Bijlage - De complete Eerste Stap.pdf
Tekst van het document
http://www.ozhz.nl
Grijze milieuthema’s Bodem Onderzoeken en saneringen In de afgelopen jaren zijn er veel bodemonderzoeken uitgevoerd in de gemeente. De reden voor een bodemonderzoek kan divers zijn. Vaak is er sprake van bouwactiviteiten of weg- en rioleringswerkzaamheden. Ook bij bedrijven kan een bodemonderzoek verplicht zijn bij het starten of beëindigen van bepaalde activiteiten. Plaatselijk kan er toch sprake zijn van restverontreinigingen in de bodem die een beperking kunnen opleveren voor eventuele nieuwe ontwikkelingen. De bodem kan door verschillende oorzaken in het verleden verontreinigd zijn geraakt: •
Voormalige en huidige bedrijfsactiviteiten;
•
Gedempte sloten
•
Oude stortplaatsen
•
Oude ophooglagen/toepassen baggerspecie
•
Toepassen teerhoudend asfalt
•
Puin in de bodem en onder wegfunderingen
•
Verweer van asbesthoudende daken
Bijgaande kaart is een uitsnede afkomstig van www.bodemloket.nl. Voor een actueel en meer gedetailleerd overzicht van uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen wordt verwezen naar deze internetpagina.
atlasleefomgeving.nl
Grijze milieuthema’s Bodem PFOA in de bodem In een groot deel van de regio Zuid-Holland Zuid zit PFOA (C8) in de bodem. De stof PFOA is in het verleden jarenlang uitgestoten door DuPont. Via de wind en de regen is de stof PFOA neergekomen in een breed gebied rond de fabriek en in de bodem gezakt, ook in Alblasserdam is de bodem hierdoor mogelijk licht verontreinigd geraakt. De afgelopen jaren is hiernaar onderzoek uitgevoerd in de regio. Op de meeste plekken is de gemeten hoeveelheid PFOA laag: tussen de 0 en 10 microgram per kilo grond. Dit geldt ook voor de gemeente Alblasserdam Sinds november 2017 gelden speciale regels rondom PFOA-houdende grond voor iedereen die werkt met grond in de omgeving Dordrecht. Op 8 juli 2019 heeft het ministerie van I&W het tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond gepubliceerd. In Nederland is het uitgangspunt dat je grond niet verder mag verontreinigen door er 'viezere' grond toe te passen. In dit geval betekent het: als je grond elders brengt, moet het gehalte PFOA in deze grond vergelijkbaar of lager zijn dan de gehalten op de plek waar je het brengt. Door zorgvuldig om te gaan met PFOA-houdende grond, zorgen we ervoor dat de gehalten laag blijven waar ze laag waren en niet hoger worden waar ze al wat hoger zijn. Het goed opvolgen van de speciale regels is daarvoor van groot belang.
Bron: Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond in ZHZ
Grijze milieuthema’s Asbest Asbestdaken Asbestdaken zijn de grootste resterende bron van asbest die er op dit moment zijn. In 2017 is voor de hele gemeente geïnventariseerd welke daken potentieel asbesthoudend zijn. Op de kaart zijn de (deels) verdachte daken zichtbaar.
Op 4 juni 2019 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel verworpen dat een verbod op asbestdaken mogelijk maakt. In het Algemeen overleg externe veiligheid op 5 juni in de Tweede Kamer is de staatssecretaris ingegaan op de gevolgen hiervan. Na het zomerreces van 2019 zal er een overleg worden georganiseerd met provincies en gemeenten. Het Landelijke Programmabureau bereidt dit overleg voor door de reacties te inventariseren en in beeld te brengen wat de gevolgen zijn voor de vele versnellingsactiviteiten. De activiteiten om te komen tot een landelijk stimuleringsfonds voor asbestdakensanering zijn voorlopig opgeschort. Tijdens het overleg van de staatssecretaris met provincies en gemeenten komt ook het landelijk stimuleringsfonds aan de orde. Naar verwachting komt de staatssecretaris voor het einde van het jaar met een reactie.
Geoide
Grijze milieuthema’s Hoogspanning Elektriciteit wordt vanuit een energiecentrale naar de gebruiker getransporteerd. Transport over lange afstanden vindt plaats via boven- en ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Bij transport van elektriciteit ontstaan magnetische velden. De sterkte van het magnetische veld in de buurt van een hoogspanningslijn hangt af van de stroom door de draden, de afstand tot de draden en de fasevolgorde van de draden. De magnetische veldsterkte wordt uitgedrukt in tesla of microtesla (één miljoenste deel van een tesla). De magnetische veldsterkte is het hoogst in het hart van de hoogspanningslijn op het punt waar de draden het laagst hangen. Daar bedraagt de veldsterkte op een meter boven maaiveld ongeveer 10 microtesla. Verder van de hoogspanningslijn neemt de magnetische veldsterkte af. De figuur geeft een voorbeeld van het verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.
hoogspanningsnet.com
(Bron RIVM) Gezondheid De Europese Unie heeft een referentieniveau van 100 microtesla voor bescherming van de bevolking vastgelegd. Deze waarde wordt in Nederland op voor het publiek toegankelijke plaatsen niet overschreden, ook niet in de buurt van hoogspanningslijnen. Het voorzorgsbeleid van het ministerie van VROM zoals dat is vastgelegd in het beleidsadvies uit 2005, gaat een stap verder. Gemeenten en netbeheerders worden geadviseerd nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla.
Grijze milieuthema’s Licht Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door gebruik van kunstlicht. Lichthinder is de overlast die mensen en dieren hiervan ondervinden. Lichtvervuiling is een vrij recent fenomeen. Het overvloedig verlichten van allerhande plaatsen veroorzaakt ecologische schade. Nachtverlichting, zoals verlichting van snelwegen en straten, gebouwen, objecten en assimilatieverlichting in de glastuinbouw, kan het biologische dag- en nachtritme van mensen en dieren verstoren. Planten worden beïnvloed in hun groeiwijze. Vooral bij vogels, insecten en amfibieën is waargenomen dat buitenverlichting het gedrag beïnvloedt door desoriëntatie, afstoting en aantrekking. Hun oriëntatie wordt verstoord, waardoor hun energiebalans wordt aangetast. Of ze worden uit hun winterslaap gehouden. Hierdoor neemt de kans op uitputting en sterfte toe. Voor sommige soorten met kleine geïsoleerde populaties kan dit een ernstige bedreiging vormen voor hun voortbestaan. Dieren die worden aangetrokken door licht hebben een grotere kans om ten prooi te vallen aan andere dieren of te worden doodgereden. Andere dieren, die worden afgestoten door licht, kunnen geschikte gebieden rond de lichtbron niet meer gebruiken. Een voorbeeld hiervan is de watervleermuis die, net als andere vleermuizen, door licht wordt afgestoten.
Sommige dieren, zoals konijnen, raken gevangen in het licht; ze ervaren de donkere omgeving dan als en zwarte muur en dus als een obstakel.
atlasleefomgeving.nl
Lichtemissie
Op de kaart wordt weergegeven hoeveel licht er ‘s nachts te zien was in 2015, van bovenaf gezien, uitgedrukt in 10-10 Watt per cm2 per steradiaal. De lichtemissiekaart voor het jaar 2015 is gebaseerd op metingen van het satellietinstrument VIIRS, de Visible/Infrared Imager/Radiometer Suite. Data met maanlicht en wolken zijn verwijderd. Het VIIRS instrument vliegt tussen 1 en 3 uur ’s nachts boven Nederland. Hemelhelderheid De hemelhelderheid is een maat voor hoe donker het 's nachts is. Het betreft de luminantie (lichtsterkte per oppervlakte eenheid) in het punt aan de hemel als je recht omhoog kijkt (het zogenaamde Zenit). In de kaart is de berekende hemelhelderheid zien, uitgedrukt in millicandela per m2 voor een bewolkte nacht. Vooral door de hoeveelheid kunstmatige verlichting kan de luminantie sterk variëren in Nederland. Door de bewolking wordt dit effect nog versterkt.
atlasleefomgeving.nl
Landschap thema’s Naast de klassieke grijze milieuthema’s wordt de omgevingskwaliteit bepaald door omgevingsthema’s die het uiterlijk van de gemeente bepalen: groen, natuur en biodiversiteit, archeologie en cultuurhistorie. De omgevingskwaliteit ten aanzien van deze thema’s wordt in de gemeente Alblasserdam met name bepaald door diverse natuurbestemmingen en natuurlandschappen . Deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan “Landelijk Gebied”.
Het gaat hier om de volgende thema’s •
Instandhouding en versterking van het cultureel erfgoed;
•
Behouden en versterking van de EHS;
•
Bescherming Natura2000-gebieden;
•
Behoud en versterking cultuurhistorische- en landschappelijke kwaliteiten;
•
Bescherming tegen het water;
•
Behoud en versterking van de (grond)waterkwaliteit.
Groen is belangrijk voor de beleving van inwoners en zet aan tot bewegen, wat weer van belang is voor de gezondheid. Daarnaast draagt het bij aan klimaatadaptatie (meer groen verlaagt hittestress en zorgt voor waterberging) en biodiversiteit. De omgevingskwaliteit wordt ook bepaald door cultuurhistorie en archeologie. Deze staat hoog in het vaandel. Om deze reden zijn deze onderdelen ook in de bestemmingsplannen opgenomen. Voor wat betreft de laag van de stedelijke occupatie is binnen het plangebied sprake van: •
Complex kroonjuweel cultureel erfgoed
•
Natuurgebied
•
Stiltegebied
•
Landgoedbiotoop
•
Kasteelbiotoop www.cultureelerfgoed.nl
Landschap thema’s Groen in de buurt Groen is belangrijk voor de beleving van inwoners en zet aan tot bewegen, dit is van belang voor de gezondheid. De volgende kaarten laten zien hoe ver de gemiddelde afstand is voor bewoners tot openbaar groen, hoeveel groen er per buurt aanwezig is per bevolkingskern en wat voor cijfer de bewoners geven aan het groen in de buurt. Meer dan de helft van de bewoners beoordeelt het groen in hun buurt tussen 810, slechts een klein aandeel geeft het groen een onvoldoende.
Rapportcijfer voor groen in de buurt (2012)
Opendata.cbs.nl
Daarnaast is groen belangrijk voor Biodiversiteit en draagt het bij aan Klimaatadaptatie. Om de biodiversiteit terug te brengen zou er gewerkt moeten worden aan herstel van het insectenleven. Zonder insecten zullen wij bijvoorbeeld de meeste zangvogels gaan missen maar ook ziekten en plagen (eikenprocessierups) kunnen weer met andere insecten bestreden worden (sluipwespen). Je kunt dan denken aan inheemse bomen en struiken die een rijk insectenleven kunnen hebben maar ook bloemrijke bermen.
Hoegezondiszhz.nl/databank
klimaateffectatlas.nl
Landschap thema’s Groen en natuur Groen Voor het dagelijks gebruik van groen (spelen, luieren en sporten) zijn openbare groengebieden (parken, bossen, natuurgebieden en dag recreatieve terreinen) binnen een afstand van 500 meter van de woning van belang. Recent Europees onderzoek adviseert zelfs een maximale afstand van 300 meter tot stedelijke groen met een minimale afmeting van 1 hectare. Het richtgetal dat het Rijk in de Nota Ruimte aan gemeenten meegeeft voor nieuwbouwlocaties is 75 m2 groen per woning. De kaart, opgesteld door het RIVM, geeft een beeld waar het groen is in de gemeente. Alle bomen, struiken en lage vegetatie, zoals gras, worden weergegeven. Hierbij wordt het groen uitgedrukt als percentage vegetatie per gridcel. Bomen atlasleefomgeving.nl
Hoe hoger bomen zijn, des te belangrijker kan hun functie zijn voor biodiversiteit, hittestress, verdamping, fijnstof en geluid. Ze zijn een voedselbron zijn voor insecten, vogels en vleermuizen. Met name inheemse soorten zijn belangrijk, omdat deze qua bloei- en vrachtcyclus afgestemd zijn op de inheemse fauna. Voor boom en struik- exoten geldt dat niet, zodat deze weinig meerwaarde hebben voor de biodiversiteit. Een bomenlint langs een weg kan een belangrijke functie vervullen t.a.v. trekroutes voor vleermuizen en kan ook een verbindende schakel zijn voor uitwisseling van fauna naar de omgeving (Natura en NNN gebieden aan de randen van de gemeente). De kaart geeft een beeld van de boomhoogte. Op www.atlasleefomgeving.nl kan er op een kleinere schaal gekeken worden naar boomhoogte. atlasleefomgeving.nl
Landschap thema’s Natuurnetwerken Nederland De provincie Zuid-Holland heeft in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, tegenwoordig NNN) herijkt. De prioriteit ligt nu bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. In aanvulling op de Ecologische Hoofdstructuur stimuleert de provincie de aanleg van ecologische verbindingszones. Anders dan in de periode tot en met 2011 richt de provincie zich voor wat betreft het beleidsveld Natuur niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Dit is nieuw en ook breder dan de NNN omdat er van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt.
Pzh.b3p.nl
Landschap thema’s Biodiversiteit Op basis van gegevens van de laatste 10 jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna zijn bijgevoegde kaarten over de biodiversiteit opgesteld. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn hierin samengenomen (vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels). In de kaarten is gecorrigeerd voor het effect dat er niet op elke locatie even intensief wordt waargenomen. De kaarten geven relatieve en geen absolute soortenaantallen in klassen weer, waardoor relatief soortenrijke gebieden worden onderscheiden van relatief soortenarme gebieden op basis van zeven belangrijke soortgroepen. Relatief soortenarme gebieden in deze kaarten zegt niets over het wel of niet voorkomen van beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming. Soortendiversiteit Op de kaart wordt voor de geschatte soortendiversiteit per kilometerhok in klassen weergegeven, atlasleefomgeving.nl
Bijensoorten De kaart geeft per gridcel van 100 x 100 meter het aantal bijensoorten weer dat er gemiddeld voorkomt. Op basis van waarnemingen is het aantal bijensoorten gemodelleerd. Bijen zijn o.a. belangrijk voor de bestuiving van planten. Voor het modelleren van deze kaart is gebruikgemaakt van waarnemingen in het veld en is een groot aantal parameters in beschouwing genomen: •
Aanwezigheid/afwezigheid landbouwgewassen (aardappelen, bieten, bonen, granen, koolzaad, mais)
•
Aanwezigheid/afwezigheid van voedsel voor bijen, landbouwgewassen en vruchten;
•
Beschikbaarheid van natuur, groen en verstening in dorpen en steden
•
Type begroeiing (bos, akkerland etc)
•
Gemiddelde jaartemperatuur en temperatuurverschil in een jaar
•
Neerslag in een jaar en neerslag in de natste maand
Deze parameters zijn gebruikt om voor iedere bijensoort de distributie te modelleren.
atlasleefomgeving.nl
Landschap thema’s Geschiedenis Archeologie Archeologische waarden beschrijven de geschiedenis van de gemeente. Zij bepalen mede de identiteit. Door ontgravingen en bebouwingen kunnen de waarden worden verstoord. De verantwoordelijkheid voor bescherming van deze waarden ligt bij de gemeenten. Voorwaarde is wel dat de gemeente archeologiebeleid heeft vastgesteld, met een archeologische waardenkaart die is gestoeld op archeologisch onderzoek. Als een gemeente geen eigen archeologiebeleid heeft vastgesteld, geldt het beleid zoals opgenomen in de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS). Het rijksbeleid voor de archeologische rijksmonumenten is gericht op behoud ter plaatse (in situ). Om te zorgen dat de kwaliteit van de archeologische resten niet achteruit gaat, mogen de bewaarcondities niet verslechteren.
Bodematlas PZH
De cultuurhistorische kaart geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden. Het is een overzicht op hoofdlijnen. Dit is het schaalniveau waarop de provincie beleid voert. De cultuurhistorische kaart wordt ook aangeduid als CHS.
Aardkundige waarden Aardkundige waarden geven identiteit aan gebied. Zij spelen een rol in hydrologische systemen en hebben een bijzondere educatieve waarde. Ingrepen in of op de bodem en verandering van grondwaterstand kunnen leiden tot onherstelbare schade aan of het verdwijnen van het aardkundig fenomeen. De kaart toont aardkundige waarden. Het betreffen veelal zee afzettingen.
Bodematlas PZH
Klimaatverandering Extreem weer De klimaatverandering zal leiden tot extreem weer:
•
Extreem vele neerslag
•
Extreme hitteperiode
•
Extreme hitte en droogteperioden
•
Extreme sneeuwval en ijzel
•
Zware storm en windhozen
Klimaatverandering Klimaatatlas Zuid-Holland Het klimaat in Nederland verandert. Het KNMI verwacht hogere temperaturen, nattere winters, hevigere regenbuien en kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor de stedelijke omgeving, bijvoorbeeld door meer wateroverlast, grondwaterproblemen en hittestress. Landelijk zijn deze problemen geadresseerd in de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Overheden kunnen hierbij gebruik maken van het stappenplan “weten, willen en werken” om het proces naar een klimaatbestendige inrichting vorm te kunnen geven. In het kader hiervan zijn voor de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden in 2019 de potentiele kwetsbaarheden in beeld gebracht (de zogenaamde klimaatstresstest). De beschikbare gegevens van wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling ed. zijn gebundeld in de klimaatatlas AlblasserwaardVijfheerenlanden (www.a5h.klimaatatlas.net). De waterschappen, provincie, gemeenten maar ook andere stakeholders hebben bijgedragen aan het inventariseren van deze gegevens. Op basis van deze gegevens kunnen gemeenten hun klimaatadaptatiestrategie concreet maken en kunnen zij ook andere partijen zoals bewoners, bedrijven en belangengroepen betrekken bij de probleemanalyse en ook de mogelijke oplossingen. Landgebruik Een actueel en gedetailleerd overzicht van het landgebruik is belangrijk bij interpretatie en prioritering van klimaateffecten.
Zo kan de focus van de analyse van klimaateffecten gelegd worden op hoogwaardige bebouwing of primaire toegangswegen voor hulpdiensten. De landgebruikskaart is samengesteld op basis van vier openbare kaarten: het BAG-register, de TOP10NL, het CBS bodemgebruik en de LGN6.
Klimaatatlas Zuid-Holland
Klimaatverandering Wateroverlast Korte, hevige buien zullen naar verwachting steeds vaker voorkomen. Dit klimaateffect heeft een grote impact in stedelijk gebied. Wateroverlast is bij deze extreme buien niet te voorkomen. Het is daarom niet de vraag of, maar vooral waar de wateroverlast zal optreden, en welke gevolgen te verwachten zijn. Waterbergend vermogen Het waterbergend vermogen van de (ondiepe) ondergrond is van belang om (pieken in de) neerslag te kunnen bergen en daarmee te voorkomen dat het oppervlaktewater tijdens neerslag overmatig wordt belast. Door afdekking van de bodem en verdichting van de ondergrond neemt het waterbergend vermogen af.
Bodematlas PZH
De kaart geeft de maximale hoeveelheid water (in mm) aan die tussen maaiveld en grondwaterstand (gemiddelde hoogste grondwaterstand) kan worden geborgen.
Hoogte De kaart van de maaiveldhoogte laat in een oogopslag zien waar de hoogten en laagten zich bevinden en in welke richting het water grofweg gaat stromen als het regent. In het kader van klimaatbestendigheid zijn vooral de laag gelegen delen interessant: waar bevinden zich lokale depressies met het grootste risico op wateroverlast bij neerslag? De gegevens zijn afkomstig van de AHN3 (Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 3) en aangevuld met AHN2 (indien AHN3 nog niet beschikbaar is).
Klimaatatlas.net
Klimaatverandering Wateroverlast De kaart waterdiepte laat het resultaat zien van een stresstest voor de bebouwde kom. De kaart maakt inzichtelijk waar wateroverlastlocaties in de gemeente kunnen ontstaan na een extreme bui van 100 millimeter in 2 uur. De kans dat deze relatief zeldzame bui valt neemt toe door klimaatverandering. De kaart presenteert de berekende waterdiepte direct na afloop van de bui. De resultaten geven een goede indicatie van de te verwachten overlastlocaties bij hevige neerslag. De wateroverlastkaart kan in 3Di worden verfijnd door waterstroming in riolering en open water in de modellering mee te nemen, en door toevoegen van detailinformatie zoals drempelhoogten van panden. Hiermee kan gesimuleerd worden welke woningen wel of niet zullen onderlopen bij hevige neerslag. Op basis van deze kaart zijn de kaarten risico op water in pand en ondergelopen straten opgesteld.
Klimaatatlas Zuid-Holland
Bij een dergelijke piekbui zijn ook een aantal wegen onbegaanbaar, dit is een aandachtspunt voor onder andere de bereikbaarheid van hulpdiensten. Daarnaast bestaat in het geval van overlopen van rioleringen ed. ook gevaar voor de volksgezondheid.
Klimaatatlas Zuid-Holland
Klimaatatlas Zuid-Holland
Klimaatverandering Overstromingsgevaar Overstroming is een reëel gevaar voor Nederland, want grote delen van ons land liggen onder de zeespiegel. Daarbij heeft Nederland een aantal grote rivieren. Ook de klimaat verandering vormt een risico: de zeespiegel stijgt en het regent vaker en harder. Het water kan overal vandaan komen: uit zee of de grote rivieren en uit binnenwateren zoals vaarten en plassen. Een dijk kan verzakken, een duin kan wegslaan, of het water komt over de dijken heen. Een bijkomend gevaar is de kans dat de stroom uitvalt, met alle gevolgen van dien. Denk bijvoorbeeld aan het niet meer kunnen bellen in noodsituaties, onderkoeling wanneer de verwarming het niet doet, het bederven van eten en drinken en onveilige situaties op straat in het donker. Ook de volksgezondheid kan in gevaar komen. Dat kan voor de overheid aanleiding zijn om evacuatie te adviseren.
Waterdiepte Weergegeven is naar welke hoogte het water maximaal kan stijgen bij een overstroming vanuit zee, meren of grote rivieren. Het hangt af van de waterstand en de plek van de dijkdoorbraak, hoe hoog het water uiteindelijk komt. Om de kaart te maken, zijn computerberekeningen uitgevoerd van verschillende dijkdoorbraken. Voor elke locatie is vervolgens gekeken wat de maximale waterhoogte was. De donkere gebieden overstromen bij een dijkdoorbraak niet allemaal tegelijkertijd.
De Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, de dijkring 16 waar Alblasserdam deel van uitmaakt is als het ware een badkuip. In het geval van een overstroming zal het water op de meeste plaatsen binnen de dijkring tot 4 à 6 meter komen te staan. De effecten bij een overstroming en de maatschappelijke kosten zijn dan ook zeer groot. De kans op een dijkdoorbraak is echter klein tot zeer klein. Het gebied is bij het risico op overstroming kwetsbaar voor evacuatie uit het gebied. Het aantal uitvalswegen is beperkt en ook deze zullen grotendeels onbegaanbaar zijn. Aandachtspunt hierbij is de opslag van gevaarlijke stoffen.
https://a5h.klimaatatlas.net/
Klimaatverandering Warmte Hittestress Naast wateroverlast is een belangrijk thema voor de nabije toekomst hittestress. De verwachting is dat het steeds warmer zal worden, zeker in een stedelijke omgeving. Dit heeft gevolgen voor de energiehuishouding. In de zomer zal er meer behoefte zijn aan actieve koeling. Is gevolg van hittestress daalt de luchttemperatuur 's nachts niet waardoor gevoelige bevolkingsgroepen (baby's, kinderen, ouderen) gezondheidseffecten ondervinden. De figuur geeft aan waar in Alblasserdam hittestress kan optreden tijdens zomerse dagen. De rode gebieden zijn zeer gevoelig voor hittestress, de blauwe gebieden nauwelijks. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw, groen en stromend water deze verlaagt. Bomen met schaduwrijk blad kunnen in de zomer zorgen voor schaduw op gebouwen, waardoor minder energie nodig is om te koelen. Ook het realiseren van groene daken/gevels levert een positieve bijdrage aan de temperatuurregulatie van een gebouw. In de zomer kan de temperatuur in het gebouw hierdoor 3-4 graden lager zijn. In de winter werkt een dergelijke dakbedekking juist isolerend. Daarnaast vormt het een buffer voor regenwater.
De aanwezigheid van stromend water heeft eveneens een positief effect op het verminderen van hittestress (dit in tegenstelling tot stilstaand water, wat in de zomer de warmte juist vasthoudt). Ook het installeren van een fontein heeft een positief effect hierop. In Alblasserdam zie je ook dichter bebouwd hoe meer kans op hittestress. Daarnaast is op de bedrijventerreinen met de grote platte daken de kans op hittestress groot. Op deze terreinen is naast de gezondheid van medewerkers ook de arbeidsproductiviteit een aandachtspunt. Hitte heeft ook nadelige effecten op infrastructuur (spoor/bruggen).
Tijdens periode van hitte is er ook extra aandacht voor zwemwaterlocaties ten aanzien van waterkwaliteit (blauwalg) en veiligheid (zwemmen in rivieren).
Klimaatatlas A5H
Klimaatverandering Warmte Stedelijk Eiland-effect Als gevolg van hittestress zal de temperatuur tussen bebouwd gebied en onbebouwd gebied toenemen. Dit noemen we het stedelijk hitte-eiland effect (UHI). Dit is het gemiddelde luchttemperatuursverschil tussen de stedelijke en omliggende landelijke gebieden. Het stedelijk hitte-eiland effect is het sterkst 's nachts. Het is waardevol om te weten waar de grootste overlast zich bevindt om maatregelen te kunnen nemen. Uit Europees onderzoek blijkt dat de UHI op stadsniveau op basis van twee variabelen goed te voorspellen is: bevolkingsdichtheid in de stad, en binnen een straal van 10 km rondom de stad, en de windsnelheid op 10 meter hoogte. Op basis van deze twee variabelen wordt in dit model de maximale UHI in een stad bepaald. Verharding en groen en blauw hebben op kleinere schaal invloed op de windsnelheid en de hoeveelheid warmte die wordt vastgehouden. Op basis van verharding en de mate van groen en blauw in een straal van 1 km om een locatie wordt de maximale UHI naar beneden bijgesteld. Groen heeft op lokale schaal nog een extra verkoelend effect. Op basis van lokaal groen in een straal van 30m om een locatie is de actuele UHI per locatie bepaald.
atlasleefomgeving.nl
De waarden op de kaart zijn jaargemiddelden. Het temperatuurverschil tussen bewonerskernen en omringend gebied blijft daardoor onder de 3 graden. Op hete zomerdagen kan het verschil echter beduidend verder oplopen dan de waarden in de kaart, zeker tijdens de avonden als het platteland sneller afkoelt. Verkoeling Vegetatie en water kunnen zorgen voor verkoeling. Het effect van groen (bomen e.d.) en blauw (water) is weergegeven op de kaart. Het is nuttig om te weten waar nu reeds geschikte vegetatie aanwezig is. Dit is o.a. belangrijk voor stedenbouwkundige ontwerpers en beleidsmedewerkers klimaatadaptatie. Het verkoelend effect van groen en blauw op zijn omgeving is weergegeven voor stedelijke gebieden (in °C). In de kaart zijn alleen gebieden weergegeven met een verhardingspercentage van minimaal 20% en een gebied van 1km daar omheen.
atlasleefomgeving.nl
Klimaatverandering Droogte Bodemdaling Het aantal droge zomers neemt naar verwachting tot 2050 verder toe. Lokaal kan de grondwaterstand hierdoor uitzakken. In veen- en kleigebieden versnelt de uitdroging van de bodem het proces van bodemdaling. Bodemdaling ontstaat door krimp, oxidatie en samendrukken van grond. Bodemdaling kan schade veroorzaken aan infrastructuur en huizen. Ook risico's op wateroverlast en overstroming nemen toe. Op de kaart is de huidige en de verwachtte bodemdaling weergegeven. Basis vormt de kaart Bodemdaling 2016-2050 voor het WH2050 klimaatscenario uit de CAS Klimaateffectatlas, resultaten september 2017 (www.klimaateffectatlas.nl en https://a5h.klimaatatlas.net/). De kaart is ruimtelijk geïnterpoleerd voor een verbeterde visualisatie en toont de geschatte aanvullende bodemdaling tot 2050 voor het WH2050 klimaatscenario.
https://a5h.klimaatatlas.net/
De Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, waaronder Alblasserdam is gevoelig voor bodemdaling. Dit is vooral te relateren aan de draagkracht van de bodem (de mate waarin de ondergrond gevoelig is voor zetting) en minder met veenoxidatie (zie www.signaleirngskaarten.nl).
https://a5h.klimaatatlas.net/
Duurzaamheid Belangrijkste thema’s binnen het onderwerp duurzaamheid zijn de energietransitie, klimaatverandering en circulaire economie. “Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven. De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er één van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.” Vanuit deze visie werkt de gemeente samen op het gebied van Energietransitie met de andere Drechtsteden gemeenten, de Provincie en tientallen andere stakeholders die in 2017 de Regionale Energie Strategie (RES) Drechtsteden hebben ondertekend. De doelstelling van de RES is een energieneutrale regio in 2050. Op het gebied van klimaatadaptatie wordt samengewerkt met de waterschappen, de Provincie en andere stakeholders binnen dijkring 16 van de AlblasserwaardVijfheerenlanden waar binnen de gemeente is gelegen.
De gemeente onderzoekt op verschillende gebieden van Duurzaamheid waar zij haar burgers en bedrijven kan ontzorgen, stimuleren en verbinden. Zo worden projecten waar mogelijk met elkaar gecombineerd oa. Het Schone Lucht Akkoord in combinatie met vervoersmanagement. Ook circulaire economie heeft de aandacht binnen de gemeente, waarbij vooral wordt ingezet op het verminderen van restafval per inwoner.
Duurzaamheid CO2-uitstoot Koolstofdioxide is een broeikasgas dat in hoge mate bijdraagt aan klimaatverandering. De doelstelling van het Klimaatakkoord is om in 2030 minimaal 49% minder broeikasgassen uit te stoten t.o.v. 1990. De totaal bekende CO2-uitstoot van Alblasserdam, berekend door Klimaatmonitor, is 151.200 ton. Dit komt neer op 6.575 huishoudens. Met deze CO2-uitstoot kan je 37.500 keer de aarde rond vliegen met een groot passagiersvliegtuig. De CO2-uitstoot is ingedeeld in 4 hoofdsectoren:
•Gebouwde Omgeving •Verkeer en Vervoer •Industrie, Energie, Afval en Water •Landbouw, Bosbouw en Visserij In de afbeelding is de trend van de CO2-uitstoot per sector te zien over de periode 20102017. Bron: Klimaatmonitor