CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan CKC locatie Alblasserdam - Toelichting.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 30 november 2021, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan CKC-locatie - Raadsvoorstel19.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarbij zijn aan de achterzijde inpandige balkons (loggia's) toegepast. De te openen deuren en ramen zijn in deze loggia's aanwezig. De overige ramen aan de buitengevel worden vast (niet te openen) uitgevoerd. Met deze oplossing wordt voldaan aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit en aan de richtwaarden van Stap 3 van de VNG. Hiermee is sprake van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Conclusie Het treffen van maatregelen voor de aspecten geluid en licht zijn mogelijk om te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse. Daarom wordt het acceptabel geacht dat wordt afgeweken van de richtafstand. De treffen maatregelen zijn geborgd in de regels.

4.2 Geluid Buro DB heeft een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit akoestisch onderzoek is tezamen met het akoestisch onderzoek naar het sportveld bijgesloten in Bijlage 4. Voor de Wet geluidhinder is de nabijgelegen 50 km/uur-weg, de Van Hogendorpweg, een gezoneerde weg. Voor deze weg is de te verwachten geluidsbelasting op de gevel van het nieuwe woongebouw onderzocht en getoetst aan de wettelijke normen. Daarnaast zijn binnen het plangebied verschillende 30 km/uur-wegen (woonstraten) aanwezig. Het gaat daarbij op De Boezem en De Kreken. De te verwachten geluidsbelasting van deze wegen is beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Onderzoeksresultaten Uit het onderzoek volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de Van Hogendorpweg niet leidt tot normoverschrijding. Bij alle toetspunten voldoet de geluidsbelasting aan maximaal 48 dB. De hoogste geluidsbelasting ten gevolge van deze weg is 46 dB ter plaatse enkele toetspunten op de derde bouwlaag aan de zuidzijde van het gebouw. Voor deze situatie is nader onderzoek naar c.q. het treffen van geluidsbeperkende maatregelen niet nodig. Uit het onderzoek volgt dat de hoogste geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op De Boezem en De Kreken samen 53 dB bedraagt. Deze belasting treedt op ter plaatse van de westgevel (zijde van De Boezem).

Met een maximale geluidsbelasting van 53 dB (zonder correctie) wordt voldaan aan de grenswaarde van het gemeentelijke geluidsbeleid. Het onderzoeken c.q. treffen van geluidsbeperkende maatregelen is voor deze situatie ook niet nodig.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

29 - 54

Conclusie Ten aanzien van het geluid van wegverkeer voldoet het plan aan de wettelijke norm en aan de randvoorwaarden voor een goed woon- en leefklimaat. Voor dit aspect is sprake van goede ruimtelijke ordening. Het plan kan vanuit het onderdeel geluid gerealiseerd worden.

4.3 Externe veiligheid Voor het milieuaspect externe veiligheid zijn een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. Het Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. De overheid stelt grenzen aan de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Die grenzen zijn vertaald in een norm voor het plaatsgebonden risico (PR), een oriëntatiewaarde en verantwoordingsplicht voor het groepsrisico (GR). Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de opslag, productie of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Er worden in dit kader twee normstellingen gehanteerd, te weten: het plaatsgebonden risico: richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; het groepsrisico: stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Beoordeling Aan de hand van de risicokaart is beoordeeld welke risicobronnen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn. De volgende risicobronnen zijn relevant voor het planvoornemen: 1. Biokaas Kinderdijk, gelegen op 782 meter. 2.

Rivier de Noord, gelegen 542 meter. 3. A15, gelegen op 1,4 kilometer. 4. Omleidingsroute Noordtunnel van A15, gelegen op 1,7 kilometer.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

30 - 54

Afbeelding uitsnede risicokaart, plangebied aangeduid met oranje stip Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van de inrichting van Biokaas Kinderdijk. Ook ligt het plangebied buiten het invloedsgebied van de gasleiding die ten zuiden van de A15 ligt. Er wordt daarom niet nader ingegaan op deze risicobronnen. Het plangebied ligt niet binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van de drie transportroutes. Het inzichtelijk maken van de hoogte en toename van het GR is dan ook niet aan de orde. Uit onderstaande tabel blijkt dat alleen het invloedsgebied van de stofgroep GT3 (toxische stof) dat over De Noord wordt vervoerd over het plangebied ligt. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport is wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Dit wordt onderstaand nader toegelicht. Stofgroep Transport over de weg Transport over het water

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

31 - 54

Invloedsgebied

Aantal transporten

Invloedsgebied

Rijksweg A15 Omleidingsroute Noordtunnel LF1 45 meter 12.912 1.829 35 meter LF2 45 meter 24.731 2.425 35 meter LT1 730 meter 798 95 600 meter LT2 880 meter 412 493 880 meter LT3 > 4 km 0 0 n.v.t. GF1 40 meter 0 597 n.v.t. GF2 280 meter 0 1.131 65 meter GF3 355 meter 0 21.167 90 meter GT2 245 meter 0 0 n.v.t. GT3 560 meter 0 353 1.070 meter GT4 > 4 km 0 0 n.v.t. GT5 > 4 km 0 0 n.v.t. Tabel overzicht invloedsgebied en aantallen transporten per stofgroep transportroutes

Aantal transporten De Noord

9.882 13.958 146 0

0 2.135 196

Verantwoording zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid Mogelijke rampenscenario's Het vervoer van de stofgroep GT3 over De Noord betreft het vervoer van toxische stoffen, waardoor het toxisch scenario voor het bouwplan maatgevend is. Door een incident van een tank met toxische stoffen scheurt de tankwand. Een groot deel van de toxische stoffen lekken in korte tijd uit. De toxische vloeistof vormt een plas. De toxische damp wordt meegevoerd door de wind. Bij toxische gassen komen als gevolg van een brand toxische dampen direct vrij. De toxische stoffen worden meegevoerd door de wind. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. De appartementen in het plangebied zijn niet specifiek bestemd voor niet zelfredzame personen. Dit betekent dat de aanwezige personen in het plangebied zich, bij een eventuele dreigende situatie, over het algemeen op eigen kracht (of onder begeleiding van) goed in veiligheid kunnen brengen. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of personen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld.

Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op De Noord is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden (safe-haven-principe). Indien dit niet mogelijk is, kan ervoor gekozen worden om te vluchten. Bij een toxische wolk dient gevlucht te worden haaks op de wolk. Bij een incident met toxische stoffen op De Noord kan via De Kreken in noordelijke richting van De Noord af worden gevlucht. Bestrijdbaarheid Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. De meest voorkomende windrichting in Nederland is zuidwestenwind. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Door een snelle ontruiming/evacuatie is ook slachtofferreductie mogelijk. Het niet of korter blootstellen aan een toxische

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

32 - 54

stof zal het aantal slachtoffers verminderen. Conclusie Doordat het bouwplan niet binnen 200 meter van De Noord wordt gerealiseerd, is een berekening naar de hoogte en toename van het GR niet aan de orde is. Evenwel is ingegaan op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een eventueel incident met gevaarlijke stoffen op De Noord. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor het planvoornemen.

4.4 Verkeer en parkeren Buro DB heeft een onderzoek verkeer en parkeren uitgevoerd. Verkeer Verkeersgeneratie Bij de bepaling van de verkeersaantrekkende werking van het plan is uitgegaan van daarvoor opgestelde kencijfers van het CROW. In de huidige situatie is op de planlocatie een sportkantine aanwezig. Op gezette tijden, met name tijdens de weekenden en 's avonds bij trainingen, was er sprake van een verkeersaantrekkende werking van deze kantine. Met de komst van de nieuwe sporthal Molenzicht met kantine aan de Van Hogendorpweg, heeft dit verkeer een andere bestemming en maakt het geen gebruik meer van De Boezem en De Kreken. In het onderzoek is er echter niet specifiek rekening gehouden met een afname van verkeer op deze wegen. De verkeersaantrekkende werking van de nieuwe 20 sociale huurappartementen ligt volgens het CROW tussen 5,2 en 6,0 autoritten per woning. Dit is gemiddeld 5,6 autoritten per woning per etmaal. Voor het plan gaat het dan in totaal om circa 112 autoritten per etmaal. Naar verwachting maakt dit verkeer in zijn totaliteit gebruik van de route via De Boezem, van en naar de Van Hogendorpweg. Verkeersafwikkeling In de huidige situatie is de hoeveelheid verkeer (in absolute zin) op de wegen rondom het plangebied, zoals De Boezem en De Kreken laag.

In de huidige situatie is geen sprake van knelpunten in de verkeersafwikkeling en bereikbaarheid voor het autoverkeer. De verwachte toename van verkeer door het plan van circa 112 motorvoertuigen per etmaal leidt niet tot knelpunten. De capaciteit van de wegen is voldoende om deze (relatief) beperkte hoeveelheid extra verkeer goed te kunnen afwikkelen. Ook op de kruispunten van de wegen, waaronder het kruispunt van de Van Hogendorpweg met De Boezem, worden geen afwikkelingsproblemen verwacht. Uitgangspunt is dat al het verkeer van en naar het plangebied in de plansituatie gebruik maakt van de route via De Boezem. Voor de inschatting van de in de toekomst te verwachten verkeersintensiteit op De Boezem is uitgegaan van het verkeer behorende bij het aantal van 100 woningen dat van deze weg gebruik maakt. Dit aantal woningen is inclusief de 20 nieuwe woningen van het plan. Uitgaande van een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,0 autoritten per woning per etmaal, is de verwachte verkeersintensiteit op De Boezem (en De Kreken) maximaal 800 motorvoertuigen per etmaal. Ten gevolge van de realisatie van het plan is op deze weg sprake van een maximale verkeerstoename van circa (112 / (800-112) =) 16 procent. Gelet op de aanwezige restcapaciteit op de wegen is dit acceptabel. De capaciteit van de Van Hogendorpweg ligt rond de 15.000 motorvoertuigen per etmaal.

Op deze weg verspreidt het plangebonden verkeer zich in oostelijke en westelijke richting. In het geval dat al het plangebonden verkeer gebruik maakt van één van deze beide richtingen, dan bedraagt de verkeerstoename op de weg, als gevolg van het plan, maximaal (112 / 6500 =) circa 1,7 procent . Gelet op de aanwezige restcapaciteit op de weg is dit acceptabel. Ontsluiting Het plangebied is met de parkeergelegenheid rechtstreeks aangesloten op De Boezem. De aansluiting moet plaatsvinden door midden van een zogenaamde inritconstructie. Door de aansluiting van het parkeerterrein wordt het aanwezige

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

33 - 54

fietspad doorkruist. In de aansluiting dient het fietspad daarom een doorgaand karakter te krijgen. Verkeersveiligheid De verkeersveiligheid van de plansituatie wordt bepaald door de verschillend punten. Op elk van de punten wordt voorzien in de meest (verkeers-)veilige situatie. Er is sprake van: een absoluut en relatief beperkte toename van de hoeveelheid verkeer van en naar het plangebied en op de wegen rondom de planlocatie; voldoende zicht vanaf en op de entree/ontsluiting van het perceel/het parkeerterrein; een logische en overzichtelijke routing van het verkeer op eigen (parkeer)terrein. Aanvullende maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid zijn niet nodig. Leefbaarheid omgeving Uit de verkeersanalyse volgt dat het plan leidt tot een beperkte verkeerstoename ten opzichte van de referentiesituatie (huidige of autonome situatie) van maximaal 16 procent op De Boezem en maximaal 1,7 procent op de Van Hogendorpweg. Voor aspecten als geluid en luchtkwaliteit betekent dit dan ook dat naar verwachting geen sprake is van een substantiële toename van hinder en/of effect op de gezondheid voor mens en dier in de omgeving van de planlocatie. Voor omwonenden van het plangebied heeft het plan geen merkbare gevolgen ten aanzien van het aspect verkeer. Het plan leidt niet tot een verslechtering van de leefbaarheid in de omgeving.

Compenserende maatregelen op dat gebied zijn niet nodig. Parkeren Over de parkeerbehoefte van het plan en het minimale aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein zijn in de koopovereenkomst afspraken gemaakt tussen Woonkracht 10 en de gemeente. Uitgegaan is van een parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per woning. In het plan is voorzien in 30 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen op maaiveld. De parkeerbehoefte van het plan is (20 woningen x 1,5 =) 30 parkeerplaatsen. Het plan voldoet daarmee de eis voor de aanleg van voldoende parkeerplekken conform de gemaakte afspraken Conclusie verkeer en parkeren Vanuit deze aspecten gezien kan het plan zonder verdere maatregelen worden gerealiseerd.

4.5 Luchtkwaliteit Buro DB heeft een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 6 bijgesloten. Bij de beoordeling is naar twee aspecten van de luchtkwaliteit gekeken. Enerzijds de toets van de concentraties luchtverontreiniging als gevolg van de extra verkeersbewegingen door het plan. Anderzijds de beoordeling van de (totale) concentraties stoffen ter plaatse van het plangebied. Hiermee is getoetst aan de geldende grenswaarden uit de Wet Milieubeheer. Toets NIBM Het plan omvat de realisatie van twintig nieuwe sociale huurappartementen. Uit het uitgevoerde verkeersonderzoek volgt dat door het plan er een hoeveelheid van circa 112 autoritten per etmaal wordt gegenereerd. Dit verkeer maakt gebruik van De Boezem voor ontsluiting van en naar de Van Hogendorpweg. Met behulp van de NIBM-tool van het Kenniscentrum Infomil is op globale wijze beoordeeld of met deze verwachte verkeerstoename er sprake is van een al dan niet in betekenende mate bijdrage van het plan aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In onderstaande afbeelding is de berekening gepresenteerd. Bij de berekening is uitgegaan van een hoog percentage vrachtverkeer van 2%. Dit wordt gezien als een worst case-situatie.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

34 - 54

Afbeelding berekening NIBM-tool Het resultaat van deze (worst case) berekening met de NIBM-tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt. De bijdrage van het extra verkeer op de concentratie NO2 is maximaal 0,09 ug/m3. De bijdrage van het extra verkeer op de concentratie PM10 is 0,02 ug/m3. De grenswaarde van 1,2 ug/m3 wordt daarmee niet overschreden. Het resultaat van deze (worst case) berekening met de NIBM-tool geeft aan dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Beoordeling concentraties stoffen Met behulp van de Monitoringstool van het NSL (versie 2018) zijn de totale concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) en ultra fijn stof (PM2,5) langs de wegen rondom de planlocatie bepaald. In de omgeving van het plangebied zijn de Parallelweg, de Oost Kinderdijk, de Haven en de rijksweg A15 in de Monitoringstool opgenomen. Uit het onderzoek volgt dat de achtergrondconcentratie NO2 rondom het plangebied maximaal 33,5 ug/m3 bedraagt. Dit is op de locatie bij de autosnelweg ter hoogte van de Noordtunnel. De achtergrondconcentraties stikstofdioxide voldoen langs alle wegen aan de geldende wettelijke norm van maximaal 40 ug/m3. De toename van de concentratie NO2 als gevolg van het plan is circa 0,12 ug/m3. Deze verhoging zorgt niet voor een normoverschrijding.

De planlocatie voldoet daarmee zowel in de huidige situatie als in de plansituatie aan de wettelijke norm. Uit het onderzoek volgt dat de achtergrondconcentratie PM10 rond het plangebied maximaal 22,0 ug/m3 is. Dit voldoet (ruim) aan de wettelijke norm van maximaal 40 ug/m3. De toename van de concentratie PM10 als gevolg van het plan is 0,02 ug/m3. Daarmee voldoet de planlocatie zowel in de huidige situatie als in de plansituatie ruim aan de wettelijke norm voor fijn stof. Uit het onderzoek volgt dat de achtergrondconcentratie PM2,5 rondom het plangebied maximaal 13,7 ug/m3 is. Dit voldoet (ruim) aan de wettelijke norm van maximaal 25 ug/m3. De toename van de concentratie PM2,5 als gevolg van het plan is afgerond 0,02 ug/m3 . De planlocatie voldoet daarmee zowel in de huidige situatie als in de plansituatie ruim aan de wettelijke norm voor ultra fijn stof. Conclusie Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit heeft het plan geen nadelige effecten voor de leefbaarheid en gezondheid van de omgeving. Het plan voldoet ruimschoots aan de wettelijke bepalingen voor de luchtkwaliteit en kan zonder verdere maatregelen worden uitgevoerd.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

35 - 54

4.6 Flora en fauna Ecoresult heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgevoegd. Resultaten gebiedsbescherming Natura 2000 Boezems Kinderdijk is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gelegen op circa 170 meter afstand ten noorden van het plangebied. Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Om te onderzoeken of er sprake is van negatieve effecten is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd. Dit wordt nader toegelicht in subparagraaf 4.6.1. Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is Polder Blokweer, deze ligt circa 170 meter ten noorden van het plangebied. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten (sloop en nieuwbouw) die hier plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemd gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Belangrijk weidevogelgebied Polder Nieuw-Lekkerland ligt op ruim 1,4 km afstand ten oosten van het plangebied.

Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten (sloop en nieuwbouw) die hier plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Soortenbescherming Het plangebied is ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen en bomen. Het plangebied is geschikt als niet essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) voor uilen en roofvogels, echter zijn in de omgeving ruim voldoende vergelijkbare alternatieven aanwezig. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming is niet nodig. Soorten met niet jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht in en in de directe omgeving van het plangebied. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het groen in en grenzend aan, binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, het plangebied is potentieel geschikt voor algemene vogels. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart - 15 augustus).

Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk. Potentieel geschikte voor voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn afwezig. Geschikte bebouwing en bomen ontbreken. Tevens maakt het plangebied geen deel uit van essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes. Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied eveneens uit te sluiten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek is niet nodig. De activiteiten kunnen worden uitgevoerd. Het aanvragen van een ontheffing is niet nodig. Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

36 - 54

houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op verschillende soorten muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Conclusie Vanuit het onderdeel soortenbescherming gezien kan het planvoornemen gerealiseerd worden. Voor het onderdeel gebiedsbescherming is een nader onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Dit wordt nader toegelicht in subparagraaf 4.6.1.

4.6.1 Stikstofdepositie Voor het planvoornemen is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 8 bijgesloten. Op basis van het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie wordt gesteld dat het plan zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura 2000- gebieden. Hiermee wordt geconcludeerd dat de beoogde situatie in de aanlegfase en de gebruiksfase geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura 2000- gebieden veroorzaakt. Uit de voortoets blijkt dat voor het plan geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is.

4.7 Archeologie In het vigerende bestemmingsplan, Herstelplan Alblasserdam (2015), geldt voor het plangebied een “dubbelbestemming Waarde – Archeologie 8”. Conform deze dubbelbestemming dienen ingrepen in de ondergrond groter dan 5.000 m² en dieper dan 30 cm -Mv vooraf te worden gegaan door een archeologisch onderzoek. Uit onderzoek moet blijken of deze dubbelbestemming kan worden gehandhaafd, gewijzigd of geschrapt. Transect heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 9 bijgesloten. Onderzoek / conclusie In het plangebied is een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden vastgesteld. In het kader van de bestemmingsplanwijziging is het advies daarom om de bestaande dubbelbestemming hiermee samenhangend te handhaven (Waarde -Archeologie 8; >5.000 m² en dieper dan 30 cm -Mv). Concreet betekent dit in het kader van de voorgenomen ingrepen, de bouw van een aantal woningen, dat in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. De voorgenomen ingrepen zorgen naar verwachting niet voor de aantasting van archeologische waarden.

Mochten er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt voor de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden de wettelijke plicht dergelijke zaken direct te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Alblasserdam (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10) Het bovenstaande is een advies. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt het bevoegd gezag (de gemeente Alblasserdam) een besluit over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische waarden binnen het plangebied.

4.8 Bodem RSK Netherlands heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 10 bijgesloten. Met het onderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie vastgesteld. Onderzoek Op basis van het bodemonderzoek zijn in de grond verhoogde gehalten (ten opzichte van de achtergrondwaarde) zware metalen en PCB aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties (ten opzichte van de streefwaarde) barium en xylenen gemeten. In de bovengrond en in de bodemlaag rond de grondwaterstand en in het grondwater zijn verhoogde gehalten PFOA

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

37 - 54

gemeten. De gemeten gehalten PFOA in de grond bevinden zich binnen de voor de locatie (zone 1) te verwachten concentraties op basis van de verwachtingskaart. De gehalten PFOA in de grond zijn lager dan de risicogrenzen voor het gebruik wonen met tuin en voor het gebruik ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie; de risicogrenswaarden voor grondwater worden niet overschreden. Conclusie De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Het plan kan vanuit het aspect bodem worden gerealiseerd.

4.9 Water Het plangebied valt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Waterbeheerprogramma Het Waterschap Rivierenland heeft in december 2015 het waterbeheerprogramma 'Koers houden, kansen benutten' voor de periode 2016-2021 vastgesteld. In dit programma staan de lange termijn doelen ten aanzien van de waterveiligheid, het watersysteem en de waterketen centraal. De watertoets is een belangrijk instrument om bij ruimtelijke ontwikkelingen de belangen van goed waterbeheer mee te wegen. Er mag in de toekomst geen nieuwe overlast ontstaan. Keur De Keur van het waterschap Rivierenland 2014 is op 1 januari 2015 vastgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Ook kent de Keur verbodsbepalingen over zaken die niet mogen in of bij dijken en wateren. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en bij dijken en wateren, heeft met de Keur te maken. Legger wateren Het waterschap legt informatie over wateren in het beheergebied vast in de legger. In de legger wateren wordt weergegeven welke wateren een A-, B-, C- status hebben. Deze status is van belang voor; Het verlenen van een watervergunning; Het bepalen van de onderhoudsplicht. In de Keur is opgenomen dat de status van het water (A, B, C) bepaalt wie verantwoordelijk is voor het onderhoud.

In de Keur is vastgelegd dat de verantwoordelijke verplicht is tot het uitvoeren van gewoon of buitengewoon onderhoud. En de onderhoudsplichtigen zijn verplicht tot instandhouding van het waterstaatwerk overeenkomstig de functie van dit werk. De te beheren wateren zijn verdeeld in; A-wateren: van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het waterschap onderhouden. B-wateren: van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door de aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. C-wateren: wateren die van tertiair belang zijn voor het waterbeheer waarvoor geen jaarlijkse onderhoudsplicht geldt. A-watergangen hebben een beschermingszone van in principe 5 meter aan beide zijden, gemeten uit de insteek. Voor B-watergangen geldt een beschermingszone van 1 meter aan beide zijden, gemeten uit de insteek. Dat zijn de enige beschermingszones. Voor C-watergangen gelden geen beschermingszone. Beoordeling

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

38 - 54

Watergangen De watergang die langs de oostkant van het plangebied ligt is aangewezen als B-watergang. Het nieuwe appartementencomplex wordt buiten de beschermingszone van de watergang gebouwd. Daarmee wordt gesteld dat de realisatie van het plan niet van invloed is op de watergang.

Afbeelding uitsnede legger wateren, waterschap Rivierenland Toename verharding en compensatie Voor het planvoornemen is berekend hoeveel de verharding in de bestaande- en in de nieuwe situatie bedraagt (zie hiervoor ook Bijlage 11). In bepaling 17 in de beleidsregel ''Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak'' van het waterschap is het volgende bepaald ten aanzien van het berekenen van de toename van het verhard oppervlak: ''Van de compensatieplicht voor nieuw verhard oppervlak, kan de oppervlakte van recent gesloopte gebouwen worden afgetrokken. De sloop mag niet langer dan 5 jaar geleden zijn geweest en er moet gesloopt zijn met het doel om te herbouwen. De eigenaar die gesloopt heeft moet wel zelf de aanvraag indienen. Deze regel geldt niet voor rechtsopvolgers, omdat deze de gekochte grond zonder de gesloopte gebouwen aantreffen en voor nieuw verhard oppervlak met de gebruikelijke compensatie rekening moeten houden.'' Van deze regel kan voor voorliggend plan gebruik worden gemaakt. De initiatiefnemer heeft de gronden aangekocht met daarop de bestaande kantine en verharding. Vervolgens heeft de initiatiefnemer zelf de bebouwing gesloopt. Binnen 5 jaar na sloop van de bebouwing wordt de bouw gerealiseerd. In de waterberekening is daarom uitgaan van de situatie waarin de bestaande bebouwing en verharding nog aanwezig waren.

De verharding bedroeg in de bestaande situatie 1664 m2. In de nieuwe situatie bedraagt de verharding 2040 m2. De verharding neemt met 376 m2 toe. Het onverhard oppervlak bedroeg in de bestaande situatie 534 m2. In de nieuwe situatie bedraagt het onverhard oppervlak 158 m2. Het onverhard oppervlak neemt met 376 m2 af.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

39 - 54

Afbeelding waterberekening Het waterschap Rivierenland hanteert vuistregels voor compenserende waterberging. Deze vuistregels zijn: Het oppervlak open water van te dempen watergangen wordt 1:1 gecompenseerd; Bij een bui T=10+10% mag het waterpeil in de sloot in principe met 0,30 m stijgen. Dit is een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T=100+10%), mag het waterpeil stijgen tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau; Bij toename van verhard oppervlak geldt 436 m3 extra waterberging per hectare toename van verhard oppervlak indien dat verhard oppervlak loost op open water (gebaseerd op een maatgevende bui van T=10+10%). Voor de verhardingen die lozen op bijvoorbeeld een waterdoorlatende verharding (kunstmatige bergingsvoorziening), hanteert het waterschap een compensatie van 664 m3 /ha (gebaseerd op een maatgevende bui van T=100+10%). Ervan uitgaande dat waterberging wordt voorzien in de vorm van een kunstmatige bergingsvoorziening, wordt de norm van 664 m3/ha aangehouden. Het waterschap hanteert een eenmalige compensatievrijstelling van 500 m2 in het stedelijk gebied. Omdat deze vrijstellingsregel al eerder door de initiatiefnemer is gebruikt elders binnen het beheersgebied van het waterschap mag de vrijstelling niet gehanteerd worden.

Derhalve dient er watercompensatie te worden gerealiseerd, in totaal 24,97 m3. In een waterhuishoudkundig onderzoek zijn de te realiseren compenserende maatregelen onderzocht, zie hiervoor Bijlage 12 Memo haalbaarheid compensatie maatregelen water. Voor de realisatie van de benodigde waterberging wordt gekozen voor een combinatie van een groene buitenruimte aan de achterzijde van het complex en de realisatie van een groen dak. Er wordt niet gekozen voor de aanleg van open water omdat er geen fysieke ruimte aanwezig is binnen het projectgebied ,om open water te kunnen realiseren. Door een combinatie van de afname aan verhard oppervlak (door de aanleg van de groene buitenruimte) en een groen dak kan de waterbergingsopgave ingevuld worden: 1. Door de realisatie van een groenvoorziening aan de achterzijde van het appartementencomplex neemt de verhardingstoename af van 376 m² naar 117,5 m². Dit resulteert in een herziende waterbergingsopgave van 7,80 m³. Hiervan uitgaande dient er minimaal 279m² aan groen dak aangebracht te worden in het plangebied. Hierin kan worden voorzien door het aanleggen van een groen dak over de gehele oppervlakte van het dak van nieuwe complex (oppervlakte circa 700 m2).

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

40 - 54

Aan de zijde van de bestaande woningen aan de Boezem is aan de kant van de loggia's en buitenruimte van de nieuwbouw een functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - groenvoorziening - 2' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding dient een groenvoorziening met een minimale hoogte van 4 meter gerealiseerd te worden. In een voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding een wintergroene groenvoorziening wordt aangelegd en in stand wordt gehouden. Hiermee is ook in het kader van waterberging zeker gesteld dat aan deze zijde groen wordt aangelegd, waarmee de verhardingstoename afneemt. Dit betekent dat de resterende waterbergingsopgave 7,80 m³ bedraagt. In deze waterberging kan worden voorzien door de realisatie van een groen dak. In een voorwaardelijke verplichting is vastgelegd dat voorzien moet worden in de waterbergingsopgave van 7,80 m³. Watertoets Voor het plan is de digitale watertoets doorlopen. De samenvatting daarvan is bijgesloten als Bijlage 13. Riolering en hemelwater In de toekomstige situatie wordt het hemelwater gescheiden verwerkt van het huishoudelijk afvalwater. Voor het huishoudelijk afvalwater is een aansluiting nodig op de bestaande riolering.

In een apart rioleringsplan moet onderzocht en uitgewerkt worden of de capaciteit van de bestaande riolering voldoende is om aansluiting mogelijk te maken en hoe de aansluiting gerealiseerd wordt. Hierbij is het van belang dat een gescheiden stelsel wordt aangelegd. Conclusie Op basis van de waterparagraaf wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de realisatie van het planvoornemen in het plangebied. Er dient watercompensatie gerealiseerd te worden. Dit is ook geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels. De uitvoerbaarheid van de aanleg van de maatregelen ten behoeve van watercompensatie is door middel van onderzoek aangetoond. Voor de aanleg van de watercompenserende maatregelen, zoals beschreven in deze paragraaf, dient een watervergunning te worden aangevraagd.

4.10 M.e.r. beoordeling Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Een bestemmingplan (of wijzigingsplan) kan plan m.e.r.-plichtig zijn. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.-plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Onderdeel D van het Besluit m.e.r. bevat grotendeels dezelfde activiteiten als onderdeel C.

Een belangrijk verschil zit in de gevallen (kolom 2) waarop de activiteit betrekking heeft. De drempelwaarden die in 'kolom 2' gevallen' aangegeven staan, zijn in onderdeel D lager dan in onderdeel C. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag of de ruimtelijke procedure dient een aparte beslissing te worden genomen dat geen MER nodig is. Voor de initiatiefnemer geldt dat hij moet melden dat er sprake is van een vormvrije

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

41 - 54

m.e.r.-beoordeling en er geldt dat hij hiervoor informatie moet aanleveren. Het bevoegd gezag moet vervolgens een formeel besluit nemen dat de initiatiefnemer bij zijn vergunningaanvraag moet voegen. De nieuwe procedure is uitsluitend van toepassing op projecten die voorkomen in het Besluit m.e.r.. Indien kan worden aangetoond dat het project geen onderdeel uitmaakt van onderdeel C of D van het Besluit m.e.r., dan is de nieuwe procedure niet van toepassing. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing plan-m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D (11.2), de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het planvoornemen ligt ruimschoots onder de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. en is daarmee niet rechtstreeks plan-m.e.r.-, project-m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Omdat het planvoornemen wel een activiteit betreft zoals genoemd in lijst D is een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. Vormvrije m.e.r. beoordeling Kenmerken van het project Het planvoornemen betreft de realisatie van 20 sociale huurappartementen op de plek waar de sportkantine van korfbalvereniging CKC Kinderdijk stond. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 2198 m2. Het verhard oppervlak neemt in de nieuwe situatie met 376 m2 toe. Watercompensatie is niet nodig. De omvang van het project in relatie tot de drempelwaarden in lijst D is relatief klein. Plaats van het project Het plangebied ligt op de hoek van de Kreken en de Boezem in Alblasserdam. Het plangebied ligt nabij een Natura 2000-gebied. Daarom wordt een stikstofberekening uitgevoerd. Het plangebied ligt niet nabij een Natuur Netwerk Nederland gebied en het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering. Kenmerken potentiële effecten Uit de beoordelingen en onderzoeken van de omgevingsaspecten blijkt dat geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het planvoornemen. Conclusie Op basis van de voorgaande vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd, gelet op de aard en relatieve omvang van het project, de plaats hiervan en de kenmerken van de potentiële effecten, dat er geen negatieve milieugevolgen aan de orde zijn. Daarmee hoeft er geen m.e.r.-procedure te worden doorlopen.

4.11 Duurzaamheid Het nieuwe gebouw wordt zo duurzaam en energie-efficiënt mogelijk ontworpen. Het gebouw wordt in elk geval zonder gasaansluiting gerealiseerd. Ook worden op het dak zonnepanelen geplaatst. De nieuwe appartementen dienen te voldoen aan het Convenant Kwaliteit Nieuwbouw Drechtsteden, waarbij het project worden getoetst aan het "GPR-systeem" en waarbij het streven is om op de vijf aanwezige thema's de onderstaande score per thema te behalen: Energie > 8,5 Milieu > 8,5 Gezondheid > 8,0 Gebruikskwaliteit > 8,5 Toekomstwaarde > 7,5 Woningen gasloos uitvoeren; Nieuwbouw minimaal energieneutraal uitvoeren; routekaart Atriensis (ALL-electric)

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

42 - 54

Woningen indien mogelijk aansluiten op Warmtenet van HVC. Flora en Fauna > nestvoorzieningen(vogels) opnemen in ontwerp woongebouw. Het project wordt ingevuld in GPR, waarbij gestreefd wordt naar bovenstaande scores.

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

43 - 54

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

44 - 54

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Participatie De plannen voor de realisatie van het appartementencomplex in het plangebied zijn tweemaal gepresenteerd tijdens bewonersavonden. 1e bewonersavond; presentatie van de voorkeursvariant Op maandag 27 mei 2019 mei heeft Woonkracht 10 een inloopavond georganiseerd waar de plannen voor de nieuwbouwontwikkeling in het plangebied zijn gepresenteerd. Hierbij is in de paragraaf 2.2 van deze toelichting beschreven voorkeursvariant toegelicht. Tijdens deze avond hebben bewoners vragen kunnen stellen en zijn er suggesties gedaan. Een deel daarvan is op de avond zelf al beantwoord. De meest voorkomende vragen die tijdens deze avond zijn gesteld verzameld en voorzien van antwoorden. Een overzicht daarvan is als Bijlage 14 aan deze toelichting toegevoegd. Verder zijn er tijdens deze avond veel opmerkingen en suggesties over tafel gegaan. Sommige suggesties kunnen helaas niet worden gehonoreerd. Zoals op deze avond aangegeven zijn een aantal suggesties en opmerkingen onderzocht en indien mogelijk verwerkt in de plannen. Het resultaat hiervan is in een tweede bewonersavond gepresenteerd. 2e bewonersavond; presentatie aangepaste plannen n.a.v. 1e bewonersavond Op donderdag 26 september 2019 heeft Woonkracht 10 een informatiebijeenkomst georganiseerd waar de aangepaste plannen voor de nieuwbouwontwikkeling zijn getoond.

Tijdens deze avond heeft Woonkracht 10 een toelichting gegeven op het plan waarmee de bestemmingsplanprocedure wordt opgestart. In dit plan is er meer aandacht gegeven aan het onderdeel privacy. Het plan voorziet in een ondoorzichtige balkonafscheiding en een wintergroene afscheiding tussen de woningen aan De Boezem huisnummers 25 t/m 31 en de nieuwbouw van het appartementencomplex. Hierdoor wordt tweezijdige inkijk beperkt. Woonkracht 10 betrekt de bewoners aan de Boezem huisnummers 25 t/m 31 bij de keuze van de groenafscheiding. De suggestie voor een brandgang aan de achterzijde van de woningen gelegen aan de Boezem huisnummers 25 t/m 31 wordt bij het bespreken van de groenafscheiding besproken en indien mogelijk worden uitgewerkt. Aanpassingen van de plannen De bewonersavonden hebben geleid tot de volgende aanpassingen van het plan: Plaatsing van een wintergroene afscheiding tussen het plangebied (aan de zuidkant van het appartementencomplex) en de woningen aan De Boezem. De keuze voor het type beplanting wordt overlegd met de bewoners van de woningen aan De Boezem huisnummers 25 t/m 31. In het bestemmingsplan is juridisch geborgd dat deze groene afscheiding aangelegd moet worden. De locatie is aangeduid op de verbeelding door middel van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - groenvoorziening - 2'.

In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat ter plaatse van deze aanduiding een groenvoorziening aangelegd dient te worden. Plaatsing van afscherming bij de balkons van de appartementen. Deze afscherming wordt geplaatst ten behoeve van het beperken van de inkijk bij de naastgelegen woningen aan de Boezem. De keuze voor het type afscherming wordt verder uitgewerkt in de bouwplannen voor het appartementencomplex. De positionering van het gebouw en de hoogte van het gebouw zijn ongewijzigd gebleven. Zoals ook toegelicht in paragraaf 2.2 is het vanuit ruimtelijk en milieukundig oogpunt niet mogelijk om het gebouw anders te positioneren en

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

45 - 54

vanuit financieel oogpunt is niet haalbaar is om de hoogte van het gebouw te verlagen omdat hierdoor minder appartementen kunnen worden gerealiseerd, hetgeen financieel niet haalbaar is.

5.1.2 Inspraak, vooroverleg, ambtelijke wijzigingen Het voorontwerp-bestemmingsplan lag van donderdag 20 augustus 2020 tot en met woensdag 30 september 2020 ter inzage. Gedurende de termijn van terinzagelegging was het voor een ieder mogelijk om een inspraakreactie in te dienen. Daarnaast is het voorontwerp bestemmingsplan in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar meerdere instanties toegezonden. In deze subparagraaf worden de binnen gekomen reacties samengevat en beantwoord en wordt aangegeven of dit leidt tot wijzigingen in het ontwerp bestemmingsplan. Tot slot zijn er een aantal ambtelijke reacties die enkele wijzigingen in het ontwerp bestemmingsplan noodzakelijk maakt. 5.1.2.1 Inspraak en vooroverleg Gedurende de ter visie termijn zijn twee reacties ontvangen, één vooroverlegreactie en één inspraakreacties. Beide reacties worden onderstaand samengevat en van een reactie voorzien. Vooroverleg Het waterschap Rivierenland heeft een vooroverlegreactie ingediend. 1 1.1

1.2

Reactie Beantwoording Conclusie Toename verharding en compensatie De eenmalige In samenspraak met het De waterparagraaf van het compensatievrijstelling van 500 m2 waterschap is naar aanleiding van ontwerp bestemmingsplan is in het stedelijk gebied is geen recht de reactie onderzocht of de aangepast omdat de maar een mogelijkheid waar vrijstelling gebruikt kan worden. compensatievrijstelling niet eventueel gebruik gemaakt van kan Hieruit is gebleken dat de toegepast kan worden. In de worden. De initiatiefnemer heeft al toepassing niet mogelijk is. Er moet verdere planuitwerking wordt de op meerdere plekken gebouwd in nader onderzocht worden op realisatie van watercompensatie de Alblasserwaard. Daarom moet welke wijze de watercompensatie meegenomen. Wel is een aan de tekst worden toegevoegd gerealiseerd kan worden. waterhuishoudkundig plan dat de afdeling van vergunningen Hiervoor wordt een opgesteld teneinde te onderzoeken toetst of de vrijstelling nog ingezet waterhuishoudkundig plan of de gekozen maatregelen voor de kan worden. Mocht uit deze opgesteld. Dit gebeurt in realisatie van waterberging controle naar voren komen dat de samenspraak met het Waterschap uitvoerbaar zijn. Dit is nader vrijstelling reeds gebruikt is, ziet het in de verdere uitwerking van het toegelicht in paragraaf 4.9 Water. waterschap graag hoe en waar plan.

compenserende waterberging voor deze ontwikkeling wordt aangelegd Klimaatadaptie bouwen

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

46 - 54

1.3

1.4

1.5

1.6

De verharding neemt met In de verdere uitwerking van het Geen aanpassingen ontwerp ongeveer 400 m2 toe. Met oog op bouwplan wordt onderzocht (en bestemmingsplan. klimaatadaptief bouwen wil het afgestemd met de afdeling waterschap vragen om de buitenruimte en het waterschap) of mogelijkheden te onderzoeken of en hoe het advies meegenomen klimaatadaptieve maatregelen kan worden. binnen het plan een plaats kunnen krijgen. Mogelijk kan de parkeerplaats in halfverharding worden uitgevoerd of kunnen in de verhuurcontracten bepalingen worden opgenomen over verharding in de tuin. Beleidsregels compensatieplicht Op het terrein stond een kantine De initiatiefnemer heeft de gronden In de waterparagraaf van het van een vereniging. Dit gebouw is aangekocht met daarop de ontwerp bestemmingsplan wordt de in 2019 gesloopt met de intentie om bestaande kantine en verharding. beleidsregel compensatieplicht te herbouwen. Volgens het Vervolgens heeft de initiatiefnemer aangehaald en wordt onderbouwd waterschapsbeleid moet de nieuwe zelf de bebouwing gesloopt. dat het plan hiermee niet in strijd is. koper uitgaan van de situatie Binnen 5 jaar na sloop van de waarin de gronden gekocht zijn (en bebouwing wordt de herbouw de dan bestaande verharding). Het gerealiseerd.

In de waterschap wil afwijken van dit waterberekening is daarom uitgaan beleid aangezien de kantine van de situatie waarin de gesloopt is met het oog op herbouw bestaande bebouwing en door de initiatiefnemer en dit minder verharding nog aanwezig waren. dan 5 jaar geleden is. Het Geconcludeerd wordt dat het waterschap ziet in de planvoornemen derhalve niet waterparagraaf graag toegelicht dat strijdig is met de beleidsregels. bij deze locatie wordt afgeweken van het geldende beleid. Advies planvoornemen Het waterschap adviseert positief In de reactie onder punten 1.1 tot Geen aanpassing ontwerp over het plan, mits de in de en met 1.3 is aangegeven of en op bestemmingsplan, anders dan is vooroverlegreactie gemaakte welke wijze de opmerkingen zijn genoemd onder de punten 1.1 tot opmerkingen worden verwerkt. verwerkt en met 1.3. Het waterschap verzoekt daarnaast om aan te geven op welke wijze de opmerkingen worden verwerkt in het plan. Betrekking waterschap bij planuitwerking Het waterschap wil graag Het waterschap wordt op de Geen aanpassingen ontwerp betrokken worden bij de verdere hoogte gehouden van het proces bestemmingsplan. procedure van het plan en wil en de planning en wordt daarnaast daarnaast worden geïnformeerd betrokken in de verdere over de planning van het planvorming. bestemmingsplan. Watervergunning

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

47 - 54

Voor de uitvoering van het plan is een watervergunning van het waterschap vereist.

De benodigde vergunning wordt In de waterparagraaf van het aangevraagd tezamen met de ontwerp bestemmingsplan wordt in omgevingsvergunning activiteit de conclusie opgenomen dat een bouwen, dit gebeurd na vaststelling watervergunning nodig is. van het bestemmingsplan.

Inspraakreactie Er is door twee insprekers één gezamenlijk inspraakreactie ingediend op het voorontwerp bestemmingsplan. 2 2.1

2.2

2.3

Reactie Beantwoording Conclusie Aantasting woon- en leefklimaat Insprekers vrezen dat De inhoudelijk beantwoording van Geen aanpassingen ontwerp ongewijzigde vaststelling van het de inspraakreactie is opgenomen bestemmingsplan. plan leidt tot een aantasting van het onder de punten 2.2 tot en met 2.8. prettige woon- en leefklimaat. Derhalve is een inspraakreactie ingediend. Verandering bestaande woonsituatie Insprekers hebben direct zicht op In het bestemmingsplan is Geen aanpassingen ontwerp de sportkantine en ondervinden onderbouwd dat het noodzakelijk is bestemmingsplan. weinig overlast van het bouwwerk. om het bouwplan te realiseren. De In de huidige situatie mag tot gemeente heeft door het sluiten maximaal 3 meter hoog worden van de koopovereenkomst met de gebouwd. initiatiefnemer uitgesproken dat de locatie herontwikkeld mag worden Het voorgenomen plan laat een naar sociale woningbouw. bouwhoogte toe van 9 meter. Desalniettemin erkend de Daarnaast worden nieuwe gemeente dat de woonsituatie parkeerplaatsen gerealiseerd. (onder andere het uitzicht) Hierdoor veranderd de bestaande veranderd, maar dat er geen woonsituatie ingrijpend. Er is met sprake is van een verslechtering name bezwaar ten aanzien van de voor onder andere het aanzicht en bouwhoogte en de breedte van het straatbeeld. Uit de bouwvlak.

Inspreker vreest dat dit stedenbouwkundige- en leidt tot vermindering van het uitzicht milieukundige onderbouwing van en een verslechtering van het het plan blijkt dat het ruimtelijk- en aanzicht en straatbeeld. milieukundig aanvaardbaar wordt geacht dit plan te realiseren. De realisatie van het plan leidt niet tot nadelige effecten op bestaande woningen in de directe omgeving van het plan. Uitzicht vanuit nieuwe appartementen

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

48 - 54

2.4

2.5

Aan de zijde van de bestaande In het bestemmingsplan is Geen aanpassingen ontwerp woningen van de insprekers zijn onderbouwd dat er geen nadelige bestemmingsplan. balkons uitgesloten. Toch kijken gevolgen aangaande privacy toekomstige bewoners vanuit hun worden verwacht gelet op de nieuwe appartementen uit over het afstand tussen de nieuwe- en perceel van de insprekers. bestaande woningen. Zoals is toegelicht onder punt 2.2 erkend de gemeente dat de woonsituatie veranderd, maar dat realisatie van het plan niet leidt tot nadelige effecten op bestaande woningen in de directe omgeving van het plan. Zonuren De inspreker stelt dat de toelichting De bezonningsstudie toont aan dat Geen aanpassingen ontwerp bij het bestemmingsplan suggereert er geen nadelige gevolgen zijn met bestemmingsplan. dat het uitgesloten is dat het betrekking tot schaduwhinder op appartementencomplex de de bestaande woningen in de zonlichtinval op de woningen van omgeving van het plangebied. de insprekers beïnvloedt. Insprekers zien die zekerheid niet Met het vrijgeven van het terug in de bezonningstudie. Als de voorontwerp bestemmingsplan zonlichtinval inderdaad niet (met daarbij bijgesloten de beïnvloed wordt, dan zien de bezonningsstudie) heeft het college insprekers dit graag ondubbelzinnig van burgemeester en wethouders terug in de besluitvorming.

Het ingestemd dat met de realisatie van aspect zon is van grote invloed op het plan sprake is van een het prettige bestaande woonklimaat aanvaardbare situatie gezien van de insprekers. vanuit een goede ruimtelijke ordening. Dit geldt ook voor het aspect bezonning. Dit betekent dat dit onderdeel al is meegewogen in de besluitvorming. Een separaat besluit wordt daarmee niet nodig geacht. Ook gelet op het gegeven dat het gebouw niet dichterbij bij de bestaande woningen gerealiseerd kan worden, wat invloed kan hebben op de schaduwhinder. Parkeren en verkeer

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

49 - 54

2.6

2.7

De insprekers stellen dat de In de toelichting bij het Geen aanpassingen ontwerp afstand van het aan te leggen bestemmingsplan is de noodzaak bestemmingsplan. parkeerterrein minder dan 10 meter van het plan toegelicht. Ook is bedraagt en dat dit leidt tot geluids- toegelicht dat het plan en geurhinder. stedenbouwkundig passend is in De inspreker vraagt zich daarom af de bestaande woonomgeving. of het bouwvolume en het aantal parkeerplaatsen realistisch is op De realisatie van grondgebonden deze locatie. Een plan met woningen is daarnaast gelet op de grondgebonden woningen is gemaakte afspraken voor deze volgens de insprekers passender locatie onmogelijk. Er is behoefte op de locatie. aan sociale huurwoningen en daar voorziet het plan in. Er wordt gelet op de onderbouwing van dit plan dat er geen ruimtelijke- en milieukundig nadelige gevolgen zijn op de bestaande omliggende woonomgeving, geen reden gezien om af te wijken van de gemaakte afspraken voor de herontwikkeling van de locatie. Bijbehorende bouwwerken De insprekers geven aan dat het De constatering van de insprekers Naar aanleiding van de parkeerterrein in planologische zin is terecht. De ligging van het inspraakreactie wordt door middel nog geen gegeven is. Het gehele parkeerterrein is niet vastgelegd. van een aanduiding op de perceel krijgt een woonbestemming.

Wel is in de regels bepaald dat verbeelding aangegeven waar het Dit betekent dat er ook voldaan moet worden aan het parkeerterrein wordt gerealiseerd. (vergunningvrije) bebouwing aan bepaalde dat voldoende Er wordt geen aanleiding gezien deze kant van de straat kan parkeergelegenheid gerealiseerd om vergunningsvrije bouwwerken worden gerealiseerd. Dit betekent moet worden. uit te sluiten. een verdere aantasting van het Gelet op de beperkte fysieke ruimte aanzicht. in het plangebied wordt het onmogelijk geacht om de benodigde parkeerplaatsen elders te realiseren. Op de zeer beperkte resterende ruimte naast de parkeerplaatsen kunnen eventueel nog vergunningsvrije bouwwerken of erfafscheidingen worden gerealiseerd. Dit zal, mede gelet op het gegeven dat een appartementencomplex wordt gerealiseerd, van dusdanige beperkte omvang zijn dat dit niet leidt tot verdere aantasting van het uitzicht. In de huidige situatie werd het uitzicht al belemmerd door de aanwezige erfafscheiding. Voorwaardelijke verplichting erfafscheiding

(vastgesteld) CKC locatie Alblasserdam NL.IMRO.0482.ckclocatie114-vg01

50 - 54

2.8

De insprekers verzoeken de gemeente, mochten zij deze ruimtelijke ontwikkeling willen doorvoeren, een voorwaardelijke verplichting in het plan op te nemen. De insprekers zien graag de groene afscheiding terug en willen dit ook graag verplicht zien. Deze voorwaardelijke verplichting kan overeenkomstig de reeds opgenomen verplichting voor de aanleg van een groenvoorziening aan de achterzijde van het perceel worden opgenomen. Betrekking reactie besluitvorming Insprekers verzoeken de inspraakreactie te betrekken bij de verdere besluitvorming.

De gemeente wil de ruimtelijke In de regels wordt de ontwikkeling doorzetten. De voorwaardelijke verplichting gemeente is bereid om de realisatie opgenomen dat een van een groenvoorziening groenvoorziening of een andere verplicht te stellen. gelijkwaardige erfafscheiding met een hoogte van minimaal 1 meter gerealiseerd moet worden. De ligging van deze erfafscheiding wordt aangeduid op de bestemmingsplan verbeelding.

Zie hiervoor de beantwoording onder de punten 2.2 tot met 2.7.

Geen aanpassing ontwerp bestemmingsplan, anders dan is genoemd onder de punten 2.2 tot met 2.7.

5.1.2.2 Ambtelijke wijzigingen Er zijn een aantal ambtelijke reacties die enkele wijzigingen in het ontwerp bestemmingsplan noodzakelijk maakt. Het betreft de volgende wijzigingen: parkeren 1. Het parkeerterrein wordt openbaar toegankelijk. De parkeerparagraaf in het ontwerp bestemmingsplan wordt op dit onderdeel verduidelijkt. Ook in de regels van de bestemming 'Wonen' onder 3.1 c wordt verduidelijkt dat de parkeerplaatsen niet alleen gebruikt mogen worden door de appartementen. groen 1. In het ontwerp bestemmingsplan wordt verduidelijkt dat de waarborg en het onderhoud van de wintergroene afscheiding wordt uitgevoerd door de initiatiefnemer en tevens eigenaar van het perceel. stedenbouw 1. Naar aanleiding van deze reactie is het VO van het bouwplan verder uitgewerkt, het betrof met name wijzigingen op het vlak van detaillering en verdere uitwerking. De positionering is ongewijzigd gebleven. De massa is ietwat gewijzigd door de keuze voor loggia's in plaats van balkons. Het meest recente ontwerp is opgenomen in paragraaf 2.2. 2. De paragraaf beeldkwaliteit wordt verduidelijkt. Er wordt geen beeldkwaliteitsplan opgesteld. Wel wordt er zorg voor gedragen dat de architectuur van het nieuwe blok aansluit bij de kenmerken van de bestaande wijk. lichthinder 1. Het uitgevoerde onderzoek lichthinder is opgenomen in het bestemmingsplan. akoestiek 1.

Naar aanleiding van de reactie van de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid is nader onderzocht in hoeverre de geluidsbelasting gereduceerd kan worden door middel van aanpassingen van het ontwerp. Er zijn diverse maatregelen teneinde het geluid van het sportveld te kunnen reduceren onderzocht. Deze maatregelen zijn vanuit verschillende invalshoeken afgewogen. Uit deze afweging volgt dat de realisatie van een dove gevel, loggia's in plaats van open balkons en beperkte verlenging van de kopgevel de meest haalbare en stedenbouwkundig aanvaardbare maatregelen zijn voor de reductie van geluid. De overige ramen aan de buitengevel worden vast (niet te openen) uitgevoerd. Met deze oplossingen wordt voldaan aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit en aan de richtwaarden van Stap 3 van de VNG. Hiermee is sprake van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. archeologie 1. Het gemeentelijk archeologisch advies leidt tot een tekstuele aanpassing van het archeologisch onderzoeksrapport. Het onderzoeksrapport archeologie is daarop aangepast en de aangepaste versie wordt toegevoegd aan het ontwerp bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/176/documents/4708