Bijlage bij technische vragen Uitkomsten draagkrachtonderzoek Werelderfgoed Kinderdijk.pdf
Tekst van het document
Onderzoek naar de Toeristische draagkracht van Kinderdijk In dit document staan alleen de resultaten van Kinderdijk ten behoeve van het Bestuurlijk Platform Kinderdijk op 29 september 2022
1 september 2022
Jan van der Borg, KU Leuven & Universita Ca’Foscari di Venezia Bart Neuts, KU Leuven Caro Govers, KU Leuven
Managementsamenvatting Voortvloeiend uit het Perspectief 2030 van het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) heeft EURICUR van de KU Leuven een onderzoek opgestart naar de toeristische draagkracht van drie Nederlandse bestemmingen, met name Giethoorn, Kinderdijk en Zaanse Schans. Deze drie bestemmingen liepen vóór de COVID-19 pandemie tegen de grenzen aan van toeristische groei. Het doel van het onderzoek is om het optimale aantal en de optimale samenstelling van bezoekers per bestemming te modeleren. Op basis van de uitgevoerde berekeningen worden uitgangspunten in de vorm van aanbevelingen geformuleerd voor toeristische ontwikkeling- en visitor managementstrategieën. De eerste fase of de verkennende fase van het onderzoek omvat de focusgroepsgesprekken per bestemming met enkele essentiële stakeholders, NBTC en KU Leuven. De interactieve discussies boden diepere inzichten in het toeristisch product en de soorten bezoekers van elke bestemming, maar ook in de knelpunten van de visitor journeys. De tweede fase van het onderzoek bestaat uit het schetsen van de profielen en het gedrag van de bezoekers aan de bestemmingen en het berekenen van de optimale bezoekersaantallen aan de hand van een lineair programmeringsmodel.
Hiermee wordt de toeristische draagkracht en de bijhorende beperkingen van de drie bestemmingen op een onafhankelijke en objectieve manier in kaart gebracht. De bezoekersoptimalisatie wordt voor elk van de bestemmingen bepaald door andere factoren, aangezien de subsystemen, die invloed hebben op de beperkingen van de optimalisatiefunctie of met andere woorden de capaciteit bepalen, verschillen per bestemming. In het achterhoofd moet gehouden worden dat het optimale aantal niet geïnterpreteerd moet worden als een absoluut plafond, maar eerder als een richtinggevend element voor het toeristische beleid. De segmentering voor Kinderdijk gebeurt op basis van de waarde van de bezoeker; een waardevolle bezoeker en een niet-waardevolle bezoeker. Kinderdijk gebruikt de kwaliteit van een bezoek als optimaliseringsfunctie en vertaalt deze waarde in enkele toeristische profielen, daar waar waarde profielen voor de twee andere bestemmingen werden opgesteld in termen van inkomsten. De voornaamste beperkende subsystemen van Kinderdijk zijn de Canal cruiser en het aantal parkeerplaatsen voor personenwagens. Kinderdijk heeft een optimale inschatting van respectievelijk 4795 bezoekers (weekdag, hoogseizoen), 3904 bezoekers (weekend, hoogseizoen), 5692 bezoekers (weekdag, laagseizoen) en 4480 (weekend, laagseizoen).
Een aanbeveling voor Kinderdijk is om de focus op de waardevolle bezoeker te verankeren in de informatieverzameling en om een uitgebreider en dieper beeld te schetsen van dit type bezoeker. Een andere aanbeveling om de capaciteit van het gebied te verhogen is het uitbreiden van educatieve attracties waarbij de bezoekers op een dynamische manier gestuurd worden en om meer in te zetten op alternatieve vervoersmiddelen naast de personenwagen omwille van het beperkte aantal autoparkeerplaatsen. Uit de draagkrachtanalyse kwam duidelijk naar voren dat er nog geen dramatisch en structureel probleem met de toeristische draagkracht in Kinderdijk aanwezig was in het topjaar 2019. Wel bleek uit de optimalisatiemodellen dat de draagkracht verschillende keren per jaar wordt overschreden en dat dit dan leidt tot met overtoerisme geassocieerde externaliteiten, duidelijke I
signalen van de pertinentie van de problematiek. Dit wordt nog duidelijker als we ervan uitgaan dat de globale toeristische vraag de komende jaren na de pandemie weer op zal pikken en de industrie binnenkort weer zal terugkeren op het al in 2015 door de UNWTO voorspelde ontwikkelingstraject: wereldwijd een verdubbeling van het aantal (internationale) toeristen tussen 2015 en 2030. Naast de specifieke aanbevelingen voor Kinderdijk, waar de actoren al dan niet bij geholpen kunnen worden door specialisten op het gebied van bijvoorbeeld routing, parkeerbeleid, ICT, productontwikkeling, en brand management, werden er een tweetal belangrijkere pijlers geïdentificeerd die kunnen helpen de drie iconische bestemmingen (1) stressbestendiger ten aanzien van een toeristische overvraag en (2) evenwichtiger (en daarmee ook duurzamer) te maken: A.
Het ontwikkelen van een Toeristisch Dashboard
Alle drie de bestemmingen kunnen beter in hun beleid worden ondersteund als ze een Dashboard of een toeristisch DSS ontwikkelen of verder op punt stellen of uitbreiden, waarmee op een structurele manier een aantal belangrijke competitiviteits- en duurzaamheidsindicatoren verzameld kunnen worden en ook aan de verschillende actoren op een overtuigende en transparante manier zichtbaar kunnen worden gemaakt. Het ontwikkelen van een dergelijk dashboard met voor alle partijen relevante indicatoren vraagt niet alleen om een sterke coördinerende rol van het NBTC om de ontwikkeling ervan zo efficiënt en effectief mogelijk te maken, maar impliceert ook:
B.
Een actievere rol van de gemeentes bij het regelmatig organiseren van bezoekersbevragingen, waarmee de zogenaamde customer journey en de veranderingen hierin kunnen worden gereconstrueerd, en specifieke marktanalyses, die de globale en nationale voorspellingen projecteren op de ontwikkeling van de vraag naar de bestemming, en hiermee de draagkrachtberekeningen kunnen verfijnen; Een intensievere samenwerking met de bedrijven in en buiten de gebieden opdat een deel van de door die bedrijven verzamelde gegevens, die relevant kunnen zijn voor eerdergenoemde strategieën, sneller en makkelijker gedeeld kunnen worden. Het introduceren van een pro-actievere Visitor Management Strategie
De bovenstaande overdenkingen aangaande de ontwikkeling van de toeristische vraag en het reeds bestaan van toeristische knelpunten in de drie bestemmingen, leiden tot een aantal algemene bezoekersmanagementsuggesties voor de korte en op de middellange termijn. Op korte termijn lijkt het wel degelijk noodzakelijk om gedurende de drukste dagen (en zeker gedurende de drukste uren van die dagen) van het jaar een strikte routing van de bezoekersstroom te introduceren. In sommige andere bestemmingen in Europa worden hiervoor reeds verschillende ICT-applicaties (intelligente bewegwijzering via smartphones en tablets, realtime visualisatie van hotspots waardoor bezoekers de drukkere plekken wat makkelijker weten te vermijden, etc.) ingezet. Dit draagt bij tot het beter benutten van de beschikbare ruimte en het optimaliseren van voorzieningen. Bezoekersstromen worden dan waar mogelijk gediversifieerd II
(m.a.w. niet alle bezoekers op dezelfde route/wandelpaden), en een aantal evidente en structurele pijnpunten in het systeem van wandelpaden, molens en recreatieve en commerciële voorzieningen, kunnen deels worden weggenomen. Duidelijk moet zijn dat de mogelijkheden om de capaciteit van de bestaande ruimte en voorzieningen uit te breiden op het moment tegen zijn grenzen aanloopt, en in de toekomst een aantal radicalere keuzes mogelijk onvermijdelijk zijn. Niet alleen op de bestemming zelf is bezoekersmanagement belangrijk, maar ook buiten de bestemming. Er zou in elke bestemming een bufferzone moeten worden gecreëerd waarbij de druk op bepaalde tijdstippen mee opgevangen wordt door middel van een Park & Ride (P&R). Zowel voor de bufferzone als voor de terminals van het P&R systeem zouden in de drie gebieden gerelateerde informatievoorzieningen, microattracties, en commerciële activiteiten (winkels en restauratieve voorzieningen) kunnen worden ontwikkeld, waar de bezoeker ook enige tijd kan vertoeven. Dit gebeurt liefst in samenwerking met de meerdere ondernemers in de drie bestemmingen in de vorm van Publiek-Private Partnerschappen. Als het groeitempo van de toeristische markt zich na 2023 herpakt, moet er wel degelijk rekening gehouden worden met een mogelijke structurele overschrijding van de draagkracht van de drie bestemmingen.
Drastische maatregelen worden dan op sommige momenten van de dag en van het jaar onvermijdelijk. Op dat moment is een reserveringssysteem, d.w.z. een verplichte reservering voor toeristen (met een uitzondering voor recreanten uit de randgemeenten) mogelijk de enige oplossing om de duurzaamheid van het toerisme in een bestemming te garanderen en haar unieke historische en natuurwaarden te conserveren. Een reserveringsysteem gekoppeld aan een system integrator in de vorm van bijvoorbeeld een all-in visitor pass is een sterke marketing en visitor managementtechniek om ook andere bezienswaardigheden en routes in de kijker te zetten naast de welbezochte highlights. Om visitor management tot een goed einde te brengen moet er natuurlijk in elke bestemming een goede samenwerking tussen alle mogelijke partijen en belanghebbenden zijn. Daarom is het noodzakelijk om in de drie bestemmingen een overlegplatform te construeren om polariserende (toekomst)visies te convergeren in eenzelfde gezamenlijke, door alle stakeholders gedragen, visie voor de doorontwikkeling van de bestemming. Verder heeft het NBTC zich al opgeworpen als een platform waarbinnen alle Nederlandse bestemmingen positieve en negatieve ervaringen met visitor managementoplossingen kunnen uitwisselen.
Dit waardevolle initiatief moet snel verankerd worden in het beleid van het NBTC om zo de continuïteit te garanderen en de kwaliteit van de Nederlandse bestemmingen en de bestemming Nederland te blijven verzekeren.
III
Inhoudstafel Managementsamenvatting
p. I
Inhoudstafel
p. V
1. Inleiding
p. 1
2. Verkennende fase: focusgroepsgesprekken
p. 3
3. Toeristisch profiel en bezoekersoptimalisatie per bestemming
p. 11
4. Besluit 4.1 Algemene reflectie en conclusie 4.2 Aanbevelingen 4.2.1 Algemene aanbevelingen 4.2.2 Specifieke aanbevelingen Kinderdijk
p. 26 p. 26 p. 28 p. 28 p. 32
5. Referenties
p. 34
6. Bijlagen Bijlage A. Grafische voorstelling optimalisatiefunctie ten voorbeeld Bijlage B. Kinderdijk A. 4 personas B. Berekeningen beperkende voorwaarden Kinderdijk
p. 36 p. 36 p. 38 p. 38 p. 40
IV
1.
Inleiding
Toerisme blijkt enerzijds een belangrijke ontwikkelingskans te zijn, bijvoorbeeld in termen van werkkansen, inkomen of nieuwe faciliteiten, maar het kan ook de oorzaak zijn van belangrijke collectieve kosten voor de gemeenschap. Een belangrijk en vaak terugkomend thema binnen toeristisch onderzoek is op welke wijze natuurlijk en historisch erfgoed het beste kan worden benut om zo toeristische, en daarmee ook de sociaaleconomische, ontwikkeling te stimuleren. Natuurlijk en historisch erfgoed is niet reproduceerbaar en vaak in publieke handen. De missie van de toeristische econoom is de optimale allocatie van deze zeer schaarse en kwetsbare toeristische assets te bepalen. De marktwerking blijkt deze optimale allocatie niet te garanderen en niet optimaal gebruik van erfgoed is wijdverbreid. Erfgoed is hierdoor vaak of onder- of overgebruikt. Beide verschijnselen zijn vormen van niet duurzame toeristische ontwikkeling en beschadigen onherstelbaar het erfgoed, en hiermee de toeristische aantrekkingskracht van bestemmingen. Ongewenste effecten kunnen een afname van de bevolking, een vernietiging van de bestaande tradities, veranderingen in de gemeenschapscohesie, of vervuiling of congestie betreffen. Bovendien blijven er vaak latente sociaaleconomische ontwikkelingskansen liggen, en kan er een negatieve houding ontstaan van bewoners tegenover toeristen en toerisme.
Onderzoek naar de grenzen aan het toeristische gebruik heeft zich vooralsnog beperkt tot situaties van overgebruik en tot de definiëring van de zogenaamde toeristische draagkracht. UNWTO definieert toeristische draagkracht als het maximale aantal mensen dat een toeristische bestemming tegelijkertijd kan bezoeken, zonder dat dit leidt tot vernietiging van de fysieke, economische en sociaal-culturele omgeving en een onaanvaardbare afname van de kwaliteit van de tevredenheid van de bezoekers. Middleton en Hawkins Chamberlain (1998) definiëren toeristische draagkracht op hun beurt als het niveau van menselijke activiteit dat een gebied kan herbergen zonder dat het gebied achteruitgaat, de plaatselijke gemeenschap er nadeel van ondervindt of de kwaliteit van de bezoekerservaring achteruitgaat. Wat deze beide definities aankaarten is dat draagkracht het punt is waarop een bestemming of attractie nadelige gevolgen begint te ondervinden als gevolg van het aantal bezoekers. Vanuit economisch perspectief is de toeristische draagkracht in feite het moment waarop de collectieve monetaire en niet-monetaire kosten van toeristische ontwikkeling de collectieve monetaire en niet-monetaire baten overschrijden.
Het al aan het einde van de jaren tachtig door Costa en Van der Borg (1988) geïntroduceerde programmeringsmodel is sindsdien al een aantal keren met succes toegepast op verschillende typen bestemmingen (Venezia, Roma, Sorrento, Oxford, Cortina D’Ampezzo, Santa Catarina Valfurva, Rodos, Capri, Utrecht en Gent). Het model geeft niet alleen aan wat de grenzen zijn aan de toeristische groei, maar geeft ook een indicatie van wat de optimale mix van bezoekers zou moeten zijn. Door het originele model, dat primair focust op de aanbodzijde, te complementeren met kwantitatieve en kwalitatieve gegevens van de bezoekers zelf en met de impressies van de bij de toeristische ontwikkelingsprocessen betrokken publieke en private partijen, kan er een goed beeld gevormd worden van de capaciteitsrestricties langs de verschillende zijden van het toeristisch systeem.
1
Een aantal Nederlandse topbestemmingen leken voor de COVID-19 pandemie tegen deze grenzen aan de toeristische groei aan te lopen. Symptomen als drukte en congestie, door een excessieve concentratie van bezoekers in de tijd en in de ruimte, irritatie bij de lokale bevolking en een verschraling van de kwaliteit van het toeristische aanbod lijken dit beeld te onderschrijven. Deze beelden zijn echter veelal gebaseerd op onderbuikgevoelens, vaak nog eens versterkt door met een schuin oog naar ontwikkelingen in bijvoorbeeld Amsterdam te kijken en door soms zeer lokale of sporadische impacts te extrapoleren en te projecteren op de bestemming in het algemeen, in plaats van op onderzoek, op systematische metingen en op statistieken. De optimale omvang en de optimale samenstelling van de bezoekersstroom bieden verder fundamentele uitgangspunten voor de toeristische ontwikkelingsstrategie in het algemeen en de visitor managementstrategie in het bijzonder. Dit is niet alleen waar op het niveau van de individuele bestemmingen, maar ook op dat van de bestemming Nederland en dus voor het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Deze verwevenheid tussen het nationale en lokale toeristische beleidsniveau vormt een belangrijk element in de in 2019 gepresenteerde strategie van het NBTC: Perspectief 2030.
Op verzoek van het NBTC en van de bestemmingen Giethoorn, Kinderdijk en Zaanse Schans heeft EURICUR van de KU Leuven, uitgaande van het bovenstaande, een onderzoek gedaan naar de toeristische draagkracht van Giethoorn, Kinderdijk en Zaanse Schans, om daarmee met meer zekerheid te kunnen zeggen of de iconische Nederlandse bestemmingen in 2019 al dan niet met een significante toeristische overvraag geconfronteerd werden. Het doel van het onderzoek was het optimale aantal en de mix van bezoekers te modeleren en om op basis daarvan wat algemene en specifieke implicaties te formuleren voor een verdere verduurzaming van het toeristische beleid van zowel het NBTC als van de bestemmingen. Dit rapport, net op tijd klaar voor de verwachte herstart van het toerisme in bijna de hele wereld, vat de belangrijkste conclusies van het onderzoek samen en doet een aantal suggesties voor een duurzamere ontwikkeling van de eerdergenoemde bestemmingen en van de bestemming Nederland.
2
2.
Verkennende fase: focusgroepsgesprekken
De verkennende fase van het draagkrachtonderzoek bestond uit drie focusgroepsgesprekken om diepere inzichten rond het toerisme in de drie bestemmingen te bekomen door middel van interactieve discussies met enkele belangrijke stakeholders per bestemming, het NBTC en de KU Leuven. Een belangrijke doelstelling van de verkennende analyse is het aantonen dat de discussie rond duurzaamheid van het toerisme in alle drie de bestemmingen een pertinent gegeven is. Tijdens de focusgroepsgesprekken werden per bestemming enkele thema’s behandeld, namelijk ontwikkelingen op de bezoekersmarkt, de bezoekers, de impact van COVID-19 op het toerisme, het toeristische product, de drukte en knelpunten en als laatste thema de toekomstvisie. De thema’s reikten verschillende inzichten, visies en input van verschillende partijen en stakeholders aan, en maakten het mogelijk om de verschillende stakeholders samen te laten brainstormen. Aan de hand van de drie focusgroepsgesprekken werd achterhaald wat er leeft in de bestemmingen, wat de huidige problemen zijn en hoe de verschillende belanghebbenden de bestemmingen beleven.
Een andere doelstelling van de verkennende fase van het draagkrachtonderzoek is het inventariseren van de nodige relevante data per bestemming zoals de bezoekersaantallen, de bezoekersredenen van de toerist, het toeristisch product, het toeristisch seizoen, de customer journeys, de bestedingen van de bezoeker, etc. Een belangrijke conclusie hierbij is dat geen van de drie bestemmingen voor wat betreft het management van de bezoekersstromen helemaal van nul moet beginnen. Toch was het niet altijd makkelijk om recente en volledige gegevens voor de draagkrachtmodellen te verzamelen. De verzamelde gegevens van de verkennende analyse worden in het volgende hoofdstuk ‘Toeristisch profiel en bezoekersoptimalisatie per bestemming’ geïntegreerd voor berekeningen die nodig zijn voor het bepalen van het optimale bezoekersaantal. De resultaten van de focusgroepsgesprekken per bestemming worden hieronder in alfabetische volgorde verder besproken. Een kanttekening bij de resultaten uit de focusgroepsgesprekken: onderstaande samenvattende resultaten zijn louter gebaseerd op gegevens, meningen en ervaringen van stakeholders per bestemming. Daarom moet men in het achterhoofd houden om achter elke tussentitel in dit hoofdstuk de woorden ‘volgens deelnemers van het focusgroepsgesprek’ te plaatsen.
Om de leesbaarheid en het overzicht in dit rapport te bewaren wordt dit niet opgenomen in de titels. Ook is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat de focusgroepsgesprekken werden afgenomen in het najaar van 2020. Sommige info of bevindingen kunnen ondertussen gedateerd zijn. Toch is onderstaande informatie, ondanks de soms subjectieve insteek, relevant voor de identificatie van de lokale tendensen in de toeristische vraag, de bottlenecks, de gebruikte en gewenste strategieën, etc., wat essentiële onderdelen zijn voor het bepalen van het optimale volume bezoekers en de bezoekersmix van elke bestemming.
Ontwikkelingen op de bezoekersmarkt van Kinderdijk In 2010 was Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) bijna failliet vanwege de lage inkomsten die werden gegenereerd. Kinderdijk was eigendom van Waterschap Rivierenland en de provincie Zuid-Holland, die in mindere mate aandacht besteedde aan het belang van Kinderdijk. Er werd veel verdiend aan Kinderdijk, maar die inkomsten werden vervolgens besteed aan uitgaven die 3
weinig voordelig waren voor Kinderdijk. SWEK is vervolgens beginnen nadenken hoe ze geld konden verdienen aan toerisme, om zo het gebied te kunnen behouden. Enkele uitgangspunten van die tijd waren meer betalende bezoekers aantrekken én meer verdienen aan die betalende bezoekers. Slechts 100.000 van een totaal van 400.000 bezoekers waren betalend en van die betalende bezoekers was er ook een deel waar weinig aan verdiend werd omwille van de toenmalige touroperators. Souvenirs en rondvaarten werden ook niet verkocht of aangeboden door SWEK, maar door andere partijen. Om de organisatie SWEK weer financieel gezond te maken, werd de hele organisatie omgegooid en werd een nieuwe directie aangesteld. Doelstellingen van het toen geschreven cultureel ondernemingsplan werden binnen de kortste keren behaald. Er kwamen meer betalende bezoekers en er werd ook meer verdiend aan de betalende bezoekers. Dit kwam voornamelijk door de organisatie Viking River Cruises waarvan elke passagier een betalende bezoeker werd. Het aantal schepen werd ook opgedreven van ca. 140 naar ca. 800 schepen per jaar.
In het ondernemingsplan van 2010 werd er ook al een getal geplakt op het aantal bezoekers dat toegelaten kon worden in Kinderdijk en dat getal was toen 400.000 bezoekers – berekend op basis van het aantal betalende bezoekers (100.000) en het aantal bezoekers dat een molen bezocht, wat 1 op 4 bezoekers was. Een tweetal jaar later stond het aantal bezoekers al snel op 650.000, wat boven het maximaal aantal bezoekers ligt dat in 2010 was opgelegd. Het gebied is door de jaren heen veranderd en heeft zich proberen aan te passen aan de grote toestroom toeristen die Kinderdijk willen bezoeken. Er werden extra wegen aangelegd en nieuwe gebouwen bijgebouwd, maar toch is de ervaring van de bezoeker er niet op vooruitgegaan. De verwachtingen van Kinderdijk worden door de grote drukte niet waargemaakt, aangezien bezoekers weinig of niet kunnen genieten van hun rustig uitstapje naar Kinderdijk. Kinderdijk werd de laatste jaren door veel bezoekers gebruikt als gratis recreatiegebied en fotospot. Deze bezoekers droegen daarmee niet bij aan het onderhoud van de molens. De hele ervaring en beleving van Kinderdijk verdwijnt daardoor voor een stuk, waardoor de bezoekers het volledige verhaal van Kinderdijk niet meer meekrijgen. De drukte doet niet alleen teniet aan de kwaliteit van het bezoek, maar ook aan bewoners en omwonenden en het erfgoed zelf.
Zo is het wandelpad op de Middelkade eigenlijk te klein en te smal voor het huidige aantal bezoekers. De bezoekersstroom voelt voor het gebied en de bewoners aan als een vloedgolf. Door de vele toeristen die enkel komen voor een kort fotomoment en gratis gebruik maken van de faciliteiten, is het product dat Kinderdijk aanbiedt ook minder mooi geworden. De kwaliteit van het product dat aangeboden wordt, en daaraan gelinkt ook de kwaliteit van de souvenirs, is gedaald. Vrijwilligers die in dienst zijn van SWEK zijn tijdens de rondleidingen beschaamd over wat ze aan de bezoekers moeten tonen en vertellen. Zo hebben vrijwilligers geen goed gevoel over de educatieschuur en wat er daar te zien is. Dit zou niet mogen, aangezien Kinderdijk op de lijst van UNESCO-Werelderfgoed staat. Kinderdijk is een eeuwenoude historie waar bewoners en vrijwilligers trots op moeten kunnen zijn. Daarbij komt kijken dat molenaars en molenbewoners geen invloed hebben op het beleid in Kinderdijk. SWEK is sinds het bijnafaillissement heel hard gefocust op de rentabiliteit van het gebied, zodat het gebied en de monumenten goed onderhouden kunnen worden. 4
Een groot verschil met vroeger is dat het nu het hele jaar door druk is in Kinderdijk. Vooral op vrijdag, zaterdag, zondag en maandag wordt Kinderdijk drukbezocht. De firma Viking River Cruises biedt het hele jaar boottochten naar Kinderdijk aan. Andere spelers op de boottochtenmarkt bieden maar twee of drie keer per maand, of dagelijks in de Keukenhoftijd, rondvaarten aan. Tot tien jaar geleden was het enkel in het voorjaar en in de zomer druk. De gemeente Molenlanden heeft in het gebied tijdens het hoogseizoen, dat loopt van half maart tot begin november, vergunning-parkeren ingevoerd om de vele auto’s uit Kinderdijk te weren. Bezoekers moeten nu parkeren op een redelijke afstand van de ingang van Kinderdijk. Door het nieuwe parkeerbeleid kunnen lokale mensen niet meer even snel naar Kinderdijk rijden om er een korte wandeling te maken. Mensen uit de buurt hebben het gevoel dat er voorrang gegeven wordt aan toeristen en niet aan inwoners uit de omliggende streek. Door de laatste ontwikkelingen in Kinderdijk zijn toch enkele stakeholders teleurgesteld en is Kinderdijk in vele ogen een andere bestemming geworden. De lokale mensen kwamen vooral tijdens de rustigere periodes en dat kan nu ook niet meer, aangezien het hele jaar door druk geworden is. Ze kunnen niet meer door met de fiets en de auto door de drukte en de hond uitlaten is ook moeilijker geworden.
SWEK speelt wel al in op een meer waardevol bezoek, maar dit is een proces dat enkele jaren in beslag zal nemen. Er zijn verschillende contracten met externe partijen waar SWEK aan vast hangt. SWEK probeert een evenwicht te zoeken tussen de financiële doelstelling (de omzet) en het maximum aantal bezoekers dat Kinderdijk aan kan. Het ticketsysteem is het afgelopen jaar ook veranderd. Momenteel wordt er gewerkt met een allin-one ticket voor een inclusief bezoek. Er kunnen geen aparte tickets meer aangekocht worden voor een bezoek aan een molen of een rondvaart. De bedoeling van de verandering is dat de bezoeker heel het watermanagement verhaal van Kinderdijk meekrijgt, waardoor de kwaliteit van het bezoek verbeterd wordt. Door de week kost een all-in-one ticket €16 en in het weekend wordt de prijs verhoogd naar €18,50. Daar komen voor de bezoeker ook nog de vervoers- en/of parkeerkosten bij. Parkeren, inclusief shuttle naar de ingang van Kinderdijk, kost momenteel €7,50.
Bezoekers van Kinderdijk Uit het verleden kan worden opgemaakt dat grote Amerikaanse groepen de bezoekers zijn die veel geld uitgeven in Kinderdijk. Aziatische gasten komen naar Kinderdijk voor een snel bezoek om wat foto’s te maken en rijden dan direct weer door. Aan dit type bezoeker wordt eigenlijk weinig verdiend en daar zitten de molenbewoners en SWEK niet op te wachten. Ze veroorzaken veel overlast op de dijk door stil te staan en dragen niets bij aan het onderhoud van de molens. De bezoekers die naar Kinderdijk komen kunnen worden opgesplitst in twee types: de betalende bezoeker die de verschillende bezoekerslocaties willen ontdekken en de niet-betalende bezoekers die komen wandelen of fietsen en weinig of geen interesse hebben in het verhaal van Kinderdijk. Momenteel koopt naar schatting de helft van alle bezoekers ook effectief een toegangsticket. 5
Impact van COVID-19 op het toerisme in Kinderdijk Covid-19 zorgde voor heel wat minder bezoekers in Kinderdijk. De rustigere periode kon gebruikt worden als een herijkingsperiode om te kijken hoe het toerisme in de toekomst kan worden aangepakt. Volgens sommige deelnemers van het focusgesprek zouden er zeven magere jaren voor de deur staan, maar niemand kan in de toekomst kijken. Dat wil niet zeggen dat er niet kan gefocust worden op de draagkracht van Kinderdijk. De verdwenen kernwaarden waar bewoners en bezoekers naar op zoek zijn, kunnen opnieuw worden bekeken en opnieuw in de picture gezet worden. Covid-19 bracht voor de (molen)bewoners en omwonenden wat rust met zich mee, waardoor de inwoners sinds lang terug opgelucht kunnen ademhalen en weer genieten van hun woongebied. Omwille van Covid-19 moeten bezoekers hun toegangsticket nu online op voorhand boeken en een tijdslot kiezen. Door de hele Covid-19 situatie is de soort bezoeker van Kinderdijk wel wat veranderd. Tijdens corona kwamen veel Nederlandse individuen (50+) en gezinnen naar Kinderdijk. Deze bezoekers willen het gebied graag van dichtbij bezoeken en het hele verhaal rond Kinderdijk leren kennen. Dit type bezoeker komt uiteindelijk voor een inhoudelijk bezoek aan Kinderdijk. Gezinnen komen dan weer voor een educatief dagje uit met de kinderen. De groepen die Kinderdijk bezochten zijn door Covid-19 weggevallen.
Hier gaat mee gepaard gaat dat de inkomsten voor SWEK veel lager waren tijdens de coronaperiode.
Toeristisch product van Kinderdijk Elke stakeholder van Kinderdijk geeft een ander antwoord op de vraag wat bezoekers nu eigenlijk komen doen in Kinderdijk. SWEK, de molenbewoners, de lokale bewoners en de bezoekers hebben hier een andere mening over. Een bezoeker in Kinderdijk zou eigenlijk het hele watermanagement verhaal moeten meekrijgen. Het verhaal wordt verteld door een bezoek aan de drie museummolens en door een stap terug in de tijd te zetten. Een molen bekijken is niet hetzelfde als een molen bezoeken. Door enkel een molen van buitenaf te bezichtigen, krijg je als bezoeker het watermanagement verhaal en het verhaal rond Kinderdijk niet mee. Een bezoeker heeft Kinderdijk dus pas bezocht als die daadwerkelijk in een molen binnen is geweest. Eén van de agendapunten voor Kinderdijk in de periode dat het focusgroepsgesprek plaatsvond, was het uitwerken van het verhaal rond Kinderdijk. Mogelijke thema’s binnen dit verhaal zijn het watermanagement, het verschil tussen vroeger en nu en het landschap van Kinderdijk. Kinderdijk moet met andere woorden op zoek gaan naar de kern van het verhaal en wat Kinderdijk allemaal te bieden heeft aan de bezoekers. Op basis van het verhaal waar bezoekers geïnteresseerd in zijn, kunnen bezoekers gedifferentieerd worden.
Er zijn bezoekers die enkel een wandeling maken door het gebied, bezoekers die een molen van de binnenkant willen bekijken en bezoekers die zich willen verdiepen in het watermanagement. Volgens de molenbewoners en hun ervaringen is er een verschil tussen de vraag van de bezoeker en het aanbod van Kinderdijk. Zo was de educatieschuur ingericht op een project met dakpannen terwijl er geen enkele molen in Kinderdijk een link heeft met dakpannen. Dit is niet wenselijk voor Kinderdijk, de molenbewoners en de vrijwilligers. 6
Hoe een customer journey in Kinderdijk er nu precies uit ziet kon tijdens het focusgesprek niet goed beantwoord worden. Ook wist niemand echt zeker de capaciteit van een molen in termen van aantal bezoekers en hoelang een bezoek aan een molen duurt. Hier werd door SWEK nog nooit een getal opgeplakt. Gemeente Molenlanden heeft al een vijftal jaar geleden onderzoek gedaan naar hoeveel mensen er in een molen kunnen en hoeveel mensen gebruik maken van de waterbus. Ook werd tijdens het gesprek duidelijk dat er na al die jaren nog steeds geen veiligheidsplannen werd opgesteld voor de molens. In Kinderdijk werden de parkeerplaatsen gereduceerd naar een 36-tal parkeerplaatsen ter beschikking voor bezoekers. Dit probleem wordt wel opgelost doordat het aantal bezoekers dat via het water en met het openbaar vervoer aankomt elk jaar toeneemt. In Alblasserdam is er ook een parking van ongeveer 250 parkeerplaatsen. Vandaar rijdt een shuttlebus heen en weer tussen Kinderdijk en Alblasserdam. De shuttle is een 18-persoonsbus en kan zoveel worden ingelegd als nodig is. In het weekend kon ook de parking van het bedrijf IHC gebruikt worden, maar dit is niet meer het geval. Het is wel belangrijk dat de kern of de basis van het aanbod (her)bekeken en vastgesteld wordt in de nabije toekomst, want het kernaanbod bepaalt voor een groot deel de toeristische draagkracht van een gebied.
Om de draagkracht te berekenen zijn er concrete cijfers nodig van het aantal bezoekers, activiteiten, accommodaties, parkeerplaatsen en andere voorzieningen, wandelpaden, de capaciteit van een molen, etc. Het is daarbij ook belangrijk om te weten welk soort bezoeker wat bezoekt. Tijdens het onderzoek naar de draagkracht van Kinderdijk wordt natuurlijk ook rekening gehouden met de inkomsten, wat voor vele stakeholders die deelnamen aan het focusgesprek een grote zorg is.
Drukte en knelpunten in Kinderdijk De reis naar Kinderdijk van Alblasserdam over de dijk vormt het eerste probleem voor bezoekers. Eigenlijk van welke kant dan ook de bezoeker Kinderdijk benadert met de auto, duiken er problemen op zoals te veel auto’s, een slechte bewegwijzering, een foute route via Google Maps, te weinig parkeerplaatsen, onveilige verkeersituaties, etc. Alle bezoekers die over het land komen om Kinderdijk te bezoeken, worden naar dezelfde ingang geleid. Ook binnen Kinderdijk komen alle (smalle) paden en wegen samen aan het bezoekerscentrum, dat enkel via een brug bereikbaar is, wat zorgt voor opstoppingen en veel mensen op éénzelfde plaats. Het bezoekerscentrum en de ingang vormen een ingewikkeld knooppunt. Eigenlijk ligt alles in Kinderdijk kort bij elkaar en is alles verbonden via smalle wegen en de Middelkade. Op de Middelkade wordt gefietst en gewandeld, wat al voor enkele problemen en heel wat botsingen heeft gezorgd. Omdat de Middelkade overbevolkt is, missen bezoekers ook de hele wijde blik op Kinderdijk. Ook de brug naar de museummolen de Nederwaard, alsook de ingang ervan, vormt een moeilijk knooppunt. Hier ontstaan vaak files en mensen moeten kort op elkaar staan alvorens ze de molen kunnen bezoeken.
Momenteel is er nog geen wandelpad in het Oosten voor toeristen, waardoor bezoekers gewoon langs de molens lopen, wat niet wenselijk is voor de omgeving en de natuur. 7
Een ander probleem stelt zich bij de waterbussen. Als een waterbus goed vol zit, komen er veel bezoekers op hetzelfde moment toe en kan dit al wel eens voor gevaarlijke situaties zorgen. Viking River Cruises veroorzaakt dan weer een onevenredige druk op de bezoekerslocaties en de infrastructuur. Het bedrijf meert vier of vijf keer per dag aan, met ongeveer telkens ca. 160 passagiers per boot. De passagiers komen wel begeleid met een gids in groepen van het schip af om de drukte iets of wat te verminderen. Op het gebied van parking doen er zich ook enkele problemen voor. In het weekend kon er geparkeerd worden op de parking van het bedrijf IHC. Alle bezoekers moesten dan via de smalle Molenstraat lopen om Kinderdijk te bereiken. Heel wat bewoners van de Molenstraat vonden dit geen leuke situatie. Het invoeren van de shuttlebus van de parking in Alblasserdam naar Kinderdijk vormt geen knelpunt, maar wel de plaats waar de passagiers van de shuttle worden afgezet. Aan de halte van het openbaar vervoer zou handig zijn, maar dat mag eigenlijk niet. Ook zijn er enkele conflicten tussen de verschillende types bezoekers. De fietsende bezoekers kunnen bijvoorbeeld opgedeeld worden op basis van een verschillend fietstempo. Zo zijn er de racefietsers, de tourfietsers, fietsvakantiegangers, fietsers in groep, etc.
Een ander dilemma is dat wandelaars, bezoekers en fietsers eigenlijk elkaar in de weg lopen op de Middelkade. Hetzelfde probleem stelt zich op het water. Het water in en rond Kinderdijk wordt voor verschillende doeleinden gebruikt zoals zwemmen, kanoën, suppen, windsurfen, kitesurfen, varen, etc., wat voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Op vlak van veiligheid zijn er de laatste jaren wel al verbeteringen gebeurd door het scheiden van de bezoekers in groep en de individuele bezoekers. Groepen hebben een eigen ingang gekregen en komen er zonder reservatie of toegangsticket niet meer in. Individuele bezoekers kunnen Kinderdijk wel nog bezoeken zonder ticket. Individuele bezoekers worden wel benadeeld door de vipbehandeling die groepen (met gids) krijgen. Groepen krijgen bij het bezoeken van molens en andere gebouwen voorrang, waardoor de gewone individuele bezoeker moet wachten. Buiten het gebied zijn er ook verschillende conflictsituaties, zoals in de eerdergenoemde Molenstraat. Op de Molenkade in Alblasserdam krijgen bezoekers de eerste blik op de molens en daar staan ze dan vaak stil om een foto of selfie te nemen, wat druk legt op de verkeersveiligheid. Op de Molenkade rijden verschillende vrachtwagens en loopt er een druk bereden fietspad. Kinderdijk is een openbaar gebied en publieke ruimte, waar geen hekken omheen kunnen worden geplaatst, zoals bij de Efteling.
Een ander groot verschil is ook dat er geen mensen wonen in de Efteling en in Kinderdijk wel. Kinderdijk kan dus niet zomaar worden omheind want de woningen van bewoners moeten steeds bereikbaar blijven. Ook het Waterschap Rivierenland moet altijd toegang hebben tot Kinderdijk, aangezien het Waterschap zijn functie moet kunnen uitvoeren om de veiligheid in het gebied te garanderen. Zulke zaken moeten in het achterhoofd gehouden worden binnen de verdere ontwikkelingen van Kinderdijk.
Toekomst van toerisme in Kinderdijk
8
Uit het focusgroepsgesprek haalden de stakeholders onderstaande toekomstvisies en -plannen naar boven: Het verhaal dat Kinderdijk wil vertellen aan bezoekers moet overeenkomen met het verhaal dat effectief verteld wordt. Dit kan aan de hand van persoonlijker contact tussen de vrijwilligers/gidsen en de bezoekers. Er moet een betere samenwerking komen tussen alle belanghebbende partijen van Kinderdijk. Zo moet de kloof tussen SWEK en de molenbewoners kleiner worden. Molenbewoners willen meer invloed hebben. Momenteel ontbreekt er een gezamenlijk doel bij de stakeholders. Er moet een flexibel(er) systeem uitgewerkt worden op gebied van vervoer. Bijvoorbeeld heen met de fiets en terug met de (water)bus of omgekeerd. Bezoekers zouden vrij moeten kunnen kiezen welk vervoer ze willen gebruiken. De molens in de directe omgeving moeten ook worden opgenomen in de toekomstige ontwikkelingen van Kinderdijk. Deze molens kunnen zorgen voor een bliksemafleiding van Kinderdijk waardoor bezoekers beter gespreid worden. Hiervoor moet wel een goede narrative worden bedacht, want dagjestoeristen hebben vaak niet veel tijd. De bezoekerservaringen omtrent drukte, gevoel en beleving moeten bevraagd worden. Er moet meer ingezet worden op een betere relatie en een beter contact tussen bezoekers en bewoners.
Door het vele aantal bezoekers is een grote breuk ontstaan tussen de bezoekers en de locals. Eigenlijk vinden bewoners het best wel leuk om eens een praatje te slaan met bezoekers, maar dit gebeurt nog maar heel weinig. Er kan in de toekomst meer worden ingezet op homestay-bezoeken zoals lokale gidsen, koffiedrinken bij dijkbewoners, etc. Er kunnen meer arrangementen worden aangeboden voor groepen tot 15 personen. Het zou fijn zijn moest er weer meer plaats voor evenementen zijn zoals Art Below Sealevel, Klucht van de Molenaar, kunstprojecten, etc. In de toekomst is het de bedoeling dat een bezoeker (nog) meer besteed in Kinderdijk. Er moet meer gefocust worden op het aanbieden van een kwalitatief bezoek in plaats van op de kwantiteit (het aantal bezoekers). Dit kan realiteit worden door iets unieks aan te bieden aan de bezoeker. Misschien zijn bezoekers wel bereid om meer uit te geven aan een uniekere en kwaliteitsvolle beleving. De bedoeling is minder mensen in het gebied die meer geld uitgeven dan de huidige bezoekers. In het achterhoofd moet wel gehouden worden dat Kinderdijk geen elitaire bestemming wordt waar enkel mensen met geld naar toe kunnen. De lokale mensen moeten weer kunnen genieten van Kinderdijk. Er moet nagedacht worden hoe het Natura-2000 gebied en het behoud van het erfgoed past in de toekomstvisie van Kinderdijk.
Het is de bedoeling dat het Natura-2000 gebied en het erfgoed geen schade oplopen door de vele bezoekers. Een mogelijk product van Kinderdijk kunnen ook wandelingen of fietstochten zijn die worden aangeboden aan bezoekers die geen interesse hebben om alle bezoekerslocaties te ontdekken.
9
Idealiter, wanneer de bezoekersdoelgroep in de toekomst wordt aangepast moet dit overeenkomen met doelgroepen van ondernemers in de buurt. Het veranderen van de doelgroep moet in samenspraak gebeuren met de omliggende ondernemingen. Het parkeerprobleem moet worden opgelost. Er moet een goed beleid komen rond visitor management om beter te kunnen inspelen op spreiding van bezoekers. De veiligheidsplannen van de molens moeten in orde worden gebracht.
10
3.
Toeristisch profiel en bezoekersoptimalisatie
In Hoofdstuk 3 van dit rapport wordt een toeristisch profiel opgesteld waarbij de bezoekersaantallen, de bezoekredenen van de toerist, het toeristisch product, het toeristisch seizoen, de customer journeys, de bestedingen van de bezoeker, etc. in kaart worden gebracht. Vervolgens wordt per bestemming ook het optimum van het aantal bezoekers berekend, gebaseerd op informatie voortvloeiend uit de verkennende fase en het toeristisch profiel. Om het vraagstuk omtrent de draagkracht en de beperkingen van het bestaande toeristische systeem van Kinderdijkte beantwoorden, wordt er gebruik gemaakt van een lineair programmeermodel (Bertocchi et al., 2020; Canestrelli & Costa, 1991). Lineaire programmeermodellen kenden hun ontstaan in het operationeel management, als een kwantitatieve toepassing om het beslissingsproces te ondersteunen (Buijs, 2000).
In een vereenvoudigde notatie kan een probleem uitgedrukt worden in (a) een beslissingsruimte die de variabelen omvat waarvoor het optimale niveau gezocht wordt, (b) een beslissingscriterium – of optimalisatie- of doelstellingsfunctie – die gebaseerd is op een samenstelling van de variabelen uit de beslissingsruimte en die geminimaliseerd of gemaximaliseerd dient te worden, en (c) de structuur of context rond het probleem – oftewel de beperkende voorwaarden – die bepaalde randvoorwaarden opleggen waaraan een optimale oplossing moet voldoen (Desaeyere, 1998). Simpel uitgedrukt is lineair programmeren dus een methode waarmee aan de hand van een doelstellingsfunctie gezocht wordt naar een optimale oplossing van een probleem waarvoor tevens een aantal beperkende voorwaarden geldt en waarbij zowel de doelstellingsfunctie als de beperkende voorwaarden een lineair verloop kennen. Een grafische voorstelling van een doelstellingsfunctie dat kan dienen als voorbeeld is terug te vinden in Bijlage A. Om het beslissingsprobleem voor het draagkrachtonderzoek te duiden, dienen er dus drie elementen te worden onderscheiden: de beslissingsruimte, de optimalisatiefunctie en de beperkende voorwaarden. De beslissingsruimte geeft de context aan van het probleem dat opgelost dient te worden.
In het geval van het draagkrachtonderzoek is het probleem dat zich stelt de berekening van een optimale waarde voor het aantal bezoekers aan Kinderdijk. Hoewel we ver kunnen gaan in de segmentering van types bezoekers, is dit enkel nuttig in de mate dat verschillende profielen met voldoende detail kunnen geschetst worden en gelinkt kunnen worden aan de strategische keuzes van de bestemming. De doelstellings-of optimalisatiefunctie die het meest frequent gebruikt wordt is gebaseerd op de bestedingen van de bezoekers. Doordat verschillende types bezoekers een andere economische meerwaarde hebben, leidt de economische basisvoorwaarde meteen tot een preferentiële samenstelling. In tegenstelling tot de gebruikelijke doelstellings-of optimalisatiefunctie gebaseerd op de bestedingen van bezoekers, wordt er in Kinderdijk gekozen voor een doestellingsfunctie op basis van bezoekerskwaliteit. De preferentiële samenstelling van bezoekersgroepen wordt hierdoor bepaald door het feit dat bepaalde groepen beschouwd worden als een hogere kwaliteit hebbende (zij het niet rechtstreeks in cijfers uit te drukken). Het is voor de optimalisatieoefening
11
voldoende dat we rangorde in preferentie samenstellen, de absolute waarde die we geven aan het begrip ‘kwaliteit’ doet dan weinig ter zake. Om het optimalisatieprobleem op te lossen, proberen we de doelstellings- of optimalisatiefunctie bovenstaande functie te maximaliseren onder de beperkende capaciteitsvoorwaarden van het toeristische systeem in de drie bestemmingen. Met andere woorden, er wordt geprobeerd om de economische inkomsten uit bezoekers te maximaliseren voor een bestemming. Voor bestemming Kinderdijk wordt geprobeerd de bezoekerskwaliteit te maximaliseren. Uiteraard blijft het maximaliseren van het gewenste optimum binnen de beperkingen van de draagkracht van de bestemming. Het relevante toeristische systeem kan dan best afgeleid worden uit de customer journey van de bezoekers aan de drie bestemmingen: welke elementen worden door de toerist bezocht/geconsumeerd en maken deel uit van de bezoekerservaring?
Toeristisch profiel van Kinderdijk Het molencomplex van Kinderdijk – met 19 molens – en de bijbehorende waterwerken (dijken, reservoirs, pompstations, administratieve gebouwen), zijn sinds 1997 opgenomen op de UNESCO Werelderfgoed lijst. De Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) werd in 2001 opgericht met het specifieke doel het gebied te beheren en exploiteren. Naast het specifieke doel om het landschap te conserveren en educatie aan te bieden, zet de organisatie in toenemende mate in op het valoriseren van het toeristisch potentieel via betalende bezoeken. Doordat de molens te bezichtigen zijn via publiek toegankelijke wandel- en fietspaden (zie Figuur 1), loopt het gebied namelijk belangrijke inkomsten mis, terwijl het onderhoud en management van het historische erfgoed en landschap een doorlopende kost is, die nog vergroot door grotere bezoekersaantallen. Door meer inkomsten te generen, is er niet alleen meer geld beschikbaar voor het noodzakelijke onderhoud, maar kan er ook verder geïnvesteerd worden in de museale presentatie, zodoende dat de kwaliteitsvolle beleving verder verhoogt.
12
Figuur 1. Plattegrond Kinderdijk Werelderfgoedsite Figuur 2 geeft de evolutie weer in betalende bezoekers voor de periode 2012-2019. In 2013 werden er 165.000 betalende bezoekers geteld, met bijkomend 235.000 niet-betalende bezoekers. In 2019 was het totaal aantal betalende bezoekers gestegen tot 363.589 (+120,3%), met daarenboven een geschat aantal niet-betalende bezoekers van 400.000 (Stichting Werelderfgoed Kinderdijk, 2020). Er dient uiteraard vermeld te worden dat het inschatten van de niet-betalende bezoekers een stuk moeilijker is – en daardoor onzekerder – maar het toont een evolutie waarbij zowel het totaal aantal bezoekers, alsook de ratio van betalende bezoekers stelselmatig is gestegen (van 41,3% in 2013 naar 47,6% in 2019) over de voorbije jaren (preCovid-19). Enerzijds is er de organische groei in Kinderdijk die voortkomt uit een algemene groei van het toerisme in Nederland. Anderzijds is er ingezet op het verbreden van verschillende vervoersmodi en vormen riviercruise toeristen en mensen die met de Waterbus vanuit Rotterdam en Dordrecht komen een belangrijke meerwaarde. Volgens de stichting komt ondertussen ongeveer de helft van alle bezoekers naar Kinderdijk via het water, wat eveneens helpt in het ontlasten van de lokale wegen en parkeerplaatsen (Kinderdijk, 2015).
13
Figuur 2. Evolutie in betalende bezoekers Kinderdijk - Bron: Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (2016, 2018, 2019, 2020) Zoals gezegd, onderscheiden we twee types bezoekers aan Kinderdijk: betalende en nietbetalende bezoekers. Betalende bezoekers betalen entreegeld en consumeren vaak ter plaatse ook nog in de lokale horeca en/of souvenirwinkels. Bovendien bieden betalende bezoekers het voordeel dat er makkelijker mee kan gecommuniceerd worden en deze doelgroep is daarmee ook makkelijker te sturen. Tabel 1 geeft informatie over de inkomsten binnen verschillende productcategorieën, veelal afkomstig van de betalende bezoeker. Tabel 1. Inkomsten Kinderdijk 2019 Categorieën Betalende bezoekers
2016 274.874
2017 277.398
2018 309.563
2019 363.589
Inkomsten bezoekers entreegelden steigers rondvaartboten gidsen verkopen parkeren
3.231.059 1.518.068 135.869 202.098 143.461 1.035.170 196.393
3.658.768 1.771.230 136.100 272.649 142.126 1.127.814 208.849
4.066.872 1.977.003 147.197 345.453 146.153 1.266.949 184.117
4.493.873 2.328.189 165.469 346.432 184.813 1.355.227 113.743
Inkomsten verkopen souvenirs horeca verkopen
1.035.170 801.240 233.930
1.127.814 850.668 277.146
1.266.949 922.746 344.203
1.355.227 965.828 387.399
Bron: Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (2018, 2019, 2020) Op basis van straattellingen tijdens twee tellingsdagen (5 juli en 12 juli 2018), schetste Defacto Stedenbouw (2019) een indicatief overzicht van bezoekerstypes naar vervoersmodaliteit (zie Tabel 2). Indien we – ietwat vereenvoudigd – bezoekers via touringcars en riviercruises als groepstoeristen categoriseren, en bezoekers die met andere vervoersmiddelen komen als individuele bezoekers bestempelen, dan komen we tijdens deze tellingsdagen uit op 79.6% individuele bezoekers en 20.4% bezoekers in groep.
14
Tabel 2. Verdeling bezoekers naar vervoersmodaliteit Kinderdijk Modaliteit Auto Touringcar OV Bus Riviercruise Waterbus Driehoeksveer Overig per water Fiets Voetganger
Aantal 1357 353 111 410 309 191 83 722 208
% 37% 9% 3% 11% 8% 5% 2% 19% 6%
Bron: Defacto Stedenbouw (2019) Naast de algemene verdeling van vervoersmodaliteiten, kunnen we ook specifiek kijken naar de respectievelijke vervoerskeuzes van individuele toeristen versus groepsbezoekers. Voor individuele toeristen is de auto (46%) het belangrijkste vervoersmiddel, gevolgd door de fiets (24%) en de waterbus (10%). Zo’n 7% van de individuele bezoekers arriveert te voet, 6% neemt het Driehoeksveer, 4% het openbaar vervoer (bus) en een bijkomende 3% arriveert op een alternatieve manier via het water. Ons baserend op de teldata, komen 54% van de groepstoeristen aan via de riviercruises, terwijl 46% de touringcar gebruikt. De surveys geven bovendien een inschatting van het gemiddeld aantal passagiers per vervoersmiddel. Voor auto’s werden er gemiddeld 3 personen per auto geteld, terwijl touringcars gemiddeld 37 bezoekers vervoerden en cruiseschepen 166 bezoekers telden per schip (Defacto Stedenbouw, 2019). De Werelderfgoed site Kinderdijk kan vanuit drie entrees bezocht worden: aan de noordzijde is er de hoofdentree voor individuele bezoeken, die op beide teldagen door 68% van de bezoekers werd gebruikt. Verder is er aan de noordzijde bij de Lekdijk een specifieke ingang voorzien voor groepsbezoekers, die 20% van de totale bezoekers ontving. Een laatste entree bevindt zich bij Mercon Kloos/Molenkade, aan de zuidkant van het gebied1.
Deze toegang werd door 11% van de bezoekers gebruikt – uitsluitend voetgangers (34%) en fietsers (66%). Een groot deel van de fietsers die hierbij geteld werden, maakten gebruik van een georganiseerde fietstour (Defacto Stedenbouw, 2019).
Bezoekersoptimalisatie Kinderdijk Beslissingsruimte Kinderdijk De focus van Stichting Werelderfgoed Kinderdijk ligt op het maximaliseren van de waardevolle bezoeker of kwaliteitstoerist. Deze doelgroep is niet rechtstreeks te koppelen aan reisgezelschap (groeps- of individuele toerist), bestedingsniveau, leeftijd of nationaliteit, maar laat zich kenmerken door een interesse in het verhaal van Kinderdijk. Het is met andere woorden een segmentering op bezoekersmotief, waarbij de bezoeker zich eveneens bewust is van de bijdrage die hij/zij levert
Deze ingang doet vooral dienst voor niet-betalende bezoekers en het is de bedoeling binnen het management van de Kinderdijk-site om bezoekers primair via de hoofdingang langs de Lek in het gebied te leiden. 1
15
aan het behoud en onderhoud van het erfgoed en die bij voorkeur voor een duurzame vorm van vervoer kiest. Optimalisatiefunctie Kinderdijk In de visienota omtrent de waardevolle bezoeker2 worden volgende meetbare kenmerken gegeven aan deze doelgroep: (a) er wordt minimaal één bezoeklocatie aangedaan, afgezien van de rondvaartboot en retail, (b) de bezoekduur duurt minimaal 2 uur, en (c) de bezoeker koopt een ticket of levert een donatie voor behoud. Voor de optimalisatiefunctie gaan we uit van twee types bezoekers: waardevolle (WT) versus andere toeristen (AT). Uit de visienota omtrent de waardevolle bezoeker kunnen we een individuele onderverdeling zien in vier personas (Bijlage C), die zullen helpen bij het inschatten van hun plaatselijke activiteiten: 1. WT: waardevolle toeristen doen minimaal één bezoekerslocatie aan, naast de rondvaartboot en retail, blijven minimaal 2 uur en kopen een ticket aan of leveren een donatie. a. WTa: De eerste groep waardevolle toeristen is gebaseerd op het persona van een jong gezin. De interesse van deze groep gaat uit naar speurtochten en audiotours voor kinderen, het verhaal over werken en leven in de molens, een ritje op de rondvaartboot en een consumptie in het Kinderdijkcafé en aankopen van souvenirs. Dit type bezoeker blijft vaker in een vakantiehuisje of op camping en zal sneller met de auto naar Kinderdijk komen. b.
WTb: Onder deze groep vallen profielen zoals gepensioneerde koppels die op zoek zijn naar rust en inzicht en hiervoor meer willen weten over de werking van de molens en geschiedenis van Kinderdijk. Daarom richt het bezoek zich tot de museummolen Nederwaard, het Wisboomgemaal en ook het vogeltheater. Deze groep komt wat vaker met de fiets, als recreant. c. WTc: In dit profiel van waardevolle toeristen vallen bezoekers die een authentieke beleving nastreven. Zij zijn geïnteresseerd in educatieve musea en natuur en voelen zich aangesproken door een boottochtje en het verhaal van “Alles heeft zijn tijd”. Deze bezoekers blijven vaker in hotels en AirBnB’s in de Rotterdamse regio en zullen dan ook eerder met de boot of de bus naar Kinderdijk komen. d. WTd: In de laatste groep waardevolle toeristen vallen personas zoals grootouders die met kleinkinderen een trip ondernemen. De museummolens en de film in het Hulpgemaal zijn belangrijke attracties en ze kopen vaker educatieve souvenirs aan. Ze verblijven vaker in een huisje op een vakantiepark. Qua vervoersmodaliteit vermoeden we dat deze bezoekers vaker met de auto of de fiets naar Kinderdijk komen, afhankelijk van de afstand van Kinderdijk tot het vakantiepark. 2.
AT: Tenslotte onderscheiden we een restgroep ‘andere toeristen’ die niet binnen de omschrijving van de waardevolle toerist valt doordat zij een minder uitgebreide en diepgaande beleving nastreven bij een bezoek aan Kinderdijk. 2 Opgesteld door Edo & Jeanet op datum 24/01/2022: Waardevolle bezoeker, versie 3
16
Om een optimalisatiefunctie te kunnen inschatten, moeten we nog een voorkeur voor rangorde geven aan deze groepen. We gebruiken de onderverdeling binnen de waardevolle toeristen enkel om de gemiddelde activiteiten (zie Tabel 3) in te schatten. Voor de optimalisatiefunctie beschouwen we alle personas als gelijkwaardig en preferentieel ten opzichte van andere toeristen. Door aan deze groep een random hogere nominale waarde te geven, komen we tot volgende functie: Max! 2(WTa + WTb + WTc + WTd) + 1AT Beperkende voorwaarden Kinderdijk Het toeristisch product van Kinderdijk bestaat – naast enkele museale invullingen, aan het rondwandelen op de dijken, het bezoeken van de museummolens en het gebruiken van de rondvaartboten. Toerisme is uiteraard eveneens gebonden aan verplaatsingen van en naar de bestemming en een bijkomend onderdeel dat de toeristische draagkracht mee bepaalt, is de capaciteit van verschillende transportsystemen. Dit leidt ons tot volgende lijst van elementen in het toeristische systeem die een beperkende voorwaarde stellen aan de capaciteit: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Wandel- en fietspaden Museummolens Rondvaartboten Museale attracties: Hulpgemaal, Wisboomgemaal, Vogeltheater, Alles Heeft een Tijd Parkeerplaatsen Waterbussen Capaciteit steigers
In Bijlage C wordt voor elk van deze systemen een berekening gemaakt van het maximaal aantal gebruikers dat op dagbasis kan ondersteund worden. Echter, om deze oefening te kunnen uitvoeren, is het noodzakelijk een inschatting te maken van het gemiddelde gebruiksniveau per type toerist. Met andere woorden, we moeten weten hoe vaak en hoeveel procent van de kwaliteitstoeristen en de andere toeristen bepaalde bezoekersattracties bezoeken. Enkel door deze ruimtelijke consumptiepatronen correct in te schatten, kan de draagkracht met enige nauwkeurigheid ingeschat worden. Jammer genoeg ontbreekt het net hier aan gegevens, aangezien er geen bezoekersenquêtes werden uitgevoerd die zulke data verzamelen. Vandaar dat in Tabel 3 noodzakelijke inschattingen worden gemaakt. Eerst en vooral vertrekken we vanuit het profiel van de vier opgemaakte personas van waardevolle toeristen, om vanuit die personas relevante customer journeys op te stellen. Voor doelgroep WTa die vooral jonge gezinnen omvat, schatten we Museummolen Blokweer in als belangrijkste molen door de educatieve ontdekkingstocht door de molen en over het erf (https://www.kinderdijk.nl/activiteiten-met-kinderen).
Aangezien deze groep vaker met de auto komt, gaan we ervan uit dat ze via het bezoekerscentrum aankomen en vaak ten minste tot aan Museummolen Nederwaard wandelen, met een belangrijk aandeel dat ook het verdere gedeelte van de Middelkade afwandelt. Echter, doordat ze ook graag een rondvaart maken, zal een deel mogelijk gebruik maken van de Canal hopper naar Blokweer en zo de Middelkade wat ontlasten. De typologie WTb is eerder gericht op Museummolen Nederwaard. Doordat het hier eveneens 17
een betalend type bezoeker betreft, dienen zij eveneens via de hoofdentree binnen te komen, waar de ticketverkoop plaatsvindt en informatie kan vergaard worden. Bovendien is deze groep erg geïnteresseerd in het Vogeltheater dat zich eveneens in de buurt van de Lekdijk bevindt. Het derde type bezoeker, WTc, is geïnteresseerd in boottochten en het bezoeken van de ZuidHollandse aak ‘Alles Heeft een Tijd’, gelegen aan Museummolen Blokweer. Hierdoor zal een groot deel van deze bezoekers de Middelkade tenminste afwandelen tot aan Blokweer. Doordat zij vaker met het OV en de Waterbus aankomen, gaat de wandeling vaker over de hele Middelkade, tenzij de Canal hopper gebruikt wordt. Door de interesse in boottochten, gaan we ervan uit dat deze groep ook vaker gericht zal zijn op Museummolen Overwaard. Het vierde type waardevolle toerist, WTd, heeft geen duidelijke voorkeur voor de te bezichtigen molen maar zal door de moeilijkere bereikbaarheid waarschijnlijk minder snel naar Museummolen Overwaard gaan. Door de iets oudere leeftijdscategorie vermoeden we ook een minder uitgebreid ruimtegebruik waardoor het tweede gedeelte van de Middelkade iets minder vaak bewandeld wordt. De film in het Hulpgemaal is voor deze groep een belangrijke attractie.
Tenslotte is er de restcategorie aan toeristen die wel sterk aanwezig is op het eerste gedeelte van de Middelkade, maar verder geen verdiepende en betalende attracties aandoet. Binnen deze categorie ‘andere toeristen’ tellen we enkel passanten en bezoekers die mogelijk een donatie geven maar geen betalend bezoek afleggen. Dit leidt tot de ingeschatte percentages in Tabel 3. Tabel 3. Inschatting activiteiten verschillende bezoekersgroepen Kinderdijk Activiteit Wandelen op Middelkade (deel ingang tot aan Museummolen Nederwaard)
WTa
WTb
WTc
WTd
AT
95%
60%
95%
95%
95%
Wandelen op Middelkade (voorbij Museummolen Nederwaard, richting Blokweer en verder)
50%
50%
70%
20%
20%
Museummolen Nederwaard
20%
70%
20%
50%
0%
Museummolen Blokweer
70%
10%
10%
20%
0%
Museummolen Overwaard
5%
5%
50%
5%
0%
Canal Cruiser
10%
10%
10%
10%
0%
Canal hopper
50%
20%
60%
10%
0%
Bezoek aan Wisboomgemaal
25%
50%
15%
10%
0%
Kinderdijk film in Hulpgemaal
15%
50%
15%
40%
0%
Vogeltheater
5%
60%
10%
5%
0%
Alles Heeft een Tijd3
5%
5%
5%
5%
0%
3 Hoewel de personas vermelden dat type WTc een specifieke interesse heeft in het bezoeken van de aak
“Alles Heeft een Tijd”, leggen we het totaalbezoek in deze inschatting behoorlijk laag (op 5%). Dit heeft te maken met het feit dat deze aak een erg beperkte bezoekerscapaciteit heeft en anders erg snel een limiet zou stellen aan het aantal mogelijke totaalbezoekers. We gaan er vanuit dat de aak vooral een bijkomende bezoekersattractie is maar geen absoluut noodzakelijke voorwaarde voor het overgrote deel van de bezoekers.
18
Tenslotte zetten we bovenstaande tabel om naar een dichotomie waardevolle versus niet waardevolle toerist. Hierbij moeten we nog een bijkomende inschatting maken omtrent de ratio van de verschillende profielen van de waardevolle toerist. Als we ervan uitgaan dat de groepen WTa, WTb, WTc en WTd even vaak voorkomen, kunnen we de vier categorieën simpelweg samentellen door het gemiddelde te nemen, wat leidt tot de finale gebruiksinschatting in Tabel 4. Tabel 4. Inschatting activiteiten verschillende bezoekersgroepen Kinderdijk: vereenvoudigd Activiteit Wandelen op Middelkade Noord (deel ingang tot aan Museummolen Nederwaard)
WT
AT
81%
95%
Wandelen op Middelkade Zuid en Rib/Natuurpad (voorbij Museummolen Nederwaard, richting Blokweer en verder)