CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Taken trends ontwikkelingen DGJ.pdf

Gemeenteraad Alblasserdam 3 oktober 2023, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 6: Bouwstenennotitie DG&J en MJP-ambities DG&J - Voorstel14.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 22

•

•

•

Door Covid heeft het thema infectiepreventie een ontwikkeling meegemaakt, die de komende jaren nog zal doorwerken. Het bewustzijn is vergroot dat basis hygiënemaatregelen bijdragen aan vermindering van verspreiding van infectieziekten en het tegengaan van verder toename van antibioticaresistentie. Het is echter complex om tot blijvende gedragsverandering te komen. Daarom blijft de GGD ZHZ de komende jaren het onderwerp agenderen en scholingen aanbieden voor professionals die werken met kwetsbaren, samen met het IP&ABR-Zorgnetwerk Zuidwest Nederland. Sommige zorgaanbieders hebben daarbij speciale aandacht. Dit zijn zorgaanbieders die (nog) geen eigen infectiepreventie deskundigheid hebben. Dit geldt in het specifiek voor de gehandicaptenzorg, maar ook de thuiszorg verdient de aandacht. Het IZA en GALA werken toe naar een situatie waarin zorgbehoevende mensen langer thuis kunnen wonen. Dat betekent dat thuiszorgorganisaties een zwaardere patiëntencategorie krijgt[2]. De thuiszorg en de gehandicapten staan verder onder druk door hoog personeelstekort. Dit zijn risicofactoren voor de naleving van hygiënemaatregelen. In Nederland worden in zelfstandige kleinschalige woonvoorzieningen zorg verleend. Het is een tussenvorm tussen de thuissituatie en een verpleeghuis, zonder eigen deskundigheid op het gebied van infectiepreventie. Deze woonvormen zullen naar verwachting toenemen.

In deze woonvormen is veel interactie tussen bewoners en medewerkers, en hebben naasten een actief aandeel in het dagelijks leven. Dit vormt een risico voor de verspreiding van infecties. De GGD zal een grotere rol moeten aannemen bij deze ketenpartners bij hygiënevraagstukken en mogelijke uitbraken van infectieziektes.

Seksuele gezondheid • Het programma seksuele gezondheid en veiligheid loopt tot 2025 en moet in de komende MJP-periode dus worden geborgd. Het RIVM stond tot vorig jaar toe dat een deel van de middelen uit de subsidieregeling Aanvullende Seksuele Gezondheid kon worden benut voor het geven van voorlichtingen. Per 2023 mag dat niet meer; RIVM gaat er vanuit dat gemeenten dat vanuit de inwonerbijdrage bekostigen, omdat de Wpg voorschrijft dat gemeenten zorgen voor algemene preventie op seksuele gezondheid. • Landelijk neemt de aandacht voor seksuele gezondheid sterk toe. o Op 5 oktober 2022 publiceerde het ministerie van VWS een kamerbrief met haar Beleidsvisie seksuele gezondheid. Hierin staan beoogde ontwikkelingen, plannen en onderzoeken voor de komende jaren. De speerpunten zijn: 1. Monitoring/surveillance, 2. Bevordering seksuele gezondheid, 3. Verbetering positionering (aanvullende) seksuele gezondheidszorg in het zorgstelsel, 4. Preventie, opsporing en behandeling van soa's en hiv. Eén van de zaken die de GGD'en aangaat, is dat de subsidieregeling Aanvullende Seksuele Gezondheid (ASG) onder de Wpg wordt gebracht. De uitvoering blijft hetzelfde, maar RIVM krijgt meer (centrale) sturing.

Er komt ook een onderzoek in 2024 naar het zorgsysteem rondom soa, seksuele en reproductieve gezondheid in Nederland, over organisatie en financiële borging; de ASG-zorg zou aanvullend moeten zijn op reguliere zorg van huisartsen en ziekenhuizen, maar in praktijk is de vraag naar consulten bij de CSG's in Nederland groter dan het aantal consulten dat de plafondregeling toelaat.

[2]

https://abrzorgnetwerkzwn.nl/nieuws/waaw-infectiepreventie/

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 23

o

o

o

Eind 2022 heeft Kenniscentrum Rutgers een manifest aangeboden aan minister Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs) en Mariette Hamer (regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag), waarmee zij het kabinet oproepen regie te nemen door seksuele vorming een structurele plek te geven in het voortgezet onderwijs, ook in de bovenbouw. Als dit effect heeft, wensen scholen wellicht meer GGD-ondersteuning dan nu het geval is. Er wordt een Nationaal Actieplan opgesteld voor de aanpak van grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De GGD volgt dit, en zal haar rol definiëren qua takend. Dit wordt besproken met in ieder geval Veilig Thuis en het Netwerk Seksueel Geweld ZHZ (onderdeel van het landelijke programma Geweld hoort nergens thuis). In 2022 is een Nationaal Actieplan Seksuele gezondheid, soa en hiv voor de jaren 2023-2027 opgesteld. RIVM regisseert de uitvoering. De betekenis hiervan voor / gevraagde inzet hiervan aan GGD'en wordt nauwlettend gevolgd.

2.8 Monitoring en epidemiologisch onderzoek 2.8.1 Taken De GGD voert de volgende taken uit op basis van de Wpg: 1. het verwerven van, op epidemiologische analyse gebaseerd, inzicht in de gezondheidssituatie van de bevolking, 2. het elke vier jaar, voorafgaand aan de opstelling van de nota gemeentelijke gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, tweede lid, op landelijk gelijkvormige wijze verzamelen en analyseren van gegevens over deze gezondheidssituatie. De GGD voert hiervoor verschillende gezondheidsmonitoren uit, meestal in een cyclus van vier jaar: • Kindmonitor 0-12 jaar • Gezondheidsmonitor jeugd 12-18 jaar • Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 24

Daarnaast worden de door de jeugdgezondheidszorg verzamelde vragenlijstgegevens gebruikt bij het inzichtelijk maken van de gezondheidssituatie van de inwoners in ZuidHolland Zuid. Het gaat om de volgende vragenlijsten: 1. Digitale vragenlijst in het primair onderwijs (groep 2 en groep 7) voor ouders voorafgaand aan het de contactmomenten; 2. In het voortgezet onderwijs vullen leerlingen een digitale vragenlijst in. Op het vmbo gebeurt dat in klas 1 en 3 en op havo/vwo in klas 2 en 4. De verschillende gezondheidsmonitoren en de cijfers van de jeugdgezondheidszorg zijn input voor: (1) verdiepend onderzoek; (2) beleidsontwikkeling (3); en verbeteren van de uitvoering van GGD-taken. De gezondheidsmonitoren maken onderdeel uit van het Kennisprogramma van de GGD, dat parallel loopt aan het Meerjarenbeleidsplan. Met het Kennisprogramma geeft de GGD gemeenten inzicht in diverse aspecten van de gezondheidstoestand en gezondheidsbevorderende en –bedreigende factoren van de inwoners in Zuid-Holland Zuid. Het Kennisprogramma bestaat naast bovengenoemde monitoren ook uit verdiepend onderzoek. Het Kennisprogramma 2019-2023 zorgt voor verdieping van de vijf opgaven van de DG&J: gezond en veilig opgroeien, iedereen doet mee, vitaal ouder worden, gezonde leefomgeving en COVID-19.

Voorbeelden van verdiepend onderzoek zijn: • De uitdagingen van een nieuw leven: Een kwalitatief longitudinaal onderzoek met Syrische en Eritrese gezinnen. • Long COVID: langdurige gezondheidsklachten na besmetting met het coronavirus SARS-CoV-2 in de regio Zuid-Holland Zuid. Het Kennisprogramma 2024-2027 wordt ingevuld op basis van de ambities voor het nieuwe Meerjarenbeleidsplan.

2.8.2 Trends en ontwikkelingen Trends •

De GGD heeft op basis van de gezondheidsmonitoren zogenoemde netwerkanalyses gemaakt, ter voorbereiding op het nieuwe Meerjarenbeleidsplan. Op basis van deze analyses is een aantal thema’s geselecteerd voor het maken van een trendanalyse. De netwerkanalyse en trends zijn weergegeven in bijlage 2 bij de Bouwstenennotitie.

Ontwikkelingen • •

•

Aanvullend op de reguliere gezondheidsmonitoren zijn in opdracht van het ministerie van VWS en RIVM COVID-monitoren uitgevoerd. Gemeenten hebben behoefte aan beleidsinformatie, bijvoorbeeld in de vorm van data op wijkniveau. DG&J-breed wordt gewerkt aan een dataplatform. Daarnaast is DG&J partner in het regionaal dataplatform van de Drechtsteden, dat wordt beheerd door het Onderzoekcentrum Drechtsteden, DG&J en de Sociale Dienst Drechtsteden. Op initiatief van het ministerie van VWS en GGD GHOR Nederland wordt geïnvesteerd in een kennisinfrastructuur voor publieke gezondheid, waarbij de verbinding tussen landelijke kennisinfrastructuur (universiteiten, RIVM en kennisinstellingen en GGD’en wordt versterkt. Dit gebeurt onder andere op basis van een ZonMw-subsidie en het Gezond en Actief Leven Akkoord.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 25

•

•

•

Het huidige Kennisprogramma loopt eind 2023 af. In 2023 wordt samen met gemeenten een nieuw Kennisprogramma ontwikkeld voor de periode 2024-2027. Het programma draagt bij aan de versterking van de kennisinfrastructuur. betekent deze toevoeging dat het toezicht in 2023 nu wel kostendekkend is? Als dat niet het geval is, is de toevoeging 'tot 2023' niet nodig, vanwege de toelichting die bij deze bullit is gegeven. De GGD ziet de volgende inhoudelijke ontwikkelingen voor onderzoek en kennis op het gebied van publieke gezondheid: o Het doel van onderzoek verschuift van 'weten wat werkt' (attributie) naar 'weten wat bijdraagt' (contributie). Hiervoor is nodig dat in alle facetten van het onderzoeksproces met beleid, experts en bewoners intensief wordt samengewerkt om de complexiteit van een (opkomend) thema te doorgronden. o Vanuit het idee van complexiteit en 'Health in all policies' is het nodig om (opkomende) problematiek in andere domeinen (en die van invloed zijn op gezondheid) vanuit het publieke gezondheidsdomein te helpen oplossen. Ook door (mee te doen) aan onderzoek in die domeinen. o Om gezondheidsverschillen te verkleinen, is het nodig om te differentiëren. Niet iedereen heeft dezelfde startpositie of mogelijkheden om gezondheidswinst te boeken.

Voor het differentiëren in aanpak is onderzoek nodig naar gezondheidsverschillen in bijvoorbeeld buurt en wijken en ook in wat werkt voor specifieke doelgroepen.

2.9 Crisisorganisatie 2.9.1 Taken De GGD voert op basis van de Wet publieke gezondheid vier crisistaken uit, te weten Gezondheidsonderzoek na rampen (GOR), Medische Milieukunde (MMK), Infectieziektebestrijding (IZB) en Psychosociale hulp bij rampen (PSH). De GGD heeft samen met de Geneeskundige Hulporganisaties bij Rampen (GHOR, onderdeel van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid) de beschikking over een georganiseerde, voorbereide en altijd beschikbare (24/7 binnen 1 uur) crisisorganisatie voor calamiteiten / crises in de publieke gezondheidszorg. Er is een aantal poules van functionarissen, die bij toerbeurt bereikbaarheidsdienst hebben. Zij zijn opgeleid en worden met regelmaat bijgeschoold en getraind, en zij voeren oefeningen uit. Een deel van dit programma wordt uitgevoerd met het gezamenlijke crisisteam van GGD en GHOR volgens een vastgesteld jaarplan. Voor het andere deel van het opleidingsplan vraagt de GGD jaarlijks stimuleringsgelden aan bij het ministerie van VWS (via het ROAZ, het Regionaal Orgaan Acute Zorg). De aard van de gebeurtenis en de omvang bepaalt welke crisisorganisatie(s) en welke functionarissen uit die organisaties moeten worden ingezet.

Bij een melding op het gebied van de gezondheidszorg wordt door de meldkamer de Algemeen commandant Geneeskundige dienst (ACGZ) gealarmeerd en hij/zij neemt dan het besluit of de crisisorganisatie gealarmeerd moet worden. Afhankelijk van het incident wordt er besloten welke procesleiders van de GGD benodigd zijn, om de crisis te managen. Dit is soms alleen op het gebied van de gezondheidszorg, maar veelal is er een groter incident, waarbij een gecoördineerde inzet (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 26

Procedure: GRIP) nodig is van brandweer, politie en bevolkingszorg. Als het gaat om een ongeluk waarbij mogelijk gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen, adviseert de Geneeskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen van de GGD. Na rampen vindt door de GGD Gezondheidsonderzoek na rampen (GOR) plaats.

2.9.2 Trends en ontwikkelingen In de afgelopen jaren is er een aantal andersoortige crises geweest, waarvoor aanvankelijk een crisisteam werd geactiveerd dat daarna is overgegaan in een projectteam. Denk hierbij aan de bestrijding van COVID-19 en de vluchtelingencrisis. Deze crises zorgden voor een intensieve samenwerking in de gehele keten. Resultaat daarvan is dat men elkaar goed heeft leren kennen en ook weet wat andere partijen te bieden hebben. Dit zorgt voor een steeds nauwere samenwerking tussen de diverse zorgpartijen, maar ook onder andere tussen gemeenten (bevolkingszorg) en gezondheidszorg. Het doet een groter beroep op de DG&J, zowel voor mentale gezondheid als infectieziektebestrijding, technische hygiënezorg en leerplicht.

2.10 Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) en sluitende aanpak personen met onbegrepen gedrag 2.10.1 Taken De Openbare Geestelijke Gezondheid Zorg (OGGZ) omvat de zorg voor kwetsbare personen die zelf geen hulp zoeken, zoals dak- en thuislozen, zorgschuw geworden mensen (zorgwekkende zorgmijders) en personen met verward gedrag. Er is veelal sprake van meervoudige, complexe problematiek, zoals psychiatrie, verslaving, schulden, verwaarlozing, sociaal isolement en huisvestingsproblematiek. Het voorkomen en verhelpen van extreme of zorgwekkende thuissituaties of dakloosheid is een belangrijke lokale opgave vanuit de Wet maatschappelijke ontwikkeling (Wmo). De GGD is een partner van gemeenten voor de uitvoering van deze OGGZ-taken (via de afdeling Zorgregie OGGZ). De GGD voert het centrale Meldpunt Zorg & Overlast uit, voor inwoners, politie en zorgaanbieders in Zuid-Holland Zuid. De procesregisseurs van de afdeling Zorgregie OGGZ volgen de meldingen op, coördineren de hulpverlening die nodig is en voeren de procesregie over het vervolgtraject. Daarnaast heeft de GGD de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het Team Toeleiding en Bemoeizorg. Tevens heeft de GGD een regionale regierol voor de ontwikkelagenda 'Sluitende aanpak personen met verward gedrag' en de implementatie van de Wet verplichte GGZ (WvGGZ).

Het (samenwerkende) lokale veld speelt een belangrijke rol in de preventie en vroegsignalering voor kwetsbare OGGZ-doelgroepen. De lokale inzet van Wijk-GGD'ers is hierbij een effectief instrument gebleken. Instrumenten zoals de WvGGZ (verplichte zorg en ondersteuning) en de Toegang Maatschappelijke Opvang zijn aanvullend hierop. Gezamenlijk worden stappen gezet om de lokale preventieve aanpak te versterken. In het bijzonder wordt gewerkt aan de introductie van Wijk-GGD'ers en het organiseren van een zogenaamde vangnetaanpak in alle gemeenten in onze regio.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 27

2.10.2 Trends en ontwikkelingen Trends • • • • •

Het volume van complexe casuïstiek dat wordt aangemeld bij het Meldpunt Zorg & Overlast laat in onze regio al jaren een groei zien. Het aantal 'E33' meldingen (politie-classificatie) neemt toe. Het aantal herhaalmeldingen bij het Meldpunt Zorg & Overlast stijgt. Het aantal meldingen waarin sprake is van extreme woningvervuiling neemt toe. De aanpak bij extreme woningvervuiling stagneert wanneer er drang of dwang ingezet moet worden om te komen tot een doorbraak. De doorlooptijd neemt fors toe in deze casussen.

Ontwikkelingen •

•

•

•

Vanwege de aanhoudende groei van het volume van complexe casuïstiek, is een structureel sluitende financiering van het Meldpunt Zorg & Overlast een belangrijk vraagstuk voor GGD en gemeenten. Per 1 januari 2024 wordt de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) van kracht. Deze wet biedt samenwerkingspartners meer mogelijkheden voor informatie-uitwisseling en verplicht elke gemeente te zorgen voor een meldpunt voor niet-acute casuïstiek en een regisseur voor elke casus. Hiermee krijgen de regionale Meldpunten Zorg & Overlast een wettelijke borging en worden nader te bepalen landelijke kwaliteitsnormen ontwikkeld. De aanpak van de top 'E33' (politie-classificatie voor personen met verward gedrag) is regionaal geborgd bij het meldpunt Zorg & Overlast. Door screening en triage wordt casuïstiek met een verhoogd risico-niveau op zorg en/of veiligheid, opgeschaald naar de betreffende functionarissen of platforms binnen de gemeenten (conform de landelijk erkende Aanpak Voorkoming Escalatie, die binnen iedere gemeente geïmplementeerd wordt). Met het actieprogramma 'Grip op onbegrip' gaat de regio Zuid-Holland Zuid samen met ketenpartners na op welke onderdelen binnen de aanpak rondom personen met onbegrepen gedrag een versteviging of doorontwikkeling wenselijk is. Dit gebeurt met behulp van een ZonMw-subsidie.

Verstevigingen die de komende jaren worden doorgevoerd, gaan over: versterken inzet ervaringsdeskundigheid; implementeren hulp- / crisiskaart; regionale inzet wijk-GGD; versterken aansluiting met gehandicaptenzorg en verpleeg- en verzorgingshuizen; realisatie time outvoorziening; en onderzoek en verbeteren probleemanalyse.

2.11 Toezicht kinderopvang 2.11.1 Taken Alle GGD'en in Nederland vervullen de rol van toezichthouder kinderopvang. De basis hiervoor vormt de Wet kinderopvang (Wko). De GGD inspecteert jaarlijks alle locaties voor kinderopvang (inclusief de voormalige peuteropvang), buitenschoolse opvang (BSO's) en Gastouderbureaus (GOB's) in Zuid-Holland Zuid. Daarnaast is het vanaf 1 januari 2023 op grond van de Wet kinderopvang verplicht om minimaal 50% van de ingeschreven gastouders jaarlijks te bezoeken (dit was tot 2023 5%). Gastouders moeten minimaal eens per drie jaar bezocht worden. Dit betekent dat gastouders waarover zorgen zijn, ieder jaar bezocht kunnen worden. Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 28

Een uitgangspunt bij het toezicht op de kinderopvang is dat het toezicht risicogestuurd plaatsvindt Op die manier kan et toezi t inspelen op de on rete risi o’s van lo aties en kan de toezichthouder extra aandacht besteden aan die plekken waar daar reden toe is. Het doel hiervan is om de effectiviteit en doelmatigheid van het toezicht te versterken. Dit vertaalt zi ook in et aantal voorwaarden dat per lo atie wordt beoordeeld GGD’en gebruiken hiervoor een door GGD GHOR Nederland ontwikkeld risicomodel. De GGD geeft gemeenten hiermee inzicht in de kwaliteit van de kinderopvangvoorzieningen. Gemeenten kunnen op basis van de inspecties zo nodig handhavend optreden.

2.11.2 Trends en ontwikkelingen Trends • •

Door personeelstekorten komt de kwaliteit van de kinderopvang in gevaar. IKC's (Integrale Kindcentra) ontwikkelen initiatieven in het belang van de ontwikkeling van kinderen. IKC's hebben enerzijds te maken met toezicht op basis van de Wet kinderopvang en anderzijds met de Inspectie van het Onderwijs. Dit bemoeilijkt de ontwikkeling van initiatieven als de Rijke Schooldag of het laten wennen van 3-jarigen in een kleuterklas.

Ontwikkelingen •

•

•

•

Het kabinet wil de kinderopvang vanaf 2025 gratis maken (in de vorm van een overheidsvergoeding van 96% van de maximum uurprijs voor kinderopvang). Naar verwachting neemt als gevolg hiervan het aantal locaties waar kinderopvang wordt geboden, toe. Ontwikkeling naar meer 'principle based'-toezicht, dat wil zeggen in de geest van de wet in plaats van volgens de letter van de wet. Meer 'principle based'-toezicht past bij een toezichthouder die missiegedreven werkt en het publieke belang centraal stelt. Dergelijk toezicht kan meer dan nu bijdragen aan een structureel verhogend effect op de kwaliteit van de kinderopvang, bovenop de bijdrage van toezicht en handhaving aan de naleving van wet- en regelgeving. De landelijke kijk op toezicht en handhaving kinderopvang is aan het veranderen. Waar toezicht voorheen vooral werd beschouwd als een controlemiddel, is de laatste jaren een ontwikkeling gaande naar meer preventief en lerend toezichthouden en handhaven. In 2024 zou flexibel toezicht worden ingevoerd, na twee overgangsjaren in 2022 en 2023. De invoering is echter uitgesteld tot 2025. Het invoeren van flexibel toezicht heeft als doel een verhoging van de kwaliteit van de kinderopvang. De nieuwe werkwijze is gericht op: • verbreden van de set geïnspecteerde items; • verminderen van voorspelbaarheid van toezicht; • vergroten van de ruimte voor maatwerk.

In de nieuwe werkwijze is niet langer sprake van negen voorwaarden die verplicht moeten worden onderzocht, maar zijn dit er nog twee: het toezicht op de aanwezigheid van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) en de correcte ins rijving in et ersonenregister kinderopvang K Daarnaast blijven GGD’en verplicht om de eisen met betrekking tot voorschoolse educatie (VE) te toetsen (indien een locatie VE aanbiedt). Ook is afgesproken dat de toezichthouder standaard blijft toezien op de pedagogische kwaliteit van een locatie.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 29

•

Juist omdat er meer ruimte komt voor maatwerk, is verbinding nodig met het lokale beleid van de gemeenten. Dit vraagt om het ontwikkelen van een regionaal uitvoeringsbeleid, zodat het toezicht op de kinderopvang beter aansluit op andere beleidsterreinen zoals jeugdhulp en het voorkomen van kindermishandeling.

2.12 Kwaliteitstoezicht Wet maatschappelijke ondersteuning 2.12.1 Taken Gemeenten zijn op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), verplicht toezicht op Wmo-voorzieningen in te richten. Gemeenten kunnen die taak beleggen bij hun GGD. De GGD ZHZ voert het kwaliteitstoezicht uit op de individuele Wmovoorzieningen voor de centrumgemeente Dordrecht, de gemeenten Gorinchem en Molenlanden, en in opdracht van de Sociale Dienst Drechtsteden voor de zeven gemeenten in de regio Drechtsteden. Het gaat om individuele Wmo-voorzieningen als beschermd wonen, dagbesteding, individuele begeleiding, huishoudelijke ondersteuning, maatschappelijke opvang, niet-medische ondersteuning door een wijkteam en soms respijtzorg. De gemeenten hebben de GGD tevens rechtstreeks aangewezen als Wmotoezichthouder voor de algemene voorzieningen. De gemeente Hoeksche Waard heeft er niet voor gekozen om het Wmo-kwaliteitstoezicht bij de GGD ZHZ te beleggen. Het Wmo-kwaliteitstoezicht richt zich op aanbieders van Wmo-voorzieningen die ofwel zijn gecontracteerd door gemeenten, ofwel ondersteuning bieden aan inwoners met een persoonsgebonden budget (PGB). De GGD onderscheidt de volgende vormen van Wmokwaliteitstoezicht: • pro-actief (preventief) toezicht (vooraf ingepland); • reactief toezicht (naar aanleiding van signalen); en • calamiteitenonderzoek.

De gemeenten in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en de centrumgemeente Dordrecht laten alle drie de vormen van toezicht uitvoeren door de GGD. De Drechtsteden hebben gekozen voor reactief toezicht en calamiteitentoezicht, en in beperkte mate proactief onderzoek (alleen op zorg verleend via PGB). Geen van de gemeenten maakt nog gebruik van de mogelijkheid van toezicht op algemene Wmo-voorzieningen. De GGD toezichthouders onderzoeken de prestaties van Wmo-aanbieders zoals die door gemeenten met aanbieders zijn overeengekomen. Het perspectief van de cliënt staat daarin centraal. Het toezicht is gericht op kwaliteitsverbetering. Op basis van een rapport met aanbevelingen adviseert de GGD zorgaanbieders en gemeentelijke inkopers, contractmanagers, beleidsmakers en handhavers over welke verbeteringen er noodzakelijk zijn bij specifieke zorgaanbieders en wat er beter kan in de ketensamenwerking als geheel. Wmo-aanbieders zijn verplicht calamiteiten en incidenten te melden bij de Wmotoezichthouder. Bij een melding van een calamiteit of geweld, moet een onderzoek worden gedaan naar de calamiteit of het geweld. In principe doet de aanbieder dit zelf (vanwege het gewenste leereffect) en wordt het onderzoek beoordeeld door de toezichthouder. Maar het is ook mogelijk dat de toezichthouder zelf een verdiepend onderzoek uitvoert.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 30

Bij onderzoeken door Wmo-toezichthouders vindt indien nodig afstemming plaats met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Het Wmo-toezicht is een taak die voortdurend in ontwikkeling is. Dit doet de GGD samen met de opdrachtgevers, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, GGD GHOR Nederland en andere GGD’en ensen van opdra tgevers veranderen en de GGD kan daar met het aanbod van Wmo-toezicht op inspelen. Dit heeft de GGD bijvoorbeeld gedaan door sinds 2021 een nieuwe vorm van Wmo-toezicht aan te bieden: de Pre-contractuele screening van zorgaanbieders.

2.12.2 Trends en ontwikkelingen Trends •

De overheid stimuleert dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Door de vergrijzing zal de vraag naar Wmo-zorg toenemen. Er zullen wellicht andere Wmovoorzieningen worden aangeboden (vormen van respijtzorg, algemene voorzieningen). De vraag naar meer Wmo-kwaliteitstoezicht en tevens nieuwe vormen van Wmo-kwaliteitstoezicht neemt daarmee naar verwachting toe.

Ontwikkelingen •

•

Het Wmo-toezicht dat door GGD ZHZ wordt uitgevoerd, is niet kostendekkend. In opdracht van het bestuur worden oplossingsrichtingen verkend. In 2023 wordt afgewogen of de DG&J het Wmo-toezicht blijft aanbieden en onder welke voorwaarden. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft in de afgelopen jaren geconstateerd dat het Wmo-toezicht niet overal stevig genoeg is ingevuld en vindt het tempo waarin gemeenten het Wmo-toezicht ontwikkelen onvoldoende. In reactie hierop wordt een beleidskader Wmo-toezicht ontwikkeld door het ministerie van VWS en landelijke ketenpartners (VNG, GGD GHOR Nederland, Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, en Toezicht Sociaal Domein). Belangrijke consequentie van implementatie van dit beleidskader is dat van gemeenten wordt verwacht dat zij een toezichts- en handhavingsbeleid opstellen, gekoppeld aan de beleidscyclus van Wmo-beleid. Dit betekent dat gemeenten afwegingen moeten maken over hoe zij het Wmo-toezicht organisatorisch willen inrichten en hoe zij inhoudelijk het Wmo-kwaliteitstoezicht willen invullen. Verder wordt van gemeenten verwacht om de afweging te maken om toezichtrapportages openbaar te maken. Van toezichthouders wordt verwacht dat zij een toetsingskader en een werkprogramma opstellen. Het belang van borging van kennis en vaardigheden van toezichthouders neemt daarbij toe.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 31

3 Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) 3.1 Taken LVS ZHZ beschermt het recht op onderwijs voor alle kinderen en jongeren tussen 5 en 23 jaar en draagt er zorg voor dat zoveel mogelijk jongeren, die daartoe in staat zijn, het onderwijs met een startkwalificatie verlaten. Dat doet LVS ZHZ door het houden van toezicht op naleving van de Leerplichtwet en door voortijdig schoolverlaters te ondersteunen en te begeleiden naar onderwijs, arbeidsmarkt of de meest passende plek in de samenleving. In de ondersteuning staan de situatie en mogelijkheden van het kind of de jongere centraal. LVS ZHZ kijkt naar wat passend is en werkt intensief samen met ouders, de jongeren en partners in de domeinen zorg, veiligheid, onderwijs en arbeid. De kennis die LVS ZHZ opdoet wordt gedeeld met gemeenten en wordt besproken met ketenpartners. Zo maken we gezamenlijk een beter vangnet dat (school)uitval voorkomt of zo kort mogelijk laat bestaan. Daarnaast voert LVS een aantal regionale taken uit in opdracht van de deelnemende gemeenten: • Uitvoeren van de regionale aanpak Thuiszitten op basis van de Doe-agenda, met als doel dat er voor iedere thuiszitter binnen drie maanden passend onderwijs of zorgaanbod is gevonden. • Uitvoeren van het regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2020-2024, gesubsidieerd door het ministerie van OCW.

• Voeren van regie op de domein overstijgende alliantie voor kwetsbare jongeren in de Aanpak MatchMakers. De alliantie van LVS, sociale diensten, jongerenwerk Rnewt en MEEVivenz heeft als doel kwetsbare jongeren in beeld te brengen en tenminste 175 van hen te begeleiding naar een opleiding op (leer)werk.

3.2 Trends en ontwikkelingen Trends •

• • •

LVS signaleert een toegenomen meldingsbereidheid en ondersteuningsbehoefte van scholen en een stijging van het aantal meldingen van verzuim. Vooral het aantal meldingen van complex verzuim, luxe verzuim en herhaling van verzuim, is gestegen. LVS signaleert een toename van mentale problematiek van jongeren. Daarnaast diende zich in 2022 een nieuwe doelgroep aan bij LVS, namelijk nieuwkomers, waaronder Oekraïense jongeren. Tot slot signaleert LVS een stijgende vraag naar de inzet van de Matchmakers om jongeren te begeleiden naar een opleiding of (leer)werk.

Ontwikkelingen •

Bij het terugdringen van verzuim en de aanpak van thuiszitten, is landelijk het streven de komende jaren de focus te verleggen van verzuim naar 'aanwezigheid'. Dit zorgt voor een verschuiving van leerplicht naar leerrecht. In de voorstellen van het

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 32

•

•

•

•

ministerie van OCW staat centraal dat kinderen zich welkom, veilig en prettig voelen, zichzelf kunnen zijn en gezien worden. Deze paradigmashift (van individuele problemen naar collectieve verantwoordelijkheid voor inclusief onderwijs) maakt het mogelijk om nog meer kinderen en jongeren die geen onderwijs volgen, in beeld te krijgen en te begeleiden naar voor hen passend onderwijs. In het wetsvoorstel 'van school naar werk' wordt de doelgroep van het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt van 16 tot 23 jaar uitgebreid naar de leeftijd van 27 jaar. Dit helpt om de volledige groep van niet-economisch zelfstandige jongeren tussen 16 en 27 jaar in beeld te brengen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de functie consulent leerplicht en voortijdig schoolverlaten. Dit is een samengestelde functie van leerplichtambtenaar en trajectbegeleider. Daarnaast kan deze ontwikkeling de effectiviteit van de aanpak Matchmakers vergroten. Het huidige regionale programma Voortijdig schoolverlaten (Vsv) dat wordt gesubsidieerd door het ministerie van OCW, loopt tot en met 2024. Voor de periode daarna moet een nieuw programma worden voorbereid met gemeenten en partners.

In het wetsvoorstel 'van school naar werk' is de verplichting opgenomen het regionaal programma Voortijdig schoolverlaten (Vsv) uit te breiden; niet alleen gericht op tegengaan van Vsv, maar ook om studenten voor te bereiden op de overgang naar de arbeidsmarkt en in het verlengde daarvan nazorg te bieden. De centrumgemeente van de arbeidsmarkregio tekent verplicht mee. Dit betekent dat een netwerk van beroepsonderwijs, RMC, arbeidsmarktregio's en arbeidsmarktdienstverleners (sociale diensten, regionale mobiliteitscentra, leerwerkloketten) moet worden samengebracht. De RMC-coördinator van LVS heeft hierin een coördinerende rol. LVS werkt met de gemeente Dordrecht samen aan de gebiedsgerichte aanpak Dordt West. Door de leerplichtfunctie te intensiveren wordt in Dordt West proactief en outreachend gewerkt aan alle aspecten van de ondersteuning van onderwijsdeelname door alle kinderen en jongeren: van signalering van risico's voor onderwijsdeelname tot verwijzing naar passende ondersteuning en van eventueel noodzakelijke tijdelijke vrijstelling tot handhaving. De leerervaringen die worden opgedaan kunnen breder worden toegepast in de regio.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 33

4 Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) 4.1 Taken De SOJ voert de volgende taken uit voor de deelnemende gemeenten: • SOJ verzorgt de inkoop van de jeugdhulp. Per 1 januari 2022 heeft SOJ nieuwe overeenkomsten afgesloten met aanbieders van jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering. Deze overeenkomsten lopen tot en met eind 2025. In de overeenkomsten wordt gewerkt met kernwaarden, ontwikkeldoelen, inspanningsverplichtingen en prestatieafspraken. Vier keer paar jaar vinden er ontwikkeltafels plaats met strategische partners en bestuurlijke tafels. Aan deze tafels voeren SOJ, aanbieders en gemeenten het gesprek over de voortgang van de gestelde beleidsdoelen en overige contractafspraken. • SOJ voert het contractmanagement uit. Het contractmanagement heeft als doel het optimaal benutten van de overeenkomsten jeugdhulp, zowel voor de kwaliteit van de jeugdhulp als de kwantiteit ervan. Met de strategische partners wordt tenminste drie keer per jaar een contractmanagementgesprek gevoerd. Met de niet-strategische partners vindt twee keer per jaar een overlegtafel plaats. Voor een deel voert de SOJ het contractmanagement uit met gemeenten in Samen Sturen. Gemeenten sluiten hiervoor tenminste één keer per jaar aan bij een contractmanagementgesprek met strategische partners en daarnaast bij contractmanagementgesprekken met voor de gemeenten belangrijke aanbieders.

• SOJ betaalt de aanbieders voor het uitvoeren van de jeugdhulp en zorgt voor een adequate administratie van beschikkingen en declaraties. • SOJ zorgt voor informatievoorziening en verantwoording, onder andere met een dashboard waarin gemeenten het jeugdhulpgebruik en de bijbehorende kosten actueel kunnen volgen voor hun eigen gemeente. Ook organiseert SOJ databijeenkomsten voor gemeenten waar samen met gemeenten de data wordt besproken. • SOJ ondersteunt gemeenten met advies over de ontwikkelingen in het jeugdhulplandschap, op basis van ervaringen met het uitvoeren van haar kerntaken. SOJ neemt hiervoor deel aan het ambtelijk overleg Jeugd, driehoeksoverleggen met gemeenten en (Stichting) jeugdteams, meervoudig lokale projecten van het regionale Netwerk MT en andere relevante overleggen met gemeenten in de regio. • SOJ werkt samen met gemeenten doorlopend aan het ontwikkelen van het jeugdhulplandschap. Beleidsthema's die voortkomen uit het gezamenlijke contractmanagement van SOJ en gemeenten in brancheteams (Samen Sturen), worden geagendeerd om gezamenlijk te bepalen wat ermee moet gebeuren en welke rol- en taakverdeling daarbij gewenst is. Er is sprake van onderlinge afhankelijkheden vanuit de kerntaken van SOJ en gemeenten, ontwikkelingen in aanpalende domeinen en het programma Werk voor de Jeugd van het regionale Netwerk MT.

De SOJ kan ondersteunen met data, advies en kennis van de uitvoering, maar bijvoorbeeld ook de projectleiding verzorgen van meervoudig lokale projecten in opdracht van het regionale Netwerk MT.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 34

4.2 Trends en ontwikkelingen Trends •

SOJ signaleert een afname van de groei van het jeugdhulpgebruik en tegelijkertijd een toename van de complexiteit en duur van het jeugdhulpgebruik.

Ontwikkelingen •

•

•

•

De problemen in de jeugdzorg zijn groot: lange wachtlijsten, vertrekkend personeel en een groeiende groep jongeren die zorg nodig heeft. De landelijke Hervormingsagenda jeugd moet leiden tot verbetering van de hulpverlening. De doelen van de hervormingsagenda zijn: (1) betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is; en (2) en een financieel beheersbaar en duurzaam jeugdhulpstelsel. Het regionale Netwerk MT Jeugd voert et meervoudig lokale programma ‘ erk voor de jeugd’ uit, waarin gemeenten werken aan de transformatie van de jeugdhulp. Daarbij ligt de nadruk op meer preventie, passende ondersteuning, tijdige hulp aan jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen en psychische problemen en stoornissen. Gemeenten doen dit dichtbij waar jeugdigen en hun ouders leven. Daarnaast richten zij zich op het beheersen van de kosten voor jeugdhulp. De financiën voor jeugdhulp staan onder druk. In 2022 heeft de regio een normenkader jeugdhulp ingevoerd, ter vervanging van de 'Nee-tenzij-regeling'. Het normenkader heeft als doel het beheersen van de kosten van de jeugdhulp. Van de ervaringen met het normenkader wordt doorlopend geleerd, zodat het normenkader door SOJ en gemeenten verder kan worden ontwikkeld en optimaal ingezet voor het realiseren van besparingen. De huidige overeenkomst met jeugdhulpaanbieders loopt tot en met 2025.

Eind 2023 vindt een evaluatie plaats. In 2024 wordt besloten over verlenging van de overeenkomst of nieuwe aanbesteding voor de periode vanaf 1 januari 2026.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 35

5 Veilig Thuis 5.1 Taken Veilig Thuis voert de volgende wettelijke taken uit, op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet: • Veilig Thuis is het expertisecentrum in de regio voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. • Veilig Thuis is het regionaal advies- en meldpunt waar kinderen, volwassenen, betrokkene(n) en professionals deskundige steun en advies krijgen bij hun vragen op het gebied van (vermoedens) van huiselijk geweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling of wanneer zij hierover een melding willen doen. • Veilig Thuis beoordeelt en weegt de ontvangen meldingen (triage) om vervolgens een interventie te plegen of toe te leiden naar passende hulpverlening. Als het nodig is, doet Veilig Thuis onderzoek of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Vervolgens draagt Veilig Thuis de casusregie over aan een 'overdrachtspartij' en monitort de situatie nog enige tijd of er geen nieuwe onveiligheid ontstaat. • Op basis van de regiovisie Gefaseerd samenwerken aan veiligheid, zorgt Veilig Thuis bij huiselijk geweld of kindermishandeling eerst voor directe veiligheid. Daarnaast wordt hulpverlening ingeschakeld om te onderzoeken welke risicofactoren er spelen en te zorgen voor structurele veiligheid. Daarná werkt de hulpverlening aan herstel en traumaverwerking.

Naast de wettelijke taken voert Veilig Thuis een aantal regionale taken uit in opdracht van de deelnemende gemeenten: • Uitvoeren van het Crisisinterventieteam dat 7 X 24 uur bereikbaar en beschikbaar is. Dit team onderneemt direct interventies in situaties waarin de veiligheid van kinderen en volwassenen in afhankelijkheidsrelaties, in het geding is. Het Crisisinterventieteam voert ook de hoor-taak van de Wet verplichte ggz uit. • Coördineren van de Wet Tijdelijk Huisverbod. Veilig Thuis zorgt voor de coördinatie tussen strafketen en zorgketen. Veilig Thuis voert hiervoor zowel binnen en buiten kantoortijden (bereikbaarheidsdienst) de risicotaxatie van slachtoffer en pleger uit, rapporteert en adviseert de burgemeester en fungeert als eerste aanpreekpunt voor politie en zorginstanties. • oördineren van de uitvoering van de ‘Geplande reening uisverbod bij kindermis andeling’ Dit is een aparte maatregel die kan worden ingezet bij kindermishandeling. • Coördineren en screenen van aanvragen voor AAO (Aware, Ambulant en Opvang). • Voorzitten van het regionale Netwerk Aanpak Seksueel Geweld. • Uitvoeren van de Multi-sectorale en multidisciplinaire aanpak MDA++ voor de aanpak van huiselijk geweld en (kinder-)mishandeling voor het doorbreken van de cirkel van geweld in gezinssystemen waar terugkerend en langdurig sprake is van geweld.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 36

5.2 Trends en ontwikkelingen Trends Het aantal meldingen bij Veilig Thuis laat een redelijk stabiele groei zien. Daarnaast is de druk op Veilig Thuis groot, omdat niet in alle gemeenten meldingen voldoende kunnen worden overgedragen aan lokale teams en/of passende hulp voor kinderen en volwassenen niet beschikbaar is. ‘ envoudige’ asuïstiek wordt opgepakt door lokale (wijk-, jeugd- of sociale) teams. De casuïstiek van Veilig Thuis is complexer geworden.

Ontwikkelingen •

•

Het landelijk Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is bedoeld voor het verbeteren en vereenvoudigen van de jeugdbeschermingsketen binnen 5 tot 10 jaar. Er komt een Regionaal Veiligheidsteam waarin de functies van Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en Raad voor de Kinderbescherming worden samengebracht. Het Regionaal Veiligheidsteam werkt nauw samen met de lokale teams om kinderen en gezinnen in onveilige en bedreigende situaties tijdige en passende hulp en bescherming te bieden. Er wordt samengewerkt aan een gezinsgerichte aanpak waarin niet alleen oog is voor het kind, maar ook achterliggende problematiek op ouder- en gezinsniveau in samenhang wordt opgelost. De gemeenten in ZHZ hebben een programmamanager aangesteld die met het regionale programma Veilig opgroeien is teamwerk (VOiT) toewerkt naar een regionale invulling van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Veilig Thuis heeft in 2023 'Samenwerkingsafspraken huiselijk geweld en kindermishandeling' gemaakt met gemeenten en lokale teams. Voor het uitvoeren van deze afspraken wordt vanuit het regionale programma VOiT / Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming een scholingsprogramma ontwikkeld voor het versterken van de lokale teams.

Daarnaast onderzoeken Veilig Thuis, gemeenten en lokale teams de mogelijkheid van een gezamenlijk plan voor het bevorderen van op- en afschalen van casuïstiek tussen Veilig Thuis en lokale teams.

Bijlage 1 bij Bouwstenennotitie 2024-2027 | Trends, ontwikkelingen GGD, LVS, SOJ en VT 37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/484/documents/11052