Concept Woonzorgvisie (22-02-2024).pdf
Tekst van het document
4
Verdere achtergrondinformatie over de totstandkoming van o.a. de sterren is te vinden op https://www.zorgopdekaart.nl/bagwoningen/pdfs/toelichting/toelichting-woningvoorraadwoningaanpassingen-en-langer-zelfstandig-thuis-11.pdf 5 Public Care (2004), Opzet voor implementatie van Woonzorgzones in Alblasserdam 6 Datum export: dinsdag 31 oktober 2023. Verkregen via Onderzoekscentrum Drechtsteden. 7 Deze is verspreid onder gemeenten via een mailing. 8 Tegelijk is het percentage appartementen ten opzichte van het totaal aantal woningen (8.449) niet zo hoog. Het gaat om 31,6 procent. Dat is alleen meer dan Hendrik-Ido-Ambacht (23,7 procent) en HardinxveldGiessendam (25,4 procent) en net iets minder dan Papendrecht (33,5 procent) (allecijfers.nl, geraadpleegd op 02-11-2023).
26
Corporatiewoningen die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm Gemeente Aantal Alblasserdam Dordrecht Hardinxveld-Giessendam Hendrik-Ido-Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht
539 1743 346 197 168 403 1074
Bron: RIGO (datum export 31 oktober 2023) en arcgis.com/apps/webappviewer. Verkregen via Onderzoekscentrum Drechtsteden.
Woonkracht 10 komt in haar telling tot een ongeveer even hoog aantal (559) woningen die in haar bezit zijn en die behoren tot een geclusterde woonvorm. Kenmerken van geclusterde woonvormen die zij hanteren zijn een cluster van minimaal vijf wooneenheden, aanwezigheid van een gezamenlijke ruimte die gericht is op ontmoeting en minimaal 50% van de woonvorm is bestemd voor 55-plussers. Woonplekken in intramurale zorginstellingen worden niet meegeteld.9 SeniorPlus Veel van de hierbovengenoemde clusters zijn tevens complexen voor SeniorPlus Wonen. Woonkracht 10 heeft tot nu toe 329 woningen (verspreid over tien complexen) dat label gegeven. Twee van die complexen voldoen momenteel (grotendeels) aan de kenmerken van SeniorPlus Wonen, en de overige worden nog ontwikkeld. SeniorPlus woningen worden ontwikkeld in het kader van de vergrijzing en beogen huurders de mogelijkheid te bieden zo lang en prettig mogelijk thuis zelfstandig te (blijven) wonen. SeniorPluswoningen hebben zo min mogelijk fysieke beperkingen, zijn geschikt voor zelfredzame bewoners met 9
De clusters zijn gelegen op de volgende adressen: Wilgenlaan 1, van Eesterensingel 10 en 88, Rijnstraat 102, Koningin Wilhelminaweg 67, De Alblashof 2 en Pieter de Hoochplaats. Bij de Pieter de Hoochplaats geldt een ruimte op de achtste verdieping in één van de drie flats als gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. Verder gaat het om twee complexen die in 2022 van Mooiland zijn gekocht.
27
een (beperkte) zorgvraag en hebben goede voorzieningen en ontmoetingsmogelijkheden in de nabijheid. Woonkracht 10 wil in overleg met zorgpartijen bekijken of de woningen ook geschikt gemaakt kunnen worden voor huurders met een zwaardere zorgvraag. En ze wil met partners in de wijk kijken naar kansen en mogelijkheden om de sociale infrastructuur rondom de woningen te optimaliseren (Woonkracht 10, 202110). Woonsituatie 65+ers Er is behoefte aan meer woningen voor ouderen. Dit wordt duidelijk als we kijken hoe ze nu wonen. Alblasserdamse inwoners van 65 jaar en ouder zijn verspreid over bij elkaar bijna 2.600 woningen; in elk van die woningen woont een huishouden van 65 jaar of ouderen. Van deze 2.600 huishouden zijn er bijna 700 huishoudens van 1 of 2 personen in de leeftijdscategorie 65-74 jaar die wonen in een eengezinswoning. Ook zijn er ongeveer 110 van ditzelfde soort huishoudens die wonen in een complex met meerdere woningen waarin geen lift is gevestigd (WOZ-gemeenten augustus 2023, verkregen via OCD). Verder zijn er van de 2.600 huishoudens ruim 600 huishoudens van 1 of 2 personen van 75+ die wonen in een eengezinswoning. Daarnaast zijn er nog eens bijna 150 huishoudens van 1 of 2 personen van 75+ die wonen in een complex met meerdere woningen waarin geen lift is gevestigd (WOZ-gemeenten augustus 2023, verkregen via OCD).
Niet al deze huishouden zullen de wens hebben om te verhuizen, maar de cijfers maken duidelijk dat er echt behoefte is aan meer woningen voor ouderen. Woningaanpassingen kunnen voor deze groepen namelijk wel helpen, maar in deze woningen zal het voor een deel van de personen in de leeftijdsgroepen – en wel in het bijzonder voor de 75+ ers – nu of binnen afzienbare tijd (gaan) knellen. Deze conclusie sluit aan bij wat wij hebben vernomen van de ouderenbond PCOB: zij laten weten dat er zeker ouderen zijn die best of zelfs graag willen verhuizen. Bij ongewijzigd beleid zal het aantal ouderen met deze wens, gelet op de vergrijzing, toenemen. Kortom, er zijn vermoedelijk redelijk wat woningen in Alblasserdam zijn die als geschikt voor ouderen kunnen worden gekwalificeerd. Tegelijk is er behoefte aan extra woningen voor ouderen. 11 Er zijn namelijk heel wat ouderen die vermoedelijk nu of in de (nabije) toekomst willen of gezien hun verslechterende gezondheid moeten verhuizen naar een voor hen geschikte woning. Gelet op de vergrijzing zal dit aantal bij ongewijzigd beleid toenemen.
5.1.3 Ouderen die in een zorginstelling verblijven In 2020 waren er 160 Alblasserdammers van 65 jaar of ouder die instellingszorg ontvangen (Vektis, 2022)12. Waar het gaat om verpleeghuiszorg ligt het getal wat lager: in de Alblashof biedt zorgcentrum De Waard 70 plekken en biedt Rivas 48 plekken13. Er is sprake van wachtlijsten bij beide instellingen. Verder zijn de criteria om toegang te krijgen tot verpleegshuizorg bij Rivas en De Waard onlangs aangescherpt (landelijk beleid); mensen met een zogenaamd zorgprofiel verpleging en verzorging 4 komen niet langer in aanmerking voor een plek. 10
Titel: Plan van aanpak voor langer en beter zelfstandig thuis wonen in een woning van Woonkracht10 (mei 2021) 11 Deze schijnbaar tegenstrijdige situatie houdt onder meer verband met het feit dat er ouderen uit de regio in een 'ouderenwoning' in Alblasserdam zijn gaan wonen. Aansluitend hierbij: het aantal 65+ers in Alblasserdam is relatief hoog (zie ook hoofdstuk 2). 12 Titel: Factsheet Zorg in gemeenten. 13 Bron: manager integrale zorg De Waard.
28
Zeker bij ongewijzigd beleid zullen de wachtlijsten fors verder gaan stijgen. Het aantal ouderen zal immers naar verwachting sterk gaan toenemen (zie eerder hoofdstuk). Daar komt bij dat er, in algemene zin, nu al grote personeelstekorten zijn in de zorgsector. Mede vanwege de stagnerende groei van de beroepsbevolking zal dit tekort naar verwachting nog flink gaan groeien (WRR, 2021 14; Capaciteitsorgaan, 202215).
5.1.4 Mensen die vanwege psychische problemen in of nabij een instelling verblijven Ook voor mensen met problemen op psychisch gebied geldt dat bij ongewijzigd beleid de vraag naar plekken in of nabij een instelling naar verwachting zal stijgen. De meer concrete verwachting is dat de behoefte aan plekken voor deze groep tegen 2041 met circa 25% omhoog zal zijn gegaan (ABF Research, 202316). In Alblasserdam zijn er voor deze doelgroep bij de instelling Yulius 34 plekken beschikbaar. Deze worden bezet door Alblasserdamse inwoners en personen uit de regio. Yulius biedt behandelingen aan die als doel hebben dat mensen na een tijdelijke interventie (meestal van 1 á 2 jaar) uitstromen naar zelfstandig wonen. Er is momenteel een wachtlijst van 1 á 2 jaar. Belangrijke oorzaken hiervan zijn toename van de complexiteit van zorgvragen, gebrek aan ruimte om uit te breiden en een gebrek aan doorstroming: er zijn mensen wiens gezondheidssituatie het toelaat om uit te stromen, maar die lang moeten wachten op het vinden van een geschikte woning. Op termijn kunnen ook personeelstekorten een rol gaan spelen; elders in het land doet dat probleem binnen deze sector zich namelijk al voor. Relevant is dat, aangejaagd door landelijke wettelijke aanpassingen die op stapel staan, de rol van regiogemeenten in beschermd wonen dat valt onder de WMO in principe zal gaan toenemen.
Beschermd wonen is voor mensen van 18 jaar of ouder die door psychische of psychosociale problemen 24 uur per dag ondersteuning nodig hebben. Beschermd wonen welke valt onder de Wmo kan weliswaar langdurig zijn in de praktijk, maar is in principe tijdelijk. De toenemende rol van regiogemeenten komt onder meer tot uitdrukking in de financiering: nu fungeert Dordrecht als centrumgemeente en ontvangt zij de Rijksmiddelen. In de toekomst zullen vermoedelijk (via een stapsgewijs model) regiogemeenten direct vanuit het Rijk gefinancierd worden. Welke veranderingen in de praktijk precies zal plaatsvinden is nog niet volledig duidelijk. Tegelijk is al duidelijk dat vanuit het Rijk wordt beoogd om ervoor te zorgen dat, aansluitend bij de opvatting van de commissie Toekomst Beschermd Wonen (commissie Dannenberg)17, cliënten die (tijdelijk) beschermd moeten wonen zoveel mogelijk in hun eigen wijk en bij voorkeur ambulant geholpen worden. Dit streven is in onze regionale praktijk overigens al in gang gezet.
14
Titel: Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak URL https://www.venvn.nl/media/aafholri/capaciteitsplan-2022_2025-deelrapport-8-fzoavp-def-12-jan23.pdf. 16 Titel: Verkenning wonen met zorg Zuid-Holland 2022 t/m 2040. 17 Titel: van beschermd wonen naar een beschermd thuis (2015). 15
29
5.1.5 Verstandelijk gehandicapten die in een voor hen toegeruste woonvorm verblijven Er zijn verschillende woonvormen voor mensen met een verstandelijke handicap. Opties zijn onder meer begeleid wonen, kleinschalig wonen in de wijk, zogenaamde Thomashuizen en beschermd wonen (een woonvorm op een instellingsterrein) (belangenvereniging Sien).18 Waar het gaat om de vraag naar instellingsplekken voor deze doelgroep wordt er tot aan 2041 een lichte stijging (circa 10 procent) verwacht (ABF Research, 2023). Tegelijk moeten mensen die op zoek zijn naar een plek vaak jaren wachten. Daarbij geldt19 als stelregel dat hoe veelomvattender de zorgvraag is, hoe langer iemand op een plek moet wachten. Wachtlijsten zijn er ook in Alblasserdam. Zo moeten mensen die een plek zoeken bij de identiteitsgebonden instelling Adullam (heeft momenteel bij elkaar 22 plekken beschikbaar) in Alblasserdam lang wachten. Wat betreft de oorzaak van de wachtlijst bij Adullam valt op dat deze momenteel niet primair de beschikbaarheid van personeel betreft, maar het gebrek aan ruimte. Ook Wooncadans, dat op twee kleinschalige locaties plek biedt aan bij elkaar 18 cliënten met een verstandelijke handicap (waarvan de helft uit Alblasserdam komt), heeft te maken met meer vraag dan aanbod. Een volgende aanbieder van woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking is ASVZ.
Er zijn nu nog zo'n tien cliënten woonachtig in Alblasserdam, maar omdat een bepaalde locatie anders gebruikt gaat worden, zal tenminste de helft van deze cliënten gaan verhuizen. Problemen lijken er wel in het bijzonder te zijn voor (ouders van) mensen met een ernstig meervoudige beperking. Zo maakt onderzoek van Pointer (2023)20 duidelijk dat "terwijl de 24uurszorg steeds zwaarder wordt", veel ouders ervoor kiezen "om hun kind met ernstige meervoudige beperkingen thuis te houden". Ouders vinden namelijk "de zorg in reguliere instellingen ondermaats en staan vaak lang op wachtlijsten". Deze bevindingen sluiten aan bij wat we lokaal zien: verschillende ouders uit Alblasserdammers met kinderen met een ernstig meervoudige beperking hebben het initiatief genomen tot het realiseren van een zogenaamd Mooi Leven Huis Drechtsteden.
5.1.6 Kwetsbare groepen Met kwetsbare groepen wordt hier onder andere mensen die in een instelling wonen bedoeld, maar dan alleen als het om mensen gaat die niet vallen onder de categorieën die hierboven zijn geadresseerd. Denk specifiek aan mensen die verblijven in de maatschappelijke opvang (bedoeld voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken door bijvoorbeeld huiselijk geweld). Wat die maatschappelijke opvang betreft: het ziet ernaar uit dat de rol van regiogemeenten gaat toenemen. Dit betekent onder meer dat er vermoedelijk lokaal maatschappelijke opvangplekken aangeboden moeten gaan worden. Verder verwijst kwetsbare groepen naar mensen die regulier (gaan) wonen of in een speciaal daarvoor bestemde woning (gaan) wonen en die zorg of begeleiding nodig hebben, van bijvoorbeeld Eddee (biedt zorg aan mensen met een beperking of psychische klachten) of Boba (bieden een breed aanbod aan psychische ondersteuning). Meer concreet kan het bij kwetsbare groepen gaan om mensen met een beperking, mensen met psychische problemen en mensen met autisme. Het kan 18
Sien is een belangenvereniging voor het netwerk rondom mensen met een verstandelijke beperking. URL: https://www.sien.nl/levensfases/regels-na-je-18e/14892-wonen.html 19 Aldus het bureauhoofd van belangenvereniging Sien op 30-10-2023. 20 URL: https://pointer.kro-ncrv.nl/gehandicaptenzorg-waar-moeten-mensen-met-ernstige-handicaps-wonen.
30
ook gaan om jongeren die weg willen bij hun ouders, maar niet in staat zijn zelfstandig te wonen. En om personen die er klaar voor zijn om uit te stromen uit een instelling, zoals een instelling waar psychische zorg wordt geboden, of een penitentiaire inrichting; huisvesting realiseren voor kwetsbare groepen heeft daarmee vaak een positieve invloed op wachtlijsten van instellingen. De wensen met betrekking tot de reguliere of speciaal daarvoor bestemde woningen zijn divers, en kunnen met elkaar in strijd zijn. Denk aan kleinschaligheid (voor de gebruikers), aan concentratie (vanuit oogpunt efficiënt leveren zorg), aan spreiding (veel personen met bepaalde klachten in één complex kunnen teveel stempel drukken op woonsfeer), en aan variatie in aanbod qua geografische locaties (vanuit wensen gebruikers). Voor het realiseren van speciaal daarvoor bestemde woningen voor een deel van de hierboven genoemde groepen worden er afspraken gemaakt op regionaal niveau. Gemeenten gaan aan de slag met het realiseren van plekken onder noemers als housing first, tijdelijk wonen, woontraining voor jongeren, Skaeve Huse, Terugval/Time out en kleinschalige tussenvoorzieningen. Ook Alblasserdam heeft zich gecommitteerd aan het realiseren van plekken.
Het voorlopige voornemen is om een kleinschalig wooninitiatief te realiseren voor jongeren die bijvoorbeeld uitstromen uit de jeugdzorg of crisisopvang; twee plekken te realiseren voor mensen die uitstromen vanuit beschermd wonen of opvang; een herstelvoorziening te realiseren voor mensen die voor korte duur niet thuis kunnen wonen; en een zogenaamde tussenvoorziening te realiseren voor circa 16 personen, waarvoor geldt dat het bepalen van de passende doelgroep nog in de onderzoekfase zit. Het realiseren van de plekken is een uitdaging gelet op de beperkte ruimte in ons dorp en gelet op het leefbaarheidsaspect dat aan de huisvesting van deze groep is verbonden.
5.2 Wat we willen Visie Uit de analyse per doelgroep wordt duidelijk dat het nu al knelt en dat we voor een forse opgave staan. Immers, er is vraag naar voor ouderen geschikte woningen, de vraag naar verschillende typen zorg stijgt, en tegelijkertijd zijn er (groeiende) beperkingen qua beschikbaarheid van ruimte en nog meer qua beschikbaarheid van (zorg)personeel. Dat zijn bovendien ook geen knoppen waar we als gemeente makkelijk aan kunnen draaien. Onze visie, in de zin van gewenst toekomstbeeld, is dat in het bijzonder ouderen, mensen met psychische problemen en kwetsbare groepen minder snel in een instelling gaan wonen. We willen hen dan ook stimuleren om te gaan of blijven wonen in een woning die geschikt voor hen is. Denk daarbij aan een appartement (in een geclusterde woonvorm) of aan een mantelzorgwoning (denk aan een huisje op het erf van de mantelzorgverlener), of aan speciaal daarvoor bestemde woningen. De woningen zijn bij voorkeur nabij voor hen relevante voorzieningen gesitueerd, en kenmerken van de buitenruimte zijn bij voorkeur afgestemd op de behoeften van ouderen. Onze motivatie voor deze visie is dat: het bijdraagt aan het opvangen van een toenemend beroep op de (ouderen)zorg (SCP, 202121). Relevant in dit kader is de nabijheid van (oudere) personen en/of familie. 21
Titel: Langer thuis wonen van ouderen met een zorgbehoefte
31
geclusterde woonvormen en mantelzorgwoningen relatief weinig ruimte in beslag nemen. Ze bevorderen bovendien het beschikbaar komen van woningen voor anderen; indien ouderen naar deze woningen verhuizen komen er weer woningen voor anderen beschikbaar. het bijdraagt aan de wens van veel mensen om zelf regie over het eigen leven te houden (SCP, 2021). Het sluit dan ook aan bij het inspirerende concept positieve gezondheid, waarin het functioneren van mensen en hun omgeving – niet alleen medisch maar ook sociaal – centraal wordt gesteld (Taskforce ZJP, 2018: 5)22.
5.2.1 Geclusterde woonvormen in zorgzame buurten Nieuwe woningen die geschikt zijn voor ouderen We willen een fors aandeel van te bouwen woningen geschikt laten zijn voor ouderen. We willen qua nieuwe woningen vooral inzetten op geclusterde woonvormen. Dit maakt het voor bewoners gemakkelijk om elkaar te ontmoeten, sociale activiteiten te ondernemen en om elkaar te ondersteunen. Om te stimuleren dat oudere Alblasserdammers gaan verhuizen naar deze woningen is het van groot belang dat de geclusterde woonvormen aansluiten bij hun behoeften (o.a. mix van huur en koop en prijs).23 Om ervoor te zorgen dat we de behoeften zorgvuldig in kaart brengen raadplegen we onderzoek (denk aan onderzoek naar woonvoorkeuren van Alblasserdammers door de OCD) en maken we gebruik van ons (lokale) netwerk (denk aan Woonkracht 10, de adviesraad sociaal domein en aan de ouderenbond). We vinden het belangrijk dat de woningen meer bieden dan een dak boven je hoofd. We staan open voor nieuwe ontwikkelingen, zoals wat prof.dr.ir. Masi Mohammadi beschrijft als empathische woningen24. Dergelijke woningen hebben bijvoorbeeld vloersystemen die smart en interactief zijn en ze bieden de mogelijkheid tot begeleid koken. Die kenmerken kunnen bijdragen aan vergroting van zelfredzaamheid en verlichting van de taak van de mantelzorger.
Het voornemen om veel nieuwe woningen geschikt te laten zijn voor ouderen is er niet alleen om onze ouder wordende Alblasserdamse inwoners tegemoet te komen, maar is er ook met het oog op anderen. Het kan namelijk de doorstroming bevorderen, waardoor woningen voor anderen vrijkomen. Het voornemen is er ook omdat voldoende woningen voor ouderen het eenvoudiger maakt om mantelzorg te verlenen. Als ouderen in Alblasserdam kunnen blijven wonen stellen we hen immers in de gelegenheid om, indien van toepassing, in hetzelfde dorp als hun familie te blijven wonen, die daardoor niet ver hoeven te reizen om mantelzorg te verlenen. Nieuwe ouderenwoningen bouwen is ook wenselijk met het oog op het verlenen van mantelzorg door ouderen die daartoe in staat zijn. Want indien een oudere in een geschikte woning woont, is er een barrière weggenomen 22
Titel: De juiste zorg op de juiste plek Van zowel de adviesraad sociaal domein als de ouderenbond PCOB weten we dat er zeker ouderen zijn die best of zelfs graag willen verhuizen, maar dat nu niet doen vanwege het gebrek aan een appartement die voldoet aan hun voorkeuren en/of mogelijkheden. De adviesraad sociaal domein noemt een aantal belangrijke barrières voor ouderen: mensen zien er vaak tegenop om hun vertrouwde omgeving te verlaten; het regelwerk en uitzoeken dat verhuizen met zich meebrengt; de fors hogere huur die een verhuizing met zich meebrengt voor mensen die al lange tijd in een sociale huur woning wonen (zij betalen namelijk een relatief lage huur); en het niet langer in aanmerking komen voor sociale huur na een eventuele verhuizing. 24 Meer informatie is te vinden op https://deelacademy.nl/empathische-woning/. 23
32
voor inzet voor kwetsbare (oudere) mensen; een niet geschikte woning brengt immers nogal wat rompslomp met zich mee. In zorgzame buurten wonen relatief veel ouderen, maar niet alleen maar ouderen. Dat draagt bij aan een geschikte verhouding tussen zorgvragers en zorgdragers. We willen de mix bevorderen door in zorgzame buurten (bepaalde) appartementen beschikbaar te stellen voor diverse leeftijdscategorieën, en door de aanwezigheid van bijvoorbeeld eengezinswoningen in deze buurten. Om te voorkomen dat we vooral bouwen voor (toekomstige) ouderen buiten Alblasserdam maken we gebruik van de verschillende sturingsmogelijkheden van de herziene huisvestingswet. Door de herziening, die eind 2023 is goedgekeurd door de Eerste Kamer, is het mogelijk om 50 procent van de nieuwbouwwoningen (zowel huur en koop) van maximaal 390.000 euro op basis van voorrang te verlenen. Criteria voor voorrang zijn maatschappelijke, lokale of economische binding (Rijksoverheid 12 december 202325). Hoe we komen tot zorgzame buurten Het (aan)bouwen van geclusterde woonvormen doen we bij voorkeur in buurten waar al relatief veel ouderen wonen en/of waar veel relevante voorzieningen in de buurt aanwezig zijn. We willen enkele buurten (door)ontwikkelen tot echte zorgzame buurten. Zo'n buurt heeft aantrekkelijke kenmerken voor mensen met een zorgvraag.
Niet alleen omdat er relatief veel geschikte woningen en voorzieningen (zoals huisartsen) voor hen aanwezig zijn, maar ook omdat er bijvoorbeeld sprake is van een passende inrichting van de fysieke buitenruimte: denk bijvoorbeeld aan toegankelijkheid en ruimte tot ontmoeten, aan verkeerstechnische kenmerken en aan dementievriendelijke tuinen. In een zorgzame buurt kan eventuele zorg aan huis relatief efficiënt (door weinige reistijd) aangeboden worden. Een ander positief aspect van zorgzame buurten is dat, vanwege de nabijheid van voorzieningen, de noodzaak tot autogebruik door ouderen beperkt wordt. Om het bouwen van geclusterde woonvormen in de betreffende buurten voor elkaar te krijgen maken we gebruik van kansen die zich voordoen qua vrijkomende locaties. Ook menen we dat het nodig is om open te staan voor het herstructureren van een of enkele woongebieden. Verder zouden, indien wordt gekozen om daar woningen te gaan realiseren, geclusterde woonvormen in het gebied Vinkenwaard Noord gebouwd kunnen worden. Een deel van dat gebied ligt immers dichtbij het centrum. Hier raken we aan fundamentele keuzes, waar we nader op ingaan in hoofdstuk 10. We zijn blij met het SeniorPlus-inititiatief van Woonkracht 10 en willen onze betrokkenheid op de ontwikkeling ervan vergroten.
De betreffende complexen kunnen wellicht uitgroeien tot een soort tussenvorm tussen thuis wonen en verpleeghuis wonen. Verder beseffen we dat er vraag zal komen naar het realiseren van meer mogelijkheden tot het stallen van scootmobielen. Hierin willen we constructief en creatief opereren.
5.2.2 Ondersteuning van woningaanpassingen We blijven terughoudend met het bekostigen van dure woningaanpassingen voor ouderen die wonen in woningen anders dan een appartement of een mantelzorgwoning. Behalve dat we zo ouderen stimuleren te gaan wonen in een appartement of mantelzorgwoning, betekent dit ook een kostenbesparing. Woningaanpassingen in een koopwoning of een gehuurde eengezinswoning dienen 25
URL: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/12/12/eerste-kamer-stemt-in-met-gewijzigdehuisvestingswet-2014-meer-mogelijkheden-voor-woningzoekenden-die-er-nu-moeilijk-tussen-komen
33
na vertrek van de bewoner namelijk in principe verwijderd te worden en dat leidt tot inefficiëntie: de voorzieningen worden immers maar relatief kort gebruikt en dan weer weggehaald. We nemen bij de concrete toepassing van de terughoudendheid wel in ogenschouw dat het – gelet op de krappe huizenmarkt – niet altijd mogelijk is om naar een andere woning te verhuizen.
5.2.3 Mantelzorgwoningen faciliteren Sommige plekken in Alblasserdam zijn geschikt voor het realiseren van wat we mantelzorgwoningen noemen. Denk daarbij aan het splitsen van een bestaande woning in twee woonhuizen en aan het wonen in een eenvoudige woning in de tuin van een zoon of dochter (kangoeroewoning). We willen dit type woonvoorzieningen faciliteren door juridische drempels waar de gemeente invloed op heeft te verminderen. Zo kan immers zorg dichtbij worden geleverd en zo wordt efficiënt omgegaan met beschikbare ruimte. Het faciliteren doen we door daar waar mogelijk voorwaarden aanmerkelijk te versoepelen. Indien dat mogelijk is zorgen we voor een ontheffing van de zogenaamde kostendelersnorm (specifiek relevant voor bijstandsgerechtigden).
5.2.4 Toegankelijkheid woningen voor mensen met fysieke handicap en ouderen We hebben aandacht voor de behoeften van mensen die moeilijk ter been zijn of die zich voortbewegen in een rolstoel. We zorgen er daarom voor dat bij renovaties en bij het bouwen van betreffende nieuwe wooncomplexen voorzieningen zoals een anti-slip vlonder worden aangebracht. Verder hebben we bij het realiseren van nieuwe woningen aandacht voor gebruiksvriendelijkheid voor rolstoelgebruikers.26 We letten daarbij op de (toekomstige) behoefte van rolstoelgebruikers, maar ook op de gevolgen voor prijs en ruimte-indeling van de woning. Inzetten op woningen die eenvoudig aanpasbaar zijn lijkt een verstandige weg: zo kunnen rolstoelgebruikers goed bediend worden, terwijl de ruimtelijke gevolgen daarvan voor eventuele toekomstige bewoners zonder rolstoel beperkt zijn. We willen tot een nadere omschrijving komen van wat we als een seniorenwoning beschouwen. Dit functioneert voor ons als basis in gesprekken met bijvoorbeeld woningontwikkelaars en de woningbouwcorporatie. Een belangrijke bron voor hoe we om zullen gaan met kenmerken van nieuwe woningen zal het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn. Met dat besluit geeft Nederland invulling aan het feit dat het VN Gehandicaptenverdrag bepaalt dat mensen met een handicap zonder problemen in gebouwen en openbare buitenruimten moeten kunnen komen.
5.2.5 Eventuele toename van plekken in verpleeghuizen in overleg met regiogemeenten We willen terughoudend zijn met het investeren in het laten toenemen van plekken in verpleeghuizen. Dat sluit aan bij onze eerdergenoemde visie dat onder meer ouderen minder snel in een instelling gaan wonen. Tegelijk willen we onze ogen niet sluiten voor de mogelijkheid dat het investeren in ouderenwoningen en zorgzame buurten de stijging van de vraag niet volledig kan keren. We houden dan ook contact met de twee verpleeghuizen in ons dorp om de ontwikkeling in de vraag te monitoren. Verder willen 26
Er kan een drieledig onderscheid gemaakt worden. 1. Rolstoeltoegankelijk betekent dat je met een rolstoel tenminste een woning binnen kan komen. 2 .Rolstoeldoorgankelijk betekent dat je met een rolstoel in alle ruimtes van het huis/gebouw kan komen. 3. Rolstoelgeschikt houdt in dat je vanuit de rolstoel volledig kan functioneren in de betreffende woning.
34
we voorkomen dat eventuele toename van plekken betekent dat we vooral bouwen voor de regio. We doen dat onder meer door andere regiogemeenten aan te moedigen om plekken te laten toenemen.
5.2.6 Nadenken over de toekomst We willen dat (toekomstige) ouderen een bezoek ontvangen waarin het gaat over wonen en zorg in het licht van ouder worden. Hiervoor kunnen we aanhaken bij reeds bestaande initiatieven van Woonkracht 10 en van de Stichting Welzijn Alblasserdam. We beogen met de gesprekken dat mensen anticiperen op de beperkte beschikbaarheid van plekken in verpleeghuizen en afnemende beschikbaarheid van zorgpersoneel, dat de doorstroom naar voor ouderen geschikte woningen omhoog gaat, en dat er door ouderen meer gedaan wordt aan preventie van zorg. Daarom zal tijdens de gesprekken onder meer de Alblasserdamse filosofie van geschikte woonvormen in zorgzame buurten worden toegelicht. En er wordt vrijblijvend meegedacht over hoe barrières zoals het regelen uitzoekwerk dat komt kijken bij een verhuizing, geslecht kunnen worden.
5.2.7 Langer thuis wonen van mensen met psychische problemen We zijn ons ervan bewust dat de beweging waarbij regiogemeenten een grotere rol krijgen in de huisvesting van mensen met psychische problemen ook in het belang is van de centrumgemeente. Tegelijkertijd menen we dat het ook echt in het belang van de cliënt kan zijn. Aansluitend hierbij willen we dat het cliëntperspectief een belangrijke plek moet hebben bij de vraag hoe de grotere rol van de regiogemeenten invulling moet krijgen. Verder pleiten we ervoor om qua taakverdeling (denk bijvoorbeeld aan het organiseren van de intake) voorzichtig te zijn met het doorvoeren van rigoureuze veranderingen: we willen koesteren wat er goed gaat in de huidige rolverdeling.
5.2.8 Ruimte voor woonzorginstellingen voor mensen met verstandelijke beperking Zeker voor mensen met een verstandelijke beperking die een grote zorgvraag hebben, is het vinden van een geschikte plek vaak heel lastig. Daarom willen we, ondanks dat onze algemene visie is dat mensen minder snel naar een instelling gaan, toch meewerken aan initiatieven. Relevant is dat zorginstelling Adullam de ruimte gekregen om uit te breiden met plus minus 20 plekken. Dit heeft een positieve invloed op de omvang van de wachtlijst. We staan niet bij voorbaat negatief jegens een ander initiatief waarmee beoogt wordt woonplekken aan te bieden voor mensen met een verstandelijke beperking. Het is een pré indien de initiatiefnemer duidelijk kan maken dat de betreffende doelgroep in termen van bijvoorbeeld leeftijd en zwaarte handicap in het bijzonder lastig een geschikte woonplek kan vinden. Verder zullen we bij het beoordelen van de vraag of we plekken laten toenemen afstemming zoeken met regiogemeenten (zie ook opmerking over verpleeghuizen). Ten slotte erkennen we de behoefte tot het realiseren van een mooi leven huis. We willen ons steentje bijdragen door te ondersteunen bij het lobbyen voor het vinden van een geschikte plek.
5.2.9 Inspanningen voor kwetsbare groepen We steunen de beweging waarbij niet alleen Dordrecht en Gorinchem, maar ook de Drechtstedengemeenten en Molenlanden maatschappelijke opvangplekken (voor mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en dreigende dakloosheid) moeten realiseren. Net als geldt voor beschermd wonen snappen we dat deze beweging ook in het belang is van de centrumgemeente, maar vragen we in de uitwerking primair aandacht voor het belang van de cliënt. 35
Zoals beschreven in paragraaf 5.1.6 zijn de wensen met betrekking tot de reguliere of speciaal daarvoor bestemde woningen divers, en kunnen ze met elkaar in strijd zijn. We willen ons daarom niet vastleggen op een koers, maar per situatie kijken wat we kunnen doen, waarbij we ons laten informeren door de expertise die relevante partnerorganisaties inbrengen. We committeren ons aan het realiseren van plekken waar op regionaal afspraken over worden gemaakt. Deze plekken kunnen niet allemaal tegelijkertijd gerealiseerd worden. De volgorde qua doelgroepen is mede afhankelijk van de locatie, maar we kijken ook naar de urgentie per doelgroep. We staan negatief tegenover het binnen afzienbare tijd maken van nog weer aanvullende afspraken; eerst maar eens uitvoering geven aan de huidige opgave. Mocht het toch zover komen, dan geven we bij het maken van eventueel nieuwe regionale afspraken veel gewicht aan wat Alblasserdammers nodig hebben. We letten daarbij in het bijzonder op hen voor wie het voor hun (mentaal) welbevinden en/of herstel belangrijk is dat ze in Alblasserdam kunnen blijven wonen.
5.2.10 Handhaving voorzieningen voor kwetsbare personen in Polder Blokweer Het zuidwestelijk deel van Polder Blokweer is een gebied met geschikte kenmerken voor sommige kwetsbare personen: het overloopgebied tussen dorp en natuur is prikkelarm en biedt rust, en daarnaast is het gebied gelegen nabij het MFC Maasplein, waar verschillende relevante organisaties zijn gevestigd. Momenteel zijn in het zuidwestelijk deel van Polder Blokweer Tro Tardi en BIOkaas gevestigd. Deze ondernemingen willen nu en in de toekomst een plek bieden aan kwetsbare personen. Deze personen kunnen daar verblijven en/of werkzaamheden verrichten. De gemeente heeft het voornemen om zich in te spannen voor het behoud van dergelijke voorzieningen in dit deel van Polder Blokweer. Zo kan aan de betreffende personen dagbesteding in de buurt van de woonplek worden geboden. Het kan wenselijk zijn indien in of nabij het gebied kwetsbare personen kunnen gaan wonen. Voor deze personen zouden dan verschillende dagbestedingsmogelijkheden op loopafstand beschikbaar komen. Daarnaast kan de nabije aanwezigheid van het MFC Maasplein voordelen bieden. Om het mogelijk te maken dat de kansen die het gebied heeft, benut kunnen worden, zijn we van plan ons in te spannen voor een stevige juridische basis. Dat is belangrijk gelet op (ontwikkelingen in) Natura2000 en het Werelderfgoedverdrag van UNESCO.27
5.2.11 Ten slotte: gevolgen voor sociale domein in apart traject Aansluitend bij de scope van dit hoofdstuk heeft de uitwerking van de visie in hoofdlijn (bevorderen dat mensen minder snel in een instelling gaan wonen) zich beperkt tot het fysieke domein: woningaanpassingen, woningen en fysieke kenmerken van buurten. Dat neemt niet weg dat we ons ervan bewustzijn dat het voor het realiseren van de visie ook belangrijk is om relevante welzijn- en zorgvoorzieningen te (door)ontwikkelen. Vooral de eerdergenoemde dubbele vergrijzing (groei van mensen die zorg nodig hebben en stagnerende aanbod van mensen die in de zorg werken) noopt ons hiertoe. We zijn samen met Alblasserdamse partnerorganisaties al begonnen. Zo hebben we op 20 september 2023 een succesvolle startbijeenkomst gehad waarop relevante organisaties aanwezig waren, waarop 27
We komen bij u als raad terug op de verhouding tussen ons voornemen en wat er in een eerder stadium aan u is gecommuniceerd over dit gebied.
36
de uitdaging waarvoor we gesteld staan is doorgenomen, en waarop eerste ideeën zijn gedeeld. We lichten alvast een tipje van de sluier op van wat er is gedeeld: het (door)ontwikkelen van voorzieningen gericht op gezond en waardevol ouder worden, zoals valpreventie en inloopvoorzieningen; het verder stimuleren en faciliteren van informele zorg en mantelzorg, onder meer door het aanbod aan voorzieningen voor mantelzorgers te versterken en uit te breiden, en het afspraken maken tussen lokaal opererende organisaties die hen in staat stellen elkaars capaciteit en expertise zo goed mogelijk te benutten.
6. Huisvesting bijzondere doelgroepen 6.1 Wat we zien 6.1.1 Wachtlijst woonwagenstandplaatsen loopt op In de periode van 1919-1999 voerden gemeentebesturen de Woonwagenwet uit. In 1999 werd deze wet ingetrokken. Het woonwagenbeleid wordt gedecentraliseerd. Vanaf dat moment is volkshuisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente, waarvan de huisvesting van woonwagenbewoners onderdeel uitmaakt. In verschillende Nederlandse gemeenten werd het omstreden uitsterfbeleid gehanteerd; de afbouw van het aantal standplaatsen. Woonwagenbewoners hebben in de jaren na de intrekking van de woonwagenwet op verschillende manieren en bij verschillende instanties aandacht gevraagd voor de tekortkomingen van het woonwagenbeleid in veel Nederlandse gemeenten. En dan specifiek waar het gaat om het naleven van de mensenrechten. Zoals benoemd bleek dit beleid niet in overeenstemming te zijn met het mensenrechtelijk kader dat door het EVRM en de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB) wordt gevormd. In 2017 verschijnt het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ van de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman onderzoekt of de overheid zich tegenover burgers gedraagt volgens normen van behoorlijkheid. Eén van die normen is betrouwbaarheid.
Een overheid is betrouwbaar als die zich verbindt aan mensenrechtenverdragen en zich ook daadwerkelijk inzet om die mensenrechten te borgen. De Nationale ombudsman concludeert in 2017 dat de overheid onvoldoende betrouwbaar handelt in het borgen van de culturele identiteit van woonwagenbewoners. De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn: -
-
Gemeenten hebben onvoldoende kennis van het mensenrechtelijk kader voor de culturele identiteit van woonwagenbewoners. De nadruk ligt op ‘normalisatie’: woonwagenbewoners moeten gelijk behandeld worden met andere burgers. Dit miskent dat, waar het gaat om wonen, juist sprake is van ongelijke gevallen die daarom ongelijk behandeld moeten worden. Een regierol van het Rijk ontbreekt. Gemeenten worden niet ondersteund in het voeren van een standplaatsenbeleid gebaseerd op relevante mensenrechtelijke kaders.
Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid Het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verschijnt in juli 2018. Het BZK bood met het uitbrengen van dit beleidskader aanknopingspunten voor het ontwikkelen van een eigen 37
gemeentelijk beleid dat voldoet aan het mensenrechtelijk kader. Het beleidskader reikt gemeenten de kaders aan waarmee zij het lokale woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke kader kunnen ontwikkelen. Uitgangspunt blijft dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid is van de gemeente. De gemeente is volgens het BZK bij uitstek de bestuurslaag die lokaal afwegingen kan maken op basis van de lokale behoefte. De belangrijkste uitgangspunten van het beleidskader zijn: - Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven aan het woonwagenleven van woonwagenbewoners; - De behoefte aan standplaatsen dient in beeld te worden gebracht; - Corporaties moeten gaan voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; - De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan zolang hieraan behoefte is; - Een woningzoekende woonwagenbewoner heeft binnen redelijke termijn kans op een standplaats. Er wordt hierbij verwezen naar een gelijke wachttijd voor een sociale huurwoning binnen de desbetreffende gemeente. Met het uitbrengen van dit beleidskader verwachtte het BZK aanleiding te geven voor het herijken van het standplaatsenbeleid voor woonwagens in de diverse Nederlandse gemeenten. Door het beleid voor deze groep expliciet te maken zou de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners gewaarborgd moeten worden.
Dat zou ertoe moeten leiden dat de trend van de afgelopen decennia, een daling van het aantal standplaatsen, wordt gekeerd. In Alblasserdam zien we een oplopende wachtlijst met wachtenden voor een woonwagenstandplaats. De toename wordt met name veroorzaakt door de kinderen van de huidige bewoners die zich aanmelden voor een standplaats en een aantal spijtoptanten. De gemeente wil in 2024 afspraken maken met Woonkracht10 over eventuele realisatie (afhankelijk van de uitkomst van het behoefte onderzoek), verhuur en beheer van woonwagens en woonwagenstandplaatsen voor woonwagenbewoners die ook tot de sociale doelgroep behoren. Gezamenlijk wordt een onderzoek uitgevoerd naar de realiseerbaarheid en haalbaarheid hiervan.
6.1.2 Huisvesting arbeidsmigranten In Alblasserdam zijn op het moment van schrijven van deze woonzorgvisie voor zover bekend 28 woningen in gebruik voor kamergewijze verhuur door arbeidsmigranten. Deze mensen wonen veelal in de reguliere woningvoorraad. In sommige gevallen, zoals bij overbewoning, kan dit leiden tot overlastsituaties. Mede daarom is in Alblasserdam en andere regio-gemeenten de quoteringsregeling opgenomen in de Huisvestingsverordening. De quoteringsregeling stelt dat er maar zeer beperkt onzelfstandige woningen verhuurd mogen worden in een straat. Deze regeling blijkt succesvol te zijn.
6.1.3 Huisvesting vluchtelingen en statushouders We zien in Nederland een forse toestroom van asielzoekers. Relevant is dat de Eerste Kamer op 23 januari 2024 heeft ingestemd met de invoering van de 'Wet gemeentelijke taken mogelijk maken asielopvangvoorzieningen', ook wel 'Spreidingswet' genoemd. Deze Spreidingswet moet primair provinciaal opgepakt worden. In ons geval gebeurt dat ook nog regionaal. Gezamenlijk moet besloten worden welke gemeente opvang gaat leveren en met hoeveel plekken. De huidige samenwerking met Sliedrecht is feitelijk een voorloper op de Spreidingswet geweest. Uit de provinciale opgave en de regionale samenwerking zal blijken wat het voor Alblasserdam betekent. Dat dit invloed heeft op het domein van o.a. werk, ruimtelijke ordening, gezondheid en onderwijs moge duidelijk zijn.
38
Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben, worden statushouders. Gemeenten hebben de taak om passende woonruimte aan te bieden. Het aantal statushouders dat huisvesting aangeboden moet worden binnen de gemeente is de laatste jaren verdubbeld (zie onderstaand schema).
Ook hebben we te maken met toestroom van Oekraïense vluchtelingen: begin 2024 verblijven er ongeveer 210 Oekraïners in gemeentelijke opvang en 30 in de particuliere opvang. Zij vallen onder de regeling tijdelijke bescherming (RTB), die tenminste tot maart 2025 duurt. De geopolitieke ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar, maar tegelijk kunnen we wel zeggen dat vermoedelijk tenminste een deel van deze mensen niet terug naar Oekraïne zal gaan. Zolang ze onder de RTB vallen kunnen ze geen aanspraak maken op sociale huurwoningen.
6.2 Wat we willen 6.2.1 Rechtdoen aan woonwagencultuur Het college van rechten voor de mens heeft uitspraken gedaan over het recht op wonen op een woonwagenkamp. Alblasserdam wil z'n steentje bijdragen om ervoor te zorgen dat een woonwagenbewoner die een standplaats zoekt binnen redelijke termijn hierop kans maakt. Daarmee komen we tegemoet aan de wens om de woonwagencultuur van leven in familieverband te ondersteunen. Om te bepalen of er daadwerkelijk voldoende standplaatsen zijn gaan we onderzoek doen naar slaagkansen, en vergelijken we de uitkomsten met de wachttijden voor woningzoekenden in de sociale huursector. Mocht het nodig zijn om aanvullende woonplekken te realiseren, dan maken we, waar het de sociale doelgroep betreft, afspraken met Woonkracht10 over de realisatie, de verhuur en het beheer van woonwagen en standplaatsen. We hebben met Woonkracht 10 afgesproken dat we in dat geval eerst een onderzoek doen naar de realiseerbaarheid (deze afspraak komt uit de Samenwerkingsafspraken 2024-2025).
6.2.2 Huisvesting arbeidsmigranten Er is op dit moment geen beleidskader arbeidsmigranten. In lijn met de bevindingen van de commissie Roemer en om onveilige woonsituaties te voorkomen alsmede inzicht c.q. grip te krijgen op de hoeveelheid werkzame arbeidsmigranten in de regio en gemeente, is het advies om in navolging van andere gemeenten een inventarisatie van woon- en arbeidsregistraties op te stellen. Zodoende heeft de stap naar betere regulering een vertrekpunt, waaraan in de toekomst getoetst kan worden. We zien dat er bij bedrijven een behoefte is aan arbeidsmigranten, met name op het gebied van ambachtelijk en specifiek technisch werk blijft er veel vraag naar arbeidskrachten. De voorkeur heeft om eerst uit de regionale en lokale arbeidspool te putten. Het soort bedrijven dat zich in Alblasserdam vestigt is divers, maar het zwaartepunt ligt op de transportsector en maritieme maakindustrie. Dit willen we graag zo houden en (met steun vanuit regio en PZH) innovatieve 39
sectoren stimuleren, denk aan big data en duurzaamheid. Peute is een mooi voorbeeld van dit streven, waarbij alles mooi samenkomt: mensen aan het werk met een afstand tot de arbeidsmarkt in een duurzaam en vooruitstrevend bedrijf. Dus niet per sé met open armen arbeidsmigranten ontvangen, maar slim en waar nodig gebruik maken van de regio en projecten als Kansrijk uiteraard, waarbij we voor de vestiging van arbeidsmigranten geen rol voor onszelf zien.
6.2.3 Vluchtelingen en statushouders Binnen de Drechtsteden wordt nauw samengewerkt bij het huisvestingsvraagstuk van statushouders. Op deze tafel worden, indien noodzakelijk, knelpunten besproken samen met het COA en de provincie. In het kader van de wettelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders is de gemeente verantwoordelijk voor de huisvesting en heeft Woonkracht10 een inspanningsverplichting op zich genomen om tijdig voldoende en passende woningen aan statushouders aan te bieden om die taakstelling te kunnen realiseren. De gemeente heeft daarnaast een inspanningsverplichting om te kijken of er mogelijkheden zijn om bijvoorbeeld door transformatie van particulier/gemeentelijk bezit huisvesting voor statushouders gerealiseerd kan worden. Een voorbeeld hiervan zijn de geplande flexwoningen bij de Pieter de Hoochplaats. In 2023 hadden we een wettelijke taakstelling van in totaal 45 personen. De taakstelling eerste helft 2024 is 22. Naast deze taakstelling zal Alblasserdam in 5 jaar minimaal 75 statushouders extra huisvesten, op basis van regionale afspraken rondom de asielopgave. De asielopgave fluctueert waardoor ook de opgave van (extra) huisvesting fluctueert. We zijn ons ervan bewust dat de ontwikkelingen ten aanzien van opvang Oekraïners moeilijk zijn te voorspellen.
Tegelijk is het wel belangrijk dat we ons voorbereiden op de mogelijkheid dat er nog meer Oekraïners komen. Ook is het nodig een idee te hebben van hoe het deel van de Oekraïners dat hier vermoedelijk zal blijven, structurele huisvesting aangeboden kan worden. Dit thema heeft onze aandacht.
40
7. Leefomgeving en leefbaarheid De fysieke leefomgeving is de omgeving, waarin wij als mensen leven, wonen, werken, reizen en recreëren. Een gezonde leefomgeving biedt een goede toegang tot voorzieningen (zoals scholen, winkels, buurthuis) en openbaar vervoer, voor iedereen. Het nodigt uit tot een gezonde leefstijl zoals wandelen, fietsen, spelen, ontspannen en elkaar ontmoeten. De mate waarin een buurt, wijk, dorp of ander gebied aantrekkelijk is om te wonen of werken noemen we leefbaarheid. Het gaat dan om de fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang, en om overlast en (on)veiligheid. In het eerste deel van dit hoofdstuk (paragraaf 7.1) geven we informatie die aantoont dat het belangrijk is om inspanningen te verrichten die betrekking hebben op het vergroten van leefbaarheid. Het is zeker niet zo dat alles opgelost kan worden, maar werken aan leefbaarheid heeft wel een positieve invloed. In het tweede deel (paragraaf 7.2) schetsen we waar we in hoofdlijn waar we op inzetten om de leefbaarheid te verbeteren.
7.1 Wat we zien 7.1.1 Zorgen over leefbaarheid in specifieke gebieden De staatssteunregels uit de wet passend toewijzen (2016) verplicht Woonkracht10 om het grootste deel van de sociale huurwoningen toe te wijzen aan huishoudens met lage inkomens. Dit zorgt ervoor dat er gebieden ontstaan waar er een concentratie is van inwoners met een laag inkomen. Een onderzoek van Fm consultants geeft hierover het volgende aan: "De leefbaarheid in de wijken met veel sociale huurwoningen in met name de steden holt hard achteruit. Het beleid van de laagste inkomens in sociale huurwoningen en passend toewijzen op basis van de (lage) inkomens leidt tot ongewenste effecten op de woningmarkt. Steeds meer huishoudens met psychische en andere problemen, met complexe zorgvragen, betalingsproblemen en schulden, zonder werk, eenzame en zorgbehoevende ouderen, instroom van migranten etc. Allemaal komen ze op dezelfde plekken terecht in de wijken. In de woningen met lage huren, in de sociale huurwoningen van de woningcorporaties. Dat leidt tot ongewenste problemen van overlast, criminaliteit, eenzaamheid en minder sociale cohesie." In Alblasserdam zien we dit bijvoorbeeld terug in de wijk Blokweer en dan met name in de Staatsliedenbuurt.
7.1.2 Tolerantie & solidariteit Het overgrote deel van de Alblasserdamse inwoners heeft geen migratieachtergrond (84%). Daarmee heeft slechts een klein deel een niet-Nederlandse achtergrond (16%). Tevens heeft Alblasserdam te maken met een groeiende diversiteit aan culturen. Verder bestaan er in Alblasserdam veel verschillende geloofsstromingen en kerkgenootschappen. Al deze verschillende groepen leven niet vanzelfsprekend goed samen met elkaar; er kunnen gemakkelijk spanningen ontstaan. Zorg- en welzijnsprofessionals en de gemeente horen regelmatig van inwoners dat er behoefte is aan een hechtere gemeenschap. De bereidheid om met elkaar in contact te treden blijkt echter beperkt te zijn - anderen worden geacht dit te doen. Dit heeft als gevolg dat mensen naast elkaar leven in plaats van samen met elkaar. Dit sluit aan bij het feit dat professionals op straat opmerken dat de onderlinge relaties verharden.
7.1.3 Omgeving & gemeenschap
41
De leefbaarheid wordt in sterke mate bepaald door de kwaliteit van de (buiten)ruimte en de manier waarop men in deze ruimte als gemeenschap met elkaar om kan gaan (i.e. is er ruimte voor ontmoetingen, sport & bewegen, spel). In de huidige buitenruimte van Alblasserdam zijn er een beperkt aantal ontmoetingsplekken voor o.a. jongeren. Verder is er de nodige overlast in en rond het winkelcentrum en op andere plekken waar jongeren verblijven.
7.1.4 Overlast & veiligheid Vanuit de woningcorporatie wordt aangegeven dat portieken regelmatig vervuild worden aangetroffen – het is niet ongewoon dat iemand er zijn kapotte fiets of koelkast achterlaat of iemand er zijn brievenbusinhoud leegt. En het dumpen van spullen gebeurt in toenemende mate ook op andere plekken; vooral op anonieme plekken, zoals naast/achter de plastic containers of tussen garageboxen. Verder komen in Alblasserdam nogal wat misdrijven voor. Voorbeelden hiervan zijn rijden onder invloed, (woon)fraude en vermogensdelicten, vernielingen en mishandeling. Ook diefstal komt voor in verschillende vormen, zoals winkeldiefstal en diefstal van fietsen en gemotoriseerde voertuigen. In januari 2024 is het Integraal Veiligheidsplan 2024-2027 vastgesteld door de gemeenteraad. Het IVP heeft een kaderstellende functie en bevat ambities, prioriteiten en doelstellingen voor de komende 4 jaar en geeft richting voor de ontwikkeling voor de middellange termijn. De gemeente kan met behulp van het IVP richting geven aan de aanpak op diverse veiligheidsthema's en zodoende invulling geven aan haar regierol. Daar waar mogelijk is de koppeling gemaakt met o.a. deze woonzorgvisie, de bereikbaarheidsvisie en de omgevingsvisie of wordt ervoor gezorgd dat we op deze beleidsthema's aangesloten zijn.
7.1.5 Armoede & eenzaamheid In Alblasserdam is 78% van alle inwoners praktisch geschoold. Het gemiddelde inkomen in Alblasserdam zit aan de lage kant met €26.900 bruto per jaar. In sommige wijken ligt het gemiddelde nog lager, zoals in de Oranjebuurt met €19.400. NB: Het landelijk gemiddelde bruto jaarinkomen van een werkend huishouden is €34.000. Omdat het gemiddelde inkomen relatief laag is en een groot deel van de woningen een relatief hoog energieverbruik heeft (24% energielabel C en 37% D-G), is er in veel huishoudens sprake van energiearmoede. NB: Het verschil tussen label A en D bedraagt meer dan 50 euro per maand (volgens www.energie.nl) en dit is een groot bedrag voor gezinnen die leven in armoede. Ondanks dat er opvallend lage algemene werkloosheid is, kan het ontwikkelperspectief voor jongeren en jongvolwassenen beter. Ze kunnen namelijk momenteel niet makkelijk aan een huis komen, er is voor starters weinig werk (bron: Koersbekenners heeft een lokaal interview afgenomen) en ook naar de middelbare school gaan of studeren moeten ze ergens anders doen. Er zijn wel verschillende talentontwikkeltrajecten voor jongeren. Het bieden van ontwikkelperspectief is belangrijk omdat het inwoners de mogelijkheid geeft om binnen de gemeente hun volledige potentieel te bereiken, economisch zelfstandig te worden en een stabiele financiële situatie te creëren.
Net als andere Nederlandse gemeenten bereidt ook Alblasserdam zich voor op vergrijzing en de bijbehorende toenemende zorgvraag van ouderen (nu 20% 65+ www.allecijfers.nl en een grotere groep 45-65 die de komende jaren gaat vergrijzen) (zie betreffende hoofdstukken van deze woonzorgvisie). Een belangrijke zorg- en welzijnsvraag onder ouderen is die van eenzaamheid. In 42
Alblasserdam zien we eenzaamheid onder ouderen, maar ook onder inwoners in de categorie van 1865jr (respectievelijk >50% en >40%). Hierbij worden intieme partners gemist of omgang met kennissen, collega’s en vrienden. Een deel van deze groep ervaart zelfs ernstige eenzaamheid, wat psychosociale klachten met zich meebrengt zoals stress, angststoornissen en depressie. Zo geeft één op de vijf inwoners aan veel stress te ervaren (www.allecijfers.nl). En bijna de helft van alle inwoners loopt een risico op angststoornissen of depressie. Dit zijn belangrijke signalen, omdat eenzaamheid en armoede (met al hun gevolgen) elkaar versterken.
7.2 Wat we willen 7.2.1 Spreiding van doelgroepen Bij het ontwikkelen van woonlocaties (nieuw of bestaand) moet er rekening gehouden worden met het gegeven dat passend toewijzen een plicht is voor de woningcorporatie. Om ervoor te zorgen dat de leefbaarheid in de buurten geborgd blijft is het zaak om gedifferentieerd te bouwen: goedkope sociale huurwoningen afwisselen met dure sociale huurwoningen en koopwoningen. We hebben in de samenwerkingsafspraken tussen gemeente en Woonkracht10 vastgelegd dat we maximaal gebruik kunnen maken van de beleidsvrijheid die we hierbij hebben: 15% van de sociale huurwoningen mag naar huishoudens met een hoger inkomen.
7.2.2 Voorzieningen afstemmen op behoeften De gemeente ziet met haar partners toe op een passend niveau van maatschappelijke voorzieningen. Door landelijke ontwikkelingen waardoor inwoners (ouderen, ggz-problematiek, verstandelijke beperking) langer in hun eigen woning moeten wonen is het belangrijk dat zij in het dorp passende zorg (laagdrempelig, dichtbij, maatwerk en waar mogelijk kostenbesparend) ontvangen. Hiervoor is het belangrijk dat het huidige voorzieningenniveau voor ouderen en (andere) mensen met een zorgbehoefte gehandhaafd of uitgebreid wordt. Een goede preventieaanpak zorgt ervoor dat minder mensen hulp nodig hebben of terug keren naar de zorg. Ze kunnen zichzelf vaak beter redden zonder hulp van instanties, meer meedoen in de samenleving. De kans op crisissituaties neemt zo af. Zie in dit kader ook de tweede hoofdparagraaf van het hoofdstuk wonen met zorg.
7.2.3 Goede infrastructuur en bereikbaarheid Met het oog op leefbaarheid is het belangrijk ervoor te zorgen dat de voorzieningen die er zijn in de gemeente ook gevonden worden door de inwoners die er gebruik van kunnen maken. Om de toegang te vereenvoudigen is het belangrijk dat er een centrale plek is waar men met al hun vragen terecht kunnen. In Alblasserdam is dit het Brughuis. Hier blijven we in investeren. We willen dat de toeleiding naar en samenwerking tussen het Brughuis en andere lokale initiatieven zich (verder) ontwikkelt. Dit betreft onder meer initiatieven op het gebied van bestaanszekerheid, arbeid (denk aan lokale participatieplekken en Kansrijk), welzijn en sport.28 28
Het Brughuis is een (fysieke) plek waar inwoners (jeugd, ouders, volwassenen en ouderen) terechtkunnen met alle vragen die thuishoren in het sociale domein over de volle breedte zoals zorg, werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning en welzijn. Vanuit deze centrale toegang wordt hulp, ondersteuning en/of activiteiten gecoördineerd aangeboden samen met andere elders in het dorp gevestigde maatschappelijke organisaties of regionale partners. De cliënt en zijn hulpvraag staat centraal in de wijze waarop ondersteuning plaatsvindt. De beoogde samenwerking tussen de verschillende partijen die bij een cliënt betrokken zijn, is zo dat de cliënt zo goed mogelijk geholpen wordt waarbij hij zo min mogelijk zijn (levens)verhaal hoeft te doen, waar dubbelingen in werkzaamheden zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit zorgt voor een verbetering van de ondersteuning van de inwoners en een kostenbesparing daar waar er beter wordt samen gewerkt.
43
7.2.4 Verbeteren toegankelijkheid Er zijn plekken in het dorp waar de toegankelijkheid of bereikbaarheid voor mensen met een handicap kan worden verbeterd. Hier willen we werk van maken. Voor concrete input over wat er verbeterd kan worden gaan we tenminste te rade bij de klankbordgroep gehandicapten die wordt geformeerd als gevolg van de motie juli 2023. Ook zetten we in op voldoende ruimte voor huisartsen. Zo willen we bij woningbouwprojecten waar dat passend is en nog mogelijk is, indien nodig gelet op de behoefte, ervoor zorgen dat er ruimte wordt vrijgemaakt voor één of meer huisartsen.
7.2.5 Naar elkaar omkijken/netwerk In aanvulling op bovenstaande investeren we in leefbaarheid door middel van Buurtkracht. Buurtkracht is een nauwe samenwerking tussen de gemeente Alblasserdam, woningcorporatie Woonkracht10 en het Brughuis. Daarnaast zijn vele andere partijen betrokken bij Buurtkracht, zoals de politie en de BOA's, jongerencoaches, de GGD, de adviesraad sociaal domein, Stichting Waardeburgh en vele anderen. De drie initiatiefnemers achter Buurtkracht; gemeente, Woonkracht 10 en het Brughuis zien de noodzaak om de sociale samenhang te vergroten. Zij zien een samenleving voor zich die saamhorig is en betrokken. Het samenwerkingsverband bouwt aan een sterke basis, zodat inwoners voelen dat zij ertoe doen, waar men elkaar kent en samen de buurt maakt. Lokale partners zijn bekend met de cultuur en dynamiek van de leefomgeving. Buurtkracht ziet zichzelf als verbinder, aanjager en vaandeldrager voor meer sociale samenhang, leefbaarheid en kansengelijkheid. De filosofie van Buurtkracht geldt voor alle buurten in Alblasserdam. Een belangrijk idee is dat buitenruimte anders inzetten kansen biedt om sociaal wenselijk gedrag te stimuleren: mensen vaker en langer uit te nodigen tot verblijf buiten t.b.v. onderlinge ontmoetingen én aan te zetten tot sport en beweging. Dit vraag onder andere afstemming tussen het ruimtelijk en sociaal domein.
Buurtkracht richt zich niet alleen op wat beter kan, maar ook op wat er goed gaat. Dit vanuit de gedachte: Alles wat aandacht krijgt, groeit! Deze aandacht voor elkaar zorgt er voor dat Alblasserdam een gezonde en duurzame leefomgeving met ontwikkelperspectief op wonen, werken en onderwijs heeft. Buurtkracht ziet zichzelf als verbinder, aanjager en vaandeldrager voor meer sociale samenhang, leefbaarheid en kansengelijkheid in de buurt. Naar elkaar omkijken is een van de doelen die nagestreefd worden in Buurtkracht: Wantrouwen en elkaar niet kennen maakt plaats voor vertrouwen, elkaar kennen en naar elkaar omzien met. Binnen Buurtkracht proberen we dit voor elkaar te krijgen door: Meer ontmoetingen en interactie t.b.v. positieve ervaringen: Positieve ervaringen vergroten de verbondenheid met een plek en de mensen op die plek. Hiermee leggen we de basis voor meer sociale samenhang, tolerantie en solidariteit. Meer ontwikkelperspectief: Een woonplek die kansen biedt voor het maken van een wooncarrière, talentontwikkeling en werkgelegenheid, die maakt dat inwoners hun leven op orde kunnen krijgen en houden. Daarmee ontstaat er ruimte voor empathie en om naar anderen om te kijken. Beter toegankelijke hulp- en dienstverlening: Met aanwezigheid in de buurt vergroten partijen hun zichtbaarheid en vindbaarheid, zodat mensen sneller binnenlopen voor zichzelf 44
of voor anderen. Ook kunnen partijen op deze manier beter signaleren en escalatie voorkomen. Dit wordt juist in samenwerking gedaan tussen buurtbewoners en netwerkpartners waarbij buurtinitiatieven vooropgezet worden zodat een (natuurlijke) bestendiging van activiteiten plaatsvindt.
8. Duurzaam wonen 8.1 Wat we zien We zien dat de invloed van de mens op klimaatverandering erg groot is. Waar mogelijk moeten we klimaatverandering voorkomen door mitigerende maatregelen (het beperken van CO2 uitstoot door andere de energietransitie en circulariteit), maar we moeten ons ook aanpassen aan het veranderende klimaat door middel van klimaatadaptatieve maatregelen. Beide onderdelen worden steeds belangrijker in allerlei ontwikkelingen. Ook Alblasserdam wil in 2050 voldoen aan alle verplichtingen met betrekking tot energie en klimaat door een fit en groen dorp te zijn.
8.1.1 Klimaatverandering Klimaatverandering leidt tot meer hittegolven, vaker extreme neerslag en meer droogteperioden. Als gemeentes zich hier niet op voorbereiden, heeft dit invloed op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van buurten, comfort in woningen en gebouwen, op de arbeidsproductiviteit, en leidt dit tot economische schade. Gebouwen kunnen de blootstelling aan hitte zowel doen afnemen als toenemen. Onderzoek gebaseerd op de KNMI’06 klimaatscenario’s toont aan dat oververhitting binnenshuis bij klimaatverandering vaker zal voorkomen en langer zal duren in een groter deel van de Nederlandse woningen. Wateroverlast zal meer gaan voorkomen. Gebouwen en de bestrating eromheen voorkomen infiltratie van water in de ondergrond wat kan leiden tot ergere wateroverlast en verdroging.