Bijlage 2 Wipmolen locatie concept toelichting op bestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? De archeologische resten kunnen aanwezig zijn tussen 0,55 m en 2,0 m beneden maaiveld en beperkt zicht tot het westelijke deel van het plangebied.
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Het kan gaan om bebouwing of infrastructuur met betrekking tot percelering (sloten, hekken, bruggen e
e
en dergelijke) uit de tweede helft van de Nieuwe tijd (17 t/m 20 eeuw)
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
21 van 26
Project: Wilde Woutstraat te Alblasserdam. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S190026
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
Er wordt uitgegaan van een maximale verstoringsdiepte van 2,0 m beneden maaiveld voor de toekomstige ontwikkelingen. Indien het gedeelte met
het
ophogingspakket
verstoord gaat worden
dient
er
vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven te komen om de vindplaats te waarderen. Het resterende deel van het plangebied kan vrij worden gegeven.
De zeer hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum blijft onveranderd en worden niet bedreigd door de huidige ontwikkeling. Voor de periode Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen blijft de verwachting onveranderd laag. Voor nederzettingssporen vanaf de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld voor het oostelijke gedeelte van het plangebied. Voor het westelijke deel van het plangebied blijft deze verwachting echter hoog.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
22 van 26
Project: Wilde Woutstraat te Alblasserdam. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S190026
4.3
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag nader archeologisch onderzoek geadviseerd.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek is er mogelijk een archeologische vindplaats in het plangebied aanwezig. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden binnen het westelijke deel van het plangebied dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk ( zie afb. 4.3.1). In het oostelijke deel van het plangebied is dit niveau waarschijnlijk al verstoord en zijn eventueel aanwezige archeologische resten verdwenen. Wij adviseren voor het westelijke deel een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Het oostelijke deel van het plangebied adviseren wij vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Zowel het PvE als het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dienen opgesteld en uitgevoerd te worden door een gecertificeerd archeologisch bedrijf conform KNA BRL 40004001.
Afbeelding 4.3.1 Advieskaart. De groene zone is vrij te geven, de oranje zone dient nader onderzocht te worden bij verstoringen dieper dan 50 cm beneden maaiveld.
Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
23 van 26
Project: Wilde Woutstraat te Alblasserdam. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S190026
of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Alblasserdam). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.
Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra B.V. wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
24 van 26
Project: Wilde Woutstraat te Alblasserdam. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S190026
Bronnen Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.
Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.
Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.
Berkel, G. van, en K. Samplonius, 2006: Nederlandse plaatsnamen. Herkomst en Historie. Prisma, Utrecht.
Hoevenberg, J., J.J. van Suijlekom & S. van der Loo, 2004. Alblasserwaard - Leidingtracé. Archeologisch vooronderzoek. BILAN rapportnummer 2004/11. BILAN, Tilburg.
Leuvering, J.H.F., 2007. Inventariserend veldonderzoek d.m.v boringen (karterende fase). Locatie "Huidige Wipmolen" te Alblasserdam, Gemeente Alblasserdam. Synthegra Archeologie Rapport P0502452. Synthegra bv, Doetinchem.
Leuvering, J.H.F., 2011. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Cornelis Smitstraat te Alblasserdam. Synthegra rapport S090166
Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten
Nederlands
Normalisatie-instituut,
1989:
NEN
5104
Geotechniek
-
Classificatie
van
onverharde
grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2016: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.0. SIKB, Gouda.
Wink, K., G.H. de Boer, S. van der Veen & P. Kloosterman, 2012. Van donk tot dam; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Alblasserdam. RAAP-rapport 2484. Raap Archeologisch Adviesbureau, Weesp.
Wink, K. 2016. Plangebied Plantageweg 35 in Alblasserdam, Gemeente Alblasserdam, Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek RAAP-notitie 5464. Raap Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Van der Zee 2007. Karterend veldonderzoek d.m.v. boringen, Parkeerterrein Nedersassen en Huidige Wipmolen te Alblasserdam. Synthegra-rapport P0502079. Doetinchem
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
25 van 26
Project: Wilde Woutstraat te Alblasserdam. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Projectnummer: S190026
Kaarten ANWB 2007: Topografische Atlas van Gelderland, schaal 1:25.000. Den Haag. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Rhine-Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physiscal Geography. Utrecht University. Digital Dataset. http://persistent-identifier.nl/?identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl
Internet (geraadpleegd mei 2019) http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ www.ahn.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.topotijdreis.nl www.pdok.nl http://www.gelderland.nl/kaartenencijfers http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/
© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden
26 van 26
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Boorprofielen
Boring 1 X: Y:
Boring 4
104868 430.680
X: Y: -67 cm t.o.v. NAP
0 cm t.o.v. Mv
104896 430721 -101 cm t.o.v. NAP
0 cm t.o.v. Mv
zand, matig siltig, matig grof tot zeer grof, lichtgrijs, Aa-horizont veel mariene schelpen ophogingspakket
-140
zand, matig siltig, matig grof tot zeer grof, lichtgrijs, Aa-horizont veel mariene schelpen ophogingspakket
-207 veen, zwak kleiig, bruin C-horizont houtresten, bosveen Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop -190
-210
-277
-230
-297
-300
-367
veen, mineraalarm, grijsbruin C-horizont bosveen, houtresten Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
klei, sterk siltig, matig stevig, sterk humeus, bruingrijs C-horizont komafzettingen, houtresten ormatie van Echteld/ Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop veen, mineraalarm, bruin C-horizont bosveen, houtresten Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
Boring 5
104879 430640
X: Y:
-27 cm t.o.v. NAP
0 cm t.o.v. Mv
-401
-300
Boring 2 X: Y:
-191
0 cm t.o.v. Mv
104931 430702
-110 cm t.o.v. NAP
klei, sterk siltig, sterk humeus, donkerbruin grijs, Ap-horizont modern glas, puin bouwvoor
zand, matig siltig, matig grof tot zeer grof, lichtgrijs, Aa-horizont veel mariene schelpen ophogingspakket -50
-60
-87
-90
-117
veen, sterk kleiig, bruingrijs C-horizont houtresten, bosveen Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
-90
-160
-200
klei, sterk siltig, matig stevig, matig humeus, bruingrijs C-horizont komafzettingen/veen, houtresten Formatie van Echteld/ Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
veen, sterk kleiig, bruingrijs C-horizont houtresten, bosveen Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
-180 -190
-290
-217
veen, mineraalarm, bruin, dikke kleilagen C-horizont bosveen, houtresten, Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
veen, mineraalarm, bruin, dikke kleilagen C-horizont bosveen, houtresten, Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
-300
-327
Boring 3 X: Y: 0 cm t.o.v. Mv
104904 430692 -74 cm t.o.v. NAP zand, matig siltig, matig grof tot zeer grod, lichtgrijs, Aa-horizont veel mariene schelpen ophogingspakket
-100
-174
klei, sterk siltig, matig stevig, matig humeus, bruingrijs C-horizont komafzettingen/veen, houtresten Formatie van Echteld/ Hollandveen laagpakket, Formatie van Nieuwkoop
-300
-327
Bijlage 3:
Booronderzoek 2007
6
Resultaten van het veldwerk
430700
Parkeerterrein Nedersassen en Huidige Wipmolen te Alblasserdam schaal: 1:500
Legenda aanvullende boringen boorpunten
ophogingspakket Late-Middeleeuwen/Nieuwe tijd
1
P0502079_IVO-K_<cis>_07062007_SD_1.0
A6 A5
7 A4 A3
2
A2 A1 3 A7 A8 A9
0
25
Synthegra
Meter 50 104900
Bijlage 2
Mees Ruimte & Milieu | Wipmolen
Verkennend bodemondezoek
Pagina | 77
BK Ingenieurs B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht
Verkennend bodem- en asbest-ingrondonderzoek Wipmolen te Alblasserdam
Opdrachtgever:
Dudok Projectontwikkeling B.V. de heer S. van Gurp Houttuinen 36 3311 CE Dordrecht
Projectnummer:
203570
Versienummer:
2.0 – definitief
Plaats, datum:
Dordrecht, 19 april 2021
Auteur:
ing. T. Hoekstra
Paraaf:
Controleur:
ing. K. Feenstra
Paraaf:
088 321 25 10 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01
BK ingenieurs pagina 2 van 20
Inhoudsopgave
pagina
1 2
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................ 3 Vooronderzoek .............................................................................................................................................................................................. 4 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie............................................................................................ 4 2.2 Voorgaand bodemonderzoek ....................................................................................................................................................... 5 2.3 Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit ................................................................................................................. 7 2.4 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................................ 7 2.5 Onderzoeksnormen, -hypotheses en -strategieën...............................................................................................................
7 2.5.1 Bodemonderzoek .......................................................................................................................................................................... 7 3 Uitgevoerd onderzoek ................................................................................................................................................................................ 9 3.1 Kwaliteitsborging ................................................................................................................................................................................ 9 3.2 Uitgevoerd onderzoek...................................................................................................................................................................... 9 3.2.1 Bodemonderzoek .......................................................................................................................................................................... 9 4 Resultaten onderzoek ...............................................................................................................................................................................12 4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ...................................................................................................................
12 4.2 Normering .......................................................................................................................................................................................... 13 4.3 Toetsingsresultaten ........................................................................................................................................................................ 13 4.4 Resultaten bodemonderzoek ..................................................................................................................................................... 18 5 Samenvatting/conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................................................19 5.1 Samenvatting/conclusies ............................................................................................................................................................. 19 5.2 Aanbevelingen .................................................................................................................................................................................. 20
Bijlagen 1
Tekeningen en foto’s 1.1 Topografische ligging 1.2 Overzichtstekening 1.3 Kadastrale kaart 1.4 Locatiefoto’s 2 Boorprofielen 3 Analyserapporten 3.1 Analyserapporten grond 3.2 Analyserapport grondwater 4 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen 4.1 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond 4.2 Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel grondwater 5 Toetsingskader PFAS 6 Verklarende woordenlijst 7 Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000 8 Voorgaand onderzoek
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 3 van 20
1
Inleiding
In opdracht van Dudok Projectontwikkeling B.V. heeft BK Ingenieurs B.V. in februari en april 2021 een verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek uitgevoerd op de locatie Wipmolen te Alblasserdam. Aanleiding De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw (omgevingsvergunningaanvraag). Doel onderzoek Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie tot 2,0 m -mv, inclusief asbest en PFAS. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen en protocollen als weergegeven in tabel 1. tabel 1: normen en protocollen Type onderzoek
Norm/protocol
Vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend asbest-in-grondonderzoek
NEN 5725:2017 NEN 5740+A1:2016 NEN 5707+C2:2017
Beperking van het bodem- en asbestonderzoek Bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. De hergebruiksmogelijkheden van de grond dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit. Hoewel het veldonderzoek met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is verricht, blijft asbestonderzoek van de bodem, zoals ieder milieutechnisch onderzoek, een steekproef. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groter dan bij mobiele chemische verontreinigingen. Indeling van de rapportage Deze rapportage bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het vooronderzoek beschreven. Het uitgevoerde onderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het veldwerk, de analyses en de toetsing aan de normering. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek worden weergegeven in hoofdstuk 5. Voorliggende rapportage betreft een versie 2.0. Ten opzichte van versie 1.0 is de rapportage aangevuld met uitsplitsing van een mengmonster. Versie 1.0 komt hiermee te vervallen.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 4 van 20
2
Vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het opstellen van een hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De gegevens van het vooronderzoek zijn verkregen door informatie van de opdrachtgever (de heer S. van Gurp) en Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (contactpersoon mevrouw F. Külbag). Daarnaast zijn gegevens geïnterpreteerd van www.bodemloket.nl, Cyclomedia, www.topotijdreis.nl, topografische- en geohydrologische kaarten en de Interactieve Bodemkwaliteitskaart van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Ten slotte is een terreinverkenning uitgevoerd.
2.1
Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie
De algemene gegevens van de onderzoekslocatie staan vermeld in tabel 2. De topografische ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1.1. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1.2. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. Een kadastrale kaart is opgenomen als bijlage 1.3. In bijlage 1.4 is een foto-overzicht van de locatie opgenomen. tabel 2: gegevens onderzoekslocatie Adres Kadastrale aanduiding Oppervlakte Afbakening geografisch gebied (onderzoekslocatie)
Op de hoek van Wilde Woutstraat/Damstoep te Alblasserdam. Gemeente Alblasserdam, sectie A en nummers 8670 en 8673 5.128 m2 De afbakening van de onderzoekslocatie staat aangegeven op de situatietekening in bijlage 1.2. Voor de onderzoeksdiepte is 2,0 m -mv aangehouden.
In tabel 3 staan de historische, huidige en toekomstige gegevens over de locatie vermeld. tabel 3: historische, huidige en toekomstige bodemgebruik onderzoekslocatie Historisch Gebruik locatie
Voormalige (potentieel) bodembedreigende activiteiten Aanwezigheid asbest
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is een deel van Alblasserdam gebombardeerd. De omliggende panden zijn destijds hierdoor verwoest. De aanwezige panden binnen de onderzoekslocatie zouden zijn gespaard. In de jaren ’60 zijn twee watergangen gedempt binnen het perceel. Hiernaast zijn in de 20ste eeuw mogelijk boomgaarden aanwezig geweest binnen de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten. Rond 2009-2010 is het pand de Wipmolenbioscoop gesloopt. Vóór de bouw van de bioscoop zijn in de 20ste eeuw verscheidene gebouwen gebouwd en gesloopt binnen de onderzoekslocatie. Na de sloop van de bioscoop is de locatie tot heden gedeeltelijk in gebruik als parkeerplaats voor auto’s. Vanaf 2015 zijn stelconplaten aanwezig op een groot deel van het perceel. gedempte sloten (topotijdreis.nl) mogelijk slooppuin in de bodem mogelijk gebruik van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Op de locatie zijn geen gegevens over de voormalige aanwezigheid van asbest bekend. Wel is in voorgaand onderzoek puinhoudende grond aangetroffen. Op basis hiervan wordt de locatie als asbestverdacht beschouwd.
Huidig Terreinverkenning
Februari 2021 De terreinverkenning is, voorafgaand aan het veldwerk, op 2 februari 2021 uitgevoerd door de R. van der Veer. De situatie komt niet geheel overeen met wat op basis van het vooronderzoek werd verwacht. Op basis van luchtfoto’s (bron: Cyclomedia) werd verwacht dat de stelconplaten niet meer aanwezig waren, dit bleek echter niet het geval. Op het westelijke deel van de onderzoekslocatie zijn stelconplaten aanwezig. Op het zuidwestelijke deel van het terrein is een grondbult op het maaiveld aanwezig (zie ook foto 3 in bijlage 1.3). De grondbult valt buiten het voorliggend onderzoek.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 5 van 20 Verder zijn er bij de terreinverkenning geen bijzonderheden geconstateerd die duiden op een bodemverontreiniging en hebben geleid tot een wijziging van de onderzoeksopzet.
Gebruik locatie Bebouwing Terreinverharding Bodembedreigende activiteiten Asbest aanwezig Geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig
April 2021 Op 1 april 2021 is, ten behoeve van uitsplitsing van een mengmonster, de grond uit een aantal boringen opnieuw bemonsterd. Hierbij is voorafgaand het veldwerk opnieuw een terreinverkenning uitgevoerd door de heer R. Heitman. De situatie is ten opzichte van februari 2021 onveranderd. De locatie is deels in gebruik als parkeerplaats en is deels braakliggend. De locatie is onbebouwd. Het maaiveld is voor een deel verhard met klinkers en stelconplaten en is deels braakliggend. Zover bekend niet aanwezig. Vooralsnog onbekend, de locatie wordt wel als asbestverdacht beschouwd vanwege de verwachte aanwezigheid van puinhoudende grond. Niet bekend
Toekomstig Gebruik locatie Bodembedreigende activiteiten
2.2
Nieuwbouw -
Voorgaand bodemonderzoek
Bij Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) zijn rapportages van voorgaande bodemonderzoeken opgevraagd. Binnen de onderzoekslocatie zijn bij OZHZ geen voorgaande bodemonderzoeken bekend. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn wel diverse bodemonderzoeken bekend. De gegevens zijn opgenomen in tabel 4. tabel 4: bodemonderzoek onderzoekslocatie Adres
Onderzoek
Bijzonderheden/conclusie
bodemonderzoek op de onderzoekslocatie Wipmolen te AlVerkennend bodemonderzoek, blasserdam B06.189.V1, februari 2007, MH Nederland BV
Door de opdrachtgever is een scan van het verkennend bodemonderzoek aangeleverd, wat zou zijn uitgevoerd binnen de onderzoekslocatie. In de scan ontbreken echter de pagina’s met de analyseresultaten en een tekening met boorpunten. Onderstaand is de beschikbare informatie beschreven. De scan is toegevoegd in bijlage 8. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de “Huidige Wipmolenlocatie” bestaande uit het cultureel centrum. De Wipmolen en Parkeerterrein Nederassen te Ablasserdam. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van 9.270 m². De aanleiding van het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw. Binnen de huidige onderzoekslocatie zijn in de zandige bovengrond matige bijmengingen met puin aangetroffen. De kleiige ondergrond is plaatselijk zwak tot matig koolhoudend. In het onderzoek is uitgegaan van de strategie ‘Onverdacht’ en is geanalyseerd op het (toenmalige) NEN-grondpakket.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 6 van 20 Bodemonderzoek in de directe omgeving Cortgene 1 te Alblasserdam
Verkennend bodemonderzoek, 46520/MD/eth, juni 1995, GEOFOX BV
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de woonpercelen aan de zuidkant van huidige onderzoekslocatie. In zowel de boven- en ondergrond zijn sterk verhoogde gehaltes met lood en zink aangetoond. De sterk verhoogde gehaltes worden gerelateerd aan de bijmengingen met puin. De boven- en ondergrond is hiernaast licht verontreinigd met arseen, cadmium, koper, kwik, nikkel, PAK en/of minerale olie. Tevens is EOX verhoogd aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met zink, benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen.
Aanvullend bodemonderzoek, MD/dps95-2831, 24 juli 1995, GEOFOX BV
In een voorgaand verkennend bodemonderzoek (zie bovenstaand) zijn in mengmonsters van de boven- en ondergrond matig tot sterk verhoogde gehaltes koper, lood en zink aangetroffen. In het aanvullend bodemonderzoek is dit nader onderzocht. In de sterk puinhoudende bovengrond zijn sterke verontreinigingen met lood en zink aangetroffen. In de matig puinhoudende ondergrond (1,5-2,0 m -mv) is een sterke verontreiniging met lood aangetoond. In de rapportage wordt geconcludeerd dat de sterke verontreinigingen worden gerelateerd aan de bijmengingen met puin. Binnen de onderzochte locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de rapportage wordt geadviseerd om na overleg met de Provincie de mogelijkheid te onderzoeken de door metalen verontreinigde grond te isoleren.
Saneringsplan, 46522/LB/cf, 11 oktober 1995, GEOFOX BV
Stand van zaken m.b.t. de sanering Cortgene 1 te Albasserdam, ZH048200026B39, 18 juni 2007, Provincie Zuid-Holland
Ten behoeve van de bovengenoemde sterke verontreiniging met zware metalen is een saneringsplan opgesteld. In het plan wordt voorgesteld om te kiezen voor de isolatie van de verontreiniging doormiddel van het aanleggen van een leeflaag. Volgens een brief van Provincie Zuid-Holland heeft de sanering in 2007 nog niet plaatsgevonden. In de brief staat dat de eigenaar van het perceel is veranderd en daarom de tenaamstelling van het saneringsplan gewijzigd dient te worden. Op basis hiervan is het onzeker of de sanering inmiddels heeft plaatsgevonden. Meer informatie is niet bekend bij de gegevensbeheerder (OZHZ).
Cortgene 9 te Alblasserdam
Verkennend bodemonderzoek, 02.231, juli 2002, Milieutechniek Gebr. Reehorst Dordrecht b.v.
Het onderzoek is circa 35 meter westelijk uitgevoerd ten opzichte van de huidige onderzoekslocatie. In de bovengrond zijn sterke verontreinigingen met zink aangetoond. Hiernaast zijn licht verhoogde gehaltes cadmium, koper, kwik, lood en PAK aangetroffen. In de kleiige ondergrond zijn geen verhoogde parameters aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties voor xylenen en enkele zware metalen aangetoond.
Plantageweg 12 te Alblasserdam
Verkennend bodemonderzoek, AT02266, augustus 2002, AT MilieuAdvies B.V.
Het onderzoek heeft plaatsgevonden op het woonperceel aan de oostkant van de onderzoeklocatie (op circa vijf meter afstand). In de boven- en ondergrond zijn sporen aan puin aangetroffen. De bovengrond is licht verontreinigd met zink en minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met kwik, lood, PAK en minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met arseen en nikkel.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 7 van 20
2.3
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit
Volgens de Grondverzetviewer van OZHZ is de locatie gelegen in functiezone ‘Wonen’. Op basis van de ontgravingskaart voldoet de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) gemiddeld aan de bodemkwaliteitsklasse ’Wonen’ en de ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. De onderzoekslocatie bevindt zich in zone 1: pluimzone volgens de ‘Herziene handreiking toepassing van PFOAhoudende grond Zuid-Holland-Zuid’ van 13 juni 2018. Dit houdt in dat naar verwachting als gevolg van de emissie van PFOA bij een chemisch bedrijf in Dordrecht, sprake kan zijn van verhoogde gehalten (0-10 μg/kg ds) aan PFOA in de bodem. Hiermee zal sprake zijn van een diffuse bodembelasting.
2.4
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
Voor de bodemgegevens en de geohydrologische informatie is gebruikgemaakt van de grondwaterkaart van Nederland opgesteld door de Dienst Grondwaterverkenning TNO) en het Hydrogeologisch Model REGIS II van TNONITG. Hieronder zijn in tabel 5 de regionale gegevens (tot circa 10 m -mv) samengevat. tabel 5: regionale bodemopbouw Diepte (m -mv)
Geohydrologische eenheid
Geologische formatie
Lithologie
0–2 2–6
Antropogene Ophooglaag Slecht Doorlatende (Holocene) Deklaag
Formatie van Echteld
zand klei, lokaal zandig
Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket
veen, lokaal kleiig
6 – 10
De grondwaterstroming van het ondiepe freatische grondwater wordt sterk beïnvloed door omgevingsfactoren zoals de ligging van sloten, drainage, bemalingen, onttrekkingen, dempingen, en dergelijke. De locatie is volgens de Provinciale milieuverordening (Pmv) van Zuid-Holland en de Grondverzetviewer van OZHZ niet gelegen in een grondwater- en/of bodembeschermingsgebied.
2.5
Onderzoeksnormen, -hypotheses en -strategieën
2.5.1
Bodemonderzoek
Algemene kwaliteit Op basis van de gegevens van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gehanteerd: De boven- en ondergrond is verdacht voor de parameters OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen), zware metalen (inclusief arseen), PAK en minerale olie. Het grondwater is verdacht voor de parameters zware metalen (inclusief arseen) en vluchtige aromaten. Voor de locatie is gekozen voor de strategie ‘verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’. De onderzoeksstrategie is uitgebreid met het dieper doorzetten van de boringen en extra analyses tot 1,0 m -mv vanwege de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen (op basis van voorgaand onderzoek). Gedempte sloten Binnen de locatie is sprake van twee voormalige sloten die in dezelfde periode zijn gedempt. In de langste sloot worden twee raaien van drie boringen tot 2,0 m -mv uitgevoerd. In de kleinere sloot wordt één raai van drie boringen tot 2,0 m -mv geplaatst.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 8 van 20
PFAS Op 2 juli 2020 is het geactualiseerde ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ van kracht geworden. Hierin is aangegeven dat als er sprake is van grondafvoer, acceptatie of toepassen van grond, onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS noodzakelijk kan zijn. In dit onderzoek is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS (30 verbindingen) uitgevoerd. Op basis van de gegevens van het vooronderzoek wordt de volgende hypothese gehanteerd: De boven- en ondergrond is verdacht op de aanwezigheid van PFAS. Het PFAS-onderzoek is gebaseerd op de strategie ‘verdachte locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HO)’. Asbest Op basis van het vooronderzoek is de hypothese ‘locatie verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging in de puinhoudende lagen’ gekozen. De onderzoeksstrategie van het verkennend onderzoek asbest in grond voldoet aan de NEN 5707, strategie 'verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 9 van 20
3
Uitgevoerd onderzoek
3.1
Kwaliteitsborging
De werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met het Besluit bodemkwaliteit. BK Ingenieurs B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van veldwerk op basis van de beoordelingsrichtlijn (BRL) SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ en onderliggende protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. BK Ingenieurs B.V. is hiervoor in het bezit van het procescertificaat VB-075. Voor het veldwerk en de bemonstering voor het PFAS-onderzoek zijn de voorschriften gehanteerd conform de handreiking PFAS bemonsteren (versie 1.0 van 25 juni 2020). De veldwerkzaamheden zijn aangenomen door vestiging Dordrecht en uitgevoerd op 2, 5 en 18 februari en 1 april 2021. De monstername van het grondwater is minimaal één week na plaatsing van de peilbuis uitgevoerd op 18 februari 2021. Alle veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door personeel van vestiging Velserbroek/Berkel-Enschot (Tilburg) die voor de betreffende protocollen bij RWS Leefomgeving/Bodem+ geregistreerd staan onder de erkenning van BK Ingenieurs B.V. In bijlage 7 staan de namen van alle bij het project betrokken veldwerkers vermeld, inclusief het protocol en de verklaring dat zij hun veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever hebben uitgevoerd. De werkzaamheden waarop deze rapportage betrekking heeft, zijn conform de BRL SIKB 2000 getoetst op partijdigheid.
Er is geen sprake van persoonlijk of zakelijk recht op de bodem, grond of bagger op de veldwerklocatie bij de uitvoerder van het veldwerk van voorliggend milieuhygiënisch bodemonderzoek.
3.2
Uitgevoerd onderzoek
De uitgevoerde werkzaamheden worden hier beschreven. De verschillende onderzoeken zijn daar waar mogelijk gecombineerd uitgevoerd. In de verschillende tabellen zijn de werkzaamheden samengevat. 3.2.1
Verkennend bodemonderzoek
Algemene kwaliteit grond In totaal zijn 28 boringen verricht, waarvan negen boringen tot 2,0 m -mv in de twee gedempte sloten en de rest is gelijkmatig verspreid over het overige deel van de onderzoekslocatie. De boringen zijn gecombineerd uitgevoerd met de graafgaten van het verkennend asbest-in-grondonderzoek. Hierbij is het grondmonster uit de wand van de graafgat genomen. Veldwerkzaamheden 2 februari 2021 Op 2 februari 2021 is geconstateerd dat op een significant deel van de onderzoekslocatie sprake is van stelconplaten. De boringen 005, 008 en 013, welke aan de oostkant van de locatie zijn gelegen, zijn gestaakt op variërende dieptes (0,5 à 1,0 m -mv) vanwege het aantreffen van een onbekende verhardingslaag. Veldwerkzaamheden 5 februari 2021 Op 5 februari 2021 zijn de boorpunten 006 en 007 geplaatst. Veldwerkzaamheden 18 februari 2021 Op 18 februari 2021 is het grondwater bemonsterd. Hiernaast zijn met behulp van een kernboor aanvullend drie boringen geplaatst door de stelconplaten (boring 017 t/m 019). Tevens zijn de boorpunten G7 t/m G9 geplaatst in de langste gedempte sloot.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 10 van 20
Veldwerkzaamheden 1 april 2021 Naar aanleiding van de analyseresultaten uit het verkennend bodemonderzoek is op 1 april 2021 aanvullend onderzoek uitgevoerd. De boorpunten 005 t/m 009 zijn herplaatst tot maximaal 1,0 m -mv en aangeduid als 005A t/m 009A. De bovengrond van deze boorpunten is separaat geanalyseerd op OCB inclusief organische stof, ter uitsplitsing van een mengmonster. Er zijn op basis van ligging, diepte en bodemopbouw zeven mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op het NEN 5740 grondpakket inclusief OCB en arseen. Vanwege het aantreffen van plantenresten in een boring ter plaatse van een gedempte sloot is aanvullend een monster geanalyseerd op het NEN 5740 grondpakket inclusief arseen. Totaal zijn vijf monsters geanalyseerd op OCB inclusief organische stof, ter uitsplitsing van een mengmonster. Voor de samenstelling van de grondmengmonsters wordt verwezen naar tabel 7 (resultaten). De samenstelling van het NEN 5740 grondpakket is beschreven in bijlage 6. PFAS In totaal ís één mengmonster van de bovengrond en één mengmonster van de ondergrond geanalyseerd op PFAS (30 verbindingen). Asbest Het maaiveld van de locatie van het asbestonderzoek is in haaks op elkaar staande inspectiestroken visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal.
Ter plaatse van de stelconplaten, hoge begroeiing en klinkers was het niet mogelijk het maaiveld te inspecteren op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. De contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) is onderzocht door handmatig graven van proefgaten met minimale afmetingen van 0,3 x 0,3 m. De uitkomende grond van de gaten is gezeefd over 20 mm. De fractie >20 mm is visueel geïnspecteerd op aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Op basis van de geplaatste boringen en graafgaten is afwijkend van de voorinformatie geen puinhoudende grond aangetroffen. Over een oppervlakte van maximaal 1.000 m² zijn bijmengingen baksteen aangetroffen in de bovengrond, waarvan een mengmonster van de fijne fractie is samengesteld en geanalyseerd. Van de overige zintuiglijk schone grond is tevens een mengmonster samengesteld en geanalyseerd. De ondergrond (0,5 - 2,0 m -mv) is onderzocht door middel van het verrichten van minimaal drie handmatige boringen van voldoende diameter (>12 cm) tot 2,0 m -mv en het visueel inspecteren van de uitkomende grond op aanwezigheid van asbest. Grondwater Er is één peilbuis geplaatst, waarbij het grondwater is geanalyseerd op het NEN 5740 grondwaterpakket. De samenstelling van het NEN 5740 grondwaterpakket is beschreven in bijlage 6. Voor de gegevens over het grondwatermonster wordt verwezen naar tabel 10 (resultaten).
Het onderzoeksprogramma voor grond, asbest en grondwater is samengevat in tabel 6. tabel 6: uitgevoerd onderzoek bodem Aantal boringen/proefgaten/ peilbuizen
Analyses grond
Analyses grondwater
13 x boringen tot 1,0 m -mv* 15 x graafgaten tot 0,5 m -mv* 2 x boringen tot 2,0 m -mv* en 1 x peilbuis①
1 x standaardpakket grond incl. arseen 7 x standaardpakket grond incl. arseen en OCB
1 x standaardpakket grondwater incl. arseen
Gestuite boringen 1 x boring gestuit op 0,5 m -mv 1 x boring gestuit op 0,8 m-mv 1 x boring gestuit op 1,0 m -mv
2 x PFAS in grond (30 verbindingen) 2 x asbest in grond 5x OCB inclusief organische stof (uitsplitsing)
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 11 van 20 Aantal boringen/proefgaten/ peilbuizen
Analyses grond
Analyses grondwater
Gedempte sloot 9 x boringen tot 2,0 m -mv Herplaatste boringen 5 x boringen tot maximaal 1,0 m -mv (005A t/m 009A) m -mv ① ② *
meters beneden maaiveld de bovenzijde van het filter staat 0,5 m onder grondwaterstand 30 verbindingen conform de advieslijst van 12 juli 2019 de boringen zijn tot 0,5 m -mv afgewerkt tot graafgat (30 cm x 30 cm) t.b.v. het verkennend asbest-in-grondonderzoek
De locaties van alle verrichte boringen, gegraven proefgaten en geplaatste peilbuis zijn aangegeven op de overzichtstekening in bijlage 1.2. Deze tekening is alleen geschikt voor maatvoering van bodemonderzoek. De analyses zijn uitgevoerd door de laboratoria van SGS Environmental Services B.V. (tot 7 april 2021 handelend onder de naam SYNLAB Analytics & Services B.V.) die geregistreerd staan in het RvA-register. De voorbehandeling voor de grond- en grondwatermonsters is conform AS3000 uitgevoerd (exclusief voor de PFAS-analyses).
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 12 van 20
4
Resultaten onderzoek
4.1
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
Algemene kwaliteit In bijlage 2 is de bodemopbouw van de onderzoekslocatie per boring/proefgat weergegeven. Hierin zijn ook de zintuiglijke waarnemingen vermeld. De boorprofielen zijn beschreven conform NEN 5104:1989/C1:1990. De zintuiglijke waarnemingen tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn beschreven overeenkomstig NEN 5706:2003. Circa de helft van het maaiveld is braakliggend. Op het westelijke deel van de locatie is een strook met stelconplaten aanwezig. Op het oostelijke deel en de noordelijke grens van de locatie is sprake van klinkerverharding. Aan de zuidkant is hoge begroeiing aanwezig. Uit de boorprofielen blijkt dat de bovengrond (tot 0,5 m -mv) over het algemeen bestaat uit zand. De ondergrond bestaat tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m -mv variërend uit zand, klei en/of veen. Ter plaatse van de boringen 004, 012, 013 en 015 zijn antropogene bijmengingen met baksteen aangetroffen. Hiernaast zijn de boringen 005, 008 en 013 gestaakt op een onbekende verhardingslaag tussen 0,5 en 1,0 m -mv. Deze drie boringen bevinden zich op het oostelijke deel van de onderzoekslocatie. De grondwaterstand is tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden waargenomen op circa 1,0 m -mv. Gedempte sloot Alleen in boring G09 is een bodemlaag waargenomen wat duidt op een mogelijke dempingslaag, zijnde zand met bijmengingen plantenresten op 0,5 tot 1,0 m -mv.
Asbest Tijdens de veldwerkzaamheden waren de weersomstandigheden voor het uit te voeren asbestonderzoek redelijk. De temperatuur was circa 4°C. Er was voldoende zicht en er was sprake van lichte neerslag. De conditie van het maaiveld betrof vochtig zand met matige vegetatie. Plaatselijk is hoge begroeiing aanwezig. Het maaiveld is voor circa 1/3 deel bedekt met straatklinkers, circa 20% bedekt met stelconplaten en voor circa 5% met (hoge) begroeiing waardoor op dit deel (circa 60%) van de locatie geen representatieve maaiveldinspectie heeft kunnen plaatsvinden. De inspectie-efficiëntie van de uit de graafgaten komende grond is 100%. In het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m -mv, ter plaatse van de graafgaten 004, 012, 013 en 015, zijn antropogene bijmengingen met baksteen aangetroffen. De oppervlakte van de baksteenhoudende grond wordt op basis van de geplaatste graafgaten en boringen ingeschat op maximaal 1.000 m². De fijne fractie (<20 mm) van de baksteenhoudende laag is afzonderlijk bemonsterd en de grove fractie is visueel geïnspecteerd. Ter plaatse van de overige graafgaten zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Van de zintuiglijk schone grond is tevens de fijne fractie afzonderlijk bemonsterd en is de grove fractie visueel geïnspecteerd. De verwachting op basis van het vooronderzoek dat er sprake is van bijmengingen puin in de grond is niet bevestigd.
Op het inspecteerbare deel van het maaiveld en in de uitkomende grond van de proefgaten en boringen is geen asbestverdacht materiaal in de grove fractie (>20 mm) aangetroffen.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 13 van 20
4.2
Normering
Bodem Algemene kwaliteit Voor de beoordeling van de bodemkwaliteit worden de resultaten van de chemische analyses van grond- en grondwatermonsters getoetst aan de bodemnormen die zijn vastgesteld in de vigerende wet- en regelgeving, inclusief richtlijnen opgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. BK ingenieurs maakt gebruik van het toetsprogramma van SYNLAB/SGS Environmental Services B.V dat is gevalideerd met behulp van de Bodem Toets en Validatie (BoToVa)-service van het ministerie. De toetsing conform BoToVa is opgenomen in bijlage 4. Voor de volledige tekst van de bodemnormering wordt verwezen naar www.overheid.nl. De resultaten voor PFAS zijn getoetst aan de waarden zoals genoemd in het geactualiseerde tijdelijke handelingskader van 2 juli 2020 en de op 5 maart 2020 in een notitie gepubliceerde INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging). Het toetsingskader voor PFAS is toegelicht in bijlage 5. De resultaten voor PFAS worden tevens getoetst aan het lokale beleid van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (Herziene handreiking toepassing van PFOA houdende grond Zuid-Holland Zuid, Z-18-330610, 13 juni 2018, Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid). Asbest Voor asbest dienen de gewogen gehalten te worden getoetst.
Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet, vezelvormig anthophylliet, vezelvormig actinoliet en vezelvormig tremoliet). Op basis van een verkennend asbestonderzoek dient te worden getoetst aan de concentratie 50 mg/kg ds (dit is de helft van de interventiewaarde). Bij overschrijding van deze concentratie is een nader asbestonderzoek noodzakelijk. Indien de concentratie asbest lager of gelijk is dan is een nader asbestonderzoek niet noodzakelijk. Er mag in een verkennend asbestonderzoek niet worden getoetst aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. In bijlage 6 is een verklarende woordenlijst opgenomen.
4.3
Toetsingsresultaten
Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3 van dit rapport. Alle toetsingsresultaten en eventuele rekenbladen voor asbest zijn opgenomen in bijlage 4. Bodemonderzoek Algemene kwaliteit De analyseresultaten, de getoetste gestandaardiseerde gehalten en de normwaarden waaraan getoetst is, staan weergegeven in bijlage 4. In tabel 7 en tabel 10 staan de stoffen vermeld waarvan het gestandaardiseerd gehalte in grond of de concentratie in grondwater de normwaarden voor grond en grondwater overschrijden. Met ‘gestandaardiseerd’ wordt bedoeld: omgerekend naar standaard bodem. Daarnaast zijn de resultaten voor grond indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit Bbk). Deze gegevens staan ook opgenomen in bijlage 4. De in deze rapportage opgenomen toetsing van toepassing en verspreiden van grond volgens het Besluit bodemkwaliteit is slechts opgenomen om een indicatie te geven van de mogelijke afvoerbestemming van de grond of baggerspecie. Deze toetsing is geen wettelijk bewijsmiddel voor het toepassen van de grond conform het Besluit bodemkwaliteit. PFAS In tabel 8 zijn de resultaten van de PFAS-analyses samengevat. De gehalten PFAS in de grond zijn, indien noodzakelijk, gecorrigeerd voor organische stof.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 14 van 20
Asbest In tabel 9 zijn de gemeten en gewogen asbestgehaltes opgenomen. De correctie van het gemeten gehalte wordt alleen uitgevoerd indien asbest is vastgesteld in de fijne fractie boven de rapportagegrens én er sprake is van een grove (en dus uitgezeefde) fractie (>20 mm). In dat geval betreft de fijne fractie geen 100% van het oorspronkelijke monster (inclusief de grove fractie) en dient deze te worden teruggerekend naar het oorspronkelijke monster. Opmerkingen Op de analysecertificaten uit bijlage 3 staan opmerkingen/voetnoten bij enkele parameters vermeld. De opmerkingen/voetnoten op de certificaten hebben geen invloed op de conclusies van het onderzoek.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 15 van 20 tabel 7: overschrijding van de normwaarde door gestandaardiseerd gehalte in grond Monster- Boringen code
Traject (m -mv)
Hoofdbestanddeel bodem en zintuiglijke waarneming
Uitgevoerde analyse
> AW [mg/kg ds]
>T [mg/kg ds]
>I [mg/kg ds]
Hergebruik Bbk/ veiligheidsklasse
MM1
004, 012, 013, 015
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend zand
zink (147)
-
-
Achtergrondwaarde
MM2
001, 003, 010, 011
0,0 - 0,5
zintuiglijk schoon zand
-
-
-
Achtergrondwaarde
MM3
005, 007, 008, 009
0,1 - 0,6
zintuiglijk schoon zand
NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen
-
beta-HCH (2,15)
Niet toepasbaar (>interventiewaarde)
MM4
001, 009, 014, G04
0,6 - 1,8
zintuiglijk schoon klei
-
-
Achtergrondwaarde
MM5
003, 004, 012, 015
0,5 - 1,0
zintuiglijk schoon zand
PCB (0,14) zink (237) kwik (0,345) kwik (0,21) lood (72,9) -
-
-
Achtergrondwaarde
MM6
010, 014, 016
0,5 - 2,5
zintuiglijk schoon veen
-
-
Industrie
MM7
017, 018, 019
0,2 - 0,5
zintuiglijk schoon zand
zink (144) kwik (0,158) lood (90,2) PAK (6,62) minerale olie (319) -
-
-
Achtergrondwaarde
G09-2
G09
0,5 - 1,0
zwak plantenrestenhoudend zand
zink (164)
-
-
Achtergrondwaarde
-
-
-
hexachloorbutadieen (0,0065)
-
-
hexachloorbutadieen (0,0060)
-
-
-
-
-
-
-
-
NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen
NEN 5740 pakket incl. OCB en arseen NEN 5740 pakket en arseen
Uitsplitsing MM3 005A-1
005A
0,05 – 0,3
zintuiglijk schoon zand
006A-1
006A
0,07 – 0,5
zintuiglijk schoon zand
007A-1
007A
0,07 – 0,5
zintuiglijk schoon zand
008A-1
008A
0,1 – 0,5
zintuiglijk schoon zand
009A-1
009A
0,1 – 0,6
zintuiglijk schoon zand
> AW >T >I -
OCB incl. organische stof OCB incl. organische stof OCB incl. organische stof OCB incl. organische stof OCB incl. organische stof
: gestandaardiseerd gehalte groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : gestandaardiseerd gehalte groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen gestandaardiseerd gehalte boven de betreffende normwaarde
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 16 van 20 tabel 8: resultaten PFAS-onderzoek getoetst aan het tijdelijk handelingskader en INEV’s en lokaal beleid OZHZ Monstercode
Boringen
Traject (m -mv)
Bodemsoort en zintuiglijke waarneming
Analyse
Indicatie Hergebruik (landelijk beleid)
Indicatie hergebruik (lokaal beleid)
Toetsing INEV’s
MM1
004, 012, 013, 015
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend zand
PFAS 30 verbindingen
Landbouw/natuur
Zone A en B
< INEV
MM4
001, 009, 014, G04
0,6 - 1,8
zintuiglijk schoon klei
PFAS 30 verbindingen
Landbouw/natuur
Zone A en B
< INEV
: tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van 3 juli 2020 : Herziene handreiking Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid van 13 juni 2018 : 30 verbindingen conform de advieslijst van 12 juli 2019
tabel 9: resultaten asbest-in-grondonderzoek Mengmonster
Boring/ proefgat
Diepte (m -mv)
AMM1
001, 014, 009
AMM2
004, 012, 013, 015
① ② -
Bodemsoort Bijmengingen Uitgevoerde analyse Drooggewicht geanalyseerd grondmonster (kg ds)
Berekend gehalte in grond a.g.v. asbest in plaatmateriaal (mg/kg ds)
Gemeten gehalte asbest in grondmonster (mg/kg ds)
Soort asbest
HechtGewogen gehalte gebonden asbest in grond ja/nee (mg/kg ds)①
0,00 0,50
zand
geen
16,9
-
<2
-
-
<2
0,00 0,50
zand
zwak baksteen
15,9
-
<2
-
-
<2
Fijne fractie 0,5-20 mm (NEN 5898)②
deze kolom is de gewogen som van kolom 7 en 8 en is zo nodig gecorrigeerd o.b.v. het percentage grof materiaal (>20 mm) van de fractie <0,5 mm wordt een zeer klein deel (10 gram) kwalitatief beoordeeld. Indien in deze fractie asbest wordt aangetoond betreffen dit losse vezels of vezelbundels. Deze kunnen verder worden onderzocht met een SEM-analyse niet geanalyseerd
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 17 van 20 tabel 10: overschrijding van de normwaarde door concentratie in grondwater Grondwatermonstercode
Filterstelling
Grondwaterstand
(m -mv) 010-1-1
1,50 - 2,50
>S >T >I NTU
Zuurgraad
(m -mv)
Elektrische geleidbaarheid (µs/cm)
Troebelheid
(-)
(ntu)
0,30
2.360
6,0
50
Uitgevoerde analyse
NEN 5740 pakket inclusief arseen
>S
>T
>I
[µg/l]
[µg/l]
[µg/l]
barium (110) naftaleen (0,03)
-
-
: concentratie groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (licht verontreinigd) : concentratie groter dan de tussenwaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (matig verontreinigd) : concentratie groter dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd) : geen concentratie boven de betreffende normwaarde : Nephelometric Turbidity Unit; In het grondwater uit alle peilbuizen is een verhoogde troebelheid (>10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de concentratie van geen enkele parameter groter dan de tussenwaarde. De eventuele overschatting van de concentraties als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De in de NEN 5744 genoemde (maximale) troebelheid van 10 NTU is slechts indicatief. Als troebelheid hoger dan 10 NTU wordt geconstateerd, kan toch monsterneming plaatsvinden (mits elektrische geleidbaarheid gestabiliseerd is). Pas met de interpretatie van de analyseresultaten kan worden beoordeeld of troebelheid een probleem vormt (conform bijlage C van NEN 5744).
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 18 van 20
4.4
Resultaten bodemonderzoek
Grond Algemene kwaliteit In de baksteenhoudende bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv), ter plaatse van het braakliggende deel (MM1), is een licht verhoogd gehalte zink aangetoond. In de zintuiglijk schone bovengrond op het braakliggende deel en onder de stelconplaten (0,0 - 0,5 m -mv), zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In de kleiige ondergrond (0,6 - 1,8 m -mv) zijn licht verhoogde gehalten kwik en lood aangetroffen. In de venige ondergrond (0,5 - 2,5 m -mv) zijn licht verhoogde gehalten zink, kwik, lood, PAK en minerale olie aangetoond. Ter plaatse van boring G09 in de gedempte sloot met plantenresten is zink licht verhoogd aangetoond. OCB-verontreiniging In het mengmonster van de bovengrond (MM3: 0,1 - 0,6 m -mv), onder de klinkers van de oostelijke parkeerplaats, is een sterk verhoogd gehalte beta-HCH aangetoond. Hiernaast zijn in mengmonster MM3 licht verhoogde gehaltes zink, kwik en PCB aangetroffen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de licht verhoogde gehaltes OCB vermoedelijk zijn veroorzaakt door een verhoogde rapportagegrens als gevolg van noodzakelijke verdunning bij het laboratorium. Op de rest van de locatie zijn in zowel de boven- als ondergrond geen gehaltes OCB boven de rapportagegrens aangetoond. In een later stadium zijn de boringen die betrekking hebben op mengmonster MM3 herplaatst en separaat geanalyseerd op OCB ter uitsplitsing.
Op basis van de analyseresultaten is het sterk verhoogde gehalte beta-HCH niet bevestigd, in de deelmonsters zijn maximaal licht verhoogde gehaltes hexachloorbutadieen aangetoond. Hergebruiksmogelijkheden grond (indicatief) De bovengrond (0,1 - 0,6 m -mv), ter plaatse van de parkeerplaats, voldoet op basis van de onderzochte stoffen aan klasse ‘Industrie’. De bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) op het overige deel van het terrein voldoet op basis van de onderzochte stoffen (NEN-pakket, arseen, OCB) aan klasse ‘Achtergrondwaarde’. Met oog op PFAS is voor de bovengrond geen sprake van toepassingsbeperkingen voor zowel het landelijke als lokale beleid. De kleiige ondergrond (0,6 - 1,8 m -mv) voldoet op basis van de onderzochte stoffen (NEN-pakket, arseen, OCB en PFAS) aan klasse ‘Achtergrondwaarde’. Met oog op PFAS is voor de kleiige ondergrond geen sprake van toepassingsbeperkingen voor zowel het landelijke als lokale beleid. De venige ondergrond (0,5 - 2,5 m -mv) voldoet op basis van de onderzochte stoffen (NEN-pakket, arseen, OCB) aan klasse ‘Industrie’. Asbest In de beide geanalyseerde mengmonsters (AMM1 t/m AMM3) van de contactzone (0,0 - 0,5 m -mv) is analytisch geen asbest aangetoond. Grondwater Algemene kwaliteit In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium en naftaleen aangetoond.
Aangezien de aanwezigheid van barium vrijwel overal wordt vastgesteld, is hier (naar verwachting) sprake is van ‘van nature’ verhoogde achtergrondwaarden.
Wipmolen te Alblasserdam Verkennend bodem- en asbest-in-grondonderzoek | 203570 | 19 april 2021
BK ingenieurs pagina 19 van 20
5
Samenvatting/conclusies en aanbevelingen
Met dit verkennend bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit (inclusief asbest) op de locatie Wipmolen te Alblasserdam vastgelegd en zijn de hergebruiksmogelijkheden van de grond op indicatieve wijze bepaald. De rapportage kan gebruikt worden voor een omgevingsvergunningaanvraag. De bodem is vanuit milieuhygiënische oogpunt naar ons inzicht geschikt voor het beoogde gebruik, zijnde de bouw van woningen. De beslissing of op deze locatie gebouwd mag worden ligt uiteindelijk bij het bevoegd gezag. In onderstaande paragrafen staan de resultaten, toetsing aan de hypothese, conclusies en vervolgstappen beschreven.
5.1
Samenvatting/conclusies
Opbouw en zintuiglijke waarnemingen De bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) bestaat uit zand met plaatselijk bijmengingen baksteen. De ondergrond bestaat variërend uit zintuiglijk schone zand-, klei- en veenlagen. Grond Algemene kwaliteit De bovengrond ter plaatse van de oostelijke parkeerplaats is licht verontreinigd met zink, kwik, PCB en hexachloorbutadieen. De overige bovengrond binnen de onderzoekslocatie is niet tot maximaal licht verontreinigd met zink. De kleiige ondergrond is licht verontreinigd met kwik en lood. De venige ondergrond is licht verontreinigd met zink, kwik, lood, PAK en minerale olie. Hergebruik grond (indicatief) De bovengrond ter plaatse van de parkeerplaats voldoet aan klasse ‘Industrie’. De overige licht verontreinigde bovengrond en kleiige ondergrond voldoet aan bodemfunctieklasse ‘Achtergrondwaarde’. De venige ondergrond voldoet aan bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Met oog op PFAS is geen sprake van toepassingsbeperkingen voor zowel het landelijke als lokale beleid. Asbest Op de locatie is zowel op het maaiveld als in de contactzone (0,0 – 0,5 m -mv) visueel geen asbest aangetroffen of analytisch aangetoond. Het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) wordt niet overschreden. Grondwater Algemene kwaliteit Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen.
Toetsing hypothese bodem De hypothese ‘de boven- en ondergrond is verdacht voor de parameters OCB, zware metalen (inclusief arseen), PAK en/of minerale olie’ is juist gebleken. De verdenking ten aanzien van PFAS is niet terecht. De PFAS-gehaltes voldoen aan de klasse ‘Landbouw/natuur’. De hypothese ‘locatie verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging in de puinhoudende lagen’ is niet correct gebleken. Er is zowel visueel als analytisch is geen asbest aangetroffen. Hoewel de vooraf gestelde hypothese voor asbest niet correct is gebleken, wordt aanvullend asbestonderzoek met een aangepaste hypothese niet noodzakelijk geacht.