CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Woonzorgvisie (22-02-2024).pdf

Bijeenkomst Informatie & Opinie (BIO) 5 maart 2024, gemeente Alblasserdam22.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8.1.2 Maatschappelijke context Naast klimaatverandering, is ook de maatschappelijke context een belangrijke drijfveer voor verduurzaming: de lastendruk van de elektriciteitsrekening en gasrekening nemen in rap tempo toe. Daarnaast is de afgelopen tijd gebleken dat onze afhankelijkheid van andere landen veel onzekerheid biedt. Verduurzaming zet een rem op klimaatverandering, maar ook op onze afhankelijkheid van anderen en de onzekerheid die daar mee gepaard gaat. Een zeer actuele doelgroep is de doelgroep met (risico op) energiearmoede, die zowel uit kopers als huurders bestaat. TNO en CBS definiëren energiearmoede als een combinatie van laag inkomen, slechte energetische kwaliteit van het huis en onvoldoende mogelijkheid om te investeren in een betere energetische kwaliteit. De doelgroep die daadwerkelijk kampt met energiearmoede bedraagt volgens onderzoek van TNO 6.6% huishoudens in Alblasserdam in 202029. In 2022 is dit onderzoek geactualiseerd en is het aantal volgens TNO opgelopen tot ca. 7.4%30.

8.1.3 Energieneutraal Een gebouw is energieneutraal als er, over een jaar bekeken, geen energie van buitenaf nodig is die afkomstig is van fossiele brandstoffen. Dit houdt in dat de woning volledig is voorzien van duurzame 29 30

TNO: https://www.tno.nl/nl/over-tno/nieuws/2021/9/tno-brengt-energiearmoede-gedetailleerd-in-kaart/ TNO: https://www.tno.nl/nl/newsroom/2023/01/energiearmoede-onderzoek-2022/

45

energie. De energie die verbruikt wordt, is dus opgewekt door de woning zelf. Woningen hebben geen gasaansluiting meer, maar de woning wordt verwarmd door een warmtenet of een elektrische warmtepomp. Ook wordt er bijvoorbeeld gekookt op inductie. De benodigde energie wordt opgewekt door alternatieve energiebronnen. Deze energiemaatregelen leveren grote voordelen op. Niet alleen voor het milieu en het verminderen van de CO2-uitstoot, maar ook voor de portemonnee. Energieneutraal bouwen gaat dus een stap verder dan passief of energiezuinig bouwen, waarbij de energiebehoefte van de woning ook flink verminderd wordt. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 juli 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Daarnaast moeten bestaande woningen flink wat energie besparen. De doelstelling is om voor 2030 zoveel mogelijk woningen te verduurzamen en stappen te laten zetten richting de landelijke isolatiestandaard, zodat Alblasserdam op koers blijft voor een aardgasvrije en CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. Concreet betekent dit voor Alblasserdam dat er nog tussen de 5.300 en 6.500 woningen geïsoleerd moeten worden tot de landelijke isolatiestandaard. Woningeigenaren zullen stapsgewijs hun woningen verduurzamen.

Een deel van de opgave wordt gerealiseerd als gevolg van landelijke maatregelen, zoals afspraken met (sociale) verhuurders, betere (financiële) regelingen en een betere informatievoorziening.

8.1.4 Energietransitie en klimaatadaptatie De energietransitie is een van de grote maatschappelijke veranderingen van deze eeuw. We stappen over van fossiele brandstoffen zoals aardolie, aardgas en benzine naar brandstoffen uit duurzame bronnen. Denk bijvoorbeeld aan wind- en zonne-energie. Het elektrificeren van de maatschappij heeft ingrijpende gevolgen voor de woningmarkt en de ruimtelijke inrichting. Naast de energietransitie heeft ook klimaatadaptie grote invloed op de woningmarkt. We moeten maatregelen nemen om de gevolgen van weersextremen zo goed mogelijk op te vangen. Je kunt hierbij denken aan het verbreden of verhogen van dijken. Maar ook aan het vervangen van bestrating voor aarde of groen. Op die manier kan de bodem als een spons fungeren. Tijdens een regenbui neemt hij het water op en later geeft hij het geleidelijk weer af aan zijn omgeving. Maar zelfs met deze maatregelen neemt de kans op bijvoorbeeld overstromingen, toe. Door hier nu al rekening mee te houden in locatiekeuze en de inrichting van huizen en de infrastructuur, is het mogelijk om schade zoveel mogelijk te beperken.

8.2 Wat we willen De gemeente Alblasserdam streeft naar een duurzame, betaalbare en comfortabele woningvoorraad. Huizen die geen tot weinig C02 uitstoot veroorzaken, in de bouw-, gebruiks- en sloopfase. Huizen die bestand zijn tegen de extremere weersomstandigheden die klimaatverandering met zich meebrengt, en die op een positieve manier bijdragen aan het opvangen van deze weersomstandigheden. En huizen die zo worden gemaakt dat er zo min mogelijk grondstoffen worden gebruikt en verspild.

8.2.1 Duurzame nieuwbouwwoningen Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 juli 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Vanaf 1 juli 2020 wordt de energieprestatie van bijna energieneutrale gebouwen vastgelegd aan de hand van 3 eisen (BENG-indicatoren):  De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar

46

 

Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten

De BENG eisen betekenen nog niet dat woningbouw volledig energieneutraal is. in onze (ruimtelijke) procedures willen we sturen op volledig energie neutrale nieuwbouw door strengere eisen op te leggen aan nieuwbouwprojecten. Dat zal nodig zijn om echt duurzame woningen te creëren.

8.2.2 Duurzame productie Huizen moeten op een circulaire manier gebouwd zijn. Dat kan op verschillende manieren vorm krijgen, bijvoorbeeld: - Materialen die gebruikt worden bij bouw zijn hergebruikte materialen - Materialen moeten demonteerbaar zijn zodat je bij de sloop de spullen opnieuw kan gebruiken - De bouw moet ook op een duurzame manier gebeuren. Hoe worden de werkzaamheden uitgevoerd? Denk hierbij bijvoorbeeld: - Heeft de aannemer veel reistijd? - Welke apparaten worden er gebruikt? - Hoe gaat de aannemer binnen haar/zijn eigen bedrijf om met duurzaamheid? Om dit te bereiken, willen we ook hiervoor strengere eisen opleggen bij nieuwbouwprojecten.

8.2.3 Duurzaam energiesysteem Als de woningbouw toekomstbestendig moet zijn, dan zal er ook gekeken moeten worden naar duurzame energiesystemen, zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. Het elektriciteitsnet zit steeds sneller vol. Ook zal de vraag naar elektriciteit alleen maar toenemen naarmate er minder gas gebruikt wordt. Een goed energiesysteem is randvoorwaardelijk voor woningbouw. In Nederland zijn er zelfs voorbeelden van nieuwbouwwijken die niet op het net aangesloten worden, omdat de capaciteit niet groot genoeg is. Dit moet daarom aan de voorkant meegenomen worden. Er zal dus steeds gekeken moeten worden of het energienet het nog wel aan kan; is de infrastructuur zwaar genoeg? Manieren om dit te verbeteren kunnen zijn: - Energie zoveel mogelijk gebruiken op het moment dat deze wordt opgewekt - Energie lokaal opslaan of lokaal delen Daarnaast zullen er in de toekomst ook huizen worden aangesloten op warmtenetten, hoewel dit in Alblasserdam wellicht nog een aantal jaar zal duren. Meer informatie hierover is te vinden in de Transitievisie warmte. We willen dat projectontwikkelaars een toekomstbestendig plan aanleveren over hoe netcongestie wordt voorkomen alvorens zij het nieuwbouwproject in uitvoering brengen.

8.2.4 Energiebesparing bij bestaande bouw Isoleren, isoleren, isoleren. Hoe kleiner de energievraag hoe minder er opgewekt moet worden, hoe minder zwaar het net hoeft te zijn en hoe minder warmte van het warmtenet nodig is. Energiebesparing is een randvoorwaarde voor aardgasvrije verwarming, aangezien de verschillende aardgasvrije alternatieven voor verwarmen met aardgas vaak werken met lagere temperaturen dan de cv-ketel op aardgas. Hierdoor is isolatie een noodzakelijke tussenstap. Daarnaast levert 47

energiebesparing op zichzelf ook al een CO2-besparing op, leidt het tot een lagere energierekening en leidt het vaak ook tot een comfortabelere en gezondere woning met minder tocht en vocht mits de isolatie gecombineerd wordt met energiezuinige ventilatie. Er is een landelijke Standaard voor woningisolatie. Openbare gegevens over welke woning al op de Standaard zit ontbreken, maar kunnen benaderd worden met behulp van energielabels, hoewel hier een aardige foutmarge op zit. Bijbehorende streefwaarden voor afzonderlijke bouwdelen ondersteunen het behalen van de Standaard bij een stapsgewijze aanpak. Bouwdelen zijn onderdelen van de woning die de warmtevraag bepalen. De vier ‘grote’ bouwdelen zijn het dak, de vloer, de ramen en de gevel. Daarnaast worden gevelpanelen, de voordeur, de mate van kierdichting en de ventilatie ook tot de bouwdelen gerekend. De streefwaarden gaan verder dan de Standaard. Dat betekent dat een woning op de Standaard kan komen zonder alle bouwdelen te hoeven isoleren, mits de bouwdelen die wel geïsoleerd worden verder gaan dan de Standaard. Hoewel woningeigenaren hierin niet verplicht kunnen worden, zal de gemeente verschillende acties uitvoeren om hen zoveel mogelijk te stimuleren.

Dit gebeurt de komende jaren onder andere in de vorm van een meerjarige collectieve ontzorging; Eigenaren van koopwoningen worden van a tot z ontzorgd bij het isoleren van woningen. Bij mensen met risico op energiearmoede zal dit zelfs (bijna) volledig financieel vergoed worden.

8.2.5 Weersbestendige woningbouw Door de toenemende hitte en wateroverlast moeten woningen steeds meer weersbestendig worden, bijvoorbeeld: - (Buiten)zonwering tegen hittestress - Oriëntatie op het zuiden of minder ramen op het westen/oosten voor passieve verwarming in de winter en minder zoninstraling in de zomer - Opvangen regenwater en hergebruiken - Natuurlijke ventilatie - Ontharding van tuinen voor natuurlijke waterhuishouding en koelere omgeving - Groene daken Bij nieuwbouw willen we regels opnemen om dit te bevorderen. Bij bestaande woningbouw willen we woningeigenaren zoveel mogelijk aanmoedigen om dit te doen.

8.2.6 Een groene omgeving Een groene omgeving is bevorderlijk voor de gezondheid van mens en dier. Mensen die in een groene omgeving wonen hebben minder vaak last van hart- en vaatziekten, overgewicht of diabetes. Ook hebben ze vaak een betere mentale gezondheid. Groen leidt tot deze positieve effecten op de gezondheid via: - Bevorderen van herstel (o.a. van stress en depressie), - Bevorderen van gezond gedrag (bewegen, sociaal contact) en - Schade verminderen van milieufactoren (bijv. minder geluidsoverlast) Een groene leefomgeving is niet alleen gunstig voor welzijn en gezondheid van bewoners. Er zijn meer voordelen: groen kan zorgen voor waterafvoer door de afwezigheid van bestrating, voor waterberging en verkoeling. Ook kan groen de biodiversiteit verrijken. Binnen meerdere beleidsthema’s kan groen dus oplossingen bieden. Bestaand groen en vergroening krijgt bij ontwikkelingen volwaardig een plaats bij de inrichtingseisen. De historische ontwikkelingen, ook van recente datum, hebben hiervoor minimale aandacht gehad. Groen is tot op heden de sluitpost van een ontwikkeling. Als we een groene omgeving als uitgangspunt nemen, zal dit meer kansen voor een kwalitatief fijnere leefomgeving, klimaatadaptieve inrichting en een betere biodiversiteit het voorkomen of tegengaan 48

van hittestress en een betere waterhuishouding in de bodem waardoor bodemdaling wordt tegengegaan.

9. Onze ambities en beperkende factoren 9.1 Beperkende factoren De opgaven en ambities voor nu en in de toekomst zijn groot. Mogelijkheden om invulling en een plek te geven aan al deze opgaven worden beperkt. Deze beperkingen komen onder andere voort uit: o Gebrek aan beschikbare ruimte/locaties om te bouwen o Bereikbaarheid van het dorp o Hoog autobezit en hoge parkeerdruk in de openbare ruimte o Weinig gemeentelijke grondposities o Afhankelijkheid van de markt en economische ontwikkelingen o Beschikbare capaciteiten nutsvoorzieningen o Wet- en regelgeving o Landelijk en provinciaal beleid o Regionaal beleid o Lokale uitgangspunten en lokaal beleid (bouwhoogtes, behoud groen, parkeermogelijkheden) o Gemeentelijke capaciteit en financiële middelen Met een bouwplancapaciteit van ongeveer bijna 700 nieuw te bouwen woningen (349 harde en 308 zachte plannen), voorziet Alblasserdam in haar eigen woningbehoefte (voor zowel wegwerken huidige frictie als hoofd bieden aan demografische ontwikkeling) en draagt het daarnaast bij aan de regionale groeiambitie (Bron RIGO onderzoek 2020).

9.2 Schaarste aan ruimte anno nu Echte uitbreidingslocaties zijn er niet. Meer mensen op hetzelfde oppervlak betekent automatisch dat er per persoon minder ruimte is. Voor woningen, maar ook voor bedrijven, voorzieningen en natuur. Dat dwingt ons om scherpere keuzes te maken. Wat willen we waar? Hoe kunnen we zaken slim combineren? Maar ook meer in de hoogte bouwen en verdichting zijn mogelijke oplossingsrichtingen. Hieronder worden de verschillende opties weergegeven om woningen toe te voegen. Iedere keuze daarin heeft z’n aandachtspunten en consequenties. Zie het overzicht op de volgende pagina.

Opties voor toevoegen van woningen

49

Uitvoeren bestaande plannen

Inbreiden

Herstructureren

Aanvullende mogelijkheden voor extra woningen binnen bestaand bebouwd gebied zoeken.

Bestaande woonwijken herstructureren, woningen slopen en meer woningen terugbrengen.

Transformeren

Bestaande bouwplannen

Bestaande bouwplannen uitvoeren.

Bestaande gebieden van functie laten veranderen. Bijvoorbeeld: bedrijventerreinen of groen-sportvoorzieningen.

Aandachtspunten  

Parkeernorm vormt belemmering. Ontsluiting en bereikbaarheid vormen knelpunten.

 

Hoger bouwen. Inbreiding soms ten koste van groen, parkeerplaatsen, ruimte voor ontmoeten, vrij uitzicht. Parkeernorm vormt belemmering. (Het hoge autobezit en de behoefte om deze in de openbare ruimte te parkeren vormt een belemmering). Problemen bij ontsluiting en bereikbaarheid nemen toe. Zeer beperkt aantal extra woningen toe te voegen.

 

 

Hoger en meer terugbouwen. Ten koste van groen, parkeerplaatsen, openbare ruimte, vrij uitzicht, tenzij het te bebouwen bouwvlak niet groter wordt. Maar toename woningen betekent ook toename parkeerplaatsen, druk op de openbare ruimte. Parkeernorm vormt belemmering. Problemen bij ontsluiting en bereikbaarheid nemen toe. Beperkt aantal extra woningen toe te voegen.

    

Vervangende locaties zoeken voor verdwijnende functies. Bereikbaarheid en ontsluiting is aandachtspunt. Dichtheid en bouwhoogte zelf in de hand. Groot aantal extra woningen toe te voegen. Parkeren inbedden in plannen conform (nieuw) parkeerbeleid. Ligging van de locaties beïnvloedt ook de doelgroepenkeuze voor de betreffende locatie.

Bij ‘Transformatie” zijn twee mogelijkheden voor Alblasserdam aan de orde: 1. Transformatie van bedrijvenlocaties binnen bestaand bebouwd gebied Voordelen: Beperkt de milieu-overlast, betere benutting van bestaande voorzieningen in het dorp, meer groen terug te brengen in de nieuwe bebouwde omgeving Nadelen: Kan ten koste gaan van werkgelegenheid, maar bij een combinatie van wonen en werken kan naar een minder ruimte-intensieve en minder overlastgevende bedrijvigheid worden overstapt. 2. Transformatie van groen-/sportvoorzieningen als meer uitleglocatie-achtige ontwikkeling ten zuiden van de Alblas. Voordelen: minder afhankelijkheden van derden (indien sprake is van gemeentelijke grond), meer vrijheid in de ruimtelijke opzet van het gebied. Nadelen: eigen voorzieningen toevoegen aan de buurt/wijk, gaat ten koste van de groenbeleving, planologische beperkingen/procedures.

50

Ook zal er meer gekeken moeten worden hoe de bestaande woningvoorraad kansen biedt om het hoofd te bieden aan onze opgaven. Daarnaast zullen er keuzes gemaakt moeten worden, hoe, hoeveel en waar we voor welke groepen uit onze samenleving nog willen en kunnen bouwen. Dit zal verder uitgewerkt worden in het uitvoeringsprogramma wat later dit jaar opgesteld gaat worden.

9.3 Bereikbaarheid van het dorp Op 20 januari 2022 heeft Goudappel een bereikbaarheidsstudie gepresenteerd (zie bijlage). Het doel van de studie was om te bepalen hoe de verkeersstromen en daarmee de bereikbaarheid van Alblasserdam, zich zouden ontwikkelen tussen 2019 en 2040. Bij deze prognoses is gewerkt met twee scenario's. Het eerste scenario focust op de autonome groei van de verkeersstromen (2040Autonoom). In dit scenario wordt ervanuit gegaan dat er geen RO-projecten meer gerealiseerd worden vanaf 2019. Het tweede scenario houdt rekening met de geplande RO-plannen en diens effecten op de verkeersstromen (2040-RO). De prognoses laten zien dat Alblasserdam in beide scenario's te maken zal krijgen met aanzienlijke toenames in vertragingen op verschillende knelpunten. In andere woorden: Alblasserdam slibt dicht, ook als er geen RO-projecten worden gerealiseerd. Tegelijkertijd zorgt elke nieuwe ontwikkeling voor extra auto's op de weg en daarmee verdere verslechtering van de bereikbaarheid (verzadigingsgraad) van Alblasserdam. Om de bereikbaarheid van Alblasserdam in 2040 te waarborgen zijn grote maatregelen nodig. Dit wordt verder uitgewerkt in de bereikbaarheidsvisie. Uiteindelijk zal er een combinatie van keuzes nodig zijn om de bereikbaarheid van Alblasserdam te verbeteren. In de bereikbaarheidsvisie worden deze keuzerichtingen concreter uitgewerkt.

Hoe kunnen deze keuzes in de praktijk worden gebracht? En wat zijn de voor- en nadelen van elke keuze? Deze inzichten zullen op hun beurt weer worden meegenomen in het vormgeven van de omgevingsvisie. Het verbeteren van de bereikbaarheid van het dorp is een belangrijk aandachtspunt, maar zeker ook randvoorwaardelijk voor het toevoegen van nog meer woningen.

9.4 Draaiknoppen Wat kunnen we doen om het realiseren van meer woningen mogelijk te maken? Aan de volgende knoppen kunnen we draaien: we kunnen bijvoorbeeld de maximaal toegestane bouwhoogte aanpassen, de parkeernorm aanpassen en meer bouwen in minder kwalitatief groen. Waarbij we zorg moeten blijven dragen voor goede bereikbaarheid en het in stand houden en zo nodig verbeteren van het openbaar vervoer. Als we aan de knoppen kunnen draaien dan kunnen we mogelijk meer woonruimte realiseren voor de doorstroming, huisvesting bijzondere en kwetsbare groepen, het toevoegen van verkleuring en de regionale groeiagenda (regionale bouwopgave). Samengevat:

o

o

o

Meer bouwen/meer woningen toevoegen:  Door inbreiding, herstructurering, bouwen in minder kwalitatief groen, dubbel grondgebruik, tijdelijke/flexwoningen inzetten, optoppen bestaande gebouwen. Bestaande voorraad inzetten:  Door woningdeling, woningsplitsing, woonruimteverdeling, optoppen van bestaande gebouwen. Kaders verruimen:  Zoals meer bouwlagen toestaan, parkeernorm aanpassen en innovatieve parkeeroplossingen inzetten. 51

10. Beleidskeuzes in wonen en woonzorg 10.1 Bouwen en wonen In hoofdstuk 10 worden vier opties weergegeven op welke manier woningen al dan niet toegevoegd kunnen worden. De keuze voor een groen accent in de omgevingsvisie betekent namelijk niet automatisch dat er geen nieuwe woningen bij kunnen komen. Woningbouw gebeurt duurzaam en met een belangrijke rol voor de natuur. Een fit en groen dorp in de polder heeft als doel: aanpassen aan de klimaatverandering, de klimaatverandering tegengaan, het opnieuw gebruiken van grondstoffen en gezondheid. Hieronder wordt per thema weergegeven voor welke optie we kiezen, namelijk: Voortzetten realisatie van het huidige bouwprogramma  Tot 2030 zetten we op volle kracht in op het realiseren van het huidige bouwprogramma (20 projecten, totaal 657 woningen). Hiermee bedienen we onze autonome groei en dragen we ook bij aan de regionale opgave Drechtsteden (Groeiagenda). Naast aandacht voor de mogelijkheden tot versnellen van de woningbouw wordt ook gestreefd naar een evenwichtige spreiding van de realisatie van woningbouwprojecten in tijd. We streven naar een meer continue bouwstroom in de tijd, in plaats van pieken in de productie. Beperkt groeien Om ook na 2030 tegemoet te kunnen komen aan de wensen en behoeften ten aanzien van wonen en wonen met zorg adviseren wij om in te zetten op de volgende twee sporen: 1.

Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande (woon)gebieden en het (iets) hoger terugbouwen kan beperkt extra woningen (voor ouderen) opleveren. Mogelijkheden om te parkeren en bereikbaarheid blijven hierbij de grootste uitdaging. Hierbij geldt als kanttekening dat groei binnen het bestaande dorp slechts in beperkte mate mogelijk is omdat we zuinig zijn op ons groen en de huidige wegenstructuur niet veel meer auto’s aankan. Op beperkte schaal kunnen plekken met minder kwaliteit of woningen die niet goed te verduurzamen zijn, geherstructureerd worden. Ook hier geldt dat behoud en versterking van een groene openbare ruimte, inclusief mogelijkheid tot ontmoeting, een randvoorwaarde is. Dat betekent dat hoger gebouwd moet worden dan de huidige situatie. Stedenbouwkundige kwaliteit is daarbij een belangrijke randvoorwaarde. In verband met behoud van de bereikbaarheid gaat dit om een beperkt aantal woningen en zal elk initiatief maatwerk vragen. 2. Transformatie van een deel van bedrijventerrein Vinkenwaard-Noord naar een woonwerkgebied, waar het leeuwendeel van de woningbehoefte gerealiseerd wordt. Het is, ook met het oog op woningbouw voor ouderen, nuttig als het betreffende deel zo dicht mogelijk aanligt tegen het centrum van het dorp met de daarin aanwezige voorzieningen.

Bedrijven en voorzieningen die passen bij de woonfunctie, kunnen in het gebied een plek krijgen in de plinten van nieuwe woongebouwen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is verplaatsing van bedrijven in hogere milieucategorieën noodzakelijk. We zetten in op gezonde bedrijven. Zo wordt een bijdrage geleverd aan het beperken van de (milieu)belasting vanuit deze locatie op het dorp, het terugbrengen van meer duurzaam ontwikkelde bebouwing en het integreren van meer groen in het te transformeren gebied. 52

NB.: De definitieve keuze/besluitvorming voor deze transformatieaanpak maakt onderdeel uit van de integrale afwegingen die in het kader van de Omgevingsvisie Alblasserdam gemaakt moeten worden. Woningvoorraad  Om de autonome groei van ons dorp in de toekomst te kunnen faciliteren en de bestaande frictie tussen vraag en aanbod het hoofd te bieden zullen we woningen moeten toevoegen aan de woningvoorraad.  Het toevoegen van woningen is belangrijk voor het in stand houden van de voorzieningen voor jong en oud in ons dorp.  We houden vast aan minimaal 30% sociale huurwoningen binnen onze totale woningvoorraad. Dit betekent dat we binnen het totale bouwprogramma ruimte moeten vinden om ook 30% aan sociale huurwoningen te realiseren. Betaalbaarheid  We vinden het belangrijk dat 2/3 van de nieuw te bouwen woningen betaalbaar (sociaal en middelduur) is. Hierbij volgen we landelijke afspraken over wat als betaalbaar kan worden beschouwd. Hier letten we op bij het deel van de huidige plancapaciteit dat nog niet is vastgesteld en bij nieuwe initiatieven. Doorstroming en woonruimteverdeling  We stimuleren graag de doorstroming op de woningmarkt. Dit biedt kansen voor de starters op de woningmarkt, maar ook voor ouderen die door het betrekken van een geschiktere woning langer op zichzelf kunnen blijven wonen.

Met doorstroming ontstaan verhuisketens waarin meerdere doelgroepen bediend worden.  Nieuwbouw kan in de doorstroming een belangrijke rol vervullen. De juiste doelgroep op de juiste plek. De locatie (bereikbaarheid en voorzieningen) bepaalt of we bouwen voor ouderen of bouwen voor starters/jongeren.  We benutten de (wettelijke) mogelijkheden om Alblasserdammers voorrang te geven op de woningmarkt. Naast de huidige (beperkte) mogelijkheden ten aanzien van lokale binding zullen we ook de mogelijkheden in de (komende aanpassingen van) wet- en regelgeving hierin betrekken.  De opkoopbescherming van bestaande bouw die is geregeld in onze huisvestingsverordening en de nog te ontwikkelen zelfbewoningsplicht bij nieuwbouw zullen ertoe leiden dat meer woningen beschikbaar blijven voor starters op de woningmarkt. Flexwonen  We willen ruimte bieden voor alternatieve woonvormen zoals flexwonen. Dit biedt kansen voor jongeren en andere doelgroepen (bijvoorbeeld urgent woningzoekenden) om tijdelijk een woning te kunnen betrekken om van hieruit door te stromen naar een reguliere woning.

10.2 Wonen met zorg Langer zelfstandig thuis wonen 53

Wij zetten ons in voor een situatie waarbij mensen die zorg nodig hebben minder snel in een instelling gaan wonen. We stimuleren daarvoor dat oudere inwoners van Alblasserdam zelf nadenken over hun (toekomstige) woonsituatie wanneer zij minder vitaal (dreigen te) worden. Naast het stimuleren van doorstromen naar geschikte woningen blijven we ondersteuning bieden voor woningaanpassingen – meer wel in beperkte vorm – verhuizen naar geschikte(re) woning is ook een optie.

Woningen voor ouderen  We willen een fors aandeel van te bouwen woningen geschikt laten zijn voor ouderen.  We willen voor de huisvesting van ouderen vooral inzetten op geclusterde woonvormen, in de directe nabijheid van voorzieningen voor ouderen (zorgzame buurten). Hierbij moet sprake zijn van een mix van huur- en koopmogelijkheden die aansluit bij de behoeften. Mantelzorgwoningen faciliteren  We willen creatieve mantelzorgwoonvoorzieningen faciliteren door juridische drempels waar de gemeente invloed op heeft te verminderen. We zullen hiernaar een nadere studie initiëren en de mogelijkheden verder uitwerken. Toename plekken in verpleeghuizen  We zijn terughoudend in het laten toenemen van plekken in verpleeghuizen. Dat vloeit logisch voort uit de inspanningen die we treffen om langer thuis wonen te bevorderen. Eventuele toename zal dan in overleg met regiogemeenten gebeuren; we verlangen van hen dat ook zij dan investeren in het laten toenemen van plekken. Nadenken over de toekomst  We willen dat (toekomstige) ouderen een bezoek ontvangen waarin het gaat over wonen en zorg in het licht van ouder worden. Hiervoor kunnen we aanhaken bij reeds bestaande initiatieven van Woonkracht 10 en van de Stichting Welzijn Alblasserdam.

Ruimte voor woonzorginstellingen voor mensen met verstandelijke beperking  Zorginstelling Adullam heeft de ruimte gekregen om uit te breiden met plus minus 20 plekken. Dit heeft een betekenisvol gevolg voor de omvang van de wachtlijst. We erkennen de behoefte tot het realiseren van een zogenaamd mooi leven huis, dat is bedoeld voor mensen met een meervoudige beperking. We willen ons steentje bijdragen door te ondersteunen bij het lobbyen voor het vinden van een geschikte plek.  We willen dat in het zuidwestelijk deel van Polder Blokweer ruimte blijft voor ondernemingen á la Tro Tardi en BIOkaas. Om het mogelijk te maken dat het type voorzieningen wordt geconsolideerd zijn we van plan ons in te spannen voor een stevige juridische basis. Dat is belangrijk gelet op (ontwikkelingen in) Natura2000 en het Werelderfgoedverdrag van UNESCO.

Huisvesting kwetsbare groepen  We spannen ons in om woonruimte te creëren voor kwetsbare groepen. De wensen met betrekking tot de reguliere of speciaal daarvoor bestemde woningen zijn divers, en kunnen ze met elkaar in strijd zijn. We willen ons daarom niet vastleggen op een koers, maar per situatie kijken wat we kunnen doen, waarbij we ons laten informeren door de expertise die relevante partnerorganisaties inbrengen. 54

10.3 Wonen voor bijzondere doelgroepen Recht doen aan woonwagencultuur  Alblasserdam wil z'n steentje bijdragen om ervoor te zorgen dat een woonwagenbewoner die een standplaats zoekt binnen redelijke termijn hierop kans maakt. Om te bepalen of er daadwerkelijk voldoende standplaatsen zijn gaan we onderzoek doen naar slaagkansen, en vergelijken we de uitkomsten met de wachttijden voor woningzoekenden in de sociale huursector. Mocht het nodig en haalbaar zijn om aanvullende woonplekken te realiseren, dan maken we, waar het de sociale doelgroep betreft, afspraken met Woonkracht10 over de realisatie, de verhuur en het beheer van woonwagen en standplaatsen. Huisvesting arbeidsmigranten In lijn met de bevindingen van commissie Roemer en om onveilige woonsituaties te voorkomen alsmede inzicht c.q. grip te krijgen op de hoeveelheid werkzame arbeidsmigranten in de regio en gemeente, is het advies om in navolging van andere gemeenten een inventarisatie van woon- en arbeidsregistraties op te stellen. Zodoende heeft de stap naar betere regulering een vertrekpunt, waaraan in de toekomst getoetst kan worden, maar we zien voor de vestiging van arbeidsmigranten geen rol voor onszelf.

Statushouders en vluchtelingen  Alblasserdam vervult haar wettelijke taak in de huisvesting van statushouders. Naast de wettelijke taakstelling moet Alblasserdam jaarlijks 15 extra statushouders huisvesten voor een periode van vijf jaar, op basis van regionale afspraken over de opvang van vluchtelingen.  We zijn ons ervan bewust dat de ontwikkelingen ten aanzien van opvang Oekraïners moeilijk zijn te voorspellen. Tegelijk is het wel belangrijk dat we ons voorbereiden op de mogelijkheid dat er nog meer Oekraïners komen. Ook is het nodig een idee te hebben van hoe het deel van de Oekraïners dat hier vermoedelijk zal blijven, structurele huisvesting aangeboden kan worden. Dit thema heeft onze aandacht.

10.4 Fijn samenwonen Buurtkracht  Alblasserdam blijft via Buurtkracht bouwen aan een sterke basis, zodat inwoners voelen dat zij ertoe doen, waar men elkaar kent en samen de buurt maakt. Buurtkracht zet in op meer sociale samenhang, leefbaarheid en kansengelijkheid. Gevarieerde woonbuurten  Alblasserdam streeft naar gevarieerde woonbuurten. We zoeken steeds naar een goede mix tussen goedkopere en duurdere woningen, huur en koopwoningen binnen een wijk.

10.5 Duurzaam bouwen en wonen Energiebesparing bij bestaande bouw  We blijven inzetten op isoleren van woningen. Hoe kleiner de energievraag hoe minder er opgewekt moet worden, hoe minder zwaar het net hoeft te zijn en hoe minder warmte van het warmtenet nodig is. Duurzame nieuwbouwwoningen 55

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 juli 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). De BENG eisen betekenen nog niet dat woningbouw volledig energieneutraal is. We hebben de wens om hier in 2024 strengere eisen voor te gaan bepalen bij nieuwbouw.

Duurzame productie  Onze wens is dat woningen op een circulaire manier gebouwd worden. We zullen hierover afspraken gaan maken met de woningcorporatie. Ook zullen wij hier aandacht voor vragen bij initiatieven door marktpartijen en dit mee laten wegen in de beoordeling van de plannen. Duurzame energiesystemen  Als de woningbouw toekomstbestendig moet zijn, dan zal er ook gekeken moeten worden naar duurzame energiesystemen, zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw. Bij woningbouwinitiatieven zal dit in de beoordeling worden meegewogen. Weerbestendige woningbouw  Door de toenemende hitte en wateroverlast moeten woningen steeds meer weersbestendig worden. Bij woningbouw-initiatieven zal dit in de beoordeling worden meegewogen. Een groene omgeving  Een groene leefomgeving is gunstig voor welzijn en gezondheid van bewoners, groen kan zorgen voor waterafvoer, voor waterberging en verkoeling, kan groen de biodiversiteit verrijken. Bij de aanpak van bestaande en ontwikkeling van nieuwe woonwijken zal dit in de beoordeling worden meegenomen. Dit zou als uitgangspunt/randvoorwaarde gesteld kunnen worden om de leefbaarheid van het dorp te behouden.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/582/documents/12481