Bijlage 2 - Adviesrapport oplossingsrichtingen Doorontwikkeling Governance Kinderdijk JBR.pdf
Tekst van het document
Adviesrapport oplossingsrichtingen Doorontwikkeling Governance Kinderdijk Oktober 2021
Disclaimer
•
Dit rapport werd opgesteld door JBR Strategy bv (hierna ‘JBR’), is bestemd voor de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeentes Molenlanden en Alblasserdam (hierna ‘Klant’) en is uitsluitend bedoeld voor informatie- en discussiedoeleinden
•
Alhoewel de informatie verstrekt in dit rapport met de grootste zorg werd opgesteld, geeft JBR geen garantie, verzekering of verklaring, expliciet of impliciet, ter zake van de volledigheid, betrouwbaarheid of juistheid van deze informatie noch aanvaardt JBR of zal JBR aanvaarden enige aansprakelijkheid ter zake. D e in dit rapport verstrekte informatie en meningen reflecteren de oordeelsvorming van JBR ten tijde van het opstellen van dit rapport en kunnen onderhevig zijn aan verandering, zonder dat daar melding door JBR van gemaakt behoeft te worden. Deze veranderingen, zowel specifiek als algemeen, kunnen van materiële invloed zijn op de inhoud van dit rapport
•
De in dit rapport vermelde inschattingen en toekomstverwachtingen zijn gebaseerd op of bevatten subjectieve oordelen, onder meer – maar niet uitsluitend – met betrekking tot marktomstandigheden en –ontwikkelingen. Alle toekomstverwachtingen en analyses zijn opgesteld op basis van risico’s, onzekerheden en andere factoren, die wel of niet van toepassing zijn en zich wel of niet kunnen materialiseren, die ten tijde van de opstelling van dit rapport al dan niet bij de opstellers bekend waren en die wel of niet gebaseerd zijn op oordeelsvorming van derde partijen. Alhoewel JBR van mening is dat enige informatie verstrekt door derde partijen gebaseerd is op het best mogelijke oordeel van die derde partije n, garandeert JBR de juistheid noch de volledigheid daarvan. De daadwerkelijke resultaten en ontwikkelingen kunnen substantieel, impliciet of expliciet, afwijken van de in dit rapport opgenomen informatie
•
Dit rapport beoogt geen volledige beschrijving te geven van de onderzochte onderwerpen. De Klant dient voor zichzelf de relevantie van de in dit rapport verstrekte informatie te bepalen alvorens een beslissing te nemen op basis hiervan
•
JBR kan niet verantwoordelijk gehouden worden, uit welke hoofde dan ook, als gevolg van het gebruiken van de in dit rapport verstrekte informatie alsmede van het vertrouwen op meningen of toekomstverwachtingen opgenomen hierin dan wel voor enige omissie
•
De inhoud van onderhavig rapport is uitsluitend bedoeld voor de Klant en strikt vertrouwelijk en mag niet – geheel of gedeeltelijk – vermenigvuldigd, gereproduceerd, uitgegeven, gekopieerd of ter beschikking van derden worden gesteld zonder uitdrukkelijke toestemming van JBR, noch mogen derde partijen hieraan enig recht ontlenen
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
2
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Algemene observaties JBR en uitgangspunten voor oplossingsrichtingen 3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
4. Advies JBR
Bijlage
i.
Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
ii.
Geografisch en operationeel kader
iii.
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
iv.
Chronologisch overzicht met feiten en gebeurtenissen
v.
Tijdslijn met relevante documenten
vi.
Lijst met geïnterviewden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
3
1. Inleiding
Inleiding (1/2)
•
Kinderdijk is een dorp in Zuid-Holland, gelegen in de Alblasserwaard. Kinderdijk bevindt zich op de plaats waar de Noord en de Lek samenkomen. Kinderdijk geniet internationale bekendheid door het 18e-eeuwse Molencomplex dat sinds 1997 de UNESCO status van Werelderfgoed bezit
•
Op 3 oktober 2019 heeft het Bestuurlijk Platform Kinderdijk op basis van het ZKA-SVP rapport “Balans tussen sightseeing, erfgoed en leefbaarheid: Gebiedsperspectief Kinderdijk” het Advies Toekomst Kinderdijk vastgesteld. Dit advies is later unaniem door de gemeenteraden van Alblasserdam en Molenlanden overgenome n
•
Het Advies Toekomst Kinderdijk beschrijft langs vier lijnen de opgave waarvoor de samenwerkende partijen zich gesteld zien. D e vierde lijn gaat over de doorontwikkeling van de besturing en financiering in en rond het Werelderfgoed. De ambitie die daarvoor is overeengekomen, luidt: “Om de collectieve ambitie van Kinderdijk te kunnen realiseren, streven we naar een slagvaardige, flexibele governance-structuur, waarbij het gehele gebied vanuit één punt bestuurd en beheerd wordt en waarin alle schaalniveaus én bewoners zich vertegenwoordigd weten.”
•
Sedert oktober 2019 zijn tussen de partijen die in het Bestuurlijk Platform Kinderdijk vertegenwoordigd zijn (gemeenten Molenlanden en Alblasserwaard, de provincie, de RCE, het waterschap en de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk, hierna ‘de SWEK’) hierover goede gesprekken gevoerd, die op veel punten hebben geresulteerd in betere en heldere rolverdelingen. Op een aantal essentiële punten lukt het echter niet om tussen het bestuur/directie en RvT van de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk aan de ene kant e n beide gemeenten aan de andere kant, tot overeenstemming te komen. Om deze patstelling te doorbreken is behoefte aan een onafhankelijk expertmatig advies en is JBR aangesteld als adviseur
•
Kernvraag in de opdrachtformulering voor JBR is: ‘hoe kan de leefbaarheid van de West Alblasserwaard geborgd worden en gelijktijdig worden bijgedragen aan de doelen die met het Werelderfgoed Kinderdijk worden nagestreefd’. Belangrijke deelvragen hierbij zijn: − welke eisen stelt dit aan besturing en beheer waarbij rollen en verantwoordelijkheden duidelijk belegd en verdeeld zijn. Dit op duurzame wijze (lange termijn) passend bij de ontwikkeling die is ingezet met de omarming van het gebiedsperspectief (vastgesteld in oktober 2019) − wat is een effectieve inrichting van de governance en wat is er voor nodig om deze te realiseren (gelet op de huidige governa nce)
•
In april 2021 is het deelrapport ‘Feiten en gebeurtenissen’ door JBR opgesteld en gedeeld met de belangrijkste belanghebbenden. In dit rapport is een overzicht gegeven van de huidige en voorgaande governance structuur en een samenvatting gegeven van de relevante feiten en gebeurtenissen in de jaren lopende tot de huidige patstelling. Doelstelling van de deelrapport is om zeker te stellen, dat alle belanghebbenden een gedeeld uitgangspunt hebben alvorens mogelijke oplossingsrichtingen besproken kunnen worden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
4
1. Inleiding
Inleiding (2/2)
•
Op 10 juni jl. hebben de leden van het bestuurlijk platform Kinderdijk, onder leiding van JBR, een intensief en openhartig ge sprek gehad over de doorontwikkeling van de governance van het Werelderfgoed. Gezien het speciale karakter van het gesprek is het bestuurlijk platform voor deze bijeenkomst uitgebreid met twee leden van de Raad van Toezicht en de burgemeester van Alblasserdam. Tevens was de nieuwe directeur van de SWEK, Peter-Jan van Steenbergen, voor het eerst aanwezig
•
Het bestuurlijk platform is de plek waar de inspanningen inzake het uitvoeringsprogramma op elkaar afgestemd worden. De versc hillende projecten uit dat uitvoeringsprogramma grijpen op elkaar in en hebben in veel gevallen direct consequenties voor de exploitatie van de SWEK. Derhalve is coördinatie tussen de verschille nde partijen essentieel. Deze coördinerende functie dient verder versterkt te worden, zonder daarmee geweld te doen aan de autonome verantwoordelijkheid van de verschillende partijen in dat platform. Het is en blijft een platform van overheidspartijen en een aan de overheid gelieerde stichting (de SWEK), met ieder zijn eigen verantwoordelijk- en bevoegdheden. Het platform formuleert adviezen aan de verschillende besluitvormende organen; de eindverantwoordelijkheid voor het nemen van het besluit en het uitvoeren daarvan ligt bij partijen zelf
•
Tijdens de bovengenoemde meeting is gezamenlijk begrip gedeeld van de noodzaak om aanpassingen door te voeren in de relatie tussen de partijen die in het BPK zitten, om daarmee het publieke belang van de stichting en de financiële belangen die de overheidspartijen hebben, terug te laten komen in de afspraken. Door alle aanwezigen is overeengekomen dat er verdere afspraken gemaakt dienen te worden over: − De inhoudelijke, beleidsmatige overeenstemming en wat dat betekent voor de onderlinge samenwerking, de rol van het BPK en hoe dat zich dan weer verhoudt tot de rollen en verantwoordelijkheden van de respectievelijke partners − De rol, die het BPK krijgt ten aanzien van bijvoorbeeld de na te streven financiële reserves, de financiële rapportages, de ( meer)jaren begroting en de rekening van de SWEK
− De rol, die de het BPK krijgt op het samenstellen en functioneren van het bestuur en de RvT van de stichting •
Peter-Jan van Steenbergen zal, mede op basis van het eindrapport van JBR en voortbouwend op afspraken die daarover eerder zijn gemaakt, een eerste versie van een samenwerkingsovereenkomst gaan opstellen. Hij doet dat uiteraard in overleg met alle samenwerkende partijen: Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed, Waterschap Rivierenland, Provincie Zuid-Holland en de gemeenten Alblasserdam en Molenlanden. Naar verwachting kan een eerste versie in de septembervergadering van het BPK besproken worden
•
In het voorliggende eindrapport zijn de bevindingen en het advies van JBR opgenomen met hierin het beslag van discussie van het bestuurlijk platform Kinderdijk van 10 juni jl. Specifiek worden de volgende elementen weergegeven in dit eindrapport: (1) de algemene observaties tijdens het project van JBR, (2) de uitgangspunten voor mogelijke oplossingsrichtingen, (3) een beschrijving van mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen en (4) het advies van JBR
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
5
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Algemene observaties JBR en uitgangspunten voor oplossingsrichtingen 3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
4. Advies JBR
Bijlage
i.
Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
ii.
Geografisch en operationeel kader
iii.
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
iv.
Chronologisch overzicht met feiten en gebeurtenissen
v.
Tijdslijn met relevante documenten
vi.
Lijst met geïnterviewden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
6
2. Algemene observaties JBR en uitganspunten voor oplossingsrichtingen
De observaties van JBR welke dienen als input voor het vaststellen van de uitgangspunten voor de oplossingsrichtingen (1/2) •
In 2012 is de SWEK in een crisis beland en destijds is er voor een nieuwe governancestructuur gekozen waarbij de gemeentes en het Waterschap geen formele rol meer in de SWEK hebben. Deze structuur heeft volgens alle belanghebbenden bijgedragen aan het commerciële succes van de SWEK, haar financiële situatie en het onderhoud van de molens en de kwaliteitsslag waar het gaat om het ontvangst van bezoekers. Maar was onvoldoende waar het gaat om de mogelijkheden om verandering aan te brengen in de verstoorde verhoudingen tussen de SWEK, (een deel van) de molenbewoners, (een deel van) de ondernemers en inwoners van de dorpen en tussen de bestuurder van de SWEK en de bestuurders van beide gemeenten. Het huidige model mist balans en correctiemechanismen die gebruikt kunnen worden als er sprake is van een vertrouwenscrisis. De SWEK is nu in een nieuwe fase beland waarbij de groeiende bezoekersaantallen een nieuwe balans tussen de commerciële belangen en belang van andere belanghebbenden (zoals bewoners en inwoners) vereist
•
Op veel onderwerpen lopen de belangen van de verschillende belanghebbenden parallel, maar op een aantal onderwerpen zijn er dillema’s te onderscheiden:
− De representatieve democratie met politieke voorkeuren, inspraak en periodieke wisseling van bestuurders versus de langetermi jnvisie en het beleid wat nodig is voor een gezonde exploitatie − Private doelstellingen van een stichting versus de publieke verantwoordelijkheden in een woongebied en integriteit van het gebied. Concreet betreft het hier commerciële exploitatie met een expliciete afweging tussen inkomsten, uitgaven en investeringen versus publieke werken, de noodzakelijke veiligheid van water werken, verkeer, bewoonbaarheid et cetera − Nationale/regionale belangen (bijv. aantrekkelijkheid Nederland voor toeristen, leider in watermanagement) versus lokale bela ngen (bijv. zondagsrust, parkeermogelijkheden, middenstand etc.) •
De gemeentes beschikken over formele middelen om tegemoet te komen aan klachten van bewoners en inwoners, maar hebben weinig concrete acties ondernomen. Er is daarnaast voor de gemeentes geen direct juridisch kader om een verandering in de governance af te dwingen hetgeen veel ruimte biedt voor het eigenstandig handelen van de SWEK. De andere overheden (Provincie, Waterschap, RCE) hebben zich lange tijd weinig gemengd in de discussie. De RvT van de SWEK heeft zich ook niet bereid getoond om het gesprek aan te gaan over veranderingen in de governance
•
Het publieke belang, leefbaarheid van de omgeving en de substantiële publieke gelden aangewend voor de SWEK legitimeren nauwe samenwerking en het afleggen van rekening en verantwoording door de SWEK. Daarnaast geeft de huidige financiële situatie van de SWEK en de toekomstige uitdaging en investeringen in het kader van visitormanagement aanle iding tot aanpassingen in de governance en een nieuw financieel arrangement. In deze tijd met financiële onzekerheid (gedreven door Corona-maatregelen) is goede samenwerking essentieel: − Er zijn geen substantiële verschillen ten aanzien van de visie over het Erfgoed en het te voeren beleid (onder andere uiteengezet in de Gebiedsvisie welke door alle belanghebbenden wordt onderschreven). Of er ook een dergelijke mate van overeenstemming bestaat over de meer concrete invulling van de Gebiedsvisie is nu niet vast te stellen − Een belangrijk deel van de problematiek concentreert zich rond het visitormanagement (parkeren, last mile vervoer et cetera). Er zijn verschillende mogelijkheden om dit te organiseren (bijv. middels een apart vehicle waarin zowel de gemeentes als de SWEK zeggenschap kunnen krijgen of nieuwe financieel arrangement e t cetera). In tijden van financiële nood is het Rijk altijd bereid geweest om bij te springen. Hierdoor hadden de gemeentes minder middelen om verandering in de governancestructuur af te dwingen
− Indien de gemeentes een meer sturende rol ten aanzien van de SWEK willen innemen, dan betekent dit dat ze ook medeverantwoordelijk zijn voor het gevoerde beleid hetgeen niet zonder consequenties is ten aanzien van operationele en financiële aansprakelijkheid
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
7
2. Algemene observaties JBR en uitganspunten voor oplossingsrichtingen
De observaties van JBR welke dienen als input voor het vaststellen van de uitgangspunten voor de oplossingsrichtingen (2/2) •
De communicatie en betrokkenheid en/of inlevingsvermogen vanuit de SWEK naar verschillende belanghebbenden schoot in het verlede n weleens tekort, hetgeen bijdraagt aan de ontevredenheid bij (een deel van) de belanghebbenden. Daarnaast heeft de RvT van de SWEK altijd duidelijk naar voren gebracht niet terug te willen naar de periode van vóór 2012 en hiermee is de discussie over de publieke taak van de SWEK en daarbij horende veranderingen in de governance te eenzijdig gevoerd. De overhe den willen zelf ook niet ‘op de stoel van’ het bestuur van de SWEK zitten en de autonomie van de SWEK staat ook niet ter discussie
•
De inzichten over de wijze waarop stichtingen met een publieke taak bestuurd dienen te worden is geëvolueerd waarbij het steeds vaker voorkomt, dat belanghebbenden via bijvoorbeeld kwaliteitszetels, een rol krijgen in het beleid van publiek-private ondernemingen. De SWEK is geen voorstander van het toevoegen van een kwaliteitszetel aan de RvT met name omdat: − Het toevoegen van een vertegenwoordiging van een belangengroep de RvT zou belemmeren in het uitvoeren van haar onafhankelijke controlerende taak
− Er zijn voldoende alternatieven, die hetzelfde effect sorteren. Meer specifiek is er een gedeelde gebiedsvisie en heeft de ge meente een rol in het bestuurlijk platform welke tezamen voldoende zou moeten zijn om de belangen van de gemeentes te behartigen − Medewerkers kunnen minder plezier in hun werk ervaren indien zij (in mindere mate) zelf kunnen beslissen door grotere afhanke lijkheid van derden •
Er is een gebrek aan wederzijds vertrouwen ontstaan, welke onder andere wordt gedreven door: − De rol van de gemeentes in het faillissement van de SWEK in de periode vóór de statutenwijziging en de vele wisselingen van bestuurders en visies vanuit de gemeentes
− De communicatie vanuit de SWEK naar verschillende belanghebbenden (molenbewoners, inwoners et cetera) − De persoonlijke historie en historisch ontwikkelde persoonlijke relaties hebben een belangrijke invloed op de beeldvorming omtrent personen en instituties. De wisseling van personen in verschillende functies heeft echter niet tot een substantieel betere situatie geleid − De RvT van de SWEK heeft in een situatie met een grote vertrouwenscrisis tussen de belangrijkste stakeholders niet gekozen vo or het zoeken van oplossingen met een breed draagvlak − Er volgens de gemeentes onvoldoende inspraak geweest is met betrekking tot de profielschets voor de nieuwe directeur -bestuurder van de SWEK − De Programmaregiseur van het Bestuurlijk Platform heeft ook een adviserende rol bij de gemeente Molenlanden en er zou hierdoo r volgens de SWEK een (schijn van) belangenverstrengeling zijn − De twijfel vanuit de gemeentes of de RvT van de SWEK onafhankelijk is •
De problematiek rond het Werelderfgoed geniet veel aandacht van de lokale media, waarbij er door betrokkenen regelmatig de media opgezocht wordt om onderwerpen in het publieke domein te agenderen en/of de publieke mening naar de hand te zetten. Dit zet de verhoudingen verder op scherp en maakt het moeilijker o m tot elkaar te komen
•
In het kader van het visitormanagement dienen er substantiële financiële investeringen gedaan te worden (bijv. parkeergarage, transferium et cetera). De gemeente Molenlanden heeft het nieuwe bezoekerscentrum voor een belangrijk deel gesubsidieerd. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw financieel arrangement door de gemeentes waarin een belangrijk deel van de rechten en verplichtingen tussen de gemeentes en de SWEK zal worden geregeld
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
8
2. Algemene observaties JBR en uitganspunten voor oplossingsrichtingen
Uitgangspunten voor het definiëren van oplossingsrichtingen •
De publieke middelen om onderwerpen zoals een Werelderfgoed financieel te blijven ondersteunen staan in toenemende mate onder druk, omdat er schaarste van middelen ontstaat door de Corona-pandemie en er meer verantwoording gevraagd zal worden in de keuzes ten aanzien van de bestedingen (bijv. erfgoed versus ondersteuning mensen). Een verandering is slechts mogelijk indien de overheden zich op een andere manier opstellen, één lijn trekken ten aanzien van het ongeclausuleerd verschaffen van financiële middelen aan het SWEK en duidelijke kaders te verschaffen ten aanzien van gedrag, verantwoording et cetera
•
Zoals verwoord in de Gebiedsvisie is de doelstelling om het geheel van elementen inzake het Werelderfgoed Kinderdijk te besturen vanuit één punt. De verschillende projecten hebben wederzijdse afhankelijkheid in onder andere bestuurlijke en financiële zin. Zowel de gemeentes als de SWEK dienen zich formeel te committeren aan de langetermijnkaders ten aanzien van Kinderdijk zoals gedefinieerd in de Gebiedsvisie (onder andere ter voorkoming van schommelingen in beleid, die een negatief effect op de comme rciële exploitatie kunnen veroorzaken en onduidelijkheid voor de gemeentes)
•
Het in stand houden van het unieke Werelderfgoed is de zorg van alle betrokken partijen: gemeenten, waterschap, provincie en rijk. De SWEK is de stichting die in het leven is geroepen om hier namens de overheden zorg voor te dragen. ’De stichting heeft ook expliciet een publieke taak uit te voeren hetgeen in de governance gestalte dient te krijgen
•
De financiële prognoses van de SWEK zijn onzeker en de kans op discontinuïteit is niet uitgesloten. In dit geval zal de SWEK genoodzaakt zijn om extra leningen te verkrijgen. Gezien de voorliggende investeringen in onder andere het visitormanagement is dit een belangrijk risico en biedt het een aanleiding om nu meer zeggenschap vanuit de overheden te eisen
•
Er is een gebrek aan wederzijds vertrouwen ontstaan en oplossingsrichtingen dienen bij te dragen aan het herstel van dit vertrouwen. Er is al veel bereikt, maar er zijn nog wel duidelijke meningsverschillen
•
Het huidige governancemodel heeft tot een bepaalde hoogte gewerkt en geresulteerd in een gezonde stichting pre-Corona. De huidige omstandigheden vragen echter om aanpassingen in de mate van zeggenschap van verschillende belanghebbenden (zie volgende pagina voor een beschrijving van het continuüm van weinig naa r veel invloed op de zeggenschap van de stichting)
•
Bij het definiëren van mogelijke oplossingsrichtingen ten aanzien van de governance dient een goede balans gevonden te worden tussen meer inspraak van de overheden en de mogelijke beperking van de commerciële slagvaardigheid van de Stichting. Daarbij dienen in ieder geval de volgende elementen beoordeeld te worden: − Wat is het onderwerp waarop de overheden inspraak wensen, hoe draagt dit bij aan de doelstellingen van de overheden en de Stichting en hoe zwaar weegt de inspraak op de beslissingsbevoegdheid/autonomie van de Stichting? − Wat is de frequentie van inspraak en op welke wijze beïnvloed de mate van inspraak de commerciële en organisatorische slagvaa rdigheid van de Stichting?
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
9
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Algemene observaties JBR en uitgangspunten voor oplossingsrichtingen 3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
4. Advies JBR
Bijlage
i.
Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
ii.
Geografisch en operationeel kader
iii.
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
iv.
Chronologisch overzicht met feiten en gebeurtenissen
v.
Tijdslijn met relevante documenten
vi.
Lijst met geïnterviewden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
10
3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
Er is een continuüm tussen het pure private en het publieke domein. ‘Waar je zit’ op de as van weinig naar veel invloed op de zeggenschap wordt door verschillende aspecten bepaald
Weinig noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Veel noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Privaat domein
Hybride
Publiek domein
Aspecten ten aanzien van de context waarbinnen een orgaan opereert welke de mate van publieke invloed bepalen • Welke maatschappelijke rol vervult de stichting en wat zijn de gevolgen als de stichting slecht functioneert of failliet gaat? • Wat is de aard van de financiële relaties? • Hoe afhankelijk is de stichting van publieke middelen? • Wat is de politieke gevoeligheid van de wijze waarop de stichting functioneert?
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
11
3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
Per mogelijke vorm op het continuüm past een andere context ten aanzien van de maatschappelijke rol van de stichting, de financiële relaties en het risicoprofiel
Weinig noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Hybride vorm van publieke invloed in de zeggenschap
Veel noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
•
De stichting heeft een beperkte en/of duidelijk
•
De stichting heeft een belangrijke maatschappelijke rol
•
De stichting vervult een onmisbare maatschappelijke rol
afgebakende maatschappelijke rol
•
De financiële relaties tussen de stichting en de
•
Het liquideren van de stichting is slechts aanvaardbaar
•
•
•
Er zijn eenvoudige financiële relaties tussen de stichting
overheden zijn complex (bijv. wederzijdse
als een andere entiteit (direct) de maatschappelijke rol
en de overheden (bijv. contracten, subsidies etc.)
afhankelijkheid van bezoekersaantallen etc.)
overneemt
Het beëindigen van de activiteiten van de stichting is
•
Het liquideren van de stichting is op zichzelf ongewenst,
aanvaardbaar en veroorzaakt geringe maatschappelijke
maar aanvaardbaar omdat er alternatieven zijn om de
schade
activiteiten te organiseren
De politieke risico’s en de mogelijke impact bij calamiteiten zijn gering
•
•
onvoldoende functioneert
•
De politieke risico’s en de mogelijke impact bij calamiteiten zijn aanzienlijk
Het publieke belang vereist ingrijpen als de stichting
Er is sprake van complexe financiële relaties tussen de stichting en de overheid
•
De politieke risico’s en de mogelijke impact bij calamiteiten zijn groot
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
12
3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
Gezien de financiële situatie van de SWEK is de verticale as ‘kans op discontinuïteit financiën SWEK’ toegevoegd resulterende in 6 (keuze)kwadranten
HYBRIDE DOOR SAMEN BESTUREN
ACCENT OP PUBLIEKE STURING
Grote kans discontinuïteit SWEK en slechts indirect zeggenschap
Grote kans discontinuïteit SWEK en een hybride vorm van zeggenschap
Grote kans discontinuïteit SWEK en een vorm van direct zeggenschap
Lage kans discontinuïteit SWEK en slechts indirect zeggenschap
Lage kans discontinuïteit SWEK en een hybride vorm van zeggenschap
Lage kans discontinuïteit SWEK en een vorm van direct zeggenschap
Hybride
Direct zeggenschap
Laag
Kans op discontinuïteit financiën SWEK
Hoog
LAISSER FAIRE MET EMPOWEREMENT
Inspraak / indirect
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
13
3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
De verschillende kwadranten vragen om verschillende accenten ten aanzien van de governance van de stichting
Kans op discontinuïteit financiën SWEK
Hoog
LAISSER FAIRE
HYBRIDE DOOR SAMEN BESTUREN
ACTIEVE PUBLIEKE STURING
Grote kans discontinuïteit SWEK en slechts indirect zeggenschap
Grote kans discontinuïteit SWEK en een hybride vorm van zeggenschap
Grote kans discontinuïteit SWEK en een vorm van direct zeggenschap
•
Advies over strategische zaken door Bestuurlijk Platform
•
•
•
Geïnformeerd worden over de belangrijkste elementen
benoeming van de RvT en/of de directeur-bestuurder
door actieve positie in het bestuur door toevoegen van
van het financiële kader (balans, baten en lasten), KPI’s
van de Stichting)
een kwaliteitszetel)
omtrent leefbaarheid en ruimte voor advies door het
•
Bestuurlijk Platform
Uitgebreider toezicht (bijv. door bindend advies in de
Goedkeuringsrecht ten aanzien van besluiten die de
•
vermogenspositie aantasten
Grotere vorm van toezicht en verantwoording (bijv.
Bindende adviezen van het Bestuurlijk Platform over strategische keuzes van de Stichting
•
Goedkeuring van elementen binnen de financiële kaders door het Bestuurlijk Platform
Lage kans discontinuïteit SWEK en slechts indirect zeggenschap
Lage kans discontinuïteit SWEK en een hybride vorm van zeggenschap
Lage kans discontinuïteit SWEK en een vorm van direct zeggenschap
•
•
•
Adviserende rol inzake keuzes die impact hebben op
en/of de directeur-bestuurder van de Stichting
Laag
de leefbaarheid van inwoners en molenbewoners
Uitgebreider toezicht op de benoeming van de RvT
Grotere vorm van toezicht en verantwoording (bijv.
door toevoegen van een kwaliteitszetel) •
Bindende adviezen van het Bestuurlijk Platform over
strategische keuzes van de Stichting Inspraak / indirect
Hybride
Direct zeggenschap
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap 3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
14
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Algemene observaties JBR en uitgangspunten voor oplossingsrichtingen 3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
4. Advies JBR
Bijlage
i.
Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
ii.
Geografisch en operationeel kader
iii.
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
iv.
Chronologisch overzicht met feiten en gebeurtenissen
v.
Tijdslijn met relevante documenten
vi.
Lijst met geïnterviewden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
15
4. Advies JBR
JBR adviseert een hybride vorm van governance, omdat deze het beste past bij de specifieke omstandigheden waarbij er flexibiliteit dient te bestaan om op de as van continuïteit te bewegen LAISSER FAIRE
•
HYBRIDE DOOR SAMEN BESTUREN
ACTIEVE PUBLIEKE BESTURING
Als we de huidige governance van SWEK vergelijken met het hiervoor geschetste theoretisch kader, komt JBR tot de conclusie dat het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken partijen zich het beste leent om de hybride samenwerking vorm te geven zodat de eigen verantwoordelijkheid van partijen gewaarborgd blijft terwijl coördinatie verder verbeterd wordt: − De doorontwikkeling van de SWEK bestaat uit het ‘opschuiven’ op het continuüm van een laissez faire naar een hybride vorm: de SWEK is een stichting met een belangrijke maatschappelijke rol, met complexe financiële relaties met de overheden en een relatief hoog politiek risico − Helemaal doorschuiven naar rechts is niet aan de orde, want dat zou de noodzakelijke ruimte voor ondernemerschap en flexibiliteit te zeer beperken. Daarnaast plaatst dit ‘de politiek in de bestuurdersrol’ en dit past niet bij de gewenste rollen en verantwoordelijkheden (men geeft aan dit ook zelf niet te willen) − Een positie links in de matrix past niet, omdat op deze wijze er onvoldoende inhoud gegeven kan worden aan de belangenafweging tussen SWEK en andere stakeholders (leefbaarheid / financieel etc.)
•
Op basis van de financiële situatie van de SWEK, kan worden gekozen voor een positie boven of onderin de matrix welke bij ver andering van de financiële situatie naar boven of onder aangepast kan worden 3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
16
4. Advies JBR
In de hybride vorm zijn verschillende aanpassingen ten aanzien van de governance mogelijk op de elementen invloed op het beleid, financiële invloed en de samenstelling van het bestuur
Weinig noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Hybride vorm van publieke invloed in de zeggenschap
Veel noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Invloed op het beleid van de stichting door belanghebbenden
Invloed op het beleid van de stichting door belanghebbenden idem als kolom linkerzijde aangevuld met:
Invloed op het beleid van de stichting door belanghebbenden idem als kolom linkerzijde aangevuld met:
•
•
•
Bij oprichting van de stichting middels de doelomschrijving in de Statuten
•
Kaders en randvoorwaarden voor het beleid van de stichting
worden samen met belanghebbenden bepaald en zijn leidend
Met name middels contracten en financiële geldstromen
voor de operationele activiteiten, het bestuur en het toezicht
Directe belanghebbenden stemmen in met het
meerjarenbeleidsplan van de stichting •
Externe toezichthouders hebben veel invloed op het beleid en
kunnen aanpassingen opleggen
Financiële invloed
Financiële invloed idem als kolom linkerzijde aangevuld met:
Financiële invloed idem als kolom linkerzijde aangevuld met:
•
•
•
Onderlinge afspraken over rapportages (bijv. via financieel
Subsidieregelingen
•
Belangrijkste belanghebbenden en/of externe toezichthouders
bepalen de omvang van de reserves
van de algemene en bestemmingsreserves
arrangement) •
Advies van belangrijkste belanghebbenden over de omvang
Advies van de belangrijkste belanghebbenden over de
meerjarenbegroting
Invloed op het bestuur en toezicht van de stichting
Invloed op het bestuur van de stichting
•
•
Slechts vanuit wet- en regelgeving
Invloed op het bestuur en toezicht van de stichting •
Invloed van de belangrijkste belanghebbenden op de
RvT van de stichting
samenstelling van de RvT van de stichting •
Belangrijkste belanghebbenden benoemen het bestuur en de
Invloed van de belangrijkste belanghebbenden op de
Invloed van externe toezichthouders
benoeming van het bestuur en de RvT van de stichting
•
Indirect middels kwaliteitscriteria voor de uitvoering en inspectie welke zich vooral richt op de kwaliteit van uitvoering
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
17
4. Advies JBR
Indien er discontinuïteit van de stichting dreigt, dan zijn er additionele maatregelen nodig
Weinig noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
Hybride vorm van publieke invloed in de zeggenschap
Veel noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
• Financieel herstelplan als voorwaarde voor extra
• Financieel herstelplan als voorwaarde voor extra
Idem als hiernaast met de volgende toevoegingen
steun, met daarbij regelmatige rapportages en
steun
liquiditeitsplanning
• Organisaties met het grootste financiële belang krijgen inzage in de balans en de staat van baten en lasten van de stichting
• Inhoudelijke afspraken over het beleid en aanpassingen in het toezicht op de stichting zijn
onderdeel van het financiële herstelplan
• Organisaties met het grootste financiële belang krijgen inzage in de balans en de staat van baten en
lasten van de stichting • Accountant van de stichting rapporteert aan de
• Instemming van de belangrijkste belanghebbenden
voorafgaand aan strategische beleidskeuzes en besluiten met een substantiële financiële consequentie
• Kunnen ingrijpen in de RvT en/of bestuur indien noodzakelijk
organisaties met het grootste financiële belang • Bindend advies belangrijkste belanghebbenden ten aanzien van de omvang van de reserves, de
meerjarenbegroting, strategische beleidskeuzes en besluiten met substantiële financiële consequenties
• Tijdelijk aanvullen van de RvT en/of bestuur is mogelijk
Mate van noodzaak tot publieke invloed in de zeggenschap
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
18
4. Advies JBR
JBR adviseert om de hybride governancestructuur middels een samenwerkingsovereenkomst vorm te geven: de eigen verantwoordelijkheid van partijen is gewaarborgd terwijl coördinatie verbeterd wordt •
Het kiezen voor het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst als uitwerking van een hybride governancestructuur brengt een aantal voordelen met zich mee: − De betrokken partijen behouden de eigen verantwoordelijkheid en op deze wijze is de onafhankelijkheid te waarborgen − De Provincie, het Waterschap en de RCE hoeven geen formele bestuurdersrol op zich te nemen (dit past niet bij de manier waaro p deze organisaties georganiseerd zijn en welke verantwoordelijkheden vanuit deze organisaties tot uitdrukking dient te komen) − De continuïteit van de doelstellingen en samenwerking kan goed worden geborgd − Duidelijkheid hoe te handelen in bepaalde situaties en duidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden gegeven verschillende situaties. Dit kan tijd besparen en de kans op miscommunicatie en conflicten sterk doen verminderen − Op een juiste manier formuleren van afspraken geeft de betrokken partijen een grote mate van flexibiliteit.
Daarnaast is het relatief eenvoudig om een samenwerkingsovereenkomst aan te passen of elementen aan toe te voegen indien de situatie dit vraagt − Er zijn geen veranderingen nodig in statuten of andere regelementen om de gestelde doelstellingen samen te realiseren − In een samenwerkingsovereenkomst kunnen verschillende situaties beschreven worden welke een goede leidraad vormen voor handelen − Een samenwerkingsovereenkomst biedt de benodigde flexibiliteit om in tijden van tegenspoed strakke regie te voeren en in tijden van voerspoed ‘de teugels weer wat te kunnen laten vieren’ − De mogelijkheid om duidelijk te regelen wat te doen indien er dermate grote problemen ontstaan, dat een ontbinding van de samenwerking noodzakelijk is
•
Er zijn echter ook een aantal nadelen en hierop dient in het contract zoveel mogelijk op geanticipeerd worden
− De mogelijke complexiteit van de overeenkomst en de verschillende interpretaties die weer tot geschillen kunnen leiden − Er is geen automatische gelijkschakeling van de belangen van de verschillende partijen (dit is bijvoorbeeld bij een aandelenparticipatie meer het geval)
− Niet alle denkbare situaties kunnen in een contract opgenomen worden (‘incomplete contracts’) − Besluitvorming kan langer duren
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
19
4. Advies JBR
JBR is van mening, dat een effectieve samenwerkingsovereenkomst een beschrijving dient te geven van de doelstelling, de rollen en verantwoordelijkheden en afleggen verantwoording
Voorbeeld hoofdstukindeling samenwerkingsovereenkomst en belangrijke paragrafen 1. Betrokken Partijen (uit het Bestuurlijk Platform) 2. Definities
− Liquiditeitsplanning voor de komende 12 maanden (dus voortschrijdend) aan de betrokken overheden als convenant in de nieuwe leningen (voor de periode met onvoldoende eigen vermogen) − Uitgangspunten financieel arrangement (integreren in SOK)
3. Considerans − Beschrijving van de manier waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, wat de achtergrond is en wat er mee beoogd wordt (bijv. zorgen dat er afspraken zijn gemaakt om op terug te vallen indien een groot verschil van inzicht / conflict zich voordoet) 4. Doel van de samenwerkingsovereenkomst − Doelstellingen zoals opgenomen in de statuten van de Stichting expliciet aangevuld met het doel om het publieke belang te dienen − Beschrijven van de manier waarop de gezamenlijke projecten vormgegeven worden (bijv. Transferium)
7. Rollen en verantwoordelijkheden, taakverdeling en governance − Beschrijving rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen met behulp van een VERI-matrix: Verantwoordelijk / Eindverantwoordelijk / Raadplegen / Informeren. In de matrix staan op de horizontale as de namen van de personen of de functionele rollen en op de verticale as de op te leveren resultaten, betrokken processen of activiteiten − Specifieke beschrijving van de rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van de benoeming van de RvT 8. Verplichtingen van betrokken partijen
9. Wijze van besluitvorming
5. Looptijd / duur en beëindiging / opzegging / ontbinding
10. Meten van de resultaten en afleggen verantwoording
6. Juridische en financiële kaders voor de samenwerking − Kaders en randvoorwaarden voor het beleid van de stichting zoals gedefinieerd in de ‘Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030’ − Afspraken ten aanzien van de vermogenspositie van de Stichting
− Inspraak bewoners en inwoners en formele afspraken met betrekking tot de leefbaarheid van inwoners van Kinderdijk en molenbewoners (gerepresenteerd door de Belangenvereniging Leefbaar Kinderdijk respectievelijk de huurderscommissie). Bijvoorbeeld door formele KPI’s met periodieke controle (bijv. halfjaarlijks) welke openbaar wordt Financiën
− Afspraken ten aanzien van de bestemming van baten en lasten van de Stichting
11. Regeling geschillen − Inspraak van de betrokken partijen ten aanzien van de meerjarenbegroting, de balans en staat 12. Communicatie van baten en lasten van de Stichting 13. Slotbepalingen − Convenant met betrekking tot eventuele financiering (wat gebeurt indien het convenant geschonden wordt) − Goedkeuringsrecht ten aanzien van besluiten die de vermogenspositie van de begunstigde raken, zoals aan- of verkoop van vastgoed, aan- of verkoop van effecten, het aangaan van andere leningen opgenomen als convenant in de nieuwe leningen (voor de periode met onvoldoende eigen vermogen)
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
20
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Algemene observaties JBR en uitgangspunten voor oplossingsrichtingen 3. Beschrijving mogelijke scenario’s voor oplossingsrichtingen
4. Advies JBR
Bijlage
i.
Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
ii.
Geografisch en operationeel kader
iii.
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
iv.
Chronologisch overzicht met feiten en gebeurtenissen
v.
Tijdslijn met relevante documenten
vi.
Lijst met geïnterviewden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
21
i. Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
De belangrijkste belanghebbenden zijn in kaart gebracht waarbij er drie verschillende niveaus te onderscheiden zijn: landelijk niveau, regionaal niveau en lokaal niveau Overzicht belanghebbenden Cultureel Erfgoed Kinderdijk
Er zijn drie verschillende niveaus van belanghebbenden te onderscheiden: •
RCE & UNESCO
River Cruises
Landelijk en internationaal − Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Ministerie van Ondwerijs, Cultuur en Wetenschap), UNESCO
Provincie ZuidHolland
− River cruises •
Regionaal − Provincie Zuid-Holland
Waterschap Rivierenland
OV / Waterbus
− Waterschap Rivierenland − Sponsoren
− OV / Waterbus
CULTUREEL ERFGOED KINDERDIJK
− Belanghebbende bedrijven •
Bedrijven en lokale middenstand
Sponsoren
Lokaal − Gemeente Molenlanden − Gemeente Alblasserdam − SWEK (inclusief werknemers en vrijwilligers)
− Inwoners van Kinderdijk (Belangenvereniging Leefbaarheid Kinderdijk)
Inwoners Gemeenten en molenbewoners
3-11-2021
− Molenbewoners
Gemeenten en politieke partijen SWEK
− Lokale middenstand
De verschillende lokale belanghebbenden zijn zeer nauw met elkaar verbonden waarbij historie en individuele relaties een belangrijke invloed hebben op de manier waarop gedacht wordt over de problematiek en mogelijke oplossingen
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
22
i. Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
De verschillende belanghebbenden hebben eigen verantwoordelijkheden en doelstellingen met betrekking tot het Werelderfgoed (1/2) Internationaal niveau •
De Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk Erfgoed ’is aangenomen door de UNESCO in 1972 in Parijs. Hierin is de zorg voor bescherming en beheer van het cultureel en natuurlijk erfgoed van uitzonderlijke en universele betekenis aan de wereldgemeenschap opgedragen. De Staat der Nederlanden heeft in 1992 de overeenkomst van de Algemene Conventie ondertekend. Met de ondertekening van dit verdrag is door de Staat der Nederlanden aangegeven dat zij de Werelderfgoederen in Nederland zullen beschermen en uitdragen. De status van Werelderfgoed is geen specifiek wettelijke bescherming, maar voor het Werelderfgoed Kinderdijk-Elshout is de bescherming wel wettelijk geregeld via het beschermde dorpsgezicht en het bestemmingsplan. De individuele molens zijn beschermd als rijksmonument. UNESCO heeft voor elke Werelderfgoedsite een managementplan verplicht gesteld. Het doel van het managementplan is aan te tonen hoe de instandhouding van de universele waarden van de site is geregeld en wordt versterkt o.a. via beheer, uitvoeringsprogramma’s, monitoring en middelen en hoe de rolverdeling tussen en verantwoordelijkheden zijn van de betrokken partijen. Het managementplan heeft een tijdshorizon van 10 jaar en loopt tot 1 januari 2026
•
Viking River Cruises (Cruise maatschappij) is de cruisemaatschappij die rondvaarten aanbiedt aan toeristen. Doelstelling van deze organisatie is met name gelegen in een goede commerciële exploitatie
Landelijk niveau
•
Ministerie voor infrastructuur en waterstaat is verantwoordelijk voor het onderhouden van waterwegen, dijken, sporen en wegen
•
Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) is een onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Rijksdienst heeft wettelijk vastgelegde taken, op basis van het Nederlands Werelderfgoedbeleid en de monumentwet, om te zorgen dat het monument register goed beheert zal worden. De Rijksdienst doet dit door middel van advisering en het verlenen van subsidies − de doelstellingen/belangen ten aanzien van Kinderdijk bestaan uit het uitvoeren van het Nederlandse Werelderfgoedbeleid en de Monumentwet. De RCE rapporteert aan UNESCO over de status van het Werelderfgoed en treedt op als kennisinstituut en adviseur
Regionaal niveau (1/2) •
Provincie Zuid-Holland is een midden bestuur, dat zich bezig houdt met zaken die te groot zijn voor de gemeentes, maar te klein zijn voor de aandacht van het Rijk. Provincie Zuid-Holland heeft de verantwoordelijkheid om een duurzaam en evenwichtig Zuid-Holland te vormen, waarbij het samenleven, ondernemen, reizen, wonen en recreëren wordt geoptimaliseerd. Op hoofdlijnen zijn de ambities: (1) bereikbaar Zuid-Holland, (2) schone energie voor iedereen, (3) een concurrerend Zuid-Holland, (4) versterken natuur in Zuid-Holland, (5) sterke steden en dorpen in Zuid-Holland en (6) gezond en veilig Zuid-Holland − de doelstellingen ten aanzien van Kinderdijk bestaan uit het bewaken van het bovenlokale (inter)nationale belang van Kinderdijk als nationaal icoon. Deze verantwoordelijkheid komt voort uit hun regionale taken met betrekking tot het Regionaal Ruimtelijk Beleid, het Regionaal Toeristisch Beleid, Provinciaal Erfgoed Beleid en de instandhouding en bewaking molenbiotopen in Zuid-Holland
•
Het OV en de Waterbus vallen onder de verantwoording van Provincie Zuid-Holland. Met betrekking tot het Werelderfgoed is de doelstelling van het OV en de waterbus om toeristen veilig en efficiënt te vervoeren naar het Werelderfgoed
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
23
i. Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
De verschillende belanghebbenden hebben eigen verantwoordelijkheden en doelstellingen met betrekking tot het Werelderfgoed (2/2) Regionaal niveau (2/2) •
Waterschap Rivierenland is een overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor het weg- en waterbeheer binnen het betreffende gebied
− doelstellingen ten aanzien van Kinderdijk bestaan uit de waterhuishouding in en om het gebied, waaronder (1) het controleren van het peilbeheer en de waterkwaliteit in de watergangen, (2) het onderhoud en beheer van de hoge en lage boezems, watergangen, kades en wegen/parkeerterreinen in het gebied en (3) het onderhoud en beheer van werkzame gemalen in het gebied. De komende jaren zal het Waterschap ook grootschalige veranderingen door moeten voeren in het watersysteem van Alblasserwaard •
Er zijn verschillende bedrijven actief en afhankelijk van het Werelderfgoed in hun voortbestaan. Dit betreft zowel in het kader van het toeristisch product, als in het kader van onderhoud
Lokaal niveau •
Gemeente Molenlanden is de lokale bestuurlijke eenheid van de overheid in de Molenlanden. De gemeente is eigenaar van alle molens. De molens bevinden zich voor 90% op het grondgebied van de gemeente Molenlanden. Voor het afstemmen van het beleid, informatie delen et cetera is de gemeente onderdeel van het kernteam van het Bestuurlijk Platform
− de gemeente wil de toeristen in Kinderdijk een ‘Werelderfgoed-waardige ontvangst’ kunnen bieden, ondernemers in de recreatieve sector de mogelijkheid geven om de potenties van het gebied te benutten en tegelijkertijd de leefbaarheid van de inwoners te respecteren. Grip op de ontwikkelingen binnen het Erfgoed belangrijk is van belang om deze doelen effectief te kunnen behartigen •
Gemeente Alblasserdam is de lokale bestuurlijke eenheid van de overheid in Alblasserdam. De molens van Kinderdijk bevinden zich voor ongeveer 10% o p het grondgebied van de gemeente Alblasserdam. Voor het afstemmen van het beleid, informatie delen et cetera is de gemeente onderdeel van het kernteam van het Bestuurlijk Platform
− de doelstellingen van de gemeente Alblasserdam zijn op hoofdlijnen hetzelfde als die van de Gemeente Molenlanden, waarbij vis itormanagement en leefbaarheid belangrijke elementen zijn •
De Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (“SWEK”) is een stichting aangesteld als siteholder van de Kinderdijk molens. De taken van de SWEK bestaan voornamelijk uit het naleven van UNESCO’s Outstanding Universal Values (OUV) het behartigen van de Werelderfgoedbelangen voor Kinderdijk-Elshout, het onderhouden en behouden van het molencomplex, het bevorderen van de publieke presentatie en toegankelijkheid en educatie over dit unieke gebied in Nederland
− Doelstellingen ten aanzien van Kinderdijk bestaan uit (1) het in stand houden van molens en opstallen in het molengebied Kinderdijk die geheel of gedeeltelijk zijn aangemerkt als beschermd monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988, (2) het behouden en conserveren van het molengebied Kinderdijk als (cultuur)historisch- en natuurmonument, (3) het bevorderen van de publieke presentatie en de toegankelijkheid van het Werelderfgoed Kinderdijk, (4) het bevorderen van de kennisoverdracht omtr ent het Werelderfgoed en de (historische) functie van de molens en de waterstaatswerken •
Belangenvereniging Leefbaarheid Kinderdijk werd in 1990 opgericht, met als doel om toentertijd de belangen van de bevolking te beschermen tegen dijkverzwaring en het groeiende toerisme. Hedendaags is het groeiende toerisme een centraal onderwerp geworden, waardoor de belangenvereniging ook meer inspraak wenst op verdere ontwikkelingen van het Erfgoed
•
Molenbewoners zijn de huurders en bewoners van de Kinderdijk molens (op dit moment in het proces om een huurdersvereniging op te stellen) − doelstellingen ten aanzien van Kinderdijk bestaan uit het waarborgen van de leefbaarheid voor de molenbewoners in het gebied en een goede staat van de woningen
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
24
i. Overzicht verschillende stakeholders en doelstellingen met betrekking tot Kinderdijk
De verschillende belanghebbenden hebben eigen verantwoordelijkheden en doelstellingen met betrekking tot het Werelderfgoed (2/2) Lokaal niveau •
Bewoners gemeente Molenlanden en Alblasserdam zijn de lokale bevolking in beide gemeentes en met name de bewoners van het dorp Kinderdijk (verenigt in de Belangenvereniging Leefbaarheid Kinderdijk). Doelstellingen zijn met name gelegen in een goede leefbaarheid, waarbij zaken zoals overlast met parkeren, drukte, vervuiling et cetera een belangrijke rol spelen
•
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en er is een dergelijk bescherm gebied in de boezems Kinderdijk en omvat de hoge boezems van de Nederwaard, de Overwaard en Nieuw-Lekkerland alsmede delen van de aangrenzende polders Blokweer en Nieuw-Lekkerland. Het belang van dit gebied is met name gelegen in de bescherming van het broedgebied van vogels en als overwinterings- en rustgebied voor grondeleenden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
25
ii. Geografisch en operationeel kader
Geografisch kader Kinderdijk
• Het erfgoed is toegankelijk vanaf het water en vanuit autowegen vanuit Lekkerland en Alblasserdam. Met
de auto en bus komt er al snel veel verkeer door de dorpen resulterende in overlast. Er loopt een dijkweg vanaf het dorp Kinderdijk richting het erfgoed. Aan deze dijk staan dichtbij Kinderdijk verschillende
woningen • Dichtstbijzijnde snelweg is de A15 met een verbinding via Alblasserdam. Nieuw-Lekkerland is slechts via
N-wegen te bereiken • De in 2016 geïntroduceerde waterbus verbindt het Molengebied met de opstapplaats van Ridderkerk,
waar toeristen vanuit Rotterdam en omstreken aankomen via een andere waterbus • Rond de afrit A15 Alblasserdam zijn P+R locaties, die het aantrekkelijk maken om de auto te parkeren en
met de waterbus verder te gaan. Deze directe afslag op de A15 geeft een directe route richting Kinderdijk en het Molengebied, maar zorgt daarmee ook voor problemen
• Het Werelderfgoed ligt midden tussen water, bedrijventerrein, agrarisch land en dorpen − aan de noordzijde grenst het erfgoed aan de Lek − aan de westzijde grenst het erfgoed aan het dorp Kinderdijk en aan bedrijfsterreinen van ondernemingen zoals Royal IHC − aan de oostzijde grenst het erfgoed aan agrarisch land en het dorp Nieuw-Lekkerland van de gemeente Molenlanden − aan de zuidzijde grenst het erfgoed aan agrarisch land en het dorp Alblasserdam
• Het erfgoed ligt in een Natura 2000 locatie • Er is weinig ruimte aan de dijkweg voor parkeergelegenheden
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
26
ii. Geografisch en operationeel kader
Het Erfgoed Kinderdijk kenmerkt zich door een aantal fysieke en operationele omstandigheden, die een extra uitdaging bieden voor het effectief besturen van het gebied •
Het Erfgoed Kinderdijk kenmerkt zich door een aantal fysieke omstandigheden, die een extra uitdaging bieden voor het effectief besturen van ervan:
•
NBTC verwacht een autonome groei van het aantal internationale gasten aan ons land van minstens 50% in 2030 ten opzichte van 2017. Gezien het hoge aandeel internationale bezoekers aan het molengebied van Kinderdijk zal deze groeiverwachting flinke impact hebben: 3,7%-6% jaarlijkse groei van internationale toeristen en 1,5% jaarlijkse groei van binnenlandse bezoekers
•
De toeristen komen uit verschillende landen met verschillende vervoersmodaliteiten, waarbij de auto en vervoer per water in 2018 redelijk dominant zijn . Het totaal aantal betalende en niet-betalende bezoekers bedroeg circa 700.000 in 2018 (bron: Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030). Met name de bussen en auto’s zorgen voor druk op de leefbaarheid. Het is onduidelijk of de stromen en vervoersmodaliteiten strak gestuurd kunnen worden
− op dit moment zijn 14 van de 19 molens bewoond, hetgeen aan de ene kant een positieve bijdrage levert aan de beleving van het erfgoed, maar aan de andere kant ook (lastige) eisen stelt aan het beheer en onderhoud van de molens. − de omgeving van Kinderdijk wordt door de bewoners en omwonenden gebruikt als natuurgebied om te recreëren (wandelen, fietsen et cetera). Het gebied wordt dan ook gepercipieerd als publieke ruimte waarbij toegang voor omwonenden gegarandeerd dient te zijn − er is veel bedrijvigheid in de buurt van Kinderdijk (bijv. IHC) waardoor de ruimte voor ontwikkelen van infrastructuur ten behoeve van het erfgoed beperkt is − de molens zijn in eigendom van de gemeente, terwijl de grond voor het grootste gedeelte in handen van het Waterschap is − het bezoekerscentrum is op een locatie gebouwd met specifieke uitdagingen waardoor de bouwkosten relatief hoog zijn uitgevallen ten opzichte van de economische waarde van het gebouw
− de toeristenstroom naar de molens van Kinderdijk bestaat voor een belangrijk deel uit ‘uurbezoek waarbij het selfietoerisme’ aanzwelt. De economische impact (bestedingen en werkgelegenheid) van deze bezoeken is relatief laag. Dit komt door de karakteristiek van georganiseerde groepsreizen (touroperators). Daarnaast is toeristische productontwikkeling in het molengebied nauwelijks verbonden met toeristische belevingen in de directe omgeving. Het aandeel toeristische banen in de arbeidsmarktregio is met ca. 3% beduidend lager dan de landelijke 7,5% werkgelegenheid in toerisme. En de toeristische bestedingen in bijvoorbeeld de gemeente Molenlanden zijn met €16 miljoen in 2016 redelijk bescheiden
Verdeling van vervoersmodaliteiten Kinderdijk 2018 middels twee telmomenten in 2018 (bron: DEFACTO) OV bus
Rivercruis
3%
11%
Touringbus 9%
Waterbus
8% Driehoeksveer 5% Overig per water 2% 36%
Auto
19% Fiets 6%
Voetganger Bron: ZKA-rapportage, 2016 en 2018; CBS, 2018, LISA; Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030; DEFACTO
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
27
iii. Juridisch, organisatorisch en financieel kader
Het Juridisch, organisatorisch en financieel kader is onderverdeeld in acht elementen welke achtereenvolgens kort worden toegelicht
Relevante wet- en regelgeving Bezittingen en verplichtingen
1 2
8
Commerciële exploitatie
Juridisch, organisatorisch en financieel kader
7
6
Contractuele relaties
Organisaties, rollen en verantwoordelijkheden
3
Monitoring, toezicht en verantwoording
4 5
Overlegstructuren
Communicatie
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
28
iii. Juridisch, organisatorisch en financieel kader
Relevante wet- en regelgeving •
De Rijksoverheid − de Monumentenwet voor behoud van het historisch erfgoed
− het Omgevingsrecht, hierbij gaat het om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur met een evenwicht tussen benutten en beschermen van de leefomgeving − het Besluit ruimtelijk ordening, is de nadere uitwerking van de Wro en is onder meer vastgelegd dat gemeenten rekening moeten houden met cultuurhistorie bij het opstellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten onderzoek moeten doen naar de cultuurhistorische waarden van een bestemmingsplangebied − de Erfgoedwet, bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland − de Omgevingswet, met hierin regels voor ruimtelijke ontwikkeling (deze is wel aangenomen, maar niet geïmplementeerd) •
Provinciaal − het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In de zogenaamde ‘laag van de beleving’ wordt het Werelderfgoed Kinderdijk als kroonjuweel aangemerkt met twee richtpunten (1) Behouden en versterken van de kwaliteiten van Werelderfgoedcomplex Kinderdijk door het in stand houden van de samenhang tussen alle onderdelen van dit ensemble en het bewaren van de openheid van het gebied en omgeving en (2) behouden en versterken van de zichtlijnen van en naar het complex Kinderdijk − Nota vergunningsverlening Toezicht en Handhaving; Het doel is het voorkomen en oplossen van knelpunten in de leefomgeving, verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving
•
Waterschap − het Waterbeheerplan, is een instrument voor de waterbeheerder om te komen tot een samenhangend, systematisch en doelmatig beleid en beheer om aa n de doelstellingen in de Waterwet (art 2.1) te voldoen zoals voorkomen wateroverlast, waterkwaliteit et cetera
•
Gemeentes − bestemmingsplannen gemeentes Molenlanden en Alblasserdam, beschrijft wat er met de ruimte in een bepaalde gemeente mag gebeuren en bevat een plankaart en regels en voorschriften en een toelichting. Daarnaast worden de beleidskaders van het Rijk en de Provincie die relevant zijn opgenomen − APV‘s gemeentes Molenlanden en Alblasserdam, zijn regelingen die gelden voor iedereen binnen de gemeente, en die vaak tot doel heeft de gemeente netjes en leefbaar te houden voor iedereen
•
SWEK
− Op 1 juli 2021 zal de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking treden. De WBTR is het sector-overstijgende antwoord van de wetgever op de vraag naar maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen in de semipublieke sector. De WBTR introduceert voor de stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij (OWM) onder andere wettelijke regels voor het monistisch bestuursmodel (one tier board) en de raad van commissarissen. Ook worden regels voor tegenstrijdig belang en aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen meer analoog aan de regels voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV) en naamloze vennootschap (NV). De WBTR houdt voorts regels in voor het bestuur inzake taakverdeling, bezoldiging en een raadgevende stem in de algemene vergade ring − Gebiedsperspectief Kinderdijk 2030, waarin het strategisch kader is beschreven waarbinnen de ontwikkelingen rondom het Werelderfgoed vormgegeven dienen te worden welke wordt onderschreven door de Provincie Zuid-Holland, het Waterschap Rivierenland, de gemeentes Molenlanden en Alblasserdam en de SWEK − statuten van de stichting
3-11-2021
Project doorontwikkeling governance Kinderdijk - Eindrapport
29
iii. Juridisch, organisatorisch en financieel kader
De belangrijkste organisaties zijn opgenomen in het Bestuurlijk Platform Kinderdijk, waarbij de rollen en verantwoordelijkheden en de spelregels op hoofdlijnen zijn beschreven De belangrijkste betrokken organisaties en bijbehorende rollen en verantwoordelijkheden zijn:
•
SWEK is sitehouder en eindverantwoordelijke voor de instandhouding en het uitragen van Werelderfgoed Kinderdijk. Verder is de SWEK verantwoordelijk voor een gezonde exploitatie van de stichting en de activiteiten die zij uitvoert. De stichting heeft een Raad van Toezicht bestaande uit vijf onafhankelijke leden (een vijfde lid wordt nu geworven) met de volgende taken en bevoegdheden (niet limitatief): − toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene zaken van de stichting