CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamer Alblasserdam - Doeltreffendheid van preventie in het jeugdhulpbeleid.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 1 februari 2022, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Rekenkamerrapport: onderzoek naar de doeltreffendheid van preventie in het jeugdhulpbeleid van de gemeente Alblasserdam - Raadsvoorstel12.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het inrichten van een centrale toegang zorgt ook voor dilemma’s. De centrale toegang kan zorgen voor een toename in jeugdhulpgebruik. Een betere bereikbaarheid en vindbaarheid kan ertoe leiden dat meer

26 Verantwoordelijk voor schuldhulpverlening, uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) en Werk en Inkomen. 27 Gemeente Alblasserdam (2021). Bestuursopdracht Integrale Toegang Sociaal Domein 28 Gemeente Alblasserdam (2018). Lokaal plan jeugdhulp 2018-2022.

30

inwoners gebruik willen maken van de jeugdzorgvoorzieningen. Aan de ene kant is een goede, inhoudelijk ontwikkelde toegang daarmee extra belangrijk. Aan de andere kant zorgt een toegang die niet voldoende meebeweegt en meewerkt ervoor dat ouders rechtstreeks naar de huisarts gaan, waarmee de gemeente haar sturingsmogelijkheden verliest. In de gesprekken kwam dit dilemma ook naar voren.

Het jongerenwerk in de gemeente wordt uitgevoerd door Jeugd-Punt. De taken die door Jeugd-Punt worden opgepakt in Alblasserdam zijn divers en worden eigenstandig of in samenwerking met het CJG uitgevoerd. Tot de taken behoren onder andere coaching, spreken met hangjeugd, het ondersteunen van kinderen met een beperking of autismespectrumstoornis en het geven van voorlichting aan ouders en jongeren. In de coronacrisis in geïnvesteerd in een uitbreiding van het jongerenwerk. In het begin van de lockdown-periode was er sprake van enige mate van onrust onder jongeren in Alblasserdam. Dit leidde tot een groter aantal hangjongeren. Door te investeren in het jongerenwerk hoopt de gemeente dit een halt toe te roepen en op de goede weg te krijgen. Een structurele formatie-uitbreiding van het jongerenwerk wordt momenteel besproken. Jongerenwerk is het meest effectief als er plannen gemaakt kunnen worden voor de lange termijn, en er sprake is van het opbouwen van een relatie met de jongeren in de buurt. Extra geld, zoals tijdens corona, is nuttig op dat moment maar heeft beperkt effect op de lange termijn. Als het ophoudt kun je weer opnieuw beginnen met een band opbouwen met de doelgroep. De politiek moet dan ook durven om structureel voor meerdere jaren geld vast te leggen. Kinderen die op straat hangen zitten daar niet voor niets, het is moeilijk om vertrouwen op te bouwen.

Door kortlopende projecten, en wisselende jeugdwerkers, verspeel je het vertrouwen dat je nodig hebt om het werk goed uit te kunnen voeren.

De gemeente Alblasserdam beschrijft in haar beleidsdocumenten de belangrijke rol van de samenleving in vroegsignalering. In de praktijk vindt vroegsignalering vooral plaats in het onderwijs, kinderopvang en via het jongerenwerk. Verder zorgt de integrale werkwijze in het sociale domein voor vroegsignalering via andere domeinen, bijvoorbeeld armoede en schulden.

In deze paragraaf zoomen we in op de evaluatie en monitoring vanuit de gemeente zelf. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de monitoring en evaluatie van de activiteiten van samenwerkingspartners.

Door haar omvang heeft de gemeente Alblasserdam een kleine gemeentelijke organisatie. De verantwoordelijkheid voor het sociaal domein in het algemeen en jeugdhulp in het bijzonder is belegd bij een beperkte groep ambtenaren. Dit zorgt ervoor dat er enerzijds sprake is van een grote hoeveelheid kennis en betrokkenheid. Anderzijds zorgt dit ook voor kwetsbaarheid van de organisatie. Vanuit de gesprekken die zijn gevoerd voor dit onderzoek is dit punt ook nadrukkelijk naar voren gebracht als punt

31

van waardering en als punt van zorg. Binnen de ambtelijke organisatie is er sprake van intensieve samenwerking binnen het sociale domein. In de interviews wordt aangegeven dat dit belangrijk is voor het slagen van preventiebeleid. Wij hebben niet kunnen constateren dat dit niet in beleid is geformaliseerd, maar de samenwerking functioneert in praktijk goed. Het is niet duidelijk hoe de samenwerking tussen het sociale en fysieke domein verloopt op het gebied van preventieve jeugdhulp. De gemeente heeft zijn sturing en monitoring op verschillende manieren ingericht. Er is interne beleidsoverleg tussen de verschillende onderdelen op het thema preventie binnen het sociale domein. Daarnaast vindt sturing plaats aan de hand van cijfers, onder andere uit het Dashboard van de SOJ. Dit dashboard wordt wekelijks bekeken. Hierover vinden tevens gesprekken met de wethouder en stichting Jeugdteams plaats en worden er maandelijks rapportages opgesteld over het gemeentelijk jeugdhulpgebruik. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om te sturen op de werkwijze van organisaties en financiën in zogeheten casus-overleggen. Hier is ook aandacht voor specifieke doelgroepen. Op deze manier blijft de gemeente betrokken in de uitvoering. Daarnaast is er een driehoeksoverleg tussen SOJ, STJ en gemeente. Hier wordt sturing geven aan het ingezette beleid op het gebied van jeugdhulp.

De coronacrisis heeft het belang van de casus-overleggen samen met partners benadrukt. Er is geen overkoepelend overleg met alle samenwerkingspartners over de doelen en resultaten in bredere zin. Wel is er maandelijks een overleg over gezinnen met multiproblematiek.

De actuele bestedingen zijn door het SOJ samengebracht in een Dashboard. Hierin staan cijfers over doorverwijzingen en indicaties. Deze data over zorggebruik kunnen gebruikt worden in de analyse over preventie en transformatie. Er wordt door de ambtelijke organisatie wekelijks gekeken naar het dashboard. Deze wordt als compleet en goed ervaren. Op dit moment wordt er gekeken op welke manier de raad meegenomen kan worden in het dashboard, en of dit een bijdrage kan leveren in het geven van sturingsmogelijkheden aan de raad.

Het sportakkoord geeft nieuwe handvatten in het kwantificeren van de effectiviteit van jeugdzorgbeleid. Het programma JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) brengt in de toekomst een gereedschapskist aan toetsbare doelen met zich mee. Aan de hand van zowel preventie- en sportakkoord vindt een breder overleg plaats waarbij wordt gesproken over het monitoren en bijstellen van de doelen uit de akkoorden.

De gemeenteraad van Alblasserdam zit scherp op de jeugdhulp en wil graag kunnen sturen, zo blijkt uit de gesprekken die wij hebben gevoerd. Om de raad in deze positie te brengen wordt de raad vanuit de ambtelijke organisatie en de bestuurder meegenomen in de aanpak en werkwijze in de Jeugdhulp. Onder andere via raadsinformatiebrieven en werkbezoeken. Het doel is uitleg te geven en de raad te betrekken bij het jeugdzorgbeleid. De ambtelijke organisatie steekt hier tijd en moeite in. In de gesprekken is de behoefte naar voren gekomen om met de gemeenteraad niet alleen over sturing en geld te spreken, maar vooral ook over inhoudelijke dilemma's en vraagstukken.

32

De inspanningen en behoefte van de gemeenteraad zelf hebben wij in dit onderzoek niet uitgebreid gedocumenteerd. In de analyse van de documenten is zichtbaar geworden dat dit thema wel leeft voor de raad. De raad is daarnaast actief in het controleren van de samenwerkingsorganisatie SOJ. Zij dient hier zienswijzen voor in. De raad is op dit moment minder betrokken bij de inhoudelijke monitoring en evaluatie van de jeugdzorg. Er is, naar inschatting van onze gesprekspartners, wel een behoefte aan cijfers en meetbare resultaten bij de raad, vooral over financiën.

Dilemma: effectiviteit. Alle gesprekspartners hebben aangegeven dat het ongelooflijk moeilijk is om de effectiviteit van jeugdhulppreventie meetbaar te maken. Niet alleen doordat de gevallen waar preventie gewerkt heeft niet terechtkomen in de cijfers, maar ook omdat de jeugdzorg een groeiend domein is. Een gemeenteraad heeft echter wel behoefte aan concrete verantwoording en toetsbare doelen en resultaten. Dit spanningsveld leidt er in veel gevallen toe dat een gemeenteraad gaat sturen op de concrete cijfers die zij wel hebben: financiën.

Een van de manieren om het doelbereik van preventiebeleid te toetsen is aan de hand van kwantitatieve indicatoren. Onder andere financiën, wachtlijsten en instroom kunnen gebruikt worden. Het algehele beeld dat voorkomt uit de totale kosten voor de jeugdhulp laten geen duidelijke daling zien in de kosten. van 2018 op 2019 was er zelfs sprake van een stijging van 46%.

Figuur 1. Kosten regionale jeugdhulp, gemeente Alblasserdam 5000000 4000000 3000000 2000000 1000000 0 2017

2018

2019

2020

De resultaten van het Plan van Aanpak zijn vast agendapunt in het driehoeksoverleg tussen gemeente, STJ en SOJ. Vooral de instroom en wachtlijsten zijn hierbij een belangrijke indicator. Als we kijken naar de instroom in tabel 2 zien we dat de gemeente Alblasserdam over het algemeen rond de gemiddelde wachttijd zit. In 2019 was er sprake van krapte in het personeelsbestand van SJT waardoor de wachtlijsten snel opliepen.

33

Tabel 1. Wachttijd en wachtlijsten STJ Alblasserdam

Datum

Wachttijd

Wachttijd (Regionaal)

(Alblasserdam)

Jeugdigen op de wachtlijst

2019 30 april

63 dagen

48 dagen

28 cliënten

31 augustus

113 dagen

54 dagen

4 cliënten

31 december

28 dagen

54 dagen

5 cliënten

30 april

54 dagen

73 dagen

25 cliënten

31 augustus

61 dagen

58 dagen

19 cliënten

31 december

44 dagen

42 dagen

24 cliënten

50 dagen

39 dagen

18 cliënten

2020

2021 30 april

Een andere indicator die SJT driemaal per jaar rapporteert is de gemiddelde doorlooptijd per type traject. Tabel 2 geeft een overzicht van de gemiddelde doorlooptijd van een traject bij SJT gemeten op 30 april van respectievelijk 2019, 2020 en 2021. De gemeente Alblasserdam blijkt in de toegang een gemiddelde doorlooptijd te hebben, vergeleken met de rest van de regio. In de jeugd- en gezinshulp is de doorlooptijd structureel langer dan in de regio. Tabel 2. Doorlooptijd van jeugdhulp door SJT

Gemiddelde doorlooptijd in dagen 2019

2020

2021

Alblasserdam

Regio

Alblasserdam

Regio

Alblasserdam

Regio

Toeleiding

41

72

225

95

76

76

Toegang

41

35

5

32

64

64

Jeugd- en gezinshulp

605

354

490

394

341

309

Gezinsregisseur

444

420

455

428

536

669

34

De bovenstaande data wordt aangeleverd door SJT. Er zijn echter geen afspraken gemaakt over doelen of kritische waarden van deze cijfers. Dat maakt het lastig om de cijfers te interpreteren. De gemeente heeft in haar Implementatieplan Jeugd29 indicaties benoemd waarop de zorg bijna naar 0 kan worden teruggedrongen. Door de concrete typen zorg te benoemen, waarop de instroom zou moeten dalen, is het mogelijk om te controleren of dit ook gebeurt. In de onderstaande grafiek is het verbruik van deze typen jeugdzorg weergegeven. Daarbij moet worden opgemerkt dat de indicatie JH2-A voor ambulante specialistische jeugdhulp niet meer wordt afgegeven. Deze vorm van zorg is ondergebracht in andere indicatoren. Hier valt dus geen conclusie op te trekken. De indicaties voor (gespecialiseerde) begeleiding zijn echter gelijk gebleven of toegenomen in de afgelopen jaren. Figuur 2. Aantal cliënten die gebruik maken van H153, H300 en JH2-A

Gemeente en partners geven aan het gevoel te hebben dat de preventiewerkzaamheden echt zorgen voor een beter leefklimaat in Alblasserdam. Zowel bij de samenwerkingspartners, als bij de gemeente, heerst het gevoel dat zij het juiste aan het doen zijn. Daarnaast lijkt het bereik van de activiteiten groot, ook doelgroepen die moeilijker te bereiken zijn worden via andere wegen alsnog bereikt. Het ABC-team zet bijvoorbeeld naast sportcoaches ook natuur- en cultuurcoaches in. Vooral in Alblasserdam zijn de natuur- en cultuurcoaches belangrijk omdat het moeilijk is om sport in te zetten in scholen met een bepaalde levensovertuiging. Door de inzet van natuur- en cultuurcoaches wordt alsnog gezorgd dat er 100% bereik is binnen de scholen. In de gesprekken blijkt veel waardering te bestaan voor de wederzijdse inspanning en het doelbereik. In het volgende hoofdstuk gaan we daar nader op in, maar één van de elementen die hieruit naar voren komt is dat de dienstverlening in de meeste gevallen wordt gecontinueerd of uitgebreid. Er heerst bij de betrokkenen rondom de jeugdhulp vanuit gemeente en maatschappelijk veld dat op de sterke samenleving en de hechte gemeenschapszin die Alblasserdam van nature heeft een doelgericht netwerk van inzet is ingericht om preventieve jeugdhulp vorm te geven.

29 Gemeente Alblasserdam (2020). Implementatieplan Jeugd.

35

Om goed preventief jeugdhulpbeleid te kunnen voeren werkt de gemeente samen met allerlei organisaties. Hoe deze samenwerking is geregeld en hoe deze functioneert wordt in dit hoofdstuk besproken. Bij het beoordelen van de samenwerking is er gelet op de onderstaande elementen.

Randvoorwaarden Eindverantwoordelijkheid en coördinatie

Afspraken over eindverantwoordelijkheid en regie. Duidelijke coördinatie die zowel jeugdhulp, onderwijs en andere systemen/ partners coördineert.

Kwaliteit van diagnostiek

Moet leiden naar een gezamenlijke probleemanalyse en gedeelde visie op doelen en aanpak.

Concrete afspraken

Concrete afspraken over de werkwijze, werkprocessen en taakverdeling. Informatie-uitwisseling moet goed geregeld zijn.

Zorg zonder gaten

Hulpverlening die op elkaar aansluit en met minimale wachttijden tussen de verschillende vormen van zorg.

Evalueren en monitoren

Systematisch evalueren en monitoren van geboden hulp en dit terug te koppelen aan de organisaties en eventueel met cliënten zelf, ter verbetering van de jeugdhulp.

Gedeeld begrippenkader

Hanteren van dezelfde begrippen en definities.

Met deze randvoorwaarden in het achterhoofd zijn er een tweetal gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van partners die de gemeente helpen bij het uitvoeren van het preventieve jeugdhulpbeleid in Alblasserdam. Op basis van deze gesprekken is een beeld te schetsen van deze samenwerking en welke zaken er beter kunnen. Het is niet mogelijk om een echte beoordeling te maken van de samenwerking tussen Alblasserdam en haar partners in zijn algemeen. Dit onderzoek is daarvoor niet toereikend en de door de onderzoekers ingezette middelen (twee groepsgesprekken) uitvoerig genoeg om een zorgvuldig oordeel te vellen. We zijn daarom op grond van de randvoorwaarden met name op zoek gegaan naar handvatten voor raad, college en organisatie om samenwerking te bestendigen en te versterken.

36

De volgende deelvragen worden in dit hoofdstuk daarmee behandeld.

De samenwerkingspartners van de gemeente Alblasserdam zijn over het algemeen positief over het functioneren van de samenwerking.

Uit de gesprekken blijkt dat er een groot gevoel van partnerschap en gezamenlijkheid wordt ervaren. Samenwerkingspartners worden betrokken bij het opstellen van nieuw beleid, en bij evaluatie van bestaand beleid, dit zorgt ervoor dat de preventie en transformatiedoelstellingen van de gemeente ook worden gedeeld door de organisatie. Projecten zoals TalentLab dragen hieraan bij. Door gezamenlijk projecten op te zetten gaan organisaties elkaar ook in andere casussen vaker opzoeken. Niet altijd is er tijd om overal betrokken bij te zijn. Maatschappelijke partners prioriteren hun bijdrage aan verzoeken van de gemeente ook op basis van nut en noodzaak. In de verschillende gesprekken is naast het gevoel van gezamenlijkheid ook wel de lappendeken van organisaties en betrokkenen naar voren gebracht. Dit wordt als een kracht en een valkuil gezien, omdat veel afhankelijk is van relaties en afstemming om optimaal tot zijn recht te komen.

De samenwerkingspartners hebben verantwoordelijkheid over de uitvoering van beleid. Er wordt door de gemeente gestuurd via regelmatige gesprekken (op contractpartnerniveau en soms op casusniveau), maar organisaties zijn zelf eindverantwoordelijk voor hun deel van de uitvoering van afspraken. Bijvoorbeeld in het geval van thuisblijvers en 5b-kinderen30 is er tijdens de coronacrisis een structureel casusoverleg ontstaan waarin de gemeente zicht houdt op de ontwikkelingen en kan sturen. Hierbij heeft de gemeente, zoals naar voren komt in de gesprekken, de verantwoordelijkheden wel intact gelaten, maar tegelijk een extra betrokkenheid getoond.

30 5B-kinderen is een term die wordt gebruikt voor kinderen waarvan de ouders hebben besloten dat er geen onderwijs in de regio aanwezig is

dat voldoet aan de eigen levensbeschouwing. Formeel heet dit richtingsbezwaren en het verwijst naar het wetsartikel waarin dit vermeld staat.

37

Uiteindelijk is de gemeente integraal verantwoordelijk voor de uitvoering van beleid. In de gesprekken komt naar voren dat het voor maatschappelijk partners minder gemakkelijk is waar te nemen op welke wijze de gemeente die integrale rol vorm geeft. Er is interesse om daarover ook het gesprek te voeren en kennis te nemen van de informatiepositie die de gemeente hierop heeft.

Er is deels sprake van een gedeelde visie op doelen en aanpak in het preventieve jeugdhulpveld. Echter, uit de gesprekken blijkt dat een sterkere onderlinge samenwerking tussen partners gewenst is. Er is in de coronaperiode een kwetsbare doelgroepen overleg opgezet. Dit heeft inzicht gegeven in de problematiek en werd als prettig ervaren. Het veld is breed en verdeeld in verschillende groepen en organisaties. Dat vergt afstemming en uitwisseling. De gezamenlijke toegang wordt gezien als belangrijke stap om dit te verbeteren. Er zijn beperkt afspraken over het afstemmen en gelijktrekken van werkprocessen. Dat is niet het niveau van samenwerking waarop de gemeente stuurt. Er wordt veel verantwoordelijkheid in de uitvoering aan partners gelaten, met de gemeente als controlerende partij. Het risico hiervan is dat er eilanden ontstaan waarbij iedereen verantwoordelijk is voor het eigen deel. De gemeente kan haar regisserende rol hierin verstevigen door de bilaterale sturing richting partners aan te vullen met periodieke domeinbrede informatie- en kennisuitwisseling.

Er is beperkt zicht of er zorg zonder gaten wordt geleverd. Organisaties weten niet altijd van elkaar waar ze aan werken, een aantal van de organisaties is vooral gericht op de eigen opdracht. Daarbij is het in de preventieve jeugdhulp moeilijk om te toetsen of er gaten vallen in de activiteiten. De organisaties die in de gesprekken aan tafel zaten, zijn overtuigd dat alle kinderen in Alblasserdam in aanraking komen met één of meerdere activiteiten of organisaties met een preventief doel. Zo is in het onderwijs en de kinderopvang het schoolmaatschappelijk werk aanwezig in de school. Hier worden bijvoorbeeld Rots- en watertrainingen gegeven. In Alblasserdam gebeurt dit vrij algemeen, aan grote groepen kinderen. Dit is een wens vanuit de scholen. Dit betekent wel dat prioritering in taken moet plaatsvinden, daarover wordt overleg gevoerd. Er zijn ook gesprekken gaande om volledige ondersteuning te bieden in de kinderopvang. Hier kan (nog meer) vroegtijdig preventieve jeugdhulp worden toegepast is de gedachte en zo wordt vroegsignalering versterkt. Bovendien zijn er directe contacten met het CJG. Dit is één van de voorbeelden van de voortdurende zoektocht van maatschappelijk partners om de aansluiting op de doelgroep met elkaar nog beter te vinden en zorg zonder gaten te leveren.

Sportverenigingen kunnen, zo blijkt uit de gesprekken nog meer hun bijdrage leveren aan vroegsignalering. Vanuit preventie en gezondheid zit men nu meer aan tafel met deze partners. Echter, veelal verloopt verwijzing naar jeugdhulp via het onderwijs. Afstemming, bijvoorbeeld rondom armoede en meedoe-regelingen kan de rol van sportverenigingen in afstemming met een centrale toegang wellicht versterken in hun signalerende werking.

Evaluatie en monitoring van de samenwerking gebeurt in de eerste plaats door maatschappelijke organisaties zelf. Zij scheppen aan de hand van rapportages een beeld van de samenwerking richting de gemeente en leveren zo hun verantwoording aan. Daarnaast voert de gemeente periodiek gesprekken over de inzet en de realisatie van gestelde doelen en is er drie jaar geleden een

38

samenwerkingsonderzoek afgerond. Deze evaluatie en monitoring vindt voornamelijk bilateraal plaats tussen de gemeente en de maatschappelijke organisatie, aan de hand van de subsidie-afspraak. Eén van de voorstellen vanuit de gesprekken is om deze evaluatie en monitoring zorgvuldiger vorm te geven, maar dan ook te investeren in meer langjarige en duurzame relaties en afspraken. Er is een wens vanuit de organisaties om met elkaar meer na te denken over goede indicatoren voor doelstellingen. Er is nu nog sprake van een te fragmentarisch beeld. Enige uniformiteit in de evaluatie en monitoring kan een grote meerwaarde hebben, ook voor de gemeenteraad, zo is de gedachte.

De gemeente Alblasserdam verstrekt voornamelijk subsidie aan haar samenwerkingspartners. In de gesprekken hebben we enkele voorbeelden uitgewerkt om dit inzichtelijk te maken.

MEE Vivenz/De Sociale Basis (schoolmaatschappelijk werk) heeft een subsidierelatie met de gemeente. Op het moment bestaat de relatie uit een reguliere subsidie en een subsidie voor 2 jaar om als koplopersgemeente in de clientondersteuning op te treden. Stichting Jeugdteams wordt nu nog gefinancierd door de SOJ. Nu er wordt toegewerkt naar de gemeenschappelijke toegang zal er vooral lokaal gecontracteerd worden. Daarnaast is er momenteel al een kleiner deel, met specifieke taken, lokaal bekostigd doormiddel van subsidie. Ook de praktijkondersteuner bij de huisartsen wordt bekostigd via de SJT. Jeugd-Punt ontvangt subsidie voor haar activiteiten. Daarnaast is er afgelopen coronajaar een extra inzet geweest van een jongerenwerker aangetrokken door de gemeente. De financiering van deze extra inzet verliep ook via Jeugd-Punt. Het ABC-team wordt deel bekostigd via subsidie, direct door de gemeente en een zeer beperkte bijdrage vanuit de scholen. De professionals worden ingehuurd via andere organisaties.

De looptijd van contracten verschilt sterk. Uit documentenonderzoek en interviews vallen een paar zaken op. Aan het jeugd- en jongerenwerk wordt op basis van een jaarplan subsidie verstrekt voor het opvolgende jaar. Er wordt regelmatig subsidie verstrekt op projectbasis. Bijvoorbeeld om koplopersgemeente in de cliëntondersteuning te worden of TalentLab. Dit geeft de gemeente veel mogelijkheden om hierop te sturen. In de samenwerking met organisaties zoals MEE Vivenz/De Sociale Basis vindt de verantwoording halfjaarlijks plaats op basis van cijfers. Het jaarverslag richt zich ook op de fte-inzet en inhoudelijke evaluatie van de doelen. Er zijn geen kwantitatieve doelen afgesproken over het leveren van ondersteuning. Er is sprake van een inspanningsverplichting. In het geval van JeugdPunt wordt er een jaarplan opgesteld door Jeugdpunt, waarop de subsidie wordt verstrekt. Om dit jaarplan te monitoren en evalueren worden er elk jaar twee evaluaties opgesteld. Hierin worden kengetallen opgenomen over instroom en financiële verantwoording. Daarnaast bevatten deze evaluaties effectmetingen doormiddel van een app met hele korte vragenlijsten. Dit zorgt ervoor dat jongeren deze app willen invullen, en dat geeft waardevolle informatie voor de organisatie.

39

In het geval van de Stichting Jeugdteams vindt er voor de regionale bekostiging meermaals per jaar een verantwoording plaats. Voor de aanvullende gemeentelijke subsidies eenmaal per jaar. Tweemaandelijks is er een voortgangsoverleg met SOJ, wethouder en ambtenaar over de toeleiding en toegang. Voor organisaties met een subsidiecontract vindt er verantwoording plaats aan de hand van de subsidieverordening. Dit is het formele traject vanuit algemene subsidie verordening.

Uit de gesprekken en de interviews komen enkele verbeterpunten waarop de samenwerking kan worden versterkt naar de toekomst toe. Deze punten geven we hier als feitelijke observaties weer. In de conclusies en aanbevelingen waarderen we deze voor het vervolg. Vanuit de gesprekken komt naar voren dat er geen structureel overleg plaatsheeft in het preventieve veld. Het gesprek dat wel wordt gevoerd vindt plaats aan de hand van het preventieakkoord, Jongeren op Gezond Gewicht en het sportakkoord. Dit overleg wordt erg gewaardeerd en de samenwerkingsorganisaties merken dat het ertoe leidt dat zei elkaar beter vinden. De gedachte in de gesprekken was dat een structureel overleg over preventieve jeugdhulp met de daarbij betrokken partners wellicht ook van meerwaarde kan zijn. Meerdere organisaties geven in gesprekken aan dat het jeugdzorgdomein groeit, en dat daarmee de noodzaak voor preventie ook groeit. Daarnaast zorgt het inzetten op preventie voor betere zichtbaarheid van problemen. Vrijwel alle gesproken organisaties geven aan beperkt te worden door de capaciteit. Ook geven partners aan dat er diverse plannen zijn om de subsidie en daarmee de formatie uit te breiden. Vrijwel altijd is de gedachte dat deze inspanning zal lonen op termijn. Een duurzame, meerjarige relatie tussen gemeente en maatschappelijk partners wordt op prijs gesteld.

Organisaties hebben tijd nodig om relaties op te bouwen met jongeren en kinderen, in het veld en tussen organisaties onderling. Veelal ontstaat die langere termijn wel, maar verloopt dit aan de hand van jaarlijks vast te stellen subsidies of contracten, met onzekerheid tot gevolg. Ook extra geld, zoals tijdens corona voor jongerenwerk werd ingezet, wordt meer effectief op een langere termijn. Gesprekspartners geven aan dat dit ook een politieke keuze vergt om meerjarig geld vast te leggen en te investeren in preventieve jeugdhulp over een langdurige periode. Een voorbeeld dat hierbij vanuit het Jeugd- en jongerenwerk werd gegeven was dat in het TalentLab met kinderen voordat ze op straat gaan rondhangen al relaties worden opgebouwd, waardoor in de toekomst die investering effect zal sorteren. De looptijd hierbij gaat over vijf tot tien jaar. In dit geval verspil je mogelijk door kortlopende projecten en wisselende jeugdwerkers, het vertrouwen dat je nodig hebt om het werk goed uit te kunnen voeren. Het effect van het preventiebeleid is niet voldoende duidelijk voor organisaties, maar het is ook onduidelijk wat de indicatoren zouden moeten zijn. Een belangrijke wens die in de gesprekken naar voren is gekomen is dat er geen 'papieren werkelijkheid' wordt gecreëerd.

Het gesprek over doelbereik, zowel kwantitatief als kwalitatief kan wel verder vormgegeven verwachten alle partners die wij hebben gesproken. Er is ruimte voor een ontwikkeling naar meer kwalitatief evalueren, waarbij er gebruik wordt gemaakt van kwantitatieve bouwstenen. De gedachte is dat dit ook voor de gemeenteraad van meerwaarde kan zijn.

40

Gesprekspartners In het onderstaande overzicht is een lijst opgenomen met de interviews die voor dit onderzoek hebben plaatsgevonden. Van alle gesprekken is een vertrouwelijk gespreksverslag gemaakt dat is geaccordeerd door de geïnterviewden.

Datum

Organisatie

Deelnemende functionarissen

woensdag 29 september 2021

Gemeente

Wethouder

Alblasserdam

Afdelingshoofd Beleidsmedewerker Beleidsmedewerker

Maandag 4 oktober 2021

Gemeente

Beleidsmedewerker

Alblasserdam

Beleidsmedewerker Beleidsmedewerker Beleidsmedewerker

Woensdag 6 oktober 2021

Maandag 18 oktober 2021

Stichting Jeugd-Punt

Jongerenwerker

Jong JGZ

Afgemeld

ABC team

Coördinator

Stichting Jeugdteams

Manager

MEE Vivenz

Manager

Bronnen Voor de bronvermelding verwijzen we naar voetnoten in de lopende tekst.

41

Organisatie

Doelgroep

Service Organisatie Jeugd Gemeenten

Taken Organisatie verantwoordelijk voor inkoop, organisatie en contracteren van de jeugdhulp.

Centrum voor jeugd en

Ouders en kinderen alle

Laagdrempelig centrum voor vragen

gezin

leeftijden

zonder indicatie. Coördinerend orgaan.

Stichting Jeugdteams

Jongeren

Onderdeel van CJG. Laagdrempelige

(SJT) Jong JGZ (Careyn, was

vragen zonder indicatie. Ouders en hun kinderen

Onderdeel van CJG. Consultatiebureau.

hiervoor Rivas) MEE Vivenz/De Sociale

Maatschappelijk werk. Sociale Basis is een

Basis

onderdeel van MEE Vivenz.

Stichting Jeugd-Punt

Jongeren

Coaching en preventieve voorlichting. Jongerenwerk.

DG&J ZHZ

Alle inwoners

Samenwerkingsregio met onder andere GGD en VT.

Jaamaarik (niet actief)

Kinderen 6 t/m 12

Sporten met gedragsproblematiek.

ABC team

Alle inwoners

Alblasserdam Beweeg en Cultuurteam

Buurtverenigingen

Alle inwoners

Socialisering, preventie, vroegsignalering

Stichting Welzijn

Alle inwoners

Socialisering, preventie, vroegsignalering

Scholen

Leerplichtige kinderen

Preventie en vroegsignalering

Kinderopvang

Kinderen

Preventie en vroegsignalering

Alblasserdam (SWA)

Platform Armoede Regisseur

Richtinggevende taak in plan van aanpak Alle inwoners

Coördinerende taak

armoedebestrijding

42

ABC team

Alblasserdam Beweeg en Cultuur team

CJG

Centrum voor Jeugd en Gezin

DG&J ZHZ

Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid

GI

Gecertificeerde instelling

JOGG

Jongeren op Gezond Gewicht

SJT

Stichting Jeugdteams

SOJ ZHZ (of SOJ)

Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid

SWA

Stichting Welzijn Alblasserdam

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/218/documents/6073