Bijlage - De complete Eerste Stap.pdf
Tekst van het document
Als gevolg van jarenlange emissies van stoffen waarvan de gezondheidsrisico's niet volledig in beeld waren kunnen diffuse bodem- en waterverontreinigingen zijn ontstaan en hebben mensen mogelijk gezondheidsschade opgelopen. Recente voorbeelden hiervan zijn PFOA, GenX en PFAS. Het is niet uitgesloten dat dergelijke verontreinigingen in de toekomst vaker worden aangetoond.
5.1.4 Sociaal-culturele ontwikkelingen
Mensen krijgen meer middelen om hun leven en leefomgeving in te vullen of naar hun hand te zetten en dat betekent dat niet-cognitieve vaardigheden zoals plannen, zelfdiscipline en samenwerken steeds belangrijker worden. Steeds meer leven en organiseren mensen zich in vluchtige verbanden en (virtuele) netwerken. Een gevolg van het minder gezamenlijk optrekken is dat mensen lastige keuzes zelf moeten maken. Meer eigen regie voor mensen betekent ook dat de kwaliteit van leven steeds meer van henzelf afhangt. De steeds dynamischere omgeving waarin wij leven en werken zorgt ervoor dat rustpunten onder druk komen te staan. De dynamiek brengt mogelijkheden, maar ook onzekerheid, complexiteit en hectiek. De gemiddelde werkdruk in Nederland neemt toe, ook onder jongeren. Werkgevers geven aan dat het beheersen van de werkdruk hun grootste uitdaging is. Moderne media gebruiken algoritmes om mensen online door te leiden naar informatie of mensen met een gelijke mindset of gelijke belangen. Mensen krijgen op die manier weinig objectieve informatie. Dit soort informatiebubbels zetten westerse waarden zoals tolerantie en diversiteit onder druk en vergroten verschillen tussen mensen. Opkomend nationalisme en populisme gaan gepaard met anti-immigranten sentimenten en xenofobie.
Dit zou ertoe kunnen leiden dat landen in Europa (waaronder Nederland) moeite krijgen om talenten binnen te halen en te binden. In de vergrijzende economieën kan dat leiden tot verdere tekorten op de arbeidsmarkt. Het gebrek aan voldoende human capital kan op termijn vergaande gevolgen hebben voor de economische groei en betaalbaarheid van onze welvaartsamenleving. Ontwikkelingen zoals flexibilisering van de arbeidsmarkt en de opkomst van de kluseconomie, de deeleconomie en de platformeconomie leiden mogelijk tot slechte arbeidsomstandigheden en minder sociale zekerheid voor bepaalde groepen in de samenleving. Ook kan er grotere economische ongelijkheid ontstaan omdat de opbrengsten die via de platforms worden gegenereerd vaak ten goede komen aan mensen met bezit en aan de platformen zelf. De platformeconomie kan ook juist de arbeidsmarkt een nieuwe impuls geven en helpen vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten. Bijvoorbeeld doordat de verzameling data op de 24
platforms naast werkervaring en opleiding ook inzicht geeft in de soft skills en talenten van mensen. De huidige Nederlandse welvaart gaat ten koste van die elders ter wereld en ook van toekomstige generaties. Nederland teert in op natuurlijke hulpbronnen en voert relatief veel grondstoffen in. Het legt daardoor een groot beslag op het natuurlijk kapitaal van andere landen en toekomstige generaties. Ook teren we in op ons menselijk kapitaal dat wordt bepaald door het aantal gewerkte uren, de gezondheid en het onderwijsniveau van mensen. (Gerwen et al., 2018) Ecologische grenzen stellen beperkingen aan onze consumptiepatronen, maar zorgen in combinatie met de individualisering en behoefte aan maatwerk ook voor een grote vraag naar producten en diensten die energiegebruik reduceren terwijl we ons comfort houden. Denk bijvoorbeeld aan slimme woningen, slimme kleding of slimme lifestyle coaches.
5.1.5 Financieel –economische ontwikkelingen
Ontwikkelingen zoals het afnemen van contante betalingen en de opkomst van FinTech veranderen de manier waarop de financiële sector is georganiseerd en welke spelers een belangrijke rol hebben. Steeds meer ICT-bedrijven richten zich op financiële diensten. Financiële instellingen gebruiken vaak openbare databronnen – zoals sociale media – in combinatie met hun eigen klantgegevens om bijvoorbeeld de kredietwaardigheid van klanten in te schatten of om op specifieke marketing toe te passen. Critici waarschuwen voor mogelijke discriminatie en inbreuk op privacy. Automatisering van financiële diensten (zoals robo-adviseurs) zal naar verwachting financiële dienstverlening goedkoper en daardoor voor meer mensen toegankelijk maken. Door mobiel betalen kan een grote nieuwe groep mensen – voornamelijk in opkomende economieën – aangesloten worden op een betaalsysteem. Gemeenschapsmunten versterken regionale economieën en sociale verbanden en geven mensen meer gevoel van controle in een sterk geïnternationaliseerde wereld waarin veel verandert. De opkomst van gemeenschapsmunten en virtuele munten (crypto currencies) leidt tot een meer divers betaalsysteem. Peer-to-peer (P2P-)lending en crowdfunding maken krediet beschikbaar voor bedrijven en mensen die bij traditionele financiële instellingen hiervoor niet in aanmerking komen.
Crowdfunding maakt initiatieven mogelijk die traditionele banken te risicovol vinden en kan innovatie versnellen. Er is bij (inter)nationale overheden steeds meer interesse in true cost economics, waarbij kosten voor milieu- en gezondheidsschade opgenomen worden in de prijs van producten. True cost economics sluit aan bij het gedachtengoed van duurzaamheid en een circulaire economie.
5.2 Lokaal Hierboven is een toekomstbeeld geschetst op mondiaal niveau. Niet alle aspecten hebben directe invloed op Alblasserdam. Met een aantal aspecten dient Alblasserdam in de toekomst zeker rekening te houden. Per thema worden deze aspecten en de mogelijke consequenties weergegeven.
5.2.1 Demografie en arbeidsmarkt Vergrijzing is in Alblasserdam een thema dat al langer speelt. De verwachting is dat deze vergrijzing, als gevolg van nieuwe toepassingen waardoor ouderen langer, gezonder en zelfstandiger kunnenleven, zich doorzet. Een toename aan ouderen zal tot gevolg hebben dat steeds meer behoefte zal ontstaan aan laagdrempelige, lokale en zichtbare voorzieningen. Daarnaast zal bij een toename aan ouderen onvoldoende doorstroming plaatsvinden in de woningmarkt. In Alblasserdam is sprake van een toename aan werkgelegenheid in de technische sector. Over het algemeen zijn dit banen die ter plaatse moeten worden uitgevoerd. Als werknemers van buitenaf moeten komen 25
omdat zij niet in Alblasserdam kunnen wonen, heeft dit gevolgen voor de bezetting van de infrastructuur. Door nieuwe toepassingen van onder andere robotica, sensortechnologie en gezondheidstechnologie kunnen ouderen langer, gezonder en zelfstandiger leven en langer actief zijn op de arbeidsmarkt of als vrijwilliger. Daarnaast geeft de flexibilisering van arbeid mensen meer regie over werktijden en maakt het makkelijker om meerdere taken te combineren (bijvoorbeeld zorg, werk en opleiding). In combinatie met werken op afstand (tijd- en plaatsonafhankelijk werken) kan deze flexibilisering leiden tot verhoogde arbeidsparticipatie. Verder kunnen deze ontwikkelingen ervoor zorgen dat de druk op de groene delen van Alblasserdam groter wordt. Dit omdat mensen de vrije tijd die ze hebben graag buiten besteden. De aanwezigheid van migrantengroepen in onze samenleving heeft tevens tot gevolg dat conflicten in de landen van herkomst geïmporteerd worden naar steden en dorpen hier.
5.2.2 Ontwikkelingen op het gebied van ecologie en klimaat Als gevolg van de klimaatverandering krijgen we in Nederland, en dus ook in Alblasserdam, steeds vaker te maken met extreem weer. De meest bekende vorm van extreem weer is wateroverlast doordat de intensiteit van regenbuien sterk is toegenomen. Naast neerslag hebben we ook te maken met extreme warmte (hittegolven) en extreme droogte. Dit kan leiden tot hittestress en voedseltekorten/-schaarste als gevolge van uitdroging. Los daarvan brengt het ook risico's met zich mee voor (cruciale) infrastructuur en voorzieningen voor bijvoorbeeld drinkwater en energie als gevolg van bijvoorbeeld bodemdaling. Dreigende tekorten aan energie, voedsel en water leiden ertoe dat steeds meer inwoners werken aan zelfvoorzienende systemen op het niveau van woningen, wijken of steden, waarbij ze minder afhankelijk zijn van centrale levering of import. De energietransitie die Nederland heeft ingezet kan er enerzijds toe leiden dat we minder energie gaan gebruiken. Anderzijds kan de overgang naar een op hernieuwbare bronnen gebaseerd energiesysteem ertoe leiden dat energie praktisch gratis wordt en we juist meer energie gaan gebruiken. As gevolg van jarenlange emissies van stoffen waarvan de risico's niet volledig in beeld waren kunnen (grootschalige) bodem- en waterverontreinigingen zijn ontstaan.
Recent voorbeeld in onze regio is de PFOA en GenX verontreiniging. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst meer van dergelijke verontreinigingen aan het licht komen.
5.2.3 Sociaal-culturele ontwikkelingen De steeds dynamischere omgeving waarin wij leven en werken zorgt ervoor dat rustpunten onder druk komen te staan. De dynamiek brengt mogelijkheden, maar ook onzekerheid, complexiteit en hectiek. De gemiddelde werkdruk in Nederland neemt toe, ook onder jongeren. Er is daarom een toenemende behoefte aan rustpunten in de vorm van bijvoorbeeld recreatie. Dit vraagt iets van het voorzieningenniveau. Iedereen vult zijn/haar onthaasten op een andere manier in. Moderne media gebruiken algoritmes om mensen online door te leiden naar informatie of mensen met een gelijke mindset of gelijke belangen. Mensen krijgen op die manier weinig objectieve informatie. Dit soort informatiebubbels zetten westerse waarden zoals tolerantie en diversiteit onder druk en vergroten verschillen tussen mensen. Dit kan mogelijk een risico vormen voor de nog op te stellen omgevingsvisie doordat mensen mogelijk eenzijdig zijn geïnformeerd en daardoor niet open staan voor andere belangen. 26
5.2.4 Financieel –economische ontwikkelingen Er is bij (inter)nationale overheden steeds meer interesse in true cost economics, waarbij kosten voor milieu- en gezondheidsschade opgenomen worden in de prijs van producten. True cost economics sluit aan bij het gedachtengoed van duurzaamheid en een circulaire economie.
5.3 Omgevingsscan In 2019 is door de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid een omgevingsscan uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar beschikbare informatie zoals die aanwezig is bij OZHZ, Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, Dienst gezondheid en jeugd Zuid-Holland Zuid en op landelijke en provinciale websites. Op basis van de uitgevoerde omgevingsscan worden een aantal belangrijke aandachtspunten vastgesteld. Ook is inzichtelijk gemaakt waar kansen liggen. De omgevingsvisie maakt onderscheid tussen de volgende thema's: Grijze milieuthema's Landschapsthema's Klimaatverandering Duurzaamheid Veiligheidsrisico's. Per thema zal hieronder een samenvatting worden weergegeven. In bijlage 2 is de omgevingsscan bijgevoegd.
5.3.1 Grijze milieuthema's Onder grijze milieuthema's worden de klassieke milieuthema's als externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluidkwaliteit, bodemkwaliteit, asbest, hoogspanningsleidingen, licht en geur verstaan. Vanwege de ligging in een druk bevolkt gebied waar ook veel industrie en een rijksweg aanwezig is, is externe veiligheid bij vrijwel elke ruimtelijke ontwikkeling een aspect waar rekening mee gehouden moet worden. Naast dat Alblasserdam is gelegen in een druk bevolkt gebied is het ook gelegen op een ondergrond die niet de meest stabiele samenstelling heeft. In de diepere ondergrond is een dik veenpakket aanwezig. Door onder andere ontwatering wordt deze laag steeds verder samengeperst, waardoor de bodem daalt. Een aspect om rekening mee te houden. Infiltreren van regenwater en minder water onttrekken zijn maatregelen die genomen kunnen worden om bodemdaling tegen te gaan. Een belangrijk aandachtspunt voor de toekomst. Voor wat betreft de overige grijze milieuthema's kan geconcludeerd worden dat aan alle wettelijke normen wordt voldaan. Dit betekent niet dat Alblasserdam geen bovenwettelijke ambitie mag hebben, maar er zijn geen thema's waar verplichte acties voor gelden.
5.3.2 Landschapsthema's Onder landschapsthema's worden groen, natuur en biodiversiteit, archeologie en cultuurhistorie verstaan. Uit de scan naar deze thema's blijkt dat de inwoners van Alblasserdam de hoeveelheid groen in Alblasserdam waarderen. Meer dan de helft van de bewoners geeft een rapportcijfer 8 of hoger. Op het gebied van biodiversiteit valt nog te verbeteren. Biodiversiteit kan een grote bijdrage leveren aan het bestrijden van ziekten en plagen (bv eikenprocessierups). Verder is Alblasserdam gelegen in een gebied waar een redelijk grote trefkans is op archeologische sporen.
5.3.3 Klimaatverandering Wat de oorzaak ook is, we kunnen niet ontkennen dat het klimaat aan het veranderen is. Dit merken wij onder andere door extreme neerslag, extreme hitteperiodes, extreme droogteperioden en meer stormen. Uit de omgevingsscan blijkt dat wij onvoldoende zijn voorbereid op wateroverlast als gevolg 27
van extreme neerslag. Daarnaast blijkt dat een groot deel van Alblasserdam de kans op hittestress groot is en dat er onvoldoende koeling te vinden is. Op het gebied van klimaatverandering liggen uitdagingen die in de komende periode moeten worden opgepakt.
5.3.4 Duurzaamheid Duurzaamheid is een containerbegrip. In principe is alles onder duurzaamheid te scharen. In de omgevingsscan wordt onder duurzaamheid voornamelijk de opgaven op het gebied van energietransitie en circulaire economie verstaan. De opgave op het gebied van de energietransitie wordt regionaal opgepakt, In 2017 is de Regionale Energie Strategie opgesteld. De doelstelling van deze regionale energiestrategie is een energie neutrale regio in 2050. De regionale energiestrategie bevat verschillende acties op zowel regionale als lokale schaal. Op het gebied van circulaire economie wordt vooralsnog alleen ingezet op het reduceren van de hoeveelheid restafval per inwoner. In 2050 moet Nederland –en Alblasserdam dus ook- circulair zijn. Dit houdt in dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. In 2030 dienen er al 50% minder primaire grondstoffen te worden gebruikt. Naast grondstoffen gaat circulariteit ook over het sluiten van de water- en energiekringloop.
5.3.5 Veiligheidsrisico's Uit onderzoek van de veiligheidsregio is gebleken dat in de periode 2010-2019 voornamelijk incidenten in de categorie brand, hulpverlening dieren en storm- en waterschade hebben plaatsgevonden. Verder blijkt dat Alblasserdam is gelegen in dijkring 16-1 t/m 16-5 en dat er buitendijks gebied zonder waterkering aanwezig is. Dit maakt dat Alblasserdam een risico loopt op overstroming. Dit risico is niet gekwantificeerd. Mocht er sprake zijn van een overstroming dan heeft het merendeel van de woningen geen droge verdieping.
5.4 Groeiconclusie H2 H3 H4
H4
H5 H5
Er moet een omgevingsvisie worden opgesteld. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving. De structuurvisie vormt een goede basis voor de ruimtelijke component, de omgevingswet vereist echter een breder perspectief. Alblasserdam is een dorp dat zich met de volgende kernwoorden laat beschrijven: Ontmoeting, groen dorp, kleinschalig, gelovig, historisch erfgoed, maritiem karakter, bedrijvig. Alblasserdam heeft voor de lange termijn de volgende ambitie: "Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven. De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er een van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.” Mens en maatschappij veranderen, daar moeten we rekening mee houden. Uit omgevingsscan blijkt dat op een aantal gebieden in de fysieke leefomgeving een opgave ligt.
28
6 Kader De omgevingsvisie is op elk niveau zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld en waarvoor het is opgesteld. Een omgevingsvisie van een 'hoger' bestuursorgaan werkt dan ook niet dwingend door in omgevingsvisies en omgevingsplannen die door een 'lager' bestuursorgaan worden vastgesteld. Als er een instructie of dwingende doorwerking over de toedeling van functies in een omgevingsplan gewenst is, kan van andere in de wet neergelegde instrumenten gebruik worden gemaakt zoals instructieregels, corrigerend instructiebesluit, provinciale instructies, omgevingsvergunningen voor activiteiten, projectbesluiten, een provinciale omgevingsverordening of de interventiebevoegdheid van de provincie.
6.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes er gemaakt worden maken en welke richting er meegegeven wordt aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen.
Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Belangrijkste keuzes in de NOVI: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aan kan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden.
Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; 29
De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
6.2 Provinciale omgevingsvisie De provincie Zuid-Holland heeft op 1 april 2019 een Omgevingsvisie en een omgevingsverordening vastgesteld. De provincie Zuid-Holland heeft met haar omgevingsvisie het beleid eenvoudiger en transparanter gemaakt. Al het sectorale beleid is samengevoegd, dubbele teksten zijn eruit gehaald en samenhang is inzichtelijk gemaakt. Hiermee is een einde gekomen aan sectorale visies en nota's. De omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland kent de volgende ambities:
6.2.1 Naar een klimaatbestendige delta Het vruchtbare en grotendeels onder zeeniveau gelegen deltagebied wordt gekenmerkt door een intensief gebruik van land en water met veel economische belangen, een grote bevolkingsdichtheid en ecologische rijkdom. Vanwege haar ligging is Zuid-Holland extra kwetsbaar voor gevolgen van de klimaatverandering. Dreiging van overstromingen, hevige neerslag en lange perioden van hitte en droogte zullen regelmaat worden. Dit alles beïnvloedt onze leefomgeving, economische vitaliteit en de kwaliteit van ons water. In sommige gebieden leidt dit tot verzilting en tekorten aan zoetwater en in stedelijke gebieden tot hittestress en wateroverlast. Daarnaast daalt de bodem in ons veenweidegebied. Onder deze omstandigheden heeft de provincie Zuid-Holland in de afgelopen eeuwen innovatieve oplossingen gevonden voor het leefbaar houden van onze delta. De provincie wil onze fysieke leefomgeving zo inrichten dat deze klimaatbestendig blijft. Verder wil de provincie Zuid-Holland dat extreme weersomstandigheden niet leiden tot onnodige schade aan gebouwen, infrastructuur, landbouw en economie. Daarnaast wil de provincie blijven beschikken over voldoende zoetwater. De provincie werkt daarvoor met verschillende overheden en andere organisaties samen aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale Deltaprogramma.
Centraal vertrekpunt daarbij is dat er meer ruimte wordt geboden aan het water. Er wordt gewerkt aan de bescherming van mensen en economie tegen overstromingen. De primaire keringen worden versterkt, waar mogelijk met innovatieve maatregelen. Er wordt gewerkt aan innovatieve oplossingen voor waterberging en voorkomen van hittestress in stedelijk gebied. De provincie zal bij nieuwe ruimtelijke projecten rekening houden met de impact van klimaatverandering. Er wordt gewerkt aan het beperken van watertekorten en het optimaal benutten van zoetwater voor de economie en landbouw. In gebieden met sterke bodemdaling werkt de provincie we aan transitie van de landbouw en het aanleggen van natuur.
6.2.2 Naar een nieuwe economie (the next level) De Zuid-Hollandse economie wordt gekenmerkt door een unieke structuur. Het herbergt het grootste haven-industriële complex van Europa, met een sterk proces- en petrochemisch, logistiek en maritiem cluster. In de directe nabijheid van dit complex bevindt zich het grootste glastuinbouwcluster van de wereld: een belangrijke speler in de wereldwijde voedingsketen. Verder herbergt onze provincie naast aantrekkelijke landschappen ook dichtbevolkte steden met talrijke kennis- en onderzoeksinstellingen, die tot de top in hun vakgebied behoren. 30
De Zuid-Hollandse economie bevindt zich in een omvangrijk vernieuwingsproces. De industriële sectoren bevinden zich aan het einde van een levenscyclus. Onze economie wordt geconfronteerd met snelle disruptieve technologische ontwikkelingen, zoals digitalisering, robotisering, 3-D printing. Door de digitalisering moeten we ons winkellandschap, onze productieprocessen en ons werk anders inrichten. De transformatie van de economie zal in sommige sectoren banen kosten. Het vermogen om snel op de veranderingen in te spelen bepalend is bepalend voor de concurrentiekracht. De beschikbaarheid over een goed opgeleide bevolking en voldoende talent is hierbij een cruciaal aspect. Ook een aantrekkelijke, groene en gezonde leefomgeving is een belangrijke vestigingsfactor. Deze regio heeft alles in huis om deze sprong naar een nieuwe economie te maken. Een economie met vele gezichten, meer dan nu gericht op delen, digitaal en schoon. Voor Zuid-Holland betekent dat werk aan de winkel. Zuid-Holland gaat van een fossiele economie over naar een circulaire economie. Een ontwikkeling met grote gevolgen voor onze dragende economische clusters, met name het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. In de stap naar een circulaire economie in 2050 wordt hergebruik van grondstoffen een nieuw verdienmodel. We bevorderen nieuwe werkgelegenheid. We zetten in op digitalisering van de economie.
We stimuleren innovatie in het midden- en kleinbedrijf, onder andere via nauwe samenwerking tussen de diverse economische sectoren en de kennis- en onderwijsinstellingen die onze regio herbergt. Bij goederentransport zet de provincie in op het realiseren van meer toegevoegde waarde voor de regio. Via inzet op een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving worden bedrijven, kenniswerkers en andere talenten getrokken. De technologisering en digitalisering vragen om nieuwe arrangementen voor scholing en inzetbaarheid.
6.2.3 Naar een levendige meerkernige metropool De strategisch gelegen delta die Zuid-Holland is, heeft altijd mensen aangetrokken. Al vroeg ontstonden langs de waterwegen nederzettingen die uitgroeiden tot handelssteden. In de loop der tijd is een onderscheidend meerkernig stedelijk netwerk ontstaan waarin elke stad en dorp hun een eigen profiel hebben ontwikkeld. Onze welvaart en welzijn hangen af van de kwaliteit van dit stedelijk netwerk. Niet voor niets is er een flinke trek naar de stad. Steden zijn ontmoetingsplaatsen, emancipatieladders en broedplaatsen van ideeën en innovatie. Tegelijkertijd zijn steden ook plaatsen waar sociale problematiek zich manifesteert. Stad en land raken steeds sterker met elkaar verbonden. Het aan steden grenzende landelijk gebied is in het huidige tijdperk meer dan ooit een proeftuin voor nieuwe oplossingen op terreinen als klimaat, energie en voedsel. Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal woningen te realiseren en om de woonvoorraad te verduurzamen. Opgaven die in Zuid-Holland om ingrijpende keuzes vragen. Daarvoor zijn sturende ruimtelijke concepten nodig. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. De metropolitane ontwikkeling moet op die manier vorm krijgen. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen.
Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaans gebied. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. Zo gaan we van verspreide autonome stedelijke netwerken en kernen naar een levendige, meerkernige metropool.
6.2.4 Energievernieuwing Zuid-Holland is een van de meest energie intensieve regio’s van Europa. Dat komt door de unieke industriële en stedelijke structuur, met de haven, petrochemie en logistiek. Dat maakt ons extra afhankelijk van de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen. Tegelijkertijd beschikt onze regio over een groot aanbod van restwarmte die gebruikt kan worden in steden en de glastuinbouw. 31
In december 2015 sloten 195 landen in Parijs een historisch klimaatakkoord. De wereld kwam overeen dat de opwarming van de aarde ruim onder de 2 graden moet komen in vergelijking met het pre-industriële tijdperk. Afgesproken is de stijging van de uitstoot van broeikasgassen te stoppen. Het klimaatakkoord luidt het einde in van een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen. Voor ZuidHolland met haar energie-intensieve economische structuur heeft het akkoord grote gevolgen en is daarmee urgent. Al langer is duidelijk dat het huidige op fossiele brandstoffen gebaseerde verdienmodel eindig is. Met de aanwezigheid van energie-intensieve sectoren als de haven en de glastuinbouw en met gerenommeerde kennisinstellingen kan Zuid-Holland profiteren van de energietransitie. Zuid-Holland gaat haar energieaanpak vernieuwen. De focus ligt bij de steden, de industrie en de glastuinbouw. De provincie wil een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. Dat brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee. Bovendien worden we minder kwetsbaar voor geopolitieke ontwikkelingen. Provincie Zuid-Holland neemt maatregelen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Dat doen ze bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten.
In de toekomst is de Warmterotonde de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen en steden te verwarmen. Om de energietransitie aan te jagen zet de provincie ook stevig in op innovatie. De provincie zoekt naar nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. De provincie is zich ervan bewust dat deze maatregelen tot weerstand kunnen leiden, zie bijvoorbeeld de discussies rond windenergie of CO2-opslag. Daarom zet de provincie in op het vinden van draagvlak bij energievernieuwing. De energietransitie krijgt mede vorm door lokale initiatieven. De provincie wil ruimte bieden aan deze ontwikkeling. De provincie gaat met het rijk een klimaat- en energieakkoord sluiten om alle betrokken partijen meer zekerheid te geven over lange termijn doelen.
6.2.5 Best bereikbare provincie Zuid-Holland is een internationaal transportknooppunt. Onze welvaart danken we grotendeels aan goederenstromen vanuit de haven en industrie en producten vanuit de land- en tuinbouw die de provincie in en uit gaan. We zien ook veel dagelijkse verplaatsingen tussen woon- werklocaties. ZuidHolland is de meest verstedelijkte provincie, waarin twee van Nederlands grootste steden liggen, een reeks oudhollandse steden en talrijke kleinere gemeenten. Economische groei zorgt voor toenemende drukte op de infrastructuur, zowel wat betreft goederenverkeer als woon-werk verplaatsingen. Zuid-Holland ontleent zijn kracht aan het meerkernige stedelijk netwerk waarin elke stad een economisch profiel heeft. Uit internationale onderzoeken blijkt dat het potentieel sterker benut kan worden door de steden en economische clusters met hun afzonderlijke kwaliteiten beter te verbinden. Voor de concurrentiepositie is niet alleen een goede bereikbaarheid via (vaar- en spoor) wegen van belang, maar ook steeds meer via de digitale infrastructuur. Zuid-Holland moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra: de best bereikbare provincie van Nederland. Dat vraagt om een moderne, duurzame en gebiedsgerichte aanpak. De provincie pakt verkeersknelpunten aan.
Er liggen grote kansen in verbinding van de mobiliteitsopgaven met de verstedelijkingsaanpak, economische transitie en energievernieuwing. De provincie wil de gehele mobiliteitssector schoner maken en verduurzamen, om de nationale doelstellingen voor klimaat en luchtkwaliteit te halen. De provincie zet daarom in op versterking van openbaar vervoer en gebruik van de fiets in de mobiliteitsketens van reizigers. Daarnaast moet vervoer over water een volwaardig alternatief zijn voor vervoer over de weg. Waar vraag naar en aanbod van klassiek openbaar vervoer tekortschieten, zoals in krimpregio’s, moet de provincie op zoek naar oplossingen zodat er flexibel, vraaggericht vervoer beschikbaar komt. De provincie wil innovatie in het openbaar vervoer stimuleren door in de
32
concessieverlening de creativiteit van aanbieders de ruimte te geven. Verder ziet de provincie het grote belang van de ontwikkeling van digitale infrastructuur.
6.2.6 Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De combinatie van het kenmerkende kust-, veenweide-en rivierdeltalandschap, waarin steden en landschap met elkaar verweven zijn, maakt onze provincie veelzijdig en uniek. Een landschap met belangrijke leefgebieden voor plant- en diersoorten. Met prachtige open gebieden en een rijk cultureel erfgoed van aantrekkelijke historische steden, landgoederen en molens. Ons landschap en de biodiversiteit staan onder druk door het groeiend aantal inwoners, economische ontwikkeling en de klimaatverandering. Er is behoefte aan meer woningen en ruimte voor bedrijvigheid. De landbouwsector, op veel plaatsen drager van het landschap, heeft te kampen met bodemdaling en druk op schaalvergroting vanuit de wereldmarkt. Tegelijkertijd groeit het besef dat het landschap ook een belangrijke concurrentiefactor is. Een kwaliteit die wordt bedreigd door verstedelijking en oprukkende bedrijvigheid. In metropolitane regio’s is een aantrekkelijk landelijk gebied een belangrijke vestigingsfactor voor mensen en bedrijven en een essentieel onderdeel van de leefomgevingskwaliteit voor inwoners, werknemers, recreanten en toeristen. Een groene leefomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl van de inwoners van Zuid-Holland.
De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Ze beschermen de bijzondere kwaliteiten van ons landschap, ook om de groenbeleving van inwoners, recreanten en toeristen te verbeteren. De provincie benut natuur, cultureel erfgoed en monumenten om het landschap aantrekkelijk te maken en te houden. Daarbij willen we de biodiversiteit vergroten, natuurinclusieve landbouw geven we de ruimte. Dit draagt bij aan een fijnmazig natuurnatuurnetwerk. Ook zet de provincie we in op diervriendelijke veehouderij. De inzet van de provincie richt zich niet enkel op het landelijk gebied. Aantrekkelijke landschappen reiken tot in de stad en het stedelijk gebied reikt tot in de landschappen. We streven naar een zachte overgang van het stedelijk- naar het landelijk gebied, waarbij kwaliteit centraal staat.
6.3 Groeiconclusie H2 H3 H4
H4
H5 H5 H6
Er moet een omgevingsvisie worden opgesteld. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving. De structuurvisie vormt een goede basis voor de ruimtelijke component, de omgevingswet vereist echter een breder perspectief. Alblasserdam is een dorp dat zich met de volgende kernwoorden laat beschrijven: Ontmoeting, groen dorp, kleinschalig, gelovig, historisch erfgoed, maritiem karakter, bedrijvig. Alblasserdam heeft voor de lange termijn de volgende ambitie: "Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven. De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er een van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.” Mens en maatschappij veranderen, daar moeten we rekening mee houden. Uit omgevingsscan blijkt dat op een aantal gebieden in de fysieke leefomgeving een opgave ligt.
In de nationale en provinciale omgevingsvisie wordt een kader geschetst waarmee wij rekening moeten houden bij het opstellen van de omgevingsvisie. 33
7 Regionale afspraken 7.1 Groeiagenda Het Drechtstedenbestuur én de dagelijkse besturen van de regiogemeenten hebben met de Groeiagenda een heldere, samenhangende toekomstambitie voor het gebied staan. Een visie gericht op de inwoners, de bedrijven en de bezoekers. Het betreft niet zozeer nieuw beleid, maar wel scherper. Het Bestuursakkoord met de provincie en het regionale Meerjarenprogramma zijn en blijven de basis, maar nadrukkelijker dan voorheen zijn nieuwe keuzes gemaakt in de ambities en de hiermee samenhangende aanpak. Meer focus in de zaken die worden nagestreefd en worden opgepakt. Hiermee ontstaat een basis voor betere samenwerking: tussen regio en gemeenten, gemeenten onderling, overheid en bedrijfsleven, onderwijs, zorg, het maatschappelijk middenveld én de regio en haar omgeving. Om samen te werken aan het ‘Goed Leven in de Drechtsteden’, want dat is waar we samen voor gaan. Het doel van de groeiagenda Drechtsteden is het groeien tot een regio van meer dan 300.000 inwoners. De groeiagenda kent de volgende pijlers:
7.1.1 Goed wonen Wonen inzetten als hefboom voor stedelijke ontwikkeling, groei inwoneraantal als drager voor economische kracht, stabiliteit en behoud van voorzieningen, evenwichtiger verdeling woonsegmenten, duurzame, gezonde woongebieden, benutten unieke gebiedskwaliteiten, transformatie kwetsbare wijken, interactie in binnenstad, compleet voorzieningenaanbod. Beoogd resultaat: 300.000+ inwoners (bij voortzetting beleid zou dit 280.000 inwoners zijn). Een evenwichtiger verdeling woonsegmenten (nu 60% goedkoop, 27% middelduur en 13% duur). Stoppen uitstroom van jongeren uit Drechtsteden voor studie of werk (negatief saldo vestiging/vertrek van groep 18-23 jaar verminderen van 1.000 naar 500 personen per jaar). Tot 25.000 nieuwe woningen (huidig bestand is 118.000 woningen). Deze spelen in op de kwaliteitsvraag vanuit de Drechtsteden en Zuid-Holland (waaronder Metropoolregio RotterdamDen Haag). In 2030 zijn 10.000 meer hoger opgeleiden woonachtig in de Drechtsteden. Deze opgave koppelen aan de toenemende vraag om op de arbeidsmarkt hoger opgeleiden aan te trekken en te behouden. Het substantieel verminderen van het aantal scheefwoners (van circa 12.000 naar 6.000 huishoudens) Een gemiddeld WOZ-cijfer dat overeenkomt met het Nederlands gemiddelde (nu in Drechtsteden 18% onder Nederlands gemiddelde).
Alblasserdam draagt hieraan bij door: - Uitvoering van de lokale woonvisie waarin plancapaciteit is voorzien van circa 780 woningen. Hiervan zijn circa 300 woningen voorzien boven onze lokale, autonome groei. Alblasserdam heeft op dit moment geen grote uitbreidingslocaties. Wel liggen er mogelijkheden in met name tot woongebieden te transformeren bedrijfslocaties. Een eerste verkenning in 2018 geeft het beeld dat extra een extra groei van zo’n 750 woningen tot de mogelijkheden zou kunnen behoren. Deze bijdrage van Alblasserdam en de groeiopgave van de Drechtsteden zal in de komende jaren verder onderzocht en uitgewerkt worden. - De zwaarte in het woningbouwprogramma van Alblasserdam ligt op koopwoningen van boven de 2,5 ton euro. Het Mercon Kloosterrein (oeverlocatie) en het Havengebied lenen zich bij uitstek voor de realisatie van onderscheidende woonmilieus.
34
7.1.2 Goed werken Nieuwe hoogwaardige bedrijvigheid bevorderen, stimuleren innovatiekracht, 30.000 arbeidsplaatsen erbij, transformatie maakindustrie, groen, digitaal en innovatief, stimuleren crossovers tussen sectoren, naast maritiem ook inzet op logistiek, leisure/retail en zorg, banen aan boven- en onderkant van de markt. Beoogd resultaat: 30.000 extra arbeidsplaatsen, verdeeld over sectoren: groothandel/logistiek (circa 8.000 arbeidsplaatsen), ICT en financiële en zakelijke dienstverlening (circa7.000 arbeidsplaatsen), zorg en welzijn (circa 6.000 arbeidsplaatsen) en handel, horeca en persoonlijke dienstverlening (circa 4.000 arbeidsplaatsen). 3.000 extra arbeidsplaatsen maritieme cluster 50% meer hoogwaardige werkgelegenheid (van 30,5% naar 34,7%) Groei extra 30.000 arbeidsplaatsen, vooral in aansprekende, onderscheidende vestigingsmilieus in de Drechtsteden waarbij ieder milieu gericht is op een specifieke doelgroep (vraaggericht bedrijventerreinenbeleid), passend bij de terrein- en omgevingskwaliteiten en aansluitend op de gewenste arbeidsmarktontwikkeling. Minimaal 3 regionale start-up-milieus gekoppeld aan gebieden/open innovatiemilieus. Minimaal jaarlijks 20 kansrijke start-ups faciliteren via beschikbaar instrumentarium met doorgroei van 5 naar de volgende fase van ontwikkeling.
Geen tekort meer aan mensen voor specifieke sectoren (techniek, zorg, transport & logistiek en bouw & infra). Beter inspelen op vraag naar personeel van het regionale bedrijfsleven en betere aansluiting van opleiding op vraag (in partnerschap tussen bedrijfsleven en onderwijsinstellingen) Hogere waardering (rapportcijfer 6,6, Top5 mkb-vriendelijkste gemeente van grote gemeenten in Nederland) Langere verblijfsduur en meer bestedingen (toeristische) bezoekers binnenstad Dordrecht. Alblasserdam draagt hieraan bij door: - Herontwikkeling Nedstaal terrein/ arbeidsmarktbeleid - Het uitwerken van een detailhandelsvisie in samenwerking met ondernemers - Evaluatie en voortzetten ondernemersfonds - Bovendien zien wij kansrijke ontwikkelingen nabij de containerterminal (Goodman) waar wij in nauw overleg met de initiatiefnemers sturing aan geven.
7.1.3 Goede bereikbaarheid Verbetering bereikbaarheid weg, spoor en water, verbinding hotspots en CS, minder autogebruik en meer openbaar vervoer over weg en water, versterking stationsgebied Dordrecht, koppeling woonen werklocaties aan hoogwaardig openbaar vervoer, aanpak congestie snelwegen, fieldlabs voor logistieke innovaties, verduurzaming vervoersstromen. Beoogd resultaat Reisafstand tussen hotspots en CS én hotspots onderling maximaal 10 minuten. Minder sterke groei autobezit dan in rest Nederland. Hogere binding eigen inwoners/bezoekers aan ov-voorzieningen. Betere beoordeling bereikbaarheid (auto + openbaar vervoer). Lagere filedruk. Intercity-kwaliteit naar Brabantse stedenrij op niveau 2015, Intercitykwaliteit naar Rotterdam op niveau 2017, Intercitykwaliteit naar Roosendaal en verder op niveau 2017. Vergroten openbaarvervoerpotentie binnen 800 meter van station Dordrecht Centraal. Jaarlijks 300.000 extra gebruikers Waterbus (niveau 2009). Duurzamer en schoner vervoer veel meer in zit voor de Drechtsteden. 35
Alblasserdam draagt hieraan bij door: - Actualiseren van het Gemeentelijk verkeer- en vervoerplan en voeren de acties uit die daaruit voortvloeien, waarmee wij zorgen voor een goed onderliggend wegennetwerk - Met de gemeente Molenlanden is het gebiedsperspectief Kinderdijk vastgesteld en gaan we actief werken aan visitormanagement en de verkeersoverlast dat hiermee samenhangt - Stimuleren innovatieve maatregelen, die minder transport of transport zonder emissie mogelijk maken, zoals een verkenning naar de mogelijkheden voor: o Inpassing van waterstof vulpunt o Zuiveren van de lucht in de tunnelmond onder de Noord A15 o Gedeeld vervoer (‘last mile solution’) op bedrijfsterreinen o Faciliteren van kennisdeling onder bedrijven/koplopers (bv organiseren bijeenkomsten) o Ruimte voor slimme laadinfrastructuur elektrisch rijden o Aanjagen en ondersteunen van de regionale lobby mbt A15
7.2 Regionale energiestrategie De Nederlandse overheid heeft bepaald dat onze energievoorziening in het jaar 2050 volledig duurzaam moet zijn. Dat betekent dat we stoppen met het gebruik van aardgas om onze huizen te verwarmen en overgaan op schone energiebronnen zoals wind- of zonne-energie. Maar ook benzine en diesel verdwijnen uit ons dagelijks leven. Op dit moment worden overal in Nederland initiatieven ontwikkeld om deze enorme operatie in gang te zetten. Ook in de regio Drechtsteden. Begin 2018 tekenden bijna dertig organisaties, waaronder de zeven gemeenten, het Energieakkoord Drechtsteden. Met als belangrijkste doel: De Drechtsteden zijn in 2050 energieneutraal. Om dit te bereiken maakten zij met elkaar vijf afspraken:
Alle huizen en gebouwen worden aardgasvrij Het gebruik van benzine en diesel wordt stapsgewijs afgebouwd Het energieverbruik van inwoners en bedrijven gaat flink omlaag Alle energie die nodig blijft, wordt duurzaam opgewekt De verduurzaming draagt bij aan het woon- en werkklimaat van de Drechtsteden.
Alblasserdam draagt hieraan bij door: - We implementeren de regionale strategie, borgen dit in onze organisatie en werken acties op lokaal niveau uit. Enkele voorbeelden zijn: o Zonnepanelen plaatsen op gemeentedaken o Het gemeentehuis naar energielabel A brengen o Onderzoeken van de mogelijkheden voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed o Toepassen energiezuinige ledverlichting bij lichtmasten o Organiseren van duurzame buurtacties, waar inwoners advies op maat krijgen o Aanbieden van gemeente brede groepsaankopen voor isolatie en zonnepanelen o Ondersteuning bieden aan duurzame initiatieven uit het dorp o Aanbieden van een informatieloket en informatiebijeenkomsten voor inwoners (2x in 2019) en bedrijven (3x in 2019) o Aanmoedigingen scholen en sportverenigingen om energie te besparen en zelf duurzame energie op te wekken. o Cadeaubonnen voor inwoners voor het aanschaffen van kleine energiebesparende maatregelen.
7.3 Transitievisie Warmte Uiterlijk in 2021 dient elke gemeente een Transitievisie Warmte vast te stellen. Daarin moeten gemeenten een tijdspad vastleggen waarop wijken van het aardgas gaan. Met de Transitievisie 36
Warmte 1.0 hebben De Drechtsteden in 2019 een gezamenlijk beeld bepaald voor de aanpak en fasering van de warmtetransitie in de Drechtsteden. In de Transitievisie Warmte 2.0 wordt op basis van voortschrijdend inzicht en recente ontwikkelingen een concreter tijdspad gegeven waarin gebouwen en gebieden aardgasvrij worden.
7.4 Regionale visie sociaal domein Drechtsteden In juni 2019 is de regionale visie sociaal domein vastgesteld. Deze visie is tot stand gekomen doordat inwoners, maatschappelijke organisaties, werkgevers, gemeenten, de Sociale Dienst Drechtsteden, Drechtraadsleden en gemeenteraden in de regio met elkaar in gesprek zijn gegaan. Er is intensief samengewerkt om de visie te formuleren. De verdere uitwerking worden gedaan in een uitvoeringsplan. Het kan daarom betekenen dar er tussen gemeenten verschillen ontstaan. In de visie worden een aantal opgaven benoemd en uitgewerkt.
7.4.1 Bestaanszekerheid versterken We bieden perspectief, rust en mentale ruimte. Vanuit onze rol zetten we maximaal in op het voorkomen en doorbreken van inkomenszekerheid, armoede en schulden. Helaas zien maatschappelijke instanties in de Drechtsteden dat er steeds meer inwoners door allerlei factoren te weinig grip op hun inkomen hebben en zo in de problemen raken. Daarom zijn er drie ambities geformuleerd om hun bestaanszekerheid te versterken: 1. Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen. Dit wordt gedaan door Inwoners met financiële problemen weer perspectief te bieden. Daarnaast worden stressfactoren weggenomen en houden we rekening met wat inwoners en hun gezin zelf kunnen. We zorgen voor een makkelijk en laagdrempelig schuldhulpverleningsproces en we bieden financieel overzicht en zekerheid. 2. Stabiliteit bieden en bevorderen. Dit wordt gedaan door voorlichting, coaching en training te geven aan wie dat nodig heeft. Verder beheren we waar nodig het inkomen of betalen de vaste lasten door via de bijstandsuitkering. We helpen inwoners om voldoende inkomen te hebben en zetten het regionaal minimabeleid gericht in. We bieden goed afgestemde ondersteuning aan inwoners met een gecombineerde hulpvraag. 3. Inwoners eerder en beter bereiken. We pakken signalen over achterstanden en schulden actief op en bieden hulp. Daarnaast bevorderen we vroeg signalering van schulden.
We stellen schuldhulpverlening verplicht voor inwoners met een bijstandsuitkering en problematische schulden.
7.4.2 Ontwikkelen naar werk We bieden toekomstperspectief door ons in te zetten voor betaald werk voor iedereen die kan werken. Wie werkt is immers geestelijk en lichamelijk een stuk gezonder dan iemand die niet werkt. Dit is een grote motivatie om andere richting in te slaan als het gaat om ontwikkelen naar werk. De focus wordt verlegd van financiële focus op uitstroom, naar een maatschappelijke focus op uitstroom. In dit kader zijn er drie ambities geformuleerd om zoveel mogelijk mensen aan het werk te helpen: 1. Iedereen die kan werken, direct naar de arbeidsmarkt bemiddelen. Dit wordt gedaan door het verleggen van de focus van matching naar inclusief werkgeverschap en door de inzet van werkgeversinstrumenten conjunctuurafhankelijk te maken. 2. Inwoners waardevol maken voor de arbeidsmarkt. Met inwoners die niet direct aan het werk kunnen, maar wel arbeidsmogelijkheden hebben, wordt samen de stap gezet naar werk. Hierbij wordt gericht op het wegnemen van obstakels die de weg naar betaald werk nu nog onmogelijk maken. Dit wordt gedaan door te investeren in de ontwikkeling van de kandidaten, inwoners zonder arbeidsmogelijkheden worden in beeld gehouden. Schuldhulpverlening wordt verplicht gesteld voor mensen met een bijstandsuitkering en er wordt geïnvesteerd in netwerksamenwerking met werkgevers. 37
3. Inwoners met verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden. Inwoners met een lagere loonwaarde op de arbeidsmarkt hebben steeds meer te maken met armoedeval. Deze bewoners worden begeleid naar werk en er wordt nazorg gegeven als dat nodig is. Dit aspect wordt verbonden met de opgave 'Bestaanszekerheid versterken' met uitstroom naar werk. Daarnaast is er meer oog voor zekerheid en duurzaamheid en minder voor een directe match.
7.4.3 Zorgen voor ondersteuning We organiseren (toegang tot) maatwerkvoorzieningen en bieden andere vormen van ondersteuning. Zo dragen we eraan bij dat mensen passend wonen en actief meedoen in de samenleving. Om dit te kunnen realiseren zijn er drie ambities geformuleerd: 1. Kwalitatief, doelmatig en effectief ondersteunen met keuzevrijheid voor inwoners. Dit wordt gedaan door te zorgen voor kwalitatieve en doelmatige ondersteuning. Daarbij wordt omgeschakeld van reactief naar proactief toezicht en wordt de kennis gedeeld. 2. Mensgericht ondersteunen. Dit wordt gedaan door goed afgestemde ondersteuning aan inwoners met een gecombineerde hulpvraag aan te bieden. Meedoen wordt op een flexibele manier gefaciliteerd en de mantelzorgers worden ontzorgd. 3. Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking aanjagen. Dit wordt gedaan door het labelloos inzetten van middelen mogelijk te maken en door het verkennen, bevorderen en combineren van slimme manieren van ondersteuning. Alblasserdam draagt hieraan bij door de lokale visie sociaal domein (zie 4.1.1) vanaf 2020 in te vullen langs 5 ontwikkelopgaven. Deze opgaven zijn samen met lokale /regionale maatschappelijke partners ontwikkeld.
Loket zorg en ondersteuning (1 Centrale toegang voor alle hulpvragen van inwoners van 0 tot 100 jaar) Beter benutten leerwerkbedrijven Invulling geven aan Nedstaalterrein / Concept Praktijkleren Wmo-begeleiding naar de voorkant Jeugdhulp naar de voorkant
7.5 Woningmarktanalyse Drechtsteden Op basis van demografische ontwikkelingen is de voorspelling dat er in 2030 7.000 huishoudens bij zijn gekomen. De grootste toename vertegenwoordigen de senioren. Dat zijn niet allemaal nieuwe huishoudens, maar ook mensen die ouder worden en wier kinderen uit huis zijn. Huishoudens met kinderen zijn op dit moment sterk vertegenwoordigd, maar dat aantal gaat richting 2030 afnemen.
7.5.1 Woningbehoefte tot 2030 De woningbehoefte voor de Drechtsteden is uitgewerkt aan de hand drie economische scenario's: tegenspoed, basis en voorspoed. Die laten een huidige woningbehoefte zien van 7.000 extra woningen (waarvan 400 onzelfstandige woningen). Verder is er volgens Buys een groot aanvangstekort, de al eerder genoemde fricties. Nergens in Nederland is er 'evenwicht', behalve in krimpgebieden. In de Drechtsteden is het tekort bijna 5%, terwijl een gezonde woningmarkt zich kenmerkt door een tekort van ongeveer 2%. Als de Drechtsteden ook nog fricties willen inlopen, komen daar 3.500 extra woningen bovenop. Het totale tekort komt dan op 10.500 woningen. Er is natuurlijk de mogelijkheid om nóg meer te willen bouwen, bovenop het aantal van 10.500. Dit betekent dat je huishoudens van buiten de regio naar de regio gaat trekken en dat je voor de bovenlokale markt bouwt. Buys adviseert om in dat geval wel de concurrentie in de gaten te houden. Want buurgemeenten buiten de regio zullen ook willen bouwen en wie het eerst bouwt, die het eerst maalt. 38
In antwoord op de vraag 'wat moeten we nu bouwen?' geeft Buys aan dat de vraag naar woningen waarschijnlijk niet zal instorten. De vorige crisis was financieel, mensen konden toen geen hypotheken meer krijgen. Dit ziet er anders uit, hoewel banken door corona wel effecten op de koopmarkt verwachten. Toch is dit geen reden om te denken dat de markt te ruim wordt. Want mensen moeten toch ergens wonen. Verder blijft belangrijk om goed te kijken naar de beoogde bouwlocaties zelf en wat die voor een bouwprogramma betekenen. Dan komen er stedenbouwkundige zaken bij, grondbeleid, exploitaties, ambities. Die zitten niet in dit onderzoek.
7.6 Lokaal beleid/lokale ontwikkelingen 7.6.1 Beleidsinventarisatie In verband met de implementatie van de aankomende Omgevingswet is een beleidsinventarisatie uitgevoerd. Tijdens deze beleidsinventarisatie zijn de beleidsstukken bekeken die invloed hebben (of kunnen hebben) op de fysieke leefomgeving. Er zijn veel inspanningen gedaan om alle relevante beleidsstukken te achterhalen. Desondanks kan het voorkomen dat er stukken niet zijn bekeken. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle documenten die bij het opstellen van dit document zijn bekeken. Voor de beleidsinventarisatie is gebruik gemaakt van onder andere de volgende stukken: Structuurvisie (2013) Duurzaamheidsagenda (2016) Energiestrategie Drechtsteden (2017) Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (2019) Drugsnota (2016) Groenstructuurplan (2017) Prostitutienota (2016) Visie recreatie en toerisme (2017) Integraal preventieplan 2020-2023 (2020) Notitie doorontwikkeling naar een samenhangend sociaal domein (2019) Algemene plaatselijke verordening (2020) Notitie strategische uitgangspunten sociaal Alblasserdam (2021) Route22 (2019) Uit de beleidsinventarisatie blijkt dat de beleidsfocus van de gemeente Alblasserdam ligt op het behoud van het dorpse karakter (bv beschermd dorpsgezicht). Dat wil zeggen dat er veel focus is op menselijke ontmoeting en sociale infrastructuur.
Ook ligt de focus op het verduurzamen van de gemeente Alblasserdam. Verduurzaming is een opgave, maar ook een containerbegrip. Uit de beleidsinventarisatie blijkt dat er veel inzet gepleegd wordt op het gebied van energie en dat de inzet op klimaatadaptatie en circulaire economie achterblijft. Het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening richt zich vooral op de bovengrondse ordening binnen de gemeente. In de toekomst zal de druk zich meer naar de ondergrond verplaatsen (kabels en leidingen, klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitsvraagstukken). Verder staat Alblasserdam in de verbinding met haar omgeving. Niet alleen richting de Drechtsteden, maar ook richting de Alblasserwaard en Rotterdam. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk door onze aandacht en inzet op openbaar vervoer en andere mogelijke verbindingen. Het beleid van de gemeente Alblasserdam is voornamelijk sectoraal opgesteld. Binnen de verschillende beleidsstukken zijn weinig dwarsverbanden aangelegd. In diverse beleidsstukken wordt wel benoemd dat er ambitie en noodzaak is om integraal te werken.
39
7.6.2 Integrale veiligheid Veiligheid is de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken. Veiligheid is een relatief begrip. Bij calamiteiten komen de meest zichtbare verstoringen van veiligheid (en leefbaarheid) tot uiting. Voorbeelden van aanwezigheid van beschermende maatregelen zijn de hoogte van dijken of de aanwezigheid van voldoende goede uitvalswegen. Ook besluiten die bijvoorbeeld van invloed zijn op klimaatverandering kunnen hun weerslag hebben op het ontstaan van veiligheidsrisico's. Ondermijnende criminaliteit heeft tot gevolg dat de grenzen tussen boven- en onderwereld. Hierdoor vervagen normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid af. Bij deze eerste stap zijn diverse stukken betrokken die veiligheid direct of indirect aangaan, zoals bijvoorbeeld de drugsnota, de prostitutienota en de algemene plaatselijke verordening. In de omgevingsscan die als bijlage bij dit document is bijgevoegd heeft de veiligheidsregio een aantal aspecten opgenomen. In de verschillende accenten die in hoofdstuk 9 zijn uitgewerkt zal het aspect veiligheid benoemd worden.
7.7 Groeiconclusie H2 H3 H4
H4
H5 H5 H6 H7
Er moet een omgevingsvisie worden opgesteld. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie voor de hele fysieke leefomgeving. De structuurvisie vormt een goede basis voor de ruimtelijke component, de omgevingswet vereist echter een breder perspectief. Alblasserdam is een dorp dat zich met de volgende kernwoorden laat beschrijven: Ontmoeting, groen dorp, kleinschalig, gelovig, historisch erfgoed, maritiem karakter, bedrijvig. Alblasserdam heeft voor de lange termijn de volgende ambitie: "Alblasserdam is een dorp met een menselijke maat waar aangenaam wonen en ruimte voor ontmoeting vanzelfsprekend zijn. Alblasserdam koestert haar groene en dorpse karakter waar de lijnen kort zijn, de sociale infrastructuur hecht en de voorzieningen op het huidige niveau blijven. De economische kracht zit in de marktplaatsfunctie die Alblasserdam vanouds door haar ligging heeft en in de samenwerking met haar omgeving. De houding van de gemeente is er een van netwerken, faciliteren, kansen zien, flexibiliteit en ruimte geven. Vanuit deze basis richt Alblasserdam zich op een veilige en duurzame toekomst.” Mens en maatschappij veranderen, daar moeten we rekening mee houden. Uit omgevingsscan blijkt dat op een aantal gebieden in de fysieke leefomgeving een opgave ligt.
In de nationale en provinciale omgevingsvisie wordt een kader geschetst waarmee wij rekening moeten houden bij het opstellen van de omgevingsvisie. Alblasserdam heeft afspraken gemaakt met de regio waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de omgevingsvisie.
40
8 Kernopgaven In de voorgaande hoofdstukken is een beeld geschetst van de identiteit van Alblasserdam. Daarnaast is een toekomstbeeld geschetst en in aangegeven welke visie het rijk en de provincie hebben met ons land. Alblasserdam heeft ook prestatieafspraken gemaakt met de regio Drechtsteden. Al deze kernopgaven, randvoorwaarden en afspraken moeten straks een plek krijgen in de Omgevingsvisie. De kernopgaven omdat de feitelijk de opgaven zijn voor de komende periode. De randvoorwaarden uit de nationale en provinciale omgevingsvisie vormen de randvoorwaarden waarbinnen de Omgevingsvisie moet worden opgesteld. De afspraken met de regio Drechtsteden zijn gemaakt en staan daarmee vast. Het is natuurlijk dat deze afspraken, binnen de randvoorwaarden van de nog op te stellen Omgevingsvisie worden opgesteld.
8.1 Kernopgaven Uit de hiervoor besproken documenten komen de volgende kernopgaven naar voren: Er ligt een opgave op het gebied van bereikbaarheid; Er ligt een opgave op het gebied van bestaanszekerheid inwoners; Er ligt een opgave op het gebied van circulariteit; Er ligt een opgave op het gebied van gezondheid; Er ligt een opgave op het gebied van klimaatadaptie; Er ligt een opgave op het gebied van klimaatmitigatie; Er ligt een opgave op het gebied van ondersteuning; Er ligt een opgave op het gebied van werkgelegenheid (inclusief ontwikkelen naar werk); Er ligt een opgave op het gebied van woningbouw. Er ligt een opgave op het gebied van het zijn van een samenleving. Hieronder worden de verschillende kernopgaven besproken. Ook de samenhang of juist tegenstrijdigheid tussen ver verschillende visies en doelstellingen komen hierbij aan de orde.