CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Taakveldanalyse begroting 2024 Alblasserdam bijlage bij PPN 2025.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 9 juli 2024, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 10: Perspectiefnota 2025 Alblasserdam - Voorstel11.511 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeentefonds per inwoner per cluster Onroerendezaakbelasting Overige eigen middelen Overig Infrastructuur, ruimte en milieu Sport, cultuur en recreatie Onderwijs Orde en veiligheid Bestuur en ondersteuning Individuele voorzieningen Jeugd Individuele voorzieningen Wmo Participatie Sociale basisvoorzieningen -500

-400

-300

-200

-100

Gemiddelde ref.gemeenten

0

100

200

300

400

500

Alblasserdam

*o.b.v. meicirculaire 2023

Zoals te zien in de diagram ligt de uitkering van het gemeentefonds voor Alblasserdam over het algemeen redelijk dicht bij het gemiddelde van de referentiegemeenten. De taakvelden waarop minder wordt ontvangen dan de gemiddelde referentiegemeente zijn: • Sport, cultuur & recreatie • Onderwijs • Bestuur en ondersteuning • WMO • Participatie Daarnaast is hier wederom te zien dat Alblasserdam een relatief hoge negatieve maatstaf OZB heeft. Hierdoor is het bedrag op het cluster onroerendezaakbelasting negatiever dan voor het gemiddelde van de referentiegemeenten. Alblasserdam ontvangt significant meer op het veld ‘overig’ dan de gemiddelde referentiegemeente. Alblasserdam is nadeelgemeente van de herverdeling van het gemeentefonds. Daarom ontvangt Alblasserdam een suppletieuitkering op dit cluster overig. Het feit dat de gemiddelde referentiegemeente hier negatief scoort zou betekenen dat de meeste referentiegemeenten voordeelgemeente zijn.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 33

6. Reserves Los van de lasten en baten is het ook interessant om te zien hoe Alblasserdam er qua financiële positie uitziet vergeleken met de referentiegemeenten. We laten in onderstaande diagram de reservepositie zien per 1-1-2024 van Alblasserdam ten opzichte van de referentiegemeenten, in absolute bedragen.

Eigen vermogen (x€1000) 35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

Alblasserdam heeft vergeleken met de referentiegemeenten een hoog eigen vermogen. Het eigen vermogen van Alblasserdam ligt 6,6 miljoen boven het gemiddelde van de referentiegemeenten. Alleen Hardinxveld-Giessendam heeft een hoger eigen vermogen. Het gemiddelde wordt sterk naar beneden beïnvloedt door Dantumadiel, die een laag eigen vermogen heeft van slechts 12,5 miljoen. Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat Alblasserdam naast een hoog eigen vermogen ook een hoog vreemd vermogen heeft in de vorm van schulden. De reservepositie is dus erg gezond, maar de solvabiliteit en schuldquote van de gemeente zijn niet beter dan gemiddeld. Hier zal in het hoofdstuk kengetallen verder over worden gesproken. In 2024 hebben gemeenten de volgende reservemutaties begroot:

Reservemutaties (x€1000) 5000 4500 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0

Ontrekkingen aan reserve

Stortingen aan reserve

Hier is te zien dat Roerdalen en Dantumadiel significante reserve-onttrekkingen doen. Alle gemeenten behalve Hardinxveld-Giessendam halen meer uit de reserves dan dat zij storten. De onttrekkingen en stortingen van Alblasserdam zijn vergelijkbaar met die van Cranendonck, Rhenen en Stede Broec. Deze leiden tot een beperkte afname van de reserves. De onttrekkingen van Alblasserdam dienen voornamelijk ter dekking van incidentele lasten. Dit betekent dat de reserves niet structureel afnemen.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 34

7. Woonlasten In onderstaande diagram en tabel zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden aangegeven voor de vergeleken gemeenten.

Woonlasten voor een meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing Rioolheffing Ozb Totaal

1200

Gemiddelde ref. gemeenten 328 215 475 1018

Alblasserdam 449 169 405 1023

Woonlasten meerpersoonshuishouden

1000 800 600 400 200 0

OZB

Rioolheffing

Afvalstoffenheffing

Alblasserdam heeft vergelijkbare woonlasten met het gemiddelde van de referentiegemeenten. Roerdalen heeft de laagste woonlasten, deze liggen €96 lager dan het gemiddelde. Stede Broec heeft juist relatief hoge woonlasten. De woonlasten liggen hier €153 boven het gemiddelde van de referentiegemeenten. Hoewel het totaalbedrag aan gemeentelijke lasten dicht bij het gemiddelde ligt in Alblasserdam zien we dat de opbouw van het bedrag verschilt van die van het gemiddelde: in Alblasserdam is de afvalstoffenheffing relatief hoog, terwijl de rioolheffing en OZB juist aan de lage kant zijn. Dit zal nader worden toegelicht.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 35

Afvalstoffenheffing

Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishouden 500 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

Alblasserdam heeft veruit de hoogste afvalstoffenheffing. Deze is niet volledig kostendekkend (96%). Deze hoge afvalstoffenheffing duidt erop dat er hoge lasten worden gemaakt op afval. In het hoofdstuk lastentaakvelden hebben we u geadviseerd om uit te zoeken waar de hoge lasten op taakveld 7.3 afval vandaan komen. Ook als dit lasten zijn die worden gedekt door de afvalstoffenheffing kan het interessant zijn om de lasten te verlagen. Het verlagen van de lasten zou hier de ruimte geven om de kostendekkendheid te verhogen, zonder de woonlasten voor de burger te verzwaren. ➢

Aanbeveling: de afvalstoffenheffing in Alblasserdam is niet 100% kostendekkend. Door het dekkingspercentage te verhogen zouden de nettolasten op afval dalen.

Rioolheffing meerpersoonshuishouden 300 250 200 150 100 50 0

De rioolheffing is in Alblasserdam juist de laagste van alle referentiegemeenten. Dit komt onder andere doordat Alblasserdam een relatief lange afschrijvingstermijn op riolering hanteert van 60 jaar. Deze afschrijvingstermijn verschilt per gemeente, maar ligt meestal tussen de 40 en 60 jaar. Een langere afschrijvingstermijn spreidt de kosten meer over de tijd, maar is ook risicovoller omdat het ertoe zou kunnen leiden dat er vroegtijdige vervanging met afboeking van restwaarde nodig is.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 36

OZB tarief % (eigenaren woningen) 0,1600 0,1400 0,1200 0,1000 0,0800 0,0600 0,0400 0,0200 0,0000

Alblasserdam heeft het laagste OZB-tarief voor eigenaren van woningen van alle gemeenten. Dit vertaalt zich ook naar de op een na laagste woonlasten voor de OZB-belasting (zie diagram woonlasten meerpersoonshuishouden). Dantumadiel en Stede Broec hebben veruit de hoogste tarieven. In Dantumadiel is een lage gemiddelde WOZwaarde waardoor de opbrengst uit OZB-belasting gering blijft. In Stede Broec zien we een hoog OZB-tarief en een hoge OZB opbrengst.

➢

Aanbeveling: Alblasserdam heeft het laagste OZB-tarief voor woningen van alle referentiegemeenten. Dit tarief zou verhoogd kunnen worden om meer inkomsten te genereren.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 37

8. Financiële kengetallen De financiële kengetallen geven een beeld van de draagkracht van de gemeente. In onderstaande tabellen zijn deze opgenomen voor het gemiddelde van de referentiegemeenten en voor Alblasserdam. De kleur geeft een beeld van de score (groen = weinig risico, geel = beperkt risico, oranje = groot risico). Een enkele oranje score is daarbij geen zorgpunt, een combinatie van gele en vooral oranje scores is dat wel.. Gemiddelde ref. gemeenten

JR 2019

JR 2020

JR 2021

JR 2022

B 2023

B 2024

B 2025

B 2026

B 2027

Schuldquote totaal

56,7

44,3

44,0

34,2

64,7

76,2

77,3

88,2

89

Schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

46,4

35,5

36,1

27,8

59,2

70

71,5

82,4

83,5

Solvabiliteit

26,5

32,7

33,2

36,9

27,6

26,1

26,5

24,7

23,6

Grondexploitaties

3,8

2,2

1,5

8,3

3,1

-0,2

0,1

0,3

0,3

Structurele exploitatieruimte

-3,4

2,9

6,9

3,6

0

2,8

3,5

-0,5

-0.9

Belastingcapaciteit

104,9

109,1

109,5

104,9

99,9

103,4

103,4

103,4

103,4

*De invoer voor Rhenen is in 2019 niet opgenomen in Findo en is niet meegenomen in het gemiddelde

De kengetallen voor de gemiddelde referentiegemeente laten een grotendeels groen beeld zien. Wel laten de solvabiliteit en belastingcapaciteit een geel beeld zien en zal de structurele exploitatieruimte in het meerjarenperspectief dalen naar een oranje kleur. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de terugloop van de algemene uitkering vanaf 2026.

Alblasserdam

JR 2019

JR 2020

JR 2021

JR 2022

B 2023

B 2024

B 2025

B 2026

B 2027

Schuldquote totaal

98

41

71,0

60,0

94

114

131

147

148

Schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

90

37

67,0

57,0

92

109

127

144

144

Solvabiliteit

20

39

36

33

29

25

23

22

22

Grondexploitaties

9,0

1,0

-1,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Structurele exploitatieruimte

-4,0

-3,6

-3,6

0,7

2,5

0,9

0,0

-6,2

-7,4

Belastingcapaciteit

104,0

101,0

102,6

99,2

102,2

104,4

104,4

104,4

104,4

Het beeld van Alblasserdam is voornamelijk geel, met een dalende lijn in de schuldquote, exploitatieruimte en solvabiliteit. In het meerjarenperspectief kleurt het beeld grotendeels oranje, wat grote risico’s zou kunnen aangeven. Wanneer we de kengetallen van Alblasserdam vergelijken met het gemiddelde van de referentiegemeenten zien we het volgende: ▪

Alblasserdam wijkt het meeste af van het gemiddelde op de schuldquote: Alblasserdam heeft een aanzienlijk hogere schuldquote dan de gemiddelde referentiegemeente. De schuldquote is het hoogste van alle referentiegemeenten De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Deze druk is bij Alblasserdam hoger dan bij de gemiddelde referentiegemeente. Er wordt in het meerjarenperspectief voorspeld dat de schuldquote ook nog verder door zal stijgen. Dit heeft onder andere te maken met de investeringsplannen van Alblasserdam. Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 38

➢

Aanbeveling: Kijk kritisch naar de investeringsplannen voor de komende jaren. Houd hierbij rekening met de invloed van de investeringen op de schuldquote, solvabiliteit en druk van de rentelasten op de exploitatie.

▪

De solvabiliteit (eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal) van de gemeenten is vergelijkbaar voor begroting 2024. We zien echter in het meerjarenperspectief dat de solvabiliteit bij de gemiddelde referentiegemeente minder snel daalt dan bij Alblasserdam. Dit hangt samen met de stijgende schuldquote: een grotere hoeveelheid schulden zorgt voor een schevere verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen.

▪

Zowel Alblasserdam als de gemiddelde referentiegemeente lopen een zeer gering risico op grondexploitaties. De omvang van de grondexploitaties is bij de gemiddelde referentiegemeente klein en bij Alblasserdam nihil.

▪

De structurele exploitatieruimte neemt bij Alblasserdam en bij het gemiddelde van de referentiegemeenten af. De daling is bij Alblasserdam echter veel sterker. Ook zet de daling eerder in: in 2025 voorspelt Alblasserdam al geen structurele exploitatieruimte meer te hebben.

▪

De belastingcapaciteit van de gemiddelde referentiegemeente en Alblasserdam liggen erg dicht bij elkaar. De belastingcapaciteit ligt voor beide dicht bij het landelijk gemiddelde. De exacte opbouw van de gemeentelijke heffingen is opgenomen in het hoofdstuk woonlasten.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 39

9. Begrotingsflexibiliteit Het kengetal begrotingsflexibiliteit geeft een indicatie van het deel van de structurele baten dat op lange termijn niet ‘beklemd’ is en kan worden ingezet voor (nieuw) beleid en/of voor het opvangen van incidentele en structurele tegenvallers. Hoe hoger de uitkomst van het kengetal, hoe flexibeler de begroting op lange termijn zal zijn. Let op, het gaat hier om een indicatie. Niet alle beklemde middelen zijn de identificeren op basis van de IV3 gegevens. De werkelijke begrotingsflexibiliteit is naar verwachting altijd lager dan hier gepresenteerd. De flexibiliteit is berekend op basis van de IV3 gegevens van 2023, aangezien dit de meest recente cijfers zijn. Begrotingsflexibiliteit Structurele baten volgens begroting 2023

Gemiddelde Alblasserdam ref.gemeenten

Cranendonck Dantumadiel

HardinxveldRhenen Roerdalen Giessendam

Stede Broec

55.716

59.956

61.041

58.597

47.351

51.550

60.043

60.640

7.487

9262

9324

896

9614

14598

8765

1724

3.537

0

4087

7458

0

3998

5224

457

12.299

27.698

10.386

7.199

16.471

5.032

12.811

21.895

2.762

2545

2418

2117

1886

2243

5317

2590

615

823

655

221

411

1021

0

1383

Totaal niet flexibele posten

26.700

40.328

26.870

17.891

28.382

26.892

32.117

28.049

Begrotingsflexibiliteit

52%

33%

56%

69%

40%

48%

47%

54%

Lasten - Iv3 begroting 2023 Salarissen en sociale lasten Sociale uitkeringen (BUIG) Inkomensoverdracht gem regelingen Afschrijvingen Toegerekende rente excl. taakveld 0.5

Alblasserdam heeft de laagste begrotingsflexibiliteit van de vergeleken gemeenten. Dantumadiel heeft in 2023 juist de hoogste begrotingsflexibiliteit met 69%. Belangrijk is wel dat deze gemeente in 2024 veel hogere loonkosten heeft door frictiekosten van de ontvlechting van een bedrijfsvoeringsorganisatie. De begrotingsflexibiliteit voor 2024 zal hier dus lager zijn. Categorieën binnen de begrotingsflexibiliteit zijn moeilijk te vergelijken. Dit komt doordat (bijvoorbeeld) de ene gemeente zelf veel op sociaal domein organiseert en de andere gemeente dit uitbesteedt aan een Gemeenschappelijke Regeling. We zien dat Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam geen lasten hebben staan op de sociale uitkeringen. De BUIG wordt hier bij een gemeenschappelijke regeling geregeld. De lasten staan daarom onder de inkomensoverdracht gemeenschappelijke regelingen. Ook zien we dat Stede Broec en Dantumadiel zeer lage salaris- en sociale lasten hebben. Deze gemeenten hebben hun ambtelijke organisatie ondergebracht bij een ambtelijke fusie of bedrijfsvoeringsorganisatie. De individuele categorieën zijn dus niet vergelijkbaar. Wel kunnen we stellen dat Alblasserdam een zeer hoge inkomensoverdracht aan gemeenschappelijke regelingen heeft. Ook is opvallend dat Hardinxveld-Giessendam ook een lage begrotingsflexibiliteit heeft.

Dit zou als mogelijke verklaring hebben dat de gemeenten bij dezelfde gemeenschappelijke regelingen zitten, waar hoge bijdrages worden gevraagd.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 40

10. Samenvatting en conclusies Lastentaakvelden Alblasserdam heeft iets hogere nettolasten dan de gemiddelde referentiegemeente op de lastentaakvelden In het kort is te stellen dat Alblasserdam hogere nettolasten dan het gemiddelde van de referentiegemeenten heeft op hoofdtaakvelden Bestuur en algemene ondersteuning, Veiligheid, Onderwijs, Sport, cultuur & recreatie, Sociaal domein en Volkshuivesting, RO & stedelijke vernieuwing. Alblasserdam heeft juist lagere nettolasten dan gemiddeld op Verkeer & vervoer en Volksgezondheid & milieu. Batentaakvelden Naast hogere nettolasten op de lastentaakvelden heeft Alblasserdam ook hogere netto-baten op de batentaakvelden. Alblasserdam ontvangt iets meer dan het gemiddelde van de referentiegemeenten uit het gemeentefonds. Aangezien Alblasserdam een nadeelgemeente is van de herverdeling van het gemeentefonds zal dit de komende jaren mogelijk veranderen. Ook ontvangt Alblasserdam meer uit de OZB belastingen dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Deze hoge opbrengsten komen voornamelijk uit de OZB op niet-woningen, aangezien Alblasserdam relatief weinig woonruimtes heeft met een relatief lage gemiddelde WOZ-waarde. Reservepositie Alblasserdam heeft vergeleken met de andere referentiegemeenten een erg gezonde reservepositie.

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat Alblasserdam naast een relatief hoog eigen vermogen ook een relatief hoog vreemd vermogen heeft. Hoewel de reserves nuttig zijn voor het afdekken van risico’s en opvangen van schokken zijn de solvabiliteit en schuldquote van Alblasserdam niet beter dan gemiddeld. Woonlasten Alblasserdam heeft vergelijkbare woonlasten met het gemiddelde van de referentiegemeenten. Wel is de opbouw van deze lasten opvallend: Alblasserdam heeft een zeer hoge afvalstoffenheffing en een laag OZB-tarief. Kengetallen Hoewel over het algemeen vergelijkbaar, lieten de kengetallen van Alblasserdam een negatiever beeld zien dan die van de gemiddelde referentiegemeente. Alblasserdam ziet de komende jaren een negatieve ontwikkeling in haar solvabiliteit, exploitatieruimte en schuldquote aankomen. Begrotingsflexibiliteit De begrotingsflexibiliteit van Alblasserdam is opvallend laag vergeleken met die van de referentiegemeenten. Deze inflexibiliteit zit hem vooral in het grote aandeel van de begroting wat gaat naar bijdrages aan gemeenschappelijke regelingen. Taken die zijn uitbesteed bij een gemeenschappelijke regeling zijn minder makkelijk om op te sturen en dus ook lastiger om op te besparen. Conclusie Uw gemeente staat zoals velen voor een grote uitdaging de komende jaren.

De terugloop van het gemeentefonds geeft een directe aanleiding om op zoek te gaan naar besparingsmogelijkheden. Uw gemeente heeft een gezonde reservepositie waarmee schokken opgevangen kunnen worden. Tegelijk loopt uw structurele exploitatieruimte de komende jaren enorm terug, wat het onvoorkombaar maakt te zoeken naar structurele ruimte. De mogelijkheden om te sturen zijn beperkt, met een lage begrotingsflexibiliteit. Toch zijn er mogelijkheden om te zoeken naar besparingen en extra inkomsten. Op de volgende pagina vindt u een overzicht van onze aanbevelingen. We hopen dat deze u zullen helpen bij uw beraadslagingen.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 41

11. Overzicht van aanbevelingen ➢ ➢

➢

➢

➢

➢

➢

➢ ➢

➢

Hoofdtaakveld 0 Onderzoek de oorzaak van de hoge lasten op taakveld 0.2 Burgerzaken en kijk of het mogelijk is deze lasten te verlagen. Het kan zijn dat Alblasserdam meer lasten toerekent aan het taakveld 0.4 overhead dan de referentiegemeenten. De hoge-netto lasten op dit taakveld kunnen echter ook aanduiden dat Alblasserdam veel besteed aan haar overhead. Daarom kan het interessant zijn de lasten op het taakveld overhead nader te onderzoeken bij het zoeken naar besparingsmogelijkheden. Hoewel de hoge nettolasten op taakveld 0.3 beheer overige gebouwen en gronden mogelijk worden veroorzaakt door verkeerde boekingen zou het nog steeds interessant zijn om te onderzoeken waar de hoge nettolasten exact vandaan komen. Hoofdtaakveld 4 Doe nader onderzoek naar de nettolasten op taakveld 4.1 openbaar basisonderwijs bij het zoeken naar besparingsmogelijkheden. Het is mogelijk dat andere gemeenten een deel van de lasten van dit taakveld op taakveld 4.3 boeken, maar het verschil in nettolasten is opvallend genoeg dat extra onderzoek interessant blijft. Hoofdtaakveld 5 Onderzoek of er een kostenbesparing mogelijk is op taakveld 7.4 openbaar groen en recreatie. Dit is een taakveld met relatief veel beleidsvrijheid, waardoor het relatief makkelijk is om op dit taakveld te bezuinigen. Hoofdtaakveld 6 Onderzoek de oorzaak van de hoge nettolasten op taakveld 6.5 arbeidsparticipatie.

Het zou hierbij mogelijk interessant zijn om met de GR Sociaal in gesprek te gaan over de hoge apparaatskosten, aangezien wordt aangegeven dat deze hoog zijn. Hoofdtaakveld 7 Onderzoek de oorzaak van de hoge lasten op het taakveld 7.3 Afval. Woonlasten De afvalstoffenheffing in Alblasserdam is niet 100% kostendekkend. Door het dekkingspercentage te verhogen zouden de nettolasten op afval dalen. Alblasserdam heeft het laagste OZB-tarief voor woningen van alle referentiegemeenten. Dit tarief zou verhoogd kunnen worden om meer inkomsten te genereren. Kengetallen Kijk kritisch naar de investeringsplannen voor de komende jaren. Houd hierbij rekening met de invloed van de investeringen op de schuldquote, solvabiliteit en druk van de rentelasten op de exploitatie.

Taakveldanalyse Alblasserdam, versie 01-05-2024, blz. 42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/589/documents/13489