5.5.3. Overig bedrijfsgeluid Voor wat betreft overig bedrijfsgeluid afkomstig van de omgeving aanwezige horeca en detailhandel worden geen bijzonderheden verwacht. Verwezen wordt naar paragraaf 5.2. Voor wat betreft de brandweerkazerne is het geluid van de sirene van wegrijdende brandweerwagens relevant. Bij het bepalen van het maximale geluidniveau in relatie tot de geluidnormen in het Activiteitenbesluit worden sirenes van hulpdiensten buiten beschouwing gelaten. Vanuit oogpunt van goede ruimtelijke ordening wordt er in dit plan wel aandacht besteed aan dit aspect. Het uitrukken met sirene kan met name in de nachtperiode tot geluidoverlast leiden aangezien dit leidt tot verstoring van de nachtrust. Ook in de bestaande situatie zijn woningen op korte afstand van de kazerne gelegen. Op dit vlak is akoestisch onderzoek uitgevoerd19. Uit het onderzoek blijkt dat maatregelen kunnen worden genomen om de hoogte van de geluidbelasting in slaapvertrekken te verminderen. Als alternatief voor deze bouwkundige oplossing kan de inzet van de sirene op het bepalende eerste deel van het traject ook worden verminderd door een verkeersregelinstallatie te plaatsen op de kruising Dam – Marinestraat. Een dergelijke verkeersregelinstallatie betreft geen regulier stoplicht, maar wordt enkel geactiveerd (door de brandweer zelf) als de brandweer moet uitrukken.
Zo’n verkeersregelinstallatie vormt kortom een alternatief voor het gebruik van de sirene om ervoor te zorgen dat aan brandweerwagens voorrang wordt verleend op de kruising in geval van een uitruk. Hierdoor is het niet langer noodzakelijk om de sirene direct bij het verlaten van de kazerne al aan te zetten. Iedere chauffeur van een brandweerwagen zal steeds op basis een eigen beoordeling van de verkeersveiligheid besluiten om de sirene in te schakelen of niet. Om die reden is niet uitgesloten dat de sirene toch zal moeten worden gebruikt vanaf vertrek kazerne op drukke momenten, in geval van veel schoolgaande jeugd of dergelijke omstandigheden. Echter het ligt voor de hand dat inschakelen van de sirene door de aanwezigheid van de verkeersregelinstallatie in ieder geval niet meer nodig is op rustige momenten in met name de nachtperiode. Aangezien een verkeersregelinstallatie het doorgaande verkeer over de Dam niet vaker zal ophouden dan sowieso al het geval dient te zijn op momenten dat de brandweer moet uitrukken, heeft een dergelijke verkeersregelinstallatie geen effect op de verkeersdoorstroming. Gelet op het voorgaande kan er hetzij voor worden gekozen om de geluidbelasting in slaapvertrekken te reduceren door bouwkundige maatregelen, hetzij kan ervoor worden gekozen het aantal malen dat de sirene op het traject Broerestraat-Marineweg-Dam-Haven 19
Adromi B.V., Beoordeling aspect geluid brandweerkazerne, 20 juli 2023, bijlage 6
Adromi B.V.
R202250
Pagina 55 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
wordt gebruikt te reduceren. Kortom zijn twee gelijkwaardige alternatieven voorhanden om te komen tot een aanvaardbaar leefklimaat. Een en ander is middels een voorwaardelijke verplichting geborgd in de planregels. 5.6. Wegverkeerslawaai Normstelling De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een weg zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh is alleen van toepassing op wegen met een toegelaten maximumsnelheid van 50 kmh of meer. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wgh zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. In principe geldt hierbij een voorkeursgrenswaarde van 48 dB, waarbij afhankelijk het type weg en de omgeving een hogere waarde kan worden vastgesteld. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening dient ook de invloed van het verkeerslawaai van andere wegen te worden beoordeeld. Akoestisch onderzoek De gevolgen van het plan voor de omgeving, evenals naar die van de omgeving op het plan, zijn onderzocht en neergelegd in het als bijlage toegevoegde rapport20. Uit de rapportage blijkt dat rekening wordt gehouden met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde voor de rijksweg A15 en de N915 (Grote Beer) van 56 dB. Dit is hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor deze wegen.
Verder wordt rekening gehouden met een geluidbelasting van de Haven/Dam/Ruigenhil en de Marineweg van 56 dB respectievelijk 57 dB. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde maar lager dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor deze wegen. Zoals aan de orde komt in de rapportage, is het treffen van bronmaatregelen niet aan de orde. In het ontwerp van de nieuwe appartementen wordt rekening gehouden met afscherming, waardoor aan de binnenzijde kan worden bijgedragen aan een geluidluw klimaat. Daarnaast wordt voorzien in aanvullende afscherming middels schermen. Waar nodig zullen gevels worden uitgevoerd als dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder. Het aspect scheepvaartlawaai wordt niet relevant geacht gelet op de afstand van circa 220 meter alsook de tussengelegen bebouwing van de scheepswerf. Op deze kan in de woningen worden voorzien in een aanvaardbaar binnenklimaat. Tot dit bestemmingsplan behoort een besluit tot vaststelling hogere waarde wegverkeerslawaai.
20
Kuiper, Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Bestemmingsplan ‘Zuidelijk Havengebied ‘ – Alblasserdam, 30 mei 2023, bijlage 4
Adromi B.V.
R202250
Pagina 56 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
5.7. Cumulatie van geluid Vanuit de Wet ruimtelijke ordening is het daarnaast noodzakelijk om, indien aan de orde, het cumulatieve geluidniveau te beoordelen. Blijkens het uitgevoerde akoestische onderzoek wordt rekening gehouden met een cumulatieve geluidsbelasting van 64 dB, omgerekend naar wegverkeerslawaai. Aangezien op de plaatsen waar deze maximale cumulatieve geluidsbelasting optreedt dove gevels worden toegepast, veroorzaakt deze cumulatie geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.8. Bodem Normstelling Wettelijk kader voor de bodemkwaliteit van het plangebied vormt de Wet bodembescherming (Wbb). Deze wet stelt regels om de bodem te beschermen. De Wbb maakt duidelijk dat grondwater een onderdeel van de bodem is. Daarnaast worden de sanering van verontreinigde bodem en grondwater door middel van de Wbb geregeld. Ook lozingen in of op de bodem kunnen op grond van de Wbb worden gereguleerd. Ook het besluit bodemkwaliteit (Bbk) is van toepassing. Het Bbk stelt regels voor het hergebruiken van grond, baggerspecie en steenachtige bouwstoffen. Het Bbk stelt ook kwaliteitseisen aan de uitvoering en geeft richtlijnen voor het uitvoeren van bodemonderzoeken, saneringen, laboratoriumanalyse en samenvoegen van verschillende partijen grond. Tot slot geeft het Bbk regels voor de tijdelijke opslag van grond en baggerspecie (buiten inrichtingen).
Situatie ter plaatse/toetsing Met het oog op de bestemmingswijziging is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van het plangebied onderzocht. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het als bijlage toegevoegde rapport21. De conclusies en aanbevelingen van het rapport luiden als volgt (citaat): ‘Uit de resultaten blijkt het volgende. Zintuiglijk zijn over de gehele locatie sporen puin tot volledige puinlagen in de grond aangetroffen. Verkennend asbestonderzoek In de meest verdachte grond en het puin is zintuigelijk geen asbest (fractie > 20 mm) aangetroffen. Analytisch is geen asbest (fractie < 20 mm) aangetoond in gehalten boven de 21
Tritium, Verkennend- en actualiserend bodemonderzoek Marineweg- Zuiderstek te Alblasserdam, 3 juni 2021 2102/103/NL-01, versie 0, bijlage 7
Adromi B.V.
R202250
Pagina 57 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
detectiegrens van 2 mg/kg d.s. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de meest verdachte grond en het puin niet verontreinigd zijn met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. PFAS De resultaten zijn getoetst aan de normen uit het geactualiseerde ‘Tijdelijke Handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van 2 juli 2020. Hieruit blijkt dat de grond geclassificeerd kan worden als ‘landbouw/natuur’. Verder zijn de analyseresultaten (zonder bodemtypecorrectie) van de grondmonsters vergeleken met het huidige interimbeleid van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zoals vermeld in de ‘Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid (13 juni 2018) en nadere toelichting onderzoeksplicht – Herziene handreiking toepassing PFOA houdende grond. Hieruit blijkt dat de grond onder zone 1, zone B valt en geclassificeerd kan worden als landbouw/natuur. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek gehele onderzoekslocatie Uit de analyseresultaten blijkt de bovengrond licht tot sterk verontreinigd te zijn met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. In de puinhoudende ondergrond werden licht tot matige verontreinigingen aangetoond met enkele zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. Middels de individuele deelmonsters zijn de matig tot sterke verontreinigingen bevestigd.
Tevens is in enkele mengmonsters een verhoogd gehalte EOX aangetoond. De aangetoonde gehaltes zijn weliswaar groter de triggerwaarde van 0,3 mg/kg d.s. maar kleiner dan in het verleden gehanteerde actiewaarde (3 mg/kg d.s.). Zekerheidshalve is MM07 aanvullend op OCB geanalyseerd en bleek de grond niet verontreinigd te zijn met OCB. In het grondwater werd een lichte verontreiniging met chroom, xylenen, fenol en naftaleen en/of cresolen aangetoond. Plaatselijk is grondwater sterk verontreinigd met barium. Voormalige watergangen Op de locatie zijn drie gedempte watergangen aanwezig. Ter plaatse van één watergang is in de bovengrond mogelijk (verontreinigd) dempingsmateriaal aangetroffen, bestaande uit een matige bijmenging met puin. Uit de analyseresultaten blijkt de puinhoudende grond licht verontreinigd te zijn met PAK. Ter plaatse van andere gedempte watergangen is geen analyse uitgevoerd, omdat geen dempingslaag en/of slootbodem is waargenomen. Conclusie en aanbevelingen De aangetoonde verontreinigingen in het grondwater op de onderzoeklocatie zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoeklocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Betreft de matige grondwaterverontreiniging met barium.
Verontreinigingen met barium worden veelvuldig, zonder aanwijsbare bron, aangetoond in de regio. De aangetoonde verontreinigingen in de grond liggen in de lijn van de verwachting en zijn middels het onderhavige noodzakelijk geacht, omdat eerder onderzoeksresultaten van een heterogeen verontreinigde ophooglaag zijn bevestigd. Uit het historisch onderzoek blijkt dat de onderzoeklocatie onderdeel uitmaakt van een raamsaneringsplan [3] met als uitgangspunt een functiegericht sanering voor de functie wonen. Er zijn vooralsnog geen gegevens bekend van een ter plaatse uitgevoerde sanering.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 58 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Middels het uitgevoerde onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen sprake is van een leeflaag. Tevens is voldoende aangetoond dat op de locatie sprake is van een licht tot sterke verontreiniging tot een diepte van 2,0 m-mv, zoals aangegeven in het raamsaneringsplan en de bijbehorende beschikking. Ten behoeve van de herinrichting dient in overeenstemming met het raamsaneringsplan een detailplan te worden opgesteld en ter goedkeuring worden ingediend bij het bevoegd gezag. Conclusie Uit het onderzoek naar de bodemkwaliteit van de planlocatie blijkt dat er op verschillende punten verontreinigingen zijn aangetroffen. Door sanering van deze verontreinigingen kan de locatie geschikt worden gemaakt voor de beoogde functies, waaronder wonen. Er zal conform de Wet bodembescherming een saneringsplan worden opgesteld dat ter goedkeuring voorgelegd dient te worden aan het bevoegd gezag. 5.9. Windhinder De beoogde nieuwbouwontwikkeling krijgt een hoogte van maximaal 26 meter. Ten zuiden hiervan bevindt zich de scheepsbouwloods van Oceanco met een hoogte van 33 meter. Ten westen beschikt Oceanco over een loods met een hoogte van 24 meter. Ten noorden, aan de overzijde van de Alblas, is sprake van een appartementencomplex met een hoogte van 28 meter.
Gelet hierop wordt de locatie als beschutte locatie beschouwd, op grond waarvan het niet noodzakelijk wordt geacht om een windhinderbeoordeling uit te voeren. Het bouwplan zal niet het hoogste gebouw in de omgeving zijn en wordt bij overheersende windrichtingen afgeschermd door andere bebouwing. Bij wind uit noordelijke en oostelijke richting ligt de nieuwbouwlocatie minder beschut, maar aan deze zijde zal ook sprake zijn van lagere bouwhoogte. Gelet hierop wordt niet verwacht dat sprake zal zijn van ontoelaatbare windhinder rondom de te realiseren bebouwing. 5.10. Niet gesprongen explosieven Aangezien Alblasserdam alsook de toentertijd alhier aanwezige scheepswerf in de laatste oorlog zijn gebombardeerd dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Op dit vlak is gebruik gemaakt van reeds voorhanden onderzoek dat is uitgevoerd bij de realisatie van de nieuwe scheepsbouwloods van Oceanco22. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven ter plaatse van een gedeelte van de beoogde ontwikkelingslocatie niet kan worden uitgesloten. Verwezen 22
T&A Survey, Historisch vooronderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven ter plaatse van de nieuwbouw Oceanco te Alblasserdam, 0711GPR2644, 11 september 2011, bijlage 12
Adromi B.V.
R202250
Pagina 59 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
wordt naar figuur 8. Om die reden zal nader onderzoek plaatsvinden alvorens zal worden gestart met de bouw.
Figuur 8: Overzicht mogelijke aanwezigheid nge’s (rode cirkel) bron: T&A Survey
5.11. Bezonning Voor wat betreft het aspect schaduwwerking en bezonning bestaan er in Nederland geen landelijke wetten of normen voor bezonning. De gemeente Alblasserdam hanteert beleidsmatig de zogenaamde TNO normen in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze komt op het volgende neer: - Lichte TNO-norm: Tussen 19 februari en 21 oktober (8 maanden) minimaal 2 uur zon in de woonkamer; - Strenge TNO-norm: Tussen 21 januari en 22 november (10 maanden) minimaal 3 uur zon in de woonkamer Voor de onderhavige ontwikkeling is de invloed van de nieuwe ontwikkeling op de omgeving in beeld gebracht middels een bezonningsstudie en bezonningsdiagrammen23. Uit de zonnestudie blijkt dat op bepalende woningen aan de Zuiderstek sprake zal zijn van enige afname van bezonningsuren, maar dat nog steeds aan de strenge TNO-norm voldaan kan worden. Dit is mede bereikt door de aanpassingen die zijn gemaakt op het ontwerp na gesprekken met directe omwonende en stakeholders.
23
A3 Architechten, Zonnestudie TNO: invloed bezonning en schaduwwerking Havengebied Alblasserdam 4 september 2023, bijlage 14
Adromi B.V.
R202250
Pagina 60 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Naast de TNO-normen, zijn ook bezonningsdiagrammen opgesteld24 om het effect van de bezonning gedurende het jaar inzichtelijk te maken in de tuinen van de woningen aan het Zuiderstek, voor de volgende tijdstippen: - 22 december: de dag dat de zon het laagst staat; - 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; - 21 maart: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); - 23 september: de dag dat de zon op 'half' staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd). De volgende tijdstippen zijn gehanteerd: 9.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur, 18.00 uur. Op 21 december is 18.00 uur niet relevant, omdat de zon dan al onder is. In juni is 20.00 uur ook relevant. Uit de bezonningsdiagrammen en effectenmatrix kan worden geconcludeerd dat het nieuwbouwproject invloed heeft op de naastgelegen woningen aan de Zuiderstek. In maart, juni en september is in de ochtend (tot 12.00 uur) nauwelijks effect waarneembaar van het nieuwbouwproject. Tussen 12 en 15 uur is sprake van beperkte toename van schaduw bij de huisnummers 16, 18 en 20. Op 21 maart en 23 september is om 18.00 uur (20.00 uur op 21 juni) bij alle woningen sprake van volledige schaduwwerking in de tuinen.
Op 22 december is om 12.00 uur sprake van volledige schaduwwerking bij huisnummer 20 en een aanzienlijke toename van schaduw bij de huisnummers 14, 16 en 18. In het algemeen kan worden geconcludeerd dat met name aan het einde van de dag het nieuwbouwplan schaduw werpt op de 6 naastgelegen woningen, waarbij het effect bij huisnummer 20 het grootst is. Ondanks dat het nieuwbouwproject een effect heeft op deze woningen neemt daarmee de bruikbaarheid van deze tuinen en terrassen niet onaanvaardbaar af. Daarbij is niet meegewogen dat tussen de bestaande woningen en het nieuwbouwproject staan thans hoge bomen aanwezig zijn die in belangrijke mate reeds voor dezelfde schaduwwerking kunnen zorgen. Dit is niet meegewogen omdat de woningen in de winterperiode niet in het blad staan en dan dus een andere schaduwwerking hebben. Al met al wordt deze toegenomen schaduwwerking als acceptabel beschouwd.
24
A3 Architechten, Zonnestudie: invloed bezonning en schaduwwerking Havengebied Alblasserdam 4 september 2023, bijlage 15
Adromi B.V.
R202250
Pagina 61 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
6.
Water en waterhuishouding
Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is daarom noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc. te voorkomen. In het kader van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. 6.1. Buitendijkse locatie De nieuwe woningen zullen buitendijks worden opgericht. Dit betekent dat de betrokken woningen niet ten laste van de polderstructuur zullen komen en dat het buiten de taak van het waterschap valt om voor de nieuwe woningen te voorzien in bescherming tegen overstroming en/of wateroverlast. Zie op dit vlak ook paragraaf 5.1.2 onder f van deze toelichting, waarin het overstromingsrisico en de mogelijke gevolgen daarvan nader zijn afgewogen. 6.2. De Noord Met het oog op het behoud van afdoende afvoer- en bergingscapaciteit worden er vanuit de Waterwet beperkingen gesteld aan het nieuwbouw en uitbreiding van gebouwen in het rivierbed van de grote rivieren.
Op grond van de Waterwet geldt voor dergelijke ingrepen een vergunningplicht. In de Beleidsregels grote rivieren is nader uitgewerkt onder welke voorwaarden en beperkingen bouw en verbouw desalniettemin zou kunnen worden toegelaten. Blijkens de kaart bij deze beleidsregels valt de beoogde woningbouwlocatie niet onder het vergunningregime van de Waterwet. Verwezen wordt naar figuur 9.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 62 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Figuur 9: uitsnede kaart bij Beleidsregels grote rivieren, planlocatie rood omlijnd
6.3. Waterschap Rivierenland Het plangebied ligt in het beheergebied van het waterschap Rivierenland. Het doel van de watertoets is in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Aspecten waaraan plannen worden getoetst zijn: − inzameling en afvoer van afvalwater; − verwerking en/of afvoer van overtollige neerslag; − relatie met grondwater en bodemeigenschappen; − relatie met de waterhuishouding; − risico’s en gevolgen voor de chemische en ecologische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater; − beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Plannen worden getoetst aan het beleid van het waterschap Rivierenland. In verband met de ontwikkeling van onderhavig bouwplan is een watertoets uitgevoerd. Hierna wordt op verschillende aspecten in verband met deze watertoets ingegaan. Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ Het waterbeheerprogramma beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 20222027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven ende opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: beschermen Adromi B.V.
R202250
Pagina 63 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit Legger waterkeringen De locatie is grotendeels gelegen in de beschermingszone van de waterkering ter plaatse van de Dam.
Figuur 10: uitsnede legger waterkeringen Waterschap Rivierenland
Riolering door de kering Door de uitbreiding van de bebouwing zal meer communaal afvalwater worden aangeboden bij de RWZI. Met het Waterschap is de afspraak gemaakt dat toename van het aanbod afvalwater dient te worden gecompenseerd door afkoppeling van hemelwater elders (aanleg gescheiden stelsel). Verder mogen geen nieuwe / aanvullende rioleringsbuizen door de kering worden aangelegd. Dit betekent dat de huidige rioleringsbuis zal moeten worden vergroot indien de capaciteit daarvan onvoldoende zou blijken om ook de nieuwe ontwikkeling op aan te sluiten. Deze afspraken zijn opgenomen in het afsprakenkader “Samen door één buis”. Deze afspraken zijn nodig omdat het niet zonder meer mogelijk is om de transport- en zuiveringscapaciteit te vergroten.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 64 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Beoordeling De nieuwbouw zal worden aangesloten op het gemeentelijke vuilwaterriool. Hemelwater afkomstig van daken en verharde terreinen zal worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Aangezien het huidige parkeerterrein ook al afwatert op het oppervlaktewater, zal elders in de gemeente worden gekozen voor realisatie van aanleg van gescheiden stelsels in het kader van het reguliere onderhoud en beheer. De locatie is gelegen in buitendijks gebied, waardoor de versnelde afvoer van hemelwater geen belasting oplevert van het poldersysteem. Er zal gebruik worden gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen om verontreiniging van oppervlaktewater te voorkomen. Voor eventuele bouwwerkzaamheden in de beschermingszone zal een vergunning van het Waterschap vereist zijn. De krachtens de Waterschapsverordening geldende beschermingszones zijn overgenomen in het onderhavige bestemmingsplan.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 65 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
7.
Ecologie
7.1. Algemeen In het kader van de Wet natuurbescherming dient in principe voorafgaand aan de realisatie van voorgenomen plannen onderzoek te worden uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden. Ook dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele nadelige effecten van de plannen op deze waarden. Met de implementatie van de bepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving is een einde gekomen aan de rechtstreekse werking van deze richtlijnen. Zowel de soortenbescherming als de gebiedsbescherming zijn thans verankerd in de Wet natuurbescherming. 7.2. Soortenbescherming Ten behoeve van onderhavig plan worden geen opstallen gesloopt of opgaande vegetatie verwijderd. Ook vormt het gebied geen onderdeel van Natuur Netwerk Nederland. In de huidige situatie is sprake van verhard parkeerterrein. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd25. Het terrein is niet geschikt voor de vestiging van beschermde soorten en evenmin is dit bruikbaar om te fourageren. Er wordt geen rekening gehouden met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. 7.3. Stikstof Gelet op de ligging ten opzichte van stikstofgevoelige (delen van) beschermde natuurgebieden is stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd26. Uit het onderzoek blijkt dat geen relevante depositie zal optreden.
25
Blom Ecologie, Quickscan Wet natuurbescherming Zuiderstek ong. te Alblasserdam, Oriënterend onderzoek ecologie in het kader van de Wet natuurbescherming, 2 november 2022, 2022-1119, Bijlage 8 26 Kuiper, Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan Zuidelijk Havengebied, 30 mei 2023, 621.101.41, bijlage 9
Adromi B.V.
R202250
Pagina 66 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
8.
Archeologie en cultuurhistorie
8.1. Algemeen Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. Voor 2016 waren er verschillende wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed. Sinds juli 2016 zijn die allemaal samengegaan in één wet. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Daarmee spreekt de regering het vertrouwen uit dat de sector voldoende kennis, deskundigheid en betrokkenheid heeft om de zorg voor ons cultureel erfgoed in de praktijk waar te maken. 8.2. Archeologie Blijkens archeologisch onderzoek dat is uitgevoerd op naastgelegen gronden27, wordt rekening gehouden met archeologische vondsten op een diepte van circa 1,20 -NAP, hetgeen neerkomt op een diepte van circa 2,80 -MV. Het bouwplan gaat niet uit van de realisatie van kelders op die diepte en ook kabels en leidingen zullen op een geringere diepte worden aangebracht. Wel zullen funderingspalen worden aangebracht op een diepte van meer dan 2,80 m -MV. Op dat vlak is evenwel een verstoring van de aanwezige archeologische waarden tot 5% van het oppervlak aanvaardbaar. Hier zal het bouwplan aan kunnen voldoen.
De bescherming van de op deze grotere diepte aanwezige verwachtingswaarde is in de planregels geborgd. 8.3. Cultuurhistorie Bij een bestemmingsplan dient gekeken te worden naar cultuurhistorische aspecten welke eventueel aanwezig zijn in het plangebied. Als er gesproken wordt over cultuurhistorie in relatie tot ruimtelijke ordening wordt vaak een onderscheid gemaakt in historische geografie en historische bouwkunst. Historische geografie gaat over landschappelijke en stedenbouwkundige elementen en structuren zoals dijken, slotenpatronen, stratenpatronen en verkavelingen. Historische bouwkunst heeft betrekking op bebouwing en architectuur.
27
Arnicon, Archeologisch onderzoek Haven Zuid te Alblasserdam, waarderend booronderzoek, RAPPORT A10102-J, februari 2012, bijlage 10
Adromi B.V.
R202250
Pagina 67 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Geografische waarden De meeste landschapstypen in Zuid-Holland zijn niet bijzonder zeldzaam. Ze scoren daardoor, bij voldoende gaafheid en samenhang, doorgaans niet hoger dan ‘redelijk hoge waarde’. Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zuid-Holland kan worden opgemaakt dat de Noord en de Alblas als waardevolle geografische landschapselementen worden aangemerkt. Verwezen wordt naar figuur 11. De beoogde ontwikkeling is niet van invloed op deze lijnstructuren. Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.
Figuur 11: uitsnede provinciale waardenkaart.
Bouwkunst In de omgeving van het plangebied is geen sprake van historische bouwkunst. Er zijn ook geen gebouwen aangemerkt als monument door rijk, provincie of gemeente. Voor een klein gedeelte is de locatie gelegen in een molenbiotoop. Echter met onderhavige ontwikkeling worden geen bouwhoogten toegelaten welke dit molenbiotoop aantasten. Tot slot is sprake van beschermd stadsgezicht. Op dit aspect is ingegaan in paragraaf 3.5.4.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 68 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
9.
Uitvoerbaarheid
9.1. Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling die concreet mogelijk wordt gemaakt met dit bouwplan moet (economisch) uitvoerbaar zijn en kunnen worden gerealiseerd. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een realisatie- en koopovereenkomst afgesloten. De ontwikkelaar heeft ervaring met ontwikkelingen als de onderhavige en is in staat om het plan te realiseren. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid voldoende aangetoond. 9.1.1. Grondexploitatie In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit als het onderhavige tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan worden besloten om geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is en er –kort gezegd- ook voor wat betreft fasering of andere bijzonder omstandigheden geen exploitatieplan nodig is. Dit is in de gegeven situatie aan de orde nu de ontwikkeling plaatsvindt op gemeentelijk eigendom en er met de initiatiefnemer een realisatie- en koopovereenkomst is gesloten op basis waarvan vergoeding plaatsvindt van de gemeentelijke exploitatiekosten. 9.1.2.
Planschade Een aspect dat in het kader van de economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld, is de vraag of er aanleiding bestaat voor omwonenden om vergoeding te vragen van schade die volgens artikel 6.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) niet voor hun rekening dient te blijven. Bij de beoordeling van verzoeken om schadevergoeding ex artikel 6.1 Wro is het van belang om te bezien of er sprake is van een wijziging van een planologisch regime, waardoor een belanghebbende in een nadeliger positie is komen te verkeren, ten gevolge waarvan hij schade lijdt of zal lijden. Plannen die zullen worden gerealiseerd door toepassing te geven aan artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening moeten worden vergeleken met het thans geldende planologische regime. De feitelijke situatie is daarbij niet van belang, maar wat op grond van het geldende bestemmingsplan maximaal kan worden gerealiseerd. Dit ongeacht de vraag of verwezenlijking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of dat verwezenlijking voor de hand heeft gelegen gezien privaatrechtelijke verhoudingen. Als er sprake is van nadelige planologische mutatie, dan kan de daaruit mogelijk voortvloeiende schade per peildatum, in casu, het moment van het in werking treden van het bestemmingsplan, worden vastgesteld. Aansluitend moet worden
Adromi B.V.
R202250
Pagina 69 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
beoordeeld of de schade redelijkerwijs geheel of gedeeltelijk ten laste van eventuele aanvragers om planschadevergoeding behoort te blijven. Een planschadeovereenkomst als bedoeld in artikel 6.4a, lid 1 van de Wro vormt onderdeel van de met de eigenaar gesloten koopovereenkomst. Op deze wijze is verzekerd dat eventueel planologisch nadeel niet ten laste van de gemeente zal blijven. 9.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.2.1. Bijeenkomst Op 5 juli 2022 en 13 oktober 2022 hebben een tweetal informatiebijeenkomsten plaatsgevonden waar het beoogde plan voorgesteld is aan omwonenden en belanghebbenden. Daarnaast is er over het plan ook overleg gevoerd met Oceanco en de Veiligheidsregio. 9.2.2. Vooroverleg Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, met Rijks- en Provinciale diensten etc. Een concept van het bestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg toegezonden aan overlegpartners. De ontvangen opmerkingen en voorgestelde aanvullingen zijn in deze toelichting opgenomen in de volgende paragrafen. Provincie Zuid-Holland De woningen staan nog niet in de juiste categorie van de woningprogrammering.
De aantallen maken daarmee nog geen deel uit van een door GS-aanvaarde visie, maar staan nog in de reserverecategorie. In de volgende ronde voor de woningprogrammering moeten deze woningen daarom meegenomen worden in een categorie van plannen die wel aanvaard worden. Wanneer de woningen geen deel uitmaken van een aanvaarde woonvisie is de ladder voor deze woningen nog niet doorlopen op het onderdeel behoefte. Het programma past binnen het regionale programma Drechtsteden, zie paragraaf 3.4.1. en 3.4.2. Het plan voorziet in 152 woningen. Aangegeven wordt dat er ook sociale woningen worden opgenomen. Hier wordt genoemd dat het om 60 sociale woningen gaat (koop/huur). In artikel 6.10 lid 2 is opgenomen 'Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met de functie wonen mogelijk maakt, voorziet in voldoende sociale huurwoningen.' In de herziening van de verordening die nu ter inzage ligt, wordt dit concreter gemaakt: 30%. Let hierbij op dat het alleen gaat om sociale huurwoningen en koopwoningen daarin niet meegeteld worden. Het plan voorziet in 60 sociale woningen, waarvan minimaal 30% sociale huur. Dit is in absolute cijfer circa 45 sociale huur en 15 sociale koop. Voor de bepaling van absolute aantallen wordt aan de hand van dit percentage wordt rekening gehouden met de reguliere afrondingsregels.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 70 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Bij sociale woningen moet worden uitgegaan van een lagere parkeernorm. In principe geldt hier 0,7 parkeerplaatsen per woning voor, tenzij op basis van lokale data duidelijk is dat een hogere parkeernorm noodzakelijk is. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2 en 4.1.2. Gelet op de omgeving wordt uitgegaan van 1 parkeerplaats per woning, waarbij nadien ook kan worden overwogen om de beschikbare parkeerruimte anders in te delen, mocht de parkeervraag in de praktijk anders liggen dan thans wordt geprognosticeerd. Dit is in overeenstemming met het uitgangspunt van zuinig ruimtegebruik. Op basis van artikel 6.27a Risico's van klimaatverandering van de Verordening Ruimte moet een bestemmingsplan inzicht geven in de risico's van klimaatverandering. Dit betreft de aspecten wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, droogte en bodemdaling. Nog niet al deze aspecten worden belicht in het bestemmingsplan. De toelichting van het bestemmingsplan moet hier dus nog op worden aangevuld. Dit is gebeurd, verwezen wordt naar paragraaf 3.4.3, 3.4.4 en 3.5.6 Het plangebied valt binnen de aanduiding bedrijventerrein en watergebonden bedrijventerrein op kaart 20 'bedrijventerreinen' van de omgevingsverordening. Dat betekent dat er een compensatieplicht voor bedrijventerrein zou gelden.
In de praktijk ligt hier echter nu al geen bedrijventerreinenbestemming meer op, maar een 'Centrum - uit te werken' bestemming. Dit is correct, verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2, bij artikel 6.12 van de Verordening ruimte. In het onderdeel bedrijven en milieuzonering wordt ingegaan op de afstanden van de woningen ten opzichte van de scheepswerf die categorie 5.1 is. Daarvoor geldt een richtafstand van 500 meter voor geluid. Dat wordt 'opgelost' met het verlenen van de hogere waarden. Maar hoe zit het met de richtafstanden voor de andere aspecten (geur, stof en gevaar)? Verwezen wordt naar paragraaf 5.2 In de verordening is een nieuw artikel opgenomen: 'kansen voor biodiversiteit' (art. 6.10h): 'Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, betrekt daarbij de mogelijkheden voor het bevorderen van de biologische diversiteit.' Hier is in het bestemmingsplan nog geen invulling aan gegeven. De mogelijkheden binnen het plangebied zullen waar mogelijk worden benut, verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2. Waterschap Rivierenland Door het waterschap Rivierenland is aangegeven dat bouwen op deze locatie mogelijk is mits de beleidsregels ten aanzien van waterkeringen in acht worden genomen
Adromi B.V.
R202250
Pagina 71 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Hier zal aan worden voldaan. Bouwen op deze locatie wordt in principe ontraden vanwege de ligging in buitendijks gebied. De waterstand bij norm (WBN) is hier 3,62 meter. Het projectgebied ligt rond de 2,5 meter tot 3 meter. Toekomstige bewoners zijn dan ook niet beschermd tegen hoogwater. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt volledig bij de gemeente zelf. Dat wordt gebouwd in buitendijks gebied is bekend. De locatie is door Rijkswaterstaat echter vrijgesteld van het zogenaamde ruimte voor de rivier beleid. Zie hiervoor paragraaf 6.1. Gelet op de locatie zal een dreigende overstroming enige tijd vantevoren kunnen worden aangekondigd zodat bijvoorbeeld de lagere bouwlagen kunnen worden ontruimd. De nieuwbouw biedt daarbij hogere bouwlagen om in geval van hoogwater naartoe te kunnen vluchten. Riolering door kering – We staan niet toe dat er een extra buis door de kering komt wanneer de huidige diameter van het rioleringsstelsel vergroot moet worden. De huidige rioleringsbuis zal dan vergroot moeten worden. Er wordt gevraagd gebruik te maken van het ‘Samen door één buis’ beleid. Verwezen wordt naar paragraaf 6.3 Als extra afvalwater wordt toegevoegd aan het rioleringssysteem is het van belang dat dit evenredig verminderd wordt door middel van afkoppelprojecten op andere locaties van hetzelfde betalingssysteem. Met dit project zal alleen communaal afvalwater worden aangekoppeld.
Hemelwater zal niet worden aangekoppeld op het riool. Gasunie Door Gasunie zijn geen opmerkingen gemaakt. 9.2.3. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vervolgens tezamen met alle bijlagen zes weken ter inzage gelegen. Bekendmaking heeft plaatsgevonden via de Staatscourant en de gemeentelijke website. Eenieder heeft dan binnen deze zes weken de tijd een zienswijzen in te dienen. Het ontwerp plan heeft van 5 december 2023 tot en met 16 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn 10 zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen in het definitief vastgestelde plan. Er zijn geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Voor een overzicht wordt verwezen naar de Nota van beantwoording van zienswijzen en wijzigingen, welke als bijlage 19 bij deze toelichting is gevoegd.
Adromi B.V.
R202250
Pagina 72 van 73
Bestemmingsplan 'Zuidelijk Havengebied' van de Gemeente Alblasserdam
Bijlagen Bijlage 1 – Uitgangspunten beeldkwaliteit Bijlage 2 – Onderzoek verkeer Bijlage 3 – Luchtkwaliteitsonderzoek Bijlage 4 – Akoestisch onderzoek industrielawaai en wegverkeerslawaai Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek dezonering Bijlage 6 – Akoestisch onderzoek brandweersirene Bijlage 7 – Bodemonderzoek Bijlage 8 – Ecologische quick-scan Bijlage 9 – Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 10a – Waarderend booronderzoek archeologie Bijlage 10b – Inventariserend veldonderzoek met boringen archeologie Bijlage 10c – Toetsing archeologisch onderzoek Bijlage 11 – Advies omgevingsveiligheid OZHZ Bijlage 12 – Onderzoek niet gesprongen explosieven Bijlage 13 – Parkeerbalans Bijlage 14 – Zonnestudie TNO Bijlage 15 – Zonnestudie tuinen Bijlage 16 – Besluit hogere grenswaarden geluid (Industrielawaai en wegverkeerslawaai) Bijlage 17 – Reactie Kuipercompagnons op zienswijze Rijkswaterstaat Bijlage 18 – Parkeerdrukonderzoek Bijlage 19 – Nota beantwoording van zienswijzen
Adromi B.V.
R202250
Pagina 73 van 73