CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Significant - Rapportage evaluatie inburgeringsbeleid Drechtsteden.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 23 juni 2026, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 23: Eindevaluatie uitvoering inburgeringsbeleid regio Drechtsteden - Raadsinformatiebrief23.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

EVALUATIE INBURGERINGSBELEID DRECHTSTEDEN RAPPORTAGE

KLANT KENMERK AUTEUR(S) DATUM VERSIE

Drechtsteden AV/bv/4587 Merel Huisman, Patrick Tazelaar, Elis Maat en Anneberthe Visser 27 maart 2026 1.0

Inhoudsopgave 1

2

3

4

A.

Inleiding

3

1.1

Achtergrond en aanleiding

3

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen

3

1.3

Onderzoeksaanpak

4

1.4

Scope van de evaluatie

6

1.5

Relevante ontwikkelingen

6

1.6

Leeswijzer

7

Achtergrondinformatie over de inburgering

8

2.1

De Drechtsteden werken samen met de sociale dienst en verschillende uitvoerders

8

2.2

Cijfers over de inburgering

11

Uitvoering van de inburgering

15

3.1

Overkoepelende bevindingen

15

3.2

Bevindingen per onderdeel van de inburgering

15

3.3

Samenwerking tussen verschillende partijen

34

Conclusies en aanbevelingen

36

4.1

Overkoepelende conclusies

36

4.2

Doelen Wi2021

37

4.3

Uitgangspunten regionaal beleidskader

40

4.4

Aanbevelingen

43

Cijfers op regionaal en gemeentelijk niveau

47

A.1

Drechtsteden

47

A.2

Gemeente Alblasserdam

50

A.3

Gemeente Dordrecht

53

A.4

Gemeente Hardinxveld-Giessendam

56

A.5

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

59

A.6

Gemeente Papendrecht

62

A.7

Gemeente Sliedrecht

65

A.8

Gemeente Zwijndrecht

68

1 Inleiding 1.1

Achtergrond en aanleiding Op 1 januari 2022 is het nieuwe inburgeringsstelsel, op basis van de Wet inburgering 2021 (Wi2021), in werking getreden. Het maatschappelijk doel van dit stelsel is om inburgeringsplichtigen snel en volwaardig mee te laten doen in de samenleving, het liefst via betaald werk. Om deze doelstelling te bereiken is de inburgering gepositioneerd als onderdeel van het brede sociaal domein en is de regie op de uitvoering bij gemeenten belegd. Gemeenten hebben hierbij de vrijheid gekregen de wet naar eigen inzicht uit te voeren, waarbij zij moeten voldoen aan een aantal samenhangende taken en verantwoordelijkheden. De zeven gemeenten binnen Drechtsteden hebben de inburgering (voor het grootste gedeelte) samen ingeregeld en belegd bij de gemeenschappelijke regeling sociaal (GR Sociaal). De uitvoering van de taken en hoe de inburgering is vormgegeven is een uitvloeisel van de wet en het door de zeven raden vastgestelde beleidskader1 ‘Veranderopgave Inburgering’. De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) voert de onderdelen van de inburgering uit die bij de GR Sociaal belegd zijn. Een aantal taken, zoals de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject (PVT), hebben de gemeenten zelf lokaal georganiseerd en belegd bij het wijkteam (Sliedrecht) of VluchtelingenWerk (de overige gemeenten).

De gemeenten zijn afzonderlijk eindverantwoordelijk voor de inburgering; tegelijk is de uitvoering grotendeels regionaal belegd en uniform ingericht. Ruim twee jaar geleden hebben de Drechtsteden gemeenten een interne kwalitatieve evaluatie uitgevoerd. Nu, vier jaar na de invoering van de wet, hebben de eerste inburgeraars hun inburgeringsdiploma behaald en hebben de Drechtsteden behoefte aan een onafhankelijke evaluatie van de uitvoering van de Wi2021 in de Drechtsteden. Significant Public heeft deze evaluatie uitgevoerd.

1.2

Doelstelling en onderzoeksvragen De doelstelling van dit onderzoek is het beantwoorden van de volgende hoofdvraag: Hoe ervaren inburgeraars het beleid, in hoeverre is er in het beleid voldoende ruimte voor het behalen van de doelstellingen van de wet en wat zijn de focuspunten voor verbeteringen van het beleid? De volgende deelvragen vallen hieronder: a.

Hoe verloopt de uitvoering van het inburgeringsbeleid in de Drechtsteden? In hoeverre draagt deze volgens de betrokkenen bij aan het bereiken van de beoogde doelen van de wet en zijn er onderdelen die gemist worden?

b.

In hoeverre worden de doelstellingen van de inburgering gerealiseerd? Deze doelstellingen hebben betrekking op het tijdig afronden van de inburgering en de doelstellingen van de drie afzonderlijke leerroutes: het realiseren van een taalniveau op B1-niveau, de verbetering van de (arbeids)participatie en zelfredzaamheid van statushouders en gezinsmigranten.

c.

Hoe wordt het gehele inburgeringsproces ervaren en zijn er aandachtspunten voor de komende jaren?

d.

Welke conclusies kunnen worden getrokken over het inburgeringsbeleid in de Drechtsteden, en welke aanbevelingen voor verbeteringen kunnen worden gedaan?

1 Werkgroep regionaal beleid (2020). Beleidskader bij de Veranderopgave Inburgering.

3

Daarnaast moet de evaluatie input bieden voor het formuleren van een nieuw beleidskader inburgering en voor eventuele aanpassingen in de dienstverleningsovereenkomst met de GR Sociaal. 1.3

Onderzoeksaanpak We hebben het onderzoek uitgevoerd via een aantal onderzoeksactiviteiten (zie figuur 1). We lichten deze kort toe. Deze activiteiten vonden plaats tussen september 2025 en februari 2026. Documentstudie

Data-analyse

13 interviews met stakeholders

Bijeenkomst 7 gemeenten

6 focusgroepen met inburgeraars

Opstellen conceptrapportage

Bijeenkomst 7 gemeenten

Bijeenkomst 7 gemeenten

Opstellen definitieve rapportage

Figuur 1. Overzicht onderzoeksaanpak We bestudeerden een aantal documenten ter achtergrondinformatie. We namen de interne tussenevaluatie door en lazen het beleidskader en documenten over hoe het inburgeringsaanbod eruitziet. Ook bestudeerden we de Dienstverleningsovereenkomst met de GR Sociaal, de subsidieaanvragen en jaarverslagen rondom de maatschappelijke begeleiding. Daarnaast ontvingen we van verschillende partijen gegevens over het inburgeringsaanbod en de inburgeraars. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de gegevens die we wilden opvragen en of dit is gelukt en bij welke partij. Eerst hebben we bij de SDD gevraagd welke informatie beschikbaar was via hun systeem. Dit bleek beperkt te zijn. We ontvingen van de SDD cijfers over het aantal lopende en afgesloten inburgeringstrajecten en de verdeling over de verschillende routes. Vervolgens hebben we bij de taalaanbieders gevraagd of zij de ontbrekende gegevens konden aanvullen. Voor een gedeelte van de gegevens kon dit. Hiervoor geldt wel dat dit enkel gaat over de inburgeraars (asielmigranten) die bij hen les volgen en dat de peildatum van de ontvangen data verschilt. Hierdoor kunnen we de cijfers niet direct onderling vergelijken. Daarom staan de exacte getallen niet altijd vermeld in de grafieken in dit rapport. We hebben geen volledig cijfermatig beeld van de inburgering kunnen ophalen in het onderzoek.

Daarnaast hebben we het Dashboard Wet inburgering 20212 gebruikt. We vullen de ontbrekende cijfers aan met de kwalitatieve bevindingen. Welke informatie? Taakstelling en realisatie Wachttijd woning Aantal gestarte inburgeringstrajecten Aantal lopende inburgeringstrajecten

Beschikbaar ? Ja

Via? Rijksoverheid

Uitsplitsing gezin/asiel N.v.t.

Uitsplitsing gemeente Ja

Uitsplitsing naar jaar Ja

SDD

Ja

Ja

Ja

Nee Nee Ja

2 Dashboard Wet inburgering 2021; In dit dashboard is meer informatie te vinden over de

inburgeringstrajecten, uitgesplitst naar gemeente. Het dashboard is gebaseerd op de data van DUO.

4

Aantal inburgeraars zonder PIP Aantal asielmigranten in de B1-route Aantal asielmigranten in de Z-route Aantal asielmigranten in de onderwijsroute Aantal afgeronde inburgeringstrajecten

Ja (alleen als 10-weken termijn is verlopen) Ja

SDD

Ja

Ja

Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Uitsplitsing naar cohort

Nee

Nee

Nee

Aantal gestopte inburgeringstrajecten zonder afronding Reden waarom inburgeringstraject (vroegtijdig) is gestopt Niveau van het examen binnen de B1-route Duur van de inburgeringstrajecten Aantal routewisselingen Aantal verlengingen

Ja

SDD en taalaanbieders SDD en taalaanbieders SDD en taalaanbieders Dashboard Wet inburgering 2021 Taalaanbieders

Niet volledig

Taalaanbieders

Nee

Nee

Nee

Ja

Sagènn

Nee

Nee

Nee

Niet volledig

Taalaanbieders

Nee

Nee

Nee

Ja

Taalaanbieders

Nee

Nee

Nee

Ja

SDD en taalaanbieders

Ja

Ja

Nee

Arbeidsmarktparticipatie van de inburgeraar Wachttijd tussen aanmelding en start leerroute

Nee Taalaanbieders

Nee

Nee

Niet volledig

Ja Ja Ja

Ja

Tabel 1. Overzicht opgevraagde cijfers Ook hebben we dertien interviews gehouden met betrokken ketenpartners. We spraken: a.

Het afdelingshoofd (twee keer) en een beleidsmedewerker inburgering bij de SDD;

b.

Drie consulenten van de SDD;

c.

De manager en een docent van de drie taalaanbieders (Sagènn, NLtraining en Da Vinci College);

d.

Twee begeleiders van de participatieaanbieder (NewBees);

e.

Twee groepsinterviews met teamleiders en begeleiders van de maatschappelijke begeleiding vanuit de zeven gemeenten (VluchtelingenWerk Nederland) en Het Bonkelaarhuis. In totaal spraken we zeven teamleiders en drie begeleiders.

Tijdens de interviews bespraken we de ervaringen van de gesprekspartners met de inburgering in de Drechtsteden. We gingen in op de onderdelen waarvoor zij verantwoordelijk zijn, maar vroegen hen ook naar hun overkoepelende ervaringen. Ook bespraken we de samenwerking tussen hen en andere ketenpartners en vroegen we naar eventuele verbeterpunten. Tot slot organiseerden we focusgroepen met inburgeraars. In totaal hielden we zes focusgroepen met in totaal 57 inburgeraars. a.

Twee klassen met asielmigranten in B1-route (in totaal 22 inburgeraars). De ene klas was bijna negen maanden bezig met taallessen, de andere minstens twee jaar en volgde les in de avond.

b.

Twee klassen met asielmigranten in de Z-route (in totaal negentien inburgeraars). De ene klas was ongeveer acht maanden bezig met taallessen, de andere klas ruim een jaar.

5

c.

Een groep met asielmigranten uit de onderwijsroute (in totaal vier inburgeraars). Een deel was al klaar met de route, een deel nog bezig (tussen acht maanden en een jaar).

d.

Een klas met gezinsmigranten in de B1-route (in totaal twaalf inburgeraars). Zij volgden allemaal les bij Het Werkwoord. Het aantal maanden dat zij taalles volgden, verschilde van twee maanden tot anderhalf jaar.

Tijdens de focusgroepen vroegen we de inburgeraars hoe zij (de verschillende onderdelen van) de inburgering ervaarden. We bespraken de dingen die goed gaan tijdens het inburgeringstraject en knelpunten waar zij tegenaan lopen. Bij de focusgroepen met asielmigranten in de B1-route, in de Z-route en met gezinsmigranten was een Arabischsprekende tolk aanwezig. De bevindingen vanuit het onderzoek hebben we gebundeld in deze rapportage. Gedurende het onderzoek kwamen we drie keer bij elkaar met de beleidsmedewerkers van de zeven gemeenten. Zij keken mee op de opzet van het onderzoek, de eerste bevindingen en conclusies en de conceptrapportage. 1.4

Scope van de evaluatie Samen met de zeven gemeenten hebben we de scope van het onderzoek bepaald. Daarbij hebben sommige onderdelen van het inburgeringstraject meer aandacht gekregen dan andere in de evaluatie. In onderstaande tabel staat welke onderdelen extra nadruk hebben gekregen en welke minder centraal stonden. Bij het selecteren van gesprekspartners en het bepalen van de thema’s voor interviews en focusgroepen hebben we die onderdelen met extra nadruk uitgebreider en diepgaander bestudeerd. De onderdelen die minder aandacht kregen (rechterkolom) zijn alleen besproken wanneer ze spontaan ter sprake kwamen. In dit rapport is daarom vooral informatie opgenomen over de onderdelen in de linkerkolom. De onderwerpen uit de rechterkolom worden wel besproken, maar beknopt. Extra nadruk

Minder aandacht

Warme overdracht met het COA

Huisvesting

Maatschappelijke begeleiding

Welkomstprogramma’s

Preventie en handhaving

MAP

Rol consulent

Onderwijsroute hbo en wo

Participatie

Financieel ontzorgen

Tabel 2. Overzicht onderdelen inburgering die meer en minder aandacht kregen tijdens het onderzoek 1.5

Relevante ontwikkelingen We benoemen in deze paragraaf enkele ontwikkelingen vanaf de inwerkingtreding van de Wi2021, die relevant zijn voor de uitvoering van de inburgering en belangrijk zijn als contextinformatie voor deze rapportage.

1.5.1

NT2-docententekort en versoepelde regels Blik op Werk-keurmerk Het Blik op Werk-keurmerk stelt verschillende eisen aan het taalaanbod bij keurmerkhouders, waaronder de bevoegdheid van docenten voor de klas. Zo moet minstens 80% van de docenten die voor de klas staan NT2-gecertificeerd zijn. Ondertussen speelt al langere tijd een NT2-docententekort in de sector. De

6

minister van SZW heeft eind 2022 maatregelen aangekondigd om het tekort aan docenten voor Nederlands als tweede taal (NT2) terug te dringen. Om de kwaliteit en de beschikbaarheid van het inburgeringsonderwijs op peil te houden, zijn vanaf 1 januari 2023 maatregelen doorgevoerd met een duur van twee jaar, dus tot 2025. Deze maatregelen zijn geëvalueerd en er is besloten om deze maatregelen met de duur van één jaar te verlengen tot 2026 met onder andere versoepelde voorwaarden. Vanaf 2026 is een deel van deze maatregelen structureel gemaakt. Dit zijn het verruimen van de groepsgrootte in de Z-route klassen naar vijftien cursisten en het verlagen van de 80%-eis naar 60%. De andere maatregelen zijn vervallen.3 1.5.2

Plotselinge toename in inburgeringsplichtigen voor gemeenten door onregelmatigheden in gegevensuitwisseling Begin 2023 signaleerde DUO onregelmatigheden in de gegevensuitwisseling met de IND. DUO ontving steeds meer verzoeken vanuit gemeenten om na te gaan of een persoon al dan niet inburgeringsplichtig was. Ook potentiële inburgeringsplichtigen zelf vroegen hiernaar. Uiteindelijk bleek dat ruim 3200 personen tussen januari 2022 en mei 2023 ten onrechte niet zijn geïnformeerd over hun inburgeringsplicht onder de nieuwe wet. De groep bestond uit zo’n 450 asielstatushouders en 2760 gezinsmigranten en overige migranten. Gemeenten hebben hierdoor vanaf de zomer van 2023 grotere aantallen inburgeringsplichtigen in een keer te verwerken gekregen.

1.6

Leeswijzer Deze rapportage is als volgt opgebouwd: a.

In hoofdstuk 2 geven we de nodige achtergrondinformatie voor de rest van de rapportage. We beschrijven hoe de inburgering is ingericht in de Drechtsteden. Ook gaan we in op relevante cijfers over het inburgeringsaanbod en de inburgeraars.

b.

Hoofdstuk 3 gaat in op de bevindingen van het onderzoek. We beschrijven dit per onderdeel van de inburgering. We gaan ook specifiek in op het verschil tussen asielmigranten en gezinsmigranten. Ook gaan we in op de samenwerking tussen verschillende partijen.

c.

In hoofdstuk 4 staan onze conclusies en aanbevelingen vanuit het onderzoek.

3 Afronding Addendum 2023-2025: NT2-docenten en groepsgrootte - Samen werken aan duurzame

participatie.

7

2 Achtergrondinformatie over de inburgering 2.1

De Drechtsteden werken samen met de sociale dienst en verschillende uitvoerders De onderstaande figuur geeft een overzicht van de manier waarop de Drechtsteden de uitvoering van de inburgering inrichten.4 De zeven gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. Via een Dienstverleningsovereenkomst (DVO) hebben zij een aanzienlijk deel van de uitvoeringstaken bij de SDD belegd. De SDD behoudt de regie op het traject, regelt de start van de inburgering en de begeleiding, handhaaft wanneer nodig en verzorgt een gedeelte van het participatieaanbod. Daarnaast voeren taalaanbieders taalaanbod in de routes uit en is NewBees verantwoordelijk voor de eerste 400 uur participatie in de Z-route. SosyTraining verzorgt de MAP. Daarnaast zijn VluchtelingenWerk en Het Bonkelaarhuis verantwoordelijk voor het PVT en de maatschappelijke begeleiding. In de volgende paragrafen zetten we deze opzet verder uiteen. D D Verantwoordeli kheid voor en regie op het inburgeringsaanbod

Werkzame principes beleidstheorie

i dige start aatwerk

Snelheid waliteit

okale partners

V

Dualiteit

i dige start aatwerk Dualiteit

eerbaarheidstoets

aatwerk

inancieel ontzorgen i dige start

i dige start

aatwerk

Welkomstprogramma

aatwerk

rede intake

aatschappeli ke begeleiding i dige start

aatwerk

i dige start

I i dige start

aalaanbod routes

aatwerk Dualiteit

Dualiteit Individuele begeleiding

egie op het inburgeringstra ect egierol

Snelheid aatwerk Dualiteit

aatwerk waliteit

aatwerk Dualiteit waliteit

waliteit

Snelheid Warme overdracht bi i dige start

i dige start

andhaving

articipatieaanbod

Snelheid

Dualiteit

Doorloopti d

okale partners

pleggen inburgeringsplicht Duo Voor ongeren die op hun e inburgeringsplichtig worden en op dit moment niet woonachtig zi n bi het voor gezinsmigranten vervalt dit onderdeel Dit onderdeel geldt niet voor gezinsmigranten

i dige start en

aatwerk

Dualiteit

itvoerder SDD anbieder

Figuur 2. Overzicht van de uitvoering van de inburgering in de Drechtsteden

4 Deze figuur is gebaseerd op de uitvoering tot en met 2025. Eind 2025 zijn het taalaanbod en het

participatieaanbod opnieuw aanbesteed.

8

2.1.1

De zeven gemeenten voeren gezamenlijk beleid De samenwerking tussen de gemeenten is opgezet met het idee om de kracht van regionale samenwerking in te zetten, maar toch oog te blijven houden voor de lokale kleur van de individuele gemeenten. Zij vullen dit in middels een aantal uitgangspunten op de samenwerking, de inhoud en de implementatie.5 De uitgangspunten voor de samenwerking zijn: a.

De Sociale Dienst Drechtsteden voert de Wet inburgering uit voor de gemeenten. Hierbij blijven de gemeenten eindverantwoordelijk. Hoe dit precies is ingericht, wordt beschreven in de volgende paragraaf. De gemeenten streven naar een zo uniform mogelijk beleid.

b.

Er is een bestuurlijk overleg inburgering met de wethouders van de gemeenten. De bedoeling is dat hier bestuurlijke afstemming over uitvoering en beleid plaatsvinden.

De gemeenten hanteren drie uitgangspunten voor de inhoud, dit zijn: a.

We zetten in op duurzame participatie naar vermogen. De participatie moet passen bij de inburgeraar. Hiervoor is maatwerk vereist. De snelste weg is niet altijd de beste.

b.

We staan naast de inburgeraar. De verantwoordelijkheid om een inburgeraar te laten slagen voor de inburgering en bij participatie in de maatschappij is gedeeld tussen de inburgeraar en de gemeente. De gemeente ondersteunt de inburgeraar hierbij.

c.

We beschouwen inburgering als onderdeel van het sociaal domein. De gemeenten hanteren een brede opvatting van het sociaal domein. Inburgering is één van de middelen die wordt ingezet om inburgeraars mee te kunnen laten doen in de Nederlandse samenleving. Andere middelen uit het sociaal domein worden tegelijk en afgestemd ingezet.

Hiernaast zijn er vier uitgangspunten voor de implementatie opgesteld: a.

Inburgering wordt nabij en lokaal ingebed, mentaal en fysiek. Mentale nabijheid houdt in dat er wordt gezocht naar vertrouwen en verbinding met de inburgeraar. Omdat consulenten op lokaal niveau werken, is er fysieke nabijheid. Zij zoeken samenwerking met lokale organisaties.

b.

Inburgering wordt integraal georganiseerd. Verschillende domeinen bieden kansen of geven belemmeringen richting participatie. Om maatwerk te kunnen leveren is een goede samenwerking binnen de SDD, tussen gemeentelijke afdelingen en met externe partners onmisbaar.

c.

De implementatie wordt gezamenlijk uitgevoerd. De gemeenten en de SDD werken in cocreatie aan de inrichting van de uitvoering. De uitvoering is waar mogelijk uniform tussen gemeenten, met ruimte voor lokale verschillen wanneer de lokale infrastructuur daarom vraagt.

d.

Bij de inzet van (ontschotte) middelen streven we naar maatschappelijke impact. Door businesscases uit te werken, onderzoeken de gemeenten hoe de inzet van (ontschotte) middelen tot de grootst mogelijke maatschappelijke impact leidt. Door financieel de verbinding te zoeken met andere domeinen, wordt inburgering meer onderdeel van het sociaal domein.

2.1.2

De SDD is verantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgering via een Dienstverleningsovereenkomst De uitvoering van de inburgeringswet door de SDD is juridisch geborgd via mandaatbesluiten van de colleges van B&W van de individuele gemeenten. Dit stelt de SDD in staat om namens de gemeenten besluiten te nemen in het kader van de Wi2021. Het mandaat is in de DVO vastgelegd en in mandaatbesluiten van de individuele gemeenten. Volgens het mandaat behouden de gemeenten de mogelijkheid tot inspraak op gezamenlijke keuzes. Besluitvormingsprocedures lopen via het college van 5 Werkgroep regionaal beleid (2020). Beleidskader bij de Veranderopgave Inburgering.

9

B&W van de individuele gemeenten. De DVO maakt de SDD onder andere verantwoordelijk voor de regievoering op het inburgeringstraject, de warme overdracht, de Brede intake inclusief leerbaarheidstoets en het opstellen van het PIP, het regionale welkomstprogramma, het contracteren van aanbieders van de leerroutes, de MAP, de begeleiding van individuele inburgeraars, het financieel ontzorgen en het contact met ketenpartners. De inburgeringsconsulenten van de SDD spelen een belangrijke rol in de uitvoering van een deel van deze taken. Zij hebben het directe contact met inburgeraars. Dit begint bij de warme overdracht of de Brede intake.6 De consulent bepaalt op basis van de leerbaarheidstoets welke route de inburgeraar gaat volgen, begeleidt de inburgeraar hierbij en monitort de voortgang. Wanneer er obstakels zijn die het inburgeren bemoeilijken, kijkt de consulent of het mogelijk is deze weg te nemen. Daarnaast is de consulent verantwoordelijk voor handhaving wanneer een inburgeraar diens plichten niet nakomt en begeleidt de consulent de inburgeraar naar werk. De SDD heeft acht werkprocessen met werkinstructies opgesteld. Er zijn bijvoorbeeld werkprocessen voor consulenten rondom de start van de inburgering, de voortgang tussentijds en het eind van het traject. Maar ook voor het PVT en de MAP.

Consulenten hebben een caseload van ongeveer 80 inburgeraars bij een fulltime dienstverband. Twee consulenten begeleiden alleen gezinsmigranten. Hun caseload is hoger (200 inburgeraars bij een fulltime dienstverband), omdat gezinsmigranten minder intensief begeleid worden. Asielmigranten zijn verdeeld over de consulenten op basis van gemeente. Consulenten hebben daardoor inburgeraars vanuit één of twee gemeenten in hun caseload. Daarnaast zijn er consulenten die zich specifiek richten op jongeren, omdat jongeren qua begeleiding andere behoeften hebben dan andere inburgeraars. Ook zijn deze consulenten beter op de hoogte van relevante ketenpartners voor deze doelgroep (zoals het ISK en maatschappelijke organisaties die zich op jongeren richten). Als richtlijn geldt dat consulenten minstens één keer per halfjaar (fysiek) contact hebben met de inburgeraar. Het daadwerkelijke contact is afhankelijk van de behoeften van de inburgeraar. Met jongeren is er vaak meer contact. Sinds de SDD is begonnen met de uitvoering van de begeleiding en regierol, is er een aantal dingen veranderd. Een aantal voorbeelden: a.

Consulenten hebben beter overzicht over de voortgang van de verschillende onderdelen van de inburgering van een individuele inburgeraar. Voorheen meldde de consulent de inburgeraar zelf aan voor MAP. Ook bij het PVT verliep de aanmelding niet automatisch. Dan kwam het voor dat de consulent het overzicht ontbrak over de voorgang van de inburgeraar. Tegenwoordig is er een administratief medewerker met de verantwoordelijkheid om de inburgeraar aan te melden bij de verschillende onderdelen van de inburgering. Consulenten kunnen inzien wanneer de MAP en het PVT staan ingepland.

b.

De caseload per consulent is veranderd. Vlak na de invoering van de wet waren er te weinig consulenten en wisselde het personeel regelmatig, bijvoorbeeld omdat een deel van de consulenten extern was ingehuurd. Voor inburgeraars zorgde dit voor wisselingen in consulenten. Sinds ongeveer een jaar is er een stabiel personeelsbestand met voldoende medewerkers. Inburgeraars hebben sinds die tijd dezelfde consulent gehad.

c.

Bij vragen over uitkeringen of schulden verwijzen consulenten inburgering door naar een consulent bestaanszekerheid. Eerst vielen deze zaken onder de verantwoordelijkheid van de consulent inburgering. De inburgeringsconsulent voert het participatiedeel van de Participatiewet nog wel uit voor inburgeraars. Het financieel ontzorgen wordt ook door de afdeling bestaanszekerheid uitgevoerd.

6 De warme overdracht vindt in de meeste gevallen niet meer plaats, zie 3.2.1.

10

2.1.3

Verschillende uitvoerders zijn betrokken bij de onderdelen van de inburgering Een aantal uitvoerende partijen is betrokken bij onderdelen van de inburgering. Hieronder beschrijven we de situatie voor 1 januari 2026. Eind 2025 zijn de taken opnieuw aanbesteed. De nieuwe contracten gingen vanaf 2026 in. Tot en met 2025 zag de uitvoering van de taalroutes, het PVT en de maatschappelijke begeleiding er als volgt uit: a.

Sagènn verzorgt het taalaanbod in de B1-route, inclusief KNM.

b.

NLtraining is verantwoordelijk voor het taal- en 400 uur van het participatieaanbod in de Z-route, inclusief KNM. NLtraining heeft NewBees gecontracteerd om 400 uur van het participatieaanbod uit te voeren. De overige 400 uur voert de SDD zelf uit.

c.

Het Da Vinci College en de Erasmus Universiteit verzorgen de onderwijsroute. Het Da Vinci College is verantwoordelijk voor de onderwijsroute voor mbo en de Erasmus Universiteit voor hbo en wo.

d.

SosyTraining is sinds 2025 verantwoordelijk voor het uitvoeren van de MAP. Eerder deed de SDD dit zelf.

e.

VluchtelingenWerk Nederland is verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke begeleiding en het PVT in Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-IdoAmbacht, Papendrecht en Zwijndrecht. VluchtelingenWerk ontvangt hiervoor subsidie van de individuele gemeenten.

f.

Het Bonkelaarhuis organiseert de maatschappelijke begeleiding en het PVT in Sliedrecht. Het Bonkelaarhuis ontvangt subsidie van de gemeente voor de uitvoering van deze taken.

De verantwoordelijkheid voor de afstemming met deze partijen (met uitzondering van VluchtelingenWerk en Het Bonkelaarhuis), inclusief het contractmanagement met de aanbieders, ligt bij de SDD. De bovenstaande partijen hebben geen onderling contact over individuele inburgeraars. De overeenkomst op basis waarvan de verantwoordelijkheden voor de B1- en Z- en onderwijsroute op bovenstaande manier zijn verdeeld, liep van 2022 tot 2024 en is met één jaar verlengd. Vanaf 2026 verloopt de uitvoering hiervan op basis van een nieuwe aanbesteding. In deze aanbesteding is het taalonderwijs van de B1-route en de Z-route als één perceel uitgezet en de participatie van de Z-route als los onderdeel, waardoor de partijen zijn veranderd. 2.2

Cijfers over de inburgering In deze paragraaf geven we een indruk van de omvang van de inburgering in de Drechtsteden. In bijlage A is een deel van deze cijfers ook per gemeente te zien.

2.2.1

De Drechtsteden moeten jaarlijks 439-717 asielmigranten huisvesten in 2022-2025; dit lukte niet altijd Onderstaande figuur geeft het totaal aantal asielmigranten weer dat de Drechtsteden moeten huisvesten volgens de taakstelling in de periode 2022 en 2025. Ook is zichtbaar hoeveel asielmigranten daadwerkelijk zijn gehuisvest in dat jaar en hoe groot de achterstand is aan het einde van het jaar. We zien dat jaarlijks tussen de 439 en 717 asielmigranten gehuisvest moesten worden, met 2023 als uitschieter. Daarnaast geeft de figuur weer dat de gemeenten in de Drechtsteden in 2022 voorliepen op de taakstelling, maar vanaf 2023 grotendeels achterlopen. In 2025 liepen Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht wel voor op de taakstelling. De Drechtsteden hebben geen exacte cijfers over hoelang het duurt om asielmigranten te huisvesten. Wel zien we dat de gemeenten over het algemeen achterlopen op de taakstelling en geven betrokkenen aan dat het huisvesten vaak langer dan een jaar duurt. De Drechtsteden zijn recentelijk gestart met de Vroege Start en willen hier ook meer op gaan inzetten wanneer het azc in Dordrecht komt.

11

800 700 600 500 400 300 200 100 0 -100 -200

717 515

660 485

439

579

514

481

310

245

131

-101 2022

2023 Taakstelling

2024 Gerealiseerd

2025

Totale achterstand

Figuur 3. Taakstelling asielmigranten Drechtsteden, periode 2022-2025 (bron: Rijksoverheid) 2.2.2

In de Drechtsteden lopen op dit moment 1817 inburgeringsdossiers, het aantal inburgeraars dat hun inburgering heeft afgerond is beperkt Figuur 4 toont het aantal lopende inburgeringsdossiers per gemeente. Verreweg de meeste inburgeringsdossiers lopen in Dordrecht; deze gemeente is ook de grootste van de zeven. In totaal lopen er op peildatum eind Q3 2025 in de gemeenten gezamenlijk 1817 inburgeringsdossiers, waarvan 1245 dossiers van asielmigranten en 572 dossiers van gezinsmigranten (zie figuur 5). Dordrecht

838

Hardinxveld-Giessendam

109

Hendrik-Ido-Ambacht

166

Papendrecht

177

Sliedrecht

149

Zwijndrecht

287 0

100

200

300

400

500

600

700

800

900

Figuur 4. Lopende inburgeringsdossiers van asiel- en gezinsmigranten per gemeente (peildatum eind Q3 ’25; bron: SDD)

Asielmigranten

1245

Gezinsmigranten

572 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

Figuur 5. Lopende inburgeringsdossiers in de Drechtsteden, uitgesplitst naar type migrant (peildatum eind Q3 ’25; bron: SDD)

12

In de onderstaande figuren is de status van het inburgeringstraject te zien voor de verschillende cohorten. Figuur 6 geeft deze informatie weer voor asielmigranten en figuur 7 voor gezinsmigranten, met als peildatum maart 2026. Op dit moment hebben 100 asielmigranten en 50 gezinsmigranten aan de inburgeringsplicht voldaan. Dat is 8% van alle asielmigranten en 9% van alle gezinsmigranten. De inburgeraars uit het cohort van 2022 die nog inburgeringsplichtig zijn, doen langer over de inburgering dan de gestelde termijn van drie jaar. Hierbij gaat het om 63% van de asielmigranten en 60% van de gezinsmigranten uit cohort ’22.

500 450 400 350 300 250 200 150

1 2 430 161

100

9

50

84

0 Cohort 2022 Voldaan/geslaagd

3

276

168 9 12 Cohort 2023 Afgerond (vrijgesteld/ontheven)

3 21 Cohort 2024

1 3 Cohort 2025

Nog inburgeringsplichtig

Vervallen

Figuur 6. Status van de inburgering van asielmigranten voor de cohorten 2022-2025 (peildatum maart ’26; bron: Dashboard Wet inburgering 2021) 160

4

3

2

131

139

144

53 Cohort 2024

2 4 Cohort 2025

140

120 100 80 60 40 20

8

50 1 25

0 Cohort 2022 Voldaan/geslaagd

1 16 Cohort 2023 Afgerond (vrijgesteld/ontheven)

Nog inburgeringsplichtig

Vervallen

Figuur 7. Status van de inburgering van gezinsmigranten voor de cohorten 2022-2025 (peildatum maart ’26; bron: Dashboard Wet inburgering 2021) In figuur 8 en figuur 9 is voor respectievelijk asielmigranten en gezinsmigranten weergegeven hoe lang migranten die aan het inburgeren zijn (nog inburgeringsplichtig) al met het inburgeringstraject bezig zijn. Degenen die in cohort 2025 begonnen zijn, zijn minder dan één jaar bezig, degenen uit cohort 2024 tussen één en twee jaar, cohort 2023 is tussen de twee en drie jaar bezig en voor degenen die in 2022 begonnen zijn met inburgeren, loopt de inburgeringstermijn al meer dan drie jaar. Van de asielmigranten is

13

16% van de nog inburgeringsplichtige inburgeraars al meer dan drie jaar bezig. Van de gezinsmigranten is dit 5%.

16%

16%

27%

42%

Minder dan 1 jaar bezig

Tussen 1 en 2 jaar bezig

Tussen de 2 en 3 jaar bezig

Meer dan 3 jaar bezig

Figuur 8. Aantal jaar dat asielmigranten die nog inburgeringsplichtig zijn, al bezig zijn met het inburgeringstraject (peildatum maart ’26; bron: Dashboard Wet inburgering 2021)

5%

14% 13%

13%

Minder dan 1 jaar bezig

Tussen 1 en 2 jaar bezig

Tussen de 2 en 3 jaar bezig

Meer dan 3 jaar bezig

Figuur 9. Aantal jaar dat gezinsmigranten die nog inburgeringsplichtig zijn, al bezig zijn met het inburgeringstraject (peildatum maart ’26; bron: Dashboard Wet inburgering 2021)

14

3 Uitvoering van de inburgering 3.1

Overkoepelende bevindingen We starten dit hoofdstuk met een aantal overkoepelende samenvattende bevindingen. In de volgende paragraaf zoomen we in op de uitvoering per onderdeel van inburgering. We geven hierbij per onderdeel aan als er specifieke aandachtspunten zijn voor gezinsmigranten. a.

In de eerste tijd na de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet organiseerde de SDD de warme overdracht met het COA. De warme overdracht vindt op dit moment meestal niet meer plaats.

b.

Inburgeraars weten dankzij de Brede intake goed wat zij gaan doen tijdens het inburgeren, maar het duurt vaak lang voordat het PIP is opgesteld. Het welkomstprogramma wordt zeer positief ervaren door de statushouders.

c.

De regie en begeleidingsrol van consulenten is de afgelopen jaren doorontwikkeld. Een verbeterpunt blijft uniformiteit in de werkwijze en (voldoende) aandacht voor de gezinsmigranten.

d.

Het financieel ontzorgen wordt uitgevoerd door de consulent bestaanszekerheid. De ervaringen van statushouders hiermee zijn wisselend en de uitvoering van het financieel ontzorgen lijkt foutgevoelig.

e.

De maatschappelijke begeleiding speelt een cruciale rol in de inburgering, inburgeraars zijn hier erg enthousiast over. In sommige gemeenten is een tekort aan vrijwilligers.

f.

De preventie is goed ingeregeld. Samenwerking tussen aanbieders en SDD rondom verzuim loopt goed. De SDD mist een verordening om boetes op te kunnen leggen als laatste handhavingsinstrument.

g.

Inburgeraars zijn over het algemeen tevreden over het taalonderwijs voor de B1-route, Z-route en onderwijsroute. De wachttijden voordat inburgeraars kunnen starten met taallessen kunnen lang zijn en er lijken veel verlengingen aan te komen. Alles bij elkaar (opstellen PIP, starten met taallessen en afronden inburgeringstraject) duurt het inburgeringstraject te lang.

h.

SosyTraining verzorgt de MAP in principe in eigen taal aan het begin van het inburgeringstraject. Inburgeraars zien de meerwaarde van de MAP.

i.

VluchtelingenWerk en Het Bonkelaarhuis verzorgen het PVT naar behoren. Inburgeraars zijn tevreden over het PVT.

3.2

Bevindingen per onderdeel van de inburgering

3.2.1

De warme overdracht vindt meestal niet meer plaats In de eerste tijd na de inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet organiseerde de SDD de warme overdracht met het COA. Dit vond plaats op het moment dat de inburgeraar werd gekoppeld aan de gemeente. Het duurde dan vaak nog een jaar of twee voordat de inburgeraar ook daadwerkelijk in de gemeente kwam wonen en kon gaan beginnen met het inburgeringstraject. Tegen die tijd was veel informatie al achterhaald. Ook merkte de SDD dat inburgeraars tijdens het gesprek erg op huisvesting waren gericht, waardoor de consulent niet voldoende toekwam aan de onderwerpen met betrekking tot de inburgering. De samenwerking met het COA verliep soms ook moeizaam. De SDD heeft er daarom bewust voor gekozen om de warme overdracht met het COA in principe niet meer te laten plaatsvinden. Soms is er nog een warme overdracht, als de inburgeraar op een COA-locatie woont die daar zelf het initiatief in neemt.

15

In de gemeente Sliedrecht wordt de warme overdracht nog wel georganiseerd. In de gemeente Zwijndrecht heeft VluchtelingenWerk dit een tijdje opgepakt. De maatschappelijk begeleiders herkennen dat de medewerking vanuit het COA erg verschilt tussen locaties. Zij missen de warme overdracht desondanks toch. Voor hen was dit een nuttig moment om een eerste indruk te krijgen van de behoeften en eigenschappen van de inburgeraar. Zo konden zij vooraf aan de start van de maatschappelijke begeleiding op zoek naar een passende begeleider. Met de komst van het asielzoekerscentrum (azc) in Dordrecht is de SDD overigens van plan om de warme overdracht weer te organiseren voor inburgeraars die aan de regio Drechtsteden worden gekoppeld. 3.2.2

Inburgeraars weten dankzij de Brede intake goed wat zij gaan doen tijdens het inburgeren, maar het duurt vaak lang voordat het PIP is opgesteld Nadat de inburgeraar in de regio is komen wonen, start de Brede intake. De Brede intake bestaat uit een startgesprek met de inburgeraar, de consulent en de maatschappelijk begeleider, het regionale en het lokale welkomstprogramma, de leerbaarheidstoets en het opstellen van het PIP.7 Tijdens het startgesprek leren de consulent en de maatschappelijk begeleider de inburgeraar kennen en vragen zij naar diens achtergrond, ervaringen en vaardigheden. De inburgeraar krijgt hierbij te horen hoe de inburgering eruitziet. In principe sluit de maatschappelijk begeleider ook aan bij het gesprek. Dit helpt om het inburgeringstraject goed te laten starten en duidelijk te maken waarvoor de maatschappelijk begeleider is en waarvoor de consulent. Vanwege een tekort aan middelen en mensen bij VluchtelingenWerk in een aantal gemeenten lukt het niet altijd om de maatschappelijk begeleider aan te laten sluiten. De consulenten van de SDD vertellen dat dit wel wenselijk is omdat zij merken dat inburgeraars vaker bij hen met vragen komen (die passender zijn voor de maatschappelijk begeleider) wanneer de maatschappelijk begeleider niet bij het startgesprek aanwezig was.

Vervolgens starten er twee welkomstprogramma’s; één welkomstprogramma is regionaal en vindt plaats in Dordrecht. Dit wordt georganiseerd door de SDD, in de taal van de inburgeraar. Deelnemers leren over de Nederlandse maatschappij, bijvoorbeeld over wonen, zorg en onderwijs. De leerbaarheidstoets is hier ook onderdeel van. Het lokale welkomstprogramma vindt daarnaast plaats in de gemeente van de inburgeraar en wordt door de organisatie van de maatschappelijke begeleiding georganiseerd. Hier leren ze de eigen gemeente beter kennen. In alle focusgroepen werd vol enthousiasme teruggeblikt op het welkomstprogramma. Statushouders geven aan veel informatie te krijgen over Nederland, de geschiedenis, de cultuur, de mensen, maar ook over de inburgering en de leerbaarheidstoets. Het is fijn dat dit programma in de eigen taal wordt gegeven, zodat ze alle informatie goed begrijpen. Het geeft ook informatie over de verschillende dorpen in de Drechtsteden en alle nuttige plaatsen. De locatiebezoeken aan bijvoorbeeld de politie, de bibliotheek en het ziekenhuis worden als nuttig ervaren. De statushouders geven aan dat ze voorafgaand aan het welkomstprogramma nog niet wisten hoe de inburgering eruit zou zien, maar dat dit na het programma wel zo was. Gezinsmigranten volgen het welkomstprogramma niet, met uitzondering van de leerbaarheidstoets.

“De locatiebezoeken zijn heel handig. Je gaat naar de politie, het ziekenhuis en alle belangrijke dingen in de gemeente.” - Deelnemer focusgroep B1-route

7 Sociale Dienst Drechtsteden (z.d.). Van statushouder naar Drechtsteden burger!

16

Als de consulenten de resultaten van de leerbaarheidstoets hebben ontvangen, plannen zij een gesprek in met de inburgeraar. Tijdens dit gesprek krijgt de inburgeraar uitleg over het PIP. De consulent vertelt welke route zij gaan volgen, waarom en welke rechten en plichten daarbij horen. De informatie over rechten en plichten blijven zij ook tijdens latere gesprekken herhalen, vertellen consulenten, want niet alle informatie blijft tijdens het PIP-gesprek hangen bij de inburgeraars. De meeste inburgeraars zien het PIPgesprek vooral als een moment waarop zij een contract moeten tekenen. Het is hen niet altijd helemaal duidelijk waar zij precies voor tekenen, omdat het PIP in het Nederlands is. Zij geven aan dat het voor hen fijn zou zijn als het PIP ook in de eigen taal beschikbaar is of ze dit van tevoren zouden krijgen zodat ze dit rustig zelf kunnen doornemen. De gezinsmigranten en inburgeraars in de B1-route en onderwijsroute, die we spraken, wisten wat het PIP is. De inburgeraars in de Z-route herkenden de term niet allemaal. De meeste inburgeraars in alle routes hebben wel een duidelijk beeld van waaraan ze moeten voldoen om de inburgering af te kunnen ronden, blijkt uit de focusgroepen. Het lukt de consulenten steeds beter om goed in te schatten welke route het meest passend is.

In eerste instantie volgden zij de landelijke lijn, waarbij er werd gestreefd naar een zo hoog mogelijk taalniveau. Het uitgangspunt was ‘

, tenzi …’. Dit leidde tot veel routewisselingen van de

- naar de Z-route (zie

paragraaf 3.2.6). Tegenwoordig wordt de leerroute realistischer ingeschat en wordt minder gewisseld, zeggen de SDD en de taalaanbieders. De SDD heeft meer kennis en ervaring opgedaan, waardoor dit beter lukt. Consulenten nemen daarbij de ruimte om af te wijken van de resultaten van de leerbaarheidstoets, als ze vinden dat die niet aansluiten bij het niveau of het gedrag van de inburgeraar tijdens het gesprek. In hoeverre de inburgeraar het gevoel heeft dat er naar hem of haar wordt geluisterd bij het opstellen van het PIP, verschilt.

“Ik wilde naar de Z-route. Ik heb veel stress en daarom kan ik mij niet goed concentreren. Ik denk dat ik in de Z-route ook zou kunnen werken. Nu lukt dat niet, want het niveau van de lessen is hoog.” - Deelnemer focusgroep B1-route

“Ik wist dat je de onderwijsroute alleen moet volgen om na het inburgeren een opleiding te gaan volgen. Wil je alleen maar de taal leren? Dan ga je naar de B1-route. Er werd goed geluisterd naar wat ik zelf wilde.” - Deelnemer focusgroep onderwijsroute

Figuur 10 laat zien dat een deel van de inburgeraars in maart ’26 nog geen PIP had terwijl zij langer dan tien weken gehuisvest zijn.8 Uit de data is niet op te maken hoeveel inburgeraars al wel een PIP hebben, omdat er onder ‘lopende inburgeringsdossiers’ ook inburgeraars vallen zonder I wiens dossier een looptijd heeft van korter dan tien weken. Inburgeraars vinden de wachttijden lang. De verschillen tussen inburgeraars zijn groot, maar wachttijden kunnen oplopen tot een halfjaar, blijkt uit de focusgroepen. Veel inburgeraars kloppen in de tussentijd bij de maatschappelijke begeleiding aan met vragen over wanneer zij kunnen beginnen met de les. Van gezinsmigranten horen we dat zij na het maken van de leerbaarheidstoets lang moesten wachten tot zij iets van de SDD vernamen en die tussentijd moeilijk contact konden krijgen met hun consulent. De SDD vertelt hierover dat de wachttijden enerzijds te maken hebben met de formatie en anderzijds met verlengingen. Het aantal dossiers met gezinsmigranten is hoger dan wat de consulenten kunnen 8 In de bijlage staat het aantal klanten zonder PIP per gemeente vermeld.

17

verwerken. De caseload van de consulenten die de gezinsmigranten begeleiden ligt erg hoog. Daardoor lukt het soms niet om het PIP op tijd vast te stellen. De SDD geeft aan hier meer fte’s voor nodig te hebben. Daarnaast vertelt de SDD dat er eerder een inhaalslag is gemaakt in het vaststellen van de PIP’s onder asielmigranten. Sinds kort beginnen er echter verlengingen te komen. Dit kost de consulenten extra tijd in de begeleiding, waardoor zij minder tijd hebben om nieuwe dossiers op te pakken. Als inburgeraars lang moeten wachten totdat zij bij een taalschool terecht kunnen, voert de SDD het PIP soms nog niet in de systemen in, hoewel het wel al is vastgelegd met de inburgeraar. Dit om te voorkomen dat de inburgeringstermijn al begint te lopen, terwijl de inburgeraar niet verder kan met het traject. Deze inburgeraars zijn niet in de figuur weergegeven als klanten zonder PIP. 1400

1200 1000 800 600 400 200

1272 606

234

0 Lopende inburgeringsdossiers Asielmigranten

55

Klanten zonder PIP Gezinsmigranten

Figuur 10. Klanten van de SDD zonder PIP en het aantal lopende inburgeringsdossiers per type migrant. nder ‘klanten zonder I ’ vallen de inburgeraars met een dossier van ouder dan tien weken, van wie het PIP nog niet is vastgesteld (peildatum maart ‘26; bron: SDD) 3.2.3

De regie en begeleidingsrol van consulenten is de afgelopen jaar doorontwikkeld; verbeterpunt blijft uniformiteit en aandacht voor de gezinsmigranten De consulenten zijn gekoppeld per gemeente en hebben een caseload van 80 inburgeraars, zoals beschreven in hoofdstuk 2. Twee consulenten richten zich op gezinsmigranten. Zij hebben een hogere caseload, in principe 200 inburgeraars, aangezien de begeleiding minder intensief is. De SDD wil deze caseload terugbrengen naar 150 gezinsmigranten, omdat het op het moment niet lukt om vragen snel genoeg te beantwoorden en het PIP bijtijds op te stellen. De rest van de consulenten richt zich op asielmigranten, waarvan twee consulenten alleen jongeren in de caseload hebben. Veel consulenten hebben een culturele achtergrond en sommige zijn ex-inburgeraar. Dit maakt dat zij zich makkelijk kunnen inleven en verplaatsen in de doelgroep. Uit de focusgroepen met inburgeraars komt naar voren dat er regelmatig gewisseld wordt van contactpersoon (consulent) en dat de reden hiervoor niet altijd duidelijk is. In de interviews met consulenten wordt dit beeld bevestigd en schetsen zij hiervoor de volgende verklaringen. Ten eerste lag de caseload tot voor kort een stuk hoger en was er veel verloop onder consulenten. De SDD heeft meer consulenten aangenomen, daardoor is nu meer stabiliteit en een lagere caseload.

Deze wijzigingen hebben ervoor gezorgd dat er veel verschoven is in de caseload en daardoor veel wisselingen in contactpersonen plaatsvonden. De consulenten geven aan dat het wisselen van contactpersonen nu een stuk minder voorkomt. De consulenten geven allemaal aan dat de huidige lagere caseload wenselijk is, gezien zij dankzij de lagere caseload intensievere begeleiding kunnen bieden.

18

Daarnaast is de regie en begeleidingsrol van consulenten de afgelopen jaren doorontwikkeld. De regierol bestaat uit alles monitoren wat afgesproken is in het PIP. Naast een verlaging van de caseload voor de begeleiding heeft de SDD nu betere systemen en processen waardoor consulenten makkelijker overzicht hebben op de voortgang van de inburgeraar. Het invullen van de regierol wordt op deze manier beter gefaciliteerd voor consultenten in vergelijking met de beginperiode. Consulenten hebben nu beter zicht op welke onderdelen van de inburgering de inburgeraar heeft afgerond of juist nog moet volgen. Dit maakt hun werk makkelijker en is prettiger voor de inburgeraars. Naast de consulenten, zijn administratief medewerkers van de SDD verantwoordelijk voor het aanmelden van de inburgeraar voor de verschillende onderdelen. De consulent kan hier niet op sturen, maar monitort wel de voortgang. Uit de interviews met de aanbieders en de ervaringen van statushouders blijkt dat de afstemming van de verschillende onderdelen van de inburgering nog niet altijd optimaal verloopt. De planning lijkt hierdoor niet haalbaar. Een van de statushouders uit de Z-route vertelt: ‘Ik moet naar de MAP, maar deze is tegelijk met mijn taalles, hoe weet ik nu wat belangrijker is?’. Het beeld vanuit de inburgeraars toont een groot verschil tussen hoe de consulenten hun werk vormgeven.

Het verschil in intensiteit tussen gezins- en asielmigranten is te verklaren, maar ook in de begeleiding van asielmigranten lijkt uniformiteit te ontbreken. Sommige asielmigranten geven aan hun contactpersoon maandelijks te zien, anderen zien hun contactpersoon nooit. Ook zijn de ervaringen wisselend: de ene inburgeraar is heel tevreden, en de ander helemaal niet. Het verschil lijkt vooral te zitten in hoe de consulent naar de inburgeraar luistert en in hoeverre hij of zij meegaat met zijn of haar wensen. Consulenten geven hierover aan dat zij het van belang vinden om betrokken te zijn bij de inburgeraar en hun begeleiding (bijvoorbeeld de frequentie van contact) aan te passen aan de behoeften van de klant. Het contact tussen de consulenten en inburgeraars vindt niet alleen plaats tijdens de formele voortgangsgesprekken, maar juist vaak via informele contacten via de telefoon, mail of Whatsapp. In hoeverre de consulent ook begeleiding richting werk biedt verschilt ook per consulent. Zo geeft een inburgeraar uit de B1-route aan dat de consulent alleen aangeeft ‘ i moet werken’, maar dat de consulent niet helpt bij het vinden van werk of aangeeft waar de statushouder kan zoeken. Als je werk hebt gevonden kan je wel bij de consulent navragen of het goed werk is, vertelt de statushouder.

Deze statushouder geeft verder aan dat het helpend zou zijn als zijn contactpersoon kan helpen bij het zoeken van werk. In de focusgroepen geven statushouders aan dat als zij zelf om werk vragen bij een werkgever het antwoord snel ‘nee’ is, omdat de inburgeraar nog geen Nederlands spreekt. Als het contact verloopt via de contactpersoon is de kans groter dat de statushouder wordt aangenomen. De werkgever kan dan vertrouwen op het oordeel van de SDD. De aanbeveling of garantie van de SDD helpt voor het vertrouwen van de werkgever en vergroot de kans op een baan voor de statushouders.

“Het is moeilijk om zelf (vrijwilligers)werk te vinden. Het is beter en het gaat makkelijker als de gemeente of contactpersoon helpt om werk te zoeken.” - Deelnemer focusgroep B1-route

De maatschappelijke begeleiders geven in de focusgroep ook het ontbreken van uniformiteit in werkwijze van de consulenten van de SDD aan als knelpunt. Als voorbeeld geven zij aan dat de ene consulent bijvoorbeeld een fiets verstrekt aan een inburgeraar en de andere niet. Een ander voorbeeld is dat sommige consulenten meegaan naar een sollicitatiegesprek met de inburgeraar en andere consulenten dit niet doen. De maatschappelijke begeleiders geven aan dat inburgeraars wel met elkaar praten en dat dit zorgt voor onduidelijkheden en minder vertrouwen in de SDD. De SDD licht hierover toe dat er werkprocessen met werkinstructies zijn opgesteld voor verschillende onderdelen van het

19

inburgeringsproces, maar dat het effect hiervan nog niet altijd in de praktijk zichtbaar is. De consulenten werken sinds april 2025 met de werkprocessen en de ene consulent past zich hier sneller op aan dan de andere. De SDD verwacht dat er dankzij de werkinstructies na verloop van tijd meer uniformiteit in de werkwijze van de consulenten komt. De gezinsmigranten die deelnamen aan de focusgroep (n=12) waren kritisch op de ondersteuning vanuit de SDD. Het contact krijgen met de SDD wordt als lastig ervaren en het opstarten van het inburgeringstraject duurt lang. De uitnodiging voor het eerste gesprek komt pas laat. Voor sommige deelnemers was dit pas na zeven maanden of zelfs na twee jaar. De gezinsmigrant eerder uitnodigen voor een gesprek wordt als concreet verbeterpunt genoemd. Daarnaast geven de gezinsmigranten aan twee keer per jaar twintig minuten een contactmoment met de consulent te hebben en niet bij hen terecht te kunnen met extra vragen. De gezinsmigranten geven aan dat dit te weinig is omdat zij veel vragen hebben en daardoor behoefte hebben aan meer contactmomenten. Een vragenuur zou hiervoor ook een mogelijke oplossing zijn. De SDD vertelt dat de caseload voor gezinsmigranten inderdaad te hoog ligt en dat eraan wordt gewerkt om deze caseload naar beneden te krijgen, maar dat daar ook middelen voor nodig zijn.

Een lagere caseload zou de consulenten helpen om meer beschikbaar te zijn. Ook de gezinsmigranten geven aan vaak een wisseling te hebben in contactpersonen. Tot slot geeft een gezinsmigrant aan dat er bij haar eerste gesprek geen tolk aanwezig was, hierdoor kon zij moeilijk begrijpen wat de consulent haar allemaal uitlegde. De gesproken gezinsmigranten volgden allemaal taalles bij Het Werkwoord, hier kunnen zij wel terecht met al hun vragen en krijgen zij de extra hulp die zij nodig hebben. Vanuit de SDD wordt aangegeven dat er ook gezinsmigranten zijn die helemaal geen behoefte hebben aan ondersteuning vanuit de SDD. Zij vinden de halfjaarlijkse afspraak al vervelend. 3.2.4

Financieel ontzorgen wordt uitgevoerd door consulent bestaanszekerheid; ervaringen van statushouders zijn wisselend en lijkt foutgevoelig Het uitvoeren van financieel ontzorgen, andere inkomenstaken en schulden liggen niet (meer) bij de consulent inburgering, maar bij de consulent bestaanszekerheid van de afdeling schuldhulpverlening. De consulenten inburgering geven aan dat het fijn is dat deze taken niet meer bij hen liggen. Dit zorgt voor meer rust in het werk. Deze overgang is op dit moment nog wel in transitie, dus consulenten zijn aan het leren om bepaalde vragen door te zetten naar de collega’s van bestaanszekerheid. We horen van de SDD dat consulenten dit soms lastig vinden. Als het een kleine taak is, hebben zij de neiging om die toch zelf op te lossen. De SDD probeert erop te sturen dat de consulenten deze vragen toch doorzetten omdat alle kleine vragen in totaal veel tijd kosten die ten koste gaan van andere werkzaamheden. De benadering van financieel ontzorgen binnen de SDD is gericht op mensen die niet om kunnen gaan met geld en richt zich op het wantrouwen van de financiële zelfredzaamheid van statushouders. Dit komt omdat financieel ontzorgen is ondergebracht bij de afdeling schuldhulpverlening. Deze benadering is niet voor iedereen passend. De maatschappelijke begeleiders geven aan dat cliënten zich afhankelijk voelen van de SDD door het financieel ontzorgen.

De maatschappelijke begeleiders geven ook aan dat er veel fouten gemaakt worden in het financieel ontzorgen, een aantal statushouders bevestigt dit. Zo geven zij aan dat het regelmatig gebeurt dat leefgeld niet (tijdig) wordt overgemaakt. De statushouders gaan dan vaak geld via een andere weg lenen, omdat zij denken dat de SDD geen fouten maakt. Hierdoor belanden zij vaak juist in de schulden en werkt het financieel ontzorgen averechts. We ontvingen geen signalen dat dit sinds de overdracht van het financieel ontzorgen naar de consulent bestaanszekerheid beter verloopt. Vanuit de maatschappelijke begeleiding is aandacht voor het financieel zelfredzaam maken van de

20

statushouders, bijvoorbeeld via de Eurowijzer training. De samenwerking tussen de maatschappelijke begeleiding en de uitvoering van het financieel ontzorgen lijkt niet optimaal te zijn. De ervaringen van statushouders met financieel ontzorgen zijn ook wisselend. De ene statushouder geeft aan het fijn te vinden om niet na te hoeven denken over alle financiën en het juist handig te vinden dat alle vaste lasten al zijn betaald. Andere statushouders vinden het overdreven en geven aan volwassen mensen te zijn die prima begrijpen wanneer en hoe ze een factuur moeten betalen. Ook hier geven statushouders aan dat de uitbetaling van het leefgeld vaak te laat is en het misgaat als er iets verandert. Bijvoorbeeld bij een nieuw contract van een energiemaatschappij. 3.2.5

Maatschappelijke begeleiding speelt een cruciale rol in de inburgering; in sommige gemeenten een tekort aan vrijwilligers De maatschappelijke begeleiding duurt twaalf tot vijftien maanden, afhankelijk van de gemeente. Het voordeel van vijftien maanden maatschappelijke begeleiding is dat een aantal dingen met een jaarlijkse ‘cyclus’ twee keer voorbijkomen, zoals het kiezen van een zorgverzekering. Na de maatschappelijke begeleiding kunnen inburgeraars ook nog bij VluchtelingenWerk terecht via het spreekuur. Verder worden inburgeraars die na afloop nog meer ondersteuning nodig hebben doorverwezen naar de sociale wijkteams. Hoe langer de maatschappelijke begeleiding duurt, hoe meer zelfredzaam inburgeraars worden in deze termijn. Er zijn individuele verschillen in wat de maatschappelijke begeleiders precies oppakken en hoeveel mentale ruimte de statushouder heeft om dingen op te slaan. In gemeente Dordrecht is de duur van de maatschappelijke begeleiding afhankelijk van de inburgeraar. Hoogopgeleide statushouders, nareizigers en studenten krijgen bijvoorbeeld twaalf maanden maatschappelijke begeleiding en de rest vijftien maanden. De gezinsmigranten ontvangen in alle gemeenten geen maatschappelijke begeleiding. In alle gemeenten waar VluchtelingenWerk de maatschappelijke begeleiding uitvoert, biedt VluchtelingenWerk de Eurowijzer-training aan.

Deze richt zich op het financieel zelfredzaam maken van statushouders. Ook een digitale training voor de Z-route wordt in de hele Drechtsteden aangeboden en een training ouderschapsondersteuning wordt aangeboden aan inburgeraars die daar behoefte aan hebben. In alle gemeenten wordt de maatschappelijke begeleiding uitgevoerd door VluchtelingenWerk, met uitzondering van Sliedrecht. In gemeente Sliedrecht wordt de maatschappelijke begeleiding uitgevoerd door Het Bonkelaarhuis. Vanuit Het Bonkelaarhuis wordt de begeleiding integraal opgepakt en zijn er verschillende collega’s betrokken bi de inburgeraar, bi voorbeeld een maatschappeli k begeleider, een participatiecoach en iemand gespecialiseerd in financiële zelfredzaamheid. De maatschappelijke begeleiding bestaat in de meeste gemeenten uit drie fasen. De maatschappelijke begeleiding start op de regeldag, dit is de dag dat de inburgeraar vanuit het azc naar de woning in de gemeente gaat en het huurcontract tekent. Op deze dag komt de inburgeraar ook op locatie bij VluchtelingenWerk om de papieren te tekenen van de aangevraagde voorziening. Hierna gaat de inburgeraar voor twee weken terug naar het azc en is er tijd om meubels te kopen of te klussen in de woning. Na deze twee weken vindt de echte verhuizing plaats.

Het tweede gedeelte van de maatschappelijke begeleiding vindt de eerste twee tot drie maanden plaats en richt zich vooral op praktische zaken. Er is wekelijks of tweewekelijks contact tussen de maatschappelijk begeleider en de inburgeraar om te kijken of alles goed gaat. Na drie maanden komt de maatschappelijk begeleider ook op huisbezoek bij de inburgeraar. Tijdens dit gesprek wordt ingegaan op vijf tot zes onderwerpen die van belang zijn voor de inburgering. Wat kan iemand zelf al? Waar is hulp bij nodig? En waar willen we tijdens de maatschappelijke begeleiding samen de focus op leggen? De derde fase (van 4 tot 12-15 maanden) richt zich op de integratie van de inburgeraar en wat zij hiervoor nodig hebben. Tijdens deze periode meet

21

VluchtelingenWerk ook via een meetinstrument hoe de voortgang is op de integratie. Het Bonkelaarhuis werkt niet met een meetinstrument, maar blijft wel continu in gesprek over de zelfstandigheid van de inburgeraar op de leefgebieden. Alle maatschappelijke begeleiders geven aan dat het ook heel belangrijk is om een vertrouwensband op te bouwen met de cliënten en cultuursensitief en traumasensitief te werken. Bijna alle inburgeraars geven tijdens de focusgroepen aan dat de maatschappelijke begeleiding een belangrijke rol speelt in de inburgering. Ze leren hier alle belangrijke informatie, bijvoorbeeld over school, verzekeringen, ‘moeili ke’ brieven, problemen met de woning of contracten. Vaak is er ook aandacht vanuit de maatschappelijke begeleiders om het de statushouders zelf te leren doen. De maatschappelijke begeleiders geven aan dat het zoeken is naar de balans tussen: ga je het voor iemand doen of ga je iemand helpen om het zelf te doen? Ook geven zij aan dat het belangrijk is om zichzelf de vraag te stellen: wat kan ik doen om de cliënt sneller zelfstandig te maken?

‘’We hebben alles geleerd door VWN. Ik ben nu bijna klaar en kan het nu alleen gaan doen, ik heb het geleerd.” - Deelnemer focusgroep B1-route

Enkele statushouders geven aan dat er nog meer aandacht naar het leren mag gaan. Statushouders kunnen eigenlijk altijd terecht met hun vragen bij de maatschappelijk begeleiders. Dit maakt dat statushouders vaak ook eerder de vragen aan de maatschappelijk begeleider stellen dan aan de consulent. Zij ervaren het contact met de maatschappelijk begeleiders als laagdrempelig. De maatschappelijke begeleiders bevestigen dit beeld in de focusgroep en geven aan dat inburgeraars ook bij hen komen met vragen als: “Wanneer kan ik starten met school?” En: “ oe zit het met de inburgeringstermijn van drie jaar?” Bij VluchtelingenWerk werken veel oud-inburgeraars. Zij weten hoe het is om inburgeraar te zijn en kunnen daardoor goed aansluiten op de behoefte van de inburgeraars. Dit helpt bij het passend vorm geven van de maatschappelijke begeleiding. Naast de duur van de maatschappelijke begeleiding zien we nog een aantal verschillen in de maatschappelijke begeleiding tussen de gemeenten. Zo biedt gemeente Hardinxveld-Giessendam bijvoorbeeld een empowerment-programma aan voor vrouwen. Dit programma richt zich op het uitbreiden van het netwerk van vrouwen en bestaat uit drie modules.

De eerste module richt zich op digitale vaardigheden voor vrouwen, bijvoorbeeld: wat is een DigiD? En: hoe beantwoord ik mails? De tweede module richt zich op de talenten die de vrouwen hebben en de laatste module richt zich op werknemersvaardigheden. Hierbij is bijvoorbeeld aandacht voor hoe het zoeken van werk in Nederland verloopt, inclusief het cv en sollicitatiegesprekken. Tijdens deze laatste module moeten de vrouwen zichzelf ook presenteren in een pitch. Het netwerk van VluchtelingenWerk is hierbij aanwezig. Veel vrouwen vinden op deze manier een plek voor bijvoorbeeld vrijwilligerswerk bij de aanwezigen. In gemeente Hendrik-Ido-Ambacht heeft VluchtelingenWerk een participatiecoach. Deze participatiecoach neemt taken over rondom participatie die eigenlijk bij de SDD liggen. De participatiecoach gaat bijvoorbeeld met de inburgeraars op pad en organiseerde een netwerkavond. Het Bonkelaarhuis in Sliedrecht richt zich daarnaast specifiek op de empowerment van jongeren en is bezig een project op te zetten waarin jongeren bekend raken met alles wat er in Sliedrecht voor hen te doen is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/836/documents/18997