Perspectiefnota 2026-2029 def.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota 2026 – 2029
Perspectiefnota 2026 – 2029
Inhoudsopgave Deel I:
Inleiding en algemeen beeld ....................................................................... 4
1.1
Inleiding Perspectiefnota ............................................................................ 4
1.2
Algemeen financieel beeld .......................................................................... 7
Deel II:
Beleidsmatige ontwikkelingen ............................................................... 10
2.1
Sport, cultuur en recreatie......................................................................... 10
2.2
Sociaal domein ........................................................................................ 12
2.3
Bestuur, burgerzaken en ondersteuning...................................................... 14
2.4
Infrastructuur, ruimte en milieu ................................................................. 16
2.5
Orde en veiligheid ..................................................................................... 17
2.6
Onderwijs ................................................................................................ 18
2.7
Overige eigen middelen / exploitaties ......................................................... 19
2.8
Samenvatting ........................................................................................... 20
Deel III:
Noodzakelijke keuzes en vervolg ............................................................ 21
3.1
Noodzakelijke keuzes................................................................................ 21
3.2
Vervolg .................................................................................................... 23
Deel IV:
Bijlagen ............................................................................................... 24
Bijlage 1 - Uitwerking sociaal domein ................................................................... 25 Bijlage 2 - Uitwerking Beeldkwaliteit ..................................................................... 28 Bijlage 3 - Ontwikkeling woonlasten ....................................................................... 2 Bijlage 4 - Reserve Enecogelden ............................................................................. 3 Bijlage 5 - Nadere toelichting maatregelen en de gevolgen daarvan .......................... 2
3
Perspectiefnota 2026 – 2029
Deel I:
Inleiding en algemeen beeld
1.1 Inleiding Perspectiefnota Voor u ligt de Perspectiefnota Alblasserdam voor de jaren 2026 tot 2029. Een Perspectiefnota anders-dananders. In deze nota vindt u richtinggevende aanbevelingen voor één van de grootste bezuinigingsopgaven in de afgelopen decennia. Een bezuiniging die iedereen in ons dorp en daarbuiten gaat merken. Een bezuiniging waarvan we de gevolgen samen moeten gaan dragen: overheid, bedrijfsleven, partners en inwoners. Tegelijkertijd is de kans groot dat we het met deze bezuinigingen alleen niet gaan redden: een deel van de bezuinigingen is moeilijk te realiseren terwijl de kosten, bijvoorbeeld binnen het Sociaal Domein, nog altijd kunnen stijgen. In de aanloop naar de begroting zullen we proberen alle cijfers en interventies zo definitief mogelijk te krijgen.
Ravijnjaren Vanaf 2026 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op de uitkering van het gemeentefonds. Met de Voorjaarsnota 2025 van het rijk en de vertaling daarvan in de meicirculaire van het gemeentefonds is deze “verzacht” voor de 2026 en 2027. Voor 2028 is de financiële opgave onveranderd groot. Dat raakt de gemeenten hard: 70% van de inkomsten van een gemeente bestaat uit de uitkering van het gemeentefonds. Deze financiële kloof staat in overheidsland bekend als het Ravijnjaar. Tegelijkertijd zien we dat de budgetten voor taken die gemeenten al eerder van het Rijk hebben overgenomen, zoals de jeugdzorg en de WMO, niet toereikend zijn. Voor Alblasserdam lopen de tekorten bij ongewijzigd beleid op tot ongeveer € 4,6 miljoen. Op een begroting van ongeveer € 60 miljoen, telt deze € 4,6 miljoen op tot een bezuiniging van bijna 8%. En dit komt boven op de bezuinigingen van € 1,5 miljoen die al in de gemeentelijke begroting in 2025 structureel zijn doorgevoerd. Een grote opgave, te meer omdat het meeste geld al gereserveerd is voor taken die een gemeente volgens de wet moet uitvoeren, zoals het verstrekken van bijstandsuitkeringen, het onderhoud aan de wegen, het organiseren van de openbare ruimte, handhaving, het voorzien van bibliotheken, faciliteren van bewegingsonderwijsonderwijs enzovoort.
Voortraject Deze Perspectiefnota is niet in stilte tot stand gekomen. Om de opgave aan te pakken, is er veel gesproken met raad, inwoners en partners, er is gedemonstreerd, er zijn krantenartikelen verschenen, er is gelobbyd bij het Rijk, maar vooral is er heel veel onderzocht, gepuzzeld en gerekend aan alle mogelijke plannen en alternatieven. Het uitgangspunt voor deze Perspectiefnota blijft het raadsbesluit van 5 oktober 2011: Bestuurlijke toekomst Alblasserdam waarin gekozen werd voor een bestuurlijk zelfstandig Alblasserdam met de opdracht “…steeds te kiezen voor de juiste mix van e iciency, kwaliteit, nabijheid en lokale kennis met behoud van de bestuurlijke regie op de lokale beleidsbepaling.”. Hierin werd besloten de zelfstandigheid van Alblasserdam als gemeente te behouden door zelf uit te voeren wat een kleine gemeente zelf kan en taken door anderen te laten uitvoeren die kwalitatief beter of met minder kosten door een grotere samenwerkingsorganisatie kunnen worden uitgevoerd. Dit staat nog steeds; echter de wereld is 4
Perspectiefnota 2026 – 2029
veranderd. In deze Perspectiefnota nemen we een voorschot op het herijken van de lokale en regionale taken. Verder zijn wij bij het tot stand komen van deze Perspectiefnota uitgegaan van de leidende principes in het raadsvoorstel van 16 april 2025: Kaderstelling richting Perspectiefnota waarin de raad de opgave heeft gezet op een sluitende begroting vanaf 2028 en twee jaren daarvoor om in te groeien en de uitgaven af te bouwen. Hierin stonden ook drie leidende principes voor deze opgave met de essentie: de uitgaven binnen een beleidscluster mogen niet hoger zijn dan wat er vanuit het gemeentefonds voor binnenkomt om deze taken uit te voeren. Met deze uitgangspunten in het achterhoofd is uiteindelijk de puzzel gelegd om te komen tot een Perspectiefnota die moet gaan leiden tot een sluitende begroting vanaf 2028 en verder.
Lokaal, soberder en eigen kracht Om een dermate groot bedrag te bezuinigingen moet er echt fundamenteel anders gewerkt gaan worden. Er is goed gekeken naar wat we lokaal kunnen oppakken. Hiermee beogen we een deel van de relatief hoge kosten van de regionale organisatie te verminderen, maar naar verwachting ook de maatregelen e ectiever maken door de dienstverlening meer te verbinden met de lokale partners. Uiteraard zal een groot deel van de meer specialistische dienstverlening nog steeds regionaal uitgevoerd worden. Er worden gesprekken gevoerd met de GR Sociaal en de GR DG&J over hoe de dienstverlening in de regio anders ingericht kan worden. Een ander deel van de bezuinigingen wordt gehaald uit het duidelijk en zichtbaar versoberen van de taken van de gemeente. Zoals het verlagen van het onderhoudsniveau van de openbare ruimte, het versoberen van het armoedebeleid, de dienstverlening en het vereenvoudigen of stoppen van de voorzieningen. Zoals eerder besloten, stoten een deel van het maatschappelijk vastgoed af waardoor in de overige gebouwen, huurders en de gemeente zelf moeten inschikken om ruimte te maken voor andere partijen. Toelichtende informatie over het vastgoed, in het bijzonder Het ParticiPand, is te vinden in een RIB 'Toegezegde informatie over het gemeentelijk vastgoed' van 24 juni 2025.
Tot slot zetten we in op het versterken van de eigen kracht van onze inwoners. Zo zullen we het onderhoud van de sportvelden versoberen en de sportverenigingen verzoeken daar een eigen bijdrage aan te leveren, op het sociaal domein zetten we in op samenwerking met lokale organisaties in de buurt om mensen sneller in hun eigen kracht te kunnen zetten. Onze grotere partners zoals Sportcentrum Blokweer, Sporthal Molenzicht en Cultureel Centrum Landvast vragen we in te zetten op hun verdienvermogen, zoals verhuur van ruimtes en verhogen van tarieven. Om het voorzieningenniveau te kunnen handhaven zullen we ook de belastingen moeten verhogen.
Leeswijzer Deze Perspectiefnota is anders dan die in de voorgaande jaren. De volgende hoofstukken zijn niet meer ingedeeld naar bestuurlijk programma maar naar beleidscluster, zoals in het voortraject afgesproken. Dit om helder aan te tonen waar de bezuinigingen zitten, maar ook omdat deze Perspectiefnota gaat over 2026 en verder: een jaar waarin een nieuwe raad en een nieuwe coalitie met nieuwe bestuurlijke programma’s begint. In deel II vindt u de beleidsinhoudelijke onderbouwing en de bijbehorende financiële vertaling per beleidscluster. De mogelijke consequenties van deze maatregelen vindt u in het overkoepelend overzicht in bijlage 5.
5
Perspectiefnota 2026 – 2029
In het laatste deel vindt u onder andere een lijst van voorzieningen die wel onderzocht zijn, maar waarvan het college het op dit moment nog niet opportuun acht deze te schrappen. Hetzij omdat deze vanuit de gemeente lastig beïnvloedbaar zijn, hetzij omdat er op dit moment nog te weinig draagvlak voor is. Er zijn extra maatregelen nodig om tot een sluitende begroting te komen; ook bezuinigingen uit deze lijst moeten worden ingezet. Na bespreking in de raad zal deze Perspectiefnota als basis dienen voor de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 tot en met 2029, die in oktober 2025 aan uw raad zal worden aangeboden.
Tot slot Met deze Perspectiefnota varen we als gemeente scherp aan de wind. Dat wil zeggen dat we hiermee met veel moeite waarschijnlijk de begroting rond krijgen vanaf 2028, maar dat er geen ruimte meer over is. Bij financiële tegenvallers zullen we de moeilijke keuzes uit de lijst Noodzakelijke Keuzes moeten aanbreken. Ook de bezuinigingen zoals nu voorgesteld zullen zichtbaar en voelbaar zijn in de samenleving. We hebben getracht de pijn van deze bezuiniging zo eerlijk mogelijk te verdelen maar zijn ons ervan bewust dat sommige inwoners en sommige partnerorganisaties harder geraakt worden dan anderen. We hopen en verwachten dat de kracht in onze samenleving en de sociale cohesie die ons dorp zo kenmerkt een deel van de last zal kunnen verlichten.
6
Perspectiefnota 2026 – 2029
1.2 Algemeen financieel beeld Bezuinigingsopgave Ontwikkeling begrotingssaldo Omschrijving (bedragen x € 1.000) Saldo volgens programmabegroting 2025
Raming 2026 -2.541
Raming 2027 -3.240
Raming 2028 -3.457
Raming 2029 -3.659
Bijstellingen: Terugdraaien nog te besluiten bezuinigingsmaatregelen Financiële gevolgen vastgoed-/verhuurbeleid Herziening beleid waardering en afschrijving activa (WAA) Uitstellen herziening beleid WAA Eerste bestuursrapportage Saldo begroting exclusief ontwikkelingen en maatregelen
-803 25 -430 430 25 -3.294
-976 50 -430 430 16 -4.150
-976 50 -430 430 72 -4.311
-976 50 -430 430 491 -4.094
Mutaties meicirculaire gemeentefonds: Mutaties samenhangend met Jeugdhulp Demping ravijn Bijstelling accres en ontwikkeling landelijke en lokale aantallen Overige mutaties
1.049 432 165 317
990 458 194 75
-8 449 400 71
87 453 568 71
Overige ontwikkelingen: Jeugdhulp (via DG&J) Aanname afloop tijdelijk hogere lasten jeugdhulp
-2.200 500
-2.200 750
-2.200 1.000
-2.200 1.000
Prognose saldo begroting na actualisaties
-3.031
-3.883
-4.599
-4.115
Toelichting Het overzicht start met het saldo conform de programmabegroting 2025. In deze begroting waren financiële gevolgen van nog te besluiten maatregelen verwerkt. In dit overzicht zijn deze teruggedraaid en de maatregelen zijn verwerkt in de keuzemogelijkheden die verderop in deze nota zijn weergegeven. Eerder is gesproken over de wens het activabeleid te herzien. Omdat daar nu met de omvangrijke opgave geen draagvlak voor is, wordt deze volgens uw wens niet ter besluitvorming voorgelegd en dus ook niet verwerkt in de begroting. Enkele eerder gepresenteerde mutaties in het saldo van de begroting zijn verwerkt en nader toegelicht in de Eerste Bestuursrapportage over 2025. Deze heeft u inmiddels ook ter besluitvorming ontvangen. Daarnaast zijn er ontwikkelingen met betrekking tot jeugdhulp. Op basis van informatie van DG&J nemen de lasten toe met ongeveer € 2,2 miljoen. Dit is voor een groot deel het gevolg van enkele casussen. In de ontwikkeling van het saldo van begroting zijn we ervan uitgegaan dat hier sprake is van een tijdelijke piek in de zorgbehoefte en in de lasten. De financiële opgave loopt op tot ongeveer € 4,6 miljoen in 2028. Het saldo van de jaarschijf 2029 is nog enigszins onzeker, omdat deze nog niet in detail is doorgerekend. Verder is aangenomen dat de e ecten van loon- en prijsontwikkeling financieel neutraal zijn.
Met andere woorden we gaan ervan uit dat de compensatie die we hiervoor ontvangen via het gemeentefonds en andere rijksbijdragen en via onze eigen inkomsten en belastingen voldoende is om de lastenontwikkeling als gevolg van prijsbijstelling op te vangen. Enkele risico’s of nog onzekere financiële e ecten zijn nog vertaald in dit overzicht. Zo is op dit moment onzeker of in de begroting nog langer gerekend kan worden op een structureel voordelige afrekening van de lasten en baten met betrekking tot beschermd wonen die gemeente Dordrecht als centrumgemeenten voor de regio uitvoert. Daarnaast is nog geen rekening met een mogelijk nadeel in de algemene uitkering 7
Perspectiefnota 2026 – 2029
als gevolg van een herverdeling van het gemeentefonds. Deze herverdeling wordt waarschijnlijk per 2027 verwerkt. Op basis van de informatie die nu voorhanden is, gaat deze nadelig uitwerken voor Alblasserdam. Dit nadeel wordt naar verwachting beperkt tot maximaal € 15,- per inwoner. Tot slot is nog rekening gehouden met mogelijk hogere kapitaallasten voor de investering in vervangende nieuwbouw voor IKC ‘t Nokkenwiel. Dit is nog afhankelijk van de verwachte gebruiksduur van de nieuw te bouwen school. Opgave per beleidscluster De financiële opgave is verdeeld over beleidsclusters. Op basis van informatie uit recente circulaires van het gemeentefonds is nu inzichtelijk wat de gemeente per beleidscluster ontvangt. De lasten van de gemeenten zijn via de taakvelden ook ingedeeld naar deze beleidsclusters. Zo wordt zichtbaar waar de gemeente afwijkt van wat het rijk verwacht dat hiervoor besteed wordt. Ook de bijstellingen in de ontwikkeling van het saldo van de begroting zijn verdeeld over deze beleidsclusters, zodat per beleidscluster bepaald is wat de financiële opgave is. Onderstaand een samengevat overzicht daarvan. Daarbij is gekeken naar de jaarschijf 2028. Op basis van de huidige informatie is het realistisch te verwachten dat het financieel evenwicht kan worden gerealiseerd in 2026 of 2027. Uitgangspunt is een sluitende begroting per jaarschijf 2028.
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Opgave per domein: Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Orde en veiligheid Bestuur, burgerzaken en ondersteuning Infrastructuur, ruimte en milieu Onderwijs Overige eigen middelen Totaal
Begr. jaarschijf 2028
Algemen uitkering
Verschil
Bijstellingen
Actueel verschil
Afgerond verschil
6.243 24.013 3.208 8.203 7.281 2.429 -6.866
-4.989 -23.197 -2.815 -7.886 -7.288 -2.755 7.878
1.253 816 392 317 -7 -326 1.012
55 1.016 -25 206 -10 -25 -75
1.308 1.832 367 523 -17 -351 937
1.200 1.700 300 500 0 0 900
44.510
-41.053
3.457
1.142
4.599
4.600
Raming 2027 806 992 571 190 122 61 710 3.452
Raming 2028 972 1.162 571 525 128 61 1.050 4.469
Raming 2029 982 1.162 571 530 134 61 1.050 4.490
Voorgestelde bezuinigingen per beleidscluster Maatregelen per beleidscluster (bedragen x € 1.000) Sport, cultuur en recreatie Sociaal domein Bestuur, burgerzaken en ondersteuning Infrastructuur, ruimte en milieu Orde en veiligheid Onderwijs Overige eigen middelen, exploitaties Totaal
Raming 2026 363 668 199 152 116 36 370 1.904
Bovenstaand overzicht is een samengevat beeld van de voorgestelde maatrelen die verder in deze nota per beleidscluster zijn toegelicht.
Investeringen We hebben gekeken naar de totale investeringenlijst. Op basis van voortgang en urgentie is beoordeeld welke projecten stop kunnen worden gezet of kunnen worden getemporiseerd. Voor Vinkenwaard Zuid kan dat betekenen dat we het onderhoud opknippen in wat er nu moet gebeuren en wat er later kan. Het temporiseren van het onderhoud bij Vinkenwaard Zuid wordt besproken met de ondernemers op het terrein. Bij de Staatsliedenbuurt is het urgenter en e iciënter om het totale groot onderhoud in een keer aan te pakken, riolering en inrichting openbare ruimte. 8
Perspectiefnota 2026 – 2029
De aanpassing aan de twee aandachtskruispunten die in de planning van het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan stonden, worden opgeschort. De kwaliteit van het asfalt voldoet nog aan de norm. We zullen nog wel inzetten op levensduur verlengende maatregelen, zoals een nieuwe deklaag. De investeringen voor de fietslus blijven in de boeken staan, echter de realisatie daarvan is afhankelijk van de toekenning van subsidies door het Rijk, Rijkswaterstaat en de provincie. In november bij de begrotingsbesprekingen weten we wat de stand van zaken is. Op het gebied van onderwijshuisvesting streven we ernaar de ontwikkeling van het nieuwe gebouw van IKC 't Nokkenwiel door te laten gaan.
Indexering Voor de indexering van de budgetten en van de lokale belastingen wordt uitgegaan van de informatie in de meicirculaire van het gemeentefonds. Er wordt gerekend met de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product. Voor 2026 wordt deze geraamd op 2,7%. Dit betekent dus dat los van andere ontwikkelingen en keuzes in beginsel de budgetten en belastingopbrengsten worden geïndexeerd met 2,7%. Met het vervallen van de tijdelijke he ingskorting en de mogelijke autonome verhoging van de onroerendezaakbelasting betekent dit dat de woonlasten voor inwoners met meer dan de inflatie toenemen.
9
Perspectiefnota 2026 – 2029
Deel II:
Beleidsmatige ontwikkelingen
2.1 Sport, cultuur en recreatie Onder het beleidscluster Sport, cultuur en recreatie vallen de (sport)accommodaties, subsidies op het gebied van sport, groen en cultuur en openbaar groen en het onderhoud daarvan. Aangezien er in dit cluster weinig wettelijke taken zitten, is er veel bewegingsruimte om te bezuinigen. Echter de waarde voor de samenleving in dit cluster is ook aanzienlijk. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Sport, cultuur en recreatie
Begr. jaarschijf 2028 6.243
Algemen uitkering -4.989
Verschil 1.253
Bijstellingen 55
Actueel verschil 1.308
Afgerond verschil 1.200
Sport en cultuur Investeren op sport en cultuur heeft een grote maatschappelijke meerwaarde; het helpt o.a. bij het voorkomen van gezondheidsklachten, eenzaamheid bij jongeren en ouderen en bij het versterken bij de sociale cohesie. In Alblasserdam zijn de uitgaven voor het cluster sport relatief hoog. Daarom heeft het college gekeken welke besparingen er mogelijk zijn binnen dit beleidsveld. De gemeente Alblasserdam ziet besparingsmogelijkheden bij de (sport)accommodaties zoals bij Sportpark Souburgh, Sporthal Molenzicht, Sportcentrum Blokweer, Cultureel Centrum Landvast en bij de bibliotheek. Ook hier worden taken bewust versoberd, soms tot het regionaal gemiddelde. Ook de financiële steun (waarderingssubsidies) voor activiteiten op gebied van sport en cultuur in het dorp worden beperkt of gestopt. Daarnaast doen we tegelijkertijd een beroep op de kracht van de samenleving om taken zelf op te pakken.
Beeldkwaliteit verlagen van B naar C We schalen de beeldkwaliteit af van een B naar C niveau. Een beeldkwaliteit op C niveau betekent concreet dat er bijvoorbeeld meer zwerfafval per m2 komt, de heggen en heesters minder worden geknipt dus er zitten langere uitsteeksels aan een heg, langer gras, dat ook ruwer wordt, meer onkruid op straat. Zo zullen we ook een versoberde invulling van plantvakken krijgen. Door minder snel inboeten van het groen blijven kale plekken in de plantvakken langer zichtbaar. Het verlagen van de beeldkwaliteit zal een andere beleving geven van de openbare ruimte. Zie bijlage 2. Dit kan een toename aan meldingen in FIXI veroorzaken. Het is nog niet bekend in welke mate en welke belasting dit geeft aan met name de Buitendienst voor een zorgvuldige afhandeling. Met heldere communicatie naar de inwoners hopen we dit gevolg te beteugelen. Minder speelplekken heeft ook een e ect op de beleving van de openbare ruimte. Het terugbrengen van het aantal met speeltoestellen ingerichte speelplekken naar één centrale speelplek per buurt, geeft een structurele besparing op het dagelijks onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Voor de centrale speelplek zal nog steeds een participatieproces met de buurt doorlopen worden. De niet-centrale plekken met speeltoestellen zullen uit het straatbeeld verdwijnen.
Het verwijderen van de speeltoestellen en omvormen van de speelplekken in met name grasveld wordt in de loop der jaren uitgevoerd.
10
Perspectiefnota 2026 – 2029
Sport, cultuur en recreatie maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
Verhogen (indexeren) huur grond aan GR Sportpark Souburgh Beëindigen lidmaatschap vereniging sport en gemeenten Inzet op opbrengstmaximalisatie zwembad BSSA Maatregelen BSSA exploitatie zwembad: verhuur Tienpondzaal
FG
B26
B27 2
B28 2
B29 2
2
FG
2
2
2
2
FG
10
10
10
10
FG
20
20
20
20
Maatregelen BSSA exploitatie zwembad: minder inhuur Verhogen huur (10%) verenigingen Souburgh Besparen op sportvoorzieningen (Huur en onderhoud)
FG
80
80
80
80
FG
20
20
20
20
FG
0
158
158
158
Besparing bedrijfsvoering door ontvlechting GR Souburgh Clusteren divers kleinere budgetten verminderen activiteiten Inzetten op verminderen subsidie activiteiten/exploitatie Landvast
FG
0
PM
PM
PM
MD
19
19
19
19
MD
0
100
100
100
Subsidie bibliotheek afbouwen tot regionaal gemiddelde Beeldkwaliteit beheer groen openbare ruimte van B naar C Geen investerings-/vervangingsbudget meer voor groen Stoppen met SROI op raambestek groen
MD
50
100
120
120
MJ
125
250
250
250
MJ
0
0
136
136
MJ
5
10
15
20
Minder speelvoorzieningen en daardoor minder onderhoud Besparen inzet brugwachters voor jachthaven Verlagen budget brugwachters Totaal bezuiniging
MJ
5
10
15
20
MJ
15
15
15
15
MJ
10
10
10
10
363
806
972
982
11
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.2 Sociaal domein Het sociaal domein is het beleidscluster waar het meeste geld in omgaat. Met taken als Wmo, Jeugd en Participatie. Veel van deze taken zijn wettelijke taken. Door hierbinnen taken anders te organiseren kunnen we een e iciencyslag maken. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Sociaal domein
Begr. jaarschijf 2028 24.013
Algemen uitkering -23.197
Verschil 816
Bijstellingen 1.016
Actueel verschil 1.832
Afgerond verschil 1.700
Landelijk, maar ook lokaal, zien we de uitdagingen binnen het sociaal domein toenemen. Zo zijn er vanwege vergrijzing telkens meer ouderen die een beroep doen op zorg, dragen inflatie en prijsstijgingen bij aan uitdagingen op het gebied van bestaanszekerheid en nemen de mentale problemen van jongeren toe. Daarbij komt nog het personeelstekort in de zorg en jeugdhulp, dat langere wachtlijsten veroorzaakt. Dit alles dwingt ons na te denken over een nieuwe inrichting van het sociaal domein dat financieel toekomstbestendig is en waar we inhoudelijk achter staan.
Normaliseren, samenleving en doordachte preventie Een inhoudelijk en financieel toekomstbestendig sociaal domein vraagt om normaliseren. Sommige uitdagingen horen bij het leven en dienen niet te snel geproblematiseerd te worden. We vertrouwen hierbij op de zelfredzaamheid van inwoners. Dit betekent dat we niet te snel labels willen plakken, terughoudend zijn met spreken van problemen en terughoudend zijn met ingrijpen. Verder willen we naar een uitvoeringspraktijk in het sociaal domein waarin dienstverlening nog meer dan nu is gebaseerd op oog hebben voor elkaar. Hierbij neemt de rol van de overheid af ten gunste van de ondersteuning die wordt geboden vanuit de samenleving. Met samenleving verwijzen we naar verenigingen, kerken, vrijwilligers, lokaal maatschappelijke initiatieven en naar mensen zonder reguliere baan. Zo gaat vermindering van kosten gepaard met het versterken van sociale samenhang. Een volgend kenmerk dat ons voor ogen staat is dat van doordachte preventie. Hiermee drukken we uit dat we de waarde zien van preventie, maar niet zonder meer. Het moet geen vrijbrief zijn om voor elk potentieel probleem preventie in te zetten. Dat is financieel kostbaar en in strijd met het principe van aanvaarding en eigen verantwoordelijkheid.
Ondersteuning: beweging naar lokaal Wanneer de eigen kracht, de kracht van het netwerk en de kracht van de samenleving onvoldoende toereikend zijn, bieden we hulp en ondersteuning zoveel mogelijk lokaal aan. We constateren dat veel van onze dienstverlening op dit moment is belegd bij landelijk of regionaal opererende organisaties. Deze organisaties doen veel en belangrijk werk voor onze inwoners. Echter hebben deze organisaties juist kenmerken die belemmeren dat er een meer lichte vorm van ondersteuning tot stand komt. Zo werken ze op gestandaardiseerde manieren en staan ze op afstand van initiatieven vanuit de samenleving. Hierdoor zijn we overtuigd dat een deel van de dienstverlening e iciënter lokaal georganiseerd kan worden. Er zijn lokaal al diverse organisaties actief die dienstverlening binnen het sociaal domein aanbieden en volop gebruik maken van beschikbaar potentieel in de samenleving. Wij stimuleren dat deze dienstverlening zich ontwikkelt en uitbreidt, zodat deze organisaties in staat zijn de aanvullende taken op te pakken. Tot slot bestaan onze plannen niet alleen uit het verplaatsen van (duur) regionaal aanbod naar 12
Perspectiefnota 2026 – 2029
lokaal aanbod en het anders organiseren van het aanbod, maar we moeten ook huidige dienstverlening ook reduceren of beëindigen. Essentiele randvoorwaarden voor het slagen van deze beweging zijn investeringen in het lokale team, het dichtzetten van de route voor deze producten naar de regionale zorgmarkt en voldoende huisvesting voor de jeugdprofessionals. De financiële gevolgen van de voorstellen ziet u hieronder in tabelvorm. Voor inhoudelijke toelichting verwijzen we u naar bijlage 1.
Sociaal domein maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
Verminderen activiteiten jongerenwerk Verlagen budget adviesraad sociaal domein Vrijval budget lokaal armoedebeleid (excl. subsidies)
MD
B26
B27 50
B28 50
B29 50
50
MD
2
2
2
2
MD
18
18
18
18
Versoberen activiteiten stichting Jeugdteams Lagere subsidie Stichting Welzijn Alblasserdam Lagere subsidie Sociale Basis
MD
50
50
50
50
MD
50
50
50
50
MD
100
100
100
100
Inzetten op fusie Brughuispartners (lokaal voorveld) Verminderen activiteiten buurtaanpak na 2026 Verminderen activiteiten en subsidiëring vluchtelingenwerk Verlagen lokaal doorbraakbudget jeugd
MD
100
150
200
200
MJ
0
50
50
50
MD
8
15
25
25
MD
8
15
25
25
Inkomensregelingen en minimabeleid terug naar het minimum van de regio Anders organiseren Wmo, meer lokaal, via vrijwilligers, concreet uitgewerkt Anders organiseren ambulant specialistische jeugdhulp (alg. voorziening)
MD
62
62
62
62
MD
120
230
230
230
MD
100
200
300
300
678
992
1.162
1.162
Totaal bezuiniging
13
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.3 Bestuur, burgerzaken en ondersteuning Onder het cluster Bestuur, burgerzaken en ondersteuning valt alles wat te maken heeft met de gemeentelijke organisatie, dienstverlening en bestuur. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Bestuur, burgerzaken en ondersteuning
Begr. jaarschijf 2028 8.203
Algemen uitkering -7.886
Verschil 317
Bijstellingen 206
Actueel verschil 523
Afgerond verschil 500
Organisatie Een goede bedrijfsvoering, meer strategische denkkracht en de basis op orde, is een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van onze opgaven en ambities. De formatie wordt hierop aangepast zodat we een toekomstbestendige organisatie zijn en blijven. We maken de beweging naar minder relatief dure inhuur op reguliere taken door ons meer te richten op vast personeel en verdere professionalisering van onze eigen mensen. Zo zorgen we ervoor dat de organisatie zich verder ontwikkelt, zoals weerbaar zijn tegen cyberaanvallen, crises of rampen zoals een overstroming of langdurige uitval van vitale processen. Het uitgangspunt van het gemeentehuis op de Rederij blijft: ‘We werken in, met en voor de samenleving’. Wel beperken we als gemeente het eigen gebruik van de Rederij en stellen het gebouw nog meer open voor andere partijen. We gaan uit van de mogelijkheid om ruimte commercieel te verhuren, maar het is goed denkbaar dat bepaalde ruimtes nodig zijn voor het lokaal organiseren van regionale dienstverlening. Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit dat we anders gaan werken om zo e iciënt mogelijk van de ruimte gebruik te maken. Daartoe behoort ook dat we onderzoeken of en op welke manier de Rederij wat vaker dicht kan, en wat dat oplevert.
Samenwerking Drechtsteden Bedrijfsvoering Drechtsteden, het voormalig Service Gemeente Drechtsteden, rondt bijna het project hoogwaardige dienstverlening met transparante financiering af. Het ziet er naar uit dat we fors meer moeten betalen voor afname van diverse bedrijfsvoeringonderdelen. We kijken kritisch naar wat we wel of niet afnemen van Bedrijfsvoering Drechtsteden om zo onze bezuinigingsopgave te realiseren. In die beweging halen we taken en formatie van de regio naar onze eigen organisatie toe. Vanwege de financiële opgaven van gemeenten heeft ons samenwerkingsverband Smart Delta Drechtsteden toegezegd om een bezuiniging door te voeren van 15% vanaf 2026 en naar verwachting 20% vanaf 2027. Wij willen onze bijdrage nog verder aanscherpen door gerichte deelname aan regionale ruimtelijk economische projecten. Vanwege de bezuinigingsopgave heeft Dienstverlening Drechtsteden toegezegd om een bezuiniging door te voeren door o.a. minder inhuur en recruitment in eigen hand te nemen. Daarnaast willen we de openingstijden van burgerzaken wijzigingen waarbij we ongeveer gelijk blijven in tijd en op de vrijdag dicht gaan.
Bestuur Met ingang van het nieuwe college in het voorjaar van 2026 willen we de formatie van de wethouders terugbrengen van 3 fte naar 2,4 fte waarbij het aantal wethouders 3 is. Dit betekent o.a. goed prioriteiten stellen zodat de werkdruk beheersbaar blijft. Daarnaast gaan we de nieuwjaarsreceptie voor onze inwoners en ondernemers versoberen net als de eindejaarbijeenkomst voor ons personeel. 14
Perspectiefnota 2026 – 2029
Bestuur, burgerzaken en ondersteuning maatregelen (bedragen x € 1.000) Beperken inzet en andere dekking activiteiten communicatie (SGD)
Pfh
B26
B27
B28
B29
RP
25
50
50
50
Lagere bijdrage Smart Delta Drechtsteden (toegezegd) Beëindigen bijdrage voor innovatie ICT (SGD) Formatie wethouders van 3,0 fte terug naar 2,4 fte
RP
45
60
60
60
RP
0
131
131
131
JB
35
69
69
69
Versoberen nieuwjaarsreceptie Besparingen en/of innovatie dienstverlening Drechtsteden (burgerzaken) Beperken openingstijden burgerzaken minst bezette dagdeel
JB
5
5
5
5
JB
0
15
15
15
JB
10
10
10
10
Beperken eigen gebruik Rederij en verhuren vrijgekomen ruimte Sluiten gemeentehuis op vrijdagen Vrijval budget spoelen waterleiding gemeentehuis Minder inzet beveiliging gemeentehuis
RP
25
50
50
50
RP
10
10
10
10
RP
7
7
7
7
RP
7
7
7
7
Verminderen schoonmaakactiviteiten gemeentehuis Verlagen vergoeding voor werkcafé ASVZ Versoberen eindejaarsbijeenkomst voor medewerkers
RP
0
7
7
7
RP
5
5
5
5
RP
5
5
5
5
Inzet op verminderen afname diensten bedrijfsvoering van Dordrecht/SGD
RP
0
120
120
120
204
601
601
601
Totaal bezuiniging
15
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.4 Infrastructuur, ruimte en milieu In het beleidscluster Infrastructuur, ruimte en milieu zitten posten als duurzaamheid, grote infrastructurele projecten, onderhoud aan bruggen en dergelijke. Er ligt via de taak ‘onderhoud openbare ruimte’ een sterke link met het beleidscluster sport, cultuur en recreatie. Binnen dit beleidscluster zijn er volgens de vastgestelde richtlijnen geen bezuinigingen noodzakelijk. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Infrastructuur, ruimte en milieu
Begr. jaarschijf 2028 7.281
Algemen uitkering -7.288
Verschil -7
Bijstellingen -10
Actueel verschil -17
Afgerond verschil 0
Bruggen, bankjes en andere objecten in de openbare ruimte In het beleidscluster Sport, cultuur en recreatie is al gesproken over minder ingerichte speelplekken. Binnen dit domein zal ook gekeken worden naar het verminderen van het aantal bruggen en andere civieltechnische onderdelen. Voor wat betreft bruggen wordt gekeken naar de staat. Als een brug aan vervanging toe is wordt gekeken of er alternatieven in de buurt zijn. Ook binnen dit beleidsdomein zal het verlagen van de beeldkwaliteit een direct gevolg hebben op de beleving van de openbare ruimte. Het langer laten liggen van zwerfafval en vuil in de goten is hiervan een voorbeeld. Over de investeringen in Vinkenwaard Zuid is gesproken in hoofdstuk 1.2: algemeen financieel beeld. Infrastructuur, ruimte en milieu maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
B26
B27
B28
B29
Verhogen kostendekkendheid exploitatie warenmarkt Verlagen bijdrage visitorsmanagement SWEK Beëindigen bijdrage toerisme Beeldkwaliteit beheer grijs openbare ruimte van B naar C zie hierboven Beëindigen abonnement meldpunt gladheid Beëindigen bijdrage aan stichting DEAL Bijdrage SPUK duurzaamheid continueren
FG
9
17
17
17
RP
36
36
36
36
RP
12
12
12
12
MJ
25
50
75
75
Enkele bruggen niet meer vervangen bij einde levensduur Aframen budget goed verhuurschap Verder verhogen toeristenbelasting Kostendekkendheid leges omgevingsvergunningen beoordelen Uitstellen reconstructie Vinkenwaard Zuid (investering) Totaal Bezuiniging
MJ
10
10
10
10
RP
40
40
40
40
MJ
0
0
115
115
MJ
0
5
10
15
RP
5
5
5
5
RP
15
15
15
15
FG
PM
PM
PM
PM
MJ
0
0
190
190
152
190
525
530
16
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.5 Orde en veiligheid Onder het beleidscluster orde en veiligheid vallen taken als handhaving, deelname aan de veiligheidsregio en rampenbestrijding. Op een groot deel van de taken in dit beleidscluster is de invloed zeer beperkt omdat het hier om wettelijke taken en door het Rijk opgelegde regionale samenwerkingen gaat. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Orde en veiligheid
Begr. jaarschijf 2028 3.208
Algemen uitkering -2.815
Verschil 392
Bijstellingen -25
Actueel verschil 367
Afgerond verschil 300
In 2024 is door onze gemeenteraad het integraal veiligheidsbeleid 2024-2027 vastgesteld. Daarin opereren we conform het scenario “B” uit dit beleidsplan. Op het gebied van openbare orde en veiligheid zien wij steeds meer (landelijke) opgaven op gemeenten en veiligheidsregio’s afkomen. Vanaf 2025 staan de gemeenten, de veiligheidsregio’s en de provincies hierdoor aan de lat voor de weerbaarheidsopgave, zoals op het gebied van water, ondermijning, cybercriminaliteit. Hiervoor wordt geen geld beschikbaar gesteld door het Rijk. Lokaal betekent het dat we keuzes moeten maken. De bewegingsruimte op het cluster orde en veiligheid zit vooral op de budgetten Handhaving en Rampenbestrijding. De enige mogelijkheid tot bezuinigen zit in het verminderen van BOA's op straat en terug te keren naar het niveau van 2023. E iciency en samenwerking Dat de beperkte budgetten weinig ruimte geven tot bezuinigingen betekent wat ons betreft niet dat orde en veiligheid geen bijdrage kan leveren aan de bezuinigingsopgave. De kostenbesparing die we kunnen bewerkstelligen zit met name in het afbakenen van de eigen taken en een e iciëntieslag op het gebied van inzet van ambtelijke capaciteit en middelen. Voor een kleine gemeente als Alblasserdam is samenwerking met partners op het gebied van openbare orde en veiligheid van essentieel belang.
Dit vergt meer strategische inzet vanuit de gemeente Alblasserdam. Evenementen In het kader van het afbakenen van de eigen taken wordt de taak van evenementencoördinator belegd bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) OZHZ voert op dit moment al de APV taken uit op het gebied van evenementen. Per juni 2025 wordt dit takenpakket uitgebreid met evenementen-coördinatie. Organisatoren van evenementen zullen voortaan het eerste contact leggen met de verantwoordelijke (gemeentelijke) diensten. De gemeente richt zich dan alleen nog zuiver op advisering over openbare orde en veiligheid van het evenement. Hiermee investeren we in een meer e iciënte en dus snellere afhandeling en goedkopere afhandeling van deze verzoeken. Orde en veiligheid maatregelen (bedragen x € 1.000) Verminderen budget rampenbestrijding Verminderen capaciteiten en budget handhaving Verhogen kostendekkendheid leges APV / evenementen Totaal bezuiniging
Pfh
B26
B27
B28
B29
JB
10
10
10
10
JB
100
100
100
10 0
JB
6
12
18
24
116
122
128
134
17
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.6 Onderwijs Op basis van de onderwijswetgeving dient de gemeente zorg te dragen voor kwalitatief voldoende onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer. Daarnaast is de gemeente binnen dit beleidscluster verantwoordelijk voor gemeentelijk onderwijsachterstanden beleid en toezicht en Handhaving Kinderopvang. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Onderwijs
Begr. jaarschijf 2028 2.429
Algemen uitkering -2.755
Verschil -326
Bijstellingen -25
Actueel verschil -351
Afgerond verschil 0
Binnen dit beleidscluster zijn er volgens de vastgestelde richtlijnen geen bezuinigingen noodzakelijk. Door de grootte van de opgave en de inhoudelijk beweging is het college van mening dat hier toch bezuinigingen kunnen worden gerealiseerd. Door het anders inrichten van ons onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is het mogelijk om e iciënter gebruik te maken van bestaande middelen. Dit beleid zal in de loop van 2025 door het college worden vastgesteld. Ook hebben we gekeken naar mogelijkheden om te bezuinigen op het gebied van leerlingenvervoer, terwijl we alsnog kunnen voldoen aan onze wettelijke taak. Onderwijshuisvesting, zoals die van IKC 't Nokkenwiel, zijn investeringen en die worden beschreven in hoofdstuk 1.2 Onderwijs maatregelen (bedragen x € 1.000) Stoppen met huur en beheer ruimte tafeltennisvereniging Beëindigen subsidiëring Kiekeboe Stoppen met subsidie Studievaart (logopedie) Totaal bezuiniging
Pfh
B26
B27
B28
B29
FG
6
6
6
6
MD
25
50
50
50
MD
5
5
5
5
36
61
61
61
18
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.7 Overige eigen middelen / exploitaties Onder overige eigen middelen worden de gesloten exploitaties verstaan, maar ook de algemene belastingen en de exploitaties van niet specifieke panden. Bij de berekening van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt ervan uitgegaan dat iedere gemeente eigen inkomsten heeft. Het berekend bedrag wordt in mindering gebracht op de algemene uitkering. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Overige eigen middelen
Begr. jaarschijf 2028 -6.866
Algemen uitkering 7.878
Verschil 1.012
Bijstellingen -75
Actueel verschil 937
Afgerond verschil 900
Vastgoed Het college stelt vooralsnog voor het huidige gemeentelijk vastgoed te behouden in haar huidige functie. De gemeenteraad heeft eerder dit jaar besloten de Postduif en de oude Brandweerkazerne af te stoten. Het overige gemeentelijk vastgoed is nodig om onder andere partners te huisvesten en beleidsdoelen, zoals de beweging van regionaal naar lokaal, te realiseren. Inzet van partners kan ertoe leiden dat kosten van een deel van ons vastgoed worden gedrukt. Wel maken we keuzes in het verduurzamen van ons vastgoed; we temporiseren in de verduurzaming van ons vastgoed richting het niveau Paris Proof. Hoeveel dat exact aan bezuiniging oplevert kan pas berekend worden als de raad een besluit heeft genomen over het maatschappelijk vastgoed. Toelichtende informatie over het vastgoed, in het bijzonder Het ParticiPand, is te vinden in een RIB 'Toegezegde informatie over het gemeentelijk vastgoed' van 24 juni 2025.
Belasting Alblasserdam heeft een meer dan gemiddeld voorzieningenniveau. In dit bezuinigingsproces wordt toegewerkt naar evenwicht tussen het niveau en kwaliteit van deze voorzieningen en de financiële middelen die daardoor beschikbaar zijn. Als gevolg daarvan wordt voorgesteld de onroerendezaakbelasting voor drie jaren met 5% ten opzichte van 2025 te verhogen. Daarnaast wordt voorgesteld om de precariobelasting opnieuw op te starten. Overige eigen middelen / exploitaties maatregelen (bedragen x € 1.000) Verduurzaming vastgoed alleen wettelijk i.p.v. niveau Paris Proof Verhogen onroerendezaakbelasting woningen Verhogen onroerendezaakbelasting niet-woningen Heropstarten precariobelasting Totaal bezuiniging
Pfh
B26
B27
B28
B29
RP
0
PM
PM
PM
RP
150
300
450
450
RP
190
380
570
570
RP
30
30
30
30
370
710
1.050
1.050
19
Perspectiefnota 2026 – 2029
2.8 Samenvatting Onderstaand een samengevat overzicht van de ontwikkeling van het saldo van de begroting en het totaal van de voorgestelde maatregelen. Omschrijving (bedragen x € 1.000) Prognose saldo begroting na bijstellingen Saldo maatregelen beleidsclusters Prognose saldo begroting na bijstellingen en maatregelen
Raming 2026 -3.031 2.014 -1.017
Raming 2027 -3.883 3.452 -431
Raming 2028 -4.599 4.469 -130
Raming 2029 -4.115 4.490 375
De bezuinigingsopgave is gesteld op een sluitende begroting per 2028. Gelet op onzekerheden in jaarschijf 2029 betekent dit dat ingezet wordt op het realiseren van financieel evenwicht per 2028. De opgave is € 4,6 miljoen vanaf 2028. Het totaal aan voorgestelde maatregelen telt op tot € 4,5 miljoen.
20
Perspectiefnota 2026 – 2029
Deel III:
Noodzakelijke keuzes en vervolg
3.1 Noodzakelijke keuzes Wat we nu voorstellen in deze Perspectiefnota leidt -met de huidige cijfers – nog net niet tot een sluitende begroting in 2028. We varen zeer scherp aan de wind en we zijn er nog niet. We realiseren ons dat de kosten binnen het sociaal domein significant oplopen wat moet worden verwerkt in onze structurele bezuinigingsopgave. Als er bepaalde voorgenomen bezuinigingen niet gerealiseerd kunnen worden, of als er een financiële tegenvaller komt vanuit Rijk, regio of samenleving, zal dat leiden tot een nog groter tekort in de begroting. Onderstaande lijst is een lijst onderzochte bezuinigingen die nu niet zijn opgenomen in de plannen. Dit omdat de gevolgen ervan groot zijn of de uitvoerbaarheid moeilijk. Uit onderstaande lijst zullen nog maatregelen moeten worden toegevoegd om tot een sluitende begroting per 2028 te komen. maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
B26
B27
B28
B29
Sport, cultuur en recreatie Lagere bijdrage exploitatie sporthal Molenzicht Maatregelen BSSA exploitatie zwembad: energie (verduurzamen)
FG FG
0 0
25 0
25 40
25 40
Subsidie bibliotheek verder afbouwen tot onder regionaal gemiddelde Volledig stoppen met subsidiëring activiteiten Landvast
MD MD
30 0
60 220
120 220
120 220
Afstoten gebouw Landvast
RP
0
130
130
130
Verlagen bijdrage molens/SIMAV Volledig stoppen met vergoeding molens (SIMAV)
MD MD
2 0
2 10
2 10
2 10
Stoppen met faciliteren/ondersteuning kinderboerderij Bijdrage visitorsmanagement volledig beëindigen
MJ RP
88 36
88 36
88 36
88 36
Geen recreatieve functie Lammetjeswiel meer Afstoten sportcentrum Blokweer (aanname)
RP FG
32 0
32 0
32 700
32 700
Stoppen met beheer en onderhoud door sportvoorzieningen
FG
0 188
0 603
400 1.803
400 1.803
Sociaal domein Afbouw inloopvoorziening GGZ (Yulius)
MD
25
25
25
25
Anders organiseren activiteiten participatie (GR Sociaal)
MD
0 0
200 225
200 225
200 225
Bestuur, burgerzaken en ondersteuning Lagere bijdrage Smart Delta Drechtsteden (openstaande opdracht)
RP
5
30
30
30
Volledig stoppen met deelname Smart Delta Drechtsteden Formatie wethouders van 2,4 fte terug naar minimum van 2,0 fte
RP JB
0 23
210 46
210 46
210 46
Stoppen met SGD en bedrijfsvoering zelf of anders organiseren
RP
0 28
0 286
PM 286
PM 286
Infrastructuur, ruimte en milieu Stoppen met faciliteren warenmarkt
FG
0
24
24
24
Stoppen met advisering welstand Volledig stoppen met activiteiten duurzaamheid en milieu
FG MJ
0 0
36 50
36 50
36 50
Uitstellen investering fietslus (investering)
MJ
0 0
50 160
50 160
50 160
Orde en veiligheid Stoppen met BIT en buurtpreventie
JB
18
18
18
18
Bestuursopdracht VR ZHZ
JB
0 18
0 18
0 18
0 18
21
Perspectiefnota 2026 – 2029
maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
B26
B27
B28
B29
Onderwijs Stoppen met bekostigen schoolzwemmen Striktere voorwaarden bekostiging leerlingenvervoer
MD MD
0 40
0 40
70 40
70 40
40
40
110
110
45 0
90 75
90 75
90 75
45
165
165
165
344
1.497
2.767
2.767
Overige eigen middelen / exploitaties Afstoten Participand Verhuizen/inhuizen gebruikers Brughuis en afstoten gebouw
Totaal 3
RP RP
22
Perspectiefnota 2026 – 2029
3.2 Vervolg Na het vaststellen van deze Perspectiefnota gaan we aan de slag met de vertaling daarvan in de begroting 2026 – 2029. De zomermaanden worden benut om de maatregelen verder te concretiseren en uitvoeringsplannen op te stellen. In het najaar van 2025 zullen we de uiteindelijke begroting aan de raad voorleggen. Op basis van uw vergaderschema 2025 leidt dit tot de volgende planning:
26 juni 2025:
informatiesessie over de Perspectiefnota met de maatregelen die al zijn opgenomen en de maatregelen die moeten worden toegevoegd om tot een sluitende jaarschijf 2028 te komen
1 juli 2025:
start van de raadsvergadering gericht op Inspraak
8 juli 2025:
besluitvorming door de gemeenteraad over de Perspectiefnota 2026
oktober 2025
aanbieden Programmabegroting 2026
28 oktober 2025:
commissievergadering Programmabegroting 2026
11 november 2025:
raadsvergadering vaststellen Programmabegroting 2026
23
Perspectiefnota 2026 – 2029
Deel IV:
Bijlagen
Uitwerking sociaal domein
Uitwerking beeldkwaliteit
Ontwikkeling woonlasten
Reserve Eneco gelden
Schema met consequenties
24
Perspectiefnota 2026 – 2029
Bijlage 1 - Uitwerking sociaal domein Anders inrichten Dienstverlening in de regio Om een dekkend hulp- en ondersteuningsaanbod voor inwoners te organiseren, zal de gemeente Alblasserdam altijd gebruik moeten maken van de specialistische dienstverlening zoals deze nu, voornamelijk bij de GR Sociaal en de GR DG&J, worden georganiseerd. Wel is de gemeente Alblasserdam, volgens eerder benoemde principes, van mening dat een verschuiving noodzakelijk is, waarbij een deel van de specialistische dienstverlening die nu regionaal is georganiseerd, beter en goedkoper lokaal kan worden geleverd. Uitgangspunt hierbij is dat lokale voorzieningen voorliggend zijn aan regionale dienstverlening en dat we niet dubbel organiseren. Om dit de komende jaren concreet te e ectueren zullen we de lokale verordeningen hierop moeten aanpassen. Op de volgende onderdelen willen we inzetten om kwalitatief betere dienstverlening te organiseren die ook bijdraagt aan kostenvermindering bij onze gemeenschappelijke regelingen binnen het sociaal domein.
1. Anders organiseren ambulante specialistische jeugdhulp Een belangrijk deel van de taken op het gebied van de jeugdwet zijn in de gemeente Alblasserdam gedelegeerd aan de GR DG&J. In 2021 is de gemeente Alblasserdam gestart met het project Jeugdhulp naar Voren, waarin lichte en laagdrempelige vormen van jeugdhulp lokaal (bij het Brughuis) zijn belegd. De e ecten van deze beweging zijn zichtbaar in een vermindering van aantallen in de regionale zorgmarkt, maar heeft zich nog niet vertaald in grip op, en vermindering van, de kosten. Zoals eerder gemeld heeft de inflatie en stijgende zorgvraag in zijn algemeenheid daar ook invloed op. In de bestuursopdracht van de GR DG&J wordt gemeld dat het lokaal organiseren van “segment 4” de grootste kans van slagen heeft om bezuinigingen op de jeugdhulp te realiseren. Het voorstel is om vanaf 2026 tot en met 2028 via een ingroeimodel “segment 4” (ambulante jeugdhulp) lokaal te organiseren en regionaal deze producten niet meer in te kopen. Dit betekent meer verantwoording lokaal, maar ook meer directe grip op de doorverwijzingen en hoge kosten en meer regie en expertise vanuit het lokale team in de Alblasserdamse gezinnen. Met deze versterking van het jeugdteam kunnen we het lokale doorbraakbudget voor jeugdhulp binnen de gemeente Alblasserdam aframen.
Essentiele randvoorwaarden voor het slagen van deze beweging zijn investeringen in het lokale team, het dichtzetten van de route voor deze producten naar de regionale zorgmarkt en voldoende huisvesting voor de jeugdprofessionals. 2. Anders organiseren WMO In het kader van de Wmo bieden verschillende regionaal opererende organisaties zogenaamde Wmomaatwerkvoorzieningen aan. Dit zijn voorzieningen die zijn afgestemd op de situatie van de betre ende persoon ten aanzien van de volgende soorten ondersteuning: huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagbesteding, hulpmiddelen en vervoer. Hieronder staan de belangrijkste besparingsplannen. Een rode draad is dat per type ondersteuning een (beperkt) deel goedkoper georganiseerd gaat worden. We willen meer huishoudelijke ondersteuning laten uitvoeren door onder meer stagiaires en inwoners die (nog) niet toe zijn aan een reguliere baan. Deze dienstverlening bedraagt 15 procent van de kosten van de regionale dienstverlening. In aanvulling hierop willen we herstelgerichte ondersteuning weer gaan invoeren. Op die manier helpen we inwoners bij wie dat reëel is om (meer) huishoudelijke taken op te pakken. We kunnen zo bij elkaar tenminste € 100K besparen.
25
Perspectiefnota 2026 – 2029
Daarnaast willen we een deel van de Wmo-begeleiding (daarbij gaat het bijvoorbeeld om hulp bij het indelen van de dag, bij het bedienen van huishoudelijke apparaten en bij het ondernemen van dingen) lokaal gaan beleggen. Deze dienstverlening gaan we dan waar mogelijk groepsgewijs en/of mede met hulp van vrijwillige inzet invulling geven. We verwachten hiermee tenminste € 30K tot € 60K te besparen. Voor een beperkt deel van de mensen die nu belevingsgerichte of arbeidsmatige dagbesteding ontvangen lijken lokale voorzieningen (zoals de inloop van Yulius of het Odensehuis) ook geschikt. De gemeentelijke kosten per deelnemer voor deze laagdrempelige lokale voorzieningen zijn beduidend lager. Door aan inwoners voor wie het geschikt is de lokale plek aan te bieden menen we ruim € 50K te kunnen besparen. In het Wmo-vervoer gaan we aanpassingen doorvoeren. Het tarief van de Drechthopper gaat gelijkgesteld worden met het OV-tarief. Dit levert naar verwachting zo'n € 15K per jaar op. Daarnaast is het voornemen om bestaande vrijwillige vervoersdiensten (denk aan de elektrische duofietsen) door te ontwikkelen en/of nieuwe initiatieven op te zetten, zoals Automaatje of seniorenbus. De te verwachte financiële impact hiervan gaan we nog beter doorrekenen. Voorzichtigheidshalve gaan we vooralsnog uit van een besparing van niet meer dan € 20K per jaar.
Als we al deze voorstellen uitvoeren vinden we het realistisch om op dit moment een besparing van 230K op te nemen in 2028 op de regionale budgetten. 3. Anders organiseren toeleiden naar werk In het domein van ontwikkelen naar werk gaat het om het ondersteunen van inwoners met een bijstandsuitkering naar werk. Op dit moment wordt dit beleidsdomein door de GR Sociaal buiten de bezuinigingen gehouden. Daarom pleiten we er bestuurlijk voor dat er alsnog wordt gekeken hoe in dit domein bezuinigd kan worden. Daarnaast overwegen we sterk ons in te zetten voor het verplaatsen van het zwaartepunt van de uitvoering van ontwikkelen naar werk naar het lokale domein. Dit omdat deze dienstverlening naar onze overtuiging het best kleinschaliger en in de eigen leefomgeving kan worden georganiseerd, waarbij wordt aangesloten op bestaande expertise en (potentiële) inzet die er al is, zoals die van bepaalde lokale werkgevers en van lokale partijen. Voor een grote regionale organisatie is het lastig daar op een goede manier aansluiting bij te vinden. Van het project Kansrijk Alblasserdam hebben we geleerd dat dit via een lokale invulling op een geschikte manier gestalte kan krijgen. Deze beweging is al in gang gezet; het project Kansrijk laat veelbelovende resultaten zien.
Echter is het op dit thema onzeker of we regionale middelen bij de GR Sociaal kunnen losweken om hier uitvoering aan te geven; op dit onderwerp hebben we nog te maken met solidariteit. Daarom is dit onderwerp terug te vinden in lijst 3. 4. Minima- en armoedebeleid Onder de regionale inzet van de GR Sociaal valt ook de uitvoering van de minimaregelingen en de schuldhulpverlening. Lokaal zetten we in op het versterken van het lokale netwerk en het bieden van laagdrempelige en outreachende dienstverlening. De gemeente Alblasserdam heeft in 2023 bewust gekozen om ruimhartig beleid te voeren op deze thema's en kiest nu om de uitvoering meer in lijn te brengen van de gemeenten om ons heen. De voorgestelde besparing op het minima- en armoedebeleid wordt gerealiseerd door de inkomensgrens te verlagen van 120% van het wettelijk sociaal minimum (WSM) naar 110%. Daarnaast wordt de hoogte van de toeslag verlaagd van 45% van de geldende bijstandsnorm naar 35%. Met deze aanpassingen sluiten we aan bij de normen zoals die nu gelden in de gemeente Sliedrecht.
26
Perspectiefnota 2026 – 2029
Daarnaast kiezen we ervoor om het lokale uitvoeringsbudget op het armoedebeleid te halveren, welke is bedoeld om de samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke partners te stimuleren met trainingen en netwerkbijeenkomsten. Deze keuzes hebben gevolgen voor huishoudens die financieel in zwaar weer zitten, wat kan leiden tot een toename van (problematische) schulden. Er ontstaat meer druk op andere minimaregelingen en lokale/regionale voorzieningen, die wel beschikbaar blijven. Het is belangrijk om realistische alternatieven te overwegen, zoals de samenwerking met kerken voor armoedebestrijding. Met deze keuze kiest het college ervoor om zich te conformeren aan het beleid van gemeenten om ons heen, maar is wel een aanpassing van ons huidige minima- en armoedebeleid noodzakelijk.
Anders inrichten lokale dienstverlening Doorontwikkeling Brughuis Het Brughuis is de belangrijkste schakel van het lokale voorzieningenniveau, welke in 2026 wordt doorontwikkeld. De doorontwikkeling van het Brughuis houdt in dat de functies van de Stichting Welzijn Alblasserdam, de Stichting Jeugdteams en De Sociale Basis worden samengevoegd binnen één organisatie en onder één bestuur. Door deze fusie wordt onder andere een besparing in binnen het management gerealiseerd en een e iciency-taakstelling van 5% opgelegd. Daarnaast streven we naar een beperking en verandering van de huidige dienstverlening. Dit in overleg met het Brughuis, zodat we de dienstverlening kunnen afstemmen op de dienstverlening in de regio en in de samenleving.
Overige lokale dienstverlening De dienstverlening van lokale organisatie moet worden afgestemd met de dienstverlening in het Brughuis en de kracht van de samenleving. Zo wordt de aanvullende subsidie van Vluchtelingenwerk Nederland afgeschaald en meer beroep gedaan op vrijwilligers om statushouders zo snel mogelijk te laten functioneren in de maatschappij. Binnen de dienstverlening van ons Jongerenwerk kiezen we ervoor om vooral in te zetten op vindplaatsgericht werken, vroegsignalering en voorlichting/talentgerichte ontwikkeling. Dit betekent dat we afschalen in het preventieve (zorg-)aanbod, wat we zoveel mogelijk opvangen binnen de dienstverlening in het Brughuis of via andere kanalen. De afschaling van dit aanbod kan leiden extra zorgvragen richting Brughuis/ duurdere jeugdhulp in de toekomst.
27
Perspectiefnota 2026 – 2029
Bijlage 2 - Uitwerking Beeldkwaliteit We schalen de beeldkwaliteit af van een B naar C niveau. Een beeldkwaliteit op C niveau betekent concreet dat er bijvoorbeeld meer zwerfafval per m2 komt, de heggen en heesters minder worden geknipt dus er zitten langere uitsteeksels aan een heg, langer gras, dat ook ruwer wordt, meer onkruid op straat. In onderstaande tabellen kunt u lezen (en zien) wat de verschillen zijn tussen de verschillende beeldkwaliteitsniveaus:
Bij B mag er max 30% per 100m2 bedekt zijn met onkruid, bij C is dat 40%. Daarbij is ook de bedekking met resten 10% hoger. Bij C mogen max 30 stuks onkruid staan van 30 cm hoog, met een maximale uitschieter tot 75cm. Ook mag er zodevorming plaatsvinden, wat bij B niet mag. Tabel zwerfafval: Het verschil tussen B en C is dat bij B max 10 stuks klein zwerfafval mogen liggen per m2, bij C is dat 25 stuks
28
Bijlage 3 - Ontwikkeling woonlasten Gemeente Gemiddeld betaalde ozb woningen Afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens Rioolheffing meerpersoonshuishoudens Totaal exclusief heffingskorting Heffingskorting Totaal inclusief heffingskorting
Woonlasten 2024 405 449 169 1.022 -40 982
Woonlasten 2025 431 497 185 1.112 -40 1.072
Verschil 2025-2024 in € 26 48 16 90 0 90
Verschil 2025-2024 in % 6,3% 10,7% 9,5% 8,8% 9,1%
Woonlasten 2026 464 510 201 1.175 0 1.175
Verschil 2026-2025 in € 33 13 16 63 40 103
Verschil 2026-2025 in % 7,7% 2,7% 8,7% 5,6% 9,6%
De onroerendezaakbelasting stijgt met 2,7% inflatieontwikkeling en 5,0% autonome verhoging, deze neemt dus met 7,7% toe. De rioolhe ing neemt toe met 2,7% plus de verhoging van 6,0% op basis van het stedelijk waterplan. De he ingskorting vervalt per 2026. De totale woonlasten nemen daardoor met 9,6% toe in 2026 ten opzichte van 2025.
Perspectiefnota 2026 – 2029
Bijlage 4 - Reserve Enecogelden Eerder is de vraag gesteld of de reserve Enecogelden ingezet kan worden om een bijdrage te leveren aan de bezuinigingsopgave. Deze reserve is gevormd naar aanleiding van de verkoop aandelen Eneco, resulterend in een storting van € 18,4 miljoen. Het saldo per eind 2024 is € 6,5 miljoen. Het beleid rondom aanwending is door de raad op 21 december 2021 als volgt bepaald: a. voor bestedingen die leiden tot structurele financiële ruimte in de begroting; b. voor een revolverend mechanisme ten behoeve van maatschappelijke ontwikkelingen met een langlopend e ect en in het bijzonder die welke betrekking hebben op duurzaamheid en klimaatadaptieve doelen; c. voor aankoop van gronden en/of gebouwen uit strategisch en/of maatschappelijk oogpunt t.b.v. regievoering bij de ontwikkeling van een plangebied voor zover deze (nog) niet via de reguliere grondexploitatie aan de raad kunnen worden aangeboden. Onder a. kan worden gedacht aan incidentele uitgaven of investeringen waarmee een besparing kan worden gerealiseerd. Er zijn geen maatregelen in beeld gebracht die hiertoe kunnen worden gerekend. Activiteiten onder b. zijn beperkt, omdat er sprake moet zijn van een revolverend mechanisme. Dat betekent feitelijk dat er geld voor deze doeleinden wordt uitgeleend en dat de aflossing wordt gebruikt om de reserve weer te voeden.
Daarnaast ontvangt de gemeente voor activiteiten op dit gebied specifieke middelen van het rijk. Activiteiten onder c. kunnen niet altijd ten laste van de reserve worden gebracht, omdat aankoop van gronden en gebouwen niet altijd leiden tot kosten, maar tot investeringen die een waarde vertegenwoordigen en dus op de balans worden geactiveerd. Uitzondering is het project Ruigenhil waar het bedrag van de kosten of aankopen groter is dan de marktwaarde en dus de reserve wordt ingezet ter dekking van het verschil. Op dit moment zijn er geen mogelijke maatregelen in beeld waarmee besparing gerealiseerd kunnen worden middels het inzetten van de reserve.
3
Bijlage 5 - Nadere toelichting maatregelen en de gevolgen daarvan Beleidsclusters en maatregelen (bedragen x € 1.000)
Pfh
B26
B27
B28
B29
Wat houdt deze maatregel (in een paar zinnen) in?
Wat zijn de (mogelijke) gevolgen?
2 - Mogelijke maatregelen 2026 en verder Sport, cultuur en recreatie Verhogen (indexeren) huur grond aan GR Sportpark Souburgh
FG
2
2
2
Beëindigen lidmaatschap vereniging sport en gemeenten
FG
2
2
2
Inzet op opbrengstmaximalisatie zwembad BSSA
FG
10
10
10
Maatregelen BSSA exploitatie zwembad: verhuur Tienpondzaal Maatregelen BSSA exploitatie zwembad: minder inhuur Verhogen huur (10%) verenigingen Souburgh
FG
20
20
20
FG
80
80
80
FG
20
20
20
Besparen op sportvoorzieningen (Huur en onderhoud)
FG
0
158
158
Besparing bedrijfsvoering door ontvlechting GR Souburgh
FG
0
PM
PM
Clusteren divers kleinere budgetten verminderen activiteiten
MD
19
19
19
2 De GR zal dit vermoedelijk doorbelasten aan de verenigingen waardoor het lidmaatschapsgeld voor de leden hoger zal worden 2 Geen onderdeel meer van een landelijk netwerk rondom samenwerking en kennisdeling op dit thema 10 De BSSA kijkt naar prijsverhoging van de kaartjes en overige efficiency slagen 20 Daadwerkelijk gebruik van deze zaal door hurende partijen 80 Meer streven naar vast personeel waardoor loonkosten dalen. 20 De GR wordt verzocht de huur aan verenigingen te verhogen, waardoor de netto bijdrage van de gemeenten lager wordt. 158 Dat een deel van het onderhoud (denk aan sportvelden en gebouwen) door de verenigingen zelf zal worden uitgevoerd. Dat het overige groenonderhoud in reguliere werkprocessen vanuit de gemeente worden meegenomen. Ook zal gekeken worden of de huur van velden/accommodaties kan worden verhoogd PM De gemeenschappelijke regeling zal ontbonden worden. 19 Verlagen van totale post waarderingssubsidies (het huidige budget is 85.000).