CConstaterende datAlblasserdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluit GAD Ontwikkelingen Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid - Raadsinformatiebrief.pdf

Commissie Bestuur en Samenleving Alblasserdam 15 april 2025, gemeente AlblasserdamBij agendapunt: 13: Ontwikkelingen Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid - Raadsinformatiebrief28.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1.5 Overige onderwerpen 1.5.1 In het definitief concept zien wij graag voor de gemeente (Zwijndrecht) opgenomen de Avondvierdaagse en de Binnenvaartdagen als evenementen met meer dan 5.000 bezoekers. Ad 1.5.1: Deze redactionele aanpassing is in het eindrapport doorgevoerd. 1.5.2 Het Risicoprofiel Zuid-Holland Zuid biedt significante inzichten in scenario’s die de regio voor zichzelf ziet. Voor de VRR zijn hierbij twee aspecten van belang: enerzijds de scenario’s met naar verwachting regio-overstijgende effecten, anderzijds de scenario’s binnen de regio Zuid-Holland Zuid waarbij voor effectieve rampenbestrijding en of crisisbeheersing burenhulp, respectievelijk bijstand nodig is. Het zou hierbij helpend zijn om in gezamenlijkheid het inzicht te verkrijgen in de benodigde capaciteiten bij de in het risicoprofiel uitgewerkte scenario’s. Ad 1.5.2: Wij waarderen de aanvulling van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en gaan de komende beleidsperiode samen hiermee aan de slag. 1.5.3 De VRR wil het advies meegeven om rekening te houden met vaker voorkomende gelijktijdigheid van incidenten en de wijze waarop risico’s elkaar hierbij over en weer kunnen beïnvloeden. De kans bestaat dat het risicoprofiel anders een (te) rooskleurige weergave van de realiteit schetst. Ad 1.5.3: We onderschrijven het inzicht en het belang om nauw samen te werken.

We zien deze trend ook en gaan ermee aan de slag in het beleidsplan. Ook hebben we het Regionaal Risicoprofiel hierop aangepast.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

50

2. Wensen voor het nieuwe beleidsplan Naast het uitbrengen van een zienswijze op het regionaal risicoprofiel is de gemeenteraden en wettelijke adviseurs gevraagd hun wensen mee te geven voor het op te nemen beleid in het nieuwe Beleidsplan 2026-2029. Deze wensen zijn hieronder samengevat. We nemen de wensen mee naar het voorbereiding voor het nieuwe beleidsplan en zullen deze in samenhang met uitvoeringsmogelijkheden (capaciteit, middelen en expertise) wegen.

2.1 Wateroverlast en overstromingen De wens tot samenwerking met de waterschappen en betreffende veiligheidsregio’s, vanwege de te nemen maatregelen die bovenlokaal zijn en zelfs de invloedssfeer van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid kunnen overstijgen. Er wordt gepleit voor het opnemen van concrete acties op het gebied van bewustwording en zelfredzaamheid in relatie tot hoog water in het beleidsplan. De wens is de inzichten uit trainingen en oefeningen in najaar 2024 in het beleidsplan te verwerken. Voorgesteld wordt om multidisciplinaire voorbereiding op extreme regenval en wateroverlast als beleidsdoel op te nemen, met een voorbeeld van de veiligheidsregio’s Haaglanden en Utrecht, in samenwerking met de waterschappen.

2.2 Thema zelfredzaamheid en weerbaarheid Het is belangrijk het onderwerp “zelfredzaamheid” te blijven borgen in het nieuwe beleidsplan. Hierbij wordt aandacht gevraagd voor het continueren van de regie vanuit de Veiligheidsregio vanwege de betrokkenheid van veel partijen. Daarnaast wil de gemeente graag geïnformeerd worden over hoe zij kunnen bijdragen aan het weerbaarder maken van de kwetsbare doelgroepen in hun gemeenten. Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid heeft de wens om in het beleidsplan aandacht te besteden aan de veerkracht en weerbaarheid van mensen in de samenleving als het gaat om toename van spanningen en polarisatie, klimaatverandering en risico’s voor infectieziekten in onze regio. Bij de vertaling van het risicoprofiel naar het beleidsplan is het de wens om te onderzoeken/zichtbaar te maken in welke mate de investeringen op weerbaarheid compensatie bieden voor de inzet op repressie (zowel financieel als inhoudelijk).

2.3 Kwetsbare doelgroepen Gemeenten wordt steeds vaker geconfronteerd met extreem weer, digitale verstoringen en stroomuitvallen. We hebben speciale zorg voor onze inwoners, waaronder senioren en kwetsbare groepen. Deze groepen lopen een groter risico in genoemde scenario’s en zijn vaak minder bekend met alarmeringssystemen zoals NL-Alert. Bovendien is hun zelfredzaamheid verminderd, wat kan leiden tot hoge risico’s. De veiligheidsregio is gevraagd om bij de uitwerking van risico- en crisiscommunicatie rekening te houden met deze doelgroepen en gebruik te maken van analoge communicatiemiddelen om hen goed te informeren.

2.4 Thema sociaal maatschappelijke omgeving We zien dat de wensen voor de rol van de veiligheidsregio bij verstoring openbare orde uiteenlopen. We gaan samen met onze ketenpartners op zoek naar consensus over de manier waarop we in de komende beleidsperiode samen met dit risico om moeten gaan.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

51

2.5 Vervoer en transport Door de verwachte toename van vervoer, het gebruik van alternatieve (gevaarlijke) (brand)stoffen en de geplande onderhoudsopgaves in Zuid-Holland Zuid en daarbuiten, wordt de komende beleidsperiode aandacht gevraagd voor externe veiligheidsknelpunten langs infrastructuur. Dit heeft ook effect op de lokale infrastructuur, specifiek de route Peulenlaan-Wieling in Neder-Hardinxveld en de Rivierdijk in Boven-Hardinxveld.

2.6 Samenwerking Gevraagd is om bij het opstellen van het beleidsplan aandacht te hebben voor een (nog) intensievere samenwerking met netwerkpartners. En specifiek de samenwerking tussen de Veiligheidsregio RotterdamRijnmond en Zuid-Holland Zuid voor bovenregionale incidenten en risico’s. Ook is de wens meegegeven om de samenwerking tussen de Dienst Gezondheid en Jeugd (DG&J) en de GGD ZHZ in het bijzonder met de GHOR, bij de gezamenlijke opschaling bij een crisis, voort te zetten en door te ontwikkelen.

2.7 Risicocommunicatie Gevraagd is om gemeenten, partners en bedrijven nog intensiever te betrekken bij de uitvoering van risico­ communicatie en dit onderwerp prominent in het beleidsplan en risicocommunicatiestrategie terug te laten komen. Voor risicocommunicatie is het wenselijk dat de veiligheidsregio bij PFAS-gerelateerde incidenten korte lijnen onderhoudt met het PFAS-loket, zoals dat momenteel bij de DG&J in oprichting is.

2.8 Bevolkingszorg Gevraagd is de huidige samenwerking met bevolkingszorg de komende beleidsperiode te continueren. Daarbij wordt vanuit de gemeenten aandacht gevraagd voor de omvang van het door de gemeente uit te voeren werk en de beschikbare capaciteit.

2.9 Trends en ontwikkelingen Er wordt aandacht gevraagd voor de genoemde trends en ontwikkelingen, zodat we hier samen met gemeenten en andere partners, tijdig op kunnen acteren en communiceren naar onze inwoners en ondernemers.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

52

Bijlage 1 Uitwerking scenario’s

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

53

Inhoud Toelichting uitwerking scenario’s

56

Natuurlijke omgeving

59

Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied

60

1.1

Overstroming dijktrajecten 16-1 t/m 16-5 (Alblasserwaard)

66

1.2

Overstroming dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3 (IJsselmonde)

71

1.3

Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 (Hoeksche Waard)

73

1.4

Overstroming dijktrajecten 22-1 en 22-2 (Eiland van Dordrecht)

76

1.5

Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (grondgebied Zuid-Holland Zuid)

79

1.6

Overstroming buitendijkse gebieden

83

1.7

Doorbraak regionale keringen (boezemkades)

86

1.8

Extreem veel neerslag

93

1.9

Extreme hitteperiode

96

1.10

Extreme droogte

100

1.11

Extreme sneeuwval en ijzel

102

1.12

Storm en windhozen

105

Risicodiagram natuurlijke omgeving

107

2.

Gebouwde omgeving

108

2.1

Grote brand in gebouwen met kwetsbare doelgroepen

109

2.2

Brand in oude binnenstad

111

2.3

Instorting van een gebouw

113

Risicodiagram gebouwde omgeving

117

3.

Technologische omgeving

118

3.1

Ongeval met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transport

119

3.2

Ongeval met gevaarlijke stoffen op spooremplacement Kijfhoek

125

3.3

Buisleidingincident

129

3.4

Ongeval met alternatieve brandstoffen: Li-ion, LNG, CNG en H2

133

3.5

Nucleair ongeval

138

3.6

Ongeval bij transport of opslag van radioactief materiaal

140

Risicodiagram technologische omgeving

143

1.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

54

4.

Vitale infrastructuur en voorzieningen

144

4.1

Langdurige stroomuitval

145

4.2

Digitale verstoring

149

4.3

Verstoring drinkwatervoorziening

151

Risicodiagram vitale infrastructuur en voorzieningen

153

5.

Verkeer en vervoer

154

5.1

Ongeval op de weg

155

5.2

Ongeval in een wegtunnel

158

5.3

Incident met personenvervoer op het spoor

161

5.4

Incident in treintunnel (HSL)

163

5.5

Ongeval op het water

166

Risicodiagram verkeer en vervoer

169

6.

Gezondheid

170

6.1

Pandemie/epidemie

173

6.2

Mazelenepidemie

177

Risicodiagram gezondheid

179

7.

Sociaal maatschappelijke omgeving

180

7.1

Grof en extreem geweld

181

7.2

Verstoring openbare orde

185

Risicodiagram sociaal maatschappelijke omgeving

187

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

55

Toelichting uitwerking scenario’s Algemeen Een scenario biedt een manier om te communiceren over en een (gezamenlijk) beeld te krijgen van toekomstige onzekerheden en factoren die van invloed zijn op beslissingen van nu. Een scenario geeft een beschrijving van: • (de aard en omvang van) één of meer met elkaar verband houdende gebeurtenissen (incidenten) die consequenties hebben voor de (nationale) veiligheid; • de aanloop tot het incident, bestaande uit de (achterliggende) oorzaak en de “trigger” die het incident feitelijk doet ontstaan; • de context van de gebeurtenissen, met een aanduiding van algemene omstandigheden en de mate van kwetsbaarheid en weerstand van mens, object en maatschappij, voor zover relevant voor het beschreven incident; • de consequenties van het incident, met aanduiding van aard en omvang; • de effecten van het incident op de continuïteit van de vitale infrastructuur. De elementen van een incidentscenario Gevolgen (impact) Mens, maatschappij, milieu

Incident/ gebeurtenissen Gevaar, dreiging

Oorzaak

Context

Aanloop en verklaring activering

Klimaat, natuur, maatschappij, locatie

De in hoofdstuk 3 ‘Risicoanalyse en scenario’s’ benoemde scenario’s zijn zoveel mogelijk aan de hand van deze elementen uitgewerkt voor de regio Zuid-Holland Zuid. Daar waar mogelijk is gekozen voor de toevoeging van een uitgewerkt representatief voorbeeld op een denkbaar geachte locatie binnen de regio Zuid-Holland Zuid. Bij de meer generieke scenario’s is soms een voorbeeld achterwege gelaten. De scenario’s en voorbeelduitwerkingen zijn opgesteld door experts in diverse multidisciplinaire bijeenkomsten. Zij hebben zich daarbij gebaseerd op bestaande planvorming, werkelijk gebeurde incidenten, literatuurstudie en eigen ervaringen. Een overzicht van geraadpleegde experts is te vinden in bijlage 3.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

56

Beoordeling van impact en waarschijnlijkheid Per incidentscenario is een impactanalyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de gevolgen. Deze impactanalyse is uitgevoerd conform de ‘Handreiking regionaal risicoprofiel’. De impactcriteria waarop een beoordeling per uitgewerkt scenario heeft plaatsgevonden worden in de volgende tabel weergegeven. Impactcriteria Vitaal belang

Impact criterium

1. Territoriale veiligheid

1.1 Aantasting van de integriteit (bruikbaarheid) van het grondgebied

2. Fysieke veiligheid

2.1 Doden 2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken 2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3. Economische veiligheid

3.1 Kosten

4. Ecologische veiligheid

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

5. Sociale en politieke stabiliteit

5.1 Verstoring van het dagelijks leven 5.2 Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur 5.3 Sociaal psychologische impact

6. Veiligheid van cultureel erfgoed

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

Voor elk van deze 10 impactcriteria is een uniforme, kwantitatieve maatlat voorgeschreven (in de landelijke handreiking). De impact wordt meetbaar gemaakt op basis van een indeling naar vijf klassen. Klasse indeling impactcriteria Klasse

Impact

A

Beperkt gevolg

B

Aanzienlijk gevolg

C

Ernstig gevolg

D

Zeer ernstig gevolg

E

Catastrofaal gevolg

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

57

Voor een toelichting op en de kwantificering van de maatlat van de 10 impactcriteria wordt verwezen naar bijlage 2. Als een criterium op een scenario niet van toepassing is, wordt dit buiten beschouwing gelaten en de waarde 0 toegekend. De 10 afzonderlijke impactscores worden in een rekenmodel samengevoegd tot één totale impactscore per incidentscenario. Om de scenario’s onderling te kunnen rangschikken, is naast het bepalen van de impact, ook de waarschijnlijkheid van elk scenario beoordeeld. De rangschikking van de waarschijnlijkheidsklassen kent de volgende indeling: Klasse indeling waarschijnlijkheid Klasse

% waarschijnlijkheid

Kwalitatieve omschrijving

A

< 0,05

zeer onwaarschijnlijk

B

0,05 – 0,5

onwaarschijnlijk

C

0,5 - 5

mogelijk

D

5 - 50

waarschijnlijk

E

50 - 100

zeer waarschijnlijk

De scenariobeschrijvingen, impactbeoordelingen en waarschijnlijkheidsanalyses zijn voor alle geselecteerde incidenttypen op dezelfde wijze opgesteld en tot stand gekomen. De uitgewerkte scenariobeschrijvingen worden afgesloten met een samenvattende tabel met impactscores en de inschatting van de waarschijnlijkheidsklasse.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

58

1. Natuurlijke omgeving

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

59

Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied Door de ligging van de regio Zuid-Holland Zuid, tussen de grote rivieren, bestaat de kans dat hoogwater tot overlast of overstromingen leidt. Zowel de delen die niet door dijken worden beschermd, het buitendijks gebied, als de delen die wel door dijken worden beschermd, het binnendijks gebied, kunnen bedreigd worden door het water. De regio Zuid-Holland Zuid ligt in het benedenrivierengebied. De waterstanden in dit gebied worden bepaald door stormvloed vanuit zee en door (hoge) rivierafvoeren, waarbij de rivieren veel water afvoeren vanuit de hoger gelegen gebieden richting zee. Hoge waterstanden kunnen worden beperkt door het sluiten of openen van stormvloedkeringen: de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandse IJsselkering en de Haringvlietsluizen. Daarnaast kan het Volkerak-Zoommeer ingezet worden om extra water vanuit het Hollands Diep te bergen en daarmee de waterstand op de Oude Maas bij Dordrecht en de Noord te verlagen. Figuur 1: Ligging van waterkeringen in het Benedenrivierengebied

Aan de hand van de dominante bedreiging kan het Benedenrivieren worden opgesplitst in vijf deelgebieden (zie figuur 2). Figuur 2: Deelgebieden: zee-, faalkans-, afvoer-, bergings- en overgangsgebied 1

Het gebied van de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid ligt, van west naar oost gezien, in het bergingsgebied, het overgangsgebied en het afvoergebied. 1) bron: Hydraulische Belastingen Benedenrivieren, 1230087-004-HYE-0001, Deltares 2017

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

60

De deelgebieden zijn: Afvoergebied: Hier is hoofdzakelijk de invloed van de rivierafvoer van belang. De hoogwatergolf kan meerdere dagen aanhouden. Hierdoor kunnen overstromingen in het rivierengebied omvangrijk zijn. Zeegebied: Hier is de invloed van getij en stormvloed dominant. De stormvloeden gaan samen met veel wind, waardoor golven (lokaal opgewekt en doordringing van golven op zee) een belangrijke rol spelen. Bij hoge stormvloeden zijn de Europoortkeringen gesloten wat nog enige opstuwing in het Europoortgebied veroorzaakt. Faalkansgebied: De overheersende bedreigingen worden in dit gebied gevormd door middelbare stormvloeden, in combinatie met het falen van de sluiting van de Europoortkeringen waardoor een stormvloed het benedenrivierengebied kan bereiken. Omdat de Europoortkeringen pas kort voor het hoogwater worden gesloten is er bij een eventueel mislukken van de sluiting vrijwel geen reactietijd meer. Bergingsgebied: De overheersende bedreigingen worden in dit gebied gevormd door hoge (maar niet extreme) rivierafvoeren die samenvallen met middelbare stormvloeden, die de afvoer vanuit de Rijn- en Maasmonding naar zee enige tijd stremmen. De Europoortkeringen zijn meestal gesloten. Door de relatief hoge afvoer zijn de hoge waterstanden in dit gebied gevoelig voor de stormduur, al dan niet in combinatie met het faseverschil tussen opzet en getij.

Het Volkerak-Zoommeer kan ingezet worden om extra water te bergen en daarmee de waterstand te verlagen. Overgangsgebied: In het overgangsgebied is sprake van een combinatie van bovenstaande bedreigingen in wisselende samenstelling. Er komen drie overgangen voor: f-a: De maatgevende situatie is altijd met open Europoortkeringen, maar gaande van het faalkansgebied naar het rivierengebied wordt de rol van de rivierafvoer steeds belangrijker en die van de stormopzet minder. f-b: De maatgevende situatie gaat gaande van faalkansgebied naar bergingsgebied van open naar dichte Europoortkeringen, waarbij situatie met een hoge (maar niet extreem) afvoer die samenvalt met een middelbare stormvloed steeds belangrijker wordt. b-a: De maatgevende situatie gaat gaande van berging naar afvoergebied van dichte naar open stormvloedkeringen waarbij de rol van de afvoer steeds hoger wordt en die van de stormopzet terugloopt.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

61

Primaire waterkeringen Nederland wordt beschermd tegen overstromingen vanuit de Noordzee of de grote rivieren door een stelsel van primaire waterkeringen: duinen, dijken, dammen en stormvloedkeringen. Deze waterkeringen zijn opgedeeld in dijktrajecten die zijn aangewezen en genormeerd (van omgevingswaarde voorzien) in het Besluit kwaliteit leefomgeving Een dijktraject is een deel van een waterkering waarop een omgevingswaarde (voorheen norm) van toepassing is. In het gebied van VRZHZ wordt een deel van de dijktrajecten beheerd door waterschap Hollandse Delta en een deel door waterschap Rivierenland (zie figuren 3a en 3b).

Figuur 3a: Overzichtskaart van de gebieden in Zuid-Holland Zuid die voorheen dijkringen werden genoemd

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

62

Dijkring

Inliggende veiligheidsregio

16

Alblasserwaard en Vijfheerenlanden

Zuid-Holland Zuid, Utrecht, Gelderland-Zuid (gebied bij Asperen)

43

Betuwe en Tieler- en Culemborgerwaarden

Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Zuid-Holland Zuid (Gorinchem Oost)

17

IJsselmonde

Rotterdam Rijnmond, Zuid-Holland Zuid (Zwijndrechtse Waard)

21

Hoeksche Waard

Zuid-Holland Zuid

22

Eiland van Dordrecht

Zuid-Holland Zuid

In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het begrip ‘dijktraject’ als volgt omschreven: “Een dijktraject is een deel van een waterkering waarop een omgevingswaarde van toepassing is.”

Figuur 3b: Dijktrajecten in het Benedenrivierengebied (bron: Waterveiligheidsportaal)

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

63

Binnen het gebied van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid gelden de volgende omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen: Dijkring

Beheerder

Dijktraject

Signaleringswaarde

Ondergrens

Veiligheidsbeoordeling

Alblasserwaard

WSRL

16-1

1:100.000

1:30.000

Voldoet ruim niet aan de ondergrens

Alblasserwaard

WSRL

16-2

1:30.000

1:10.000

Voldoet ruim niet aan de ondergrens

Alblasserwaard

WSRL

16-3

1:30.000

1:10.000

Voldoet ruim niet aan de ondergrens

Alblasserwaard

WSRL

16-4

1:30.000

1:10.000

Voldoet ruim niet aan de ondergrens

IJsselmonde

WSHD

17-1

1:3.000

1:1.000

Voldoet niet aan de ondergrens

IJsselmonde

WSHD

17-3

1:100.000

1:30.000

Voldoet ruim niet aan de ondergrens

Hoeksche Waard

WSHD

21-1

1:3.000

1:1.000

Voldoet niet aan de ondergrens

Hoeksche Waard

WSHD

21-2

1:300

1:100

Voldoet niet aan de ondergrens

Eiland van Dordrecht

WSHD

22-1

1:3.000

1:1.000

Voldoet niet aan de ondergrens

Eiland van Dordrecht

WSHD

22-2

1:10.000

1:3.000

Voldoet aan de ondergrens maar niet aan de signaleringswaarde

Beheerders-oordeel: waarschijnlijkheid doorbraak gehele dijkring

Mogelijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Mogelijk tot Onwaarschijnlijk

WSRL = Waterschap Rivierenland / WSHD = Waterschap Hollandse Delta

Tabel 1: Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject

Iedere twaalf jaar brengt de beheerder verslag uit aan de Minister van Infrastructuur en Water over de algemene waterstaatkundige toestand van de primaire waterkering.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

64

Signaleringswaarde De signaleringswaarde is een overstromingskans voor een dijktraject, die samen met de ondergrens, als omgevingswaarde (veiligheidsnorm) in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Alle dijktrajecten van primaire waterkeringen in Nederland hebben een signaleringswaarde gekregen tussen de 1 in 300 jaar en 1 in 1.000.000 jaar. Periodiek wordt beoordeeld of dijktrajecten van primaire waterkeringen nog aan de signaleringswaarde voldoen. Als een dijktraject niet meer aan de signaleringswaarde voldoet, is dit een signaal dat deze op termijn versterkt moet worden. Als uit de twaalf jaarlijkse beoordeling blijkt dat de overstromingskans voor een dijktraject groter is dan deze waarde, moet dit worden gemeld aan de minister van Infrastructuur en Water. Het bereiken van de signaleringswaarde is één van de voorwaarden voor subsidiëring van maatregelen. Ondergrens De ondergrens geeft de maximaal toelaatbare faalkans voor een dijktraject aan. Dit is de overstromingskans waarop de waterkering minimaal berekend moet zijn. De ondergrens is dus de maximaal toelaatbare waarde van de overstromingskans. Als hieraan wordt voldaan, is het basisbeschermingsniveau gewaarborgd. In 2050 moeten alle waterkeringen hieraan voldoen. Veiligheidsbeoordeling De eerste beoordelingsronde, van 2017 t/m 2022 is afgerond en alle dijktrajecten zijn beoordeeld.

De beoordelingen zijn beschikbaar in het Waterveiligheidsportaal 2. Beheerdersoordeel Het beheerdersoordeel is een inschatting van de waarschijnlijkheid van een dijkdoorbraak zoals beschreven in de scenario’s in dit Risicoprofiel en volgens de methodiek beschreven in bijlage 2. Zettingsvloeiing Door morfologische processen in de Dordtse Kil, Oude Maas en Spui is ‘zettingsvloeiing’ in dit gebied van belang. In de Dordtsche Kil zijn in 2012, in de Oude Maas bij Hoogvliet en Spijkenisse in 2013 en in het Spui bij Hekelingen en Oud-Beijerland in 2013, noodmaatregelen uitgevoerd (bestorting van diepe stroomgeulen) om het ontstaan van het faalmechanisme zettingsvloeiing te voorkomen onder primaire waterkeringen langs de Dordtsche Kil, de Oude Maas en het Spui. In het Spui en de Oude Maas zijn in 2018 nog extra maatregelen uitgevoerd. Het faalmechanisme zettingsvloeiing kan pas visueel worden waargenomen als (een gedeelte van) de primaire waterkering al is afgeschoven. Met het meten en monitoren van waterspanningen in de primaire waterkeringen kan eerder het ontstaan van het faalmechanisme worden gedetecteerd. Waterschap Hollandse Delta heeft daarom waterspanningsmeters in primaire waterkeringen langs de Dordtsche Kil, de Oude Maas en het Spui aangebracht.

Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid en waterschap Hollandse Delta voeren een gezamenlijk monitoringsprogramma uit op de ontwikkeling van stroomgeulen in het Benedenrivierengebied. Door de uitvoering van het Kierbesluit, de verdieping van de Nieuwe Waterweg, en andere werkzaamheden in de rivieren zouden stroomsnelheden in het Benedenrivierengebied kunnen toenemen, waardoor snellere ontwikkeling van (diepe) stroomgeulen zou kunnen ontstaan.

2) Waterveiligheidsportaal

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

65

1.1

Overstroming dijktrajecten 16-1 t/m 16-5 (Alblasserwaard)

Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming normvakken 16-1 t/m 16-5

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 16

Context Dijktrajecten of normvakken (16-1 t/m 16-5) vormen samen de ring (voorheen dijkring 16) Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden en beschermen een gebied van circa 39.230 hectare met circa 240.000 inwoners. De Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden ligt grotendeels in de provincie Zuid-Holland, voor een deel in de provincie Utrecht (gemeente Vijfheerenlanden) en voor een klein deel in de provincie Gelderland (gemeente West-Betuwe voor Asperen en Heukelum). De waterkeringen zijn in beheer bij Waterschap Rivierenland. Het gebied bevat acht inliggende gemeenten, zie tabel 2. Gemeenten in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden Alblasserdam Gorinchem*) Hardinxveld-Giessendam Molenlanden

Voorheen gemeente Giessenlanden en Molenwaard, laatstgenoemde bestaande uit gemeente Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland.

Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden**) let op: Provincie Utrecht en Veiligheidsregio Utrecht.

Voorheen gemeente Leerdam, Vianen en Zederik.

West-Betuwe***) voor een gedeelte van Lingewaal (Asperen en Heukelum), let op: Provincie Gelderland en Veiligheidsregio Gelderland-Zuid.

Voorheen gemeente Lingewaal, Neerijnen en Geldermalsen.

Tabel 2: gemeenten gelegen in Alblasserwaard en Vijfheerenlanden *) Gorinchem-Oost ligt in de Tieler- en Culemborgerwaarden bij een eventuele evacuatie is coördinatie tussen normvakken 16-1 t/m 16-5 en 43-1 t/m 43-6 noodzakelijk. **) Een gedeelte van de gemeente Vijfheerenlanden bevindt zich weliswaar in normvakken 16-1 t/m 16-5, maar behoort tot de Veiligheidsregio Utrecht (Provincie Utrecht). ***) Een gedeelte van de gemeente West-Betuwe (de Gelderse kernen Asperen en Heukelum) bevindt zich tussen de Linge, de grens van de veiligheidsregio’s en de Nieuwe Zuider Lingedijk die de grens van ring vormt, maar behoort tot de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (Provincie Gelderland).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

66

Primaire waterkeringen De primaire waterkering rond de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden is circa 111 km lang, waarvan circa 86 km direct het buitenwater keert, de categorie a-waterkering. Deze keringen liggen langs de rivieren de Boven- en de Beneden-Merwede (zuidzijde), de Noord (westzijde) en de Lek (noordzijde). De normvakken 16-1 t/m 16-5 wordt gesloten door de Diefdijklinie (Oostzijde), dit betreft een waterkering van circa 25 km die tot het stelsel van primaire waterkeringen behoort, maar alleen water moet keren bij een doorbraak in de dijktrajecten 43-1 t/m 43-6.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de laatste overstromingsmodellen van Waterschap Rivierenland gebruikt. De gekozen waterstanden passen bij de kans ‘mogelijk’ en komen statistisch eens in de 1.000 jaar voor. Er is een doorbraaklocatie gekozen die de uitdagingen bij een evacuatie van deze dijkring inzichtelijk maken. De gevolgen in slachtoffers en getroffenen zijn berekend met de Schade en Slachtoffer module. Het aantal gewonden is ingeschat op vier maal het aantal dodelijke slachtoffers. Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen plaatsvindt.

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Binnen enkele uren zijn evacuatieroutes aan de zuidzijde van dijkring 16 niet meer toegankelijk. Binnen een halve dag staan de eerste woonkernen onder water en is de maatschappelijke impact al immens. Met circa twee dagen staat ook de noordzijde van dijkring 16 onder water. In totaal worden 66.570 personen getroffen waarvan er 215 overlijden. De schade bedraagt 4.2 miljard euro. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

67

Figuur 4: Maximale waterdiepte in meters

Figuur 5: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

68

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

E

2.1 Doden

E

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

D hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

E

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaarbestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid De beheerders oordelen dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1.000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

69

1.2 Overstroming dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3 (IJsselmonde) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3 Dijkring 17 IJsselmonde

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 17

Context De dijkring IJsselmonde is 62 km lang en ligt langs de rivieren de Nieuwe Maas (noordzijde), de Noord (oostzijde) en de Oude Maas (westzijde en zuidzijde). De dijkring beschermd een gebied van circa 12.550 hectare met circa 443.300 inwoners en 6 inliggende gemeenten. Er bevindt zich een uitgebreid stelsel regionale waterkeringen in het gebied, waaronder boezemkaden en compartimenteringskeringen. Dijkring 17 IJsselmonde is verdeeld in 3 dijktrajecten: • Dijktraject 17-1 ligt in het zuiden langs de Noord en Oude Maas • Dijktraject 17-2 loopt vanaf Hoogvliet tot aan de Brienenoordbrug • Dijktraject 17-3 ligt vanaf de Brienenoordbrug tot voorbij Ridderkerk

Gemeenten

Veiligheidsregio

Rotterdam

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Albrandswaard

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Barendrecht

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Ridderkerk

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Hendrik-Ido-Ambacht

Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Zwijndrecht

Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Tabel 3: gemeenten gelegen in dijkring IJsselmonde

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

70

Figuur 6: Dijktrajecten 17-1, 17-2 en 17-3

Er zijn berekeningen gemaakt met een doorbraak langs diverse delen van dit dijktraject, waardoor het berekende aantal slachtoffers (998 slachtoffers) en de berekende schade (ruim 40 miljard euro) hoog is. Vanuit de risicobenadering (risico = kans x gevolg) komt dat de overstromingskans klein is. Vandaar de vastgestelde norm van 1:100.000 per jaar. De normeringen van de dijktrajecten zijn in de Tabel 1 ‘Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject’ opgenomen.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 17 IJsselmonde gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijktraject. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig bij meerdere dijktrajecten optreedt, met mogelijk een overstroming achter meerdere dijktrajecten tot gevolg.

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

71

Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig. Figuur 7: Kaart maximale waterdiepten bij zeer kleine kans

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

D-E

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

E

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

D-E

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

D

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

B

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Omdat er nog dijkversterkingen moeten plaatsvinden om aan de normeringen te voldoen is het beheerdersoordeel over de kans op een overstroming van de Zwijndrechtse Waard (dijktraject 17-1) in dijkring 17 klasse B (onwaarschijnlijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

72

1.3 Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 (Hoeksche Waard) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming dijktrajecten 21-1 en 21-2 Dijkring 21 Hoeksche Waard

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 21

Context Dijkring 21 Hoeksche Waard is verdeeld in twee dijktrajecten: • Dijktraject 21-1 ligt langs de noordrand • Dijktraject 21-2 ligt aan de zuidzijde Dijktrajecten 21-1 en 21-2 vormen samen dijkring 21 Hoeksche Waard en beschermen een gebied van circa 24.550 hectare met circa 89.760 inwoners in de gemeente Hoeksche Waard. De primaire waterkering rond de dijkring Hoeksche Waard is 69,4 km lang. De primaire waterkeringen liggen langs de rivieren het Spui (westzijde), de Oude Maas (noordzijde), Dordtsche Kil, (oostzijde), Hollands Diep en Haringvliet (zuidzijde). Er bevindt zich een uitgebreid stelsel regionale waterkeringen in het gebied, waaronder boezemkaden en compartimenteringskeringen. Figuur 8: dijktrajecten 21-1 en 21-2

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

73

Compartimenteringskeringen Specifiek voor de Hoeksche Waard is het stelsel van compartimenteringsdijken, die de dijkring in vele kleinere compartimenten verdeeld. De faalkans van deze compartimenteringsdijken is van belang voor de afleiding van de norm. Vanuit het landelijke traject is uitgegaan dat deze compartimenteringskeringen ‘standzeker’ zijn (faalkans = 0). In de landelijke Stuurgroep Deltaprogramma is aangegeven, dat deze aanname nog kritisch beschouwd zou moeten worden. De compartimenteringskeringen aan de zuidzijde liggen dicht achter de primaire waterkeringen en omsluiten de oude ‘opwassen’ (relatief hoge polders). Deze polders hebben vooral een agrarische functie. Achter de compartimenteringsdijken liggen oudere, diepere polders met de woonkernen en de lokale industriegebieden. Bij de berekeningen is aangenomen dat de compartimenteringskeringen ’standzeker’ zijn, d.w.z. ze blijven in stand, ook al staat het water tot de kruin. Dat betekent dat de polder zelf helemaal vol kan stromen, maar daarbuiten zou geen schade optreden of slachtoffers vallen. Vanuit het waterschap Hollandse Delta is voorgesteld om de signaleringswaarde voor dijktraject 21-2 te verhogen van 1:300 per jaar naar 1:1.000 per jaar vanwege de gevoeligheid van de aanname van standzekere compartimenteringskeringen.

Met dit voorstel is niet ingestemd bij de vaststelling van de huidige normering van dijktraject 21-2. De normeringen van de dijktrajecten zijn in de Tabel 1 ‘Omgevingswaarden en veiligheidsbeoordelingen per dijktraject’ opgenomen.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 21 Hoeksche Waard gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijktrajecten optreedt, met mogelijk een overstroming in meerdere dijktrajecten als gevolg.

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

74

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

C

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

C

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

B

Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel is dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

75

1.4 Overstroming dijktrajecten 22-1 en 22-2 (Eiland van Dordrecht) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming normvakken 22-1 en 22-2 Dijkring 22 Eiland van Dordrecht

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 22

Context Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is verdeeld in twee dijktrajecten. Dijktraject 22-1 ligt langs de zuidzijde en wordt begrensd door de compartimenteringsdijk, de Wieldrechtse Zeedijk. Dijktraject 22-2 ligt aan de noordzijde. Dijktrajecten 22-1 en 22-2 vormen tezamen dijkring 22 Eiland van Dordrecht en beschermen een gebied van 4.910 hectare met circa 121.450 inwoners in de gemeente Dordrecht. Ca 13.780 inwoners zijn woonachtig zijn in buitendijks gebieden. De primaire waterkering rond de dijkring Eiland van Dordrecht is 37,1 km lang. De keringen liggen langs de rivieren de Dordtsche Kil (westzijde) Oude Maas (noordwest zijde), de Beneden Merwede en Wantij (noordzijde), de Nieuwe Merwede (oostzijde) en het Hollands Diep (zuidzijde). Dijkring 22 Eiland van Dordrecht is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/2.000 per jaar. Er bevindt zich een stelsel regionale waterkeringen in het gebied, compartimenteringskeringen. Overstromingsberekening Voorstraat Voor dijktraject 22-2 bij de Voorstraat is een afwijkende overstromingsberekening doorgevoerd. De Voorstraat in Dordrecht is al eeuwen een primaire waterkering voor de binnenstad van Dordrecht. Ook in 1953 is deze dijk niet doorgebroken, maar is er wel water over de kruin gestroomd.

Daarom is in de overstromingsberekening niet uitgegaan van een ‘bres’ in de Voorstraat (zodat het water snel en diep de binnenstad kan instromen en veel schade en slachtoffers eist), maar is uitgegaan van een overstroming van de kruin van de dijk. Daardoor is de hoeveelheid water aanzienlijk kleiner en de schade en slachtoffers beperkt. Daarom is de overstromingsberekening voor deze locatie niet vergelijkbaar met elders in Nederland.

Scenario Als uitgangspunt voor dit scenario zijn de analyses van Veiligheid Nederland in Kaart 2 (VNK2) Overstromingsrisico Dijkring 22 Eiland van Dordrecht gebruikt (mei 2014). Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen in het Benedenrivierengebied optreedt, met mogelijk overstromingen in meerdere dijkringen als gevolg.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

76

Oorzaak Het benedenrivierenscenario (combiscenario) verloopt als volgt: Tien dagen voor het (dreigende) hoogwater trekken continu depressies over het Rijn- en Maasstroomgebied en volgen perioden van hevige neerslag elkaar op. Zeven dagen voordat de overstroming optreedt, stijgen de waterstanden in Rijn en Maas gestaag. De neerslagintensiteit blijft hoog en in Duitsland en België treden de rivieren buiten hun oevers. De trend in opeenvolgende hoogwaterverwachtingen duidt op extreem hoogwater op de rivieren. De weersverwachtingen van het KNMI geven indicaties voor storm langs de Nederlandse kust. In de dagen voor de overstroming geeft de weersverwachting een toenemende kans op storm langs de kust, waar en hoe zwaar de storm zal zijn, is dan nog niet duidelijk. De verwachting voor het moment dat de storm op zijn hevigst zal zijn, wordt steeds nauwkeuriger. De waterstanden op de grote rivieren zijn twee dagen voor de overstroming al extreem hoog en er wordt een verdere stijging verwacht. Opgemerkt moet worden dat de voorspeltijd van een overstroming in het overgangsgebied van het rivierengebied naar het deltagebied sterk afhankelijk is van de mate waarin de waterstanden door zee of door de rivier worden bepaald. Zie ook “Overstromingsscenario’s in het Benedenrivierengebied” in het hoofdstuk 1, bijlage 1.

Incident In dit scenario is één dag voor een mogelijke overstroming duidelijk welke omvang de storm heeft en hoe deze samenvalt met de top van de hoogwatergolf op de Rijn. De locaties van de dijkdoorbraken blijven tot op het laatste moment onzeker. Deze zijn sterk afhankelijk van het lokale weerseffect en de actuele sterkte van de dijken. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten. Bij nadere uitwerking van dit scenario voor het regionaal beleidsplan is daarom mogelijk een uitwerking van verschillende deelscenario’s nodig.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

77

Gevolgen (impact) De impact is afhankelijk van de plaats van de doorbraak, waarbij een doorbraak van dijktraject 22-2 in het stedelijke gebied een veel hogere impact zou hebben dan een dijkdoorbraak van dijktraject 22-1 in het landelijke gebied. Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

C hoog-E

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

D hoog-E

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

E

3.1 Kosten

D-E

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

C

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

B

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Het beheerdersoordeel voor een overstroming van dijktraject 22-1 is klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

78

1.5 Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (grondgebied Zuid-Holland Zuid) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming dijktrajecten 43-1 t/m 43-6 (gedeelte Gorinchem-Oost, Hoog Dalem)

Aanduiding risicodiagram

Overstroming 43

Context Een relatief klein gedeelte (ca. 6,5 km2) van het grondgebied van de VRZHZ is gelegen binnen Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden. Het betreft een gedeelte van de gemeente Gorinchem (Linge, Wijdschild, Dalem, Laag Dalem, Laag Dalem Zuid en Hoog Dalem). In dit gebied wonen ca. 12.200 mensen. Het overstromingsscenario van normdijktraject 43-1 t/m 43-6 in zijn totaliteit, is uitgewerkt in het regionaal risicoprofiel van buurregio Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Het regionaal risicoprofiel Zuid-Holland Zuid behandelt “slechts” het gedeelte Gorinchem-Oost en Hoog Dalem. Dit heeft consequenties voor de impactscores in de risicoanalyse. Deze zullen lager uitvallen dan de scores van de overige overstromingsscenario’s binnen de regio aangezien de impact o.a. wordt getoetst aan criteria zoals oppervlakte van het gebied en het aantal getroffenen. Dit leidt tot een vertekend beeld van de crisis die zal ontstaan, aangezien die minimaal gelijk is aan de overstroming van de overige dijkringen. De dijken rond de Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden beschermen een gebied van circa 66.000 hectare met circa 330.000 inwoners. Binnen het gebied liggen de gemeenten Arnhem (Zuid), Lingewaard, Over-Betuwe, Neder-Betuwe, Tiel, West-Betuwe (voor Neerijnen en Geldermalsen), Buren, Culemborg, Lingewaal en Gorinchem (Oost).

Met name het oostelijk deel van het gebied is sterk verstedelijkt met plaatsen zoals Arnhem (Zuid), Elst, Huissen en Bemmel. Daarnaast liggen verspreid door het gebied nog enkele relatief grote plaatsen zoals Tiel, Geldermalsen, Culemborg en Gorinchem-Oost. Verder kenmerkt een groot deel van het gebied zich als grasland en akkerbouw, met veel fruitteelt en boomteelt op de oeverwallen en tuinbouw op de stroomruggen.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

79

Figuur 9: Ligging (norm)dijktraject 43-1 t/m 43-6

De Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden liggen in de provincie Gelderland en (voor een klein gedeelte) in de provincie Zuid-Holland. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Nederrijn en de Lek, aan de oostzijde door het Pannerdensch kanaal, aan de zuidzijde door de Waal en de Boven-Merwede aan de westzijde door de Diefdijklinie (figuur 9). Het gebied wordt omsloten door de normdijktrajecten 43-1 t/m 43-6. De totale lengte van de waterkeringen die tot het nationale systeem horen is circa 170,8 km, waarvan 166,9 km in beheer bij Waterschap Rivierenland, 3,3 km in beheer bij Rijkswaterstaat (voorhavendijken Amsterdam-Rijnkanaal) en 0,6 km in beheer bij Defensie (Fort Everdingen). In de dijken van normvakken 43-1 t/m 43-6 ligt een aantal kunstwerken als onderdeel van de primaire waterkeringen van normdijktraject 43-1 t/m 43-6. Deze kunstwerken zijn eveneens in beheer bij Waterschap Rivierenland, met uitzondering van de sluizen in het AmsterdamRijnkanaal. In het gebied liggen diverse grote infrastructurele werken, zoals rijkswegen, spoorlijnen en kanalen. Zo wordt het gebied doorsneden door de rijkswegen A325, A50, A2 en A15. Ook de spoorlijnen Gorinchem-Elst, ArnhemNijmegen, Utrecht-Den Bosch en de Betuwelijn doorsnijden het gebied.

Het gebied wordt daarnaast doorsneden door twee voor het gebied van belang zijnde waterlichamen: het Amsterdam-Rijnkanaal en de rivier de Linge. Met 100 km van Doornenburg tot Boven-Hardinxveld, is de Linge de langste rivier die geheel in Nederland ligt. Het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt het IJ in Amsterdam via Utrecht en Wijk bij Duurstede met de Waal bij Tiel. Het gebied loopt naar het westen af, inundatiewater loopt dan ook van Oost naar West. Naast de mogelijkheid om inundatiewater via de Linge af te voeren, kunnen ook de overlaten en de suatiesluis (afwateringsluis) bij Dalem worden ingezet om het inundatiewater af te laten naar de rivier. Het gebied Betuwe, Tieler- en Culemborgerwaarden is op grond van de Waterwet ontworpen op een gemiddelde overschrijdingskans van 1/1.250 per jaar.

Scenario Uitgangspunt voor dit scenario zijn de laatste overstromingsmodellen van Waterschap Rivierenland. De gekozen waterstanden passen bij de kans ‘mogelijk’ en komen statistisch eens in de 1.000 jaar voor. Er is een doorbraaklocatie gekozen direct bij Gorinchem om de effecten zoveel mogelijk binnen de regio Zuid-Holland Zuid te laten vallen. De gevolgen in slachtoffers, getroffen en inwoners zijn berekend met de Schade en slachtoffer module. Het aantal gewonden is ingeschat op viermaal het aantal dodelijke slachtoffers. Dit scenario beperkt zich tot een overstroming van één dijkring. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de dreiging van een overstroming gelijktijdig in meerdere dijkringen plaats vindt.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

80

Oorzaak Hoge waterstanden op de rivier, kunnen op tal van plaatsen leiden tot het falen van de waterkering. Wanneer een bres ontstaat of dreigt te ontstaan, heeft Gorinchem afhankelijk van de locatie vrijwel geen of voldoende tijd om te evacueren. Berekeningen van waterdiepte en het verloop van de overstroming in de tijd zijn gebaseerd op maatgevende hoogwaterstanden. In normdijktraject 43-1 t/m 43-6 krijgt Gorinchem vanwege haar relatief lage ligging in bijna alle gevallen te maken met overstroming.

Incident Een bres in de directe nabijheid van Gorinchem heeft tot gevolg dat Gorinchem-Oost binnen een uur al voor grote delen overstroomt. In dat geval is geen evacuatie (preventief, horizontaal) meer mogelijk. Een bres bij Tiel zal eveneens leiden tot overstroming, maar hierbij duurt het ruim een dag voordat het water Gorinchem heeft bereikt. Volgens de Schade Slachtoffer Moduele zijn er 32.090 getroffenen waarvan 263 dodelijke slachtoffers. De schade bedraagt 3.4 miljard euro.

Figuur 10: Maximale waterdiepte

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

81

Figuur 11: Tijd tot eerste inundatie (onderwaterzetting) in uren

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

D

2.1 Doden

D

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

C hoog

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

C

3.1 Kosten

D

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

E

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

C

Waarschijnlijkheid Voor dijkring 43 is het beheerdersoordeel dat de overstromingskans uitkomt in de klasse 1/100 – 1/1.000 per jaar. Dit staat gelijk aan klasse C (mogelijk).

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

82

1.6 Overstroming buitendijkse gebieden Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Overstroming buitendijkse gebieden

Aanduiding risicodiagram

Overstroming buitendijks

Context Land dat direct grenst aan de rivieren en niet wordt beschermd door een genormeerd stelsel van waterkeringen wordt in dit plan gedefinieerd als buitendijks gebied. Buitendijkse gebieden zullen bij een bepaalde rivierwaterstand overstromen, dit noemen we hoogwater. We spreken dan van ‘wateroverlast buitendijks’. Buitendijkse gebieden worden soms door een voorliggende waterkering beschermd. Deze keringen zijn over het algemeen lager dan de primaire kering die de dijkring beschermt. Voor de buitendijkse gebieden bestaat er een onderscheid in de volgende typen: • gebieden met bescherming tegen hoog water doordat ze geheel of gedeeltelijk zijn opgehoogd maar zonder waterkering (vooral haven- en industrieterreinen maar ook stedelijk gebied); • niet-beschermde gebieden (veelal landbouw- en natuurgebieden, maar in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid ook stedelijke gebieden); • gebieden met bescherming tegen hoog water door een regionale waterkering (zogenoemde voorlandkering die door de provincie is genormeerd in de Waterverordening) Figuur 12: Verdeling landelijk/stedelijk van buitendijks gebied

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

83

De beoordeling van de feitelijke veiligheidssituatie in buitendijkse gebieden is een taak van de regionale en lokale overheden. De rijksoverheid heeft een faciliterende rol op het gebied van informeren en waarschuwen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden mogen de afvoercapaciteit en toekomstige peilopzet van de rivieren niet belemmeren. De provincie Zuid-Holland heeft in 2009 aan gemeenten een beoordelingskader voor het al dan niet toestaan van ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijkse gebieden aangeboden. (“Risicomethode buitendijks: methodiek ter bepaling van risico’s als gevolg van hoogwater” vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zuid Holland 21 april 2009). Enkele gemeenten in de veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, te weten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht, hebben vastgestelde hoogwaterbestrijdingsplannen voor de in hun gemeente gelegen buitendijkse gebieden. Daarin staat aangegeven hoe de gemeente zich op een (dreigende) overstroming van deze buitendijkse gebieden heeft voorbereid, en welke maatregelen zij bij een (dreigende) overstroming neemt. Zo is voor burgers en bedrijven die in die buitendijkse gebieden verblijven of gevestigd zijn duidelijk wat zij bij een overstroming (dreiging) van de overheid kunnen verwachten en welke maatregelen zij zelf nog kunnen, dan wel moeten nemen.

Bewoners, bedrijven en gebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van gevolgbeperkende maatregelen, na waarschuwing voor overstromingsdreiging van de buitendijkse gebieden. Alle gemeenten in Zuid-Holland Zuid hebben buitendijksgebied zonder waterkering. Polder Nieuwland (Alblasserdam en Papendrecht) is een buitendijkse polder met een genormeerde voorlandkering. De normering van de volgende buitendijkse polders zijn in onderzoek: • Nedstaal terrein (Alblasserdam) • Leenherenpolder (Hoeksche Waard) • Noord-Bovenpolder (Dordrecht)

Incident Omdat de buitendijkse gebieden in Zuid-Holland Zuid relatief hoog liggen is de kans op wateroverlast door hoog water relatief beperkt. De kaartjes hieronder geven een overzicht van de overstromingsdiepten met een overstromingskans van 1/10, 1/100 en 1/1.000 per jaar. De effecten van zeespiegelstijging zijn hierin nog niet meegenomen. Voor de buitendijkse polders mét een al dan niet genormeerde waterkering verloopt een overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. Als de kering doorbreekt stroomt de buitendijkse polder snel vol. Uit de analyse van verschillende hoogwaterscenario’s is het volgende af te leiden: • Lokaal treden er in het “worstcase” scenario op de huidige in gebruik zijnde terreinen vrijwel nergens waterdieptes op van meer dan 1 - 1,5 meter. Voor een aantal onbebouwde (natuur)gebieden kunnen wel grotere waterdiepten optreden. Bestaande woon- en werkgebieden blijven voor het grootste deel droog. • Het verloop van een overstroming in het buitendijkse gebied is beter in te schatten dan een binnendijkse overstroming door een dijkdoorbraak. Hoogwater is voorspelbaar en waterstanden zullen niet plotseling heel snel stijgen. Dit biedt in geval van hoog water meer tijd om een veilig heenkomen te zoeken.

• Er kunnen echter wel delen van het buitendijkse gebied onderlopen en hierdoor kan lokaal grote economische en milieuschade optreden evenals maatschappelijke ontwrichting door het uitvallen van nutsfuncties en infrastructuur.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

84

Samenvattend kan worden gesteld dat overstromingen in buitendijkse gebieden anders verlopen dan in binnendijkse gebieden. De overstromingen zijn beter voorspelbaar en minder intens. Door de kans op falen (niet sluiten) van de Maeslantkering kan de situatie op het laatste moment intenser worden. Het onderlopen van gebieden blijft een reëel (en door klimaatverandering toenemend) risico. Bij buitendijkse gebieden mét voorlandkering verloopt de overstroming vergelijkbaar met een doorbraak van de primaire kering. De ernst van de overstroming is afhankelijk van de hoogteligging van de polder en de mate van bebouwing.

Gevolgen (impact) Impact Criterium

Beoordeling

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

B

2.1 Doden

N.v.t.

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

A

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

B

3.1 Kosten

B

4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna)

A

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

B

5.2 Aantasting van de positie van het lokale en regionale openbaar bestuur

A

5.3 Sociaal psychologische impact

D

6.1 Aantasting van cultureel erfgoed

A

Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van dit type overstroming is, afhankelijk van de hoogteligging van de locatie aan de rivier, ‘mogelijk’ tot ‘waarschijnlijk’.

Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid Vastgesteld op 5-12-2024

85

1.7 Doorbraak regionale keringen (boezemkades) Thema

Natuurlijke omgeving

Incidenttype

Overstroming

Scenario

Doorbraak boezemkade met inundatie (onderwaterzetting) tot gevolg

Aanduiding risicodiagram

Boezem

Context Alblasserwaard Binnen de primaire kering van (norm)dijktraject 16-1 t/m 16-5, wordt de waterstand van het boezemstelsel in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden met peilbeheer gereguleerd. Het water uit de polder wordt door een groot aantal poldergemalen op de boezem gezet, wat vervolgens bij de gemalen bij Kinderdijk uitgeslagen wordt op de rivier. In geval van extreme neerslag, vooral in combinatie met wind uit het zuidwesten kunnen extreme waterstanden op de boezem optreden. Wanneer deze waterstanden de toets peilen (behorend bij de norm) overschrijden, of bij lagere waterstanden wanneer de keringen niet aan de norm voldoen, kan dit leiden tot een doorbraak van de boezemkade met een inundatie (onderwaterzetting) van een overstromingsgebied als gevolg. De Linge is een regionale rivier met een lengte van circa 100km die in het beheergebied van Waterschap Rivierenland stroomt. De Linge mondt onder normale omstandigheden bij Hardinxveld-Giessendam via het kanaal Van Steenenhoek uit in de Merwede. Indien hier niet meer kan worden gespuid treedt het Kolffgemaal in werking. Tijdens extremen, kan de afvoer van de Linge door de Gorinchemse Kanaalsluis worden beperkt. Hiermee wordt voorkomen dat de waterstanden op het Merwedekanaal hoger worden dan NAP +1,25m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.alblasserdam.nl/api/v1/meetings/752/documents/15502